Landenweb.nl

CEVENNEN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans
  Hoofdstad  Alès
  Oppervlakte  913 km²
  Inwoners  63.640
  (2014, laatst bekend)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .fr
  Code.  FRA
  Tel.  +33

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ArdecheAuvergneBourgondie
BretagneCevennenCorsica
Cote d'azurDordogneElzas
JuraLanguedoc-roussillonLoiredal
LotNormandiePicardie
Provence

Geografie en Landschap

Geografie

De Cevennen (Frans: Cévennes) is een streek, middengebergte en natuurgebied in het zuiden van Frankrijk. De Cevennen liggen in het zuiden van het departement Lozère en in het westen van het departement Gard. De Cevennen vormt de zuidoostelijke afsluiting van het Centraal Massief (Frans: Massif Central) naar het Rhônedal en de overgang tussen de kustvlakte en de Causses (kalksteenhoogvlakten) van de Languedoc. Een groot deel van de streek bestaat uit het Parc National des Cévennes (3230 km2). De Middellandse Zee ligt slechts op een afstand van ca. 80 km.

advertentie

Cevennen op kaart van Frankrijk

Photo:Abrahami Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Landschap

advertentie

Cevennen Landschap

Photo:Marek Slusarczyk CCNaamsvermelding 3.0 Unported no changes made

De Cevennen bestond 300 miljoen jaar geleden uit tropisch bos en moerassen, die keer op keer bedekt werden met een plantenlaag die uiteindelijk fermenteerde en veranderde in een laag steenkool van ca. 1 meter. Dit gebied van Frankrijk werd daarna overspoeld door een zee die door middel van kalkafzetting (schelpen en andere schaaldieren) de kolenlaag afdekte. Aardbevingen, de vorming van de Alpen en de Pyreneeën en erosie zorgden voor het huidige landschap met bergen, heuvels en (diepe) dalen, kloven van rivieren als de Tarn, de Dourbie en de Jonte, grotten (o.a. de spectaculaire Grotte des Demoiselles en de grootste druipsteengrot van de Cevennen: Grotte de Trabuc), bossen, watervallen en kale woestijnachtige kalkhoogvlaktes en het karstlandschap van de Grands Causses in het westen van de Cevennen. Hier vindt men ook veel grotten, onderaardse rivieren en abîmes of avens, van boven toegankelijke grotten.

De Cevennen omvatten een reeks massieven met meestal vrij afgevlakte topzones, van elkaar gescheiden door diepe (Gardon)valleien, de 'Cévenne des Cévennes', waarin bergrivieren als de Ardèche en de Gard stromen. Het noordelijke deel van de Cevennen bestaat uit de bergen van de Vivarais en Ardèche. Het zuidwestelijke deel bestaat uit de Cévennes Languedociennes met de granietkoepel van de machtige, langgerekte bergrug Mont Lozère en de Mont Aìgoual (1567 m), het hoogste punt van de zuidelijke Cevennen. Tussenin ligt het grote Nationale Park van de Cevennen (Frans: Parc National des Cévennes). Aan de zijde van het Rhônedal zijn de hellingen steil, naar de zijde van het Massif Central flauwer. In het zuiden gaan ze over in kalksteenhoogvlakten: de Causses. De hoogste berg is de Mont Lozère met 1702 meter, een andere berg is de Gerbier de Jonc (1551 m) in het berggebied Plateau Ardèchois. De Sommet de Finiels op de bergrug van de Mont Lozère meet 1699 meter, de Pic Cassini 1680 meter.

advertentie

Oostelijke helling van de Mont Aigoual

Photo:Robin Lacassin CCPartage dans les Mêmes Conditions 2.5 Générique no changes made

Het middelgebergtelandschap is het meest dramatisch in de Gorges du Tarn, één van de meest indrukwekkende natuurgebieden in Frankrijk ten noorden van het Nationale Park van de Cevennen. Deze steile berghellingen en kale rotswanden zijn uitgeslepen door de rivier de Tarn en zijn bijrivieren, die zich neerstorten vanaf de hoogten van de Mont Lozère.

De zuidelijke uitlopers, met mooie bestanden van gemengd bos en veel tamme kastanjes, zijn niet zo steil en de dalen zijn dan ook veel breder als in het noordelijke gedeelte van de Cevennen. Deze streek met zijn langgerekte bergruggen en heuvels is dan ook uitermate geschikt voor een terrassencultuur met wijnranken, olijfbomen, fruitbomen en moerbeibomen.

Het Nationaal Park de Cévennes (sinds 1970) ligt tussen Sévérac-le-Château, Mende, Nîmes, Montpellier en Millau. De oppervlakte van het nationale park is circa 913 km² en is daarmee het op één na grootste van de zes nationale parken in Frankrijk.

Klimaat en Weer

advertentie

Regen op komst in de Cevennen foto: Conor Lawless

Photo:Conor Lawless Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Door de hoogteligging en de nabijheid van de Middellandse Zee kan het klimaat in de verschillende gebieden van de Cevennen nogal verschillen. Over het algemeen kan men echter stellen dat er een mediterraan klimaat heerst.

Op de hoogtevlakten in het zuiden en oosten zijn er grote verschillen in de zomer en de winter waar te nemen: in de zomer is het droog en zijn temperaturen tot 40°C aan de orde van de dag; in de winter is het vaak zeer koud en de bodem kan tot in maart met een laag sneeuw bedekt zijn. De meeste neerslag valt in het voorjaar.

In het hogere bergland, in het noorden en westen, heerst een Atlantisch klimaat met hete zomers, een natte herfst en lange sneeuwrijke winters. De uitlopers van de Cevennen, in het zuidoosten, hebben een wat milder mediterraan klimaat met warme, droge zomers en regenrijke winters zonder de kou van het noorden.

Het hoogst gelegen weerstation van Frankrijk ligt op de Mont Aigoual, met een hoogte van 1567 meter de tweede berg van de Cevennen. Het weer toont zich hier van zijn bijzondere kant, met onder andere 264 dagen per jaar windsnelheden van meer dan 60 km per uur, 120 dagen per jaar bedekt met sneeuw en tot 519 mm neerslag per dag (meer dan 2200 mm per jaar), meer dan 5 maanden per jaar. De Mont Aigoual wordt dan ook niet voor niets 'Aiqualis', de 'regenrijke' 'berg van het water' of 'regenberg' genoemd. Dit komt doordat wolken vanuit de Atlantische Oceaan botsen tegen de dampen van de Middellandse Zee. De Mont Aigoual voedt verschillende bronnen van rivieren als de Hérault, de Trèvezel, de Bonheur, de Dourbie en de Coudoulous.

advertentie

Besneeuwd Observatoire Météologique du Mont Aigoual

foto:Office de Tourisme Mont Aigoual CC Attribution 2.0 Generic no changes made

Planten en dieren

Planten

Cevennen Klaprozen foto: John Beniston (Palmiped)

Photo:John Beniston (Palmiped) CC Attribution 3.0 Unported no changes made

De flora van de Cevennen is door de gevarieerde klimatologische omstandigheden en de hoogteverschillen zeer divers. Zowel polaire soorten als subtropische soorten komen in de Cevennen voor.

Tot 500 meter groeien typisch mediterrane planten en bomen als amandelbomen, citrusbomen, mimosa, olijfbomen, oleander, palmbomen, steeneiken en cipressen. Ook de 'garrigue' komt hier voor, een combinatie van struiken en kruidachtigen als buxus, hulsteik, aardbeiboom, mastiekboom cistusroosje, lavendel, gewone vingerhoed, salie, zilverdistel en rozemarijn.

Tussen de 500 en 1000 meter vindt men soorten als donseik, tamme kastanje, moerbeiboom en zomereik. Vanaf 1000 meter wordt de flora typisch voor een berglandschap met onder andere (gemengde) sparren- en beukenbossen. Boven de boomgrens is vaak een mooi heidelandschap ontstaan, met onder andere brem.

Verder komen er 47 soorten orchideeën voor en enkele soorten klaprozen.

orchideeën
aangebrande orchishondskruidrood bosvogeltje
aapjesorchisijle moerasorchissniporchis
bergnachtorchiskleinbladige wespenorchissoldaatje
bijenorchislange tongorchisspinnenorchis
bleek bosvogeltjemannetjesorchisvroege spinnenorchis
bokkenorchispaarse aspergeorchiswantsenorchis
bosorchispoppenorchiswit bosvogeltje
gele orchis (foto)purperorchis
grote keverorchisreuzenorchis

Gele orchis

foto:Jerzy Strzelecki Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De trots van de Cevennen is de tamme kastanje of 'châtiagnier', die tot op een hoogte van ca. 700 meter overal voorkomt en lange tijd het basisvoedsel vormde voor de bevolking en daardoor ook wel 'broodboom' genoemd werd.

Tamme kastanjes

foto:Wildfeuer Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bijzonder is de vleesetende, geelrood gekleurde ronde zonnedauw. een greep uit andere planten in de Cevennen: bosrank, groot kaasjeskruid, maralkruid, ruig klokje, welriekende salomonszegel, wilde narcis, wilde peen en witte of dichtersnarcis.

Ronde zonnedauw, vleesetende plant uit de Cevennen

foto:Sarkan47 Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 Internationalno changes made

Dieren

De Cevennen heeft een zeer gevarieerde fauna, met 70 zoogdieren, 195 vogels, 16 amfibieën, 15 reptielen, 23 vissoorten en meer dan 2000 ongewervelde soorten, voornamelijk insecten.

zoogdieren: vos, wild zwijn, edelhert, wolf, otter, ree, moeflon, bever, ca. 30 vleermuissoorten (mops- of dwarsoorvleermuis, nimfvleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis) damhert, genetkat, wezel, hermelijn, steenmarter, Europese haas, das, rode eekhoorn.

Nimfvleermuis

foto:Manuel Ruedi Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

vogels: ca. 200 broedvogels, koolmees, (honing)buizerd, korttenige adelaar, alpenkraai, oehoe, steenarend, vale gier, blauwe kiekendief, grauwe kiekendief, hop, kauw, torenvalk, steenuil, slechtvalk, raaf, slangenarend, boerenzwaluw, zwarte specht, ruigpootuil, aasgier, blauwe reiger, auerhoen, monniksgier, rode wouw, zwarte wouw, sperwer, groenling, houtduif, roodpootvalk, vlaamse gaai, grauwe klauwier, dwergooruil, zwarte roodstaart, houtsnip, zwartkop, kemphaan, auerhoen, dwergvalk, wespendief, grote nachtuil.

Zwartkop

foto:Ron Knight Creative Commons-licentie Naamsvermelding 2.0 Unported no changes made

vissen: forel, grondel, rivierkreeft, zoetwaterkreeft, paling, ellerling, rivierzalm.

amfibieën en reptielen: vroedmeesterpad, gewone of bruine pad, meer- of grote groene kikker, bruine kikker, vuursalamander, levendbarende of kleine hagedis, muurhagedis, Spaanse muurhagedis, westelijke smaragdhagedis, ringslang, esculaapslang.

insecten: bosbeekjuffer, zwervende heidelibel, kleine wespenbok, vliegend hert, sierlijke schildwants, koolwants, blauwzwarte houtbij, struiksprinkhaan, roodvleugelsprinkhaan, Europese bidsprinkhaan, zadelsprinkhaan, geelbruine veldmestkever, juchtleerkever, alpenboktor, heldenbok (ook wel grote eikenbok).

vlinders en motten
apollovlindergroentjekolibrievlinder
blauwe ijsvogelvlindergroot geaderd witjeoranjetipje
blauwoogvlinder (foto)groot koolwitjerood weeskind
citroenvlinderIcarusblauwtjeSpaanse vlag
CleopatraJasiusvlinderwindevedermot
geel oranjetipjekeizersmantel
geelbandlangsprietmotkleine monarchvlinder

Blauwoogvlinder

foto:Zeynel Cebeci CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Geschiedenis

Cevennen voor Christus

Ca. 1000 v.Chr.

De Cevennen werden bevolkt door verschillende Keltische stammen: de Volcae (in het bijzonder de Arecomici-stam) in het zuiden, de Gabali in het noorden, de Ruthenen in het westen, de Helvii in het zuidoosten en de Vellavii in het noordoosten.

3e tot en met de de 1e eeuw voor Chr.

De Romeinen bezetten het Centraal Massief en de Vellavii, de Helvii en de Arecomici-stam sloten een verbond met de Romeinen. De Gabali en de Ruthenen sloten een pakt met de Gallische koning uit de Auvergne en Franse volksheld Vercingetorix (ca. 82-46 v.Chr.), die uiteindelijk de Gallische opstand (53-52 v.Chr.) verloor bij het Beleg van Alesia door de Romeinse soldaten van keizer Julius Caesar. Het leger van Julius Caesar trok hiervoor dwars door de Cevennen. Na de totale verovering van Gallië (nu Frankrijk, België, grote delen van Zwitserland, Noord-Italië en delen van Nederland en Duitsland ten westen van de Rijn) bleven de Romeinen daar tot de 5e eeuw n.Chr. en stichtten de provincies Gallia Narbonensis en Gallia Aquitania.

Standbeeld van de Gallische koning Vercingetorix

foto:Myrabella / Wikimedia Commons / CC BY-SA 4.0 no changes made

Cevennen na Christus

*In 77 n.Chr. verklaarde de Romeinse militair en letterkundige Plinius de Oudere dat de inwoners van Rome een op de Mont Lozère gemaakte kaas het lekkerste vonden*

Gedurende de 3e eeuw werden er in de Cevennen veel diocesen opgericht na de kerstening vanuit het zuiden (Nîmes) door Sint Bodile en vanuit het noorden door bisschop Privatus van Mende.

In de 4e eeuw installeerden de Visigoten, een (Oost)-Germaans volk, ariaanse priesters (stroming binnen het christendom die de drie-eenheid niet accepteerde) in de Cevennen.

Vanaf de 5e eeuw vochten de Franken en de Visigoten om het zuiden van Frankrijk, terwijl de Hunnen langzaam in heel Europa oprukten. De Visigoten wonnen deze strijd maar lieten wel de Romeinse structuur in het gebied intact en bleven onder andere het Romeinse geld gebruiken, de architectuur en alle andere Romeinse prestaties.

*In 464 beschrijft de dichter Sidoine Appolinaire (431-489) zijn reis door de hoge Cevennen en heeft het vooral over Trevidon, het huidige Saint-Laures-de-Trèves, waar op dat moment de Gallo-Romeinse politicus Tonantius Ferreolus leefde, Praefectus praetorio van Gallië van 450-453*

Van de 7e tot de 10e eeuw hadden de Cevennen te lijden onder Moorse aanvallen en de Saracenen uit Spanje veroverden vanuit hun basis Nîmes het gebied, inclusief de Vallée Française, een Franse enclave in het door de Visigoten bezet gebied. De Saracenen bezetten de Cevennen van 720 tot 750.

Vanaf de 9e eeuw zijn de Cevennen gedurende een lange tijd onderdeel van het Frankische Rijk, maar na het Verdrag van Verdun in 843 zullen de Cevennen vijf eeuwen lang geen deel uitmaken van Frankrijk. Het Verdrag van Verdun regelde de verdeling van het Frankische Rijk na de dood van Lodewijk de Vrome (778-840) onder zijn drie overlevende zonen, Lotharius I (795-855), Lodewijk de Duitser (806-876) en Karel de Kale (823-877). Het verdrag beëindigde tevens een drie jaar durende Karolingische Burgeroorlog.

De Cevennen vallen na het Verdag van Verdun net onder het West-Francië ofwel Francia Occidentales (ook wel West-Frankische Rijk of West-Frankenrijk) van Karel de Kale, dat via een denkbeeldige lijn van Antwerpen via Mâcon naar Nîmes in Zuid-Frankrijk liep.

De opvolgers van Karel de Kale vertoonden weinig daadkracht en verschillende territoriale vorsten scheidden zich af van het Frankische rijk. Onder Karel III de Dikke werd het Frankische eenheidsrijk weer enigszins hersteld maar in 887 werd Karel afgezet en ontstond langzaamaan het West- en het Oost-Frankische rijk waaruit uiteindelijk Frankrijk en Duitsland zouden ontstaan.

Karel de Kale 'regeerde' over de Cevennen in de 8e eeuw

Web Gallery of Art, publiek domein

De 11e eeuw stond in het teken van de grote religieuze ordes die zich in de Cevennen vestigden, de regio werd als het ware overspoeld met monniken in overbevolkte abdijen. Om die overbevolking op te lossen werden de abdijen gedecentraliseerd. Feodale prinsen gaven hen gebouwen, land en vee in ruil voor de producten die dat opleverde. Op grote schaal werden bijvoorbeeld kastanjebomen en andere cultures aangeplant.

*In 1020 leefden in de Abbey St. Guilhem le Désert ca. 450 monniken en meer dan 4000 schapen. Deze schapen werden aan het begin van de lente tot en met het einde van de zomer naar de weilanden op de heuvels en bergen van de Cevennen gebracht.*

*Bijna alle huidige plaatsnamen met Saint in hun naam waren oorspronkelijk monastieke dorpen, gesticht door een aantal monniken.*

Dertiende eeuw

-Ergens in de 13e eeuw stichtte de Johannieterorde van Saint-Jean-de-Jérusalem (ook wel Orde van Sint-Jan) 'La Commanderie de Gap Francès' aan de voet van Mont Lozère.

-Alès is in 1200 de eerste stad in de Cevennen met een consulaat.

-In 1233 wordt een koninklijke afgezant geïnstalleerd in Saint-Etienne-Vallée-Française.

-1287: de bisschop van Viviers, tot dan de diplomatiek vertegenwoordiger van de keizer, verklaard zichzelf onderdaan van de toenmalige koning van Frankrijk, Filips IV de Schone. De spirituele hoofden van de verschillende diocees kregen tijdelijk macht. Op deze manier werd de bisschop van Mende graaf van Gévaudan (voormalige Franse provincie, nagenoeg overeenkomend met het huidige departement Lozère)

-In 1295 wordt in Anduze een zetel voor de vertegenwoordiger van de koning geïnstalleerd.

Veertiende eeuw

-1307: Filips de Schone en de bisschop van Gévaudan, William Durant de Jongere (c. 1266-1330) beëindigen de feodale relatie tussen de koning en de bisschop. Documenten waar alle bezittingen opgesomd waren ('Feuda Gabalorum') wezen uit dat bijna alle huidige dorpen en steden van de Cevennen al aan het begin van de 14e eeuw bewoond waren.

-1308: de bisschop van Viviers onderwierp zich aan koning Filips de Schone.

-1317: Eind van de katharen of Albigenzen, een religieuze beweging die tijden vooral de 12e en 13e eeuw een grote aanhang kende in de westelijk Languedoc, maar ook in de Cevennen. Veel van deze 'afvalligen' van de Heilige Roomse Kerk in Rome vluchtten uit Frankrijk, de meeste werden echter gedood. De laatste vier katharen werden in 1329 verbrand in Carcassonne.

-1340: de eerste pestplaag of 'zwarte dood' treft eenderde van Europa en arriveert in 1348 in de Cevennen.

-1362: de benedictijn Guillaume de Grimoard, geboren rond 1310 in Grizac en onder andere prior van de abdij van Chirac en abt van de abdij van Saint-Victor in Marseille, was van 28 september 1362 tot aan zijn overlijden op 19 december 1370 onder de naam Urbanus V paus van de rooms-katholieke kerk van Rome.

Urbanus V (Guillaume de Grimoard)

foto: Palais des Papes, public domain

-In de jaren 1362-1363 hebben de Cevennen ernstig te lijden onder zogenaamde 'Grandes Compagnies', grote groepen 'werkeloze' huursoldaten die ondermeer het versterkte dorp La Garde-Guérin bezetten en Florac tot de grond toe afbrandden.

Vijftiende eeuw

-Tussen 1415 en 1435 vonder er in de Cevennen verwoestingen plaats door de gevechten tussen de Armagnacs en de Bourguignons. De Armagnacs waren tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) de aanhangers van de vermoorde Lodewijk I van Orléans (1372-1407); de Bourguignons streden voor Jan I van Bourgondië (1371-1419), bijgenaamd Jan zonder Vrees en later Filips de Goede (1396-1467).

Daarna had de streek ook nog eens ernstig te lijden onder de plunderingen van de soldaten van de Spanjaard Rodrigo de Villandrando († ca. 1457), die niet voor niets bekend stond onder de bijnamen Keizer van de Plunderaars (Empereur des Brigands) en Slachter (L'écorcheur).

-In 1465 werd het oude stadje Saint Germain de Calberte, aan de voet van het kasteel Saint Pierre, om onbekende redenen verwoest en verlaten, men schrijft het toe aan de pest die hier toen heerste.

Zestiende eeuw

De sociale situatie voor de gewone man was in de 16e eeuw niet best. De notabelen leefden van de geldelijke bijdragen van de bevolking, commerciële activiteiten en exploitatie van onroerend goed. Ca. 20% van de bevolking was eigenaar van meer dan 70% van het land. Bijna 80% van de bevolking had niet meer dan 2 ha grond voor zichzelf en vaak zelfs helemaal niets.

De 16e eeuw was ook de eeuw waarin het protestantisme ontstond, een stroming binnen het christendom die ontstond nadat leerstellingen en praktijken in de middeleeuwse katholieke kerk in West-Europa veel weerstand begonnen op te roepen. Deze zogenaamde Reformatie zou ook veel invloed hebben in de Cevennen.

-1533: Er is sprake van ketterij in Alais en in de Gévaudan.

-1547: De franciscaan Nicolas Ramondy sprak een 'ketterse' vastenpreek uit in Anduze.

-1550: Diana van Poitiers (1499-1566) representeerde de baron van Florac in het bestuur van Gévaudan omdat echte adel in de Cevennen ontbrak.

-1560: De eerste protestantse kerken werden in de Cevennen gebouwd en in Aigladines werd een eerste, toen nog clandestine, synode georganiseerd, een kerkelijke vergadering.

-1562: Religieuze oorlog brak uit, protestantse legertjes verenigden zich in de zogenaamde 'Cause' en belegerden de stad Mende, nu de hoofdstad van het departement Lozère.

Februari 1573: Vergadering in Anduze ter oprichting van 'Les Provinces de l'Union', ook wel 'Provincies-Unies de Midi' genoemd, een soort hugenoten-staatje in het zuiden van Frankrijk, beschermheer was Henry I, prins van Condé (Henri de Bourbon-Condé, 1552-1588). De hugenoten creëerden een soort federatieve republiek waarin elke provincie grotendeels autonoom was.

Henry I, prins van Condé

Afbeelding: public domain

1598: Henry IV stemt in met het Edict van Nantes, dat de protestanten onder zekere voorwaarden gedoogd om hun erediensten te houden en weer alle beroepen mochten uitoefenen.

1599: Start met het op grote schaal aanplanten van witte moerbeibomen, waarvan de bladeren het enige voedsel zijn van de zijderups, die gekweekt worden ten behoeve van de zijdeindustrie. De zijdeindustrie zou zeer belangrijk worden voor de economie van de Cevennen.

Zeventiende eeuw

De Cévenols en de Caussenards (leefden in de heuvels) leefden ver verwijderd van de economisch belangrijke gebieden van Frankrijk en hielde zich bezig met zelfvoorzienende landbouw, kastanjes en wat vee. Vooral in de winter hielden ze zich bezig met het maken van kleine wollen handdoekjes, 'cadis' genaamd.

Hoewel er niet zoveel winst op zat, werd het wel een belangrijke industriële bezigheid voor de streek.

Zo werd maar een tiende van de wol in de streek zelf gefabriceerd, de rest werd geïmporteerd. De doekjes werden verkocht aan landen als Zwitserland, Duitsland, Italië en Malta. In het centrale gedeelte van de Cevennen was de wolindustrie lange tijd zelfs belangrijker voor de economie dan de zijdeindustrie.

1600: jezuïeten vestigden zich in Aubenas, het begin van een katholieke poging om het verloren terrein in de Cevennen weer terug te winnen.

1612: Oprichting van de synodische provincie Cevennen.

1627: De meest belangrijke periode van de strijd tegen de 'Cause' van de hugenoten in de Cevennen, werd geëntameerd door koning Lodewijk XIII, 'le Juste' of de 'Rechtvaardige' en dan vooral zijn eerste minister, de kardinaal Richelieu. De strijd ging vooral tussen de beroemde protestant en oorlogsstrateeg Henri II de Rohan en de koninklijke troepen, de zogenaamde 'dragons noire'. Na dertien maanden kwam er op 27 september 1629 een einde aan de hugenotenopstanden door het Verdrag van Alais. De hugenoten verloren hun grondgebied en hun politieke en militaire verworvenheden, maar behielden wel hun geloofsrechten die in het Edict van Nantes waren vastgelegd.

Hendrik II 'duc' de Rohan

afbeelding: publiek domein

ca. 1660: opening van de eerste zijdespin-molens en fabrieken in onder andere Anduze, Alais (nu: Alès) en Ganges.

1683: Protestanten van Saint-Hippolyte-du-Fort houden een mis in een vernielde kerk; de eerste openlijke weerstand van Franse calvinisten tegen Lodewijk XIV.

Oktober 1685: Herroeping van het Edict van Nantes; enkele weken daarna vinden alweer de eerste verboden protestantse samenkomsten plaats. De economie in de cevennen draait goed, maar wordt verpest door het lijden en de vervolging van de protestantse bevolking.

1687: Oprichting van het katholieke diocees Alais (nu Alès) om de bekeerlingen of 'nieuw-geborenen' op te vangen.

1696: Nieuwe beroepen ontstaan door de economische voorspoed, ook in de meer afgelegen streken: bakker, metselaar en klompenmaker. De economie van de Cevennen werkt in deze tijd ook nauw samen met onder andere de Rhône-vallei en Zuid-Frankrijk. Dit verklaart ook het grote aantal markten die gehouden worden, waarvan de grootste die van Barre des Cévennes is.

24 juli 1702: De priester François de Langlade du Chayla of Abbé du Chayla, twee andere priesters en een katholieke familie uit Dévèze worden vermoord en dat is het begin van de Camisarden-oorlog. Camisard is de Franse naam voor de protestantse opstandelingen met hun lange blouse of 'camise'.

François de Langlade de Chayla

afbeelding: publiek domein

1709: Strenge winter met grote hongersnood in Noord-Lozère. In het zuiden zorgden de kastanjebomen voor genoeg voedsel.

De pest slaat weer ongenadig toe: tussen 1722 en 1724 sterven ca. 30.000 mesnen in de Gévaudan en de bevolking van Marseille werd gehalveerd.

1735: Start katoenindustrie in Aubenas.

1750: Om de zijdeteelt te bevorderen komt er koninklijke financiële steun voor het planten van nog meer moerbeibomen.

1787: Het Edict van Versailles, beter bekend als het Edict van Tolerantie, was een door koning Lodewijk XVI op 7 november 1787 ondertekende wet die niet-katholieken het recht gaf om openlijk hun godsdienst te praktiseren en men mocht nu bijvoorbeeld ook trouwen zonder de verplichtig om over te stappen op het katholieke geloof. Het Edict van Versailles zorgde nog niet meteen voor vrijheid van godsdienst in geheel Frankrijk, het was eigenlijk een stilzwijgende acceptatie, maar maakte wel een officieel einde aan de godsdienstvervolgingen in Frankrijk.

Tekst Édit de Tolérance, ondertekend door Lodewijk XVI

afbeelding: publiek domein

1788: Grootste oogst van moerbeiboombladeren tot het midden van de 19e eeuw.

1790-1792: Drie zogenaamde 'Camp de Jalès' (Jalès is een vlakte in het zuidoosten van het Centraal Massief tussen Gard en de Ardèche), waarbij revolutionaire edelen, religieuzen en katholieke boeren in de eerste jaren van de Franse Revolutie ten strijde trokken tegen royalisten. Tijdens de derde '''Camp' in 1792 werd graaf en Frans generaal François-Louis de Saillans (1741-1792) gevangen genomen en gedood.

François-Louis de Jaillans

afbeelding: publiek domein

1793-1815: De Franse revolutionaire en Napoleontische Oorlogen (ook wel Coalitieoorlogen of Franse Oorlogen) waren zeven grote en wat kleinere oorlogen van Europese mogendheden tegen het revolutionaire Frankrijk en na 1799 tegen het Frankrijk van Napoleon. Deze oorlogen kostten veel bewoners van de Cevennen het leven.

Negentiende eeuw

1820: Economische voorspoed van de middenklasse geeft een boost voor de zijde-industrie.

1825: Oprichting mijnbedrijf, smederijen en gieterijen in Alès.

1833: Paulin Talabot (1799-1885), een trein- en kanaalingenieur, verenigde alle mijnconcessies van La Grand-Combe in de 'Compagnie des Mines de la Grand'Combe et des Chemins de fer du Gard'. Het plan was om een spoorweg te bouwen om kolen te vervoeren van de mijnen van La Grand-Combe naar Nîmes aan de Franse zuidkust.

Paulin Talabot

afbeelding: publiek domein

1840-1845: De ziekte 'La prébine' treft de zijderups.

1845: Spoorweg van ca. 100 km tussen La Grand-Combe en Beaucaire wordt in gebruik genomen.

1846-1896: De bevolking van het mijngebied verdriedubbelde.

1850: De zijderupsziekte 'La pébrine' nam epidemische vormen aan en richtte een ravage aan in de zijde-industrie.

2 december 1851: Zelfcoup van Lodewijk Napoleon Bonaparte, van 1848 tot 1852 president van de Franse Republiek en neef van Napoleon I Bonaparte; hij ontbond het parlement, waarna veel revolutionairen hem de rug toekeerden. In 1852 werd na een volksraadpleging het Tweede Keizerrijk of 'La Seconde Empire' uitgeroepen. Bijna het gehele Franse volk stemde voor Napoleon als erfelijk keizer en dat bleef hij als Napoleon III tot 1870. De zelfcoup in 1851 werd ondersteund door veel protestanten uit de Cevennen.

1864: Uitvinding van het weefgetouw, belangrijk voor de productie van zijden sokken.

1865: Louis Pasteur, beroemd Frans scheikundige en bioloog, reist af naar Alès om de zijdewormziekte te onderzoeken. In 1868 ontdekt hij de oorzaak van de zijdeworm-ziekte en ontwikkelt een potentiële remedie.

Tussen 1856 en 1914 loopt het aantal inwoners van de Lozère-Cevennen met 39% terug door twee zijdeworm-crises en sinds 1860 de inktziekte, die in twee of drie jaar tijd een kastanjeboom kan doden. In de lagere Cevennen heeft de wijnbouw, als vervanging van de banen in de zijde-industrie, ernstig te lijden onder een nieuwe ziekte: druifluis (Daktulosphaira vitifoliae), een bladluizensoort uit de Phylloxeridae-familie.

Tussen 1861 en 1911 zorgde de toegenomen mijnbouwactiviteiten voor een toename van de bevolking van Grand Combe, van 7.700 naar 11.500 inwoners. In Alès arriveren ca. 8.000 nieuwe inwoners. De mijnbouwbedrijven domineren het hele leven in de regio wat betreft huizen, kleding, medische voorzieningen, opleidingen, kerkgebouwen.

1870: De inktziekte (la maladie de l'encre) neemt zeer serieuze vormen aan, vele bomen sterven en worden in de lagere Cevennen vervangen door grove dennen en zeedennen. De kastanjeteelt werd vervangen door de teelt van onder andere granen en wijnranken. In de plaats Sumène werden van het kastanjehout vaten gemaakt.

Door inktziekte aangetaste kastanjeboom

foto:Lycyin CC Attribution - Partage dans les Mêmes Conditions 3.0 no changes made

1873: Bouw van de Marquarès-tunnel in de buurt van St. André de Valborgne, die de Gardon- en Tarnon-vallei met elkaar verbindt.

1874: Realisatie van een spoorweglijn tussen Vigan en Lunel via St. Hyppolite Dufort.

1880: Naast de zijdewormziektes wordt de zijde-industrie ook sterk bedreigd door het goedkope zijde uit het Verre Oosten. Gelukkig verdriedubbelde het aantal banen in de mijnbouw en zorgde voor veel werkgelegenheid: In Grand Combe 5000 extra banen, In Alès/Bessèges 3000 extra metaalbewerkers en 13.000 mijnwerkers.

1881-1882: Eerste belangrijke stakingen in het mijnbouwgebied.

1890/1891/1900/1907: zware herfstregens zorgen voor grote overstromingen, de zogenaamde 'Gardonnades'.

Twintigste eeuw

1906: In de reisgids 'JOANNE', voorloper van de Blue Guide, worden de Cevennen voor het eerst als toeristische bestemming genoemd.

1906: Spoorlijn Anduze naar St. Jean du Gard wordt in gebruik genomen.

1907-1916; Aanleg van de spoorlijn Florac naar Sainte Cécile d'Andorge

1 augustus 1914: Begin van de Eerste Wereldoorlog; het vertrek van de soldaten zorgt voor een leegloop in de dorpen van de Cevennen. Van het kanton St. Germain de Calberte sterft 225 van de daarvan afkomstige soldaten. Intussen verrichten de vrouwen veelal het werk op het land, zoals bij protestantse families al vaak het geval was.

Tussen 1911 en 1921 is het economisch zeer slecht gesteld in de cevennen. er vindt een grote uittocht plaats van mensen die werk zoeken, ca. 20% van de mannen en 25% van de vrouwen tussen 20 en 40 jaar vertrekt naar andere regio's.

1943-1944: De (protestantse) bevolking speelde een belangrijke rol in de Tweede wereldoorlog. Zelf lange tijd veel te lijden gehad onder godsdienstvervolgingen, werden er veel joden in de Cevennen geholpen met onderduiken, met name in de plaats Le Chambon-sur-Lignon.

1958: Na het verwoestende werk van verschillende overstromingen wordt besloten in de buurt van St. Cécile d'Andorge en Camboux stuwdammen te bouwen. De Romeinse brug in St. Jean du Gard loopt grote schade op.

1959: De oprichting van de Coopérative Laitière de Pelardon des Cevennes en Vallee Français, een geitenkaas- coöperatie, waaruit bleek dat de landbouwsector zich definitief een plaats wilde vestigen in de economie van de Cevennen en de productie wilde vergroten.

Door de slechte verkoopresultaten stopten de ondergrondse mijnen met het oogsten van half- en kwartvette kolen en sloten hun deuren.

1965: Sluiting van de laatste zijdespinnerij, opening van de nieuwe industriële zone Clavières-Groupillac nabij de stad Alès.

1970: Opening van het nationale park Cevennen

Parc National des Cévennes

foto:Lisa Estival CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal no changes made

1975: Opstarten van zijdewormboerderijen met behulp van aangeplante Japanse moerbeibomen in het zuidelijke deel van de Cevennen.

Eenentwintigste eeuw

Op 14 december 2018 werd de nieuwe Economische, Sociale en Culturele Raad (CESC = Conseil Économique, Social et Culturel) van het Nationaal Park Cévennes geïnstalleerd. Bij deze gelegenheid werd Philippe Galzin verkozen aan het hoofd van dit overlegorgaan.

Bevolking

De Cevennen zijn grotendeels onbewoond foto: Henri MOREAU

Photo:Henri MOREAUX CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De Cevennen is één van de dunst bevolkte streken van Frankrijk met een bevolkingsdichtheid van ongeveer 15 inwoners per vierkante kilometer.

In het departement Lozère wonen bijna 80.000 Cévenols, zo worden de mensen uit de Cevennen genoemd (2017). De grootste plaats van de Cevennen is Alès met ca. 40.000 inwoners.

Taal

Franssprekenden in Europa afbeelding: publiek domein

Photo:Publiek domein

De Franse taal is een Romaanse taal die door ca. 100 miljoen mensen als moedertaal wordt gesproken, waarvan ca. 60 miljoen in Frankrijk. Frans wordt verder nog gesproken in België beneden de lijn Wezet-Moeskroen en Brussel, in Zwitserland (Suisse romande), Italië (Valle d'Aosta), Haïti en Canada (Quebec), en die, naast de moedertaal, in vele voormalige Franse koloniën als taal van bestuur en administratie wordt gehanteerd. Het Frans is de voortzetting van het vulgair Latijn, dat door de Romeinse veroveraars in Gallia Transalpina werd ingevoerd (58–50 v.C.) en zich daar ontwikkelde.

De geschiedenis van het Frans begint op het moment waarop men zich door de Karolingische renaissance, die de studie van het klassieke Latijn deed herleven, bewust werd van een kloof tussen het Latijn, taal van bestuur, rechtspraak en godsdienst, en de omgangstaal. Hiervan getuigt onder meer een besluit van het concilie van Tours (813), dat voortaan in de volkstaal ("lingua romana rustica") gepreekt moest worden. In de geschiedenis van het Frans zijn globaal drie perioden te onderscheiden: het Oud-Frans (begin 9de – begin 14de eeuw), het Middel-Frans (begin 14de – begin 17de eeuw) en het moderne Frans (begin 17de eeuw – heden).

Hier spreekt men Frans!! foto: publiek domein

Photo:Publiek domein

De Franse taal bestond oorspronkelijk uit door de Romeinen ingevoerde Latijnse woorden, aangevuld met woorden van Keltische en Frankische afkomst. Bij deze"volkswoorden" zijn vanaf de 12e eeuw de ontleningen aan het Latijn, de"geleerde" woorden, gekomen. In de 16e eeuw werden er ook veel woorden aan het Italiaans ontleend. Ook aan het Nederlands zijn vele woorden ontleend en sinds de 18e eeuw ook aan het Engels.

Vooral de afgelopen decennia is veel ontleend aan het Engels op het gebied van techniek, sport, mode, en dergelijke, waardoor de spottende term Franglais is ontstaan. Franse puristen verzetten zich tegen deze"invasie" van vreemde woorden.

Godsdienst

Een groot deel van de bevolking van de Cevennen is protestants. De leider van de protestantse rebellen, de Camisards (Hugenoten), woonde in het gehucht Le Mas Soubeyran, een van de belangrijkste plaatsen van het protestantisme in Frankrijk.

Musée du desert in Le Mas Soubeyran, Cevennen

foto:Daniel Villafruela Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Deze gewapende opstand van de Camisards, de 'Oorlog der Camisards', duurde van 1702 tot en met 1705 en werd gevoerd in de Cevennen en een deel van de Bas-Languedoc. Maar eigenlijk vonden er al sinds het herroepen van het Edict van Nantes in 1685, protestantisme werd weer illegaal, gewapende schermutselingen plaats tussen protestanten en katholieke koningsgezinden. En ook na de capitulatie van de Camisards in januari 1705 was het voortdurend onrustig in de Cevennen. Pas in 1715 kwam er een einde aan deze onverkwikkelijke gebeurtenissen door het opnieuws instellen van protestantse instellingenin de Languedoc en het overlijden van Lodewijk XIV. De illegale protestantse kerk werd in deze moeilijke tijd Église du Désert genoemd, de 'woestijnkerk'.

Bijzondere religieuze gebouwen in de Cevennen

Alès - Cathédrale St-Jean-Baptiste: kathedraal uit de 18e eeuw.

Kathedraal van Alès

foto:Vpe in het publieke domein

Anduze - Grand Temple d'Anduze: 19de-eeuwse (1823) grootste neo-classicistische protestantse kerk van Frankrijk.

Grand temple d'Anduze, Cevennen

foto:Chris06 Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no change made

Concoules - Église Saint-Étienne de Concoules: granieten kerk met een 'clocher-peigne', een zogenaamde kam-klokkentoren.

Kerk van Concoules, Cevennen

foto:Budotradan Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Florac - Église de Florac: deze protestantse kerk heeft de uitstraling van een Griekse tempel, met de twee Dorische zuilen en het fronton van de gevel. De kerk dateert uit 1830.

Florac - Église Saint-Martin: katholieke kerk.

Langogne - Église St-Gervais-et-St-Protais: romaanse kerk, voor een gedeelte opgetrokken uit gestolde lava.

Romaanse kerk van Langogne

foto: Vpe in het publieke domein

Le Pompidou - Église Saint-Flour du Pompidou: 12de-eeuwse katholieke romaanse kerk.

Romaanse Kerk van Le Pompidou, Cevennen

foto:Bastien.pierre, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Mende - Cathédrale Notre-Dame-et-St-Privat: begin 17e eeuw gerestaureerde 14e eeuwse kerk. Alleen de klokkentorens, de kapellen aan de noordkant en de noordelijke zijmuren zijn nog origineel.

Kathedraal van Mende, Cevennen

foto:Giraud Patrick CCNaamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes made

Mialet - achthoekige protestantse kerk. In 1703 werden 670 inwoners, onder wie 180 kinderen, gedeporteerd vanwege de steun aan de protestantse rebellen, de Camisards. Iedere eerste zondag van september herdenken duizenden Europese protestanten hun strijd.

Samenleving

Staatsinrichting

Assemblee National Frankrijk foto: Freepenguin

Photo:Freepenguin Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Volgens de grondwet van 1958 is Frankrijk een parlementaire republiek waarvan de president als staatshoofd uitgebreide volmachten heeft. De president wordt sinds 1962 door het volk bij algemeen stemrecht rechtstreeks voor zeven jaar gekozen. In 2002 zal de president van Frankrijk voor de duur van vijf jaar worden gekozen in plaats van de huidige zeven jaar.

De president vaardigt de door het parlement of door het volk (in geval van een referendum) aangenomen wetten uit, tekent de besluiten van de ministerraad die hij voorzit, benoemt de premier en kan in geval van nood het geheel van de wetgevende en uitvoerende macht tot zich trekken en de ontbinding van de Nationale Vergadering uitspreken.

De president kan zelfs desgewenst de premier vervangen, behalve wanneer er in het landsbestuur sprake is van een zogenaamde"cohabitation". Dit komt alleen voor wanneer de samenstelling van de Nationale Assemblée zodanig is dat de president gedwongen is een premier van een andere politieke kleur dan de zijne aan te stellen. Na de verkiezingen van 1 juni 1997 ontstond deze situatie toen de neogaullistische president Chirac het land bestuurde samen met een kabinet en een premier Jospin, die van linkse signatuur waren. De samenwerking tussen Chirac en Jospin verliep de eerste vier jaar trouwens vrij soepel.

De regering, aangevoerd door de premier, wordt voorgesteld en benoemd door de president. De regering bepaalt en geeft uitvoering aan de algemene politiek van het land en is verantwoording verschuldigd aan de Nationale Vergadering.

De wetgevende macht wordt uitgeoefend door het parlement, dat uit twee kamers bestaat. De Nationale Vergadering (Assemblée Nationale) telt 577 leden waarvan 22 uit de overzeese departementen en gebiedsdelen. De Assemblée wordt voor vijf jaar gekozen via een districtenstelsel. De senaat wordt in hoofdzaak gekozen door de leden van de"conseils généraux", de departementale raden, en door de gemeenteraden.

De senaat heeft veel minder bevoegdheden dan de Assemblée en telt 321 leden waarvan 12 vertegenwoordigers van de Fransen in het buitenland en 13 voor de overzeese departementen en gebiedsdelen. De senaatsleden worden voor negen jaar gekozen en elke drie jaar wordt de senaat voor een derde vernieuwd. De voorzitter van de senaat is na de president de hoogste ambtsdrager van het land.

Alle Franse staatsburgers van 18 jaar en ouder hebben stemrecht en om gekozen te worden voor de Assemblée moet men minimaal 23 jaar zijn en voor de senaat 35 jaar. Vrouwen hebben pas sinds 1944 kiesrecht.

Kamer- en presidentsverkiezingen voltrekken zich in twee ronden. Wanneer de kandidaat in de eerste ronde van de kamerverkiezingen meer dan 50% van de stemmen in zijn kiesdistrict weet te behalen, is hij direct gekozen. Slaagt hij daarin niet, dan volgt een tweede ronde waarin een enkelvoudige meerderheid voldoende is. Voorwaarde bij de parlementsverkiezingen is dat de kandidaat in de eerste ronde ten minste 12,5% van de stemmen heeft behaald.

Bij de presidentsverkiezingen kunnen alleen twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald tijdens de eerste ronde, meedoen aan de tweede ronde. Voor de huidige politieke situatie, zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Frankrijk Indeling afbelding: publiek domein

Photo:Publiek domein

De Franse staat telt 22 regio's, die verdeeld zijn in 96 departementen. Het land kent verder: vier overzeese departementen, de"Départements d'Outre-Mer" (DOM): Frans Guyana, Guadeloupe, Martinique en Réunion; drie overzeese gebiedsdelen, de ‘Territoires d'Outre-Mer’ (TOM): Frans Polynesië, de Wallis en Futuna-eilanden en Nieuw Caledonië; de twee overzeese ‘collectivités territoriales’ Mayotte en St-Pierre-en-Miquelon en enkele gebieden op de zuidpool,"Les Terres Australes et Antarctiques Françaises (TAAF). De prefet staat aan het hoofd van iedere regio en ieder departement en is de vertegenwoordiger van de regering en van iedere afzonderlijke minister.

De departementen zijn verdeeld in arrondissementen (325), met aan het hoofd een sous-prefet; de arrondissementen zijn verdeeld in kantons (3714) en deze op hun beurt in 36.433 gemeenten. Ca. 90% van de gemeenten telt minder dan 2000 inwoners. De arrondissementen en kantons hebben slechts administratieve betekenis.

Economie

Na de ontbossing van de Cevennen in de 18e eeuw werd de winning van steenkool voor brandstof, met als centrum Alès, steeds belangrijker. Ten tijde van de Industriële Revolutie groeide de vraag naar steenkool nog eens enorm, en door de aanleg van spoorwegen kon de steenkool verscheept worden naar geheel Frankrijk. Na de Tweede Wereldoorlog werd de steenkool als energiebron geleidelijk vervangen door aardolie en kernenergie, en in 1985 werd de laatste mijn in de Cevennen gesloten. Op het hoogtepunt van de steenkoolwinning, in het jaar 1946, werkten er 23.000 mijnwerkers in de mijnen van de Cevennen. Op dit moment wordt er nog op zeer beperkte schaal, in dagbouw, steenkool gewonnen voor eigen gebruik.

Voormalige mijn nabij Alès

foto: Vpe in het publieke domein

Lange tijd, van de tweede helft van de 18e eeuw tot 1870, was de zijde-industrie de belangrijkste economische activiteit in de Cevennen, met als belangrijkste centra Saint-Jean-du-Gard, Le Vigan en Saint-Hippolyte-du-Fort. De commerciële zijdeteelt werd tussen 1845 en 1870 echter getroffen door de peperspikkelziekte (pébrine), en ook de invoer van goedkope zijde uit Azië vormden een grote bedreiging voor de zijde-industrie in de Cevennen. Na de Tweede Wereldoorlog zorgde de uitvinding van de moderne kunstvezel voor de definitieve ondergang van de zijde-industrie in de Cevennen; in 1965 werd de laatste zijdespinnerij gesloten. Een van de grootste zijdespinnerijen, Le Mazel ten zuiden van Valleraugue, sloot in 1958.

Een ander belangrijk product voor de Cevennen, met name als voedsel voor de bevolking en als brandhout, waren (tamme) kastanjes.

Tamme kastanje, typisch product voor de Cevennen

foto: Rob Young, Creative Commons Attribution 2.0 Generi no changes made

De veruit belangrijkste economische sector van de Cevennen is op dit moment het (eco)toerisme. Met name Duitsers en Nederlanders bevolken de campings en huisjes in deze streek. Anduze is het toeristisch centrum van de Cevennen met veel horeca en andere voorzieningen; ook wordt er veel keramiek gemaakt.

Alés is al van oudsher een echte industrieplaats, vroeger als centrum van de zijdeindustrie en later door mijnbouw (ijzer, lood, zink), metallurgische bedrijven en steenkoolwinning.

In de Cevennen is er landbouw (o.a. in het heuvelland van de Viganis) en veeteelt (o.a. Aubrac-runderen) op kleine schaal met de nadruk op de schapenhouderij en de bijbehorende productie van vele kaassoorten.

Een bijzonder product van de Cevennen is de Oignon doux des Cévennes, dé topper onder de uien. De Oignon is een zoete, witte ui die aan alle Franse kwaliteitskenmerken voldoet, zowel de appelation d´origine contrôlée als de appelation d´origine protégée. Vooral in het departement Gard wordt door een honderdtal boeren deze bijzondere ui geteeld, zo'n 2000 ton per jaar.

Kistje met Oigons doux de Cévennes foto: Office de Tourisme Mont Aigoual

Photo:Office de Tourisme Mont Aigoual CCAttribution 2.0 Generic no changes made

Vakantie en Bezienswaardigheden

Het toerisme is van levensbelang voor de Cevennen. Het gaat in deze streek vaak om kleinschalig of groen toerisme. Mensen krijgen steun van de overheid wanneer ze oude boerderijen opknappen en restaureren tot gites ruraux. Deze gites zijn in trek bij wandelaars en fietsers.

Parc National des Cevennes foto: Myrabella

Photo:Myrabella Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De grote attractie is het Parc National des Cevennes waar lage bergen soepel overgaan in de vlakte van de Languedoc. Het is een lappendeken van rotsachtige hoogten, graslanden, bossen en boerderijen. Dit park vormt een klassiek landschap van het traditionele Franse leven. Canyons en rotswanden zijn tot 500 meter hoog.

De grotten Aven Armand, Dargilan en Bramabiau hebben bezoekers aangetrokken sinds het eind van de 19e eeuw. Aven Armand is groot genoeg om de Kathedraal Notre-Dame te bevatten en heeft meer dan 400 gigantische stalagmieten. De Grotte de Dargilan staat bekend als de"roze grot" vanwege de roze kleur van de druipsteen. Bramabiau is in wezen een ondergrondse canyon uitgesneden door de onderaardse rivier Bonheur. Spectaculair is ook de boven de rivier Hérault gelegen Grotte des Demoiselles.

Een bijzonder uitje is een ritje met een origineel oud vervoermiddel, de stoomtrein 'Train à vapeur des Cévennes', over de uit 1909 stammende lijn Anduze-Saint-Jean.

Train vapeur des Cevennes

Photo:Georges Seguin CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Op de hoogvlakte van de Cham des Bandons staat de grootste concentratie menhirs van Zuid-Frankrijk. De 154 menhirs stammen waarschijnlijk uit het late Neolithicum (ca. 2500 v.Chr.)

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

CEVENNEN LINKS

Advertenties
• Cevennen Hotels
• FRankrijk Tui Reizer
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld
• Frankrijk Vliegtickets.nl

Nuttige links

Cevennen Startnederland (N+E)
Telefoongids Frankrijk

Bronnen

BBC - Country Profiles

CIA - World Factbook

Forst, Bettina / Cevennen-Ardèche : met Grands Causses, Aigoual-Massiv en Mont Lozère : 50 wandelingen tussen Centraal Massief en Rhônedal

Graaf, Gjelt de / Languedoc, Rousillion : Cevennen, Tarn

ANWB

Pijnenburg, Hans / Languedoc, Cevennen en Tarn

Gottmer/Becht

Wikipedia

www.landenweb.nl/frankrijk

laatst bijgewerkt mei 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems