Landenweb.nl

JURA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans
  Hoofdstad  Lons-le-Saunier
  Oppervlakte  4.999 km²
  Inwoners  260.517
  (2016, laatst bekend)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .fr
  Code.  FRA
  Tel.  +33

Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ArdecheAuvergneBourgondie
BretagneCevennenCorsica
Cote d'azurDordogneElzas
JuraLanguedoc-roussillonLoiredal
LotNormandiePicardie
Provence

Geografie en Landschap

Geografie

Jura is onderdeel van de regio Franche-Comté. Jura grenst aan de departementen Doubs, Haute-Saône, Côte-d'Or, Saône-et-Loire en Ain. Daarnaast grenst het aan het Zwitserse kanton Vaud.

advertentie

Jura Gebergte Satellietfoto foto: NASA

Photo:Publiek domein

Landschap

Het meest kenmerkende is het Juragebergte. De Jura is een gebergte aan weerszijden van de grens tussen Frankrijk en Zwitserland. Het is een oud berggebied, waarvan de toppen zich parallel aan elkaar uitstrekken van noord naar zuid. Naar het westen verloopt de Jura terrasvormig, aan de oostzijde daalt het gebergte met een hoge, steile wand af naar het Zwitserse Mittelland. In het zuiden zijn de hoogste bergtoppen: Crêt de la Neige (1718 m) in Frankrijk, en de Mont Tendre (1678 m) in Zwitserland. Naar het noordoosten worden de bergen lager. Behalve door bergpassen hebben de lengtedalen verbinding door rotskloven (cluses).

Het Juragebied kent vreemde vormen: opvallende bergplooien, grotten, eigenaardige waterstromen en zoutformaties. Het is een karstgebergte: door de oplossing van het poreuze kalksteen ontstonden in de loop der tijd in de druipsteengrotten de welbekende stalactieten en stalagmieten. Zelfs als het water niet ondergronds gaat, zorgt het voor spektakel. Voor de Gorges de la Langouette is het woord kloof eigenlijk nog te beperkt. Het kolkende water heeft een tientallen meters diepe, tien meter brede sleuf met loodrechte wanden door de rotsen gegraven.

advertentie

Gorges de la Langouette, Jura

Pmau, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Klimaat en Weer

Het klimaat is, vooral in de Franse Jura, vochtig en 's winters ruw en koud. Er valt vrij veel regen behalve in het midden van de zomer. De zomers zijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in de Alpen, niet uitgesproken warm. Het klimaat in de Jura is een beetje te vergelijken met het weer in Nederland. Hoewel het er in de zomer minder regent en warmer is.

In de maanden juni tot en met september kan het kwik gemakkelijk oplopen tot ver boven de 20 graden Celsius.

Planten en Dieren

Planten

Grote delen (40 %) zijn bedekt met bossen, het gebergte is ook genoemd naar het Latijnse"Jura" (bos). De meest voorkomende bomen zijn, afhankelijk van de hoogte, eiken, beuken (500 - 800 m) en sparren (boven de 1.000 m).

Dieren

Er zijn meer dan 30 soorten zoogdieren onder andere de moerasbever en de lynx, verder veel vleermuizen.

Op de bergruggen komen gemzen veelvuldig voor, terwijl de reebokken en herten de voorkeur geven aan de beschutting van het bos.

Er nestelen meer dan 110 soorten vogels in de Jura, ondermeer reigers. Kikkers, slangen en de grote groep insecten completeren de bijzondere fauna.

Geschiedenis

De Jura is al vroeg bewoond geweest, er zijn beenderen gevonden die aangeven dat et tussen 18.000 en 15.00 voor Christus al sprake was van menselijke bewoning in de Jura.

Hieronder wordt de geschiedenis van heel Frankrijk weergegeven.

Prehistorie en oudheid

De oudste voorwerpen die in Frankrijk gevonden zijn, stammen uit de periode tussen 1 miljoen en 400.000 jaar geleden. De oudste menselijk resten, een schedel, is ongeveer 400.000 jaar oud. Van 90.000 tot 40.000 v.Chr. bevolkten de Neanderthalers het Franse grondgebied. Na een dramatisch klimaatverandering verdwenen ze en werden opgevolgd door de Cro-Magnon, die zich als eersten bezighielden met prehistorische kunst. Uit het laat-paleolithicum dateren grotschilderingen, graveringen en kunstig gesneden benen werktuigen. Deze zijn voornamelijk gevonden in de Dordogne met de grotten van Lascaux als bekendste trekpleister.

advertentie

Muurschilderingen in de grotten van Lascaux

foto: Jack Versloot, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Andere bijzondere overblijfselen uit de periode van ca. 5000 v.Chr. zijn megalieten, bestaande uit dolmen, allées couvertes en menhirs. Deze megalieten zijn vooral gevonden langs de Atlantische kust, met name in Bretagne. Vanuit het Middellandse-Zeegebied (ca. 5500 v.Chr.) en door kolonisatie vanuit het Rijnland (ca. 4800 v.Chr.) werd akkerbouw en veeteelt in de Franse gebieden geïntroduceerd.

In de bronstijd ontstond in Bretagne een centrum van bronsindustrie en –handel. Vanuit het Rijnland breidde in de late bronstijd de urnenveldcultuur zich uit over geheel Frankrijk. In de ijzertijd waren de Hallstatt-cultuur (750-450 v.Chr.) en de La Tène-cultuur (450-50 v.Chr.) belangrijk. Van grote betekenis in deze periode was ook de stichting van de Griekse kolonie Massilia (nu: Marseille), die o.a. handelscontacten met de klassieke wereld opleverde.

advertentie

Massilia (Marseille) ten tijde van keizer Caesar

afbeelding: Cristiano64, CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In Noord-Frankrijk kwam rond deze tijd de Marne-cultuur tot bloei. Uit deze periode is veel bronzen vaatwerk gevonden en zelfs complete pronkwagens. Dit alles wijst op een tweedeling in de prehistorische maatschappij met een sociale elite maar ook feodale trekjes.

Met de Gallische oorlogen van Caesar (58–51 v.C.) en zijn inlijving van"Gallia" bij het Romeinse Rijk eindigt de prehistorie en de oudheid.

Middeleeuwen

In de 2e eeuw werd het christendom voor het eerst geïntroduceerd in Frankrijk. De eerste christenen werden nog vervolgd maar het keerpunt kwam in 312 met de bekering van koning Constantijn. Het christendom werd toen de officiële staatsgodsdienst. Rond 500 had de kerk zich een krachtige positie verworven naast de staat en oefende grote invloed uit.

Vanaf ca. 300 begon het Romeinse rijk in verval te raken en men had de grootste moeite om Gallië te verdedigen tegen barbaarse stammen uit Duitsland. Na 400 vielen de Vandalen massaal binnen en Attila de Hun rukte op tot in Oost-Frankrijk en de Romeinen trokken zich terug tot Orléans. In 455 werd Rome zelf veroverd en werd Gallië een prooi voor Westgoten, Bourgondiërs, Alemannen en Franken.

In 481 werd Clovis de eerste Merovingische koning van de Salische Franken en werd de basis gelegd voor het moderne Frankrijk. Clovis bekeerde zich tot het christendom en trouwde met Clothilda, een Bourgondische prinses, waardoor de macht van de Franken steeds groter werd. Na de dood van Clovis volgde een opvolgingsstrijd tussen plunderende leenheren die tevergeefs gezag en orde probeerden te handhaven. In deze tijd oefenden niet de Frankische koningen, maar hun ambtenaren, de hofmeiers, de feitelijke macht uit.

advertentie

Doop van Clovis in de kathedraal van Reims (496)

foto: Garitan Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 732 greep Karel Martel, een van deze hofmeiers, de macht, en werd de eerste Karolingische koning. Martel verwierf veel macht maar Gallië werd pas één door zijn kleinzoon Karel de Grote, die op 25 december 800 door de paus tot keizer werd gekroond. Hij werd de stichter van het Heilige Roomse Rijk en het lukte hem om een aantal landen in Midden- en West-Europa bij elkaar te houden. Na zijn dood werd het rijk onder zijn zoons verdeeld en het westelijke deel, Francia, viel ten prooi aan de expansiedrift van naburige hertogen.

Na het Verdrag van Verdun, gesloten in 843, kwam het gebied ten westen van de rivieren Schelde, Maas, Saône en Rhône onder het bewind van Karel de Kale. Zijn opvolgers vertoonden weinig daadkracht en verschillende territoriale vorsten scheidden zich af van het Frankische rijk. Onder Karel III de Dikke werd het Frankische eenheidsrijk weer enigszins hersteld maar in 887 werd Karel afgezet en ontstond langzaamaan het West- en het Oost-Frankische rijk waaruit uiteindelijk Frankrijk en Duitsland zouden ontstaan.

Rond het jaar 900 nam de dreiging van de roofzuchtige Noormannen toe maar het was Karel III de Eenvoudige, die een akkoord met hun leider Rollo wist te sluiten waardoor de Noormannen hun rooftochten tot Normandië zouden beperken. Andere leiders van het Frankische huis zoals Robert I en Lodewijk IV, hadden veel te stellen met de grote vazallen. In die tijd ontstonden er een aantal territoriale vorstendommen, waaronder Vlaanderen en Normandië. Uiteindelijk stierf het Karolingische Huis met de dood van Lodewijk V uit.

Standbeeld van Hugo Capet, koning van Frankrijk van 987 tot 996

foto: Thesupermat Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Met Duitse steun werd Hugo Capet (987-996) tot koning gekozen en begon de dynastie der Capetingers die erin slaagden de monarchie erfelijk te maken. De macht van de Capetingers hield ten zuiden van de Loire op en was ten noorden van de Loire voornamelijk gebaseerd op de steun van enkele bisschoppen. Onder Lodewijk VI konden de grote vazallen voor het eerst in toom gehouden worden en in 1124 wist hij een invasie van de Duitse keizer te voorkomen. Zijn zoon Lodewijk VII trouwde met Eleonora van Aquitanië en wist daardoor zijn invloed tot de Pyreneeën uit te breiden.

Na de scheiding van Lodewijk en Eleonora in 1152 trouwde Eleonora met Hendrik II Plantagenet, die daardoor Zuid-Frankrijk aan zijn rijk kon toevoegen. In 1154 werd Hendrik ook nog koning van Engeland en vormde daardoor een grote bedreiging voor Frankrijk. Het lukte de opvolger van Lodewijk VII, Filips II August, echter om grote delen van Frankrijk weer te heroveren. De gewonnen slag tegen de Engels-Vlaamse coalitie bij Bouvines in 1214 gaf hem veel aanzien in Frankrijk en Europa.

In de dertiende eeuw wisten diverse vorsten het Franse kroondomein verder uit te breiden, o.a. met een deel van Languedoc en Toulouse. De eerste absolute vorst werd Filips IV de Schone, die o.a. in conflict raakte met het Vaticaan in Rome. Het conflict liep uit op de benoeming van een aan de koning onderworpen paus Clemens V, die zich zelfs in het Zuid-Franse Avignon vestigde. Filips IV werd opgevolgd door zijn drie zonen, respectievelijk Lodewijk X, Filips V en Karel IV, de laatste uit de rechtstreekse lijn van de Capetingers.

Standbeeld van Filips IV de Schone, koning van Frankrijk (1285-1314)

afbeelding: Rijksmuseum in het publieke domein

Na Karel IV kwam zijn zoon Filips VI aan de macht, maar ook de Engelse koning Edward III maakte aanspraken op de Franse kroon. Dit leidde uiteindelijk tot de zogenaamde Honderdjarige Oorlog waarin Frankrijk aanvankelijk de ene na de andere nederlaag leed. De builenpest-epidemie van 1348-1352 kostte 4 à 5 miljoen mensen het leven, ongeveer 25% van de Franse bevolking. In 1360 werd de vrede van Brétigny gesloten waardoor Frankrijk gedwongen werd enkele gebieden (o.a. Aquitanië en Calais) af te staan aan Engeland, maar wel Bourgondië wist te behouden. Onder Karel V wist Frankrijk zich definitief te herstellen. In 1392 werd Karel VI gek verklaard en nam een regentenraad de macht in feite over.

15e en 16e eeuw

Dat ging natuurlijk niet zonder problemen en met name Jan zonder Vrees van Bourgondië en Lodewijk van Orléans maakten elkaar het leven erg zuur. De Engelse koning maakte hier dankbaar gebruik van en versloeg de Fransen in 1415 bij Azincourt. Een bijzondere gebeurtenis in deze tijd was de bevrijding van Orléans van de Engelse belegeraars door Jeanne d'Arc, de Maagd van Orléans. Op 30 mei 1431 werd zij door de Engelsen op de brandstapel ter dood gebracht.

Na de moord op Jan zonder Vrees sloot Bourgondië zich bij de Engelsen aan. In 1435 slaagden de Fransen met behulp van de Bourgondiër Filips de Goede erin om Normandië en Guyenne op de Engelsen te heroveren en maakte hiermee een einde aan de Honderdjarige Oorlog. Onder Lodewijk XI dreigden er weer opstanden van de adel, die zich weer gesteund wisten door de Bourgondische hertog Karel de Stoute.

Door geheime steun en omkoping wist Lodewijk de opstand de kop in te drukken, en na de dood van Karel werden Bourgondië en Picardië aan het Franse rijk toegevoegd. Door zijn huwelijk met Anna van Bretagne werd Bretagne in 1491 eveneens een deel van het Franse rijk.

Jeanne d'Arc, nationale heldin van Frankrijk.

foto: Siren-Com, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De tegenstelling Valois-Bourgondië, uitgegroeid tot een strijd tussen Valois en Habsburg, woedde niet slechts in de Nederlanden, maar sinds 1494 ook in Italië om Napels en Milaan. De Italiaanse oorlogen waren slechts de inzet en een onderdeel van de strijd die vooral door Frans I (1515–1547) werd geleverd tegen de Habsburgse omsingeling. Bij de Vrede van Cateau-Cambrésis (1559) gaf Frankrijk, Italië, Vlaanderen en Artesië prijs, maar het lijfde Metz, Toul en Verdun, alsmede Calais in.

Van 1562 tot 1598 werd het land verscheurd door de religieuze en politieke partijstrijd tussen de protestantse hugenoten, geleid door de Bourbons, en de katholieken onder de Guises, waartussen de zwakke kroon trachtte te schipperen. Na de moorden op hertog Hendrik de Guise (1588) en op koning Hendrik III (1589) kwam de troon toe aan de Bourbonse hugenoot, Hendrik van Navarra. Door zijn overgang tot het katholicisme nam deze als Hendrik IV (1589–1610) de katholieke liga de wind uit de zeilen en in 1598 (Verdrag van Vervins) wist hij met Spanje, dat openlijk zijn tegenstanders had gesteund, vrede te sluiten.

Hendrik IV, koning van Frankrijk (1589-1610)

foto: Kaho Mitsuki, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Hetzelfde jaar verleende hij godsdienstvrijheid aan de hugenoten (Edict van Nantes) en ging zich, bijgestaan door minister Sully, toeleggen op het economisch herstel van het land.

Absolute monarchie

De periode van Maria de Médici en de eerste jaren van Lodewijk XIII waren niet de sterkste periode uit de Franse geschiedenis. Dat veranderde snel door het krachtdadige optreden van kardinaal-minister Richelieu, die de hugenoten in 1628 als politieke macht uitschakelde. Ook de adel en de parlementen verloren veel van hun invloed en na 1614 kwamen de Staten-Generaal zelfs niet meer bij elkaar. In de Dertigjarige Oorlog koos Richelieu voor de protestantse mogendheden om de Habsburgers te vernederen. Daardoor kon zijn opvolger Mazarin bij de Vrede van Westfalen in 1648 een groot deel van de Elzas opeisen.

Armand Jean du Plessis, Cardinal-Duc de Richelieu et de Fronsac (Parijs, 9 september 1585 – aldaar, 4 december 1642) was een Franse geestelijke, edelman en staatsman

foto:https://www.metmuseum.org/art/collection/search/369147in het publieke domain

Nadat het verzet van de adel en de parlementen definitief neergeslagen was stond niets een absolute monarchie nog in de weg en werd de strijd met de Spaanse Habsburgers met kracht doorgevoerd. Het Spaanse huwelijk van de Zonnekoning Lodewijk XIV bracht zelfs de Spaanse troon binnen bereik. Onder Lodewijk XIV was Frankrijk de machtigste staat in Europa en industrie, handel en de overzeese kolonisatie werden krachtig bevorderd o.a door een krachtige zeemacht te organiseren.

In 1685 werd het Edict van Nantes herroepen waarna de protestantse hugenoten massaal emigreerden en de economie, en in het bijzonder de industrie, een zware slag werd toegebracht.

De Devolutie-oorlog (1665–1669) en de Hollandse Oorlog (1672–1678) verschaften Lodewijk, ten koste van Spanje, Franche-Comté en veel grenssteden in de Zuidelijke Nederlanden. Ook werd in vredestijd de rest van de Elzas en Luxemburg bezet. De andere Europese machten werden georganiseerd door de Hollandse stadhouder Willem III, die sinds 1688 ook koning van Engeland was. In de negenjarige Oorlog (1688-169) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) werden verdere plannen tot uitbreiding van Frankrijk tegengehouden en kon het evenwicht in Europa gehandhaafd blijven.

Lodewijk XIV, de Zonnekoning, Hij was van 1643 tot aan zijn dood koning van Frankrijk en Navarra

foto: Jebulon, in het publieke domein

Lichtzinnig beleid van Filips van Orléans en Lodewijk XV volgde en Frankrijk raakte zelfs gedeeltelijk bankroet. Vanaf 1743 regeerde Lodewijk XV persoonlijk, maar liet zich leiden door dubieuze figuren als Madame de Pompadour. Zowel de Oostenrijkse Successieoorlog, die van 1740 tot 1748 duurde en de Zevenjarige Oorlog van 1756 tot 1763 werden geen succes en mede als gevolg daarvan ging de suprematie ter zee en in de koloniale wereld verloren, en werd overgenomen op Engeland.

Zo ging de Franse invloed in Canada, Louisiana en Voor-Indië verloren. In Europa wist men nog wel Lotharingen en Corsica binnen te halen. Onder de zwakke Lodewijk XVI werden financiële hervormingen doorgevoerd maar de staatsschulden liepen desondanks fors op. Voor het eerst sinds 1614 werd door deze netelige situatie de Staten-Generaal weer bijeengeroepen.

Franse Revolutie

Omdat de zwakke regering weinig aan de situatie deed steeg de onrust onder de bevolking die zichzelf op 17 juni 1789 uitriep tot Nationale Vergadering. De feodale rechten en standenprivileges werden afgeschaft en de rechten van de mens en de burger werden geproclameerd.

Op 14 juli 1789 was het zover. Het volk bestormde de Bastille, een gevangenis in Parijs die het symbool was van de absolute monarchie, en bezette die. Dit was het begin van de Franse Revolutie. Het koningshuis viel en er brak een roerige tijd aan. In 1791 werd de afgekondigde grondwet door de koning erkend. Hij gebruikte echter wel zijn veto ter bescherming van de gehate edelen en onbeëdigde priesters en dat pikte de bevolking niet.

Bestorming Bastille

Photograph by Rama, Wikimedia Commons, Cc-by-sa-2.0-fr no changes made

De opstandige Parijse gemeenteraad en de nieuwe Nationale Conventie riepen tussen 21 en 25 september 1792 de"eerste" republiek uit. In de Conventie werd de macht betwist tussen twee groeperingen: de Girondijnen, gematigde republikeinen, en de radicale Montagnards, met de bekende figuren Danton, Robespierre, Hébert en Marat. De gematigden werden door de radicalen met veel bloedvergieten uitgeschakeld maar kregen onderling ook ruzie, met name tussen aanhangers van Danton en Hébert.

Uiteindelijk bracht Robespierre ze beiden ten val maar werd zelf ook gedood op 28 juli 1794. Na deze gewelddadige periode keerde de rust weer even terug in Frankrijk. Maar uit de verwarde situatie werd de grondwet van het jaar III en het Directoire geboren, een nieuwe vergadering die tevergeefs de orde probeerde te herstellen. Er volgde een opstand van de Parijse burgerij die bloedig werd neergeslagen door de Corsicaan Napoleon Bonaparte. Ook had men te kampen met voortdurende katholieke en koningsgezinde opstanden in de Vendée en met grote financiële problemen.

Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk

foto: Anderiba12, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De republiek wist zich goed te verweren tegen diverse buitenlandse vijanden en het Franse grondgebied was eind 1793 gezuiverd van vreemde elementen. Men kon er zelfs weer aan gaan denken om de revolutiebeginselen over Europa te verspreiden. Het Directoire stuurde Napoleon naar Egypte en dat was het begin van Frankrijk als koloniale macht in Noord-Afrika. Men had tevens gedacht om zich zodoende van Napoleon te ontdoen, maar dit mislukte totaal.

Consulaat en Keizerrijk

Op 9 november 1799 volgde een staatsgreep waarna de grondwet van het jaar VIII doorgevoerd werd en het consulaat ingericht werd, waar generaal Napoleon Bonaparte de sterke man was.

Toen Napoleon eindelijk aan de macht kwam trok hij met zijn legers door een aantal Europese landen om de ideeën van de Franse Revolutie te verbreiden. Hij werd gedwongen mee te doen aan oorlogen met steeds wisselende partners, de zogenaamde coalitieoorlogen, maar wel steeds met Engeland als grote tegenstander. Hij veroverde op het continent een groot imperium (o.a. Italië, Spanje, Duitsland en Polen) maar zou uiteindelijk stuiten op de Engelse suprematie op zee, het voortdurende verzet in Spanje en het door Frankrijk zelf opgeroepen nationalisme in de rest van Europa.

In Frankrijk zelf werd het onderwijs, het gerecht en de administratie hervormd en gecentraliseerd, o.a. door het uitvaardigen van de"Code Civil" en andere wetboeken. Verder werden betrekkingen met de kerk hersteld en de economie gesaneerd. Door al deze successen benoemde hij zichzelf tot consul voor het leven in 1802 en tot keizer voor het leven in 1804.

Slag bij Waterloo, 1815

foto: Doctor Syntax in het publieke domein

Zijn voortdurende oorlogsplannen stuitten echter op steeds meer tegenstand en na een aantal forse nederlagen o.a. in Rusland, werd hij verbannen naar het eiland Elba. In maart 1814 deed hij afstand van de troon. De verbanning duurde slechts 100 dagen en hij keerde als een held terug. Na de nederlaag in de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815 was het echter afgelopen met de"kleine generaal" en begon de restauratie. Napoleon werd door de Engelsen verbannen naar het eiland St. Helena in de Atlantische Oceaan, waar hij de laatste jaren van zijn leven zou doorbrengen en in 1821 stierf.

Restauratie

Na Napoleon werd de monarchie van de Bourbons opnieuw geïnstalleerd en kreeg Frankrijk een nieuwe koning, Lodewijk XVIII, die tot 1824 zou regeren. Het gecentraliseerd bestuur en de wetgeving van de republiek en van het keizerrijk bleven behouden, maar de adel en de geestelijkheid herwonnen hun politiek overwicht ten nadele van de burgerij. De buitenlandse politiek, in het spoor van de Heilige Alliantie, wekte verzet.

Lodewijk XVIII, koning van Frankrijk en Navarra (1814-1824)

foto: Peter d'Aprix, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De inzet van een nieuwe koloniale expansie door de verovering van Algiers (1830) kon daaraan niets verhelpen. De autoritaire machtsgreep van Karel X (1824–1830) beantwoordden de liberalen onmiddellijk met de Juli-revolutie van 1830.

Juli-monarchie

De burgerlijk denkende Lodewijk Filips I van Orléans (1830–1848) trok de weinig populaire maatregelen van zijn voorganger weer in. Hij aanvaardde het, te regeren met een grondwet die de politieke macht in de handen van de bezittende klasse legde. Sinds de economische depressie van 1846 won de republikeinse en socialistische agitatie gedurig veld.

Lodewijk Filips I, koning van Frankrijk (1830-1848) en hertog van Orléans

foto: onbekend in het publieke domein

Toen de conservatief Guizot zich in februari 1848 met geweld wilde verzetten tegen het gevraagde algemeen stemrecht, kwam het volk in beweging. De socialist Louis Blanc en de republikeinen vormden een voorlopig bewind. Ondanks de volksoproeren van mei en juni hielden de burgerlijke republikeinen de bovenhand. Louis-Philippe vluchtte naar Engeland en in Frankrijk werd besloten voorlopig geen nieuw koninkrijk in te stellen maar werd de Tweede Republiek uitgeroepen.

Tweede Republiek

De roep om een sterke man bracht Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte met behulp van de katholieken aan de presidentszetel. Als tegenprestatie werd van hem bevoordeling van de katholieke godsdienst verwacht. Na een conflict met de Wetgevende Kamer over de kieswet ontbond hij op 2 december 1851 deze wet en ging zich bezighouden met een grondwetsherziening waardoor een jaar later op 2 december 1852 het tweede keizerrijk kon worden opgericht en regeerde hij als Napoleon III verder als een absolute vorst. In de Krim-oorlog en de Italiaanse veldtocht werden belangrijke militaire overwinningen behaald die Frankrijk als internationale macht op de kaart zetten.

Napoleon III, president van Franse Republiek van 1848 tot 1852, en als Napoleon III keizer van Frankrijk van 1852 tot 1870

foto: Rama, CC Attribution-Share Alike 2.0 France no changes made

Ook handel en nijverheid bloeiden op. Door de dubbelzinnige houding t.o.v de paus in de Italiaanse vrijheidsoorlog zetten de katholieken zich steeds meer af tegen Napoleon III en was hij sinds 1859 genoodzaakt minder autocratisch te regeren. De vrijhandelsverdragen met Engeland en wat andere landen lokten binnenlands veel kritiek uit en de afgang in Mexico werd ook niet vergeten. Daarentegen werden er wel nieuwe koloniën gesticht in Algerije, Senegambië (nu Senegal en Gambia), Cochin-China en Kambodja in de periode 1858-1867. Ook het gebrek aan daadkracht in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog in 1866 kostte hem veel aanzien. Hij probeerde nog door het leger te reorganiseren en de grondwet te wijzigen zijn gezicht te redden, maar dat lukte al niet meer. Naar aanleiding van de Hohenzollern-kandidatuur voor de Spaanse troon brak de Frans-Duitse Oorlog uit.

Derde Republiek

In deze oorlog werd een zware nederlaag geleden bij Sedan op 1 september 1870 en dit leidde in Parijs tot het uitroepen van de"Derde Republiek" en een verdrag met het Duitse keizerrijk op 10 mei 1871. Hierin werd overeengekomen dat Frankrijk de Elzas en een deel van Lotharingen aan de Duitsers moest afstaan.

In maart 1871 was er ondertussen in Parijs een radicalere gemeenteraad gekozen. Deze zogenaamde"Parijse Commune" kwam in opstand tegen de landelijke overheid, die tropen zond om de hoofdstad te heroveren. Na zes weken stedelijke guerilla-oorlog werd de opstand neergeslagen en zo'n 20.000"communards" doodgeschoten of gedeporteerd. In 1871 werd ook de Nationale Vergadering gekozen waarin de monarchistische meerderheid al snel grote onenigheid kreeg. Als gevolg daarvan werd in 1875 de Derde Republiek grondwettelijk ingericht.

Schilderij van een barricade tijdens de Parijse Commune, 1871, Frankrijk

foto: André Devambezin het publieke domein

In 1876 kregen de republikeinen de meerderheid in de Vergadering en trad de royalistische president Mac-Mahon af. In de laatste twee decennia van de negentiende eeuw stond het regeren in het teken van een aantal grote politieke schandalen, waaronder het handelen in ridderorden (1887), het Panamaschandaal (1892-1893) en natuurlijk de Dreyfuss-affaire (1894-1906).

In de sterk anti-katholieke binnenlandse politiek werd nog eens de scheiding van kerk en staat uitgeroepen. Sociale wetgeving kwam maar mondjesmaat op gang.

De buitenlandse politiek in deze periode stond in het teken van verschillende verdragen met andere grote Europese mogendheden. Zo werd er met Duitsland samengewerkt in diverse Afrikaanse kwesties en na diverse geschillen met de Engelsen werd ook tot hen toenadering gezocht. Door de brutale houding van de Duitse keizer Wilhelm II tekenden Frankrijk en Rusland een tweevoudig verbond in 1892-1894, de zogenaamde Duple Alliantie.

In Noord-Afrika wisten Frankrijk en Italië hun belangen te handhaven waardoor de internationale positie van Frankrijk nog meer verbeterde. Ook met Engeland werden alle koloniale geschillen opgelost in een Entente Cordiale in 1904. Ook de banden met Rusland werden steeds hechter en leidden uiteindelijk tot een Triple Entente met deze twee landen waardoor de positie ten opzichte van Duitsland sterker werd. Hierdoor werd Frankrijk wel min of meer de Eerste Wereldoorlog ingetrokken door het Servische conflict tussen Rusland en Duitsland.

Internationale verdagen die uiteindelijk leiden tot de Eerste Wereldoorlog

afbeelding: Xiaphias, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Tot 1917 was Frankrijk niet erg succesvol in de strijd tegen de Duitsers. Bij de rivier de Marne wisten ze de Duitse opmars te stuiten. Vier jaar lang zou de oorlog zich in loopgraven afspelen en vele miljoenen soldaten en burgers vonden de dood. In november 1917 kwam de regering Clemenceau aan de macht en onder zijn enigszins dictatoriale leiding werd de verdediging van Frankrijk succesvol gereorganiseerd en een jaar later de overwinning op de Duitsers behaald. Op de vredesconferentie van Versailles wilde Clemenceau Duitsland volledig ontkrachten maar dit plan viel niet in goede aarde bij de geallieerden. Wel kreeg Frankrijk Elzas en Lotharingen terug.

Frankrijk leed zware demografische en economische verliezen door de Eerste Wereldoorlog en de regering van de rechtse Nationale Unie had de handen vol aan de relatie met Duitsland en een grote stakingsgolf.

Ook de relatie met de Britten werd steeds moeizamer. In de kwestie van de herstelbetalingen door Duitsland aan Frankrijk namen de Britten een gematigd standpunt in. De Franse regering zocht toenadering tot dat standpunt maar de regering werd daardoor ten val gebracht door de nationalist Poincaré. Deze sloeg door met een eenzijdige bezetting van het Ruhrgebied in januari 1923 om zodoende een oplossing te forceren. De relatie met de Britten kwam nog verder onder druk te staan door de Grieks-Turkse oolog waarin Frankrijk Turkije steunde en Groot-Brittannië achter Griekenland stond. Frankrijk had ondertussen wel een aantal continentale bondgenoten: België, Polen en de kleine entente die bestond uit Tsjechoslowakije, Joegoslavië en Roemenië.

Georges Clemenceau, premier van Frankrijk (1906-1909 en 1917-1920)

foto: P. Alvarez, CC Attribution 4.0 International no changes made

Pas in 1924 werd de relatie met de Britten weer genormaliseerd. De Ruhr-politiek werd teruggedraaid door de nieuwe regering en het Britse Dawesplan met betrekking tot de herstelbetalingen werd geaccepteerd. De regering Briand zorgde voor nog meer aanzien in de wereld door het Pact van Locarno in 1925 en het Briand-Kellogg verdrag in 1928.

Poincaré slaagde er ook in om de precaire financiële problemen te stabiliseren, maar had daarentegen weer te kampen met opstanden in Marokko en Syrië. Voor de verkiezingen viel de Nationale Unie uit elkaar.

Tardieus strenge politiek tegen Duitsland (1932) ondervond Britse kritiek en verbitterde Duitsland. Zo was Frankrijk weer op zijn continentale bondgenootschappen en op een stevige verdediging (Maginotlinie) aangewezen.

De verkiezingen van 1932 werden gewonnen door links, maar de financiële moeilijkheden, de economische achteruitgang en de kritiek op het parlementaire stelsel maakten een stabiele regering onmogelijk. In Parijs zelf werd gevochten door communistische, fascistische en royalistische groepen. Premier Doumergue vormde in februari 1934 een kabinet van nationale signatuur met een oorlogsheld uit de Eerste Wereldoorlog, Philippe Pétain, en Louis Barthou. Hij probeerde het Franse alliantiesysteem te verstevigen, o.a door Italië en Rusland erbij te betrekken. Hij hoopte zo het gevaar Hitler-Duitsland te isoleren na de Poolse opgave van de pro-Fanse politiek, maar werd tijdens zijn poging om Joegoslavië en Italië met elkaar te verzoenen op 9 oktober 1934 vermoord. Niet lang daarna nam premier Doumergue ontslag.

Pierre Paul Henri Gaston Doumergue was president van Frankrijk van 1924 tot 1931

foto: Michel Huhardeaux, CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Zijn opvolger werd Laval, die door zijn deflatiepolitiek zeer onpopulair was. In juli 1935 vormde zich een eenheidsfront tussen communisten, socialisten en radicalen tegen de fascistische groeperingen. Ook de buitenlandse politiek van Barthou was aan veel kritiek onderhevig, o.a. door het Verdrag met Rome dat gesloten werd met Mussolini. In 1936 werden verder het Rijnland door Duitse troepen bezet en werd het Locarnoverdrag opgezegd, waar Frankrijk niets meer aan kon doen, o.a. door gebrek aan steun van de Engelsen.

In juni 1936 kwam de Volksfront-regering van Léon Blum aan de macht. Hij voerde sociale verbeteringen door die echter enorm veel geld kostten en daardoor een sterke inflatie tot gevolg hadden. Daarop werd de Franse Bank en de wapenindustrie onder toezicht gesteld en werd er fors opgetreden tegen fascistische groeperingen. In de Spaanse burgeroorlog bleef Frankrijk samen met Engeland aan de zijlijn staan met een politiek van non-interventie. Het radicale kabinet Daladier hanteerde een scherpe deflatiepolitiek wat stakingen uitlokte maar de economische toestand wel verbeterde.

Léon Blum, premier van Frankrijk (1936-1938)

foto: Anefo in het publieke domein

Internationaal liep Frankrijk in die tijd achter Groot-Brittannië aan. Ex-bondgenoot Tsjecho-Slowakije werd op de Conferentie van München in september 1938 in feite uitgeleverd aan de Duitsers. Na de schending van het Verdrag van München door Duitsland gaven Frankrijk en Groot-Brittannië garanties aan Polen en de Balkanstaten.

Tweede Wereldoorlog

Frankrijk verklaarde Duitsland de oorlog op 3 september 1939, samen met Groot-Brittannië. Dit gebeurde na de Duitse inval in Polen. Op 10 mei 1940 trokken de Duitse troepen Frankrijk binnen en binnen enkele weken stortte de Franse defensie volledig in elkaar. Ook de veel geroemde Maginotlinie bleek niet bestand tegen de Duitse overmacht en het grootste deel van Frankrijk werd door de Duitsers bezet.

Op 22 juni sloot de regering van maarschalk Pétain een wapenstilstand met Duitsland. Pétain was de opvolger van Paul Reynaud, die Daladier als premier was opgevolgd op 20 maart 1940. Twee dagen later werd er ook een wapenstilstand met Italië gesloten dat op 10 juni Frankrijk was binnengevallen. De regering van Pétain vestigde zich in Vichy, dat lag in het onbezette deel van Frankrijk. Nadat de geallieerden geland waren in Noord-Afrika in november 1942 breidden de Duitsers hun bezetting over geheel Frankrijk uit.

Maarschalk Philippe Pétain schudt de hand van Adolf Hitler

foto: Heinrich Hoffman, Commons:Bundesarchiv; Attribution: Bundesarchiv, Bild 183-J28036 | Foto: Jäger, Oktober 1944

Ex-premier Laval had inmiddels de feitelijke leiding van de regering te Vichy overgenomen van Pétain en hij streefde naar samenwerking met de Duitsers. De plaatsvervanger van Pétain, admiraal Darlan, sloot zich in november 1942 bij de geallieerden aan. Pétain collaboreerde in feite met de Duitsers. Buiten Frankrijk zette de naar Engeland uitgeweken generaal Charles de Gaulle met een kleine groep"vrije Fransen" de strijd tegen de Duitsers voort. In Frankrijk zelf ontstonden verschillende verzetsbewegingen, die vanaf mei 1943 samenwerkten in het Conseil National dela Résistance.

In juni 1944 landde een geweldig geallieerd invasieleger op de kust van Normandië en van de Provence in het zuiden. De Duitsers konden de opmars van de geallieerden niet stuiten. September 1944 was bijna geheel Frankrijk bevrijd en op 8 mei 1945 verklaarde Duitsland zich in Reims akkoord met de onvoorwaardelijke overgave.

De Gaulle werd in 1943 hoofd van een Frans nationaal bevrijdingscomité en keerde bij de bevrijding in augustus 1944 terug als hoofd van een voorlopige regering. Deze regering steunde op de progressieve katholieke MRP (Mouvement Républicain Populaire), de socialisten en de communisten. De Fransen die met de Duitsers hadden samengewerkt, werden gestraft. Pétain werd ter dood veroordeeld (door De Gaulle in levenslang gewijzigd) en Laval werd gefusilleerd. In januari 1946 trok De Gaulle zich uit de regering terug.

Charles de Gaulle, 18e president van de Franse republiek (1959-1969)

foto: Bundesarchiv, B 145 Bild-F010324-0002 / Steiner, Egon / CC-BY-SA 3.0 no changes made

Vierde Republiek

In oktober 1946 werd bij een volksstemming de nieuwe grondwet goedgekeurd en de socialist Vincent Auriol werd in januari 1947 de eerste president van de Vierde Republiek. De periode na de Tweede Wereldoorlog werd gekenmerkt door een combinatie van grote politieke instabiliteit en gunstige economische ontwikkelingen.

In snel tempo volgden de kabinetten elkaar op en een aantal belangrijke premiers uit die tijd waren Georges Bidault, Robert Schuman, Antoine Pinay en de radicaal Mendès-France. Hij was het die de beslissing nam om tot een wapenstilstand in de oorlog in Indo-China te komen.

Pierre Mendès France, premier van Frankrijk (1954-1955)

foto: onbekend CCAttribution-Share Alike 3.0 Netherlands no changes made

Nadat de rechtse partijen korte tijd hun aantrekkingskracht hadden verloren, herstelden de conservatieven zich na de oorlog al snel. Begin jaren vijftig organiseerde Pierre Poujade de ontevreden middenstand en ambachtslieden, waarmee het georganiseerde rechtse volksprotest zijn herintrede deed in de Franse politiek.

De Gaulle, die zich tegen de nieuwe grondwet had gekant wegens de zijns inziens te zwakke positie van de uitvoerende macht tegenover het parlement, richtte in 1947 een eigen partij op, de Rassemblement du Peuple Français. De dekolonisatie bracht ten slotte de ondergang van de Vierde Republiek. In Algerije was in 1954 verzet tegen het Franse bewind ontstaan. Uit vrees voor mogelijke onderhandelingen met de Algerijnse nationalisten vormden Fransen in Algerije met steun van het leger op 13 mei 1958 een revolutionair"comité de salut public", dat een regering onder De Gaulle bepleitte. Om een burgeroorlog te voorkomen gaf president Coty (die in 1954 Auriol was opgevolgd) de opdracht om een kabinet te formeren aan De Gaulle, die behalve van de rechtse partijen ook steun kreeg van de MRP en een deel van de radicalen en de socialisten (1 juni 1958).

Al ging de Vierde Republiek uiteindelijk aan haar eigen instabiliteit ten onder, op het Europese vlak initieerde zij vele integratieplannen (Kolen- en Staalgemeenschap, Defensiegemeenschap) die de stabiliteit in Europa moesten bevorderen. Deze plannen kunnen echter niet los gezien worden van de naoorlogse Duitslandpolitiek, waarmee Frankrijk poogde om de Bondsrepubliek Duitsland onder controle te krijgen door het te integreren in West-Europa.

Vijfde Republiek

Nu hij aan de macht was gekomen zette De Gaulle zijn plannen voor staatkundige hervormingen door. Op 28 september 1958 stemde meer dan 80% van de kiezers voor de nieuwe grondwet die de president veel macht en gezag gaf. Bovendien kreeg de nieuwe gaullistische partij Union pour la Novelle République de grootste fractie in de nationale vergadering. De Gaulle zelf werd op 8 januari als president geïnstalleerd, met Michel Debré als premier die in 1962 werd opgevolgd door de latere president Georges Pompidou.

Michel Jean-Pierre Debré was de eerste premier van de vijfde Franse republiek

foto: Eric Koch / Anefo in het publieke domein

Door de situatie in Algerije kwamen rechtse politici en militairen in opstand. Deze staatsgreep in de Algerijnse hoofdstad Algiers op 22 april 1961 mislukte echter. Op 8 april 1962 sprak meer dan 90% van de bevolking zich in een referendum uit voor de onafhankelijkheid van Algerije. Uiteindelijk werd Algerije na een bloedige koloniale oorlog onafhankelijk na een grondwetswijziging op 28 oktober 1962. Na verkiezingen in maart 1967 behielden de Gaullisten met hun bondgenoten nog een krappe meerderheid; de ambtstermijn van De Gaulle was in december 1965 met zeven jaar verlengd.

De periode De Gaulle werd in het algemeen gekenmerkt door het herstel van Frankrijks positie als een onafhankelijk en invloedrijk land tussen de grote naties van de wereld. Bovendien wilde De Gaulle uiteindelijk een groot Europa van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral en daarvoor was het nodig dat de invloed van de Verenigde Staten teruggedrongen werd. Als gevolg van deze stelling onttrok Frankrijk zijn troepen in 1966 aan het gezag van de Navo en alle Navo-bases werden ontruimd. Ook wilde men een kernmacht worden en ondertekenden daarom niet het non-proliferatieverdrag. Groot-Brittannië werd tot tweemaal toe uit de EEG geweerd, maar de betrekkingen met Duitsland werden wel genormaliseerd, en ook die met Rusland en andere Oost-Europese landen. Met de Arabische landen konden de Fransen het goed vinden maar dat had weer zijn weerslag op de relatie met Israel. Onder studenten en arbeiders ontstond in de tweede helft van de jaren zestig ontevredenheid over het beleid van de regering. In mei 1968 brak in Parijs de befaamde opstand uit die slechts een maand zou duren na toezeggingen voor loonsverhogingen voor de arbeiders.

Parijse studentenrevolte in mei 1968

foto:André Cros CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bij de in juni gehouden verkiezingen boekten de Gaullisten grote winst en vormden een front tegen de socialisten samen met de onafhankelijke republikeinen en andere onafhankelijken.

Jaren zeventig en tachtig 20e eeuw

In april 1969 trad De Gaulle af omdat zijn voorstellen met betrekking tot hervormingen waren verworpen, o.a. over een nieuwe regionale indeling. De presidentsverkiezingen brachten een overwinning voor de gaullist Georges Pompidou. Op binnenlands terrein streefde Pompidou naar een snelle industrialisatie, in de buitenlandse politiek volgde hij de lijn-De Gaulle, hoewel minder star. Zo gaf hij zijn medewerking bij de toetreding van Engeland tot de EEG en nam vaker positieve standpunten in tijdens Navo-vergaderingen.

Georges Pompidou, 19e president van Frankrijk (1969-1974)

foto: Eric Koch / Anefo, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De parlementsverkiezingen van maart 1973 werden gewonnen door de samenwerkende socialisten en communisten, maar de regeringspartijen behielden de meerderheid. Links vormde ook een coalitie bij de dood van Pompidou (2 april 1974) en de daarop volgende presidentsverkiezingen. Deze werden in mei 1974 gewonnen door de minister van Financiën en Economie, de onafhankelijke republikein Giscard d'Estaing.

Hij versloeg met zeer klein verschil de socialistische leider François Mitterrand. De gaullisten hadden op dat moment geen nieuwe kandidaat voor het presidentschap en gaven daarom hun steun aan de republikein Giscard. Jacques Chirac werd premier van een kabinet van gaullisten en republikeinen. In 1976 ontsloeg de president Chirac en benoemde Raymond Barre tot premier.

Onder Giscard werd het door zijn directe voorgangers gevoerde beleid in grote lijnen voortgezet. In de buitenlandse politiek bleef het streven naar een sterk, door Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland beheerst Europa, onafhankelijk van de Verenigde Staten, gehandhaafd, evenals de pro-Arabische houding in het Midden-Oosten.

Valéry Marie René Georges Giscard d'Estaing, 20e president van Frankrijk (1974-1981)

foto: President (1977-1981 : Carter). White House Staff Photographers. (01/20/1977 - 01/20/1981) publiek domein

In voormalig Frans-Afrika bleef Frankrijk vertegenwoordigd door de aanwezigheid van militaire troepen en adviseurs, terwijl de financieel-economische invloed nog werd vergroot. In het binnenland had Giscard te maken met o.m. separatistische bewegingen op Corsica en in Bretagne. Mei 1981 werd Giscard verrassend verslagen door de socialistische presidentskandidaat François Mitterrand. Hij werd de eerste socialistische president van het land sinds de instelling van de Vijfde republiek in 1958.

Na de parlementsverkiezingen in juni kwam er een regering van socialisten (PS) en communisten (PCF) onder P. Mauroy, die probeerden om via nationalisaties de Franse economie te verbeteren. Door tegenvallende resultaten werd men in juni 1982 al gedwongen om het progressieve economische beleid af te zwakken. Onder L. Fabius maakten de communisten niet langer deel uit van de regering. Nadat UDF–RPR onder aanvoering van Jacques Chirac (RPR) in maart 1986 de parlementsverkiezingen hadden gewonnen werd de Vijfde Republiek geconfronteerd met een in de geschiedenis van Frankrijk onbekende staatkundige variant, de"cohabitation": een premier en een president van verschillende politieke kleur.

Nadat Mitterrand in mei 1988 opnieuw de presidentsverkiezingen had gewonnen van Chirac, kwam er na de parlementsverkiezingen van juni 1988 opnieuw een socialistische regering onder leiding van M. Rocard.

François Mitterand, 21e president van Frankrijk (1995-2007)

foto: Rob Croes / Anefo in het publieke domein

In de jaren tachtig vielen vooral op: het kleiner worden van de electorale basis van de communistische partij en haar politieke invloed, de opkomst van extreem-rechts in de vorm van het Front National van Jean-Marie Le Pen en de opkomst van de Groenen, Les Verts, die sinds juni 1989 vertegenwoordigd zijn in het Europees Parlement.

Jaren negentig 20e eeuw

In 1991 werd voor het eerst een vrouw premier van Frankrijk, Édith Cresson. Impopulaire maatregelen, o.a. premie- en belastingverhogingen, waren fnuikend voor haar populariteit en zij werd al in april 1992 opgevolgd door Pierre Bérégovoy. Deze trad als premier terug na de socialistische nederlaag bij de verkiezingen van 12 maart 1993 en werd opgevolgd door Édouard Balladur. In mei pleegde de teleurgestelde Bérégovoy zelfmoord, mede naar aanleiding van het mislukken van zijn economisch programma. De slechte economische situatie leidde in juli 1993 tot aanvallen door speculanten op de Franse franc. Het gevolg was dat de Franse franc in feite het Europees Monetair Stelsel moest verlaten.

De regering-Balladur kreeg in 1994 te maken met talrijke corruptieschandalen die enkele ministers tot aftreden dwongen.

Édouard Balladur, premier van Frankrijk (1993-1995)

foto: Dutch National Archives CC Attribution-Share Alike 3.0 Netherlands no changes made

Bij de presidentsverkiezingen van mei 1995 liet Jacques Chirac, leider van de gaullistische RPR en burgemeester van Parijs, eerst zijn partijgenoot Balladur achter zich en won in de tweede ronde ook van de socialistische kandidaat Lionel Jospin. Jean-Marie Le Pen van het extreem-rechtse Front National verwierf 15% van de stemmen. Na aanvankelijk enige van Chiracs verkiezingsbeloften te hebben ingelost, daalde de populariteit van premier Juppé, die een straf bezuinigingsbeleid voorstond, snel.

Een golf van stakingen legde eind 1995 het openbare leven lam en ook in oktober en november 1996 kwam het tot massale stakingen bij de spoorwegen, in de luchtvaart, het onderwijs en andere overheidsdiensten. Vrachtwagenchauffeurs gingen over tot blokkades ter verbetering van hun arbeidsvoorwaarden, aan welke eis de regering gedeeltelijk tegemoetkwam. Intussen daalde de economische groei en bereikte de werkloosheid een naoorlogs record.

In 1995 werd Parijs opgeschrikt door een aantal terroristische aanslagen van de Algerijnse fundamentalistische-islamitische organisatie GIA en op Corsica vond in 1995 en 1996 een groot aantal bomaanslagen plaats door verschillende nationalistische bewegingen.

Begin januari 1996 overleed oud-president François Mitterrand. Bij gemeenteraadsverkiezingen in februari 1997 in het Zuid-Franse stadje Vitrolles behaalde het Front National een absolute overwinning, waarmee de vierde Zuid-Franse stad in handen viel van extreem-rechts, terwijl Nice wordt bestuurd door een geestverwant van Le Pen.

Jean-Marie Le Pen, voorzitter Front National (1972-2011)

foto: Kenji-Baptiste OIKAWA, CCAttribution 3.0 Unported no changes made

In het voorjaar van 1997 schreef president Chirac vervroegde verkiezingen uit in de hoop de positie van de regering-Juppé te versterken. In twee verkiezingsronden behaalden de socialisten onder leiding van Jospin en hun bondgenoten op 1 juni een grote overwinning en kwamen met 282 van de 577 zetels in de Nationale Vergadering.

In 1995 lokten Franse kernproeven op het atol Mururoa in de Stille Zuidzee felle protesten uit vooral van Australië, Nieuw-Zeeland en Japan. Na de proeven ondertekende Frankrijk begin 1996 het Verdrag van Rarotonga voor een kernwapenvrije zone in de Stille Zuidzee. In juni 1996 maakte minister van Defensie Millon op een halfjaarlijkse vergadering van zijn NAVO-collega’s in Brussel bekend dat Frankrijk wilde meewerken aan een"nieuwe" NAVO met een aparte Europese defensie-identiteit.

In de aanloop naar de Europese top in Dublin van december 1996 ontstond onenigheid tussen Frankrijk en Duitsland over het stabiliteitspact, dat na inwerkingtreding van de EMU moet zorgen voor begrotingsdiscipline bij de deelnemende landen. Parijs pleitte voor meer politieke vrijheid: ruimere marges en minder autonomie voor de Europese Centrale Bank.

Met de vervroegde parlementsverkiezingen van mei/juni 1997 beoogde president Chirac extra tijd te creëren om, zo nodig, pijnlijke maatregelen uit te voeren die nodig waren om te voldoen aan de criteria voor deelname aan de EMU. Chirac gokte en verloor: winnaar werd de Socialistische Partij (PS) onder leiding van Lionel Jospin, die een coalitie vormde met de communisten (PCF) en de Groenen.

Lionel Jospin, premier van Frankijk, 1997-2002

foto: User:EdouardHue, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De populariteit van de nieuwe coalitieregering–Jospin was aanvankelijk groot, maar werd al spoedig op de proef gesteld door onder meer verzet van de vakbonden tegen saneringen in de sociale voorzieningen en dat van middelbare scholieren die in oktober 1998 massaal de straat opgingen om meer middelen voor het secundair onderwijs te eisen.

De invoering van een 35-urige werkweek in 1998 om meer arbeidsplaatsen te scheppen, deed de relatie tussen regering en werkgevers geen goed en in 1999 werd de positie van Jospin verder verzwakt toen minister van Financiën Dominique Strauss-Kahn, na Jospin de machtigste man in de regering, op 2 november zijn aftreden bekendmaakte, nadat hij van corruptie was beschuldigd.

21e eeuw

In september 2000 spraken de Franse kiezers zich uit voor een grondwetswijziging waarmee de presidentiële ambtstermijn werd teruggebracht van zeven naar vijf jaar; 73% was voor de wijziging. In 2002 is parlementair rechts aan de macht gekomen na verrassend verlopen Presidentsverkiezingen, waarin extreem rechts in de eerste ronde er in slaagde de socialistische presidentskandidaat Jospin uit te schakelen. Het gevolg was brede steun voor de herverkiezing van President Chirac die Le Pen als kandidaat voor het Front National tegenover zich zag.

Jean-Pierre Raffarin, premier van Frankrijk (2002-2005)

foto: Claude TRUONG-NGOC, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De regering en de door President Chirac benoemde eerste minister Jean-Pierre Raffarin ging - gezien de omstandigheden - voorzichtig aan het werk, volgens sommigen commentatoren zelfs te voorzichtig. Men wilde ten koste van alles de sociale rust handhaven omdat die essentieel werd geacht voor het handhaven van het consumentenvertrouwen en daarmee de werkgelegenheid. Noodzakelijke hervormingen, zoals belastinghervorming (in Frankrijk wordt nog steeds geen belasting aan de bron geheven) en liberalisering/privatisering van semi-overheidsbedrijven en hervorming van het gezondheidswezen, werden voor zich uit geschoven. In plaats daarvan concentreerde de regering zich op thema's als decentralisatie, veiligheid op straat en verhoging van de defensie-uitgaven. Toch werd het eerste jaar van de regering Raffarin voor de zomer van 2003 met een relatief positieve balans afgesloten. Successen werden met name geboekt bij de aanpak van de criminaliteit (minder misdaad) en de verkeersproblematiek (minder verkeersslachtoffers).

In de zomer van 2003 begon het tij te keren. In juli werd het regeringsvoorstel voor een institutionele hervorming voor Corsica met bijna 51 procent nee stemmen verworpen. Hierdoor kwam de decentralisatiewetgeving van de regering onder grotere druk te staan. Ook kwam er onverwacht veel verzet vanuit de bevolking tegen de wijzigingen van het pensioenstelsel, tegen het decentraal werven van ondersteunend personeel in de onderwijssector in het kader van het decentralisatiebeleid en tegen het aanscherpen van de uitkeringscriteria voor werknemers in de theater- en festivalwereld. Daarboven op kwam de catastrofaal verlopen hittegolf in augustus 2003 die meer dan 15000 slachtoffers eiste.

Daarna kwam de regering wat zijn populariteit betrof in een vrije val terecht: de pers sprak over het begin van het einde. Hoewel het er begin 2004 even op leek dat de regering vertrouwen terug won - onder meer vanwege de harde opstelling ten faveure van het niet confessionele karakter van de Franse staat (verbod van het islamitische hoofddoekje) - kreeg dit geen vertaling bij de regionale verkiezingen van 21 en 28 maart 2004. Links kreeg 13 procentpunten meer dan rechts (50,3 tegen 36,8 procent). Links kwam in alle regio's (ook de tot dan toe onneembare bolwerken van rechts) aan de macht. Met uitzondering van de Elzas en Corsica. Als gevolg werd een deel van de regeringsploeg vervangen en trad de regering Raffarin III aan.

In een televisietoespraak had President Chirac de vernieuwde regering Raffarin III geplaatst in het kader van de noodzaak van structurele hervormingen in Frankrijk. Hervormingen en sociale rechtvaardigheid dienden hand in hand te gaan. Frankrijk diende, aldus de president, een echte sociale dialoog voeren. Hervormingen dienen liefst breed gedragen te worden. Tegelijk dienen de staatsfinanciën te worden gesaneerd. De regeringsverklaring Raffarin III was in lijn met de wensen van de president.

Op zondag 29 mei 2005 heeft het Franse volk zich middels een referendum massaal uitgesproken tegen het Grondwettelijk Verdrag voor de Europese Unie. Chirac heeft hierop Dominique de Villepin tot premier benoemd en Nicolas Sarkozy als ‘ministre d’Etat’ (daarmee protocollair de nummer twee in de regering) herbenoemd in de functie van minister van Binnenlandse Zaken. Op voordracht van De Villepin is het regeringsteam drastisch hervormd en in omvang sterk gereduceerd (alle staatssecretarissen zijn geschrapt).

Dominique de Villepin, premier van Frankrijk (2005-2007)

foto: Georges Seguin (Okki), CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Op 9 juni 2005 legde premier De Villepin de regeringsverklaring af in de Assemblee. De aangekondigde maatregelen hadden met name betrekking op het sociaal-economisch beleid:"Frankrijk weer aan het werk helpen" was de centrale boodschap.

De kosten van het maatregelenpakket worden geschat op 4,5 miljard euro. De verlaging van de inkomstenbelasting die in 2006 zou worden doorgevoerd (aankondiging van President Chirac van juli 2004) wordt voorlopig opgeschort.

De Villepin zal het werkgelegenheidspakket niet via wetten, maar via ‘ordonnances’ doorvoeren. Hij omzeilt daarmee lange procedures (en amendementen) in het Parlement. Oppositie verzette zich uiteraard stevig tegen deze vermeende ‘autoritaire’ bestuursvorm.

In de Franse pers wordt gesproken over de “nadagen van Chirac”. Er is sprake van duidelijke onrust binnen de regeringspartij UMP. De jongere generatie van rechtse politici wil voorkomen dat links in 2007 het Elysée weer overneemt en tracht daarom in de UMP het roer meer in eigen handen te nemen. Ook herinnert men aan het feit dat de UMP geacht was een doorbraakpartij te zijn, met allerlei stromingen en dus niet alleen Gaullisten of Chirac aanhangers. Achter dit streven naar herstel van de bloedgroepen kan men de opening van de eerste schermutselingen over de opvolging van Chirac zien. De benoeming van De Villepin in combinatie met Sarkozy, beide zeer ambitieus en mogelijk in de race voor het volgende presidentschap, roept vragen op over de teamgeest van de nieuwe regering.

Ook de socialisten zijn door de afwijzing van het Grondwettelijk Verdrag zwaar aangeslagen. Hoewel de officiële partijlijn steun voor het verdrag voorschreef, leidde de tweede man van de PS, Laurent Fabius, een actieve nee-campagne. Na het Franse ‘neen’ restte partijleider François Hollande dan ook geen andere keuze dan Fabius als lid van het bestuur te royeren. De verdeeldheid binnen de PS is nu aanzienlijk. Het partijcongres van de PS is een half jaar vervroegd naar het najaar van 2005 teneinde de brokstukken te repareren voordat de campagne voor de presidentsverkiezingen van 2007 van start gaat.

Sinds 16 mei 2007 is Nicolas Sarkozy president. De president heeft een relatief grote macht, doordat hij staatshoofd en regeringsleider is. In juli 2008 krijgt Frankrijk voor een half jaar het voorzitterschap van de Europese Unie. In oktober 2008 wordt de omvang van de kredietcrisis merkbaar en in februari 2009 pompt de overheid miljarden in de economie. In maart 2010 leiden de regeringspartijen een groot verlies bij regionale verkiezingen. In juni 2010 kondigt de regering drastische bezuinigingen aan om de staatsschuld te verlagen.

Nicolas Sarkozy, 23e president van Frankrijk (2007-2012)

foto: Richard Pichet, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Na de Nationale Vergadering van Frankrijk stemde in september 2010 ook de Senaat in Frankrijk in met het boerkaverbod. Wanneer de wet van kracht wordt, wordt alle gezichtsbedekkende kleding verboden in openbare ruimtes. Vrouwen die op straat of in openbare ruimten gezichtsverhullende kleding dragen, kunnen volgens de wet een boete krijgen van 150 euro. In mei 2012 treedt de socialist Francois Hollande aan als nieuwe president. In 2013 stuurt Frankrijk een interventiemacht naar de voormalige kolonie Mali.

In maart 2014 wordt Manuel Valls de nieuwe premier, na een opmars van het Front Nationaal. Ook bij de Europese verkiezingen in mei 2014 wint het front nationaal.

Eind 2014 stijgt de werkloodsheid tot recordhoogte. Het jaar 2015 staat in het teken van terroristische aanslagen op Frans grondgebied door Islamitische Staat. In januari vallen 17 slachtoffers, voornamelijk medewerkers van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. In november zijn er 130 doden te betreuren bij diverse aanvallen in Parijs. In februari 2016 begint de opruiming van de"jungle" van Calais, dat is een groot kamp met illegalen die de oversteek naar Groot-Brittanië willen maken.

Op 14 juli 2016 slaat Islamitische Staat opnieuw toe, een vrachtwagen rijdt in op een menigte tijdens de nationale feestdag met meer dan 80 doden tot gevolg. In mei 2017 wint de kandidaat van het centrum Emaunuel Macron de Franse presidentsverkiezingen van de ultrarechtse Marine Le Pen. Zijn beweging La Republique en Marche wint vervolgens in juni bij parlementsverkiezingen de absolute meerderheid.

Emmanuel Macron, 25e president van Frankrijk

foto: Kremlin.ru, CCAttribution 4.0 International no changes made

Eind 2018 vinden grote landelijke"gele hesjes" protesten plaats tegen pogingen om het gebruik van fossiele brandstoffen te beteugelen door middel van prijsstijgingen die gewelddadig worden, wat aanleiding geeft tot aanpassingen door de regering. De protesten gaan door in 2019. In juli 2020 benoemt president Macron Jean Castex tot premier, nadat Edouard Philippe ontslag nam na een slechte uitslag voor de regerende La République En Marche! partij bij lokale verkiezingen. In Conflans-Sainte-Honorine, een voorstad ten noordwesten van Parijs, werd op straat een geschiedenisleraar die kort daarvoor in de klas karikaturen van de profeet Mohammed liet zien onthoofd. De achttienjarige Tsjetsjeense dader werd door de politie doodgeschoten.

Jean Castex, premier van Frankrijk sinds 1 juli 2020

foto: Florian DAVID, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bevolking

De bevolking in Jura telt ongeveer 270.000 inwoners. Dit komt neer op een bevolkingsdichtheid van 53 inwoners per vierkante kilometer. Jura is daarmee een dunbevolkte streek.

Taal

De officiële taal is het Frans, daarnaast wordt door minderheden Bretons (Bretagne) gesproken, Occitaans (het zuiden), Baskisch (in de westelijke Pyreneeën), Duits (Elzas-Lotharingen), Nederlands (Frans Vlaanderen), Catalaans (Roussillon), Italiaans (rond Nice), Corsicaans (op Corsica).

De Franse taal is een Romaanse taal die door ca. 100 miljoen mensen als moedertaal wordt gesproken, waarvan ca. 60 miljoen in Frankrijk. Frans wordt verder nog gesproken in België beneden de lijn Wezet-Moeskroen en Brussel, in Zwitserland (Suisse romande), Italië (Valle d'Aosta), Haïti en Canada (Quebec), en die, naast de moedertaal, in vele voormalige Franse koloniën als taal van bestuur en administratie wordt gehanteerd. Het Frans is de voortzetting van het vulgair Latijn, dat door de Romeinse veroveraars in Gallia Transalpina werd ingevoerd (58–50 v.C.) en zich daar ontwikkelde.

Regio's in de wereld waar Frans of Franse dialecten gesproken worden

afbeelding: Jonatan argento, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De geschiedenis van het Frans begint op het moment waarop men zich door de Karolingische renaissance, die de studie van het klassieke Latijn deed herleven, bewust werd van een kloof tussen het Latijn, taal van bestuur, rechtspraak en godsdienst, en de omgangstaal. Hiervan getuigt onder meer een besluit van het concilie van Tours (813), dat voortaan in de volkstaal ("lingua romana rustica") gepreekt moest worden. In de geschiedenis van het Frans zijn globaal drie perioden te onderscheiden: het Oud-Frans (begin 9de – begin 14de eeuw), het Middel-Frans (begin 14de – begin 17de eeuw) en het moderne Frans (begin 17de eeuw – heden).

Frans 4-delig woordenboek uit 1889

foto: LPLT / Wikimedia Commons, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Franse taal bestond oorspronkelijk uit door de Romeinen ingevoerde Latijnse woorden, aangevuld met woorden van Keltische en Frankische afkomst. Bij deze"volkswoorden" zijn vanaf de 12e eeuw de ontleningen aan het Latijn, de"geleerde" woorden, gekomen. In de 16e eeuw werden er ook veel woorden aan het Italiaans ontleend. Ook aan het Nederlands zijn vele woorden ontleend en sinds de 18e eeuw ook aan het Engels.

Vooral de afgelopen decennia is veel ontleend aan het Engels op het gebied van techniek, sport, mode, en dergelijke, waardoor de spottende term Franglais is ontstaan. Franse puristen verzetten zich tegen deze"invasie" van vreemde woorden.

Godsdienst

De Franse bevolking is voor ca. 80% rooms-katholiek (ca. 48 miljoen), voor 4,5% overwegend soennitisch islamitisch (ca. 4 miljoen) en verder zijn er kleine minderheden van protestanten (ca. 950.000), joden (ca. 700.000; de grootste Joodse gemeenschap in Europa) en Armeens-christelijken. Sinds de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 door Lodewijk XIV was het katholicisme staatsgodsdienst.

Sinds de scheiding van kerk en staat in 1905 heeft de staat geen enkele bemoeienis meer met de Kerk. De rooms-katholieke kerk heeft in Frankrijk achttien kerkprovincies en in totaal 95 bisdommen. Aan het hoofd van de kerkprovincies staat de aartsbisschop van Lyon.

Philippe Barbarin, aartsbisschop van Lyon sinds 2002

foto: MEDE,F CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Na de Bartholomeusnacht (1572) was de kracht van het protestantisme in Frankrijk gebroken. Pas door de wet van 1802 werden de protestantse kerken erkend. De voornaamste protestantse kerkgenootschappen zijn: de Église Réformée de France, de Église de la Confession d'Augsburg d'Alsace et de Lorraine, de Église évangélique luthérienne en de Église réformée d'Alsace et de Lorraine.

Sinds 1905 is er een federatie van protestantse kerken die bestaat uit gereformeerden, lutheranen, baptisten, methodisten en vrije kerken: de Fédération protestante de France.

Protestantse theologische faculteiten voor de opleiding van predikanten zijn gevestigd te Aix-en-Provence, Montpellier, Parijs en Straatsburg; de laatste twee zijn interconfessionele faculteiten. Ondanks het relatief kleine aantal is de invloed van de protestanten in Frankrijk vrij groot.

Notre-Dame de Paris is een in vroeggotische stijl opgetrokken kathedraal

foto: Madhurantakam, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Samenleving

Staatsinrichting

Volgens de grondwet van 1958 is Frankrijk een parlementaire republiek waarvan de president als staatshoofd uitgebreide volmachten heeft. De president wordt sinds 1962 door het volk bij algemeen stemrecht rechtstreeks voor zeven jaar gekozen. In 2002 zal de president van Frankrijk voor de duur van vijf jaar worden gekozen in plaats van de huidige zeven jaar.

De president vaardigt de door het parlement of door het volk (in geval van een referendum) aangenomen wetten uit, tekent de besluiten van de ministerraad die hij voorzit, benoemt de premier en kan in geval van nood het geheel van de wetgevende en uitvoerende macht tot zich trekken en de ontbinding van de Nationale Vergadering uitspreken.

Tekst grondwet van Frankrijk

foto: Erasoft24 in het publieke domein

De president kan zelfs desgewenst de premier vervangen, behalve wanneer er in het landsbestuur sprake is van een zogenaamde"cohabitation". Dit komt alleen voor wanneer de samenstelling van de Nationale Assemblée zodanig is dat de president gedwongen is een premier van een andere politieke kleur dan de zijne aan te stellen. Na de verkiezingen van 1 juni 1997 ontstond deze situatie toen de neogaullistische president Chirac het land bestuurde samen met een kabinet en een premier Jospin, die van linkse signatuur waren. De samenwerking tussen Chirac en Jospin verliep de eerste vier jaar trouwens vrij soepel.

De regering, aangevoerd door de premier, wordt voorgesteld en benoemd door de president. De regering bepaalt en geeft uitvoering aan de algemene politiek van het land en is verantwoording verschuldigd aan de Nationale Vergadering.

De wetgevende macht wordt uitgeoefend door het parlement, dat uit twee kamers bestaat. De Nationale Vergadering (Assemblée Nationale) telt 577 leden waarvan 22 uit de overzeese departementen en gebiedsdelen. De Assemblée wordt voor vijf jaar gekozen via een districtenstelsel. De senaat wordt in hoofdzaak gekozen door de leden van de"conseils généraux", de departementale raden, en door de gemeenteraden.

De senaat heeft veel minder bevoegdheden dan de Assemblée en telt 321 leden waarvan 12 vertegenwoordigers van de Fransen in het buitenland en 13 voor de overzeese departementen en gebiedsdelen. De senaatsleden worden voor negen jaar gekozen en elke drie jaar wordt de senaat voor een derde vernieuwd. De voorzitter van de senaat is na de president de hoogste ambtsdrager van het land.

De Assemblée Nationale is gevestigd in Palais Bourbon

foto: David.Monniaux, CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Alle Franse staatsburgers van 18 jaar en ouder hebben stemrecht en om gekozen te worden voor de Assemblée moet men minimaal 23 jaar zijn en voor de senaat 35 jaar. Vrouwen hebben pas sinds 1944 kiesrecht.

Kamer- en presidentsverkiezingen voltrekken zich in twee ronden. Wanneer de kandidaat in de eerste ronde van de kamerverkiezingen meer dan 50% van de stemmen in zijn kiesdistrict weet te behalen, is hij direct gekozen. Slaagt hij daarin niet, dan volgt een tweede ronde waarin een enkelvoudige meerderheid voldoende is. Voorwaarde bij de parlementsverkiezingen is dat de kandidaat in de eerste ronde ten minste 12,5% van de stemmen heeft behaald.

Bij de presidentsverkiezingen kunnen alleen twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald tijdens de eerste ronde, meedoen aan de tweede ronde. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Vergaderzaal van de Nationale Vergadering

foto: Richard Ying et Tangui Morlier CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Administratieve indeling

De Franse staat telt 22 regio's, die verdeeld zijn in 96 departementen. Het land kent verder: vier overzeese departementen, de"Départements d'Outre-Mer" (DOM): Frans Guyana, Guadeloupe, Martinique en Réunion; drie overzeese gebiedsdelen, de ‘Territoires d'Outre-Mer’ (TOM): Frans Polynesië, de Wallis en Futuna-eilanden en Nieuw Caledonië; de twee overzeese ‘collectivités territoriales’ Mayotte en St-Pierre-en-Miquelon en enkele gebieden op de zuidpool,"Les Terres Australes et Antarctiques Françaises (TAAF). De prefet staat aan het hoofd van iedere regio en ieder departement en is de vertegenwoordiger van de regering en van iedere afzonderlijke minister.

Regio's van Franrijk

afbeelding: Mightymights, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De departementen zijn verdeeld in arrondissementen (325), met aan het hoofd een sous-prefet; de arrondissementen zijn verdeeld in kantons (3714) en deze op hun beurt in 36.433 gemeenten. Ca. 90% van de gemeenten telt minder dan 2000 inwoners. De arrondissementen en kantons hebben slechts administratieve betekenis.

De Unie van het Corsicaanse volk (Union du Peuple Corse) strijdt al jaren voor onafhankelijkheid van het eiland en heeft vele honderden bomaanslagen op har naam staan. De regio Corsica heeft sinds 1981 een aparte status, een zekere mate van zelfbestuur. De bomaanslagen namen toen tijdelijk af maar in 1982 werden er meer dan 800 aanslagen gepleegd.

Onderwijs

Kleuter- en basisonderwijs

Frankrijk heeft een lange traditie van kleuteronderwijs. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het percentage Franse kinderen dat kleuterscholen (écoles maternelles) bezoekt hoger ligt da in alle andere EG-landen (België uitgezonderd), en bedraagt ca. 32% voor tweejarigen en 100% voor vijfjarigen.

Het kleuteronderwijs is niet verplicht en in openbare scholen (85% van alle scholen) gratis. De overige 15% zijn scholen voor bijzondere of niet-openbaar (particulier) onderwijs die worden gesubsidieerd door de staat en/of regio, en/of bijdragen ontvangen van de gezinnen.

Basisschool Roissy-en-France

foto: Antony-22, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het onderwijs is verplicht voor kinderen van 6 tot 16 jaar. Deze verplichting heeft betrekking op het basisonderwijs (école élémentaire) en de eerste cyclus van het secundair onderwijs (collège). De meeste leerlingen sluiten het vier jaar durende collège op hun 15e jaar af en moeten daarna nog minstens één jaar naar school in het algemeen vormend technisch of beroepsonderwijs.

Het basisonderwijs, ingericht en beheerd door de gemeenten, duurt vijf jaar en wordt gevolgd door kinderen van 6 tot 11 jaar. De vijf leerjaren omvatten twee cycli: de eerste cyclus (cycle des apprentissages fondamentaux) begint al in de hoogste afdeling van de kleuterschool en omvat verder de eerste twee jaar van de basisschool, die een voorbereidend en een eerste elementair jaar omvat.

De tweede cyclus (cycle des approfondissements) omvat de drie laatste jaren van de basisschool die voorafgaan aan het collège. Deze drie jaren omvatten het tweede jaar van de elementaire opleiding en de eerste twee jaren van de vervolgopleiding.

Secundair onderwijs

De eerste cyclus van het secundair onderwijs duurt vier jaar en is bestemd voor leerlingen van 11 tot 15 jaar en weer onderverdeeld in drie cycli: de aanpassingscyclus, de intermediaire cyclus en de oriëntatiecyclus. De tweede cyclus van het secundair onderwijs omvat algemeen vormend, technisch en beroepsonderwijs dat in lycea (lycées) wordt gegeven.

Het algemeen vormend en technisch middelbaar onderwijs bereidt de leerlingen in drie jaar voor op het examen van het algemeen baccalaureaat of het technisch baccalaureaat.

Middelbare school Limoux, France

foto: Pinpin, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De beroepsscholen bereiden de leerlingen in twee jaar voor op het"certificat d'aptitude professionelle" (CAP) en het"brevet d'études professionelles" (BEP). Het CAP is meer gespecialiseerd dan het BEP en wordt afgegeven voor algemene beroepsvaardigheden, niet in een specifiek vak maar in één beroeps-commerciële, administratieve of sociale sector. Na nog eens twee jaar kunnen zij examen doen voor het beroepsbaccalaureaat (baccalauréat professionnel). Op het collège is vanaf de zesde klas de studie van een vreemde taal verplicht en vanaf de 4e klas wordt er een tweede vreemde of een regionale taal geleerd. De studie van een vreemde taal is verplicht in het algemeen vormend en technisch onderwijs.

Aan het einde van het derde jaar nemen de leerlingen deel aan een nationaal examen met het oog op het behalen van het"diplôme national du brevet". Het diploma is een algemeen studiegetuigschrift dat niet bepalend is voor de latere studiekeuze.

Het algemeen vormend en/of het technisch onderwijs wordt afgesloten met het algemeen of het technisch baccalaureaat. Wie slaagt, krijg toegang tot het hoger onderwijs

Hoger onderwijs

Het hoger onderwijs wordt in Frankrijk door zeer uiteenlopende instellingen verstrekt. De organisatie en de toelatingseisen verschillen naar gelang van het type instelling en de doelstelling van het verstrekte onderwijs.

Tot de instellingen voor hoger onderwijs behoren:

-Universiteiten die korte opleidingen en lange opleidingen verstrekken. Frankrijk telt meer dan 70 universiteiten. De Sorbonne in Parijs is de oudste en dateert uit de twaalfde eeuw.

Ingang hoofdgebouw Sorbonne

foto: NonOmnisMoriar, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

-Openbare en particuliere scholen en instellingen die onder toezicht staan van een ministerie en hoger beroepsonderwijs verstrekken. Ook hier korte opleidingen en langere van drie jaar of meer na het baccalaureaat.

-In de"lycées d'enseignement général et technologique" zijn ook post-baccalaureaatopleidingen mogelijk die voorbereiden op hogere technische opleidingen die in twee jaar voorbereiden op het"brevet de technicien supérieur"

-lange driejarige opleidingen worden gegeven aan de"grandes écoles" die particulier of openbaar zijn. De meeste hogere ambtenaren en ingenieurs in Frankrijk zijn afkomstig van dit type onderwijsinstellingen.

Volkslied

Het volkslied van Frankrijk, de"Marseillaise" werd op 25 april 1792 geschreven door genie-officier Joseph Claude Rouget de Lisle en voor het eerst gezongen bij de baron van Dietrich, burgemeester van Straatsburg.

Het lied dankt zijn naam aan een bataljon Marseillaanse vrijwilligers die het lied zongen tijdens hun bestorming van de Tuilerieën in Parijs in augustus 1792. Vanwege zijn revolutionaire oorsprong is het lied tijdens de 19de eeuw tweemaal verboden geweest. Tot op heden zijn de meningen over de Marseillaise verdeeld.

Het volkslied van Frankrijk. La Marseillaise, uitgedrukt door de beeldhouwer François Rude, op de Arc de Triomphe, Paris

foto: Ana Paula Hirama CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Economie

Enorme bossen strekken zich tot 1300 m hoogte uit, hierdoor is bosbouw één van de traditionele peilers van de economie van de Jura. In de dalen komen akkerbouw, veehouderij en fruitteelt voor, op de zuidhellingen wijnbouw. De zuivelindustrie is belangrijk. De Jura staat bekend om haar kaas. De bekendste kazen zijn de Morbier, Comté, Bleu de Haut-Jura en de Vacherin.

Uit de huisnijverheid ontwikkelde zich een belangrijke uurwerkindustrie, met als centrum Besancon. Plaatselijk komen houtbewerking, metaal- en textielindustrie voor. Zo zijn er Peugeotfabrieken (auto's) en Alsthomfabrieken (TGV). Zoutwinning is er aan de westzijde en bij de Rijn. Er zijn asfaltgroeven en minerale bronnen.

Vakantie en Bezienswaardigheden

De Jura is een uitzonderlijk mooie streek met bergen en hoogvlakten die afdalen naar uitgestrekte bossen en wijngaarden op de lagere hellingen. De geologische term Jura is afkomstig van de grote laag kalksteen die de bergketen van de Jura, die deels in Zwitserland ligt heeft gevormd. Het landschap heeft spectaculaire grotten en kloven in de rotsen uitgehouwen. Water borrelt overal omhoog wat resulteert in overvloedige bronnen, rivieren, watervallen en verstilde meren. Dit is een plaats om van de natuurlijke schoonheid te genieten. Je kunt het gebied langzaam verkennen te voet, per fiets, te paard of door te wandelen. Meren en rivieren bieden de mogelijkheid om te kanoën, te vissen of ontspannen met een bootje te bevaren. Het mooiste zie je alles vanuit de lucht. Je kunt ballonvaren, zweefvliegen of parachutespringen.

Er zijn ook een aantal interessante steden in de Jura. Arbois is de stad van de wijnstreek en het heeft een Wijnbouw en Wijnbereiding museum in Chateau Pecauld. De wijnbouwers van Arbois houden een jaarlijkse processie, de"biou". Er wordt met honderden druiventrossen geparadeerd door de straten van de stad naar de kerk. Arbois is ook bekend als de geboorteplaats van Louis Pasteur en zijn huis en laboratorium kunnen worden bezocht. Dole, de voormalige hoofdstad van de Franche-Comte, heeft ook een Pasteur-connectie. Er is een museum gewijd aan zijn vroege jeugd, met een reconstructie van leerlooierij van zijn vader en een wetenschappelijke tentoonstelling. Dole heeft een charmante oude wijk met middeleeuwse gebouwen en kronkelende straatjes, waaronder een 16e-eeuwse kerk met een prachtig versierd portaal. Een andere intrigerende plek is Salins-les-Bains, waar je ondergrondse werken en pompen kunt zien die het water naar de oppervlakte brengen.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

JURA LINKS

Advertenties
• Jura Hotels
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals
• Fietsvakantie Hoge Jura
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld

Nuttige links

Jura Startnederland (N+E)
Telefoongids Frankrijk

Bronnen

www.landenweb.nl/frankrijk

Wikipedia

Bourgondië, Jura

Michelin

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt juni 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems