Steden FRANKRIJK

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

FRANKRIJK   

Algemeen

Frankrijk Voornaamste Exportbestemmingen

Tot de tweede Wereldoorlog was de landbouw veruit de belangrijkste economische activiteit in Frankrijk. Pas daarna kwam de industriële ontwikkeling pas goed op gang door het instellen van een planbureau, waardoor de overheid meer grip kreeg op de economische ontwikkeling van Frankrijk. De plannen van het planbureau moesten door het parlement goedgekeurd worden. Ook werden in 1945 grote bankinstellingen en verzekeringsorganisaties, de energiesector, het openbaar vervoer en de autofabriek van Renault genationaliseerd.
Door de Marshallhulp en het feit dat Frankrijk weinig schade had opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog hielp enorm een sterke groei van de industrie te realiseren. Ook de toenemende integratie van Europa, o.a. EGKS in 1951 en EEG in 1957, en de goede samenwerking tussen overheid, vakbonden en bedrijfsleven zorgden voor groei in o.a. de metaalverwerking, de mijnbouw en de petrochemische industrie.
Door al deze maatregel steeg de industriële productie na de oorlog snel en tussen 1970 en 1980 werd er een productiestijging van 33% gerealiseerd. In de jaren tachtig had Frankrijk te kampen met een hoge inflatie, massale werkloosheid en een dalende binnenlandse vraag naar producten. In 1986 werd er een vijfjarenplan opgesteld en 65 staatsbedrijven geprivatiseerd waarmee men de staatsschuld probeerde te verminderen. Eind jaren tachtig trok de economie weer aan o.a door dalende olieprijzen, belastingverlichting en een goede financieringspolitiek.
Per 1 januari 2002 werden de munten en biljetten van de franc vervangen door euromunten en biljetten. De economische groei bedroeg van 1990 tot 1994 0,8%. In 1998 was deze gestegen tot 3%, terwijl de inflatie tot onder de 1% daalde. De inflatie liep in 2000 en 2001 weer op naar respectievelijk 1,7 en 1,6. In 2000 nam het bnp toe met 3,2%. De werkloosheid nam in dat jaar af van 10,6% in 1999 tot 9,7% in 2000.
Het bruto binnenlands product in Frankrijk in 2001 bedroeg 1.460 miljard euro. De totale groei voor 2001 kwam uit op 2%. De Franse economie was daarmee een van de snelst groeiende uit de groep van zeven grootste economieën ter wereld.

Recente cijfers (2013) over de economie van Frankrijk zijn:

BNP: 2.739 miljard Euro (tiende economie van de wereld)

Inkomen per hoofd van de bevolking: $ 35.700

Economische Groei 0,2%

Frankrijk telde in 2013 een beroepsbevolking van 29,9 miljoen mensen, waarvan een groeiend aantal vrouwen. De verdeling van de beroepsbevolking over de verschillende economische sectoren (2013) is: landbouw: 3,8%; industrie: 24,3% en dienstensector: 71,8%.

De regio Ile-de-France is veruit de rijkste regio van Frankrijk; 22% van het nationaal inkomen wordt verdiend in deze regio. Over het algemeen is het noorden van Frankrijk dichter bevolkt en met name gericht op industrie, terwijl het zuiden meer gericht is op toerisme en landbouw. Een tweede scheidslijn is die tussen oost en west, waarbij het oosten welvarender is dan het westen.

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Algemeen

Frankrijk heeft de grootste landbouwsector van de Europese Unie. Toch is het relatieve belang van deze sector sinds de Tweede Wereldoorlog sterk gedaald vergeleken met de rest van West-Europa. Zo waren er in 2013 nog maar 1,5 miljoen personen actief in de landbouw, bosbouw en visserij. In 1970 waren dat er nog 2,8 miljoen.
De productiviteit is in diezelfde periode nog wel gestegen en Frankrijk is na de Verenigde Staten nog steeds de tweede exporteur van agrarische producten in de wereld. In 2000 voerde Frankrijk voor bijna 40 miljard euro aan landbouwproducten uit, waarvan 6,3% aan de Nederlandse markt. Frankrijk importeerde hetzelfde jaar voor bijna 30 miljard euro, waarvan 14,3% uit Nederland afkomstig was.
Van de agrarische bedrijven is 40% gespecialiseerd in de intensieve en extensieve veehouderij, 20% in de akkerbouw en 12% in de wijnbouw.

Landbouw

Graanvelden Frankrijk

Ongeveer de helft van de landbouwgrond in Frankrijk wordt gebruikt om graan te verbouwen. De graanopbrengst bedraagt ongeveer 17% van de totale agrarische opbrengst, maar druiven, groenten, fruit en andere belangrijke gewassen nemen minder landbouwgrond in beslag en leveren veel meer op.
Frankrijk telt ca. 30 miljoen hectare landbouwgrond, waarvan ca. 18 miljoen hectare cultuurgrond en heeft daarmee het grootste landbouwareaal in de Europese Unie. Van dit gigantische areaal is 58% akkerland, ruim 37% blijvend grasland en bijna 5% is bedekt met blijvende gewassen als fruit, olijven en wijngaarden. Teeltverbetering, uitbreiding van de bedrijfsgrootte (o.a. door herverkaveling en coöperaties) en mechanisatie vormen een belangrijke bijdrage tot de productiestijging per ha.
Om rendabeler te kunnen produceren probeert men de gemiddelde bedrijfsgrootte (ca. 30 ha in 1988) verder op te voeren door o.a. uitkoop van kleine bedrijven. In 1999 telde de sector ca. 680.000 bedrijven. Belangrijk is ook de toenemende schaalvergroting waardoor de gemiddelde bedrijfsgrootte steeg van 23,4 hectare in 1979 tot 41,7 hectare in 1997.

De belangrijkste landbouwgronden liggen op de leemplateaus van het Bekken van Parijs en in het noorden, waar o.a. tarwe, suikerbieten, koolzaad en vlas verbouwd worden. Ook de Elzas (o.a. hop), de grote riviervalleien en de geïrrigeerde zones van het zuiden zijn rijke landbouwgebieden. Hop wordt vooral in de Elzas en in Frans-Vlaanderen geteeld. Haver en gerst worden meer verspreid verbouwd. Maïs wordt verbouwd in Languedoc en Aquitanië, rijst nog steeds in de Camargue.
Tuinbouw en wijngaarden zijn vooral te vinden in de valleien van rivieren als de Loire, de Garonne, de Rhône en langs de Middellandse-Zee kust. Bovendien zijn er grote tuinbouwgebieden rond Parijs, in de kuststreken van Bretagne, in de Elzas en Frans-Vlaanderen. De Franse wijnbouw omvat vele hoogwaardige wijnen. Frankrijk neemt een belangrijke plaats in op de wereldranglijst van producenten van tarwe, gerst, suiker en wijn.

Veehouderij

Frankrijk Koe

Frankrijk is de grootste vlees- en zuivelproducent in Europa en de veebedrijven liggen verspreid over het hele land. Belangrijke rundveestreken zijn vooral te vinden in de randgebieden van het Centraal Massief en in de Atlantische zone: Normandië, Bretagne, Picardië en Frans-Vlaanderen.
De schapenhouderij, vooral in het Centraal Massief en in de Pyreneeën, is belangrijk voor het schapenvlees en voor de kaas.
Algemeen is er ook in de veehouderij een sterke tendens tot mechanisatie en uitbreiding van landbouwcoöperaties en herverkaveling.

Bosbouw

Door bebossing van niet meer gebruikte woeste gronden, verlaten akkers en berggebieden neemt het oppervlakte bos geleidelijk weer toe. Op dit moment is iets meer dan een kwart van het totale landoppervlak met bossen bedekt. Het overgrote deel van de bossen bestaat uit loofbomen maar er vindt een snelle uitbreiding van naaldbomen plaats vanwege het hogere rendement.
Alleen de beboste grond van de staat wordt geëxploiteerd. Twee derde van de bosgrond is van particulieren en ligt te verspreid om succesvol te exploiteren. Er werken ongeveer 550.000 mensen in de bosbouw en de houtindustrie.

Visserij

De visserij is geen belangrijke sector voor de Franse economie. En dat is opmerkelijk gezien de uitgestrekte kust, maar de vangstquota opgelegd door de Europese Unie verhinderen een uitbreiding. Het is dan ook niet vreemd dat slechts 0,1% van de beroepsbevolking in de visserijsector werkt.
Belangrijkste tak van de visserij is de kustvisvangst. De Franse visproductie vindt voornamelijk plaats in Bretagne, waar meer dan de helft van de totale productie gerealiseerd wordt. Enkele belangrijke havens zijn Boulogne, Concarneau, La Rochelle en Sète. Een sector die zich wel goed ontwikkelt zijn de oesterkwekerijen.

Mijnbouw en energievoorziening

Mijnbouw

De genationaliseerde en sterk gemoderniseerde kolenmijnen zijn vooral te vinden in het Bekken van Lotharingen en de wat kleiner bekkens in Zuid- en Midden-Frankrijk, het Bekken van het Noorden en Pas de Calais. Verminderde rendementen en steeds meer gebruik van kernenergie zorgden ervoor dat de productie geleidelijk wordt afgebouwd, b.v. van 22 miljoen ton in 1976 naar 9 miljoen ton in 1995. Het is nu zelfs al zo dat er jaarlijks ca. 15 miljoen ton steenkool ingevoerd moet worden.
Frankrijk was nog niet zolang gelden een van de belangrijkste ijzerproducenten van Europa. De productie van ijzer is de laatste decennia echter geweldig gedaald. Dit kwam door een tekort aan afzetmarkten en veel concurrerende landen.
Belangrijke mijnbouwproducten zijn nog wel aluminiumerts, kaliumzout en klipzout. Veel minder belangrijke grondstoffen zijn zinkerts, looderts en uraanerts.
De (kleine) aardolieproductie is grotendeels afkomstig van de velden van Parentis-en-Born in Les Landes en uit het Bekken van Parijs. De productie van aardgas in Lacq stagneert na een jarenlange sterke stijging. Een daling wordt voorzien, indien op korte termijn geen nieuwe gasbellen worden ontdekt.

Energievoorziening

De elektriciteitsproductie is in Frankrijk sterk gestegen, en bijvoorbeeld tussen 1980 en 2000 met 110% gegroeid. Nog maar 10% van de elektrische energie is afkomstig van thermische centrales, ca. 20% van waterkrachtcentrales en ruim 70% van kerncentrales.
Voor de levering van aardolie is Frankrijk sterk afhankelijk van het Midden-Oosten, voor aardgas van Noorwegen, Algerije, Nederland en Rusland, voor kolen van Duitsland, Polen en Zuid-Afrika. Het gebruik van gas bedraagt in Frankrijk minder dan de helft van het gebruik in Duitsland of het Verenigd Koninkrijk en dat komt voornamelijk door de hoge productie van kernenergie.
Om in de toekomst zoveel mogelijk zelfstandig in zijn energiebehoefte te kunnen voorzien heeft Frankrijk de ontwikkeling van kernenergie als een speerpunt van beleid gemaakt en is door een versneld uitgevoerd energieprogramma het gebruik van kernenergie snel toegenomen. In de loop van de jaren tachtig van de vorige eeuw is Frankrijk Japan en de toenmalige Sovjet-Unie voorbij gestreefd om de tweede producent van kernenergie te worden.

Industrie

In de jaren zestig verdubbelde de industriële productie, maar vanaf de jaren zeventig leed deze sector onder de wereldwijde crisis.
Niettemin steeg de industriële productie mede door de sterk gepropageerde schaalvergroting. De belangrijkste industriegebieden liggen ten oosten van de lijn Le Havre–Marseille. Het Parijse stadsgewest is een groot centrum van de verwerkende industrie (auto's, elektrisch en elektronisch materiaal, farmaceutische en fotografische producten). Naast de researchlaboratoria, de ‘haute couture’, de ‘articles de Paris’ (sieraden, juwelen, parfums) en de uitgeverijen zijn ook de voedingsmiddelen en de verwerkende metaal en de meubelindustrie er bijzonder goed vertegenwoordigd. De industriegebieden van het noorden en noordoosten (Elzas-Lotharingen) zijn de belangrijkste centra van zware metallurgie en van chemische industrie en ook de textielindustrie is nog van belang.
Het derde grote industriegebied ligt rond Lyon en omvat het gebied van Rhône en de Alpen. Het oude textielgebied rond Lyon en de oude steenkool- en metallurgiekernen van St-Étienne en Le Creusot kennen een nieuwe ontwikkeling dankzij uitbreiding van de metaalconstructie en (organische) chemische industrie en vooral de goedkope waterkrachtenergie, die in de Alpen de basis vormde voor de vestiging van moderne elektrochemische en elektro-metallurgische bedrijven.

Minder belangrijke industriezones zijn die aan de Middellandse-Zeekust, waar zoutpannen, bauxietmijnen en de oude vetstofverwerkende industrie de basis vormen voor een moderne chemische en aluminiumindustrie. Verder is er metaalconstructie, scheepsbouw en meststofproductie. Zuidwest-Aquitanië is een groeiend industriegebied dankzij de elektrochemische en metallurgische bedrijven in de Pyreneeën, de chemische bedrijven van Lacq en de vliegtuigbouw van Toulouse. In Bretagne zijn naast de oude voedingsnijverheid en scheepsbouw ook de auto-industrie en de elektronische constructie sterk uitgebreid.

Frankrijk telt vele textielgebieden. Het noorden is het belangrijkste centrum voor de wol- en vlasweefsels en voor de katoenproductie. De Vogezen (Mulhouse) en de streek van de Beneden-Seine (Rouen) zijn vooral gespecialiseerd in katoen en Lyon is het grote productiegebied van de synthetische en kunstmatige vezelverwerking. In de Languedoc is Mazamet een gespecialiseerde producent van wollen weefsels. De textielindustrie is overigens in de jaren zeventig verder achteruitgegaan.
Confectie is naast Parijs en het noorden verspreid over alle grote centra en vormt een belangrijk uitvoerproduct. De uiterst gediversifieerde metaalconstructie omvat vooral productie van auto's, scheepsbouw (St-Nazaire, Bordeaux, Le Havre, Duinkerke, omgeving Marseille), vliegtuigbouw (Parijs, Toulouse, Nice), elektrisch materiaal, onder meer Compagnie Générale d’Électricité (te Parijs [60%], Lyon, Grenoble). Le Creusot is het centrum van de belangrijke wapenindustrie. Voedingsmiddelenindustrie is sterk verspreid; naast de conservenfabrieken van Bretagne en de biscuitfabrieken van Nantes is Parijs het belangrijkste centrum.

Biotechnologie

De Franse biotechnologiemarkt is de derde van Europa, na Groot-Brittannië en Duitsland. De medische biotechnologie is de belangrijkste tak van deze sector. De perspectieven in de agrarische biotechnologie zijn wat minder, men vreest overspoeld te worden door goedkope Amerikaanse genetisch gemodificeerde producten. De milieutechnologie is maar een relatief klein deel van de biotechnologie.
Technopoles zijn Franse "brainparks", liggen vaak bij universiteiten of andere onderzoeksinstellingen, en zijn met name gericht op de farmacie.
De belangrijkste regio's waar biotechnologie aanwezig is, zijn:
Ile de France, met informatica, chirurgische apparatuur en genetisch onderzoek.
Rhône-Alpes, met geneesmiddelen, veterinaire producten en vaccins.
Elzas, waar een samenwerkingsverband van Franse, Duitse en Zwitserse onderzoekers gevestigd is, genaamd BioValley.
Nord/Pas de Calais, met voornamelijk bloedonderzoek rond het CHRU in Lille, het grootste academische ziekenhuis van Europa.
Toulouse en Montpellier, met veel agrarisch onderzoek.

ICT-sector

De totale ICT-sector is onder te verdelen in drie sub sectoren: informatica, telecommunicatie en elektronica. Tot 2000 groeide de ICT-sector in Frankrijk met maar liefst 10% per jaar en had in 1999 een omzet van 148 miljard euro en bood plaats aan meer dan 710.000 werknemers. Inmiddels is de ICT sector zeer belangrijk voor Frankrijk.

Medische sector

De sector is onder te verdelen in twee deelsectoren: röntgenapparatuur en medisch chirurgische apparatuur. De deelsector röntgenapparatuur is zeer geconcentreerd en het grootste bedrijf neemt 80% van de omzet in de branche voor zijn rekening. De meeste bedrijven in de medisch-chirurgische sector behoren tot het midden- en kleinbedrijf.

Bouw- en infrastructuur

De bouwsector zet nog altijd veel om in Frankrijk, er worden nieuwe woningen en bedrijfspanden neergezet. De groei van de infrastructuur wordt voornamelijk gerealiseerd door de lokale overheden en privé-opdrachtgevers. Daarnaast investeerden "Energie de France" en "Gaz de France" veel in hun infrastructuur.

Machine-industrie

De Franse markt voor machines en gereedschap bedroeg in 2000 1,9 miljard euro en komt wereldwijd met 4% van de markt op de zevende plaats. Binnen Europa komt Frankrijk na Duitsland en Italië op de derde plaats met 10% van de markt.
In totaal zijn er 6500 personen werkzaam bij ongeveer 100 machineproducenten
De omzet van landbouwmachines is de grootste in Europa met 3,8 miljard euro. Deze sector heeft een handelstekort van meer dan 1 miljard euro wat veroorzaakt wordt door de grootschalige import van oogst- en grasmaaimachines.

Chemie en kunststoffen

De omzet van de chemische industrie in Frankrijk bedroeg in 2001 85 miljard euro en hiermee is deze sector na de automobielsector de grootste van het land. Op wereldniveau met Frankrijk met ca. 5% van de mondiale productie de vierde plaats in, na de Verenigde Staten, Japan en Duitsland. In totaal zijn er ca. 240.000 personen werkzaam in de chemische sector in meer dan 2100 bedrijven.

Marktomvang chemie per deelsector (2000)
Medicijnen 31%
Organische chemie 25%
Parachemie 17%
Zeep, parfum etc. 16%
Anorganische chemie 8%
Farmaceutische basis-
producten 3%

Metaal(bewerkings)industrie

De Franse staalindustrie produceert voornamelijk halffabricaten. Het aantal arbeidsplaatsen in deze sector is de laatste decennia sterk verminderd van 139.000 in 1980 naar 40.000 in 2013.
Frankrijk staat wereldwijd op de elfde plaats. In Europa komt Frankrijk na Duitsland en Italië op de derde plaats. De lidstaten van de EU zijn de belangrijkste handelspartners met 92% van de import uit voornamelijk België en Duitsland en 83% van de export naar met name Italië, Duitsland en Spanje.

Transportmiddelenindustrie

De productie komt vooral voor rekening van PSA Peugeot Citroën met 57,5% en Renault met 41,4%. In de Franse automobielindustrie werken ca. 320.000 personen, waaronder een derde in de toeleveringsindustrie.

Driekwart van de omzet van de Franse luchtvaartindustrie wordt behaald uit de burgerluchtvaart en een kwart uit defensie. De meeste orders komen uit Europa, de Verenigde Staten, Canada en het Midden-Oosten.

De omzet van de spoorwegindustrie stijgt sterk, vooral door de toename van de export.

Verpakkingsindustrie

De verpakkingsindustrie is een voorname sector in Frankrijk. De voedingsmiddelenindustrie is de belangrijkste afnemer van verpakkingen en verder cosmetica- en gezondheidsindustrie. De belangrijkste regio's voor de verpakkingsindustrie zijn Rhône-Alpes, Ile-de-France, Haute-Normandië en Picardië. In deze sector zijn bijna 30.000 mensen werkzaam. De voornaamste handelspartners zijn Duitsland, Italië, België, Spanje en Groot-Brittannië.

Voedings- en genotmiddelenindustrie

De producten van de voedingsmiddelenindustrie worden voornamelijk afgezet op de binnenlandse markt waardoor deze sector minder vatbaar is voor economisch slechtere tijden. Er is een groot exportoverschot van wijn, zuivelproducten, champagne en mousserende wijnen. Frankrijk importeert vooral conserven, vleesproducten, oliën en vetten. In deze sector zijn meer dan 500.000 personen werkzaam, waarmee de sector bijna 15% van de arbeidsplaatsen van de totale industriële sector herbergt.

Handel

Frankrijk is na Duitsland de grootste exporteur van West-Europa en staat op dit moment (2014) 6de op de wereldranglijst. Handelsbetrekkingen worden hoofdzakelijk met de andere EG-landen onderhouden en verder met geassocieerde staten. De belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, België en Luxemburg, Italië, Nederland, Spanje en de Verenigde Staten. Ongeveer een zesde van de buitenlandse handel vindt plaats met Duitsland. Sinds 1999 is Spanje na Duitsland en Groot-Brittannië de derde exportmarkt voor Frankrijk. Buiten Europa is de Verenigde Staten de voornaamste handelspartner. De export naar Oost-Azië bedraagt slechts enkel procenten van het totaal.
In 2013 werd er voor in totaal $ 640,1 miljard ingevoerd. De totale uitvoer uit Frankrijk bedroeg in 2013 $ 57,1 miljard.

De export bestaat vooral uit agrarische producten als wijn, graan, boter en kaas, en verder halffabricaten, machines, apparaten en auto's. De auto-industrie ondervindt echter sterke concurrentie van de Japanse auto-industrie. Belangrijke importgoederen zijn grondstoffen en energiebronnen, halffabricaten, industriegoederen en agrarische producten (vooral tropische producten, katoen en wol).

Verkeer

Frankrijk bezit een goed uitgebouwd verkeersnet, dat wat spoorwegen en wegen betreft radiaal naar Parijs gericht is.

Het wegennet omvat 964.000 km, waarvan ca. 8.600 km autosnelweg (met veelal tolbetaling) en 29.000 km hoofd- en nationale wegen. De Franse regering heeft een "masterplan" opgesteld om de snelwegen met nog eens 5.000 km uit te breiden. Ook wil men meer Trans-Pyrenese tunnels voor een beter verbinding met Spanje.
Het goederentransport gaat voor 60% over de weg.

Het spoorwegnet omvat ca. 35.000 km spoor (80% geëlektrificeerd). Belangrijk is het speciale TGV-netwerk oftewel de hogesnelheidslijn. Sinds 1981 rijdt de supersnelle TGV-trein (Train à Grande Vitesse) die steden als Lyon, Bordeaux en Nice, maar ook Brussel en Amsterdam op korte afstand van Parijs brengt.
Er zijn uitbreidingen voorzien via Straatsburg naar Duitsland en naar Spanje en Italië.
In 1987 werd begonnen met de bouw van de Kanaaltunnel, die Frankrijk met Engeland verbindt. De Kanaaltunnel loopt tussen het Franse Calais en het Britse Folkestone, is door Franse en Britse ingenieurs ontworpen en werd in 1994 geopend. Het is een 50 kilometer lange spoortunnel die onder het Nauw van Calais doorloopt. De overtocht tussen de twee landen vergt nu nog maar 35 minuten. De rit Parijs-Londen duurt 2.30 uur, Brussel-Londen 2.40 uur.

De binnenvaart beschikt over een net van 8600 km waterwegen. Het grootste deel van dit net is echter slechts geschikt voor de wat kleinere schepen en is praktisch buiten gebruik. De binnenscheepvaart neemt dan ook maar 4% van het goederentransport voor haar rekening. Een druk verkeer en vervoer kennen echter de Seine, de gekanaliseerde Rijn en de Moezel, de meeste kanalen van Noordoost-Frankrijk en het in 1988 gerealiseerde Rhône–Rijnkanaal, dat Rotterdam met de Middellandse Zee verbindt. Verschillende nieuwe waterwegen zijn in aanbouw, o.a. Seine–Noord-Oost, die Parijs met Lille en de Moezel moet verbinden, en Middellandse Zee–Rijn, die een hoge prioriteit heeft. De belangrijkste binnenhavens zijn Parijs, Rouen en Straatsburg.

De handelsvloot is voor een belangrijk deel staatsbezit en van de vele zeehavens zijn Le Havre, Duinkerken en Nantes-St.-Nazaire de belangrijkste. Marseille is echter de belangrijkste haven voor Frankrijk c.q. het Middellandse Zeegebied en is de derde haven van Europa.

Air France is de grootste luchtvaartmaatschappij. UTA richt de meeste van zijn vluchten op Afrika en Air Inter verzorgt het binnenlands vliegverkeer. De belangrijkste luchthavens zijn: Charles de Gaulle, Orly en Le Bourget (gesloten voor internationaal verkeer) bij Parijs en de luchthavens van Nice als derde internationale luchthaven, Lyon en Marseille. Regionale luchthaven worden steeds meer gebruikt voor internationale vluchten; ten oosten van Parijs is een speciaal vliegveld voor luchtverkeer, Europort. De plannen zijn om in 2020 een derde luchthaven in de regio Parijs te openen: Chaulnes-Vermandovilliers, 130 kilometer ten noorden van Parijs in het departement Somme.


FRANKRIJK LINKS

Advertenties
• Parijs met NS Hispeed
• Aanbod vakantiehuizen Frankrijk particulier
• Frankrijk Hotels
• Frankrijk
• Cheaptickets Frankrijk
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• SRC Cultuurvakanties Frankrijk
• Last minutes Frankrijk
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autohuur Frankrijk
• Campings in Frankrijk
• Frankrijk WTC
• Autoverhuur Sunny Cars Frankrijk
• Vakantiehuizen Frankrijk
• Frankrijk Sawadee Reizen
• Campings Frankrijk
• Frankrijk Vliegticket Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

ANWB Vakantie Frankrijk (N)
Campersite Frankrijk (N)
Dieren in Frankrijk (N)
Frankrijk Foto's
Frankrijk Reisbijbel (N)
Frankrijk Verzamelgids (N)
Frankrijk-Vakantie Bestelinks (N)
Lies en Teije's Reiswebsite (N+E)
Recepten Frankrijk (N)
Reisinformatie Frankrijk (N)
Reizendoejezo – Frankrijk (N)
Romans over Frankrijk (N)
Rondreis door Frankrijk (N)
Startpagina Marseille (N)
Voorpagina: Headlines Frans Nieuws (F)
Artikelen en Reisverhalen over FRANKRIJK
  Saint Cyprien Roussillion  Frankrijk Fietsvakantie
  The ecological House of Serenity  rondreis MH
  Poitou Charente  Frankrijk Fietsvakantie 2
  Drome Barbières  Op wintersport in Frankrijk is p..
  Val Thorens Het dak van Europa

Bronnen

Bailey, R. / Frankrijk
Kosmos-Z&K

France
Lonely Planet

Frankrijk
Van Reemst

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt July 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems