Landenweb.nl

ITALIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Italiaans
  Hoofdstad  Rome
  Oppervlakte  301.318 km²
  Inwoners  59.227.475
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .it
  Code.  ITA
  Tel.  +39

To read about ITALY in English - click here

Steden ITALIE

Bologna Florence Milaan
Napels Rome Triest
VenetieVerona

Populaire bestemmingen ITALIE

CampanieLombardijeSardinie
SicilieToscaneUmbrie
Veneto

Geografie en Landschap

Geografie

Italië (officieel: La Republica Italiana), is een republiek in het zuiden van Europa. De totale oppervlakte van Italië is 301.323 vierkante kilometer, en het land is daarmee meer dan zeven keer zo groot als Nederland. De afstand van noord naar zuid bedraagt ca. 1200 kilometer. Van oost naar west daarentegen liggen de afstanden maar tussen 54 en 170 kilometer.

advertentie

Italie Satellietfoto NASAFoto: Publiek domein

In het noordwesten grenst Italië aan Frankrijk (488 km), in het noorden aan Zwitserland (740 km) en Oostenrijk (430 km) en in het noordoosten aan Slovenië (232 km). De bekkens van de Middellandse Zee die het land omspoelen, heten aan de westkant Ligurische Zee (bij de Rivièra) en Tyrrheense Zee (tussen Italië en Sardinië), aan de zuidkant Ionische Zee (ten oosten van Sicilië) en aan de oostkant Adriatische Zee.

Halverwege Rome en Napels ligt de grens tussen het zuiden, ook wel de Mezzogiorno genoemd, en het midden en noorden van Italië. De totale kustlijn bedraagt ca. 7600 kilometer, inclusief de 3766 grote en kleine eilanden die tot Italië behoren. Het meest zuidelijke gelegen punt van het land is het eilandje Lampedusa, dat dichter bij het Noord-Afrikaanse Tunesië ligt dan bij Italië.

advertentie

Lampedusa, zuidelijkste punt van ItaliëPhoto: David Allen Brulatour in het publieke domein

Binnen de geografische grenzen van Italië liggen de onafhankelijke republiek San Marino en de soevereine staat Vaticaanstad.

San Marino, gelegen in het oostelijke deel van het schiereiland, is de oudste republiek ter wereld, gesticht in de vierde eeuw. De totale oppervlakte beslaat 62 km2 en het aantal inwoners is ongeveer 24.000.

Vaticaanstad, van waaruit de rooms-katholieke Kerk bestuurd wordt, heeft een totale oppervlakte van maar 44 hectares. Vaticaanstad is het kleinste staatje ter wereld waar ongeveer 200 mensen permanent wonen en dagelijks zo'n 800 mensen komen werken. De staat heeft zijn eigen rechtssysteem, winkels, bank, munteenheid, postkantoor, radiostation en krant, de"Osservatore Romano". De officiële taal is het Latijn.

Landschap

Italië bestaat voor 78% uit heuvels en bergen, waarvan velen hoger zijn dan 700 meter. Het hoogste berggebied is het Monte Rosa massief op de Italiaans-Zwitserse grens in het noorden. De hoogste top is de Dufourspitze, 4634 meter hoog. Net over de grens met Frankrijk ligt in het noordwesten de hoogste berg van Europa, de Mont Blanc, 4807 meter hoog.

Italië bestaat uit vier landschappen: het Alpengebied, de Po-vlakte, het Apennijns schiereiland en de eilanden.

advertentie

Oostelijk bergwand Monte RosePhoto: Massimo Beltrame CC 4.0 International no changes made

De Alpen zijn ontstaan in het vroeg-tertiair, ongeveer 60 miljoen jaar geleden, toen de zeebodem opgeheven en geplooid werd.

Het Alpengebied omvat geheel Noord-Italië met een wijde boog (900 km lang en 150–220 km breed), die begint met de Ligurische Alpen en zich tot de Italiaans-Joegoslavische grens voortzet. Met enkele uitzonderingen volgt de grens van Italië, met respectievelijk Frankrijk, Zwitserland en Oostenrijk, de hoofdkam van de Alpen. Een aantal passen maakt al sinds mensenheugenis het verkeer met de landen ten noorden van de Alpen mogelijk.

De Alpen bestaan uit harde gesteenten als graniet, gneiss en leisteen. In het oostelijke deel van de Alpen, de Dolomieten, komt een veel zachter gesteente voor: magnesiumkalk, dat daarvóór bestond uit oude koraalriffen. Het hoogste punt van de Dolomieten is de Marmolada, 3342 meter hoog.

De vorm van de Alpen is vooral te danken aan verwering en erosie. In het pleistoceen breidden zich de gletsjers uit en zij schuurden diepe dalen uit. Aan de rand van de Alpen ontstonden hierdoor diepe bekkens die zich vulden met smeltwater en zo ontstonden o.a het Lago Maggiore, het Comomeer en het Gardameer.

advertentie

Italiaanse AlpenPhoto: Edijs Millers CC 3.0 Unported no changes made

De Povlakte, genoemd naar de rivier de Po, was ooit een deel van de Adriatische Zee. Op dit moment is het een door de Alpenrivieren geleidelijk met verweringsmateriaal opgevulde, zich naar het oosten toe verwijdende vlakte. Deze vlakte is ca. 500 km lang, zeer vruchtbaar en wordt door de Po en haar vele zijrivieren bevloeid. In dit gebied treden herhaaldelijk overstromingen op als gevolg van de bezinking in de bedding van de rivier.

Ten oosten van Venetië ligt het relatief kleine Adriatische Plateau. Het oostelijke deel daarvan, het Carso-plateau, grenst aan Slovenië en de grond is daar zeer arm.

Het Apennijns schiereiland, de beroemde"laars" van Italië, heeft als ruggengraat het Apennijnengebergte, een zijtak van de Alpen met maar liefst een lengte van ca. 1000 kilometer. Aan beide kanten van het gebergte ligt heuvelland en langs de kust een smalle strook laagland. De Apennijnen vormen een waterscheiding; ten oosten van het gebergte snijden de rivieren door het heuvelland en ten westen liggen tussen de heuvels vele plateaus.

In het zuiden komt nog actief vulkanisme voor en er zijn nog elf vulkanen die min of meer recent nog tot uitbarsting zijn gekomen. In de vorige eeuw zijn er uitbarstingen geweest op de Vesuvius (1185 meter), de Stromboli en de Etna op Sicilië (nog in 2001), de grootste Europese vulkaan. Verder zijn er nog veel zwavel- (solfataren), gas- (fumarolen) en koolzuurbronnen (mofetten) en moddervulkanen.

De enige gletsjer van de Apennijnen, Calderone, ligt in het ruige Gran Sasso gebied en is de meest zuidelijke gletsjer van Europa. De hoogste berg van de Apennijnen is de Corno Grande (2914 meter) in het gewest Abruzzo.

advertentie

Corno Grande, hoogste top van de Apennijnen, ItaliëPhoto: Infinitispazi CC 3.0 Unported no changes made

Sicilië en Sardinië zijn de grootste eilanden. Voor uitgebreide informatie over deze eilanden verwijzen wij u naar de aparte Sicilië-pagina en Sardinië-pagina. Kleinere eilanden zijn onder meer Elba, de vulkanische Liparische eilanden (met de vulkaan Stromboli), Ischia en Capri.

Het Apennijns schiereiland en Sicilië zijn gebieden met aardbevingen die veroorzaakt worden door de breukrand van grote dalingsgebieden in de Middellandse Zee.

Rivieren en meren

De Italiaanse meren zijn gedeeltelijk van het Alpentype (voormalige tongbekkens van gletsjers: Lago di Garda, Lago di Como, Lago Maggiore), gedeeltelijk ontstaan uit oude kraters (Lago di Vico, Lago di Bolsena e.a.), gedeeltelijk (vermoedelijke) overblijfselen van een pliocene zeestraat (Lago Trasimeno en de kleine meren van Montepulciano en Chiusi).

Lago Trasimeno ligt vlakbij Perugia en is het grootste meer van Midden- en Zuid-Italië (128 km2). Veel toeristen bezoeken een Camping in Italië speciaal het merengebied is in trek.

advertentie

Como MeerPhoto: 3Félix CC 4.0 International no changes made

De grootste rivieren zijn de Po (652 kilometer lang) en de Adige (410 kilometer lang), die allebei in de Alpen ontspringen en in de Adriatische Zee uitmonden. De Po voert met veel zijrivieren (Dora Riparia, Dora Baltea, Ticino, Adda, Oglio, Mincio) het water van het Alpengebied af, met andere (Tanaro, Trebbia, Nure, Taro, Parma, Enza, Secchia) het water uit de Apennijnen; de brede delta schuift door afzetting van slib steeds verder de Adriatische Zee in. Een deel van het uit het Alpengebied afkomstige water vloeit ondergronds af; in de Povlakte treedt het in talrijke bronnen (fontanili) te voorschijn.

advertentie

Rivier PoPhoto: Giorgio Galeotti CC 4.0 International no changes made

De van de Apennijnen naar de Adriatische Zee afstromende rivieren zijn meestal kort en hebben een zeer onregelmatige waterstand; de grotere rivieren Arno, Ombrone, Tiber, Garigliano en Volturno monden allemaal in de Tyrrheense Zee uit. De Tiber (405 kilometer) stroomt door Rome en aan de Arno (241 kilometer) liggen Florence en Pisa.

Klimaat en Weer

Italië als geheel heeft een Middellandse-Zeeklimaat. 's Zomers bedraagt de gemiddelde temperatuur in de laagvlakten 28°C in het zuiden en 22°C in het noorden. 's Winters blijft de temperatuur in het zuiden en het midden van het land een behoorlijk eind boven nul; in Rome is de gemiddelde temperatuur dan 9°C. Per jaar valt er gemiddeld in heel Italië 600 mm neerslag. In sommige berggebieden kan dit oplopen tot boven de 1000 mm per jaar. De meeste regen valt in het voor- en najaar.

advertentie

Klimaatgegevens RomePhoto: Hedwig in Washington CC 3.0 Unported no changes made

Toch kunnen er duidelijk een aantal verschillende klimaatgebieden onderscheiden worden.

Zo heeft de Povlakte hete zomers met temperaturen die bijna net zo hoog zijn als op Sicilië, maar de winters zijn er koud en vochtig, met veel nevel en mist. De januaritemperatuur van Piacenza kan beneden het vriespunt komen en er ligt vaak dagenlang sneeuw.

advertentie

Klimaatgegevens BariPhoto: Hedwig in Washington CC 3.0 Unported no changes made

Het merengebied aan de zuidzijde van de Alpen ligt meer beschut en heeft daardoor een zachter klimaat. Het noordelijk deel van de Apennijnen en de hoog gelegen gebieden in Toscane en Umbrië zijn in de winter maandenlang met sneeuw bedekt. Een uitzondering vormt de Italiaanse Rivièra aan de noordwestkust, waar de winter altijd zacht is met een droge tijd in de zomer, zij het ook met redelijk veel neerslag. Zuid-Italië heeft zeer droge en hete zomer en dit is dan ook een Middellandse Zeeklimaat in een extremere vorm met ook een veel groter percentage zonneschijn dan in de rest van het land.

In de Alpen ligt op de hoogste bergen het hele jaar door sneeuw. De grens van de eeuwige sneeuw ligt in Valle d'Aosta op 3108 meter en op 2545 meter aan de oostkant van de Alpen.

Klimaatzones ItaliëPhoto: XL3 CC 3.0 Unported no changes made

Op en nabij het Italiaanse schiereiland komt een aantal lokale winden voor. Bekend is de sirocco, een warme vochtige uit Noord-Afrika afkomstige zuidelijke wind. De frisse westelijke tot noordwestelijke wind, die na het passeren van de depressie de sirocco vervangt, wordt tramontane genoemd.

Dezelfde naam geeft men ook aan noordelijke of noordoostelijke winden, die koele continentaal polaire lucht aanvoeren. De koude mistral uit het Rhônedal doet zich ook in de omgeving van Genua gevoelen. Plaatselijk koude valwinden worden daar maestrale genoemd. Langs de noordelijke kusten van de Adriatische Zee komt in het winterhalfjaar een droge, koude valwind voor, de bora, die afkomstig is van de Dalmatische kust en stormen veroorzaakt.

Klimaatgegvens PalermoPhoto: Hedwig in Washington CC 3.0 Unported no changes made

Klimaatgegevens grote steden (gemiddelden)

zomertemperatuurwintertemperatuurregenval (per jaar)
Florence24-26°C7-8°C726 mm
Milaan20-23°C3-7°C819 mm
Napels22-25°C10-11°C1143 mm
Palermo25-28°C11-14°C897 mm
Rome24-26°C9-11°C770 mm
Venetië21-26°C3-6°C588 mm

Planten en Dieren

Planten

De vegetatie in het mediterrane laag- en heuvelland is groen in de winter, bloeit in april en mei, en verschroeit in de zomer. De oorspronkelijke vegetatie, nu zo goed als geheel verdwenen, is een altijdgroen loofbos van steeneiken. In de plaats daarvan overheerst de macchia, een formatie van altijdgroene dichte en doornige heesters en dwergstruiken, waaronder wilde olijven, oleanders, laurier, myrte, steeneiken, gaspeldoorns en kurkeiken.

Macchia landschapPhoto: Falk2 CC 3.0 Germany no changes made

Cypressen en olijfbomen zijn kenmerkend vegetatie voor geheel Italie. Het Umbra-bos in de Gargano peninsula in Puglia, is een van de laatste oorspronkelijke bossen in Italië met beuken en steeneiken. Verder zijn er ook beukenwouden in Calabrië en zilverden- en pijnboombossen in Abruzzo.

In de middelgebergten met hun koudere winters wordt de macchia vervangen door struwelen die 's winters hun blad verliezen en meer met de Midden-Europese vegetatie overeenkomen, met o.a. donzige eik en gele kornoelje. In het hooggebergte (Alpen en Dolomieten) zijn de subalpine naaldwoudgordel en de alpine dwergstruik- en weidegordel (met wikke, struisgras en witte affodil) zeer fraai ontwikkeld. De aardbeiboom wordt sinds de Italiaanse eenwording als de nationale boom van Italië beschouwd.

Aardbeiboom: nationale boom sinds de Italiaanse eenwordingPhoto: Jxandreani CC 2.0 Generic no changes made

Dieren

De dierenwereld is van een Centraal-Europees en mediterraan karakter; in het noorden treft men nog alpine vormen aan o.a. steenbok, gems, hermelijn, alpenkonijn, bergpatrijs en marmot. In het Gran Paradiso nationale park komt de ibex nog voor, een soort berggeit met lange gedraaide horens. In de Centrale Alpen leeft de gems, een type geitantiloop met kleine rechte horens. Bekende vogels in de Alpen zijn het zwarte korhoen en de zeldzame steenarend.

GemsPhoto: Manfred Werner / Tsui cc-by-sa3.0 no changes made

In het zuiden komen mediterrane vormen voor o.a. moeflon op Sardinië, stekelvarken, Romeinse mol en een aantal reptielen. Het grote wild is zeer bedreigd in zijn voortbestaan; bruine beer, lynx en wolf zijn zeer zeldzaam geworden. In Italië leven nog ca. 200 Apennijnse wolven, die als het nationale dier wordt beschouwd, en ca. 100 bruine beren. Wellicht is de zeldzame monniksrob nog aan de kusten van Italië te vinden.

De vogelwereld wordt sterk bedreigd door de vangst in de trektijd in voor- en najaar. Naast sterke druk van de jacht heeft ook de ontbossing, al sinds de Romeinse tijd, tot het zeldzaam worden van vele soorten bijgedragen. De nationale vogel van Italië is de Italiaanse mus.

Apennijnse wolf, ondersoort uit ItaliëPhoto: Luigi Piccirillo CC 2.5 Generic no changes made

Nationale vogelsymbool: Italiaanse musPhoto: Loz (L. B. Tettenborn) CC 2.5 Generic no changes made

Om bedreigde soorten te beschermen zijn er 19 nationale parken, en vijf zijn er nog gepland. Samen zullen ze 5% van de totale landoppervlakte van Italië omvatten. De twee grootste nationale parken liggen in de Alpen: Stelvio (1350 km²) en Gran Paradiso (700 km²), tevens het oudste nationale park van Italië. Het kleinste nationale park is gelegen op Kaap Circeo, langs de kust ten zuiden van Rome.

Van de nationale parken is Gran Paradiso bekend vanwege steenbok en gems; in het nationale park van de Abruzzen leven gemzen en de laatste bruine beren. Vooralsnog is de toekomst van de wilde zoogdieren en vogels van Italië een zeer onzekere zaak. De houding van een belangrijk deel van de bevolking getuigt van weinig milieubesef en vooral de jachtregelingen laten veel te wensen over.

Het land is rijk aan ongewervelde dieren; de studie van o.a. insecten en slakken zal zeker nog veel nieuwe soorten opleveren. Onder de laatste telt de familie Helicidae (waartoe o.a. de wijngaardslak behoort) zeer veel soorten, waaronder een aantal inheemse.

Het maritiem-biologisch instituut ("Stazione Zoologica") in Napels, opgericht in 1874, heeft een wereldfaam. In de zuidelijke zeeën komen o.a haaien, blauwvintonijn en zwaardvis voor. In de nog warmere zuidelijke zeeën vinden we rood koraal en sponzen.

Stazione Zoologica in Napels, ItaliëPhoto: Ruthven in het publieke domein

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid, Liguriërs en Etrusken

Italie Graven EtruskenPhoto: NormanEinstein CC 3.0 Unported no changes made

De verspreiding van menselijke bewoning over Italië begon al eerder dan in noordelijk Europa. Sinds 2000 v.Chr. vestigden verschillende volkeren zich op het Italiaanse grondgebied. Rond 1200 v.Chr. kwamen de Liguriërs en de Italiërs vanuit het noorden Italië binnen. De Liguriërs waren bronzen tijdperk settlers en afkomstig van Zuid-Frankrijk en vestigden zich in Centraal-Italië, in de buurt van het huidige Rome. De Italiërs kwamen van het Donaugebied in Centraal-Europa.

Mensen uit het oostelijke Middellandse-Zeegebied verkenden de kust van Italië vanaf ca. 5000 v.Chr. De Phoeniciërs stichtten in die tijd Carthago in Noord-Afrika en handelsposten in Italië. In de 8e eeuw v.Chr. stichtten de Grieken kolonies in Sicilië en Zuid-Italië. Deze kolonies, samen met Syracuse, Agrigento, Crotone en Taranto, werden Magna Graecia (groot Griekenland) genoemd. Naast handelsactiviteiten trokken ook veel filosofen, wetenschappers en schrijvers naar de Griekse kolonies in Italië. Ook werden er grote tempels en openluchttheaters gebouwd o.a. in Agrigento en Paestum (nabij Napels).

Terwijl de Grieken Zuid-Italië en Sicilië koloniseerden werden in Centraal-Italië steden gesticht door de Etrusken.

De Etrusken zijn nog steeds min of meer een mysterie en niemand weet zeker waar ze precies vandaan kwamen. Aanvankelijk bezetten de Etrusken de gebieden rond de rivieren Arno en Tiber en de bergen van Apennijnen.Later verhuisden ze naar de Povlakte en richting Rome. Een federatie van twaalf stadstaten, o.a. Volterra, Fiesole, Arezzo, Perugia en Chiusi, ontstond in Centraal-Italië in de regio die we nu kennen als Etrurië.

De Etrusken werden rijk door de ijzer-, koper-, en zilvermijnen en de handel in het oostelijke Middellandse-Zeegebied. Hun steden waren hooggelegen en omringd door verdedigingswerken. Verder bouwden ze bruggen en legden straten en kanalen aan.

Rome en de Romeinen

De ontshttps://creativecommons.org/licenses/by/3.0/taansgeschiedenis van Rome is onduidelijk. Toen de stad machtig werd, ontstonden sagen omtrent de stichting en oorsprong van de stad en haar rijk. De"officiële" versie werd dat Aeneas, zoon van Aphrodite, uit Troje naar Latium kwam. Zijn zoon Ascanius stichtte Alba Longa. Ten slotte stichtten Romulus en Remus, tweelingzonen van Mars en Rhea Silvia, de dochter van de koning van Alba Longa, de stad Rome. Het stichtingsjaar werd vastgesteld op 752 v.Chr.

Romulus, Remus en de wolvinPhoto: CellarDoor85 CCA 3.0 Unported no changes made

Koningstijd en republiek

Italie Julius CaesarPhoto: Clara Grosch in het publieke domein

De officiële geschiedenis van Rome kan men laten beginnen met de samenvoeging van de Palatinus en de Quirinalis, de twee oudst bewoonde heuvels. Deze stad kwam echter al snel onder Etruskische heerschappij waardoor er van een Romeins rijk nog geen sprake was. Hiervan was pas enigszins sprake nadat de verdreven koning Tarquinius Superbus in 496 v.Chr. definitief was verslagen en de Romeinen en Latijnen een verbond sloten. Ook werd er strijd gevoerd met de Volsci, de Sabijnen en de Aequi. Een vaststaand feit uit deze periode is de verovering van Veji door Camillus; deze strijd duurde van 405 v.Chr. tot 396 v.Chr.

De opmars van de Romeinen werd tijdelijk gestuit in 387 v.Chr. door binnenvallende Galliërs, waarna buurvolken als de Etrusken en de Volsci in opstand kwamen tegen de Romeinse overheersing. In 358 v.Chr. capituleerden de Latini en de Hernici terwijl met de Etrusken een verdrag gesloten werd. In de Tweede Samnitische Oorlog leden de Romeinen nog een grote nederlaag bij Caudium in 321 v. Chr. Toch zagen zij kans om de macht in Midden- en Zuid-Italie definitief over te nemen.

In de Derde Samnitische Oorlog (298-290 v.Chr.) werden opstandige Etrusken, Galliërs en Umbriërs definitief verslagen bij Sentinum. Door de machtsuitbreiding in Campanië en Samnium raakte Rome in conflict met Tarente dat zelfs met hulp van de Griekse koning Pyrrhus uit Epirus niet kon voorkomen dat ze in 275 v.Chr. bij Beneventum werden verslagen.

Uiteindelijk heerste er vrede in geheel Italië. Het gezag van de Romeinen werd gehandhaafd door een uitgekiend systeem van koloniën en de wegen die daar doorheen liepen. Aan enkele steden werden burgerrechten toegekend en zij hadden een grote mate van zelfbestuur. De enige verplichting zie ze hadden was om soldaten voor het Romeinse leger te leveren.

Romeinse, Syracuse en Carthaagse gebieden in 264 voor Christus, aan de vooravond van de Eerste Punische OorlogPhoto: Xander89 CC 3.0 Unported no changes made

Door de veroveringen in Zuid-Italië stuitten de Romeinen op sterk verzet van de Sicilianen en de Carthagers in Noord-Afrika. Carthago werd bestreden in de drie Punische oorlogen die in de periode 264-146 v.Chr. gevoerd werden. In de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.) werd Sicilië de eerste Romeinse provincie en werden Sardinië en Corsica geannexeerd. Na de Tweede Punische Oorlog werd Spanje Romeins gebied en werden de bondgenoten van de Carthagers, de Macedoniërs, verslagen. Ook Syrië werd door de Romeinen in 190 v.Chr. definitief verslagen en werd gedwongen vrede te sluiten waardoor hun macht ernstig werd beknot. In de Derde Punische Oorlog werd Carthago verwoest in 146 v.Chr. en tot een Romeinse provincie gemaakt. In 168 v.Chr. werd Perseus van Macedonië verslagen en zijn gevierendeelde rijk werd samen met Griekenland in 146 v.Chr. als een provincie ingelijfd. De grote handelsconcurrent Korinthe werd ook in 146 v.Chr. verwoest en westelijk Klein-Azië werd in 133 v.Chr. bij testament aan het uitdijende rijk toegevoegd.

Door al deze veroveringen ontstond een totaal andere sociale structuur in het Romeinse rijk. Belastingpachters in de provincies werden steeds rijker en machtiger waardoor de boerenbevolking veel te lijden had. De Senaat, het machtigste orgaan in het rijk, had al snel geen overwicht meer en de heersende klasse raakte onderling sterk verdeeld. Deze situatie zou uiteindelijk leiden tot een aantal burgeroorlogen in de periode 90-30 v.Chr. en steeds waren twisten tussen generaals, politici en andere belangengroepen de aanleiding.

De Eerste Burgeroorlog (88-81 v.Chr.) ging tussen Marius en Sulla om het opperbevel over het leger. Marius werd eerst door Sulla verdreven maar later kwamen de aanhangers van Marius weer aan de macht. In 82 v.Chr. werden de partijgenoten van de inmiddels gestorven Marius verslagen door Sulla die de macht van de Senaat weer herstelde en een einde maakte aan het dictatorschap.

Lucius Cornelius Sulla (ca. 138 v.Chr. – 78 v.Chr.), was een Romeins politicus, veldheer en dictatorPhoto: José Luiz Bernardes Ribeiro CC BY-SA 4.0 no changes made

Na de dood van Sulla in 79 v.Chr. ontstond er een strijd over zijn opvolging. Het lukte niemand om alleen de macht te grijpen, waardoor het zogenaamde"Eerste Driemanschap" ontstond met Crassus, Pompejus en Julius Caesar. Crassus sneuvelde al snel in 53 v.Chr. en Caesar vertrok in 58 v.Chr. naar het noordelijke Gallië dat hij in acht jaar tijd wist te onderwerpen en tevens wist hij zo het leger aan zich te binden. Pompejus richtte zich steeds meer op de senaat en in 52 v.Chr. had hij zoveel macht verworven dat hij bijna dictator genoemd kon worden. Een conflict tussen Caesar en Pompejus was niet te voorkomen en in de Tweede Burgeroorlog (49-45 v.Chr.) werd Pompejus verslagen en gedood.

Caear was nu de alleenheerser en begon met de reconstructie van de Romeinse staat en legde daarmee de basis voor het toekomstige keizerrijk. In 44 v.Chr. werd hij vermoord door republikeinse senatoren en er volgde een verwarde tijd die besloten werd met de oprichting van het Tweede Driemanschap in 43 v.Chr., dat bestond uit Octavianus, Lepidus en Marcus Antonius. Deze"driemannen" verdeelden het rijk waarbij Lepidus al snel op het tweede plan kwam te staan.

Antonius bestuurde het oosten en Octavianus kreeg het westen toebedeeld. Antonius raakte echter onder invloed van de mooie Egyptische Cleopatra en een Derde Burgeroorlog in 31 v.Chr. was het gevolg. Antonius en Cleopatra werden verslagen bij Actium en Egypte werd een speciaal domein van Octavianus binnen het Romeinse Rijk. Door deze zege was Rome verzekerd van het politieke overwicht in zowel het westelijke als het oostelijke Romeinse Rijk.

Antonius ontmoet CleopatraPhoto: Xlibber CC 2.0 Generic no changes made

Principaat (31 v.Chr. – 284 n.Chr.)

Italie AugustusPhoto: Till Niermann CC 3.0 Unported no changes made

Aan de Republiek kwam met Octavianus, die zich"princeps", wat de eerste betekent, noemde, een einde en de periode die volgde wordt het"Principaat" genoemd want ook zijn opvolgers noemden zich zo. In 27 v.Chr. legde Octavianus zijn volmachten neer, maar liet ze door de Senaat weer herstellen en kreeg daarna de eretitel Augustus. Onder zijn leiding kende het rijk orde en welvaart en wist de natuurlijke grenzen te consolideren.

Augustus werd opgevolgd door zijn aangenomen stiefzoon Tiberius die van 14 tot 37 n.Chr. regeerde en te maken kreeg met wat al te voortvarende senatoren die van hoogverraad beschuldigd werden. Onder zijn extravagante opvolger Caligula heerste er wanorde in het rijk dat onder Claudius II (41-54) weer werd hersteld. Hierna ging het weer goed mis. Agrippina, de vrouw van Claudius, liet hem vergiftigen om haar zoon Nero op de troon te krijgen die van 54 tot 68 zou regeren. Op dat moment reilde en zeilde het voorspoedig in Rome, maar onder Nero ging dat grotendeels weer verloren door zijn excessief gedrag. Hij liet o.a. zijn eigen moeder vermoorden en zou de grote brand van Rome op zijn geweten hebben. Daarop brak een opstand uit en hij liet zich doden door een slaaf en daarmee kwam er een einde aan de Julisch-Claudische dynastie.

Buste van NeroPhoto: Cjh1452000 CC 3.0 Unported no changes made

Na de heerschappij van Nero volgde een Driekeizerjaar met Galba, Otho en Vitellius. Vitellius werd ten val gebracht door Vespasianus, de bevelhebber van de oostelijke legioenen. Onder zijn bewind ontstonden zowel in het oosten als het westen opstanden, o.a. van de joden in Jeruzalem, neergeslagen door Titus, en in het westen door de Bataven, neergeslagen door Civilis. Titus, de zoon van Vespasianus, regeerde maar enkele jaren en had te maken met de vulkaanramp die Pompeji en Herculaneum trof in 79. Titus werd weer opgevolgd door Domitianus die tot 96 regeerde. Na de moord op Domitianus was er geen mannelijke opvolger voorhanden en koos de senaat Nerva als keizer. Met hem begon een hele serie keizers die zogenaamd bij adoptie gekozen werden. Trajanus was de eerste keizer die zelfs niet eens in Italië geboren was. Hij was het die weer op de verovertoer ging en o.a Dacia, het latere Roemenië veroverde. Ook Mesopotamië werd tijdelijk door de Romeinen bezet.

Het Romeinse Rijk stond nu op het toppunt van haar macht maar al snel bleek dat het door de grootte niet meer te besturen was. Zo stopte Hadrianus zijn veroveringen in het oosten en was genoodzaakt om zich langs alle grenzen te versterken, o.a. via de Hadrian’s Wall in Groot-Brittannië. Na Hadrianus volgden er nog twee keizers met de naam Antonius en werd de rij van keizers-bij-adoptie gesloten. De regering van Antoninus Pius duurde tot 161 en werd gekenmerkt door rust in het hele rijk.

Onder zijn opvolger Marcus Aurelius ontstonden er weer veel problemen, zowel binnen- als buitenlands en werd het rijk geteisterd door epidemieën. Zijn zoon Commodus en diens opvolger Pertinax werden zelfs vermoord. Na de nodige problemen over de opvolging wist Septimius Severus, een Afrikaan, in 193 de heerschappij te bemachtigen. Hij werd bekend doordat hij de invloed van de senaat wist te beperken en een nieuwe provincie veroverde : Noord-Mesopotamië.

Caracalla (211-217) en zijn opvolger Macrinus (217-218) werden vermoord. Alexander Severus regeerde tot 235 en was de laatste van de Severisch-Syrische dynastie. Rond deze tijd kreeg de senaat weer meer invloed. Maar veldtochten tegen de Sassaniden in het oosten en Germanen in het westen liepen niet goed af en Severus werd uiteindelijk vermoord door een opstandige veldheer. Onder een van zijn opvolgers, Decius (249-251), werd het christendom fel bestreden maar werd het rijk allang door andere zaken bedreigd o.a. de financiële belabberde toestand, de Germanen die zich verenigden en steeds gevaarlijker werden. Ook de verschillen tussen rijk en arm zorgden voor veel interne spanningen.

Keizer DeciusPhoto: José Luiz Bernardes Ribeiro CC BY-SA 4.0 no changes made

Na 250 was de chaos compleet. De Goten rukten steeds verder op en grote delen van het immense rijk werden door allerlei volken bezet en geplunderd zonder veel tegenstand van de Romeinen. Onder Gallienus (253-268) herstelde men zich enigszins en onder zijn opvolger werden de Goten verslagen die al tot in Servië waren doorgedrongen. Onder Aurelianus volgde zelfs een gedeeltelijke reconstructie van het rijk. Na de moord op Aurelianus volgde weer een tijd van elkaar bestrijdende keizers die eindigde met de door de soldaten uitgeroepen keizer Diocletianus.

Dominaat (284–476)

Italie DiocletianusPhoto: Jebulon in het publieke domein

Diocletianus was een absoluut vorst die zich al bij zijn leven liet vergoddelijken en zijn titel sprak dan ook voor zich:"dominus et deus" (heer en god). Aan de andere kant verdeelde hij het oppergezag onder twee Augusti (waaronder hijzelf), die ieder weer twee Caesares onder zich hadden; men spreekt daarom van de"tetrarchie". Aan de bijzondere positie van Italië als geheel kwam een einde en het rijk werd als volgt verdeeld: het oosten met als hoofdstad Nicomedia onder Diocletianus; Italië en Afrika met als hoofdstad Milaan onder Maximianus; Gallië, Spanje en Brittannië met als hoofdstad Trier onder Constantius Chlorus; en Illyricum en Griekenland met als hoofdstad Sirmium onder Galerius.

De Romeinse Senaat was nog slechts een gemeenteraad voor Rome, dat zelfs geen hoofdstad meer van een rijksdeel bleef en deze functie aan Milaan moest afstaan. De senatoren bleven echter een geduchte economische factor doordat zij met de keizer samen de grootste grondbezitters waren. Door het bestuur te bureaucratiseren en te militariseren wisten de Romeinen de Perzen op afstand te houden en kon de eenheid binnen het rijk behouden blijven. In 305 traden Diocletianus en Maximianus af en prompt braken er burgeroorlogen uit met op enig moment zes Augusti die om de macht streden.

Dit ging gepaard met de nodige moordpartijen en pas met Constantijn de Grote brak weer een periode (324-337) van eenhoofdig bestuur aan. Onder Constantijn werden de christenen weer begunstigd en na het Edict van Milaan in 313 heerste er vrijheid van godsdienst in het Romeinse Rijk. Dit werd ook gedaan uit eigenbelang om zowel van heidense als van christelijke kant steun te krijgen voor de politiek van rijkseenheid, en de hoofdstad werd dan ook Constantinopel dat op een snijpunt van culturen en routes naar alle delen van het rijk lag.

Standbeeld van Constantijn de GrotePhoto: Gernot Keller CC 3.0 Unported no changes made

De familiestrijd om de macht na de dood van Constantijn werd gewonnen door Constantius II die heerste van 353 tot 361. Constantius werd weer opgevolgd door Julianus, die door het leger tot keizer was uitgeroepen als enige in leven zijnde familielid van Constantijn. Julianus Apostata, de"Afvallige" zou de laatste niet-christelijke keizer zijn (361-363). Zijn christelijke opvolgers Jovianus en Valentianus (364-375) kregen te maken met onderling sterk verdeelde christenen en gevaar van buitenaf door de grote Germaanse volksverhuizing. Verschillende familieleden waren tot mederegenten voor het oosten benoemd en dat leidde onvermijdelijk tot een tijd van onrust en burgeroorlog.

Aan deze tijd van onrust kwam een einde door keizer Theodosius I die het rijk in 395 verdeelde onder zijn twee zonen. Wat echter als een administratieve scheiding bedoeld was bleek in de praktijk een scheiding op te leveren in twee afzonderlijke staten. Arcadius kreeg het oosten dat onder regentschap stond van Rufinus. Honorius kreeg het westen onder regentschap van Stilicho.

De naderende ondergang van het Romeinse Rijk kwam steeds dichter bij. Het westelijke rijksdeel viel na vele oorlogen in de 5e eeuw uit elkaar. De Visigoten dreigden binnen te vallen waarna men de legioenen uit het westen terugriep. Dit had een averechts effect want hierdoor konden Germaanse volken steeds verder oprukken.

Invasies Italië 100-500 n.Chr.Photo: User:MapMaster CC 2.5 Generic no changes made

Na de moord op Stilicho drongen de Goten Italië binnen en zelfs Rome werd in 410 geplunderd. In 415 werd het Visigotenrijk gesticht in Zuid-Frankrijk, Spanje en Afrika, dat belangrijk was voor de Romeinen omdat het als graanschuur diende. Het rijk werd nog meer verzwakt door de onderlinge naijver van de generaals. Van een gezamenlijk optreden tegen de oprukkende Hunnen onder leiding van Atilla de Hun was dan ook geen sprake. Generaal Aëtius wist Attila in 451 nog tegen te houden maar een jaar later vielen de Hunnen Italië binnen maar wisten echter niet tot Rome door te dringen. Aëtius werd door de keizer gedood en de keizer zelf werd vermoord door een Germaanse soldaat en daarmee kwam er een einde aan de laatste keizerdynastie, de Theodosiaanse.

In 455 landden de Vandalen in Italië en namen op zeer bloedige wijze Rome in. Tot ongeveer 476 werden door de bevelhebber van de Germaanse troepen, Ricimer, keizers aangesteld en ook even gemakkelijk weer afgezet. Na de dood van Ricimer stelde de Germaan Orestes zijn zoontje als keizer aan. Deze Romulus werd weer afgezet door de Germaan Odoaker die zich in 476"koning der Germanen in Italie" noemde. Dit betekende het definitieve einde van het keizerschap en het Romeinse Rijk in het westelijke rijksdeel. Het Oost-Romeinse Byzantijnse Rijk bloeide weer op en ging pas in 1453 na de val van Constantinopel ten onder.

Middeleeuwen

Italie Justinianus IPhoto: Publiek domein

In 493 werd de toenmalige hoofdstad Ravenna veroverd door de koning van de Ostrogoten, Theodorik de Grote. Hij kreeg daardoor tevens geheel Italië in zijn macht, maar zijn opvolgers waren kansloos tegen de Byzantijnse keizer Justinianus I, die Italië in 535 bezette. In 568 werd Noord- en Midden-Italië door de Longobarden veroverd terwijl de rest van Italië onder Byzantijns gezag bleef en Rome aan het gezag van de bisschop, d.w.z. de paus, werd toevertrouwd.

De Longobarden stichtten het koninkrijk van Pavia en de afhankelijke hertogdommen Spoleto en Benevento. De streken onder Byzantium werden door"duces", regionale gouverneurs van de keizer, bestuurd.

Al op het einde van de 5de eeuw had paus Gelasius I aanspraak gemaakt op het primaat van het kerkelijke boven het wereldlijke gezag; zijn opvolgers, met name Gregorius de Grote, beklemtoonden dit nog sterker, waardoor militaire steun van Byzantium tegen de Longobarden uitbleef. In de 8ste eeuw zochten de pausen elders steun tegen de dreigende Longobarden, en kwamen uit bij de Franken. Dit volk kwam rond het midden van de 8ste eeuw voor het eerst naar Italië en hun heerschappij breidde zich al snel uit. Ze stelden het pausdom onder hun protectoraat en legden de grondslagen voor de Kerkelijke Staat.

Kaart van het Lombardardische Koninkrijk onder Liutprand bij zijn dood (744 AD)Photo: Castagna CC 3.0 Unported no changes made

Karel de Grote wierp zich op als koning der Longobarden (774) en werd in de kerstnacht van het jaar 800 in Rome door paus Leo III tot keizer gekroond waardoor het keizerschap van het westen definitief aan het pausdom verbonden werd. Deze keizerlijk steun zou zo’n twee eeuwen duren en was hard nodig om zich allerlei tegenstanders en vijanden van het lijf te kunnen houden. In 887 verloor Karel de Dikke de macht over Italië en gingen grote gebieden in Zuid-Italië verloren aan de Saracenen. In Noord-Italië werd door een aantal vorsten om de hegemonie gestreden.

In 962 werd de Duitse koning Otto de Grote tot keizer gekroond van het Heilige Rooms-Duitse Rijk en verhief daarmee het pausdom weer tot meer aanzien. Hij maakte het echter wel ondergeschikt aan de politiek maar legde wel de grondslag voor de latere macht van de kerk. De geschiedenis van Zuid-Italië ontwikkelde zich intussen volgens een geheel eigen patroon. Hertogen, veelal vertegenwoordigers van de Byzantijnse bisschoppen en Saracenen, deelden de lakens uit, en aan het begin van de 11e werden een aantal stadsrepublieken (o.a. Gaeta, Napels en Amalfi) zeer machtig. In 1016 infiltreerden de Normandiërs in Italië nadat ze gebruikt waren in de strijd tegen de Saracenen. In 1071 veroverde de Normandiër Robert Guiscard Bari en maakte daarmee een einde aan de Byzantijnse macht in Italië. Tegen het jaar 1200 was praktisch geheel Zuid-Italië Normandisch gebied en ook Sicilië werd op de Saracenen veroverd.

Constantijn de Afriaan was hoogleraar aan de Medische School van Salerno in dienst van Robert Guiscard, de Normandische hertog van ApuliëPhoto: Giaros CC 3.0 Unported no changes made

In de Investituurstrijd (het van 1075 tot 1122 durende conflict tussen paus en keizer met betrekking tot de Kerk in het Roomse Rijk) had geheel Italië partij gekozen. Na het Concordaat van Worms (1122) werd de strijd van ideologisch naar zuiver politiek terrein verlegd: medespelers waren de paus, de keizer en de Normandiërs in het zuiden.

Dit alles leidde ertoe dat de macht van de Noord- en Midden-Italiaanse steden steeds groter werd. De Hohenstaufen behielden echter Sicilië als belangrijk steunpunt doordat keizer Hendrik VI trouwde met de erfdochter van Sicilië, Constantia d'Altavilla. Sicilië bleef daardoor een bedreiging voor het pausdom. Het keizerlijke gezag in Italië verdween met keizer Frederik II die een mislukte poging deed zich aan het pauselijk gezag te onttrekken. In het noorden van Italië ontstonden in de loop van de 13e eeuw steeds meer stadstaten waar militairen de macht bezaten. In 1268 kende de paus het Siciliaanse rijk toe aan Karel van Anjou die daarna koning van Napels en Sicilië werd. Dit kon gebeuren na de dood van de erfgenaam van Frederik II, Manfred.

Karel I van Napels of Karel van AnjouPhoto: Cgoodwin CC 3.0 Unported no changes made

Het was al snel duidelijk dat Karel de heerschappij over geheel Italië wilde hebben maar de paus slaagde erin om zijn macht te breken. En na de Siciliaanse Vespers (= de opstand die op 31 maart 1282 in Palermo op Sicilië uitbrak en zich van daaruit over het hele land verbreidde) verloor hij zelfs Sicilië dat aan het Spaanse Aragón werd toegewezen. Na de"Babylonische" gevangenschap was het zo goed als gedaan met de wereldlijke macht van de paus.

In de 15e eeuw ging de strijd om de macht tussen Florence, Venetië en Milaan. Duitse en Franse machthebbers en ook kleinere stadsrepublieken in Italië zelf kozen partij. In het zuiden besliste Aragón de strijd tegen Anjou en kwam Zuid-Italië als koninkrijk Napels toe aan Alfons V van Aragón, die op dat moment al koning van Sicilië was. Rond 1450 ontstond er iets wat op een Italiaans evenwicht tussen noord en zuid leek, maar diverse onderlinge oorlogen getuigden van een zeer wankel evenwicht.

Op cultureel gebied nam Italië in de renaissance een geweldige voorsprong en had grote invloed op de rest van Europa.

Einde van de middeleeuwen tot de eenwording

Italie Catherina de MediciPhoto: Publiek domein

Eind 15e eeuw trad het verval in en werd Italië een speelbal van de grote Europese mogendheden, waarbij de strijd tussen Habsburg en Valois voornamelijk in Italië werd uitgevochten. In 1494 trok Karel VIII van Frankrijk Italië binnen omdat hij meende aanspraak te kunnen maken op Napels. Per slot van rekening was hij de erfgenaam van het Huis Anjou. Een monsterverbond met o.a. de paus, de keizer, Milaan en Venetië zorgde ervoor dat Karel zich al in 1495 moest terugtrekken uit Italië. De opvolger van Karel, Lodewijk XII, begaf zich in hetzelfde avontuur en maakte naast Napels ook aanspraak op Milaan.

Een politieke kaart van het Italiaanse schiereiland rond 1494Photo: Capmo CC 3.0 Unported no changes made

Deze stad werd in 1499 bezet en Napels werd met behulp van Ferdinand II van Aragón veroverd. In 1505 trokken de Fransen zich echter terug uit deze coalitie waardoor het hele koninkrijk van het Spaanse Aragón werd. De Fransen probeerden het nog een keer, en nu werd Venetië belaagd in 1508. Ook nu werden ze weer gedwongen zich terug te trekken doordat bondgenoten zich tegen de Franse koning keerden (1513). In 1556 kwam Milaan als leen van het Duitse Rijk aan Spanje toe. In Florence kwam de familie De’ Medici aan de macht, hoewel geheel afhankelijk van de Habsburgers. In 1559 erkende Frankrijk de Spaanse bezittingen en invloeden bij de Vrede van Cateau-Cambrésis. Op dat moment bleef alleen de Republiek Venetië nog onafhankelijk.

Naast de grote politieke veranderingen kwam er ook een einde aan de culturele bloeiperiode van de renaissance. Bovendien leidde de Contrareformatie tot een hervorming van de kerk in Europa die ervoor zorgde dat de katholieke kerk niet meer aan de strijd om het wereldlijk gezag deelnam, maar zich concentreerde om steeds meer de religieuze en morele grootmacht in de wereld te worden. Toch bleef de rooms-katholieke kerk een macht van betekenis door verbonden te sluiten met rooms-katholieke mogendheden en machtige kloosterorden als b.v. de jezuïeten.

Economisch ging Italië in die tijd ten gronde door o.a. oorlogen en het verleggen van de wereldhandel naar de kusten van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Door het verval van Duitsland als economisch achterland kreeg Noord-Italië een flinke klap te verwerken. In feite hield alleen de Republiek Venetië zich staande in deze barre economische tijden.

In de 17e eeuw was de politieke opkomst van Savoye een belangrijke ontwikkeling want het zou in de achttiende eeuw in alle opzichten de sterkste staat van Italië worden. Na de Spaanse Successieoorlog kreeg hertog Victor Amadeus Sicilië toegewezen en nam meteen de titel van koning aan. In 1720 verwierf hij Sardinië in ruil voor Sicilië, dat aan Oostenrijk afgestaan werd. Ook in het zuiden van Italië zorgde de Spaanse Successieoorlog voor veranderingen. Oostenrijk kreeg Sardinië en Napels en in 1738 werden deze twee gebieden aan een vertegenwoordiger van het Spaanse Huis Bourbon geschonken. Voorwaarde was wel dat het Zuid-Italiaanse rijk nooit meer aan de Spaanse koning zou toevallen. Milaan was al in 1713 overgegaan in Oostenrijkse handen en de verenigde hertogdommen Parma en Piacenza behoorden sinds 1748 tot het Spaanse Huis Bourbon. Het mag duidelijk zijn dat er in de 18e eeuw van enige Italiaanse politieke of militaire macht, op Toscane na, weinig meer over was. In 1768 werd Corsica, lang Genuees bezit, aan Frankrijk overgedragen. Positief was alleen dat Italië zich op cultureel gebied weer wist te hertstellen, een ontwikkeling die zich in de 19e eeuw ook op staatkundig en maatschappelijk gebied zou voordoen.

Een politieke kaart van Italië begin 1796Photo: Capmo CC 3.0 Unported no changes made

In 1796 trok Napoleon Italië binnen en nam de denkbeelden van de Franse revolutie met zich mee. Staatkundig werd Italië volledig op zijn kop gezet,

Savoye (met Piëmonte) werd bij Frankrijk ingelijfd; in de Povlakte werden de Cis- en de Transpadaanse Republieken verenigd tot de Cisalpijnse Republiek; Genua werd de Ligurische Republiek; de Kerkelijke Staat werd de Romeinse Republiek; Napels (zonder Sicilië) werd de Parthenopeïsche Republiek en Venetië kwam bij Oostenrijk. In 1799 werd de Kerkelijke Staat hersteld en keerde er een Bourbon-koning naar Napels terug. In 1801 werd Toscane het Koninkrijk Etrurië en de Cisalpijnse Republiek tot Italiaanse Republiek gemaakt. In 1805 werd de Italiaanse republiek, uitgebreid met Venetië, tot Koninkrijk Italië onder Napoleon I Bonaparte uitgeroepen; Napels werd in 1806 een Frans vazalkoninkrijk onder Jozef Bonaparte en in 1808 vervangen door Joachim Murat; Genua en Parma werden bij Frankrijk ingelijfd. In 1807 annexeerde Frankrijk ook Etrurië en in 1808 de Kerkelijke Staat.

Een politieke kaart van Italië in 1810Photo: Capmo CC 3.0 Unported no changes made

In 1815 begon ook in Italië de Restauratie en de staatkundige indeling werd toen als volgt: het koninkrijk Sardinië/Genua, Toscane, Modena, Parma en Lucca (in feite Oostenrijkse vazalstaten), het onder directe Oostenrijkse soevereiniteit staande Lombardisch-Venetiaans koninkrijk, de Kerkelijke Staat, het koninkrijk der Beide Siciliën, het vorstendom Monaco en de republiek San Marino. Lucca kwam in 1847 bij Toscane. In al deze staten gingen de teruggekomen of nieuwe machthebbers tot een streng regime van onderdrukking en reactie over. De Franse instellingen werden opgeruimd en het ancien régime werd in volle omvang hersteld. De ontwikkeling die onder invloed van de Franse ideeën en instellingen op gang was gekomen, liet zich echter niet meer tegenhouden. Het verzet tegen de bestaande orde bleef voortduren en kreeg al snel in het liberalisme een ideologische basis. Verdrijving van alle niet-Italiaanse heersers en de vorming van één nationale Italiaanse staat op moderne grondslag werden het gemeenschappelijk ideaal en deze beweging werd het Risorgimento genoemd. In 1820 en 1821 kwam het tot daadwerkelijk verzet van o.a. de Carbonari, een aantal genootschappen die in Italië, maar ook in andere landen, een grote rol speelden in de strijd om de vrijheid.

In 1830 deed de Julirevolutie haar invloed in Italië gelden en alleen met behulp van de Oostenrijkse wapens kon de status-quo hersteld worden.

In 1846 werd de liberale Paus Pius IX gekozen en vele vestigden hun hoop op hem. In het revolutiejaar 1848 werden in Napels, Toscane, Sardinië en de Kerkelijke Staat constituties uitgevaardigd, en in Milaan en Venetië braken revoluties uit, waarop Karel Albert van Sardinië de oorlog aan Oostenrijk verklaarde. De Sardijnen verloren echter bij Custozza in juli 1848 en er werd een wapenstilstand gesloten. De revolutie in Napels was intussen onderdrukt. In de Kerkelijke Staat deden kort daarna de radicalen met succes een greep naar de macht.

Grafmonument van paus Pius IXPhoto: Livioandronico2013 CC 4.0 International no changes made

Pius IX moest vluchten en op 9 februari 1849 werd de Romeinse republiek uitgeroepen. In maart 1849 hervatte Karel Albert de strijd tegen Oostenrijk maar na de nederlaag bij Novara trad hij af voor zijn zoon Victor Emanuel II, die op 9 augustus vrede met Oostenrijk sloot. In april waren intussen de Fransen ten gunste van de paus de aanval op de Romeinse republiek begonnen. Eind augustus 1849 was overal in Italië weer de oude orde hersteld. Overal werden de constituties opgeheven, behalve in Sardinië (met koning Victor Emanuel), waar Cavour op de voorgrond trad, die, zowel gesteund als gedwarsboomd door Garibaldi, bereikte dat op 17 maart 1861 het onafhankelijke koninkrijk Italië kon worden uitgeroepen. Het koninkrijk omvatte geheel Italië, uitgezonderd San Marino en Venetië en het kerngebied van de Kerkelijke Staat. Monaco was door de gebiedsafstand van Sardinië aan Frankrijk in 1860 van het Italiaanse gebied afgescheiden.

De jonge staat en zijn problemen

Italie Victor Emanuel IIIPhoto: Publiek domein

Venetië-Lombardije was door tegenwerking van de Franse keizer Napoleon III in 1859 niet door Oostenrijk afgestaan, en in Rome namen Franse troepen paus Pius IX in bescherming, die geen afstand wilde doen van het wereldlijk gezag over de Kerkelijke Staat. De Italianen kregen Venetië in handen door zich in 1866 met Pruisen te verbinden tegen Oostenrijk, ook al leden de Italiaanse troepen in deze oorlog een nederlaag.

Na het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog in 1870 trok Napoleon III zijn troepen uit Rome terug, zodat met de inlijving van de hoofdstad in september 1870 de territoriale eenheid kon worden voltooid. Pius IX weigerde in het verlies van zijn gebied te berusten en ook hierna bleef de verhouding met de Italiaanse regering moeilijk. Pas in 1929 kwam een concordaat tot stand, waarbij het koninkrijk Italië en de pauselijke soevereiniteit over Vaticaanstad werden erkend. Rond die tijd kreeg Italië een tweekamerstelsel met een door de koning benoemde Senaat en een gekozen Kamer. De eerste tientallen jaren werd het gezag van de regering ondermijnd door de twisten tussen de politieke partijen – de liberalen en de radicalen – en persoonlijke schandalen van politici. De belangrijkste politieke figuren in deze tijd waren Agostino Depretis en Francesco Crispi.

Het financiële beleid van de diverse regeringen pakten slecht uit waardor de economische toestand beroerd was. In het noorden kwam de industrie tot ontwikkeling, maar de sociale toestanden waren verschrikkelijk; het grootgrondbezit in het zuiden zorgde voor een diepe kloof tussen het arme deel van de bevolking en de rijken. Het was dan ook niet vreemd dat vele Italianen emigreerden, met name naar de Verenigde Staten. Deze situatie was een perfecte voedingsbodem voor het opbloeiende socialisme en anarchisme. Koning Umberto I, die zijn in 1878 overleden vader Victor Emanuel II was opgevolgd, werd in 1900 door een anarchist vermoord, waarna Victor Emanuel III de troon besteeg.

Standbeeld van Umberto I, koning van ItaliëPhoto: Nicola Prinetti CC 1.0 no changes made

In dit tijdperk verwierf Italië ook zijn weinig tot de verbeelding sprekende koloniale bezittingen: Eritrea (1882–1890), Italiaans Somaliland (1899–1905) en na een oorlog tegen Turkije, die het land tevens de Dodekánesos opleverde, Libië. Een poging Abessinië (Ethiopië) te onderwerpen, eindigde in een beschamende nederlaag bij Adoea in 1896. De verhouding tot Frankrijk was de eerste tijd niet erg hartelijk en men zocht aansluiting bij Oostenrijk en Duitsland. In 1882 sloot men met deze landen het zogenaamde Drievoudig Verbond. Nationalistische Italianen waren echter niet tevreden met de bereikte grenzen en maakten aanspraak op enkele ten dele door Italianen bewoonde gebieden: het Franse Nizza (Nice) en Savoye, Trente, Istrië met de stad Triëst en Fiume, het huidige Rijeka. Dit streven werd het"Italia irredenta" genoemd. (irredentisme is het streven naar annexatie van gebieden die onder de soevereiniteit van een buurland staan, maar bewoond worden door een bevolking die nauw aan de eigen volksgemeenschap verwant is).

Koloniën van ItaliëPhoto: Barjimoa CC 4.0 Internationa no changes made

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak bleef Italië in eerste instantie neutraal, omdat het Drievoudig Verbond met Duitsland en Oostenrijk een defensief karakter had. Nationalisten, irredentisten en republikeinen wilden echter liever samenwerken met Engeland en Frankrijk. Nadat de geallieerden bij het verdrag van Londen royale gebiedsuitbreiding hadden toegezegd, verklaarde Italië in mei 1915 de oorlog aan Oostenrijk en in augustus 1916 ook aan Duitsland. Militaire successen waren er eigenlijk niet te melden, maar bij de vrede van Versailles werd Italië beloond met Istrië en Triëst, Zara (Zadar) in Dalmatië en heel Zuid-Tirol dat vanaf die tijd een twistpunt tussen Italië en Oostenrijk zou blijven. Fiume, dat aanvankelijk tot vrijstaat was verklaard, werd in 1919–1920 eigenmachtig door de dichter Gabriele d'Annunzio voor Italië bezet.

Het fascisme en Mussolini

Italie MussoliniPhoto: Publiek domein

Het einde van de oorlog bracht, net als elders in Europa, ook Italië aan de rand van de afgrond door een zwakke liberale regering en slechte economische omstandigheden. Daardoor groeide de ontevredenheid en braken er stakingen en ongeregeldheden uit en communistische arbeiders bezetten een aantal fabrieken. De communisten kwamen in botsing met de in 1919 opgerichte fascistische beweging van Benito Mussolini. In oktober 1922 organiseerden de fascisten een mars naar Rome, waarna Mussolini door koning Victor Emanuel tot minister-president benoemd werd. Mussolini stond aanvankelijk aan het hoofd van een coalitiekabinet, maar eind 1924 schakelde hij de oppositie uit en sindsdien regeerde hij als een echte dictator.

Het bestuur van de fascistische partij, de Grote Fascistische Raad, kreeg verstrekkende bevoegdheden, maar kwam zelden of nooit bijeen. Op de samenstelling van de Raad had Mussolini, die zich"duce" (= aanvoerder) liet noemen, grote invloed. Het gezag werd zo van boven af opgelegd, zowel op economisch als op maatschappelijk gebied.

Mussolini wilde van Italië een grote mogendheid maken en viel daarom in 1935 Abessinië (Ethiopië) binnen, dat in mei 1936 bij het Italiaanse koloniale rijk werd gevoegd. De Volkenbond legde als straf wel wat economische sancties op, maar die stelden weinig voor. In de Spaanse Burgeroorlog koos Mussolini de kant van de opstandige generaal Franco en met het in 1933 in Duitsland aan de macht gekomen geestverwante bewind van Adolf Hitler was de verhouding aanvankelijk koel, soms zelfs gespannen, vanwege de Duitse aspiraties inzake Oostenrijk. Als gevolg van de oorlog in Abessinië ontstond er echter toenadering en in oktober 1936 werd er een samenwerkingsverdrag gesloten, de"As Rome-Berlijn". Voorjaar 1939 werd Albanië door Italië bezet en ingelijfd. Mussolini wendde zijn invloed aan om de Britten en Fransen tijdens de Conferentie van München in 1938 te doen berusten in de Duitse eisen tegen Tsjecho-Slowakije, maar toen de Duitsers op 1 september 1939 ook Polen binnenvielen, haalde zijn bemiddeling niets uit. Op 10 juni 1940, toen het Franse leger al was verslagen, verklaarde Italië de oorlog aan Groot-Brittannië en Frankrijk in de hoop de aanspraken op Nice, Corsica en Tunesië te kunnen verwerkelijken. In de oorlog zelf bleek het Italiaanse leger weer van bedenkelijk kwaliteit en de eind 1940 begonnen oorlog tegen Griekenland kon alleen dankzij de Duitse hulp in april 1941 worden beslecht. In Oost-Afrika waren de Italianen niet opgewassen tegen de Britten en de hoofdstad van Ethiopië, Addis Abeba, viel 6 april 1941. In Libië werden de Italianen nog geholpen door de Duitse veldmaarschalk Rommel, maar de Britten behaalden onder Montgomery na de Slag bij El Alamein in oktober 1942 ook hier de overwinning. Op 10 juli 1943 landden de geallieerden, samen met de Verenigde Staten, op Sicilië en op 25 juli werd Mussolini door de Grote Fascistische Raad afgezet. Zijn opvolger, maarschalk Badoglio, sloot op 3 september een wapenstilstand met de geallieerden en verklaarde op 13 oktober 1943 de oorlog aan Duitsland.

Gedenkplaten op de geboorteplaats van Pietro BadoglioPhoto: Frukko CC 3.0 Unported no changes made

Op 8 september 1943 landden de geallieerden bij Salerno. De strijd om Italië werd geheel overgenomen door de Duitsers, die langzaam naar het noorden werden teruggedrongen, waarna op 4 juni 1944 Rome werd bevrijd. In Noord-Italië riep Mussolini, die op 12 sept. 1943 door de Duitsers uit gevangenschap was bevrijd, de Italiaanse Sociale Republiek uit, waarin hij terugkeerde tot de extreem socialistische politiek uit zijn jonge jaren. Op 29 april 1945 capituleerden de Duitse legers; Mussolini was al een dag eerder gevlucht maar werd door verzetsstrijders in de kraag gegrepen en vermoord. Italië bleef officieel tot 1 januari 1947 door de geallieerden bezet gebied. Bij de op 10 februari 1947 bekrachtigde vrede verloor het land zijn koloniën en moest het Dalmatië, Fiume, Istrië en een deel van de provincie Venetië aan Joegoslavië afstaan en Griekenland kreeg de Dodekánesos. De zone van Triëst, die onder internationaal beheer was gesteld, keerde op 25 oktober 1954 voor het grootste deel naar Italië terug en met Joegoslavië werd hierover in 1976 een definitief akkoord bereikt.

De Italiaanse republiek

Italie De GasperiPhoto: Publiek domein

Na de oorlog was weer de grote vraag, zou Italië een monarchie of een republiek moeten worden. Victor Emanuel III, die door zijn positieve houding ten opzichte van het fascisme was gecompromitteerd, probeerde de troon nog te redden door op 10 mei 1946 afstand te doen ten behoeve van zijn zoon Umberto II, maar de Italianen spraken zich in een referendum op 2 juni 1946 met 12 tegen 10 miljoen stemmen uit voor de republiek. Op dezelfde dag werd een grondwettelijke vergadering gekozen, waarin links en rechts ongeveer evenveel zetels kregen. De christen-democraat De Gasperi, die in december 1945 een regering met socialisten en communisten (PCI) had gevormd, bleef premier.

In mei 1947 traden de linkse partijen uit de regering en de communisten onder Togliatti en de links-socialisten onder Nenni (PSI) verenigden zich tot een Volksfront, dat met steun van de vakbonden door stakingen en ongeregeldheden de regering aan het wankelen bracht. De parlementsverkiezingen van april 1948 leverden mede dankzij de houding van het Vaticaan en de Verenigde Staten de absolute meerderheid op voor de Democrazia Cristiana (DC), waardoor het voortbestaan van een democratisch en nauw met het Westen verbonden bewind was verzekerd en aansluiting bij de NAVO en de Europese Gemeenschap gerealiseerd kon worden.

Bij de verkiezingen van 1953 verloor de Democrazia Cristiana haar absolute meerderheid en was aangewezen op steun van coalitiepartners, zowel ter rechter- als ter linkerzijde. Dit ging uiteraard ten koste van de politieke stabiliteit en leidde tot elkaar snel afwisselende kabinetten die geleid werden door rechtse en linkse christen-democraten. De verkiezingen van 1958 brachten winst voor de christen-democraten en de Nenni-socialisten (genoemd naar partijvoorzitter Pietro Nenni, partijvoorzitter van de socialistische partij), maar in de verwarrende toestand bracht dit geen verandering.

Wisselende coalities

Italie Aldo MoroPhoto: Publiek domein

De verkiezingen van 1963 brachten wat meer duidelijkheid. De christen-democraten verloren flink terwijl de communisten meer dan een kwart van de stemmen wonnen. De christen-democraten waren nu wel genoodzaakt om een opening naar links te maken om de communisten uit de regering te houden. Dit werd mogelijk nadat de Nenni-socialisten hun banden met de communisten definitief verbraken.

In 1963 lukte het de partijsecretaris van de christen-democraten, Aldo Moro, om een coalitieregering te vormen tussen de christen-democraten, de sociaal-democraten, de Nenni-socialisten en de republikeinen. Deze coalitie bleef tot de verkiezingen van mei 1968 aan de macht, maar kreeg geen vervolg omdat de socialisten zeer veel stemmen verloren aan de communisten en de oppositie ingingen. Er zat niets anders op dan een minderheidskabinet te vormen dat echter al in november van dat jaar aftrad.

Er volgde weer een kabinet van christen-democraten, republikeinen en socialisten onder Rumor die na een scheuring in de socialistische partij in juli 1969 tot de val van het kabinet leidde.

Hierna volgden nog een democratische minderheidsregering en een centrum-linkse coalitie onder opnieuw Rumor, die al na enkele maanden ten val kwam.

Zijn opvolger en partijgenoot Colombo had te kampen met grote sociale onrust, groeiend extremisme en terrorisme en werd in januari 1972 door de voortdurende onenigheid tussen de coalitiepartners tot aftreden gedwongen. De premier van een interimkabinet, Giulio Andreotti, besloot tot vervroegde verkiezingen en er kwam een regering van christen-democraten, sociaal-democraten en (conservatieve) liberalen o.l.v. Andreotti tot stand in juni 1972.

Giulio Andreotti begroet de voorzitter van Italiaanse parlementkamerpresident Sandro PertiniPhoto: Dati.camera.it CC 4.0 International no changes made

In juli 1973 werd de centrum-linkse coalitie onder Rumor hersteld. Na een tweetal kabinetscrises te hebben doorstaan, moest Rumors regering in november 1974 plaats maken voor een kabinet-Moro, samengesteld uit christen-democraten en republikeinen.

In juni 1975 kregen de communisten bij de parlementsverkiezingen bijna 39% van de stemmen als gevolg de vele corruptieschandalen bij de andere partijen. Internationale ontspanning tussen oost en west zorgde ervoor dat de communisten weer in de picture kwamen bij andere partijen. Op dat moment was het echter onmogelijk om nog coalities te vormen tussen de verschillende partijen en in juli 1976 werd Andreotti gedwongen om een minderheidsregering te vormen die gedoogd werd door alle partijen. De communisten bleven echter streven naar regeringsverantwoordelijkheid.

Begin 1978 werd Andreotti tot aftreden gedwongen waarna de crisis opgelost werd door Aldo Moro. Hij zorgde ervoor dat de communisten wel in feite zou meeregeren, maar formeel niet aan de regering zou deelnemen en er ontstond zowaar een katholiek-communistische samenwerkingsvorm. Hier kwam op 10 maart 1978 echter snel een einde aan na de ontvoering en moord op Aldo Moro door de linkse terroristische organisatie Rode Brigades (Brigate Rosse). De katholiek-communistische samenwerking duurde daarna nog tot januari 1979, toen de regering tot aftreden gedwongen werd.

Het werd de communisten steeds duidelijker dat ze door hun meegaande houding van de laatste jaren steeds meer stemmen kostte. In juni 1979 werden er opnieuw vervroegde verkiezingen gehouden waarbij de communisten 4% verlies leden. Er volgden twee kabinetten onder Cossiga en Forlani, met wisselende combinaties tussen christen-democraten, republikeinen, liberalen, sociaal–democraten en sinds 1980 de socialisten.

Deze partijen werden uiteindelijk verenigd in de"pentapartito", een vijfpartijencoalitie. In 1981 moest de christen-democratische partij onder invloed van een schandaal rond de vrijmetselaarsloge P2 het premierschap afstaan.

Afnemende invloed christen-democraten

In juli 1981 kwam de eerste niet-christen-democratische regeringsleider van het republikeinse Italië aan de macht, Spadolini. Hij zou in totaal tot november 1982 de regering aanvoeren. In juli 1983 kwam Bettino Craxi aan de macht en zijn regering zou de langstzittende in de naoorlogse parlementaire geschiedenis worden van juli 1983 tot maart 1987. Na de vervroegde verkiezingen van 1987 bleef de situatie in feite hetzelfde en werd de bestaande regeringssamenwerking voortgezet. Tot en met juni 1992 volgden vier kabinetten elkaar in snel tempo op.

Corruptie en maffia

Italie Structuur MaffiaPhoto: Publiek domein

De nieuwe regering van Giuliano Amato trad in juni 1992 aan maar moest vanwege corruptiepraktijken in april 1993 alweer aftreden. Bekende politici die betrokken waren bij de vuile praktijken waren o.a. de socialistische leider Bettino Craxi en de minister van justitie Carlo Tognoli, die allemaal moesten aftreden. Positief was in deze periode dat de maffia steeds harder werd aangepakt en met succes.

Zo werden de leiders van de Napolitaanse Camorra en de chef van een belangrijke groep Siciliaanse maffia-clans gearresteerd, respectievelijk Carmine Alfieri en Salvatore Riina. De laatste werd tot levenslang veroordeeld.

Eind september 1995 begon het proces tegen de oud-premier Andreotti, die er ook van beschuldigd werd banden met de maffia te hebben. Ondertussen had het volk in een referendum in 1993 al besloten om het kiesstelsel te veranderen om daarmee de corruptie terug te dringen.

Het politiek spectrum werd uitgebreid met de partij van mediamagnaat Silvio Berlusconi, Forza Italia, en de beweging Lega Nord, die afscheiding van het welvarende noorden nastreefde. Berlusconi behaalde bij de verkiezingen van maart 1994 een grote overwinning, maar diende eind 1994 alweer het ontslag van zijn regering in. Hij werd steeds vaker in verband gebracht met corruptie- en omkopingspraktijken en wilde geen scheiding aanbrengen tussen zijn zakelijke en politieke bezigheden. Ook liepen er verschillende processen tegen hemzelf en zijn zakenimperium Fininvest.

De beweging Lega Nord deed in 1996 van zich spreken toen hun leider Bossi de onafhankelijke staat"Padania" uitriep, een actie die uiteraard niet serieus genomen kon worden. Na enkele grote nederlagen bij tussentijdse verkiezingen krabbelde Bossi terug en liet weten zich niet eenzijdig te willen afscheiden.

In 1998 werd Berlusconi aangeklaagd en veroordeeld tot gevangenisstraffen maar door de lange beroepsprocedures en de parlementaire onschendbaarheid is er van daadwerkelijk gevangen zitten tot nu toe nog geen sprake.

In juni 1998 werden er twaalf politici veroordeeld en gevangengezet, waaronder voormalig premier Arnaldo Forlani en Lega Nord-leider Umberto Bossi.

Centrum-linkse kabinetten

Italië ProdiPhoto: Roosewelt Pinheiro/ABr CC 3.0 Brazil no changes made

Economisch zat Italië rond die tijd volop in de problemen. De regering Dini, die een succesvol bezuinigingsbeleid inzette, werd in mei 1996 opgevolgd door een centrum-linkse coalitieregering, de zogenaamde Olijf-coalitie, o.l.v. de progressieve christen-democraat Prodi. Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis kwam er een centrum-linkse regering aan de macht.

Hij zette meteen hoog in door met vergaande voorstellen te komen voor staatkundige hervorming en een begrotingshervorming. Hij streefde verder naar een snelle toetreding tot de Europese Monetaire Unie (EMU) door middel van ingrijpende bezuinigingsplannen en saneringsvoorstellen. Dit laatste lukte en per 1 januari 1999 mocht Italië toetreden tot de EMU.

De staatkundige hervormingen kwamen niet van de grond door onenigheid binnen de speciale parlementaire commissie waarin zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden waren vertegenwoordigd.

Prodi voerde een minderheidsregering aan maar werd regelmatig in de steek gelaten door de radicale communistische PRC, en bleef zelfs vaak dankzij de oppositie in het zadel. In oktober 1998 werd de regering alsnog door het parlement naar huis gestuurd toen de PRC de nieuwe begrotingsvoorstellen afwees.

Italië Massimo D'AlemaPhoto: WeEnterWinter CC 3.0 Unported no changes made

Prodi werd opgevolgd door PDS-leider Massimo d’Alema die een regeerakkoord sloot met o.a. de oude Olijf-coalitie. De lijn Prodi werd voorgezet maar al snel ontstond er verdeeldheid binnen de coalitie over de te volgen koers. In maart 1999 werd Prodi benoemd tot voorzitter van de Europese Commissie. Hij bleef zich echter bemoeien met de Italiaanse politiek en deed in oktober 1999 D’Alema een voorstel om weer te gaan samenwerken.

De centrum-rechtse UDR van Cossiga zou dan geloosd worden en door de regeringsdeelname van de Democraten zou een stabielere coalitie kunnen ontstaan. D’Alema wilde wel maar durfde het risico op een vertrouwensstemming in het parlement niet aan. In december diende D’Alema alsnog zijn ontslag in en vormde een nieuw kabinet (met de Democraten en zonder de UDR), dat op 23 december het vertrouwen van het parlement kreeg.

21e eeuw

Tussentijdse regionale verkiezingen in april 2000 leverden een grote overwinning voor de rechtse partijen op waardoor de positie van D’Alema verder verzwakte. Hij bood wederom het ontslag van zijn regering aan en op 26 april kreeg Giulio Amato het verzoek een nieuwe regering samen te stellen die zou steunen op dezelfde coalitie. Op 28 april kreeg deze coalitie de goedkeuring van het parlement.

Amato maakte naam door in 2000 rigoureuze privatiseringen door te voeren, o.a. van luchtvaartmaatschappij Alitalia, Telecom Italia en de Banca Commerciale Italiana. De verdeeldheid binnen de centrum-linkse coalitie bleef echter voortbestaan en nieuwe parlementaire verkiezingen werden op 13 mei 2001 gehouden. Deze verkiezingen werden glorieus gewonnen door de Vrijheidsalliantie van Silvio Berlusconi en verloren door de Olijf-coalitie van Francesco Rutelli. Op 11 juni 2001 werd Berlusconi beëdigd als premier en vice-premier werd de postfascist Gianfranco Fini. Ook de leider van protestpartij Lega Nord, Umberto Bossi, kreeg een ministerspost.

Eind december 2002 keerde prins Vittorio Emanuele na 56 jaar ballingschap terug in Italië. De Italiaanse regering gaf de zoon van de laatste koning al in november toestemming voet op Italiaanse bodem te zetten. De leden van het Huis van Savoie leefden de laatste jaren in Zwitserland en hebben vaak voor het Hof van Straatsburg geprobeerd toestemming voor terugkeer te krijgen, op grond van mensenrechten. De familie werd in 1946 verbannen omdat Vittorio's vader had samengewerkt met het fascistische regime.

De begin april 2006 gehouden parlementsverkiezingen werden gewonnen door Romani Prodi. Een poging van de zittende regering-Berlusconi om hertelling van ongeldig verklaarde stemmen af te dwingen leed schipbreuk. Het Hof van Cassatie bepaalde dat bij de verkiezingen geen onregelmatigheden waren geconstateerd die van invloed op het resultaat waren. Prodi won de verkiezingen uiteindelijk met een nipte meerderheid van 25.224 stemmen (op een totaal van ruim 38 miljoen opgekomen kiezers).

De overwinning leverde dankzij een bonusregeling voor de centrumlinkse coalitie een redelijk comfortabele meerderheid van 64 zetels in het Huis van Afgevaardigden op. Bij de Senaat had Prodi slechts twee zetels meer dan centrum-rechts. Uiteindelijk viel de regering op 24.1.2008 nadat de kleine partij Udeur (3 zetels in de Senaat) onder leiding van minister Mastella zijn steun introk. Hiermee kon de regering niet meer op een meerderheid in de Senaat terugvallen en moest Prodi zijn ontslag aanbieden aan president Napolitano.

President Napolitano besloot, na een mislukte poging tot het formeren van een interim-regering, verkiezingen uit te schrijven voor april 2008.

Italie BerlusconiPhoto: Ricardo Stuckert/PR CC 3.0 Brazil no changes made

Na deze val van de regering Prodi wordt het rechtse blok nog steeds aangevoerd door Silvio Berlusconi.

Het linkse blok wordt geleid door Walter Veltroni, ex-burgemeester van Rome, en partijleider van de onlangs opgezette Partito Democratico (PD). Een echte partij links van het midden, welke Ulivo dient te vervangen. De consituerende delen van de PD (onder andere ook de grootste als DS en Margherita) hebben zich vastgelegd in een opgaan in de nieuwe PD.

Aan centrumrechtse zijde is er ook een nieuwe grote partij ontstaan, waarin onder andere Forza Italia en Alleanza Nazionale zijn opgegaan. Onder leiding van Silvio Berlusconi nam Il Popolo della Libertà het in de parlementsverkiezingen van 2008 op tegen Veltroni's PD. Deze verkiezingen won Berlusconi met een ruime voorsprong op Veltroni. Hij is nu voor de derde keer de nieuwe minister-president van Italië. In november 2008 raakt Italië in recessie door de kredietcrisis. In april 2009 is er een grote aardbeving in de Abruzzen. In maart 2010 wint Berlusconi de regionale verkiezingen ruim.

Italie Georgio NapolitanoPhoto: Roberto Ferrari CC 2.0 Generic no changes made

In de jaren 2011 en 2012 zakt Italië steeds dieper weg economisch gezien. Er lopen diverse rechtszaken wegens corruptie tegen Berlusconi Wanneer hij uiteindelijk veroordeeld word in december 2012 trekt zijn partij de stekker uit de coalitieregering onder leiding van de technocraat Mario Monti. Giorgio Napolitano besloot nadat de verkiezing van een nieuwe president in april 2013 in een impasse eindigde, zich herverkiesbaar te stellen. Zijn herverkiezing werd door een absolute meerderheid bekrachtigd. Enrico Letta treedt aan als premier van een coalitie.

In december 2013 wordt de burgemeester van Florence Matteo Renzi de nieuwe sterke man van de centrum linkse partij. In februari 2014 ruimt Letta het veld voor Renzi, die stelt dat hij Italië uit het economische dal zal helpen. In januari 2015 neemt Giorgio Napolitano ontslag, Sergio Mattarella volgt hem op. In 2015 en 2016 komen veel vluchtelingen aan in Zuid-Italië. In november 2016 treedt Renzi af nadat zijn constitutionele hervormingen zijn weggestemd bij een referendum. Hij wordt opgevolgd door coalitiegenoot Paolo Gentiloni. In oktober 2017 stemmen inwoners van het rijke Veneto en Lombardije voor meer autonomie tijdens een niet-bindend referendum.

Italie Giuseppe ContePhoto: Presidenza del Consiglio dei Ministri CC 3.0 Unported no changes made

Giuseppe Conte werd in juni 2018 beëdigd als premier van de eerste populistische regering van West-Europa, die als doel had belastingen te verlagen, sociale uitgaven te stimuleren en de regels van de Europese Unie inzake begrotingen en immigratie te herzien. Conte, een professor in de rechten, was de keuze van de extreemrechtse Liga en de radicale 5-sterrenbeweging, die een regeringscoalitie vormden en een einde maakten aan drie maanden van politieke impasse na onduidelijke verkiezingen.

In augustus 2019 trok Liga leider Matteo Salvini zich terug uit de regering in de hoop vervroegde verkiezingen te veroorzaken en de positie van zijn partij in het parlement te versterken, maar de vijfsterrenbeweging en de centrumlinkse Democratische Partij hebben dit plan gefrustreerd door een nieuwe coalitie te sluiten zonder de Liga, waarbij Giuseppe Conte zijn positie als premier behoudt. In 2020 werd Italië zwaar getroffen door Corona met verwoestende gevolgen voor de toch al zwakke economie.

Mario Draghi, ItaliePhoto: World Economic Forum CC 2.0 Generic no changes made

Conte treedt in januari 2021 af en wordt in februari opgevolgd door de partijloze voormalig president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, die een kabinet van nationale eenheid zal leiden met veel technocraten in zijn kabinet. Zijn voornaamste taak blijft leidinggeven aan de bestrijding van de pandemie.

Bevolking

De bevolking van Italië is ontstaan uit de samensmelting van diverse volken en heeft o.a. Etruskische, Gallische, Italische, Punische en Germaanse elementen. Eind 19de en begin 20ste eeuw leidde de snelle groei van de Italiaanse bevolking tot een grote emigratiegolf. De Noord-Italianen trokken vooral naar Midden- en West-Europa, de Midden- en Zuid-Italianen vertrokken naar de Verenigde Staten, Brazilië en (vooral) Argentinië. Vele emigranten keerden echter na een aantal jaren naar hun geboorteland terug. In de jaren dertig is de emigratie verminderd. Na de Tweede Wereldoorlog nam zij weer toe, zij het in aanzienlijk mindere mate. Sinds 1983 echter overtreft de immigratie de emigratie. Tussen 1860 en 1973 emigreerden 26 miljoen Italianen naar andere landen, met name naar Noord- en Zuid-Amerika.

Bekende Italianen door de eeuwen heenPhoto: 115ash CC 4.0 International no changes made

De illegale immigratie via Zuid-Italiaanse havens en stranden, onder meer uit Albanië en Turkije, is nog steeds aanzienlijk. In april 2000 hebben de Italiaanse en de Albanese regering een akkoord gesloten over de jaarlijkse toelating van 5000 Albanezen in Italië.

Naast de emigratie heeft er ten tijde van de onstuimige economische groei na de Tweede Wereldoorlog ook een omvangrijke binnenlandse migratie plaatsgevonden; een deel van de plattelandsbevolking, m.n. in het zuiden, is weggetrokken naar vooral de industriegebieden van Turijn, Genua en Milaan in het noorden. Ook naar Napels en Rome trokken honderdduizenden migranten.

Het aantal inwoners van Italië bedraagt in 2017 62.137.1802 miljoen. De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 206 inwoners per km2.

Bevolkingsdichtheid Italië per provincie (2020)Photo: Nerdy.maps CC 4.0 International no changes made

Ontwikkeling bevolking

De gebieden rondom de grote steden bezitten de hoogste bevolkingsdichtheid. Ca. 69% van de bevolking woont in verstedelijkte gebieden.

Aantal inwoners in de grootste steden (2017):

In Lombardije, Campanie en Lazio wonen grote delen van de bevolking Molise en Valle d'Aosta herbergen daarentegen een veel kleiner deel van de bevolking.

Tot in de jaren zeventig had Italië een sterke natuurlijke bevolkingsgroei. In de periode van 1986 tot 1988 bedroeg het geboortecijfer gemiddeld 9,9 promille en het sterftecijfer 9,4 promille, zodat er een natuurlijke bevolkingsgroei van 0,5 op de 1000 inwoners was. In de periode 1990 tot 1995 is de Italiaanse bevolking met 0,1 procent per jaar gegroeid. De natuurlijke bevolkingsgroei in de periode 1998 tot 2015 bedraagt 0,3% per jaar. In 2017 was de bevolkingsgroei 0,17%

In het arme agrarische zuiden is het geboortecijfer veel hoger dan in het welvarende industriële noorden. Hier laat de bevolking zich ook veel meer beïnvloeden door de denkbeelden van de rooms-katholieke kerk.

De bevolking wordt ook steeds ouder; in 2017 was nog maar 13,6% jonger dan 15 jaar; 21,5 van de bevolking was ouder dan 65 jaar.

De levensverwachting bij geboorte bedroeg in 2017 79,6 jaar voor mannen en 85,1 jaar voor vrouwen.

Leeftijdsopbouw bevolking (2017):

Oudere Sardijnse manPhoto: Jean Bajean CC Alike 2.5 Generic no changes made

Taal

Algemeen

Het Italiaans is de officiële landstaal maar in de provincie Bolzano (Zuid-Tirol) spreekt men Duits (ca. 200.000 personen), in enkele dalen van Piemonte en Valle d'Aosta wordt veel Frans gesproken (ca. 100.000 personen); in de dalen van de Dolomieten en in de regione Friuli-Venezia Giulia spreekt men Raetoromaans. In de regio Basilicata, in Zuid-Italië, spreekt een deel van de bevolking zelfs Albanees.Het Italiaans wordt ook gesproken in het Zwitserse kanton Ticino (Tessin), in vier bergdalen in het Zwitserse Graubünden, in de Republiek San Marino en in Vaticaanstad. Italiaanse dialecten vindt men verder op (het Franse) Corsica, aan de Côte d'Azur tot en met Nice (Nizza), in Monaco en in de stadskernen van Istrië en nog verspreid in het Joegoslavische Dalmatië. Buiten Italië zijn er in Europa ruim 1 miljoen Italiaans-sprekenden en in Afrika en Noord- en Zuid-Amerika samen ruim 10 miljoen.

Vlag van de Italiaanse taal: met de Italiaanse vlag en van boven naar beneden de wapens van Zwitserland, San Marino en VaticaanstadPhoto: Enrinipo CC 3.0 Unported no changes made

Beschaafd Italiaans

Overzicht Romaanse talenPhoto: Koryakov Yuri CC 3.0 Unported no changes made

De Italiaanse taal is een Romaanse taal en een directe voortzetting en ontwikkeling van het (vulgair) Latijn.

De vraag of het beschaafde Italiaans gebaseerd moest zijn op het Florentijnse dialect of ook elementen van andere dialecten moest bevatten, heeft tot vele en langdurige (tot in de 18de eeuw voortgezette) discussies en controversen aanleiding gegeven: de zogenaamde"questione della lingua". Als norm geldt op dit moment de taal van de beschaafde kringen in de Toscaanse steden en die van Rome.

Enkele Italiaanse woorden en uitdrukkingen:

Dialecten

De Italiaanse dialecten traden, vergeleken met die van andere Romaanse talen als het Frans en het Spaans, betrekkelijk laat als geschreven taal op. Het Latijn handhaafde zich hier als ambtelijke en geleerde taal veel langer dan daar: volop tot begin 17de, sporadisch zelfs nog tot eind 18de eeuw.

De eerste pogingen tot het scheppen van een geschreven landstaal begonnen met de Siciliaanse dichterschool (eerste helft 13de eeuw), iets later volgden het noorden en Toscane. Door historische en geografische oorzaken, maar vooral door Dante, gevolgd door Petrarca en Boccaccio, heeft het Toscaans, speciaal het Florentijnse idioom daarvan, in de 14de eeuw over alle andere dialecten gezegevierd.

Door de typische vorm van het land, met zijn vele geïsoleerde gebieden, maar ook door de vroegere staatkundige verdeeldheid zijn er ca. 1500 dialecten ontstaan. Slechts twee procent van de Italianen zou niet in staat zijn een of ander dialect te spreken.

Verdeling (in percentage) van huidige sprekers van regionale talen (met familie) in de verschillende regio's van Italië.Photo: Davius in het publieke domein

De Italiaanse dialecten onderscheidt men over het algemeen in:

Een Midden- en Zuid-Italiaanse groep, inclusief Sicilië, welke geheel tot Oost-Romania wordt gerekend en als noordelijke grens een lijn heeft van oostelijk van Rome naar Ancona.

Een Toscaanse groep, met als noordelijke grens de boog van de Apennijnen (Spezia û Rimini), waartoe ook de meeste Corsische tongvallen behoren;

Een Boven-Italiaanse groep, nl. Piemonte, Lombardije (inclusief Ticino), Ligurië, Emilia-Romagna, de zogenaamde Gallo-Italische dialecten, te rekenen tot West-Romania alsmede de drie Venetiën.

Taalhistorisch geldt het Sardisch als zelfstandige Romaanse taal, terwijl de taal van Friuli en het Centraal-Ladinisch tot het Raetoromaans worden gerekend; de Val d'Aosta is Franco-Provencaals.

De naam"italia" kwam voor het eerst voor bij een volksstam in Calabrië, die zich"Vitaloi" noemde. Deze naam vergriekste tot"Italoi" en in 42 v.Chr. gaf de Romein Octavianus het gehele gebied de officiële naam"Italia".

Godsdienst

Dom van Milaan, gezien vanaf het Piazza del DuomoPhoto: Jiuguang Wang CC 3.0 Unported no changes made

Ruim 85% van de bevolking behoort officieel tot de rooms-katholieke Kerk. Tot 1984 gold het rooms-katholicisme als de staatsgodsdienst, vastgelegd in de verdragen van Lateranen uit 1929. Het verdrag werd gesloten tussen de Italiaanse leider Benito Mussolini en paus Pius XI. Dat betekende ook dat de rooms-katholieke Kerk op allerlei gebieden voorrechten kreeg boven de andere godsdiensten.

Op 12 februari 1984 ondertekenden de Italiaanse overheid en het Vaticaan een concordaat waarin de principes van het verdrag van Lateranen werden losgelaten en het afgelopen was met de privileges van de rooms-katholieke Kerk.

De rooms-katholieke Kerk is ingedeeld in ca. 300 gebieden, namelijk bijzondere ressorten als vrije prelaturen, abdijen onder een abt of abbas nullius, aartsbisdommen en bisdommen, waarvan een deel rechtstreeks onder de Heilige Stoel valt.

Er zijn verder nog ca. 500.000 protestanten en orthodoxen en ca. 35.000 joden. De belangrijkste protestantse kerk is de Waldenzische Kerk (Italiaans: Chiesa Valdese) die pas sinds 1947 bij wet erkend werd.

Waldenzenkerk op Piazza Cavour, in de wijk Borgo in RomePhoto: Scalleja CC 2.0 Generic no changes made

Andere protestantse kerken zijn lutheranen van de Duits-sprekende gemeenschappen in het noordoosten, methodisten en baptisten. Samen vormen ze de Bond van Protestantse Kerken.

De Unie van Italiaanse Joodse Gemeenten omvat 22 joodse gemeenten. Verder is er nog een kleine moslimgemeenschap in het zuiden van Italië en in de grote steden in het noorden. De meeste moslims (ca. 300.000) komen oorspronkelijk uit Noord-Afrika.

Masjid van Rome is de grootste moskee in de westerse wereldPhoto: Tykeoutdoljoklp CC 4.0 International no changes made

Samenleving

Staatsinrichting

Parlement van Italië is gevestigd in het Palazzo MontecitorioPhoto: Manfred Heyde CC 3.0 Unported no changes made

Het Italiaanse parlement bestaat uit een Kamer van Afgevaardigden (Camera dei Deputati) met 630 leden en een Senaat (Senato) met 315 leden. In theorie kunnen de Italianen iedere vijf jaar naar de stembus gaan om de vertegenwoordigers van het parlement en van de gewestelijke raden te kiezen. In de praktijk vinden er in Italië vaak vervroegde verkiezingen plaats.

De president heeft een ambtsperiode van zeven jaar en wordt gekozen door een verenigde zitting van de twee kamers aangevuld met drie vertegenwoordigers van elke regionale raad. De president heeft het recht om het parlement te ontbinden, de ministers-presidenten te benoemen en mag ook een wetsontwerp vast houden om in beraad te nemen. Na het beëindigen van zijn ambtsperiode wordt hij automatisch lid van de Senaat voor het leven. De voorzitter van de Senaat is plaatsvervanger van de president.

De kabinetten na de Tweede Wereldoorlog zitten gemiddeld zo'n elf maanden! Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Regioni ItaliePhoto:TUBS CC 3.0 Unported no changes made

Er zijn 20 regioni (gewesten), die zijn onderverdeeld in 95 provincies en 8091 gemeenten (comuni). Deze administratieve eenheden worden bestuurd door raden, die elke vijf jaar gekozen worden, en een uitvoerend orgaan. Het uitvoerend orgaan is verantwoording schuldig aan de raad.

Vijf regioni (Sicilië, Sardinië, Valle d'Aosta, Trentino-Alto Adige en Friuli-Venezia Giulia) bezitten een zekere mate van autonomie (regioni a statuto speciale), vanwege het feit dat het of eilanden zijn of dat ze grenzen aan andere landen.

Het grootste gewest is Sicilië, het kleinste Valle d'Aosta.

Hieronder een overzicht van de 20 gewesten met hun respectievelijke hoofdstad:

Onderwijs

Italie Perugia UniversiteitPhoto: Francesco Gasparetti CC 2.0 Generic no changes made

Kleuteronderwijs voor 3- tot 5-jarigen is niet verplicht. Het onderwijs op openbare en particuliere scholen wordt over het algemeen door de staat betaald. De openbare instellingen zijn allen staatseigendom.

In Italië geldt de schoolplicht van zes tot veertien jaar en omvat vijf jaar basisonderwijs (scuola elementare) en drie jaar lager voortgezet onderwijs (scuola media). De regering heeft een voorstel gedaan om de leerplicht naar tien jaar te brengen, namelijk van vijf tot vijftien jaar.

Het basisonderwijs is bestemd voor kinderen van zes tot elf jaar en bestaat uit twee cycli, een van twee jaar en een van drie jaar. De leerlingen gaan automatisch over van de eerste naar de tweede cyclus.

Na vijf jaar basisonderwijs leggen de leerlingen de examens voor het diploma af dat toegang geeft tot het lager voortgezet onderwijs.

Het secundair onderwijs is voor leerlingen van elf tot veertien jaar en omvat drie klassen die een volledige studiecyclus vormen.

Het hoger secundair onderwijs staat open voor jongeren van 14 tot 19 jaar. Op het schoolplichtig onderwijs volgen cycli van drie, vier of vijf jaar, waarna men verder kan studeren aan de universiteit of in het hoger onderwijs of waarna men kan gaan werken.

Alle scholen na het schoolplichtig onderwijs vallen onder het hoger secundair onderwijs en kunnen in de volgende categorieën verdeeld worden.:

Klassieke en wetenschappelijke opleidingen (scuole di tipo classico): het"liceo classico" en het"liceo scientifico" bereiden de leerlingen voor op de universiteit en op andere vormen van hoger onderwijs.

Kunstopleidingen: het"liceo artistico" en de"istituti d'arte", opleidingen die respectievelijk vier en drie jaar duren.

Technische opleidingen: er bestaan vercshillend soorten"istituti tecnici": landbouw, handel, bedrijfskunde en vreemde talen, toerisme, landmeetkunde, industrie, buitenlandse handel, scheepvaart; deze opleidingen duren vijf jaar.

Beroepsopleidingen: vijf jaar verdeeld in een driejarige kwalificatiecyclus en een tweejarige vervolgcyclus, aan het eind waarvan men naar het hoger onderwijs kan overgaan.

De ingang van Liceo Massimo Classico e Scientifico InternazionaliPhoto: PaoloGeno CC 3.0 Unported no changes made

Het hoger universitair onderwijs wordt verstrekt aan openbare en particuliere universiteiten, technische hogescholen en andere universitaire instellingen. Het universitair hoger onderwijs omvat drie cycli, die respectievelijk worden met:

Een"diploma universitario" na twee of drie jaar studie

Een"diploma di laurea", na vier of zes jaar studie

Een"diploma di specializzazione" na minstens twee jaar en een doctoraat ("diploma di dottorato di ricerca") na minstens drie jaar.

In Italië bestaan drie academische graden, namelijk het"diploma", het"laurea" en het"dottorato di ricerca". De laatste twee academische graden geven recht op de titel Dr. ("Dottore").

Het universitair onderwijs wordt uitsluitend in het Italiaans verstrekt. Het niet-universitair hoger onderwijs kan aan verschillende soorten voor hoger onderwijs worden gevolgd; dit geldt vooral voor het kunstonderwijs, zoals academies en conservatoria.

In 1995-1996 waren er 47 algemene universiteiten, twee universiteiten Italiaanse studies voor buitenlanders en drie gespecialiseerde universiteiten (handel; onderwijs; katholicisme); drie polytechnische universiteiten; zeven gespecialiseerde universitaire instituten voor architectuur, bio-medicijnen, moderne talen, zeestudies, oosterse studies, sociale vraagstukken en een lerarenopleiding. De oudste universiteit van Italië, en zelfs van heel Europa, is die van Bologna (ca. 1200). In de 13e eeuw zijn verder universiteiten opgericht in Genua, Macerata, Napels, Padua en Perugia.

Maffia

Thuisgebieden Italiaanse maffiaPhoto: NordNordWest CC 3.0 Unported no changes made

De maffia (Siciliaans, van het Arabische afah = bescherming; Italiaans: mafia), is een verzamelnaam voor in het begin van de 19de eeuw op West-Sicilië ontstane geheime, netwerkachtige organisaties, die op gewelddadige wijze opereren. De leden van die organisaties heten maffiosi. Het woord maffioso werd voor het eerst in 1863 gebruikt. De ambivalente relaties die de maffia onderhoudt met vertegenwoordigers van de overheid (enerzijds hen bestrijdend, anderzijds met hen samenwerkend) onderscheidt hen van andere misdaadorganisaties. In Napels wordt de geheime misdaadorganisatie camorra genoemd, in Calabrië 'ndrangheta en op Sicilië Cosa Nostra. In de 20ste eeuw, rond 1900, is ook in de Verenigde Staten een maffia ontstaan eveneens genoemd Cosa Nostra, met veel afstammelingen van Siciliaanse immigranten.

De maffia heeft zich op Sicilië vooral ontwikkeld rond Palermo, een gebied dat rijk is aan grote landgoederen (latifundia). De maffiosi namen de plaats in van de in Palermo verblijvende landeigenaren en gedroegen zich als opzichters en grote pachters. Zij onderhielden intensieve contacten met de landheren in de stad. Als tegenprestatie voor beveiliging van hun landgoederen en later ook voor steun bij verkiezingen boden de landheren de maffia bescherming tegen de overheid.

Van de maffia als één organisatie, met één centrale leiding, is eigenlijk nooit sprake geweest. De netwerken van lokale organisaties, cosche genoemd (meervoud van cosca, artisjok; de leden van de lokale maffia's worden gesymboliseerd door de bladeren van de artisjok), controleerden ieder één bepaald territorium en stonden met elkaar op allerlei manieren en via allerlei organisaties met elkaar in contact. Ook bestreden ze elkaar op leven en dood.

Zowel in Italië als in de Verenigde Staten hadden van regeringszijde ondernomen pogingen ter bestrijding van de maffia aanvankelijk weinig succes. In Italië zijn in de loop der jaren een serie anti-maffiawetten van kracht geworden, die door de geringe bereidheid tot medewerking van de plaatselijke autoriteiten nauwelijks effect hadden. Daarop werd er door de regering een vaste kamercommissie ingesteld, die op de naleving van deze wetten moest toezien. Na de moord op generaal Dalla Chiesa, prefect van Palermo, in 1982, werd er een Hoge Commissaris aangesteld die belast werd met het coördineren van de strijd tegen de maffia. Toch werden de eerste successen pas behaald in 1986 met de arrestatie in de Verenigde Staten van Tommaso Buscetta, de belangrijkste “boss” van de Siciliaanse maffia. Er werden daarna nog honderden arrestaties verricht, gevolgd door massaprocessen o.a. in Palermo. Veel veroordeelden kwamen echter al snel weer vrij, waarschijnlijk door banden van de maffia met hoge politieke en rechterlijke autoriteiten. De moorden op de maffiabestrijders en rechters Giovanni Falcone en zijn opvolger Paolo Borsellino in 1992 gaven nieuwe impulsen aan de bestrijding van de maffia. In totaal zijn er tot nu toe elf maffiarechters vermoord.

Totò Riina, grote man van de Cosa Nostra, gearresteerdPhoto: Shirto CC 4.0 International no changes made

Dankzij de medewerking van vele maffia-leden (pentiti = berouwhebbenden) die in ruil voor hun verklaringen vrijwaring van straf en bescherming kregen, konden ook de kopstukken van de organisatie worden gearresteerd, zoals de grote baas op Sicilië, Salvatore (Totò) Riina en de tweede man van de maffia, Nitto Santapaolo. Riina werd in maart 1995 tot levenslang veroordeeld. Eind 1992 waren er al meer dan vierhonderd van deze spijtoptanten. Door de inspanningen van het openbaar ministerie in Milaan onder leiding van de officier van justitie Antonio di Pietro, werden de banden tussen georganiseerde misdaad, politiek en bedrijfsleven zichtbaar. Dit alles bracht de maffia zware slagen toe, maar het betekende allerminst dat de organisatie was uitgeroeid. Zelfs de in 2001 herkozen president Silvio Berlusconi wordt er van verdacht nauwe banden te hebben met de georganiseerde misdaad. Zo werkte er vanaf 1973 een zekere Vittorio Mangano op een van de landgoederen van Berlusconi, die sterke banden met de Siciliaanse maffia had.

De maffiabazen regeren nu in stilte, want ook nu nog zijn drugshandel en afpersing aan de orde van de dag. De hoogste baas van de Cosa Nostra op dit moment is de sinds 1993 voortvluchtige Matteo Messina Denaro (1962), opvolger van de in april 2006 gearresteerde Bernardo Provenzano (1933).

'Ndrangheta

De 'Ndrangheta, een maffiaorganisatie op het vasteland van Italië, is rond 1860 ontstaan in het bergachtige Calabrië, in het zuiden van Italië. De 'Ndrangheta, met een andere structuur dan de Cosa Nostra, heeft tegenwoordig vertakkingen over de hele wereld, en is sinds de jaren negentig van de vorige eeuw de Cosa Nostra als machtigste misdaadorganisatie ter werd wereld voorbijgesteefd. In januari 2021 begon een megaproces tegen ca. 350 'Ndranghetisti, onder wie één capo, Luigi Mancuso, ook 'De Oom', 'De Wolf' of 'De Dikke' genoemd.

Structuur van de 'NdranghetaPhoto: Marcuscalabresus CC 3.0 Unported no changes made

Economie

Algemeen

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde Italië in een moderne industriële natie. Tussen 1950 en 1980 groeide het bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking met 200%. Na 1980 ging het allemaal wat minder en daalde de groei tot gemiddeld 1,3% per jaar. De laatste jaren heeft Italië te maken met een ernstige economische crisis en krimpt de economie met -2,4% in 2012 en -1,8% in 2013. Hierna herstelt de economie zich enigszins, maar blijft op Europees niveau achter. De groei bedroeg in 2017 1,5%. Als gevolg daarvan steeg de werkloosheid tot 11,3% in 2017 en groeide de overheidsschuld.

Saldo op de lopende rekening van Italië, in % van het bruto binnenlands product (1950-2014)Photo: T,C&S at Italian Wikipedia CC 3.0 Unported no changes made

Opvallend aan de Italiaanse economie is het grote welvaarts- en ontwikkelingsverschil tussen het geïndustrialiseerde noorden en het nog overwegend agrarische zuiden.

De oorzaken moeten gezocht worden in verschillen ten aanzien van historische ontwikkeling, geografische ligging en fysisch milieu. Sinds 1950, met de instelling van een ontwikkelingsfonds voor het zuiden (Cassa per il Mezzogiorno), tracht de overheid de bestaande welvaartskloof te dichten. Aanvankelijk werd het merendeel van de enorme investeringsgelden gebruikt om de agrarische sector te moderniseren en ter verbetering van de infrastructuur. Toen evenwel bleek dat de modernisering van de agrarische sector de werkgelegenheid niet vergrootte maar eerder verkleinde, ging men meer de nadruk leggen op investeringen ten behoeve van een snelle industrialisatie. Hoewel het inkomensniveau in het zuiden mede hierdoor sterk is gestegen, is de achterstand ten opzichte van het noorden nog lang niet weggenomen.

De onstuimige economische groei na 1945 is dan ook vrijwel geheel te danken aan de industriële expansie die in het noorden plaatsvond. De in het zuiden gecreëerde industriecomplexen zijn weinig arbeidsintensieve, statische eenheden, die vaak alleen met overheidssteun overeind kunnen worden gehouden.

Kamer van Koophandel, Industrie, Ambachten en Landbouw in NapelsPhoto: HombreDHojalata CC 3.0 Unported no changes made

Karakteristiek voor de Italiaanse economie was de grote rol van de overheid. Niet alleen de lokale voorzieningsbedrijven, de spoorwegen en de luchtvaartmaatschappijen zijn staatsondernemingen, ook de aardolie- en aardgasbedrijven, de staalindustrie, de scheeps- en treinbouw, de machine-industrie en de hoogovens waren voor het grootste deel in staatshanden. De grootschalige privatiseringen moeten de slagvaardigheid van het bedrijfsleven vergroten en het overheidstekort terugdringen. In 1997 werd besloten om in 3 jaar tijd de staatshoudstermaatschappij IRI te ontmantelen, wat de verkoop van diverse staatsbedrijven zou vergemakkelijken.

Het merkwaardige aan Italië als moderne industriestaat is het feit dat 90% van de Italiaanse (familie) bedrijven tussen de 11 en 500 werknemers heeft, dus erg veel klein- en middenbedrijf. Aan de andere kant is 40% van de bedrijven met minder dan 50 werknemers voornamelijk afhankelijk van de export.

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Landbouw

Slechts 3,9% van de bevolking was in 2017 werkzaam in de landbouw. Het aandeel van deze sector aan het bnp was in dat zelfde jaar 2,1%. Veel boerenbedrijven zijn erg klein: ca. 75% van de bedrijven heeft een oppervlakte van minder dan 5 hectares. De landbouw in Midden- en Zuid-Italië heeft een nog voornamelijk traditioneel karakter en is ten zuiden van de rivier de Arno het voornaamste bestaansmiddel. In het natte seizoen wordt er maïs verbouwd in het zuiden en verder zijn wijnbouw en olijfteelt zeer karakteristiek voor deze streken.

Veld dichtbij Ogliano, Conegliano in ItaliëPhoto: Tiia Monto CC 3.0 Unported no changes made

De neerslagfrequentie is belangrijk voor de soort gewassen dat verbouwd kan worden. Verder bestaat Italië maar voor 20% uit laagvlakten, waardoor de steile hellingen eigenlijk alleen benut kunnen worden voor de bosbouw of als weidegrond. De grootte van de agrarische bedrijven verschilt sterk per regio. Het kleinbedrijf overheerst echter nog steeds, maar gebieden in de Alpen en Apennijnen herbergen ook veel grote bedrijven. De Povlakte is het meest productieve agrarische gebied van Italië. Het laagland van Campanië is het beste landbouwgebied van Zuid-Italië door de vulkanische bodem.

De voornaamste graangewassen zijn uiteraard tarwe als grondstof voor de vele pasta's, gevolgd door maïs en rijst. Tarwe wordt vooral in Midden- en Zuid-Italië verbouwd, maïs in de laagvlakten ten noorden van de Po en rijst in de Povlakte rondom Milaan tussen de rivieren Dora Baltea en Adda.

Andere veel verbouwde gewassen zijn peulvruchten (ook voor de export: Italië is Europa's grootste producent van sojabonen) in geheel Italië, aardappelen vooral in Midden-Italië, tabak in Apulië, hennep rondom Napels en in de Podelta en katoen op Sicilië. De teelt van groenten en fruit is over geheel Italië verspreid en de bloementeelt wordt onder meer in Ligurië aangetroffen.

Boomcultures zijn ook typerend voor het agrarische landschap, met veel druiven, olijven en citrusvruchten.

Dorpje in de heuvels van Chianti, Toscane, ItaliëPhoto: http://www.justraveling.com CC 4.0 International no changes made

Wijnbouw komt in geheel Italië voor en bestaat voor twee derde uit rode en voor een derde uit witte wijn. De beroemde chianti-wijn komt uit de regio Toscane. Voor deze wijn gebruikt men vier verschillende druivenrassen, die worden gekweekt in de Chianti-bergen. De olijventeelt vindt vooral plaats in Apulië en Calabrië en de olijven worden met name verwerkt tot olijfolie. Sinaasappels en citroenen worden vooral verbouwd in de zuidelijke gebieden Sicilië, Campania en Calabrië. Appels, peren en pruimen worden weer veel meer in het noorden, b.v. Emilia-Romagna en Zuid-Tirol, geteeld.

De moerbeibomen voor de zijdeteelt staan voor het merendeel in de Povlakte. De streek rond Alba, in Piëmont, en de omgeving van Norcia en Spoleto, in Umbrië, zijn de truffelparadijzen van Italië. Tegenwoordig worden truffels door honden in plaats van varkens opgespoord.

Veehouderij

Runderteelt wordt vooral aangetroffen in Lombardije, Veneto, Piemonte en Emilia-Romagna. De melkproductie is vrijwel geheel in Noord-Italië geconcentreerd. Melk wordt echter voornamelijk uit Duitsland geïmporteerd

Schapen- en geitenteelt wordt meer bedreven op de eilanden Sicilië en Sardinië. De varkensfokkerijen bevinden zich vooral in Emilia-Romagna en Lombardije.

Toscaans Chianina-ras, waar de Florentijnse steaks vandaan komen.Photo: Monica from Anghiari (AR), Italy CC 2.0 Generic no changes made

Bosbouw

Ongeveer 23% van het Italiaanse landoppervlak is bedekt met bossen, die gebruikt worden voor hout- en brandstofvoorziening. Zestig procent van de Italiaanse bossen bevindt zich in Noord- en Midden-Italië. Veertig procent is te vinden in Zuid-Italië, Sicilië en Sardinië.

Honderden jaren lang werd er op grote schaal ontbost en op dit moment vinden er herbebossingen plaats die de erosie moeten terugdringen. Echte houtregio's zijn Trentino-Alto Adige en Lombardije.

Visserij

De Italiaanse visserij speelt zich vooral af voor de Adriatische kust en de belangrijkste soorten waar op gevist wordt zijn ansjovis, sardines, tonijn, inktvis en schaaldieren.

Mijnbouw en energievoorziening

Italië is zeer arm aan grondstoffen. Zo ontbreekt steenkool bijna geheel en komt ijzererts in geringe hoeveelheden voor. Lood en zink worden vooral op Sardinië en in de Alpen gevonden. Vroeger was Italië een van de grootste producenten van kwik. Marmer wordt geëxploiteerd bij Carrara.

In Italië wordt ca. 80% van de benodigde energie geïmporteerd uit het buitenland. Aardgas wordt vooral ingevoerd uit Algerije en Rusland en aardolie vanuit het Midden-Oosten.

Een derde van de elektriciteitsproductie is afkomstig van waterkrachtcentrales (vooral in het Alpengebied) en de rest is bijna geheel afkomstig van thermische centrales.

Industrie

In 2017 werkte 28,3% van de beroepsbevolking in de industriële sector, die voor 23,9% bijdroeg in het bnp. Italië is na Duitsland, Frankrijk en Engeland de vierde industriestaat van Europa.

De grootste industrieën zijn als volgt over het land verdeeld:

IJzer- en staalindustrie

Machine-industrie is vooral te vinden in het noorden:

Turijn: auto's (met name Fiat), motoren en vliegtuigen.

Milaan: elektrotechniek, locomotieven, auto's, scooters en motoren.

Genua: scheepswerven.

Andere belangrijke industriesteden in het noorden zijn: Bologna, Vicenza, Ivrea (Olivetti), Brescia, Pavia en Legnano (textielmachines).

Logo FiatPhoto: SurfAst CC 3.0 Unported no changes made

Chemische industrie

De chemische industrie van Italië is een van de grootste ter wereld door de aanwezigheid van grondstoffen en havens waar geïmporteerde grondstoffen als aardolie, steenkool en fosfaat worden verwerkt.

Turijn: rubber en plastics (Pirelli-banden).

Milaan: petrochemie (Montedison).

Palermo, Crotone, Porto Empedocle: kunstmest vanwege de daar aanwezige veeteelt.

Textielindustrie

Noordwesten Povlakte: textielindustrie.

Como: zijde-industrie die nog steeds de belangrijkste van West-Europa is.

Varese-Bergamo-Milaan, Val Seriana: katoenindustrie.

Lombardije, Piëmonte, Napels, Calabrië: rayongaren en synthetische vezels.

Voedings- en genotsmiddelenindustrie

De ondernemingen in deze bedrijfstak zijn over het hele land verdeeld.

Zuid-Italië en Sicilië: pastafabrieken.

Napels en Salerno: voedingsmiddelenindustrie in verband met de aanwezigheid van groente- en tomatenteelt (pastasauzen).

Perugia: chocolade.

Milaan: panettone, een soort kerstgebak.

Overige industrieën

Como, Brscia en het zuiden van Piemonte: cementindustrie vanwege de aanwezigheid van kalk en mergel.

Milaan, Como en Pisa: houtverwerking, meubelfabricage.

Vigevano, provincie Varese: schoenenindustrie.

Handel

De belangrijkste invoerproducten zijn aardolie, grondstoffen voor de metaal- en textielindustrie, hout, machinerie, auto's en levensmiddelen (o.a. vlees). De voornaamste importpartners waren in 2017: Duitsland (16,3%), Frankrijk (8,8%), China (7,1%), Nederland (5,6%), Spanje(5,3%) en België (4,5%).

De belangrijkste uitvoerproducten zijn textielgoederen, citrus, wijn, machines, auto's, computers, plastics en aardolieproducten.

De voornaamste exportpartners in 2017 waren: Duitsland (12,5%), Frankrijk (10,3%), Verenigde Staten (9%), Spanje(5,2%), Verenigd Koninkrijk (4,7%) en Zwitserland (4,6%) .

Overzicht exportproducten ItaliëPhoto: Alexander Simoes, Cesar Hidalgo, et. al. CC 3.0 Unported no changes made

Verkeer

De Alpen en in mindere mate de Apennijnen vormen gigantische obstakels voor het verkeer. Desondanks beschikt Italië over een uitstekend net van verkeersverbindingen. Het Italiaanse wegennet is van redelijke kwaliteit. De totale lengte is meer dan 300.000 km, waarvan 70000 km autostrada. De bekendste autosnelweg is de"autostrada del sole", die langs de westkant van de laars loopt en zo de hoofdverkeersader vormt voor geheel Italië.

Het spoorwegnet omvat 20.000 km, waarvan ruim 12.000 km geëlektrificeerd.

Door aanslibbing en verzanding enerzijds en de rotsige boogkusten anderzijds is de kust voor de scheepvaart niet zo aantrekkelijk, maar toch heeft Italië een aantal goede natuurlijke havens.

Genua is de belangrijkste haven, gevolgd door Venetië, Napels, Savona, Livorno, La Spezia, Tarente en Triëst. De binnenscheepvaart stelt niet zoveel voor.

Bij Rome (Fiumicino) en Milaan (Linate) liggen de grootste luchthavens. De staatsluchtvaartmaatschappij is Alitalia.

Airbus A320-216 van Alitalia, nationale vliegmaatschappij van ItaliëPhoto: ERIC SALARD CC 2.0 Generic no changes made

Vakantie en Bezienswaardigheden

Italië is na Frankrijk, de Verenigde Staten en Spanje de populairste vakantiebestemming ter wereld. Jaarlijks bezoeken ca. 35 miljoen toeristen Italië. Italië is voor toeristen een land van vooral zon, water en cultuur. De toeristen gaan daarom over het algemeen naar de Adriatische en de Ligurische kust, de grote cultuurcentra Rome, Florence en Venetië en de wintersportplaatsen in Trentino-Alto Adige. Ook de meren in noorden van Italië zijn zeer aantrekkelijk voor het toerisme.

Bijna de helft van alle toeristen bezoekt de noordoostelijke regio waar o.a. Venetië ligt. Een op de vier toeristen bezoekt de drie grote toeristische steden Rome, Florence en Venetië. Het zuiden trekt ongeveer 20% van alle toeristen.

Bologna is een grote universiteitsstad in het noorden van Italië met een prachtig middeleeuws centrum. Niet alleen Pisa heeft een scheve toren, Bologna heeft er zelfs twee! Ze zijn in de middeleeuwen gebouwd door kapitaalkrachtige families. De Asinelli en de Garisenda aan het Piazza di Porta Ravegnana zijn gemaakt van baksteen en zijn respectievelijk 97 en 48 meter hoog. De Asinelli kan beklommen worden, de Garisenda niet. Een ding is zeker: de torens vormen samen het boegbeeld van Bologna. Het Palazzo dell’Archiginnasio is een prachtig oud universiteitsgebouw. Tegenwoordig doet het gebouw dienst als bibliotheek en huisvest het één van de grootste attracties van Bologna: het Teatro Anatomica. Het theater stamt uit de 17e eeuw en deed tot 1803 dienst als lijkschouwingsplaats. De dissecties vonden plaats onder toeziend oog van een priester die direct ingreep als de lijkschouwing afbreuk zou doen aan de religieuze normen en waarden.

Teatro Anatomico, Bologna, ItaliëPhoto: Palickap CC 4.0 International no changes made

In Florence is ongelooflijk veel te zien, hieronder een aantal van de bekendste bezienswaardigheden, vooral uit de Renaissance. De beroemde en enorme Galleria degli Uffizi ligt aan de oevers van de rivier de Arno en de prachtige kunstcollectie is ingericht als illustratie van het kunstverhaal van Florence. Er zijn veel beroemde meesterwerken te zien, zoals Botticelli’s Geboorte van Venus, Titiaan's Venus van Urbino, de heilige familie van Michelangelo en “de hertog en hertogin van Urbino” van Piero della Francesca. Het museum bezit de kunstcollectie van de familie de Medici, die in 1737 aan Florence werd nagelaten, op voorwaarde dat deze de stad nooit zou verlaten. Mede hierdoor blijft de Galleria degli Uffizi een van de belangrijkste kunstmusea ter wereld. Het Bargello is een enorm gebouw dat werd gebouwd in 1255 en het was oorspronkelijk het hoofdkwartier van de politie en ook een gevangenis. Het Bargello is nu de thuisbasis van het Nationaal Museum, dat een van de meest indrukwekkende collecties renaissancistische beeldhouwwerken ter wereld bevat. Hoogtepunten zijn kunstwerken zoals Michelangelo's 'Dronken Bacchus', Donatello's 'David', Giambologna’s “Mercurius” en ook de ontwerpen die Brunelleschi heeft ingediend voor de deuren van de Duomo. De Duomo, of kathedraal van Florence, ligt in het hart van de stad. De Kerk domineert de stad met zijn enorme koepel en werd in 1334 ontworpen door stadsarchitect Giotto en voltooid in 1359, hoewel het bijna twee eeuwen duurde om uiteindelijk alles af te maken. Nu is het nog steeds het hoogste gebouw in Florence en een van de beroemdste bezienswaardigheden van de stad. De enorme koepel werd ontworpen door Brunelleschi en het was een revolutionaire prestatie, omdat het de grootste koepel van die tijd was en zonder steigers werd gebouwd. De binnenschil bood een platform voor de balken die de buitenstructuur ondersteunden. Er zijn 463 treden die naar de top van de koepel leiden, waar bezoekers kunnen genieten van panoramische uitzichten over de stad. Andere hoogtepunten zijn de vele prachtige fresco's, gedetailleerde plafondmozaïeken en glas-in-loodramen die gemaakt zijn door enkele van de grote kunstenaars van die tijd, zoals Vasari, Zuccari, Donatello, Uccello en Ghiberti.

Galleria degli Uffizi, Florence, ItaliëPhoto: Michelle Maria CC 3.0 Unported no changes made

Milaan is een van de belangrijkste en meest stijlvolle steden in Italië. De meeste van de belangrijkste bezienswaardigheden in Milaan bevinden zich in het centrum en er is genoeg te zien. De belangrijkste kerk is de enorme Duomo, de op drie na grootste kathedraal ter wereld, waar zo'n vier eeuwen aan gebouwd is. Verder is er de Castello Sforzeco, een fort gebouwd in 1368, dat later werd omgebouwd tot een elegant en prachtig renaissance verblijf. Het Scala ( operagebouw) werd voltooid in 1776 en er worden prachtige theatrale producties vertoond. De Santa Maria delle Grazie is een mooie kerk die stamt uit 1463, waar 'Het Laatste Avondmaal' van de beroemde schilder Leonardo da Vinci te zien is.

Scala, Milaan, ItaliëPhoto: Jakub Halun CC 4.0 International no changes made

Het historische stadscentrum van Napels is het grootste in Europa en beslaat 1.700 hectare. In 1995 werd het door de UNESCO aangewezen als werelderfgoed. In de nabijheid van de stad zijn veel interessante bezienswaardigheden, zoals Pompeii en de baai van Napels. Napels zelf is een levendige en bruisende stad, vol met opmerkelijke historische en artistieke schatten en smalle, kronkelende straatjes met kleine winkeltjes. De top bezienswaardigheden zijn het Paleis van Caserta en de Romeinse ruïnes van Pompeii en Herculaneum.

Pompeii met op de achtergrond de vulkaan Vesuvius, Napels, ItaliëPhoto: Qfl247 CC 3.0 Unported no changes made

Rome is sinds 1871 de hoofdstad van Italië. Het is een gigantische stad met bijna 3 miljoen inwoners. Rome heeft een rijke geschiedenis waarin de stad de machtigste plaats van de Oudheid, het Romeinse rijk en de Katholieke wereld is geweest. Rome en Vaticaanstad lopen werkelijk over van de interessante bezienswaardigheden. Een attractie in Rome die erg tot de verbeelding spreekt is het glorieuze Colosseum uit de tijd dat Rome het middelpunt was van het Romeinse Rijk. De bouw van het gigantische complex werd in het jaar 80 voltooid onder het gezag van Keizer Titus. De naam van het bouwwerk verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de kolossale afmetingen van het amfitheater. Het was met een hoogte van 57 meter, een breedte van 156 meter en een lengte van 188 meter niet alleen het grootste amfitheater van Rome, maar van het hele Romeinse Rijk. Er trekken ieder jaar weer veel geïnteresseerden naar Rome om Vaticaanstad te bezoeken. Het Vaticaan hoort officieel niet bij Rome en Italië; het is een autonome staat binnen de stad. Vaticaanstad is het allerkleinste onafhankelijke land ter wereld en het wordt ook wel liefkozend een dwergstaatje genoemd. Vaticaanstad is in 1929 ontstaan en is het Katholieke machtscentrum van de wereld, het hoofd van Vaticaanstad is dan ook de paus.

Binnen in het Colosseum, Rome, ItaliëPhoto: Nicolelouisee CC 4.0 International no changes made

Triëst wordt vaak ten onrechte over het hoofd gezien door toeristen die er meestal voor kiezen om de meer bekende Italiaanse steden met hun hoogontwikkelde toeristische infrastructuur te bezoeken, zoals Venetië (162 km naar het westen). Triëst is een van de meest unieke steden van Italië en veel van de vroegere grandeur is nog steeds duidelijk zichtbaar in de vorm van imposante gebouwen met fraaie neoklassieke gevels. Met haar vele culturele bezienswaardigheden, kwaliteitsmusea, koffiehuizen en oude Romeinse overblijfselen, is Triëst de perfecte uitvalsbasis voor diegenen die de streek willen verkennen. Het prachtige centrale plein is zonder twijfel het meest typerende beeld van Triëst. Het is het grootste plein, met uitzicht op zee, van Europa en beslaat 12.280 m². De naam van het plein heeft talloze veranderingen ondergaan gedurende meer dan 700 jaar. Oorspronkelijk stond het bekend als het Sint-Pietersplein, naar de gelijknamige kerk. Ook werd het langdurig eenvoudigweg aangeduid als Piazza Grande, voordat het de naam kreeg van Piazza Unità nadat de stad onderdeel was geworden van het Koninkrijk van Italië na WWI. Aan het plein staan enkele van de meest indrukwekkende en belangrijke gebouwen van de stad, evenals verschillende grote monumenten en een paar historische cafés en koffiehuizen.

Piazza dell'Unità d'Italia, Triëst, ItaliëPhoto: Joergsam CC 4.0 International no changes made

Venetië is adembenemend en volledig uniek. De stad is ongeveer 1500 jaar geleden opgericht en bestaat uit meer dan 100 verschillende eilanden die verbonden zijn door 150 kanalen, 400 bruggen en vele oude straten. Het historische centrum van Venetië is verdeeld in zes wijken (sestieri) - Cannaregio, Castello, Dorsoduro, San Marco, San Polo en Santa Croce. Alle gebouwen in Venetië worden gestut met palen die diep in de grond worden geheid om een solide basis te creëren. Het Piazza San Marco is het kloppend hart van Venetië. Dit plein is al eeuwenlang een populaire toeristische attractie en huisvest ook vele honderden duiven. Het plein is het centrum waar het Venetiaanse leven om draait en er is altijd een opwindende sfeer op dit drukke plein, met veel cafés met vaak livemuziek. Zonder twijfel is het een van de mooiste pleinen van de hele wereld, het San Marcoplein is aan drie zijden omgeven door arcades met openbare gebouwen. De prachtige ronde koepels van de opmerkelijke Basilica San Marco dragen bij aan de sfeer. Evenals de 15e-eeuwse toren Torre dell'Orologio en de twee pilaren met de patroonheiligen van de stad: de figuur van Theodore en natuurlijk de gevleugelde leeuw van San Marco zelf.

Piazza San Marco, Venetië, ItaliëPhoto: Tiia Monto, CC 3.0 Unported no changes made

Verona is vooral bekend omdat het als achtergrond diende voor het toneelstuk Romeo en Julia van William Shakespeare. Er zijn een aantal bezienswaardigheden die daar direct verband mee houden zoals het Montechi Huis (huis van Romeo) en het balkon in het Casa di Guilietta. Verona heeft een mooi oud centrum met interessante gebouwen en pleinen, een kathedraal, een fort en meerdere kerkgebouwen die de moeite meer dan waard zijn. Historische hoogtepunten zijn onder meer de Romeinse arena, de 18e-eeuwse Piazza Bra en de vele omliggende paleizen en de prachtige renaissancetuin, de Giardino Giusti, waarvan gezegd wordt dat Mozart daar regelmatig gewandeld zou hebben.

Arena van Verona, ItaliëPhoto: Claconvr CC 4.0 International no changes made

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

ITALIE LINKS

Advertenties
• Italie Tui Reizen
• ANWB vakantie boeken Italie
• Italie Vliegtickets.nl
• Autohuur Italië
• Djoser Rondreizen Italie
• Camping Du Parc aan het Gardameer
• Wereldstekker Italie
• Fiets en wandelvakanties Italie
• Parkvakanties Italië
• Autoverhuur Sunny Cars Italie
• Italie Hotels
• Djoser fietsreis - Italie
• Kamperen Lago Maggiore
• Italie met de Trein
• Naar Sicilie met Sunweb
• Italië Campings
• Transport Italië - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Campersite Italië (N)
Dieren in Italië (N)
Italië Foto's
Italië Reisfoto's
Italië Start Belgie (N)
Italië Verzamelgids (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Italië
Reisverhaal, een citytrip naar Firenze, Siena, Pisa, Milaan en bezoek aan het Como meer in Italië
Reisverhalen en Foto's Italië (N)
Reizendoejezo – Italië (N)
Rondreis Italië (N)
Startpagina Abruzzo (N)
Startpagina Comomeer (N)
Startpagina Gardameer (N)
Startpagina Lago Magiorre (N)
Startpagina Lombardije (N)
Startpagina Piemonte (N)
Startpagina Trentino (N)
Startpagina Veneto (N)
Turijn-Nu online gids over Turijn
Vakantie Italië Jouwpagina (N+E)
Wandelen langs Italiaanse kusten (N)

Bronnen

Cassidy, P. / Italy

Raintree Steck-Vaughn Publishers

Europa

Lekturama

Europese Unie : vijftien landendocumentaties

Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs

Jepson, T. / Italië

Van Reemst

The Statesman's Yearbook: the politics, cultures and economies of the world

Macmillan Press

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems