Landenweb.nl

COTE D'AZUR
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans
  Hoofdstad  Marseille
  Oppervlakte  31.400 km² (Provence-Alpes-Côte d' Azur)
  Inwoners  5.059.000
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .fr
  Code.  FRA
  Tel.  +33

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ArdecheAuvergneBourgondie
BretagneCevennenCorsica
Cote d'azurDordogneElzas
JuraLanguedoc-roussillonLoiredal
LotNormandiePicardie
Provence

Geografie en Landschap

Geografie

De Côte d'Azur beslaat het kustgebied en het achterland tussen Bandol en Menton aan de Italiaanse grens en ligt in de departementen Var en Alpes Maritimes.

De Côte d'Azur wordt ook wel vaak, zeker in Engelssprekende landen, Franse Rivièra genoemd, maar in feite is dat alleen het oostelijke deel van de ‘Azurenkust’, ongeveer van Nice tot Menton.

De oppervlakte van de Côte d'Azur beslaat ca. 31.400 km en de streek heeft een kustlijn van ca. 432 km.

Het prinsdom Monaco (officiële naam: La Principauté de Monaco) ligt ook aan de Côte d'Azur, vlakbij de Italiaanse grens (15 km) en 18 km ten oosten van Nice.

advertentie

Cote d'Azur of Franse Riviéra

Photo:Markus Bernet / www.demis.nl in het publieke domein

Rivièra of Côte d'Azur?

De Franse Rivièra loopt van Cannes tot Menton. De Côte d'Azur beslaat de Franse Middellandse Zeekust en haar directe achterland van St.-Tropez tot aan het Italiaanse Ventimiglia. De naam Côte d'Azur is uitgevonden door de Franse schrijver Stephen Liégard, die in 1887 een boek schreef over de kuststrook die hij Côte d'Azur noemde. Volgens hem liep de Côte d'Azur van Hyères in het westen tot Menton in het oosten.

Tot en met vandaag is Menton nog steeds het eindpunt van de Côte d'Azur. Over de grens in het westen verschillen de meningen: voor sommigen eindigt de Côte d'Azur ten westen van Cannes, volgens anderen loopt de grens minstens door tot St.-Tropez.

advertentie

Landschap

De Côte d'Azur is een streek met vele geografische contrasten, met bossen, stranden, plateaus, bergtoppen, smalle en diepe valleien.

De kust wordt gekenmerkt door rotspartijen, honderden stranden, brede baaien en kapen. Vanaf de Italiaanse grens westwaarts doemen de steil uit zee oprijzende Préalpes of Voor-Alpen op. De uitlopers van dit gebergte vormen rotskapen die diepe baaien begrenzen. Waar de rivier de Var in de zee uitkomt, komt een abrupt einde aan deze steile rotskust. Tussen Menton en het Fort Carré van Antibes liggen kiezelstranden, verder westelijk liggen de beroemde zandstranden. Het langste zandstrand van de Côte d'Azur is Fréjus-Plage. Ten westen van de monding van de Siagne begint de grillige roodkleurige kust van het vrij lage Massif de l’Estérel (max. 618 meter hoog). Het gebergte en de zee lopen hier voortdurend in elkaar over: uitlopers en steile spitsen wisselen elkaar af met piepkleine baaien, smalle zandplaten, kleine strandjes en ‘calanques’ (diepe vallei met steile hellingen en deels ondergedompeld in de zee) met loodrechte wanden. Hierna wordt de kust bepaald door het Massif des Maures met zijn donkere bossen.

advertentie

Fréjus Plage

Photo:Cyrilb1881, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0no changes made

Voor de kust liggen nog duizenden rotsen en eilandjes, waarvan de Îles d'Hyères of Îles d’Or (grootste eiland Île de Porquerolles 18 km2 en verder o.a. het meest bergachtige en kleinste Franse natuurreservaat Île de Port-Cros en het kleine rotsige Île de Levant), ten zuidoosten van Hyères en Le Lavandou, en de Îles de Lérins, ten zuiden van Cannes, de meest interessante zijn. De Grieken noemden de groep eilanden ‘stochaden’, vanwege hun ligging in een rechte lijn. De Îles de Lérins zijn genoemd naar twee heiligen: het meest zuidelijke St-Honorat (ca. 1,4 km2) en het zeer bosrijke St-Marguerite (2,7 km2), het grootste eiland. Verder is de kust van de Côte d'Azur natuurlijk een aaneenschakeling van tot badplaatsen uitgegroeide steden en dorpen.

Ook het achterland van de Côte d'Azur heeft een zeer gevarieerd landschap. In het noorden strekken zich de zuidelijke Alpen uit over de gehele oostelijke zijde van de Côte d'Azur. De uitlopers van dit gebergte vormen het minder hoge, bosrijke Massif des Maures (met de 780 m hoge Sauvette) en het Massif de l’Estérel (met de 618 m hoge Mont Vinaigre). In deze massieven liggen de diepe valleien van de Tinée, de Vésubie, de Paillon en de Roya. De streek rondom Grasse wordt gekenmerkt door plateaus en bergketens (1100-1600 m) die ook worden doorsneden door kloven. Ook zijn hier de nodige watervallen te vinden.

De Provençaalse Vooralpen bij Nice bereiken een hoogte van ca. 2000 meter en verder naar het noorden en het noordoosten begint het hooggebergte (Alpes méditerranées en Alpes de Haute-Provence, 1500-2900 m) met veel meren, bossen en alpenweiden. Hier kan men in de winter, op nog geen twee uur rijden van de Côte d'Azur, genieten van de wintersport in al zijn facetten.

Voor speleologen biedt het achterland van de Côte d'Azur volop mogelijkheden. Interessant zijn de rotsspleten en karstpijpen van Siou Blanc (diepste karstpijp -350 m) en het Massif de Marguareis met putten van meer dan 900 m diep. Het karstgebied rond Grasse staat bekend om zijn vele grotten. Het Plateau de Caussols, van St-Vallier-de-Thiey tot Gourdon, heeft een gemiddelde hoogte van 1000 m is een zeldzaam voorbeeld van karstreliëf in Frankrijk. Het noordelijke deel van de hoogvlakte heeft door de vruchtbare aarde een landschap van akkers en weidegrond. De zuidkant daarentegen biedt een vrij chaotische aanblik door de aanwezigheid van dolinen, rotspartijen, afgronden en karstputten. Het kleine Massif du Tanneron, tussen het Lac de St-Cassien en de Siagne, heeft door de afgeronde vormen en de gneisrotsen veel weg van het Massif des Maures. Van half januari tot half maart verandert dit bergmassief in een prachtige mimosa-zee. De mimosa werd in de 19e eeuw vanuit Australië geïmporteerd en veroverde sindsdien de hellingen van de Tanneron. Jaarlijks worden duizenden tonnen mimosa uit de Tanneron verzonden naar de rest van Frankrijk en naar het buitenland.

De Gorges du Verdon en de Gorges du Loup zijn van de vele canyonstelsels in het achterland van de Côte d'Azur het bekendst. De Loup ontspringt op 1300 m hoogte in de kalkrotsen van de Préalpes de Grasse en heeft op het korte traject naar de Middellandse Zee de prachtige kloof uitgesleten.

De Étangs de Villepey, in de buurt van Fréjus, is een gebied van 255 ha met meertjes, bossen en weilanden. Samen met de zoutpannen van Hyères is dit gebied een van de weinige lagunen tussen Marseille en Nice. De meertjes zijn ontstaan op dode rivierarmen van de rivieren Argens en Reyran. De flora en fauna, o.a. 21 orchideesoorten en veel trekvogels, zijn typisch voor de overgangszones tussen zoet en zout water.

Het ca. 70.000 ha grote Parc National du Mercantour (sinds 1979) strekt zich uit tussen Barcelonette in het noorden en Sospel in het zuiden en heeft een contrastrijk landschap met meren, rivierkloven, dalen en rotspartijen. Het nationale park bedekt de dalen van de Roya, Bévèra, Vésubie, Tinée, Var, Verdon en Ubaye. Het hoogste punt ligt op de top van de Gélas (3143 meter).

Klimaat en Weer

Het milde klimaat heeft de Côte d'Azur beroemd gemaakt. De gemiddelde temperatuur bedraagt 16°C. Gedurende de hete zomermaanden kan de temperatuur tot meer dan 30°C in de schaduw stijgen, maar er waait altijd een licht zeebriesje dat de warmte draaglijk houdt. De watertemperatuur bereikt in de zomer waarden tot 25°C. November, februari, maart en dikwijls ook april zijn de regenrijkste maanden. De overgang van zomer naar herfst gaat vaak gepaard met zware onweersbuien en hevige regenval. De regenbuien duren echter meestal niet zo lang. Ook in de lente vallen er regelmatig enkele korte, maar hevige regenbuien.

De winters zijn aan de Côte d'Azur over het algemeen erg zacht, ijs en sneeuw komen zelden voor. Toch liggen op slechts twee uur rijden van de kust wintersportplaatsen als Isola 2000 (2450 m), Pra-Loup (1500 m), Barcelonette (1300 m), Vallée de l’Ubaye en Valberg. In januari is het in Nice gemiddeld 8°C, maar de zon kan de temperatuur doen stijgen tot rond de 20°C. De zachte winters worden veroorzaakt door: de vrij zuidelijke breedtegraad, de nabijheid van de zee, die grote temperatuurschommelingen beperkt, de ligging recht op de zuiden en de bergen, die de streek beschermen tegen koude winden.

Een bekend verschijnsel in de lente, vooral ten westen van Toulon, is de mistral, een ijzige droge wind uit het noorden. De tegenhanger hiervan is de Noord-Afrikaanse zuidenwind sirocco, die rechtstreeks uit de Afrikaanse Sahara komt en ‘s zomers een onverdraaglijk hitte kan opleveren.

Menton en Beaulieu-sur-Mer zijn de warmste plaatsen van Frankrijk en hebben jaarlijks ca. 300 dagen zon. De gemiddelde temperatuur ligt zo’n vier graden hoger dan in Nice dankzij de beschutting van de met vooral olijfbomen begroeide berghellingen. Het betreft hier een microklimaat waar de temperatuur nooit beneden de 5°C komt.

Gemiddelde temperatuur overdag

Januari 12,2°C
Februari 11,9°C
Maart 14,2°C
April 18,5°C
Mei 20,8°C
Juni 26,6°C
Juli 28,1°C
Augustus 28,4°C
September 25,2°C
Oktober 22,2°C
November 16,8°C
December 14,1°C

Planten en dieren

advertentie

Planten

Tot de typische mediterrane bomen behoren (zwarte) cipres, pijnboom, palm, ceder, eucalyptus en natuurlijk de oudste boom van het Middellandse-Zeegebied, de olijfboom. Het landschapsbeeld wordt tevens bepaald door de citroen-, sinaasappel- en amandelboom. Vier soorten dennen zijn aan de Côte d'Azur goed van elkaar te onderscheiden: zeeden, parasolden, grove den en aleppoden.

Op de kalkhoudende bodem groeien brem, hyacint, iris, orchidee, maar ook aromatische kruiden als rozemarijn, tijm en salie. Kermiseik, Griekse eik en steeneik zijn typisch voor het schrale garrigue-landschap. De maquis bestaat uit een dicht en vrijwel ondoordringbaar plantentapijt, maar ook met verspreid staande kurkeiken, mastiekbomen, terpentijnbomen en kogeldistels.

De bossen van het Massif de l’Esterel tussen St-Raphaël en La Nepoule bestaat voor meer dan de helft uit maquis en verder vooral uit kurkeiken, zeedennen en in mindere mate uit aleppodennen, parasoldennen en steeneiken. Heide, aardbei- en mastiekbomen, zonneroosjes, stekelbrem en lavendel houden de bodem vast waardoor erosie niet kan toeslaan.

Lavendel is er in twee soorten: de wilde berglavendel, die de kostbare essences oplevert voor vele parfums, en lavendin, een hybride soort die verbouwd wordt in lager gelegen gebieden. De essences hiervan zijn wel van mindere kwaliteit dan die van de wilde berglavendel.

Ca. 3000 jaar geleden brachten de Grieken de olijfboom naar de Côte d’Azur. Nu groeien er meer dan 50 soorten en de pluk van olijven vindt plaats van november voor de groene olijven tot januari voor de zwarte olijven. Bij Roquebrune-Cap-Martin staat een van de oudste olijfbomen ter wereld, de ca. 1000 jaar oude ‘olivier millénaire’.

De bloemenwereld van het Parc National du Mercantour is zeer divers. Van de 4200 in Frankrijk voorkomende bloemen en planten zijn er in het nationale park zo’n 2000 vertegenwoordigd, waaronder anemonen, silenes, vingerhoedskruid en alpenklokjes. Er zijn ca. 200 zeldzame plantensoorten, waarvan 35 endemische. Een daarvan is de zeldzame, grote, stekelige saxifraga (Saxifraga florulenta).

De Îles de Lérins bieden een uitbundige vegetatie van eucalyptusbomen, parasoldennen, cipressen en tijm.

Tot de geïmporteerde planten- en boomsoorten behoren onder andere vijgcactussen, eucalyptusbomen, dadelpalmen en Canarische palmen.

advertentie

Dieren

Vlak bij Menton ligt het Parc National du Mercantour. Hier leven veel Europese bergdiersoorten, zoals wilde zwijnen, koningsarenden, korhoenders, sneeuwhoenders, hermelijnen, bergmarmotten en sinds 1942 zelfs weer wolven. Kleine vogels zijn hier onder meer de hop, citroensijsjes, ortolanen en grijze gorzen. Mercantour is ook het enige Europese massief waar de drie alpiene soorten hoefdieren in het wild voorkomen: gemzen, moeflons en steenbokken. Rond 1980 werden in de Vogezen enkele lynxen uitgezet, die rond 2003 in de Mercantour werden gesignaleerd. Sinds 1992 kwamen er wolven terug vanuit Italië naar het Park Mercantour.

Een ondersoort van de Griekse landschildpad, de zeldzame Hermanns schildpad, komt alleen in het Massif des Maures en op Corsica voor. De dichte maquis-bossen en de kurkwouden van het Massif des Maures zitten vol met bijeneters, roodkopklauwieren en hoppen. Gebieden met veel kreupelhout en kalksteenplateaus vormen perfecte schuilplaatsen voor adders. Op de Îles d’Hyères leven gekko’s en zeldzame vogels als de geelsnavelkoekoek. Het groene eiland Port Cros kent 114 vogelsoorten, waaronder zeldzame vogels als de papegaaiduiker, dwergarend en de orpheusspotvogel.

De Middellandse Zee is niet heel erg visrijk, maar wordt bevolkt door meer of minder grote aantallen steenvissen, sardines, ansjovissen, lipvissen, zeebrasems, zeewolf, tandbaars en tonijnen. Vervelend kunnen de kwallen zijn, waaronder de parelkwal. De physalia of Portugees oorlogsschip, een aan kwallen verwante soort, komt sporadisch voor in de Middellandse Zee. Opmerkelijke verschijningen zijn zeekomkommers, de gevlekte sterrenslak, de gestreepte pieterman, de zwarte grondel, moeraal, monniksvis, kardinaalbaars, gewone achtarm, de inheemse zeenaaktslak, de zeepaling en het zeepaardje.

Geschiedenis

Geschiedenis Zuid-Frankrijk

Prehistorie en oudheid

De eerste sporen van menselijk leven in de Provence, bewerkte stenen in de Grotte de Vallonnet op de Cap Martin bij Roquebrune, dateren van ca. 950.000 v.Chr. De oudste aanwijzingen dat de mens vuur kon maken, zijn gevonden in de grot van Escale en zijn ca. 700.000 jaar oud.

In het Neolithicum (ca. 6000-1800 v.Chr.) werden de eerste nederzettingen gesticht door Liguriërs, waarvan het onduidelijk is waar ze precies vandaan kwamen. De eerste gevonden overblijfselen van een dorp dateren van 4.650 v.Chr. en werden ontdekt in de buurt van Courthézon in de Vaucluse. In deze tijd ontstonden ook de zogenaamde ‘oppida’, versterkte bergdorpen, opgetrokken in steen, met straten en door een muur omringd.

Tegen het einde van het bronzen tijdperk (900-750 v.Chr.) zakten vanuit Midden-Europa Keltische stammen (o.a. de Saluviërs) naar het zuiden en vermengden zich met de Liguriërs.

Vanaf de 8e eeuw v.Chr. dreven de Kelto-Liguriërs handel met mediterrane volkeren als de Etrusken en de Feniciërs.

Grieken en Romeinen

De eerste Grieken, vermoedelijk van het eiland Rhodos, arriveerden in de 7e eeuw v.Chr. in het Zuidfranse kustgebied. De belangrijkste haven was op dat moment Massalia, het huidige Marseille. De Grieken stichtten hier een permanente kolonie. Ze verscheepten voornamelijk zout naar Griekenland en dreven ruilhandel met de oorspronkelijke bevolking. Marseille werd ook het middelpunt van de wijn- en de tinhandel.

De Grieken bleven ca. 400 jaar in deze regio en stichten in die periode ook handelsposten in Arles, Avignon, Antibes, Monaco en Nice. De handelsconcurrentie tussen de Grieken en de Keltisch-Ligurische stammen leidde tot veel gewapende botsingen tussen beide groeperingen.

Om de vele opstanden de kop in te drukken riepen de Grieken in 125 v.Chr. de hulp van de Romeinen in. Zij versloegen de opstandige stammen, maar lijfden tevens het hele gebied in. In 122 v.Chr. stichtten ze hun eerste kolonie, Aquae Sextiae, het huidige Aix-en-Provence. Nîmes en Arles werden de belangrijkste steden buiten Italië. De nieuwe provincie werd eerst Gallia Transalpina genoemd en daarna Gallia Narbonensis, naar de eerste Romeinse kolonie Narbonne. De provencie kreeg toen de status van ‘Provincia Romana’, waar de naam Provence waarschijnlijk vandaan komt. Vanaf die tijd zou de Provence alle kenmerken van de Romeinse beschaving overnemen, o.a. een wegennet, amfitheaters, badhuizen en bruggen. Massalia (Marseille) behield voorlopig zijn autonomie en grondgebied. Na een strijd tussen Romeinen onderling verliest Marseille in 49 v.Chr. haar autonomie en raakt in verval.

Waarschijnlijk bereikten vanaf de 2e eeuw n.Chr. de eerste christenen al de Provence. Serieus werd het echter pas toen in 314 keizer Constantijn in Arles een Concilie uitriep. Het christendom had al snel een grote aanhang in de Provence, want al in de 5e eeuw telde het gebied ca. 20 bisdommen, met Arles en Aix als aartsbisdommen. In dezelfde eeuw werd ook de eerste basiliek gebouwd, die van St-Victor in Marseille.

Vroege Middeleeuwen

Nadat het Romeinse Rijk in de 3e eeuw in een politieke, militaire en bestuurlijke crisis raakte, gaf dat ‘barbaarse’ stammen de kans om Frankrijk aan te vallen. De Provence viel in eerste instantie ten prooi aan de Visigoten en Bourgondiërs en werd in de 6e eeuw veroverd door de Ostrogoten. Zij moesten echter al in 536 het veld ruimen voor de Franken en de Provence werd een onderdeel van het Frankische rijk.

De omvang van het Frankische rijk zorgde ervoor dat het rijk verdeeld werd in drie deelstaten: Austrasië, Neustrië en Bourgondië. Een gedeelte van de Provence werd bij Austrasië ingedeeld, een ander deel werd bij Bourgondië ingedeeld. Elke regio werd bestuurd door een ‘patrice’, die er echter vooral op uit waren om zoveel mogelijk zelfstandigheid te bewerkstelligen. Ze sloten daartoe gemakkelijk een verbond met andere volkeren, waaronder in de 8e eeuw de Saracenen. Zij werden in 732 echter verslagen door Karel Martel in de Slag bij Poitiers en de Provence kwam weer volledig onder het gezag van de Merovingische koningen. Onder Pippijn de Korte (741-768) en Karel de Grote (768-814) speelde de Provence geen enkele rol meer in de geschiedenis van Frankrijk.

In 813 werd de Provence weer aangevallen door de Saracenen, die zich tot in de 11e eeuw wisten te handhaven in de Provence. Na de dood van Karel de Grote viel de Provence toe aan zijn kleinzoon Lotharius, die er in 855 voor zijn zoon het koninkrijk van Bourgondië-Provence van maakte. Dit koninkrijk, dat ook wel het ‘Koninkrijk Arles’ werd genoemd, vererfde in 1032 aan de Duitse keizer Conrad de Saliër. Vanaf die tijd maakte de Provence, weliswaar met grote zelfstandigheid, deel uit van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie.

Nadat de onrust stokende Saracenen vertrokken waren, werd er door de graven van Arles, de broers Guillaume en Roubaud, besloten tot een tweedeling van de Provence met de rivier Durance als grens.

Het gebied ten noorden van de rivier werd een markiezaat met als hoofdstad Avignon en met Roubaud als markgraaf. Het gebied ten zuiden van de rivier werd een graafschap met als hoofdstad Arles en Guillaume aan het hoofd.

Doordat er alleen maar vrouwelijke afstammelingen werden geboren ontstond er een ernstig opvolgingsprobleem. De dochters van de broers trouwden namelijk met graven van de huizen Barcelona en Toulouse. Toen de graaf van Barcelona zich de titel graaf van de Provence toeeigende, betwistte het huis van Toulouse dit uiteraard en ontstond er een flinke ruzie. Deze strijd duurde tot 1125, waarna de grenzen weer in vrijwel de oude staat werden hersteld. De Provence onderhield op dat moment nauwe banden met de Languedoc, waar dezelfde taal werd gesproken (de langue d’oc) en vergelijkbare zeden en gewoonten golden.

Late Middeleeuwen

In de 12e eeuw kwamen de Katharen in opkomst, een volgens de Roomse Kerk ketterse beweging. Voeg daarbij een gebrek aan een sterk centraal gezag en het zal duidelijk zijn dat het een roerige tijd was. De ongewenste onstuimige groei van de Kathaarse beweging werd door de keizers van het Heilige Roomse Rijk op het bordje gelegd van de graaf van Toulouse. Deze wist niets anders te doen dan de kant van de Katharen te kiezen en haalde daarmee de woede van de paus op zijn hals. De paus dwong de Franse koning Filips II Augustus om een ‘binnenlandse kruistocht’ tegen de Katharen te beginnen. Dit liep uit op een heuse godsdienstoorlog die van 1209 tot 1220 zou gaan duren en door de graaf van Toulouse verloren werd.

In de Provence ging het ondertussen een stuk beter. Met name onder graaf Raymond V (1209-1245) ontwikkelde de regio zich goed en bleef gespaard van oorlogen. Zijn oudste dochter, Beatrix, erfde de territoriale rechten op de Provence en trouwde in 1246 met Karel van Anjou, de jongste broer van de Franse koning. In 1265 wist Karel de gebeide Napels en Sicilië op verzoek van de paus te veroveren en werd daarmee tot koning gekroond. Het gevolg hiervan was dat de Provence niet meer in handen was van het huis van Barcelona, maar toebehoorde aan het huis van Anjou.

De rust in de Provence kwam ten einde in 1343, toen de pas 17-jarige Jeanne van Anjou (“La reine Jeanne”) het heft in handen nam in het koninkrijk van Napels en Sicilië. Verdacht van moord op haar Hongaarse echtgenoot en totaal berooid, vluchtte Jeanne in 1347 naar de Provence.

Om aan geld te komen verkocht ze de stad Avignon aan paus Clemens VI (voor 80.000 florijnen) en keerde uiteindelijk terug naar Napels. Daar koos ze tijdens het kerkelijke schisma, dat duurde van 1378 tot 1403, voor de tegenpaus van Avignon, Clemens VII, en niet voor Urbanus VII van Rome. Deze zette Jeanne af als koningin van Napels en stuurde de Hongaren weer op haar af. De Hongaren kregen haar nu wel te pakken en vermoordden haar. Ze werd opgevolgd door Karel III van Durazzo.

Onder het bestuur van René Anjou (1434-1480) bereikte de Provence grote welvaart en veel belangstelling voor kunst en cultuur. In 1409 werd de universiteit van Aix, op dat moment de hoofdstad van de Provence, opgericht.

Na de dood van René viel de Provence door een list van koning Lodewijk XI in handen van de Franse kroon en was vanaf dat jaar haar onafhankelijkheid kwijt.

De Provence vanaf 1481 bij Frankrijk

Frankrijk was eind 15 eeuw op weg om één staat te worden. Zo werd er in 1453 (einde 100-jarige oorlog) al definitief met de Engelsen afgerekend. Wat het binnenland betreft werden in deze periode niet alleen de Provence, maar ook Bourgondië en Bretagne onder Frans koninklijk gezag gebracht. In 1486 ratificeerden de Staten van Provence de aanhechting van de Provence bij Frankrijk.

In 1501 werd het parlement van Aix-en-Provence opgericht dat steeds meer op kwam voor de soevereine rechten van de Provence. Men slaagde er in de 16e eeuw zelfs nog even in om een soort zelfbestuur te krijgen. Maar in 1539 werd het Frans als officiële voertaal ingevoerd, en dat was een klap voor alle regio’s in Frankrijk die nog aan zelfstandigheid dachten.

In 1524 en in 1536 viel de Duitse keizer Karel V de Provence nog binnen, maar wist beide keren geen vaste grond onder de voeten te krijgen.

Godsdienstoorlogen verscheuren Frankrijk

Halverwege de 16e eeuw breidde het protestantisme (Hugenoten) zich uit van de steden naar het platteland. De koningen Frans I en Hendrik II beschouwden de Hugenoten als een bedreiging voor de monarchie en wilden ze letterlijk uitroeien. Dit lukte echter niet waardoor er een situatie ontstond waarin twee families de kroon wilden beheersen, de katholieke familie De Guise en de hugenotenfamilie Montmorency. Godsdienstoorlogen volgden elkaar in snel tempo op met als dieptepunt de Bartholomeusnacht van 24 augustus 1572. In deze nacht werden door Karel IX de voornaamste protestantse leiders vermoord, nota bene tijdens het huwelijk van zijn zuster Marguerite met de protestantse leider Hendrik van Navarra. De moordpartij loste natuurlijk niets en de standpunten verhardden zich alleen maar. In 1589 werd Hendrik van Navarra als Hendrik IV zelfs koning van Frankrijk. Daarna bekeerde hij zich tot het katholicisme en gaf de Hugenoten via het Edict van Nantes (1598) godsdienstvrijheid.

Kardinalen aan de ‘macht’

Hendrik IV werd opgevolgd door de pas negen jaar oude Lodewijk XIII met Maria de Medici als regentes. Zij had echter weinig kaas gegeten van staatszaken en daardoor was het de eerste minister, kardinaal Richelieu, die in feite de macht in handen had. Na de dood van Richelieu werd kardinaal Mazarin diens opvolger. En ook hij zorgde ervoor dat de Franse vorsten als absolute vorsten konden regeren. Adel en parlement werden buitenspel gezet en dat zette uiteraard kwaad bloed. Het leidde uiteindelijk tot een burgeroorlog, de ‘Fronde’, die van 1645 tot 1653 zou duren. Mazarin wist de opstand uiteindelijk te onderdrukken. Na zijn dood in 1661 werd hij opgevolgd door Lodewijk XIV, de ultieme absolutistische vorst die zelfs zonder eerste minister regeerde. Hij herriep in 1685 het Edict van Nantes, wat de vlucht van honderdduizenden protestanten tot gevolg had. Dit veroorzaakte weer een economische crisis, die nog versterkt werd door de hoge kosten die diverse oorlogen met zich meebrachten. De oplossing werd gezocht in hogere belastingen die vooral arme boeren trof. Zij kwamen hier tegen in opstand en dat leidde uiteindelijk tot de Franse Revolutie.

In 1720 had ook de Provence ernstig te lijden onder de laatste grote pestepidemie in Europa, waardoor de helft van de bevolking van Marseille stierf. De pest was overgebracht door een vrachtboot uit Syrië, de Grand-Saint-Antoine, en verspreidde zich ook naar Aix, Arles en Toulon.

Franse Revolutie

Omdat de zwakke regering weinig aan de situatie deed steeg de onrust onder de bevolking die zichzelf op 17 juni 1789 uitriep tot Nationale Vergadering. De feodale rechten en standenprivileges werden afgeschaft en de rechten van de mens en de burger werden geproclameerd.

Op 14 juli 1789 was het zover. Het volk bestormde de Bastille, een gevangenis in Parijs die het symbool was van de absolute monarchie, en bezette die. Dit was het begin van de Franse Revolutie. Het koningshuis viel en er brak een roerige tijd aan. In 1791 werd de afgekondigde grondwet door de koning erkend. Hij gebruikte echter wel zijn veto ter bescherming van de gehate edelen en onbeëdigde priesters en dat pikte de bevolking niet. In 1790 werd de Provence in drie departementen verdeeld, Basses-Alpes, Bouches-du-Rhône en Var, en een jaar later werd het graafschap Venaissin het departement Vaucluse.

De opstandige Parijse gemeenteraad en de nieuwe Nationale Conventie riepen tussen 21 en 25 september 1792 de"eerste" republiek uit. In de Conventie werd de macht betwist tussen twee groeperingen: de Girondijnen, gematigde republikeinen, en de radicale Jakobijnen of Montagnards, met de bekende figuren Danton, Robespierre, Hébert en Marat. De gematigden werden door de radicalen met veel bloedvergieten uitgeschakeld maar kregen onderling ook ruzie, met name tussen aanhangers van Danton en Hébert.

Uiteindelijk bracht Robespierre ze beiden ten val en Lodewijk XVI werd na een schijnproces onthoofd. Robespierre zelf werd op 28 juli 1794 onthoofd met de guillotine. Na deze gewelddadige periode keerde de rust weer even terug in Frankrijk. Ook de Provence mengde zich in de strijd. Ca. 500 Marseillanen bestormden in 1792, samen met Parijzenaars, de Tuillerieën. Het lied van Rouget de L’isle dat de Marseillanen zongen, zou bekend worden als de Marseillaise, het Franse volkslied.

Het steeds ergere bloedvergieten ging uiteindelijk ook de bewoners van de Provence veel te ver. Steeds meer steden haakten af, zelfs het revolutionaire Marseille. Toulon ging zelfs zo ver dat men zich in 1794 onder bescherming van de Engelse vloot plaatste.

Napoleon Bonaparte

Na de dood van Lodewijk XVI keerden veel Europese mogendheden zich tegen de nieuwe republiek. Maar onder bevel van legeraanvoerder Napoleon Bonaparte wist het Franse leger vele overwinningen te boeken, onder andere in Italië en Egypte.

In 1799 deed hij echter een greep naar de macht en riep zich uit tot ‘eerste consul’ en fungeerde vanaf die tijd als alleenheerser. In 1804 kroonde hij zich zelfs tot keizer en zette het hele parlement buitenspel.

Toen hij in 1812 ook Rusland wilde veroveren kwam zijn hoogmoed voor de val. Het werd een grandioze mislukking, met als gevolg dat hij in 1814 werd afgezet en naar Elba gestuurd werd. Hij kwam nog één keer terug naar Parijs, maar werd in 1815 bij Waterloo definitief verslagen en verbannen naar Sint-Helena. Op 5 mei 1821 overleed de ‘kleine generaal’.

19e eeuw

In de 19e eeuw is het erg onrustig in Frankrijk. Na de verbanning van Napoleon kwamen de Bourbons weer aan de macht en zij probeerden de vrijheden van de burgers weer in te perken. Dit leidde onvermijdelijk tot enkele opstanden, waarna uiteindelijk de burgerkoning Louis Philippe van Orléans gekozen werd. Ook hij kon aan de onrust en het wantrouwen van de republikeinen en de arbeiders niet veel veranderen. Deze groepen deden dan ook weer van harte mee aan een opstand in Parijs in het jaar 1848. Deze opstand had het uitroepen van de ‘Tweede Republiek’ tot gevolg.In 1852 werd Napoleon III de nieuwe keizer van Frankrijk, de kleinzoon van de Napoleon Bonaparte. In 1870 werd Napoleon alweer afgezet en ging men over tot het uitroepen van de ‘Derde Republiek’, die tot 1940 zou duren.

In de Provence legde de landbouw zich in de 19e eeuw steeds meer toe op de productie van wijn en de groenteteelt. Tevens werd het belangrijke Durance-kanaal aangelegd. Ondanks deze ontwikkelingen vond er een massale trek naar de grote steden plaats. Marseille profiteerde als havenstad sterk van de betere transportmiddelen en de opening van het Suezkanaal. Marseille werd een koloniale en industriële haven en kreeg industrie die nauw verbonden was met de import van agrarische producten. De industriële revolutie ging ook niet aan de Provence voorbij, oude industrieën werden gemoderniseerd en nieuwe industrieën als metaalnijverheid en scheepsbouw ontstonden. De industrie concentreerde zich vooral tussen de Rhône en de Var.

20e eeuw

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) had grote gevolgen voor Frankrijk en het Franse volk. Ca. anderhalf miljoen Fransen, burgers en soldaten, lieten het leven. Met name in Noord-Frankrijk waren de verwoestingen verschrikkelijk en de economie liep een flinke deuk op. Na deze economische achteruitgang nam de welvaart weer toe door de opkomst van de toeristenindustrie. Plaatsen als Cannes en Nice trokken vele toeristen, waaronder vele beroemdheden uit binnen- en buitenland. Op dat moment ging het economische weer voorspoedig, maar dat alles werd weer teniet gedaan door de wereldwijde economische crisis, die in 1929 begon.

Ook de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) had voor Frankrijk grote gevolgen. In 1939 verklaarden Engeland en Frankrijk Duitsland de oorlog. In mei 1940 vielen de Duitsers Frankrijk binnen en verjoegen de regering. Generaal Pétain sloot een wapenstilstand met Duitsland en vestigde zich in het nog niet bezette zuidoosten van Frankrijk. Op 11 november van dat jaar vielen de Duitse troepen de Provence binnen, maar dit gedeelte van Frankrijk vooralsnog niet zo erg te lijden onder het oorlogsgeweld.

Dit veranderde na de succesvolle invasie in Normandië in juni 1944. Op 15 augustus 1944 volgde er namelijk een tweede invasie in het zuidelijke kustgebied tussen Hyères en de Estérelkust, met vervolgens zware gevechten op Provençaals grondgebied. De strijd duurde slechts vijftien dagen met de Franse en Amerikaanse troepen als glorieuze winnaars. Tussen 23 en 28 augustus werd Marseille bevrijd door het leger van generaal Montsabert, gesteund door het Franse verzet.

Eerder al, vanaf 1942, was de Résistance of ‘maquis’ actief in de Provence. Zij hadden succes in Marseille en bereidden in 1944 de kustgebieden voor op de geallieerde invasie.

Na de oorlog was het aan de beurt van de voormalige verzetsleider, Charles de Gaulle, om Frankrijk weer als een wereldmacht op de kaar te zetten. Dat lukte hem prima, onder zijn leiding werd de onafhankelijke en invloedrijke positie tussen de machtige landen ter aarde weer hersteld. Ook de Amerikaanse invloed in Europa werd mede door de Fransen teruggedrongen.

De lijn van de De Gaulle werd min of meer voortgezet door zijn opvolgers, Georges Pompidou en Giscard d’Estaing. In 1981 kwam de socialist François Mitterand aan de macht, en onder zijn bewind werd er meer aandacht geschonken decentralisatie van de regio en aan de culturele ontwikkeling van Frankrijk. Het tijdperk Mitterand werd in 1995 afgesloten met de verkiezing van de gaullist Jacques Chirac.

In 1970 verbonden de snelwegen A6 en A7 Marseille met de hoofdstad Parijs, gevolgd door de hogesnelheidstrein TGV in 1981.

21e eeuw

In juni 2001 werd de nieuwe TGV-lijn ten zuiden van Valence in gebruik genomen. Marseille kwam daardoor op slechts drie uur van Parijs te liggen met de trein.

Door een ongekende hittegolf in 2003 werd de Provence voortdurend geteisterd door bosbranden. In de regio PACA gingen ca. 40.000 ha bos in vlammen op.

In 2004 werd het vliegtuigwrak van de schrijver Antoine de Saint-Exupéry teruggevonden in zee, voor het eiland Riou, in de buurt van Marseille.

In 2007 werden de Alpilles uitgeroepen tot 'Parc Naturel Régional des Alpilles'.

Zie verder ook de geschiedenis van Frankrijk op Landenweb.

Bevolking

De regio Provence-Alpes-Côte d'Azur telt bijna 5 miljoen inwoners (2017) en heeft een bevolkingsdichtheid van ca. 160 inwoners per km2. Langs de kust bedraagt de bevolkingsdichtheid meer dan 300 inwoners per km2. De Côte d'Azur telt ca. 1,5 miljoen vaste inwoners en het toerisme zorgt voor nog eens zo’n miljoen bezoekers.

De meeste buitenlanders zijn niet meer de Engelsen, zoals vroeger, maar Arabische migranten uit landen als Algerije, Marokko en Tunesië.

De vergrijzing slaat aan de Côte d'Azur hard toe. Het aantal gepensioneerden ligt in deze regio met ca. 25% ver boven het landelijk gemiddelde.

Taal

De officiële taal is het Frans, daarnaast wordt door minderheden Bretons (Bretagne) gesproken, Occitaans (het zuiden), Baskisch (in de westelijke Pyreneeën), Duits (Elzas-Lotharingen), Nederlands (Frans Vlaanderen), Catalaans (Roussillon), Italiaans (rond Nice), Corsicaans (op Corsica).

De Franse taal is een Romaanse taal die door ca. 100 miljoen mensen als moedertaal wordt gesproken, waarvan ca. 60 miljoen in Frankrijk. Frans wordt verder nog gesproken in België beneden de lijn Wezet-Moeskroen en Brussel, in Zwitserland (Suisse romande), Italië (Valle d'Aosta), Haïti en Canada (Quebec), en die, naast de moedertaal, in vele voormalige Franse koloniën als taal van bestuur en administratie wordt gehanteerd. Het Frans is de voortzetting van het vulgair Latijn, dat door de Romeinse veroveraars in Gallia Transalpina werd ingevoerd (58–50 v.C.) en zich daar ontwikkelde.

De geschiedenis van het Frans begint op het moment waarop men zich door de Karolingische renaissance, die de studie van het klassieke Latijn deed herleven, bewust werd van een kloof tussen het Latijn, taal van bestuur, rechtspraak en godsdienst, en de omgangstaal. Hiervan getuigt onder meer een besluit van het concilie van Tours (813), dat voortaan in de volkstaal ("lingua romana rustica") gepreekt moest worden. In de geschiedenis van het Frans zijn globaal drie perioden te onderscheiden: het Oud-Frans (begin 9de – begin 14de eeuw), het Middel-Frans (begin 14de – begin 17de eeuw) en het moderne Frans (begin 17de eeuw – heden).

De Franse taal bestond oorspronkelijk uit door de Romeinen ingevoerde Latijnse woorden, aangevuld met woorden van Keltische en Frankische afkomst. Bij deze"volkswoorden" zijn vanaf de 12e eeuw de ontleningen aan het Latijn, de"geleerde" woorden, gekomen. In de 16e eeuw werden er ook veel woorden aan het Italiaans ontleend. Ook aan het Nederlands zijn vele woorden ontleend en sinds de 18e eeuw ook aan het Engels.

Vooral de afgelopen decennia is veel ontleend aan het Engels op het gebied van techniek, sport, mode, en dergelijke, waardoor de spottende term Franglais is ontstaan. Franse puristen verzetten zich tegen deze"invasie" van vreemde woorden.

In het middeleeuws aandoende dorp Peille wordt nog het dialect Pelhasc gesproken, dat enigszins lijkt op het dialect van Nice, het Nissart, maar anders wordt uitgesproken. Het Nissart is, net als het Mentonnais, een Provençaals dialect.

Godsdienst

De Franse bevolking is voor ca. 80% rooms-katholiek (ca. 48 miljoen), voor 4,5% overwegend soennitisch islamitisch (ca. 4 miljoen) en verder zijn er kleine minderheden van protestanten (ca. 950.000), joden (ca. 700.000; de grootste Joodse gemeenschap in Europa) en Armeens-christelijken. Sinds de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk XIV was het katholicisme staatsgodsdienst.

Sinds de scheiding van kerk en staat in 1905 heeft de staat geen enkele bemoeienis meer met de Kerk. De rooms-katholieke kerk heeft in Frankrijk achttien kerkprovincies en in totaal 95 bisdommen. Aan het hoofd van de kerkprovincies staat de aartsbisschop van Lyon.

Na de Bartholomeusnacht (1572) was de kracht van het protestantisme in Frankrijk gebroken. Pas door de wet van 1802 werden de protestantse kerken erkend. De voornaamste protestantse kerkgenootschappen zijn: de Église Réformée de France, de Église de la Confession d'Augsburg d'Alsace et de Lorraine, de Église évangélique luthérienne en de Église réformée d'Alsace et de Lorraine.

Sinds 1905 is er een federatie van protestantse kerken die bestaat uit gereformeerden, lutheranen, baptisten, methodisten en vrije kerken: de Fédération protestante de France.

Protestantse theologische faculteiten voor de opleiding van predikanten zijn gevestigd te Aix-en-Provence, Montpellier, Parijs en Straatsburg; de laatste twee zijn interconfessionele faculteiten. Ondanks het relatief kleine aantal is de invloed van de protestanten in Frankrijk vrij groot.

De gemeenten Le Chambon-sur-Lignon, St.-Jeures, Fay-sur-Lignon en Tence, gelegen tussen Le-Puy-en-Velay en St.-Étienne, vormen samen een protestantse enclave binnen het katholieke Frankrijk. Dit gebied wordt dan ook wel aangeduid als ‘La Montagne Protestante’.

Samenleving

Bestuur

Frankrijk is een democratische republiek die in het jaar 1789 ontstond, toen de Franse Revolutie een einde maakte aan de monarchie en de feodale staatsvorm. Er zijn in totaal 101 departementen (96 in Frankrijk en 5 in de overzeese gebieden), die allen in alfabetische volgorde een nummer hebben. De departementen bleken te klein om goed te kunnen functioneren en dus herverdeelde men het land in 22 regio's. Iedere zes jaar gaat men naar de stembus om een departementale raad te kiezen. Zij kiezen op hun beurt het dagelijks bestuur van het departement, de departementale commissie. Voor de huidige politieke situatie, zie hoofdstuk geschiedenis.

Nice is de grootste stad van de Côte d'Azur, met een inwoneraantal van ca. 350.000. De stad is het centrum van de 'Communauté urbaine' Nice-Côte d'Azur, bestaande uit 24 gemeenten en ca. 500.000 inwoners.

Typisch Côte d'Azur

Internationale Filmfestival van Cannes

In 1939 werd het internationale filmfestival van Cannes opgericht om de concurrentie met Hollywood aan te gaan. Dat lukte aardig, want na de Oscars zijn de Gouden Palmen de meest begeerde filmprijzen. Door de Tweede Wereldoorlog vond het eerste festival pas in 1947 plaats maar vanaf die tijd wordt elk jaar in mei het twaalf dagen durende filmfestival gehouden.

Parapente

St-André-Les-Alpes is Frankrijks belangrijkste centrum voor parapente of schermvliegen, het vliegen met een vliegtoestel dat ontstaan is uit het parachute-springen. Het meest fundamentele verschil tussen parachute en parapent is dat een parachute zich in vrije val opent en met een parapent in vliegbare toestand wordt gestart.

Economie

Grasse is al meer dan 400 jaar het centrum van de Franse parfumindustrie. Tweederde van alle Franse parfums komt hier vandaan en Grasse kan dan ook met recht de parfumhoofdstad van de wereld genoemd worden. In en rond Grasse staan meer dan 30 parfumfabrieken (ca. 3000 werknemers), die maar liefst 90% van de wereldproductie van de essence (‘concrète’), grondstof voor de parfum, voor hun rekening nemen en vooral buitenlandse klanten hebben uit Duitsland, Verenigde Staten, Engeland en Zwitserland. De productie van op bloemen gebaseerd parfum neemt echter sterk af en wordt steeds meer vervangen door synthetische parfums. Voor een kilo lavendel-‘essence’ heeft men 200 kilo lavendel nodig; voor een kilo koolroos heeft men 3000 kilo rozen nodig. De grootste parfummakers van Grasse zijn Fragonard, Galimard en Molinard.

Voor Collobrières, gelegen in de kurkbossen van het Massif des Maures, is de kurkproductie de belangrijkste industrie.

Menton is de ‘citroenhoofdstad’ van de wereld. De hellingen rond de stad zijn bedekt met citrusboomgaarden en door de aangename temperaturen kan er het hele jaar door geoogst worden.

De Franse variant van het Amerikaanse Silicon Valley (hightech-industrie) ligt in Sophia-Antipolis bij Valbonne.

De streek rond Antibes is een groot Europees centrum van bloementeelt, met name van anjers, anemonen, tulpen en vooral rozen. De broeikassen hebben een oppervlakte van ca. 300 ha.

Voor Zuid-Frankrijk zijn de olijven en de olijfolie (‘het vloeibare goud’) een belangrijke bron van inkomsten, hoewel het slechts 0,2% van de wereldproductie betreft. De PACA-regio (Provence, Alpes, Côte d'Azur) verzorgt 65% van de Franse olijfproductie. Sinds 2007 heeft de Provence het keurmerk A.O.C. (appelation d’origine contrôlée).

Vakantie en bezienswaardigheden

De Côte d'Azur heeft zich sinds het begin van de 20e eeuw langzaam, maar gestaag tot het belangrijkste toeristische gebied van Frankrijk ontwikkeld. Een derde van alle werknemers verdient zijn geld in de toeristenbranche. Plaatsen als Monte Carlo en St-Tropez leven er vrijwel uitsluitend van en in totaal geven de toeristen in dit gebied ca. 5 miljard euro per jaar uit. De Côte d'Azur is goed voor meer dan één procent van de wereldmarkt voor overnachtingen, meer dan 70 miljoen per jaar.

Nice is het belangrijkste toeristencentrum van Frankrijk en de grootste badplaats aan de Côte d'Azur. Bovendien is het ná Parijs de stad met de meeste musea en galeries. De spectaculaire kust tussen Menton en Nice kreeg de naam ‘Rivièra’ toen het in de 19e eeuw als winterbestemming in de mode kwam. Cannes is, op Parijs na, dé winkelstad van Frankrijk.

Monaco-Ville is de hoofdstad van het prinsdom Monaco. De bekendste bezienswaardigheid in Monaco-Ville is zonder twijfel het prinselijk paleis het Palais Princier. De prins van Monaco en zijn familie wonen in dit prachtige bouwwerk en er is een klein Napoleonmuseum te vinden. Het gebouw stamt uit 1191. Een ander bijzonder bouwwerk in de stad is de Sint Nicolaas-kathedraal van Monaco-Ville. De kerk stamt uit 1875 is opgetrokken in Romaans-Byzantijnse stijl. In de 13e eeuw heeft er al een kerk gestaan gewijd aan Sint Nicolaas. De kathedraal kent een prachtig mozaïek op de koepel boven het altaar en ook de troon is zeer fraai. Er liggen diverse prinsen van Monaco en bisschoppen in de kathedraal begraven. Ook de graftombe van de voormalig echtgenoot van Grace Kelly, Prins Ranier III, ligt in de Sint Nicolaas-kathedraal.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

COTE D'AZUR LINKS

Advertenties
• Cote D'Azur Tui Reizen
• Cote D'Azur Vliegtickets.nl
• Fietsvakanties Sawadee
• Cote D'Azur Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Nice
• Campings Cote D' Azur

Nuttige links

Cote D' Azur Startnederland (N+E)
Telefoongids Frankrijk

Bronnen

Booren, R. van den / Côte d'Azur

ANWB

Côte d’Azur

Kosmos Reisgidsen

Côte d'Azur, Monaco

Lannoo

Simon, K. / Côte d'Azur

ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems