Landenweb.nl

FRANKRIJK
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans
  Hoofdstad  Parijs
  Oppervlakte  543.965 km²
  Inwoners  65.446.910
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .fr
  Code.  FRA
  Tel.  +33

To read about FRANCE in English - click here

Steden FRANKRIJK

Aix-en-provence Amiens Avignon
Bordeaux Dijon Grenoble
Le havre Lille Lyon
NiceParijs

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ArdecheAuvergneBourgondie
BretagneCevennenCorsica
Cote d'azurDordogneElzas
JuraLanguedoc-roussillonLoiredal
LotNormandiePicardie
Provence

Geografie en Landschap

Geografie

Frankrijk (La France; officieel: République Française) is een republiek in West-Europa. De totale oppervlakte van Frankrijk is 543.965 km2 en is daarmee naar oppervlakte het op een na grootste land van West-Europa en het 37e van de wereld. Frankrijk is dertien maal zo groot als Nederland en ongeveer even groot als Spanje en Portugal samen. In geheel Europa is Frankrijk, na Rusland en Oekraïne, het grootste land. De grootste afstand van noord naar zuid bedraagt 975 kilometer, ongeveer evenveel als van oost naar west.

De meeste grenzen van Frankrijk zijn natuurlijk. In het westen ligt de Atlantische Oceaan, in het noordwesten het Nauw van Calais en Het Kanaal, in het oosten de Rijn, het Jura-gebergte en de Alpen, in het zuiden de Middellandse Zee en de Pyreneeën.

Verder grenst Frankrijk in het noorden aan België (620 km) en Luxemburg (73 km), in het oosten aan Duitsland (451 km), Zwitserland (573 km), Italië (488 km) en Monaco (4,4 km) en in het zuiden aan Spanje (623 km) en Andorra (57 km).

advertentie

Frankrijk Satellietfoto NASA

Foto:publiek domein

De Franse staat omvat naast Europees Frankrijk"la Métropole", de overzeese departementen: Guadeloupe, Frans Guyana, Martinique en Reunion, de"collectivités territoriales" Îles Saint-Pierre et Miquelon en Mayotte, en vier overzeese territoria: Nieuw-Caledonië, Vanuatu, Frans Polynesië en Wallis en Futuna. Verder maakt Frankrijk ook nog aanspraak op een deel van Antarctica: Adélieland. Ook Nieuw-Caledonië heeft sinds 1 januari 2000 een nieuwe status. De overzeese departementen (DOM) tellen ca. 1,7 miljoen inwoners en de overzeese territoria (TOM) en Nieuw-Caledonië telden in 1996 iets meer dan 430.000 inwoners. Tegenwoordig zijn al deze gebieden vertegenwoordigd in de Franse Nationale Vergadering.

Voor meer informatie over het grootste eiland van Frankrijk, Corsica, verwijzen wij u naar de speciale Corsicapagina.

Landschap

Het Franse landschap bestaat uit laagvlakten, kusten en oude en jonge gebergten. De gebergten bevinden zich in het zuiden en oosten van Frankrijk en beslaan ca. 25% van de totale oppervlakte van Frankrijk.

Het laagland en het heuvelland, beneden de hoogste lijn van 500 meter, beslaan het grootste deel van het land. Tot de oude gebergten behoren het Armoricaans Massief in Bretagne, dat tot 400 meter hoog is, de heuvelachtige uitlopers van de Belgische Ardennen, de Vogezen in het noordoosten, die tot 1400 meter reiken, en het Centraal Massief, dat tot 1800 meter hoog is. De vormen van deze in het Carboon ontstane plooiingsgebergten zijn sterk afgesleten doordat ze ongeveer 300 miljoen jaar aan weer en wind hebben blootgestaan.

In het Centraal Massief hebben rivieren zich diep ingesneden, o.a het kloofdal of"gorge" van de rivier de Ardèche. Het gebied ten westen van Clermont Ferrand is een vulkanische landschap waarvan de Monts Dômes een van noord naar zuid lopende keten vormt. De oude vulkanen steken over het algemeen maar een paar honderd meter boven het vruchtbare land uit. De Puy de Dôme, de hoogste berg van de keten, en andere kegelvormige bergen zijn voorbeelden van dode vulkanen. In dit gebied ontspringen veel grote rivieren: Loire, Dordogne, Tarn, Ardèche en Hérault.

advertentie

Bronwater en museum in Chaudes Aigues, Frankrijk

Foto: OT chaudes aigues in het publieke domein

In de Auvergne zijn vele heetwaterbronnen te vinden waarvan het bronwater van Chaudes Aigues het warmste van Europa is met een temperatuur van 82°C.

Jonge gebergten zijn in het zuiden de Pyreneeën en in het oosten de Alpen en de Jura. Deze zogenaamde plooiingsgebergten zijn deels erg hoog met de op de grens met Italië liggende Mont Blanc (4807 meter) als de hoogste berg van Europa. Deze"jonge" gebergten zijn veelal gevormd in het tertiair in de periode van 65 miljoen tot 2,5 miljoen jaar geleden. De verwering heeft hier nog niet zo toegeslagen, en daardoor hebben deze bergen nog scherp getekende vormen. De Alpen zijn door het voorkomen van lange en grote rivierdalen goed toegankelijk. Dit is een belangrijk verschil met de Pyreneeën die meer een gesloten blok en een barrière vormen.

advertentie

Mont Blanc, hoogste berg van Europa

foto: Florian Pépellin, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De Pyreneeën bestaan uit twee bergketens die elkaar overlappen op de plaats waar de Garonne ontspringt in de Valle d'Aran, een hoekje Spanje ten noorden van de waterscheiding in de Pyreneeën. Er is een duidelijk verschil tussen de bossen en weiden van de vochtige en frisse Atlantische Pyreneeën en de wijn- en boomgaarden van de zonovergoten flank aan de kant van de Middellandse Zee, een van de droogste gebieden van Frankrijk. De hoogste waterval van Europa (422 meter), de Grande Cascade de Gavarnie, is te vinden in de Cirque de Gavarnie, een rotsachtig amfitheater, uitgeslepen door rivieren en gletsjers en omrand met tot 3000 meter hoge bergtoppen.

De noordelijke Alpen (Alpes du Nord) omvatten het stroomgebied van de Isère met zijn zijrivieren. Het klimaat is hier wat kouder en vochtiger met veel sneeuw. Er komen talrijke gletsjers voor die in de zomer veel smeltwater leveren. Door het grote verval zijn de riviertjes erg geschikt voor de aanleg van stuwdammen en de opwekking van elektriciteit.

De zuidelijke Alpen (Alpes du Sud) omvatten het stroomgebied van de Durance en de Verdon. Het reliëf is hier wat minder indrukwekkend. Het klimaat is er warmer, droger en zonniger.

advertentie

Gorges du Verdon

foto: Miguel Virkkunen Carvalho CC Attribution 2.0 Generic no changes made

In het noorden ligt een grote schotelvormige laagvlakte met Parijs ongeveer in het midden, het zogenaamde Bekken van Parijs. Deze laagvlakte is ongeveer vijf keer zo groot als Nederland en heeft een golvend landschap met in het oosten beboste heuvelruggen. Dit zijn steilranden of cuesta's, harde restanten van een weggesleten gesteentelaag. De kalksteenlagen van het Bekken van Parijs bereiken de kust bij Het Kanaal en vormen daar een steile krijt- of falaisekust. De begrenzing van het Bekken van Parijs wordt gevormd door het Armoricaans Massief, het Centraal Massief, de Vogezen en de Ardennen.

In het zuidwesten bevindt zich ook een uitgestrekte laagvlakte, waarin onder andere Bordeaux ligt, het Aquitaans Bekken. Ten zuiden van Bordeaux ligt een duinenkust met uitgebreide stranden en strandmeren. Het gebied achter de duinen, Les Landes, was vanwege de slechte afwatering altijd moerassig, maar sinds de 19e eeuw zijn hier veel bossen aangeplant.

advertentie

Duinen van Les Landes

Photo:Franck-fnba Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het Centraal Massief bestaat niet uit één bergketen maar is een enorme hoogvlakte tussen de Loire en de Middellandse Zee en bedekt een zesde deel van Frankrijk (91.000 km2). De hoogste toppen liggen in de Auvergne in het noorden. De Causses en Cevennen verder zuidwaarts zijn minder hoog maar ruiger, met kolkende riviertjes en rotskloven.

Tussen het Centraal Massief en de Alpen loopt het Rhônedal, dat naar het zuiden uitwaaiert in een uit rivierklei opgebouwde delta. Ook hier liggen meren achter de strandwal en is de afwatering slecht. In dit gebied ligt de Camargue, een woest en beschermd gebied. Ten westen van de Rhône-delta ligt een vrij brede kustvlakte met een uitgestrekt strand en ten oosten van deze delta is de kustvlakte heel smal en rijst de rotsachtige kust soms steil uit de zee omhoog, terwijl de stranden vooral te vinden zijn in baaien.

In Normandië ligt voor de monding van de rivier de Couesnon de beroemde Mont-Saint-Michel, een 80 meter hoog rotseiland. Voor de kust van Bretagne liggen vele eilanden. Sein is niet hoger dan een flinke golf en produceert St.-Jacobsschelpen, kreeft en langoest. Oessant is een belangrijk punt op de zeekaart en berucht om zijn scheepswrakken. Voor de beschutte zuidkust liggen Belle-Ile, Hoëdic en Houat, met uitstekende stranden. Groix is een kleinere uitvoering van Belle-Ile, met rotskust en strand. Bij Concarneau liggend de negen onbewoonde Glénan-eilanden, nu een natuurreservaat. Bréhat heeft een mild klimaat en exotische vegetatie.

advertentie

Mont-Sant-Michel, rotseiland voor de kust van Normandië, Frankrijk

foto: Amaustan, Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De kust van Frankrijk is erg lang, 6200 kilometer, en gevarieerd. Waar een oud of jong gebergte voorkomt is er een rotskust met vaak diepe inhammen. Het betreft de kust van Bretagne, Normandië, de Provence en het eiland Corsica. Ten noorden van Cap Gris-Nez en ten zuiden van de monding van de Gironde vinden we en duinkust. Noordelijk van de Seinemonding bestaat de kust uit steile kalkkliffen of falaises. In het zuidwesten zijn de duinen erg hoog en breed. De hoogste zandduin van Europa is de"Dune du Pilat", aan de kust van Aquitanië. Het is bijna 3 kilometer lang, 115 meter hoog en 500 meter breed. Bij de groei van de duinen werden soms kleine riviertjes afgedamd en ontstonden er meren. Zo'n van de zee afgesloten meer in de omgeving van de kust heet een"étang". Deze meren komen ook aan de Middellandse Zeekust voor.

De Middellandse Zee heeft een echte aanslibbingskust door de grote toevoer van zand en klei via de rivieren en de geringe eb- en vloedstroming. Hierdoor kan het slib vrij rustig bezinken.

De langste rivier van Frankrijk is de Loire met een totale lengte van 1006 kilometer. Hij stroomt van zijn bron in de Ardeche tot zijn trechtermonding bij St.-Nazaire aan de Atlantische kust.

advertentie

Loire, langste rivier van Frankrijk

foto: David Monniaux Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Rhône, die in Zwitserland ontspringt, wordt gevoed met smeltwater van de rivieren Isère, Drôme en Durance.

De Garonne stroomt vanuit de Pyreneeën via Toulouse en Bordeaux naar de Atlantische Oceaan. Vanuit het Centraal Massief voegen de Tarn en de Lot zich daarbij.

De Dordogne ontspringt in het Centraal Massief en heeft een totale lengte van 490 kilometer. Vlak ten noorden van Bordeaux vloeit hij samen met de Garonne, en tezamen vormen ze de Gironde, die in de Atlantische Oceaan uitmondt.

Andere belangrijke rivieren zijn de Rijn, de Garonne en de dwars door Parijs stromende Seine (775 km).

Klimaat en Weer

Frankrijk vertoont een grote variatie in klimatologische omstandigheden, die vooral samenhangen met de naar het oosten afnemende invloed van de Atlantische Oceaan, de invloed van de Middellandse Zee in het zuidoosten en de aanwezigheid van gebergten als de Alpen en de Pyreneeën. Frankrijk ligt over het algemeen in de stroming van westenwinden en daardoor heeft het overgrote deel van het land een gematigd zeeklimaat. De temperaturen nemen geleidelijk toe van noord naar zuid.

Frankrijk kent vier verschillende klimaten.

Langs de kust van de Middellandse Zee en in het zuidelijk deel van het Rhônedal heerst een Middellandse Zeeklimaat waar de zomers droog en warm zijn en de winters zacht en vochtig. Berucht in het Rhônedal is de mistral, een harde koude valwind die vanaf het Centraal Massief door het dal van de rivier naar de Middellandse Zee waait. Deze wind wakkert soms aan tot een storm doordat het Rhônedal als trekgat fungeert.

Mistral-gebeid in Frankrijk

afbeelding: Vi..Cult... Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De minste neerslag valt in het zuidoosten: Avignon en Marseille, met 600 mm per jaar, waarbij zich zowel in het voor- als in het najaar een maximum vertoont naast een scherp minimum in juli.

Hevige sneeuwval in het zuidelijke Marseille, Frankrijk

foto: Compo Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

In het westen heerst een gematigd zeeklimaat met naar verhouding niet zo'n grote verschillen tussen zomer- en wintertemperaturen. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt in deze regio 11°C. Neerslag valt er in alle seizoen, al telt de herfst de meeste regendagen. De jaarlijkse hoeveelheid neerslag is gemiddeld op veel plaatsen meer dan 1000 mm. Bretagne heeft het meest uitgesproken zeeklimaat.

In het oosten heerst een landklimaat met koude winters; het aantal vorstdagen bedraagt gemiddeld 83. 's Zomers is de temperatuur gemiddeld 19°C en er valt relatief weinig neerslag.

In het midden van Frankrijk heerst een overgangsklimaat met eigenschappen van zowel een zee- als een landklimaat. Vergeleken met het gematigd zeeklimaat zijn de temperatuursverschillen tussen zomer en winter groter, terwijl de gemiddelde neerslag minder is en rond de 650 mm per jaar ligt.

Als gevolg van de langzame verwarming in het voorjaar en de langzame afkoeling in het najaar van het zeewater is nabij de kust de temperatuur in het najaar vaak veel hoger dan in het voorjaar. Hoewel het grootste deel van Frankrijk een gematigd klimaat heeft liggen de waargenomen temperatuurextremen toch ver uit elkaar: Parijs kent incidenteel maximumtemperaturen van ca. 40°C en een absoluut minimum van -16°C.

De hoeveelheid neerslag wordt voor een belangrijk deel bepaald door de aanwezigheid van gebergten: Biarritz aan de voet van de Pyreneeën met bijna 1500 mm per jaar en Annecy in de Alpen met bijna 1300 mm per jaar. Sneeuw van betekenis komt bijna uitsluitend in het gebergte voor: in de Pyreneeën ligt op 2500 m hoogte gedurende ruim 200 dagen per jaar een laag sneeuw.

Naast de al eerder genoemde mistral zijn andere lokale winden de föhnachtige autan en de koude noordelijke bise.

Regenachtig Parijs

foto: domwlive Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Planten en dieren

Planten

Frankrijk kent een rijke en afwisselende flora met meer dan 4000 verschillende soorten hogere planten. De vier hoofdgebieden zijn: een zeer geleidelijk in elkaar overlopende Atlantische en Midden-Europese vegetatie en een alpine en mediterrane vegetatie.

De boomgrens ligt in de diverse gebergten op verschillende hoogtes; in de Pyreneeën op 2500 meter, in de Franse Alpen op 1900 meter, in de Auvergne op 1500 meter en in de Vogezen op 1100 meter. Vroeger was Frankrijk vrijwel geheel met bos bedekt, op dit moment nog maar voor een vierde. Grote wouden liggen nog in het Bekken van Parijs (Fontainebleau, Compiègne), in Normandië, en bij Orléans.

Woud van Fontainebleau in de lente

foto: Clément Bardot,Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In vlakte en heuvelland van het Atlantische en Midden-Europese gebied bestaat het woud uit loofbos: eikenberkenbos op armere gronden, eikenhaagbeukenbos op voedselrijke gronden, beukenbos in de opgaande oude domaniale wouden, elzen-, iepen- en essenbossen in de rivierdalen. Waar bossen ontbreken, vallen in het Atlantische gebied vooral de heiden op, met voornamelijk gaspeldoornsoorten en rode dopheide.

De duinen met hun karakteristieke plantengroei zijn vooral goed ontwikkeld in het noorden, op Cotentin, in Charente-Maritime en in Les Landes waar ze bedekt zijn met zeedennen. Beroemd zijn de orchideeënrijke kalkhellinggraslanden die in heel Frankrijk te vinden zijn. In de bergen vindt men, van laag naar hoog gordels van beukenwoud, beuken-sparrenwoud, fijnsparrenwoud en de alpine zone. Afgelegen weiden in de Alpen bevatten talloze wilde bloemen, waaronder krokussen, blauwe en gele gentianen, talrijke soorten lelies en orchideeën, alpine anemonen, klokbloemen en tulpen. De nationale boom van Frankrijk is de venijnboom of taxus.

Venijnboom of taxus, nationale boom van Frankrijk

foto: Sitomon CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

In de Pyreneeën komen meer dan 400 soorten bloemen voor, waarvan 160 soorten alleen hier, o.a. de Pyreneese ramonda en steenbreek, bijzondere soorten akelie en lelies, kleine paarse krokussen en roze androsace.

De bergweiden van de Pyreneeën staan in de zomer vol bloemen als Turkse lelies, akelei, kievietsbloemen, gentiaan, viooltjes, geraniums, narcissen en orchideeën.

De mediterrane flora en vegetatie in het uiterste zuiden heeft een geheel eigen karakter. Het oorspronkelijke steeneikenbos is bijna verdwenen en vervangen door maquis, een altijdgroene doornstruik, die op steenachtige bodem god gedijt en garrigue, een heideachtige vegetatie met o.a. dwergeik, lavendel en rozemarijn, die hoofdzakelijk op kalkhoudende grond groeit met olijfbossen, wijngaarden en cultures van vijg en amandel, aan de Côte d'Azur van sinaasappelen en citroenen.

Sinaasappelboom, Frankrijk

foto: Tomwsulcer in het publieke domein

Dieren

De dierenwereld van Frankrijk sluit aan bij die van West-, Midden- en Zuid-Europa. Typische bergfauna is te vinden in de West-Alpen en de Pyreneeën. Door de sterke temperatuurverschillen in zee van de Atlantische Oceaan en Middellandse Zee hebben de kusten totaal verschillende fauna's. Door de grote uitgestrektheid van het gebied treft men een aantal verschillende elementen onder de dierenwereld aan.

De genetkat bereikt in Frankrijk zijn noordgrens; de broedplaatsen van de flamingo in de Camargue (Rhônedelta) zijn de noordelijkste in Europa en het Middellandse-Zeegebied. In deze delta broeden ook nog de kwak en de zilverreiger en ook de bever komt hier nog voor. Een ongebreidelde jacht op alle mogelijke soorten van wild en vogels heeft bijgedragen tot de verarming van de fauna; nationale parken en reservaten zijn nog te gering in aantal om het voortbestaan van talloze zeldzaam geworden soorten te waarborgen.

Pyrenese desman, Frankrijk

foto: Muséum de Toulouse CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

In de Pyreneeën komen nog bruine beren voor, die niet in het hooggebergte leven maar op de rand van het hoogste punt waar ook mensen wonen. Andere bergbewoners zijn marmotten,"isards" of Pyreneese antilope (gemzensoort), sneeuwpatrijs en de Pyreneese Desman of watermol, een nachtdier met zwemvliezen en een spitse snuit dat alleen in de Pyreneeën en de Kaukasus voorkomt.

Pyrenese gems

foto: Tamás Cserkész, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De koning van de Pyreneeën is de lammergier, de grootste Europese gier met een vleugelwijdte tot drie meter. Andere gieren die hier nog voorkomen zijn de vale gier en de Egyptische gier. In de Alpen en de Pyreneeën leven op grote hoogte de gems en de steenbok en in de Alpen karakteristieke soorten als sneeuwhaas, alpenmarmot, alpenkauw, alpenkraai, en sneeuwhoen.

In het noorden en westen leven vele soorten vleermuizen, met name hoefijzervleermuizen en gladneuzen. Verder insecteneters als mol, egel en spitsmuis en knaagdieren als haas, konijn, hamster, eekhoorn, slaap- woel-, en echte muizen. Kleine roofdieren zijn wezel, marter, bunzing, das en otter en hoefdieren edelhert, ree en wild zwijn.

De vogelpopulatie kent eigenlijk geen echte bijzondere soorten. Voor allerlei zeevogels zijn er o.a. reservaten voor de kust van Bretagne en hier leven alken, zeekoeten, papegaaiduikers, aalscholvers, wulpen en jan-van-genten. De kustmoerassen in het westen en het zuiden van Frankrijk zijn pleisterplaatsen voor trekkend waterwild. De rotsduif is een op de rotsen levende voorouder van de bekende stadsduif. De nationale vogel van Frankrijk is de (Gallische) haan.

Nationale vogel van Frannkrijk is de (Gallische ) haan

foto: Remi Jouan,Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In Zuid-Frankrijk is het aantal diersoorten veel groter, onder meer door de mediterrane en Zuid-Europese soorten. Voorbeelden hiervan zijn de bijeneter, de scharrelaar en het grotere aantal reptielen en amfibieën.

Langs de Atlantische kust leeft de gewone zeehond en langs de kust van de Middellandse Zee monniksrob, bruinvis, tuimelaar en dolfijn. Op het eiland Corsica komt de moeflon voor.

Moeflon, Corisica, Frankrijk

foto: Vassil in het publieke domein

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

De oudste voorwerpen die in Frankrijk gevonden zijn, stammen uit de periode tussen 1 miljoen en 400.000 jaar geleden. De oudste menselijk resten, een schedel, is ongeveer 400.000 jaar oud. Van 90.000 tot 40.000 v.Chr. bevolkten de Neanderthalers het Franse grondgebied. Na een dramatisch klimaatverandering verdwenen ze en werden opgevolgd door de Cro-Magnon, die zich als eersten bezighielden met prehistorische kunst. Uit het laat-paleolithicum dateren grotschilderingen, graveringen en kunstig gesneden benen werktuigen. Deze zijn voornamelijk gevonden in de Dordogne met de grotten van Lascaux als bekendste trekpleister.

Muurschilderingen in de grotten van Lascaux

foto: Jack Versloot, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Andere bijzondere overblijfselen uit de periode van ca. 5000 v.Chr. zijn megalieten, bestaande uit dolmen, allées couvertes en menhirs. Deze megalieten zijn vooral gevonden langs de Atlantische kust, met name in Bretagne. Vanuit het Middellandse-Zeegebied (ca. 5500 v.Chr.) en door kolonisatie vanuit het Rijnland (ca. 4800 v.Chr.) werd akkerbouw en veeteelt in de Franse gebieden geïntroduceerd.

In de bronstijd ontstond in Bretagne een centrum van bronsindustrie en –handel. Vanuit het Rijnland breidde in de late bronstijd de urnenveldcultuur zich uit over geheel Frankrijk. In de ijzertijd waren de Hallstatt-cultuur (750-450 v.Chr.) en de La Tène-cultuur (450-50 v.Chr.) belangrijk. Van grote betekenis in deze periode was ook de stichting van de Griekse kolonie Massilia (nu: Marseille), die o.a. handelscontacten met de klassieke wereld opleverde.

Massilia (Marseille) ten tijde van keizer Caesar

afbeelding: Cristiano64, CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In Noord-Frankrijk kwam rond deze tijd de Marne-cultuur tot bloei. Uit deze periode is veel bronzen vaatwerk gevonden en zelfs complete pronkwagens. Dit alles wijst op een tweedeling in de prehistorische maatschappij met een sociale elite maar ook feodale trekjes.

Met de Gallische oorlogen van Caesar (58–51 v.C.) en zijn inlijving van"Gallia" bij het Romeinse Rijk eindigt de prehistorie en de oudheid.

Middeleeuwen

In de 2e eeuw werd het christendom voor het eerst geïntroduceerd in Frankrijk. De eerste christenen werden nog vervolgd maar het keerpunt kwam in 312 met de bekering van koning Constantijn. Het christendom werd toen de officiële staatsgodsdienst. Rond 500 had de kerk zich een krachtige positie verworven naast de staat en oefende grote invloed uit.

Vanaf ca. 300 begon het Romeinse rijk in verval te raken en men had de grootste moeite om Gallië te verdedigen tegen barbaarse stammen uit Duitsland. Na 400 vielen de Vandalen massaal binnen en Attila de Hun rukte op tot in Oost-Frankrijk en de Romeinen trokken zich terug tot Orléans. In 455 werd Rome zelf veroverd en werd Gallië een prooi voor Westgoten, Bourgondiërs, Alemannen en Franken.

In 481 werd Clovis de eerste Merovingische koning van de Salische Franken en werd de basis gelegd voor het moderne Frankrijk. Clovis bekeerde zich tot het christendom en trouwde met Clothilda, een Bourgondische prinses, waardoor de macht van de Franken steeds groter werd. Na de dood van Clovis volgde een opvolgingsstrijd tussen plunderende leenheren die tevergeefs gezag en orde probeerden te handhaven. In deze tijd oefenden niet de Frankische koningen, maar hun ambtenaren, de hofmeiers, de feitelijke macht uit.

Doop van Clovis in de kathedraal van Reims (496)

foto: Garitan Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 732 greep Karel Martel, een van deze hofmeiers, de macht, en werd de eerste Karolingische koning. Martel verwierf veel macht maar Gallië werd pas één door zijn kleinzoon Karel de Grote, die op 25 december 800 door de paus tot keizer werd gekroond. Hij werd de stichter van het Heilige Roomse Rijk en het lukte hem om een aantal landen in Midden- en West-Europa bij elkaar te houden. Na zijn dood werd het rijk onder zijn zoons verdeeld en het westelijke deel, Francia, viel ten prooi aan de expansiedrift van naburige hertogen.

Na het Verdrag van Verdun, gesloten in 843, kwam het gebied ten westen van de rivieren Schelde, Maas, Saône en Rhône onder het bewind van Karel de Kale. Zijn opvolgers vertoonden weinig daadkracht en verschillende territoriale vorsten scheidden zich af van het Frankische rijk. Onder Karel III de Dikke werd het Frankische eenheidsrijk weer enigszins hersteld maar in 887 werd Karel afgezet en ontstond langzaamaan het West- en het Oost-Frankische rijk waaruit uiteindelijk Frankrijk en Duitsland zouden ontstaan.

Rond het jaar 900 nam de dreiging van de roofzuchtige Noormannen toe maar het was Karel III de Eenvoudige, die een akkoord met hun leider Rollo wist te sluiten waardoor de Noormannen hun rooftochten tot Normandië zouden beperken. Andere leiders van het Frankische huis zoals Robert I en Lodewijk IV, hadden veel te stellen met de grote vazallen. In die tijd ontstonden er een aantal territoriale vorstendommen, waaronder Vlaanderen en Normandië. Uiteindelijk stierf het Karolingische Huis met de dood van Lodewijk V uit.

Standbeeld van Hugo Capet, koning van Frankrijk van 987 tot 996

foto: Thesupermat Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Met Duitse steun werd Hugo Capet (987-996) tot koning gekozen en begon de dynastie der Capetingers die erin slaagden de monarchie erfelijk te maken. De macht van de Capetingers hield ten zuiden van de Loire op en was ten noorden van de Loire voornamelijk gebaseerd op de steun van enkele bisschoppen. Onder Lodewijk VI konden de grote vazallen voor het eerst in toom gehouden worden en in 1124 wist hij een invasie van de Duitse keizer te voorkomen. Zijn zoon Lodewijk VII trouwde met Eleonora van Aquitanië en wist daardoor zijn invloed tot de Pyreneeën uit te breiden.

Na de scheiding van Lodewijk en Eleonora in 1152 trouwde Eleonora met Hendrik II Plantagenet, die daardoor Zuid-Frankrijk aan zijn rijk kon toevoegen. In 1154 werd Hendrik ook nog koning van Engeland en vormde daardoor een grote bedreiging voor Frankrijk. Het lukte de opvolger van Lodewijk VII, Filips II August, echter om grote delen van Frankrijk weer te heroveren. De gewonnen slag tegen de Engels-Vlaamse coalitie bij Bouvines in 1214 gaf hem veel aanzien in Frankrijk en Europa.

In de dertiende eeuw wisten diverse vorsten het Franse kroondomein verder uit te breiden, o.a. met een deel van Languedoc en Toulouse. De eerste absolute vorst werd Filips IV de Schone, die o.a. in conflict raakte met het Vaticaan in Rome. Het conflict liep uit op de benoeming van een aan de koning onderworpen paus Clemens V, die zich zelfs in het Zuid-Franse Avignon vestigde. Filips IV werd opgevolgd door zijn drie zonen, respectievelijk Lodewijk X, Filips V en Karel IV, de laatste uit de rechtstreekse lijn van de Capetingers.

Standbeeld van Filips IV de Schone, koning van Frankrijk (1285-1314)

afbeelding: Rijksmuseum in het publieke domein

Na Karel IV kwam zijn zoon Filips VI aan de macht, maar ook de Engelse koning Edward III maakte aanspraken op de Franse kroon. Dit leidde uiteindelijk tot de zogenaamde Honderdjarige Oorlog waarin Frankrijk aanvankelijk de ene na de andere nederlaag leed. De builenpest-epidemie van 1348-1352 kostte 4 à 5 miljoen mensen het leven, ongeveer 25% van de Franse bevolking. In 1360 werd de vrede van Brétigny gesloten waardoor Frankrijk gedwongen werd enkele gebieden (o.a. Aquitanië en Calais) af te staan aan Engeland, maar wel Bourgondië wist te behouden. Onder Karel V wist Frankrijk zich definitief te herstellen. In 1392 werd Karel VI gek verklaard en nam een regentenraad de macht in feite over.

Vijftiende en zestiende eeuw

Dat ging natuurlijk niet zonder problemen en met name Jan zonder Vrees van Bourgondië en Lodewijk van Orléans maakten elkaar het leven erg zuur. De Engelse koning maakte hier dankbaar gebruik van en versloeg de Fransen in 1415 bij Azincourt. Een bijzondere gebeurtenis in deze tijd was de bevrijding van Orléans van de Engelse belegeraars door Jeanne d'Arc, de Maagd van Orléans. Op 30 mei 1431 werd zij door de Engelsen op de brandstapel ter dood gebracht.

Na de moord op Jan zonder Vrees sloot Bourgondië zich bij de Engelsen aan. In 1435 slaagden de Fransen met behulp van de Bourgondiër Filips de Goede erin om Normandië en Guyenne op de Engelsen te heroveren en maakte hiermee een einde aan de Honderdjarige Oorlog. Onder Lodewijk XI dreigden er weer opstanden van de adel, die zich weer gesteund wisten door de Bourgondische hertog Karel de Stoute.

Door geheime steun en omkoping wist Lodewijk de opstand de kop in te drukken, en na de dood van Karel werden Bourgondië en Picardië aan het Franse rijk toegevoegd. Door zijn huwelijk met Anna van Bretagne werd Bretagne in 1491 eveneens een deel van het Franse rijk.

Jeanne d'Arc, nationale heldin van Frankrijk.

foto: Siren-Com, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De tegenstelling Valois-Bourgondië, uitgegroeid tot een strijd tussen Valois en Habsburg, woedde niet slechts in de Nederlanden, maar sinds 1494 ook in Italië om Napels en Milaan. De Italiaanse oorlogen waren slechts de inzet en een onderdeel van de strijd die vooral door Frans I (1515–1547) werd geleverd tegen de Habsburgse omsingeling. Bij de Vrede van Cateau-Cambrésis (1559) gaf Frankrijk, Italië, Vlaanderen en Artesië prijs, maar het lijfde Metz, Toul en Verdun, alsmede Calais in.

Van 1562 tot 1598 werd het land verscheurd door de religieuze en politieke partijstrijd tussen de protestantse hugenoten, geleid door de Bourbons, en de katholieken onder de Guises, waartussen de zwakke kroon trachtte te schipperen. Na de moorden op hertog Hendrik de Guise (1588) en op koning Hendrik III (1589) kwam de troon toe aan de Bourbonse hugenoot, Hendrik van Navarra. Door zijn overgang tot het katholicisme nam deze als Hendrik IV (1589–1610) de katholieke liga de wind uit de zeilen en in 1598 (Verdrag van Vervins) wist hij met Spanje, dat openlijk zijn tegenstanders had gesteund, vrede te sluiten.

Hendrik IV, koning van Frankrijk (1589-1610)

foto: Kaho Mitsuki, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Hetzelfde jaar verleende hij godsdienstvrijheid aan de hugenoten (Edict van Nantes) en ging zich, bijgestaan door minister Sully, toeleggen op het economisch herstel van het land.

Absolute monarchie

De periode van Maria de Médici en de eerste jaren van Lodewijk XIII waren niet de sterkste periode uit de Franse geschiedenis. Dat veranderde snel door het krachtdadige optreden van kardinaal-minister Richelieu, die de hugenoten in 1628 als politieke macht uitschakelde. Ook de adel en de parlementen verloren veel van hun invloed en na 1614 kwamen de Staten-Generaal zelfs niet meer bij elkaar. In de Dertigjarige Oorlog koos Richelieu voor de protestantse mogendheden om de Habsburgers te vernederen. Daardoor kon zijn opvolger Mazarin bij de Vrede van Westfalen in 1648 een groot deel van de Elzas opeisen.

Armand Jean du Plessis, Cardinal-Duc de Richelieu et de Fronsac (Parijs, 9 september 1585 – aldaar, 4 december 1642) was een Franse geestelijke, edelman en staatsman

foto:https://www.metmuseum.org/art/collection/search/369147in het publieke domain

Nadat het verzet van de adel en de parlementen definitief neergeslagen was stond niets een absolute monarchie nog in de weg en werd de strijd met de Spaanse Habsburgers met kracht doorgevoerd. Het Spaanse huwelijk van de Zonnekoning Lodewijk XIV bracht zelfs de Spaanse troon binnen bereik. Onder Lodewijk XIV was Frankrijk de machtigste staat in Europa en industrie, handel en de overzeese kolonisatie werden krachtig bevorderd o.a door een krachtige zeemacht te organiseren.

In 1685 werd het Edict van Nantes herroepen waarna de protestantse hugenoten massaal emigreerden en de economie, en in het bijzonder de industrie, een zware slag werd toegebracht.

De Devolutie-oorlog (1665–1669) en de Hollandse Oorlog (1672–1678) verschaften Lodewijk, ten koste van Spanje, Franche-Comté en veel grenssteden in de Zuidelijke Nederlanden. Ook werd in vredestijd de rest van de Elzas en Luxemburg bezet. De andere Europese machten werden georganiseerd door de Hollandse stadhouder Willem III, die sinds 1688 ook koning van Engeland was. In de negenjarige Oorlog (1688-169) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) werden verdere plannen tot uitbreiding van Frankrijk tegengehouden en kon het evenwicht in Europa gehandhaafd blijven.

Lodewijk XIV, de Zonnekoning, Hij was van 1643 tot aan zijn dood koning van Frankrijk en Navarra

foto: Jebulon, in het publieke domein

Lichtzinnig beleid van Filips van Orléans en Lodewijk XV volgde en Frankrijk raakte zelfs gedeeltelijk bankroet. Vanaf 1743 regeerde Lodewijk XV persoonlijk, maar liet zich leiden door dubieuze figuren als Madame de Pompadour. Zowel de Oostenrijkse Successieoorlog, die van 1740 tot 1748 duurde en de Zevenjarige Oorlog van 1756 tot 1763 werden geen succes en mede als gevolg daarvan ging de suprematie ter zee en in de koloniale wereld verloren, en werd overgenomen op Engeland.

Zo ging de Franse invloed in Canada, Louisiana en Voor-Indië verloren. In Europa wist men nog wel Lotharingen en Corsica binnen te halen. Onder de zwakke Lodewijk XVI werden financiële hervormingen doorgevoerd maar de staatsschulden liepen desondanks fors op. Voor het eerst sinds 1614 werd door deze netelige situatie de Staten-Generaal weer bijeengeroepen.

Franse Revolutie

Omdat de zwakke regering weinig aan de situatie deed steeg de onrust onder de bevolking die zichzelf op 17 juni 1789 uitriep tot Nationale Vergadering. De feodale rechten en standenprivileges werden afgeschaft en de rechten van de mens en de burger werden geproclameerd.

Op 14 juli 1789 was het zover. Het volk bestormde de Bastille, een gevangenis in Parijs die het symbool was van de absolute monarchie, en bezette die. Dit was het begin van de Franse Revolutie. Het koningshuis viel en er brak een roerige tijd aan. In 1791 werd de afgekondigde grondwet door de koning erkend. Hij gebruikte echter wel zijn veto ter bescherming van de gehate edelen en onbeëdigde priesters en dat pikte de bevolking niet.

Bestorming Bastille

Photograph by Rama, Wikimedia Commons, Cc-by-sa-2.0-fr no changes made

De opstandige Parijse gemeenteraad en de nieuwe Nationale Conventie riepen tussen 21 en 25 september 1792 de"eerste" republiek uit. In de Conventie werd de macht betwist tussen twee groeperingen: de Girondijnen, gematigde republikeinen, en de radicale Montagnards, met de bekende figuren Danton, Robespierre, Hébert en Marat. De gematigden werden door de radicalen met veel bloedvergieten uitgeschakeld maar kregen onderling ook ruzie, met name tussen aanhangers van Danton en Hébert.

Uiteindelijk bracht Robespierre ze beiden ten val maar werd zelf ook gedood op 28 juli 1794. Na deze gewelddadige periode keerde de rust weer even terug in Frankrijk. Maar uit de verwarde situatie werd de grondwet van het jaar III en het Directoire geboren, een nieuwe vergadering die tevergeefs de orde probeerde te herstellen. Er volgde een opstand van de Parijse burgerij die bloedig werd neergeslagen door de Corsicaan Napoleon Bonaparte. Ook had men te kampen met voortdurende katholieke en koningsgezinde opstanden in de Vendée en met grote financiële problemen.

Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk

foto: Anderiba12, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De republiek wist zich goed te verweren tegen diverse buitenlandse vijanden en het Franse grondgebied was eind 1793 gezuiverd van vreemde elementen. Men kon er zelfs weer aan gaan denken om de revolutiebeginselen over Europa te verspreiden. Het Directoire stuurde Napoleon naar Egypte en dat was het begin van Frankrijk als koloniale macht in Noord-Afrika. Men had tevens gedacht om zich zodoende van Napoleon te ontdoen, maar dit mislukte totaal.

Consulaat en Keizerrijk

Op 9 november 1799 volgde een staatsgreep waarna de grondwet van het jaar VIII doorgevoerd werd en het consulaat ingericht werd, waar generaal Napoleon Bonaparte de sterke man was.

Toen Napoleon eindelijk aan de macht kwam trok hij met zijn legers door een aantal Europese landen om de ideeën van de Franse Revolutie te verbreiden. Hij werd gedwongen mee te doen aan oorlogen met steeds wisselende partners, de zogenaamde coalitieoorlogen, maar wel steeds met Engeland als grote tegenstander. Hij veroverde op het continent een groot imperium (o.a. Italië, Spanje, Duitsland en Polen) maar zou uiteindelijk stuiten op de Engelse suprematie op zee, het voortdurende verzet in Spanje en het door Frankrijk zelf opgeroepen nationalisme in de rest van Europa.

In Frankrijk zelf werd het onderwijs, het gerecht en de administratie hervormd en gecentraliseerd, o.a. door het uitvaardigen van de"Code Civil" en andere wetboeken. Verder werden betrekkingen met de kerk hersteld en de economie gesaneerd. Door al deze successen benoemde hij zichzelf tot consul voor het leven in 1802 en tot keizer voor het leven in 1804.

Slag bij Waterloo, 1815

foto: Doctor Syntax in het publieke domein

Zijn voortdurende oorlogsplannen stuitten echter op steeds meer tegenstand en na een aantal forse nederlagen o.a. in Rusland, werd hij verbannen naar het eiland Elba. In maart 1814 deed hij afstand van de troon. De verbanning duurde slechts 100 dagen en hij keerde als een held terug. Na de nederlaag in de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815 was het echter afgelopen met de"kleine generaal" en begon de restauratie. Napoleon werd door de Engelsen verbannen naar het eiland St. Helena in de Atlantische Oceaan, waar hij de laatste jaren van zijn leven zou doorbrengen en in 1821 stierf.

Restauratie

Na Napoleon werd de monarchie van de Bourbons opnieuw geïnstalleerd en kreeg Frankrijk een nieuwe koning, Lodewijk XVIII, die tot 1824 zou regeren. Het gecentraliseerd bestuur en de wetgeving van de republiek en van het keizerrijk bleven behouden, maar de adel en de geestelijkheid herwonnen hun politiek overwicht ten nadele van de burgerij. De buitenlandse politiek, in het spoor van de Heilige Alliantie, wekte verzet.

Lodewijk XVIII, koning van Frankrijk en Navarra (1814-1824)

foto: Peter d'Aprix, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De inzet van een nieuwe koloniale expansie door de verovering van Algiers (1830) kon daaraan niets verhelpen. De autoritaire machtsgreep van Karel X (1824–1830) beantwoordden de liberalen onmiddellijk met de Juli-revolutie van 1830.

Julimonarchie

De burgerlijk denkende Lodewijk Filips I van Orléans (1830–1848) trok de weinig populaire maatregelen van zijn voorganger weer in. Hij aanvaardde het, te regeren met een grondwet die de politieke macht in de handen van de bezittende klasse legde. Sinds de economische depressie van 1846 won de republikeinse en socialistische agitatie gedurig veld.

Lodewijk Filips I, koning van Frankrijk (1830-1848) en hertog van Orléans

foto: onbekend in het publieke domein

Toen de conservatief Guizot zich in februari 1848 met geweld wilde verzetten tegen het gevraagde algemeen stemrecht, kwam het volk in beweging. De socialist Louis Blanc en de republikeinen vormden een voorlopig bewind. Ondanks de volksoproeren van mei en juni hielden de burgerlijke republikeinen de bovenhand. Louis-Philippe vluchtte naar Engeland en in Frankrijk werd besloten voorlopig geen nieuw koninkrijk in te stellen maar werd de Tweede Republiek uitgeroepen.

Tweede Republiek

De roep om een sterke man bracht Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte met behulp van de katholieken aan de presidentszetel. Als tegenprestatie werd van hem bevoordeling van de katholieke godsdienst verwacht. Na een conflict met de Wetgevende Kamer over de kieswet ontbond hij op 2 december 1851 deze wet en ging zich bezighouden met een grondwetsherziening waardoor een jaar later op 2 december 1852 het tweede keizerrijk kon worden opgericht en regeerde hij als Napoleon III verder als een absolute vorst. In de Krim-oorlog en de Italiaanse veldtocht werden belangrijke militaire overwinningen behaald die Frankrijk als internationale macht op de kaart zetten.

Napoleon III, president van Franse Republiek van 1848 tot 1852, en als Napoleon III keizer van Frankrijk van 1852 tot 1870

foto: Rama, CC Attribution-Share Alike 2.0 France no changes made

Ook handel en nijverheid bloeiden op. Door de dubbelzinnige houding t.o.v de paus in de Italiaanse vrijheidsoorlog zetten de katholieken zich steeds meer af tegen Napoleon III en was hij sinds 1859 genoodzaakt minder autocratisch te regeren. De vrijhandelsverdragen met Engeland en wat andere landen lokten binnenlands veel kritiek uit en de afgang in Mexico werd ook niet vergeten. Daarentegen werden er wel nieuwe koloniën gesticht in Algerije, Senegambië (nu Senegal en Gambia), Cochin-China en Kambodja in de periode 1858-1867. Ook het gebrek aan daadkracht in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog in 1866 kostte hem veel aanzien. Hij probeerde nog door het leger te reorganiseren en de grondwet te wijzigen zijn gezicht te redden, maar dat lukte al niet meer. Naar aanleiding van de Hohenzollern-kandidatuur voor de Spaanse troon brak de Frans-Duitse Oorlog uit.

Derde Republiek

In deze oorlog werd een zware nederlaag geleden bij Sedan op 1 september 1870 en dit leidde in Parijs tot het uitroepen van de"Derde Republiek" en een verdrag met het Duitse keizerrijk op 10 mei 1871. Hierin werd overeengekomen dat Frankrijk de Elzas en een deel van Lotharingen aan de Duitsers moest afstaan.

In maart 1871 was er ondertussen in Parijs een radicalere gemeenteraad gekozen. Deze zogenaamde"Parijse Commune" kwam in opstand tegen de landelijke overheid, die tropen zond om de hoofdstad te heroveren. Na zes weken stedelijke guerilla-oorlog werd de opstand neergeslagen en zo'n 20.000"communards" doodgeschoten of gedeporteerd. In 1871 werd ook de Nationale Vergadering gekozen waarin de monarchistische meerderheid al snel grote onenigheid kreeg. Als gevolg daarvan werd in 1875 de Derde Republiek grondwettelijk ingericht.

Schilderij van een barricade tijdens de Parijse Commune, 1871, Frankrijk

foto: André Devambezin het publieke domein

In 1876 kregen de republikeinen de meerderheid in de Vergadering en trad de royalistische president Mac-Mahon af. In de laatste twee decennia van de negentiende eeuw stond het regeren in het teken van een aantal grote politieke schandalen, waaronder het handelen in ridderorden (1887), het Panamaschandaal (1892-1893) en natuurlijk de Dreyfuss-affaire (1894-1906).

In de sterk anti-katholieke binnenlandse politiek werd nog eens de scheiding van kerk en staat uitgeroepen. Sociale wetgeving kwam maar mondjesmaat op gang.

De buitenlandse politiek in deze periode stond in het teken van verschillende verdragen met andere grote Europese mogendheden. Zo werd er met Duitsland samengewerkt in diverse Afrikaanse kwesties en na diverse geschillen met de Engelsen werd ook tot hen toenadering gezocht. Door de brutale houding van de Duitse keizer Wilhelm II tekenden Frankrijk en Rusland een tweevoudig verbond in 1892-1894, de zogenaamde Duple Alliantie.

In Noord-Afrika wisten Frankrijk en Italië hun belangen te handhaven waardoor de internationale positie van Frankrijk nog meer verbeterde. Ook met Engeland werden alle koloniale geschillen opgelost in een Entente Cordiale in 1904. Ook de banden met Rusland werden steeds hechter en leidden uiteindelijk tot een Triple Entente met deze twee landen waardoor de positie ten opzichte van Duitsland sterker werd. Hierdoor werd Frankrijk wel min of meer de Eerste Wereldoorlog ingetrokken door het Servische conflict tussen Rusland en Duitsland.

Internationale verdagen die uiteindelijk leiden tot de Eerste Wereldoorlog

afbeelding: Xiaphias, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Tot 1917 was Frankrijk niet erg succesvol in de strijd tegen de Duitsers. Bij de rivier de Marne wisten ze de Duitse opmars te stuiten. Vier jaar lang zou de oorlog zich in loopgraven afspelen en vele miljoenen soldaten en burgers vonden de dood. In november 1917 kwam de regering Clemenceau aan de macht en onder zijn enigszins dictatoriale leiding werd de verdediging van Frankrijk succesvol gereorganiseerd en een jaar later de overwinning op de Duitsers behaald. Op de vredesconferentie van Versailles wilde Clemenceau Duitsland volledig ontkrachten maar dit plan viel niet in goede aarde bij de geallieerden. Wel kreeg Frankrijk Elzas en Lotharingen terug.

Frankrijk leed zware demografische en economische verliezen door de Eerste Wereldoorlog en de regering van de rechtse Nationale Unie had de handen vol aan de relatie met Duitsland en een grote stakingsgolf.

Ook de relatie met de Britten werd steeds moeizamer. In de kwestie van de herstelbetalingen door Duitsland aan Frankrijk namen de Britten een gematigd standpunt in. De Franse regering zocht toenadering tot dat standpunt maar de regering werd daardoor ten val gebracht door de nationalist Poincaré. Deze sloeg door met een eenzijdige bezetting van het Ruhrgebied in januari 1923 om zodoende een oplossing te forceren. De relatie met de Britten kwam nog verder onder druk te staan door de Grieks-Turkse oolog waarin Frankrijk Turkije steunde en Groot-Brittannië achter Griekenland stond. Frankrijk had ondertussen wel een aantal continentale bondgenoten: België, Polen en de kleine entente die bestond uit Tsjechoslowakije, Joegoslavië en Roemenië.

Georges Clemenceau, premier van Frankrijk (1906-1909 en 1917-1920)

foto: P. Alvarez, CC Attribution 4.0 International no changes made

Pas in 1924 werd de relatie met de Britten weer genormaliseerd. De Ruhr-politiek werd teruggedraaid door de nieuwe regering en het Britse Dawesplan met betrekking tot de herstelbetalingen werd geaccepteerd. De regering Briand zorgde voor nog meer aanzien in de wereld door het Pact van Locarno in 1925 en het Briand-Kellogg verdrag in 1928.

Poincaré slaagde er ook in om de precaire financiële problemen te stabiliseren, maar had daarentegen weer te kampen met opstanden in Marokko en Syrië. Voor de verkiezingen viel de Nationale Unie uit elkaar.

Tardieus strenge politiek tegen Duitsland (1932) ondervond Britse kritiek en verbitterde Duitsland. Zo was Frankrijk weer op zijn continentale bondgenootschappen en op een stevige verdediging (Maginotlinie) aangewezen.

De verkiezingen van 1932 werden gewonnen door links, maar de financiële moeilijkheden, de economische achteruitgang en de kritiek op het parlementaire stelsel maakten een stabiele regering onmogelijk. In Parijs zelf werd gevochten door communistische, fascistische en royalistische groepen. Premier Doumergue vormde in februari 1934 een kabinet van nationale signatuur met een oorlogsheld uit de Eerste Wereldoorlog, Philippe Pétain, en Louis Barthou. Hij probeerde het Franse alliantiesysteem te verstevigen, o.a door Italië en Rusland erbij te betrekken. Hij hoopte zo het gevaar Hitler-Duitsland te isoleren na de Poolse opgave van de pro-Fanse politiek, maar werd tijdens zijn poging om Joegoslavië en Italië met elkaar te verzoenen op 9 oktober 1934 vermoord. Niet lang daarna nam premier Doumergue ontslag.

Pierre Paul Henri Gaston Doumergue was president van Frankrijk van 1924 tot 1931

foto: Michel Huhardeaux, CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Zijn opvolger werd Laval, die door zijn deflatiepolitiek zeer onpopulair was. In juli 1935 vormde zich een eenheidsfront tussen communisten, socialisten en radicalen tegen de fascistische groeperingen. Ook de buitenlandse politiek van Barthou was aan veel kritiek onderhevig, o.a. door het Verdrag met Rome dat gesloten werd met Mussolini. In 1936 werden verder het Rijnland door Duitse troepen bezet en werd het Locarnoverdrag opgezegd, waar Frankrijk niets meer aan kon doen, o.a. door gebrek aan steun van de Engelsen.

In juni 1936 kwam de Volksfront-regering van Léon Blum aan de macht. Hij voerde sociale verbeteringen door die echter enorm veel geld kostten en daardoor een sterke inflatie tot gevolg hadden. Daarop werd de Franse Bank en de wapenindustrie onder toezicht gesteld en werd er fors opgetreden tegen fascistische groeperingen. In de Spaanse burgeroorlog bleef Frankrijk samen met Engeland aan de zijlijn staan met een politiek van non-interventie. Het radicale kabinet Daladier hanteerde een scherpe deflatiepolitiek wat stakingen uitlokte maar de economische toestand wel verbeterde.

Léon Blum, premier van Frankrijk (1936-1938)

foto: Anefo in het publieke domein

Internationaal liep Frankrijk in die tijd achter Groot-Brittannië aan. Ex-bondgenoot Tsjecho-Slowakije werd op de Conferentie van München in september 1938 in feite uitgeleverd aan de Duitsers. Na de schending van het Verdrag van München door Duitsland gaven Frankrijk en Groot-Brittannië garanties aan Polen en de Balkanstaten.

Tweede Wereldoorlog

Frankrijk verklaarde Duitsland de oorlog op 3 september 1939, samen met Groot-Brittannië. Dit gebeurde na de Duitse inval in Polen. Op 10 mei 1940 trokken de Duitse troepen Frankrijk binnen en binnen enkele weken stortte de Franse defensie volledig in elkaar. Ook de veel geroemde Maginotlinie bleek niet bestand tegen de Duitse overmacht en het grootste deel van Frankrijk werd door de Duitsers bezet.

Op 22 juni sloot de regering van maarschalk Pétain een wapenstilstand met Duitsland. Pétain was de opvolger van Paul Reynaud, die Daladier als premier was opgevolgd op 20 maart 1940. Twee dagen later werd er ook een wapenstilstand met Italië gesloten dat op 10 juni Frankrijk was binnengevallen. De regering van Pétain vestigde zich in Vichy, dat lag in het onbezette deel van Frankrijk. Nadat de geallieerden geland waren in Noord-Afrika in november 1942 breidden de Duitsers hun bezetting over geheel Frankrijk uit.

Maarschalk Philippe Pétain schudt de hand van Adolf Hitler

foto: Heinrich Hoffman, Commons:Bundesarchiv; Attribution: Bundesarchiv, Bild 183-J28036 | Foto: Jäger, Oktober 1944

Ex-premier Laval had inmiddels de feitelijke leiding van de regering te Vichy overgenomen van Pétain en hij streefde naar samenwerking met de Duitsers. De plaatsvervanger van Pétain, admiraal Darlan, sloot zich in november 1942 bij de geallieerden aan. Pétain collaboreerde in feite met de Duitsers. Buiten Frankrijk zette de naar Engeland uitgeweken generaal Charles de Gaulle met een kleine groep"vrije Fransen" de strijd tegen de Duitsers voort. In Frankrijk zelf ontstonden verschillende verzetsbewegingen, die vanaf mei 1943 samenwerkten in het Conseil National dela Résistance.

In juni 1944 landde een geweldig geallieerd invasieleger op de kust van Normandië en van de Provence in het zuiden. De Duitsers konden de opmars van de geallieerden niet stuiten. September 1944 was bijna geheel Frankrijk bevrijd en op 8 mei 1945 verklaarde Duitsland zich in Reims akkoord met de onvoorwaardelijke overgave.

De Gaulle werd in 1943 hoofd van een Frans nationaal bevrijdingscomité en keerde bij de bevrijding in augustus 1944 terug als hoofd van een voorlopige regering. Deze regering steunde op de progressieve katholieke MRP (Mouvement Républicain Populaire), de socialisten en de communisten. De Fransen die met de Duitsers hadden samengewerkt, werden gestraft. Pétain werd ter dood veroordeeld (door De Gaulle in levenslang gewijzigd) en Laval werd gefusilleerd. In januari 1946 trok De Gaulle zich uit de regering terug.

Charles de Gaulle, 18e president van de Franse republiek (1959-1969)

foto: Bundesarchiv, B 145 Bild-F010324-0002 / Steiner, Egon / CC-BY-SA 3.0 no changes made

Vierde Republiek

In oktober 1946 werd bij een volksstemming de nieuwe grondwet goedgekeurd en de socialist Vincent Auriol werd in januari 1947 de eerste president van de Vierde Republiek. De periode na de Tweede Wereldoorlog werd gekenmerkt door een combinatie van grote politieke instabiliteit en gunstige economische ontwikkelingen.

In snel tempo volgden de kabinetten elkaar op en een aantal belangrijke premiers uit die tijd waren Georges Bidault, Robert Schuman, Antoine Pinay en de radicaal Mendès-France. Hij was het die de beslissing nam om tot een wapenstilstand in de oorlog in Indo-China te komen.

Pierre Mendès France, premier van Frankrijk (1954-1955)

foto: onbekend CCAttribution-Share Alike 3.0 Netherlands no changes made

Nadat de rechtse partijen korte tijd hun aantrekkingskracht hadden verloren, herstelden de conservatieven zich na de oorlog al snel. Begin jaren vijftig organiseerde Pierre Poujade de ontevreden middenstand en ambachtslieden, waarmee het georganiseerde rechtse volksprotest zijn herintrede deed in de Franse politiek.

De Gaulle, die zich tegen de nieuwe grondwet had gekant wegens de zijns inziens te zwakke positie van de uitvoerende macht tegenover het parlement, richtte in 1947 een eigen partij op, de Rassemblement du Peuple Français. De dekolonisatie bracht ten slotte de ondergang van de Vierde Republiek. In Algerije was in 1954 verzet tegen het Franse bewind ontstaan. Uit vrees voor mogelijke onderhandelingen met de Algerijnse nationalisten vormden Fransen in Algerije met steun van het leger op 13 mei 1958 een revolutionair"comité de salut public", dat een regering onder De Gaulle bepleitte. Om een burgeroorlog te voorkomen gaf president Coty (die in 1954 Auriol was opgevolgd) de opdracht om een kabinet te formeren aan De Gaulle, die behalve van de rechtse partijen ook steun kreeg van de MRP en een deel van de radicalen en de socialisten (1 juni 1958).

Al ging de Vierde Republiek uiteindelijk aan haar eigen instabiliteit ten onder, op het Europese vlak initieerde zij vele integratieplannen (Kolen- en Staalgemeenschap, Defensiegemeenschap) die de stabiliteit in Europa moesten bevorderen. Deze plannen kunnen echter niet los gezien worden van de naoorlogse Duitslandpolitiek, waarmee Frankrijk poogde om de Bondsrepubliek Duitsland onder controle te krijgen door het te integreren in West-Europa.

Vijfde Republiek

Nu hij aan de macht was gekomen zette De Gaulle zijn plannen voor staatkundige hervormingen door. Op 28 september 1958 stemde meer dan 80% van de kiezers voor de nieuwe grondwet die de president veel macht en gezag gaf. Bovendien kreeg de nieuwe gaullistische partij Union pour la Novelle République de grootste fractie in de nationale vergadering. De Gaulle zelf werd op 8 januari als president geïnstalleerd, met Michel Debré als premier die in 1962 werd opgevolgd door de latere president Georges Pompidou.

Michel Jean-Pierre Debré was de eerste premier van de vijfde Franse republiek

foto: Eric Koch / Anefo in het publieke domein

Door de situatie in Algerije kwamen rechtse politici en militairen in opstand. Deze staatsgreep in de Algerijnse hoofdstad Algiers op 22 april 1961 mislukte echter. Op 8 april 1962 sprak meer dan 90% van de bevolking zich in een referendum uit voor de onafhankelijkheid van Algerije. Uiteindelijk werd Algerije na een bloedige koloniale oorlog onafhankelijk na een grondwetswijziging op 28 oktober 1962. Na verkiezingen in maart 1967 behielden de Gaullisten met hun bondgenoten nog een krappe meerderheid; de ambtstermijn van De Gaulle was in december 1965 met zeven jaar verlengd.

De periode De Gaulle werd in het algemeen gekenmerkt door het herstel van Frankrijks positie als een onafhankelijk en invloedrijk land tussen de grote naties van de wereld. Bovendien wilde De Gaulle uiteindelijk een groot Europa van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral en daarvoor was het nodig dat de invloed van de Verenigde Staten teruggedrongen werd. Als gevolg van deze stelling onttrok Frankrijk zijn troepen in 1966 aan het gezag van de Navo en alle Navo-bases werden ontruimd. Ook wilde men een kernmacht worden en ondertekenden daarom niet het non-proliferatieverdrag. Groot-Brittannië werd tot tweemaal toe uit de EEG geweerd, maar de betrekkingen met Duitsland werden wel genormaliseerd, en ook die met Rusland en andere Oost-Europese landen. Met de Arabische landen konden de Fransen het goed vinden maar dat had weer zijn weerslag op de relatie met Israel. Onder studenten en arbeiders ontstond in de tweede helft van de jaren zestig ontevredenheid over het beleid van de regering. In mei 1968 brak in Parijs de befaamde opstand uit die slechts een maand zou duren na toezeggingen voor loonsverhogingen voor de arbeiders.

Parijse studentenrevolte in mei 1968

foto:André Cros CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bij de in juni gehouden verkiezingen boekten de Gaullisten grote winst en vormden een front tegen de socialisten samen met de onafhankelijke republikeinen en andere onafhankelijken.

Jaren zeventig en tachtig

In april 1969 trad De Gaulle af omdat zijn voorstellen met betrekking tot hervormingen waren verworpen, o.a. over een nieuwe regionale indeling. De presidentsverkiezingen brachten een overwinning voor de gaullist Georges Pompidou. Op binnenlands terrein streefde Pompidou naar een snelle industrialisatie, in de buitenlandse politiek volgde hij de lijn-De Gaulle, hoewel minder star. Zo gaf hij zijn medewerking bij de toetreding van Engeland tot de EEG en nam vaker positieve standpunten in tijdens Navo-vergaderingen.

Georges Pompidou, 19e president van Frankrijk (1969-1974)

foto: Eric Koch / Anefo, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De parlementsverkiezingen van maart 1973 werden gewonnen door de samenwerkende socialisten en communisten, maar de regeringspartijen behielden de meerderheid. Links vormde ook een coalitie bij de dood van Pompidou (2 april 1974) en de daarop volgende presidentsverkiezingen. Deze werden in mei 1974 gewonnen door de minister van Financiën en Economie, de onafhankelijke republikein Giscard d'Estaing.

Hij versloeg met zeer klein verschil de socialistische leider François Mitterrand. De gaullisten hadden op dat moment geen nieuwe kandidaat voor het presidentschap en gaven daarom hun steun aan de republikein Giscard. Jacques Chirac werd premier van een kabinet van gaullisten en republikeinen. In 1976 ontsloeg de president Chirac en benoemde Raymond Barre tot premier.

Onder Giscard werd het door zijn directe voorgangers gevoerde beleid in grote lijnen voortgezet. In de buitenlandse politiek bleef het streven naar een sterk, door Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland beheerst Europa, onafhankelijk van de Verenigde Staten, gehandhaafd, evenals de pro-Arabische houding in het Midden-Oosten.

Valéry Marie René Georges Giscard d'Estaing, 20e president van Frankrijk (1974-1981)

foto: President (1977-1981 : Carter). White House Staff Photographers. (01/20/1977 - 01/20/1981) publiek domein

In voormalig Frans-Afrika bleef Frankrijk vertegenwoordigd door de aanwezigheid van militaire troepen en adviseurs, terwijl de financieel-economische invloed nog werd vergroot. In het binnenland had Giscard te maken met o.m. separatistische bewegingen op Corsica en in Bretagne. Mei 1981 werd Giscard verrassend verslagen door de socialistische presidentskandidaat François Mitterrand. Hij werd de eerste socialistische president van het land sinds de instelling van de Vijfde republiek in 1958.

Na de parlementsverkiezingen in juni kwam er een regering van socialisten (PS) en communisten (PCF) onder P. Mauroy, die probeerden om via nationalisaties de Franse economie te verbeteren. Door tegenvallende resultaten werd men in juni 1982 al gedwongen om het progressieve economische beleid af te zwakken. Onder L. Fabius maakten de communisten niet langer deel uit van de regering. Nadat UDF–RPR onder aanvoering van Jacques Chirac (RPR) in maart 1986 de parlementsverkiezingen hadden gewonnen werd de Vijfde Republiek geconfronteerd met een in de geschiedenis van Frankrijk onbekende staatkundige variant, de"cohabitation": een premier en een president van verschillende politieke kleur.

Nadat Mitterrand in mei 1988 opnieuw de presidentsverkiezingen had gewonnen van Chirac, kwam er na de parlementsverkiezingen van juni 1988 opnieuw een socialistische regering onder leiding van M. Rocard.

François Mitterand, 21e president van Frankrijk (1995-2007)

foto: Rob Croes / Anefo in het publieke domein

In de jaren tachtig vielen vooral op: het kleiner worden van de electorale basis van de communistische partij en haar politieke invloed, de opkomst van extreem-rechts in de vorm van het Front National van Jean-Marie Le Pen en de opkomst van de Groenen, Les Verts, die sinds juni 1989 vertegenwoordigd zijn in het Europees Parlement.

Jaren negentig

In 1991 werd voor het eerst een vrouw premier van Frankrijk, Édith Cresson. Impopulaire maatregelen, o.a. premie- en belastingverhogingen, waren fnuikend voor haar populariteit en zij werd al in april 1992 opgevolgd door Pierre Bérégovoy. Deze trad als premier terug na de socialistische nederlaag bij de verkiezingen van 12 maart 1993 en werd opgevolgd door Édouard Balladur. In mei pleegde de teleurgestelde Bérégovoy zelfmoord, mede naar aanleiding van het mislukken van zijn economisch programma. De slechte economische situatie leidde in juli 1993 tot aanvallen door speculanten op de Franse franc. Het gevolg was dat de Franse franc in feite het Europees Monetair Stelsel moest verlaten.

De regering-Balladur kreeg in 1994 te maken met talrijke corruptieschandalen die enkele ministers tot aftreden dwongen.

Édouard Balladur, premier van Frankrijk (1993-1995)

foto: Dutch National Archives CC Attribution-Share Alike 3.0 Netherlands no changes made

Bij de presidentsverkiezingen van mei 1995 liet Jacques Chirac, leider van de gaullistische RPR en burgemeester van Parijs, eerst zijn partijgenoot Balladur achter zich en won in de tweede ronde ook van de socialistische kandidaat Lionel Jospin. Jean-Marie Le Pen van het extreem-rechtse Front National verwierf 15% van de stemmen. Na aanvankelijk enige van Chiracs verkiezingsbeloften te hebben ingelost, daalde de populariteit van premier Juppé, die een straf bezuinigingsbeleid voorstond, snel.

Een golf van stakingen legde eind 1995 het openbare leven lam en ook in oktober en november 1996 kwam het tot massale stakingen bij de spoorwegen, in de luchtvaart, het onderwijs en andere overheidsdiensten. Vrachtwagenchauffeurs gingen over tot blokkades ter verbetering van hun arbeidsvoorwaarden, aan welke eis de regering gedeeltelijk tegemoetkwam. Intussen daalde de economische groei en bereikte de werkloosheid een naoorlogs record.

In 1995 werd Parijs opgeschrikt door een aantal terroristische aanslagen van de Algerijnse fundamentalistische-islamitische organisatie GIA en op Corsica vond in 1995 en 1996 een groot aantal bomaanslagen plaats door verschillende nationalistische bewegingen.

Begin januari 1996 overleed oud-president François Mitterrand. Bij gemeenteraadsverkiezingen in februari 1997 in het Zuid-Franse stadje Vitrolles behaalde het Front National een absolute overwinning, waarmee de vierde Zuid-Franse stad in handen viel van extreem-rechts, terwijl Nice wordt bestuurd door een geestverwant van Le Pen.

Jean-Marie Le Pen, voorzitter Front National (1972-2011)

foto: Kenji-Baptiste OIKAWA, CCAttribution 3.0 Unported no changes made

In het voorjaar van 1997 schreef president Chirac vervroegde verkiezingen uit in de hoop de positie van de regering-Juppé te versterken. In twee verkiezingsronden behaalden de socialisten onder leiding van Jospin en hun bondgenoten op 1 juni een grote overwinning en kwamen met 282 van de 577 zetels in de Nationale Vergadering.

In 1995 lokten Franse kernproeven op het atol Mururoa in de Stille Zuidzee felle protesten uit vooral van Australië, Nieuw-Zeeland en Japan. Na de proeven ondertekende Frankrijk begin 1996 het Verdrag van Rarotonga voor een kernwapenvrije zone in de Stille Zuidzee. In juni 1996 maakte minister van Defensie Millon op een halfjaarlijkse vergadering van zijn NAVO-collega’s in Brussel bekend dat Frankrijk wilde meewerken aan een"nieuwe" NAVO met een aparte Europese defensie-identiteit.

In de aanloop naar de Europese top in Dublin van december 1996 ontstond onenigheid tussen Frankrijk en Duitsland over het stabiliteitspact, dat na inwerkingtreding van de EMU moet zorgen voor begrotingsdiscipline bij de deelnemende landen. Parijs pleitte voor meer politieke vrijheid: ruimere marges en minder autonomie voor de Europese Centrale Bank.

Met de vervroegde parlementsverkiezingen van mei/juni 1997 beoogde president Chirac extra tijd te creëren om, zo nodig, pijnlijke maatregelen uit te voeren die nodig waren om te voldoen aan de criteria voor deelname aan de EMU. Chirac gokte en verloor: winnaar werd de Socialistische Partij (PS) onder leiding van Lionel Jospin, die een coalitie vormde met de communisten (PCF) en de Groenen.

Lionel Jospin, premier van Frankijk, 1997-2002

foto: User:EdouardHue, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De populariteit van de nieuwe coalitieregering–Jospin was aanvankelijk groot, maar werd al spoedig op de proef gesteld door onder meer verzet van de vakbonden tegen saneringen in de sociale voorzieningen en dat van middelbare scholieren die in oktober 1998 massaal de straat opgingen om meer middelen voor het secundair onderwijs te eisen.

De invoering van een 35-urige werkweek in 1998 om meer arbeidsplaatsen te scheppen, deed de relatie tussen regering en werkgevers geen goed en in 1999 werd de positie van Jospin verder verzwakt toen minister van Financiën Dominique Strauss-Kahn, na Jospin de machtigste man in de regering, op 2 november zijn aftreden bekendmaakte, nadat hij van corruptie was beschuldigd.

21e Eeuw

In september 2000 spraken de Franse kiezers zich uit voor een grondwetswijziging waarmee de presidentiële ambtstermijn werd teruggebracht van zeven naar vijf jaar; 73% was voor de wijziging. In 2002 is parlementair rechts aan de macht gekomen na verrassend verlopen Presidentsverkiezingen, waarin extreem rechts in de eerste ronde er in slaagde de socialistische presidentskandidaat Jospin uit te schakelen. Het gevolg was brede steun voor de herverkiezing van President Chirac die Le Pen als kandidaat voor het Front National tegenover zich zag.

Jean-Pierre Raffarin, premier van Frankrijk (2002-2005)

foto: Claude TRUONG-NGOC, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De regering en de door President Chirac benoemde eerste minister Jean-Pierre Raffarin ging - gezien de omstandigheden - voorzichtig aan het werk, volgens sommigen commentatoren zelfs te voorzichtig. Men wilde ten koste van alles de sociale rust handhaven omdat die essentieel werd geacht voor het handhaven van het consumentenvertrouwen en daarmee de werkgelegenheid. Noodzakelijke hervormingen, zoals belastinghervorming (in Frankrijk wordt nog steeds geen belasting aan de bron geheven) en liberalisering/privatisering van semi-overheidsbedrijven en hervorming van het gezondheidswezen, werden voor zich uit geschoven. In plaats daarvan concentreerde de regering zich op thema's als decentralisatie, veiligheid op straat en verhoging van de defensie-uitgaven. Toch werd het eerste jaar van de regering Raffarin voor de zomer van 2003 met een relatief positieve balans afgesloten. Successen werden met name geboekt bij de aanpak van de criminaliteit (minder misdaad) en de verkeersproblematiek (minder verkeersslachtoffers).

In de zomer van 2003 begon het tij te keren. In juli werd het regeringsvoorstel voor een institutionele hervorming voor Corsica met bijna 51 procent nee stemmen verworpen. Hierdoor kwam de decentralisatiewetgeving van de regering onder grotere druk te staan. Ook kwam er onverwacht veel verzet vanuit de bevolking tegen de wijzigingen van het pensioenstelsel, tegen het decentraal werven van ondersteunend personeel in de onderwijssector in het kader van het decentralisatiebeleid en tegen het aanscherpen van de uitkeringscriteria voor werknemers in de theater- en festivalwereld. Daarboven op kwam de catastrofaal verlopen hittegolf in augustus 2003 die meer dan 15000 slachtoffers eiste.

Daarna kwam de regering wat zijn populariteit betrof in een vrije val terecht: de pers sprak over het begin van het einde. Hoewel het er begin 2004 even op leek dat de regering vertrouwen terug won - onder meer vanwege de harde opstelling ten faveure van het niet confessionele karakter van de Franse staat (verbod van het islamitische hoofddoekje) - kreeg dit geen vertaling bij de regionale verkiezingen van 21 en 28 maart 2004. Links kreeg 13 procentpunten meer dan rechts (50,3 tegen 36,8 procent). Links kwam in alle regio's (ook de tot dan toe onneembare bolwerken van rechts) aan de macht. Met uitzondering van de Elzas en Corsica. Als gevolg werd een deel van de regeringsploeg vervangen en trad de regering Raffarin III aan.

In een televisietoespraak had President Chirac de vernieuwde regering Raffarin III geplaatst in het kader van de noodzaak van structurele hervormingen in Frankrijk. Hervormingen en sociale rechtvaardigheid dienden hand in hand te gaan. Frankrijk diende, aldus de president, een echte sociale dialoog voeren. Hervormingen dienen liefst breed gedragen te worden. Tegelijk dienen de staatsfinanciën te worden gesaneerd. De regeringsverklaring Raffarin III was in lijn met de wensen van de president.

Op zondag 29 mei 2005 heeft het Franse volk zich middels een referendum massaal uitgesproken tegen het Grondwettelijk Verdrag voor de Europese Unie. Chirac heeft hierop Dominique de Villepin tot premier benoemd en Nicolas Sarkozy als ‘ministre d’Etat’ (daarmee protocollair de nummer twee in de regering) herbenoemd in de functie van minister van Binnenlandse Zaken. Op voordracht van De Villepin is het regeringsteam drastisch hervormd en in omvang sterk gereduceerd (alle staatssecretarissen zijn geschrapt).

Dominique de Villepin, premier van Frankrijk (2005-2007)

foto: Georges Seguin (Okki), CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Op 9 juni 2005 legde premier De Villepin de regeringsverklaring af in de Assemblee. De aangekondigde maatregelen hadden met name betrekking op het sociaal-economisch beleid:"Frankrijk weer aan het werk helpen" was de centrale boodschap.

De kosten van het maatregelenpakket worden geschat op 4,5 miljard euro. De verlaging van de inkomstenbelasting die in 2006 zou worden doorgevoerd (aankondiging van President Chirac van juli 2004) wordt voorlopig opgeschort.

De Villepin zal het werkgelegenheidspakket niet via wetten, maar via ‘ordonnances’ doorvoeren. Hij omzeilt daarmee lange procedures (en amendementen) in het Parlement. Oppositie verzette zich uiteraard stevig tegen deze vermeende ‘autoritaire’ bestuursvorm.

In de Franse pers wordt gesproken over de “nadagen van Chirac”. Er is sprake van duidelijke onrust binnen de regeringspartij UMP. De jongere generatie van rechtse politici wil voorkomen dat links in 2007 het Elysée weer overneemt en tracht daarom in de UMP het roer meer in eigen handen te nemen. Ook herinnert men aan het feit dat de UMP geacht was een doorbraakpartij te zijn, met allerlei stromingen en dus niet alleen Gaullisten of Chirac aanhangers. Achter dit streven naar herstel van de bloedgroepen kan men de opening van de eerste schermutselingen over de opvolging van Chirac zien. De benoeming van De Villepin in combinatie met Sarkozy, beide zeer ambitieus en mogelijk in de race voor het volgende presidentschap, roept vragen op over de teamgeest van de nieuwe regering.

Ook de socialisten zijn door de afwijzing van het Grondwettelijk Verdrag zwaar aangeslagen. Hoewel de officiële partijlijn steun voor het verdrag voorschreef, leidde de tweede man van de PS, Laurent Fabius, een actieve nee-campagne. Na het Franse ‘neen’ restte partijleider François Hollande dan ook geen andere keuze dan Fabius als lid van het bestuur te royeren. De verdeeldheid binnen de PS is nu aanzienlijk. Het partijcongres van de PS is een half jaar vervroegd naar het najaar van 2005 teneinde de brokstukken te repareren voordat de campagne voor de presidentsverkiezingen van 2007 van start gaat.

Sinds 16 mei 2007 is Nicolas Sarkozy president. De president heeft een relatief grote macht, doordat hij staatshoofd en regeringsleider is. In juli 2008 krijgt Frankrijk voor een half jaar het voorzitterschap van de Europese Unie. In oktober 2008 wordt de omvang van de kredietcrisis merkbaar en in februari 2009 pompt de overheid miljarden in de economie. In maart 2010 leiden de regeringspartijen een groot verlies bij regionale verkiezingen. In juni 2010 kondigt de regering drastische bezuinigingen aan om de staatsschuld te verlagen.

Nicolas Sarkozy, 23e president van Frankrijk (2007-2012)

foto: Richard Pichet, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Na de Nationale Vergadering van Frankrijk stemde in september 2010 ook de Senaat in Frankrijk in met het boerkaverbod. Wanneer de wet van kracht wordt, wordt alle gezichtsbedekkende kleding verboden in openbare ruimtes. Vrouwen die op straat of in openbare ruimten gezichtsverhullende kleding dragen, kunnen volgens de wet een boete krijgen van 150 euro. In mei 2012 treedt de socialist Francois Hollande aan als nieuwe president. In 2013 stuurt Frankrijk een interventiemacht naar de voormalige kolonie Mali.

In maart 2014 wordt Manuel Valls de nieuwe premier, na een opmars van het Front Nationaal. Ook bij de Europese verkiezingen in mei 2014 wint het front nationaal.

Eind 2014 stijgt de werkloodsheid tot recordhoogte. Het jaar 2015 staat in het teken van terroristische aanslagen op Frans grondgebied door Islamitische Staat. In januari vallen 17 slachtoffers, voornamelijk medewerkers van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. In november zijn er 130 doden te betreuren bij diverse aanvallen in Parijs. In februari 2016 begint de opruiming van de"jungle" van Calais, dat is een groot kamp met illegalen die de oversteek naar Groot-Brittanië willen maken.

Op 14 juli 2016 slaat Islamitische Staat opnieuw toe, een vrachtwagen rijdt in op een menigte tijdens de nationale feestdag met meer dan 80 doden tot gevolg. In mei 2017 wint de kandidaat van het centrum Emaunuel Macron de Franse presidentsverkiezingen van de ultrarechtse Marine Le Pen. Zijn beweging La Republique en Marche wint vervolgens in juni bij parlementsverkiezingen de absolute meerderheid.

Emmanuel Macron, 25e president van Frankrijk

foto: Kremlin.ru, CCAttribution 4.0 International no changes made

Eind 2018 vinden grote landelijke"gele hesjes" protesten plaats tegen pogingen om het gebruik van fossiele brandstoffen te beteugelen door middel van prijsstijgingen die gewelddadig worden, wat aanleiding geeft tot aanpassingen door de regering. De protesten gaan door in 2019. In juli 2020 benoemt president Macron Jean Castex tot premier, nadat Edouard Philippe ontslag nam na een slechte uitslag voor de regerende La République En Marche! partij bij lokale verkiezingen. In Conflans-Sainte-Honorine, een voorstad ten noordwesten van Parijs, werd op straat een geschiedenisleraar die kort daarvoor in de klas karikaturen van de profeet Mohammed liet zien onthoofd. De achttienjarige Tsjetsjeense dader werd door de politie doodgeschoten.

Jean Castex, premier van Frankrijk sinds 1 juli 2020

foto: Florian DAVID, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bevolking

Het vasteland van Frankrijk telde in 2017 62.814.233 inwoners. Wanneer de overzeese departementen daarbij worden opgeteld, komt men uit op 67.106.161 inwoners en daarmee komt Frankrijk, na Duitsland, op de tweede plaats in de Europese Unie.

Fransen aan de wandeling in Dijon, Frankrijk

foto: onbekend, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De bevolking van Frankrijk nam na 1945 sterk toe door o.a. de vooruitgang in de gezondheidszorg en de uitbreiding van de sociale voorzieningen. Tot begin 20e eeuw was de bevolkingsaanwas maar gering en tussen de twee wereldoorlogen nam het inwoneraantal zelfs af.

Vanaf het midden van de jaren zestig nam de bevolkingsgroei sterk af maar sinds 1977 is er sprake van een lichte toename. In 2017 was het geboortecijfer 12.2 per 100 inwoners en het sterftecijfer 9.3 per 1000 inwoners. De levensverwachting bij geboorte was in 2017 voor vrouwen 85,2 jaar en voor mannen 78,8 jaar.

Naast de natuurlijke bevolkingstoename is een aanzienlijk deel van de toename toe te schrijven aan de immigratie van buitenlanders (m.n. Algerijnen, Portugezen, Italianen, Spanjaarden, vluchtelingen uit (Frans)-Afrika en Marokkanen). De meeste allochtonen (85%) wonen in Parijs en omstreken, in de regio Rhône-Alpes en op Corsica.

De groei van de bevolking bedroeg in 2017 0,39%. De groei van de bevolking verschilt sterk per regio. Zo groeit de bevolking in Noord-Frankrijk traditioneel veel sterker dan in Zuid-Frankrijk.

De bevolkingsopbouw in 2017 in procenten is als volgt:

0-14 jaar 18,4%

15-65 jaar 62,3%

65+ 19,4%

Het plateland van Frankrijk is zeer dun bevolkt

foto: Victor Grigas, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Frankrijk is relatief dun bevolkt en zelfs een van de dunst bevolkte landen van Europa. De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedroeg in 2017 114 inwoners per km2, maar de bevolking is zeer ongelijk verspreid. Dunbevolkte gebieden zijn het Centraal Massief, de plateaus van het Parijse Bekken, Les Landes en het hooggebergte. Dichtbevolkte gebieden zijn de departementen Ille-de-Paris, Nord, Rhône, Val de Marne en Hauts-de-Seine. Dit zijn gebieden die gekenmerkt worden door intensieve landbouw, maar vooral door industriële en stedelijke zones.

In 2017 woonden 80% van de bevolking in een stedelijke omgeving. In 1973 was dit nog 73%. Heel veel mensen kiezen ervoor om in Parijs te wonen. Door de vorming van ‘métropoles d'équilibre’ zoals Nantes, Lille, Strasbourg, Marseille, Bordeaux, Toulouse en Lyon heeft men geprobeerd het evenwicht in Frankrijk te herstellen en de groei van Parijs af te remmen.

Satellietfoto van het dichtbevolkte Parijs

foto: Axelspace Corporation, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De grootste steden in Frankrijk waren in 2017:

Parijs 10.800.000 miljoen inwoners

Lyon 1.600.000 miljoen

Marseille 1.600.000 miljoen

Lille 1.000.000 miljoen

Nice 967.000

Baskenland ligt voor het grootste gedeelte aan de Spaanse kant van de Pyreneeën en slechts één op de tien van de 500.000 mensen die Baskisch spreken, heeft de Franse nationaliteit. Hoewel de Basken cultureel en etnisch verbonden zijn, hebben de Spaanse en Franse Basken een verschillende achtergrond. Spaans Baskenland werd snel geïndustrialiseerd en de Basken speelden al snel een belangrijke rol in de economie en de politiek.

Franse Basken in traditionele klederdrachten in Saint-Pierre-et-Miquelon, Frankrijk

foto: Marie Cuvelier, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Frans Baskenland, dat bestaat uit de departementen Soule, Labourd en Basse Navarre, was een achtergebleven gebied van boeren en vissers totdat het toerisme in de negentiende eeuw opkwam. Hoewel bijna alle gewelddadige acties door de Spaanse Basken zijn er ook soms in de Franse steden demonstraties en acties.

Taal

De officiële taal is het Frans, daarnaast wordt door minderheden Bretons (Bretagne) gesproken, Occitaans (het zuiden), Baskisch (in de westelijke Pyreneeën), Duits (Elzas-Lotharingen), Nederlands (Frans Vlaanderen), Catalaans (Roussillon), Italiaans (rond Nice), Corsicaans (op Corsica).

De Franse taal is een Romaanse taal die door ca. 100 miljoen mensen als moedertaal wordt gesproken, waarvan ca. 60 miljoen in Frankrijk. Frans wordt verder nog gesproken in België beneden de lijn Wezet-Moeskroen en Brussel, in Zwitserland (Suisse romande), Italië (Valle d'Aosta), Haïti en Canada (Quebec), en die, naast de moedertaal, in vele voormalige Franse koloniën als taal van bestuur en administratie wordt gehanteerd. Het Frans is de voortzetting van het vulgair Latijn, dat door de Romeinse veroveraars in Gallia Transalpina werd ingevoerd (58–50 v.C.) en zich daar ontwikkelde.

Regio's in de wereld waar Frans of Franse dialecten gesproken worden

afbeelding: Jonatan argento, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De geschiedenis van het Frans begint op het moment waarop men zich door de Karolingische renaissance, die de studie van het klassieke Latijn deed herleven, bewust werd van een kloof tussen het Latijn, taal van bestuur, rechtspraak en godsdienst, en de omgangstaal. Hiervan getuigt onder meer een besluit van het concilie van Tours (813), dat voortaan in de volkstaal ("lingua romana rustica") gepreekt moest worden. In de geschiedenis van het Frans zijn globaal drie perioden te onderscheiden: het Oud-Frans (begin 9de – begin 14de eeuw), het Middel-Frans (begin 14de – begin 17de eeuw) en het moderne Frans (begin 17de eeuw – heden).

Frans 4-delig woordenboek uit 1889

foto: LPLT / Wikimedia Commons, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Franse taal bestond oorspronkelijk uit door de Romeinen ingevoerde Latijnse woorden, aangevuld met woorden van Keltische en Frankische afkomst. Bij deze"volkswoorden" zijn vanaf de 12e eeuw de ontleningen aan het Latijn, de"geleerde" woorden, gekomen. In de 16e eeuw werden er ook veel woorden aan het Italiaans ontleend. Ook aan het Nederlands zijn vele woorden ontleend en sinds de 18e eeuw ook aan het Engels.

Vooral de afgelopen decennia is veel ontleend aan het Engels op het gebied van techniek, sport, mode, en dergelijke, waardoor de spottende term Franglais is ontstaan. Franse puristen verzetten zich tegen deze"invasie" van vreemde woorden.

Godsdienst

De Franse bevolking is voor ca. 80% rooms-katholiek (ca. 48 miljoen), voor 4,5% overwegend soennitisch islamitisch (ca. 4 miljoen) en verder zijn er kleine minderheden van protestanten (ca. 950.000), joden (ca. 700.000; de grootste Joodse gemeenschap in Europa) en Armeens-christelijken. Sinds de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk XIV was het katholicisme staatsgodsdienst.

Sinds de scheiding van kerk en staat in 1905 heeft de staat geen enkele bemoeienis meer met de Kerk. De rooms-katholieke kerk heeft in Frankrijk achttien kerkprovincies en in totaal 95 bisdommen. Aan het hoofd van de kerkprovincies staat de aartsbisschop van Lyon.

Philippe Barbarin, aartsbisschop van Lyon sinds 2002

foto: MEDE,F CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Na de Bartholomeusnacht (1572) was de kracht van het protestantisme in Frankrijk gebroken. Pas door de wet van 1802 werden de protestantse kerken erkend. De voornaamste protestantse kerkgenootschappen zijn: de Église Réformée de France, de Église de la Confession d'Augsburg d'Alsace et de Lorraine, de Église évangélique luthérienne en de Église réformée d'Alsace et de Lorraine.

Sinds 1905 is er een federatie van protestantse kerken die bestaat uit gereformeerden, lutheranen, baptisten, methodisten en vrije kerken: de Fédération protestante de France.

Protestantse theologische faculteiten voor de opleiding van predikanten zijn gevestigd te Aix-en-Provence, Montpellier, Parijs en Straatsburg; de laatste twee zijn interconfessionele faculteiten. Ondanks het relatief kleine aantal is de invloed van de protestanten in Frankrijk vrij groot.

Notre-Dame de Paris is een in vroeggotische stijl opgetrokken kathedraal

foto: Madhurantakam, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Samenleving

Staatsinrichting

Volgens de grondwet van 1958 is Frankrijk een parlementaire republiek waarvan de president als staatshoofd uitgebreide volmachten heeft. De president wordt sinds 1962 door het volk bij algemeen stemrecht rechtstreeks voor zeven jaar gekozen. In 2002 zal de president van Frankrijk voor de duur van vijf jaar worden gekozen in plaats van de huidige zeven jaar.

De president vaardigt de door het parlement of door het volk (in geval van een referendum) aangenomen wetten uit, tekent de besluiten van de ministerraad die hij voorzit, benoemt de premier en kan in geval van nood het geheel van de wetgevende en uitvoerende macht tot zich trekken en de ontbinding van de Nationale Vergadering uitspreken.

Tekst grondwet van Frankrijk

foto: Erasoft24 in het publieke domein

De president kan zelfs desgewenst de premier vervangen, behalve wanneer er in het landsbestuur sprake is van een zogenaamde"cohabitation". Dit komt alleen voor wanneer de samenstelling van de Nationale Assemblée zodanig is dat de president gedwongen is een premier van een andere politieke kleur dan de zijne aan te stellen. Na de verkiezingen van 1 juni 1997 ontstond deze situatie toen de neogaullistische president Chirac het land bestuurde samen met een kabinet en een premier Jospin, die van linkse signatuur waren. De samenwerking tussen Chirac en Jospin verliep de eerste vier jaar trouwens vrij soepel.

De regering, aangevoerd door de premier, wordt voorgesteld en benoemd door de president. De regering bepaalt en geeft uitvoering aan de algemene politiek van het land en is verantwoording verschuldigd aan de Nationale Vergadering.

De wetgevende macht wordt uitgeoefend door het parlement, dat uit twee kamers bestaat. De Nationale Vergadering (Assemblée Nationale) telt 577 leden waarvan 22 uit de overzeese departementen en gebiedsdelen. De Assemblée wordt voor vijf jaar gekozen via een districtenstelsel. De senaat wordt in hoofdzaak gekozen door de leden van de"conseils généraux", de departementale raden, en door de gemeenteraden.

De senaat heeft veel minder bevoegdheden dan de Assemblée en telt 321 leden waarvan 12 vertegenwoordigers van de Fransen in het buitenland en 13 voor de overzeese departementen en gebiedsdelen. De senaatsleden worden voor negen jaar gekozen en elke drie jaar wordt de senaat voor een derde vernieuwd. De voorzitter van de senaat is na de president de hoogste ambtsdrager van het land.

De Assemblée Nationale is gevestigd in Palais Bourbon

foto: David.Monniaux, CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Alle Franse staatsburgers van 18 jaar en ouder hebben stemrecht en om gekozen te worden voor de Assemblée moet men minimaal 23 jaar zijn en voor de senaat 35 jaar. Vrouwen hebben pas sinds 1944 kiesrecht.

Kamer- en presidentsverkiezingen voltrekken zich in twee ronden. Wanneer de kandidaat in de eerste ronde van de kamerverkiezingen meer dan 50% van de stemmen in zijn kiesdistrict weet te behalen, is hij direct gekozen. Slaagt hij daarin niet, dan volgt een tweede ronde waarin een enkelvoudige meerderheid voldoende is. Voorwaarde bij de parlementsverkiezingen is dat de kandidaat in de eerste ronde ten minste 12,5% van de stemmen heeft behaald.

Bij de presidentsverkiezingen kunnen alleen twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald tijdens de eerste ronde, meedoen aan de tweede ronde. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Vergaderzaal van de Nationale Vergadering

foto: Richard Ying et Tangui Morlier CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Administratieve indeling

De Franse staat telt 22 regio's, die verdeeld zijn in 96 departementen. Het land kent verder: vier overzeese departementen, de"Départements d'Outre-Mer" (DOM): Frans Guyana, Guadeloupe, Martinique en Réunion; drie overzeese gebiedsdelen, de ‘Territoires d'Outre-Mer’ (TOM): Frans Polynesië, de Wallis en Futuna-eilanden en Nieuw Caledonië; de twee overzeese ‘collectivités territoriales’ Mayotte en St-Pierre-en-Miquelon en enkele gebieden op de zuidpool,"Les Terres Australes et Antarctiques Françaises (TAAF). De prefet staat aan het hoofd van iedere regio en ieder departement en is de vertegenwoordiger van de regering en van iedere afzonderlijke minister.

Regio's van Franrijk

afbeelding: Mightymights, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De departementen zijn verdeeld in arrondissementen (325), met aan het hoofd een sous-prefet; de arrondissementen zijn verdeeld in kantons (3714) en deze op hun beurt in 36.433 gemeenten. Ca. 90% van de gemeenten telt minder dan 2000 inwoners. De arrondissementen en kantons hebben slechts administratieve betekenis.

De Unie van het Corsicaanse volk (Union du Peuple Corse) strijdt al jaren voor onafhankelijkheid van het eiland en heeft vele honderden bomaanslagen op har naam staan. De regio Corsica heeft sinds 1981 een aparte status, een zekere mate van zelfbestuur. De bomaanslagen namen toen tijdelijk af maar in 1982 werden er meer dan 800 aanslagen gepleegd.

Onderwijs

Kleuter- en basisonderwijs

Frankrijk heeft een lange traditie van kleuteronderwijs. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het percentage Franse kinderen dat kleuterscholen (écoles maternelles) bezoekt hoger ligt da in alle andere EG-landen (België uitgezonderd), en bedraagt ca. 32% voor tweejarigen en 100% voor vijfjarigen.

Het kleuteronderwijs is niet verplicht en in openbare scholen (85% van alle scholen) gratis. De overige 15% zijn scholen voor bijzondere of niet-openbaar (particulier) onderwijs die worden gesubsidieerd door de staat en/of regio, en/of bijdragen ontvangen van de gezinnen.

Basisschool Roissy-en-France

foto: Antony-22, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het onderwijs is verplicht voor kinderen van 6 tot 16 jaar. Deze verplichting heeft betrekking op het basisonderwijs (école élémentaire) en de eerste cyclus van het secundair onderwijs (collège). De meeste leerlingen sluiten het vier jaar durende collège op hun 15e jaar af en moeten daarna nog minstens één jaar naar school in het algemeen vormend technisch of beroepsonderwijs.

Het basisonderwijs, ingericht en beheerd door de gemeenten, duurt vijf jaar en wordt gevolgd door kinderen van 6 tot 11 jaar. De vijf leerjaren omvatten twee cycli: de eerste cyclus (cycle des apprentissages fondamentaux) begint al in de hoogste afdeling van de kleuterschool en omvat verder de eerste twee jaar van de basisschool, die een voorbereidend en een eerste elementair jaar omvat.

De tweede cyclus (cycle des approfondissements) omvat de drie laatste jaren van de basisschool die voorafgaan aan het collège. Deze drie jaren omvatten het tweede jaar van de elementaire opleiding en de eerste twee jaren van de vervolgopleiding.

Secundair onderwijs

De eerste cyclus van het secundair onderwijs duurt vier jaar en is bestemd voor leerlingen van 11 tot 15 jaar en weer onderverdeeld in drie cycli: de aanpassingscyclus, de intermediaire cyclus en de oriëntatiecyclus. De tweede cyclus van het secundair onderwijs omvat algemeen vormend, technisch en beroepsonderwijs dat in lycea (lycées) wordt gegeven.

Het algemeen vormend en technisch middelbaar onderwijs bereidt de leerlingen in drie jaar voor op het examen van het algemeen baccalaureaat of het technisch baccalaureaat.

Middelbare school Limoux, France

foto: Pinpin, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De beroepsscholen bereiden de leerlingen in twee jaar voor op het"certificat d'aptitude professionelle" (CAP) en het"brevet d'études professionelles" (BEP). Het CAP is meer gespecialiseerd dan het BEP en wordt afgegeven voor algemene beroepsvaardigheden, niet in een specifiek vak maar in één beroeps-commerciële, administratieve of sociale sector. Na nog eens twee jaar kunnen zij examen doen voor het beroepsbaccalaureaat (baccalauréat professionnel). Op het collège is vanaf de zesde klas de studie van een vreemde taal verplicht en vanaf de 4e klas wordt er een tweede vreemde of een regionale taal geleerd. De studie van een vreemde taal is verplicht in het algemeen vormend en technisch onderwijs.

Aan het einde van het derde jaar nemen de leerlingen deel aan een nationaal examen met het oog op het behalen van het"diplôme national du brevet". Het diploma is een algemeen studiegetuigschrift dat niet bepalend is voor de latere studiekeuze.

Het algemeen vormend en/of het technisch onderwijs wordt afgesloten met het algemeen of het technisch baccalaureaat. Wie slaagt, krijg toegang tot het hoger onderwijs

Hoger onderwijs

Het hoger onderwijs wordt in Frankrijk door zeer uiteenlopende instellingen verstrekt. De organisatie en de toelatingseisen verschillen naar gelang van het type instelling en de doelstelling van het verstrekte onderwijs.

Tot de instellingen voor hoger onderwijs behoren:

-Universiteiten die korte opleidingen en lange opleidingen verstrekken. Frankrijk telt meer dan 70 universiteiten. De Sorbonne in Parijs is de oudste en dateert uit de twaalfde eeuw.

Ingang hoofdgebouw Sorbonne

foto: NonOmnisMoriar, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

-Openbare en particuliere scholen en instellingen die onder toezicht staan van een ministerie en hoger beroepsonderwijs verstrekken. Ook hier korte opleidingen en langere van drie jaar of meer na het baccalaureaat.

-In de"lycées d'enseignement général et technologique" zijn ook post-baccalaureaatopleidingen mogelijk die voorbereiden op hogere technische opleidingen die in twee jaar voorbereiden op het"brevet de technicien supérieur"

-lange driejarige opleidingen worden gegeven aan de"grandes écoles" die particulier of openbaar zijn. De meeste hogere ambtenaren en ingenieurs in Frankrijk zijn afkomstig van dit type onderwijsinstellingen.

Volkslied

Het volkslied van Frankrijk, de"Marseillaise" werd op 25 april 1792 geschreven door genie-officier Joseph Claude Rouget de Lisle en voor het eerst gezongen bij de baron van Dietrich, burgemeester van Straatsburg.

Het lied dankt zijn naam aan een bataljon Marseillaanse vrijwilligers die het lied zongen tijdens hun bestorming van de Tuilerieën in Parijs in augustus 1792. Vanwege zijn revolutionaire oorsprong is het lied tijdens de 19de eeuw tweemaal verboden geweest. Tot op heden zijn de meningen over de Marseillaise verdeeld.

Het volkslied van Frankrijk. La Marseillaise, uitgedrukt door de beeldhouwer François Rude, op de Arc de Triomphe, Paris

foto: Ana Paula Hirama CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Franse mode-industrie

De prestigieuze Franse mode-industrie is jaarlijks goed voor een omzet van ca. 24 miljard francs.

De Raad van Parijse Couture bestaat uit 21 modehuizen. Voor de meeste mode-ontwerpers is hun collectie slechts noodzakelijke reclame voor de veel meer opleverende parfums. In 1974 werd een nieuwe jonge groep couturiers toegelaten, de"créatures de mode", geïnspireerd door Biba en Mary Quant uit Engeland. Tot deze groep behoren o.a. Chloë, Kenzo, Gaultier, Mugler en Cerruti.

Franse wijnen

Verschillen in het klimaat, bodemgesteldheid en vele andere factoren zorgen voor een enorme verscheidenheid aan wijnen. In het algemeen gesproken komen witte wijnen uit het noorden en rode wijnen uit het zuiden. Druivensoorten als Chardonnay en Merlot worden tegenwoordig overal op aarde geplant en geven soms de wijn hun naam. In Frankrijk worden wijnen naar hun herkomst (streek) ingedeeld en niet naar de druivensoort.

Er zijn tien belangrijke wijnproducerende streken: Bordeaux, Bourgogne, Champagne, Elzas, Loire, Provence, Jura en Savoie, het zuidwesten, Languedoc-Roussillon en Rhône. Van elk gebied heeft de wijn zijn eigen karakter."Apelation contrôlé"-wetten staan garant voor de herkomst en kwaliteit van de wijn.

Frankrijk is de belangrijkste exporteur van wijn in de wereld, en komt wat de productie van wijn betreft op de tweede plaats. In 2000 werd ter waarde van 3,4 miljard euro aan wijnproducten verkocht.

Overzicht wijngebieden Frankrijk

afbeelding: DalGobboM¿!i?, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De wijngaarden van Bordeaux zijn de beste ter wereld. De vijf bekendste districten zijn Médoc, Sauternes en Graves op de linkeroever van de Garonne, en St.-Emilion en Pomerol op de rechteroever van de Dordogne. Elk gebied is verdeeld in"appellations" en elke appellation in landerijen die wijngoederen genoemd worden.

Op de kalkgronden van de landstreek Champagne wordt al sinds de Romeinen wijn gemaakt. Het is het meest noordelijke wijngebied van Frankrijk en het koele klimaat draagt bij aan het succes van de beroemde mousserende wijn die vermoedelijk zo'n 300 jaar geleden is uitgevonden. Het belangrijkste productiegebied ligt rond Reims en Épernay, waar de voornaamste"maisons de champagne" staan. Volgens de overlevering ontdekte Pierre Pérignon, keldermeester van de benedictijnse abdij Hautvillers bij Épernay, in de 17e eeuw de schuimwijn. Wijnhistorici hebben dit verhaal ontkracht, maar ze erkennen dat Dom Pérignon een elangrijke rol heeft gespeeld in de evolutie van champagne.

Er zijn drie druivensoorten, rode Pinot Noir en Pinot Meunier en witte Chardonnay. De meeste champagnes zijn een mengeling, maar Blanc de Blancs is 100 procent Chardonnay en Blanc de Noirs wordt van rode druiven gemaakt.

Franse wijn

foto: Dave Minogue, CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Economie

Tot de tweede Wereldoorlog was de landbouw veruit de belangrijkste economische activiteit in Frankrijk. Pas daarna kwam de industriële ontwikkeling pas goed op gang door het instellen van een planbureau, waardoor de overheid meer grip kreeg op de economische ontwikkeling van Frankrijk. De plannen van het planbureau moesten door het parlement goedgekeurd worden. Ook werden in 1945 grote bankinstellingen en verzekeringsorganisaties, de energiesector, het openbaar vervoer en de autofabriek van Renault genationaliseerd.

Door de Marshallhulp en het feit dat Frankrijk weinig schade had opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog hielp enorm een sterke groei van de industrie te realiseren. Ook de toenemende integratie van Europa, o.a. EGKS in 1951 en EEG in 1957, en de goede samenwerking tussen overheid, vakbonden en bedrijfsleven zorgden voor groei in o.a. de metaalverwerking, de mijnbouw en de petrochemische industrie.

Ministerie van Economische Zaken Frankrijk

foto: Art Anderson, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported, no changes made

Door al deze maatregel steeg de industriële productie na de oorlog snel en tussen 1970 en 1980 werd er een productiestijging van 33% gerealiseerd. In de jaren tachtig had Frankrijk te kampen met een hoge inflatie, massale werkloosheid en een dalende binnenlandse vraag naar producten. In 1986 werd er een vijfjarenplan opgesteld en 65 staatsbedrijven geprivatiseerd waarmee men de staatsschuld probeerde te verminderen. Eind jaren tachtig trok de economie weer aan o.a door dalende olieprijzen, belastingverlichting en een goede financieringspolitiek.

Per 1 januari 2002 werden de munten en biljetten van de franc vervangen door euromunten en biljetten. De economische groei bedroeg van 1990 tot 1994 0,8%. In 1998 was deze gestegen tot 3%, terwijl de inflatie tot onder de 1% daalde. De inflatie liep in 2000 en 2001 weer op naar respectievelijk 1,7 en 1,6. In 2000 nam het bnp toe met 3,2%. De werkloosheid nam in dat jaar af van 10,6% in 1999 tot 9,7% in 2000.

Het bruto binnenlands product in Frankrijk in 2001 bedroeg 1.460 miljard euro. De totale groei voor 2001 kwam uit op 2%. De Franse economie was daarmee een van de snelst groeiende uit de groep van zeven grootste economieën ter wereld.

Recente cijfers (2017) over de economie van Frankrijk zijn:

BNP: 2.6 miljard Dollar (tiende economie van de wereld)

BBP per hoofd van de bevolking: $ 44.100

Economische Groei 2.3%

Frankrijk telde in 2017 een beroepsbevolking van 30,7 miljoen mensen, waarvan een groeiend aantal vrouwen. De verdeling van de beroepsbevolking over de verschillende economische sectoren (2017) is: landbouw: 1,8%; industrie: 20% en dienstensector: 77,2%.

De regio Ile-de-France is veruit de rijkste regio van Frankrijk; 22% van het nationaal inkomen wordt verdiend in deze regio. Over het algemeen is het noorden van Frankrijk dichter bevolkt en met name gericht op industrie, terwijl het zuiden meer gericht is op toerisme en landbouw. Een tweede scheidslijn is die tussen oost en west, waarbij het oosten welvarender is dan het westen.

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Algemeen

Frankrijk heeft de grootste landbouwsector van de Europese Unie. Toch is het relatieve belang van deze sector sinds de Tweede Wereldoorlog sterk gedaald vergeleken met de rest van West-Europa. Zo waren er in 2013 nog maar 1,5 miljoen personen actief in de landbouw, bosbouw en visserij. In 1970 waren dat er nog 2,8 miljoen.

De productiviteit is in diezelfde periode nog wel gestegen en Frankrijk is na de Verenigde Staten nog steeds de tweede exporteur van agrarische producten in de wereld. In 2000 voerde Frankrijk voor bijna 40 miljard euro aan landbouwproducten uit, waarvan 6,3% aan de Nederlandse markt. Frankrijk importeerde hetzelfde jaar voor bijna 30 miljard euro, waarvan 14,3% uit Nederland afkomstig was.

Van de agrarische bedrijven is 40% gespecialiseerd in de intensieve en extensieve veehouderij, 20% in de akkerbouw en 12% in de wijnbouw.

Landbouw

Ongeveer de helft van de landbouwgrond in Frankrijk wordt gebruikt om graan te verbouwen. De graanopbrengst bedraagt ongeveer 17% van de totale agrarische opbrengst, maar druiven, groenten, fruit en andere belangrijke gewassen nemen minder landbouwgrond in beslag en leveren veel meer op.

Frankrijk telt ca. 30 miljoen hectare landbouwgrond, waarvan ca. 18 miljoen hectare cultuurgrond en heeft daarmee het grootste landbouwareaal in de Europese Unie. Van dit gigantische areaal is 58% akkerland, ruim 37% blijvend grasland en bijna 5% is bedekt met blijvende gewassen als fruit, olijven en wijngaarden. Teeltverbetering, uitbreiding van de bedrijfsgrootte (o.a. door herverkaveling en coöperaties) en mechanisatie vormen een belangrijke bijdrage tot de productiestijging per ha.

Om rendabeler te kunnen produceren probeert men de gemiddelde bedrijfsgrootte (ca. 30 ha in 1988) verder op te voeren door o.a. uitkoop van kleine bedrijven. In 1999 telde de sector ca. 680.000 bedrijven. Belangrijk is ook de toenemende schaalvergroting waardoor de gemiddelde bedrijfsgrootte steeg van 23,4 hectare in 1979 tot 41,7 hectare in 1997.

Tomaten telen in kassen

foto: Mouh2jijel, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De belangrijkste landbouwgronden liggen op de leemplateaus van het Bekken van Parijs en in het noorden, waar o.a. tarwe, suikerbieten, koolzaad en vlas verbouwd worden. Ook de Elzas (o.a. hop), de grote riviervalleien en de geïrrigeerde zones van het zuiden zijn rijke landbouwgebieden. Hop wordt vooral in de Elzas en in Frans-Vlaanderen geteeld. Haver en gerst worden meer verspreid verbouwd. Maïs wordt verbouwd in Languedoc en Aquitanië, rijst nog steeds in de Camargue.

Tuinbouw en wijngaarden zijn vooral te vinden in de valleien van rivieren als de Loire, de Garonne, de Rhône en langs de Middellandse-Zee kust. Bovendien zijn er grote tuinbouwgebieden rond Parijs, in de kuststreken van Bretagne, in de Elzas en Frans-Vlaanderen. De Franse wijnbouw omvat vele hoogwaardige wijnen. Frankrijk neemt een belangrijke plaats in op de wereldranglijst van producenten van tarwe, gerst, suiker en wijn.

Wijngaard in Volnay, Frankrijk

foto: Mark Gorzynski, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Veehouderij

Frankrijk is de grootste vlees- en zuivelproducent in Europa en de veebedrijven liggen verspreid over het hele land. Belangrijke rundveestreken zijn vooral te vinden in de randgebieden van het Centraal Massief en in de Atlantische zone: Normandië, Bretagne, Picardië en Frans-Vlaanderen.

Veeteelt Chauvé, Frankrijk

foto: Mark Gorzynski, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De schapenhouderij, vooral in het Centraal Massief en in de Pyreneeën, is belangrijk voor het schapenvlees en voor de kaas. Algemeen is er ook in de veehouderij een sterke tendens tot mechanisatie en uitbreiding van landbouwcoöperaties en herverkaveling.

Bosbouw

Door bebossing van niet meer gebruikte woeste gronden, verlaten akkers en berggebieden neemt het oppervlakte bos geleidelijk weer toe. Op dit moment is iets meer dan een kwart van het totale landoppervlak met bossen bedekt. Het overgrote deel van de bossen bestaat uit loofbomen maar er vindt een snelle uitbreiding van naaldbomen plaats vanwege het hogere rendement.

Alleen de beboste grond van de staat wordt geëxploiteerd. Twee derde van de bosgrond is van particulieren en ligt te verspreid om succesvol te exploiteren. Er werken ongeveer 550.000 mensen in de bosbouw en de houtindustrie.

Visserij

De visserij is geen belangrijke sector voor de Franse economie. En dat is opmerkelijk gezien de uitgestrekte kust, maar de vangstquota opgelegd door de Europese Unie verhinderen een uitbreiding. Het is dan ook niet vreemd dat slechts 0,1% van de beroepsbevolking in de visserijsector werkt.

Belangrijkste tak van de visserij is de kustvisvangst. De Franse visproductie vindt voornamelijk plaats in Bretagne, waar meer dan de helft van de totale productie gerealiseerd wordt. Enkele belangrijke havens zijn Boulogne, Concarneau, Le Havre, La Rochelle en Sète. Een sector die zich wel goed ontwikkelt zijn de oesterkwekerijen.

Vissersboten in de haven van Le Havre, Frankrijk

foto: Philippe Alès, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Mijnbouw en energievoorziening

Mijnbouw

De genationaliseerde en sterk gemoderniseerde kolenmijnen zijn vooral te vinden in het Bekken van Lotharingen en de wat kleiner bekkens in Zuid- en Midden-Frankrijk, het Bekken van het Noorden en Pas de Calais. Verminderde rendementen en steeds meer gebruik van kernenergie zorgden ervoor dat de productie geleidelijk wordt afgebouwd, b.v. van 22 miljoen ton in 1976 naar 9 miljoen ton in 1995. Het is nu zelfs al zo dat er jaarlijks ca. 15 miljoen ton steenkool ingevoerd moet worden.

Frankrijk was nog niet zolang gelden een van de belangrijkste ijzerproducenten van Europa. De productie van ijzer is de laatste decennia echter geweldig gedaald. Dit kwam door een tekort aan afzetmarkten en veel concurrerende landen.

Belangrijke mijnbouwproducten zijn nog wel aluminiumerts, kaliumzout, grind en klipzout. Veel minder belangrijke grondstoffen zijn zinkerts, looderts en uraanerts.

Grindmijn in de buurt van Saint-Louis, Elzas, Frankrijk

foto: Hansueli Krapf, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De (kleine) aardolieproductie is grotendeels afkomstig van de velden van Parentis-en-Born in Les Landes en uit het Bekken van Parijs. De productie van aardgas in Lacq stagneert na een jarenlange sterke stijging. Een daling wordt voorzien, indien op korte termijn geen nieuwe gasbellen worden ontdekt.

Energievoorziening

De elektriciteitsproductie is in Frankrijk sterk gestegen, en bijvoorbeeld tussen 1980 en 2000 met 110% gegroeid. Nog maar 10% van de elektrische energie is afkomstig van thermische centrales, ca. 20% van waterkrachtcentrales en ruim 70% van kerncentrales.

Voor de levering van aardolie is Frankrijk sterk afhankelijk van het Midden-Oosten, voor aardgas van Noorwegen, Algerije, Nederland en Rusland, voor kolen van Duitsland, Polen en Zuid-Afrika. Het gebruik van gas bedraagt in Frankrijk minder dan de helft van het gebruik in Duitsland of het Verenigd Koninkrijk en dat komt voornamelijk door de hoge productie van kernenergie.

Kerncentrale-Saint-Laurent-des-Eaux, Frankrijk

foto: Nitot, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Om in de toekomst zoveel mogelijk zelfstandig in zijn energiebehoefte te kunnen voorzien heeft Frankrijk de ontwikkeling van kernenergie als een speerpunt van beleid gemaakt en is door een versneld uitgevoerd energieprogramma het gebruik van kernenergie snel toegenomen. In de loop van de jaren tachtig van de vorige eeuw is Frankrijk Japan en de toenmalige Sovjet-Unie voorbij gestreefd om de tweede producent van kernenergie te worden.

Industrie

In de jaren zestig verdubbelde de industriële productie, maar vanaf de jaren zeventig leed deze sector onder de wereldwijde crisis.

Niettemin steeg de industriële productie mede door de sterk gepropageerde schaalvergroting. De belangrijkste industriegebieden liggen ten oosten van de lijn Le Havre–Marseille. Het Parijse stadsgewest is een groot centrum van de verwerkende industrie (auto's, elektrisch en elektronisch materiaal, farmaceutische en fotografische producten). Naast de researchlaboratoria, de ‘haute couture’, de ‘articles de Paris’ (sieraden, juwelen, parfums) en de uitgeverijen zijn ook de voedingsmiddelen en de verwerkende metaal en de meubelindustrie er bijzonder goed vertegenwoordigd. De industriegebieden van het noorden en noordoosten (Elzas-Lotharingen) zijn de belangrijkste centra van zware metallurgie en van chemische industrie en ook de textielindustrie is nog van belang.

Industrieterrein Domont, ten noorden van Parijs

foto: Ville de Domont, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het derde grote industriegebied ligt rond Lyon en omvat het gebied van Rhône en de Alpen. Het oude textielgebied rond Lyon en de oude steenkool- en metallurgiekernen van St-Étienne en Le Creusot kennen een nieuwe ontwikkeling dankzij uitbreiding van de metaalconstructie en (organische) chemische industrie en vooral de goedkope waterkrachtenergie, die in de Alpen de basis vormde voor de vestiging van moderne elektrochemische en elektro-metallurgische bedrijven.

Minder belangrijke industriezones zijn die aan de Middellandse-Zeekust, waar zoutpannen, bauxietmijnen en de oude vetstofverwerkende industrie de basis vormen voor een moderne chemische en aluminiumindustrie. Verder is er metaalconstructie, scheepsbouw en meststofproductie. Zuidwest-Aquitanië is een groeiend industriegebied dankzij de elektrochemische en metallurgische bedrijven in de Pyreneeën, de chemische bedrijven van Lacq en de vliegtuigbouw van Toulouse. In Bretagne zijn naast de oude voedingsnijverheid en scheepsbouw ook de auto-industrie en de elektronische constructie sterk uitgebreid.

Vliegtuigbouw in Toulouse

foto: Nicolas Halftermeyer, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Frankrijk telt vele textielgebieden. Het noorden is het belangrijkste centrum voor de wol- en vlasweefsels en voor de katoenproductie. De Vogezen (Mulhouse) en de streek van de Beneden-Seine (Rouen) zijn vooral gespecialiseerd in katoen en Lyon is het grote productiegebied van de synthetische en kunstmatige vezelverwerking. In de Languedoc is Mazamet een gespecialiseerde producent van wollen weefsels. De textielindustrie is overigens in de jaren zeventig verder achteruitgegaan.

Confectie is naast Parijs en het noorden verspreid over alle grote centra en vormt een belangrijk uitvoerproduct. De uiterst gediversifieerde metaalconstructie omvat vooral productie van auto's, scheepsbouw (St-Nazaire, Bordeaux, Le Havre, Duinkerke, omgeving Marseille), vliegtuigbouw (Parijs, Toulouse, Nice), elektrisch materiaal, onder meer Compagnie Générale d’Électricité (te Parijs [60%], Lyon, Grenoble). Le Creusot is het centrum van de belangrijke wapenindustrie. Voedingsmiddelenindustrie is sterk verspreid; naast de conservenfabrieken van Bretagne en de biscuitfabrieken van Nantes is Parijs het belangrijkste centrum.

Biotechnologie

De Franse biotechnologiemarkt is de derde van Europa, na Groot-Brittannië en Duitsland. De medische biotechnologie is de belangrijkste tak van deze sector. De perspectieven in de agrarische biotechnologie zijn wat minder, men vreest overspoeld te worden door goedkope Amerikaanse genetisch gemodificeerde producten. De milieutechnologie is maar een relatief klein deel van de biotechnologie.

Technopoles zijn Franse"brainparks", liggen vaak bij universiteiten of andere onderzoeksinstellingen, en zijn met name gericht op de farmacie.

De belangrijkste regio's waar biotechnologie aanwezig is, zijn:

Ile de France, met informatica, chirurgische apparatuur en genetisch onderzoek.

Rhône-Alpes, met geneesmiddelen, veterinaire producten en vaccins.

Elzas, waar een samenwerkingsverband van Franse, Duitse en Zwitserse onderzoekers gevestigd is, genaamd BioValley.

Logo BioValley, Elzas

afbeelding: Alsace BioValley CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Nord/Pas de Calais, met voornamelijk bloedonderzoek rond het CHRU in Lille, het grootste academische ziekenhuis van Europa. Toulouse en Montpellier, met veel agrarisch onderzoek.

ICT-sector

De totale ICT-sector is onder te verdelen in drie sub sectoren: informatica, telecommunicatie en elektronica. Tot 2000 groeide de ICT-sector in Frankrijk met maar liefst 10% per jaar en had in 1999 een omzet van 148 miljard euro en bood plaats aan meer dan 710.000 werknemers. Inmiddels is de ICT sector zeer belangrijk voor Frankrijk.

Medische sector

De sector is onder te verdelen in twee deelsectoren: röntgenapparatuur en medisch chirurgische apparatuur. De deelsector röntgenapparatuur is zeer geconcentreerd en het grootste bedrijf neemt 80% van de omzet in de branche voor zijn rekening. De meeste bedrijven in de medisch-chirurgische sector behoren tot het midden- en kleinbedrijf.

Bouw- en infrastructuur

De bouwsector zet nog altijd veel om in Frankrijk, er worden nieuwe woningen en bedrijfspanden neergezet. De groei van de infrastructuur wordt voornamelijk gerealiseerd door de lokale overheden en privé-opdrachtgevers. Daarnaast investeerden"Energie de France" en"Gaz de France" veel in hun infrastructuur.

Machine-industrie

De Franse markt voor machines en gereedschap bedroeg in 2000 1,9 miljard euro en komt wereldwijd met 4% van de markt op de zevende plaats. Binnen Europa komt Frankrijk na Duitsland en Italië op de derde plaats met 10% van de markt. In totaal zijn er 6500 personen werkzaam bij ongeveer 100 machineproducenten

Renault, prodecent van landbouwwerkuigen in Frankrijk

foto: Peter Mooney, CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De omzet van landbouwmachines is de grootste in Europa met 3,8 miljard euro. Deze sector heeft een handelstekort van meer dan 1 miljard euro wat veroorzaakt wordt door de grootschalige import van oogst- en grasmaaimachines.

Chemie en kunststoffen

De omzet van de chemische industrie in Frankrijk bedroeg in 2001 85 miljard euro en hiermee is deze sector na de automobielsector de grootste van het land. Op wereldniveau met Frankrijk met ca. 5% van de mondiale productie de vierde plaats in, na de Verenigde Staten, Japan en Duitsland. In totaal zijn er ca. 240.000 personen werkzaam in de chemische sector in meer dan 2100 bedrijven.

Chemische fabriek Solvay in Tavaux, Jura, Franche-Comté, Frankrijk

foto: Pline, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Marktomvang chemie per deelsector (2000)

Medicijnen 31%

Organische chemie 25%

Parachemie 17%

Zeep, parfum etc. 16%

Anorganische chemie 8%

Farmaceutische basis-

producten 3%

Metaal(bewerkings)industrie

De Franse staalindustrie produceert voornamelijk halffabricaten. Het aantal arbeidsplaatsen in deze sector is de laatste decennia sterk verminderd van 139.000 in 1980 naar 40.000 in 2013.

Frankrijk staat wereldwijd op de elfde plaats. In Europa komt Frankrijk na Duitsland en Italië op de derde plaats. De lidstaten van de EU zijn de belangrijkste handelspartners met 92% van de import uit voornamelijk België en Duitsland en 83% van de export naar met name Italië, Duitsland en Spanje.

Transportmiddelenindustrie

De productie komt vooral voor rekening van PSA Peugeot Citroën met 57,5% en Renault met 41,4%. In de Franse automobielindustrie werken ca. 320.000 personen, waaronder een derde in de toeleveringsindustrie.

Fabriek van Peugeot in Rennes, Frankrijk

foto: Pymouss, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Driekwart van de omzet van de Franse luchtvaartindustrie wordt behaald uit de burgerluchtvaart en een kwart uit defensie. De meeste orders komen uit Europa, de Verenigde Staten, Canada en het Midden-Oosten.

De omzet van de spoorwegindustrie stijgt sterk, vooral door de toename van de export.

Verpakkingsindustrie

De verpakkingsindustrie is een voorname sector in Frankrijk. De voedingsmiddelenindustrie is de belangrijkste afnemer van verpakkingen en verder cosmetica- en gezondheidsindustrie. De belangrijkste regio's voor de verpakkingsindustrie zijn Rhône-Alpes, Ile-de-France, Haute-Normandië en Picardië. In deze sector zijn bijna 30.000 mensen werkzaam. De voornaamste handelspartners zijn Duitsland, Italië, België, Spanje en Groot-Brittannië.

Voedings- en genotmiddelenindustrie

De producten van de voedingsmiddelenindustrie worden voornamelijk afgezet op de binnenlandse markt waardoor deze sector minder vatbaar is voor economisch slechtere tijden. Er is een groot exportoverschot van wijn, zuivelproducten, champagne en mousserende wijnen. Frankrijk importeert vooral conserven, vleesproducten, oliën en vetten. In deze sector zijn meer dan 500.000 personen werkzaam, waarmee de sector bijna 15% van de arbeidsplaatsen van de totale industriële sector herbergt.

Handel

Frankrijk is na Duitsland de grootste exporteur van West-Europa en staat op dit moment (2017) 6de op de wereldranglijst. Handelsbetrekkingen worden hoofdzakelijk met de andere EG-landen onderhouden en verder met geassocieerde staten. De belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, België en Luxemburg, Italië, Nederland, Spanje en de Verenigde Staten. Ongeveer een zesde van de buitenlandse handel vindt plaats met Duitsland. Sinds 1999 is Spanje na Duitsland en Groot-Brittannië de derde exportmarkt voor Frankrijk. Buiten Europa is de Verenigde Staten de voornaamste handelspartner. De export naar Oost-Azië bedraagt slechts enkel procenten van het totaal.

In 2017 werd er voor in totaal $ 602 miljard ingevoerd. De totale uitvoer uit Frankrijk bedroeg in 2017 $ 550 miljard.

Overzicht exportproducten Frankrijk

afbeelding: Rom1sub, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De export bestaat vooral uit agrarische producten als wijn, graan, boter en kaas, en verder halffabricaten, machines, apparaten en auto's. De auto-industrie ondervindt echter sterke concurrentie van de Japanse auto-industrie. Belangrijke importgoederen zijn grondstoffen en energiebronnen, halffabricaten, industriegoederen en agrarische producten (vooral tropische producten, katoen en wol).

Verkeer

Frankrijk bezit een goed uitgebouwd verkeersnet, dat wat spoorwegen en wegen betreft radiaal naar Parijs gericht is.

Het wegennet omvat 964.000 km, waarvan ca. 8.600 km autosnelweg (met veelal tolbetaling) en 29.000 km hoofd- en nationale wegen. De Franse regering heeft een"masterplan" opgesteld om de snelwegen met nog eens 5.000 km uit te breiden. Ook wil men meer Trans-Pyrenese tunnels voor een beter verbinding met Spanje. Het goederentransport gaat voor 60% over de weg.

A6, onderdeel van de Route du Soleil

foto: Alexandre Vialle, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Het spoorwegnet omvat ca. 35.000 km spoor (80% geëlektrificeerd). Belangrijk is het speciale TGV-netwerk oftewel de hogesnelheidslijn. Sinds 1981 rijdt de supersnelle TGV-trein (Train à Grande Vitesse) die steden als Lyon, Bordeaux en Nice, maar ook Brussel en Amsterdam op korte afstand van Parijs brengt.

Er zijn uitbreidingen voorzien via Straatsburg naar Duitsland en naar Spanje en Italië.

In 1987 werd begonnen met de bouw van de Kanaaltunnel, die Frankrijk met Engeland verbindt. De Kanaaltunnel loopt tussen het Franse Calais en het Britse Folkestone, is door Franse en Britse ingenieurs ontworpen en werd in 1994 geopend. Het is een 50 kilometer lange spoortunnel die onder het Nauw van Calais doorloopt. De overtocht tussen de twee landen vergt nu nog maar 35 minuten. De rit Parijs-Londen duurt 2.30 uur, Brussel-Londen 2.40 uur.

Train Grande Vitesse (TGV), hogesnelheidstrein in Frankrijk

foto: Alaric Favier, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De binnenvaart beschikt over een net van 8600 km waterwegen. Het grootste deel van dit net is echter slechts geschikt voor de wat kleinere schepen en is praktisch buiten gebruik. De binnenscheepvaart neemt dan ook maar 4% van het goederentransport voor haar rekening. Een druk verkeer en vervoer kennen echter de Seine, de gekanaliseerde Rijn en de Moezel, de meeste kanalen van Noordoost-Frankrijk en het in 1988 gerealiseerde Rhône–Rijnkanaal, dat Rotterdam met de Middellandse Zee verbindt. Verschillende nieuwe waterwegen zijn in aanbouw, o.a. Seine–Noord-Oost, die Parijs met Lille en de Moezel moet verbinden, en Middellandse Zee–Rijn, die een hoge prioriteit heeft. De belangrijkste binnenhavens zijn Parijs, Rouen en Straatsburg.

De handelsvloot is voor een belangrijk deel staatsbezit en van de vele zeehavens zijn Le Havre, Duinkerken en Nantes-St.-Nazaire de belangrijkste. Marseille is echter de belangrijkste haven voor Frankrijk c.q. het Middellandse Zeegebied en is de derde haven van Europa.

Haven van Marseille

foto: Rama, Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 France no changes made

Air France is de grootste luchtvaartmaatschappij. UTA richt de meeste van zijn vluchten op Afrika en Air Inter verzorgt het binnenlands vliegverkeer. De belangrijkste luchthavens zijn: Charles de Gaulle, Orly en Le Bourget (gesloten voor internationaal verkeer) bij Parijs en de luchthavens van Nice als derde internationale luchthaven, Lyon en Marseille.

Regionale luchthaven worden steeds meer gebruikt voor internationale vluchten; ten oosten van Parijs is een speciaal vliegveld voor luchtverkeer, Europort. De plannen zijn om in 2020 een derde luchthaven in de regio Parijs te openen: Chaulnes-Vermandovilliers, 130 kilometer ten noorden van Parijs in het departement Somme.

Airbus 320-111 van Air France

foto: Aero Icarus, Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Vakantie en bezienswaardigheden

Algemeen

Frankrijk is de belangrijkste vakantiebestemming op wereldniveau wat betreft het aantal bezoekers en wordt gevolgd door de Verenigde Staten en Spanje.

De toeristische activiteiten zijn erg ongelijk verdeeld over het Franse grondgebied. De helft van de arbeidsplaatsen is geconcentreerd in drie regio's: Ile-de-France, Rhône-Alpes en Provence-Alpes-Côte d'Azur. De meest bezochte attracties zijn Disneyland Parijs (12 miljoen bezoekers), de Eiffeltoren (6 miljoen), het Louvre (6 miljoen) en het Centre Pompidou (5 miljoen).

Disneyland Parijs

foto: Andrei Dan Suciu, Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Overheid en bedrijfsleven proberen de toeristenstroom wat evenwichtiger te herverdelen over regio's en te verspreiden over het hele jaar. Zo wordt bijvoorbeeld het"groene" toerisme (o.a. kamperen bij de boer) en nieuwe vormen van toerisme zoals stedentoerisme en thematische reizen meer te ontwikkelen.

Bezienswaardigheden

Over heel Frankrijk zijn de restanten te bewonderen van de rijke geschiedenis van het land, die teruggaat tot de prehistorie. Ongeveer 15.000 v.Chr. leefden in Zuid-Frankrijk de vroegste bewoners van het land. Ze woonden in grotten en brachten daar onder meer bij Lascaux wandschilderingen aan die wereldberoemd werden. In Bretagne hebben stammen omstreeks 1500 v.Chr. monumenten opgericht die bestaan uit gigantische stenen, dolmens of menhirs genaamd.

Dolmen des Erves, Sainte-Suzanne, Mayenne, Frankrijk

foto: Arnradigue, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported, no changes made

In 51 v.Chr. veroverden de Romeinen onder leiding van Julius Caesar het huidige Frankrijk, dat toen Gallië heette en eeuwenlang was het een Romeinse provincie. Vooral in het zuidoosten van Frankrijk zijn er in steden als Arles, Orange en Nîmes nog amfitheaters te vinden.

In de 12e eeuw kwam de Romaanse bouwkunst op. Kloosters en kerken werden gebouwd naar het voorbeeld van Romeinse basilieken. Hieruit ontwikkelde zich de gotische bouwkunst, die zich vanuit Frankrijk over heel Europa zou verbreiden. Er zijn in Frankrijk nog ongeveer 60 gotische kathedralen die rijk versierd zijn met beeldhouwwerk en gebrandschilderde ramen. De beroemdste kathedralen staan in Amiens, Reims, Parijs (Notre Dame), Chartres en Beauvais.

Rond 1500 kwam de Franse kunst onder invloed van de Italiaanse renaissance te staan. De klassieke oudheid werd een bron van inspiratie. In deze periode zijn veel kastelen langs de Loire gebouwd. Later verrees het Louvre in Parijs, dat lange tijd het paleis van de Franse koningen is geweest.

De 17e eeuw was de bloeiperiode van de Franse kunst. De stijl uit die tijd wordt het classicisme genoemd. In Versailles werkten beroemde architecten, schilders en beeldhouwers aan het paleis, dat jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt.

Koning Lodewijk XIV liet in Parijs een gasthuis bouwen voor gewonde soldaten, het Hôtel des Invalides, waar Napoleon Bonaparte begraven ligt. Het geldt als hét meesterwerk van de classicistische periode.

Hôtel des Invalides, Parijs

foto: Daniel Vorndran / DXR, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In de tweede helft van de 18e eeuw werd in Parijs onder andere het Panthéon gebouwd. In het begin deed het dienst als kerk, later werd het een rustplaats voor beroemde Fransen zoals Victor Hugo, Voltaire, Jean-Jacques Rousseau en Emile Zola.

Toen in 1889 in Parijs de Wereldtentoonstelling werd gehouden, ontwierp ingenieur Eiffel speciaal voor die gelegenheid een ijzeren toren van 300 meter hoog, die later bekend werd als Eiffeltoren. Nog steeds beheerst dit bouwwerk het beeld van Parijs en trekt jaarlijks miljoenen bezoekers.

In de 20e eeuw heeft de Franse architectuur zich ontwikkeld tot een van de meest vooraanstaande in de wereld. Zo zijn de gebouwen van Le Corbusier in veel landen te vinden. Een voorbeeld van zijn stijl is de bedevaartkerk Notre-Dame-du-Haut in Ronchamp uit 1955. In Parijs zijn veel bouwwerken verrezen die typerend zijn voor deze eeuw, zoals het Centre Pompidou, waarin allerlei culturele instellingen zijn gevestigd. Hieronder een korte beschrijving van een aantal interessante Franse steden.

Interieur Centre Pompidou

foto: Juliette Jourdan, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Parijs loopt over van de bezienswaardigheden. Er zijn natuurlijk bekende kaskrakers zoals de Eiffeltoren, de Champs Élysées, de Notre Dame en het Louvre. Maar er is ook een aantal minder bekende, maar toch bijzondere plaatsen om te bezoeken. Zo is Le Marais een echte aanrader. Le Marais is sinds kort een van de hipste wijken van Parijs. Je zou kunnen aannemen dat het eigenlijk jammer is dat het nu in alle boekjes wordt aangemerkt als de hipste wijk van Parijs, want de laatste tijd wordt Le Marais (vooral in de zomermaanden) overspoeld door toeristen. Velen zijn bang dat de wijk hierdoor zijn authenticiteit zal verliezen.

Dus ga gauw naar Le Marais, voordat het te laat is. Le Marais is een unieke samensmelting van een homobuurt en een Joodse wijk. In deze buurt vind je leuke, hippe winkeltjes en heerlijke, (vaak koosjere) restaurants, bakkers en delicatessenwinkels. Je kunt er bovendien de lekkerste falafel van heel Frankrijk eten bij L’as du Fallafel in de Rue des Rosiers (de Joodse straat van Parijs).

Eiffeltoren, icoon van Parijs en Frankrijk

foto: Chadi saad, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Lyon is een stad met met talloze historische gebouwen vanaf de oudheid tot aan de moderne tijd. Romeinse ruïnes zijn zichtbaar op de heuvel in de buurt van de Fourvière Basiliek met het oude theater van Fourvière en het Amfitheater van de Drie Galliërs. De beroemdste historische monumenten uit de Middeleeuwen en Renaissance zijn onder meer: De kathedraal van St. Jean, een middeleeuwse kerk met architectonische elementen uit de 13e, 14e en 15e eeuw, tevens het belangrijkste religieuze bouwwerk in de stad en de zetel van de aartsbisschop van Lyon. De basiliek van St-Martin-d'Ainay een van de zeldzame overgebleven romaanse kerken in basiliek-stijl. Het hele Vieux Lyon heeft veel gebouwen met Middeleeuwse en Renaissance kenmerken.

Uit de 17e en 18e eeuw zijn overgebleven: De Bartholdi Fontijn, het stadhuis, de barokke Chapelle Saint-Pierre, het Hôtel-Dieu de Lyon (17de en 18de eeuw), het historische ziekenhuis met een barokke kapel; de Temple du Change (17e en 18de eeuw), de voormalige beurs van Lyon, protestantse tempel sinds de 18e eeuw, het Place Bellecour, een van de grootste stadspleinen in Europa; de Chapelle de la Trinite (1622), de eerste barokke kapel gebouwd in Lyon en een deel van de voormalige École de la Trinite, nu Collège-Lycee Ampère.

Place Bellecour, Lyon, Frankrijk

foto: Chabe01, CC Attribution-Share Alike 4.0 Internationa no changes made

Lille werd in 2004 gekozen tot Culturele Hoofdstad van Europa, samen met de Italiaanse stad Genua. Lille heeft verschillende architectonische stijlen, met veel invloed van de Vlaamse architectuur door het gebruik van bruine en rode baksteen. kenmerkend zijn de twee tot drie verdiepingen hoge geschakelde huizen met smalle achtertuinen. Dit is ongewoon in Frankrijk. Het straatbeeld van Lille vormt een overgang van de architectuur van Frankrijk naar de buurlanden België, Nederland en Engeland, waar de bakstenen huizen in grote aantallen werden gebouwd.

Bouwkundig erfgoed omvat de gotische stijl uit de middeleeuwen (Saint-Maurice en Sainte-Catherine kerken); de Renaissance (Huizen in Rue Basse), Vlaams Maniëristen in Vieille Bourse (Oude Beurs), Huis van Gilles de la BoE), Klassieke stijl (Saint -Étienne, Saint-Andre kerken, de Citadelle), neogotische (Cathedrale Notre-Dame-de-la-Treille), Art Nouveau (Huis Coilliot), regionale Art-Deco - Hôtel de Ville (stadhuis) en de hedendaagse moderne structuren van Euralille. De bouw van een belangrijkste stedelijke project - de Euralille begon in 1991. Het centrum werd geopend in 1994 en de vernieuwde wijk is nu vol van parken en moderne gebouwen met kantoren, winkels en appartementen.

Vieille Bourse, Lille, Frankrijk

foto: Velvet, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bordeaux is geclassificeerd als de"Stad van Kunst en Geschiedenis". Bordeaux is een historische stad met vele toeristische attracties. Er zijn mooie wijken - een must voor bezoekers. Als je wilt gaan sightseeing in Bordeaux kun je het beste gaan lopen in het historische centrum van de stad, het is één groot voetgangersgebied. Je kunt de rivier oversteken en de overkant bezoeken met een kleine veerboot. Je kunt ook gebruik maken van efficiënte tramlijnen waar je een onbeperkt aantal ritten mee kunt maken binnen een uur.

Les Quays is een promenade langs de oevers van de Garonne met een prachtig uitzicht over het landschap en de bruggen van Bordeaux. Je ziet de Aquitaine brug, een brug met een unieke architectuur. Je kunt ook wandelen langs de Sainte-Catherine straat in het voetgangers centrum en van het landschap genieten. Het deel van de stad rond het Gambetta plein heet"Klein Parijs". Bezoek de weelderige openbare tuinen, ten noorden van het Gambetta plein, waar je kunt ontspannen en picknicken. De toegang tot de tuinen is gratis. Je herkent de Romeinse architectuur in de Triomfboog, in het centrum van La Victoire, waar je een aantal historische monumenten kunt zien, maar tegelijkertijd sta je in het midden van het studentenleven met veel bars en restaurants. Het gedenkteken op het Quinconces plein is een eerbetoon aan de Girondijnse afgevaardigden die werden onthoofd door Robespierre. Er zijn talrijke musea en galeries in de stad.

Tijdens je verblijf in de stad mag je de volgende zeker niet missen: Het Musee d'Art Contemporain op 7, Rue Ferrère is een bezoekje waard als je geïnteresseerd bent in de Moderne Kunst. Er zijn altijd wisselende exposities en het museum heeft inspirerende installaties. Het Musee D'Aquitaine is een prachtig museum dat Gallo-Romeinse beelden en relikwieën van 25.000 jaar oud laat zien.

Les Quais, Bordeaux

photo: Grand Parc - Bordeaux, France, CC Attribution 2.0 Generic, no changes made

Het meest interessante deel van Avignon is de oude stad omringd door haar verdedigingsmuren. Daar bevinden zich een aantal grandioze historische monumenten. De gebouwen langs de belangrijkste straat, de Rue de la Republique, behoren tot periode van het tweede keizerrijk (1852-1870) met gevels van Haussmann rond het centrale plein. Het neoklassieke stadhuis en het theater district zijn de moeite van het bezichtigen waard. Er zijn interessante standbeelden op Place de l'Horloge, het centrale plein van de stad. De Notre Dame des Doms is de unieke kathedraal uit de 12e eeuw, gebouwd in Romaanse stijl. Het meest opvallende kenmerk is het vergulde standbeeld van de Maagd Maria op de westelijke toren.

Het Mausoleum van Paus Johannes XXII is een van de mooiste kunstwerken in de kathedraal. Het is een opmerkelijk voorbeeld van 14e eeuwse gotische houtsnijwerk. Het Palais des Papes ("Pauselijk Paleis") is een indrukwekkend bouwwerk. Johannes XXII begon met de bouw hiervan in 1316 en Johannes XXII en opvolgende pausen voltooiden de bouw in 1370. Er zijn opmerkelijke openbare gebouwen zoals het Hôtel de Ville (stadhuis) met een klokkentoren uit de 14e eeuw, en het oude Hôtel des Monnaies, de pauselijke munt gebouwd in 1610 later omgetoverd tot een muziekschool. Een van de mooiste voorbeelden van middeleeuwse vestingwerken die nog steeds bestaan zijn de stadswallen, gebouwd door de pausen in de 14e eeuw. De wallen liggen nog steeds rondom Avignon. Deze sterke muren met negenendertig massieve torens en verschillende stadspoorten zijn prachtig gerestaureerd.

Er zijn ook een aantal interessante musea in Avignon. Zoals het Calvet Museum, genoemd naar Esprit Calvet, een arts die in 1810 zijn collecties aan de stad schonk. Dit museum heeft een rijke collectie schilderijen, metalen kunstvoorwerpen en een bibliotheek met meer dan 140.000 delen. Het Musee du Petit Palais (geopend in 1976) met uitzicht op het Palais des Papes, heeft een uitzonderlijke collectie schilderijen uit de school van Avignon. De Collection Lambert is beroemd vanwege de hedendaagse kunst. Het Musee Lapidaire, met de archeologische en middeleeuwse beeldhouwkunst collecties is gevestigd in de oude kapel van het Jezuïetencollege.

Palais des Papes, Avignon

photo: LonelyBanjo, CC Attribution-Share Alike 4.0 International, no changes made

De kathedraal van Amiens, beschermd als werelderfgoed, is de hoogste van de grote gotische kerken uit de 13e eeuw en is de grootste kathedraal van Frankrijk. De oorspronkelijke kathedraal werd door brand verwoest, de bouw van de nieuwe kerk begon in 1220 en wer

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

FRANKRIJK LINKS

Advertenties
• Parijs met NS Hispeed
• Aanbod vakantiehuizen Frankrijk particulier
• Frankrijk Tui Reizen
• Fiets en wandelreizen Frankrijk
• Last minutes Frankrijk
• Autohuur Frankrijk
• Parkvakanties Frankrijk
• Frankrijk Hotels
• Frankrijk Vliegtickets.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Frankrijk
• Frankrijk Vliegticket Tix.nl
• Campings Frankrijk

Nuttige links

Campersite Frankrijk (N)
Dieren in Frankrijk (N)
Frankrijk Foto's
Lies en Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Frankrijk (N)
Reizen Paleis (N)
Reizendoejezo – Frankrijk (N)
Rondreis door Frankrijk (N)
Startpagina Marseille (N)

Bronnen

Bailey, R. / Frankrijk

Kosmos-Z&K

France

Lonely Planet

Frankrijk

Van Reemst

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems