Landenweb.nl

BRETAGNE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans
  Hoofdstad  Rennes
  Oppervlakte  27.208 km²
  Inwoners  3.306.529
  (januari 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .fr
  Code.  FRA
  Tel.  +33

To read about BRITTANY in English - click here

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ArdecheAuvergneBourgondie
BretagneCevennenCorsica
Cote d'azurDordogneElzas
JuraLanguedoc-roussillonLoiredal
LotNormandiePicardie
Provence

Geografie en Landschap

Geografie

Bretagne is een schiereiland in het noordwesten van Frankrijk en grenst in het noorden aan Het Kanaal en in het westen en zuiden aan de Atlantische Oceaan.

advertentie

Bretagne Satellietfoto

Photo:Publiek domein

De gelijknamige bestuurlijke regio bestaat uit de departementen Côtes-d'Armor, Finistère, Ille-et-Vilaine en Morbihan. Tot 1941 behoorde ook Loire-Atlantique (destijds Loire-Inférieur) tot Bretagne. Velen blijven dit departement als deel van Bretagne beschouwen, ook al hoort het nu officieel bij Pays de la Loire.

Rennes is de hoofdstad van de regio Bretagne. Andere belangrijke steden zijn Brest, Vannes, Quimper en Saint-Malo.

advertentie

Bretagne Prehistorisch Landschap

Photo:Steffen Heilfort Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Voor de kust van Bretagne, die een totale lengte van ca. 3000 km heeft, liggen meer dan 300 eilanden. Het schiereiland is in het zuiden 250 km lang en maximaal 150 km breed, heeft een oppervlakte van 34.200 km2 (ca. 6% van het Franse grondgebied) en is daarmee ongeveer even groot als België. Het grootste Bretonse eiland is het Belle-Île-en-Mer, 17 km lang, 5-9 km breed en een oppervlakte van 84 km2.

Aan de noordkant kan het verschil tussen de getijden tot 14 meter oplopen, aan de Atlantische kant maximaal 6 meter.

Landschap

Hierna volgt een korte beschrijving van het landschap van de vier departementen:

Côtes-d'Armor

advertentie

Côtes d'Armor Bretagne

Photo:Patrick GIRAUD CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De hoofdstad van dit in het noordwesten gelegen departement is Saint-Brieux. De kust is hier kenmerkend voor Bretagne, grillige granietrotsen, spectaculaire kapen en diepe inhammen (ria’s). Het binnenland is heuvelachtig met veel smalle en holle wegen, omringd door hagen.

Opvallend is de uitgestrekte trechtervormige riviermonding (estuarium) van de Rance; bij vloed dringt de zee tot ver in het binnenland door, bij eb komt er een blauwgrijze slikvlakte vrij.

Het kustdeel tussen de hoofdstad Saint-Brieuc en Morlaix heet Côte de Granit-Rose; in het avondlicht lijken de roestbruine rotsen van kleur te veranderen in een roze tint, maar ook bruingrijs, rood, purper, en blauw door het zonlicht op kwarts en veldspaat.

Finistère

advertentie

Finistere Bretagne

Photo:S.Möller in het publieke domein

De hoofdstad van dit departement is Quimper. Finistère, aan drie kanten omgeven door zee, bezit een van de mooiste landschappen van Frankrijk. Dat komt vooral door de woeste en grillige kust- en rotsformaties; de kust zit hier vol met fjord-achtige inhammen of ‘abers’. De aber Wrac’h is de grootste en dringt 32 km ver het land in. Het Parc Naturel Régional d'Armorique is 90.000 ha groot en biedt bos, kust, heide en zelfs 'bergen' tot ca. 390 meter.

In het binnenland (Argoat) vormen de Monts d’Arrée en de Montagnes Noires de ‘ruggengraat’ van Bretagne. De kale heuvels met een maximale hoogte van nog geen 400 meter worden op dit moment herbebost.

Het gebied Cornouaille omvat twee schiereilanden: Cap Sizun en het schiereiland van Penmarc’h.

Pointe Saint-Mathieu is niet alleen het uiterste puntje van Bretagne, maar ook de uiterste westpunt van het Europese vasteland.

De duinenrij van Keremna (‘Dunes de Keremna’) is de grootste van Bretagne, 8 km lang, 500 m bij 1000 m breed, verspreid over 200 ha.

De zeven eilanden en tien rotsen die samen de Ouessant-archipel vormen, liggen ongeveer 20 km buiten het vasteland. In 1989 werd deze archipel met zijn adembenemende landschap door de UNESCO uitgeroepen tot wereldbiosfeerreservaat.

Îlle-et-Vilaine

De hoofdstad van dit departement, en tevens de hoofdstad van Bretagne, is Rennes. Het zacht glooiende landschap en vooral de mooie baaien in het noorden van dit departement maken het tot een geliefd vakantiegebied. De baai van de Mont-Saint-Michel is een van de hoogtepunten evenals het in de 2e wereldoorlog verwoestte Saint-Malo, dat helemaal werd herbouwd. Verder talloze kastelen en kerken met veel kunstschatten.

Morbihan

Bretagne Île aux Moines

Photo:Flore Allemandou CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Morbihan betekent in het Bretons"kleine zee" (mor bihan). Een groot deel van dit departement wordt ingenomen door de uitgestrekte, landschappelijk saaie Landes de Lanvaux. Het is een agrarische streek, maar bij Landes de Lanvaux ligt een beboste heuvelrug met heide. De Golfe du Morbihan (12.000 ha; 21 km lang, 15 km breed) is een binnenzee met honderden eilandjes en een waar paradijs voor vogels. Het Île aux Moines is het grootste eiland van de Golfe du Morbihan en heeft een subtropisch klimaat.

De Golfe bestaat uit twee delen: een oostelijk bassin dat vlakker is, meer als een lagune, en een westelijk bassin met een rotsige kustlijn en sterke stromingen.

Bij Carnac, Loqmariaquer en Erdeven liggen de meeste megalithische monumenten. Quiberon is een schiereiland met de Côte Sauvage, de ‘woeste kust’. Belle-Îlle is een mooi eiland met eveneens een ruige kustlijn en bovendien zestig stranden. Op het Île de Groix is het enige bolle strand van Europa te vinden en blauwe amfibool (typisch voor het eiland), groene epidoot en rode granaatsteen zijn enkele van de ca. 60 zeldzame mineralen die de rotsen en stranden van Groix duizend-en-één kleuren geven.

Klimaat en Weer

Bretagne Zonsondergang

Photo:Lilo S Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bretagne heeft een wisselvallig, zacht zeeklimaat. De wisselvalligheid wordt veroorzaakt door de getijden, de maan en de wind. Het zachte klimaat is te danken aan de warme Golfstroom die Bretagne omgeeft.

De temperatuur in Bretagne verschilt niet zoveel met Nederland, gemiddeld is het aan de Bretonse kusten iets warmer, want ‘s zomers ligt de gemiddelde temperatuur rond de 20°C. Aan de Côte de Granit Rose is het klimaat bijna subtropisch door de sterke invloed van de warme Golfstroom.

De maanden mei, juni en september zijn het zonnigst. Zuidelijk Bretagne krijgt meer dan 2200 uren zon per jaar, het noorden heeft daarentegen maar 1700 zonne-uren per jaar. Het vriest zelden in Bretagne, aan de noordkust nog geen 15 dagen per jaar. ’s Winters liggen de temperaturen gemiddeld tussen de 6 en 8°C, maar door warme, vochtige lucht uit de tropen lopen de temperaturen in januari nog wel eens op tot 12°C. Zware stormen komen vooral ’s winters voor. De zomer in Bretagne begint rond half juni en zet zich door tot half oktober.

Dat het in Bretagne ‘altijd’ regent is een fabeltje. Het regent er wel zeer regelmatig, maar nooit erg veel want meestal motregent het. Tekenend is dat de hoeveelheid neerslag in steden als Brest en Rennes bijna gelijk is aan het zuidelijke Toulouse. De meeste regen valt in het binnenland, vooral in de maanden april en oktober. In de hoogste gedeelten van Bretagne valt tot 1200 mm regen over een gemiddelde van 200 dagen per jaar. De plateaus van West-Bretagne krijgen daarentegen maar 800 mm regen per jaar. Het eiland Belle Îlle is de Bretonse streek met de minste neerslag, gemiddeld maar 683 mm per jaar. De getijden die in Bretagne zo prominent aanwezig zijn, worden veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de maan op het water van zeeën en oceanen. Elke zes uur verandert het tij, en die veranderingen schuiven elke dag een beetje op. De verschillen tussen eb en vloed kunnen aanzienlijk variëren, het getijdenverschil in de baai van Mont-Saint-Michel kan oplopen tot meer dan 16 meter, aan de Atlantische kant van het schiereiland is dat maximaal zes meter. De vloed dringt vele kilometers de zeearmen en rivieren binnen; op de Loire is dat tot 75 kilometer landinwaarts waar te nemen.

Planten en Dieren

Algemeen

De planten- en dierenwereld van Bretagne staat onder sterke invloed van de warme Golfstroom. Hierdoor is de temperatuur hoger en groeien in Bretagne andere planten en bomen dan je normaal zou verwachten op deze breedtegraad. Er komen zelfs enkele palmsoorten voor. Bretagne kent geen inheemse planten- en dierensoorten. Er leven alleen wat inheemse ondersoorten, b.v. de (groene) scharrebijter in het zuiden en de narcissen van Glénan, die alleen op enkele eilandjes van de archipel groeien.

Planten

Glenan Narcis Bretagne

Photo:Massecot in het publieke domein

Door de geografische ligging treft men in Bretagne zowel mediterrane als noordelijke plantensoorten aan. Zo hebben mimosa, hortensia en camelia zich door het milde klimaat kunnen aanpassen.

Vijfduizend jaar voor onze jaartelling was Bretagne grotendeels bedekt met een dichte gordel van Brocéliande. Van dit oerbos is nog maar 7500 ha over, het huidige Forêt de Paimpont. Er groeien dennenbomen, eiken en beuken. Ook zijn er heide- en gaspeldoornvelden, die zich over een gebied van 2000 ha uitstrekken. Op dit moment is nog maar ca. 10% van het Bretonse grondgebied bedekt met vooral eiken- en beukenbossen.

Langs de kust, op de stranden en in de duinen groeit zeehaver en zeedistel, die o.a. zorgen voor de stevigheid van de duinen. Verder nog zeeraket, wolfsmelk, zeedistel, winde, anjelier en diverse soorten melde.

Op de heidevelden groeien naast vijf soorten heidestruiken ook de goudgele gaspeldoorn, brem en hondsroos. De zanderige, modderige kustgebieden zijn bedekt met een grijsachtige, lage vegetatie als zeekraal, loogkruid, zeelavendel en zoutmelde. Op de kliffen en rotskusten groeien bijzondere planten als Engels gras, koekoeksbloem, guldenroede, zeelook, brem, kleine varensoorten en diverse korstmossen.

Op het eiland Bréhat regent het veel minder dan op het vasteland. Dankzij dit uitzonderlijke microklimaat is de plantengroei haast mediterraan te noemen: eucalyptus, palmboom, mimosa, hortensia en vijgenboom zijn hier te vinden.

Uniek zijn de narcissen van de Glénan-archipel. Dankzij een zorgvuldige bescherming werd de Glénan-narcis voor uitsterven behoed; in 1993 werden weer meer dan 57.000 stengels geteld. Ook de plantengroei rond de rivier Étel in de Morbihan is bijzonder met o.a. brem, steekbrem, heidekruid, vingerhoedskruid en het zeldzame plantje Eryngium viviparum.

De duinen van Keremna worden op Europees niveau als een zeer bijzonder gebied beschouwd vanwege de flora: er groeien meer dan 600 plantensoorten in de meest uiteenlopende milieus: o.a. Orchis pyramidalis, Dactolyrhiza praetermissa, de zeldzame groenknolorchis, wilde tijm, muurpeper, kruipend stalkruid, kruipende winde en zandhaver.

Dieren

Pijlstormvogels Bretagne

Photo:putneymark CCNaamsvermelding-Gelijk delen 2.0 Unported no changes made

Door de geografische ligging treft men in Bretagne zowel mediterrane als noordelijke diersoorten aan. Oeverpieper, raaf en alpenkraai hebben zich vanuit het noorden aan het milde klimaat aangepast.

Bretagne is zeer aantrekkelijk voor allerlei soorten zeevogels. Aan het einde van de zomer verschijnen vogels die in het noorden van Europa hebben gebroed aan de kust van Bretagne. Sommige vliegen door naar warmere oorden, maar velen overwinteren aan de Bretonse kust. In de lente vertrekken de overwinteraars weer naar het noorden om te broeden. De grootste zeevogel van Bretagne is de jan-van-gent.

Op de zanderige stranden en duinen treft men o.a. de bontbekplevier, de

Europese bijeneter en de drieteenstrandloper aan.

Baaien en moerassige kuststroken worden o.a. bevolkt door strandlopers, zilvermeeuwen, zilverreigers, bergeenden, rotganzen en scholeksters.

Kliffen en rotskusten vormen bij uitstek een leefomgeving voor noordse stormvogels, papegaaiduikers, kuifaalscholvers en pijlstormvogels.

De heidevelden in het binnenland van Bretagne worden o.a. bevolkt door blauwe kiekendieven, wulpen en tuinfluiters.

Snip, waterhoen en reiger zijn voorbeelden van de vogelwereld in vennen en langs rivieroevers.

De zeekoet overwintert aan de kust van Het Kanaal en de Atlantische Oceaan. Ze broeden in kolonies op kliffen bij Cap Fréhel en Cap Sizun, bij Camaret en op de Sept-Îles.

In Het Kanaal en de Atlantische Oceaan vangt men veel kreeftachtigen, spin- of zwemkrabben en zeeslakken als de ruwe alikruik, het brakwaterhorentje, de penhoren en de pelikaansvoet. Veel voorkomende vissoorten zijn onder meer schol, zeebaars, makreel, tong en sardine. De langste rivier van Finistère, de Aulne, is een van visrijkste rivieren ter wereld. Vooral zalm wordt veel omhoog gehaald.

Tot de grotere zoogdieren behoren reeën, vossen, otters en soms wilde zwijnen. Vele kleine zoogdieren als woelmuizen, konijnen en wezels bevolken de velden, de begroeide wallen en de bossen. Zeehonden komen nog voor op het eiland Molène of in de baai van Morlaix. Sinds 1968 woont de bever weer in de Bretonse rivieren, nadat hij enkele eeuwen was verdwenen.

De rivieren worden bevolkt door vele vissoorten, zoals baars, snoek, paling, forel, schelvisrog en zalm.

In het nationale zeepark l’Iroise komt door de rijke voorraad plankton de reuzenhaai voor, maar ook kegelrobben en dolfijnen komen hier graag.

Ouessant Schapen Bretagne

Photo:Édouard Hue CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De kleine schapen van het eiland Ouessant (42-48 cm hoog en 13-18 kilo zwaar) vormen een afzonderlijk ras met een zwarte, dikke, wollige vacht. Er leven ongeveer duizend schapen op het eiland, waarvan een groot aantal kruisingen zijn. Het echte Ouessant-schaap is bijna uitgestorven. Het milde klimaat zorgt voor talrijke vogels, o.a. merel, zanglijster, koolmees, Turkse tortel, boerenzwaluw, kleine karekiet, tapuit, Provençaalse grasmus, graspieper en gele kwikstaart. Verder één roofvogel op het eiland, de torenvalk, en een zeldzame kraaiensoort, de alpenkraai. De landtong pointe de Pern of Penn ar Roch is een waar paradijs voor zeevogels, o.a. noordse stormvogel, jan-van-gent, drieteenmeeuw, noordse pijlstormvogel, limicool, ruitervogel, strandloper, plevier en steenloper.

Uniek zijn de muurhagedissen van de Glénan-archipel. Op het schiereiland Séné ligt het natuurreservaat Réserve biologique de Falguerec, dat zeldzame standvogels herbergt als smienten, brilduikers, pijlstaarten, tureluren, kluten en steltkluten. In de winter strijken hier tienduizenden rotganzen uit de Siberische toendra neer.

Bretagne heeft een zeer rijke vissenfauna, met ca. 40 soorten waarvan er negen nationaal beschermd worden. Tot de alleen in zoet water levende vissen (holobiotisch) behoren de Europese beekforel, voorn, rivierbaars, zeelt, snoek, karper, zonnebaars, katvis, forelbaars en zander. Tot de zowel in zoet als in zout water levende vissen (amfibiotisch), behoren de meivis, fint, zeelamprei, rivierlamprei, Atlantische zalm, zeeforel en Europese aal.

Een aantal vleermuizensoorten die in Bretagne voorkomen zijn de grote hoefijzerneus, de kleine hoefijzerneus, de zeldzame snor- of baardvleermuis en de gewone dwergvleermuis. De otter is in Frankrijk bijna uitgestorven. Tussen de rotsen van de Gorges de Toul Goulic vindt deze marterachtige nog veilige schuilplaatsen.

Geschiedenis

Prehistorie (tot 3.000 v. Chr.)

Megalietenbouwers

Cairn van Barnenez Bretagne

Photo:Gerhard Haubold CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Rond 5000 voor Christus, bij het begin van het Neolithicum, worden de sporen van menselijke aanwezigheid talrijker. De prehistorische mensen bewerkten het land en probeerden hier een bestaan op te bouwen. Ze vervaardigden bijlen en gepolijst graniet, die ze verhandelden in het Rhônedal, in Zuidoost-Frankrijk en in Engeland.

De sociale organisatie met taakverdeling was in die tijd stabiel, getuigen daarvan zijn de indrukwekkende megalitische monumenten. Sommige megalitische graven of dolmens (“stenen tafel in het Bretons”) hadden de vorm van een grafkamer, die je via een lange gang bereikte; het zijn enorme blokken steen die met een grafheuvel waren bedekt. De oudste dolmen, uit 4600 voor Christus, is de cairn in Barnenez. De belangrijkste concentratie van dolmens bevindt zich in Carnac, sommige, zoals de Reus van Locmariaquer, zijn wel 20 meter hoog. Minstens even spectaculair zijn de menhirs, dit zijn imposante, opstaande stenen die waarschijnlijk een religieuze functie hadden in een godsdienst die gericht was op de hemellichamen.

Oudheid (3000 v.Chr. – 476 n. Chr.)

De Kelten

Bretagne Keltische Munt

Photo:Publiek domein

Omstreeks 500 voor Christus werd het schiereiland Armorica of ‘land van de zee’ ingenomen door Kelten. Vijf stammen vestigden zich hier: de Osismen (in Finistère), de Veneti (in Morbihan), de Coriosoliten (in Côtes d’Armor), de Riedones (in Ille-et-Vilaine) en de Namneten (in Loire-Atlantique). De Kelten woonden in kleine dorpen en versterkte nederzettingen, het waren landbouwers die ook ijzer bewerkten, munten sloegen en overzeese handel dreven. Het bestuur was in handen van een adel van krijgers en van geestelijken, de druïden. De natuurkrachten schreven ze toe aan verscheidene goden die ze met offers vereerden. Rondtrekkende barden (dichters-muzikanten) bezongen de heldendaden van mythische helden.

Armorica en de Romeinen

In 57 voor Christus bezetten de Romeinen Armorica en de rest van Gallië. Een jaar later kwamen de Veneti in opstand en verschansten zich op de rotsige klippen van de Atlantische kust. Met moeite wist Julius Caesar hen te verslaan in een zeeslag buiten de Golf van Morbihan. Armorica werd toegevoegd aan de provincie Lugdunensis, en bleef 400 jaar lang onder Romeins bestuur. De provincie werd verdeeld in vijf gebieden, die overeenkwamen met de Keltische stammengebieden. Een weggennet en een paar nieuwe kleine steden, zoals Condate (nu Rennes), Darioritum (nu Vannes) en Condevincum (nu Nantes) versnelden het proces van romanisering. Terwijl baden, amfitheaters en villa’s de invloed van de Romeinse beschaving toonden, werden de Keltische en de Romeinse goden gezamenlijk vereerd. Op het platteland was de Romeinse invloed aanwezigheid, en dus ook hun invloed gering. Toen het Romeinse Rijk begon in te storten in de 3de, 4de eeuw, werd het gebied instabiel. Frankische en Saksische piraten plunderden de steden, en de bevolking sloeg op de vlucht. De kustlijn werd onvoldoende beschermd door forten, zoals Alet (dicht bij St.-Malo) en Le Yaudet (in Ploulec’h). Bij het begin van de 5de eeuw werd Armorica aan zijn lot vergelaten.

Middeleeuwen

Aankomst van de Britten

Britten in Bretagne

Photo:publiek domein

Tijdens de 6de eeuw staken grote aantallen Britten (Keltische stam) uit Wales en Cornwall het Kanaal over om zich te vestigen in Armorica, dat ze ‘Klein Brittannië’ of ‘Bretagne’ noemden. Het was een vredige invasie die 200 jaar duurde. Onder de nieuwkomers waren vele christelijke monniken, die een Keltische variant van het christendom invoerden. Op eilandjes buiten de kust werden geïsoleerde hermitages of kluizenaarshutten gebouwd en de kloosters werden geleid door abten die ook rondtrekkende bisschoppen waren. Onder hen waren Brieuc, Malo, Tugdual (in Tréguier) en Samson (in Dol); met Gildas, Guénolé, Méen en Jacut, die vanaf de 8ste eeuw onderwerp van hagiografieën werden, inspireerden ze de religieuze tradities die nog altijd bestaan; getuigen daarvan zijn de bedevaarten en pardons zoals de Troménie in Locronan.

Zo’n 2500 jaar geleden was Locronan een uniek centrum van Keltische religie. Met Keltische astronomische referentiepunten was een nemeton aangelegd, een vierzijdig circuit van 12 km, onderbroken door 12 bakens die overeenkwamen met de 12 cycli van de maankalender. Hoewel benedictijner monniken deze Keltische plaats innamen om er een priorij te bouwen, overleefde de omtrek van de heilige route de komst van het christendom. De Keltische astronomische merktekens werden de 12 stopplaatsen van een processie. Het woord troménie is afgeleid van de Bretonse woorden tro (ronde) en miniby (kloosterland). De oudste troménie gaat terug tot 1299. De grande troménie zorgt ervoor dat de pelgrim naar de hemel gaat en staat gelijk aan drie petites troménies.

De Britse immigranten voerden de typisch Bretoense plaatsnamen in. Het voorvoegsel plou (in bv. Plougamel) of zijn varianten plo, plu of plé, komt van het Latijnse plebs (het gewone volk) en het verwijst naar een gemeenschap van christenen. Lan (zoals in Lannion en Lannilis) staat voor ‘klooster’. Tré (zoals in Trégastel), van het oude Britse woord treb, betekent een bewoonde plaats. De concentratie van deze plaatsnamen in West-Bretagne, en de frequente namen die op ac eindigen in het oosten, van het Latijnse acum (zoals in Trignac, Sévignac), duidt op een culturele tweedeligheid. Dit bewijst o.m. de aanwezigheid van twee talen: het Frans, afgeleid van het Latijn, ten oosten van de lijn La Baule-Plouha, en het Bretoens ten westen ervan.

Het Bretoense koninkrijk

Nominoe Bretagne

Photo:Publiek domein

Van de 6de tot de 10de eeuw verdedigde het schiereiland, dat nu Britannia heette, zich met succes tegen de pogingen van de Frankische koningen die Gallië beheersten, om de streek in handen te krijgen. Vele keren vielen de Merovingers Bretagne binnen, maar hun invloed was van korte duur en de Bretoenen bleven onafhankelijk. Krijgshaftige lokale leiders of onderkoningen zorgden voor het bestuur. De machtige Karolingische dynastie kon alleen een bufferzone instellen, de zgn.mark, die liep van de Baie du Mont-St.-Michel tot aan de monding van de Loire. Vanaf ongeveer 770 stond die ‘mark’onder de controle van Roland, een ‘neef’ van Karel de Grote. In de 9de eeuw vestigden de Bretoenen een onafhankelijk koninkrijk, waarvan de grenzen tot Angers in het oosten, Laval in het zuiden en Cherbourg in het noordwesten liepen. Noménoé, die Karel de Kale versloeg in de Slag bij Ballon in 845, was de eerste koning. Zijn zoon, Erispoë, volgde hem op, maar werd in 857 vermoord door zijn neef Salomon. Diens regering, tot 874, was het hoogtepunt van de Bretoense monarchie. De politieke onafhankelijkheid van Bretagne werd nog versterkt door de geestelijkheid, die zich afzette tegen het bisdom van Tours. Het was een bloeitijd van de benedictijner abdijen, het waren rijke centra van cultuur. Mooie geïllumineerde manuscripten en de historische Cartulaire de Redon (zie figuur ) zagen het licht.

De invasie van de Noormannen

Bretagne Henry Plantagenet

Photo:Publiek domein

Vanaf het einde van de 8ste eeuw namen de aanvallen van de Scandinavische Noormannen toe. Ze voeren de Bretoense zeearmen en inhammen in, plunderden steden en kloosters en zaaiden dood en vernieling. Volledige kloostergemeenschappen vluchtten oostwaarts en namen hun heiligenrelieken mee. Na de moord op Salomon in 874 brak de chaos in Bretagne uit. De orde leek weer te keren, toen koning Alain Barbetorte Nantes in 937 heroverde en de Noormannen in 939 bij Trans versloeg. Deze vikingen vestigden zich in het aangrenzende Normandië en hun plundertochten werden minder talrijk.

Feodaal Bretagne

Vanaf de 10de tot de 14de eeuw werd Bretagne langzaam een feodale staat. Er bleef enige onafhankelijkheid van de Franse en de Engelse koningen, die beiden een oogje op Bretagne hadden. In de 12de eeuw ontsnapte Bretagne, inmiddels een graafschap, ternauwernood aan inlijving bij het Anglo-Angevijnse koninkrijk van de Plantagenets. Willem de Veroveraar, die de Slag bij Hastings in 1066 had gewonnen, had Normandië en Engeland verenigd. Zijn opvolger, Henry Plantagenet, was ook graaf van Anjou. In 1156 nam hij Conan IV, graaf van Bretagne, onder zijn hoede. Conans dochter, Constance, moest trouwen met Geoffroy, zoon van de koning van Engeland en broer van Richard Leeuwenhart en Jan zonder Land. In 1203 vermoordde deze laatste Geoffroys zoon, Arthur, en zo kwam Bretagne onder het gezag van de Engelse koning. De Franse koning, Filips II August, dwong vervolgens de halfzuster van Arthur, Alix, te trouwen met een Franse prins, Pierre de Dreux. Bretagne kwam toen als koninklijk leengoed onder de rechtstreekse controle van de Franse Kroon. De graaf van Bretagne betuigde zijn respect aan de Franse koning en zegde hem zijn loyaliteit en steun toe. Ondanks deze ontwikkelingen ontwikkelde zich een eigen Bretoense staat. In 1297 maakte de Franse koning Filips IV de Schone een vazalhertogdom van de leenstaat. Hoewel hij als vazal gebonden was aan de Franse koning, zat de graaf (toen hertog) van Bretagne tegen de 13de eeuw stevig genoeg in het zadel om onafhankelijk te worden. Als hertog van Richmond, in Yorkshire, was hij ook vazal van de Plantagenet-koning en zo kon hij een voorzichtige politieke koers varen tussen de twee monarchen. In Bretagne was zijn authoriteit echter beperkt door de macht van zijn leenheren, die uit hun veilige, onneembare kastelen grote leengoederen beheerden. Onder hen waren bv. de baronnen van Vitré en Fougères, op de grens van Normandië, en de burggraaf van Porhoët, die uit het Château de Josselin over 140 dorpen en 400 000 ha land heerste.

Het leven in de stad en op het land tijdens de Middeleeuwen

De bewoners van het platteland lijken in Bretagne vrediger te hebben geleefd dan in de rest van Frankrijk. In het westen van het schiereiland bestond een ongebruikelijk soort leenbezit dat tot de Franse Revolutie voortduurde. Elk stuk land had twee eigenaars: de ene bezat het land en de andere de gebouwen en de oogst. Geen van beiden kon eruit gezet worden zonder betaling voor de waarde van zijn eigendom. De kleine steden kenden geen zelfstandig bestuur. Ze waren bijna allemaal versterkt, en vele lagen aan een inham. Stadsbewoners leefden vooral van de linnenhandel. Het feodale Bretagne was zeer religieus. Waar de bevolking groeide en nieuwe gehuchten kwamen, nam ook het aantal parochies toe, met in hun namen het voorvoegsel loc (zoals Locmaria) of ker (zoals Kermaria). Het oude heidense geloof versmolt met de verering van oude Bretoense heiligen; rond hun relieken, vonden pardons en bedevaarten plaats. De bekendste is Tro Breizj, een ronde door Bretagne van ong. 650 km, langs heiligdommen in St.-Malo, Dol, Vannes, Quimper, St.- Pol, Tréguier en St.- Brieuc.

Bretoense Successieoorlog

Bretagne Karel van Blois gevangen genomen

Photo:Publiek domein

Van 1341 tot 1364 werd Bretagne geteisterd door de strijd van twee families die het hertogdom opeisten. Dit conflict ging deel uitmaken van de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) tussen Frankrijk en Engeland. De Fransen steunden Karel van Blois en zijn vrouw Jeanne de Penthièvre, de Engelsen Jan van Montfort en zijn vrouw Jeanne de Flamme. Deze oorlog, waarbij beide vrouwen nauw waren betrokken, leidde tot opzichzelfstaande incidenten als de Slag van Dertig (1351). De oorlog eindigde met de zege van de Montfonts: Karel van Blois werd gedood bij de Slag bij Auray (1364) en Bertrand du Guesclin werd gevangen genomen. De overwinning van Jan IV van Montfort werd bekrachtigd met het Verdrag van Guérande. Zijn familie bleef ruim een eeuw de baas in een vrijwel onafhankelijk Bretagne en kon op Engelse steun rekenen om de aspiraties van de Franse koning te dwarsbomen.

Nieuwe tijd (1453 – 1789)

Hoogtepunt van de Bretonse staat

Chateau de Tiffaugs Bretagne

Photo:Benoît Bâlon Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In de 15de- eeuw kwam de Bretonse staat op het hoogtepunt van zijn macht. De hertog van Bretagne, die de status van vorst had en in de kathedraal van Rennes was gekroond, vestigde zich in Nantes. Omgeven door hovelingen luidde hij een nieuw tijdperk in, waarin kunstenaars werden beschermd en de Bretonse cultuur een belangrijke historische rol kreeg toegedeeld. Het bestuur (ministerraad, kanselarij, rechtshof) was verdeeld over Nantes, Vannes en Rennes. Jaarlijks kwamen de Bretonse Staten bijeen om over belastingen te stemmen. Deze ingewikkelde, zware belastingen konden de steeds uitzinniger liefhebberijen van de hertog niet financieren, noch het onderhoud van forten en een leger bekostigen. Maar door zelf de benodigde fondsen te werven kon de hertog de Franse koning op afstand houden. Vanaf de regering van Jan V (1399-1442) bleef Bretagne betrekkelijk neutraal tijdens de Honderdjarige Oorlog. Hierdoor genoten de Bretons een zekere welvaart. De handel overzee ontwikkelde zich: Bretonse zeelui traden op als bemiddelaars tussen Bordeaux en Engeland en exporteerden zout uit Guérande en linnen uit Vitré, Locronan en Léon. De bevolking van Bretagne, minder zwaar getroffen door de pest dan de rest van Frankrijk, groeide uit tot 800 000 vluchtelingen uit Normandië vestigen zich in het oosten, terwijl veel verarmde exponenten van de lagere adel hun geluk elders in Frankrijk gingen zoeken. Tijdens de Honderjarige Oorlog vochten aan beide kanten moedige huurlingen. Drie van heb, Bertrand du Guesclin, Olivier de Clisson en Arthur de Richemon, werden hoge militairen in Frankrijk. De edelen vergrootten hun kastelen en maakten er indrukwekkende residenties van. Er vond echter zedenverval plaats, met als dieptepunt het verderfelijke misbruik van kinderen en de wrede moord op hen, tijdens een satanistisch ritueel, door Gilles de Rais (figuur), een wapenbroeder van Jeanne d’Arc, in het Château de Tiffauges, vlak bij Nantes. In de 15de- eeuw ontwikkelde zich een typisch Bretonse variant van de gotische bouwstijl, waarin de verfijndheid van de late Gotiek werd gecombineerd met de strakheid van graniet. In 1460 werd in Nantes een universiteit gesticht.

Einde van de onafhankelijkheid

Lodewijk XII Frankrijk

Photo:Publiek domein

Frans II (1458-1488), de incompetente en ontaarde hertog van Bretagne, stond machteloos tegenover de toenemende koninklijke macht in Frankrijk, waar Lodewijk XI de laatste grote vazallen in 1477 afzette. Bretagne was het enige grote leengoed dat nog moest worden onderworpen. Gedwongen tot oorlog werd Frans II in 1488 verslagen. In het Verdrag van Le Verger moest hij zich overgeven aan de koning als zijn opvolger Bretagne ging regeren. Hij stierf kort daarna. Zijn dochter en opvolgster, Anna van Bretagne, was nog geen 12 jaar oud. Anna van Bretagne huwt met Karel VIII. Lodewijk XII, die Karel VIII opvolgde, trouwde met Anna volgens een afspraak uit de tijd van haar huwelijk met Karel.

Bretagne een deel van Frankrijk

Bretagne Edict van Nantes

Photo:Publiek domein

Bretagnes opname in het Franse koninkrijk betekende voor de Bretons geen fundamenteel verschil. Het Verbindingsverdrag van 1532 garandeerde dat hun ‘rechten, vrijheden en privileges’ gerespecteerd zouden worden. De provincie werd namens de koning geregeerd door een gouverneur, die meestal connecties had met vooraanstaande Bretonse families. De belangen van de bevolking werden in principe verdedigd door de Bretonse Staten, een orgaan dat echter niet representatief was, omdat de plattelandsbevolking geen afgevaardigde had. De adel en hoge geestelijken speelden een belangrijke rol. In de 16de- eeuw had Bretagne niet veel te lijden van de Godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten. Na 10 jaar strijd, van 1589 tot 1598, moest Mercoeur zich terugtrekken en tekende Hendrik IV het Edict van Nantes, waarmee de Godsdienstoorlogen ten einde kwamen.

Verzet tegen de monarchie

In de 17de- eeuw werd de koninklijke macht absoluut en ontwikkelde de Franse monarchie zich tot een gecentraliseerd bestuur. Lokale autonomie werd beperkt en de belastingen stegen. Hierdoor leefde het Bretonse nationalisme opnieuw op, vooral bij de lagere adel. Dit bleef zo tot aan het einde van het Ancien Régime. Problematischer voor het koninklijke gezag was het verzet van de Bretonse Staten en het Bretonse parlement tegen de intendant en de gouverneur. Terwijl de Staten zeiden de Bretonse autonomie te verdedigen, steunden ze in feite de belangen van de adel. Van 1759 tot 1770 liepen de spanningen hoog op, met als climax het conflict tussen Louis-René de Caradeuc de La Chalotais, de ambitieuze en populaire algemeen zaakgelastigde van het Bretonse parlement, en de hertog van Aiguillon, de autoritaire Bretonse opperbevelhebber. De ‘Bretonse kwestie’ verhitte de gemoederen en verstomd pas na de dood van Lodewijk XV, in 1774.

Bretagnes welvarende havens

Jacques Cartier Bretagne

Photo:Publiek domein

Tijdens het Ancien Régime was Bretagne economisch welvarend. De havens werden druk gebruikt, zowel vanwege Bretagnes opname in Frankrijk als door de nieuwe zeeroutes over de Atlantische Oceaanj. Bretagne deed mee aan de ontdekkingsreizen met een expeditie naar Canada door Jacques Cartier uit Saint-Malo (1534-1542). De drie drukste havens waren Saint-Malo, Nantes en Lorient, gebouwd in 1666 als basis voor de Franse Oost-Indische Compagnie. De economsiche kustactiviteiten werden verstoord door een conflict tussen Frankrijk en Engeland, toen de Engelsen Saint-Malo, Belle-Île en Saint-Cast aanvielen. Vanwege de conflicten liet Colbert rond 1680 een arsenaal in Brest bouwen en verstekte Vauban de kustverdediging.

Nieuwste tijd (van 1789 - …)

De Chouans en de revolutie

Napoleon Frankrijk

Photo:Publiek domein

Tijdens de Franse revolutie was Bretagne verdeeld in ‘les bleus’, die de vernieuwingen aanhingen, en ‘les blancs’, die het Ancien Régime steunden. ‘Les bleus’ werden gevormd door de liberale boureoisie en bewoners van de West-Bretonse kantons die zich verzetten tegen de adel en de geestelijkheid. ‘Les blancs’, edelen en weerspannige geestelijken, waren in Zuid- en Oost- Bretagne in de meerderheid. In 1792 mislukte de samenzwering tegen de Revolutie van paar aristrocraten onder leiding van La Rouerie, maar bevel gaf 300 000 mannen voor de oorlog te ronselen, kwamen de Loire-Atlantique, de Morbihan en Ille-et-Vilaine in opstand. De Chouans, onder leiding van Cadoudal, Guillemot, Boishardy en Jean Chouan, voerden een guerrilla-oorlog. De Republikeinen reageerden met terreur: in Nantes werden 10 000 mensen onthoofd of verdronken. ‘Les blancs’ dolven het onderspit. Het leger van katholieken en koningsgezinden werd in 1793 in Savenay verslagen; pogingen van andere edelen om met Britse hulp naar Bretagne te gaan, werden verijdeld. In juni 1795 nam het republikeinse leger van Hoche 6000 van hen gevangen in Quiberon, en bracht 750 mensen om. De stabiliteit keerde pas weer met de komst van Napoleon Bonaparte, die Kerk en Staat verzoende, prefecten benoemde en militaire controle garandeerde door de aanleg van wegen en garnizoenssteden, zoals Napoléonville in Pontivy. Door Napoleons oorlogen, tijdens welke de Britten de zeeën beheersten, verarmde Bretagne, ondanks kapers als Robert Surcouf uit St.-Malo.

19e eeuw

Tijdens de 19de-eeuw en de eerste helft van de 20ste-eeuw stagneerde de economie in Bretagne, ondanks een bloeiende conservenindustrie. De visserij bij IJsland en Newfoundland was ook een belangrijk middel van bestaan. Toen dichters, etnologen en folkloristen Bretonse tradities en oude legenden gingen vastleggen, groeide het bewustzijn van Bretagnes Keltische erfgoed. De Bretonse taal, waarvan het gebruik in het openbaar onderwijs tijdens de Derde Republiek (1870-1940) sterk was ontmoedigd, vond vurige aanhangers onder de geestelijkheid.

Bretagne in de moderne tijd

Telecom Bretagne

Photo:Telecom Bretagne in het publieke domein

Na de Tweede Wereldoorlog herstelde Bretagne zich goed. Sinds 1950 heeft het Comité d’Etude et de Liaison des Intérêts Bretons gezorgd voor investeringen en gedecentraliseerde vestigen, zoals Citroën in Rennes en telecommunicatie in Lannion en Brest. Tolvrije snelwegen, hogesnelheidstreinen en de aanleg van luchthavens hebben het Bretonse isolement beëindigd. Dankzij de Kanaalverbindingen en een sterke hotelindustrie is dit nu de op een na populairste toeristenbestemming van Frankrijk.

Zie verder ook de geschiedenis van Frankrijk op Landenweb.

Bevolking

Bretagne vrouwen in Klederdracht

Photo:XIIIfromTOKYO CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ongeveer een eeuw geleden had Bretagne te kampen met een forse trek naar de steden, waardoor het platteland leegliep. Sinds de zestiger jaren is er weer een positief migratiesaldo, niet in de laatste plaats door het toenemende toerisme. De laatste 25 jaar is het aantal inwoners er sneller gegroeid dan het landelijke gemiddelde.

Bretagne telt ongeveer 4,6 miljoen inwoners (2017). De meeste mensen wonen aan de kust, uitgezonderd de hoofdstad Rennes. In de zomer stromen de toeristen toe en verdubbelt de bevolking van Bretagne tijdelijk. Op de eilanden voor de kust wonen enkele honderden eilandbewoners (100 op Hoëdic, 4500 op Belle-Île).

De bevolkingsdichtheid van Bretagne bedraagt ca. 112 inwoners per km2. (2017)

Taal

Bretons

Franstalige en Bretonstalige Verkeersborden

Photo:Publiek domein

In Bretagne wordt behalve Frans nog een Keltische taal gesproken: het Bretons of ‘Brezoneg’. De Keltische talen van West-Europa worden verdeeld in twee groepen. De eerste groep bestaat uit het Iers-gaelisch en de vrijwel uitgestorven talen Schots-Gaelisch en Manx. De tweede groep bestaat uit het Kymrisch (Welsh) en het Bretons; het sterk verwante Cornisch is uitgestorven. Het Bretons komt dus voort uit het Keltisch, dat vroeger een veelgesproken taal was in Europa. Toen Bretagne, of Armorica zoals het in die tijd genoemd werd, zo’n vijftig jaar voor onze jaartelling onderworpen werd door de Romeinen, vertrokken de Bretonnen richting het huidige Groot-Brittannië en verdween de Keltische taal. Tussen de 5e en 7e eeuw keerden zij terug en bleef Bretagne een zelfstandige staat tot in de vijftiende eeuw. Het Bretons werd gesproken op het hele schiereiland ten westen van de lijn van Mont-Saint-Michel tot de monding van de Loire. De uiterste grens lag ongeveer ter hoogte van het huidige Rennes.

Het Bretons wordt vandaag nog door zo’n 300.000 tot 500.000 mensen gesproken en verstaan, wat heel wat minder is dan de 1.300.000 mensen die dat in 1930 presteerden. Rond 1900 kende iedereen in Bretagne Bretons, en slechts de helft van de bevolking sprak Frans. In 1950 ging het nog maar om 100.000 mensen die het Bretons en niet het Frans beheersten. Alleen in de regio ten westen van de lijn St-Brieuc-Vannes is het Bretons nog de voertaal, en dan alleen nog door de oudere generatie. Het gebied waar het Bretons de grootste aanhang geniet is het vierkant tussen Vannes, Quimper, Brest en Paimpol. Veel plaatsnamen en familienamen gaan terug naar het oude Bretons van de 5e tot de 10e eeuw.

Samen met de opleving van de Bretonse cultuur in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is de Bretonse taal ook weer nieuw leven ingeblazen, vooral dankzij de oprichting van tweetalige scholen, de zogenaamde ‘Diwan-scholen’. Verder is er een officiële Bretonse academie en een Bretonse televisiezender (TV Breizh), die het Bretons allemaal levend proberen te houden.

In het Bretons worden zowel Engels klinkende sisklanken als Germaanse keelklanken gebruikt.

Bretagne is wat taal betreft in tweeën te verdelen: Haute-Bretagne of ‘Pays Gallo’ en Basse-Bretagne of ‘Bretagne Bretonnante’. In Haute-Bretagne wordt alleen Frans gesproken, in Basse-Bretagne spreekt men Frans en Bretons. In Basse-Bretagne kan men vier streken onderscheiden met een eigen Bretons dialect:

Cornouaille met het Cornouallais

Léon met het Léonard

Tréguier met het Trégorrois

Vannes met het Vannetais

Het Bretons van Léon wordt als de zuiverste en literaire vorm gezien; het meest afwijkend is het dialect in Vannes.

Een taal die al bijna vergeten is maar nog steeds bestaat is het Gallo (Bretons: Gallec) of Brits-Romaans. Aanhangers willen het Gallo als taal definiëren en niet als slechts een dialect. Gallo is, net als het oud-Frans, het Picardisch en het Normandisch, een Romaanse taal die van het volkslatijn afstamt. De grens tussen het Gallische en het Bretonse Bretagne loopt nu langs de lijn van Plouha (Côtes d’Armor) naar Ambon (Morbihan) over Mûr-de-Bretagne.

Op zes collèges en negen scholen voor voortgezet onderwijs van de Academie van Rennes en aan de universitaire lerarenopleidingen van Saint-Brieuc en Vannes wordt het keuzevak ‘Gallo, taal en cultuur’ gegeven.

Enkele Bretonse woorden:

Voor informatie over het Frans, dat is natuurlijk de officiële taal zie Frankrijk

Godsdienst

Eigen heiligen

Het katholieke geloof werd al in de 5e en 6e eeuw over Bretagne verspreid door monniken uit Wales, Ierland en Cornwall. Vanaf de jaren vijftig in de vorige eeuw is het aantal praktiserende katholieken drastisch teruggelopen. Begin van de jaren tachtig bezocht nog maar 20% van de katholieke bevolking regelmatig een kerk. Bretagne heeft nog steeds zeven bisdommen.

Bretagne bezit vele honderden heiligen, waarvan er trouwens bijna geen enkele erkend wordt door de katholieke kerk. Sommigen waren oorspronkelijk zelfs religieuze leiders van de Kelten die in de 5e eeuw vanuit Brittannië naar Bretagne overstaken. Anderen stammen zelfs nog uit de tijd van vóór de kerstening van Bretagne en zijn eigenlijk heidense goden onder een nieuwe naam. De meeste vereerde heiligen in Bretagne zijn Sainte-Anne, de patrones van Bretagne, en Saint-Yves.

”Pardons”

Tro Breizj Bretagne

Photo:Moreau.henri Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Veel plaatselijke heiligen wordt een keer per jaar dankgezegd of vergeving gevraagd tijdens de zogenaamde ‘pardons’. Elke parochie heeft zijn eigen heilige, dus de pardons zijn talrijk, met name in het westen van Bretagne en bovendien zeer verschillend. Soms zijn het nog de zuiver vrome manifestaties, andere hebben een wat meer seculier karakter. Sommige pardons zijn meer dan een gewone processie: het parcours heeft dan een lengte van vele kilometers en duurt verschillende dagen. De vrouwen lopen dan vaak in klederdracht, met als belangrijkste blikvanger de beroemde hoofddeksels, de ‘coiffes’.

In de 15e en 16e eeuw werd de ‘Tro Breizh’ gehouden, een ca. 525 kilometer lange tocht door Bretagne, die voerde langs de graven van de zeven patroonheiligen: Patern in Vannes, Corentin in Quimper, Pol-Aurélien in Saint-Pol-de-Léon, Tugdual in Tréguier, Brieuc in Saint-Brieuc, Malo in Saint-Malo en Samson in Dol-de-Bretagne. Deze patroonheiligen, in de 5e eeuw overgekomen uit Groot-Brittannië, waren in Bretagne actief als missionarissen en kerstende het land.

In 1994 werden onderdelen van deze tocht weer in ere hersteld door twee organisaties: ‘La route historique du Tro Breizh’ en ‘Les chemins du Tro Breizh’. De ‘Pardon de Ste-Anne d’Auray’ is de grootste pardon van Bretagne. Vier keer per jaar ontvangt men zo’n 20.000-30.000 pelgrims. Twee ongewone pardons zijn de islamitisch-christelijke pardon van Le Vieux-Marché en de pardon van Madonna van de motorrijders in Porcaro. De pardon van Le Vieux-Marché werd in 1954 voor het eerst gehouden met als doel om de toenadering tussen islam en christendom te symboliseren. Tijdens de pardon van de motorrijders worden, voor het eerst in 1979, duizenden motorfietsen gezegend.

Samenleving

Bestuur

Frankrijk Indeling

Photo:Publiek domein

Frankrijk is een democratische republiek die in het jaar 1789 ontstond, toen de Franse Revolutie een einde maakte aan de monarchie en de feodale staatsvorm. Er zij in totaal 101 departementen (96 in Frankrijk en 5 in de overzeese gebieden), die allen in alfabetische volgorde een nummer hebben. Iedere zes jaar gaat men naar de stembus om een departementale raad te kiezen. Zij kiezen op hun beurt het dagelijkse bestuur van het departement, de departementale commissie. Aan het hoofd staat de prefect, de vertegenwoordiger van de nationale regering.

De Franse departementen zijn weer onderverdeeld in 326 arrondissementen, die op hun beurt weer onderverdeeld zijn in 3800 kantons. De kleinste bestuurseenheden zijn de ca. 37.000 gemeenten, waarvan de meeste nog geen 500 inwoners tellen.

De departementen bleken te klein om goed te kunnen functioneren en dus herverdeelde men het land in 22 regio's. Sinds 1986 zijn er rechtstreekse verkiezingen voor een regionaal parlement, het ‘Conseil Régional’. Het regionale bestuur is vooral belangrijk voor het bevorderen van de economische, sociale en culturele ontwikkeling van de regio. Het regioparlement wordt geadviseerd door een raadgevend comité, waar verschillende economische en maatschappelijke organisaties zitting hebben. Voor de huidige politieke situatie van Frankrijk, zie hoofdstuk geschiedenis.

Bretonse beweging

Vlag Bretagne

Photo:Publiek domein

In 1893 ontstond na een golf van stakingen de eerste Bretonse nationalistische beweging of ‘Emsav’, die later openlijk streefde naar onafhankelijkheid. In 1898 werd de ‘Union régionaliste bretonne’ (URB) opgericht, en in 1911 de eerste ‘Parti national breton’ (PNB). In 1919 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift Breiz Atao (‘Bretagne voor altijd’). Na de Tweede Wereldoorlog zette zich de strijd voor de belangen van Bretagne op verschillende fronten voort. Nog steeds waren er verschillende organisaties die aanspraak bleven maken op autonomie of zelfs onafhankelijkheid. De meeste extreme beweging was de FLB-ARB (Front Libération de Bretagne-Armée républicaine bretonne), die tussen 1966 en 2000 verschillende aanslagen pleegde. Dit leverde grote materiële schade op en één persoon kwam om het leven. De kern van de huidige onafhankelijkheidsbewegingen bestaat uit de UDB (Union démocratique bretonne), Lémgann (‘de strijd’) en de POBL (Parti pour l’organisation d’une Bretagne libre). Individuele personen plakken stickers met BZH (= Breizh, Bretagne) of de Bretonse vlag op hun auto. De vlag van Bretagne is hét symbool voor alle Bretonse nationalisten: ‘gwen ha du’ (wit en zwart), de kleuren van de Bretonse vlag met vijf zwarte strepen als symbool voor de vijf bisdommen van Hoog-Bretagne en de vier witte strepen voor die van Laag-Bretagne.

Typisch Bretons

Menhirs Bretagne

Photo:Steffen Heilfort Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

MEGALIETEN

Overal in Bretagne vindt men constructies van reuzenstenen, die stammen uit de 5e tot de 2e eeuw v.C. Bretagne telt ca. 5000 menhirs en 1000 dolmen. De rechtopstaande menhirs (‘lange stenen’) zijn meestal van graniet en kunnen afzonderlijk voorkomen in rijen(alignement), in cirkels (cromlech), of vierkanten of vierhoeken (quadrilatère). De belangrijkste verzameling menhirs bevindt zich in Carnac. Deze badplaats is beroemd door de vele (2935) megalithische stenen, die in lange rijen bij elkaar staan. In Kermario bevindt zich een alignement van 1029 menhirs die in tien rijen staan opgesteld en een oppervlakte beslaan van 1120x100 meter. In Menec staan 1099 menhirs op een oppervlakte van 1160x100 meter. De tumulus van Kercado, die dateert van 4670 v.C., heeft een diameter van 30 meter en een hoogte van 3,5 meter.

Of menhirs een astrologische betekenis hadden dan wel bedoeld waren voor het houden van erediensten, is niet zeker. De grootste, nog overeind staande menhir in Bretagne is de Menhir de Kerloas. De steen is 9,5 meter hoog en staat in de buurt van Saint-Renan. De grootste menhir van Bretagne (20 m, 347 ton)is de omgevallen Grand Menhir van Locmariaquer; hier staat ook een dolmen, de Table des Marchands, een van de hoogtepunten van de megalithische cultuur.

Dolmens of ‘stenen tafels’ waren oorspronkelijk met zand bedekt en werden gebruikt als grafheuvels. Grafheuvels met gestapelde stenen worden ‘cairns’ genoemd. Bovenop liggen enorme afdekplaten die een gang vormen die toegang biedt naar verschillende grafkamers. Een van de mooiste voorbeelden van deze bouwkunst bevindt zich op het Île de Gravinis in de Golfe du Morbihan. De ‘allée couverte’, een variant van de dolmen, kent geen onderscheiding van grafkamer(s) en gang, maar bestaat uit één lange gang die aan het einde min of meer onmerkbaar overgaat in de grafkamer.

Megalithische monumenten

Bernard Hinault Bretagne

Photo:rene boulay Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

BERNARD HINAULT

Bernard Hinault is een voormalig Frans wielrenner. Hij werd geboren op 14 november 1954 te Yffignac, Cotes du Nord, Bretagne.

Hinault was na Jacques Anquetil (Frankrijk) en Eddy Merckx (België) de derde renner die de Ronde van Frankrijk vijfmaal wist te winnen. Opmerkelijk is dat hij nooit wereldkampioen op de weg werd. Hij reed in de loop der jaren voor de ploegen Gitane, Gitane-Campagnolo, Renault-Gitane, Renault-Elf-Gitane en La Vie Claire.

Hinault beëindigde zijn loopbaan op 14 november 1986 en maakt al sinds jaren deel uit van het organisatiecomité van de Ronde van Frankrijk.

Hinaults’ bijnaam luidde ‘Le blaireau’, de das.

ASTERIX EN OBELIX

Asterix en Obelix

Photo:Ferran Cornellà CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Asterix is de titel van een serie stripverhalen gemaakt door de Franse tekenaar Albert Uderzo en scenarioschrijver René Goscinny.

Het origineel van het eerste verhaal, Astérix le Gaulois, werd gepubliceerd op 29 oktober 1959 in het Franse stripblad Pilote. Het gelijknamige album kwam uit in 1961, in een oplage van 6000 exemplaren. In Nederland werden de verhalen gepubliceerd in het stripweekblad Pep. De strips worden in meer dan 70 landen uitgebracht. Na het overlijden van Goscinny in 1977 ging Uderzo alleen door met het uitbrengen van nieuwe verhalen. Uit respect wordt de naam van Goscinny nog steeds op de albums vermeld. Het laatste album met Goscinny, ‘Asterix en de Belgen’, verscheen twee jaar na zijn dood in 1979.

De strips verhalen van een dorpje in Gallië (Bretagne), dat er in is geslaagd om de invasie door de Romeinen onder aanvoering van Julius Caesar te weerstaan met behulp van een toverdrank, die de Galliërs oersterk en daardoor onoverwinnelijk maakt. Het idee van deze onoverwinnelijkheid is mogelijk terug te voeren op een uitspraak van Julius Caesar in de Bello gallico: ‘Horum omnium fortissimi sunt Belgae’, ‘Van hen allen zijn de Belgen de dappersten’. In de Romeinse tijd behoorde Noord-Frankrijk namelijk nog toe aan de Belgen.

Belangrijke personages:

Mont Saint Michel Bretagne

Photo:Publiek domein

MONT ST-MICHEL

De Mont St-Michel is een hoog boven de omgeving uitstekend vulkanisch eiland te midden van zandbanken. Op de top staat een prachtige abdij met op de top een beeld van de aartsengel Michaël. Dit beeld staat op ca. 175 meter boven de zeespiegel.

De abdij gaat terug tot de 8e eeuw toen de bisschop van Avranches er een kapel stichtte. In de 13e eeuw werden er pas vestingwerken aangelegd. Tijdens de Franse Revolutie werd de Mont St-Michel gebruikt als gevangenis, en pas sinds 1966 kwam er weer een religieuze bezetting van de abdij.

Strikt genomen ligt de abdijberg in het Normandische gedeelte van de baai, want de grens van Bretagne ligt verder naar het westen. Sinds 1877 maakt een dijk het mogelijk het eiland met droge voeten te bereiken.

Economie

Algemeen

TGV station Rennes Bretagne

Photo:David Monniaux CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Tot 1951 had de economie van Bretagne sterk te lijden onder de afgelegen ligging ten opzichte van de rest van Frankrijk. Bretagne lag lange tijd te ver van de steenkoolbassins, waardoor de industriële revolutie bijna geheel aan Bretagne voorbijging. Ook het gebrekkige wegen- en spoorwegnet vertraagde de industriële ontwikkeling van Bretagne aanzienlijk.

In 1951 werd echter het Comité d’études et de liaison des intérêts bretons (CÉLIB) opgericht, en dit zorgde voor een economische kentering. In 1954 werd in Rennes de eerst Citroën-fabriek opgericht en in de jaren zestig trokken vele andere bedrijven naar Bretagne.

Vanaf eind jaren zestig werd de hele regio door autosnelwegen ontsloten en de TGV verbeterde de verbindingen met de rest van Frankrijk.

Landbouw en veeteelt

Plougastel Aardbei Bretagne

Photo:David Monniaux CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bretagne is al enige tijd de belangrijkste agrarische regio van Frankrijk, want omvat ca. 15% van de totale Franse productie. Ca. 10% van de beroepsbevolking is in deze sector werkzaam en de productie van varkensvlees, pluimvee en melk wordt grotendeels in Bretagne gerealiseerd. Ook is Bretagne de belangrijkste producent van artisjokken, bloemkool, nieuwe aardappelen, sjalotten, tomaten en sperziebonen. Fameus zijn de uien van Roscoff en de aardbeien van Plougastel. Bretagne vertegenwoordigt 11,5% van de Franse landbouwproductie.

Bretagne is veruit de grootste varkensproducent van Frankrijk en voorziet in ca. de helft van de behoeften van het land. Bretagne heeft ook de meeste kippen (75 miljoen) en kalkoenen (12 miljoen). Bretagne vertegenwoordigt 21% van de Franse dierlijke productie. Boter, eieren en een paar kaassoorten worden naar vele Europese landen geëxporteerd. De rundermarkt van l’Aumaillerie is een van de belangrijkste van Frankrijk, met ca. 10.000 dieren. In La Guerche-de-Bretagne wordt elke week de op één na grootste varkensmarkt in Frankrijk gehouden.

Uiteraard heeft het succes ook een negatieve kant: de prachtige natuur van Bretagne heeft ernstig te lijden onder de toenemende landbouwactiviteiten. Zo is ca. 80% van de rivieren vervuild met een te hoog nitraatgehalte en verschraalt de biologische diversiteit zienderogen.

Visserij

Bretagne Trawler

Photo:Pline Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ook voor de visserij is Bretagne het belangrijkste gebied van Frankrijk. Met ca. 200.000 ton per jaar is Bretagne goed voor meer dan de helft van de totale Franse visproductie. Bretagne telt ca. 7000 zeevissers en enkele tienduizenden mensen vinden werk in deze sector. Er zijn ongeveer zeventig vissershavens, waarvan Lorient, Concarneau en Saint Malo de thuishavens zijn van de geïndustrialiseerde zeevisserij. Andere belangrijke havens zijn Le Guilvinec en Douarnenez.

Sinds 1985 gaat het een stuk slechter met de industriële en semi-industriële visserij door de vangstquota en de overbevissing. De ambachtelijke visserij bloeit daarentegen nog volop.

Andere zeeproducten die voor zeer veel inkomsten zorgen zijn oesters, sint-jacobsschelpen, mosselen en algen. Het laatste zee product wordt vooral gebruikt voor de cosmetica-industrie en als culinaire lekkernij. Lanildut is de belangrijkste zeewierhaven van Frankrijk.

Diverse economische activiteiten

Usine Maremotrice Bretagne

Photo:Publiek domein

Een op de vijf werknemers werkt in de industrie. Vooral de voedingsmiddelenindustrie, maar ook de auto-industrie, de luchtvaartindustrie, de telecommunicatie en de scheepsbouwindustrie spelen in Bretagne een belangrijke rol. De bouwnijverheid en openbare werken zijn goed voor 8% van de industriële bedrijvigheid. Moderne industriezones met hoogtechnologische ondernemingen en toeleveringsbedrijven, de zogenaamde ‘technopoles’, zijn te vinden in Rennes, Nantes, Vannes, Lannion en Brest.

In de getijdencentrale Usine Maremotrice bij Dinard wordt het grote verschil tussen eb en vloed aangewend voor de opwekking van elektriciteit. ’s Werelds eerste getijdencentrale produceert al vanaf 1966 energie en is met een leverantie van meer dan 500 miljoen kilowattuur per jaar een van de grootste ter wereld.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Parc naturel marin d'Iroise, bretagne

Photo:Ton Chirossel CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bretagne is op dit moment een van de populairste toeristische regio’s van Frankrijk, en ook veel Nederlanders weten de weg naar onder andere de meest westelijke punt van het vasteland van Frankrijk, Pointe du Raz (op ca. 1100 km van Utrecht!!), te vinden. Zij kunnen in hun vakantie genieten van een prachtige natuur, o.a. meer dan 3000 km kust, in combinatie met een fascinerende mengeling van de Britse en Franse cultuur.

Het Bretonse landschap is nooit saai te noemen, want ruige kliffen (tot wel 100 meter hoog), grillige rotspartijen, duinen, heuvels, heidevelden, bossen, rivieren, kanalen, baaien en verrassend mooie en grote zandstranden in Zuid-Bretagne en Noord-Bretagne zorgen voor meer dan voldoende afwisseling. Tot het natuurerfgoed behoren ook natuurparken als Parc Naturel Régional d’Armorique, Parc de Brière met zijn moerassen (40.000 ha) en het eerste natuurpark in zee van Frankrijk, Parc d’Iroise. Wandel- en fietsroutes voeren door deze natuurgebieden, maar ook door de verschillende cultuurlandschappen.

Binnenstad Rennes Bretagne

Photo:Tango7174 Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De belangrijkste steden van Bretagne zijn de hoofdstad Rennes, Brest, Vannes, Lorient, Quimper en Saint-Malo.

De binnenstad van Rennes bestaat uit twee delen, Vieux Rennes van vóór de brand van 1720 en het herbouwde gedeelte van na de brand. Bezienswaardigheden zijn het Musée des Beaux-Arts en het Musée de Bretagne, de classicistische Cathédrale St-Pierre en het Hôtel de Ville.

Brest, in de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest en daardoor nu een zeer modern uitziende stad, heeft nog steeds een belangrijke militaire en burgerlijke haven. Die havens zijn tevens de grootste bezienswaardigheid van Brest, waarbij een havenrondvaart langs allerlei soorten oorlogsschepen en zelfs onderzeeërs een must is. Niet te missen is ook het Océanopolis, een van de grootste aquaria van Europa. Voor plantenliefhebbers is er het Conservatoire Botanique National de Brest (kwekerij zeldzame planten).

Vannes Bretagne

Photo:Fab5669 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het middeleeuws aandoende Vannes met al zijn vakwerkhuizen is de moeite waard vanwege het Musée d'histoire de Vannes, de Cathédrale St-Pierre, het Aquarium de Vannes (ook tropische vissen) en Le Jardin aux Papillons (vlinders),

Het in de Tweede Wereldoorlog volledig verwoeste Lorient heeft nog 17e-eeuwse stadswallen, maar het hoogtepunt van deze stad, met een belangrijke vissers- en jachthaven, is de bij de zee gelegen citadel, waarin tevens het Musée de la Compagnie-des-Indes en het Musée de la Marine gevestigd zijn.

Quimper staat bekend om zijn 13e/15e-eeuwse gotische Cathédrale St-Corentin, het Musée des Beaux Arts en het Musée Départemental Breton, over de geschiedenis en de archeologie van de streek Finistère.

Net als Lorient is ook Saint-Malo verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar een wandeling over de wallen van de oude gerestaureerde binnenstad is nog steeds een belevenis, net als een bezoek aan het eind 17e-eeuwse Fort National. Verder herbergt Saint-Malo een bewaard gebleven 14e-eeuws fort, het Musée d'Histoire de la Ville en trekt het Grand Aquarium St-Malo annex reptielenhuis vele bezoekers.

Carnac Bretagne

Photo:Vassil in het publieke domein

De omgeving van Carnac kan men wel de megalitische wereldhoofdstad noemen: ten noorden van dit dorp staan honderden megalitische stenen in verschillende vormen opgesteld: menhirs (alleenstaande stenen), dolmens (hunebedden), tumuli (grafheuvels), alignements (steenrijen) en cromlechs (steenrijen die uitlopen in een steencirkel). Nabij het gehucht Kermario staan tien alignements van in totaal 1029 menhirs, Ménec telt 1099 menhirs en Kerlescan 555. Bijzonder is verder nog een bijna 7000 jaar oude grote grafheuvel bij Kercado. Voor wie meer wil weten over deze monumenten kan, die terecht in het Musée de Préhistoire van Carnac en in het Maison des Mégalithes van Ménec.

Diverse bezienswaardigheden:

Argol: Musée du Cidre (cider)

Audierne: L'Aquashow (vissen, andere waterdieren, vogels, roofvogelshow), Musée Maritime du Cap Sizun

Baie des Trépassés: kaap Pointe du Van, kaap Pointe du Raz

Bazouges-la-Pérouse: kinderspeelpark

Bécherel: veel antiquariaten en maandelijkse boekenmarkt, resten van een middeleeuwse vesting, Château de la Chatolais,

Bruz: Parc Ornithologique de Bretagne (vogelpark)

Cap de la Chèvre: (mineralen en fossielen)

Cap Fréhel: schitterend uitzicht, 17e-eeuwse vuurtoren, 14e-eeuwse Fort la Latte

Carhaix-Plouguer: Karaez Adrénaline (boomklimmen)

Concarneau: Ville Close (eilandje in de haven, tevens oude binnenstad), Musée de la Peche (visserij), Marinarium du Collège de France (aquarium)

Moulins de Kerouat Bretagne

Photo:Thesupermat Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Commana: Moulins de Kerouat (molenaarsleven 17e-19e eeuw)

Corseul: Musée de la Societé Archéologique (o.a. Romeinse tijd), Château de Montafilan (12e-eeuws kasteel)

Dol-de-Bretagne: Cathédrale St-Samson, Menhir de Champ Dolent (een van de grootste menhirs van Bretagne, ca. 9,5 m hoog)

Douarnenez: Port-Musée (tientallen oude schepen), Musée de Bateau (scheepvaartmuseum)

Fougères: Château Fougères, Musée l'Artisan du Temps (klokkenmuseum), elke vrijdagmorgen op één na grootste veemarkt van Frankrijk

Golfe du Morbihan: ca. 40 bewoonde eilandjes, Tumulus de Gavrinis (omtrek 50 m, hoogte 6 m)

Guérande: Musée de la Poupée et de Jouets (poppen en speelgoed), Terre de Sel (zoutwinning)

Guingamp: Basilique Notre-Dame-de-Bon-Secours, Grand Pardon de Guingamp (processie)

Hanvec: Maison de Ménez-Meur (trekpaarden)

Hennebont: Basilique Notre Dame-du-Paradis, 13e-eeuwse stadswallen, Camors Adventure Forest (boomklimmen)

La Baule: bekende badplaats (Zuid-Bretagne), Océarium

Landévennec: ruïne van de Abbaye de St-Guénolé (485)

Temple de Lanleff Bretagne

Photo:Hugues Mitton Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Lanleff: Temple de Lanleff (herbouwde kapel uit de 11e eeuw)

Le Cloitre St-Thégonnec: Musée du Loup (wolf)

Locmariaquer: belangrijk centrum van megalitische monumenten

Locqueffret: Maison du Recteur (priesterleven in vorige eeuwen)

Locronan: Église St-Ronan (15e eeuw) verbonden met de Chapelle du Pénity (16e eeuw), Chapelle Notre-Dame-de-Bonne-Nouvelle, Le Musée d'Art et d'Histoire de Locronan, Pardon de Locronan (jaarlijkse processie Petite Troménie, zesjaarlijks Grande Troménie)

Malansac: Parc de Préhistoire (30 prehistorische scènes)

Moncontour: 13e-14e eeuwse stadsverdediging, Église st-Mathurin, Théatre du Costume (middeleeuwse kleding tot 1900)

Morlaix: Église Ste-Mélanie, Musée de Jacobins (moderne kunst), Cairn de Barnenez (zeer grote grafheuvel)

Muzillac: Parc Animalier et Botanique de Branféré (voornamelijk apen, antilopen, vogels)

Ouessant: Musée des Phares et Balises (Bretonse vuurtorens)

Paimpont: Église Abbatiale (13e eeuw), Forêt de Paimpont (bos)

Perros-Guirec: bekende badplaats (Noord-Bretagne)

Pleumeur-Bodou: Cosmopolis (grootste planetarium van Europa)

Côte de Granit Rose Bretagne

Photo:Patrick GIRAUD CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ploumanac'h: Côte de Granit Rose (roze granieten rotsformaties)

Pont-l'Abbé: Musée Bigouden (Bretonse klederdracht)

Pontivy: Château des Rohan (16e-eeuwse laatmiddeleeuwse militaire architectuur)

Redon: kerk St-Saveur (9e eeuw)

Roscoff: Aquarium Charles-Pérez (Kanaalvissoorten)

Scrignac: Musée de la Faune Sauvage et de la Chasse (wild en jacht)

St-Brieuc: Cathédrale St-Étienne (13e eeuw), Musée d'Art et d'Histoire (stad e.o), Camp Romain de Péran (Romeinse legerplaats), Parc Zoologique de Trégomeur (voornamelijk Aziatische dieren)

St-Just: belangrijk centrum van megalitische monumenten uit periode 3800-3500 v.Chr.

St-Ségal: Musée des Champs (Bretonse landbouw sinds 19e eeuw)

Ste-Anne-d'Auray: bedevaartsoord met vier keer per jaar grootste processie of 'pardon' van Bretagne

Trégastel-Plage: Marine Aquarium Tregastel

Tréguier: Cathédrale St-Tugdual

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

BRETAGNE LINKS

Advertenties
• Bretagne Tui Reizen
• Hotels Bretagne
• Bretagne Campings
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld

Nuttige links

Bretagne Reisstart (N)
Startpagina Bretagne (N)
Telefoongids Frankrijk

Bronnen

Beaart, P. / Bretagne

ANWB

Bretagne

Lannoo

Bretagne

Van Reemst

Bretagne noord

ANWB

Graaf, G. de / Normandië, Bretagne

ANWB

Radius, J. / Normandië, Bretagne

Gottmer/Becht

Roger, F. / Natuurreisgids Bretagne : ontdek de onverwachte en bijzondere natuur van Bretagne

Kosmos-Z&K

Simon, K. / Bretagne

ANWB

Ward, G. / Bretagne en Normandië

Van Reemst

Wikipedia

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt mei 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems