Populaire bestemmingen GRIEKENLAND

PELOPONNESOS   

Prehistorie en Myceense tijd (1600-1100 v.Chr.)

Overblijfselen van menselijke nederzettingen op de Peloponnesos dateren al van ca. 30.000 jaar v.Chr., maar zijn zo fragmentarisch dat niet na te gaan is van wie ze waren of waar ze vandaan kwamen.
De eerste belangrijke beschaving die een rol speelde in de geschiedenis van de Peloponnesos was de Myceense beschaving, in feite niet meer dan een losse verzameling van afzonderlijke staten, geconcentreerd rond een aantal paleiscomplexen en een cultuur die nauw verweven was met de Minoïsche cultuur van Kreta. Belangrijke centra op de Peloponnesos waren Mycene zelf, Sparta, Pylos, Tiryns en Argos, dat beschouwd wordt als de langste continue bewoonde stad van Griekenland.
Elk Myceens paleiscomplex was in feite een mini-koninkrijkje dat zijn bewoners beschermde en onderdak gaf aan bezoekers. Men denkt dat ca. 1200 v.Chr. een aantal van deze koninkrijkjes samenspanden en een aanval uitvoerden op een stad in het noordwesten van Klein-Azië, waarschijnlijk Troje en vanwege economische motieven, maar dat is nog altijd niet helemaal duidelijk en bewezen.
Ook onduidelijk is nog waarom de Myceense beschaving ca. 1250 v.Chr. na de actie in Klein-Azië in verval raakte. Klimaatverandering met een grote droogte als gevolg zou een reden kunnen zijn. Griekenland, en daarmee ook de Peloponnesos, ging een donkere periode tegemoet.

Homerus en de opkomst van Sparta (1100-490 v.Chr.)

In deze 'donkere' periode werd de Peloponnesos overspoeld door aan aantal volksverhuizingen, waarvan die van de Doriërs (ca. 1200-1000 v.Chr.), een sober en soldatesk volk, de belangrijkste was.
Belangrijk in deze periode was het ontstaan van de de Ilias & de Odyssee, twee epische dichtwerken, waarschijnlijk, maar ook weer niet definitief bewezen, geschreven door de 'blinde' dichter/zanger Homerus. De Ilias & Odyssee had niet alleen grote invloed op de Griekse en Romeinse cultuur, maar is ook in deze tijd nog steeds een onderwerp van discussie en wetenschappelijk onderzoek.

In de overgangsperiode van de 'donkere' naar de klassieke Griekse periode, kwam er één stad bovendrijven op de Peloponnesos, Sparta. Eerst onderwierpen ze de Messeniërs, hun westelijke buren, daarna succesievelijk een groot gedeelte van de Peloponnesos, alleen of onder een door de Spartanen gedomineerde alliantie met andere steden.
Tegelijkertijd met de soldatenstad Sparta, dat een rijk op het vasteland van Griekenland stichtte, was er de opkomst van Athene, die veel Griekse eilanden veroverden, de baas waren op zee en een eerste vorm van democratie introduceerden. Dat deze twee totaal verschillende staatsvormen en culturen uiteindelijk met elkaar botsten was onvermijdelijk, maar op het einde van de 5e eeuw v.Chr. verenigden ze zich om te strijden tegen een gezamenlijke vijand, de Perzen.

Perzische invallen (490-479 v.Chr.)

De Perzische invallen raakten de Peloponnesos nauwelijks, maar waren toch van cruciaal belang voor de geschiedenis van dit gebied. In 490 v.Chr. viel de Perzische koning Darius in het noorden Griekenland binnen en rukte op tot de Vlakte van Marathon, niet ver van Athene. Darius' leger werd echter verslagen, maar in 480 v.Chr. probeerde Xerxes, Darius' zoon, het nóg een keer met een enorm leger. De verdediging werd nu geleid door de Spartanen en door onder andere historische en beslissende zeges bij Thermopylae en Plataea werden de Perzen opnieuw verslagen. Korinthe was op dat moment door zijn strategische ligging het hoofdkwartier van de verenigde Griekse stadstaten. De stad stuurde bovendien 5000 infanteristen naar de beslissende Slag van Plataea (479 v.Chr.).

Op zee boekte Athene een overwinning, met name de Zeeslag bij Salamis (480 v.Chr.) was sensationeel, met behulp van 40 schepen van Korinthe, en droeg bij aan de uiteindelijke overwinning van de stadstaten Sparta en Athene op Perzië. Niet lang daarna echter stonden de bondgenoten weer als kemphanen tegenover elkaar.

Peloponnesische Oorlog (431-404 v.Chr.)

De nederlaag van de Perzen markeerde eigenlijk het begin van de klassieke periode in de Griekse geschiedenis met zijn prachtige bouwwerken en schitterende uitingen op cultureel en intellectueel gebied. Vooral Athene excelleerde hierin en dat was tevens het begin van het einde van de Peloponnesische periode van economische en militaire voorspoed.
De Perziche aanvallen hadden voor een korte pauze gezorgd in de gevechten tussen Sparta en Athene en in deze periode kregen de Spartanen in de Peloponnesische Oorlog nog de overhand door foute militaire beslissingen van Athene en de uitbraak van een ziekte in de stad. Sparta bleef daardoor nog even de belangrijkste stad in Griekenland, maar dat zou niet zo lang meer duren.

Herfsttij en ondergang Sparta (371-146 v.Chr.)

Na de overwinning op Athene leek niets een uitbreiding van het grondgebied van Sparta op de Peloponnesos in de weg te staan, maar het leger van Sparta werd in de Korinthische Oorlog (395-387 v.Chr.) al verslagen door het Thebe van staatsman en veldheer Epaminondas. Epaminondas bezorgde Thebe hierdoor even de hegemonie over Griekenland, maar twee nieuwe agressors, Macedonië en Rome, zouden ervoor zorgen dat Griekenland niet zoveel meer zou voorstellen op het toenmalige wereldtoneel.

Eerst waren het Philip II van Macedonië en zijn zoon en opvolger Alexander de Grote die vanuit het noorden Sparta en Athene aanviel, nog later waren het de Romeinen, die vanuit Rome in Italië onweerstaanbaar naar het westen trokken. De vroege gestorven Alexander en zijn opvolgers richtten ich meer uit wraak op het Perzische Rijk, en gaf daardoor de Romeinen ongeveer vrij spel om Griekenland en de Peloponnesos te bezetten en na de dood van Alexander was het voor de Romeinen niet zo moeilijk meer om Macedonië en de rest van Griekenland te veroveren. In 146 v.Chr. werd de suprematie van de Romeinen bevestigd door de totale verwoesting van de stad Korinthe.

Rome aan de macht (146 v.Chr.-330 n.Chr.)

Onder het 'Pax Romana', de door de Romeinen meegebrachte 'vrede', werd de Peloponnesos een Romeinse provincie met de naam Achaea en bestuurd vanuit het inmiddels weer door keizer Julius Caesar in 44 v.Chr. herbouwde Korinthe, dat door Caesar ook tot hoofdstad van het Romeinse Griekenland werd uitgeroepen. De directe bemoeienis met Achaea door de Romeinen bestond er echter niet veel meer uit dan de bouw en verbouw van allerlei bouwwerken.
Kortom een rustige, vreedzame periode brak aan waarin een man als de apostel Paulus (ook Saulus), een van de eerste leiders van de christelijke kerk, een grote rol speelde in de ontwikkeling en verspreiding van het christendom in onder andere Griekenland, en dan met name in Korinthe.

Byzantijnse Rijk (330-1204)

De Romeinse keizer Constantijn I de Grote stichtte in 330 n.Chr. de nieuwe hoofdstad Constantinopel (nu: Istanbul) en maakte een begin om van het christendom een staatsgodsdienst te maken. Eind 4e eeuw werd deze ontwikkeling door Theodosius I geformaliseerd, hoewel het nieuwe geloof op de Peloponnesos nog niet zo erg aansloeg en zich voornamelijk vestigde in de wat meer afgelegen gebieden.
In deze tijd had Griekenland ook veel te lijden van invasies en volksverhuizingen vanuit het noorden. Met name te noemen zijn Alaric en zijn Visigoten die Sparta en Korinthe (395) plunderden. Veel belangrijker waren echter de invallen van Slavische stammen, die zich permanent vestigden op Grieks grondgebied. In 476 werd de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk vermoord door de 'barbaren', het Byzantijnse Rome wist zich nog enkele eeuwen te handhaven. In 1147 werd Korinthe geplunderd door de Noormannen van Roger II van Sicilië.

Middeleeuwen (1204-1460)

Eigenlijk gericht op de bevrijding van het 'Heilige Land' plunderden de ridders van de Vierde Kruistocht in 1204 ook nog even Constantinopel, in feite een christelijke stad. Een van de Frankische legers, onder leiding van William Geoffrey de Villehardouin, was ook van plan om naar Constantinopel te varen, maar men realiseerde zich dat ook de Peloponnesos een rijke buit zou zijn. De Villehardouin, en later zijn zoon William, een echte kastelenbouwer, voegden de daad bij het woord en veroverden uiteindelijk een groot gedeelte van de Peloponnesos vanuit het in 1249 gebouwde kasteel in Mystras. De reden hiervoor was dat ook Venetië een oogje had laten vallen op de Peloponnesos, met name aan de kust gelegen forten als Methoni en Koroni.
En ook de Byzantijnen waren nog niet verdwenen, zij maakten uiteindelijk in 1259 van de stad Mystras, in de buurt van Sparta, de tweede stad van hun rijk het leger van De Villehardouin te verslaan. Tot 1460 werd de hele Peloponnesos heen en weer geslingerd tussen de drie rivaliserende machten, maar een vierde macht zat er aan te komen, de Ottomanen. Zij veroverden op 29 mei 1453 Constantinopel en de laatste Byzantijnse keizer, Constantijn XI Palaiologos Dragases, stierf op de muren van Mystras, waar hij enkele jaren eerder nog tot keizer gekroond was.

Ottomaanse bezetting en Onafhankelijkheidsoorlog (1460-1829)

Mystras viel uiteindelijk in 1460 en de Peloponnesos kwam volledig onder controle van de Ottomanen, op wat havens na die in handen van de Venetianen bleven. Nauplion werd in 1540 door de Turken veroverd en uitgeroepen tot hoofdstad van de Peloponnesos. Toch hadden de Grieken het nog niet zo slecht onder het bewind van de Ottomanen. Zo behielden de Grieken een soort van religieuze vrijheid en ze konden nog hoog op de maatschappelijke ladder eindigen. Van 1687 tot 1715 werd Sparta nog even bestuurd door Venetië en telde op dat moment zo'n 40.000 inwoners, meer dan ooit tevoren.
Toch wilden de Grieken natuurlijk liever onafhankelijk zijn en op 25 maart 1821 werd de onafhankelijkheidsvlag in het klooster Agia Lavra gezegend en de revolutie afgekondigd door bisschop Germanos van Patras.

Het eerste succes werd geboekt op de Mani, waar onder leiding van Petrobey Mavromihalis vanuit Tsimova (nu: Areopoli) een klein bevrijdingsleger de stad Kalamata veroverde. De Peloponnesos werd het belangrijkste strijdtoneel met aan het hoofd van de Griekse strijders generaal Theodoros Kolokotronis. Op 23 september 1823 veroverde een leger onder leiding van Kolokotronis de Turkse hoofdstad van de Peloponnesos, Tripoli, waarbij zo'n 8000 Turken, ook (zwangere) vrouwen en kinderen, werden vermoord. Enkele maanden later namen de Turken wraak door op het eiland Chios 25.000 Grieken te vermoorden. Aanvankelijk succes van de Grieken, met slachtingen aan beide zijden, werd teniet gedaan door een onderlinge strijd van de Griekse leiders die zelfs in 1824 uitmondde in een korte burgeroorlog.

De Ottomanen profiteerden daarvan en een groot Egyptisch leger onder leiding van Ibrahim Pasha landde op de kust van Zuid-Messenië en verwoestte en plunderde het binnenland. Langzamerhand kwam er echter ook sympathie voor de Griekse onfhankelijkheidsstrijd in het buitenland en de zogenaamde filhellenen (sympatisanten) vochten mee tegen de Ottomanen, waaaronder de Engelse dichter Lord Byron, die helaas sneuvelde in Missolonghi, net ten noorden van de Peloponnesos. In oktober 1827 kwam er in feite een einde aan de strijd toen een gecombineerde Britse (onder leiding van Sir Edward Codrington), Franse (o.l.v. Count de Rigny) en Russische vloot (o.l.v. Van Heiden, een voor de Fransen naar Rusland gevluchtte Nederlandse admiraal) in de baai van Navarino (nu: Pylos) in het zuidwesten van de Peloponnesos, de Ottomaanse vloot van Ibrahim Pasha versloeg. De Turken verloren in nauwelijks vier uur tijd ca. 6000 manschappen en 51 oorlogsschepen, de coalitie slechts 175 manschappen en geen enkel schip.
Ioannis Kapodistrias, de eerste premier van het onafhankelijke Griekenland, riep Nauplion in 1828 uit tot de eerste hoofdstad van Griekenland en zetel van het parlement, vanaf 1834 zou Athene deze functie overnemen. Op wat kleine schermutselingen na werd in 1829 de onafhankelijkheid uitgeroepen. In 1831 werd Kapodistrias door twee mannen van de Mani vermoord.

Megali Idea (1830-1923)

In 1830 bestond de nieuwe Griekse staat alleen nog maar uit de Peloponnesos, een klein deel van het noordelijke vasteland inclusief Athene, en de Cycladen, een eilandengroep. In totaal slechts de helft van het huidige Griekenland. De komende honderd jaar zouden volledig in het teken staan van het opeisen en veroveren van alle gebieden die van oudsher als behorende tot Griekenland werden beschouwd, inclusief bijvoorbeeld de Ottomaanse stad Constantinopel.

Dit streven werd het 'Megali Idea' genoemd, het Grote Idee, en de grote animator van dit streven was premier Eleftherios Venizelos, die inderdaad na de Balkanoorlogen van begin 20e eeuw het grootste gedeelte van het Grote Idee verwezenlijkte. De Ionische Eilanden, Kreta, Macedonië en West-Thracië werden successievelijk aan Griekenland toegevoegd. Maar daar bleef het bij, in 1922 mislukte een poging om de hoofdstad van Turkije, Ankara, te veroveren in een oorlog met de Turken. Griekenland werd van 1833-1862 geregeerd door de eerste koning van Griekenland, Otto I van Beieren.

De leider van de Turken, Ataturk, verjoeg de Grieken van het Turkse grondgebied en in het Verdrag van Lausanne (1923) werden ongeveer de huidige grenzen van Griekenland vastgelegd. Dit had een grote volksverhuizing tot gevolg, 400.000 Turkse moslims verlieten Griekenland, 1,3 miljoen Grieks-orthodoxe christenen verlieten Turkije en keerden terug naar Griekenland.

Tweede Wereldoorlog en burgeroorlog (1935-1949)

De toestroom van zoveel Grieken, die zich voornamelijk in Athene en omstreken vestigden, was in een periode van wereldwijde economische crisis teveel voor de stagnerende economie van Griekenland. Vele Grieken zochten dan ook een goed heenkomen en emigreerden naar landen als de Verenigde Staten en Australië.
Ook politiek was het in die jaren een chaos, en dat leidde tot een fascistische dictatuur onder generaal Ioannis Metaxas, die ook sympathieën koesterde voor de ideeën van Benito Mussolini en Adolf Hitler. De verwachting was dan ook dat Griekenland op zijn minst neutraal zou blijven in de Tweede Wereldoorlog, maar dat pakte geheel anders uit. Op 28 oktober 1940 vroeg Mussolini of Italiaanse troepen zich door Griekenland mochten verplaatsen, maar Metaxas weigerde dit en joeg de Italianen terug over de Albanese bergen. Dit was niet naar de zin van Hitler en in 1941 werd Griekenland bezet door de Duitsers. Britse troepen die de Grieken in hun vergeefse strijd geholpen hadden werden van de Peloponnesos geëvacueerd of gevangen genomen.

In 1943 werd het dorp Kalavryta keihard geconfronteerd met de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog. Zo halverweg de oorlog nam het verzet in Griekenland tegen de Duitse bezetter steeds grotere vormen aan. Dat leidde op 13 december 1943 in de buurt van Kalavryta tot een gewapend gevecht tussen de Duitsers en Griekse verzetsstrijders, waarbij in ieder geval zo'n tachtig Duitse soldaten om het leven kwamen. Als wraak werd de gehele mannelijke bevolking van Kalavryta en omstreken van 15 jaar en ouder doodgeschoten, in totaal ongever 1430 personen.

Het Griekse verzet, de ELAS, organiseerde zich snel en zou uitgroeien als het meest effectieve verzet dat in de bezette gebieden in Europa actief was. Het Griekse verzet stond onder leiding van de communisten Athanasios (Thanasias) Klaras (later bekend onder de naam Aris Velouchiotis), Stefanos Sarafis en Andreas Tzimas. Dit communistisch leiderschap was natuurlijk erg populair bij de Russen, maar met name de Engelse premier Winston Churchill gruwde ervan. Hij steunde de naar Egypte uitgeweken koning George en eiste van hem om zich na de oorlog niet in te laten met de communisten.
Dit leidde uiteindelijk tot een gewelddadige en wrede burgeroorlog tussen links en rechts die zou duren van 1946 tot 1949 en waarin meer Grieken om het leven kwamen dan in de Tweede Wereldoorlog en de koningsgezinden geholpen werden door de Britten en later door de Amerikanen. Eind 1948, begin 1949 verloren de communisten snel terrein door de 'Griekse volksbeweging' van generaal Alexandros Papagos. Uiteindelijk werden de communisten, onder ander door het gebruik van napalm, verslagen, en de meesten vluchtten naar Rusland en andere landen in Oost-Europa.

Van dictatuur naar democratie (1967-2014)

In 1963 werd Georgios Papandreou premier, maar zijn voortdurende conflicten met koning Constantijn II leidde tot politieke instabiliteit. In 1967 zorgde een militaire coup voor een hardvochtige en onderdrukkende junta een die bekend zou komen te staan als het Kolonels-regime.

In 1974 werd de junta afgezet en kwam er weer een civiele regering aan de macht en via een referendum werd besloten dat de in 1967 gevluchtte koning niet terug mocht komen en Griekenland een republiek werd. De eerste leider zou Constantijn Karamanlis worden. De tachtiger jaren van de vorige eeuw werden gedomineerd door de socialistische PASOK-partij onder leiding van Andreas Papandreou. Sinds die tijd wisselt de macht tussen de PASOK en de rechtse ND-partij. In 2012 vormden de twee partijen een ongemakkelijke coalitie.

Op 13 september 1986 werd de hoofdstad van Messenië, Kalamata, getroffen door een grote aardbeving. Naast twintig doden en 330 gewonden stortten veel oude gebouwen in.

In 2008 werd het noordwesten van de Peloponnesos getroffen door een aardbeving met een kracht van 6.4 op de Schaal van Richter. Er waren twee doden en 220 gewonden te betreuren, 2000 mensen raakten dakloos. Het epicentrum van de aardbeving lag 32 km ten zuidwesten van de havenstad Patras.

Zie verder ook de geschiedenispagina van Griekenland op landenweb.

PELOPONNESOS LINKS

Advertenties
• Peloponnesos Rossholidays
• Peloponnesos Vliegtickets.nl
• Hotels Peloponnesos
• Naar Peloponnesos met Sunweb
• Autoverhuur Sunny Cars Peloponnesos
• Peloponnesos Campings
• Kalamata Vliegtickets WTC

Nuttige links

Peloponnesos Reisverslag (N)
Reisinformatie Peloponnesos (N)
Telefoongids Griekenland
Schrijf uw artikel over PELOPONNESOS

Bronnen

www.landenweb.nl/griekenland

Wikipedia

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt maart 2020
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems