Landenweb.nl

PROVENCE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans
  Hoofdstad  Marseille (Provence-Alpes-Côte-d'Azur)
  Oppervlakte  31.443 km² (Provence-Alpes-Côte-d'Azur)
  Inwoners  5.054
  (januari 2019) (Provence-Alpes-Côte-d'Azur)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .fr
  Code.  FRA
  Tel.  +33

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ArdecheAuvergneBourgondie
BretagneCevennenCorsica
Cote d'azurDordogneElzas
JuraLanguedoc-roussillonLoiredal
LotNormandiePicardie
Provence

Geografie en Landschap

Geografie

De Provence is een gebied in het zuidoosten van Frankrijk en grenst in het oosten aan Italië, in het westen aan de rivier de Rhône, in het zuiden aan de Middellandse Zee en in het noorden aan de Baronnies en de Alpen.

De totale oppervlakte van de Provence bedraagt ca. 31.500 km2.

advertentie

Provence, Alpes, Cote d'Azur SatellietfotoPhoto: Publiek Domein

Landschap

ALGEMEEN

Kenmerkend voor de Provence is een mediterraan reliëflandschap met vlakten en bergen. In het oosten, van de Mont Ventoux tot aan de Calanques in het zuiden, wordt de Provence begrensd door kale bergketens en beboste heuvels. In het westen bevinden zich de vlaktes van Comtat en Crau en de moerassen van de Camargue.

Het landschap van de verschillende departementen is ongekend veelvormig waardoor hieronder voor een beschrijving per departement is gekozen:

advertentie

ALPES-DE-HAUTE-PROVENCE

Het karakter van deze nog vrij ongerepte streek (opp. 6944 km2 en veel toppen boven de 2500 m) in het noorden van de Provence is zowel Provençaals als alpien te noemen. De hoogste piek van de Provençaalse Alpen is de 3050 meter hoge Mont Pelat. Hoe noordelijker men gaat, hoe alpiener (met bergmeren, gletsjerdalen en alpenweiden) het landschap, uitmondend in het desolate landschap van het Massif des Écrins. Bergrivieren als de Var, Cians en Estéron hebben in dit verlaten landschap wonderlijke vormen uitgesleten: de Clues de Haute-Provence. Ten zuiden van de Mont Pelat ligt het 50 ha grote Lac d’Allos, het grootste bergmeer van Europa op een hoogte van (2228 meter). Met zijn ligging op 780 meter en een oppervlakte van 3000 ha, is het Lac de Serre-Ponçon in de streek Basse-Ubaye het grootste kunstmatige meer van Europa.

advertentie

Lac de Serre-Ponçon, ProvencePhoto: Fanny Schertzer:CC 3.0 Unported no changes made

Enkele laaggebergten in dit gebied zijn Montagne de Lubéron, Montagne Ste-Vicroire, het Massif de la Ste-Baume en de Chaîne de l’Étoile. De bizarre rotsformaties van Les Pénitents des Mées zijn een zeer bijzonder geologisch verschijnsel. De bergketen heeft een lengte van twee kilometer en een hoogte van 100 meter. De rotsformaties worden gevormd door aangespoelde stenen die geleidelijk in cementachtige pilaren zijn veranderd.

Een van de meest indrukwekkende natuurattracties van de Provence is de Grand Canyon du Verdon, waar de Verdon, een zijrivier van de Durance, in de loop van tientallen miljoenen jaren een tot 700 meter diepe kloof heeft getrokken door het kalkplateau van de Plans de Provence. De kloof sterkt zich uit over een lengte van 21 km van Aiguines tot aan Point Sublime en is na de Grand Canyon de grootste ter wereld. De kloof werden pas in 1905 volledig in kaart gebracht.

BOUCHES-DU-RHÔNE

Dit oudste gedeelte van de Provence ligt in het lage deel van het departement. In het noorden ligt de vruchtbare vlakte van La Petite Crau. Deze vlakte wordt afgesneden door de lage bergketens van Les Alpilles en Montagnette. Ten zuiden van deze bergketens ligt de kale kiezelsteenwoestijn van La Grande Crau. Midden in de vlakte liggen grassteppen bedekt met kiezelstenen en opgehoopt grind, ook wel ‘rolstenen’ genoemd. Deze rolstenen zijn een overblijfsel uit de oude bedding van de Durance, die hier vier miljoen jaar geleden stroomde, haar loop verlegde en de rolstenen achterliet. Op sommige plaatsen liggen lagen van wel 15 meter dik. Landbouw is hier alleen mogelijk door middel van irrigatie. Tussen de stenen groeien plukken gras of ‘coussouls’, waar het traditionele merinoschaap, dat hier met name gefokt wordt, dol op is.

In het meest westelijke gedeelte en langs de kust van de Provence ligt de Camargue, een 85.000 ha grote alluviale vlakte en al sinds 1928 een officieel natuurreservaat. Vroeger had de Camarque een constant veranderend landschap, maar sinds de regulering door de mens van de Rhône en de aanleg van een buitendijk heeft men de zaak aardig onder controle. De Camargue ligt precies tussen twee armen van de Rhône: de ‘grand’ Rhône die naar het zuidoosten stroomt, en de ‘petit’ Rhône die naar het zuidwesten stroomt. Zoetwatermoerassen en bemoste grasvelden liggen in het noorden van de Camargue, de meren met zilt water in het midden en zuiden, de zoutwaterlagunes (‘sansouires’) en stranden in het zuiden. De Camargue vormt een driehoekige delta, die in het oosten begrensd wordt door de hoofdarm van de Rhône, in het westen door de Petit Rhône, en in het zuiden door de Middellandse Zee.

De onbewoonde Îles de Marseillaveyre hebben een woest, kaal en ruig landschap. De archipel heeft vijf hoofdeilanden en enkele kleine eilandjes met gezamenlijk een oppervlakte van ca. 160 ha.

VAR

Dit woest uitziende departement (opp. 6000 km2), het meest bosrijke van de Provence, gelegen in het zuiden en zuidoosten, wordt gedomineerd door de uitgestrekte wouden van het Massif des Maures. Het dichtbegroeide Massif des Maures is samen met Massif de L’Estérel het oudste gebergte van de Provence en is ontstaan door vulkanisme.

Tussen de kuststeden Marseille en Cassis ligt een ca. 28 kilometer lang gebied met ‘calanques’, op fjorden gelijkende baaien met kleine stranden en steile, witgrijze rotspartijen, die tot wel 400 meter hoog loodrecht in het blauwe water staan en daarmee de hoogste van Frankrijk zijn. Calanques zijn ontstaan door erosie die de kalksteen in de loop der tijd uitgehold heeft. Deze kalkstenen kliffen is alles wat er nog over is van de enorme koraalkliffen die hier miljoenen jaren lang groeiden. Cap Canaille bij Cassis is met zijn 409 m de hoogste klif van Frankrijk.

Tussen Toulon en Fréjus liggen prachtige zandstranden en voor de kust ligt de beboste eilandengroep Îles d’Hyères (ook wel: Îles d’Or) met de drie grote eilanden Île de Porquerolles (7 km breed, 2 km lang), Île du Levant (8 km lang, 1,2 km breed) en het woeste en bergachtige Île de Port-Cros (opp. 2,5 km2). De eilanden zijn de toppen van het Massif des Maures, die na een stijging van de zeespiegel nog net boven het water uitkomen.

Het Massif de la Sainte-Baume is de meest uitgestrekte en hoogste bergketen van de Provence, met de 1147 meter hoge Signal als hoogste top.

VAUCLUSE (Latijns: ‘vallis clausa’= besloten vallei)

De Vaucluse, gelegen in het noordwesten van de Provence en een van de kleinste departementen van Frankrijk, wordt omsloten door de Rhône in het westen, de Durance in het zuiden en de uitlopers van de Alpen in het oosten.

De meest in het oog springende gedeeltes van de Vaucluse (opp. 3540 km2) zijn de grote vlakte Comtat Venaissin en de poreuze kalkstenen hoogvlakte Plateau de Vaucluse, die onderaards een uitgestrekt stelsel van rivieren en grotten herbergt.

De noordelijke zijde van dit plateau wordt beheerst door de 1909 meter hoge Mont Ventoux. In 1990 werd een groot gedeelte van de Mont Ventoux door de Unesco aangewezen als ‘biosfeerreservaat’. De ‘Olympus van de Midi’ met zijn grote diversiteit aan landschappen heeft twee gezichten: het alpiene klimaat van de noordwand en het mediterrane karakter van de zuidhelling.

Halverwege de Middellandse Zee en de Alpen ligt het Lubéron-gebergte, een regionaal natuurpark dat door de UNESCO eveneens wordt erkend als biosfeerreservaat (165.000 ha). Het gebergte wordt door het dal van de Lourmarin in het westelijke Petit Lubéron en het oostelijke Grand Lubéron. Le Petit Lubéron is een door ravijnen en kloven uitgesneden plateau van maximaal 700 meter hoog en begroeid met zomergroene eiken, atlasceders, beuken en grove dennen.

Le Grand Lubéron valt op door brede ronde toppen die meer dan 1000 meter hoog kunnen zijn en begroeid zijn met steeneiken en rozemarijnstruiken. De geringe neerslag zorgt voor het mediterrane karakter van het landschap.

De rivier de Sorgue staat bekend om zijn mysterieuze bron, die de grootste waterlozing van Europa heeft. De exacte oorsprong van het water is nog steeds onbekend.

Klimaat en Weer

Het subtropische klimaat in de Provence wordt gekenmerkt door droge zomers en milde winters. Met gemiddeld 2800-3000 uur zon en minder dan 80 dagen met neerslag per jaar, is de Provence daardoor een populaire vakantiebestemming. Zelfs in de winter kunnen aan de kust bepaalde plaatsen tot 150 uur per maand zon hebben.

Dankzij warme zeestromen zijn de winters aan de kust over het algemeen vrij zacht en zonnig. In het binnenland zijn de winters wat kouder en door de factor hoogte wordt de temperatuur daar in de zomer getemperd. In de bergen in het noordoosten komen strenge winterperiodes voor. Daar ligt ook vaak een pak sneeuw en er kan dan soms geskied worden.

De meeste neerslag valt in de lente en in de herfst, met als topper de maand november, waarin er tijdens wolkbreuken meer dan 100 mm regen per uur kan vallen! De Crau, de Camargue en de Étang de Berre kenmerken zich door minder dan 500 mm neerslag per jaar. Op de Mont Ventoux en de plateaus van de Vaucluse valt meer dan 800 mm per jaar.

In de zomer valt er minder dan 70 mm neerslag en de temperatuur schommelt overdag zo rond de 30°C, met maxima van 35°C. Deze periode met hoge temperaturen houdt lang aan: van mei tot en met oktober liggen de maximale dagtemperaturen boven de 20°C. De hitte is echter zelden drukkend door de droge lucht en de bescherming tegen vochtige depressies door het Centraal Massief. Af en toe wordt de Provence in de zomer opgeschrikt door gigantische onweren.

De Provence is in Frankrijk dé streek van de mistral (mistrau=de meester, ook wel mangio fango=moddereter), een harde, droge noordwestelijke wind die, met name in het noordwesten, 150-180 dagen per jaar kan waaien en snelheden van 180-200 km per uur kan bereiken. De mistral waait het meest in de maanden februari, maart en april en veel minder vaak in juli en augustus. In deze periode is de kans op bosbranden echter vrij groot door de soms dagen aanhoudende mistral.

De mistral ontstaat door verschillen in luchtdruk tussen het lagedrukgebied boven de Golf van Genua en hogedrukgebieden in het noorden van het Centraal Massief. In de zomer brengt de mistral wat verfrissing, maar in de winter zorgt hij voor kou en vorst en kan de temperatuur binnen enkele uren laten dalem met 10°C. De mistral kan dagen achter elkaar waaien. Door het Sainte-Baume-massief ontsnapt het oostelijke deel van de Provence aan de mistral.

In de Provence waaien nog ca. 30 andere, vaak plaatselijke windsoorten, waaronder de met regen en mist gepaard gaande ‘marin’ uit het zuidoosten, en de zuidwestelijke ‘labech’, die vaak onweer met zich meebrengt.

Klimaatgegevens Marseille
hoogste temp.temp. zeewateruren zon per dag
Januari10,7°C13,1°C4,8
Februari12,1°C13,1°C5,5
Maart14,7°C13,1°C6,9
April17,8°C13,1°C8,2
Mei21,9°C15,1°C9,4
Juni25,8°C18,1°C10,9
Juli29,0°C22,1°C11,8
Augustus28,4°C21,1°C10,6
September25,2°C20,1°C8,5
Oktober20,5°C19,1°C6,6
November14,6°C16,1°C5,2
December11,2°C14,1°C4,6

Planten en Dieren

Planten

Door de klimaatverschillen en de uiteenlopende samenstelling van de bodem, komen er totaal verschillende vormen van planten- en dierenleven voor in de Provence. Ook het ingrijpen van de mens heeft zijn invloed gehad op de flora en fauna in dit gebied.

Een goed voorbeeld van het laatste zijn de voor de Provence zo kenmerkende olijfbomen, die ca. 500 v.Chr. door de Grieken zijn ingevoerd. De soms eeuwenoude olijfbomen komen tot op 600 m hoogte voor. Er zijn verschillende soorten olijven, zoals de tanche, de olive de Baux of salonesquw, de aglandau, de grossanne en de picholine. Andere voorbeelden van menselijk ingrijpen zijn de uit Azië stammende amandelboom, de uit Marokko stammende ceders, de sinaasappelboom, de citroenboom, de palm, en de uit Australië stammende eucalyptus en mimosa.

De meest typische Provençaalse boom is de cipres, die tot 30 meter hoog kan worden en solitair of in hagen groeit. Ook de plataan met zijn afschilferende schors is een inheemse boomsoort, evenals de ‘micocoulier’, een Zuid-Franse iepsoort.

Andere veel voorkomende boomsoorten zijn parasolden, zeeden, aleppoden, tamme kastanje, vijgenboom, lotusboom, kurkeik, spar en lariks.

Typische Provençaalse flora is te vinden op de ‘reus van de Provence’, de Mont Ventoux. Door het temperatuurverschil tussen de voet en de top van de berg, 11°C, varieert de begroeiing enorm. Aan de voet van de berg lavendel en pruimenbomen, via eiken-, beukenbos en Libanonceders op de hellingen, naar arctische bloemen rond de top, waaronder alsem, venusschoentje, mannetjesorchis, Groenlandse papaver, Turkse lelie, kruisdistel, duindistel, alpenpapaver, IJslandse papaver, Rhaetische papaver en voorjaarsgentiaan. In totaal groeien er op de Mont Ventoux meer dan 400 bloemsoorten.

Ten westen van de lijn Marseille-Salon-Avignon komt vanaf een hoogte van 200 meter een garriguelandschap voor, door de zon verschroeide kalkheuvels. Er zijn verschillende soorten garrigue. Sommige hebben de vorm van een open bos, andere zijn kreupelhoutgebieden en weer andere staan bekend als ‘luipaardhuidgebieden’, waar de vegetatie bestaat uit grasachtige vlekken op steenachtige grond.

Typische bomen voor de garrigue zijn de steeneik en de kermeseik, die lijkt op hulst en tot twee meter hoog kan worden. Onder deze boompjes groeien bekende kruiden als tijm, rozemarijn, gaspeldoorn, lavendel, jeneverbes, wolfsmelk en wat grassoorten. In dit ecosysteem, met een groot gebrek aan water, doen inheemse reptielen als de couleuvre (veldslang) en de parelhagedis het goed. Het kalkstenen Plateau de Vaucluse wordt gekenmerkt door de ‘maquis’, een ruige vlakte met o.a. kermeseik, brem, distelsoorten, veel soorten klimplanten en gaspeldoorn.

In de wat hoger gelegen stukken langs de kust groeit een kussenachtige vegetatie waartoe ook de hokjespeul of ‘astragale de Marseille’ behoort.

Op de toppen van het door de Unesco uitgeroepen biosfeerreservaat Parc Naturel Régional du Lubéron groeien zeldzame plantensoorten als de purperorchidee, de grote ephedra, de rotsroos en de Etruskische kamperfoelie. De Saxifraga florentula, vertegenwoordiger van de steenbreekfamilie, is een van de opmerkelijkste planten die het Parc National du Mercantour voorkomen. De plant komt namelijk nergens anders in Europa voor.

Dieren

Grote wilde zoogdieren komen in de Provence bijna niet voor, wilde zwijnen uitgezonderd. Kleine roofdiersoorten als bunzing, das, wezel, vos, steenmarter en genetkat komen wel veel voor. Uitgezette bevers hebben zich goed gehandhaafd in de Rhône. Ook het allerkleinste zoogdier ter wereld komt in deze contreien voor: de 3-5 cm lange wimperspitsmuis. Op de rotsachtige bodem van de Crau leven merinoschapen, grijze ezels en Rovegeiten.

In de Camargue leven de zwarte Camargue-stier, het witte Camargue-paard (ca. 80.000 stuks), everzwijnen, beverratten en moerasbevers. De meer dan 100.000 moerasbevers vormen een ernstige bedreiging voor de dijken van de Camargue. Het Parc National du Mercantour (ca. 70.000 ha) herbergt onder andere de Italiaanse wolf, marmotten, gemzen, steenbokken, everzwijnen, hermelijnen en mouflons. De Provençaalse ezel werd in 1995 officieel erkend als ras.

Reptielen als schildpadden (o.a. de zeldzame Hermanns schildpad in het Massif des Maures), slangen (o.a. de langste slang van Europa, de veldslang (2m), adderringslang en de beschermde spitssnuitadder), hazelwormen, gekko’s, hagedissen (met name de grootste hagedis van Europa, de gevlekte hagedis en de groene hagedis) zijn ruim vertegenwoordigd, evenals amfibieën als kikkers, salamanders (o.a. gevlekte vuursalamander) en insecten als vlinders, kevers, bidsprinkhanen en de fameuze zangcicade met zijn voor de Provence zo karakteristieke geluid.

Opmerkelijk is dat in een waterrijk gebied als de Camargue weinig andere reptielen en amfibieën leven dan salamanders, kikkers en moerasschildpadden. Op de droge, zoute terreinen houden bijzondere soorten als de ertshazelworm, de ladderslang en de Girondijnse gladde slang het goed uit.

Hoewel veel zangvogels zeldzaam worden door de menukaart van restaurants, komen er nog wel veel andere vogels voor in de Provence, met name in de Camargue (ca. 360 soorten), zoals roze flamingo (ca. 10.000 paren) ekster, gaai, havik, kerkuil, ruigpootuil, nachtzwaluw, kleine zilverreiger, dunbekmeeuw (broedt nergens anders in Frankrijk), witoogmeeuw, bruine kiekendief, vorkstaartplevier, steltkluut, wouwaapje, roerdomp, de zeldzame krooneend en zelfs de slangenarend. Verder gewone en zilverreigers, sternen, meeuwen, zeemeeuwen en de roze flamingo. Op de klippen van de Calanques leven uilen, blauwe merels en gierzwaluwen. Op de Plaine de la Crau komt het zeldzame stekelstaarthoen voor en op de Îles d’Hyères de even zeldzame geelsnavelkoekoek. De Crau is ook de enige broedplaats in Frankrijk van het witbuikzandhoen en de torenvalk. Van sommige andere vogelsoorten komen ca. 40% van de populatie in Frankrijk naar de Crau: kleine trapgans, griel, kalanderleeuwerik en de rode patrijs.

Het Parc National du Mercantour herbergt een groot aantal roofvogels, zoals de koningsarend, de havikarend, de slangenarend en de in 1993 weer uitgezette bebaarde lammergier.

Het Parc Naturel Régional du Lubéron heeft een zeer gevarieerde fauna met bijzondere dieren als de zandloper (soort hagedis), grasmus, blauwe rotslijster en oehoe.

Rivieren en bergstroompjes herbergen talloze vissoorten, waarvan de forel de belangrijkste plaats inneemt. Verder nog aal, alver, karper, voorn, barbeel, besseling. Voor de kust leven stekelhuidigen als zee-egels, zeesterren, slangsterren en zeekomkommers, schaal- en schelpdieren als krabben, garnalen, oesters, mosselen, langoesten, zeevijgen en kreeften, holtedieren als kwallen, zeeanemonen en koraaldiertjes, koppotige weekdieren als octopussen, sepia’s en pijlinktvissen.

Verder leven er in de zee nog hondshaai, kathaai, zeewolf, moeraal, lipvis, puntkokkel, zeespin, zakpijp, inktvis, schaapsvis, harder, zeegrondel, zeeaal, schorpioenvis, schelvis, tandbaars, tonijn, geep, ombervis, bor, tong, zeebarbeel, zeepaling, poon, rog, schar, goudbrasem, en boniet.

Port-Cros, een van de Îles d’Hyères, is sinds 1963 een Nationaal Park, ter bescherming van de bossen, de zeldzame vogels en het bijzondere leven in de zee. Rond het eiland leven in de zee onder andere de Dalmatische spons, Neptunusgras, zwarte grondel, moeraal, gewone achtarm, monniksvis, harder, kardinaalbaars en drievinnige slijmvis.

Op de onbewoonde Îles de Marseillaveyre, voor de kust van Marseille, nestelen Kuhls pijlstormvogels, stormvogels, sialia’s en zeemeeuwen. De zeefauna bestaat hier onder andere uit zeepaling, chromis, anthias, diplodus, kapoen, moeraal en tandbaars.

De waterrijke Camargue telt ca. 50 vissoorten. In het zoete water komen karper, paling en snoekbaars voor. In brak water treft men zeenaalden en zeepaardjes aan en de verbindingen tussen de meren en de zee worden bevolkt door o.a. dikkopje, elft, grote zeenaald, rode zeebarbeel en tarbot.

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

De eerste sporen van menselijk leven in de Provence, bewerkte stenen in de Grotte de Vallonnet op de Cap Martin bij Roquebrune, dateren van ca. 950.000 v.Chr. De oudste aanwijzingen dat de mens vuur kon maken, zijn gevonden in de grot van Escale en zijn ca. 700.000 jaar oud.

In het Neolithicum (ca. 6000-1800 v.Chr.) werden de eerste nederzettingen gesticht door Liguriërs, waarvan het onduidelijk is waar ze precies vandaan kwamen. De eerste gevonden overblijfselen van een dorp dateren van 4.650 v.Chr. en werden ontdekt in de buurt van Courthézon in de Vaucluse. In deze tijd ontstonden ook de zogenaamde ‘oppida’, versterkte bergdorpen, opgetrokken in steen, met straten en door een muur omringd.

Tegen het einde van het bronzen tijdperk (900-750 v.Chr.) zakten vanuit Midden-Europa Keltische stammen (o.a. de Saluviërs) naar het zuiden en vermengden zich met de Liguriërs.

Vanaf de 8e eeuw v.Chr. dreven de Kelto-Liguriërs handel met mediterrane volkeren als de Etrusken en de Feniciërs.

Grieken en Romeinen

De eerste Grieken, vermoedelijk van het eiland Rhodos, arriveerden in de 7e eeuw v.Chr. in het Zuidfranse kustgebied. De belangrijkste haven was op dat moment Massalia, het huidige Marseille. De Grieken stichtten hier een permanente kolonie. Ze verscheepten voornamelijk zout naar Griekenland en dreven ruilhandel met de oorspronkelijke bevolking. Marseille werd ook het middelpunt van de wijn- en de tinhandel.

De Grieken bleven ca. 400 jaar in deze regio en stichten in die periode ook handelsposten in Arles, Avignon, Antibes, Monaco en Nice. De handelsconcurrentie tussen de Grieken en de Keltisch-Ligurische stammen leidde tot veel gewapende botsingen tussen beide groeperingen.

Om de vele opstanden de kop in te drukken riepen de Grieken in 125 v.Chr. de hulp van de Romeinen in. Zij versloegen de opstandige stammen in , maar lijfden tevens het hele gebied in. In 122 v.Chr. stichtten ze hun eerste kolonie, Aquae Sextiae, het huidige Aix-en-Provence. Nîmes en Arles werden de belangrijkste steden buiten Italië. De nieuwe provincie werd eerst Gallia Transalpina genoemd en daarna Gallia Narbonensis, naar de eerste Romeinse kolonie Narbonne.

De provencie kreeg toen de status van ‘Provincia Romana’, waar de naam Provence waarschijnlijk vandaan komt. Vanaf die tijd zou de Provence alle kenmerken van de Romeinse beschaving overnemen, o.a. een wegennet, amfitheaters, badhuizen en bruggen. Massalia (Marseille) behield voorlopig zijn autonomie en grondgebied. Na een strijd tussen Romeinen onderling verliest Marseille in 49 v.Chr. haar autonomie en raakt in verval.

Waarschijnlijk bereikten vanaf de 2e eeuw n.Chr. de eerste christenen al de Provence. Serieus werd het echter pas toen in 314 keizer Constantijn in Arles een Concilie uitriep. Het christendom had al snel een grote aanhang in de Provence, want al in de 5e eeuw telde het gebied ca. 20 bisdommen, met Arles en Aix als aartsbisdommen. In dezelfde eeuw werd ook de eerste basiliek gebouwd, die van St-Victor in Marseille.

Vroege Middeleeuwen

Nadat het Romeinse Rijk in de 3e eeuw in een politieke, militaire en bestuurlijke crisis raakte, gaf dat ‘barbaarse’ stammen de kans om Frankrijk aan te vallen. De Provence viel in eerste instantie ten prooi aan de Visigoten en Bourgondiërs en werd in de 6e eeuw veroverd door de Ostrogoten. Zij moesten echter al in 536 het veld ruimen voor de Franken en de Provence werd een onderdeel van het Frankische rijk.

De omvang van het Frankische rijk zorgde ervoor dat het rijk verdeeld werd in drie deelstaten: Austrasië, Neustrië en Bourgondië. Een gedeelte van de Provence werd bij Austrasië ingedeeld, een ander deel werd bij Bourgondië ingedeeld. Elke regio werd bestuurd door een ‘patrice’, die er echter vooral op uit waren om zoveel mogelijk zelfstandigheid te bewerkstelligen. Ze sloten daartoe gemakkelijk een verbond met andere volkeren, waaronder in de 8e eeuw de Saracenen. Zij werden in 732 echter verslagen door Karel Martel in de Slag bij Poitiers en de Provence kwam weer volledig onder het gezag van de Merovingische koningen. Onder Pippijn de Korte (741-768) en Karel de Grote (768-814) speelde de Provence geen enkele rol meer in de geschiedenis van Frankrijk.

In 813 werd de Provence weer aangevallen door de Saracenen, die zich tot in de 11e eeuw wisten te handhaven in de Provence. Na de dood van Karel de Grote viel de Provence toe aan zijn kleinzoon Lotharius, die er in 855 voor zijn zoon het koninkrijk van Bourgondië-Provence van maakte. Dit koninkrijk, dat ook wel het ‘Koninkrijk Arles’ werd genoemd, vererfde in 1032 aan de Duitse keizer Conrad de Saliër. Vanaf die tijd maakte de Provence, weliswaar met grote zelfstandigheid, deel uit van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie.

Nadat de onrust stokende Saracenen vertrokken waren, werd er door de graven van Arles, de broers Guillaume en Roubaud, besloten tot een tweedeling van de Provence met de rivier Durance als grens.

Het gebied ten noorden van de rivier werd een markiezaat met als hoofdstad Avignon en met Roubaud als markgraaf. Het gebied ten zuiden van de rivier werd een graafschap met als hoofdstad Arles en Guillaume aan het hoofd.

Doordat er alleen maar vrouwelijke afstammelingen werden geboren ontstond er een ernstig opvolgingsprobleem. De dochters van de broers trouwden namelijk met graven van de huizen Barcelona en Toulouse. Toen de graaf van Barcelona zich de titel graaf van de Provence toeeigende, betwistte het huis van Toulouse dit uiteraard en ontstond er een flinke ruzie. Deze strijd duurde tot 1125, waarna de grenzen weer in vrijwel de oude staat werden hersteld. De Provence onderhield op dat moment nauwe banden met de Languedoc, waar dezelfde taal werd gesproken (de langue d’oc) en vergelijkbare zeden en gewoonten golden.

Late Middeleeuwen

In de 12e eeuw kwamen de Katharen in opkomst, een volgens de Roomse Kerk ketterse beweging. Voeg daarbij een gebrek aan een sterk centraal gezag en het zal duidelijk zijn dat het een roerige tijd was. De ongewenste onstuimige groei van de Kathaarse beweging werd door de keizers van het Heilige Roomse Rijk op het bordje gelegd van de graaf van Toulouse. Deze wist niets anders te doen dan de kant van de Katharen te kiezen en haalde daarmee de woede van de paus op zijn hals. De paus dwong de Franse koning Filips II Augustus om een ‘binnenlandse kruistocht’ tegen de Katharen te beginnen. Dit liep uit op een heuse godsdienstoorlog die van 1209 tot 1220 zou gaan duren en door de graaf van Toulouse verloren werd.

In de Provence ging het ondertussen een stuk beter. Met name onder graaf Raymond V (1209-1245) ontwikkelde de regio zich goed en bleef gespaard van oorlogen. Zijn oudste dochter, Beatrix, erfde de territoriale rechten op de Provence en trouwde in 1246 met Karel van Anjou, de jongste broer van de Franse koning. In 1265 wist Karel de gebieden Napels en Sicilië op verzoek van de paus te veroveren en werd daarmee tot koning gekroond. Het gevolg hiervan was dat de Provence niet meer in handen was van het huis van Barcelona, maar toebehoorde aan het huis van Anjou.

De rust in de Provence kwam ten einde in 1343, toen de pas 17-jarige Jeanne van Anjou (“La reine Jeanne”) het heft in handen nam in het koninkrijk van Napels en Sicilië. Verdacht van moord op haar Hongaarse echtgenoot en totaal berooid, vluchtte Jeanne in 1347 naar de Provence.

Om aan geld te komen verkocht ze de stad Avignon aan paus Clemens VI (voor 80.000 florijnen) en keerde uiteindelijk terug naar Napels. Daar koos ze tijdens het kerkelijke schisma, dat duurde van 1378 tot 1403, voor de tegenpaus van Avignon, Clemens VII, en niet voor Urbanus VII van Rome. Deze zette Jeanne af als koningin van Napels en stuurde de Hongaren weer op haar af. De Hongaren kregen haar nu wel te pakken en vermoordden haar. Ze werd opgevolgd door Karel III van Durazzo.

Onder het bestuur van René Anjou (1434-1480) bereikte de Provence grote welvaart en veel belangstelling voor kunst en cultuur. In 1409 werd de universiteit van Aix, op dat moment de hoofdstad van de Provence, opgericht.

Na de dood van René viel de Provence door een list van koning Lodewijk XI in handen van de Franse kroon en was vanaf dat jaar haar onafhankelijkheid kwijt.

De Provence vanaf 1481 bij Frankrijk

Frankrijk was eind 15 eeuw op weg om één staat te worden. Zo werd er in 1453 (einde 100-jarige oorlog) al definitief met de Engelsen afgerekend. Wat het binnenland betreft werden in deze periode niet alleen de Provence, maar ook Bourgondië en Bretagne onder Frans koninklijk gezag gebracht. In 1486 ratificeerden de Staten van Provence de aanhechting van de Provence bij Frankrijk.

In 1501 werd het parlement van Aix-en-Provence opgericht dat steeds meer op kwam voor de soevereine rechten van de Provence. Men slaagde er in de 16e eeuw zelfs nog even in om een soort zelfbestuur te krijgen. Maar in 1539 werd het Frans als officiële voertaal ingevoerd, en dat was een klap voor alle regio’s in Frankrijk die nog aan zelfstandigheid dachten.

In 1524 en in 1536 viel de Duitse keizer Karel V de Provence nog binnen, maar wist beide keren geen vaste grond onder de voeten te krijgen.

Godsdienstoorlogen verscheuren Frankrijk

Halverwege de 16e eeuw breidde het protestantisme (Hugenoten) zich uit van de steden naar het platteland. De koningen Frans I en Hendrik II beschouwden de Hugenoten als een bedreiging voor de monarchie en wilden ze letterlijk uitroeien. Dit lukte echter niet waardoor er een situatie ontstond waarin twee families de kroon wilden beheersen, de katholieke familie De Guise en de hugenotenfamilie Montmorency. Godsdienstoorlogen volgden elkaar in snel tempo op met als dieptepunt de Bartholomeusnacht van 24 augustus 1572. In deze nacht werden door Karel IX de voornaamste protestantse leiders vermoord, nota bene tijdens het huwelijk van zijn zuster Marguerite met de protestantse leider Hendrik van Navarra. De moordpartij loste natuurlijk niets op en de standpunten verhardden zich alleen maar. In 1589 werd Hendrik van Navarra als Hendrik IV zelfs koning van Frankrijk. Daarna bekeerde hij zich tot het katholicisme en gaf de Hugenoten via het Edict van Nantes (1598) godsdienstvrijheid.

Kardinalen aan de ‘macht’

Hendrik IV werd opgevolgd door de pas negen jaar oude Lodewijk XIII met Maria de Medici als regentes. Zij had echter weinig kaas gegeten van staatszaken en daardoor was het de eerste minister, kardinaal Richelieu, die in feite de macht in handen had. Na de dood van Richelieu werd kardinaal Mazarin diens opvolger. En ook hij zorgde ervoor dat de Franse vorsten als absolute vorsten konden regeren. Adel en parlement werden buitenspel gezet en dat zette uiteraard kwaad bloed. Het leidde uiteindelijk tot een burgeroorlog, de ‘Fronde’, die van 1645 tot 1653 zou duren. Mazarin wist de opstand uiteindelijk te onderdrukken. Na zijn dood in 1661 werd hij opgevolgd door Lodewijk XIV, de ultieme absolutistische vorst die zelfs zonder eerste minister regeerde. Hij herriep in 1685 het Edict van Nantes, wat de vlucht van honderdduizenden protestanten tot gevolg had. Dit veroorzaakte weer een economische crisis, die nog versterkt werd door de hoge kosten die diverse oorlogen met zich meebrachten. De oplossing werd gezocht in hogere belastingen die vooral arme boeren trof. Zij kwamen hier tegen in opstand en dat leidde uiteindelijk tot de Franse Revolutie.

In 1720 had ook de Provence ernstig te lijden onder de laatste grote pestepidemie in Europa, waardoor de helft van de bevolking van Marseille stierf. De pest was overgebracht door een vrachtboot uit Syrië, de Grand-Saint-Antoine, en verspreidde zich ook naar Aix, Arles en Toulon.

Franse Revolutie

Omdat de zwakke regering weinig aan de situatie deed steeg de onrust onder de bevolking die zichzelf op 17 juni 1789 uitriep tot Nationale Vergadering. De feodale rechten en standenprivileges werden afgeschaft en de rechten van de mens en de burger werden geproclameerd.

Op 14 juli 1789 was het zover. Het volk bestormde de Bastille, een gevangenis in Parijs die het symbool was van de absolute monarchie, en bezette die. Dit was het begin van de Franse Revolutie. Het koningshuis viel en er brak een roerige tijd aan. In 1791 werd de afgekondigde grondwet door de koning erkend. Hij gebruikte echter wel zijn veto ter bescherming van de gehate edelen en onbeëdigde priesters en dat pikte de bevolking niet. In 1790 werd de Provence in drie departementen verdeeld, Basses-Alpes, Bouches-du-Rhône en Var, en een jaar later werd het graafschap Venaissin het departement Vaucluse.

De opstandige Parijse gemeenteraad en de nieuwe Nationale Conventie riepen tussen 21 en 25 september 1792 de"eerste" republiek uit. In de Conventie werd de macht betwist tussen twee groeperingen: de Girondijnen, gematigde republikeinen, en de radicale Jakobijnen of Montagnards, met de bekende figuren Danton, Robespierre, Hébert en Marat. De gematigden werden door de radicalen met veel bloedvergieten uitgeschakeld maar kregen onderling ook ruzie, met name tussen aanhangers van Danton en Hébert.

Uiteindelijk bracht Robespierre ze beiden ten val en Lodewijk XVI werd na een schijnproces onthoofd. Robespierre zelf werd op 28 juli 1794 onthoofd met de guillotine. Na deze gewelddadige periode keerde de rust weer even terug in Frankrijk. Ook de Provence mengde zich in de strijd. Ca. 500 Marseillanen bestormden in 1792, samen met Parijzenaars, de Tuillerieën. Het lied van Rouget de L’isle dat de Marseillanen zongen, zou bekend worden als de Marseillaise, het Franse volkslied.

Het steeds ergere bloedvergieten ging uiteindelijk ook de bewoners van de Provence veel te ver. Steeds meer steden haakten af, zelfs het revolutionaire Marseille. Toulon ging zelfs zo ver dat men zich in 1794 onder bescherming van de Engelse vloot plaatste.

Napoleon Bonaparte

Na de dood van Lodewijk XVI keerden veel Europese mogendheden zich tegen de nieuwe republiek. Maar onder bevel van legeraanvoerder Napoleon Bonaparte wist het Franse leger vele overwinningen te boeken, onder andere in Italië en Egypte.

In 1799 deed hij echter een greep naar de macht en riep zich uit tot ‘eerste consul’ en fungeerde vanaf die tijd als alleenheerser. In 1804 kroonde hij zich zelfs tot keizer en zette het hele parlement buitenspel.

Toen hij in 1812 ook Rusland wilde veroveren kwam zijn hoogmoed voor de val. Het werd een grandioze mislukking, met als gevolg dat hij in 1814 werd afgezet en naar Elba gestuurd werd. Hij kwam nog één keer terug naar Parijs maar werd in 1815 bij Waterloo definitief verslagen en verbannen naar Sint-Helena. Op 5 mei 1821 overleed de ‘kleine generaal’.

19e eeuw

In de 19e eeuw is het erg onrustig in Frankrijk. Na de verbanning van Napoleon kwamen de Bourbons weer aan de macht en zij probeerden de vrijheden van de burgers weer in te perken. Dit leidde onvermijdelijk tot enkele opstanden, waarna uiteindelijk de burgerkoning Louis Philippe van Orléans gekozen werd. Ook hij kon aan de onrust en het wantrouwen van de republikeinen en de arbeiders niet veel veranderen. Deze groepen deden dan ook weer van harte mee aan een opstand in Parijs in het jaar 1848. Deze opstand had het uitroepen van de ‘Tweede Republiek’ tot gevolg. In 1852 werd Napoleon III de nieuwe keizer van Frankrijk, de kleinzoon van de Napoleon Bonaparte. In 1870 werd Napoleon alweer afgezet en ging men over tot het uitroepen van de ‘Derde Republiek’, die tot 1940 zou duren.

In de Provence legde de landbouw zich in de 19e eeuw steeds meer toe op de productie van wijn en de groenteteelt. Tevens werd het belangrijke Durance-kanaal aangelegd. Ondanks deze ontwikkelingen vond er een massale trek naar de grote steden plaats. Marseille profiteerde als havenstad sterk van de betere transportmiddelen en de opening van het Suezkanaal. Marseille werd een koloniale en industriële haven en kreeg industrie die nauw verbonden was met de import van agrarische producten. De industriële revolutie ging ook niet aan de Provence voorbij, oude industrieën werden gemoderniseerd en nieuwe industrieën als metaalnijverheid en scheepsbouw ontstonden. De industrie concentreerde zich vooral tussen de Rhône en de Var.

20e eeuw

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) had grote gevolgen voor Frankrijk en het Franse volk. Ca. anderhalf miljoen Fransen, burgers en soldaten, lieten het leven. Met name in Noord-Frankrijk waren de verwoestingen verschrikkelijk en de economie liep een flinke deuk op. Na deze economische achteruitgang nam de welvaart weer toe door de opkomst van de toeristenindustrie. Plaatsen als Cannes en Nice trokken vele toeristen, waaronder vele beroemdheden uit binnen- en buitenland. Op dat moment ging het economische weer voorspoedig, maar dat alles werd weer teniet gedaan door de wereldwijde economische crisis, die in 1929 begon.

Ook de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) had voor Frankrijk grote gevolgen. In 1939 verklaarden Engeland en Frankrijk Duitsland de oorlog. In mei 1940 vielen de Duitsers Frankrijk binnen en verjoegen de regering. Generaal Pétain sloot een wapenstilstand met Duitsland en vestigde zich in het nog niet bezette zuidoosten van Frankrijk. Op 11 november van dat jaar vielen de Duitse troepen de Provence binnen, maar dit gedeelte van Frankrijk had vooralsnog niet zo erg veel te lijden onder het oorlogsgeweld.

Dit veranderde na de succesvolle invasie in Normandië in juni 1944. Op 15 augustus 1944 volgde er namelijk een tweede invasie in het zuidelijke kustgebied tussen Hyères en de Estérelkust, met vervolgens zware gevechten op Provençaals grondgebied. De strijd duurde slechts vijftien dagen met de Franse en Amerikaanse troepen als glorieuze winnaars. Tussen 23 en 28 augustus werd Marseille bevrijd door het leger van generaal Montsabert, gesteund door het Franse verzet.

Eerder al, vanaf 1942, was de Résistance of ‘maquis’ actief in de Provence. Zij hadden succes in Marseille en bereidden in 1944 de kustgebieden voor op de geallieerde invasie.

Na de oorlog was het aan de beurt van de voormalige verzetsleider, Charles de Gaulle, om Frankrijk weer als een wereldmacht op de kaar te zetten. Dat lukte hem prima, onder zijn leiding werd de onafhankelijke en invloedrijke positie tussen de machtige landen ter aarde weer hersteld. Ook de Amerikaanse invloed in Europa werd mede door de Fransen teruggedrongen.

De lijn van de De Gaulle werd min of meer voortgezet door zijn opvolgers, Georges Pompidou en Giscard d’Estaing. In 1981 kwam de socialist François Mitterand aan de macht, en onder zijn bewind werd er meer aandacht geschonken decentralisatie van de regio en aan de culturele ontwikkeling van Frankrijk. Het tijdperk Mitterand werd in 1995 afgesloten met de verkiezing van de gaullist Jacques Chirac.

In 1970 verbonden de snelwegen A6 en A7 Marseille met de hoofdstad Parijs, gevolgd door de hogesnelheidstrein TGV in 1981.

21e eeuw

In juni 2001 werd de nieuwe TGV-lijn ten zuiden van Valence in gebruik genomen. Marseille kwam daardoor op slechts drie uur van Parijs te liggen met de trein.

Door een ongekende hittegolf in 2003 werd de Provence voortdurend geteisterd door bosbranden. In de regio PACA gingen ca. 40.000 ha bos in vlammen op.

In 2004 werd het vliegtuigwrak van de schrijver Antoine de Saint-Exupéry teruggevonden in zee, voor het eiland Riou, in de buurt van Marseille.

In 2007 werden de Alpilles uitgeroepen tot 'Parc Naturel Régional des Alpilles'.

Zie verder ook de geschiedenis van Frankrijk op Landenweb.

Bevolking

In totaal heeft de Provence in 2017 ca. 5 miljoen inwoners. Ca. 90% van alle inwoners woont in de stad. De departementen Bouches-du- Rhône, Vaucluse en Alpes-de-Haute-Provence verschillen behoorlijk qua bevolkingsaantal en bevolkingsdichtheid. Driekwart van de inwoners woont ten westen van de lijn Ciotat-Valréas en de bevolkingsdichtheid bedraagt hier ca. 200 inwoners per km2.

Alpes-de-Haute-Provence is met slechts ca. 140.000 inwoners en een bevolkingsdichtheid van 20 inwoners per km2 een van de dunst bevolkte departementen van Frankrijk.

Bouches-du-Rhône telt meer dan 1,8 miljoen inwoners, waarvan meer dan 40% in stedelijke agglomeraties woont, o.a. Marseille. Het oostelijke deel van dit departement is één groot verstedelijkt gebied. Opvallend is dat hier veel mensen van gemengde afkomst, en dan met name uit Algerije, wonen. Marseille is zelfs de tweede Algerijnse stad na de hoofdstad van Algerije, Algiers.

De Vaucluse heeft ca. een half miljoen inwoners, waarvan 20% in de regiohoofdstad Avignon woont.

Taal

De officiële taal is natuurlijk het Frans, maar het Occitaans is de inheemse taal van de Provence, en het ‘Provençal’ is daar weer een variant van, net als het Languedocien.

Het Occitaans stamt af van het Indogermaans en ontwikkelde zich uit het door de Romeinen geïmporteerde Latijn. Na de val van het Romeinse Rijk splitste de Latijnse taal zich op in verschillende andere talen. In het noorden van Frankrijk ontwikkelde zich de langue d’Oïl en in het zuiden de langue d’Oc, de taal van de overheid en van de cultuur. Het Occitaans omvat verschillende varianten die veel op elkaar lijken, waardoor de meeste mensen in de Provence die het Occitaans machtig zijn, elkaar goed kunnen verstaan.

In de 15e eeuw vermengde zich het Occitaans met het Catalaans en het Povençaalse dialect begon zich te onderscheiden van het Languedocien vanaf het einde van de 15e eeuw. Dit voltrok zich na de inlijving van de Provence bij het Franse koninkrijk. Het Provençaalse Occitaans werd dan ook meer beïnvloed door het Frans dan de andere dialecten.

In de 19e eeuw bloeide het Occitaans weer op door de afwijzing van de totale monarchie en de opbloei van de agrarische samenleving. Tot het begin van de 20e eeuw werd het Occitaans zowel in de steden als op het platteland algemeen gesproken. In de eerste helft van de 20e eeuw werd het Occitaans sterk teruggedrongen, maar in de jaren vijftig volgde er weer een sterke opleving. Het Occitaans wordt nu zelfs weer op scholen en universiteiten onderwezen, en dat is mede te danken aan organisaties als het Institut d’Études Occitanes in Montpellier. In 2003 erkende de regionale overheid van Provence-Alpes-Côtes-d’Azur het Provençaals en zou zich nog meer gaan inzetten voor meer onderwijs in deze taal.

In totaal spreekt op dit moment nog ca. een derde van de Franse bevolking een of ander Occitaans dialect. Het taalgebied strekt zich uit van de Middellandse Zee tot ongever de lijn Bordeaux-Vichy-St.Étienne-Briançon en het Occitaans behoort daarmee tot een middelgrote Europese taal.

Enkele woorden Occitaans
NederlandsFransOccitaans
afgrondgouffreaven
alleenstaand huisdomaine isoléemas
bronrésurgancefoux
dal zonder riviervallée sèchecombe
diepe kloofgorgecanyon
grotgrottebaume
heuvelcoteaucostière
hoogtebuttepech

De Franse taal is een Romaanse taal die door ca. 100 miljoen mensen als moedertaal wordt gesproken, waarvan ca. 60 miljoen in Frankrijk. Frans wordt verder nog gesproken in België beneden de lijn Wezet-Moeskroen en Brussel, in Zwitserland (Suisse romande), Italië (Valle d'Aosta), Haïti en Canada (Quebec), en die, naast de moedertaal, in vele voormalige Franse koloniën als taal van bestuur en administratie wordt gehanteerd. Het Frans is de voortzetting van het vulgair Latijn, dat door de Romeinse veroveraars in Gallia Transalpina werd ingevoerd (58–50 v.C.) en zich daar ontwikkelde.

De geschiedenis van het Frans begint op het moment waarop men zich door de Karolingische renaissance, die de studie van het klassieke Latijn deed herleven, bewust werd van een kloof tussen het Latijn, taal van bestuur, rechtspraak en godsdienst, en de omgangstaal. Hiervan getuigt onder meer een besluit van het concilie van Tours (813), dat voortaan in de volkstaal ("lingua romana rustica") gepreekt moest worden. In de geschiedenis van het Frans zijn globaal drie perioden te onderscheiden: het Oud-Frans (begin 9de – begin 14de eeuw), het Middel-Frans (begin 14de – begin 17de eeuw) en het moderne Frans (begin 17de eeuw – heden).

De Franse taal bestond oorspronkelijk uit door de Romeinen ingevoerde Latijnse woorden, aangevuld met woorden van Keltische en Frankische afkomst. Bij deze"volkswoorden" zijn vanaf de 12e eeuw de ontleningen aan het Latijn, de"geleerde" woorden, gekomen. In de 16e eeuw werden er ook veel woorden aan het Italiaans ontleend. Ook aan het Nederlands zijn vele woorden ontleend en sinds de 18e eeuw ook aan het Engels.

Vooral de afgelopen decennia is veel ontleend aan het Engels op het gebied van techniek, sport, mode, en dergelijke, waardoor de spottende term Franglais is ontstaan. Franse puristen verzetten zich tegen deze"invasie" van vreemde woorden.

Godsdienst

Provence

Religie speelt nog altijd een grote rol in het dagelijkse leven van de Provençaalse bevolking. De vele culturen die de Provence ooit bevolkten lieten allen een gedeelte van hun cultuur en gebruiken na.

Zo offert men in Barjols nog steeds een os ter ere van de Heilige Marcellus, waarschijnlijk een overblijfsel van de Romeinse Mitras-religie. Na de rituele slachting danst de plaatselijke bevolking rondom een vreugdevuur, een heidens gebruik dat al ver voor de introductie van het christendom gemeengoed was.

Ook de vele religieuze ‘fêtes’ stammen in veel gevallen al van ver vóór het begin van onze jaartelling. Een voorbeeld hiervan is de zigeunerprocessie met drie vrouwelijke heiligen, die van oorsprong is terug te voeren tot de in de tijd van de Kelten.

Op een kwartier varen van de badplaats Cannes liggen de Îles de Lérins, St-Honorat en Ste-Marguerite, ooit de machtigste religieuze centra in het zuiden van Frankrijk.

Frankrijk

De Franse bevolking is voor ca. 80% rooms-katholiek (ca. 48 miljoen personen), voor 4,5% overwegend soennitisch islamitisch (ca. 4 miljoen) en verder zijn er kleine minderheden van protestanten (ca. 950.000), joden (ca. 700.000; de grootste Joodse gemeenschap in Europa) en Armeens-christelijken. Sinds de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk XIV was het katholicisme staatsgodsdienst.

Sinds de scheiding van kerk en staat in 1905 heeft de staat geen enkele bemoeienis meer met de Kerk. De rooms-katholieke kerk heeft in Frankrijk achttien kerkprovincies en in totaal 95 bisdommen. Aan het hoofd van de kerkprovincies staat de aartsbisschop van Lyon.

Na de Bartholomeusnacht (1572) was de kracht van het protestantisme in Frankrijk gebroken. Pas door de wet van 1802 werden de protestantse kerken erkend. De voornaamste protestantse kerkgenootschappen zijn: de Église Réformée de France, de Église de la Confession d'Augsburg d'Alsace et de Lorraine, de Église évangélique luthérienne en de Église réformée d'Alsace et de Lorraine.

Sinds 1905 is er een federatie van protestantse kerken die bestaat uit gereformeerden, lutheranen, baptisten, methodisten en vrije kerken: de Fédération protestante de France.

Protestantse theologische faculteiten voor de opleiding van predikanten zijn gevestigd te Aix-en-Provence, Montpellier, Parijs en Straatsburg; de laatste twee zijn interconfessionele faculteiten. Ondanks het relatief kleine aantal is de invloed van de protestanten in Frankrijk vrij groot.

Samenleving

Staatsinrichting

De Provence bestaat uit vijf departementen: Bouches-du-Rhone, Vaucluse, Var, Alpes-Maritimes, Hautes-Alpes en Alpes-de-Haute-Provence.

Frankrijk is een democratische republiek die in het jaar 1789 ontstond, toen de Franse Revolutie een einde maakte aan de monarchie en de feodale staatsvorm. Er zij in totaal 101 ‘départements’ (96 in Frankrijk en 5 in de overzeese gebieden), die allen in alfabetische volgorde een nummer hebben. De departementen bleken te klein om goed te kunnen functioneren en dus herverdeelde men het land in 22 regio's.

Iedere zes jaar gaat men naar de stembus om een departementaal bestuur te kiezen. Zij kiezen op hun beurt het dagelijkse bestuur (4-7 personen) van het departement, de departementale commissie. Aan het hoofd hiervan staat de prefect, de vertegenwoordiger van de nationale regering. Verder is het departement onderverdeeld in kantons die op hun beurt zijn onderverdeeld in gemeenten (communes). Aan het hoofd van een gemeente staat een burgemeester (maire). De departementen zijn verdeeld in 326 ‘arrondissements’ en daarbinnen liggen meer dan 3800 ‘cantons’. De kantons zijn weer onderverdeeld in ca. 36.500 gemeenten. De arrondissementen en kantons hebben echter in de melk te brokkelen, en de macht van de gemeentes stelt heel erg weinig voor. Om hier wat verandering in te brengen zijn er in de jaren zeventig van de vorige eeuw 21 regio’s (Circonscriptions d’Action Régionale). Het hoofd van zo’n regio, de ‘préfet de région’, is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de streek. Op deze manier heeft men geprobeerd om het bestuur wat dichter bij de mensen te brengen. Voor de actuele politieke situatie in Frankrijk zie hoofdstuk geschiedenis.

Typisch Provence

STIERENGEVECHTEN

De bekendste evenementen in de Provence zijn de stierengevechten, de 'courses camarguaise'. Een van de beroemdste gevechten is de Cocarde d’Or van Arles, die in 2006 voor de 75e keer gehouden werd.

Het gevecht begint met een stierenloop door de straten van de stad, de 'abrivado'.

De zes stieren worden op deze manier naar de arena gejaagd, en treden daar elk een kwartier op. Tussen de hoorns van de stier is een rode ‘cocarde’ of rozet bevestigd, die zogenaamde ‘razeteurs’ (een ‘razet’ is een veeltandig mesje om het touwtje door te snijden) proberen te bemachtigen. ‘Tourneurs’ staan de razeteurs bij door de aandacht van de stieren af te leiden. Het seizoen wordt afgesloten met de grote finale van de trofee der razeteurs, waarna de winnaar gehuldigd wordt en een geldbedrag krijgt.

Ook de ‘corrida’, de Spaanse manier van stierenvechten, wordt als sinds 1853 in de Provence gehouden. Hierbij is het de bedoeling dat de stier gedood wordt.

CHÂTEAUNEUF-DU-PAPE

In 1157 besloot bisschop Geoffroy van Avignon druivenstokken te planten en al snel werd het areaal uitgebreid tot een ca. 300 ha grote wijngaard. Johannes XXII zorgde voor de grootste expansie van het wijngebied door de dieprode wijn van Châteauneuf tot zijn favoriet te verklaren. De wijn werd al snel ‘vin du pape’ genoemd en deze wijnstreek was de eerste in Frankrijk die het label ‘appellation d’origine’ kreeg toebedeeld. (Appellation d’Origine Contrôlée, soms afgekort tot AOC of AC, is een Franse kwaliteitscontrole op landbouwproducten, waaronder wijn).

In 1933 kregen deze wijn officieel de naam ‘Châteauneuf du Pape’, en moest er voortaan rekening gehouden worden met strenge productieregels en terreinbegrenzingen betreffende het ras en de grootte van de druiven, de wijngisting, de opbrengst per hectare en het minimumalcoholpercentage. Naast de Grenache worden nog twaalf andere druivensoorten geteeld, syrah, mourvède, cinsault, muscardin, counoise, vaccarès, picpoul, terret noir, clairette, bourboulenc, roussane en picardin. Van deze dertien druivensoorten worden er nog maar acht daadwerkelijk verbouwd.

De bebouwbare oppervlakte bedraagt op dit moment 3200 ha zeer rotsige, lemige en droge grond. Jaarlijks worden er 13 miljoen flessen geproduceerd, waarvan slechts 700.000 flessen witte wijn. De toegelaten maximale opbrengst bedraagt 35 hectoliter per hectare.

LAVENDEL

Het land van de lavendel (Lavendula angustifolia) ligt vooral in de Vaucluse. De zacht paarse, blauwe en soms ook roze lavendel is vanaf 500 meter hoogte te vinden en bloeit in de maanden juni en juli, net voordat de plant in drie weken tijd geoogst wordt. De lavendelplant profiteert van de volop aanwezige kalkhoudende bodem.

De wereldberoemde lavendelteelt, vaak nog met de hand geoogst, beslaat een totale oppervlakte van meer dan 10.000 ha. Op het plateau de Valensole wordt de meeste lavendel van Frankrijk verbouwd. Lavendel wordt in de Provence sinds de 19e eeuw geteeld en voorziet in 80% van de wereldbehoefte.

Er zijn de grote lavendel of ‘spijk’, en de wilde, of echte lavendel, die wordt geteeld tussen 600 en 1600 meter hoogte. De bolvormige lavendin, een hybride soort van de lavendel, heeft de plaats van de echte lavendel voor een groot deel ingenomen. De lavendin groeit tussen 400 en 700 meter en de opbrengst bedraagt vijfmaal de echte lavendel, maar is van een minder fijne kwaliteit.

TRUFFELS

Alpes-de-Haute-Provence en de Vaucluse horen bij de truffelrijkste gebieden van Frankrijk. De productie bedraagt op dit moment zo’n 20 ton per jaar. De zwarte truffel (‘Mélanosporum’, Périgordtruffel of ‘rabasse’) wordt tussen november en februari op een hoogte van 400-1000 meter geoogst door zogenaamde ‘rabassiers’, en dan vooral in het Pays de Forcalquier en op het Plateau de Valensole.

De truffel groeit aan de voet van de truffeleik en kost ca. 500 euro per kilo! Truffels worden tegenwoordig opgespoord met behulp van getrainde honden; vroeger werden hiervoor varkens gebruikt, maar deze richten te veel schade aan.

‘TANCHE’, DE ZWARTE OLIJF VAN NYONS

De olijfboom, een taaie boomsoort die wel duizend jaar oud kan worden, zou ca. 2000 jaar geleden door de Romeinen naar de Provence zijn meegebracht. Door het geschikte klimaat en de perfecte bodemgesteldheid in het noorden van de Provence is het mogelijk om de ‘tanche’-olijf te produceren. De ‘tanche’ is de enige olijvensoort ter wereld waaraan een gecontroleerde herkomstbenaming toegekend, de ‘apellation d’origine contrôlée Olives noires de Nyons. Dit benamingsgebied bestaat uit 61 gemeenten.

De zwarte tanche-olijf wordt rijp in december of januari geplukt en daarna gewassen geplet met geavanceerde machines, vroeger met molenstenen. De pasta die ontstaat wordt vermengd en tot sap geperst in matten van kokosnootvezel, de zogenaamde ‘scourtins’. Het sap wordt hierna gecentrifugeerd, waarbij het water van de olie gescheiden wordt.

Andere zeer goede variëteiten zijn de aglandau, de grossane, de salonenque en de picholine.

BORIES

Een ‘borie’ is een koepelvormig bouwsel van losse platte stenen dat vroeger als schuilplaats voor herders en schapen gebruikt werd. Sommige van deze bories waren zo groot als een boerderij en werden ook bewoond.

De platte stenen of ‘lauzes’ die voor de bories gebruikt werden zijn op natuurlijke wijze ontstaan; door bevriezing worden kalksteenblokken gekloofd en vormen dan dikke plakken van ca. 10 cm die plat op de bodem liggen.

Ook de bouwtechniek die gehanteerd wordt bij het maken van bories is zeer opmerkelijk. Lagen van stenen die steeds een beetje over de voorgaande laag hangen. Op deze manier komen de muren steeds dichter bij elkaar en uiteindelijk dekt bovenin één grote steen het geheel af. Op deze manier is het niet nodig om metselspecie te gebruiken.

Men schat dat deze gebouwen tussen de 16e en 19e eeuw gebouwd zijn. Rond de Lubéron en het Plateau de Vaucluse zijn nog ca. 3000 bories verspreid of in groepjes te vinden.

Economie

Algemeen

De economie van de Provence trok in de 2e helft van de 20e eeuw aan door de ligging aan de zee en de ontwikkeling van spoorwegen en kanalen met de rest van Frankrijk. De tertiaire sector, waarin ook de meeste mensen werkzaam zijn, levert op dit moment echter het meeste geld op, en het toerisme is daarin een zeer belangrijke factor.

De eens belangrijke agrarische sector neemt in omvang steeds meer af en nog maar 3% van de werkzame bevolking werkt nog in deze sector.

Land- en tuinbouw

Kleinschalige landbouw- en veeteeltbedrijven vindt men vooral in de bergachtige streken van het achterland van de Côte d’Azur en de Haute-Provence. Grote landbouwbedrijven zijn gevestigd op plaatsen waar het landschap niet zoveel eisen stelt. Op dit moment werkt alleen in de Vaucluse (8,6%) nog een groot gedeelte van de beroepsbevolking in de land- en tuinbouw. In departementen als de Bouches-du-Rhône en Alpes-de-Haute-Provence is dat maar respectievelijk 2% en 1,9%. In de tweede helft van de 20e eeuw, met name in de periode 1960-1980 door de sterke groei van de industrie en de dienstverlenende sector, stopten twee van de drie boeren met hun activiteiten. Op dit moment telt de Provence minder dan 15.000 agrarische bedrijven.

De wijnbouw is de laatste 25 jaar sterk veranderd door moderne methoden van wijnproductie. Hierdoor zijn een aantal arbeidsintensieve vormen van landbouw, zoals olijventeelt en rijstproductie, sterk in omvang verminderd. De rijstproductie in de Camargue is teruggelopen van 33.000 ha naar nog geen 4000 ha. De olijventeelt stelt steeds minder voor maar neemt nog altijd wel de eerste plaats van de Franse olijfolieproductie in. Topproducten worden geproduceerd in het dal van Baux, de regio’s rond Aix en Nice, de streek rond Draguignan, uit Lurs en de regio rond Forcalquier. Maussane-les-Alpilles is de belangrijkste producent van olijfolie in Frankrijk. De vroegere rijstvelden worden nu ook gebruikt voor de teelt van koolzaad en maïs. De landbouwstreek tussen Arles en Fontvieille staat bekend om zijn tarweproductie.

De belangrijkste tuinbouwgebieden liggen allen in de buurt van de Rhône: de Comtat Venaissin, de Petite Crau en de Coulonvallei. Door het zeer gunstige klimaat en de uitvoering van uitgebreide irrigatie- en drainagewerken kan men vaak twee keer per jaar groenten en fruit oogsten. Rond Cavaillon zorgt de meloenenteelt voor veel economische bedrijvigheid.

De plaats Apt wordt al sinds de 14e eeuw de ‘wereldhoofdstad’ van gekonfijte vruchten genoemd; jaarlijks produceert men hier 15.000-20.000 ton gekonfijte vruchten, die wereldwijd worden geëxporteerd.

Bijzonder in de Provence is de productie van bloemen en kruiden, met name die van lavendel. De wereldberoemde lavendelteelt, vaak nog met de hand geoogst, beslaat een totale oppervlakte van meer dan 10.000 ha. Rond de plaats Vansole wordt de meeste lavendel van Frankrijk verbouwd. Lavendel wordt in de Provence sinds de 19e eeuw geteeld en voorziet in 80% van de wereldbehoefte. De lavendin, een hybride van lavendel, heeft de plaats van de echte lavendel voor een groot deel ingenomen. Buis-les-Baronnies is het grootste lindebloesemcentrum van Frankrijk. De lindebloesem wordt gebruikt voor de productie van lindebloesemthee. Het geheel handmatig plukken van de bloemen vindt eind juni plaats en mag slecht twee weken duren om de heilzame werkzaamheden te behouden.

Enkele duizenden bedrijven houden zich in het gebied tussen Nice en Marseille bezig met het kweken van snijbloemen. De toename van landbouwgronden met zonnebloemen is ook in dit gedeelte van Frankrijk opvallend. Droge, fruitige roséwijnen zijn typisch voor de Provence, met die van de Côtes-de-Provence als wereldwijde toppers. De streek La Crau is een van de belangrijkste hooiproducenten van Frankrijk. Het hooi wordt drie keer per jaar geoogst en de opbrengst bedraagt ca. 100.000 ton.

Uit de agrarische sector komen veel andere commerciële activiteiten voort, zoals vervoersbedrijven, groentehandel, voedingsmiddelenindustrie, verpakkingsindustrie en dienstverlenende bedrijven. De streek rond Avignon is een belangrijk landbouwgebied. Niet alleen de productie van groenten en fruit, maar ook handel, landbouwonderwijs en agrarisch onderzoek spelen hier een belangrijke rol. Er is zelfs een zogenaamd ‘Agroparc en Cantarel’ ontwikkeld, waar een onderzoekscentrum, het landbouwschap, verschillende landbouwinstellingen en landbouwscholen met elkaar samenwerken.

Hoog in de bergen, vooral in de streek rond Barcelonette, wordt génépi gestookt, een soort groene absint. Het groene digestief wordt gemaakt van een plant die groeit op een hoogte tussen 2400 en 3500 meter.

Veeteelt en visserij

De droogte van de Provence zorgt ervoor dat de runderteelt weinig voorkomt; alleen in de Camargue, het Contat Venaissin en de Crau is wat substantiële veeteelt aanwezig. De grond is eigenlijk alleen geschikt voor het houden van schapen (vooral voor het vlees) en geiten. De meeste kuddes (totaal ca. 100.000 dieren) maken twee keer per jaar een trektocht (‘transhumance’) naar betere weidegebieden, vroeger vaak te voet, nu meestal met de vrachtwagen.

De meeste agrarische activiteit vindt plaats in de smalle kustregio en bestaat onder meer uit de verwerking van lavendel voor de parfumindustrie. Verder zijn er veel wijngaarden, olijfgaarden en vruchtbomen. In de Var en de Vaucluse zijn veel tarwevelden te vinden.

Het kanaal door de Provence zorgt voor de broodnodige irrigatie. Op zee wordt, naast ansjovis en makreel, vooral op tonijn en sardines gevist, maar economisch gezien stelt deze sector niet veel voor. Alleen Nice heeft nog een redelijk grote vissersvloot.

Industrie en mijnbouw

De Provence is tegenwoordig een van de belangrijkste industriële centra van Frankrijk.

De meeste industriële activiteiten zoals scheepswerven, zeepfabrieken, voedingsmiddelen en bouwmaterialen concentreren zich sinds de jaren 1950-1960 van de vorige eeuw ten westen van Marseille rond het Étang de Berre.

De olieraffinaderijen rond het meer staan aan de basis van een uitgebreide petrochemische bedrijfstak die ook rond Aix, Avignon, Aubagne en Tarascon op een wat kleinschaliger niveau voorkomt. Vliegtuigen worden gebouwd in het nabijgelegen Marignane. In het achterland ligt Grasse, al meer dan 400 jaar wereldberoemd als centrum van de parfumindustrie. In Château-Gombert, een noordoostelijke voorstad van Marseille, en in Avignon-Montfavet zijn moderne technologiecentra verrezen met meer dan honderd bedrijven op het gebied van mechanica, robotica, elektriciteit, elektronica, informatica en controlesystemen.

In streken met veel schapenteelt vindt men kaasmakerijen, leerlooierijen en wat textielindustrie. In Pernes-les-Fontaines bevindt zich een van de vijf fabrieken ter wereld waar vogelfluitjes gemaakt worden, die gebruikt worden om vogels mee te lokken. In de buurt van Mazan ligt een grote gipsmijn. Valréas is een belangrijk centrum van kartonproductie.

Zoutwinning komt voor in het oostelijke deel van de Camargue en in de zoutpannen van Aigues-Mortes. Salin-de-Giraud heeft de grootste zoutpan van Europa (ca. 12.000 ha). Het zout van Salin-de-Giraud wordt voornamelijk gebruikt voor de industrie. De zoutwinning begint op 1 september, duurt 35 dagen en levert 700.000-800.000 ton zout op.

Een ander traditioneel industrieel product van de Provence is oker, dat bestaat uit zeesediment uit het Krijt (200 miljoen jaar geleden), toen de Provence nog zee was. Met name de streek rond Roussillon werd een van de rijkste productiegebieden van oker ter wereld. De okerwinning kende tussen 1871 en 1930 een grote bloeiperiode. Na 1930 nam de okerwinning geleidelijk af door de opkomst van synthetische kleurstoffen. In totaal zijn er zeventien soorten oker in Roussillon ontdekt. Tegenwoordig wordt er alleen nog oker gewonnen in de groeven van Gargas.

Mijnbouw betreft vooral de winning van bauxiet bij Brignoles (ca. 2 miljoen ton per jaar) en bruinkool in Gardanne. De naam bauxiet is ontleend aan het Provençaalse dorp Les Baux, waar in 1822 aluminiumerts gevonden werd.

Vakantie en Bezienswaardigheden

De tertiaire sector levert op dit moment het meeste werk op in de Provence (70-80% van de beroepsbevolking), en dan vooral het toerisme, dat tevens ca. 15% van het bruto inkomen genereert. Een vakantie in Provence is populair. Al vanaf het begin van de 19e eeuw ontwikkelde de Rivièra zich als een verblijfsoord voor de Franse en Engelse adel. Later kwamen daar nog kunstenaars en schrijvers bij.

Vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw werd de Provence overvallen door het massatoerisme, dat begon in Saint-Tropez en zich daarna via de gehele Cote D'Azur uitbreidde naar het plattelandstoerisme in het binnenland van de Provence.

In de zomermaanden is deze streek, met de combinatie van zon, zee, stand en cultuur, een van de drukst bezochte van Frankrijk met iedere zomer miljoenen toeristen. De departementen Vaucluse en Bouches-du-Rhône zijn het populairste. De meest bezochte plaatsen zijn Nice, Marseille, Orange, Les Baux, Arles, Avignon, Tarascon en Aix-en-Provence.In Aix-en Provence mogen toeristen een bezoek aan de Cours Mirabeau niet missen. Het is een brede doorgang, beplant met dubbele rijen platanen en omringd door mooie huizen en fonteinen. De oude stadsmuur verdeelt de stad in twee delen. De nieuwe stad ligt ten zuiden en westen van de muur. De oude stad, met zijn brede maar onregelmatige straten en oude herenhuizen uit de 16e, 17e en 18e eeuw, ligt in het noorden. Toeristen bezoeken vaak de Deux Garçons, de bekendste brasserie in Aix. De brasserie stamt uit 1792 en kende vele beroemde bezoekers zoals Paul Cezanne, Émile Zola en Ernest Hemingway.Avignon is de hoofdstad van het departement Vaucluse en grenst aan de linkeroever van de rivier de Rhône. Het historische centrum met de middeleeuwse wallen is goed bewaard gebleven. De hele oude stad staat onder bescherming van de UNESCO als werelderfgoed. Volgens de volkstelling van 2010 zijn er 94.787 inwoners in de stad. Hiervan leven 12.000 inwoners in het oude centrum van de stad. De stad is een beroemd centrum van kunst en cultuur. Het festival van Avignon, het jaarlijkse theaterfestival, geniet bekendheid ver buiten de grenzen van Frankrijk. Het meest interessante deel van Avignon is de oude stad omringd door haar verdedigingsmuren. Daar bevinden zich een aantal grandioze historische monumenten. De gebouwen langs de belangrijkste straat, de Rue de la Republique, behoren tot de periode van het tweede keizerrijk (1852-1870) met gevels van de architect Haussmann rond het centrale plein. Het neoklassieke stadhuis en het theaterdistrict zijn de moeite van het bezichtigen waard. Er zijn interessante standbeelden op Place de l'Horloge, het centrale plein van de stad.Nice, de hoofdstad van de Côte d'Azur, is een echte kosmopolitische toeristische bestemming. Dit deel van de Franse Rivièra is het perfecte vakantieoord voor liefhebbers van de zon. Er zijn veel mondaine terrassen en goede eetgelegenheden. Maar Nice is niet alleen zon, zee en strand, ook de liefhebbers van cultuur komen ruim aan hun trekken met veel topmusea (vaak gratis), een arts-nouveaux wijk en oude Romeinse opgravingen.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

PROVENCE LINKS

Advertenties
• Provence Tui Reizen
• Aanbod vakantiehuizen Provence particulier
• Provence Vliegtickets.nl
• Provence Hotels
• Provence Campings

Nuttige links

Provence Reisstart (N)
Provence Startnederland (N)
Startpagina Provence (N)
Telefoongids Frankrijk

Bronnen

Blisse, M. / Provence

Lannoo

Eck, N. van / Provence, Côte d’Azur

Gottmer/Becht

Guérin, R. / Provence

Van Reemst

Jardinaud, M. / Provence

ANWB

Provence

Lannoo,

Williams, R. / Provence & Côte d’Azur

Van Reemst

Zwijnenburg, H. / Provence, Côte d’Azur

ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems