Landenweb.nl

GRIEKENLAND
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Grieks
  Hoofdstad  Athene
  Oppervlakte  131.957 km²
  Inwoners  11.128.003
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +1 (zomer +2)
  Web  .gr
  Code.  GRC
  Tel.  +30

To read about GREECE in English - click here

Steden GRIEKENLAND

Athene

Populaire bestemmingen GRIEKENLAND

AeginaAlonissosAndros
ChiosHydraKalymnos
KarpathosKefaloniaKorfoe
KosKretaLefkas
LesbosMykonosNaxos
ParosPatmosPeloponnesos
PorosRhodosSamos
SantoriniSkiathosSkopelos
SpetsesThassosZakynthos

Geografie en Landschap

Geografie

Griekenland (officieel: Elliniki Dimokratia = Helleense Republiek, of Hellás) is een republiek in het uiterste zuidoosten van Europa. De totale landoppervlakte inclusief alle eilanden bedraagt 131.957 vierkante kilometer, en daarmee is Griekenland ruim drie maal zo groot als Nederland.

advertentie

Griekenland SatellietfotoFoto: Publiek domein

De kust van het vasteland is bijna 4000 kilometer lang; de kusten van alle eilanden meegerekend komt het totale aantal kustkilometers op ca. 15.000, na Noorwegen de langste kustlijn van Europa. Op veel plaatsen dringt de zee diep het land binnen, zodat er weinig streken zijn die meer dan zo'n 100 kilometer van de kust zijn verwijderd. Bijna 18% van het landoppervlak wordt ingenomen door ruim 2000 vaak ver uit elkaar liggende eilanden en rotspunten, waarvan er maar ca. 150 bewoond worden, eenvoudig omdat ze te klein zijn. Vaak zijn de eilandjes privé-bezit van bijvoorbeeld steenrijke reders. Het meest noordelijke eiland is Thassos, het meest westelijke Korfoe (Kerkira), het meest zuidelijke Kreta (Kriti) en het meest oostelijke Rhodos.

De Griekse eilanden liggen verspreid over de Ionische en Egeïsche Zee. Bekende Ionische eilanden zijn Korfoe of Kérkira, Lefkas, Kefalonia en Zakynthios. De Egeïsche eilanden zijn in de meerderheid en enkele bekende eilanden zijn Samothráki, Límnos, Lesbos, de Sporaden, de Cycladen, Rhodos en Samos.

Griekenland grenst in het noorden aan Albanië (282 km), Bulgarije (494 km) en Macedonie (228 km), en in het oosten aan Turkije (206 km). Ten westen van het vasteland ligt de Ionische Zee en ten zuiden ligt de Middellandse Zee. In het oosten scheiden de Egeïsche Zee en de Zee van Marmara Griekenland en Turkije van elkaar. Griekenland is dus omgeven door zeeën en opmerkelijk is dat waar men zich ook bevindt, men is nooit verder dan 96,5 kilometer van een zee verwijderd.

Geografisch en sociaal-economisch gezien kan het vasteland, van noord naar zuid, worden onderverdeeld in zes regio's:

West-Thracië is een hoofdzakelijk agrarisch gebied in het noordoosten en grenst aan Bulgarije en Turkije. De belangrijkste stad is Alexandroúpolis.

Macedonië is het gebied rond Thessaloniki, de tweede grootste stad van Griekenland. Thessaloniki is een belangrijk industrieel centrum met textiel, chemie en de verwerking van landbouwproducten. Toeristisch is het schiereiland Chaldiki belangrijk.

Epirus ligt tussen de Albanese grens en Macedonië. Het is een economisch zwak ontwikkeld gebied waar bosbouw en citrusteelt belangrijk zijn. De veelal traditionele industrie is gebaseerd op marmer, textiel, houtverwerking en landbouwproducten. Verder is er opkomend toerisme, met name rond de nationale parken van het Pindosgebergte. Ioánnina is de belangrijkste stad van de regio.

Thessalië is een overwegend agrarische regio en ligt in het oostelijke deel van centraal-Griekenland. Het is het meest vruchtbare gedeelte van het land. Dit komt door de grote vlakte aan weerszijden van de Piniósrivier.

De industrie is geconcentreerd rond de havenstad Vólos en het centraal gelegen Lárissa.

Centraal-Griekenland is het gebied tussen Epirus en Thessalië in het noorden en de Golf van Patras en Korinthe in het zuiden. In het zuidoosten ligt het sociaal-economische hart van Griekenland, het bergachtige maar vruchtbare Attica. Hier ligt de hoofdstad Athene en woont een derde van de totale bevolking. Aan Athene grenst Piraeus met de grootste haven van Griekenland. De dienstensector en de industrie is hier sterk vertegenwoordigd. De rest van centraal-Griekenland is sterk agrarisch hoewel de industrie rond steden als Lamia, Thiya en Chaldika zich steeds meer ontwikkelt.

De Peloponnesos is het zuidelijke schiereiland en gescheiden van het vasteland door het kanaal van Korinthe. De bergachtige Pelopponesos wordt gekenmerkt door een landschap van olijfbomen en cipressen. De landbouw domineert ook hier maar bij de havenstad Patras in het noordwesten begint zich industrie te ontwikkelen.

De eilanden zijn onderverdeeld in de volgende regio's:

De Ionische eilanden met Korfoe als centrum en als belangrijkste economische activiteit het toerisme.

De noordelijke eilanden in de Egeïsche Zee met als belangrijkste activiteiten landbouw en wat toerisme.

De zuidelijke eilanden in de Egeïsche Zee met kleinschalig toerisme op de Cycladen en massatoerisme op Rhodos en kos.

Kreta met als hoofdstad Heráklion en als belangrijkste activiteiten landbouw en toerisme.

Landschap

Het vasteland van Griekenland bestaat voor 80% uit bergen en heuvels. De hoogste berg is de heilige mythologische berg Olympus in midden-Griekenland met 2917 meter.

Andere hoge bergen zijn de Pindos (2637 meter), de Gramnos (2520 meter), de Parnassos (2457 meter) en de Taigetos (2404 meter). Langs de Adriatische kust van het Balkanschiereiland lopen de Dinarische Alpen. In het noordwesten van Griekenland loopt dit gebergte over in het, vooral uit kalksteen, zandsteen en kleisteen bestaande Pindosgebergte, dat weer wordt voortgezet in het Taigetosgebergte van de Peloponnesos en de eilandenboog van Kreta, Karpathos en Rhodos. Het zijn allemaal jonge gebergten die sterk verbrokkeld zijn en daardoor gekenmerkt worden door vele diepe baaien en bekkenlandschappen. De bekendste baai is de 127 kilometer lange Golf van Korinthe. Deze Golf scheidt het schiereiland van het vasteland.

advertentie

Haven aan Golf van Korinthe, GriekenlandFoto: H.P Burger CC 3.0 Unported no changes made

Vlakke gebieden liggen met name in Macadonië en Thessalië, waar dan ook landbouw en veeteelt mogelijk is. De vlakten worden doorsneden door rivieren, waarvan die in het noorden het meeste water hebben.

Rivieren en meren

De rivieren van Griekenland zijn voor de binnenscheepvaart van geen enkele betekenis als gevolg van de grote droogte; ook veel grote rivieren liggen 's zomers droog. Veel kleine rivieren hebben alleen 's winters water na hevige stortbuien.

De belangrijkste rivier is de Achelóos, die op de Pindos ontspringt, met de zijrivier de Inachus. Aan de oostzijde van de Pindos ontspringt de Peneios, die vele zijrivieren heeft, waaronder de Enipeus en de Europos. De hoofdrivier van Boeotië in Midden-Griekenland is de Kephisos. Op de Peloponnesos heeft de Roephias het grootste stroomgebied en de belangrijkste rivier van Laconië is de Evrotas.

De grootste meren van het land liggen in het noorden, o.a. Ioánnina, Kastoriás en Préspa.

Klimaat en Weer

advertentie

Oorzaak van de Etesische windFoto: MagentaGreen CC 3.0 Unported no changes made

Het klimaat van Griekenland wordt beïnvloed door de geleding van het land, het verloop van de gebergten tussen de oost- en westkant, het reliëf en de nabijheid van de zee.

De kuststreken vertonen in het algemeen typisch mediterrane klimaatstrekken, nl. een hete droge zomer en een zachte, neerslagrijke winter. Daar deze neerslag meest door westelijke winden wordt aangevoerd, krijgt de westkant van Griekenland daarvan veel meer dan de oostkant. In het noordwesten in het Pindosgebergte valt jaarlijks gemiddeld 1800 mm neerslag. In Athene daarentegen valt ca. 400 mm per jaar. Er bestaan ook grote neerslagverschillen tussen de Ionische eilanden ten westen van het vasteland en de eilanden in het uiterste oosten van de Egeïsche Zee.

In de door bergen omgeven vlakten van Macedonië en Thessalië in het binnenland gaat de continentale invloed duidelijk meespreken, hetgeen tot uitdrukking komt in de lagere wintertemperaturen en in een grotere spreiding van de neerslag over het gehele jaar. Gewoonlijk valt de neerslag in heftige buien en is daardoor beperkt tot een gering aantal dagen. De jaarlijkse hoeveelheden vertonen grote schommelingen. De zomers zijn er heet en droog. Sneeuw komt 's winters vooral voor op de bergtoppen van meer dan 1000 meter en in Thessalië. Athene heeft gemiddeld zes dagen per jaar sneeuwval.

Griekenland heeft het warmste klimaat van alle Zuid-Europese landen met minstens 300 zonnedagen per jaar. In augustus kan de temperatuur tot tegen de 40°C oplopen en voelt het vaak zeer onaangenaam aan in combinatie met de luchtvervuiling. Over het algemeen zijn januari en februari de koudste maanden, juli en augustus de droogste, november en december de natste.

De Etesische wind ontstaat in de zomer boven de Egeïsche Zee. Het is een harde wind die over de Griekse eilanden waait met een kracht van 7 of 8 Beaufort. In Turkije staat deze wind bekend als Meltemi.

Planten en Dieren

Planten

De Griekse flora omvat ten minste 6000 soorten, waarvan er ca. 800 alleen in dat land voorkomen.

advertentie

Bossen PindosgebergteFoto: George Terezakis CC 2.0 Generic no changes made

Lang geleden was Griekenland een zeer bosrijk land. Als gevolg van door de mens op grote schaal uitgevoerde ontbossing en roofbouw en de begrazing door geiten en schapen is daar nog maar een fractie van over. Hierdoor kon de erosie ongehinderd toeslaan wat leidde tot gebergtebodems met een dunne laag verweringsmateriaal waar bijna geen bomen meer kunnen groeien. De bestaande bossen worden nu door de regering beschermd en er vindt nu op grote schaal herbebossing plaats.

De meeste bossen zijn nog te vinden in het Pindosgebergte, waarvan de hellingen voornamelijk bedekt zijn met Griekse zilversparren en Corsicaanse dennen. Onder de 1200 meter vinden we vooral altijdgroene steeneiken, kastanjebomen, Aleppodennen, pijnbomen en haagbeuken. Langs de rivieren staan platanen en populieren en onder de 500 meter groeien wingerd en olijfboom met daar tussendoor maquis (Grieks: lóngos), dicht struikgewas dat twee tot zes meter hoog wordt. In heuvelachtige gebieden ziet men vaak aardbeibomen, buksbomen, cipressen, johannesbroodbomen, laurieren, mirte en zwarte pijnboom. Brem kleurt in het voorjaar veel hellingen geel en ook cactussen, palmen en agaven zijn opvallende verschijningen.

Op droge kalksteenhellingen en op veel eilanden verandert het maquis in garrigue (fryganá), een warboel van stekelige struiken en geurige kruiden als tijm en lavendel. Op de steile hellingen in Noord-Griekenland valt voldoende neerslag voor de kermeseik, de beuk en de jeneverbes.

advertentie

Olijfboomgaard GriekenlandFoto: Dennis Kouto CC 3.0 Unported no changes made

De olijfboom is de meest opvallende boom in het Griekse landschap. Deze boom levert al millennia lang hout en voedsel voor mens en dier. Korfoe is voor 30% bedekt met ca. 4 miljoen olijfbomen.

Ongeveer een op de acht plantensoorten in Griekenland is inheems en komt soms maar op één eiland, één streek of zelfs maar één berg voor. Alleen in het voorjaar zijn anemonen, chrysanten, irissen, narcissen, krokussen en hyacinthen te zien. Margrieten en papavers zijn ook nog wat later in het jaar te vinden. Veel voorkomende kruiden zijn tijm, basilicum, rozemarijn, lavendel, salie, mint en oregano.

Dieren

Door het gebrek aan bossen zijn er maar weinig grote zoogdieren. Het edelhert komt bijna niet meer voor; nog wel de ree en de gems, en verder wat wilde geiten op enkele eilanden en het wilde zwijn. In het noordwesten komen nog wolven voor, de jakhals is algemener. Ook wilde kat, steenmarter, otter, das en wezel worden nog aangetroffen, evenals, langs de kust, de De monniksrob wordt in deze regio echter met uitsterven bedreigd. Konijnen komen in Griekenland bijna niet voor, hazen daarentegen zijn vrij algemeen. In het noorden komt de vrij zeldzame siesel, een soort eekhoorn, voor.

advertentie

Pelikanen GriekenlandFoto: RoubiinakiM CC 4.0 International no changes made

Het aantal vogelsoorten in Griekenland bedraagt ca. 400, mede doordat Griekenland op een migratieroute ligt. In de bergen zijn steen-, slangen-, en dwergarenden, gieren en kleinere roofvogels te zien. Van de 39 in Europa voorkomende roofvogelsoorten zijn er maar liefst 36 gezien in Dadia-woud ten noorden van de Evros-delta bij de Turkse grens; o.a. de vale gier, de aasgier, de balkansperwer en de in Europa zeer zeldzame monniksgier. Op een eiland als Lesbos komt de zeldzame Eleonora's valk voor. Algemeen voorkomende vogels zijn uilen, waaronder de oehoe, ijsvogel, hop, wielewaal, specht, bijeneter en scharrelaar. In rivierdelta's of "wetlands" leven veel waad- en watervogels als aalscholvers, ibissen, lepelaars, tureluurs, zeldzame kroeskoppelikanen bij de Prespa-meren tegen de Albanese grens, ooievaars en flamingo's. Griekenland is ook een veel gebruikte tussenstop voor trekvogels die op weg zijn naar met name Noord-Afrika. Met name Kreta ligt op een ideale positie tussen Afrika en het Europese vasteland.

advertentie

Schildpad GriekenlandFoto: Kernpanik CC 4.0 International no changes made

Bijzondere dieren zijn de Griekse landschildpad, de Moorse landschildpad en de alleen in Griekenland voorkomende landschildpad Testudo marginata; helaas komen er van deze soorten steeds minder voor. Kikkers, padden en niet-giftige slangen komen overal voor, evenals gekko's, kameleons en andere hagedisachtigen. Aan insecten en kevers vinden we veel soorten sprinkhanen, mestkevers, luidruchtige cicades, schorpioenen, duizendpoten. Griekenland kent verder één giftige spinnensoort.

Tot de zeebewoners behoren zwaardvis, makreel, tonijn en sardine, haaien, kreeften, inktvissen, schelpdieren en sponzen. In meren en bergstromen huizen karpers, alen en zoetwaterkreeftjes. Aan de rotskusten komen grote hoeveelheden zee-egels voor. Dolfijnen worden in de wateren rond Griekenland steeds zeldzamer.

Naast huisdieren als katten en honden heeft bijna elk gezin op het platteland wel een of meerdere geiten en of schapen, die de plattelandsbevolking voorzien van melk, kaas (féta) en wol. Het aantal schapen en geiten bedraagt meer dan 10 miljoen. In moeilijk begaanbaar terrein wordt nog vaak gebruik gemaakt van ezels, muilezels en paarden.

Er zijn drie nationale parken die in totaal ca. 52.000 ha groot zijn en op enkele eilanden liggen wat natuurreservaten. De staat van onderhoud van deze gebieden laat nogal te wensen over.

Geschiedenis

Prehistorie en bronstijd

advertentie

Grafcirkel A, en de hoofdingang van de citadel (links), in Mycene.Foto: Andreas Trepte CC 2.5 Generic no changes made

Al in het paleolithicum, de oude steentijd, werd Griekenland bevolkt door mensen die van de jacht en het verzamelen van vruchten leefden. Vanaf ca. 8000-7000 v.Chr. werd de landbouw en de domesticering van dieren vanuit het Midden-Oosten naar Griekenland overgebracht.

De belangrijkste vondsten uit het neolithicum (ca. 6000-3000 v.Chr.) stammen uit de streek Thessalië, met name uit de nederzetting Sésklo. Bijzonder is dat men hier een achthoekig huis heeft gevonden. Tot die tijd werden er voornamelijk ronde huizen gebouwd. De handgevormde keramiek die hier gevonden is, is ook terug te vinden in andere Griekse streken.

Met de bronstijd (ca. 3000 v.Chr.) begint de Helladische cultuur op het Griekse vasteland. Het brons werd ingevoerd uit Klein-Azië en wordt nu op verschillende plaatsen gevonden. Rond 1900 v.Chr. komt de vorming van het Griekse volk goed op gang als er zich verschillende Indo-Europees sprekende stammen verspreiden over het hele Griekse grondgebied. Bekende namen als Olympia, Mycene en Tiryns behoren tot de vindplaatsen. Deze immigranten brachten de oudste fase van de Griekse taal mee en andere cultuurelementen die later zo bekend zouden worden, zoals bijvoorbeeld de hemelgod Zeus.

Deze volkeren werden ook sterk beïnvloed door de Minoïsche cultuur die op dat moment op Kreta furore maakte. De combinatie van deze twee culturen leidde in het laat-Helladische tijdvak tot een hoogtepunt in de Myceense cultuur. De dominantie van de Myceense cultuur op het vasteland betekende nog lang geen staatkundige eenheid; waarschijnlijk stond aan het hoofd van elk district een priester-koning die aan de top stond van een paleisbureaucratie.

In deze periode ontwikkelde zich tussen Kreta en het Griekse vasteland de eilandengroep Cycladen als vertrekpunt voor de handelsconnecties die in zowel het oosten als het westen aangegaan werden.

De "dark ages" (ca. 1200–800 v.Chr.)

advertentie

Oud-Grieks paar terracotta laarzenFoto: Sharon Mollerus CC 2.0 Generic no changes made

O.a. door de grote volksverhuizingen rond 1200 v.Chr. was de Myceense cultuur ten onder gegaan en begon in Griekenland de ijzertijd en was de vorming van het historische Griekse volk voltooid. Cultureel was er een terugval en over de historische ontwikkelingen in deze tijd is niet veel bekend, vandaar de term "donkere eeuwen". Aan het einde van dit tijdperk ontstond wel het wereldberoemde epos van Homerus, Ilias & Odyssee.

In deze periode vielen de Doriërs Griekenland binnen en weken de Ioniërs uit naar de eilanden in de Egeïsche Zee en de kust van Klein-Azië. Net als op Kreta ontstond daar de typische Griekse staatsvorm, de polis. Deze staatsvorm zou ook vrij snel op het Griekse vasteland zijn intrede doen. De polis was een aristocratische regeringsvorm die steunde op grootgrondbezit of wat daarvoor moest doorgaan. De adel kreeg wel concurrentie van een klasse die fortuin gemaakt had met de handel.

In deze tijd ontstond ook het alfabetische schrift, min of meer overgenomen van het zeevaardersvolk der Foeniciërs. Het sociale milieu werd nog beheerst door de "phyle", de oude stamverbanden, die nog dateerden uit de Helladische periode.

Het kolonisatietijdperk (ca. 800/750–600 v.C.)

advertentie

Overblijfselen van SpartaFoto: David Holt CC 2.0 Generic no changes made

In deze periode veranderde er veel, o.a verdween het koningschap, behalve in Sparta. Steeds belangrijker werden de handel (opkomst muntgeld) en ook een vorm van industrie stak de kop op. De middenstand werd een nieuwe klasse en zou de kern van het leger worden. Als gevolg daarvan ging men ook politieke eisen stellen.

Toch ontwikkelden de industrie en de handel zich niet snel genoeg en er ontstond voedselgebrek door de o.a. de schrale bodem en dit leidde tot overbevolking en grote spanningen op politiek en sociaal gebied. Hierdoor ontstond een enorme kolonisatiebeweging waarbij de Grieken zich vestigden aan haast alle kusten van het Middellandse-Zeegebied. De opkomst van Perzië, Carthago en Etrurië maakte een eind aan deze bewegingen. Op politiek en militair terrein ontwikkelde Sparta zich tot de machtigste staat en op cultureel gebied voerde Ionië de boventoon.

De 6e eeuw v.Chr.

Stadion OlympiaFoto: Drno CC3.0 Unported no changes made

Door de sociale en politieke spanningen stonden de meeste staten onder leiding van een "tyrannos", machtige mannen uit de aristocratie, die met steun van de bevolking de alleenheerschappij naar zich toe trokken. Alleen Sparta, dat vrijwel de hele Peloponnesos had verenigd in een militaire bond, wist zich hieraan te onttrekken.

In deze eeuw deed ook Athene steeds meer van zich spreken. In het kolonisatietijdperk had het geheel Attica al tot één grote polis verenigd en men voelde dan ook geen noodzaak om aan het koloniseren mee te doen. Solon, die ook een groot aantal wetten ontwierp, probeerde de economische problemen op te lossen door de handel en de industrie te stimuleren maar dat lukte nauwelijks. Daardoor staken ook in Athene sociale spanningen de kop op en was de komst van een tiran onvermijdelijk (Pisistratus). Op cultureel gebied ging Athene ook voorop lopen en verder bleven Ionië en de Griekse gebieden in het westen, Sicilië en Zuid-Italië, belangrijk.

Dit was ook de bloeitijd van de Olympische en Pythische spelen in samenhang met de verering van gemeenschappelijke goden. Clisthenes stichtte op het einde van de 5e eeuw v.Chr. in Athene de democratie.

De 5e eeuw v.Chr.

Slag bij SalamisFoto: Publiek domein

In 500 v.Chr. brak in Klein-Azië een opstand uit van de Ioniërs geholpen door Athene tegen het Perzische rijk van koning Darius. Darius stuurde daarop een strafexpeditie naar Athene die echter totaal mislukte bij Marathon in 490 v.Chr. Daarmee begonnen de Perzische Oorlogen, de grote krachtmetingen tussen oost en west. In 480-479 v.Chr. verloor Xerxes, de zoon van Darius, de belangrijke slagen bij Salamis en Plataeae en was de vrijheid gered o.a. door de voorbeeldige samenwerking tussen Athene en Sparta.

Zowel Athene als Sparta eisten de overwinning op, waardoor de rivaliteit tussen de beide steden weer gevaarlijke vormen aannam. In 431 v.Chr. mondde die spanning ten slotte uit in een oorlog die de hele Griekse wereld verdeelde. In de tweede helft van de oorlog die van 413 tot 404 v.Chr. duurde won Sparta met behulp van de Perzen de strijd. Athene en Sparta waren echter zo verzwakt door de oorlog dat Thebe in het machtsvacuüm sprong en in 371 v.Chr. zelfs het onoverwinnelijk geachte Sparta op eigen bodem versloeg. De heerschappij duurde maar kort want het Macedonische Rijk was zich in deze tijd aan het uitbreiden.

De 4e eeuw v.Chr.

Standbeeld van Alexander de Grote in ThessalonikiFoto: Nikolai Karaneschev CC 3.0 Unported no changes made

Foto:Athene herstelde zich snel van de nederlaag, maar het grote imperium, ontwikkeld uit de Delisch-Attische Zeebond, was verloren gegaan. Sparta domineerde echter in die tijd met behulp van de sluwe Perzen. De bevolking was hierover echter niet te spreken en er ontstond een serie conflicten tussen de staten onderling waarvan de Korinthische Oorlog zeer bekend werd. Ook werd de Tweede Attische Zeebond opgericht.

Door de handel en de industriële ontwikkeling nam de welvaart toe, maar de rijkdom werd grotendeels verspild aan oorlogvoering en belegd in het houden van slaven. Verder ontstond er een groep ontheemden, b.v. ballingen, die zich aan de meest betalende als huursoldaten verkochten. De polis konden al deze problemen niet oplossen dus samenwerking was geboden en er ontstond langzamerhand een Pan-Helleense gedachte met als doel eenheid onder de Grieken en wraak op de grote vijand Perzië.

De Grieken werden echter afgetroefd door Philippus II van Macedonië. Onder zijn hegemonie werd een coalitie van Griekse stadstaten waaronder Athene, verslagen in de slag bij Chaerona in 338 v.Chr. Na de moord op Philippus trad zijn zoon Alexander de Grote in de voetsporen van zijn vader en veroverde het Perzische rijk. Cultureel was het een bloeiperiode van de retorica en de wijsbegeerte en ging de beeldende kunst niet over de goden maar over het menselijk schoonheidsideaal.

Het Hellenisme en de Romeinse periode

Gevleugeld Nike van Samothrake, hoogtepunt van de Hellenistische periodeFoto: Marie-Lan Nguyen in het publieke domein

Het optreden van Alexander de Grote zorgde ervoor dat de stadstaten uit hun zelfgekozen beslotenheid kwamen en begon de Griekse cultuur aan een triomftocht. De politieke macht werd verdeeld na de zogenaamde "Diadochenoorlogen" door de opvolgers van Alexander de Grote.

Die strijd mondde in de 3e eeuw v.Chr. uit in drie rijken, het Ptolemeïsche Egypte, het Seleukische Syrië, waarvan Perzië een onderdeel was, en Macedonië onder de nakomelingen van Antigonus de Eenogige. De oosterse elite in de steden werd door de emigratie van Griekse handelaars, kolonisten en Mecedonisceh garnizoenen snel gehelleniseerd, zodat het "koiné", een verbastering van het klassieke, Attische Grieks, de "lingua franca" (voertaal) werd van het Midden-Oosten. Deze verbreiding van de Griekse cultuur wordt het hellenisme genoemd.

De Grieken hadden ondertussen niet gemerkt dat er vanuit het westen een grote gevaarlijke mogendheid ontstaan was; de Romeinen. Zij bemoeiden zich al snel met de politieke en militaire strijd in Macedonië en Griekenland. Vanaf 215 v.Chr. startten de Romeinen militaire acties die in 196 v.Chr. met de beëindiging van de Macedonische heerschappij over Griekenland werden afgerond.

De Romeinen kwamen al snel in conflict met de Achaiïsche Bond waarop Korinthe in 146 v.Chr. verwoest werd, de Achaiïsche Bond ontbonden en Griekenland ingelijfd bij de "provincia" Macedonië. Zeer opmerkelijk was dat de bovenlaag van de Romeinse maatschappij vrij snel gehelleniseerd werd en veel Griekse ideeën en filosofieën overnam.

Onder Octavianus werd Griekenland de zelfstandige provincie Achaia, maar ging de politieke vrijheid verloren en de economische toestand achteruit. Op intellectueel gebied werden er echter nog steeds grote prestaties geleverd door wijsgeren en schrijvers, waar zelfs jonge Romeinse intellectuelen naartoe trokken.

De Byzantijnse periode (330–1204)

Kloosters van Meteora uit de Byzantijnse periodeFoto: Takeaway at english wikipedia CC 3.0 Unported no change made

Net als in de Romeinse tijd bleef de Griekse taal en cultuur de basis voor de Byzantijnse beschaving maar speelde het als politiek en militaire macht een ondergeschikte rol in het Byzantijnse Rijk. Kort voor 400 werd Griekenland bezet door de Visigoten en in de 6e en7e eeuw richtten Slavische horden in Macedonie, Thessalie en Epirus vele verwoestingen aan. Zij vestigden zich in het land en koloniseerden in de achtste eeuw de Peloponnesos.

Het gevolg van deze invasies was dat er zich een grote Slavischsprekende bevolking op Griekse bodem vestigde. Eind 7e eeuw werd Centraal-Griekenland ondergebracht in en aparte administratieve eenheid, een zogeheten "theme", die onder leiding stond van een militaire gouverneur. Omdat Byzantium de greep begon te verliezen werden er overal themes gecreëerd en vanaf 800 was er weer sprake van effectief bestuur vanuit Byzantium. In de 9e en 10e eeuw was een Griekenland een land zonder opvallende steden.

De kerstening van Slaven was succesvol, ook al doordat ze deelgenoot werden van de totale Griekse cultuur. In 1054 scheidde de oosterse of Grieks-orthodoxe Kerk, onder leiding van de patriarch van Byzantium, zich af van de kerk van Rome.

In de 10e tot de 12e eeuw vestigden de Walachen zich in o.a. Thessalië en Aetolië. Ondanks al deze vreemd elementen en de Saraceense zeeroverij vanuit Kreta, bleven de Griekse kuststeden economisch gezond door de zijde-industrie en door het vrachtvervoer in de oostelijke Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Door zware belastingen en feodale misstanden werd Griekenland op de rand van de afgrond gebracht. Daar kwam nog bij dat Venetië het handelsmonopolie in de Egeïsche Zee en de Zwarte Zee afgedwongen had door de hulp die het Constantinopel geboden had in de strijd tegen de Noormannen in Zuid-Italië.

De Latijnse periode en de Turkse opmars (1204–ca. 1460)

Ottomaanse Janitsaren en verdedigende ridders van Sint-Jan, belegering van Rhodos, 1522Foto: Publiek domein

Na de Vierde Kruistocht werd het Byzantijnse Rijk in 1204 verslagen en viel Griekenland uiteen. Tot 1261 regeerde het Latijnse Keizerrijk van Constantinopel maar werd in 1261 heroverd door het Griekse keizerrijk Nicea-Byzantium, dat ook al het koninkrijk Saloníki had teruggewonnen. In 1262 werd de Peloponnesos opnieuw bezet door de Paleologen van Constantinopel.

In 1318 volgde Thessalië en in 1336 Epirus in het westen. In 1349 ging Epirus weer verloren aan de Serviërs. In 1354 vielen de Turken Europa binnen, en bezetten in 1393 Thessalië. Rond 1400 bezat het Byzantijnse Rijk alleen nog de hoofdstad Constantinopel, Saloníki en de Peloponnesos. Ook het hertogdom Athene van de Bourgondiër Othon de la Roche kende vele bezetters. In 1311 werd het door Catalaanse huurlingen veroverd; in 1388 kwam de Florentijnse bankiersfamilie Acciaiuoli aan de macht totdat het veroverd werd door de Turken in 1456. Ook het prinsdom Achaia-Moreia viel in 1461 aan de Turken toe, die vanaf die tijd vrijwel geheel Griekenland beheersten.

Ook de Griekse eilanden werden door vele verschillende machten bezet waaronder de Turken, de Venetiërs, de Genuezen en de johannieterridders. In tegenstelling tot de Turkse bezetting kreeg de Frankisch-Italiaanse overheersing in Griekenland bijna nergens een sterke greep op volk, cultuur of godsdienst.

Na de val van de Byzantijnse hoofdstad Constantinopel in 1453 kende Griekenland opnieuw een centralistisch staatsbestel. In dit geval regeerden de Turken vanuit Sofia maar het zou nog tot 1566 duren voordat alle eilanden in de Egeïsche Zee veroverd waren. Kreta werd zelfs pas in 1669 veroverd en behoorde regelmatig tot Venetië.

Er vonden al snel opstanden plaats, met name tegen de Turkse gouverneurs die de bevolking onderdrukten en afpersten. De sultan van de Turken daarentegen liet de Grieken een grote mate van zelfstandigheid, met name de positie van de Griekse kerk werd niet aangetast. Met de verzwakking van het Osmaanse Rijk kon er een nationale beweging ontstaan, die bovendien geholpen werd door de grote mogendheden die zich tegen de Turken afzetten als een constante bedreiging. Ook de Franse Revolutie stimuleerde de opkomst van een nationaal besef. Het streven van de Grieken om los te komen van het in ontbinding verkerende Turkse Rijk, werd door de grote mogendheden in 1815 besproken op het Congres van Wenen, maar Engeland voelde er niet veel voor, omdat het de veroverde Ionische eilanden voor zichzelf wilde behouden.

De vrijheidsoorlog

Slag bij NavarinoFoto: Publiek domein

In 1821 brak op de Peloponnesos een opstand tegen de Turken uit die het begin zou zijn van de onafhankelijkheidsoorlog. In deze strijd waren de diverse partijen regelmatig aan de winnende hand. De Turken werden gesteund door de Egyptenaren, en de Grieken werden gesteund door de Engelsen en kregen later ook nog militaire hulp van de Russen en de Fransen. In 1827 ging de Slag in de Baai van Navarino verloren voor de Turken en bij de Vrede van Adrianopel in 1829 erkende Turkije de onafhankelijkheid van Griekenland. Nafplion werd de hoofdstad, maar in 1834 koos men daarvoor Athene.

Pas in 1833 verlieten de Turken de Akropolis te Athene. Het noorden en de meeste eilanden waaronder Kreta bleven nog onder Turkse of Engelse overheersing.

Het onafhankelijke Griekenland

Koning George I van GriekenlandFoto: George E. Koronaios CC 4.0 International no changes made

De kersverse staat was economisch zwak en politiek zeer verdeeld en werd sterk beïnvloed door Engelsen, Fransen en Russen. In feite wilde men het herstel van het Byzantijnse Griekenland met Constantinopel en Klein-Azië. De eerste “president”, Capodistrias, werd voor zeven jaar tot president benoemd, maar werd al in 1831 vermoord. De Engelsen wilden toen een Europese prins op de troon en in 1832 aanvaardde koning Lodewijk I van Beieren de Griekse kroon voor zijn zoon Otto, die in 1833 voor het eerst de Griekse bodem betrad.

Otto I was sterk voorstander van een centraal gezag en kwam daarmee in conflict met de aristocratie en de geestelijken die onder de Turken in de regio veel macht bezaten en dat nu dreigden kwijt te raken.

Een rebellie in 1843 – doorgevoerd door de ‘Russische Partij’ – dwong hem om aan Griekenland een constitutie te beloven. Ook werd de koning gedwongen om zijn Beierse minister te vervangen door Grieken. Deze grondwet werd in 1844 door de volksvertegenwoordiging aangenomen en door de koning aanvaard.

Tijdens de Krimoorlog leed Griekenland een echec; toen het opstanden in het nog Turkse Epirus en Thessalië wilde steunen, bezette een Engels-Frans vlooteskader Athenes haven, Piraeus (1854–1857). In oktober 1862 werd koning Otto door een opstand tot aftreden gedwongen. De volksvertegenwoordiging bood onder invloed van de Engelsen de troon aan, aan de Deense prins Willem van Denemarken, die koning werd onder de naam George I. Hij aanvaardde zijn regering op 31 oktober 1863 en zou regeren tot 1913. Als beloning en een soort huwelijksgeschenk kregen de Grieken van Engeland in 1864 de Ionische eilanden. In 1866 volgde er een opstand van de Kretenzers, gesteund door de Grieken, tegen de Turken.

Tegelijkertijd probeerden de Grieken om Epirus en Thessalië te verwerven maar werden hierin dwars gezeten door de grote mogendheden. In 1881 werden bepalingen uit het Congres van Berlijn verzilverd en werd het grootste deel van Thessalië en een klein stukje van Zuid-Epirus aan Griekenland toegewezen. In 1896 wederom een opstand op Kreta en nu stuurde Griekenland troepen naar Macedonië alwaar de Grieken een grote nederlaag leden. Ook nu legden de grote mogendheden de Grieken een regeling op: Turkije kreeg enkele grenscorrecties in het noorden maar moest toestaan dat Kreta autonoom werd met een zoon van de Griekse koning als gouverneur.

Na een aantal opstanden trad deze in 1906 af en beslisten wederom de grote mogendheden over het lot van Kreta. De Grieken beschouwden deze inmenging als een grote vernedering en dit veroorzaakte een golf van nationalisme, waardoor in 1910 Venizelos minister-president werd. Pas na de Balkanoorlogen kon Griekenland zijn grondgebied uitbreiden met Macedonië, een deel van Zuid-Epirus en een aantal Egeïsche eilanden, waaronder Kreta.

Na de gewelddadige dood van George I in 1913 kreeg zijn zoon en opvolger Constantijn I te maken met de Eerste Wereldoorlog. Meteen ontstonden er problemen tussen de koning en Venizelos. De koning was een zwager van de Duitse keizer Wilhelm II, en hij wilde neutraal blijven. Venizelos koos voor de gealllieerden waarna in 1915 Venizelos door de koning ontslagen werd. In 1916 richtte hij in Saloníki een tegenregering op. Tegelijkertijd blokkeerden de gealllieerden de kust van het aan Constantijn trouw gebleven midden en zuiden van het vasteland.

In juni 1917 werd Constantijn gedwongen om af te treden ten gunste van zijn zoon Alexander en werd Athene bezet door de Fransen. Venizelos vestigde zijn gezag nu in het hele land en verklaarde in juni 1917 de oorlog aan Duitsland. Griekenland nam in de herfst van 1918 deel aan het offensief dat leidde tot de capitulatie van Bulgarije in 1918.

Bij het verdrag van Neuilly in november 1919 verwierf Griekenland het Bulgaarse westelijk Thracië. Het Vredesverdrag van Sèvres in 1920 bepaalde dat de Grieken Europees Turkije en Smyrna (nu: Izmir) zouden krijgen. De Turken, onder leiding van Kemal Atatürk, weigerden hieraan mee te werken. Na de dood van koning Alexander in oktober 1920 en de terugkeer van Constantijn werd Venizelos terzijde geschoven. Alleen Engeland steunde de Grieken nog in hun streven naar expansie in Klein-Azië en dat leidde tot een verpletterende nederlaag in 1922 tegen de Turken.

Koning George II van GriekenlandFoto: Publiek domein

De koning trad af ten gunste van zijn zoon George II die op zijn beurt weer in 1923 werd afgezet. Bij de vrede van Lausanne in 1923 werd besloten tot een grootscheepse Grieks-Turkse bevolkingsruil en moest Griekenland berusten in de annexatie van de Dodekánesos door Italië. Dit gedeelte van het huidige Griekenland was al in 1912 door Italië op de Turken veroverd. Verder moesten de Grieken Adrianopel en Smyrna aan Turkije teruggeven.

In de jaren twintig van de vorige eeuw bleef Griekenland een land van grote politieke tegenstellingen en in 1924 werd het dan ook officieel een republiek met de militair Koundouriótis als president. Van januari tot augustus 1926 was er kort een militaire dictatuur onder generaal Pángoulos. Na de verkiezingen van 1928 kwam Venizelos weer aan het bewind en zich wist te verzoenen met Turkije. In de periode tot de Tweede Wereldoorlog werden de meeste kabinetten door de militairen ten val gebracht. In 1935 werd koning George II na een volksstemming uit zijn ballingschap teruggeroepen, maar al snel weer opgevolgd door de dictator Metaxas, een bewonderaar van Hitler en Mussolini.

Tweede Wereldoorlog en burgeroorlog

Anti-Communistische posterFoto: Publiek domein

Voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak probeerde Metaxas vanwege economische motieven zowel Duitsland als Engeland te vriend te houden. In oktober 1940 vielen de Italianen Griekenland binnen maar stuitten op zeer felle tegenstand en konden alleen met behulp van de Duitsers in april 1941 Griekenland veroveren. In mei van datzelfde jaar werd ook Kreta veroverd door de Duitsers. Het grootste deel van het land werd bezet door Italië, Duitsland bezette o.a. Piraeus en Saloníki. Een klein deel van Griekenland werd door Bulgarije geannexeerd. De koning en de regering vluchtten naar het buitenland. Het bestuur was in handen van een aantal stromannen van de Duitsers, o.a. Tsolakoglou, Logothetopoulos en Rallis. Al snel ontstonden er allerlei verzetsbewegingen die elkaar zelfs beconcurreerden maar die wel nauw samenwerkten met de Britten.

De geëmigreerde koning en de regering hadden ondertussen weinig meer te vertellen en dit leidde met goedkeuring van de Britten in september 1944 tot een regering van "Nationale Eenheid" met als minister-president Papandreou, die zich op 18 oktober 1944 vestigde in Athene. De Britten waren in september al in Griekenland geland en eisten de ontbinding van alle guerilla-groepen. Een van deze groepen, de EAM, weigerde dit en de ELAS maakte zich meester van het grootste deel van Griekenland maar werd nog datzelfde jaar bedwongen door de Britten. Daarop trad Papandreou af en de koning wilde alleen terugkeren als het volk daar expliciet om zou vragen. Als gevolg van deze situatie werd de aartsbisschop van Athene tot regent uitgeroepen.

De strijd met de ELAS werd begin 1945 gestaakt na onderhandelingen maar de communisten bleven vanuit het noorden militair actief. In maart 1946 werden er verkiezingen gehouden en een volksstemming leidde in september tot de terugkeer van de Griekse koning George II.

De Dodekánesos en de door Bulgarije geannexeerde gebieden kreeg Griekenland weer terug bij de in 946 gehouden Vrede van Parijs. Ook de financiële schadeloosstelling door Italië werd hier geregeld. En daarbovenop kwam nog de hulp van de Verenigde Staten onder president Truman. Koning George II overleed in 1946 en wed opgevolgd door zijn broer Paul I. Onder zijn bewind kwam er in 1949 een einde aan de al jaren durende communistische opstand. In 1947 woedde de burgeroorlog op zijn hevigst; de regeringsgetrouwe troepen werden aangevoerd door Papagos; de goed bewapende communisten, geleid door de stalinistische "generaal" Markos, hielden strooptochten door het land en voerden o.a. 26.000 Griekse kinderen weg naar communistische buurlanden. In 1948 liep de strijd af door het infrijpen van een Engels leger, onenigheid onder de communisten, leveranties van Amerikaanse wapens aan de regeringstroepen en door gebrek aan wapens bij de communisten.

Belangrijk in deze jaren was ook de breuk tussen Stalin van Rusland en Tito van Joegoslavië in 1948 waardoor de Joegoslavisch-Griekse grens in 1949 gesloten werd.

De jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw

Papagos GriekenlandFoto:van Duinen/Anefo in het publieke domein

In 1952 trad Griekenland toe tot de NAVO en onder Papagos van de nieuwe partij "Griekse Concentratie" volgde een stabielere tijd en verbeterde de relatie met de buurlanden. In 1954 werd er zelfs een bondgenootschap gesloten tussen Griekenland, Joegoslavië en Turkije. Dit bondgenootschap had echter weinig kans van slagen, o.a. door de kwestie Cyprus waardoor de betrekkingen tussen Griekenland en Turkije explosief werden.

De Cypriotische beweging die aansluiting bij Griekenland nastreefde (enosis), leidde in 1954 tot relletjes in Griekenland zelf en de kwestie werd door Papagos aan de Verenigde Naties voorgelegd. In 1955 begon het conflict op het eiland onder leiding van Grivas te escaleren waardoor de betrekkingen tussen Griekenland en Turkije op een dieptepunt kwamen. In 1955 stierf Papagos en hij werd opgevolgd door Karamanlis, de leider van de nieuwe partij Nationale Radicale Zunie (ERE). Karamanlis probeerde het Cypriotische conflict via onderhandelingen op te lossen en bleef trouw aan de NAVO. In 1960 werd de Republiek Cyprus gesticht.

In 1963 trad Karamanlis af toen de koning een regeringsadvies om een staatsbezoek aan Engeland uit te stellen niet opvolgde. Ook de voortdurende inmenging van de kroon in de politiek was hem al langer een doorn in het oog.

In twee opeenvolgende algemene verkiezingen won de partij van de hervormingsgezinde Papandreou veel zetels in het parlement.

In mei 1965 werd er een geheime organisatie ontdekt van linkse legerofficieren, en waaraan de zoon van Papandreou steun zou hebben gegeven. Papandreou zelf wilde het leger zuiveren van "anti-democratische en fascistische figuren", in feite tegenstanders van hem. Koning Constantijn II, de opvolger van de in 1964 overleden Paul I, weigerde dan ook om ontslag te verlenen aan de minister van defensie, die een tegenstander was van Papandreou in het kabinet. In juli 1965 trad de regering-Papandreou af en vonden er heftige pro-Papandreou demonstraties plaats in heel Griekenland. Na de verkiezingen probeerde de koning kabinetten van anti-Papandreou mensen te vormen. De parlementair-constitutionele crisis bleef zo voortduren en op 21 april 1967 pleegde een groep ultrarechtse officieren een staatsgreep, de zogenaamde "kolonels".

Militaire regimes (1967–1974)

Vlag van Griekenland geadopteerd door de JuntaFoto: Publiek domein

Constantijn legde zich bij de situatie neer en benoemde de politicus Kollias tot minister-president van een door militairen als Papadopoulos en Patakos beheerste regering. In december deed Constantijn een zwakke poging het regime ten val te brengen. Hierna vluchtte hij naar Italië om zich inballingschap te begeven en werd de militair Papadopoulos president en Zoitakis tot regent voor de gevluchte koning benoemd. In zijn eerste regeerperiode trok Papadopoulos steeds meer macht naar zich toe tot hij uiteindelijk in 1972 zelfs regent werd. Tenslotte riep hij op 1 juni 1973 de republiek uit en kwam er aan de monarchie definitief een einde.

Al op 25 november 1973 werd de regering Papadopoulos ten val gebracht door een aantal generaals o.l.v. brigadegeneraal Joannidis, een van zijn vroegere medestanders. Door de slechte economische situatie en door de afgang in de Cyprus-kwestie (de Turken landden in 1974 aan de noordkust van Cyprus terwijl het Griekse bewind machteloos moest toekijken) eisten een groot aantal officieren dat de militairen plaats moesten maken voor een burgerregering.

Herstel van de burgerregering

Konstantin karamanlis GriekenlandFoto: Institution:Greek State General Archives CC3.0 Unported no changes made

In juli 1974 werd besloten om oud-premier Karamanlis uit Parijs terug te roepen, en hij stelde een "kabinet van nationale Eenheid" aan. De grondwet van 1952 werd ook weer in werking gesteld en de staatsvorm zou door middel van een referendum gekozen worden.

De onderhandelingen met de Turken over Cyprus mislukten en in augustus 1974 Veroverden de Turken bijna 40% van het eiland, waarna de situatie aan de Verenigde Naties werd voorgelegd.

Op 17 november 1974 werden de verkiezingen met een ruime meerderheid (56%) gewonnen door de partij van Karamanlis, de Nieuwe Democratie (ND). Het derde kainet-Karamanlis hield een referendum over de staatsvorm en bijna 70% van de stemmers was tegen een terugkeer van de monarchie. In juni 1975 werd er een nieuwe grondwet aangenomen en werd K. Tsatsos de nieuwe president.

In de loop van 1976 namen de spanningen tussen Griekenland en Turkije weer toe en werd ook de status van Egeïsche Zee een meningsverschil. Ook de terugkeer van Griekenland in de bevelsstructuur van de Navo ging met veel problemen gepaard omdat ook Turkije lid was van het bondgenootschap. Pas in maart 1978 trad er enige verbetering op in de betrekkingen met Turkije.

Periode vanaf 1980

Andreas Papandreou GriekenlandFoto: Eric Koch/Anefo in het publieke domein

De verkiezingen van 20 november 1977 werden weer gewonnen door Karamanlis en in zijn vierde regeerperiode trad Griekenland toe tot de Europese Gemeenschap en werd hij in 1980 tot president gekozen. In 1981 werd de Panhelleense Socialistische Partij (PASOK) de grootste partij van het land en Andreas Papandreou minister-president. Zijn voorgenomen hervormingen, o.a. op sociaal gebied, konden maar gedeeltelijk gerealiseerd worden. In 1985 werd de partijloze Christos Sartzetakis tot president gekozen en verloor de PASOK bij de verkiezingen de absolute meerderheid. Als grootste partij mocht de PASOK echter wel doorregeren.

De verkiezingen van 1989 leverden weer geen winnaar op en tot april 1990 werd Griekenland geregeerd door een aantal interim-kabinetten. Konstantinos Mitsotakis lukte het om een ND-regering te formeren en Karamanlis werd weer tot staatshoofd gekozen. Vanaf 1990 leverden de vele vluchtelingen uit Albanië grote problemen op in Griekenland. De relatie met de andere EG-landen kwam onder druk te staan door de kwestie-Macedonië. De Grieken hielden de erkenning door de EG van de onafhankelijke republiek Macedonië tegen omdat men bang was dat de Macedoniërs aanspraken zouden gaan maken op de Griekse provincie met dezelfde naam.

In 1993 mocht ex-koning Constantijn Griekenland weer als "burger" bezoeken. In datzelfde jaar won de PASOK van Papandreou de verkiezingen en hij werd dan ook de nieuwe premier. In maart 1995 trad president Karamanlis af en werd opgevolgd door Kostas Stefanopoulos, een partijloze politicus.

De betrekkingen met Turkije bereikten een dieptepunt in januari 1996 over nota bene een piepklein onbewoond Grieks eilandje. Het ging zelfs zover dat er bijna een oorlog uitbrak tussen de twee landen. In juni overleed premier Papandreou die al in januari was opgevolgd door Konstantinos Simitis. In september werden er vervroegde verkiezingen gehouden die werden gewonnen door de PASOK, die haar meerderheid in het parlement behield.

In het slepende conflict met Albanië over de positie van de Griekse minderheid in dat land en de in Griekenland werkende Albanezen leek verbetering te komen door de ondertekening in maart 1996 van een vriendschapsverdrag. Op 23 juni 1996 overleed Papandreou.

De relatie met Turkije bleef gespannen. In februari 1997 dreigde Athene de uitbreiding van de Europese Unie met Oost-Europese landen te blokkeren, als de Turks-Cyprioten zouden mogen deelnemen aan de onderhandelingen over de toetreding van Cyprus. Tot zeer grote spanningen leidde het feit dat Griekenland in 1998 het omstreden Grieks-Cypriotische besluit tot aanschaf van Russische luchtafweerraketten verdedigde.

Griekenland wijzigde deze opstelling toen Turkije aankondigde de plaatsing als een oorlogshandeling te beschouwen. In juni 1998 dwarsboomde de Griekse regering een EU-voorstel voor economische hulp aan Turkije, waarmee de EU de betrekkingen met Turkije wilde verbeteren.

In februari 1999 arresteerden Turkse commando’s de Koerdische PKK-leider Öcalan, nadat hij de Griekse ambassade in Kenia, waar hij zijn toevlucht had gezocht, had verlaten. Ernstige fouten van Griekse zijde hadden de arrestatie mogelijk gemaakt en brachten de Griekse regering in een lastig parket, temeer daar de Griekse bevolking – die sympathiseert met de Koerdische onafhankelijkheidsstrijd – het voorval interpreteerde als een vernedering door aartsvijand Turkije. Premier Simitis ontsloeg drie ministers die hij mede verantwoordelijk hield voor de fouten, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Theodoros Pangalos. Deze werd opgevolgd door Georgios Papandreou, de zoon van staatsman Andreas Papandreou.

Griekenland nam als lid van de NAVO in 1999 een dubbelzinnige houding aan in de Kosovo-oorlog. Het Griekse volk voelt zich traditioneel verbonden met het Servische dat ook het orthodox-christelijke geloof aanhangt. Een grote meerderheid van de Grieken was fel tegen de NAVO-aanvallen die vanaf eind maart op Servië werden uitgevoerd. De Griekse regering deed aanvankelijk een beroep op de NAVO de bombardementen te staken, maar moest onder druk van de Verenigde Staten haar positie herzien. Dit bracht premier Simitis in een netelige situatie, omdat hij de nationalisten in zijn partij tevreden moest zien te houden en anti-NAVO-acties in Griekenland voortduurden. De samenwerking met de NAVO ging dan ook niet van harte.

Begin 1999 viel het Grieks-Cyprische besluit af te zien van de plaatsing van Russische S300 luchtdoelraketten. Dit verminderde aanvankelijk de Grieks-Turkse spanningen. De Grieken kwamen echter niet onder hun contract met Rusland uit. Op 9 februari tekenden Cyprus en Giekenland een verdrag over de plaatsing van de raketten op Kreta. Turkije reageerde als door een wesp gestoken. De betrekkingen met Turkije verbeterden echter aanzienlijk nadat dit land op 17 augustus door een zware aardbeving werd getroffen. Griekenland kwam Turkije onmiddellijk rechtstreeks te hulp en steunde een EU-voorstel voor een grootschalig hulpprogramma. Minister van Buitenlandse Zaken Papandreou gaf de nieuwe koers vorm en startte een voorzichtige politiek van bilaterale samenwerking. Deze bereikte begin oktober 1999 een hoogtepunt tijdens een bezoek aan Turkije, toen Papandreou aankondigde dat Griekenland niet langer het Turkse lidmaatschap van de EU in de weg zou staan.

21e eeuw

Sinitis GriekenlandFoto: Heinrich-Böll-Stiftung CC 2.0 Generic no changes made

Met ruime meerderheid koos het Griekse parlement op 8 februari 2000 Kostas Stefanopoulos voor een tweede termijn van vijf jaar tot president.

Bij de parlementsverkiezingen op 9 april 2000 werd Nieuwe Democratie in een spannende race verslagen door PASOK. PASOK behaalde 43,8% van de stemmen, tegenover 42,7% voor Nieuwe Democratie. De verkiezingsuitslag zorgde niet voor ingrijpende kabinetswijzigingen. Direct na zijn overwinning verklaarde premier Simitis dat hij politieke continuïteit nastreefde in verband met de gewenste Griekse toetreding tot de EMU en de toenadering tot Turkije. Op 25 april 2000 ging het parlement akkoord met het nieuwe regeringsprogramma, met onder meer als kernpunt versterking van de positie van Griekenland binnen de Europese Unie.

De verkiezingsoverwinning van PASOK stelde premier Simitis in staat zijn succesvolle economische bezuinigingspolitiek voort te zetten. In het voorjaar 2000 bedroeg de inflatie voor het eerst in 30 jaar slechts 2,9%. Hiermee kwalificeerde Griekenland zich voor deelname aan de Europese Monetaire Unie. Het Europees parlement nam op 18 mei 2000 met grote meerderheid een resolutie aan waarin werd gepleit voor Griekse toetreding tot de eurozone per 1 januari 2001. Op 19 juni volgde de officiële goedkeuring van de Raad van Ministers.

Sinds Griekenland en Turkije in 1999 werden getroffen door zware aardbevingen, is er sprake van voorzichtige toenadering tussen beide landen. In 2000 werden vijf samenwerkingsverdragen getekend op het gebied van economie, wetenschap, cultuur, maritieme handel en de douane. In oktober namen beide landen deel aan een gemeenschappelijke NAVO-oefening in de Egeïsche Zee, waarbij de geplande aanwezigheid van Griekse militairen en materieel op Turks territorium aanvankelijk als een doorbraak werd gezien.

De relatie kwam echter weer onder druk te staan toen een oud militair meningsverschil over het luchtruim van twee Griekse eilanden weer opspeelde. Uiteindelijk trok Griekenland zich terug uit de oefening. Sinds maart 2004 heeft ND een regering gevormd onder leiding van premier Karamanlis. Giorgos Papandreou is inmiddels leider van de oppositiepartij PASOK.

In februari 2006 heeft premier Karamanlis een herschikking van zijn regering doorgevoerd om zijn beleid nieuw leven in te blazen. Hierbij is o.a. de minister van Buitenlandse Zaken, Petros Molyviatis, vervangen door mw. Dora Bakoyannis.

Griekenland heeft helaas nog steeds te maken met geweld, dat wordt gepleegd door extreemlinkse (anarchistische) groeperingen. Eind 2005 werden o.a. aanslagen gepleegd op de Ministeries van Ontwikkeling en Financiën. Anarchisten veroorzaken in Athene vaak onrust, door banken en andere gebouwen in brand te steken met gasflesjes.

In september 2007 krijgt Karamanlis mandaat voor een nieuwe periode. In maart 2008 blokkeert Griekenland de toegang van Macedonië tot de NATO in verband met een ruzie over de naamgeving van deze voormalig Joegoslavische republiek. In december 2008 breken er ernstige ongeregeldheden uit nadat de politie een vijftienjarige jongen in Athene dood schiet. In oktober 2009 wint de Pasok de verkiezingen en wordt George Papandreou de nieuwe premier.

Eind 2009 begint de volle omvang van de Griekse schuldencrisis door te dringen. Griekenland wordt niet langer kredietwaardig geacht vanwege de veel te hoge staatsschuld. Papandreou kondigt forse bezuinigingen aan, die tot rellen met de bevolking leiden. Er wordt hard ingegrepen in de publieke sector en de pensioenleeftijd gaat fors omhoog. In februari 2010 beloven de Europese regeringsleiders dat ze Griekenland gaan helpen bij het oplossen van de schuldencrisis, maar wel tegen harde voorwaarden. In april en mei komt er een gigantisch bedrag ter beschikking. Griekenland moet in ruil hiervoor nog harder bezuinigen. De vakbonden roepen op tot een algemene staking. Eind 2011 komt Papandreo in moeilijkheden en de technocraat Lucas Papademos wordt interim premier. Er zijn verkiezingen in mei 2012, maar er is geen duidelijke winnaar. President Papoulias schrijft nieuwe verkiezingen uit die gewonnen worden door nieuwe democratie, zonder dat ze een meerderheid halen. Antonis Samaras vormt een coalitie met onder meer de PASOK. In 2013 bereiken de werkgelegenheidscijfers nieuwe negatieve records. Meer dan 60% van de Griekse jongeren zit zonder werk. Er blijven bezuinigingen nodig, als gevolg hiervan wordt in juni 2013 de stekker uit de Griekse staatstelevisie gehaald.

Alexis Tsipras GriekenlandFoto: Karpidis CC 2.0 Generic no changes made

Eind 2013 zijn er problemen met de aanhang van de uiterst rechte partij de Gouden Dageraad. In december 2013 wordt de begroting voor 2014 goedgekeurd en komt er wellicht een einde aan zes jaar recessie. In mei 2014 wint Syriza, de radicaal linkse anti-bezuinigingspartij de Europese verkiezingen met 26,6% van de stemmen. In januari 2015 wordt Alexis Tsipras van Syriza de nieuwe premier in een coalitieregering met nationalisten. De jaren 2015 en 2016 staan in het teken van de schuldencrisis en de vluchtelingencrisis. De Europese centrale bank schiet de Grieken te hulp in ruil voor bezuinigingen. De Griekse eilanden worden overstroomd door vluchtelingen, de doorstroom naar de rest van Europa verloopt moeizaam. In de zomer van 2016 wordt er nog druk gesproken over schuldenverlichting voor de Griekse economie.
In april 2017 is er een akkoord bereikt over de voortzetting van het steunprogramma voor Griekenland. Griekenland moet in ruil hiervoor in 2018 nieuwe maatregelen nemen op het gebied van belastingen en pensioenen. In juni 2018 tekende Griekenland een historische overeenkomst waarmee een 27 jaar durend geschil over de officiële naam van Macedonië wordt opgelost. De centrumrechtse partij Nieuwe Democratie wint bij vervroegde verkiezingen in juli 2019 en Kyriakos Mitsotakis wordt premier. Katerina Sakellaropoulou wordt in januari 2020 door het parlement tot president gekozen en wordt het eerste vrouwelijke staatshoofd van Griekenland. De vluchtelingencrisis is nog steeds een groot probleem, kamp Moira op Lesbos is in september 2020 in brand gestoken.

Bevolking

Cappadocische Griekse kinderen die traditionele kostuums dragen in Thessaloniki, GriekenlandFoto: Zorlusert CC 3.0 Unported no changes made

Griekenland had in 2017 10.768.477 inwoners. Ca. 1,5 miljoen Grieken wonen op de eilanden waarbij de eilanden in de Ionische Zee dichter bevolkt zijn dan die in de Egeïsche zee. De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 82 mensen per km2.

Van alle inwoners van Griekenland is ca. 93% daadwerkelijk van de Griekse nationaliteit. Belangrijke minderheden vormen Slavo-Macedoniërs, Turken in voornamelijk Thracië, en (illegale) Albanezen. Kleine minderheden als Aromoenen of Vlachen in Epirus, Armeniërs, Pomaken en Roma of zigeuners zijn als zodanig niet meer te herkennen doordat ze bijna volledig in de samenleving opgenomen zijn. In Thracië wonen ca. 130.000 moslims waarvan de meerderheid zich als Turks beschouwt en ze maken ongeveer 30% van de totale bevolking uit. Ze zijn zeer ongelijk over het gebied verdeeld; zo ligt het district Evros het dichtst bij Turkije en bestaat de bevolking maar voor 7% uit Turken. In het district Xanthi ligt dit percentage op 30% en in Rodopi op 55%. De rest van de bevolking zijn Griekse Pomaken, die ook over de grens met Bulgarije wonen.

De Aromoenen of Vlachen leven in het centrale gedeelte van Pindos. Hun dialect vertoont veel verwantschap met het Roemeens. Vóór de Tweede Wereldoorlog leefden er ca. 80.000 joden in Griekenland; op dit moment telt de sefardische gemeenschap in Thessaloniki nog zo'n 1000 leden en in Athene leven nog ca. 3000 Romaniotische joden.

Op de Cycladeneilanden Syros en Tinos wonen afstammelingen van Venetiaanse kolonisten die nog steeds een katholieke gemeenschap vormen van ca. 10.000 mensen. In Thracië leeft nog een gedeelte van de Roma geïsoleerd van de Griekse bevolking. Veel andere zigeuners zijn volledig geassimileerd in de bevolking en men schat dat er in totaal nog 150.00 zigeuners in Griekenland leven. De zogenaamde Slavo-Macedoniërs wonen in het noordwesten van de provincie Macedonië en hun aantal ligt rond de 40.000.

De trek naar de grote steden Thessaloniki en vooral de hoofdstad Athene is nog altijd groot en o.a. daardoor woont ca. 78% van de totale bevolking in de steden. Griekenland is ook een echt emigratieland. In de loop der jaren zijn ca. 3,5 miljoen Grieken in het buitenland gaan wonen. De meeste Grieken emigreerden naar West-Europa, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en naar Australië. Deze emigratiegolf voltrok zich vooral in de jaren zestig en begin jaren zeventig. Eind jaren zeventig nam de emigratie sterk af.

De laatste jaren groeit het aantal in Griekenland verblijvende illegalen dramatisch.

Voornaamste steden en aantal inwoners:

De bevolkingstoename bedroeg jaarlijks in de periode tussen 1990 en 1995 0,4% (2001: 0,21%). Het aantal oudere Grieken neemt toe; in 1971 was nog ruim 25% jonger dan 15 jaar, in 1990 21%, in 2001 nog maar 15%; het aandeel der 65-plussers steeg in dezelfde periode van 11% tot 17,%.

De actuele situatie (2017) is:

Het geboortecijfer lag in 2017 op 8,4 geboortes per 1000 inwoners; het sterftecijfer lag in datzelfde jaar op 11,3 sterfgevallen per 1000 inwoners. Mannen worden in Griekenland gemiddeld 78 jaar, vrouwen gemiddeld 83,4 jaar.

Taal

AlfabetFoto: LewWhite CC 3.0 Unported no changes made

Het moderne Grieks of Nieuw Grieks behoort net als het Nederlands tot de Indo-Europese taalfamilie en is één van de oudste nog levende talen. Hoewel behorend tot dezelfde taalfamilie lijkt het Grieks nauwelijks op een andere Indo-Europese taal. Dit komt omdat het Grieks zich relatief geïsoleerd van buitenlandse invloeden heeft kunnen ontwikkelen.

In de klassieke oudheid werden er verschillende Griekse dialecten naast elkaar gebruikt, maar het Attisch van de stad Athene verstond men in geheel Griekenland. Vanaf de vierde eeuw voor Christus kreeg het Attisch concurrentie van het Koinè-Grieks, een soort algemeen beschaafd Grieks dat gebruikt werd van Macedonië tot het Nabije Oosten. Vanaf die tijd werd het Attisch gebruikt in het onderwijs en het was de officiële overheids- en kerktaal in het Byzantijnse Rijk en in de Kerk. De gewone man sprak een soort volkstaal die van het Koinè-Grieks afstamde. In de Middeleeuwen vestigden zich allerlei andere volken in Griekenland en veranderde de spreektaal drastisch terwijl de schrijftaal hetzelfde bleef en aldus de twee talen steeds verder uit elkaar groeiden.

Na de Vrijheidsoorlog begin 19e eeuw trachtte de overheid een nieuwe taal in te voeren, het Katharevousa of "gezuiverde taal". De overheid en op scholen ging men deze taal inderdaad gebruiken maar het volk bleef zich van de Dimotiki bedienen, de spreektaal van het Griekse volk. De bedoeling was dat het Dimotiki zou verdwijnen, maar dat bleek moeilijker dan gedacht en mislukte dan ook. Vanaf 1920 mocht het Dimotiki op scholen gebruikt worden en in 1974 verdween het Katharevousa van diezelfde scholen.

Het Griekse alfabet bestaat uit 24 letters die er op het eerste gezicht ingewikkeld uitzien, maar bij nader inzien simpeler zijn dan het Nederlandse alfabet. De uitspraakregels zijn regulmatig en daardoor sneller te begrijpen. In het Grieks is het belangrijk om de juiste klemtoon te gebruiken. Een woord met de klemtoon op de eerste lettergreep kan een totaal verschilleden de betekenis hebben van hetzelfde woord maar met de klemtoon op bijvoorbeeld de derde lettergreep.

De alfabetten van alle grote Europese talen zijn min of meer gebaseerd op het oude Griekse alfabet. Ons Romeinse alfabet wordt soms wel de westerse vorm van het Griekse alfabet genoemd.

Enkele woorden en uitdrukkingen:

Godsdienst

Algemeen

St. Nicholas Church op de Pigadia begraafplaats. Karpathos, GriekenlandFoto: Onbekend CC 3.0 Unported no changes made

Ca. 98% van de Griekse bevolking is lid van de Grieks-orthodoxe Kerk, die ontstond na de grote scheuring in 1054 toen de patriarchen uit het Oosten het leergezag van de paus niet langer erkenden. De Grieks-orthodoxe staatskerk is sinds 1833 onafhankelijk van het primaat van de patriarch van Istanbul(vroeger Constantinopel). De Grieks-orthodoxe kerk kent een aantal verschillen ten opzichte van de westerse christelijke kerken. Zo dienen voor de grondslag van de leer alleen de bijbel, de kerkvaders en de uitspraken van de oecumenische concilies. Verder richten de Griekse geestelijken zich vooral op de liturgie en op gebed en meditatie. Op sociaal gebied is de Oosterse kerk lang niet zo actief als in het westen. Wel zijn de overheid en de kerk veel nauwer verbonden. De overheid subsidieert de Kerk en de Kerk op haar beurt volgt de politiek op de voet.

De grootste religieuze minderheid zijn de moslims, de Turkse Grieken. De meeste moslims wonen in Thracië, waar dan ook veel moskeeën te vinden zijn.

Het aantal joden is na de Tweede Wereldoorlog drastisch verminderd. Zo woonden er in het noordelijke Thessaloniki in 1941 meer dan 60.000 joden; tegenwoordig nog maar ca. 1100. De ca. 40.000 katholieken wonen voornamelijk op de Griekse eilanden.

Griekse mythologie

Mythologische afbeelding op vaasFoto: Publiek domein

Het woord mythe is afgeleid van het woord "muthos", dat eerst uiting betekende en later vaak werd uitgelegd als "een gesproken of geschreven verhaal".

Mythologie (muthologia) is dus "vertellen over verhalen", of een verzameling mythen, of de studie van mythen.

Toen het schrift ontstond in Griekenland waren de mythen en legenden al verankerd in de orale overleveringen en vooral latere dichters gaven de verhalen een ander verloop. De Griekse mythologie lijkt veel op andere mythologieën. Zo komt de Noorse god Odin overeen met de Griekse Zeus en verrichtten de Noorse helden vaak dezelfde heldendaden als hun Griekse collega's.

Enkele Griekse goden

Aeolus (Aiolos)
Een zoon van Hippotes, die door Zeus was aangesteld als bewaker van de winden. Hij was de baas over de (wind)goden: Boreas, Zephyros, Notos en Euros.

Aphrodite
Aphrodite is de godin van de liefde en schoonheid. Zij werd geboren uit het schuim van de zee, waar ook het belangrijkste heiligdom gewijd aan Aphrodite staat. Ze was getrouwd met Hephaestus, maar had liever Ares als minnaar.

Haar zoon was Eros, de god van de liefde. Aphrodite wordt afgebeeld met de gevleugelde Eros en met duiven. Zij was een van de Olympische goden. De Romeinen noemden haar Venus.

Aphrodite, godin van de liefde en schoonheidFoto: Tilemahos Efthimiadis CC 2.0 Generic no changes made

Apollo
Apollo was de zoon van Zeus en Leto, en tweelingbroer van Artemis. Hij is god van het licht, van de geneeskunde, muziek en wetenschap. Apollo wordt vaak afgebeeld met een lier in zijn hand. Het belangrijkste heiligdom gewijd aan Apollo ligt in Delphi, de belangrijkste orakelplaats van het oude Griekenland. Apollo was een Olympische god.

Ares
Ares was een zoon van Zeus en Hera en is de god van de oorlog. Hij wordt vaak afgebeeld in volledige wapenuitrusting en was een Olympische god. De Romeinen nomen hem Mars.

Artemis
Artemis was de tweelingzus van Apollo, en dochter van Zeus en Leto. Zij was de godin van de natuur en de jacht. Zij was ook de beschermgodin van zwangere vrouwen en wordt vaak afgebeeld met een boog in haar hand. Zij was een Olympische god en haar Romeinse naam is Diana.

Dionysos
Dionysos was een zoon van Zeus en de god van de druiven en de wijn. Hij wordt vaak afgebeeld met een staf, die van boven omwonden is met klimopbladen. Hij was een Olympische god en zijn Romeinse naam is Bacchus of Liber.

DionysosFoto: Zde CC 4.0 International no changes made

Eros
Eros is de god van de behoeften en wordt ook wel Himeros genoemd. Eros wordt vaak gezien als gevleugelde jongensgod die mannen in hun hart schiet met liefdespijlen. Romeinse namen voor hem zijn Amor en Cupido.

Hermes
Hermes was de boodschapper van de goden en een zoon van Zeus. Hij is ook god van de reizigers, dieven en handelaren. Hij wordt altijd afgebeeld met een reizigersmuts en reizigersstaf of een helm met vleugels. Ook zijn sandalen hebben vleugels. Hij begeleidde de schimmen van de doden naar de onderwereld, de Hades.

Pallas Athena
Zij is de dochter van alleen Zeus, want uit zijn voorhoofd geboren. Zij is de beschermgodin van de kunstenaars en handwerkslieden, maar ook de godin van de wijsheid en kennis. In oorlogstijd werd Athena ook nog vereerd als oorlogsgodin. Ze was de speciale beschermgodin van de stad Athene en een beschermengel van Griekse helden als Herakles en Odysseus.

Zij wordt vaak afgebeeld met helm en volledige wapenuitrusting. De uil, die wijsheid symboliseert, was aan haar gewijd. Pallas Athena heeft een heiligdom gelegen in Athene: het Parthenon.

Zij was een Olympische god en haar Romeinse naam is Minerva.

Palla AthenaFoto: Diana Ringo CC 3.0 Austria no changes made

Poseidon
Poseidon is een roer van Zeus en is de god van de zee en beschermgod van de zeevaarders. Zijn paleis ligt diep onder water en hij wordt vaak afgebeeld met een drietand, waarmee hij de zee in beroering kan brengen. Het paard was aan hem gewijd.

Omdat de Grieken geloofden dat het land op de zee dreef, beschouwden ze hem ook als de god die de aardbevingen veroorzaakte. De Romeinse naam is Jupiter.

Zeus
Zeus was de oppergod van de Grieken en de koning van goden en mensen. Daarnaast was hij de god van de lucht en het weer. Hij wordt vaak afgebeeld met een bliksem in zijn hand en is gezeten op een troon. Uit zijn liefdesavonturen met mooie vrouwen zijn vele halfgoden en helden ontstaan, zoals Herakles en Perseus.

Zeus en ThetisFoto: Publiek domein

Samenleving

Staatsinrichting

Griekenland VouliFoto: Jebulon in het publieke domein

De grondwet dateert van 1975 waarna er in 1986 belangrijke amendementen werden doorgevoerd. De wetgevende macht ligt bij het parlement (de ‘Vouli’), dat uit één kamer bestaat en waarvan de 300 leden eens in de vier jaar volgens een ‘versterkt recht van evenredige verkiezing’ gekozen worden. Het systeem begunstigt de sterkste partij om een voor regeren voldoende meerderheid te bereiken, wat echter een tweepartijensysteem in de hand werkt.

Staatshoofd is de president, die door het parlement (een tweederde meerderheid is vereist) voor een periode van vijf jaar gekozen wordt en één keer herkiesbaar is. De president benoemt en ontslaat de premier. Ook het parlement mag hij ontbinden en in noodtoestanden kan hij wetten per decreet uitvaardigen. Zijn functie is verder grotendeels ceremonieel, hij heeft als staatshoofd geen uitvoerende macht. Deze macht ligt bij de Raad van ministers die daarover verantwoording aflegt aan het parlement Er bestaat algemeen kiesrecht voor alle Grieken vanaf 18 jaar.

Na de militaire dictatuur viel een volksstemming over de terugkeer van de monarchei in het nadeel van ex-koning Constantijn nadelig uit. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Griekenland administratieve indelingFoto: TUBS CC 3.0 Unported no changes made

Griekenland is in 13 administratieve divisies, de zogenaamde "Periferieën" (districten) opgedeeld. Deze "Periferieën" zijn weer onderverdeeld in prefecturen. Een prefectuur wordt een "Nomos" genoemd, met aan het hoofd een 'nomoi'. In totaal zijn er 51 prefecturen. Daarnaast kent Griekenland één autonoom gebied onder een eigen bestuur, namelijk Agion Oros (Berg Athos) in Chalkidiki (Noord-Griekenland). Groot-Athene heeft een aparte status. De andere provincies zijn: Midden-Griekenland, Peloponnesos, Ionische eilanden, Epiros, Thessalië, Macedonië, Thracië, Egeïsche eilanden en Kreta.

Een woonplaats vervolgens wordt ofwel "Dimos" (gemeente, stad) ofwel "Kinotita" (gemeenschap, dorp) genoemd. In totaal er zijn 900 gemeenten en 133 gemeenschappen.

Onderwijs

Universiteit van Athene GriekenlandFoto: Thomas Wolf CC 3.0 Germany no changes made

Het kleuteronderwijs (Nypiagogeia) omvat twee jaar en is op dit moment facultatief, maar wordt geleidelijk aan verplicht.

Het verplichte onderwijs in Griekenland duurt negen jaar, van 6 tot 15 jaar. De eerste zes jaar wordt er door de leerlingen onderwijs gevolgd aan de "Dimotiko Scholio" (basisonderwijs) en de laatste drie jaar aan het Gymnasio, de eerste fase van het secundair onderwijs. In alle klassen wordt algemeen onderwijs gegeven en er is dag- en avondonderwijs.

Kinderen die het basisonderwijs verlaten worden automatisch en zonder examens toegelaten tot de eerste klas van het Gymnasio. Er moet wel een afsluitend getuigschrift (apolytirio) worden overlegd van de lagere school. Engels is een verplicht vak en wordt gegeven vanaf de vierde klas van het basisonderwijs.

Aan het eind van het Gymnasio ontvangen de leerlingen een diploma (Apolytirio Gymnasiou). Om dit diploma te kunnen ontvangen moeten de leerlingen in de regel gemiddeld 10 punten hebben met een maximum van 20 voor alle vakken en mag het schoolverzuim de maximale toegestane grens niet overschrijden.

Het hoger secundair onderwijs is niet verplicht. De tweede fase van het secundair onderwijs wordt gegeven aan de Lykia en de Technikés Epangelmatikés Scholés (scholen voor technisch onderwijs).

De bestaande typen Lykia zijn: het algemene Lykio, het technisch-beroepslykio, het uitgebreide (Polikladiko) Lykio, het klassieke Lykio, het kerkelijke Lykio, en het muzieklykio.

De studie aan een Lykio duurt drie jaar, en er is zowel een dag- als een avondcursus. De avondcursus duurt vier jaar. De leerlingen die het Gymnasio hebben voltooid kunnen zich inschrijven op iedere school voor secundair onderwijs van de tweede fase op basis van het diploma van het Gymnasio. Er zijn geen toelatingsexamens. De leerling moet ten minste 14 jaar oud zijn. Het onderwijs in vreemde talen (Engels of Frans of Duits) wordt aan alle typen Lykia gegeven; aan het klassieke Lykio wordt altijd Duits onderwezen.

Aan het eind van elk schooljaar moeten de leerlingen een officieel schriftelijk examen afleggen in elk vak, zodat kan worden bepaald of zij overgaan naar het volgende jaar. Aan het eind van het derde jaar van het Lykio moeten de leerlingen een eindexamen afleggen; als ze hiervoor slagen krijgen ze het einddiploma, het "Apolytirio Lykiou".

Het hoger onderwijs kan zowel universitair als niet-universitair zijn en wordt gegeven aan de universiteiten en aan de technische onderwijsinstellingen. De universiteiten bestaan uit faculteiten die in afdelingen of "tmimata" zijn opgesplitst. Het programma van een afdeling leidt tot een standaarddiploma of "ptychio".

De Technische Onderwijsinstellingen bestaan uit afdelingen die tezamen faculteiten vormen; deze omvatten de algemene opleidingen (beeldende kunsten en kunstopleidingen, bedrijfskunde en economie, beroepen op het gebied van gezondheidszorg en welzijn, landbouwwetenschappen en –technologie, toegepaste technologie, voedingsmiddelentechnologie en voedingsleer).

Universitaire opleidingen duren ten minste vier jaar, opleidingen aan de technische hogescholen ten minste drie jaar.

Als ze het willen kunnen afgestudeerden een doctoraat volgen; ze moeten daarvoor een proefschrift schrijven in het Grieks en het voorbrengen in het openbaar.

Economie

Algemeen

Ontwikkeling Griekse Staatsschuld versus Europees gemiddeldeFoto: Spitzl CC 3.0 Unported no changes made

Griekenland is al sinds de oudheid een agrarisch land, maar halverwege de jaren zestig werden de industrie en de dienstverlenende sector (toerisme!) steeds belangrijker. In 1965 was zelfs nog 47% van de beroepsbevolking in de landbouw werkzaam; in 2002 was dit teruggelopen naar 17%. Toch is dit percentage nog zeer hoog vergeleken bij de andere EU-landen, waar gemiddeld nog maar 7% van de bevolking in de landbouw werkzaam is. De industrie wordt gedomineerd door kleine bedrijven terwijl de grote bedrijven veelal in handen zijn van de overheid.

De inflatie bedroeg in de periode van 1985 tot 1994 15,5% gemiddeld per jaar. In 2000 bedroeg deze 3,1%.

De begroting van 1998 stond in het teken van het terugdringen van het begrotingstekort naar 3% van het bruto binnenlands product. Dit was een van de voorwaarden om mee te mogen doen met de Europese Monetaire Unie. In 1998 werd besloten de drachme op te nemen in het Europees Monetair Stelsel en in 2000 vroeg Griekenland officieel het lidmaatschap van de EMU aan.

De Griekse economie blijft echter een van de minst ontwikkelde binnen de EG en de betekenis van sectoren als computertechnologie en elektronica is nog maar zeer gering. Ter bevordering van de ontwikkeling en diversificatie van m.n. de landbouw ontvangt Griekenland dan ook grote bedragen uit de regionale ontwikkelingsfondsen. In het binnenland wordt de nadruk gelegd op de ontwikkeling van de middelgrote steden (o.a. Patras, Volos en in het noorden Xanthi, Kavalla en Alexandroupolis). Hiermee wordt onder andere geprobeerd de verdere groei van Athene te beperken.

In dit kader past ook het verbod nog meer industrieën te vestigen in het bekken van Attica. Bij de industriële ontwikkeling wordt nadruk gelegd op de productie van halffabricaten.

De regering Karamanlis heeft in 2004 na een inventarisatie van de Griekse economie, alle begrotingen na 2000 naar beneden aangepast. De regering heeft beloofd het begrotingstekort in 2006 weer onder de 3%-grens te brengen en structurele aanpassingen te zullen doorvoeren. Het tegendeel bleek echter waar te zijn want eind 2009 begint de volle omvang van de Griekse schuldencrisis door te dringen. Griekenland wordt niet langer kredietwaardig geacht vanwege de veel te hoge staatsschuld. Papandreou kondigt forse bezuinigingen aan, die tot rellen met de bevolking leiden. Er wordt hard ingegrepen in de publieke sector en de pensioenleeftijd gaat fors omhoog. In februari 2010 beloven de Europese regeringsleiders dat ze Griekenland gaan helpen bij het oplossen van de schuldencrisis, maar wel tegen harde voorwaarden. In april en mei komt er een gigantisch bedrag ter beschikking. Griekenland moet in ruil hiervoor nog harder bezuinigen. De vakbonden roepen op tot een algemene staking.

De laatste jaren zijn dramatisch verlopen voor de economie de groei is voortdurende negatief. In 2011, 2012 en 2013 is het achtereenvolgens -7,1%, - 6,4% en -4,2 %. Het enige positieve is dat de krimp iets lijkt af te zwakken. In 2017 groeit de economie voor het eerst weer met 1,7%. Het BBP per hoofd van de bevolking is gezakt tot $ 27.800 per jaar.

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Productie olijfolie GriekenlandFoto: Rutger22 CC 3.0 Unported no changes made

Niet meer dan 26,5% van de totale bodemoppervlakte van Griekenland is in cultuur gebracht en daarvan wordt maar ca. 40% geïrrigeerd. Verder wordt 40% van het land als weidegrond benut. De grote landbouwgebieden bevinden zich in Centraal- en Noord-Griekenland. De landbouwbedrijven zijn over het algemeen niet groter dan 10 ha die ook nog verspreid zijn over versnipperde percelen. Griekenland telt ongeveer 860.000 landbouwbedrijven met een gemiddelde bedrijfsgrootte van ca. 3,5 ha. De helft van deze bedrijven is gelegen in de bergstreken en op de eilanden. Grootgrondbezit komt al helemaal niet voor. Van het landbouwareaal wordt 60% voor de akkerbouw benut.

De Griekse landbouw produceert vooral voor de export en de belangrijkste producten zijn citrusvruchten, rozijnen, krenten, katoen, tabak en olijven, die vooral tot olijfolie verwerkt worden. Hoewel de omzet van de traditionele producten nauwelijks nog groeit, is Griekenland nog steeds de grootste krentenproducent ter wereld. De productie van rijst (westkust Pelopponesos), tarwe, suikerbieten, tomaten, katoen en katoenzaad wordt steeds belangrijker. De graansoorten worden vooral verbouwd op de vlaktes van Thessalië, Thracië en Macedonië. De hoofdproducten van de fruitteelt zijn: perzik, citrus, kers, appel, peer en druiven. Overal in Griekenland worden druiven geteeld waar wijn van wordt gemaakt. Voor perziken in blik is Griekenland op dit moment de grootste exporteur ter wereld.

De Griekse markt voor biologische voedingsmiddelen staat nog in de kinderschoenen, maar de verwachting is dat deze sector de komende jaren zal gaan groeien. Importproducten maken op dit moment 25% van de markt uit omdat de Griekse ecologische landbouw en veeteelt nog maar weinig steun krijgt van de eigen regering. Tot de meest populaire biologische landbouwproducten behoren olijfolie, wijn en citrusvruchten.

De veeteelt neemt maar een bescheiden plaats in, in de Griekse economie. Het droge en hete klimaat en gebrek aan vruchtbare weiden maken intensieve veeteelt heel moeilijk.

Verreweg het grootste gedeelte van de Griekse veestapel bestaat uit schapen en geiten. Verder zijn er veel varkens en kippen. Het zal duidelijk zijn dat men voor rundvlees en melk volkomen afhankelijk is van de import, en Nederland is verreweg de belangrijkste leverancier. Nederland ondervindt steeds meer concurrentie uit Frankrijk, Denemarken, Italië en Duitsland.

Door de slechte kwaliteit van de bossen zijn de Grieken genoodzaakt ca. 90% van hete benodigde hout in te voeren.

De werkgelegenheid in de visserij neemt geleidelijk af. Het meest verbreid is de kustvisserij en de totale vangsten zijn in de afgelopen jaren steeds gestegen. De binnenlandse vraag naar vis stijgt door hogere inkomens en gezonde voedingstrends. Dat heeft geleid tot een toename van import van met name diepgevroren vis.

Van dalend belang is de sponzenvisserij door onder meer de watervervuiling, de overbevissing en door synthetische producten die voor een belangrijk deel het natuurproduct hebben vervangen.

Mijnbouw en energievoorziening

Windmolens GriekenlandFoto: Kolori at English Wikipedia CC 3.0 Unported no changes made

Aardolie en aardgas worden geëxploiteerd in het noordelijke deel van de Egeïsche Zee en in Zuid-Kavala. Van de productie wordt de helft geëxporteerd. Meer aardolievondsten worden in de nabije toekomst verwacht. In Macedonië wordt bruinkool gevonden dat in elektriciteitscentrales wordt gebruikt.

De Griekse mijnbouw wordt in de EU steeds belangrijker vanwege het bauxiet, nikkel, magnesium en uranium, dat in andere EU-landen niet voorkomt. Langs de kusten en op enkele eilanden wordt zeezout gewonnen.

De Griekse aluminiumsector groeit gestaag. De uitgevoerde producten betreffen vooral bauxiet en aluminiumoxide. Wat de winning van bauxiet betreft, neemt Griekenland wereldwijd de achtste plaats in.

Griekenland is een netto-importeur van energie. Twee derde van de primaire energiebehoefte wordt door import van vooral olie gedekt. Het Griekse energiebeleid heeft zich in voorgaande jaren gericht op vervanging van olie door bruinkool omdat deze grondstof rijkelijk aanwezig is in Griekenland. Uit milieuoverwegingen echter wordt er tegenwoordig niet zoveel belang meer aan toegekend. Scenario's geven aan dat het aandeel van bruinkool aanzienlijk moet worden gereduceerd ten gunste van aardgas. In verband hiermee is besloten om aardgas te importeren uit Rusland. Hiervoor is een 550 kilometer lange pijpleiding gebouwd vanaf de Grieks-Bulgaarse grens.

Ook Algerije wordt een belangrijke gasleverancier en hiervoor werd een terminal gebouwd op het onbewoonde eiland Revithoússa in de Saronische Golf waarin het aangevoerde vloeibare gas opnieuw tot gas wordt omgevormd.

De eigen olieproductie is gering. De olie kwam voorheen uit het Prinos-olieveld, en dat dekte ongeveer 10 procent van de oliebehoefte van het land. In 1999 stopte het consortium met de exploitatie van het olieveld omdat de olievoorraden uitgeput begonnen te raken. Een Grieks bedrijf nam de exploitatie over, maar eind 2001 bleef de productie beperkt tot 4.500 vaten per dag. Een tweede, meer belovend olieveld wordt niet ontwikkeld vanwege aanhoudende conflicten met Turkije over territoriale wateren- en continentale platrechten. Ook aan en voor de Ionische kust schenen olievoorraden aanwezig te zijn, maar de resultaten van een internationaal onderzoek waren niet hoopgevend.

Het land telt vier olieraffinaderijen: twee particuliere en twee van de staat, met een capaciteit van ongeveer 22 miljoen ton per jaar. Meer dan 60 procent van de verwerkte producten wordt op de binnenlandse markt verkocht.

Het Griekse ministerie van Ontwikkeling hecht groot belang aan de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. De laatste jaren ging het aantal particuliere investeringen in de sector van duurzame energie fors omhoog. Alhoewel de productie van energie uit deze bronnen stijgend is, zal de bijdrage ervan in het totale aanbod in de toekomst naar verwachting afnemen. Om economische en technische redenen is het aantal installaties voor de opwekking van geothermische energie tot nu toe beperkt gebleven. De beste resultaten worden geboekt bij wind- en zonne-energie.

Het Griekse windmolennetwerk wordt de komende jaren aanzienlijk uitgebreid. De belangstelling van de particuliere sector in windenergieprojecten is groot door o.a. aanlokkelijke overheidssubsidies. De meeste windmolenparken bevinden zich op het eiland Evia en op de Peloponnesos.

Griekenland heeft het grootste oppervlak aan geïnstalleerde zonnepanelen van Europa. Tot nu toe wordt zonne-energie vooral aangewend op huishoudelijk vlak voor het opwarmen van water.

Industrie

Scheepswerf GriekenlandFoto: Nikos Roussos CC 2.0 Generic no changes made

De meeste industrie is geconcentreerd rond de twee grootste steden van Griekenland, Athene (36% van alle bedrijven) en Thessaloníki (12,2%). Andere industriële centra zijn Patras en Volos. Ca. 42% van alle arbeiders in de industriële sector werken in Athene. Het kleinbedrijf domineert: 85% van alle circa 150.000 bedrijven heeft minder dan tien werknemers en de industrie wordt dan ook gekenmerkt door een lage productiviteit. Hierdoor is het investeringsniveau uiteraard ook erg laag.

De belangrijkste takken van industrie zijn de textiel, levensmiddelen, tabak en chemische industrie en scheepsbouw. De voornaamste industrieproducten zijn: geconserveerde levensmiddelen, textiel, metaalproducten, huishoudelijke apparaten en schepen. Verder zijn er enkele grote fabrieken voor de productie van kunstmest, cement, staal en aluminium en van de vier aardolieraffinaderijen zijn er twee in overheidshanden. Er is nauwelijks sprake van zware industrie.

Toeristen kopen veel voortbrengselen van oude volkskunst, zoals grove tapijten, versierd met op- of ingeweven geometrische motieven, hoofddoeken, geborduurd linnengoed, aardewerk, houtsnijwerk, artikelen van leer en voorwerpen van goudsmeedkunst.

Handel

Export GriekenlandFoto: R. Haussmann, Cesar Hidalgo, et.al CC 3.0 Unported no changes made

Veel kleine en grote bedrijven en de helft van alle werknemers die zich met de handel bezighouden zijn weer in Athene te vinden.

De handelsbalans vertoont een chronisch tekort en bedroeg in 2017 (import $52,3 miljard, export $31,5 miljard). Het grote handelstekort is explosief toegenomen sinds Griekenland in 1981 toetrad tot de Europese Unie. De handelsgrenzen werden toen geopend en de Griekse producten moesten concurreren met de hoogwaardige West-Europese producten en de veel goedkopere producten uit Oost-Europa en het Verre Oosten. De Griekse import neemt jaarlijks nog aanzienlijk toe. De export daarentegen, die voornamelijk bestaat uit traditionele laagwaardige producten, groeit niet of nauwelijks.

De schuld aan het buitenland bedroeg in 2017 $506 miljard. Naast de EU (m.n. Duitsland, Italië, Frankrijk en Nederland), neemt Turkije en Rusland een prominente plaats in. De handel met de naburige Balkanlanden en de landen rond de Zwarte Zee neemt jaarlijks toe. Geschat wordt dat meer dan 15% van de Griekse export richting deze landen gaat.

De Arabische landen blijven belangrijk vanwege de aardolie-import. Belangrijke importgoederen zijn energie, zuivelproducten, rundvlees, machines, personen- en vrachtauto's, aardolie en luxeartikelen. Uitgevoerd worden vooral agrarische producten, grondstoffen, kleding, tabak, cement, half verwerkte mineralen, schoeisel en aardolieproducten.

Het belangrijkste distributiekanaal in Griekenland is de detailhandel. In de detailsector werken ongeveer 430.000 mensen en de sector bestaat nog steeds grotendeels uit kleine familiebedrijven. In de jaren negentig begon dit beeld te veranderen onder invloed van een aantal overheidsmaatregelen. Prijscontroles en controles op winstmarges werden opgeheven, de openingstijden van winkels werden vrijgelaten en de inzet van parttime personeel werd door de flexibilisering van de arbeidsmarkt mogelijk gemaakt. Het gevolg hiervan was schaalvergroting en de intrede van de eerste Europese winkelketens. Vooral binnen de foodsector is deze ontwikkeling merkbaar geweest want het Franse New Carrefour (Carrefour/Promodès) en het Belgische Delhaize inmiddels een heel groot marktaandeel hebben veroverd. Ook zijn op de Griekse foodmarkt het Duitse Metro met de Makro "cash and carry" en het Duitse Lidl vertegenwoordigd. Verwacht wordt dat de Duitse Aldi ook binnenkort de Griekse markt zal betreden.

Informatie-technologie

De Griekse IT-branche is een relatief jonge maar dynamische economische sector. Na de aankoopgolf die gepaard ging met de 'millenniumbug', is de groei duidelijk gestabiliseerd. Ondanks deze positieve ontwikkelingen waren de uitgaven voor IT-producten tot nu toe relatief gering.

Deze markt wordt voor ongeveer 50 procent gedomineerd door importen uit het buitenland. Meer dan 40 procent van de import is afkomstig uit de EU-landen. De belangrijkste Europese leveranciers van IT-producten aan Griekenland zijn Duitsland, Nederland, Engeland, Frankrijk en Italië. Ongeveer 55 procent is afkomstig van de VS. Naast de Verenigde Staten zijn de voornaamste overige leveranciers Taiwan, Japan, Thailand, China en Singapore.

Aqua-cultuur

Aqua-cutuur GriekenlandFoto: AlMare CC 2.5 Generic no changes made

De aquacultuur in Griekenland is een groeisector. Tien jaar geleden was de productie van de Griekse viskwekerijen vrijwel nihil, maar op dit moment neemt Griekenland binnen Europa wat deze sector betreft een leidende positie in met 50 procent van de totale Europese productie in 2000.

Jaarlijks groeit de sector met 10 procent. De belangrijkste exporteurs uit China en Noorwegen die wereldwijd deze sector domineren, erkennen nu de Griekse viskwekerijen als leider in het Mediterrane gebied.

Griekenland investeert en richt zich bijna uitsluitend op de productie van zeebaars en zeebrasem. Sub sectoren zijn forel, karper, paling, mosselen, zalm en garnalen.

Verkeer

Athene Internationaal VliegveldFoto: Manfred Werner (Tsui) CC 4.0 International no changes

Griekenland heeft weinig goede en snelle autowegverbindingen die aan de internationale maatstaven voldoen. In 1999 was de lengte van het wegennetwerk 39.500 kilometer waarvan maar 500 kilometer bestond uit snelwegen. De laatste jaren wordt er wel serieus gewerkt aan de verbetering van de autoweginfrastructuur. Door het bergachtige landschap is het echter moeilijk om de bestaande infrastructuur belangrijk te verbeteren.

Er wordt een nieuwe belangrijke noordoost-noordwest verbinding, de Egnatía-snelweg, aangelegd. Deze snelweg loopt van de noordwestelijke havenstad Igoumenitsa via Thessaloniki naar Alexandroúpolis aan de Turkse grens. De Egnatía-as moet de Adriatische Zee met de Zwarte Zee verbinden. Ook worden vorderingen gemaakt met de aanleg van de zuid-noord as, de zogenaamde PATHE-snelweg, die de grote steden Patras, Athene, Thessaloniki en Evzoni aan de grens met Bulgarije verbindt. De Griekse regering speelt hiermee in op de initiatieven van de Europese Unie om grote Europese transportverbindingen te ontwikkelen. Verder zijn er plannen voor de bouw van een noord-zuid autosnelwegverbinding die het westen van het land vanuit Igoumenitsa (begin Egnatía-snelweg) tot Patras (begin Pathe-snelweg) op de Peloponesos zal verbinden via een grote hangbrug over de Golf van Corinthe bij de plaatsjes Rion en Antirion.

In Attica worden ook in het kader van het programma "Attica SOS" veel projecten geïnitieerd die deels ook betrekking hebben op de verbetering van de autoweginfrastructuur. Er wordt een nieuwe autosnelweg (Spáta-Stavrós-Elefsína) van 50 kilometer gebouwd die de nieuwe luchthaven van Athene bij Spata met het industriegebied van Elefsína zal verbinden. Een deel hiervan is in maart 2001 in gebruik genomen. Ook is er in Attica een begin gemaakt met de aanleg van de Hymettus-ringweg. Deze ringweg is van groot belang voor de aanpak van het verkeersprobleem en de luchtvervuiling in groot Athene.

Het Griekse spoorwegnetwerk heeft een lengte van 2.503 kilometer (1999).

Het onherbergzame landschap bemoeilijkt de verbindingen, waardoor grote investeringen nodig zijn. Het gebrek aan financiële middelen heeft geleid tot een gebrekkige railinfrastructuur met afwijkende spoorwegbreedtes en voor het grootste deel enkelsporige lijnen die efficiënt vervoer in de weg staan. Ook laten de spoorwegverbindingen tussen de Griekse havens en het Zuidoost Europese achterland te wensen over.

Grote prioriteit wordt nu gegeven aan de verbetering van de infrastructuur van de belangrijkste spoorlijnen om zodoende snelheden van 200 kilometer per uur mogelijk te maken. Ook wordt het bestaande treinmaterieel vervangen en wordt gewerkt aan elektrificatie en dubbelspooraanleg van de lijnen Athene-Thessaloniki, Athene-Corinthe en Corinthe-Patras.

Ook wordt gewerkt aan de uitbreiding van het net dat verschillende voorsteden van Attica met elkaar moet verbinden. Als eerste zal een lijn van 35 kilometer vanaf de nieuwe internationale luchthaven van Athene bij Sparta tot het Atheense Spoorwegcentrum (SKA) worden gebouwd.

Daarnaast wordt de metro van Athene uitgebreid. De metro die in 2000 in gebruik werd genomen, bestaat uit twee ondergrondse lijnen van achttien haltes in totaal.

Men investeert ook in de verbetering van de transportmogelijkheden van vracht per spoor. Op middellange termijn wil men een aantal grote havens (Piraeus, Alexandroúpolis, Vólos) en verschillende industriegebieden en vrachtcentra (Thessaloniki, Komotiní, Alexandroúpolis, Vólos) met het spoorwegnet verbinden. Doel hiervan is de verdubbeling van het vrachtverkeer per spoor.

Voor de modernisering van het hele Griekse spoorwegennet is volgens schattingen meer dan 4,5 miljard euro nodig. Bijna 3 miljard euro hiervan wordt gefinancierd met EU-middelen uit het derde Communautaire Steunprogramma.

De koopvaardijvloot van Griekenland is de grootste ter wereld. In 2000 waren 3.584 handelsschepen Grieks eigendom, maar slechts 909 hiervan voeren onder Griekse vlag. De reden hiervoor is een regeling die verplicht stelt dat een groot percentage van de bemanning uit Grieken moet bestaat. Griekse zeelieden worden als relatief dure arbeidskrachten beschouwd. Daarnaast waren de belastingpercentages tot 2001 aanzienlijk hoger dan in landen met zogenaamde offshoreregisters. Om het Griekse register aantrekkelijker te maken, heeft de regering in 2001 de belasting verlaagd met 50 procent.

De Griekse koopvaardijvloot is traditioneel een zeer belangrijke bron van inkomsten op de betalingsbalans.

Griekenland beschikt over 123 havens maar slechts 27 daarvan zijn van betekenis. De grote havens van Piraeus bij Athene en Thessaloniki in het noorden zijn voldoende uitgerust met containerfaciliteiten. Piraeus is een belangrijk centrum voor overlading van vracht maar mist een goede treinverbinding met het Zuidoost Europese (Balkan) achterland. De Helleense Spoorwegen Organisatie OSE is nu bezig om deze haven aan te sluiten op het spoorwegnet van het land. Hierop worden ook de havens van Vólos en Alexandroupolis aangesloten. De haven van Thessaloniki ligt voor de meeste schepen die tussen Europa en het Verre Oosten varen buiten de route.

De Griekse regering is van plan de havenautoriteiten van Piraeus en Thessaloniki te privatiseren. Een andere prioriteit is de uitbreiding en de modernisering van de havens van Patras en Igoumenitsa in het westen van het land, die als belangrijke verbindingspunten met West-Europa dienen.

Wat het personenvervoer betreft, worden alle binnenlandse veerdiensten pas in 2004 aan buitenlandse concurrentie opengesteld. Deze late datum heeft met de uitzonderingspositie te maken die Griekenland van de EU heeft bedongen. Tot het jaar 2004 zullen alle routes naar de Griekse eilanden uitsluitend door Griekse veerboten worden uitgevoerd. Recent heeft de regering aangekondigd deze routes eerder vrij te geven.

Door het grote aantal eilanden heeft Griekenland veel luchthavens: 64 met verharde en 16 met onverharde landingsbanen. De meeste van deze luchthavens zijn met onvoldoende faciliteiten voorzien en voldoen niet aan moderne internationale standaards. Sinds maart 2001 heeft Griekenland echter een nieuwe, zeer moderne, internationale luchthaven bij Spáta, ten zuidoosten van Athene. De nieuwe luchthaven, officieel "Elefthérios Venizélos" genoemd, moest de al vijftig jaar oude "Athens Hellenikón" vervangen.

Ook andere regionale luchthavens zullen op korte termijn worden gemoderniseerd. Het Griekse ministerie van Transport heeft al een reeks luchthavenprojecten gepland. Het gaat niet alleen om de bouw van bijvoorbeeld terminals en startbanen, maar ook om het installeren van technische uitrustingen zoals de inrichting van terminals, bagage-afhandelingssystemen, elektronische bewegwijzering en dergelijke.

Sinds 1999 is een concentratieproces binnen de luchtvaartsector waarneembaar. Griekse bedrijven gaan steeds meer met elkaar fuseren om zodoende tegen grotere internationale bedrijven te kunnen concurreren. Een recent voorbeeld is de fusie tussen Aegean- en Cronus Airlines.

Volgens gegevens van Griekse onderzoeksbureaus laat de Griekse luchtvaartsector een positieve ontwikkeling zien. De groei is vooral merkbaar binnen de markt voor passagiers, terwijl de markt voor luchtvracht geen groeipotentieel vertoont. De beste resultaten worden in de particuliere sector geboekt. Hierdoor verliest Olympic Airways (OA), de nationale luchtvaartmaatschappij, marktaandeel. Olympic Airways is sinds de nationalisatie in 1975 in grote moeilijkheden gekomen. Ondanks verschillende saneringsmaatregelen is het bedrijf nog steeds in financiële nood.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Griekenland vakantielandFoto: Wolfgand Staudt CC 2.0 Generic no changes made

Griekenland is vanouds een belangrijk vakantieland. In de wereldranglijst van meest populaire vakantiebestemmingen neemt Griekenland een hoge plaats in. De inkomsten uit toerisme zijn zeer belangrijk voor Griekenland. De meeste toeristen komen uit Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten. Het toerisme richt zich vooral op de hoofdstad Athene, de Peloponnesos en de eilanden.

Het is echter niet allemaal rozengeur en maneschijn wat het toerisme betreft. Nogal wat accommodaties zijn verouderd en veel geld om nieuwe investeringen te doen is er niet.

Griekenland beschikt over ongeveer 10.000 hotels met een capaciteit van bijna 800.000 bedden. Ook beschikt Griekenland over 500 campings.

Het aantal georganiseerde jachthavens valt tegen, maar er zijn meer dan 35 nieuwe in aanbouw. Ook loopt Griekenland achter met het aanbod van golfinfrastructuur. Alleen in Athene, op de eilanden Korfoe, Rhodos en Kreta en het schiereiland Chalkidiki zijn golfbanen te vinden.

Acropolis AtheneFoto: Christophe Meneboeuf CC Alike 3.0 Unported no changes made

Athene is de indrukwekkende hoofdstad van Griekenland. Het is de oudste Europese wereldstad en zit dan ook boordevol historie. De Akropolis is een Tafelberg midden in Athene. De berg is maar liefst 165 meter hoog en staat vol met ruïnes uit de Oudheid. Akropolis betekent ‘hoogste punt van de stad’, want als je Athene van een afstand ziet liggen, zie je de Akropolis er altijd als een vorst bovenuit steken. Op de Akropolis is de nederzetting Athene ongeveer 5.000 jaar geleden ontstaan. De grond op en rondom de berg was vruchtbaar, het lag vlakbij zee en de hoge ligging zorgde voor veiligheid. Het Parthenon is de bekendste bezienswaardigheid van Athene op de Akropolis. De zuilentempel is gebouwd om de godin Pallas Athena te eren. Het bouwwerk werd helemaal van marmer gemaakt en het was de eerste tempel op de Akropolis van Athene.

Het Parthenon had een afmeting van 31 meter in de breedte en het was 20 meter hoog. Het Parthenon is zonder twijfel de indrukwekkendste bezienswaardigheid op de Akropolis. Aan de voet van de Akropolis ligt Plaka, één van de leukste wijken van Athene. Plaka is een van de meest toeristische wijken van Athene en toch heeft het haar authentieke charme weten te behouden. Je kunt er tijdens een citytrip heerlijk rondslenteren door de smalle, steile straatjes. Bezoek er leuke souvenirwinkeltjes of ga lekker op een taverna (terras) in de zon zitten om de sfeer te proeven. Lees meer op de Athene pagina van Landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

GRIEKENLAND LINKS

Advertenties
• Griekenland Tui Reizen
• Griekenland Vliegtickets.nl
• Unieke reizen Griekenland
• Autohuur griekenland
• ANWB vakantie boeken Griekenland
• Naar Griekenland met Sunweb
• Griekenland Vliegtickets Tix.nl
• Djoser Rondreis Griekenland
• Autoverhuur Sunny Cars Griekenland
• Griekenland Hotels
• Griekenland reizen met kinderen
• Griekenland Campings
• Transport Griekenland - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Campersite Griekenland (N)
Dieren in Griekenland (N)
Griekenland Foto's
Griekenland Foto's (2)
Griekenland Reisstart (N)
Griekenland Start België (N)
Reisfotografie
Reisinformatie Griekenland (N)
Reizendoejezo – Griekenland (N)
Rondreis door Griekenland (N)
Rondreis Griekenland (N)
Startpagina Griekenland (N)

Bronnen

DuBois, J. / Greece

Times Books International

Europese Unie : vijftien landendocumentaties

Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs

Gerrard, M. / Griekenland

Kosmos-Z&K,

Koster, D. / Griekenland

ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems