Landenweb.nl

DORDOGNE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans
  Hoofdstad  Périgueux
  Oppervlakte  9.060 km²
  Inwoners  409.548
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .fr
  Code.  FRA
  Tel.  +33

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ArdecheAuvergneBourgondie
BretagneCevennenCorsica
Cote d'azurDordogneElzas
JuraLanguedoc-roussillonLoiredal
LotNormandiePicardie
Provence

Geografie en Landschap

Geografie

Het departement Dordogne, gelegen in het zuidwesten van Frankrijk, viel vóór 1790 voor een groot deel samen met de vroegere provincie Périgord en is nu een onderdeel van de regio Aquitaine.

De oppervlakte van de Dordogne is 9.060 km2 (1,6% van Frankrijk en 21,8% van de regio Aquitaine) en het is daarmee na Gironde en Les Landes het grootste departement van Frankrijk.

De Dordogne grenst in het oosten en noordoosten aan de regio Poitou-Charentes, in het noordoosten aan de regio Limousin en in het zuidoosten aan de regio Midi-Pyrénées. De Dordogne wordt verder begrensd door de departementen Haute-Vienne, Corrèze, Lot, Lot-et-Garonne, Gironde, Charente-Maritime en Charente. Een aantal van zeven aangrenzende departementen is het hoogste aantal in Frankrijk.

De maximale afstand van noord naar zuid is 126 km en van oost naar west 116 km. De totale lengte van de grenzen van het departement bedraagt ca. 500 km.

advertentie

Locatie Dordogne in FrankrijkPhoto: Marmelad CC 2.5 Generic no changes made

advertentie

Landschap

De Dordogne ligt op de westelijke uitlopers van het Massif Central en bestaat voor het grootste gedeelte uit een kalksteenplateau (Causse Périgordien) dat een dikte bereikt van enkele honderden meters. Door inkrimping en bewegingen van de aarde zijn er in de kalksteenkorst vele natuurlijke grotten ontstaan met fantastische druipsteenformaties en prehistorische tekeningen.

Door de vele rivieren in dit gebied, waaronder de Dordogne, zijn er valleien ontstaan met een zeer vruchtbare sliblaag, waar zich de belangrijkste economische activiteiten, vooral op agrarisch gebied, afspelen. De Dordogne is met ca. 472 kilometer lengte een van de langste rivieren van Frankrijk en bovendien een van de weinige rivieren in Frankrijk met een nog grotendeels natuurlijke loop. De Dordogne ontspringt op de noordflank van de hoogste top van de Auvergne, de Puy de Sancy (1886 m), op 1680 meter hoogte, voortkomend uit de riviertjes Dorde en Dogne. De twee grootste zijrivieren van de Dordogne zijn de Isle en de Vézère. Vanaf het Massif Central stroomt de rivier door de departementen Puy-de-Dôme, Corrèze, Dordogne en Gironde naar de Atlantische Oceaan.

advertentie

Gezicht op de DordognePhoto: Luc Viatour CC BY-SA 3.0 no changes made

Het hoogste punt van de Dordogne (478 m) ligt in het Forêt de Vieillecour, ten noordwesten van Saint-Pierre-de-Frugie.

Het departement Dordogne kan verdeeld worden in vier toeristische gebieden die landschappelijk veel van elkaar verschillen. Het noordelijk deel van de Dordogne wordt de Haut-Périgord genoemd en is onderverdeeld in de Périgord Blanc en de Périgord Vert. Het noordelijkste gedeelte van de Haut-Périgord, de Nontronnais, heeft een ruig en regenrijk landschap. Ten zuiden daarvan ligt de Causse Périgordien, een kalkstenen plateau met rivieren (o.a. de Vézère) en afwisselend wouden, heidevelden en cultuurlandschappen.

Het zuidelijke deel van de Dordogne wordt Bas-Périgord genoemd en bestaat uit de Périgord Noir en de Périgord Pourpre. De Bas-Périgord bestaat onder andere uit eikenwouden en rivierdalen ( o.a. van de meanderende Dordogne en de Vézère) met steile kliffen.

Périgord Blanc (‘Witte Périgord’, genoemd naar de kalkstenen, enigszins wit uitgeslagen grondlagen, ook wel ‘Périgord Central’) is een langgerekte, dunne strook land.

Rond de stad Périgueux ligt een landschap van heuvels bedekt met weiden, die door hakbossen van eiken en kastanjes van elkaar gescheiden worden. Hier stromen de rivieren Beauronne en Vern. Ten zuiden van Périgueux wordt de kalkbodem bedekt met ijzerertshoudende zandgrond.

Verder vinden we in dit gebied uitgestrekte wouden van zomereiken, kastanjes en zeedennen. In het westen van de Périgord Blanc ligt tussen de rivieren Dronne en Isle La Blanc een bebost gebied met vele meertjes en poelen.

De Auvézère mondt hier uit in de Isle, die de gehele Périgord Blanc doorsnijdt.

Périgord Vert (‘Groene Périgord’, genoemd naar het groene landschap)

De Périgord Vert strekt zich ten noorden van Coutras, Périgueux en Hautefort uit en wordt begrensd door de departementen Charente en Haute-Vienne.

Dit gebied in het noorden van de Dordogne met overvloedige regenval, kenmerkt zich door een heuvelachtig coulisselandschap met veel akkerbouw en zonnebloemvelden en wat minder dichte bossen als in de Périgord Noir.

Hier ligt ook de Ribéracois, de graanschuur van de Dordogne. Verder vindt men hier vele bronnen, beken en rivieren. Het westen van de Périgord Vert is wat heuvelachtiger en langs de rivieren Dronne en Auvézère vindt men een prachtig landschap.

Périgord Noir (‘Zwarte Périgord’, genoemd naar de donkere eikenbossen)

Hier wordt het beeld vooral bepaald door de vele dichte bossen met steen- en haageiken. In de dalen vindt men op de slibgrond veel agrarische bedrijven.

De Périgord Noir wordt doorsneden door de Dordogne en de Vézère, die bijeenkomen bij Limeuil, en dan verder gaan als de Dordogne,

Nergens ter wereld, en dan vooral in de Vallée de la Vézère, vindt men zoveel grotten bij elkaar met prehistorische schilderingen en graveringen.

Périgord Pourpre (‘Purperen Périgord’, genoemd naar de paarse bladeren van de druivenranken)

De brede Dordogne, die van oost naar west door het gebied stroomt, heeft hier in de vallei veel slib achtergelaten waar akkerbouw troef is. Verder vindt men hier veel boomkwekerijen en op de hellingen wijngaarden. In het zuiden liggen enkele kleine heuvelachtige gebieden, doorsneden door bossen.

Klimaat en Weer

De Dordogne heeft een overgangsklimaat met over het algemeen milde winters en ’s zomers temperaturen die een graad of vijf boven die in Nederland liggen. De beste maanden om dit gedeelte van Frankrijk te bezoeken zijn de maanden mei, juni, september en oktober.

De noordelijk gelegen Périgord Vert staat nog onder invloed van de Atlantische Oceaan, waarbij vooral in het voorjaar en in het najaar behoorlijk wat neerslag valt. In de zomer is het over het algemeen droog en zonnig. De warmste maanden zijn juli en augustus met gemiddelde temperaturen van 20°C en pieken van boven de 30°C.

Het zuidelijke deel van de Périgord staat sterk onder invloed van het landklimaat van het Massif Central. In de zomer lopen de gemiddelde temperaturen hier op van 21-27°C en is het regelmatig warmer dan 30°C (maximum-record: 39,2°C in Bergerac op 8 juli 1982). De Périgord Noir is een van de zonnigste streken van Frankrijk.

De winters kunnen in dit gebied behoorlijk streng zijn (minimum-record: -22,2°C in Bassillac op 17 januari 1987).

Zware regenbuien zijn geen uitzondering, sneeuw ligt er gemiddeld maar zes dagen per jaar. Het onweert vaak in het Vézèredal en in het zuidwesten van de Dordogne. Gemiddeld valt er in de Dordogne ca. 800 mm neerslag per jaar. Minder dan 800 mm valt er in het zuidoosten, meer dan 1000 mm per jaar valt er in het noorden en noordoosten.

Klimaattabel Dordogne

gem. dagtemperatuurneerslag p/m
januari 7°C84 mm
februari 9°C80 mm
maart 12°C74 mm
april 17°C75 mm
mei 24°C72 mm
juni 27°C71 mm
juli 29°C75 mm
augustus 29°C70 mm
september 24°C77 mm
oktober 18°C83 mm
november 9°C87 mm
december 7°C85 mm

Planten en Dieren

advertentie

Planten

Ca. 60% van de Périgord wordt bedekt door bossen. In de Périgord Noir staan vooral eikensoorten als truffeleik en steeneik, maar ook haagbeuken.

Op de kalksteenplateaus wordt het landschap gedomineerd door ontboste droge graslanden met vooral jeneverbes en brem, maar ook orchideeën die goed tegen de hitte en de schrale bodem kunnen.

advertentie

Dieren

De fauna van de Dordogne kenmerkt zich niet door de aanwezigheid van veel grote dieren. Integendeel, vooral de insecten- en de reptielenwereld is hier van belang qua soortenrijkdom en aantallen. Ook de grootte van bijvoorbeeld mestkevers, hommels en sprinkhanen valt op. De vlinderwereld is zeer divers met onder andere dagpauwogen, koolwitjes, koninginnepages, kleine ijsvogelvlinders en kolibrivlinders. De rijk voorradige insecten lokken natuurlijk veel vleermuizen.

De reptielenwereld wordt vertegenwoordigd door onder meer smaragdhagedissen, vuursalamanders en blaasadders.

Met de zoogdieren is het niet zo best gesteld; dassen, marters, vossen, wilde zwijnen, reeën en veldmuizen, dat is het wel zo’n beetje.

Door de aanwezigheid van veel water is het met de visstand daarentegen weer veel beter gesteld: snoek, baars, karper, alvertje, barbeel, brasem, voorn, zeelt en (fario)forel komen in groten getale voor.

Ook de vogelwereld is afwisselend te noemen met o.a. blauwe reiger, snip, waterhoen, valk, sperwer en steenarend.

Geschiedenis

advertentie

Prehistorie

De eerste prehistorische mensensoort, de Homo erectus, verscheen in de Périgord in de periode 500.000 - 300.000 v.Chr.

De maker van de beroemde grottekeningen en –schilderingen was echter de Homo sapiens, die hier in het Paleolithicum (oude steentijd) woonde. Met name de Vézère-vallei bevat een groot aantal prehistorische vindplaatsen uit deze periode.

Enkele van de Homo sapiens-soorten die in de Périgord leefden waren de Neanderthaler en de Moustérien (ca. 100.000 – 35.000 jaar geleden). Zij maakten vuurstenen werktuigen, trokken rond en leefden van de jacht en het verzamelen van voedsel. Zeer waarschijnlijk begroeven ze hun doden al, getuige de vondst van de abri van La Ferrassie.

Van 33.000 – 10.000 v.Chr. (Jong-Paleolithicum) leefde in de Périgord de Cro-Magnonmens, die in technologisch en cultureel opzicht al veel verder was dan al zijn voorgangers. Met name in het Magdalénien verbeterde de kwaliteit van de rotstekeningen aanzienlijk.

Vanaf 6000 v.Chr. maakten de verzamelaars en jagers plaats voor neolithische landbouwculturen, die de grond gingen bewerken. Ook verschenen in deze periode de eerste gedomesticeerde dieren en aan het einde van het Neolithicum (3500 - 2000 v.Chr.) stonden in de ook megalithische grafmonumenten.

Oudheid

In de koper- en bronstijd (v.a. 3000 v.Chr.) werd de Périgord bevolkt door nieuwe bevolkingsgroepen, o.a. herders. De bronstijd kenmerkte zich verder door de ontwikkeling van internationale handelsbetrekkingen.

Vanaf de 6e eeuw v.Chr. vestigden zich in onder andere de Périgord Keltische (Gallische) stammen, waaronder rond Périgueux de zogenaamde Petrocorii (Keltisch voor ‘vier stammen’). Deze Kelten richtten versterkte vestingen op, zogenaamde ‘oppida’. Tijdens de verovering van Gallië door de Romeinen (122 – 51 v.Chr.) vormden deze oppida zelfs voor de Romeinen moeilijk te nemen obstakels.

In 27 v.Chr. werd de Périgord opgenomen in de Romeinse provincie Aquitania. De Romeinen lieten in dit gebied thermen, aquaducten en amfitheaters na. Verder werden er wegen aangelegd, ijzerovens gebruikt, goudmijnen geëxploiteerd en wijngaarden aangeplant. Dit alles zorgde ervoor dat de provincie Aquitanië verstedelijkte en economisch welvarend werd. De kerstening van de Périgord voltrok zich geleidelijk tussen de 4e en 5e eeuw.

Hier kwam echter een eind aan in de 5e eeuw n.Chr. Het verval trad toen in en in 476 kwam er een eind aan het West-Romeinse keizerrijk.

In de periode 235-284 waren er al invallen geweest door Alemannen en Franken.

Middeleeuwen

Eind 5e eeuw kwam het Visigotische koninkrijk onder het gezag van de Merovingische koning Clovis te staan, de grondlegger van het Frankische Rijk. In 506 liet hij zich dopen om zodoende bij de bisschoppen en de christelijke bevolking in een goed blaadje te komen staan.

In de 8e eeuw ontstond het graafschap Périgord, dat vervolgens in de 10e eeuw in vier baronieën (Mareuil, Bourdeilles, Beynac en Biron) werd opgedeeld en geregeerd werden door de families Turenne, Cardaillac en Castelnau. Het graafschap Périgord kwam in handen van het huis Talleyrand.

Eind 11e eeuw verlieten veel ridders de Périgord om zich aan te sluiten bij de kruisvaarders, die het door de Turken bezette Heilige Land wilden bevrijden. In de 12e en 13e eeuw waren het vooral de kloosters die veel geld, grond en macht hadden. Dit was ook de tijd van de ketterse Katharen, die zich over heel Zuid-Frankrijk verspreiden, op de vlucht voor het leger van de rooms-katholieke Kerk.

De Honderdjarige Oorlog (1337-1453)

Tussen 1337 en 1453 speelde zich onder andere in de Périgord een groot deel van de Honderdjarige Oorlog zich af. De rivier de Dordogne was op dat moment de grens tussen de strijdende Fransen en Engelsen.

De aanleiding tot dit langdurige conflict was de scheiding tussen koning Lodewijk VII en zijn vrouw Eleonora van Aquitanië in 1152. Zij nam haar bruidschat, waaronder de Périgord, mee, en trouwde in hetzelfde jaar nog met Hendrik II Plantagenet. Deze verkreeg hierdoor het hertogdom Aquitanië, en twee jaar later ook nog eens de Engelse kroon. De periode hierna vochten het Engelse en het Franse leger regelmatig op het grondgebied van de Périgord. In 1259 staat Lodewijk IX de Heilige bij het Verdrag van Parijs de Périgord af aan de Engelsen en probeert zo een einde te maken aan de Frans-Engelse twisten.

In 1340 riep de Engelse koning Edward III zichzelf uit tot koning van Frankrijk en versloeg vervolgens de Franse vloot en het leger van Filips VI. In 1347 vestigde Edward zich definitief op Frans grondgebied.

De laatste decennia van de Honderdjarige Oorlog waren voor de Fransen zeer zwaar en werden door Jeanne d’Arc beroemd. Zij nam het op tegen de Engelsen en zorgde ervoor dat Karel VII in 1429 tot koning van Frankrijk werd gekroond. In 1431 werd de “Maagd van Orleans” op de brandstapel ter dood gebracht. In 1453 verloren de Engelsen definitief de oorlog bij de Slag om Castillon en kon zich een sterk nationaal Frans bewustzijn ontwikkelen. De Franse kroon zou haar gezag pas eind 16e, begin 17e eeuw in de Périgord verstevigen.

Reformatie en absolutisme

Onder de bezielende leiding van Calvijn verwierf de Reformatiegedachte onder de adel van de Périgord veel aanhang. Rond 1550 was Frankrijk verdeeld in twee kampen: de protestanten of hugenoten en de katholieken. In de Périgord was een stad als Bergerac volledig in handen van de hugenoten, terwijl Périgueux, Sarlat en Cahors katholieke bolwerken waren. Tot aan het einde van de 16e eeuw woedde er een soms bloedige strijd en werden er vele katholieke bouwwerken en beelden verwoest. In 1589 besteeg Hendrik IV de troon en onder zijn bewind werd de Périgord een deel van het Franse koninkrijk. In 1594 start er een boerenopstand, die de armoede, de honger en de steeds hogere belastingen meer dan zat zijn. De boeren (‘croquants’) verloren de strijd natuurlijk en werden in augustus 1595 verslagen.

In 1598 kwam er een voorlopig einde aan de godsdienststrijd met het Edict van Nantes, waarin door de tot het katholicisme bekeerde Hendrik IV de vrijheid van godsdienst geregeld werd. Direct gevolg hiervan was wel dat de Périgord vanaf die tijd rechtstreeks onder de Franse kroon zou vallen.

De rust duurde echter niet lang en de vijandelijkheden tussen katholieken en hugenoten werden weer hervat. Deze keer dolven de hugenoten al snel het onderspit en in 1629 gaven de laatste ‘protestantse’ steden, Bergerac en Montauban, zich over.

De meeste hugenoten vluchtten toen naar landen als Nederland en Engeland.

Vanaf deze tijd hadden de regio’s van Frankrijk te maken met de absolute macht van ‘Parijs’, tegenspraak werd niet meer geduld. ‘Hoogtepunt’ in deze was het motto van Lodewijk XIV: ‘L’etat c’est moi (de staat dat ben ik). Adel en geestelijkheid profiteerden hier erg van, terwijl de boerenbevolking leed onder belastingverhogingen en zwaar onderdrukt werd. Opstanden van boeren in de Périgord en elders in Frankrijk werden vooralsnog neergeslagen. Maar ook de burgers in de steden hadden weinig tot niets in te brengen, en het was dan ook niet vreemd dat burgers en boeren uiteindelijk gezamenlijk in opstand kwamen tegen het regime van de koning.

In 1685 werd het Edict van Nantes door Lodewijk XIV herroepen en vluchten vel protestanten uit de Périgord uit Frankrijk weg. In 1707 breekt er een nieuwe boerenopstand uit in de Périgord en de Quercy, maar ook deze werd snel in de kiem gesmoord.

Franse Revolutie

De revolutie begon met de bestorming van de Parijse gevangenis de Bastille op 14 juli 1789. Met verwijzing naar de leus ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ werden de rechten voor alle Fransen vastgelegd.

Dit ging echter niet zonder slag of stoot. De hoofden van Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antoinette werden afgehakt, evenals die van veel geestelijken en adellijke personen. Daarna ontstond er veel onenigheid tussen de revolutionairen zelf, met als gevolg een periode van terreur en verderf. Voeg daarbij een ernstige economische crisis, en de roep om een sterke man was niet verwonderlijk.

Op 4 maart 1790 werd het departement Dordogne gevormd, en men ging toen uit van de toenmalige provincie Périgord.

Napoleon

Die sterke man werd de op Corsica geboren Napoleon Bonaparte, op dat moment bevelhebber van het Franse leger. Hij vierde militaire successen in onder andere Italië en Egypte en liet zich in 1804 tot keizer kronen. In streken als de Périgord werd deze stap door de meeste mensen toegejuicht. De Périgord werd zelfs een bolwerk van de aanhangers van Napoleon. Verschillende van zijn generaals kwamen zelfs uit deze streek.

In 1814 keerden de Bourbons terug op de Franse troon en in 1815 na de nederlaag bij Waterloo werd Napoleon verbannen naar Sint-Helena, waar hij in 1821 overleed.

In de periode na Napoleon kwam de industriële revolutie goed op gang, met een grote rol voor de burgerij en het ontstaan van een arbeidersklasse.

De 19e was echter een verre van rustige periode. In 1830 en in 1848 braken er nieuwe revolutionaire opstanden uit en na de laatste opstand werd de Tweede Republiek uitgeroepen. Ook in 1871 kwam het volk in opstand. De Frans-Duitse oorlog (1870-1871) zorgde ervoor dat Frankrijk Elzas-Lotharingen af moest staan aan Duitsland.

Eerste en Tweede Wereldoorlog

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Frankrijk Elzas-Lotharingen weer terug, maar dit was slechts een pleister op de wonde van de vele doden en gewonden die de oorlog Frankrijk gekost had.

In de jaren dertig kwam in Duitsland Adolf Hitler aan de macht en in 1940 raakte Frankrijk verstrikt in de Tweede Wereldoorlog. De nieuwe regeringsleider Pétain tekende een wapenstilstand met Duitsland en was bereid om met de Duitsers te samenwerken. Frankrijk was op dat moment verdeeld in twee zones, waarbij de Périgord in het onbezette deel van Zuid-Frankrijk viel. De Duitsers hielden echter geen woord en in 1942 werd de vrije zone alsnog bezet door de Duitsers.

Op 6 juni 1944 begon de invasie van de geallieerden in Normandië en op werd Frankrijk bevrijd.

Na-oorlogse periode

Na de oorlog vormden de verschillende verzetsbewegingen een regering, met uiteindelijk Charles de Gaulle, de grote man van het Franse verzet, aan de macht. De Périgord verkommerde economisch, te meer daar de industrialisatie van de landbouw, die zich in de rest van Frankrijk voltrok, aan deze streek voorbijging.

Na de studentenopstand van 1968 werd De Gaulle opgevolgd door Georges Pompidou. Na Pompidou volgden Giscard d’Estaing (1974-1981), Mitterand (1981-1995) en Chirac (vanaf 1995).

Allen probeerden zij de regio’s meer zeggenschap te geven, maar in feite is daar nog niet veel van terecht gekomen. ‘Parijs’ heeft het nog steeds voor het zeggen, ondanks regelmatige protesten.

Sinds 16 mei 2007 is Nicolas Sarkozy president. De president heeft een relatief grote macht, doordat hij staatshoofd en regeringsleider is. In oktober 2008 wordt de omvang van de kredietcrisis merkbaar en in februari 2009 pompt de overheid miljarden in de economie. In maart 2010 leiden de regeringspartijen een groot verlies bij regionale verkiezingen. In juni 2010 kondigt de regering drastische bezuinigingen aan om de staatsschuld te verlagen. In mei 2012 treedt de socialist Francois Hollande aan als president. In 2013 stuurt Frankrijk een interventiemacht naar de voormalige kolonie Mali. In maart 2014 wordt Manuel Valls de nieuwe premier, na een opmars van het Front Nationaal. Ook bij de Europese verkiezingen in mei wint het front nationaal.Het jaar 2015 staat in het teken van terroristische aanslagen op Frans grondgebied door Islamitische Staat. In januari vallen 17 slachtoffers, voornamelijk medewerkers van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. In november zijn er 130 doden te betreuren bij diverse aanvallen in Parijs. In februari 2016 begint de opruiming van de"jungle" van Calais, dat is een groot kamp met illegalen die de oversteek naar Groot-Brittanië willen maken. Op 14 juli 2016 slaat Islamitische Staat opnieuw toe, een vrachtwagen rijdt in op een menigte tijdens de nationale feestdag met meer dan 80 doden tot gevolg. In mei 2017 wint de kandidaat van het centrum Emaunuel Macron de Franse presidentsverkiezingen van de ultrarechtse Marine Le Pen. Zijn beweging La Republique en Marche wint vervolgens in juni bij parlementsverkiezingen de absolute meerderheid.

Bevolking

De inwoners van de Dordogne worden Périgourdins genoemd naar de naam van de voormalige provincie Périgord.

Al meer dan een eeuw neemt het bevolkingsaantal van de Dordogne af. Men trok vooral naar dichtbevolkte industriegebieden van Bordeaux, Toulouse en Clermont-Ferrand. Het ‘hoogtepunt’ van deze ontvolking vond plaats in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. Tegelijkertijd ontstond in deze jaren ook een tegenbeweging van vooral Engelse immigranten die, aangelokt door de lage prijzen, vervallen huizen opknapten en gingen bewonen. Met name Ribérac kent een grote kolonie Engelsen.

Het totale aantal inwoners van de Dordogne bedraagt op dit moment (2017) ca. 420.000 op een oppervlakte van 9060 km2. Dit betekent een bevolkingsdichtheid van ca. 46 inwoners per km2.

Tien grootste plaatsen (2014)

Périgueux 30.000 inwoners
Bergerac 27.500 inwoners
Sarlat-la-Canéda 9.381 inwoners
Coulounieix Chamiers 8.360 inwoners
Trélissac 6.617 inwoners
Terrasson Lavilledieu 6.214 inwoners
Boulazac 6.100 inwoners
Montpon-Ménestérol 6.000 inwoners
Saint-Astier 5.100 inwoners
Rampieux 4.000 inwoners

Taal

De officiële taal is het Frans, daarnaast wordt door minderheden Bretons (Bretagne) gesproken, Occitaans (het zuiden), Baskisch (in de westelijke Pyreneeën), Duits (Elzas-Lotharingen), Nederlands (Frans Vlaanderen), Catalaans (Roussillon), Italiaans (rond Nice), Corsicaans (op Corsica).

De Franse taal is een Romaanse taal die door ca. 100 miljoen mensen als moedertaal wordt gesproken, waarvan ca. 60 miljoen in Frankrijk. Frans wordt verder nog gesproken in België beneden de lijn Wezet-Moeskroen en Brussel, in Zwitserland (Suisse romande), Italië (Valle d'Aosta), Haïti en Canada (Quebec), en die, naast de moedertaal, in vele voormalige Franse koloniën als taal van bestuur en administratie wordt gehanteerd. Het Frans is de voortzetting van het vulgair Latijn, dat door de Romeinse veroveraars in Gallia Transalpina werd ingevoerd (58–50 v.C.) en zich daar ontwikkelde.

De geschiedenis van het Frans begint op het moment waarop men zich door de Karolingische renaissance, die de studie van het klassieke Latijn deed herleven, bewust werd van een kloof tussen het Latijn, taal van bestuur, rechtspraak en godsdienst, en de omgangstaal. Hiervan getuigt onder meer een besluit van het concilie van Tours (813), dat voortaan in de volkstaal ("lingua romana rustica") gepreekt moest worden. In de geschiedenis van het Frans zijn globaal drie perioden te onderscheiden: het Oud-Frans (begin 9de – begin 14de eeuw), het Middel-Frans (begin 14de – begin 17de eeuw) en het moderne Frans (begin 17de eeuw – heden).

De Franse taal bestond oorspronkelijk uit door de Romeinen ingevoerde Latijnse woorden, aangevuld met woorden van Keltische en Frankische afkomst. Bij deze"volkswoorden" zijn vanaf de 12e eeuw de ontleningen aan het Latijn, de"geleerde" woorden, gekomen. In de 16e eeuw werden er ook veel woorden aan het Italiaans ontleend. Ook aan het Nederlands zijn vele woorden ontleend en sinds de 18e eeuw ook aan het Engels.

Vooral de afgelopen decennia is veel ontleend aan het Engels op het gebied van techniek, sport, mode, en dergelijke, waardoor de spottende term Franglais is ontstaan. Franse puristen verzetten zich tegen deze"invasie" van vreemde woorden.

Godsdienst

De Franse bevolking is voor ca. 80% rooms-katholiek (ca. 48 miljoen), voor 4,5% overwegend soennitisch islamitisch (ca. 4 miljoen) en verder zijn er kleine minderheden van protestanten (ca. 950.000), joden (ca. 700.000; de grootste Joodse gemeenschap in Europa) en Armeens-christelijken. Sinds de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk XIV was het katholicisme staatsgodsdienst.

Sinds de scheiding van kerk en staat in 1905 heeft de staat geen enkele bemoeienis meer met de Kerk. De rooms-katholieke kerk heeft in Frankrijk achttien kerkprovincies en in totaal 95 bisdommen. Aan het hoofd van de kerkprovincies staat de aartsbisschop van Lyon.

Na de Bartholomeusnacht (1572) was de kracht van het protestantisme in Frankrijk gebroken. Pas door de wet van 1802 werden de protestantse kerken erkend. De voornaamste protestantse kerkgenootschappen zijn: de Église Réformée de France, de Église de la Confession d'Augsburg d'Alsace et de Lorraine, de Église évangélique luthérienne en de Église réformée d'Alsace et de Lorraine.

Sinds 1905 is er een federatie van protestantse kerken die bestaat uit gereformeerden, lutheranen, baptisten, methodisten en vrije kerken: de Fédération protestante de France.

Protestantse theologische faculteiten voor de opleiding van predikanten zijn gevestigd te Aix-en-Provence, Montpellier, Parijs en Straatsburg; de laatste twee zijn interconfessionele faculteiten. Ondanks het relatief kleine aantal is de invloed van de protestanten in Frankrijk vrij groot.

De ontkerkelijking die in heel Frankrijk gaande is, is wat minder in de Dordogne door de geringere bevolkingsdichtheid.

Samenleving

Bestuur

Voor de huidige politieke situatie van Frankrijk, zie hoofdstuk geschiedenis. Frankrijk is sinds de Franse Revolutie een republiek die op dit moment bestaat uit 96 in Frankrijk gelegen departementen en 4 overzeese gebiedsdelen.

Deze departementen bleken in de loop van de 20e eeuw niet als een efficiënte bestuurslaag meer te functioneren en werden in 1986 samengevoegd tot een grotere bestuurseenheid, de regio. Er ontstonden zo 22 regio’s, en het departement Dordogne behoort bij de regio Aquitaine met Bordeaux als hoofdstad. De hoofdstad van het departement Dordogne is Périgueux.

De 96 departementen bestaan uit 326 arrondissementen, die weer zijn onderverdeeld in ca. 3800 kantons. De ca. 38.000 gemeenten of ‘communes’ zijn de kleinste bestuurseenheden.

De eigenlijke invloed van al deze bestuurslagen is uiteindelijk niet erg groot: de landelijke regering bepaalt nog steeds in grote lijnen wat er op regionaal, departementaal en zelfs op lokaal niveau gebeurt.

Elke regio heeft een eigen rechtstreeks gekozen departement, het ‘Conseil Régional’. De regio’s beheren onder andere de hoofdwegen, onderwijs, culturele zaken en toerisme.

Elk departement heeft weer een raad die een keer in de zes jaar gekozen wordt. Deze raad, de Conseil Général de Dordogne, o.a. verantwoordelijk voor de sociale uitkeringen, kiest op haar beurt weer het dagelijkse bestuur van het departement, de departementale commissie of L’Assemblée Départementale. De Conseil Général de Dordogne bestaat uit een ‘Président’ met een uit elf personen bestaand kabinet. De Assemblée Départementale bestaat uit veertien vice-presidenten met elk een portefeuille, en verder drie gedelegeerde leden en zes gewone leden.

De Dordogne bestaat uit vier arrondissementen: Bergerac, Nontron, Périgieux en Sarlat-la-Canéda. Daarnaast bestaat de Dordogne uit 50 kantons en 557 gemeenten.

Onderwijs

Tot de leeftijd van 16 jaar bestaat er in Frankrijk een leerplicht. Tot die leeftijd is het onderwijs voor elk kind hetzelfde. Daarna kan er gekozen worden voor een vakopleiding of een theoretische opleiding. Deze theoretische opleidingen bereiden ook voor op universitaire opleidingen.

Grandes écoles zijn universitaire opleidingen die gericht op maatschappelijke topposities. Deze opleidingen zijn in de Dordogne echter niet te vinden. Ook een universiteit bezit de Dordogne niet, de dichtstbijzijnde universiteit is die van Limoges.

Typisch Dordogne

FELIBREE
Dit jaarlijks terugkerende feest wordt in juli gehouden. Elk jaar wordt er dorp of stad uitgekozen waar de oude taal, de oude gebruiken en traditionele kleding in het zonnetje worden gezet. Bovendien veranderen straten en huizen in een ware bloemenzee.

KLOVEN EN GROTTEN
Koolzuurhoudend regenwater lost het calciumcarbonaat in het kalkgesteente op, waardoor kleine komvormige dalen of inzinkingen ontstaan, de zogenaamde ‘cloups’ of ‘dolines’. Als regenwater via spleten in de bodem wat dieper de grond indringt, dan ontstaan door uitschuring en oplossing van het rotsgesteente natuurlijke karstputten en kloven, ‘edzes’ of ‘eidges’ genaamd in de Périgord.

Het in de grond gesijpelde regenwater heeft in de loop der tijd onderaardse gangen uitgeschuurd, waarna al dat water samenkomt in een al of niet snelstromende rivier. Deze rivieren bevatten soms schurende materialen, verbreden hun bedding en storten vaak als een waterval naar beneden. Bij langzaam stromende rivieren ontstaan stroomopwaarts door kalkafzetting natuurlijke dammen, de ‘gours’. Soms komt het voor dat een rivier zo langzaam stroomt dat het water verkalkt. Men spreekt dan van een versteende rivier.

Soms lost de kalkkorst boven het ondergrondse water verder op, waarna het gewelf afbrokkkelt en er een koepel ontstaat. De top van deze koepel ligt dicht tegen de grondoppervlakte aan en als het koepelgewelf te dun wordt, kan het instorten en ontstaat er een enorm gat, een kloof of ‘gouffre’. Het mooiste voorbeeld van zo’n gouffre is te zien bij de Grand Dôme de Padirac of Gouffre de Padirac.

In sommige grotten zorgt neerdruppelend water voor het ontstaan van grillige kalksteenformaties in de vorm van o.a. pegels, piramiden en draperieën:

Stalactieten: hangen aan het gewelf van een grot, meestal hol en puntig

Stalagmieten: ontstaan op de bodem van een grot, meestal massief en afgerond

Zuil: stalactiet die tegen een stalagmiet aangroeit

Excentrieken: zeer fijne, zijdeling uitgekristalliseerde, naaldvormige stalactieten of stalagmieten (max. 20 cm)

Discussen: speciale vorm door kristallisatie

PÂTÉ DE FOIE GRAS
Pâté de foie gras wordt gemaakt van een sterk ontwikkelde ganzen- of eendenlever. Het vetmesten of ’s toppen’ van de dieren wordt ‘gavage’ genoemd en start als de dieren ca. vier maanden oud zijn. Voordat het zover is worden ze ongeveer een maand na hun geboorte overgebracht naar een wei. Daar krijgen ze alleen graan en klaver te eten, waardoor hun spijsverteringskanaal uitzet. Dit duurt ca. drie maanden en daarna worden ze in 15-18 dagen vetgemest met maïsgries, dat met een apparaat in de slokdarm geperst wordt. Daarnaast krijgen ze een aantal keren per dag ook nog maïskorrels gevoerd. In totaal krijgen de ganzen 15-20 kg maïs te verstouwen, de eenden 15-20 kg. De lever wordt door deze ‘behandeling’ drie tot vier keer zo groot als normaal.

De pâté de foie gras wordt in glazen potten of in blikken geconserveerd. Op de bodem van blik of pot wordt eerst een laagje gekruid gehakt varkensvlees gelegd. Dan volgt de lever en op de lever wordt weer varkensgehakt gedrukt. Het ideale gewicht voor een ganzenlever bedraagt 800-900 gram, en die van een eendenlever 400-450 gram. Ribérac wordt wel de hoofdstad van de ‘foie gras’ genoemd.

TRUFFELS
De truffel, een ondergrondse donkere tot zwarte paddestoel, heeft de keuken van de Périgord wereldberoemd gemaakt. Het zijn met name de schillen die de onmiskenbare smaak en geur afgeven.

Jaarlijks produceert men vooral op de Causse de Périgourdin, een plateau van Jurakrijt, ca. vier ton aan truffels. De productieterreinen van de ‘zwarte diamant’ liggen vooral rond de plaatsen Sorges, Sarlat, Excideuil, Thiviers en Brantôme.

Truffels groeien vooral tussen de wortels van de hier veel voorkomende dwergeik (ook wel hazelaars en linden). Ze worden in de periode november-februari door ‘caveurs’ gezocht met behulp van getrainde honden, varkens en zelfs zogenaamde truffelvliegen (Suilla gigantea).

De truffel varieert in grootte van een grote eikel tot een mensenvuist, en kan een gewicht van een paar ons bereiken. Op 23 december 1999 werd er op de markt van Excideuil een truffel van 1147 gram verkocht.

Er bestaan ongeveer 30 truffelsoorten, en de Périgordtuffel (Tuber melanosporum) wordt als de lekkerste beschouwd.

BASTIDEN
Bastiden zijn op strategisch gunstige bergtoppen gebouwde garnizoenssteden. Deze kleine nederzettingen zijn bijna allemaal gebouwd in de tweede helft van de 13e eeuw, tijdens een Frans-Engelse oorlog. Ze zijn zeer planmatig aangelegd volgens een voorgeschreven geometrisch ontwerp, met alleen in het midden ervan een plein.

Bijzonder mooie bastiden zijn die van , Beaumont, Domme, Lalinde, Molières en Eymet.

Economie

De economie van streken als de Dordogne is van oudsher gebaseerd op de agrarische sector en de voedingsmiddelenbranche is dan ook de belangrijkste economische tak van de regio.

Honderdduizenden ganzen en eenden leveren de beroemde en vooral buiten Frankrijk soms omstreden ‘paté de foie gras’ (ganzenlever) en ‘Confit de Canard (geconfijte eend). Dit product wordt verwerkt in fabrieken in plaatsen als Périgueux, Sarlat en Martel. Andere typische producten van de Dordogne zijn aardbeien (ca. 20.000 ton per jaar), appelcider, walnoten (jaarlijkse notenproductie 5000-7000 ton en verder notenolie en notenlikeur), tabak, truffels en wijn (vooral in de Bergeracois: 100.000 hl rode wijn; 210.000 hl witte wijn). Beroemde witte wijnen zijn monbazillac, pécharmant, bergerac, montravel, rosette en saussignac.

De industriële activiteiten zijn bijna te verwaarlozen en staan eigenlijk vooral nog in de traditie van de opbrengst van het land en het oude handwerk. Zo worden in de stad Nontron al sinds de 15e eeuw messen met een heft van bukshout, met de hand gemaakt. De ijzerertsrijke bodem en de rivier de Bandiat zorgden ooit voor een bloeiende metaalindustrie. De messenmakerij is hiervan echter het laatste overblijfsel.

In 1970 werd de nationale postzegeldrukkerij van Parijs naar Perigueux overgebracht. Elk jaar worden er meer dan 3,5 miljard postzegels voor Frankrijk en ca. twintig andere landen gedrukt.

De schoenfabriek van Marbot-Bata in Neuvic is nog steeds een van de belangrijkste werkgevers in de Dordogne.

La Lardin-St-Lazare en Condat-sur-Vézère zijn enorme centra van de papierindustrie.

Naast de streek Sarladais telt Eymet zeer veel conservenfabrieken waar ‘foie gras’ ingeblikt wordt.

Bergerac is het centrum van de Franse tabaksteelt en de wijngaarden beslaan een oppervlakte van ca. 12.000 ha. De hier geproduceerde wijnen mogen het keurmerk Appellation d’Origine Contrôlée voeren, zoals Bergerac, Côtes de Bergerac, Monbazillac, Montravel en Pécharmant. Verder is hier gevestigd de Société des Poudres et Explosifs, een onderneming die cellulosenitraat produceert voor de filmindustrie en voor verf, vernis en kunststoffen.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Op dit moment vormt het toerisme een steeds belangrijkere bron van inkomsten. De grote trekpleisters zijn de rivier de Dordogne zelf en de vele prehistorische bezienswaardigheden. Met als hoogtepunt de grotten van Lascaux met de bekende prehistorische grotschilderingen. De grotten zijn ontdekt in 1940 door vier jongens die hun hond kwijt waren. Deze grotten zijn het hoogtepunt van een bezoek aan het gebied. De oorspronkelijke grotten werden beschadigd door het aantal bezoekers en zijn gesloten in 1963 om verdere schade te stoppen.

In 1983 werd Lascaux II geopend die een exacte kopie is van het origineel. Het is zo realistisch dat je tenzij je weet dat het een reproductie is je het niet merkt. De schilderijen zijn bijna allemaal dierschilderingen en de kleur verbazingwekkend. Buiten Lascaux zijn er nog talloze kleinere grotten die je kunt bezoeken. Veel Nederlanders hebben een tweede huis in de Dordogne.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

DORDOGNE LINKS

Advertenties
• Dordogne Tui Reizen
• Fietsvakanties Sawadee
• Dordogne Hotels
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals

Nuttige links

Dordogne Reisstart (N)
Dordogne Startnederland (N)
Telefoongids Frankrijk

Bronnen

Best, J. / Dordogne, Limousin met Quercy en Berry

Gottmer/Becht

Denhez, F. / Dordogne, Lot, Périgord, Quercy

ANWB

Dordogne en Lot-et-Garonne

Lannoo

Dordogne, Périgord : Périgueux, Bergerac, Cahors, Rocamadour

Lannoo

Graaf, G. de / Dordogne, Limousin

ANWB

Hiddema, B. / Dordogne

ANWB

Miller, N. / Dordogne

ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems