Populaire bestemmingen FRANKRIJK

Geschiedenis   

Prehistorie

Archeologische opgravingen op de alluviale terrassen en in het veen van de vallei van de Somme hebben de overblijfselen van uitgestorven dieren als olifanten en neushoorns in slib-, zand- en grindafzettingen onthuld. Een belangrijke vindplaats was de prehistorische site van Saint-Acheul, een voorstad van Amiens.
Tevens werden er ca. 500.000 jaar oude door de mens gemaakte tweezijdig bewerkte vuurstenen vuistbijlen gevonden. De aanwezigheid van de mens in die tijd wordt ook bevestigd door vondsten in de valleien van de Oise en de Aisne. De belangrijkste prehistorici die de site van Saint-Acheul hebben onderzocht waren Victor Commont (1866-1918), Jean Albert Gaudry (1827-1908)en Louis Laurent Gabriel de Mortillet (1821-1898). De periode waarin deze vuistbijlen en andere stenen werktuigen gemaakt werden, werd door De Mortillet het Acheuléen genoemd. De vuistbijlen werden in 1872 door De Mortillet beschreven en in verband gebracht met de jager-verzamelaars Homo ergaster en Homo heidelbergensis, die leefden van Afrika tot het Nabije Oosten en de ijsvrije delen van Europa. De aanwezigheid van de Homo heidelbergensis, ca. 450.000 tot 300.00 jaar v.Chr., werd bevestigd door archeologische vondsten in Abbeville, Amiens en Cagny.

Gabriel de Mortillet, pre-historicus werkzaam in Picardië
afbeelding: publiek domein

In het Midden-Paleolithicum, ca. 90.000 tot 35.000 v.Chr., vestigde de Neanderthaler zich in Picardië, en de steencultuur van die tijd wordt het Mousteriaan genoemd, naar Le Moustier, een dorpje in de Périgord.
Rond 35.000 v.Chr., in het Laat-Paleolithicum, arriveerde de Homo sapiens in Noord-Frankrijk en belangrijke culturen en industrieën aan het begin van die periode waren het Magdalénien en het Périgordien in de valleien van de Oise en de Somme.
In Amiens, in de wijk Renancourt, werd in juli 2014 een kalkstenen venusbeeldje gevonden, daterend uit het Gravettien (28.000 - 22.000 v.Chr.). In de buurt van Compiègne werd rond dezelfde tijd een kamp van rendierjagers, Cro-Magnon, gevonden.

Het Mesolithicum, ca. 9000 tot 6000 v.Chr., is een overgangsperiode tussen het Paleolithicum en het Neolithicum. Na de laatste ijstijd, van ca. 9000 tot 8000 v.Chr. werd Picardië landschappelijk gezien een bosgebied. De archeologische cultuur uit die tijd was het Tardenoisien, met opvallende trapezoïdevormige pijlpunten en kleine vuurstenen klingen, onder andere gevonden in Fère-en-Tardenois, Villeneuve-sur-Fère en Coincy in het departement Aisne. Het Tardenoisien duurde van ca. 6500 tot 6000 v.Chr., het begin van het Neolithicum.

In dat Neolithicum, zo'n 4000 v.Chr., drong de Danubische beschaving Picardië binnen met zaken als graanteelt, aardewerk en het fokken van vee; lijken werden als individu begraven. De man was voortaan niet alleen een krijger, maar werd ook een producent. Open plekken in bossen tijdens de Chasséen-beschaving (4500-3500 v.Chr.) werden gebruikt om huizen te bouwen, een soort van vesrsterkte dorpen ontstonden, onder andere gevonden in Cuiry-lès-Chaudardes in het departement Aisne. In Villers-Carbonnel in het departement Somme werd in 2011 een vrouwelijk standbeeld uit die tijd gevonden

Rond 2500 v.Chr. werd de Chasséen-beschaving min of meer opgevolgd door de laat-neolithische Seine-Oise-Marnecultuur (2500-1600 v.Chr.), waarvan de kern zich bevond in het Bekken van Parijs, maar de uitlopers zich bevonden in de vallei van de Maas, Vlaanderen, Zuid-Nederland en de Vlaardingencultuur in het westen van Nederland. Overblijfselen in Picardië uit deze periode zijn de megalithische begraafplaatsen in Feugneux, Dameraucourt en Boury-en Vexin in de Oise, Cierges en Marchais in de Aisne. Menhirs zijn te vinden in Bavelincourt, doingt en Eppeville in het departement Somme, Borest in Oise en Haramont, Orgeval en Pargny-les-Bois in Aisne.

Menhir in de buurt van Borest, Picardië
foto: P.poschadel, licence Creative Commons Paternité – Partage des conditions initiales à l’identique 2.0 France no changes made

De vondst van vuurstenen werktuigen uit Picardië in Grand-Pressigny, net ten zuiden van Tours, en in Ploéven in het departement Finistère in de regio Bretagne tonen aan dat er al druk handel werd gedreven in die periode.

Protohistorie

De Protoperiode of 'vroege geschiedenis' is de overgangsperiode van prehistorie naar oudheid. De beschaving in Picardië beschikte in die periode nog niet over een eigen schrift, maar werd al wel door buurvolken beschreven.

Bronzen voorwerpen werden ca. 1650 v.Chr. in Picardië geïntroduceerd door migranten en er werd handel gedreven via routes naar Ierland en Cornwall. Voorwerpen als armbanden, spelden en dolken zijn hier veel gevonden, en bijlen met name aan de kust.
Van 1200-1100 v.Chr. zijn in Oise en Aisne overblijfselen van de urnenveldcultuur aangetroffen, die zich afspeelde in de late bronstijd en die gekenmerkt werd door bijzettingen van urnen op een urnenveld.

De urnenveldcultuur werd opgevolgd door de eerste ijzertijdcultuur, de zogenaamde Hallsttatt-cultuur, die duurde van 750-700 v.Chr. Tijdens de Hallstatt-periode werd er onder andere zout gewonnen aan de monding van de Canche en archeologische vondsten wezen uit dat er contact is geweest met de Griekse beschaving. Maar ook werd er tin via de Somme en het oppidum van Vix (Cote d'Or) naar de Middellandse Zee vervoerd. Rond 500 v.Chr. werd deze handelsroute opgegeven en werd er voornamelijk via de Noordzee en de Atlantische Oceaan de Middellandse Zee bereikt.

Oudheid

ppp

PICARDIE LINKS

Advertenties
• D-Reizen Picardie
• Autoverhuur Sunny Cars Amiens
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Amiens Hotels
• Picardië Campings

Nuttige links

Picardië Startnederland (N+E)
Romans over Picardië
Startpagina Picardië (N)
Telefoongids Frankrijk
Schrijf uw artikel over PICARDIE

Bronnen

BBC - Country Profiles

CIA - World Factbook

Heetvelt, Angela / Picardië : Nord-Pas-de-Calais
ANWB

Picardie : Somme-Oise-Aisne
Lannoo

Wikipedia

laatst bijgewerkt november 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems