Landenweb.nl

PICARDIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans
  Hoofdstad  Amiens
  Oppervlakte  19.399 km2
  Inwoners  1.953.553
  (2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .fr
  Code.  FRA
  Tel.  +33

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ArdecheAuvergneBourgondie
BretagneCevennenCorsica
Cote d'azurDordogneElzas
JuraLanguedoc-roussillonLoiredal
LotNormandiePicardie
Provence

Geografie en Landschap

Geografie

Picardië is een Noordfranse regio met als hoofdstad Amiens. Picardië ligt ten noordoosten van Normandië. De oppervlakte van Picardië is 19.399 km² en is daarmee bijna half zo groot als Nederland (41.527 km²).

Picardië grenst in het westen aan de regio Haute-Normandie, in het noorden aan Nord-Pas-de-Calais, in het oosten aan Champagne-Ardennen en in het zuiden aan het Ile-de-France. In het noordwesten van Picardië ligt een korte kuststrook van ca. 75 km, die grenst aan Het Kanaal.

advertentie

Picardie Kaart

Photo:Publiek Domein

Landschap

In het noorden van Picardië, tussen de plaatsen Amiens en Saint-Quentin, ligt het Picardisch plateau, dat de vlakke streek Santerre en de wat heuvelachtiger Vermandois (Nederlands: Vermandland) met elkaar verbindt. Gemiddeld is Picardië vrij vlak met met een gemiddelde hoogte van slechts 98 meter. Het hoogste punt van Picardië ligt in het departement Aisne bij de plaats Watigny en meet 295 meter. Het Picardisch plateu wordt doorsneden door de Somme en bestaat voor een groot deel uit een boerenlandschap met uitgestrekte landbouwgronden, afgewisseld door bosgebieden.

advertentie

Typisch Picardië-landschap, Bouttencourt

Photo:Isamiga76, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Tussen de plateaus van Ile de France en Picardië liggen drie heuvelgebieden: Laon, Noyonnais, Clermontais. In het noordoosten van Picardië ligt het coulisselandschap van de Thiérache, met voornamelijk bossen en weides. In het westen, gedeeltelijk liggend in Normandië, ligt het kleine (750 km²) Pays de Bray, met een bocagelandschap geschikt voor de ontwikkeling van grasland en dus voor het fokken en houden van melkvee. Een bocagelandschap is een kleinschalig landschapstype, dat wordt gekenmerkt door kleine weidepercelen die worden afgeschermd door hagen bestaande uit meidoorn, wilgen, sleedoorn en haagbeuken, of muurtjes.

advertentie

Bocagelandschap in het Pays de Bray

Photo:isamiga76, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Een steile heuvel domineert het landschap van Noyonnais, het is de berg van Noyon. De Noyonnais biedt een heuvelachtig landschap bedekt met bomen en is ook het gebied van de vee-, schapen- en varkenshouderijen en groenten- en fruitgewassen, waaronder veel rood fruit als aardbeien en kersen.

De Vimeu, gelegen in het uiterste westen van Picardië en ten zuiden van de Baie de somme, is een groene regio, begrensd door twee valleien, die van Bresle in het zuiden en die van de Somme in het noorden. Deze regio wordt gekenmerkt door veel grasland en hagen.

Ongeveer 17% (= ca. 320.000 ha) van het Picardische landschap is bedekt met voornamelijk (gemengde) eiken- en beukenbossen. Het departement Aisne heeft het Forêt de Retz (13.000 ha), het Forêt de Saint-Michel (5000 ha met ook esdoorns en essen) en de bossen van Saint-Gobain enCoucy (12.000 ha). Deze laatste wouden herbergen veel verschillensoorten bomen, waaronder veel populieren..

Het departement heeft ook indrukwekkend bossen, o.a. in Compiègne (14.400 ha0 en Trs-Forêts van Chantilly, ermenonville en Halatte (18.000 ha).

Het departement Somme heeft als belangrijk bosgebied eigenlijk alleen het 4323 ha grote eiken- en beukenbos Forêt Domaniale de Crécy.

Rivieren en meren

kunstmatige aangelegde meer Lac de L'ailette - Aisne 140 ha

Lac de Gouvieux

Lac de la Haut Somme

Lac des Ciments

De Picardische kust is een strook van ongeveer 75 kilometer met afwisselend krijtrotsen en zandstranden. Het landschap is zeer afwisselend, een rotsachtige kustlijn, mooie zandstranden, grote bosgebieden, uitgestrekte velden en weiden, uitgestrekte hoogvlaktes met enorme akkers domineren het beeld van de regio.

Door de regio stromen meerdere rivieren zoals de Somme, die als de natuurlijke grens tussen Frankrijk en Vlaanderen gezien kan worden, de Authie, de Aisne en de Canche. Op de plek waar rivier de Somme de kust bereikt komt het zoete water van de Somme uit in het zoute zeewater. Deze samenkomst zorgt ervoor dat de Baie de Somme erg gevoelig is voor eb en vloed. De Baie de Somme beslaat een oppervlakte van 37.900 ha, waarvan een derde natuurreservaat is. Naast de Somme mondt ook de kleine rivier Maye uit in de zee. Stranden en zandbanken die bij vloed onder water komen te staan worden 'vasières' genoemd; dieper in het estuarium hoog opgeslibde, meestal droog liggende zandbanken worden mollères (schorren) genoemd en worden bevolkt door grazende schapen.

advertentie

Baie de Somme

Photo:Madame29D Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De Aisne ontspringt in het massief van Argonne en mondt in de buurt van Compiègne uit in de Oise, na een tocht van 360 kilometer door de departementen Meuse, Marne, Ardennes, Aisne en Oise. Zijrivieren van de Aisne zijn Aire (143 km), Retourne (45 km), Suippe (101 km) en Vesle (140 km). Vanaf Celles-sur-Aisne is de rivier gekanaliseerd en bevaarbaar voor schepen met een laadvermogen van maximaal 400 ton, een lengte van maximaal 38,5 meter en een breedte van maximaal 5,05 meter.

De regenrivier Somme ontspringt bij Fonsomme in het departement Aisne en mondt na ca. 245 kilometer uit in de Baai van de Somme in Het Kanaal. De belangrijkste zijrivieren van de Somme zijn de Avre (66 km) en de Ancre (38 km). Vanaf Abbeville is de Somme gekanaliseerd.

Over een lengte van 156 km loopt sinds 1827 het Sommekanaal evenwijdig aan de Somme en verbindt de plaatsen Saint-Simon en Saint-Valery-sur-Somme. Het kanaal wordt op dit moment alleen nog voor de pleziervaart gebruikt.

De Oise ontspringt in de buurt van het Zuid-Belgische Chimay en komt na meer dan 300 km door het bekken van Parijs uit in de Seine nabij Conflans-Sainte-Honorine in het departement Yvelines. De Oise stroomt 105 km door Picardië, van de Thiérache tot Creil en doet in totaal vier departementen aan: Aisne, Oise, Val-d'Oise en Yvelines. Na de Marne is de Oise de belangrijkste zijrivier van de Seine, de belangrijkste zijrivieren van de Oise zelf zijn de Serre (96 km) en de Aisne (360 km).

Belangrijk voor de binnenscheepvaart wordt het Canal Seine-Nord of Liaison Seine-Escaut, waar binnenvaartschepen tot 4400 ton en drie lagen containers doorheen kunnen varen, tot zes keer keer groter dan nu het geval is. Het kanaal zal de industriële regio's rondom de Seine met die van de Schelde gaan verbinden, en moeten economische voordelen gaan opleveren voor Frankrijk, Wallonië en Vlaanderen, maar ook voor Nederland en Duitsland. Het nieuwe kanaal wordt 106 km lang en loopt tussen de Seine en de Schelde nabij Cambrai in Noord-Frankrijk. De grote binnenvaartschepen kunnen dan vanaf de opening in 2027 vanaf de Westerschelde rechtstreeks doorvaren naar Parijs.

Het kanaal zal minstens zo'n 6-8 miljard euro gaan kosten, is een project van De Vlaamse Waterweg nv met steun van de Europese Unie en naar verwachting wordt in de eerste helft van 2020 met de werkzaamheden begonnen. De eigenlijke bouw ging al in 2005 van start in Evergem, net ten noorden van Gent, waar een nieuw sluizencomplex is gebouwd.

advertentie

Canal Seine-Nord, dat dwars door Picardië loop

Photo: Paul Hermans, Creative Commons- 3.0 Unported no changes made

Klimaat en Weer

Het klimaat van Picardië is vergelijkbaar met het klimaat van de Benelux. Het is er door de meer zuidelijke ligging wel een graadje warmer. De zee heeft een grote invloed op het klimaat. De zomers zijn niet erg warm met temperaturen van rond de 21 graden Celsius. De winters zijn over het algemeen zacht met temperaturen van rond de 6 graden Celsius. De neerslag valt het gehele jaar door. Kenmerkend voor Picardië is de afwisseling, mooi en slecht weer wisselen elkaar steeds af.

De gemiddelde dagtemperatuur is in de zomer 16.5°C, in de winter 3.2°C. In Amiens schijnt jaarlijks 1600 uur de zon. De gemiddelde regenval per maand is in de zomer 53 mm, in de winter 51 mm; het jaargemiddelde bedraagt 687 mm.

klimaattabel Amiens

dagtemperatuurnachttemp.uren zon p/dregendagen
januari5°C0°C211
februari6°C1°C39
maart9°C2°C411
april13°C4°C510
mei17°C8°C610
juni20°C11°C710
juli22°C12°C711
augustus22°C12°C710
september19°C10°C59
oktober15°C7°C412
november9°C3°C213
december6°C1°C212

Planten en Dieren

Planten

Oorspronkelijk was dit gedeelte van Frankrijk geheel met bos bedekt. No nog zijn er twee grote bosgebieden in Picardië te vinden, bij Compiegne en bij Retz. Het gaat om loofbossen met veel eiken, beuken, esdoorns, essen, berken en kastanjes. Langs de kust zijn duinen met helgrassen en pijnbomen. Verder zijn er veel weilanden op de kalkgronden met wilde bloemen, onder andere de orchidee.

Dieren

Voor Frankrijk is de Baie de Somme het belangrijkste leefgebied van een kolonie zeehonden, ca. 300 gewone zeehonden en ca. 100 grijze zeehonden of kegelrobben. Vlak voor de kust van de plaatsen Fort-Mahon-Plage en vooral Le Hourdel zijn de zeehonden vaak te vinden op zandbanken.

Zeehond op een zandbank voor de plaats Fort Mahon Plage, Picardië

Photo:Tomfor, Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Belangrijk voor de vogelstand is het Parc du Marquenterre, een 250 ha groot beschermd natuurgebied. Hier leven standaard zo'n 344 vogelsoorten (in geheel Europa bestaan ca. 650 soorten), door het jaar heen aangevuld met veel trekvogels.

In de Somme zwemt veel paling, maar ook karper, rivierbaars, snoek en zeelt zijn overvloedig aanwezig.

amfibieën
alpenwatersalamanderheikikkerrugstreeppad
boomkikker of Europese boomkikkerkamsalamander of grote watersalamanderspringkikker
geelbuikvuurpadkleine watersalamandervinpootsalamander
gewone of bruine padmeerkikker of grote groene kikkervroedmeesterpad
groengestipte kikkerpoelkikker of kleine groene kikkervuur- of goudsalamander
reptielen
adderlettersierschildpad (foto)oostelijke smaragdhagedis
esculaapslanglevendbarende of kleine hagedisringslang
gladde slangmuurhagediszand- of duinhagedis
hazelworm

Lettersierschildpad

Photo: Francesco Canu, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 2016 werd er in Picardië een spinnentelling gehouden. Er werden 432 soorten geteld, hieronder een overzicht van de 30 meest voorkomende spinnen:

spinnen
blinkende krabspingewone komkommerspinplatte wielwebspin
bodemwevertjegewone tandkaakrietkruisspin
bonte grasspringspingroene krabspinschaduwstrekspin
boomknobbelspingrote trilspinschorsmarpissa
brede wielwebspingrote wolfspinslanke kogelspin
driestreepspinherfsthangmatspinstruikknobbelspin
eikenspringspinhuiszebraspin (foto)struikwielspin
gerande oeverspinkegelspinvenstersectorspin
gestipte struikspinkruisspinwespspin
gewone kameleonspinlentevuurspinzomerwielwebspin

Huiszebraspin

Photo: B. Schoenmakers, Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Een paardensoort dat typisch is voor het gebied Baie de Somme is het 'Cheval de Somme' of Hensonpaard. De soort, klein met een schofthoogte van ca. 1,55 m, is een kruising tussen warmbloedige Franse rijpaarden en koudbloedige Noorse fjordenpaarden en wordt pas sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw gefokt. Door hun grote uithoudingsvermogen zijn ze uitermate geschikt in de toeristenindustrie.

Sinds 2003 wordt het paard officieel erkend door het Franse Haras Nationaux, het nationale openbare bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de regulering en het beheer van het fokken van paarden en ezels in Frankrijk. In 2010 werd het Haras Nationaux samen met het École Nationale d'Éducation, de nationale rijschool, onderdeel van het nieuwe Institut Français du Cheval et de l'Équitation.

Cheval de Somme, paardensoort uit Picardië

Photo:Eponimm, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Geschiedenis

Prehistorie

Archeologische opgravingen op de alluviale terrassen en in het veen van de vallei van de Somme hebben de overblijfselen van uitgestorven dieren als olifanten en neushoorns in slib-, zand- en grindafzettingen onthuld. Een belangrijke vindplaats was de prehistorische site van Saint-Acheul, een voorstad van Amiens.

Tevens werden er ca. 500.000 jaar oude door de mens gemaakte tweezijdig bewerkte vuurstenen vuistbijlen gevonden. De aanwezigheid van de mens in die tijd wordt ook bevestigd door vondsten in de valleien van de Oise en de Aisne. De belangrijkste prehistorici die de site van Saint-Acheul hebben onderzocht waren Victor Commont (1866-1918), Jean Albert Gaudry (1827-1908)en Louis Laurent Gabriel de Mortillet (1821-1898). De periode waarin deze vuistbijlen en andere stenen werktuigen gemaakt werden, werd door De Mortillet het Acheuléen genoemd. De vuistbijlen werden in 1872 door De Mortillet beschreven en in verband gebracht met de jager-verzamelaars Homo ergaster en Homo heidelbergensis, die leefden van Afrika tot het Nabije Oosten en de ijsvrije delen van Europa. De aanwezigheid van de Homo heidelbergensis, ca. 450.000 tot 300.00 jaar v.Chr., werd bevestigd door archeologische vondsten in Abbeville, Amiens en Cagny.

Gabriel de Mortillet, pre-historicus werkzaam in Picardië

afbeelding: publiek domein

In het Midden-Paleolithicum, ca. 90.000 tot 35.000 v.Chr., vestigde de Neanderthaler zich in Picardië, en de steencultuur van die tijd wordt het Mousteriaan genoemd, naar Le Moustier, een dorpje in de Périgord.

Rond 35.000 v.Chr., in het Laat-Paleolithicum, arriveerde de Homo sapiens in Noord-Frankrijk en belangrijke culturen en industrieën aan het begin van die periode waren het Magdalénien en het Périgordien in de valleien van de Oise en de Somme.

In Amiens, in de wijk Renancourt, werd in juli 2014 een kalkstenen venusbeeldje gevonden, daterend uit het Gravettien (28.000 - 22.000 v.Chr.). In de buurt van Compiègne werd rond dezelfde tijd een kamp van rendierjagers, Cro-Magnon, gevonden.

Het Mesolithicum, ca. 9000 tot 6000 v.Chr., is een overgangsperiode tussen het Paleolithicum en het Neolithicum. Na de laatste ijstijd, van ca. 9000 tot 8000 v.Chr. werd Picardië landschappelijk gezien een bosgebied. De archeologische cultuur uit die tijd was het Tardenoisien, met opvallende trapezoïdevormige pijlpunten en kleine vuurstenen klingen, onder andere gevonden in Fère-en-Tardenois, Villeneuve-sur-Fère en Coincy in het departement Aisne. Het Tardenoisien duurde van ca. 6500 tot 6000 v.Chr., het begin van het Neolithicum.

In dat Neolithicum, zo'n 4000 v.Chr., drong de Danubische beschaving Picardië binnen met zaken als graanteelt, aardewerk en het fokken van vee; lijken werden als individu begraven. De man was voortaan niet alleen een krijger, maar werd ook een producent. Open plekken in bossen tijdens de Chasséen-beschaving (4500-3500 v.Chr.) werden gebruikt om huizen te bouwen, een soort van vesrsterkte dorpen ontstonden, onder andere gevonden in Cuiry-lès-Chaudardes in het departement Aisne. In Villers-Carbonnel in het departement Somme werd in 2011 een vrouwelijk standbeeld uit die tijd gevonden

Rond 2500 v.Chr. werd de Chasséen-beschaving min of meer opgevolgd door de laat-neolithische Seine-Oise-Marnecultuur (2500-1600 v.Chr.), waarvan de kern zich bevond in het Bekken van Parijs, maar de uitlopers zich bevonden in de vallei van de Maas, Vlaanderen, Zuid-Nederland en de Vlaardingencultuur in het westen van Nederland. Overblijfselen in Picardië uit deze periode zijn de megalithische begraafplaatsen in Feugneux, Dameraucourt en Boury-en Vexin in de Oise, Cierges en Marchais in de Aisne. Menhirs zijn te vinden in Bavelincourt, doingt en Eppeville in het departement Somme, Borest in Oise en Haramont, Orgeval en Pargny-les-Bois in Aisne.

Menhir in de buurt van Borest, Picardië

Photo: P.poschadel,CC 2.0 France no changes made

De vondst van vuurstenen werktuigen uit Picardië in Grand-Pressigny, net ten zuiden van Tours, en in Ploéven in het departement Finistère in de regio Bretagne tonen aan dat er al druk handel werd gedreven in die periode.

Protohistorie

De Protoperiode of 'vroege geschiedenis' is de overgangsperiode van prehistorie naar oudheid. De beschaving in Picardië beschikte in die periode nog niet over een eigen schrift, maar werd al wel door buurvolken beschreven.

Bronzen voorwerpen werden ca. 1650 v.Chr. in Picardië geïntroduceerd door migranten en er werd handel gedreven via routes naar Ierland en Cornwall. Voorwerpen als armbanden, spelden en dolken zijn hier veel gevonden, en bijlen met name aan de kust.

Van 1200-1100 v.Chr. zijn in Oise en Aisne overblijfselen van de urnenveldcultuur aangetroffen, die zich afspeelde in de late bronstijd en die gekenmerkt werd door bijzettingen van urnen op een urnenveld.

De urnenveldcultuur werd opgevolgd door de eerste ijzertijdcultuur, de zogenaamde Hallsttatt-cultuur, die duurde van 750-700 v.Chr. Tijdens de Hallstatt-periode werd er onder andere zout gewonnen aan de monding van de Canche en archeologische vondsten wezen uit dat er contact is geweest met de Griekse beschaving. Maar ook werd er tin via de Somme en het oppidum van Vix (Cote d'Or) naar de Middellandse Zee vervoerd. Rond 500 v.Chr. werd deze handelsroute opgegeven en werd er voornamelijk via de Noordzee en de Atlantische Oceaan de Middellandse Zee bereikt.

Geschiedenis Frankrijk vanaf de Oudheid

In de bronstijd ontstond in Bretagne een centrum van bronsindustrie en –handel. Vanuit het Rijnland breidde in de late bronstijd de urnenveldcultuur zich uit over geheel Frankrijk. In de ijzertijd waren de Hallstatt-cultuur (750-450 v.Chr.) en de La Tène-cultuur (450-50 v.Chr.) belangrijk. Van grote betekenis in deze periode was ook de stichting van de Griekse kolonie Massilia (nu: Marseille), die o.a. handelscontacten met de klassieke wereld opleverde.

Massilia (Marseille) ten tijde van keizer Caesar

afbeelding: Cristiano64, CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In Noord-Frankrijk kwam rond deze tijd de Marne-cultuur tot bloei. Uit deze periode is veel bronzen vaatwerk gevonden en zelfs complete pronkwagens. Dit alles wijst op een tweedeling in de prehistorische maatschappij met een sociale elite maar ook feodale trekjes.

Met de Gallische oorlogen van Caesar (58–51 v.C.) en zijn inlijving van"Gallia" bij het Romeinse Rijk eindigt de prehistorie en de oudheid.

Middeleeuwen

In de 2e eeuw werd het christendom voor het eerst geïntroduceerd in Frankrijk. De eerste christenen werden nog vervolgd maar het keerpunt kwam in 312 met de bekering van koning Constantijn. Het christendom werd toen de officiële staatsgodsdienst. Rond 500 had de kerk zich een krachtige positie verworven naast de staat en oefende grote invloed uit.

Vanaf ca. 300 begon het Romeinse rijk in verval te raken en men had de grootste moeite om Gallië te verdedigen tegen barbaarse stammen uit Duitsland. Na 400 vielen de Vandalen massaal binnen en Attila de Hun rukte op tot in Oost-Frankrijk en de Romeinen trokken zich terug tot Orléans. In 455 werd Rome zelf veroverd en werd Gallië een prooi voor Westgoten, Bourgondiërs, Alemannen en Franken.

In 481 werd Clovis de eerste Merovingische koning van de Salische Franken en werd de basis gelegd voor het moderne Frankrijk. Clovis bekeerde zich tot het christendom en trouwde met Clothilda, een Bourgondische prinses, waardoor de macht van de Franken steeds groter werd. Na de dood van Clovis volgde een opvolgingsstrijd tussen plunderende leenheren die tevergeefs gezag en orde probeerden te handhaven. In deze tijd oefenden niet de Frankische koningen, maar hun ambtenaren, de hofmeiers, de feitelijke macht uit.

Doop van Clovis in de kathedraal van Reims (496)

foto: Garitan Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 732 greep Karel Martel, een van deze hofmeiers, de macht, en werd de eerste Karolingische koning. Martel verwierf veel macht maar Gallië werd pas één door zijn kleinzoon Karel de Grote, die op 25 december 800 door de paus tot keizer werd gekroond. Hij werd de stichter van het Heilige Roomse Rijk en het lukte hem om een aantal landen in Midden- en West-Europa bij elkaar te houden. Na zijn dood werd het rijk onder zijn zoons verdeeld en het westelijke deel, Francia, viel ten prooi aan de expansiedrift van naburige hertogen.

Na het Verdrag van Verdun, gesloten in 843, kwam het gebied ten westen van de rivieren Schelde, Maas, Saône en Rhône onder het bewind van Karel de Kale. Zijn opvolgers vertoonden weinig daadkracht en verschillende territoriale vorsten scheidden zich af van het Frankische rijk. Onder Karel III de Dikke werd het Frankische eenheidsrijk weer enigszins hersteld maar in 887 werd Karel afgezet en ontstond langzaamaan het West- en het Oost-Frankische rijk waaruit uiteindelijk Frankrijk en Duitsland zouden ontstaan.

Rond het jaar 900 nam de dreiging van de roofzuchtige Noormannen toe maar het was Karel III de Eenvoudige, die een akkoord met hun leider Rollo wist te sluiten waardoor de Noormannen hun rooftochten tot Normandië zouden beperken. Andere leiders van het Frankische huis zoals Robert I en Lodewijk IV, hadden veel te stellen met de grote vazallen. In die tijd ontstonden er een aantal territoriale vorstendommen, waaronder Vlaanderen en Normandië. Uiteindelijk stierf het Karolingische Huis met de dood van Lodewijk V uit.

Standbeeld van Hugo Capet, koning van Frankrijk van 987 tot 996

foto: Thesupermat Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Met Duitse steun werd Hugo Capet (987-996) tot koning gekozen en begon de dynastie der Capetingers die erin slaagden de monarchie erfelijk te maken. De macht van de Capetingers hield ten zuiden van de Loire op en was ten noorden van de Loire voornamelijk gebaseerd op de steun van enkele bisschoppen. Onder Lodewijk VI konden de grote vazallen voor het eerst in toom gehouden worden en in 1124 wist hij een invasie van de Duitse keizer te voorkomen. Zijn zoon Lodewijk VII trouwde met Eleonora van Aquitanië en wist daardoor zijn invloed tot de Pyreneeën uit te breiden.

Na de scheiding van Lodewijk en Eleonora in 1152 trouwde Eleonora met Hendrik II Plantagenet, die daardoor Zuid-Frankrijk aan zijn rijk kon toevoegen. In 1154 werd Hendrik ook nog koning van Engeland en vormde daardoor een grote bedreiging voor Frankrijk. Het lukte de opvolger van Lodewijk VII, Filips II August, echter om grote delen van Frankrijk weer te heroveren. De gewonnen slag tegen de Engels-Vlaamse coalitie bij Bouvines in 1214 gaf hem veel aanzien in Frankrijk en Europa.

In de dertiende eeuw wisten diverse vorsten het Franse kroondomein verder uit te breiden, o.a. met een deel van Languedoc en Toulouse. De eerste absolute vorst werd Filips IV de Schone, die o.a. in conflict raakte met het Vaticaan in Rome. Het conflict liep uit op de benoeming van een aan de koning onderworpen paus Clemens V, die zich zelfs in het Zuid-Franse Avignon vestigde. Filips IV werd opgevolgd door zijn drie zonen, respectievelijk Lodewijk X, Filips V en Karel IV, de laatste uit de rechtstreekse lijn van de Capetingers.

Standbeeld van Filips IV de Schone, koning van Frankrijk (1285-1314)

afbeelding: Rijksmuseum in het publieke domein

Na Karel IV kwam zijn zoon Filips VI aan de macht, maar ook de Engelse koning Edward III maakte aanspraken op de Franse kroon. Dit leidde uiteindelijk tot de zogenaamde Honderdjarige Oorlog waarin Frankrijk aanvankelijk de ene na de andere nederlaag leed. De builenpest-epidemie van 1348-1352 kostte 4 à 5 miljoen mensen het leven, ongeveer 25% van de Franse bevolking. In 1360 werd de vrede van Brétigny gesloten waardoor Frankrijk gedwongen werd enkele gebieden (o.a. Aquitanië en Calais) af te staan aan Engeland, maar wel Bourgondië wist te behouden. Onder Karel V wist Frankrijk zich definitief te herstellen. In 1392 werd Karel VI gek verklaard en nam een regentenraad de macht in feite over.

Vijftiende en zestiende eeuw

Dat ging natuurlijk niet zonder problemen en met name Jan zonder Vrees van Bourgondië en Lodewijk van Orléans maakten elkaar het leven erg zuur. De Engelse koning maakte hier dankbaar gebruik van en versloeg de Fransen in 1415 bij Azincourt. Een bijzondere gebeurtenis in deze tijd was de bevrijding van Orléans van de Engelse belegeraars door Jeanne d'Arc, de Maagd van Orléans. Op 30 mei 1431 werd zij door de Engelsen op de brandstapel ter dood gebracht.

Na de moord op Jan zonder Vrees sloot Bourgondië zich bij de Engelsen aan. In 1435 slaagden de Fransen met behulp van de Bourgondiër Filips de Goede erin om Normandië en Guyenne op de Engelsen te heroveren en maakte hiermee een einde aan de Honderdjarige Oorlog. Onder Lodewijk XI dreigden er weer opstanden van de adel, die zich weer gesteund wisten door de Bourgondische hertog Karel de Stoute.

Door geheime steun en omkoping wist Lodewijk de opstand de kop in te drukken, en na de dood van Karel werden Bourgondië en Picardië aan het Franse rijk toegevoegd. Door zijn huwelijk met Anna van Bretagne werd Bretagne in 1491 eveneens een deel van het Franse rijk.

Jeanne d'Arc, nationale heldin van Frankrijk.

foto: Siren-Com, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De tegenstelling Valois-Bourgondië, uitgegroeid tot een strijd tussen Valois en Habsburg, woedde niet slechts in de Nederlanden, maar sinds 1494 ook in Italië om Napels en Milaan. De Italiaanse oorlogen waren slechts de inzet en een onderdeel van de strijd die vooral door Frans I (1515–1547) werd geleverd tegen de Habsburgse omsingeling. Bij de Vrede van Cateau-Cambrésis (1559) gaf Frankrijk, Italië, Vlaanderen en Artesië prijs, maar het lijfde Metz, Toul en Verdun, alsmede Calais in.

Van 1562 tot 1598 werd het land verscheurd door de religieuze en politieke partijstrijd tussen de protestantse hugenoten, geleid door de Bourbons, en de katholieken onder de Guises, waartussen de zwakke kroon trachtte te schipperen. Na de moorden op hertog Hendrik de Guise (1588) en op koning Hendrik III (1589) kwam de troon toe aan de Bourbonse hugenoot, Hendrik van Navarra. Door zijn overgang tot het katholicisme nam deze als Hendrik IV (1589–1610) de katholieke liga de wind uit de zeilen en in 1598 (Verdrag van Vervins) wist hij met Spanje, dat openlijk zijn tegenstanders had gesteund, vrede te sluiten.

Hendrik IV, koning van Frankrijk (1589-1610)

foto: Kaho Mitsuki, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Hetzelfde jaar verleende hij godsdienstvrijheid aan de hugenoten (Edict van Nantes) en ging zich, bijgestaan door minister Sully, toeleggen op het economisch herstel van het land.

Absolute monarchie

De periode van Maria de Médici en de eerste jaren van Lodewijk XIII waren niet de sterkste periode uit de Franse geschiedenis. Dat veranderde snel door het krachtdadige optreden van kardinaal-minister Richelieu, die de hugenoten in 1628 als politieke macht uitschakelde. Ook de adel en de parlementen verloren veel van hun invloed en na 1614 kwamen de Staten-Generaal zelfs niet meer bij elkaar. In de Dertigjarige Oorlog koos Richelieu voor de protestantse mogendheden om de Habsburgers te vernederen. Daardoor kon zijn opvolger Mazarin bij de Vrede van Westfalen in 1648 een groot deel van de Elzas opeisen.

Armand Jean du Plessis, Cardinal-Duc de Richelieu et de Fronsac (Parijs, 9 september 1585 – aldaar, 4 december 1642) was een Franse geestelijke, edelman en staatsman

foto:https://www.metmuseum.org/art/collection/search/369147in het publieke domain

Nadat het verzet van de adel en de parlementen definitief neergeslagen was stond niets een absolute monarchie nog in de weg en werd de strijd met de Spaanse Habsburgers met kracht doorgevoerd. Het Spaanse huwelijk van de Zonnekoning Lodewijk XIV bracht zelfs de Spaanse troon binnen bereik. Onder Lodewijk XIV was Frankrijk de machtigste staat in Europa en industrie, handel en de overzeese kolonisatie werden krachtig bevorderd o.a door een krachtige zeemacht te organiseren.

In 1685 werd het Edict van Nantes herroepen waarna de protestantse hugenoten massaal emigreerden en de economie, en in het bijzonder de industrie, een zware slag werd toegebracht.

De Devolutie-oorlog (1665–1669) en de Hollandse Oorlog (1672–1678) verschaften Lodewijk, ten koste van Spanje, Franche-Comté en veel grenssteden in de Zuidelijke Nederlanden. Ook werd in vredestijd de rest van de Elzas en Luxemburg bezet. De andere Europese machten werden georganiseerd door de Hollandse stadhouder Willem III, die sinds 1688 ook koning van Engeland was. In de negenjarige Oorlog (1688-169) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) werden verdere plannen tot uitbreiding van Frankrijk tegengehouden en kon het evenwicht in Europa gehandhaafd blijven.

Lodewijk XIV, de Zonnekoning, Hij was van 1643 tot aan zijn dood koning van Frankrijk en Navarra

foto: Jebulon, in het publieke domein

Lichtzinnig beleid van Filips van Orléans en Lodewijk XV volgde en Frankrijk raakte zelfs gedeeltelijk bankroet. Vanaf 1743 regeerde Lodewijk XV persoonlijk, maar liet zich leiden door dubieuze figuren als Madame de Pompadour. Zowel de Oostenrijkse Successieoorlog, die van 1740 tot 1748 duurde en de Zevenjarige Oorlog van 1756 tot 1763 werden geen succes en mede als gevolg daarvan ging de suprematie ter zee en in de koloniale wereld verloren, en werd overgenomen op Engeland.

Zo ging de Franse invloed in Canada, Louisiana en Voor-Indië verloren. In Europa wist men nog wel Lotharingen en Corsica binnen te halen. Onder de zwakke Lodewijk XVI werden financiële hervormingen doorgevoerd maar de staatsschulden liepen desondanks fors op. Voor het eerst sinds 1614 werd door deze netelige situatie de Staten-Generaal weer bijeengeroepen.

Franse Revolutie

Omdat de zwakke regering weinig aan de situatie deed steeg de onrust onder de bevolking die zichzelf op 17 juni 1789 uitriep tot Nationale Vergadering. De feodale rechten en standenprivileges werden afgeschaft en de rechten van de mens en de burger werden geproclameerd.

Op 14 juli 1789 was het zover. Het volk bestormde de Bastille, een gevangenis in Parijs die het symbool was van de absolute monarchie, en bezette die. Dit was het begin van de Franse Revolutie. Het koningshuis viel en er brak een roerige tijd aan. In 1791 werd de afgekondigde grondwet door de koning erkend. Hij gebruikte echter wel zijn veto ter bescherming van de gehate edelen en onbeëdigde priesters en dat pikte de bevolking niet.

Bestorming Bastille

Photograph by Rama, Wikimedia Commons, Cc-by-sa-2.0-fr no changes made

De opstandige Parijse gemeenteraad en de nieuwe Nationale Conventie riepen tussen 21 en 25 september 1792 de"eerste" republiek uit. In de Conventie werd de macht betwist tussen twee groeperingen: de Girondijnen, gematigde republikeinen, en de radicale Montagnards, met de bekende figuren Danton, Robespierre, Hébert en Marat. De gematigden werden door de radicalen met veel bloedvergieten uitgeschakeld maar kregen onderling ook ruzie, met name tussen aanhangers van Danton en Hébert.

Uiteindelijk bracht Robespierre ze beiden ten val maar werd zelf ook gedood op 28 juli 1794. Na deze gewelddadige periode keerde de rust weer even terug in Frankrijk. Maar uit de verwarde situatie werd de grondwet van het jaar III en het Directoire geboren, een nieuwe vergadering die tevergeefs de orde probeerde te herstellen. Er volgde een opstand van de Parijse burgerij die bloedig werd neergeslagen door de Corsicaan Napoleon Bonaparte. Ook had men te kampen met voortdurende katholieke en koningsgezinde opstanden in de Vendée en met grote financiële problemen.

Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk

foto: Anderiba12, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De republiek wist zich goed te verweren tegen diverse buitenlandse vijanden en het Franse grondgebied was eind 1793 gezuiverd van vreemde elementen. Men kon er zelfs weer aan gaan denken om de revolutiebeginselen over Europa te verspreiden. Het Directoire stuurde Napoleon naar Egypte en dat was het begin van Frankrijk als koloniale macht in Noord-Afrika. Men had tevens gedacht om zich zodoende van Napoleon te ontdoen, maar dit mislukte totaal.

Consulaat en Keizerrijk

Op 9 november 1799 volgde een staatsgreep waarna de grondwet van het jaar VIII doorgevoerd werd en het consulaat ingericht werd, waar generaal Napoleon Bonaparte de sterke man was.

Toen Napoleon eindelijk aan de macht kwam trok hij met zijn legers door een aantal Europese landen om de ideeën van de Franse Revolutie te verbreiden. Hij werd gedwongen mee te doen aan oorlogen met steeds wisselende partners, de zogenaamde coalitieoorlogen, maar wel steeds met Engeland als grote tegenstander. Hij veroverde op het continent een groot imperium (o.a. Italië, Spanje, Duitsland en Polen) maar zou uiteindelijk stuiten op de Engelse suprematie op zee, het voortdurende verzet in Spanje en het door Frankrijk zelf opgeroepen nationalisme in de rest van Europa.

In Frankrijk zelf werd het onderwijs, het gerecht en de administratie hervormd en gecentraliseerd, o.a. door het uitvaardigen van de"Code Civil" en andere wetboeken. Verder werden betrekkingen met de kerk hersteld en de economie gesaneerd. Door al deze successen benoemde hij zichzelf tot consul voor het leven in 1802 en tot keizer voor het leven in 1804.

Slag bij Waterloo, 1815

foto: Doctor Syntax in het publieke domein

Zijn voortdurende oorlogsplannen stuitten echter op steeds meer tegenstand en na een aantal forse nederlagen o.a. in Rusland, werd hij verbannen naar het eiland Elba. In maart 1814 deed hij afstand van de troon. De verbanning duurde slechts 100 dagen en hij keerde als een held terug. Na de nederlaag in de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815 was het echter afgelopen met de"kleine generaal" en begon de restauratie. Napoleon werd door de Engelsen verbannen naar het eiland St. Helena in de Atlantische Oceaan, waar hij de laatste jaren van zijn leven zou doorbrengen en in 1821 stierf.

Restauratie

Na Napoleon werd de monarchie van de Bourbons opnieuw geïnstalleerd en kreeg Frankrijk een nieuwe koning, Lodewijk XVIII, die tot 1824 zou regeren. Het gecentraliseerd bestuur en de wetgeving van de republiek en van het keizerrijk bleven behouden, maar de adel en de geestelijkheid herwonnen hun politiek overwicht ten nadele van de burgerij. De buitenlandse politiek, in het spoor van de Heilige Alliantie, wekte verzet.

Lodewijk XVIII, koning van Frankrijk en Navarra (1814-1824)

foto: Peter d'Aprix, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De inzet van een nieuwe koloniale expansie door de verovering van Algiers (1830) kon daaraan niets verhelpen. De autoritaire machtsgreep van Karel X (1824–1830) beantwoordden de liberalen onmiddellijk met de Juli-revolutie van 1830.

Julimonarchie

De burgerlijk denkende Lodewijk Filips I van Orléans (1830–1848) trok de weinig populaire maatregelen van zijn voorganger weer in. Hij aanvaardde het, te regeren met een grondwet die de politieke macht in de handen van de bezittende klasse legde. Sinds de economische depressie van 1846 won de republikeinse en socialistische agitatie gedurig veld.

Lodewijk Filips I, koning van Frankrijk (1830-1848) en hertog van Orléans

foto: onbekend in het publieke domein

Toen de conservatief Guizot zich in februari 1848 met geweld wilde verzetten tegen het gevraagde algemeen stemrecht, kwam het volk in beweging. De socialist Louis Blanc en de republikeinen vormden een voorlopig bewind. Ondanks de volksoproeren van mei en juni hielden de burgerlijke republikeinen de bovenhand. Louis-Philippe vluchtte naar Engeland en in Frankrijk werd besloten voorlopig geen nieuw koninkrijk in te stellen maar werd de Tweede Republiek uitgeroepen.

Tweede republiek

De roep om een sterke man bracht Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte met behulp van de katholieken aan de presidentszetel. Als tegenprestatie werd van hem bevoordeling van de katholieke godsdienst verwacht. Na een conflict met de Wetgevende Kamer over de kieswet ontbond hij op 2 december 1851 deze wet en ging zich bezighouden met een grondwetsherziening waardoor een jaar later op 2 december 1852 het tweede keizerrijk kon worden opgericht en regeerde hij als Napoleon III verder als een absolute vorst. In de Krim-oorlog en de Italiaanse veldtocht werden belangrijke militaire overwinningen behaald die Frankrijk als internationale macht op de kaart zetten.

Napoleon III, president van Franse Republiek van 1848 tot 1852, en als Napoleon III keizer van Frankrijk van 1852 tot 1870

foto: Rama, CC Attribution-Share Alike 2.0 France no changes made

Ook handel en nijverheid bloeiden op. Door de dubbelzinnige houding t.o.v de paus in de Italiaanse vrijheidsoorlog zetten de katholieken zich steeds meer af tegen Napoleon III en was hij sinds 1859 genoodzaakt minder autocratisch te regeren. De vrijhandelsverdragen met Engeland en wat andere landen lokten binnenlands veel kritiek uit en de afgang in Mexico werd ook niet vergeten. Daarentegen werden er wel nieuwe koloniën gesticht in Algerije, Senegambië (nu Senegal en Gambia), Cochin-China en Kambodja in de periode 1858-1867. Ook het gebrek aan daadkracht in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog in 1866 kostte hem veel aanzien. Hij probeerde nog door het leger te reorganiseren en de grondwet te wijzigen zijn gezicht te redden, maar dat lukte al niet meer. Naar aanleiding van de Hohenzollern-kandidatuur voor de Spaanse troon brak de Frans-Duitse Oorlog uit.

Derde Republiek

In deze oorlog werd een zware nederlaag geleden bij Sedan op 1 september 1870 en dit leidde in Parijs tot het uitroepen van de"Derde Republiek" en een verdrag met het Duitse keizerrijk op 10 mei 1871. Hierin werd overeengekomen dat Frankrijk de Elzas en een deel van Lotharingen aan de Duitsers moest afstaan.

In maart 1871 was er ondertussen in Parijs een radicalere gemeenteraad gekozen. Deze zogenaamde"Parijse Commune" kwam in opstand tegen de landelijke overheid, die tropen zond om de hoofdstad te heroveren. Na zes weken stedelijke guerilla-oorlog werd de opstand neergeslagen en zo'n 20.000"communards" doodgeschoten of gedeporteerd. In 1871 werd ook de Nationale Vergadering gekozen waarin de monarchistische meerderheid al snel grote onenigheid kreeg. Als gevolg daarvan werd in 1875 de Derde Republiek grondwettelijk ingericht.

Schilderij van een barricade tijdens de Parijse Commune, 1871, Frankrijk

foto: André Devambezin het publieke domein

In 1876 kregen de republikeinen de meerderheid in de Vergadering en trad de royalistische president Mac-Mahon af. In de laatste twee decennia van de negentiende eeuw stond het regeren in het teken van een aantal grote politieke schandalen, waaronder het handelen in ridderorden (1887), het Panamaschandaal (1892-1893) en natuurlijk de Dreyfuss-affaire (1894-1906).

In de sterk anti-katholieke binnenlandse politiek werd nog eens de scheiding van kerk en staat uitgeroepen. Sociale wetgeving kwam maar mondjesmaat op gang.

De buitenlandse politiek in deze periode stond in het teken van verschillende verdragen met andere grote Europese mogendheden. Zo werd er met Duitsland samengewerkt in diverse Afrikaanse kwesties en na diverse geschillen met de Engelsen werd ook tot hen toenadering gezocht. Door de brutale houding van de Duitse keizer Wilhelm II tekenden Frankrijk en Rusland een tweevoudig verbond in 1892-1894, de zogenaamde Duple Alliantie.

In Noord-Afrika wisten Frankrijk en Italië hun belangen te handhaven waardoor de internationale positie van Frankrijk nog meer verbeterde. Ook met Engeland werden alle koloniale geschillen opgelost in een Entente Cordiale in 1904. Ook de banden met Rusland werden steeds hechter en leidden uiteindelijk tot een Triple Entente met deze twee landen waardoor de positie ten opzichte van Duitsland sterker werd. Hierdoor werd Frankrijk wel min of meer de Eerste Wereldoorlog ingetrokken door het Servische conflict tussen Rusland en Duitsland.

Internationale verdagen die uiteindelijk leiden tot de Eerste Wereldoorlog

afbeelding: Xiaphias, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Tot 1917 was Frankrijk niet erg succesvol in de strijd tegen de Duitsers. Bij de rivier de Marne wisten ze de Duitse opmars te stuiten. Vier jaar lang zou de oorlog zich in loopgraven afspelen en vele miljoenen soldaten en burgers vonden de dood. In november 1917 kwam de regering Clemenceau aan de macht en onder zijn enigszins dictatoriale leiding werd de verdediging van Frankrijk succesvol gereorganiseerd en een jaar later de overwinning op de Duitsers behaald. Op de vredesconferentie van Versailles wilde Clemenceau Duitsland volledig ontkrachten maar dit plan viel niet in goede aarde bij de geallieerden. Wel kreeg Frankrijk Elzas en Lotharingen terug.

Frankrijk leed zware demografische en economische verliezen door de Eerste Wereldoorlog en de regering van de rechtse Nationale Unie had de handen vol aan de relatie met Duitsland en een grote stakingsgolf.

Ook de relatie met de Britten werd steeds moeizamer. In de kwestie van de herstelbetalingen door Duitsland aan Frankrijk namen de Britten een gematigd standpunt in. De Franse regering zocht toenadering tot dat standpunt maar de regering werd daardoor ten val gebracht door de nationalist Poincaré. Deze sloeg door met een eenzijdige bezetting van het Ruhrgebied in januari 1923 om zodoende een oplossing te forceren. De relatie met de Britten kwam nog verder onder druk te staan door de Grieks-Turkse oolog waarin Frankrijk Turkije steunde en Groot-Brittannië achter Griekenland stond. Frankrijk had ondertussen wel een aantal continentale bondgenoten: België, Polen en de kleine entente die bestond uit Tsjechoslowakije, Joegoslavië en Roemenië.

Georges Clemenceau, premier van Frankrijk (1906-1909 en 1917-1920)

foto: P. Alvarez, CC Attribution 4.0 International no changes made

Pas in 1924 werd de relatie met de Britten weer genormaliseerd. De Ruhr-politiek werd teruggedraaid door de nieuwe regering en het Britse Dawesplan met betrekking tot de herstelbetalingen werd geaccepteerd. De regering Briand zorgde voor nog meer aanzien in de wereld door het Pact van Locarno in 1925 en het Briand-Kellogg verdrag in 1928.

Poincaré slaagde er ook in om de precaire financiële problemen te stabiliseren, maar had daarentegen weer te kampen met opstanden in Marokko en Syrië. Voor de verkiezingen viel de Nationale Unie uit elkaar.

Tardieus strenge politiek tegen Duitsland (1932) ondervond Britse kritiek en verbitterde Duitsland. Zo was Frankrijk weer op zijn continentale bondgenootschappen en op een stevige verdediging (Maginotlinie) aangewezen.

De verkiezingen van 1932 werden gewonnen door links, maar de financiële moeilijkheden, de economische achteruitgang en de kritiek op het parlementaire stelsel maakten een stabiele regering onmogelijk. In Parijs zelf werd gevochten door communistische, fascistische en royalistische groepen. Premier Doumergue vormde in februari 1934 een kabinet van nationale signatuur met een oorlogsheld uit de Eerste Wereldoorlog, Philippe Pétain, en Louis Barthou. Hij probeerde het Franse alliantiesysteem te verstevigen, o.a door Italië en Rusland erbij te betrekken. Hij hoopte zo het gevaar Hitler-Duitsland te isoleren na de Poolse opgave van de pro-Fanse politiek, maar werd tijdens zijn poging om Joegoslavië en Italië met elkaar te verzoenen op 9 oktober 1934 vermoord. Niet lang daarna nam premier Doumergue ontslag.

Pierre Paul Henri Gaston Doumergue was president van Frankrijk van 1924 tot 1931

foto: Michel Huhardeaux, CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Zijn opvolger werd Laval, die door zijn deflatiepolitiek zeer onpopulair was. In juli 1935 vormde zich een eenheidsfront tussen communisten, socialisten en radicalen tegen de fascistische groeperingen. Ook de buitenlandse politiek van Barthou was aan veel kritiek onderhevig, o.a. door het Verdrag met Rome dat gesloten werd met Mussolini. In 1936 werden verder het Rijnland door Duitse troepen bezet en werd het Locarnoverdrag opgezegd, waar Frankrijk niets meer aan kon doen, o.a. door gebrek aan steun van de Engelsen.

In juni 1936 kwam de Volksfront-regering van Léon Blum aan de macht. Hij voerde sociale verbeteringen door die echter enorm veel geld kostten en daardoor een sterke inflatie tot gevolg hadden. Daarop werd de Franse Bank en de wapenindustrie onder toezicht gesteld en werd er fors opgetreden tegen fascistische groeperingen. In de Spaanse burgeroorlog bleef Frankrijk samen met Engeland aan de zijlijn staan met een politiek van non-interventie. Het radicale kabinet Daladier hanteerde een scherpe deflatiepolitiek wat stakingen uitlokte maar de economische toestand wel verbeterde.

Léon Blum, premier van Frankrijk (1936-1938)

foto: Anefo in het publieke domein

Internationaal liep Frankrijk in die tijd achter Groot-Brittannië aan. Ex-bondgenoot Tsjecho-Slowakije werd op de Conferentie van München in september 1938 in feite uitgeleverd aan de Duitsers. Na de schending van het Verdrag van München door Duitsland gaven Frankrijk en Groot-Brittannië garanties aan Polen en de Balkanstaten.

Tweede wereldoorlog

Frankrijk verklaarde Duitsland de oorlog op 3 september 1939, samen met Groot-Brittannië. Dit gebeurde na de Duitse inval in Polen. Op 10 mei 1940 trokken de Duitse troepen Frankrijk binnen en binnen enkele weken stortte de Franse defensie volledig in elkaar. Ook de veel geroemde Maginotlinie bleek niet bestand tegen de Duitse overmacht en het grootste deel van Frankrijk werd door de Duitsers bezet.

Op 22 juni sloot de regering van maarschalk Pétain een wapenstilstand met Duitsland. Pétain was de opvolger van Paul Reynaud, die Daladier als premier was opgevolgd op 20 maart 1940. Twee dagen later werd er ook een wapenstilstand met Italië gesloten dat op 10 juni Frankrijk was binnengevallen. De regering van Pétain vestigde zich in Vichy, dat lag in het onbezette deel van Frankrijk. Nadat de geallieerden geland waren in Noord-Afrika in november 1942 breidden de Duitsers hun bezetting over geheel Frankrijk uit.

Maarschalk Philippe Pétain schudt de hand van Adolf Hitler

foto: Heinrich Hoffman, Commons:Bundesarchiv; Attribution: Bundesarchiv, Bild 183-J28036 | Foto: Jäger, Oktober 1944

Ex-premier Laval had inmiddels de feitelijke leiding van de regering te Vichy overgenomen van Pétain en hij streefde naar samenwerking met de Duitsers. De plaatsvervanger van Pétain, admiraal Darlan, sloot zich in november 1942 bij de geallieerden aan. Pétain collaboreerde in feite met de Duitsers. Buiten Frankrijk zette de naar Engeland uitgeweken generaal Charles de Gaulle met een kleine groep"vrije Fransen" de strijd tegen de Duitsers voort. In Frankrijk zelf ontstonden verschillende verzetsbewegingen, die vanaf mei 1943 samenwerkten in het Conseil National dela Résistance.

In juni 1944 landde een geweldig geallieerd invasieleger op de kust van Normandië en van de Provence in het zuiden. De Duitsers konden de opmars van de geallieerden niet stuiten. September 1944 was bijna geheel Frankrijk bevrijd en op 8 mei 1945 verklaarde Duitsland zich in Reims akkoord met de onvoorwaardelijke overgave.

De Gaulle werd in 1943 hoofd van een Frans nationaal bevrijdingscomité en keerde bij de bevrijding in augustus 1944 terug als hoofd van een voorlopige regering. Deze regering steunde op de progressieve katholieke MRP (Mouvement Républicain Populaire), de socialisten en de communisten. De Fransen die met de Duitsers hadden samengewerkt, werden gestraft. Pétain werd ter dood veroordeeld (door De Gaulle in levenslang gewijzigd) en Laval werd gefusilleerd. In januari 1946 trok De Gaulle zich uit de regering terug.

Charles de Gaulle, 18e president van de Franse republiek (1959-1969)

foto: Bundesarchiv, B 145 Bild-F010324-0002 / Steiner, Egon / CC-BY-SA 3.0 no changes made

Vierde republiek

In oktober 1946 werd bij een volksstemming de nieuwe grondwet goedgekeurd en de socialist Vincent Auriol werd in januari 1947 de eerste president van de Vierde Republiek. De periode na de Tweede Wereldoorlog werd gekenmerkt door een combinatie van grote politieke instabiliteit en gunstige economische ontwikkelingen.

In snel tempo volgden de kabinetten elkaar op en een aantal belangrijke premiers uit die tijd waren Georges Bidault, Robert Schuman, Antoine Pinay en de radicaal Mendès-France. Hij was het die de beslissing nam om tot een wapenstilstand in de oorlog in Indo-China te komen.

Pierre Mendès France, premier van Frankrijk (1954-1955)

foto: onbekend CCAttribution-Share Alike 3.0 Netherlands no changes made

Nadat de rechtse partijen korte tijd hun aantrekkingskracht hadden verloren, herstelden de conservatieven zich na de oorlog al snel. Begin jaren vijftig organiseerde Pierre Poujade de ontevreden middenstand en ambachtslieden, waarmee het georganiseerde rechtse volksprotest zijn herintrede deed in de Franse politiek.

De Gaulle, die zich tegen de nieuwe grondwet had gekant wegens de zijns inziens te zwakke positie van de uitvoerende macht tegenover het parlement, richtte in 1947 een eigen partij op, de Rassemblement du Peuple Français. De dekolonisatie bracht ten slotte de ondergang van de Vierde Republiek. In Algerije was in 1954 verzet tegen het Franse bewind ontstaan. Uit vrees voor mogelijke onderhandelingen met de Algerijnse nationalisten vormden Fransen in Algerije met steun van het leger op 13 mei 1958 een revolutionair"comité de salut public", dat een regering onder De Gaulle bepleitte. Om een burgeroorlog te voorkomen gaf president Coty (die in 1954 Auriol was opgevolgd) de opdracht om een kabinet te formeren aan De Gaulle, die behalve van de rechtse partijen ook steun kreeg van de MRP en een deel van de radicalen en de socialisten (1 juni 1958).

Al ging de Vierde Republiek uiteindelijk aan haar eigen instabiliteit ten onder, op het Europese vlak initieerde zij vele integratieplannen (Kolen- en Staalgemeenschap, Defensiegemeenschap) die de stabiliteit in Europa moesten bevorderen. Deze plannen kunnen echter niet los gezien worden van de naoorlogse Duitslandpolitiek, waarmee Frankrijk poogde om de Bondsrepubliek Duitsland onder controle te krijgen door het te integreren in West-Europa.

Vijfde Republiek

Nu hij aan de macht was gekomen zette De Gaulle zijn plannen voor staatkundige hervormingen door. Op 28 september 1958 stemde meer dan 80% van de kiezers voor de nieuwe grondwet die de president veel macht en gezag gaf. Bovendien kreeg de nieuwe gaullistische partij Union pour la Novelle République de grootste fractie in de nationale vergadering. De Gaulle zelf werd op 8 januari als president geïnstalleerd, met Michel Debré als premier die in 1962 werd opgevolgd door de latere president Georges Pompidou.

Michel Jean-Pierre Debré was de eerste premier van de vijfde Franse republiek

foto: Eric Koch / Anefo in het publieke domein

Door de situatie in Algerije kwamen rechtse politici en militairen in opstand. Deze staatsgreep in de Algerijnse hoofdstad Algiers op 22 april 1961 mislukte echter. Op 8 april 1962 sprak meer dan 90% van de bevolking zich in een referendum uit voor de onafhankelijkheid van Algerije. Uiteindelijk werd Algerije na een bloedige koloniale oorlog onafhankelijk na een grondwetswijziging op 28 oktober 1962. Na verkiezingen in maart 1967 behielden de Gaullisten met hun bondgenoten nog een krappe meerderheid; de ambtstermijn van De Gaulle was in december 1965 met zeven jaar verlengd.

De periode De Gaulle werd in het algemeen gekenmerkt door het herstel van Frankrijks positie als een onafhankelijk en invloedrijk land tussen de grote naties van de wereld. Bovendien wilde De Gaulle uiteindelijk een groot Europa van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral en daarvoor was het nodig dat de invloed van de Verenigde Staten teruggedrongen werd. Als gevolg van deze stelling onttrok Frankrijk zijn troepen in 1966 aan het gezag van de Navo en alle Navo-bases werden ontruimd. Ook wilde men een kernmacht worden en ondertekenden daarom niet het non-proliferatieverdrag. Groot-Brittannië werd tot tweemaal toe uit de EEG geweerd, maar de betrekkingen met Duitsland werden wel genormaliseerd, en ook die met Rusland en andere Oost-Europese landen. Met de Arabische landen konden de Fransen het goed vinden maar dat had weer zijn weerslag op de relatie met Israel. Onder studenten en arbeiders ontstond in de tweede helft van de jaren zestig ontevredenheid over het beleid van de regering. In mei 1968 brak in Parijs de befaamde opstand uit die slechts een maand zou duren na toezeggingen voor loonsverhogingen voor de arbeiders.

Parijse studentenrevolte in mei 1968

foto:André Cros CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bij de in juni gehouden verkiezingen boekten de Gaullisten grote winst en vormden een front tegen de socialisten samen met de onafhankelijke republikeinen en andere onafhankelijken.

Jaren zeventig en tachtig

In april 1969 trad De Gaulle af omdat zijn voorstellen met betrekking tot hervormingen waren verworpen, o.a. over een nieuwe regionale indeling. De presidentsverkiezingen brachten een overwinning voor de gaullist Georges Pompidou. Op binnenlands terrein streefde Pompidou naar een snelle industrialisatie, in de buitenlandse politiek volgde hij de lijn-De Gaulle, hoewel minder star. Zo gaf hij zijn medewerking bij de toetreding van Engeland tot de EEG en nam vaker positieve standpunten in tijdens Navo-vergaderingen.

Georges Pompidou, 19e president van Frankrijk (1969-1974)

foto: Eric Koch / Anefo, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De parlementsverkiezingen van maart 1973 werden gewonnen door de samenwerkende socialisten en communisten, maar de regeringspartijen behielden de meerderheid. Links vormde ook een coalitie bij de dood van Pompidou (2 april 1974) en de daarop volgende presidentsverkiezingen. Deze werden in mei 1974 gewonnen door de minister van Financiën en Economie, de onafhankelijke republikein Giscard d'Estaing.

Hij versloeg met zeer klein verschil de socialistische leider François Mitterrand. De gaullisten hadden op dat moment geen nieuwe kandidaat voor het presidentschap en gaven daarom hun steun aan de republikein Giscard. Jacques Chirac werd premier van een kabinet van gaullisten en republikeinen. In 1976 ontsloeg de president Chirac en benoemde Raymond Barre tot premier.

Onder Giscard werd het door zijn directe voorgangers gevoerde beleid in grote lijnen voortgezet. In de buitenlandse politiek bleef het streven naar een sterk, door Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland beheerst Europa, onafhankelijk van de Verenigde Staten, gehandhaafd, evenals de pro-Arabische houding in het Midden-Oosten.

Valéry Marie René Georges Giscard d'Estaing, 20e president van Frankrijk (1974-1981)

foto: President (1977-1981 : Carter). White House Staff Photographers. (01/20/1977 - 01/20/1981) publiek domein

In voormalig Frans-Afrika bleef Frankrijk vertegenwoordigd door de aanwezigheid van militaire troepen en adviseurs, terwijl de financieel-economische invloed nog werd vergroot. In het binnenland had Giscard te maken met o.m. separatistische bewegingen op Corsica en in Bretagne. Mei 1981 werd Giscard verrassend verslagen door de socialistische presidentskandidaat François Mitterrand. Hij werd de eerste socialistische president van het land sinds de instelling van de Vijfde republiek in 1958.

Na de parlementsverkiezingen in juni kwam er een regering van socialisten (PS) en communisten (PCF) onder P. Mauroy, die probeerden om via nationalisaties de Franse economie te verbeteren. Door tegenvallende resultaten werd men in juni 1982 al gedwongen om het progressieve economische beleid af te zwakken. Onder L. Fabius maakten de communisten niet langer deel uit van de regering. Nadat UDF–RPR onder aanvoering van Jacques Chirac (RPR) in maart 1986 de parlementsverkiezingen hadden gewonnen werd de Vijfde Republiek geconfronteerd met een in de geschiedenis van Frankrijk onbekende staatkundige variant, de"cohabitation": een premier en een president van verschillende politieke kleur.

Nadat Mitterrand in mei 1988 opnieuw de presidentsverkiezingen had gewonnen van Chirac, kwam er na de parlementsverkiezingen van juni 1988 opnieuw een socialistische regering onder leiding van M. Rocard.

François Mitterand, 21e president van Frankrijk (1995-2007)

foto: Rob Croes / Anefo in het publieke domein

In de jaren tachtig vielen vooral op: het kleiner worden van de electorale basis van de communistische partij en haar politieke invloed, de opkomst van extreem-rechts in de vorm van het Front National van Jean-Marie Le Pen en de opkomst van de Groenen, Les Verts, die sinds juni 1989 vertegenwoordigd zijn in het Europees Parlement.

Jaren negentig

In 1991 werd voor het eerst een vrouw premier van Frankrijk, Édith Cresson. Impopulaire maatregelen, o.a. premie- en belastingverhogingen, waren fnuikend voor haar populariteit en zij werd al in april 1992 opgevolgd door Pierre Bérégovoy. Deze trad als premier terug na de socialistische nederlaag bij de verkiezingen van 12 maart 1993 en werd opgevolgd door Édouard Balladur. In mei pleegde de teleurgestelde Bérégovoy zelfmoord, mede naar aanleiding van het mislukken van zijn economisch programma. De slechte economische situatie leidde in juli 1993 tot aanvallen door speculanten op de Franse franc. Het gevolg was dat de Franse franc in feite het Europees Monetair Stelsel moest verlaten.

De regering-Balladur kreeg in 1994 te maken met talrijke corruptieschandalen die enkele ministers tot aftreden dwongen.

Édouard Balladur, premier van Frankrijk (1993-1995)

foto: Dutch National Archives CC Attribution-Share Alike 3.0 Netherlands no changes made

Bij de presidentsverkiezingen van mei 1995 liet Jacques Chirac, leider van de gaullistische RPR en burgemeester van Parijs, eerst zijn partijgenoot Balladur achter zich en won in de tweede ronde ook van de socialistische kandidaat Lionel Jospin. Jean-Marie Le Pen van het extreem-rechtse Front National verwierf 15% van de stemmen. Na aanvankelijk enige van Chiracs verkiezingsbeloften te hebben ingelost, daalde de populariteit van premier Juppé, die een straf bezuinigingsbeleid voorstond, snel.

Een golf van stakingen legde eind 1995 het openbare leven lam en ook in oktober en november 1996 kwam het tot massale stakingen bij de spoorwegen, in de luchtvaart, het onderwijs en andere overheidsdiensten. Vrachtwagenchauffeurs gingen over tot blokkades ter verbetering van hun arbeidsvoorwaarden, aan welke eis de regering gedeeltelijk tegemoetkwam. Intussen daalde de economische groei en bereikte de werkloosheid een naoorlogs record.

In 1995 werd Parijs opgeschrikt door een aantal terroristische aanslagen van de Algerijnse fundamentalistische-islamitische organisatie GIA en op Corsica vond in 1995 en 1996 een groot aantal bomaanslagen plaats door verschillende nationalistische bewegingen.

Begin januari 1996 overleed oud-president François Mitterrand. Bij gemeenteraadsverkiezingen in februari 1997 in het Zuid-Franse stadje Vitrolles behaalde het Front National een absolute overwinning, waarmee de vierde Zuid-Franse stad in handen viel van extreem-rechts, terwijl Nice wordt bestuurd door een geestverwant van Le Pen.

Jean-Marie Le Pen, voorzitter Front National (1972-2011)

foto: Kenji-Baptiste OIKAWA, CCAttribution 3.0 Unported no changes made

In het voorjaar van 1997 schreef president Chirac vervroegde verkiezingen uit in de hoop de positie van de regering-Juppé te versterken. In twee verkiezingsronden behaalden de socialisten onder leiding van Jospin en hun bondgenoten op 1 juni een grote overwinning en kwamen met 282 van de 577 zetels in de Nationale Vergadering.

In 1995 lokten Franse kernproeven op het atol Mururoa in de Stille Zuidzee felle protesten uit vooral van Australië, Nieuw-Zeeland en Japan. Na de proeven ondertekende Frankrijk begin 1996 het Verdrag van Rarotonga voor een kernwapenvrije zone in de Stille Zuidzee. In juni 1996 maakte minister van Defensie Millon op een halfjaarlijkse vergadering van zijn NAVO-collega’s in Brussel bekend dat Frankrijk wilde meewerken aan een"nieuwe" NAVO met een aparte Europese defensie-identiteit.

In de aanloop naar de Europese top in Dublin van december 1996 ontstond onenigheid tussen Frankrijk en Duitsland over het stabiliteitspact, dat na inwerkingtreding van de EMU moet zorgen voor begrotingsdiscipline bij de deelnemende landen. Parijs pleitte voor meer politieke vrijheid: ruimere marges en minder autonomie voor de Europese Centrale Bank.

Met de vervroegde parlementsverkiezingen van mei/juni 1997 beoogde president Chirac extra tijd te creëren om, zo nodig, pijnlijke maatregelen uit te voeren die nodig waren om te voldoen aan de criteria voor deelname aan de EMU. Chirac gokte en verloor: winnaar werd de Socialistische Partij (PS) onder leiding van Lionel Jospin, die een coalitie vormde met de communisten (PCF) en de Groenen.

Lionel Jospin, premier van Frankijk, 1997-2002

foto: User:EdouardHue, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De populariteit van de nieuwe coalitieregering–Jospin was aanvankelijk groot, maar werd al spoedig op de proef gesteld door onder meer verzet van de vakbonden tegen saneringen in de sociale voorzieningen en dat van middelbare scholieren die in oktober 1998 massaal de straat opgingen om meer middelen voor het secundair onderwijs te eisen.

De invoering van een 35-urige werkweek in 1998 om meer arbeidsplaatsen te scheppen, deed de relatie tussen regering en werkgevers geen goed en in 1999 werd de positie van Jospin verder verzwakt toen minister van Financiën Dominique Strauss-Kahn, na Jospin de machtigste man in de regering, op 2 november zijn aftreden bekendmaakte, nadat hij van corruptie was beschuldigd.

21e Eeuw

In september 2000 spraken de Franse kiezers zich uit voor een grondwetswijziging waarmee de presidentiële ambtstermijn werd teruggebracht van zeven naar vijf jaar; 73% was voor de wijziging. In 2002 is parlementair rechts aan de macht gekomen na verrassend verlopen Presidentsverkiezingen, waarin extreem rechts in de eerste ronde er in slaagde de socialistische presidentskandidaat Jospin uit te schakelen. Het gevolg was brede steun voor de herverkiezing van President Chirac die Le Pen als kandidaat voor het Front National tegenover zich zag.

Jean-Pierre Raffarin, premier van Frankrijk (2002-2005)

foto: Claude TRUONG-NGOC, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De regering en de door President Chirac benoemde eerste minister Jean-Pierre Raffarin ging - gezien de omstandigheden - voorzichtig aan het werk, volgens sommigen commentatoren zelfs te voorzichtig. Men wilde ten koste van alles de sociale rust handhaven omdat die essentieel werd geacht voor het handhaven van het consumentenvertrouwen en daarmee de werkgelegenheid. Noodzakelijke hervormingen, zoals belastinghervorming (in Frankrijk wordt nog steeds geen belasting aan de bron geheven) en liberalisering/privatisering van semi-overheidsbedrijven en hervorming van het gezondheidswezen, werden voor zich uit geschoven. In plaats daarvan concentreerde de regering zich op thema's als decentralisatie, veiligheid op straat en verhoging van de defensie-uitgaven. Toch werd het eerste jaar van de regering Raffarin voor de zomer van 2003 met een relatief positieve balans afgesloten. Successen werden met name geboekt bij de aanpak van de criminaliteit (minder misdaad) en de verkeersproblematiek (minder verkeersslachtoffers).

In de zomer van 2003 begon het tij te keren. In juli werd het regeringsvoorstel voor een institutionele hervorming voor Corsica met bijna 51 procent nee stemmen verworpen. Hierdoor kwam de decentralisatiewetgeving van de regering onder grotere druk te staan. Ook kwam er onverwacht veel verzet vanuit de bevolking tegen de wijzigingen van het pensioenstelsel, tegen het decentraal werven van ondersteunend personeel in de onderwijssector in het kader van het decentralisatiebeleid en tegen het aanscherpen van de uitkeringscriteria voor werknemers in de theater- en festivalwereld. Daarboven op kwam de catastrofaal verlopen hittegolf in augustus 2003 die meer dan 15000 slachtoffers eiste.

Daarna kwam de regering wat zijn populariteit betrof in een vrije val terecht: de pers sprak over het begin van het einde. Hoewel het er begin 2004 even op leek dat de regering vertrouwen terug won - onder meer vanwege de harde opstelling ten faveure van het niet confessionele karakter van de Franse staat (verbod van het islamitische hoofddoekje) - kreeg dit geen vertaling bij de regionale verkiezingen van 21 en 28 maart 2004. Links kreeg 13 procentpunten meer dan rechts (50,3 tegen 36,8 procent). Links kwam in alle regio's (ook de tot dan toe onneembare bolwerken van rechts) aan de macht. Met uitzondering van de Elzas en Corsica. Als gevolg werd een deel van de regeringsploeg vervangen en trad de regering Raffarin III aan.

In een televisietoespraak had President Chirac de vernieuwde regering Raffarin III geplaatst in het kader van de noodzaak van structurele hervormingen in Frankrijk. Hervormingen en sociale rechtvaardigheid dienden hand in hand te gaan. Frankrijk diende, aldus de president, een echte sociale dialoog voeren. Hervormingen dienen liefst breed gedragen te worden. Tegelijk dienen de staatsfinanciën te worden gesaneerd. De regeringsverklaring Raffarin III was in lijn met de wensen van de president.

Op zondag 29 mei 2005 heeft het Franse volk zich middels een referendum massaal uitgesproken tegen het Grondwettelijk Verdrag voor de Europese Unie. Chirac heeft hierop Dominique de Villepin tot premier benoemd en Nicolas Sarkozy als ‘ministre d’Etat’ (daarmee protocollair de nummer twee in de regering) herbenoemd in de functie van minister van Binnenlandse Zaken. Op voordracht van De Villepin is het regeringsteam drastisch hervormd en in omvang sterk gereduceerd (alle staatssecretarissen zijn geschrapt).

Dominique de Villepin, premier van Frankrijk (2005-2007)

foto: Georges Seguin (Okki), CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Op 9 juni 2005 legde premier De Villepin de regeringsverklaring af in de Assemblee. De aangekondigde maatregelen hadden met name betrekking op het sociaal-economisch beleid:"Frankrijk weer aan het werk helpen" was de centrale boodschap.

De kosten van het maatregelenpakket worden geschat op 4,5 miljard euro. De verlaging van de inkomstenbelasting die in 2006 zou worden doorgevoerd (aankondiging van President Chirac van juli 2004) wordt voorlopig opgeschort.

De Villepin zal het werkgelegenheidspakket niet via wetten, maar via ‘ordonnances’ doorvoeren. Hij omzeilt daarmee lange procedures (en amendementen) in het Parlement. Oppositie verzette zich uiteraard stevig tegen deze vermeende ‘autoritaire’ bestuursvorm.

In de Franse pers wordt gesproken over de “nadagen van Chirac”. Er is sprake van duidelijke onrust binnen de regeringspartij UMP. De jongere generatie van rechtse politici wil voorkomen dat links in 2007 het Elysée weer overneemt en tracht daarom in de UMP het roer meer in eigen handen te nemen. Ook herinnert men aan het feit dat de UMP geacht was een doorbraakpartij te zijn, met allerlei stromingen en dus niet alleen Gaullisten of Chirac aanhangers. Achter dit streven naar herstel van de bloedgroepen kan men de opening van de eerste schermutselingen over de opvolging van Chirac zien. De benoeming van De Villepin in combinatie met Sarkozy, beide zeer ambitieus en mogelijk in de race voor het volgende presidentschap, roept vragen op over de teamgeest van de nieuwe regering.

Ook de socialisten zijn door de afwijzing van het Grondwettelijk Verdrag zwaar aangeslagen. Hoewel de officiële partijlijn steun voor het verdrag voorschreef, leidde de tweede man van de PS, Laurent Fabius, een actieve nee-campagne. Na het Franse ‘neen’ restte partijleider François Hollande dan ook geen andere keuze dan Fabius als lid van het bestuur te royeren. De verdeeldheid binnen de PS is nu aanzienlijk. Het partijcongres van de PS is een half jaar vervroegd naar het najaar van 2005 teneinde de brokstukken te repareren voordat de campagne voor de presidentsverkiezingen van 2007 van start gaat.

Sinds 16 mei 2007 is Nicolas Sarkozy president. De president heeft een relatief grote macht, doordat hij staatshoofd en regeringsleider is. In juli 2008 krijgt Frankrijk voor een half jaar het voorzitterschap van de Europese Unie. In oktober 2008 wordt de omvang van de kredietcrisis merkbaar en in februari 2009 pompt de overheid miljarden in de economie. In maart 2010 leiden de regeringspartijen een groot verlies bij regionale verkiezingen. In juni 2010 kondigt de regering drastische bezuinigingen aan om de staatsschuld te verlagen.

Nicolas Sarkozy, 23e president van Frankrijk (2007-2012)

foto: Richard Pichet, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Na de Nationale Vergadering van Frankrijk stemde in september 2010 ook de Senaat in Frankrijk in met het boerkaverbod. Wanneer de wet van kracht wordt, wordt alle gezichtsbedekkende kleding verboden in openbare ruimtes. Vrouwen die op straat of in openbare ruimten gezichtsverhullende kleding dragen, kunnen volgens de wet een boete krijgen van 150 euro. In mei 2012 treedt de socialist Francois Hollande aan als nieuwe president. In 2013 stuurt Frankrijk een interventiemacht naar de voormalige kolonie Mali.

In maart 2014 wordt Manuel Valls de nieuwe premier, na een opmars van het Front Nationaal. Ook bij de Europese verkiezingen in mei 2014 wint het front nationaal.

Eind 2014 stijgt de werkloodsheid tot recordhoogte. Het jaar 2015 staat in het teken van terroristische aanslagen op Frans grondgebied door Islamitische Staat. In januari vallen 17 slachtoffers, voornamelijk medewerkers van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. In november zijn er 130 doden te betreuren bij diverse aanvallen in Parijs. In februari 2016 begint de opruiming van de"jungle" van Calais, dat is een groot kamp met illegalen die de oversteek naar Groot-Brittanië willen maken.

Op 14 juli 2016 slaat Islamitische Staat opnieuw toe, een vrachtwagen rijdt in op een menigte tijdens de nationale feestdag met meer dan 80 doden tot gevolg. In mei 2017 wint de kandidaat van het centrum Emaunuel Macron de Franse presidentsverkiezingen van de ultrarechtse Marine Le Pen. Zijn beweging La Republique en Marche wint vervolgens in juni bij parlementsverkiezingen de absolute meerderheid.

Emmanuel Macron, 25e president van Frankrijk

foto: Kremlin.ru, CCAttribution 4.0 International no changes made

Eind 2018 vinden grote landelijke"gele hesjes" protesten plaats tegen pogingen om het gebruik van fossiele brandstoffen te beteugelen door middel van prijsstijgingen die gewelddadig worden, wat aanleiding geeft tot aanpassingen door de regering. De protesten gaan door in 2019. In juli 2020 benoemt president Macron Jean Castex tot premier, nadat Edouard Philippe ontslag nam na een slechte uitslag voor de regerende La République En Marche! partij bij lokale verkiezingen. In Conflans-Sainte-Honorine, een voorstad ten noordwesten van Parijs, werd op straat een geschiedenisleraar die kort daarvoor in de klas karikaturen van de profeet Mohammed liet zien onthoofd. De achttienjarige Tsjetsjeense dader werd door de politie doodgeschoten.

Jean Castex, premier van Frankrijk sinds 1 juli 2020

foto: Florian DAVID, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bevolking

Picardië telt een kleine 2 miljoen inwoners (2017), dat komt neer op een bevolkingsdichtheid van ca. 103 inwoners per km². Veel Picardiërs wonen nog op het platteland, een derde van de bevolking (= ca. 85% van de 2291 gemeenten) leeft in dorpen van minder dan duizend inwoners. Amiens is de grootste stad in de regio met ca. 135.000 inwoners. De tweede stad van Picardië is Saint-Quentin met 60.000 inwoners; de derde stad is Beauvais met ca. 55.000 inwoners.

De verstedelijkingsgraad (of urbanisatiegraad), de verhouding tussen het aantal mensen dat in steden woont en het aantal mensen daarbuiten in vaak landelijke gebieden, ligt in Picardië zo rond de 60%. Met name het platteland rond steden als Amiens, Beauvais, Compiègne, Creil, Laon, Saint-Quentin en Soissons verstedelijkt nog steeds, dat wordt peri(ferie)-verstedelijking genoemd.

Taal

De officiële taal is het Frans, daarnaast wordt door minderheden Picardisch (Picardië), Bretons (Bretagne), Occitaans (het zuiden), Baskisch (in de westelijke Pyreneeën), Duits (Elzas-Lotharingen), Nederlands (Frans Vlaanderen), Catalaans (Roussillon), Italiaans (rond Nice), en Corsicaans (op Corsica) gesproken.

De Noordfranse Picardische taal, verwant met het Frans en Waals, was op zijn hoogtepunt in de 13e eeuw, in 1225 werd er zelfs een zogenaamde 'nation picarde' ingesteld aan de universiteit van Parijs. Tijdens het Acien Régime in Frankrijk (van ca. 1450 tot ca. 1789) overleefde de taal nauwelijks, maar in de 19e eeuw werd de taal weer enigszins in ere hersteld. Vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw werd er naar het Picardische dialect weer wetenschappelijk onderzoek gedaan. Boeken, met name strips als Kuifje en Astérix worden weer in het Picardisch uitgegeven en elke drie maanden verschijnt het tijdschrift Ch'Lancron.

Verspreidingsgebied van het Picardisch

Photo:Polletfa Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Enkele woorden en zinnetjes in het Nederlands, Frans en Picardisch.

NederlandsFransPicardisch
hallobonjourbojour
EngelsAnglaisInglé
goedenavondbonsoirbonsoèr
goedenachtbonne nuitboinne nuit
tot ziensau revoirÀ s'ervir of À l'arvoïure
een fijne dagbonne journéeeune boinne jornée
alstubliefts'il vous plaîtsins vos komander
dank umercimerchi
excusespardon of excusez-moipardon of échtchusez-mi
hoe heet u?comment vous appelez-vous?kmint qu'os vos aplez?
hoeveel?combien ça coute?combin qu'cha coûte
ik versta het nietje ne comprends pasÉj n'comprinds poin
help!À l'aide!À la rescousse!
kunt u mij alstublieft helpen?pouvez-vous m'aider, s'il vous plaîtpovez-vos m'aider, sins vos komander
waar zijn de toilletten?Où sont les toilettes?d'ousqu'il est ech tchioér
spreekt u Engelsparlez-vous anglais?parles-vos inglé?
ik spreek geen Picardischje ne parle pas PicardÉj n'pérle poin Picard
ik weet het nietje ne sais pasÉj n'sais mie
ik weet hetje saisÉj sais
ik heb dorstj'ai soifj'ai soé
ik heb hongerj'ai faimj'ai fan
hoe gaat het met ucomment vas-tu? of ça vacomint qu'i va of cha va t'i
met mij gaat het goedça va biencha va fin bien
suikersucrechuque

Godsdienst

Algemeen

De Franse bevolking is voor ca. 80% rooms-katholiek (ca. 48 miljoen), voor 4,5% overwegend soennitisch islamitisch (ca. 4 miljoen) en verder zijn er kleine minderheden van protestanten (ca. 950.000), joden (ca. 700.000; de grootste Joodse gemeenschap in Europa) en Armeens-christelijken. Sinds de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk XIV was het katholicisme staatsgodsdienst.

Sinds de scheiding van kerk en staat in 1905 heeft de staat geen enkele bemoeienis meer met de Kerk. De rooms-katholieke kerk heeft in Frankrijk achttien kerkprovincies en in totaal 95 bisdommen. Aan het hoofd van de kerkprovincies staat de aartsbisschop van Lyon.

Na de Bartholomeusnacht (1572) was de kracht van het protestantisme in Frankrijk gebroken. Pas door de wet van 1802 werden de protestantse kerken erkend. De voornaamste protestantse kerkgenootschappen zijn: de Église Réformée de France, de Église de la Confession d'Augsburg d'Alsace et de Lorraine, de Église évangélique luthérienne en de Église Réformée d'Alsace et de Lorraine.

Sinds 1905 is er een federatie van protestantse kerken die bestaat uit gereformeerden, lutheranen, baptisten, methodisten en vrije kerken: de Fédération protestante de France.

Protestantse theologische faculteiten voor de opleiding van predikanten zijn gevestigd te Aix-en-Provence, Montpellier, Parijs en Straatsburg; de laatste twee zijn interconfessionele faculteiten. Ondanks het relatief kleine aantal is de invloed van de protestanten in Frankrijk vrij groot.

Religieuze gebouwen in Picardië

Abbeville - Collégiale Saint-Vulfran: met de bouw van deze kapittelkerk, met twee 55 meter hoge torens, werd in 1488 begonnen en pas in de 17e eeuw voltooid. Het hoofdportaal heeft prachtige renaissancedeuren en herbergt een aantal beelden van bisschoppen. De abstracte glas-in-loodramen in het koor zijn van de Amerikaanse schilder William Einstein (1907-1972), representant van de Parijse School.

Albert - Basilique Notre-Dame-de-Brébières: deze neo-Byzantijnse basiliek werd eind 19e eeuw ontworpen door architect Edmon Duthoit (1837-1889) uit Amiens. De kerk is gebouwd van rode baksteen met een op een minaret gelijkende klokkentoren. De kerk werd in het tweede jaar van de Eerste Wereldoorlog (1915) verwoest en in 1929 herbouwd door de zoon van Edmond Duthoit, Louis (1868-1931) Het Mariabeeld met Jezus op de toren bleef tot 16 april 1918 scheef hangen door een granaatinslag. Het beeld werd wereldberoemd als de 'Hangende Madonna'.

Edman Duthoit en Louis Duthoit

foto:Raimond Spekking / CC BY-SA 4.0 no changes made

Amiens - Cathédrale Notre-Dame: in eerste instantie ontworpen door Robert de Luzarches (ca. 1180 - ca. 1228), later door Thomas de Cormont (?? - 1228) en zijn zoon Renaud de Cormont.

Houten beeld van Robert de Luzarches een van de ontwerpers de Kathedraal van Amiens, Picardië

Photo:Publiek domein

De twee bisschoppen die de opdracht gaven om de kathedraal te bouwen waren Évrard de Fouilloy (ca. 1145 - 1222) en Geoffroy d'Eu (?? - 1236).

Bisschop Evrard de Fouilloy stichtte de kathedraal van Amiens, Picardië

foto: Vassil, publiek domein

De bouw van de gigantische kathedraal heeft relatief kort geduurd, van 1120 tot 1269. De zijkapellen werden in 1375 gebouwd, de toren werd in de 15e eeuw voltooid. Het schip van de kathedraal is 54 m lang en 42,5 m hoog, het hoogste schip van Frankrijk. De kathedraal staat sinds 1981 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco en is het grootste gotische bouwwerk van Frankrijk. De Notre-Dame van Parijs past in zijn geheel in de kathedraal van Amiens. De 110 koorstoelen zijn in de 15e en begin 16e eeuw gemaakt door Picardische houtsnijders of 'huchiers' met duizenden Oud-testamentische figuren, het leven van Maria en het dagelijkse leven in Amiens.

Kathedraal van Amiens, Picardië

foto:Parsifall CC Attribuzione-Condividi allo stesso modo 3.0 Unported no changes made

Beauvais - Cathédrale Saint-Pierre de Beauvais: deze kathedraal, gewijd aan de Heilige Petrus, werd vanaf 1225 gebouwd op de fundamenten van een andere kathedraal. De kathedraal is uniek door de gigantische afmetingen en het feit dat ze nooit voltooid is. Het besluit om een nieuwe kerk, de grootste van die tijd, te bouwen, werd genomen door de graaf-bisschop van Beauvais, Milon van Nanteuil (??-1234). De sluitstenen liggen op een hoogte van 48 m, de hoogte van het koor is 68 m, bijna net zo hoog als van de Notre-Dame van Parijs; het kruis bevind zich op een hoogte van 153 m. Het koor stort in 1248 in en tijdens de Honderdjarige Oorlog werd er niet aan de kerk gewerkt, pas in 1500 werd onder leiding van de Parijse architect Martin Chambiges (1460-1532) de bouw hervat.

Kathedraal Saint-Pierre van Beauvais, Picardië

foto:Syl de Isa Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Kroning van Lodewijk VIII, uiterst rechts staat Milon van Nanteuil

afbeelding: publiek domein

Beauvais - Église Saint-Étienne: kerk met een romaans schip en transept, de toren is gebouwd tussen583 en 1674. Kroonlijsten worden ondersteund door modillons ('beauvaisiennes'), een versiering in de vorm van een steun. Het koor werd gebouwd begin 16e eeuw en is gemaakt in de flamboyant-gotische stijl. Verder vallen nog op een roosvenster van 12 segmeneten, een 16e eeuws polychroom (altaar)retabel en zeer fraaie glas-in-loodramen.

Folleville - Église Saint-Jacques-le-Majeur-et-Saint-Jean-Baptiste de Folleville: 15e-16e eeuwse kerk met flamboyant-gotische kenmerken. Aan de buitenkant zijn beelden te zien van de Heilige Jakobus en Maria met Kind. Het renaissancedoopvont is gemaakt van cararamarmer; er zijn grafmonumenten van Raoul de Lannoy en zijn vrouw Jeanne de Poix en van de zoon François de Lannoy en diens vrouw Marie d'Hangest. Een mooi waterbekken is versierd met beelden van de Heilige Franciscus en Johannes de Doper, de patroonheiligen van het echtpaar De Lannoy-De Poix.

Laon - Cathédrale Notre-Dame: met de bouw van een van de oudste gotische kathedralen van Frankrijk werd in de tweede helft van de 12de eeuw begonnen en in 1230 was het bouwwerk voltooid. De beroemde torens (56 m) zijn ontworpen door Villard de Honnecourt. De afmetingen van de kerk zijn 110 m lang, 24 m hoog en 30 m breed. Bijzonder zijn de glas-in-loodramen uit de 13de eeuw, het orgel uit de 17de eeuw, het beeldhouwwerk aan de binnen- en buitenkant en de uit Slavische landen afkomstige icoon 'Sainte Face de Laon'.

Icoon Sainte Face de Laon, Picardië

afbeelding: publiek domein

Morienval - Église Notre-Dame: in de 7e eeuw gesticht en toen onderdeel van een vrouwenabdij. Eind 9e eeuw verwoest door de Noormannen en vanaf de 11e eeuw herbouwd. In de 17e eeuw net als de abdij door abdis Anne II de Foucault grondig verbouwd. Opmerkelijk is dat de noordelijke toren lager is dan de zuidelijke toren. De bogen van de kooromgang werden ca. 1125 gebouwd en behoren tot de oudste in Frankrijk.

Noyon - Cathédrale Notre-Dame de Noyon: rooms-katholieke kathedraal uit 1145 en sinds midden 6e eeuw tot 1790 de zetel van de bisschop van Noyon. Daarna opgenomen in het bisdom Beauvais en sinds 1851 onder de naam Neauvais-Noyon. Op de plaats van de huidige kerk stonden vroeger vier kerkgebouwen, de kathedraal, gebouwd van 1145 tot 1235, is een van de eerste grote gotische gebouwen in Frankrijk. De kathedraal bevat tevens een kapittelbibliotheek. De lengte van het schip bedraagt binnenwerks 91,33 m, de hoogte bedraagt 22,73 m en de breedte 10,23 m. De noordelijke toren van de kathedraal is 66 m hoog.

Middenschip kathedraal van Noyon, Picardië

foto:D Villafruela Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Rue - Chapelle du Saint-Esprit: weelderig versierde in gotische stijl opgetrokken kapel met beeldhouwwerk uit de 15e en 16e eeuw. De 15e-eeuwse deuren hebben houtsnijwerk dat de vorm heeft van een gevouwen doek. Het gewelf van de voorhal (narthex) wordt bekroond door een gigantische sluitsteen. In de 'schatkamer' bevinden zich 17 stenen beelden van koningen, heiligen en evangelisten.

Saint-Germer-de-Fly - Abbaye de Saint-Germer-de-Fly: vroeg-gotische abdijkerk, gebouwd tussen 1150 en 1175. Met 18de eeuwse koorbanken in Korinthische stijl. Op hetzelfde terrein staat een 13de eeuwse Sainte-Chapelle naar Parijs' voorbeeld met een fraai roosvenster.

Saint-Leu-d'Esserent - Église Saint-Nicolas de Saint-Leu-d'Esserent: Met de bouw van deze kerk werd in 1140 begonnen, de werkzaamheden eindigden in 1210. Het is een priorijkerk met romaanse en gotische kenmerken en opgetrokken uit de befaamde 'steen van St-Leu', die in Frankrijk voor veel meer kerken en kathedralen gebruikt is. De fraaie glas-in-loodramen dateren uit 1960, de twee vierkante torens met zadeldak, de kooromgang en de apsiskapellen zijn nog uit de 12e eeuw.

Saint-Martin-aux-Bois - Abbaye de Saint-Martin-aux-Bois: abdijkerk met een 13e-eeuws schip dat bijna even breed (31 m) als hoog (27 m) is. Onder alle hoge vensters bevinden zich drie klavervormige openingen in de muur de kerk heeft enkele fraaie eind 15e-eeuwse koorstoelen. De patroonheiligen van de kerk zijn de Heilige Ambrosius en de Heilige Hiëronymus.

Saint-Quentin - Basilique Saint-Quentin: deze basiliek, in 1876 door paus Pius IX die status gekregen, is gewijd aan de 3de eeuwse martelaar Sint Quintinus, het schip is 123 m lang, 52 m breed en 34 m hoog. De bouw van de kerk startte eind 12de eeuw en duurde door allerlei oorzaken (o.a. oorlogen, geldgebrek) meer dan 300 jaar. En nog steeds is de basiliek eigenlijk niet af, met de bouw van de façade en twee belendende torens werd begin 16de eeuw door geldgebrek gestopt. Bijzonder zijn een labyrint in de kerkvloer, de 5de eeuwse Chapelle St-Fursy. een stenen sacrarium uit 1409 met heilige vaten en een modern orgel met 6430 pijpen.

Saint-Riquier - Abbaye Saint-Riquier: verschillende keren herbouwde en gerestaureerde abdijkerk met een 50 meter hoge toren. Het schip van de kerk is 96 m lang, 24 m hoog en 13 m breed. In een van de kapellen hangt een ietwat bevreemdend schilderij van de (hof)schilder van vooral religieuze voorstellingen Jean Baptiste Jouvenet (1644-1717), 'Lodewijk XIV raakt de lijders aan de klierziekte aan' uit 1690. Bij de ingang van de middenkapel hangt het schilderij uit 1847, 'Verschijning van Maria aan de heilige Filomena' van de voetenschilder Louis Joseph César Ducornet (1806-1856).

Schilderij van Jouvenet in de abdijkerk van Saint-Riquier, Picardië

afbeelding: publiek domein

Senlis - Cathédrale de Notre-Dame: de kleinste kathedraal van Picardië, die, net als de Notre-Dame van Parijs, bijna in zijn geheel past in de kathedraal van Amiens. Met de bouw van de kathedraal werd in 1153 begonnen, pas rond 1240 werden het transept (dwarsbeuk) en de torenspits toegevoegd. In 1504 brandde de kerk af e werd daarna herbouwd. Het schip van de kathedraal is 70 m lang, 19,20 breed en 24 m omhoog. Bijzonder is dat gotische steunbogen gestut worden door tribunes in de zijbeuken.

Soissons - Cathédrale Saint-Gervais-et-Saint-Protais: prachtig voorbeeld van gotische bouwkunst, de 116 m lange, 25,6 m brede en 30.3 m hoge kathedraal is bovendien perfect symmetrisch. Met de bouw werd in de 12de eeuw begonnen en duurde tot na de Honderdjarige Oorlog (1337-1453); de noordelijke toren is nooit voltooid. Bijzonder zijn het lancetgotieke koor, de witte marmeren beelden aan beide kanten van het altaar en een schilderij van Peter Paul Rubens, 'Aanbidding van de herders'.

Thiérache - Bijzonder zijn de ca. 65 versterkte kerken (églises fortifiées) uit de 16e en 17e eeuw in de streek Thiérache, onder andere in Archon, Beaurain, Burelles, Chaourse, Dagny-Lambercy, Dohis, Englancourt, Gronard, Hary, Jeantes (wanden beschilderd door de Limburgse kunstenaar Charles Eyck (1897-1983), La Bouteille, Marly-Gomont, Montcornet, Morgny-en-Thiérache, Parfondeval, Plomion, Prisces, Vervins en Wimy.

Versterkte kerk van Plomion, Picardië

foto: Havang(nl) in het publieke domein

Versterkte kerk Archon, Picardië

foto:jeanmichelparis Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Versterkte kerk van Burelles, Picardië

foto: Havang(nl) in het publieke domein

Versterkte kerk van La Bouteille, Picardië

foto: Havang(nl) in het publieke domein

Samenleving

Staatsinrichting

Volgens de grondwet van 1958 is Frankrijk een parlementaire republiek waarvan de president als staatshoofd uitgebreide volmachten heeft. De president wordt sinds 1962 door het volk bij algemeen stemrecht rechtstreeks voor zeven jaar gekozen. In 2002 zal de president van Frankrijk voor de duur van vijf jaar worden gekozen in plaats van de huidige zeven jaar.

De president vaardigt de door het parlement of door het volk (in geval van een referendum) aangenomen wetten uit, tekent de besluiten van de ministerraad die hij voorzit, benoemt de premier en kan in geval van nood het geheel van de wetgevende en uitvoerende macht tot zich trekken en de ontbinding van de Nationale Vergadering uitspreken.

Tekst grondwet van Frankrijk

foto: Erasoft24 in het publieke domein

De president kan zelfs desgewenst de premier vervangen, behalve wanneer er in het landsbestuur sprake is van een zogenaamde"cohabitation". Dit komt alleen voor wanneer de samenstelling van de Nationale Assemblée zodanig is dat de president gedwongen is een premier van een andere politieke kleur dan de zijne aan te stellen. Na de verkiezingen van 1 juni 1997 ontstond deze situatie toen de neogaullistische president Chirac het land bestuurde samen met een kabinet en een premier Jospin, die van linkse signatuur waren. De samenwerking tussen Chirac en Jospin verliep de eerste vier jaar trouwens vrij soepel.

De regering, aangevoerd door de premier, wordt voorgesteld en benoemd door de president. De regering bepaalt en geeft uitvoering aan de algemene politiek van het land en is verantwoording verschuldigd aan de Nationale Vergadering.

De wetgevende macht wordt uitgeoefend door het parlement, dat uit twee kamers bestaat. De Nationale Vergadering (Assemblée Nationale) telt 577 leden waarvan 22 uit de overzeese departementen en gebiedsdelen. De Assemblée wordt voor vijf jaar gekozen via een districtenstelsel. De senaat wordt in hoofdzaak gekozen door de leden van de"conseils généraux", de departementale raden, en door de gemeenteraden.

De senaat heeft veel minder bevoegdheden dan de Assemblée en telt 321 leden waarvan 12 vertegenwoordigers van de Fransen in het buitenland en 13 voor de overzeese departementen en gebiedsdelen. De senaatsleden worden voor negen jaar gekozen en elke drie jaar wordt de senaat voor een derde vernieuwd. De voorzitter van de senaat is na de president de hoogste ambtsdrager van het land.

De Assemblée Nationale is gevestigd in Palais Bourbon

foto: David.Monniaux, CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Alle Franse staatsburgers van 18 jaar en ouder hebben stemrecht en om gekozen te worden voor de Assemblée moet men minimaal 23 jaar zijn en voor de senaat 35 jaar. Vrouwen hebben pas sinds 1944 kiesrecht.

Kamer- en presidentsverkiezingen voltrekken zich in twee ronden. Wanneer de kandidaat in de eerste ronde van de kamerverkiezingen meer dan 50% van de stemmen in zijn kiesdistrict weet te behalen, is hij direct gekozen. Slaagt hij daarin niet, dan volgt een tweede ronde waarin een enkelvoudige meerderheid voldoende is. Voorwaarde bij de parlementsverkiezingen is dat de kandidaat in de eerste ronde ten minste 12,5% van de stemmen heeft behaald.

Bij de presidentsverkiezingen kunnen alleen twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald tijdens de eerste ronde, meedoen aan de tweede ronde. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Vergaderzaal van de Nationale Vergadering

foto: Richard Ying et Tangui Morlier CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Administratieve indeling

In de 14e eeuw werden een aantal graafschappen erkend onder de naam Pays de Picardie; Het Pays d'Amiens, de Santerre en de Vermandois vormen het historische Picardië.

In 2016 werden de 'régions' Picardië en Nord-Pas-de-Calais samengevoegd tot de nieuwe administratieve eenheid Hauts-de-France. Picardië is verdeeld in 3 departementen (Aisne, Oise en Somme, genoemd naar de gelijknamige rivieren), 13 arondissementen, 129 kantons en 2291 gemeentes.

Onderwijs

Kleuter- en basisonderwijs

Frankrijk heeft een lange traditie van kleuteronderwijs. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het percentage Franse kinderen dat kleuterscholen (écoles maternelles) bezoekt hoger ligt da in alle andere EG-landen (België uitgezonderd), en bedraagt ca. 32% voor tweejarigen en 100% voor vijfjarigen.

Het kleuteronderwijs is niet verplicht en in openbare scholen (85% van alle scholen) gratis. De overige 15% zijn scholen voor bijzondere of niet-openbaar (particulier) onderwijs die worden gesubsidieerd door de staat en/of regio, en/of bijdragen ontvangen van de gezinnen.

Basisschool Roissy-en-France

foto: Antony-22, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het onderwijs is verplicht voor kinderen van 6 tot 16 jaar. Deze verplichting heeft betrekking op het basisonderwijs (école élémentaire) en de eerste cyclus van het secundair onderwijs (collège). De meeste leerlingen sluiten het vier jaar durende collège op hun 15e jaar af en moeten daarna nog minstens één jaar naar school in het algemeen vormend technisch of beroepsonderwijs.

Het basisonderwijs, ingericht en beheerd door de gemeenten, duurt vijf jaar en wordt gevolgd door kinderen van 6 tot 11 jaar. De vijf leerjaren omvatten twee cycli: de eerste cyclus (cycle des apprentissages fondamentaux) begint al in de hoogste afdeling van de kleuterschool en omvat verder de eerste twee jaar van de basisschool, die een voorbereidend en een eerste elementair jaar omvat.

De tweede cyclus (cycle des approfondissements) omvat de drie laatste jaren van de basisschool die voorafgaan aan het collège. Deze drie jaren omvatten het tweede jaar van de elementaire opleiding en de eerste twee jaren van de vervolgopleiding.

Secundair onderwijs

De eerste cyclus van het secundair onderwijs duurt vier jaar en is bestemd voor leerlingen van 11 tot 15 jaar en weer onderverdeeld in drie cycli: de aanpassingscyclus, de intermediaire cyclus en de oriëntatiecyclus. De tweede cyclus van het secundair onderwijs omvat algemeen vormend, technisch en beroepsonderwijs dat in lycea (lycées) wordt gegeven.

Het algemeen vormend en technisch middelbaar onderwijs bereidt de leerlingen in drie jaar voor op het examen van het algemeen baccalaureaat of het technisch baccalaureaat.

Middelbare school Limoux, France

foto: Pinpin, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De beroepsscholen bereiden de leerlingen in twee jaar voor op het"certificat d'aptitude professionelle" (CAP) en het"brevet d'études professionelles" (BEP). Het CAP is meer gespecialiseerd dan het BEP en wordt afgegeven voor algemene beroepsvaardigheden, niet in een specifiek vak maar in één beroeps-commerciële, administratieve of sociale sector. Na nog eens twee jaar kunnen zij examen doen voor het beroepsbaccalaureaat (baccalauréat professionnel). Op het collège is vanaf de zesde klas de studie van een vreemde taal verplicht en vanaf de 4e klas wordt er een tweede vreemde of een regionale taal geleerd. De studie van een vreemde taal is verplicht in het algemeen vormend en technisch onderwijs.

Aan het einde van het derde jaar nemen de leerlingen deel aan een nationaal examen met het oog op het behalen van het"diplôme national du brevet". Het diploma is een algemeen studiegetuigschrift dat niet bepalend is voor de latere studiekeuze.

Het algemeen vormend en/of het technisch onderwijs wordt afgesloten met het algemeen of het technisch baccalaureaat. Wie slaagt, krijg toegang tot het hoger onderwijs

Hoger onderwijs

Het hoger onderwijs wordt in Frankrijk door zeer uiteenlopende instellingen verstrekt. De organisatie en de toelatingseisen verschillen naar gelang van het type instelling en de doelstelling van het verstrekte onderwijs.

Tot de instellingen voor hoger onderwijs behoren:

-Universiteiten die korte opleidingen en lange opleidingen verstrekken. Frankrijk telt meer dan 70 universiteiten. De Sorbonne in Parijs is de oudste en dateert uit de twaalfde eeuw.

Ingang hoofdgebouw Sorbonne

foto: NonOmnisMoriar, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

-Openbare en particuliere scholen en instellingen die onder toezicht staan van een ministerie en hoger beroepsonderwijs verstrekken. Ook hier korte opleidingen en langere van drie jaar of meer na het baccalaureaat.

-In de"lycées d'enseignement général et technologique" zijn ook post-baccalaureaatopleidingen mogelijk die voorbereiden op hogere technische opleidingen die in twee jaar voorbereiden op het"brevet de technicien supérieur"

-lange driejarige opleidingen worden gegeven aan de"grandes écoles" die particulier of openbaar zijn. De meeste hogere ambtenaren en ingenieurs in Frankrijk zijn afkomstig van dit type onderwijsinstellingen.

Volkslied

Het volkslied van Frankrijk, de"Marseillaise" werd op 25 april 1792 geschreven door genie-officier Joseph Claude Rouget de Lisle en voor het eerst gezongen bij de baron van Dietrich, burgemeester van Straatsburg.

Het lied dankt zijn naam aan een bataljon Marseillaanse vrijwilligers die het lied zongen tijdens hun bestorming van de Tuilerieën in Parijs in augustus 1792. Vanwege zijn revolutionaire oorsprong is het lied tijdens de 19de eeuw tweemaal verboden geweest. Tot op heden zijn de meningen over de Marseillaise verdeeld.

Economie

Picardië profiteert volop van de perfecte ligging tussen Duitsland, de belangrijkste handelspartner, het Ruhrgebied en Londen. Een behoorlijk deel van de industriële bedrijven is in handen van buitenlandse bedrijven. In totaal werken er ca. 150.000 mensen in de industrie, het grootste bedrijf is de tractorenfabriek Massy Ferguson et GIMA. De voornaamste takken van industrie, die het door de globalisering erg moeilijk hebben, zijn:

Van de beroepsbevolking werkt maar ca. 1,5% in de landbouwsector, die wel een zeer grote invloed heeft op het landschap van Picardië, want van de landbouwgronden wordt bijna driekwart gebruikt voor akkerbouw.

Picardië is in Frankrijk de grootste producent van aardappelmeel, schorseneren, suikerbieten (een van de grootste suikerfabrieken van Noord-Frankrijk staat in Eppeville, zo'n 70 km ten oosten van Amiens) en sojaproducten. Daarnaast produceert men op de vruchtbare kleigrond vooral diverse soorten aardappelen (vitelotte á chair bleue, juliette des sables en de pompadour), gerst, erwten, sperziebonen, spinazie, tarwe, vlas, wintergerst en witlof. Het beeld van het departement Aisne wordt grotendeels bepaald door uitgestrekte graan- en koolzaadvelden, en in het uiterste zuiden profiteert men van de champagne-productie rond de Marne.

In een aantal gebieden, waaronder Thiérache, Vimeu en Pays de Bray, wordt langzaam maar zeker overgestapt naar gemengde bedrijven, waarbij de focus verschuift van akkerbouw naar veeteelt. Bekende streekkazen zijn rollot, munster, tomme au foin en de beroemdste kaas van de streek: de met bier gewassen en ongeperste maroilles, geproduceerd met melk van zwartebonte Friese koeien. Rode vruchten als aardbeien, frambozen, aalbessen en bosbessen worden met name rond Noyon geteeld.

Maroilles, kaas uit Picardië

foto:BastienM Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 1665 werd de 'Manufacture Royale de Grandes Glaces' in Parijse Faubourg Saint-Antoine opgericht, die zich in 1692 vestigde in een verlaten kasteel in het dorp Saint Gobain in het departement Aisne. Het was deze spiegelglas fabricerende fabriek als eerste gelukt om glas van grote afmetingen te maken. De fabriek in Saint-Gobain sloot op 31 december 1995 haar deuren, maar Saint-Gobain is tegenwoordig wereldleider op het gebied van wonen en werken, waarbij de glasdivisie nog maar een klein onderdeel van het concern uitmaakt. Het concern, met het hoofdkantoor in Parijs, zit op dit moment in 67 landen en heeft 179.000 werknemers. Saint-Gobain heeft enkele tientallen bedrijven in Nederland, waaronder de Koninklijke Saint-Gobin Glass Nederland NV in Soest.

Logo van Saint-Gobain, vroeg gevestigd in Pacardië

afbeelding:Naga213 CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

In de kustplaats Cayeux-sur-Mer worden kiezels gewonnen en verwerkt, onder andere voor de huizenbouw, de fabricage van porselein. Ook wordt er silicium uit gewonnen en uit kiezels met voldoende kiezelzuur wordt vuursteen gemaakt.

Kiezelstran van Cayeux-sur-Mer, Picardië

foto:Amanda Slater CCNaamsvermelding-Gelijk delen 2.0 Unported no changes made

Picardië heeft heel weinig grote toeristische trekpleisters, daarom wordt er vooral gericht op de versterking en ontwikkeling van het zogenaamde herdenkingstoerisme, waarbij door de overheid en de private sector veel geld gestoken wordt in musea, erevelden, monumenten en informatiecentra over de Eerste Wereldoorlog.

Ook veel buitenlanders bezoeken uiteraard de slagvelden waar hun voorvaderen gevochten hebben of gesneuveld zijn. Van de ca. 250.000 bezoekers aan de slagvelden van de Somme komt veel meer dan de helft uit het buitenland.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Amiens is de hoofdstad van Picardië en zeker een bezoek waard. De kathedraal van Amiens, beschermd als werelderfgoed, is de hoogste van de grote gotische kerken uit de 13e eeuw en is de grootste kathedraal van Frankrijk. De oorspronkelijke kathedraal werd door brand verwoest, de bouw van de nieuwe kerk begon in 1220 en werd voltooid in 1247. De kathedraal van Amiens is wereldberoemd om zijn schoonheid en in het bijzonder door de mooie weergave van beelden op de belangrijkste gevel. De kathedraal wordt omschreven als het"Parthenon van de gotische architectuur".

Er zijn ook een aantal interessante musea in de stad zoals het museum van het Hôtel Berny (Kunst, Geschiedenis), het Museum van Picardië (Kunst, Archeologie, Etnologie) en het natuurhistorisch museum.

Amiens heeft ook een aantal theaters: La Comedie de Picardie, La Maison de la Culture, Chez Cabotans en La Maison du Theâtre. Lees meer op de Amiens pagina van Landenweb.

In Picardië komen veel"oorlogstoeristen". Er zijn veel slagvelden in de regio Picardie en veel monumenten en oorlogsmonumenten van zaken als de Slag van de Somme en de gedenktekens van de wapenstilstand in Compiegne met inbegrip van een kopie van een originele treinwagon.

Een attractie van een heel andere orde is Parc Asterix, met zijn vele attracties voor alle leeftijden. Veel bezienswaardigheden zijn ontworpen naar de beroemde Asterix strips van Rene Goscinny en Albert Uderzo. Het pretpark heeft veel te bieden aan jonge kinderen, er is zelfs een dolfijn theater. Het park heeft ook zeer gevarieerde attracties voor volwassenen: De Tonnerre de Zeus is de grootste houten achtbaan in Europa. Het park is open van 8 april tot 15 oktober.

In Piacrdië rijden een aantal oude stoom- en andere treinen, de Chemin de Fer de la Baie de Somme tussen Noyelles en Cayeux, de P'tit Train de la Haute Somme tussen Froissy en Dompierre en de Chemin de Fer Touristique de Vermandois vanaf Saint-Quentin.

P'tit train de la Haute Somme

foto:Manfred Kopka CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Naours staat bekend om zijn ondergrondse schuilplaatsen uitgehouwen in een kalkplateau. De ondergrondse stad bood ooit plaats aan ongeveer 3000 mensen en had straten, pleinenn, kapellen en een bakkerij. Deze grotten worden in Picardië 'creuttes', 'boves' of 'muches' genoemd. De muches van Naours dateren al van de tijd van de Vikingen in de 9e eeuw, en werden ook gebruikt tijdens diverse godsdienstoorlogen, in de Dertigjarige Oorlog en door smokkelaars. Op een gegeven moment werden de grotten niet meer gebruikt en pas in 1887 weer herontdekt.

Grotten van Naours, Picardië

foto:Raphodon Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

PICARDIE LINKS

Advertenties
• Picardie Tui Reizen
• Picardie Hotels
• Picardië Campings
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld

Nuttige links

Picardië Startnederland (N+E)
Startpagina Picardië (N)
Telefoongids Frankrijk

Bronnen

BBC - Country Profiles

CIA - World Factbook

Heetvelt, Angela / Picardië : Nord-Pas-de-Calais

ANWB

Picardie : Somme-Oise-Aisne

Lannoo

Wikipedia

laatst bijgewerkt mei 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems