Landenweb.nl

SARDINIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Italiaans
  Hoofdstad  Cagliari
  Oppervlakte  24.090 km²
  Inwoners  ca. 1.653.000
  (2017)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .it
  Code.  ITA
  Tel.  +39

Populaire bestemmingen ITALIE

CampanieLombardijeSardinie
SicilieToscaneUmbrie
Veneto

Geografie en Landschap

Geografie

Sardinië (Italiaans: Sardegna; Frans: Sardaigne) is een Italiaans eiland in de Tyrrheense Zee (Middellandse Zee) en is van het eiland Corsica gescheiden door de Straat (Bocche) van Bonifacio. Sardinië ligt maar twaalf kilometer ten zuiden van Corsica en vormt samen met de kleine eilandjes Maddalena, Caprera, Asinara en Sant’Antioco de gelijknamige “regione”.

advertentie

Sardinië SatellietfotoPhoto: Publiek Domein

Met een oppervlakte van iets meer dan 24.000 km2 is Sardinië na Sicilië het grootste eiland in de Middellandse Zee. Van noord naar zuid meet Sardinië ca. 270 km en van oost naar west maximaal ca. 145 km. Noord-Afrika ligt maar op ca. 180 km en het vasteland van Italië ligt op ca. 190 km. Belangrijke steden zijn Oristano, Sassari, Nuaro, Olbia en natuurlijk Cagliari, de hoofdstad van het eiland.

Landschap

Sardinië heeft minder hoge bergen dan het nabij gelegen Corsica, maar is overwegend heuvelachtig en soms bergachtig.

De hoogste bergen zijn de Punta la Marmora met 1834 meter en de Monte Bruncu Spina met 1829 meter. Deze bergen horen bij het Gennargentu-gebergte dat door het binnenland van noord naar zuid loopt, en naar het zuiden uitloopt in het Gerrei-gebergte en naar het noorden in de Monte di Alba. Van oost naar west loopt het Marghine Goceano-gebergte over het eiland. In het zuidwesten ligt het Iglesiente-gebergte en ten zuidwesten van Cagliari ligt het Capoterra-gebergte. De bergen in het oosten zijn vrijwel onbegroeid terwijl de bergen in het binnenland begroeid zijn met dichte bossen. Sardinië heeft een 1800 kilometer lange kustlijn. Aan de zuidkust bevinden zich kilometers lange stranden. De oostkust en noordoostkust zijn zeer rotsachtig. De rest van de kust wordt gekenmerkt door grote inhammen met kleine baaitjes en schelp- en kiezelstranden.

advertentie

Top van de Punta la Marmora, hoogste berg van SardiniëPhoto: David Edgar CC 3.0 Unported no changes made

De belangrijkste van de vaak waterarme rivieren zijn de Tirso, Flumendosa, Mannu en Coghinas. De grootste meren zijn de strandmeren van Cagliari en Cabras en in het binnenland het stuwmeer Omodeo in de Tirso. Langs de westoever van de baai bij Cagliari ligt een netwerk van meren en moerassen. De grote lagune van het Santa Gilla-moeras beslaat ruim 4000 ha, inclusief de oude Macchiareddu-zoutvlakte, waar het enige nog in gebruik zijnde zoutwerk zich bevindt.

Klimaat en Weer

Sardinië heeft een subtropisch klimaat met zachte regenrijke winters en droge en vaak zeer warme zomers. De gemiddelde temperatuur ligt in de zomer aan de kust tussen de 25°C en 30°C. In de bergen liggen de temperaturen dan rond de 20°C. In de winter is het in Cagliari gemiddeld minimaal 14°C en maximaal 23°C. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur in Cagliari is 18,1°C. In de bergstreken is het ’s winters minimaal rond 0°C en maximaal 6°C. ’s Zomers valt er langs de kusten praktisch geen regen, in de bergen soms buien. ’s Winters valt er vooral in het noorden vrij veel regen. De gemiddelde jaarlijkse neerslag in het zuidelijk gelegen Cagliari bedraagt ca. 362 mm. In het begin van de winter valt er veel sneeuw op het Gennargentu-massief en soms zelfs op het lager gelegen rotslandschap van de Supramonte.

Men heeft uitgerekend dat er jaarlijks gemiddeld 125 bewolkte dagen voorkomen langs de kust. In de bergen ligt dat aantal hoger, namelijk ca. 200. De temperatuur van het zeewater is het hoogst in september, ca. 24°C. Twee soorten winden zijn ook bepalend voor het weer op Sardinië. De mistral is een wind die vanaf het Rhônedal in Frankrijk waait en ’s winters de temperatuur verhoogd en ’s zomers voor wat afkoeling in het noorden zorgt. De sirocco, een warme Sahara-wind, kan met name in het zuiden en zuidoosten voor extreem hoge temperaturen zorgen (’s nachts tot boven de 30°C) in de zomer.

Planten en Dieren

Planten

De bekendste boom van Sardinië is de kurkeik die vooral domineert in de noordelijke bossen. Het kurk van de kurkeik wordt gebruikt voor souvenirs en uiteraard voor kurken op wijnflessen.

In de bergen zijn veel steeneiken, varens en dennen te vinden. Op grote hoogte groeit de wilde roos. Eucalyptusbomen en de wilde olijfboom groeien op de lagere, warmere delen. In het zuiden zijn palmbomen bekende verschijningen. De palmanana is een dwergpalm die alleen voorkomt op het eilandje Sant’Antioco en niet hoger wordt dan ca. 25 cm. Mirte, lavendel, margrieten en klaprozen groeien op de uitgestrekte velden. De mastiek, in struik- of boomvorm, komt algemeen voor en levert hars voor vernis. Overal langs de kust komen schijfcactussen voor en met name aan zuidkust vinden we de kermes-eik.

Evenals op Corsica doet de maquis (Italiaans: macchia) het goed in de kust- en berggebieden van Sardinië. Maquis is een dikke, vaak ondoordringbare heesterachtige vegetatie waaronder mirte, aardbeiboom, sleedoorn, mastiek en zonneroosje.

Dieren

De moeflon is een inheemse soort die naast Sardinië nog maar op een paar plaatsen in Europa voorkomt. In de bossen en het kreupelhout komen veel herten en wilde zwijnen voor.

In het Monte Arcuso-reservaat leeft een kleine groep Sardijnse herten en op het eiland Asinara leven wilde ezels. Het inheemse Sardijnse paard zwerft over het Giari di Gesturi-plateau en op de landtong Capa Caccia. Zeldzaam is de monniksrob, die weer aan de westkust gezien wordt, een teken dat het ecologisch weer de goede kant op gaat in dat gedeete van de Middellandse Zee. Schapen zijn er meer dan voldoende op Sardinië, tussen 2,5 en 3 miljoen exemplaren. Bijzonder is de Sardijnse vos die net als herten, wilde zwijnen, hazen en konijnen in de bossen van de berggebieden leven.

Ware vogelparadijzen vindt men bij de Flumendosa-monding en in het zuidoosten bij Muravera. Flamingo’s, aalscholvers en vele reigers zijn bekende verschijningen. De rotsen en kliffen vormen een uitstekende omgeving voor vogels zoals wilde duiven, zilvermeeuwen en Audouins-meeuwen. De nesten van roofvogels zoals de vale gier, rode wouw en slechtvalk vinden we dichter bij de rand van de kliffen. De zeldzame Eleonora’s valk leeft o.a. op het eilandje San Pietro. In de Sardijnse moerassen komt de witkopeend nog voor. De Sardijnse patrijs is al door de Romeinen meegenomen uit Noord-Afrika.

De wateren rond Sardinië zijn zeer rijk aan planten en dieren. Dolfijnen en kleine walvissen komen ten noordwesten van Sardinië en in de Straat van Bonifacio voor. Onder water komen de gestreepte sargo en de bruine zeebaars veel voor. De kloven in de rotsen vormen een uitstekende schuilplaats voor de murene. Sardijns koraal komt voor op de rotsige zeebodem, op een diepte van 15 tot 100 meter. In ondiep water zet de zeeanemoon zich vast op de rotsen. Gorgonic-koraal overleeft alleen in heel schoon water. De takken van deze koraalsoort kunnen rood, geel of wit zijn.

In januari 2003 ontdekten Duitse en Italiaanse wetenschappers een nieuwe vleermuissoort. De Sardijnse langoor onderscheidt zich van de vier al bekende Europese langoorsoorten. De wetenschappers maakten ook melding van de ontdekking van een tot dusver onbekende ondersoort van de bruine langoor, een soort die overal in Europa voorkomt.

Geschiedenis

Oudste geschiedenis

In 1980 werden er stenen werktuigen gevonden in de buurt van Perfugas. Deze bleken na onderzoek te stammen uit de oude steentijd en meer specifiek het Interglaciaal (180.000-120.000 v.Chr.). Over deze bewoners is verder weinig bekend. Veel meer is er bekend over de jonge steentijd, de periode van 6.000 tot 2000 v.Chr. Gedurende het laat-Neolithicum werden ingewikkelde grafkamers uitgehouwen in vulkanische gesteenten langs de noordoostkust van Sardinië. Tijdens de klokbekerperiode (ca. 2000 v.C.) verschenen de eerste dolmen en menhirs o.a. bij Cagliari. Op meerdere plaatsen zijn ook wapens, restanten van bewoning en huisraad gevonden die lijken op vondsten uit andere delen van Europa en zelfs het Nabije Oosten.

Rond 1800 v.Chr. arriveerde er een nieuwe groep bewoners, waarschijnlijk van het Iberisch schiereiland (Spanje, Portugal). Dit volk liet vele grote verdedigbare stenen torens na die nuraghi genoemd worden. Een nuraghe was in feite een bouwwerk voor het dorpshoofd en tevens een schuilplaats voor de bevolking als er gevaar dreigde. Er zijn ca. 6500 nuraghi op het eiland bewaard gebleven. Vaak lagen er enkele tientallen hutten tegen de ringmuur aan. De interessantste en compleetste nuraghe van Sardinië is de “Nuraghe Su Nuraxi” van ca. 5e tot 6e eeuw v.Chr. Verder hadden deze mensen grote graanvelden aangelegd en gebruikten ze het Sardinië gevonden tin voor het maken van bronzen wapens en gebruiksvoorwerpen. Uit deze tijd stammen ook handelscontacten met de Grieken die zelf geen tin bezaten.

De naam Corsica is voor het eerst te vinden op een grafsteen, de “Nora-stèle”. Op deze grafsteen staat een van de oudste fragmenten van het Etruskisch schrift. Dit zeevarende volk stichtte de eerste handelsnederzettingen op Sardinië. Zij beheersten vanaf de 12e eeuw v.Chr. alle belangrijkste handelsroutes in de Middellandse Zee. In die tijd hadden de bewoners van Sardinië ook al handelscontacten met de Etrusken uit Italië. Uiteindelijk werden de oorspronkelijke bewoners door de Etrusken en de Feniciërs naar het binnenland verdrongen. Intussen was het Noord-Afrikaanse Carthago een zelfstandige macht geworden. Deze Feniciërs werden echter Puniërs genoemd, de Latijnse naam voor Feniciërs. Ook de Grieken interesseerden zich weer voor Sardinië en vielen ca. 540 v.Chr. Sicilië aan. Ze deden dit vanuit hun kolonie Alalia op Corsica. De samenwerkende Etrusken en Puniërs hielden ze echter tegen. De Etrusken verlieten daarop het eiland en vestigden zich op Corsica, waarmee Sardinië definitief onder invloed van Carthago kwam.

Romeinse tijd

Uiteraard kreeg ook Sardinië ook te maken met de expansiedrift van de Romeinen die gelokt werden door de mineralen, de granenvelden en de strategische ligging van Sardinië in de Tyrrheense Zee. Na de Punische oorlogen kwam Sardinië in 227 v.Chr. in Romeinse handen en vormde samen met Corsica één provincie, maar zou niet echt de favoriete provincie van het Romeinse Rijk worden. De vijandige bevolking, de vele moerassen langs de kust die bovendien bevolkt werden door malariamuggen zorgden hiervoor. Sardinië werd dan ook uiteindelijk gebruikt als verbanningsoord voor misdadigers en ook vervolgde christenen zochten een goed heenkomen op het eiland.

Het kostte de Vandalenkoning Geiserik in 460 na Chr. dan ook geen enkele moeite om Sardinië in te nemen. De ondergang van het Romeinse Rijk was op dat moment ook al in volle gang. In 534 veroverde de Byzantijnse generaal Belisaurius namens keizer Justinianus Sardinië weer. Justinianus stelde voor Sardinië, Corsica en de Balearen bij Spanje een “iudex provincae” in die samen een aantal stadhouders de eilanden bestuurden. Vanaf 700 werd Sardinië aangevallen door Arabieren die op dat moment het gehele Middellandse Zeegebied terroriseerden maar ook vestingen bouwden op de diverse eilanden.

Sardijnse riddertijd en Italiaanse invloeden

In de 10e eeuw verzwakte ook de macht van het Byzantijnse rijk waardoor de oorspronkelijke bewoners hun greep op het eiland weer konden versterken en begon de zogenaamde Sardijnse riddertijd. Rond het jaar 1000 resulteerde dit in vier judicaten (judik=ridder). Er ontstonden vier machtige families waarvan de ridder van Arborea de belangrijkste was. Gezamenlijk lukte het hen om o.a. de Arabieren van het eiland weg te houden. In 1015 lukte het de Arabier Mugahid van het kalifaat van Cordoba in Spanje om Cagliari en grote stukken van de zuidkust te bezetten.

Paus Benedictus VIII riep de hulp in van de Pisanen en de Genuezen om de Arabieren te verdrijven. Dit lukte, maar kostte de Sardijnen ook een stuk van hun vrijheid. De Italianen kregen namelijk steeds meer invloed op het eiland en namen uiteindelijk zelfs de posities in van de vier families. Alleen de ridder van Arborea behield tot het einde van de 15e eeuw zijn onafhankelijke positie. Eind 13e eeuw raakten de families slaags met elkaar en werd Sardinië door paus Bonifacius toegewezen aan Jaime II van Aragon in Spanje. Hoewel hij zelfs tot koning van Sardinië werd uitgeroepen, lieten de Spanjaarden zich vooralsnog niet zien en hadden de Sardijnen alle gelegenheid om een goede verdediging op te trekken. In 1323 vielen de Spanjaarden Sardinië binnen met een leger van ca. 15.000 manschappen en met behulp van de ridder Ugone van Arborea.

De Genuezen en Pisanen werden snel verdreven maar de Sardijnen raakten van de regen in de drup. De Spanjaarden bleken echte tirannen te zijn en veel strijd was het gevolg. Belangrijk hierbij was Eleonora van Arborea die een nationale volksheldin werd. Zij was het ook die in 1395 de “Carta de Logu”, het burgerlijk en strafrecht, uiteindelijk vertaalde in de Sardijnse taal. Na de dood van Eleonora verloren de Sardijnen de slag van Macomer in 1478 en tevens hun onafhankelijkheid.

Sardinië lijdt onder verschillende machthebbers

Tot 1708 bleef Sardinië Spaans grondgebied. De bevolking werd onderdrukt waardoor het onrustig bleef op het eiland. Daar kwam nog bij dat er verschillende epidemieën woedden en dat het eiland regelmatig werd aangevallen door Saraceense zeerovers. Deze aanvallen zouden tot het begin van de 19e eeuw duren. Eind 17e, begin 18e eeuw raakte Spanje haar machtige positie in Europa kwijt. In 1708 viel een vloot van Engelsen en Oostenrijkers de haven van Cagliari binnen. Bij de Vrede van Utrecht in 1713 kregen de Habsburgers de macht over het eiland. Na een korte Spaanse periode in 1717 werd Sardinië bij het verdrag van Londen toegewezen aan het Huis van Savoye-Piëmonte. Vittorio Emanuele I kreeg de titel koning van Sardinië, maar ook hij bemoeide zich verder bijna niet met het eiland, dat liet hij over aan koningin van Sardinië María Antonieta 'Bourbon' van Spanje, die getrouwd was met Victor Amadeus III van Sardinië.

In 1789, het jaar van de Franse Revolutie, probeerden Franse troepen Sardinië te bevrijden. Een van de soldaten was ene Napoleon Bonaparte, de latere keizer van Frankrijk. De inval mislukte echter. In 1836 werd de feodale macht van de Spaanse adel afgeschaft door koning Carlo Alberto. Vanaf 1820 was het land al geprivatiseerd maar kwam terecht bij een klein groepje rijken wat uiteindelijk leidde tot een ware uittocht van Sardijnen die geen toekomst meer zagen op het eiland. In 1847 reisde een groep Sardijnen naar Genua en men verzocht Carlo Alberto om de rechtspraak van het vasteland ook op Sardinië van toepassing te verklaren.

Op 20 december 1847 werd Sardinië formeel aan Piëmonte toegevoegd. Een echte oplossing voor de bevolking was het echter niet. De zware onderdrukking en de hoge belastingen bleven doorgaan. Onder Vittorio Emanuele II ontstond op 17 maart 1861 het Italiaanse koninkrijk, maar Sardinië bleef in het verdomhoekje zitten. Het liefst had de minister-president van dat moment, Cavour, het eiland aan de Fransen cadeau gedaan, maar dit stuitte op verzet van de Engelsen die bang waren dat de Fransen teveel macht in de regio zouden krijgen.

Twintigste eeuw

De Eerste Wereldoorlog kostte aan ca. 14.000 Sardijnen het leven, gemiddeld veel meer slachtoffers dan in andere Italiaanse provincies. Het Italië van dictator Benito Mussolini proberde in de jaren dertig van de 20e eeuw de economische toestand op het eiland te verbeteren. Hij bouwde nieuwe steden als Carbonia en Fertilia en vestigde nieuwe industrieën op het eiland. Deze aandacht verflauwde weer bij het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Het aantal inwoners was inmiddels opgelopen tot boven het miljoen, maar door de veranderende omstandigheden kwam er weer een emigrantenstroom op gang. In de oorlog werden steden als Malcomer, Sassari en Cagliari grotendeels verwoest. Op 26 augustus 1946 werd Sardinië een autonome regio (regione autonomica). Ook Zuid-Tirol, Sicilië en Friuli kregen deze status. Met behulp van Amerikaanse steun lukte het ook Sardinië malariavrij te maken. De belangrijkste ontwikkeling van de jaren zestig was de opkomst van het toerisme waardoor het economisch weer wat beter zou gaan met Sardinië.

Zie verder ook de geschiedenis van Italië op Landenweb.

Bevolking

Er wonen 1,637 miljoen inwoners op Sardinië (2013). Een derde woont in de grote steden. De meerderheid woont nog steeds in dorpen met niet veel meer dan 1000 inwoners. De bevolkingsdichtheid is ca. 70 inwoners per km2. Het dichtstbevolkt is de provincie Cagliari; de provincie Nuoro is het dunst bevolkt met ca. 40 inwoners per km2.

Sinds het begin van de 20e eeuw is de bevolking verdubbeld, ondanks het feit dat meer dan 400.000 Sardijnen in de loop der tijden geëmigreerd is.

Taal

advertentie

Overzicht Romaanse talenPhoto: Koryakov Yuri CC 3.0 Unported no changes made

Veel Sardijnen spreken naast het Italiaans ook nog het Sardijns, een eigen Romaanse taal die sterk op het Latijn lijkt. Zo komen in het Sardijns nog veel Latijnse woorden voor die eigenlijk al lang verdwenen zijn. Een voorbeeld is het Latijnse woord voor huis, domus, dat gebruikt wordt in plaats van het Italiaanse casa.

Het Sardijns kent verder nog invloeden van de nuraghe-cultuur, het Punisch en het Spaans. De inheemse taal wordt door de meeste jongeren nog wel verstaan, maar niet meer gesproken. Het Sardijns kent geen eenduidige grammatica en er bestaan ook weinig geschreven teksten en het heeft bovendien nog een aantal dialecten zoals het Nuoresisch, Barbaricinisch, Gallurisch, Campidanesisch en Logudoresisch. In Alghero komen in het dialect nog veel Catalaanse klanken voor. Al deze dialecten lijken op elkaar maar er zijn ook grote verschillen waar te nemen.

Enkele voorbeelden:

Nederlands Campidanese Logudorese Italiaans

Godsdienst

Het grootste deel van de bevolking is katholiek. Oude tradities zijn dan ook diep geworteld in de Sardijnse samenleving. Toch zijn er in de talloze religieuze festivals nog veel sporen van oudere religies te herkennen.

Italie Algemeen

advertentie

Sint Pietersplein Rome ItaliePhoto: Diliff CC 3.0 Unported no changes made

Ruim 85% van de bevolking behoort officieel tot de rooms-katholieke Kerk. Tot 1984 gold het rooms-katholicisme als de staatsgodsdienst, vastgelegd in de verdragen van Lateranen uit 1929. Het verdrag werd gesloten tussen de Italiaanse leider Benito Mussolini en paus Pius XI. Dat betekende ook dat de rooms-katholieke Kerk op allerlei gebieden voorrechten kreeg boven de andere godsdiensten.

Op 12 februari 1984 ondertekenden de Italiaanse overheid en het Vaticaan een concordaat waarin de principes van het verdrag van Lateranen werden losgelaten en het afgelopen was met de privileges van de rooms-katholieke Kerk.

De rooms-katholieke Kerk is ingedeeld in ca. 300 gebieden, namelijk bijzondere ressorten als vrije prelaturen, abdijen onder een abt of abbas nullius, aartsbisdommen en bisdommen, waarvan een deel rechtstreeks onder de Heilige Stoel valt.

Er zijn verder nog ca. 500.000 protestanten en orthodoxen en ca. 35.000 joden. De belangrijkste protestantse kerk is de Waldenzische Kerk (Italiaans: Chiesa Valdese) die pas sinds 1947 bij wet erkend werd. Andere protestantse kerken zijn lutheranen van de Duits-sprekende gemeenschappen in het noordoosten, methodisten en baptisten. Samen vormen ze de Bond van Protestantse Kerken.

De Unie van Italiaanse Joodse Gemeenten omvat 22 joodse gemeenten. Verder is er nog een kleine moslimgemeenschap in het zuiden van Italië en in de grote steden in het noorden. De meeste moslims (ca. 300.000) komen oorspronkelijk uit Noord-Afrika.

Samenleving

Staatsinrichting

advertentie

Parlement van Italië is gevestigd in het Palazzo MontecitorioPhoto: Manfred Heyde CC 3.0 Unported no changes made

Op 1 januari 1948 werd Sardinië een autonome regio binnen Italië. Op die dag trad ook de nieuwe grondwet van Italië in werking met beperkt zelfbestuur. Een vrij groot deel van de Sardijnen streeft nog steeds naar onafhankelijkheid, met name de socialisten en communisten.

De president en het regionale parlement zetelen in de hoofdstad Cagliari. Sardinië is verdeeld in vier provincies: Cagliari met ca. 755.000 inwoners, Sassari met ca. 430.000 inwoners, Nuoro met c.a. 258.000 inwoners en Oristano met ca. 156.000 inwoners.

De huidige president van Sardinië is sinds 2009 Ugo Capellacci. Voor de actuele politieke situatie in Italië zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Regioni ItaliePhoto: TUBS CC 3.0 Unported no changes made

Er zijn 20 regioni (gewesten), die zijn onderverdeeld in 95 provincies en 8091 gemeenten (comuni). Deze administratieve eenheden worden bestuurd door raden, die elke vijf jaar gekozen worden, en een uitvoerend orgaan. Het uitvoerend orgaan is verantwoording schuldig aan de raad.

Vijf regioni (Sicilië, Sardinië, Valle d'Aosta, Trentino-Alto Adige en Friuli-Venezia Giulia) bezitten een zekere mate van autonomie (regioni a statuto speciale), vanwege het feit dat het of eilanden zijn of dat ze grenzen aan andere landen.

Het grootste gewest is Sicilië, het kleinste Valle d'Aosta.

Hieronder een overzicht van de 20 gewesten met hun respectievelijke hoofdstad:

Onderwijs

Universiteit van Cgliari, SardiniePhoto: Trolvag CC 3.0 Unported no changes made

Kinderen kunnen in Italië wat het lager onderwijs betreft gebruik maken van particuliere, buitenlandse en (gratis) openbaar onderwijs. De particuliere en buitenlandse scholen zijn uiteraard alleen haalbaar voor kinderen met rijke ouders. Nadeel is dat de beste onderwijzers niet in het openbaar onderwijs terechtkomen waardoor het niveau van het openbaar onderwijs een stuk lager is. Na de kleuterschool of andere soorten van kinderopvang, begint de schoolplicht.

Vanaf het zesde jaar volgt iedereen vijf jaren lagere school en drie jaren voortgezet onderwijs. De vijf jaren lagere school worden afgesloten met een test. Is de test goed verlopen dan heeft het kind recht op toelating tot het voortgezet onderwijs (scuola medi). Wanneer het voortgezet onderwijs goed afgesloten wordt kan men verder studeren op de zogenaamde lycea. Er zijn verschillende lycea: artistieke, technische, wetenschappelijke, klassieke en taalkundige. Daarna kan men verder studeren op universitair niveau.

Op Sardinië zijn twee universiteiten, in Cagliari (sinds 1626) en in Sassari (sinds 1677).

Economie

Sardinië is al sinds mensenheugenis een van allerarmste gebieden van Italië. Grootgrondbezitters bezitten nog veel macht en dat is doorgaans niet gunstig voor de lokale bevolking. Er is van alles geprobeerd om de economie van Sardinië naar een hoger peil te brengen, maar de meeste initiatieven zijn mislukt. Als gevolg hiervan is de werkloosheid erg hoog, tussen de 15 en 20%. Ook de emigratie van vooral jonge mensen waardoor de bevolking sterk vergrijst, is een groot probleem.

De industrie en de agrarische sector dragen het meeste bij aan de economie van Sardinië. Er worden o.a. graan, druiven, vlas, citrusvruchten en amandelen verbouwd. Het zuiden is de vruchtbaarste streek en het groene hart van Sardinië met o.a. eindeloze tarwevelden. De veestapel bestaat uit ca. 2,5 miljoen schapen en 2 miljoen runderen. Dit is ongeveer een kwart van het totaal in heel Italië. Ca. 15% van de beroepsbevolking werkt in de agrarische sector.

Langs de kust vist men naar kreeft, sardines en tonijn.

In de mijnen (mangaan, marmer, ijzer, koper, lood, zink en zilver) en de petrochemie, de voornaamste industriële activiteiten, werkt ca. 30% van de beroepsbevolking. Van belang zijn verder nog de productie van textiel, kurk en voedingsmiddelen en de verwerking van lood en zink.

In de dienstensector, o.a. overheid en toerisme, is ca. 40% van de beroepsbevolking werkzaam.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Het toerisme langs de kust is een groeisector, zowel voor de inkomsten als voor een toename van het aantal arbeidsplaatsen. Jaarlijks komen er ca. 250.000 toeristen naar het eiland. Sardinië heeft nog geen hoge hotels zoals langs de Spaanse costa's, maar wel veel vakantieparken die vaak tegen de berghellingen liggen. Sardinië is vooral in trek bij toeristen die nog van ongerept houden en niet tussen allemaal landgenoten willen liggen bakken.

De Costa Smeralda is daarnaast vooral gewild bij de jetset en heeft als bijnaam de Goudkust. De Grotta di Nettuno is met de boot bereikbaar vanaf de haven van Alghero. Na een steile afdaling zie je wonderbaarlijke stalactieten en stalagmieten.

De hoofdstad Cagliari heeft musea, een mooi stadhuis en een kasteel die het bezoeken waard zijn.

Er zijn bootverbindingen met het vasteland en Sicilië en luchthavens te Olbia, Cagliari en Alghero-Sassari.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

SARDINIE LINKS

Advertenties
• Sardinie Tui Reizen
• Sardinie Vliegtickets.nl
• Wandelvakantie Sardinie
• Autohuur Sardinie
• Sardinie Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Sardinië
• Sardinië Campings

Nuttige links

Reisinformatie Sardinië (N)
Sardinië Start België (N)
Startkabel Sardinie (N)
Telefoongids Italië

Bronnen

Ardito, F. / Sardinië

Van Reemst

Bülow, F. von / Sardinië

Deltas

Vries, W. de / Sardinië

Gottmer

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems