Landenweb.nl

KRETA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Grieks
  Hoofdstad  Iraklion
  Oppervlakte  8.336 km²
  Inwoners  632.674
  (2017)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +1 (zomer +2)
  Web  .gr
  Code.  GRC
  Tel.  +30

Steden KRETA

Chersonissos

Populaire bestemmingen GRIEKENLAND

AeginaAlonissosAndros
ChiosHydraKalymnos
KarpathosKefaloniaKorfoe
KosKretaLefkas
LesbosMykonosNaxos
ParosPatmosPeloponnesos
PorosRhodosSamos
SantoriniSkiathosSkopelos
SpetsesThassosZakynthos

Geografie en Landschap

Geografie

Kreta (Nieuw-Grieks: Kréte; uitspraak: Kríti; Latijns: Creta), is een Grieks eiland in de Middellandse Zee en tevens een administratieve regio, 8336 km2 groot. Kreta is het grootste eiland van Griekenland en is na Sicilië, Sardinië, Corsica en Cyprus het vijfde eiland van de Middellandse Zee.

advertentie

Kreta Satellietfoto NASAFoto: Publiek domein

Het eiland is 260 kilometer lang en heeft maximaal een breedte van 60 kilometer. De belangrijkste steden zijn Iraklion en Chanía. De kust van Noord-Afrika ligt op 300 kilometer afstand, het Griekse vasteland op 100 kilometer en Athene ligt 250 kilometer naar het noordwesten. Kreta ligt op de grens van de Egeïsche Zee in het noorden en de Libische Zee in het zuiden. Op Gavdos na, dat tot Kreta behoort, is Kreta het meest zuidelijke eiland van Europa. Enkele tientallen miljoenen jaren geleden begon Afrika zich in de richting van Europa te bewegen en drukte de Afrikaanse schol op tegen de Europese schol. Op de grens daarvan ontstonden aan aantal eilanden, o.a Kreta, Kasos en Karpathos.

Het Kreta van nu ontstond pas enkele miljoenen jaren geleden, in het Plioceen. Op de plaats van de huidige Middellandse Zee was Kreta een bergrug in een woestijnbassin. Toen de Straat van Gibraltar zich opende stroomde het water van de Atlantische Oceaan het bassin binnen en bleven er een aantal eilanden waaronder Kreta over. De Afrikaanse schol rukt nog steeds op en veroorzaakt regelmatig voor aardbevingen op Kreta en omstreken. De laatste grote aardbeving dateert van 1926.

Landschao

Het zeer bergachtige Kreta is een deel van de keten tussen de Dinarische Alpen in het zuidwesten van de Balkan en het Taurus-gebergte in Turkije. Het eiland bestaat grotendeels uit ten dele verkarste kalksteengebergten, in het westen het Levkagebergte (Levká Óre of Witte Bergen) met als hoogste top de Páhnes (2453 meter), in het midden de Íde Óros of Pséloreítes met als hoogste top de Psilorítis of Timíos Stavrós (2456 meter hoog, de antieke Ida) en in het oosten de hoogvlakte van Lassíthi met als hoogste toppen de Díkti (2148 meter) en de Aféndis Hristós (2141 meter).

advertentie

Zonsondergang gezien vanaf de top van de Timíos Stavrós, KretaPhoto: Uoaei1 CC 4.0 International no changes made

De totale kustlijn is ca. 1050 kilometer lang. De zuidkust rijst steil uit zee omhoog en langs de noordkust ligt een heuvelachtig gebied met laagvlakten en baaien. Hier liggen de grotere steden en zitten de meeste toeristen. Verder zijn er enkele vruchtbare laagvlakten tussen de bergen, waarvan de Pediás Mesarás, in het zuiden van Midden-Kreta, de belangrijkste is want de graanschuur van Kreta is. Deze laagvlakte is zo'n 60 kilometer lang met een gemiddelde breedte van 5 kilometer. Andere hoogvlaktes zijn de Omalós-vlakte, de Askífou-vlakte en de Nída-vlakte. Grote gebieden van Kreta zijn kaal en rotsachtig en dit landschap wordt"phrygana" genoemd.

De bergen van Kreta bestaan voornamelijk uit verschillende waterdoorlatende kalksteensoorten waardoor ca. 3000 (druipsteen)grotten zijn ontstaan, o.a. de Idaïsche grot, de Kamáresgrot en de grot van Zonianá. Kreta heeft ook een aantal bijzondere kloven waarvan de beroemdste de 18 kilometer lange Samariá-kloof is, de langste kloof van Europa. Andere kloven zijn de Topólia-kloof en de Kourtaliótiko-kloof.

In de bergen ontstaan een aantal onbevaarbare rivieren die het Kretenzische land doorsnijden, maar in de zomer meestal droog staan. De belangrijkste rivieren zijn de Tiflós, de Geropótamos en de Anapodáris. Ten zuidwesten van Rethymnon ligt het enige meer van het eiland, het Meer van Kournas.Kreta heeft vele stranden. De drukste en meest toegankelijke stranden liggen in het noorden. Ook de zuidkust heeft enkele mooie stranden. De kleine vaak afgelegen strandjes liggen in bochten en inhammen.

Rondom Kreta liggen nog wat kleine eilanden. Langs de noordkust o.a. Gramvoúsa, Día, Psíra en Ag; langs de oostkust Dragonáda en Grántes; langs de westkust Elafonísi; langs de zuidkust Hrisí, Gaúdos (het grootste eiland) en Koufonísi. In het westen liggen bekende schiereilanden als Rodópou en Akrotíri en in het oosten Spinalónga.

Ierapetra (ca. 15.000 inwoners), gelegen aan de zuidkust van Kreta, is niet alleen de meest zuidelijke stad van Kreta en van Griekenland, maar ook van Europa.

Klimaat en Weer

Kreta heeft een Middellandse-Zeeklimaat met droge, hete zomers en milde regenrijke winters. In de bergen kan het daarentegen 's winters zeer koud worden en veel sneeuwen.

December, januari en februari zijn de koudste maanden met altijd nog gemiddelde dagtemperaturen 13° tot 16° celsius. In de zomer liggen de gemiddelde dagtemperaturen boven de 30°C met regelmatig uitschieters van 40°C in het zuiden. Omdat de luchtvochtigheid laag is, is de hitte wel draaglijk. In de bergen is het 's zomers een stuk koeler, overdag tussen de 15° en 25°C en 's nachts koelt het sterk af.

De meeste neerslag valt in het westen tussen november en februari, en dan met name in de bergen. Het kan dan dagen achter elkaar regenen. Het oostelijke deel van het eiland is een stuk droger. Gemiddeld valt er op het hele eiland tussen de 500 en 700 mm neerslag. Van april tot september regent het nauwelijks, ca. 5 mm. Boven de 600 meter valt er in de winter sneeuw en kan er zelfs geskied worden.

Langs de noordkust brengt de"meltémi", een noordoostenwind, enige verkoeling. In het zuiden daarentegen kan in het voor- en najaar de"siricco" waaien, een droge en hete zuidoostenwind met de Sahara als oorspronggebied. Deze wind brengt vaak veel stof en en zand met zich mee. De temperatuur kan dan in mei aan de zuidkust oplopen tot 35°C.

De gemiddelde temperatuur van het zeewater loopt op van 16° in april tot 25° in juli en augustus.

klimaattabel:

gem. max.temp.uren zon p/ddagen neerslag p/m
januari14°C411
februari15°C510
maart17°C67
april20°C85
mei24°C103
juni28°C121
juli31°C121
augustus31°C121
september27°C102
oktober23°C65
november20°C57
december16°C412

Planten en Dieren

Planten

Kreta kent ongeveer 2000 plantensoorten en velen daarvan komen alleen nog op Kreta voor, zoals de Kretenzische ciste-roos, de Kretenzische iris, de Kretenzische pijpbloem, de Kretenzische zwaardlelie en de diktamo, verwant aan onze majoraan. De meest zeldzame soorten worden in de bergen gevonden. Wilde kruiden worden voornamelijk in de bergen gevonden, o.a. salie, marjolein, tijm en dragon.

De meeste bossen op Kreta zijn in de loop der tijden verdwenen. Er werden veel bossen gekapt voor de scheepsbouw en ook de alles kaal grazende geiten hebben gezorgd voor een grotendeels kaal steenlandschap (phrygana). Hier groeien alleen nog wat struiken (struikwolfsmelk, rozemarijn, lavendel, venkel) en kleinere soorten bomen als de steeneik en af en toe nog cipressen en

dennenbomen. Bloemen groeien hier alleen in de lente als er genoeg regen gevallen is. Het betreft dan o.a. anemonen, wilde narcissen, tulpen, orchideeën, mimosa, lupinen, zonnerozen, affodillen en irissen. Olijfbomen kunnen goed tegen de droogte en zijn dan ook nog op veel plaatsen te vinden.

In de dalen zijn her en der nog eiken, esdoorns en populieren te vinden. De ingevoerde palmbomen doen het goed langs de kusten van Kreta. Een toeristische hoogtepunt is het dadelpalmbos van Vai aan de noordkust. Langs de kust groeien verder nog eucalyptussen, cipressen, johannesbroodbomen, platanen en kastanjes. Amandelbomen, de metershoge Amerikaanse agave (aloë) en oleanders komen overal voor. In de dalen zijn her en der nog eiken, esdoorns en populieren te vinden.

Dieren

De dierenwereld van Kreta lijkt veel op die van Griekenland. Alleen de steeds zeldzamer wordende Kretenzische berggeit of kri-kri (ook:agrimi) komt exclusief of Kreta voor. Ook de Kretenzer stekelmuis is uniek voor Kreta evenals de Kretenzische wilde boskat en de Kretenzische das. Veel voorkomende dieren zijn vleermuizen, marters, egels en wezels. Schorpioenen, vier slangensoorten waaronder een addersoort, hagedissen en gekko's komen algemeen voor op Kreta. Landschildpadden komen niet voor op Kreta, maar wel moeras- en zeeschildpadden. De mediterrane zeeschildpad komt nog voor op de stranden van West-Kreta. De kameleon komt binnen Griekenland alleen op Kreta voor.

De cicade, een soort krekel is met zijn doordringend geluid de hele dag te horen. Insecten als kevers, krekels, muggen en sprinkhanen zijn rijk vertegenwoordigd.

De zeeën rondom Kreta zijn praktische leeggevist. Zwaardvissen, makrelen, barbelen, sardines, octopussen en pijlstaartinktvissen worden nog wel in restaurants geserveerd. Kreta kent vrij veel vogelsoorten, zowel inheemse als trekvogels. Gieren, buizerds en arenden vliegen boven Kreta hun rondjes, op zoek naar prooi of aas.

Met name de lammergier is een indrukwekkende verschijning. Opmerkelijk zijn de rotsklever die op de vele kale rotsen leeft en de Rüpells grasmus die in de velden leeft. Langs de kust in de lagunen komen de kleine zilverreiger, de kluut en de bruine kiekendief voor.

Geschiedenis

Oudste geschiedenis

Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat er op Kreta niet eerder dan in de jonge steentijd, het Neolithicum, bewoond werd. De eerste mensen op Kreta waren aanvankelijk verzamelaars en jagers die echter al snel overgingen op het houden van vee en huisdieren en konden pottenbakken. Ze leefden onder andere in de vele grotten die Kreta rijk is. Botten van geiten, varkens en honden van voor 7000 v.Chr. zijn er nooit gevonden. Het bewijst dat de kolonisatie van Kreta een geplande en goed georganiseerde actie moet zijn geweest. De eerste mensen op Kreta kwamen waarschijnlijk uit Noord-Afrika en later uit Klein-Azië.

Minoïsche beschaving

Na deze eerste periode van kolonisatie volgt de Minoïsche beschaving die van ca. 3300 v.Chr. tot 1050 v.Chr. duurde. Deze Minoïsche tijd is in de loop der tijd verschillend ingedeeld. De archeoloog Nikos Platon maakte een periodisering, gebaseerd op de architectuur van de paleizen:

Pre-paleistijd

Ca. 3300 v.Chr. kwamen er weer nieuwe volken binnen die koper bewerkten en later brons konden maken. Ook handwerk en overzeese handel bloeiden. Hierna ontwikkelde zich de vroeg-Minoïsche beschaving, genoemd naar de mythische koning Minos. Uit deze tijd dateren ook de zegelstenen, in feite de voorloper van de handtekening. Op deze zegelstenen zijn ook voor het eerst Minoïsche hiërogliefen te zien. Het was verder een tijd van rijke oogsten met o.a. de belangrijke voedingsrijke olijfolie.

Oude-paleistijd

Vanaf ca. 2000 v.Chr. trokken mensen van de kleine dorpjes naar de stad waar men toen al paleizen bouwde voor de koningen. Opbrengsten uit de handel in landbouwproducten werd er gebruikt voor het bouwen van een sterke vloot. Deze vloot zorgde ervoor dat Kreta niet werd aangevallen, maar Kreta zelf vertoonde ook geen interesse in krijgszuchtige handelingen.

Het instituut"koning" werd ingesteld om op gelijke voet met vorsten en farao's te kunnen onderhandelen. Vrouwen speelden waarschijnlijk een belangrijke rol in deze beschaving. Samengevat was het een vreedzame beschaving met veel gevoel voor schoonheid en cultuur.

Nieuwe-paleistijd

De Minoïsche beschaving kreeg een forse klap te verwerken na de aardbeving in 1800 v.Chr. De paleizen werden pas na ca. 100 jaar weer herbouwd, waarbij het centrale gezag in Knossos kwam te liggen.

Late-paleistijd

Ca 1625 v.Chr. werden de nieuwe paleizen weer allemaal verwoest, dit keer door een vulkaanuitbarsting. In deze tijd namen de Myceners van het vasteland van Griekenland de macht op Kreta over. Het centrale bestuur was gevestigd in Knossos en ze maakten Kreta tot een rijke zeevarende natie, met contacten tot in het Midden-Oosten (Oegarit).

Oudheid

Dorische stammen trokken vanaf de Balkan Griekenland binnen en maakten een einde aan de Myceense beschaving. Daarna staken ze over naar de Griekse eilanden waaronder Kreta en er ontstonden toen een groot aantal onafhankelijke stadstaten. Onder de Doriërs werd het eiland bestuurd volgens een aristocratisch systeem, dat herinnert aan dat van Sparta in Griekenland. Het eiland bleef gevrijwaard van de directe gevolgen van de Perzische en Peleponnesische Oorlogen, maar aan onderlinge strijd was geen gebrek.

De periode tussen het ineenstorten van de Myceense steden ca. 1150 v.Chr. en de zogenaamde archaïsche periode van de Griekse beschaving (650-520 v.Chr.) wordt ook wel de"dark ages" genoemd, een periode van geringe culturele bloei. Op sommige plaatsen handhaafden zich de oorspronkelijke Kretenzers, de Eteo-Kretenzers of de"Ware Kretenzers".

Kreta bleef ook in deze tijd natuurlijk belangrijk voor de handel op Middellandse Zee. Zo liepen er bijvoorbeeld een Foenicische scheepvaartroute langs Kreta naar Griekenland en Noord-Afrika. In de klassieke Griekse periode had Kreta een vrij onbelangrijke positie, dit in tegenstelling tot Corinthe en Athene op het vasteland van Griekenland. Door de zeevaart werd de havenstad Herakleia (nu: Iraklion) belangrijker dan Knossos. De Kretenzers hielden zich in de hellenistische periode vooral bezig met piraterij waarvoor het eiland met zijn vele afgelegen baaien en inhammen ideaal was. Ook deden de inwoners dienst als huurling in vreemde legers.

Romeinse tijd

In de 1e eeuw v.Chr. kregen de Romeinen steeds meer macht en invloed in het oostelijke Middellandse-Zeegebied. De aanval van de Romeinen onder Marcus Antonius, onder meer noodzakelijk vanwege de vele piraten die zich op het eiland bevonden, wisten de Kretenzers af te slaan. In 64 v.Chr. landde de Romeinse generaal Quintus Caecilius Metellus op Kreta en had na drie jaar vechten alle Kretenzers op de knieën. In 67 v.Chr. werd Kreta bij het Romeinse Rijk gevoegd en werd Gortys provinciehoofdstad. Door de bezetting van de Romeinen kwam er een einde aan de vele oorlogen tussen de vroegere stadstaten en keerde de welvaart weer terug op het eiland. Later werd het oostelijke deel van Libië nog aan de provincie Kreta toegevoegd door keizer Augustus.

In het jaar 60 landde de apostel Paulus op het eiland Cyrenaica en kwam Kreta in aanraking met het christendom. Paulus' leerling Titus, nu de beschermheilige van Kreta, werd door Paulus als bisschop benoemd en het lukte hem om de Kretenzers tot het christendom te bekeren.

In 337 viel het Romeinse rijk uiteen in twee delen en behoorde Kreta tot de door keizer Constantijn geregeerde oostelijke deel. Dit deel van het Romeinse rijk werd erg beïnvloed door de Griekse beschaving en breidde zich uit tot het Byzantijnse rijk dat zich ver uitstrekte tot buiten de grenzen van het oorspronkelijke Romeinse rijk. Enkele eeuwen later was het gebied gekrompen tot Griekenland en Klein-Azië.

Kreta werd een zelfstandige provincie en profiteerde van de rust die er was onder de Romeinse overheersing.

Arabische tijd

Vanaf de 6e eeuw bleken de Arabieren gevaarlijke vijanden. Door de islamisering van Noord-Afrika kwam Kreta in de frontlijn te liggen. In 673 en 715 volgden hevige aanvallen op Kreta, en in 828 werd het helemaal veroverd door de Arabieren. Onder leiding van Aboe-Hafs Omar werd het eiland geplunderd en Gortys verwoest. Veel Kretenzers werden als slaaf verkocht en de Arabieren gebruikten Kreta als uitvalsbasis bij hun rooftochten op de Middellandse Zee. De nieuwe hoofdstad werd gevestigd op de plaats van het huidige Iraklion en heette Rabd el-Kandak. In 961 lukte het de Byzantijnen om Kreta te heroveren, maar de bloeiperiode keerde niet meer terug. De islamieten werden verslagen door de latere keizer van het Byzantijnse rijk, Nikeforos Fokas.

Kruistochten en Venetiaanse overheersing

Ondertussen was de tijd van de kruistochten aangebroken en ook Kreta raakte hierbij betrokken. De kruisvaarders van de vierde kruistocht strandden in de hoofdstad van het Byzantijnse rijk, Constantinopel. In ruil voor geld en steun werd een kroonpretendent op de troon gezet. Constantinopel werd vervolgens verschrikkelijk geplunderd en de graaf Boudewijn van Vlaanderen werd de nieuwe keizer van het Byzantijnse rijk. Andere kruisvaarders kregen ook stukken van

het rijk, waaronder Venetië, dat Kreta mocht hebben en het"Candia" noemde. In 1263 werd Kreta door de eeuwige rivaal van Venetië, Genua, veroverd. Het bleef twee decennia Genuees grondgebied en werd pas begin 13e eeuw weer terugheroverd. Als bestuurder werd een"doge" aangesteld, een hertog die voor twee jaar benoemd werd. Rooms-katholieke geestelijken probeerden de Grieks-

orthodoxe Kretenzers het katholieke geloof op te dringen en adellijke Venetiaanse families kregen machtige posities, die ze gebruikten om zich flink te verrijken.

De Kretenzische bevolking werd zwaar onderdrukt maar mocht uiteindelijk wel de Griek-orthodoxe kerk blijven aanhangen. De Venetiaanse adel kwam zelf regelmatig in opstand tegen de moederstad omdat die de invloed van de lokale bestuurders beperkt hield.

Turkse overheersing

In 1645 landden na een aantal eerdere aanvallen de legers van de Turkse sultan op West-Kreta. Al snel vielen alle steden ten prooi aan de Turken, behalve Iraklion, dat twintig jaar standhield. Door gebrek aan hulp vanuit Europa moesten de Venetianen zich echter overgeven en werd uiteindelijk de vrede getekend. De Turkse tijd zou een zeer zware periode worden voor de Kretenzers. Kreta werd verdeeld onder een aantal pasja's. Boeren werden verplicht werkzaamheden te verrichten en moesten hoge belastingen betalen. Ook werden de Kretenzers gedwongen zich tot de islam te bekeren, waardoor men genoodzaakt was om in het geheim het christelijke geloof aan te hangen. En wie geen islamiet was kon ook geen enkele functie bekleden.

In 1692 volgde weer een opstand met steun van Venetië, dat samen met andere landen tegen de Turken vochten. Deze oorlog werd gewonnen door Venetië en haar bondgenoten, maar Kreta bleef Turks en boette zwaar voor zijn opstandigheid. In 1770 kregen de Kretenzers hulp van de Russen die ook al een oorlog uitvochten met de Turken. Bij het vredesoverleg bleef Kreta echter toch weer Turks

grondgebied.

In 1821 kwamen de Grieken op het vasteland in opstand tegen de Turken, gevolgd door Kreta. Turkije nam echter weer bloedig wraak door de elitetroepen van Turken, de Janitsaren. De strijd in Griekenland verliep wisselend succesvol voor het steeds verder in verval rakende Osmaanse rijk. Turkije riep daarom de hulp van Egypte in en in 1824 landden Egyptische troepen op Kreta. Op het

vasteland verloren de Turken de strijd maar Kreta viel erweer erbuiten. De Turkse sultan schonk het eiland aan de Egyptenaar Mehmet Ali maar in 1841 vertrokken de Egyptenaren weer doordat ze inmiddels ook een oorlog tegen de Turken voerden en die verloren.

Kreta kwam nu weer onder rechtstreeks bestuur van de Turkse sultan. In 1856 werd op Kreta godsdienstvrijheid ingevoerd. Tot de islam"bekeerde" Kretenzers bleken opeens nog veel christelijker te zijn dan de Turken dachten. Er volgde weer een tijd van onderdrukking die in 1866 zorgde voor weer een opstand, waarbij de Kretenzers aansluiting eisten bij Griekenland. In 1876 wisten de Kretenzers een groot gedeelte van het eiland te bevrijden doordat de Turken in oorlog waren met Rusland.

In 1879 werd er onder druk van de grote mogendheden het Verdrag van Halepa gesloten. Hierin werd onder andere geregeld dat het Grieks de tweede taal werd op Kreta en dat de Kretenzers niet meer in het leger van de sultan hoefden te dienen. Politieke meningsverschillen leidden ertoe dat de conservatieven weer aansluiting zochten bij Griekenland. De reactie van de Turken was voorspelbaar:

verdere onderdrukking en vervolging van christenen.

In 1896 braken er onlusten uit in Chania. Nu grepen de Britten in en de Turken werden gedwongen weer wat concessies te doen. Deze werden echter niet opgevolgd waarna er weer een opstand volgde die door de Turken beantwoord werd met een massamoord op de burgers van Chania.

Eerst autonomie en daarna aansluiting bij Griekenland

Met behulp van een Grieks expeditieleger streed men daarna tegen de Turken en grote delen van het eiland werden bevrijd. Het Griekse leger nam Kreta in, uit naam van de koning. Er dreigde toen een totale oorlog tussen Turkije en Griekenland. Dit werd echter voorkomen door de grote mogendheden die ervoor zorgden dat het Griekse leger weer vertrok. Een Brits leger nam de taken over maar werd aangevallen door de Turken. Hierop bombardeerde de Britse vloot Chania, waarna de sultan in 1898 instemde met autonomie voor Kreta.

De mensen op het eiland wilden echter liever"enosis", aansluiting bij Griekenland. Prins George van Griekenland werd gouverneur van het eiland maar na een korte opstand onder leiding van Elefterios Venizelos werd George weggestuurd en trad Venizelos in 1906 toe tot een voorlopige regering op Kreta. Hij zou ook nog verschillende keren Grieks premier worden. Gouverneur was nu de voormalige premier Alexander Zaimis. In 1908 vertrok het Europese leger. In Turkije zelf was een opstand uitgebroken onder de zogenaamde"Jonge Turken", een uitgelezen kans voor de Kretenzers om zich aan te sluiten bij Griekenland.

Pas na de Balkanoorlog van 1912-1913 durfde premier Venizelos echter pas de eenwording van Kreta en Griekenland te bewerkstelligen (Vrede van Boekarest; Vrede van Athene, 14 november 1913). De Grieken durfden nu Klein-Azië binnen te vallen om de Grieken die daar leefden met het moederland te herenigen. De Grieken werden echter door het Turkse leger verjaagd.

Bij de vredesonderhandelingen in 1923 kwam het volgende compromis uit de bus: alle leden van de Griekse en christelijke bevolkingsgroep vertrokken uit Klein-Azië en de islamieten uit Griekenland gingen vice-versa.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog vochten veel Kretenzers mee in het Griekse leger. Pas laat werd besloten om Kreta te verdedigen omdat men het wilde gebruiken om de Duitsers en Italianen vanuit het zuiden aan te vallen. De Engelse, Australische, en Nieuw-Zeelandse troepen waren onervaren en slecht bewapend en bovendien vochten de meeste Kretenzische mannen elders in Europa.

Op 20 mei 1941 begon de Slag bij Kreta, niet met de Duitse vloot zoals de geallieerden dachten, maar vanuit de lucht met bombardementen en parachutisten. De overmacht was te groot en al snel capituleerden de geallieerden, ondanks grote verliezen bij de Duitsers. De Kretenzers voerden vanaf die tijd een guerrillaoorlog vanuit de bergen, die echter door zware Duitse represailles beantwoord werden en vele Kretenzers werden gemarteld en gedood. Het oosten van Kreta was door de Italianen bezet maar in 1943 liepen de Italianen over naar de geallieerden. De Kretenzers kregen op de valreep veel wapens van de Italianen te pakken die ze goed konden gebruiken in hun verzet tegen de Duitsers. In oktober 1944 bevrijdden de verzetsstrijders onder leiding van verzetsleider Pandouvas Iraklion, en in november was het grootste deel van Kreta in handen van het verzet. Pas in mei 1945 was geheel Kreta bevrijd.

Griekse tragedie gaat aan Kreta voorbij

Na de oorlog brandde in Griekenland de strijd los tussen de communistische en de rechtse partijen, die en ontaardde in een burgeroorlog maar door handig manoeuvreren van Pandouvas grotendeels aan Kreta voorbij ging. De geschiedenis van Kreta verloopt na de Tweede Wereldoorlog over het algemeen rustig zonder veel problemen. De situatie op het Griekse vasteland verliep heel anders. In

1967 grepen een aantal legerofficieren de macht en de koning leefde vanaf toen in ballingschap.

Het wrede kolonelsbewind had echter ook geen oplossing voor de economische problemen en leed een gevoelige nederlaag in de Cyprus-kwestie met de erfvijand Turkije. In 1974 werd de socialist Karamanlis premier, herstelde de democratie en in 1981 trad Griekenland toe tot de EEG (Europese Economische Gemeenschap).

In maart 2015 deed zich voor de kust van Kreta een aardbeving voor met een kracht van 6,1 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag 152 kilometer ten zuidzuidoosten van de hoofdstad Heraklion. Er waren geen meldingen van schade of persoonlijke ongelukken.

Zie verder ook de geschiedenis van Griekenland op Landenweb.

Bevolking

Kreta telt ruim 600.000 inwoners (2017) die verspreid leven over elf steden en 570 dorpen. Gemiddeld leven er per km2 ongeveer 70 Kretenzers. De grootste steden in het noorden zijn Iráklion (180.000 inwoners), Chanía (60.000), Réthymnon (30.000) en Sitía (15.000) en in het zuiden Ierápetra (23.000).

Veel dorpen in het binnenland zijn ontvolkt omdat de bewoners bij gebrek aan bestaansmogelijkheden naar het buitenland zijn getrokken. De huidige bevolking is samengesteld uit de verschillende volken die in de loop der tijden over het eiland trokken. Daardoor komt er naast het zwartharige mediterrane type ook veel mensen met blauwe ogen voor. Langere blonde mensen kunnen afkomstig zijn

van de Doriërs of van de West-Europese kruisvaarders.Een aparte bevolkingsgroep vormen de traditionele Skafioten die voornamelijk leven in de bergen van Midden-Kreta rondom Sfakia.

Aan het eind van de 19e eeuw verlieten de meeste Turken het eiland; de rest van de Turken verliet het eiland in 1923 en hun plaats werd ingenomen door ca. 30.000 Grieken uit Klein-Azië.

Taal

advertentie

AlfabetFoto: LewWhite CC 3.0 Unported no changes made

Het Nieuw-Grieks is een Indo-Europese taal en is ontstaan uit het klassieke Grieks, maar is bijna niet meer te vergelijken met het klassieke Grieks wat uitspraak betreft. De Myceners en de Doriërs brachten de Griekse taal naar Kreta. Begin 20e eeuw werden er kleitabletten gevonden met teksten die aanvankelijk niet ontcijferd konden worden.

Pas in 1952 lukte het de Engelse architect Michael Ventris om een paar teksten te ontraadselen. Het bleek een soort paleishuishouding te zijn en de teksten werden het Lineair-B genoemd. Ze werden gedateerd op ca. 1450 v.Chr. Nog oudere teksten zijn nog steeds niet ontcijferd en worden Lineair-A genoemd.

Na de Griekse onafhankelijkheid werd het Grieks gezuiverd van buitenlandse invloeden. Deze gezuiverde, van het klassieke Grieks afgeleide en enigszins kunstmatige taal is het"katharévousa" en was lange tijd de taal van de elite. De volkstaal wordt"dimotikí" genoemd en er ontstonden regelmatig conflicten tussen voor- en tegenstanders van het"katharévousa". Na de val van het kolonelsbewind kwam er in 1975 een einde aan de taalkwestie en is het"dimotikí" de volkstaal en wordt op alle scholen onderwezen. Ook het klassieke Grieks wordt onderwezen.

Woordenlijstje Nieuw-Grieks:

Kreta heeft ook een eigen dialect dat echter door het toenemende toerisme langzaam aan verloren lijkt te gaan. Zelfs voor de Grieken die het Nieuw-Grieks machtig zijn, is het Kretenzisch moeilijk te verstaan, dat ook nog van streek tot streek verschilt. Er zijn nogal wat overeenkomsten met het Cypriotisch en er komen ook Italiaanse en Turkse woorden in voor.

Godsdienst

Algemeen

advertentie

St. Nicholas Church op de Pigadia begraafplaats. Karpathos, GriekenlandFoto: Onbekend CC 3.0 Unported no changes made

Ca. 98% van de Griekse bevolking is lid van de Grieks-orthodoxe Kerk, die ontstond na de grote scheuring in 1054 toen de patriarchen uit het Oosten het leergezag van de paus niet langer erkenden. De Grieks-orthodoxe staatskerk is sinds 1833 onafhankelijk van het primaat van de patriarch van Istanbul(vroeger Constantinopel). De Grieks-orthodoxe kerk kent een aantal verschillen ten opzichte van de westerse christelijke kerken. Zo dienen voor de grondslag van de leer alleen de bijbel, de kerkvaders en de uitspraken van de oecumenische concilies. Verder richten de Griekse geestelijken zich vooral op de liturgie en op gebed en meditatie. Op sociaal gebied is de Oosterse kerk lang niet zo actief als in het westen. Wel zijn de overheid en de kerk veel nauwer verbonden. De overheid subsidieert de Kerk en de Kerk op haar beurt volgt de politiek op de voet.

De grootste religieuze minderheid zijn de moslims, de Turkse Grieken. De meeste moslims wonen in Thracië, waar dan ook veel moskeeën te vinden zijn.

Het aantal joden is na de Tweede Wereldoorlog drastisch verminderd. Zo woonden er in het noordelijke Thessaloniki in 1941 meer dan 60.000 joden; tegenwoordig nog maar ca. 1100. De ca. 40.000 katholieken wonen voornamelijk op de Griekse eilanden.

Griekse mythologie

advertentie

Mythologische afbeelding op vaasFoto: Publiek domein

Het woord mythe is afgeleid van het woord "muthos", dat eerst uiting betekende en later vaak werd uitgelegd als "een gesproken of geschreven verhaal".

Mythologie (muthologia) is dus "vertellen over verhalen", of een verzameling mythen, of de studie van mythen.

Toen het schrift ontstond in Griekenland waren de mythen en legenden al verankerd in de orale overleveringen en vooral latere dichters gaven de verhalen een ander verloop. De Griekse mythologie lijkt veel op andere mythologieën. Zo komt de Noorse god Odin overeen met de Griekse Zeus en verrichtten de Noorse helden vaak dezelfde heldendaden als hun Griekse collega's.

Enkele Griekse goden

Aeolus (Aiolos)
Een zoon van Hippotes, die door Zeus was aangesteld als bewaker van de winden. Hij was de baas over de (wind)goden: Boreas, Zephyros, Notos en Euros.

Aphrodite
Aphrodite is de godin van de liefde en schoonheid. Zij werd geboren uit het schuim van de zee, waar ook het belangrijkste heiligdom gewijd aan Aphrodite staat. Ze was getrouwd met Hephaestus, maar had liever Ares als minnaar.

Haar zoon was Eros, de god van de liefde. Aphrodite wordt afgebeeld met de gevleugelde Eros en met duiven. Zij was een van de Olympische goden. De Romeinen noemden haar Venus.

advertentie

Aphrodite, godin van de liefde en schoonheidFoto: Tilemahos Efthimiadis CC 2.0 Generic no changes made

Apollo
Apollo was de zoon van Zeus en Leto, en tweelingbroer van Artemis. Hij is god van het licht, van de geneeskunde, muziek en wetenschap. Apollo wordt vaak afgebeeld met een lier in zijn hand. Het belangrijkste heiligdom gewijd aan Apollo ligt in Delphi, de belangrijkste orakelplaats van het oude Griekenland. Apollo was een Olympische god.

Ares
Ares was een zoon van Zeus en Hera en is de god van de oorlog. Hij wordt vaak afgebeeld in volledige wapenuitrusting en was een Olympische god. De Romeinen nomen hem Mars.

Artemis
Artemis was de tweelingzus van Apollo, en dochter van Zeus en Leto. Zij was de godin van de natuur en de jacht. Zij was ook de beschermgodin van zwangere vrouwen en wordt vaak afgebeeld met een boog in haar hand. Zij was een Olympische god en haar Romeinse naam is Diana.

Dionysos
Dionysos was een zoon van Zeus en de god van de druiven en de wijn. Hij wordt vaak afgebeeld met een staf, die van boven omwonden is met klimopbladen. Hij was een Olympische god en zijn Romeinse naam is Bacchus of Liber.

DionysosFoto: Zde CC 4.0 International no changes made

Eros
Eros is de god van de behoeften en wordt ook wel Himeros genoemd. Eros wordt vaak gezien als gevleugelde jongensgod die mannen in hun hart schiet met liefdespijlen. Romeinse namen voor hem zijn Amor en Cupido.

Hermes
Hermes was de boodschapper van de goden en een zoon van Zeus. Hij is ook god van de reizigers, dieven en handelaren. Hij wordt altijd afgebeeld met een reizigersmuts en reizigersstaf of een helm met vleugels. Ook zijn sandalen hebben vleugels. Hij begeleidde de schimmen van de doden naar de onderwereld, de Hades.

Pallas Athena
Zij is de dochter van alleen Zeus, want uit zijn voorhoofd geboren. Zij is de beschermgodin van de kunstenaars en handwerkslieden, maar ook de godin van de wijsheid en kennis. In oorlogstijd werd Athena ook nog vereerd als oorlogsgodin. Ze was de speciale beschermgodin van de stad Athene en een beschermengel van Griekse helden als Herakles en Odysseus.

Zij wordt vaak afgebeeld met helm en volledige wapenuitrusting. De uil, die wijsheid symboliseert, was aan haar gewijd. Pallas Athena heeft een heiligdom gelegen in Athene: het Parthenon.

Zij was een Olympische god en haar Romeinse naam is Minerva.

Palla AthenaFoto: Diana Ringo CC 3.0 Austria no changes made

Poseidon
Poseidon is een roer van Zeus en is de god van de zee en beschermgod van de zeevaarders. Zijn paleis ligt diep onder water en hij wordt vaak afgebeeld met een drietand, waarmee hij de zee in beroering kan brengen. Het paard was aan hem gewijd.

Omdat de Grieken geloofden dat het land op de zee dreef, beschouwden ze hem ook als de god die de aardbevingen veroorzaakte. De Romeinse naam is Jupiter.

Zeus
Zeus was de oppergod van de Grieken en de koning van goden en mensen. Daarnaast was hij de god van de lucht en het weer. Hij wordt vaak afgebeeld met een bliksem in zijn hand en is gezeten op een troon. Uit zijn liefdesavonturen met mooie vrouwen zijn vele halfgoden en helden ontstaan, zoals Herakles en Perseus.

Zeus en ThetisFoto: Publiek domein

Samenleving

Staatsinrichting

Griekenland VouliFoto: Jebulon in het publieke domein

De grondwet dateert van 1975 waarna er in 1986 belangrijke amendementen werden doorgevoerd. De wetgevende macht ligt bij het parlement (de ‘Vouli’), dat uit één kamer bestaat en waarvan de 300 leden eens in de vier jaar volgens een ‘versterkt recht van evenredige verkiezing’ gekozen worden. Het systeem begunstigt de sterkste partij om een voor regeren voldoende meerderheid te bereiken, wat echter een tweepartijensysteem in de hand werkt.

Staatshoofd is de president, die door het parlement (een tweederde meerderheid is vereist) voor een periode van vijf jaar gekozen wordt en één keer herkiesbaar is. De president benoemt en ontslaat de premier. Ook het parlement mag hij ontbinden en in noodtoestanden kan hij wetten per decreet uitvaardigen. Zijn functie is verder grotendeels ceremonieel, hij heeft als staatshoofd geen uitvoerende macht. Deze macht ligt bij de Raad van ministers die daarover verantwoording aflegt aan het parlement Er bestaat algemeen kiesrecht voor alle Grieken vanaf 18 jaar.

Na de militaire dictatuur viel een volksstemming over de terugkeer van de monarchei in het nadeel van ex-koning Constantijn nadelig uit. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Griekenland administratieve indelingFoto: TUBS CC 3.0 Unported no changes made

Griekenland is in 13 administratieve divisies, de zogenaamde "Periferieën" (districten) opgedeeld. Deze "Periferieën" zijn weer onderverdeeld in prefecturen. Een prefectuur wordt een "Nomos" genoemd, met aan het hoofd een 'nomoi'. In totaal zijn er 51 prefecturen. Daarnaast kent Griekenland één autonoom gebied onder een eigen bestuur, namelijk Agion Oros (Berg Athos) in Chalkidiki (Noord-Griekenland). Groot-Athene heeft een aparte status. De andere provincies zijn: Midden-Griekenland, Peloponnesos, Ionische eilanden, Epiros, Thessalië, Macedonië, Thracië, Egeïsche eilanden en Kreta.

Een woonplaats vervolgens wordt ofwel "Dimos" (gemeente, stad) ofwel "Kinotita" (gemeenschap, dorp) genoemd. In totaal er zijn 900 gemeenten en 133 gemeenschappen.

Onderwijs

Universiteit van Athene GriekenlandFoto: Thomas Wolf CC 3.0 Germany no changes made

Het kleuteronderwijs (Nypiagogeia) omvat twee jaar en is op dit moment facultatief, maar wordt geleidelijk aan verplicht.

Het verplichte onderwijs in Griekenland duurt negen jaar, van 6 tot 15 jaar. De eerste zes jaar wordt er door de leerlingen onderwijs gevolgd aan de "Dimotiko Scholio" (basisonderwijs) en de laatste drie jaar aan het Gymnasio, de eerste fase van het secundair onderwijs. In alle klassen wordt algemeen onderwijs gegeven en er is dag- en avondonderwijs.

Kinderen die het basisonderwijs verlaten worden automatisch en zonder examens toegelaten tot de eerste klas van het Gymnasio. Er moet wel een afsluitend getuigschrift (apolytirio) worden overlegd van de lagere school. Engels is een verplicht vak en wordt gegeven vanaf de vierde klas van het basisonderwijs.

Aan het eind van het Gymnasio ontvangen de leerlingen een diploma (Apolytirio Gymnasiou). Om dit diploma te kunnen ontvangen moeten de leerlingen in de regel gemiddeld 10 punten hebben met een maximum van 20 voor alle vakken en mag het schoolverzuim de maximale toegestane grens niet overschrijden.

Het hoger secundair onderwijs is niet verplicht. De tweede fase van het secundair onderwijs wordt gegeven aan de Lykia en de Technikés Epangelmatikés Scholés (scholen voor technisch onderwijs).

De bestaande typen Lykia zijn: het algemene Lykio, het technisch-beroepslykio, het uitgebreide (Polikladiko) Lykio, het klassieke Lykio, het kerkelijke Lykio, en het muzieklykio.

De studie aan een Lykio duurt drie jaar, en er is zowel een dag- als een avondcursus. De avondcursus duurt vier jaar. De leerlingen die het Gymnasio hebben voltooid kunnen zich inschrijven op iedere school voor secundair onderwijs van de tweede fase op basis van het diploma van het Gymnasio. Er zijn geen toelatingsexamens. De leerling moet ten minste 14 jaar oud zijn. Het onderwijs in vreemde talen (Engels of Frans of Duits) wordt aan alle typen Lykia gegeven; aan het klassieke Lykio wordt altijd Duits onderwezen.

Aan het eind van elk schooljaar moeten de leerlingen een officieel schriftelijk examen afleggen in elk vak, zodat kan worden bepaald of zij overgaan naar het volgende jaar. Aan het eind van het derde jaar van het Lykio moeten de leerlingen een eindexamen afleggen; als ze hiervoor slagen krijgen ze het einddiploma, het "Apolytirio Lykiou".

Het hoger onderwijs kan zowel universitair als niet-universitair zijn en wordt gegeven aan de universiteiten en aan de technische onderwijsinstellingen. De universiteiten bestaan uit faculteiten die in afdelingen of "tmimata" zijn opgesplitst. Het programma van een afdeling leidt tot een standaarddiploma of "ptychio".

De Technische Onderwijsinstellingen bestaan uit afdelingen die tezamen faculteiten vormen; deze omvatten de algemene opleidingen (beeldende kunsten en kunstopleidingen, bedrijfskunde en economie, beroepen op het gebied van gezondheidszorg en welzijn, landbouwwetenschappen en –technologie, toegepaste technologie, voedingsmiddelentechnologie en voedingsleer).

Universitaire opleidingen duren ten minste vier jaar, opleidingen aan de technische hogescholen ten minste drie jaar.

Als ze het willen kunnen afgestudeerden een doctoraat volgen; ze moeten daarvoor een proefschrift schrijven in het Grieks en het voorbrengen in het openbaar.

Universitaire opleidingen duren ten minste vier jaar, opleidingen aan de technische hogescholen ten minste drie jaar. Als ze het willen kunnen afgestudeerden een doctoraat volgen; ze moeten daarvoor een proefschrigt schrijven in het Grieks.

Op de universiteit zitten ongeveer 5000 studenten met vestigingen in Heraklin, Chania en Rethymnon.

Er zijn minder dan 5% analfabeten in Griekenland. Op het platteland van Kreta ligt dit percentage hoger, met name onder de oudere bevolking.

Economie

Kreta kent een tegenstelling tussen de agrarisch en toeristisch hoog ontwikkelde regio's en de achtergebleven regio's. De economische ontwikkeling vindt met name plaats in het noorden. Hierdoor zijn de dienstverlenende sectoren in het noorden ook beter ontwikkeld dan in het dunbevolkte zuiden van het eiland.

De basis van de Kretenzische economie vormen de geitenfokkerij, de olijventeelt en vooral het toerisme. Verder is de teelt van aardappelen, amandelen, granen, druiven, zuidvruchten en groenten met name belangrijk voor de eigen bevolking. In de jaren zeventig is de tuinbouw in belang toegenomen en worden er bijvoorbeeld komkommers en tomaten geëxporteerd. Deze tuinbouw vindt vooral in het zuidoosten plaats in kassen van doorschijnend landbouwplastic. Verder is Kreta een van de belangrijkste exporteurs van olijfolie en Griekenland verbruikt meer dan vijftien kilo olijfolie per hoofd van de bevolking. Kreta is arm aan cultuurland: ca. 25% is bebouwbaar en ca. 50% is beweidbare ongecultiveerde grond. De handel in landbouwproducten verkoopt voornamelijk via de havens langs de noordkust en via de twee luchthaven bij Iraklion en Chania. In de landbouw is ca. 45% van de beroepsbevolking werkzaam op maar liefst bijna 100.000 bedrijven en bedrijfjes.

De veestapel omvat schapen en vooral geiten. Bekend is natuurlijk de geitenkaas of "feta" en de kaas en yoghurt van de schapen. De veeteelt concentreert zich voornamelijk in de bergachtige regio's. De Kretenzische wijnbouw gaat terug naar de Minoïsche tijd en wordt ook al voor de export verbouwd. De totale oogst per jaar ligt tussen de 150.000 en 200.000 ton druiven. De visserij is nog steeds een vrij belangrijke bedrijfstak, hoewel de Egeïsche Zee ernstig overbevist en vervuild is. In elke haven liggen wel vissersboten.

De industriële verwerking van agrarische producten als olijfolie en kaas (o.a. graviera, anthotiro en mizithra) en de chemische industrie (o.m. zeep) zijn pas laat op het eiland geïntroduceerd en naar verhouding nog niet zo belangrijk. Deze bedrijvigheid concentreert zich vooral rond de hoofdstad Iraklion en rond Chania. De bodem bevat gips, ijzer en bruinkool maar de hoeveelheden zijn te weinig om te worden ontgonnen.

De steden aan de noordkust (Chania, Rethymnon, Herákleion, Hágios Nikólaos, Seteía) zijn door een verkeersweg met elkaar verbonden; de verbindingen naar en langs de zuidkust zijn gering in aantal en vaak matig van kwaliteit.

Bij Chanía, Herákleion en Seteía zijn vliegvelden. De verbinding per boot met het vasteland van Griekenland is in voornamelijk handen van de ANEK, een maatschappij volledig in Kretenzische handen.

Jaarlijks boeken meer dan honderdduizend Nederlandse toeristen een vakantiereis naar Kreta.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Mede vanwege het klimaat en de vele overblijfselen van de Minoïsche cultuur heeft het toerisme een hoge vlucht genomen en vormt al bijna net zo'n belangrijke bron van inkomsten als de landbouw. In 1972 bezochten 27.000 charterpassagiers Kreta, in 1991 waren dat er al meer dan een miljoen. De

meeste toeristen komen uit Engeland en Duitsland. Het massatoerisme vindt voornamelijk plaats tussen Iraklion en Malia aan de noordkust. Door het toerisme is de werkloosheid onder de beroepsbevolking veel kleiner dan in de rest van Griekenland. Het binnenland en de zuidkust zijn veel minder toeristisch en hier wordt wat bijverdiend door kamerverhuur en het maken van handwerk.

Het paleis van Knossos is de oudste nederzetting dat deel uitmaakte van de Minoïsche beschaving en werd opgegraven in de vroege 20e eeuw. Het is de plaats waar de legendarische Minotaurus van de oude Griekse mythe zou hebben geleefd in een labyrint van koning Minos, en een van de allergrootste attracties van heel Griekenland. De archeologische vindplaats beslaat 20.000 vierkante meter en bestaat uit verschillende onderdelen. Het paleis van Knossos, Minoïsche huizen, het"Kleine paleis", de"Koninklijke villa", de villa"Dionysos" met de beroemde Romeinse mozaïeken en de zuidelijke Koninklijke tempel zijn de bekendste bezienswaardigheden. Alleen het paleis en de Minoïsche huizen zijn open voor het publiek. Knossos was een enorm paleis met misschien wel 1500 kamers, verdeeld over vijf verdiepingen. De centrale hof was het middelpunt van het gebouw, de westelijke vleugel werd grotendeels gebruikt voor cultus doeleinden. De troonzaal, naast de centrale hof, was waarschijnlijk een latere toevoeging. De muren en vloeren waren vaak in okerrood geschilderd. Versieringen waren oorspronkelijk in geometrische vormen, later waren er fresco's met voorstellingen van sport, religie en het leven in zee.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

KRETA LINKS

Advertenties
• Heraklion Vliegtickets.nl
• Kreta Tui Reizen
• Autohuur Kreta
• Naar Kreta met Sunweb
• West Kreta Rossholidays
• Autoverhuur Sunny Cars Kreta
• Kreta Hotels
• Kreta Campings

Nuttige links

Griekse Cultuur (N)
Kreta (N)
Kreta Foto's
Kreta Reisstart (N)
Kreta Verzamelgids (E+N)
Last Minutes Kreta (N)
Reisinformatie Kreta (N)
Reizendoejezo - Kreta (N)

Bronnen

Buma, H. / Reishandboek Kreta

Elmar

Hendriksen, B. / Kreta

Babylon-De Geus

Lubsen-Admiraal, S.M. / Kreta

Kosmos

Strijbos, E. / Kreta

Gottmer/Becht

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt oktober 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems