Landenweb.nl

SICILIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Italiaans
  Hoofdstad  Palermo
  Oppervlakte  25.710 km²
  Inwoners  ca. 5.057.000
  (2017)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .it
  Code.  ITA
  Tel.  +39

Populaire bestemmingen ITALIE

CampanieLombardijeSardinie
SicilieToscaneUmbrie
Veneto

Geografie en Landschap

Geografie

Sicilië (Siciliaans en Italiaans: Sicilia) is een Italiaans eiland in de Middellandse Zee en wordt van het Italiaanse vasteland (Calabrië) gescheiden door de maar drie kilometer brede Straat van Messina (Stretto di Messina). Het eiland vormt samen met de Eolische of Liparische Eilanden, de Egadische eilandengroep en nog wat andere eilanden de gelijknamige “regione”, heeft een oppervlakte van 25.708 km2 (Nederland: 40.844 km2), en is daarmee het grootste eiland in de Middellandse Zee en ongeveer net zo groot als België.

advertentie

Sicilië SatellietfotoPhoto: Publiek Domein

Tevens is het de grootste “regione” (gewest) van Italië. Ten noorden van het eiland ligt de Tyrrheense Zee, ten oosten de Ionische Zee en ten zuiden en westen de Middellandse Zee. Tunesië (Cap Bon) ligt op maar 150 kilometer ten zuiden van Sicilië. Sicilië ligt op dezelfde hoogte als Zuid-Griekenland, Noord-Tunesiëen Zuid-Spanje.

Landschap

Het eiland vormt zowel geologisch als fysisch-geografisch een voortzetting van het Apennijnse Schiereiland en is geologisch gezien dan ook eigenlijk geen eiland. Sicilië kan landschappelijk in vijf eenheden onderscheiden worden:

De kust van Sicilië is 1030 kilometer lang en alleen aan de brede zuidelijke klifkusten komen lange zandstranden voor. De Tyrrheense en Ionische kust in het oosten zijn smal en grotendeels steil. Tussen de bergen en rotsen, die tot in de zee lopen, komen vele baaien voor.

Oost-Sicilië wordt gedomineerd door de imposante vulkaan Etna en het omliggende Etna-massief. De Etna is de grootste actieve vulkaan van Europa en een van de grootste van de wereld. De vulkaan heeft een hoogte van 3340 meter en is daarmee het hoogste punt van Sicilië. De vulkanische bodem rond de Etna is uiteraard zeer vruchtbaar. Het 590 km2 grote Etna-massief is een nationaal park. Van de Etna zijn minstens 80 uitbarstingen bekend en de laatste levensbedreigende activiteiten van de vulkaan dateren van juli 2001.

advertentie

Etna, grootste actieve vulkaan van Europa en hoogste punt van SiciliëPhoto: Gnuckx CC 2.0 Generic no changes made

Ook aardbevingen en aardverschuivingen hebben al de nodige schade aangericht in de loop der eeuwen. In 1908 werd bijvoorbeeld geheel Messina verwoest en in 1968 vielen er 600 doden en werden 150.000 mensen dakloos. Door de vulkanische activiteiten kent Sicilië ook veel modder- en warmwaterbronnen (fumarole).

Het binnenland van Sicilië is heuvelachtig met op veel plaatsen merkwaardige steenmassa’s waar zelfs steden en dorpen op gebouwd zijn. De bodem bestaat uit vruchtbare klei. Verder liggen in het binnenland verspreid nog enkele bergketens die echter niet boven de 1000 meter uitkomen.

In het zuidoosten ligt het droge en uit kalksteen bestaande Ragusa-plateau. Het plateau wordt doorsneden door groene, vruchtbare rivierdalen zoals de Cava Grande en de Valle d’Anapo.

De Cyclische of Siciliaanse Apennijnen is een oost-west lopend ketengebergte op Noord-Sicilië, en bestaat uit de Monti Peloritani, Le Madonie (hoogste punt: Pizza Carbonara, 1979 meter) en de Monti Nebrodi (hoogste punt: 1847 meter). Op deze uit zand- en kalksteen bestaande bergketens komen vele soorten bloemen en planten voor. Ze behoren evenals het Balkangebergte, de Pyreneeën en de Alpen tot de alpiene bergketens die zich in het Tertiair gevormd hebben, tussen 2 en 70 miljoen jaar geleden.

De rivieren, waaronder de Torto, de Simeto en de Salso, liggen in de zomer veelal droog. In de winter daarentegen kunnen ze bij hoge waterstanden ernstige overstromingen veroorzaken. Het bekendste natuurlijke meer is het Meer van Pergusa dat in de zomer ook droogvalt.

Het eiland Lampedusa is het zuidelijkste puntje van Italië en behoort samen met Linosa en Lampione tot de Pelagische eilanden.

De ten westen van Sicilië gelegen Egadische eilanden (Favignana, Lévanzo en Marettimo) zijn restanten van de Noord-Italiaanse bergketen. De Eolische of Liparische eilanden bestaan uit Lípari, Salina, Vulcano (een nog werkende vulkaan), Alicudi, Filicudi, Panarea en Strómboli (ook een nog werkende vulkaan). Ten noorden van Palermo ligt nog het eiland Ústica en ten zuidwesten van Sicilië ligt Pantellaría.

Klimaat en Weer

Sicilië heeft een Middellandse-Zeeklimaat met hete, droge zomers en zachte, regenrijke winters. In berggebieden en langs de kust hebben de zee en de hoogteligging een matigende invloed op de temperaturen. Tot 1500 meter hoogte moet in de zomer echter toch rekening worden gehouden met temperaturen die oplopen tot 35 à 40°C. Daar komt nog bij dat in de zomer vaak de “sirocco”, een uit Noord-Afrika afkomstige hete woestijnwind waait, die de temperaturen tot grote hoogten opjaagt. Aan de oostkust is het een vochtige wind en aan de noord- en westkust een droge wind.

De koudste maand is januari met temperaturen van ca. 10°C aan de kust tot onder het vriespunt boven de 1800 meter. Neerslag valt met name tussen oktober en maart, vaak in grote hoeveelheden. Op de toppen van de Siciliaanse Apennijnen valt de neerslag in de winter in de vorm van sneeuw. Daar heerst een meer continentaal klimaat met meer regen en koude winters. De Etna is dan ook het grootste deel van het jaar met sneeuw bedekt en daar kan zelfs de skisport beoefend worden.

De temperatuur van het zeewater bedraagt in maart ca. 14°C en in augustus ca. 21°C.

Planten en Dieren

Planten

Door de verschillende klimaatsverhoudingen en bodemgesteldheden wordt de plantenwereld op Sicilië sterk beïnvloed. De planten- en bomenliefhebber komt echter met ca. 3000 soorten volledig aan zijn trekken. Enkele uitsluitend op Sicilië voorkomende soorten zijn de Etna-berk, de Etna-kamille, het Etna- viooltje en de Nebrodi-zilverspar die niet meer in het Nebrodi-gebergte voorkomt, maar alleen nog in Le Madonie.

De oorspronkelijke vegetatie, eiken- en dennenbossen van Sicilië is bijna geheel verdwenen door houtkap en aanleg van cultuurgrond. Nog maar ca. 5% van de Siciliaanse bodem is met bos bedekt ondanks enkele herbebossingsprojecten. Op dit moment overheerst de mediterrane vegetatie, maar ook Atlantische, subalpiene en subtropische vegetatie komen nog voor. In de mediterrane bossen bij de Siciliaanse Apennijnen is de meest voorkomende boomsoort de altijdgroene steeneik die ook in deze droge omgeving uitstekend gedijt. In deze bossen komen verder nog veel voor de aardbeiboom, de wilde vijg en de wilde olijf. De eveneens altijdgroene kurkeik groeit op wat vochtiger plaatsen. Boven de 700 meter komt de zeldzame donseik voor.

Beuken- en kastanjebossen groeien op de Etna, het Nebrodi-gebergte en Le Madonie. In deze bossen vinden we verder tal van plantensoorten zoals brem, bosanemoon, hulst en hazelaar en boomsoorten zoals vijgenboom, acacia, mimosa, amandelboom en olijfboom en de eucalyptus, die in de negentiende eeuw vanuit Australië is ingevoerd. Parasoldennen, zeedennen en Corsicaanse dennen zijn de bekendste naaldbomen. Van de verschillende palmensoorten is alleen de dwergpalm inheems. Opvallend is verder de vijgcactus, de agave en de gehoornde veldsla.

Het grootste gedeelte van de Siciliaanse vegetatie wordt uitgemaakt door de macchia of maquis. Maquis is een dikke, vaak ondoordringbare heesterachtige vegetatie met o.a. boomdopheide, judasbomen, buxus, gewone wolfsmelk, egelswolfsmelk, hulsteik, cistusroos, mastiek, tijm, lavendel, rozemarijn en kamperfoelie. Bougainvillea, oleander, hibiscus en oleander zijn bekende bloemensoorten.

Dieren

De ontbossing en de jacht heeft een desastreuze invloed gehad op de Siciliaanse fauna. Hazen, wilde katten, wezels, bunzings, wilde zwijnen en damherten komen alleen nog maar voor in het Etna-massief en de Siciliaanse Apennijnen.

Vogelsoorten zijn er nog wel genoeg te zien op Sicilië. Bijzonder zijn de scharrelaar, de Europese kanarie, de steenpatrijs, de hop en de bijeneter. Flamingo’s, ooievaars, lepelaars en verschillende reigersoorten zijn overwinteraars. Het aantal roofvogelsoorten is nog redelijk hoog met buizerd, havik, torenvalk en incidenteel steenarend, rode wouw en sperwer.

Er komen acht slangensoorten voor op Sicilië, waaronder de giftige aspisadder, de esculaap en de groene toornslang. De smaragdhagedis, de landschildpad en de zeldzame schijftongkikker zijn bijzondere verschijningen.

Sicilië telt 22 beschermde natuurgebieden: negentien natuurreservaten, twee regionale natuurparken en één nationaal park, het ca. 590 km2 grote Etna- massief (Parco dell’Etna).

Geschiedenis

Prehistorie

De oudste gevonden rotstekeningen en werktuigen dateren van de oude en middensteentijd (ca. 35.000-5.000 v.C.). Hieruit blijkt dat deze vroegste bewoners in grotten leefden en zich in leven hielden met vissen en jagen. Tijdens de jonge steentijd (5.000-3.000 v.C.) begonnen de bewoners van Sicilië zich te vestigen in nederzettingen en onderhielden zich door middel van veeteelt, akkerbouw en mijnbouw.

De bekendste neolithische cultuur is die van Stentinello, ten noorden van Syracuse. De koper- en bronstijd (3.000-700 v.C.) waren periodes waarin volken uit Afrika, Midden-Oosten en van het Iberisch Schiereiland zich op het eiland vestigden. Bekende culturen uit deze periodes waren de Conca d’Oro-cultuur, de Capo Graziano-cultuur en de Castelluccio-cultuur.

Griekse overheersing

Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat er al rond 1500 v.C. handelscontacten waren met de Grieken. Voorafgaand aan de kolonisering van Sicilië door de Grieken leefden er drie belangrijke volken op Sicilië: de Sicaniërs van Iberische (Spanje, Portugal) oorsprong in het midden en het westen, de Elymiërs van onduidelijke (Anatolië?) afkomst in het westen, en de Siculiërs, afkomstig van het Italiaanse vasteland in het oosten. De Feniciërs, een zeevaardersvolk, waren de eerste echte kolonisten die aan het begin van de 8e eeuw v.C. een aantal handelsnederzettingen stichtten aan de westkust.

In diezelfde eeuw startte eveneens de Griekse kolonisatie van het eiland. Deze Grieken waren vertrokken uit Griekenland door tal van problemen (o.a. overbevolking, politieke spanningen) en vestigden zich in het hele Middellandse- Zeegebied, waaronder Sicilië. De eerste Griekse stad op Sicilië was Naxos, gesticht in ca. 735 v.C. Vele andere steden volgden waaronder Syracuse, Katane (nu: Catania) en Acragas (nu: Agrigento). Naast de introductie van de Griekse cultuur werden er ook al snel onafhankelijke stadstaten (poli) gesticht die in Griekenland zelf de basis vormden van de Griekse staatsinrichting.

Deze stadstaten kenmerkten zich door een agressieve expansiepolitiek en kwamen daardoor vaak in conflict met de inheemse bevolking, maar ook onderling kregen ze het regelmatig aan de stok met elkaar. Uiteindelijk werd Gelon van 491-478 v.C. de machtigste heerser op Sicilië en hij maakte van Syracuse de grootste en belangrijkste stad van de westelijke Griekse wereld. In deze periode waren de Fenisische koloniën op Sicilië overgenomen door de Puniërs, Fenisische kolonisten uit de stadstaat Carthago in Noord-Afrika. Deze Puniërs probeerden de macht van de Grieken te breken maar werden in de slag bij Himera door de Grieken verslagen en hadden vanaf die tijd niet veel meer te vertellen op het eiland. Hierna volgde de bloeitijd van de Griekse cultuur op Sicilië. Het inwoneraantal steeg tot het voor die tijd gigantische aantal van ca. 5 miljoen, ongeveer net zoveel als er nu op Sicilië wonen. Voor de gehele Griekse wereld wordt dit de klassieke periode genoemd. Zowel militair als op het gebied van de literatuur, de bouwkunst, de beeldhouwkunst, de filosofie en de wetenschap voerden de Grieken de toon aan. Ook Sicilië plukte hier de vruchten van en deed weinig onder voor Athene onder wie Stesichorus, Empedocles, Gorgias, Theocritus en Archimedes, waren uit Siciliaanse steden afkomstig of werkten er langdurig.

Deze periode betekende ook het einde van de machtige heersers van de stadstaten. Net als in Griekenland zelf werd ook op Sicilië de democratie geïntroduceerd: de macht aan het volk. Toch werden in de gouden 5e eeuw v.C. vele gewapende conflicten uitgevochten. Het conflict tussen Syracuse en Segesta werd door Athene aangegrepen om Sicilië een toontje lager te laten zingen. Syracuse werd twee jaar belegerd, maar wist zich de Grieken van het lijf te houden. Door deze oorlogen waren Syracuse en haar bondgenoten echter dermate verzwakt dat de Puniërs van Carthago kans zagen om enkele stadstaten te verwoesten. Met Syracuse werd in 403 v.C. overeengekomen dat Sicilië in twee invloedssferen verdeeld zou worden. Begin 4e eeuw was Syracuse door alle oorlogen en conflicten als enige macht overgebleven en stond op dat moment onder leiding van Dionysus I. Hij bezorgde Syracuse weer een bloeiperiode en het lukte hem zelfs om aan de Carthagers verloren gebied weer terug te veroveren.

Na de periode Dionysus I zorgde een familiaire opvolgingscrisis tot burgeroorlogen die Sicilië zwaar troffen. In 344 v.C. stuurden de Grieken een leger o.l.v. Timoleon naar Sicilië om de rust te herstellen. Het lukte hem vrij snel om de toestand op Sicilië weer te normaliseren en de welvaart en hestelde zich snel. Na de dood van Timoleon in 336 v.C. was de chaos weer compleet op het eiland totdat Agathokles de macht greep. Deze voerde een dictatoriaal bewind en voerde vele oorlogen met alle Griekse stadstaten op Sicilië.

Romeinse overheersing

De Grieken verloren echter steeds meer hun greep op Sicilië en de Carthagers en de steeds machtiger wordende Romeinen gingen zich met Sicilië bemoeien. Alleen de Griek Pyrrhus deed nog een poging om de macht te grijpen maar werd uiteindelijk verslagen door de Romeinen. Een van de generaals van Pyrrhus, Hiëron, sloot een bondgenootschap met de Romeinen en stichtte op Oost-Sicilië een koninkrijk met Syracuse als hoofdstad. Vanaf de 3e eeuw v.C. lagen de Romeinen en Carthagers met elkaar in de clinch over de heerschappij over de Middellandse Zee. Na de drie Punische oorlogen bleven de Romeinen als overwinnaar over. De tweede Punische oorlog werd zelfs gedeeltelijk op Siciliaans grondgebied uitgevochten. Syracuse werd twee jaar lang belegerd door de Romeinen omdat zij de kant van de Grieken hadden gekozen.

Uiteindelijk werd de stad verwoest en dat betekende meteen het einde van de Griekse beschaving op Sicilië. In 212 v.C. behoorde het eiland definitief tot het Romeinse Rijk en werd bestuurd door een stadhouder en met de hulp van een aantal grootgrondbezitters. De graanproductie op Sicilië was zeer belangrijk voor de Romeinen en zorgde voor grote welvaart. De hele Romeinse periode werd gekenmerkt door rust op het politieke en militaire front.

Alleen twee slavenoorlogen in de 2e eeuw v.C. zorgden voor veel onrust. In 395 n.C. viel het Romeinse Rijk uit elkaar in het West-Romeinse en het Oost- Romeinse of Byzantijnse Rijk. Ook vonden in die tijd grote volksverhuizingen plaats. Zo werd Sicilië van 468 tot 476 bezet door de Vandalen onder leiding van Geiserik, die weer werden opgevolgd door de Oost-Goten. In 535 werd Sicilië weer veroverd door de Byzantijnse keizer Justinianus.

Arabieren en Normandiërs

De opvolgers van de Byzantijnen waren de Arabieren die na de dood van Mohammed in 632 in een hoog tempo grote delen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika veroverden. Sicilië werd vanaf 827 door de dynastieën van de Aghlabiden en de Fatimiden langzaam aan veroverd. Het laatste Byzantijnse bolwerk, Syracuse, viel in 878. In 965 stond geheel Sicilië onder islamitische overheersing en waren de meeste Byzantijnen van het eiland gevlucht.

In de 11e eeuw kwamen de Normandiërs, afstammelingen van de Vikingen uit Scandinavië, in beeld. Zij kwamen de Grieken te hulp in de strijd tegen de Turken van het Ottomaanse Rijk en stichtten daartoe een rijk in Zuid-Italië. Van daaruit werd ook Sicilië veroverd door de gebroeders Roger en Robert Guiscard, in de periode 1066 tot 1091. Onder de Normandiërs, met name de eerste helft van de 12e eeuw onder Roger II, beleefde Sicilië op het gebied van de architectuur, de beeldende kunst, de filosofie en de wetenschap een bloeiperiode.

Verder was het militair en politiek een rustige periode waardoor alle aanwezige volken en culturen vreedzaam naast elkaar leefden. Dit veranderde onder invloed van de kruistochten in de tweede helft van de 12e eeuw en leidde tot een grootscheepse emigratie van joden en islamieten.

Hohenstaufen

In 1194 kwam er een einde aan de Normandische overheersing van Sicilië. Het eiland werd na hevige gevechten geannexeerd door Hendrik VI van Hohenstaufen, een zoon van de Duitse keizer en getrouwd met een dochter van Roger II. Sicilië ontwikkelde zich zeer snel onder de Hohenstaufens, met name onder Frederik II van Hohenstaufen, met de bijnaam “stupor mundi” (=schudder van de wereld). Op Sicilië wordt hij trouwens Frederik I genoemd.

Ondanks problemen met de Paus van Rome werd Sicilië nog één keer het centrum van de handel en de cultuur. O.a. de “Constitutie van Melfi”, een voor die tijd moderne grondwet, en de Siciliaanse dichtersschool stammen uit die tijd. Na de dood van Frederik II werd hij opgevolgd door diens zoon Manfred, de laatste van het geslacht Hohenstaufen, die in 1266 sneuvelde door de troepen van de Franse Karel van Anjou. Karel werd tot koning van Sicilië en Napels gekroond en regeerde als een tiran.

In 1282 volgde een grote opstand, de “Siciliaanse Vespers”, die uitmondde in een heuse onafhankelijkheidsoorlog. De Sicilianen riepen de hulp in van Pedro III van Aragon (Peter I} in Spanje, maar het duurde nog twintig jaar voordat de Fransen definitief verdreven werden.

Spaanse overheersing

Met de komst van de Aragonezen begon de Spaanse overheersing, die 600 jaar zou duren. Na de dood van Peter I werden Aragon en Sicilië door verschillende vorsten bestuurd. In 1314 liet Frederik II zich uitroepen tot koning van een onafhankelijk Sicilië. Dit duurde tot 1406 toen Sicilië weer een gewest werd van Aragon. En zou daarna nog door 78 onderkoningen van Spanje bestuurd worden. De Spaanse overheersing leidde uiteindelijk tot de culturele en economische achteruitgang van Sicilië. De Spaanse heersers, op een paar uitzonderingen na, exploiteerden Sicilië en buitten het uit. Zo werd Sicilië praktisch ontbost ten behoeve van de scheepsbouw en de akkerbouw. Onder Alfons I werd in 1444 nog wel de Universiteit van Catania gesticht.

De eenwording in 1479 van Spanje bracht Sicilië weinig goeds. Joden en islamieten werden verjaagd en Spanje liet Sicilië helemaal links liggen na de ontdekking van Amerika in 1492. Sicilië werd door Karel V nog bezocht maar veel onderkoningen na hem putten het eiland steeds verder uit. Alleen de rijken weren steeds rijker, de bevolking verpauperde wat onvermijdelijk leidde tot enkele opstanden, waarvan die in 1647 o.l.v. Giuseppe d’Alesi de bekendste was. Het natuurgeweld van de Etna trof Sicilië in 1669 en 1693. Alle steden in Zuidoost-Sicilië werden verwoest.

In 1700 ontstond een ruzie om de troonsopvolging van de kinderloze Karel II, wat leidde tot de Spaanse Successieoorlog die werd afgesloten met de Vrede van Utrecht in 1713. Filips V van Bourbon was de gelukkige en mocht de troon bestijgen. Sicilië werd toegekend aan de hertog van Savoye, Victor Amadeus. Deze Amadeus ruilde een aantal jaren later het eiland in voor Sardinië, eveneens een eiland in de Middellandse Zee. De Oostenrijkse keizer Karel VI gaf Sicilië daarna aan de Spaanse Bourbons die prins Karel V tot koning van Sicilië en Napels kroonden. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Ferdinand IV. Ferdinand benoemde Domenico Caracciolo tot onderkoning van Sicilië. Hij zorgde ervoor dat de machtige Jezuïeten-orde in 1767 uitgewezen werd en dat de Inquisitie in 1782 aan banden gelegd werd. Toch bleef de sociale situatie hetzelfde, het volk bleef arm en de adel en de kerk werden steeds rijker.

De ideeën van de Verlichting en de Franse Revolutie in 1789 zorgden er echter voor dat de bevolking van Sicilië zich bewust werd van haar uitzichtloze situatie en het zou dan ook niet lang meer duren voordat sterke nationalistische gevoelens de kop opstaken. De eerste opstand dateert van 1795, maar werd door Ferdinand neergeslagen. In 1799 veroverde Napoleon Bonaparte Napels, waardoor Ferdinand genoodzaakt was te vluchten naar Palermo. Met behulp van de Engelsen keerde hij in 1802 terug, maar moest later toch weer uitwijken naar Sicilië, ditmaal tot 1812. Hoewel de Fransen Sicilië nooit bezet hebben, werd Ferdinand toch gedwongen in te stemmen met een nieuwe grondwet voor Sicilië. Hierin werd o.a. geregeld dat Sicilië onafhankelijk van Napels zou worden, de machten gescheiden zouden worden, dat er een parlement met twee kamers zou komen en dat de rechten van de bevolking uitgebreid zouden worden.

Vanaf 1815, na de definitieve nederlaag van Napoleon, volgde de periode van de Restauratie: een poging van de grootmachten in Europa om naar de situatie van voor de Franse Revolutie terug te keren. Bij het Verdrag van Wenen kregen de Bourbons zeggenschap over Sicilië en Ferdinand IV herstelde de vroegere twee- eenheid onder de naam “koninkrijk der beide Siciliën” en noemde zichzelf Ferdinand I. De grondwet werd weer nietig verklaard en dit alles leidde ertoe dat Sicilië een van de armste gebieden van Europa zou worden. Maar de Siciliaanse nationalisten bleven actief en in 1820 volgde de opstand van de “carbonari”, een liberaal-nationalistisch genootschap. De opvolgers van Ferdinand I probeerden het tij middels enkele hervormingen nog te keren, maar de beer was definitief los.

In het revolutiejaar 1848 volgde weer een opstand en de onafhankelijkheid werd zelfs uitgeroepen. Deze situatie duurde echter maar tot 15 mei 1849, toen Napolitaanse troepen Palermo innamen na bombardementen op de stad Messina. In 1860 volgde een nieuwe opstand en kwam de vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi in beeld. Met een klein legertje landde hij op 11 mei 1860 vanuit Genua bij Marsala en na een korte strijd met de legers van de Bourbons kwam er een eind aan de al zes eeuwen durende Spaanse overheersing.

Sicilië één met Italië maar toch autonoom

Garibaldi regeerde een tijd over Sicilië in naam van koning Vittorio Emanuele II van Italië. Op initiatief van eerste minister en leider van de Italiaanse eenheidsbeweging Cavour, werd er een volksstemming gehouden. Inzet was aansluiting bij het koninkrijk Sardinië en zeer velen stemden voor. Een half jaar later volgde echter al de eenheid van geheel Italië. De nieuwe Italiaanse regering toonde weinig belangstelling voor het zuiden van Italië en dus ook niet voor het arme, agrarische Sicilië. Dit leidde tot arbeidersopstanden in Palermo in 1866 en een boerenopstand in 1893, die in een bloedbad eindigden. Een massale emigratie was het bijna logische gevolg: tussen 1880 en 1950 emigreerden meer dan 1,5 miljoen Sicilianen naar met name de Verenigde Staten en het vasteland van Italië. Ook de opkomst van de maffia rond 1860 is hierdoor te verklaren.

Na de Eerste Wereldoorlog bepaalden Benito Mussolini en het fascisme enkele decennia het leven in Italië. Nadat hij aan de macht kwam zorgde hij ervoor dat o.a. de vlakte van Catania drooggelegd werd, de malaria uitgebannen werd van het eiland en dat de grootgrondbezitters onteigend werden en dat het land verdeeld werd onder de landloze boeren. Op 10 juli 1943 landden de geallieerden bij Gela en in september van dat jaar werd Sicilië bevrijd van de Duitse en Italiaanse troepen.

Hierna volgde een periode waarin de maffia en separatisten de boventoon voerden. Vanaf februari 1944 begon er een onafhankelijkheidsstrijd die tot 1947 zou duren. In 1947 kreeg men op Sicilië gedeeltelijk zijn zin. Samen met o.a. Sardinië kreeg Sicilië een aparte status (regione a statuto speciale) met verregaande autonomie. Verkiezingen leverden dat jaar een overwinning op van communisten en socialisten, dit tot ongenoegen van de maffia en de kerk. Onder druk van deze machtige instituten wonnen de christen-democraten in 1950 de verkiezingen.

Ook in 1950 werd het economische stimuleringsfonds “Cassa del Mezzogiorno” opgericht om de economie van Zuid-Italië en Sicilië te steunen. Door o.a. corruptie en maffiapraktijken kwamen vele lires op de verkeerde plaats terecht en leverde al het geld uiteindelijk bitter weinig op. Ook de olie die werd gevonden voor de kust bij o.a. Syracuse zorgde maar voor een bescheiden economische opleving. Begin juni 1955 stond Sicilië in het middelpunt van de internationale belangstelling tijdens de Conferentie van Messina. Hier werd de basis gelegd voor de Europese Economische Gemeenschap, nu de Europese Unie. In de jaren zestig en zeventig werd er door de Italiaanse regering en de Europese Gemeenschap nog eens miljarden lires in het armlastige Sicilië gestopt, o.a. in de huizenbouw, die echter ook weer een toonbeeld van corruptie was.

In 1980 werd de regionale president van Sicilië, Piersanti Mattarella door de maffia vermoord. In de jaren tachtig stond de strijd tussen de verschillende maffia-clans centraal op Sicilië. Sinds 1992 worden er grote successen geboekt in de strijd tegen de maffia ondanks het vermoorden van de onderzoeksrechters Falcone en Borsellino in 1992.

In oktober 2006 besloot het Italiaanse parlement om de plannen voor een brug die Sicilië met het vasteland zou verbinden, te stoppen. Een meerderheid vonde het plan te duur en te riskant. De brug over de Straat van Messina had met een lengte van 3 kilometer de langste hangbrug ter wereld moeten worden en was bedoeld om Sicilië een economische impuls te geven. Het al opzij gezette bedrag van 4,4 miljard euro werd gestoken in andere infrastructurele projecten op het eiland.

Sinds 10 november 2010 is Rosario Crocetta president van Sicilië. In november 2017 wordt hij opgevolgd door Nello Musumeci.

Zie verder ook de geschiedenis van Italië op Landenweb.

Bevolking

Sicilië heeft ruim 5 miljoen inwoners. Er wonen gemiddeld bijna 200 mensen per km2. Behalve de zuidkust zijn de kustgebieden het dichtst bevolkt. De meeste Sicilianen (ca. 60%) wonen in de provincies Palermo, Catania en Messina. Palermo is met ca. 700.000 inwoners de grootste stad en daarna komen Catania (ca. 340.000), Messina (ca. 235.000), en Syracuse (ca. 125.000). De Sicilianen zijn de afstammelingen van de vele rassen die het eiland in de loop der tijden bevolkt hebben.

In het verleden zijn veel Sicilianen in verband met de slechte economische omstandigheden naar de Verenigde Staten geëmigreerd; sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw vindt er een trek plaats van het binnenland naar de kustgebieden en de steden en naar het Italiaanse vasteland, waarvan met name het noorden destijds sterk werd geïndustrialiseerd. Doordat sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw veel emigranten weer terugkeerden naar hun geboortegrond, stijgt het bevolkingsaantal zelfs weer licht.

Taal

advertentie

Overzicht Romaanse talenPhoto: Koryakov Yuri CC 3.0 Unported no changes made

Het Italiaans is een Romaanse taal en is een directe voortzetting en ontwikkeling van het (vulgair) Latijn. Officieel is Italiaans de taal van Italië en van het Zwitserse kanton Ticino (Tessin), van vier bergdalen in het Zwitserse Graubünden en van de Republiek San Marino. Italiaanse dialecten vindt men op Corsica, aan de Côte d'Azur tot en met Nice, in Monaco en in de stadskernen van Istrië en nog verspreid in het Joegoslavische Dalmatië. Buiten Italië zijn er in Europa ruim 1 miljoen italofonen en in Afrika en Noord- en Zuid-Amerika samen ruim 10 miljoen.

De eerste pogingen tot het scheppen van een geschreven landstaal begonnen met de Siciliaanse dichterschool in de eerste helft 13de eeuw. Door historische en geografische oorzaken, maar vooral door de schrijvers Dante, gevolgd door Petrarca en Boccaccio, heeft het Toscaans, speciaal het Florentijnse idioom daarvan, in de 14de eeuw over alle andere dialecten gezegevierd. Als norm geldt nu de taal van de beschaafde kringen in de Toscaanse steden en die van Rome. De Italiaanse dialecten zijn nog steeds zeer vitaal en men onderscheidt ze o.a. in een Midden- en Zuid-Italiaanse groep waartoe het dialect van Sicilië behoort.

Siciliaans (lu sicilianu, Italiaans: lingua siciliana, ook wel bekend als Siculu of Calabro-Siciliaans) is een Italisch dialect en een Romaanse taal. Het wordt gesproken op het eiland Sicilië en naburige eilanden, in het zuiden en midden van Calabrië, in het zuiden van Apulië, de Salento (waar het bekend staat als Salentino), en Campanië op de Italiaanse schiereiland, waar het Cilentano heet.

Het echte onvervalste Siciliaanse dialect is alleen nog in de wat geïsoleerde gebieden te horen en is te herkennen aan vele u-klanken b.v.:

De naam Sicilia verwijst naar een van de oudste volkeren in de geschiedenis van het eiland, de Siculiërs.

Godsdienst

Sicilië is overwegend katholiek en de geestelijkheid op het eiland is een van de behoudendste van Italië. De kerk heeft ook nog steeds een grote invloed op het sociale leven via o.a. het onderwijs, tradities en grondbezit. Vooral de Heilige Week rond Pasen speelt nog een belangrijke rol in de dorpen op het platteland met processies, uitvoeringen en speciale kerkdiensten.

Maria-Hemelvaart wordt nog bijna overal gevierd met triomfkarren die door gelovigen voortgetrokken worden.

De manier van godsdienst beleven is echt op z’n Spaans, vol tradities, symboliek en taboes. De zes eeuwen durende Spaanse overheersing is hier nog duidelijk te merken.

Italie Algemeen

advertentie

Sint Pietersplein Rome ItaliePhoto: Diliff CC 3.0 Unported no changes made

Ruim 85% van de bevolking behoort officieel tot de rooms-katholieke Kerk. Tot 1984 gold het rooms-katholicisme als de staatsgodsdienst, vastgelegd in de verdragen van Lateranen uit 1929. Het verdrag werd gesloten tussen de Italiaanse leider Benito Mussolini en paus Pius XI. Dat betekende ook dat de rooms-katholieke Kerk op allerlei gebieden voorrechten kreeg boven de andere godsdiensten.

Op 12 februari 1984 ondertekenden de Italiaanse overheid en het Vaticaan een concordaat waarin de principes van het verdrag van Lateranen werden losgelaten en het afgelopen was met de privileges van de rooms-katholieke Kerk.

De rooms-katholieke Kerk is ingedeeld in ca. 300 gebieden, namelijk bijzondere ressorten als vrije prelaturen, abdijen onder een abt of abbas nullius, aartsbisdommen en bisdommen, waarvan een deel rechtstreeks onder de Heilige Stoel valt.

Er zijn verder nog ca. 500.000 protestanten en orthodoxen en ca. 35.000 joden. De belangrijkste protestantse kerk is de Waldenzische Kerk (Italiaans: Chiesa Valdese) die pas sinds 1947 bij wet erkend werd. Andere protestantse kerken zijn lutheranen van de Duits-sprekende gemeenschappen in het noordoosten, methodisten en baptisten. Samen vormen ze de Bond van Protestantse Kerken.

De Unie van Italiaanse Joodse Gemeenten omvat 22 joodse gemeenten. Verder is er nog een kleine moslimgemeenschap in het zuiden van Italië en in de grote steden in het noorden. De meeste moslims (ca. 300.000) komen oorspronkelijk uit Noord-Afrika.

Samenleving

Bestuur

advertentie

Parlement van Italië is gevestigd in het Palazzo MontecitorioPhoto: Manfred Heyde CC 3.0 Unported no changes made

Het Siciliaans Statuut van 1946 regelt dat de “regione Sicilia” een vrij vergaande autonomie kent. Deze regels zijn ook vastgelegd in de Italiaanse grondwet van 1948. De Italiaanse regering werd hier destijds bijna toe gedwongen door de sterke drang van de Sicilianen naar meer zelfstandigheid. Velen wilden zich zelfs helemaal afsplitsen van Italië.

Het gewest (regione) Sicilië is verdeeld in negen provincies die allemaal de naam dragen van de hoofdstad: Palermo (tevens hoofdstad), Syracuse, Messina, Catania, Enna, Caltanisetta, Agrigento, Ragusa en Trápani.

De Sicilianen kunnen dus veel zelf regelen zoals bijvoorbeeld politie, landbouw, transport, publieke werken en gezondheidszorg. Ook de wetgevende en uitvoerende macht berust bij Siciliaanse organisaties en zelfs de belastingen worden door Sicilië zelf vastgesteld.

De in Palermo zetelende volksvertegenwoordiging (Assemblea regionale) bestaat uit 90 leden. Deze volksvertegenwoordiging kiest de president en de ministers (assessori) die samen het kabinet (giunta) vormen. Voor de actuele politieke situatie in Italië zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

advertentie

Regioni ItaliePhoto: TUBS CC 3.0 Unported no changes made

Er zijn 20 regioni (gewesten), die zijn onderverdeeld in 95 provincies en 8091 gemeenten (comuni). Deze administratieve eenheden worden bestuurd door raden, die elke vijf jaar gekozen worden, en een uitvoerend orgaan. Het uitvoerend orgaan is verantwoording schuldig aan de raad.

Vijf regioni (Sicilië, Sardinië, Valle d'Aosta, Trentino-Alto Adige en Friuli-Venezia Giulia) bezitten een zekere mate van autonomie (regioni a statuto speciale), vanwege het feit dat het of eilanden zijn of dat ze grenzen aan andere landen.

Het grootste gewest is Sicilië, het kleinste Valle d'Aosta.

Hieronder een overzicht van de 20 gewesten met hun respectievelijke hoofdstad:

Onderwijs

advertentie

Ubniversiteit van Palermo op SiciliePhoto: Archipenzolo CC 3.0 Unported no changes made

Kinderen kunnen in Italië wat het lager onderwijs betreft gebruik maken van particuliere, buitenlandse en (gratis) openbaar onderwijs. De particuliere en buitenlandse scholen zijn uiteraard alleen haalbaar voor kinderen met rijke ouders. Nadeel is dat de beste onderwijzers niet in het openbaar onderwijs terechtkomen waardoor het niveau van het openbaar onderwijs een stuk lager is. Na de kleuterschool of andere soorten van kinderopvang, begint de schoolplicht.

Vanaf het zesde jaar volgt iedereen vijf jaren lagere school en drie jaren voortgezet onderwijs. De vijf jaren lagere school worden afgesloten met een test. Is de test goed verlopen dan heeft het kind recht op toelating tot het voortgezet onderwijs (scuola medi). Wanneer het voortgezet onderwijs goed afgesloten wordt kan men verder studeren op de zogenaamde lycea. Er zijn verschillende lycea: artistieke, technische, wetenschappelijke, klassieke en taalkundige. Daarna kan men verder studeren op universitair niveau.

De situatie op Sicilië is niet zo gunstig. Veel kinderen helpen hun ouders mee het vaak lage inkomen wat op te krikken en dit gaat dan soms ten koste van de school. Analfabetisme onder kinderen uit bijvoorbeeld de achterbuurten van Palermo en uit het binnenland zijn helaas geen uitzonderingen. Aan de andere kant is de emancipatie van de vrouwelijke bevolking in de steden zover gevorderd dat er ook veel meisjes aan de Universiteit van Catania een studie volgen.

Maffia

advertentie

Thuisgebieden Italiaanse maffiaPhoto: NordNordWest CC 3.0 Unported no changes made

De maffia (Siciliaans, van het Arabische afah = bescherming; Italiaans: mafia), is een verzamelnaam voor in het begin van de 19de eeuw op West-Sicilië ontstane geheime, netwerkachtige organisaties, die op gewelddadige wijze opereren. De leden van die organisaties heten maffiosi. Het woord maffioso werd voor het eerst in 1863 gebruikt. De ambivalente relaties die de maffia onderhoudt met vertegenwoordigers van de overheid (enerzijds hen bestrijdend, anderzijds met hen samenwerkend) onderscheidt hen van andere misdaadorganisaties. In Napels wordt de geheime misdaadorganisatie camorra genoemd, in Calabrië 'ndrangheta en op Sicilië Cosa Nostra. In de 20ste eeuw, rond 1900, is ook in de Verenigde Staten een maffia ontstaan eveneens genoemd Cosa Nostra, met veel afstammelingen van Siciliaanse immigranten.

De maffia heeft zich op Sicilië vooral ontwikkeld rond Palermo, een gebied dat rijk is aan grote landgoederen (latifundia). De maffiosi namen de plaats in van de in Palermo verblijvende landeigenaren en gedroegen zich als opzichters en grote pachters. Zij onderhielden intensieve contacten met de landheren in de stad. Als tegenprestatie voor beveiliging van hun landgoederen en later ook voor steun bij verkiezingen boden de landheren de maffia bescherming tegen de overheid.

Van de maffia als één organisatie, met één centrale leiding, is eigenlijk nooit sprake geweest. De netwerken van lokale organisaties, cosche genoemd (meervoud van cosca, artisjok; de leden van de lokale maffia's worden gesymboliseerd door de bladeren van de artisjok), controleerden ieder één bepaald territorium en stonden met elkaar op allerlei manieren en via allerlei organisaties met elkaar in contact. Ook bestreden ze elkaar op leven en dood.

Zowel in Italië als in de Verenigde Staten hadden van regeringszijde ondernomen pogingen ter bestrijding van de maffia aanvankelijk weinig succes. In Italië zijn in de loop der jaren een serie anti-maffiawetten van kracht geworden, die door de geringe bereidheid tot medewerking van de plaatselijke autoriteiten nauwelijks effect hadden. Daarop werd er door de regering een vaste kamercommissie ingesteld, die op de naleving van deze wetten moest toezien. Na de moord op generaal Dalla Chiesa, prefect van Palermo, in 1982, werd er een Hoge Commissaris aangesteld die belast werd met het coördineren van de strijd tegen de maffia. Toch werden de eerste successen pas behaald in 1986 met de arrestatie in de Verenigde Staten van Tommaso Buscetta, de belangrijkste “boss” van de Siciliaanse maffia. Er werden daarna nog honderden arrestaties verricht, gevolgd door massaprocessen o.a. in Palermo. Veel veroordeelden kwamen echter al snel weer vrij, waarschijnlijk door banden van de maffia met hoge politieke en rechterlijke autoriteiten.

De moorden op de maffiabestrijders en rechters Giovanni Falcone en zijn opvolger Paolo Borsellino in 1992 gaven nieuwe impulsen aan de bestrijding van de maffia. In totaal zijn er tot nu toe elf maffiarechters vermoord.

Dankzij de medewerking van vele maffia-leden (pentiti = berouwhebbenden) die in ruil voor hun verklaringen vrijwaring van straf en bescherming kregen, konden ook de kopstukken van de organisatie worden gearresteerd, zoals de grote baas op Sicilië, Salvatore (Totò) Riina en de tweede man van de maffia, Nitto Santapaolo. Riina werd in maart 1995 tot levenslang veroordeeld. Eind 1992 waren er al meer dan vierhonderd van deze spijtoptanten. Door de inspanningen van het openbaar ministerie in Milaan onder leiding van de officier van justitie Antonio di Pietro, werden de banden tussen georganiseerde misdaad, politiek en bedrijfsleven zichtbaar. Dit alles bracht de maffia zware slagen toe, maar het betekende allerminst dat de organisatie was uitgeroeid. Zelfs de in 2001 herkozen president Silvio Berlusconi wordt er van verdacht nauwe banden te hebben met de georganiseerde misdaad. Zo werkte er vanaf 1973 een zekere Vittorio Mangano op een van de landgoederen van Berlusconi, die sterke banden met de Siciliaanse maffia had.

De maffiabazen regeren nu in stilte, want ook nu nog zijn drugshandel en afpersing aan de orde van de dag. De hoogste baas van de Cosa Nostra op dit moment is de al meer dan veertig jaar onvindbare Bernardo Provenzano.

In april 2006 arresterden Italiaanse agenten het meest gezochte maffiakopstuk ter wereld.

Agenten grepen de"baas der bazen" van de georganiseerde Italiaanse misdaad in een boerderij bij het beruchte Corleone op het eiland Sicilië. Hij werd later op de dag naar een gevangenis in Palermo gebracht.

Met zijn arrestatie komt er een einde aan een zoektocht van 42 jaar naar de gangster. Provenzano nam het roer over van de toenmalige maffiatopman Salvatore 'Toto' Riina, die in 1993 werd gearresteerd.

De 73-jarige Provenzano was al bij verstek veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens de ernstigste maffiamoorden in de Italiaanse geschiedenis. Hij werd onder meer verantwoordelijk gehouden voor de moord op de anti-maffiarechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino in 1992.

In december 2013 werden enkele familieleden van de voortvluchige huidige leider (sinds 2006) van de Cosa Nostra, Matteo Messina Denaro, gearresteerd.

Economie

Algemeen

Sicilië is economisch gezien een van de zwakkere regio’s van Italië. Industrialisatie en miljarden subsidie van de Europese Unie en Italiaanse overheid hebben tot nu toe nog niet veel geholpen. De werkloosheid, met name onder vrouwen en jongeren, is hoog met ca. 20% van de beroepsbevolking en de inkomens per hoofd van de bevolking zijn laag. Verder heeft maar ca. 40% van de Sicilianen een baan. Dit komt doordat er weinig deeltijdarbeid bestaat en vrouwen te weinig in het arbeidsproces meedoen.

Ca. 10% van de beroepsbevolking werkt in de visserij en de landbouw, ca. 20% in de industrie, en ca. 70% is de dienstverlening waaronder velen in het toerisme.

Landbouw, veeteelt en visserij

Het aantal mensen afhankelijk van de landbouw bedroeg in de jaren vijftig van de vorige eeuw nog meer dan vijftig procent van de beroepsbevolking (nu: ca. 10%). Toch wordt nog ongeveer 80% van het landoppervlak gebruikt voor de landbouw, ca. 2 miljoen hectares. Een belangrijk bestaansmiddel op het eiland is dan ook nog steeds de landbouw; de productie van tarwe, vlas, wijn, olijven, noten, maïs, peulvruchten, groenten en citrusvruchten zoals sinaasappels en citroenen. Andere fruitbomen leveren o.a. perziken, abrikozen, amandelen, mispels en granaatappels op. Het binnenland is het graangebied bij uitstek en wordt de graanschuur van Italië genoemd. De vlakte van Catania en de Conco d’Oro-vallei zijn belangrijke tuinbouwgebieden.

Grootgrondbezit was tot nog niet zo lang geleden gemeengoed op Sicilië, en leverde vele werkloze landarbeiders op. Door landhervormingen is die situatie verbeterd maar nog steeds zijn er veel grootgrondbezitters. Een ander probleem is de lange periode van het grote droogte gevolgd door periodes met hevige neerslag. Dit veroorzaakt vaak grote schade aan de gewassen. De lage prijzen voor het graan vormen op dit moment het grootste probleem voor de landbouw. Dit wordt veroorzaakt door de grote concurrentie uit met name Argentinië en de Verenigde Staten.

De veeteelt is van ondergeschikt belang en is door de irrigatie alleen goed mogelijk in de kustvlakten. Door de afname van de weidegronden in het binnenland loopt ook de geiten- en schapenteelt terug. In het zuidwesten is de visserij van belang. Mazaro del Vallo is de grootste vissershaven van Sicilië en ook de vissersvloot is behoorlijk groot. Zowel in de kustwateren als op volle zee wordt gevist op met name sardines, roodbaars, tonijn en zwaardvissen. De visserij heeft wel te lijden onder de visserijpolitiek (o.a. vangst quota’s) van de Europese Unie.

Industrie en mijnbouw

De vondst van aardolie voor de kust bij o.m. de provincies Ragusa en Syracuse in de jaren vijftig heeft geleid tot de vestiging van petrochemische industrie, die ook geïmporteerde grondstoffen verwerkt en exporteert. Mijnbouw en zoutwinning zijn van vroeger uit al de belangrijkste industriële activiteiten, hoewel de laatste jaren van steeds minder belang. De mijnen leverden zwavel en marmer en de zoutpannen (kaliumzout en steenzout) lagen langs de zuidkust. Op het eiland Lípari wordt nog puimsteen gewonnen.

Enkele grote bedrijven zijn ook op Sicilië vertegenwoordigd, zoals Pirelli (banden), Fiat (auto’s), Navali (scheepsbouw), en Thompson (elektronica). Fiat is de grootste industriële werkgever. Er is verder nog een aanzienlijke bouwmaterialen- en voedingsindustrie. Ook papier-, metaal-, en textielindustrie is nog van belang. Industriële centra zijn te vinden bij Syracuse, Palermo, Milazzo en Augusta.

Dienstverlening

De dienstensector is de belangrijkste economische sector op Sicilië, met name geconcentreerd in de steden Palermo, Messina en Catania. De overheid is de grootste werkgever naast de spoorwegen en Telecom Italia.

De werkgelegenheid rond Catania is sterk gestegen en komt bijna in zijn geheel voor rekening van de werkgelegenheid in de dienstverlenende sector, maar ook uit de opkomst van het midden- en kleinbedrijf. De bijnaam 'Milaan van het Zuiden' is dan ook niet zonder reden. Verder wordt het toerisme steeds belangrijker.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Sicilië is een eiland dat zowel door Italiaanse als veel buitenlandse toeristen vaak bezocht wordt. Het heeft zowel mooie stranden als overblijfselen van oude culturen. Hieronder enkele van de mooiste bezienswaardigheden.

Palermo is de hoofdstad van Sicilië en de grootste stad en is misschien het best te vergelijken met een ruwe, ongeslepen diamant. je vindt deze bruisende stad afwisselend chaotisch en stoffig maar toch altijd interessant. De historische omgeving van deze voormalige hoofdstad van koningen en emirs is grotendeels barok met een aantal prachtige juweeltjes van middeleeuwse architectuur. Het Normandische Paleis, met de Byzantijnse kapel (een Monreale in het klein), is gebouwd op Fenicische muren. Er zijn een aantal kloosters en kastelen, en een prachtige kathedraal, evenals kunstgalerieën en een goed archeologisch museum.

Monreale ligt niet ver van Palermo. De stad is vooral bekend vanwege haar prachtige 12de-eeuwse domkerk. De kerk werd in 1172 gebouwd door Willem II van Sicilië. In het gebouw zijn de Normandische en Arabische elementen duidelijk te herkennen. Mozaïeken uit de 12de-13de eeuw, onder andere het immense 7m x 13 meter metende Christus Pantocrator bedekken het grootste deel van het interieur van de kerk. De totale oppervlakte van de mozaïeken is 6000 m2. Naast de kerk staat een benedictijnenklooster met een mooie tuin.

Agrigento staat bekend als de"Vallei van de Tempels" en is een grote archeologische vindplaats. Er zijn ook prachtige olijfbomen en amandelbomen boomgaarden. Agrigento heeft een aantal oude Griekse tempels, waaronder de Tempel van Concord, een van de twee meest complete van Sicilië. De andere is die van Segesta. Dit is de best bewaarde oude Dorische tempel uit de hele Griekse wereld. De tempel met daarbij ook het oude amfitheater, ligt op een prachtige positie.

Taormina is de beroemdste badplaats van Sicilië, vol met restaurants en winkels, en stranden in de buurt. Deze stad ligt op een berg met uitzicht op de Ionische kust. De historie kant is hier alomtegenwoordig. Het Griekse amfitheater, met het beroemde panoramisch uitzicht op de Etna en de kust, wordt gebruikt voor concerten en toneelstukken. De middeleeuwse muren omsluiten de oude stad. Er zijn verschillende kastelen, waaronder die in de Castelmola met uitzicht op Taormina. Een bezoek aan de Etna is een lange dagtocht en voor de natuurliefhebbers is de Alcantara kloof ook aantrekkelijk.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

SICILIE LINKS

Advertenties
• Naar Sicilie met Sunweb
• Sicilie Vliegtickets.nl
• Sicilie Tui Reizen
• Autohuur Sicilie
• Sicilie Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Sicilië
• Palermo Vliegtickets Tix.nl
• Sicilië Campings

Nuttige links

Reisinformatie Sicilië (N)
Reizendoejezo - Sicilie (N)
Sicilië Foto's Kees Hulsen
Startpagina Sicilië (N)

Bronnen

Scholten, J. / Sicilië: met de Egadische en Eolische eilanden

Van Reemst

Bausenhardt, H. / Sicilië

Van Reemst

Haan-van de Wiel, W.H. de / Sicilië

Gottmer

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems