Landenweb.nl

ENGELAND
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Engels
  Hoofdstad  Londen
  Oppervlakte  130.395 km²
  Inwoners  55.619.400
  (2017, laatst bekend)
  Munteenheid  pond sterling
  (GBP)
  Tijdsverschil  +1
  Web  .uk
  Code.  GBR
  Tel.  +44

To read about ENGLAND in English - click here

Steden ENGELAND

Birmingham Liverpool Londen
Manchester

Populaire bestemmingen VERENIGD KONINKRIJK

EngelandNoord-ierlandSchotland
Wales

Geografie en Landschap

Geografie

Groot-Brittannië en Noord-Ierland ofwel het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (officieel: United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland; afkorting: UK), wordt gevormd door een eilandengroep in Noordwest-Europa.

Het Verenigd Koninkrijk omvat de vroegere koninkrijken Engeland en Schotland en het voormalige prinsdom Wales, alle gelegen op het eiland Groot-Brittannië. Ook Noord-Ierland hoort dus bij het Verenigd Koninkrijk, maar ligt op het eiland Ierland.

Verder zijn er nog een aantal bekende en minder bekende eilanden(groepen) waaronder: de Orkney Islands en de Shetland Islands in het noorden, de Hebriden in het westen, Anglesey en Man in de Ierse Zee, Wight en de Kanaaleilanden in Het Kanaal.

De Kanaaleilanden en het eiland Man behoren staatsrechtelijk niet tot het Verenigd Koninkrijk maar vallen direct onder de Britse Kroon. Ook wetgeving van de Europese Unie is over het algemeen niet van toepassing op deze eilanden.

Om het nog wat ingewikkelder te maken: als er in de literatuur of in de media over de Britse eilanden gesproken wordt, bedoeld men Groot-Brittannië en Ierland.

advertentie

Satellietfoto foto: NASAFoto: Publiek domein

De totale oppervlakte van Engeland bedraagt 130.422 km2 en dat is 54% van de oppervlakte van het Verenigd Koninkrijk (Schotland 78.800 km2, Wales 20.800 km2, Noord-Ierland 14.100 km2). Engeland is daarmee ca. drie keer zo groot als Nederland. De oppervlakte van het Verenigd Koninkrijk is 244.122 km2. Het Verenigd Koninkrijk is daarmee bijna 6 keer zo groot als Nederland.

Engeland ligt ten noordwesten van het Europese vasteland en vlakbij Frankrijk; slechts 35,4 km scheidt de kust van Engeland (Dover) met die van Frankrijk (Calais) via de Straat van Dover.

Engeland vormt het zuidelijke deel van Groot-Brittannië, grenst in het noorden aan Schotland, in het westen aan Wales, in het oosten aan de Noordzee en in het zuiden aan Het Kanaal.

Oost-Engeland wordt door de Noordzee gescheiden van Scandinavië, Nederland, België en Noord-Duitsland. Ierland en Engeland worden gescheiden door de Ierse Zee.

De totale kustlijn van Engeland bedraagt 1851 km en geen enkele plaats ligt meer dan 121 km verwijderd van de zee.

Tot Engeland behoren ook de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey, Alderney en Shark, het Isle of Man, het Isle of Wight, en de Isles of Scilly, waaronder St. Mary’s.

Landschap

advertentie

Landschap Nottingham EngelandFoto:Shamraze/Nuhaize (CC BY 2.0) no changes made

Engeland was vroeger voor een groot deel bedekt met bossen. Daarvan is niet veel meer over, op een paar bosrijke gebieden na zoals de New Forest bij Southampton en Sherwood Forest in de buurt van Nottingham.

Het kustlandschap van Engeland is zeer gevarieerd, van kiezelstranden en krijtrotsen in Sussex tot uitgestrekte zandstranden in het noorden van Norfolk. Het zuidwesten kent witte zandstranden waar populaire badplaatsen liggen als Brighton en Blackpool.

Groot-Brittannië kan grofweg worden verdeeld in Upland Britain met hoogvlakten en gebergten en in Lowland Britain met laagvlakten en open velden. Engeland wordt in het algemeen gedomineerd door laagland. Hoger gelegen gebieden zijn het Penninisch Gebergte (tot 640 meter), de Yorkshiremoerassen (tot 450 meter), het gebergte van Cumbria (tot 1000 meter) en Cornwall (tot 620 meter).

Streken

Zuidoost-Engeland of het ‘Londense platteland’ heeft een gevarieerd reliëf met veel bomen, bossen en parken. Het bekken van Greater London is omgeven door krijtheuvels: in het noordwesten de Chiltern Hills, in het zuiden de North Downs en de South Downs die uitlopen in gigantische krijtrotsen.

Meer naar het oosten ligt de trechtermond van de Theems met aan beide kanten verschillende kleine baaien en kreken.

advertentie

Lands end Cornwall EngelandFoto: Kevin Law CC 2.0 Unported no changes made

In Zuidwest-Engeland zijn de graafschappen Devon en Cornwall met elkaar verbonden door een granieten bergkam met hooggelegen, stenige heidevelden en rotspunten. De lange kust biedt een breed scala aan landschappen, variërend van indrukwekkende rotsbastions, baaien en zeearmen die tot diep in het binnenland reiken met beboste oevers.

East Anglia heeft een licht glooiend landschap met uitgestrekt akkerland. Ten oosten van Norwich liggen de Norfolk Broads, dat een groot aantal ondiepe wateren telt. De moerassen en het veengebied rond de Wash Bay zijn veranderd in bouwland.

Lincolnshire en East Anglia komt nauwelijks boven zeeniveau uitkomt. Dit nu drooggelegde gebied bestond vroeger vooral uit vruchtbare wetlands, beter bekent onder de naam ‘The Fens’.

De Midlands in Midden-Engeland worden in het noorden en westen begrensd door het Penninisch Gebergte en de bergen van Wales. In het zuiden en oosten loopt een vage grens die gevormd wordt door brede dalen, rivieren met op de achtergrond de steile hellingen van bergketens, onder andere de Cotswolds Hills.

Elders is het landschap gevarieerder met heuvelland, heidevelden en beboste gebieden.

Noord-Engeland wordt gekenmerkt door hooggelegen heidevelden en ruige bergen. Hier ligt het Penninisch Gebergte (Pennines) met aan weerskanten uitgestrekte laagvlakten, onder andere de Cheshire Plain en de Lancashire Plain. Aan de oostkant ligt een vruchtbaar gebied, dat in noordelijke richting uitloopt in de Vale of York en naar zee wordt begrensd door krijtplateaus. In het uiterste noorden zijn de onherbergzame Cheviot Hills de afgesleten overblijfselen van oude vulkanen. De Yorkshire Dales heeft een kenmerkend kalklandschap met plateaus en hoge heuvels met afgeplatte toppen, waaronder de 693 meter hoge Pen-y-Gent, maar ook kloven, rotswanden, grotten en onderaardse rivieren.

advertentie

Scafell bergrug, met de hoogste top van Engeland, Scafell PikeFoto: Publiek domein

Ten oosten van het Penninisch Gebergte beslaat het North York Moors National Park een brede heidevlakte. In het westen bevindt zich het Lake District met de hoogste bergtop van Engeland, de Scafell Pike van 978 meter. Deze streek kent een grote verscheidenheid van berglandschappen, van woeste rotsen tot mooie parklandschappen bij het Windermere Lake.

Rivieren en meren

advertentie

Thames bij OxfordFoto: Zxb CC 2.0 Austria no changes made

Engeland heeft een groot aantal kleine rivieren; de grootste, de Theems (Thames), is 336 km lang, waarvan maar 280 km bevaarbaar is. Er zijn 55 bevaarbare rivieren, waarvan de voornaamste zijn: de Theems, Ouse, Trent, Humber, Tees, Wear en Tyne in het oosten, de Avon in het zuiden en de Severn, Dee en Mersey in het westen. De meeste rivieren hebben een diepe bedding, zijn rijk aan water, kennen weinig verval, hebben een rustige loop en kunnen over het algemeen goed bevaren worden.

De meren, vooral in het veel bezochte Lake District, zijn niet groot, maar vaak fraai gelegen. Lake Windermere (15 km2) is het grootste meer van Engeland; een ander groot meer is Ullswater, 9 km2.

De vloed is aan de westkust het hoogst; in de Solway Firth en aan de Severnmond bereikt hij een snelheid van 16 km per uur en een hoogte van 13-14 meter. Aan de monding van de Theems is de vloed normaal gesproken nog geen 5 meter hoog.

Klimaat en Weer

advertentie

Mistige velden in Yorkshire EnglandFoto: Andy Beecroft CC 2.0 Generic no changes made

Engeland heeft een zeer maritiem klimaat door de ligging midden in de Noord-Atlantische Golfstroom en vooral door de sterk overheersende zuidwestelijke winden, die bijna voortdurend vochtige zeelucht aanvoeren. Ook de geringe jaarlijkse gang van de temperatuur is kenmerkend en bedraagt in Zuidoost-Engeland slechts 13°C. De winters zijn over het algemeen zacht en de zomers koel, met in beide periodes een vrij grote luchtvochtigheid. Alleen wanneer 's winters door oostelijke winden lucht van het Europese vasteland wordt aangevoerd, kunnen zeer lage temperaturen voorkomen.

Mist komt vrij vaak voor, in het industriegebied van Midden-Engeland bijvoorbeeld meer dan vijftig dagen per jaar. Het gemiddelde aantal uren zonneschijn is niet erg hoog: 30 tot 40% langs de zuid- en oostkust, langs de westkusten minder tot minder dan 20% in het Schotse hoogland. In het zuiden is het over het algemeen warmer dan in het noorden. In het zuiden schommelt de temperatuur tussen de 4°C in januari en 18°C in juli. Hier groeien ook spontaan palmbomen, speciaal in het gebied dat ook wel de ‘Cornish Rivièra’ genoemd wordt. Temperaturen van boven de 30°C komen in geheel Engeland maar sporadisch voor.

advertentie

Regenwolken boven KentFoto: Acabashi CC 4.0 International no changes made

Het regent zeer vaak in Engeland; op de meeste plaatsen meer dan 200 dagen per jaar. De neerslag hangt vooral samen met over of ten noorden van de Britse Eilanden passerende depressies. Deze veroorzaken ook de krachtige winden in het westen en het noorden: ca. 30 dagen per jaar met een windkracht 8 of hoger. Door stuwing zijn de neerslaghoeveelheden het grootst langs de westkust en speciaal waar het bergachtig is. Zo valt er in delen van de Pennines en het Lake District soms meer dan 4500 mm regen per jaar. In het oosten en in de lager gelegen gebieden regent het aanzienlijk minder. Daar valt gemiddeld tussen de 1000 en 1500 mm per jaar. In Londen en in delen van het aangrenzende Essex en Kent zelfs maar 600 mm per jaar. De meeste regen valt in de periode van eind september tot eind november, maar ook midden in de zomer kan het flink regenen. In oktober 2000 en in maart 2001 viel er in bepaalde delen van Engeland extreem veel regen, waardoor hele gebieden onder water kwamen te staan.

In Zuidoost-Engeland bedraagt het gemiddelde aantal sneeuwdagen meer dan 15, langs de westkust van Wales ca. 7.

Klimaattabellen
WILTSHIRE (Zuidwesten): 150 meter boven zeeniveau
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
temperatuur3,43,55,47,710,914,016,015,713,510,46,34,3
neerslag (mm)644859455657555963646376
LONDEN (Zuidoosten) 62 meter boven zeeniveau
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
temperatuur3,53,85,78,011,314,416,516,113,810,76,44,5
neerslag (mm)785161545557455668737779
PLYMOUTH (Zuidwesten) 27 meter boven zeeniveau
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
temperatuur6,25,97,08,811,514,316,116,014,412,18,77,2
neerslag (mm)11592875864575469779596116
MANCHESTER (Midden) 78 meter boven zeeniveau
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
temperatuur4,04,05,88,011,314,215,815,613,510,76,54,7
neerslag (mm)695061516167658171787878

Planten en Dieren

Planten

advertentie

Heidelandschap North YorkFoto: Colin Grice in het publieke domein

Ongeveer 7000 tot 5000 jaar geleden bedekten wouden met berken en dennen Engeland. In 1919 was nog maar 4% van de totale oppervlakte van Engeland bedekt met bossen. Door goed beheer van bestaande bossen en een herbeplantingsprogramma was halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw de totale hoeveelheid bosgrond weer gestegen naar 10%.

Stukken loofbos zijn nu nog te vinden in het laagland, vooral op de vaak zeer uitgestrekte landgoederen. Veel van Noordwest- en Zuidwest-Engeland is met hei bedekt, met daartussen beboste heuvels (vooral coniferen) en valleien, ontgonnen voor de landbouw.

Het laagland van Zuid-Engeland is hoofdzakelijk voor de landbouw in gebruik en de beboste aanblik van sommige graafschappen is grotendeels schijn, daar deze veroorzaakt wordt door rijen bomen die als afscheiding gebruikt worden en door kreupelhout. Eik en de olm komen vooral voor op de vruchtbare kleigrond van het laagland; beuk en lariks behoren tot de weinige bomen die op de kalksteengronden groeien.

Dieren

Vos EngelandFoto: Airwolfhound CC 2.0 Generic no changes made

De dierenwereld van Engeland is niet erg soortenrijk. Grote zoogdieren als edelhert en ree zijn lokaal verspreid en het in de Romeinse tijd ingevoerde damhert is vrij algemeen verspreid. Dat geldt ook voor vos, das en otter, hoewel de laatste niet zo vaak meer voorkomt. De ree was 200 jaar geleden uitgestorven, weer geïntroduceerd en is op dit moment de meeste voorkomende hertensoort in Engeland. Het sikahert werd in de 17e eeuw geïntroduceerd. In het wild levende muntjaks en Chinese waterherten zijn afstammelingen van ontsnapte soorten. Andere bijzondere verschijningen zijn wilde geiten in het Lake District, de half-wilde pony’s van het New Forest en Dartmoor, wilde zwijnen in het zuidoosten en een heel vreemd gezicht: Bennett wallaby’s (Tasmaanse ondersoort van de roodhalswallaby van het vasteland van Australië) in het Peak District. Op sommige plaatsen wordt de boommarter aangetroffen.

Typisch voor Engeland zijn dassen, vossen, slaapmuizen, egels, vleermuizen. De grijze eekhoorn, een van de meest gewone ‘wilde’ dieren, is in feite afkomstig van Noord-Amerika, en heft de inheemse rode eekhoorn bijna verdrongen. De bruine en grijze haas zijn ook inheems, maar het konijn is tijdens de Normandische tijd ingevoerd. Konijnen, maar ook muizen, woelmuizen en spitsmuizen worden gejaagd door hermelijnen en wezels. In beken en rivieren leven waterratten, otters en de mink.

Grijze zeehonden EngelandFoto: Francesco Veronesi CC 2.0 Generic no changes made

Voor de kust leven gewone zeehonden en grijze zeehonden, bruinvissen en dolfijnen zijn nog incidenteel te zien in de buurt van de kust. Op de Farne Islands is een zoölogisch reservaat, onder meer voor de grijze zeehond en een groot aantal zeevogelsoorten. Er zijn vele, meestal kleine, vogelreservaten en een van de bekendste is het Orfordness-Havergate-reservaat aan de zuidoostkust van Engeland. Engeland telt ongeveer 130 vogelsoorten, die het echter zwaar hebben door de voortschrijdende verstedelijking. Zo zijn er nog maar slecht drie miljoen merelpaartjes. Zeevogels als jan-van-genten, meeuwen, noordse stormvogels en aalscholver zijn daar minder gevoelig voor. Andere vogels, zoals de kruisbek, de woudzanger en de nachtegaal, die alleen in Zuid-Engeland voorkomt, hebben zich aan hun veranderende omgeving aangepast.

Kerkuil EngelandFoto: Edd deane CC 2.0 Generic no changes made

Op en rond landbouwgronden leven typische soorten als de roek, de kneuter, de gors, de kerkuil, de fazant en sinds 1955 nest de Turkse tortelduif op Engelse bodem. Roofvogels als de steenarend, de rode wouw en zelfs de buizerd houden zich met moeite staande door het afnemen van prooidieren.Migranten en overwinteraars zijn onder andere huiszwaluwen, gierzwaluwen, oeverzwaluwen, koekoeken en tjiftjafs. Uit arctische gebieden komen onder andere rotgans, brandgans, wilde zwaan, kleine zwaan, grauwe plevier, scholekster, wulp en ijsvogel. Onder de vogels komen enkele van de continentale afwijkende geografische vormen voor, waaronder de Engelse witte kwikstaart en de goudvink.

De enige giftige slang is de adder. Verder komen de ringslang en de gladde slang voor, de laatste wordt ernstig bedreigd. Dit geldt ook voor de zandhagedis, de gewone hagedis doet het beter. De rugstreeppad en de gewone pad hebben het ook moeilijk; de salamander is vaak te zien in de lente.

In veel rivieren en beken komen zalmen en forellen voor. De zee is vooral aan de rotsachtige kusten rijk aan vissoorten.

Er leven meer dan 3000 keversoorten in Engeland, de meikever en het vliegend hert komen het meest voor. Vlinders als de dagpauwoog, dikkopje, blauwtje, parelmoervlinder en page vinden verspreid over Engeland hun favoriete leefgebieden.

Beschermde natuurgebieden

Peak District National Park EngelandFoto: Kate Jewell CC 2.0 Generic no changes made

Een groot aantal gebieden in Engeland heeft een beschermde status. Men onderscheidt National Parks, Areas of Oustanding Natural Beauty (AONB) en Sites of Special Scientific Interest (SSSI).In 1951 kreeg het Peak District als eerste gebied in Engeland de status van National Park. Daarna zijn er nog een tiental bijgekomen. In 2001 zijn twee gebieden in Engeland en Schotland voorgedragen voor de status van National Park.

Probleem is dat de beschermde gebieden jaarlijks vele duizenden bezoekers trekken, waardoor het moeilijk is een goede balans te vinden tussen toerisme enerzijds en bescherming van de natuur anderzijds.

Naast de nationale parken zijn er nog ca. honderd staatsnatuurreservaten, en verder wild-, waterwild- en bosreservaten en een vrij groot aantal particuliere reservaten.

Nationale parken
naamoppervlakte
The Peak District Engeland1438 km2
Lake District Engeland2292 km2
North York Moors Engeland1432 km2
Yorkshire Dales Engeland1769 km2
Exmoor Engeland693 km2
Northumberland Engeland1049 km2
Dartmoor Engeland954 km2
The Broads Engeland303 km2
Cairngorms Schotland3800 km2
Loch Lomond/Trossachs Schotland1865 km2
Pembrokeshire Coast Wales620 km2
Brecon Beacons Wales1351 km2
Snowdonia (Eryri) Wales2142 km2

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

Engeland Castlerigg Stone CircleFoto: Publiek domain

Het oudste bewijs van menselijke aanwezigheid in Groot-Brittannië stamt uit het Clactonien. Artefacten als vuistbijlen uit het vroeg- en middenpaleolithicum zijn alleen gevonden in het zuiden van Engeland. Noordelijke bewoningssporen zijn door verschillende ijstijden verloren gegaan. Na elke ijstijd kwam de zeespiegel lager te liggen dan de keer daarvoor, met als gevolg dat Groot-Brittannië in koude tijden vanuit het vasteland van Europa vrij over land toegankelijk was. Er was in die tijd dan ook sprake van één complex van verwante culturen van Oost-Engeland tot ver in het Baltische gebied.

Ca. 6000 v.Chr. werd Engeland definitief gescheiden van het Europese continent toen de laatste landbrug in de zuidelijke Noordzee onderstroomde. De eerste landbouwers kwamen vanuit Bretagne en Zuidwest-Frankrijk het zuidwesten van Engeland binnen en in enkele eeuwen tijd verbreidden boerennederzettingen zich tot in de uithoeken van alle eilanden.

Sinds 2500 v.Chr. wordt op de Britse eilanden de klokbekercultuur aangetroffen en uit eerdere periodes stammen de vele kenmerkende monumenten als steencirkels, vuursteenmijnen, steengroeven en megalithische monumenten, waaronder het wereldberoemde Stonehenge.

In de bronstijd ontstond er een rijke bronsindustrie en er werd druk gehandeld met volkeren tot aan de Middellandse Zee. Ook met ons land bestonden er handelsrelaties, getuige de bronsvondsten uit de Nederlands-Belgische Hilversumcultuur. Vooral uit de ijzertijd stammen de ronde boerenhoeves, een huistype geheel eigen voor Groot-Brittannië. Kenmerkend voor die tijd waren de op heuvels gebouwde ‘hill-forts’, centra voor de vele kleine stammen waaruit de samenleving in die tijd was opgedeeld. In de late ijzertijd werden deze forten omringd door wallen, waardoor men zich nog beter kon verdedigen tegen aanvallers. Vanaf ca. 500 v.Chr. werden de Britse bewoners van Zuid-Engeland verdrongen door Keltische stammen uit Gallië. De laatste waren de Belgae, die ca. 100 v.Chr. het Kanaal overtrokken en zich vestigden in Zuid-Engeland.

Britannia en de Romeinen

Hadrian's Wall EngelandFoto: Vellela in het publieke domein

Ongeveer anderhalve eeuw later werd Groot-Brittannië, tot dan toe Albion genoemd, veroverd door de Romeinen, die het eiland op hun beurt Britannia noemden (later ook Brittania).

Nadat twee eerdere pogingen waren mislukt, werd op bevel van de Romeinse keizer Claudius vanaf 43 n.Chr. een expeditieleger op pad gestuurd dat Zuid-Britannia wist te veroveren. Onder de eerste stadhouder Aulus Plautius werd de provincie Britannia ingericht, omringd door vele vazalstaatjes. Ondanks hevig verzet werd van 77 tot 84 Wales en een gedeelte van Schotland veroverd, maar al snel moest een deel van de veroveringen in het noorden prijsgegeven worden. Om het Romeinse gebied te beschermen tegen de noordelijke Picten en Scoten, werden er grenslinies ingericht (‘limes’), waarvan de Hadrianuswal de bekendste is.

Door keizer Septimius Severus werd de provincie Britannia verdeeld in het westelijke Britannia Inferior en het oostelijke Britannia Superior.

Onder keizer Honorius werden in 401-402 de Romeinse garnizoenen, onder bedreiging van de Visigoten, uit Britannia weggehaald en in 407 was Britannia definitief door de Romeinen verlaten. In 410 berichtte dezelfde koning de Britanniërs dat Rome hen niet meer kon helpen tegen de voortdurende aanvallen van de Picten en Scoten in het noorden. Ook vanuit het oosten rukten in de loop van de 5e eeuw verschillende volken op richting Britannia, zoals Germaanse Angelen, Friezen en Saksen. Ze drongen geleidelijk aan naar het westen op en veel Britanniërs weken uit naar Bretagne en Normandië (‘Armorica’) op het vasteland.

Angelsaksen

Sutton Hoo Helm British MuseumFoto: Publiek domein

De zogenaamde Angelsaksische volken vestigden zich in geheel Brittannië: de Saksen in Zuid-Engeland, de Juten in het uiterste zuidoosten en langs het Kanaal en de Angelen in heel Noord- en Midden-Engeland. Een paar Keltische koninkrijkjes in het westen wisten zich te handhaven. Toen deze volkeren zich goed en wel gevestigd hadden begon uiteraard de strijd om de hegemonie tussen de vele kleine rijkjes, waarvan Kent, Essex, Sussex, Wessex, East Anglia, Mercia en Northumbria de belangrijkste waren. Eind 6e eeuw behoorde het overwicht toe aan Kent en vanaf het einde van de 6e eeuw tot het einde van 7e eeuw aan Northumbria. In die tijd begon ook de bekering van de Angelsaksische volken op initiatief van paus Gregorius de Grote. In 679 ging de hegemonie van Northumbria over op het rijk Aethelred van Mercia, dat in de gehele 8e eeuw zeer machtig was en onder andere de opdringende Kelten in het westen tegenhield.

Vikingen

Koning KnutFoto: Publiek domein

Begin 9e eeuw werd het koninkrijk Wessex steeds machtiger, maar had steeds vaker te lijden onder aanvallen vanuit Scandinavië door Vikingen en Denen. Onder koning Alfred de Grote (870-899) veroverden de Vikingen geheel East Anglia en de Oostelijke Midlands. Alfred wist wel de onafhankelijkheid van Wessex te bewaren en sloot in 886 een verdrag met de Deense koning Guthrum, waarbij een vastgesteld deel van Engeland werd afgestaan, dat later bekend zou worden onder de naam ‘Danelaw’. De koningen die na Alfred de Grote kwamen wisten hun machtsgebied weer langzaam uit te breiden naar Northumbria.

Onder koning Edgar (959-975) namen de invallen van de Vikingen af en wist het Oud-Engelse koninkrijk zich weer te herstellen. De Angelsaksen en de Scandinaviërs versmolten langzaam tot één volk. Tegen het einde van de 10e eeuw werd Engeland opnieuw aangevallen door de Denen en in 1016 werd de Deense koning Knut koning van geheel Engeland.

De bezetting van de Denen duurde echter niet erg lang en in 1042 kwam de dynastie van Wessex met koning Edward de Belijder (1042-1066) weer aan de macht. Hij overleed in 1066, waarna de macht over Engeland betwist werd tussen Harold, zoon van Godwin van Wessex, hertog Willem van Normandië en koning Harald III van Noorwegen. Een raad van wijzen, de ‘Witan’, besliste dat Harold van Wessex koning zou worden en hij werd dan ook gekroond. Onmiddellijk werd hij vanuit Noorwegen aangevallen, maar zou uiteindelijk verslagen worden door Willem van Normandië, de ‘Veroveraar’, in de Slag bij Hastings op 14 oktober 1066. Harold sneuvelde en het koninkrijk van Wessex bestond niet meer.

Normandiërs

Willem de VeroveraarFoto: Publiek domein

Door deze ontwikkelingen waren Engeland en Normandië van 1066 tot 1204 via een personele unie met elkaar verbonden. Een groot nadeel voor Engeland was dat men ongewild betrokken raakte bij oorlogen en strijd op het vasteland van Europa. De Engelsen waren hier niet van gediend en er braken een aantal opstanden uit die echter door Willem de Veroveraar onderdrukt werden. De boeren in Engeland voelde de onderdrukking het meest want werden geregeerd door getrouwen van Willem de Veroveraar. In 1087 werd Willem opgevolgd door zijn zoon Willem II Rufus. Hij regeerde tot 1100, waarna hij op zijn beurt weer opgevolgd werd door Robert III, de oudste zoon van Willem de Veroveraar en diens opvolger in Normandië. Deze Robert werd in 1106 aangevallen en verslagen door zijn jongste broer Hendrik, koning van Engeland sinds 1100. Engeland en Normandië waren nu weer onder één koning verenigd. Hendrik probeerde om zijn dochter Mathilde aan iemand te koppelen zodat hij hem kon opvolgen indien dat nodig was. In 1135 was het zover, Hendrik overleed, maar zijn neef, Stefanus van Blois, eiste de troon op. Mathilde, op dat moment getrouwd met Geoffroy Plantagenet probeerde haar recht op de troon op te eisen, maar het gevolg was een heuse burgeroorlog. Sommige streken werden totaal verwoest en in 1148 gaf Mathilde de strijd op. In 1153 werd Stefanus echter gedwongen om Mathildes zoon Hendrik Plantagenet als opvolger te erkennen

Periode Plantagenet (1154-1399)

Richard I (leeuwenhart) EngelandFoto: Publiek domein

Hendrik II besteeg in 1154 de troon en hij probeerde de orde weer te herstellen en breidde ondertussen zijn macht uit in Ierland, Schotland en Wales. Hij werd opgevolgd door Richard I Leeuwenhart, die tot 1199 regeerde maar de meeste tijd doorbracht met gevechten tegen de Saracenen en ook de derde Kruistocht leidde.

Leeuwenhart werd opgevolgd door zijn jongste broer, Jan zonder Land, die Normandië en andere delen van Frankrijk definitief verloor aan de Fransen.

Jan overleed in 1216 en werd opgevolgd door zijn negenjarige zoon Henry III, met als regent Hubert de Burgh. Onder Henry III werd het Engelse koningschap weer in ere hersteld en op een nog hoger plan gebracht door Edward I, die onder andere Wales annexeerde en op bestuurlijk gebied een waar hervormer was. In 1295 kwam het zogenaamde ‘Model Parliament’ voor het eerst bijeen en dat was een belangrijke mijlpaal in de constitutionele geschiedenis van Engeland.

Edward I werd opgevolgd door zijn zoon Edward II, onder wie alles wat bereikt was verloren ging. Zo heerste er begin 14e eeuw anarchie tussen de koning en de oppositionele baronnen. Door een nederlaag in 1314 bij Bannockburn was het ook afgelopen met de invloed van Engeland in Schotland.

Onder de regering van Edward III woedde de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk en werd de macht van het parlement verder uitgebreid. Handel en nijverheid werden steeds belangrijker voor de economie van Engeland, maar deze positieve ontwikkeling werd wreed onderbroken door de pest die in 1348 uitbrak en het hele land ontwrichtte. Daar kwam nog bovenop dat de oorlog met Frankrijk ten koste ging van de economie, wat weer tot binnenlandse onrust leidde, waarna Edward opzij geschoven werd door zijn eigen zoon Jan van Gent. Dit alles leidde onder Richard II (1377-1399) en de aanvankelijk nog zeer machtige Jan van Gent in 1381 tot de grote Engelse boerenopstand.

Pas in 1389 nam Richard het heft volledig in handen en in 1397 voerde hij zelfs een soort staatsgreep uit die hem zeer veel macht opleverde. Aan dit despotische bewind werd een einde gemaakt door Henry Bolingbroke, een zoon van Jan van Gent, die in 1399 als Henry IV zelf koning werd, gelegaliseerd door het parlement. Hij regeerde tot 1413 en voerde constant oorlog met Frankrijk, evenals zijn opvolger Henry V. Na de grote overwinning op de Fransen bij Azincourt in 1415 werd Normandië heroverd en volgde hij de Franse koning Charles VI op. Henry werd opgevolgd dor zijn zoon Henry VI, onder wiens regering de Honderdjarige Oorlog werd beëindigd, maar binnenlands de zogenaamde Rozenoorlogen uitbraken, de strijd om de macht tussen de Huizen van Lancaster en York. Pas in 1471 werden de laatste Lancasters verslagen en greep Edward IV als eerste koning uit het Huis York de macht. Na de dood van Edward deed de voogd van Edward V, broer Richard, in 1483 een greep naar de macht. In 1485 werd Richard ten val gebracht door Henry Tudor, die als Henry VII koning werd en een definitief einde maakte aan de Rozenoorlogen tussen Lancaster en York.

Huis Tudor

Henry VII EnglandFoto: Publiek domein

Tijdens de regeerperiode van het Huis Tudor onderging Engeland vele veranderingen op godsdienstig, economisch en politiek gebied. Rond 1500 telde het land ca. 3 miljoen zielen in een overwegend agrarische samenleving. De steden waren nog vrij bescheiden in omvang en er vond een sterke assimilatie plaats tussen ‘gentry’ en koopliedenstand.

Onder Henry VIII voltrok zich in 1534 de ‘eerste’ Engelse reformatie, de breuk met de kerk van Rome. De over het algemeen anti-paapse bevolking in Engeland was daar zeker niet op tegen en het protestantisme won vanaf die tijd steeds meer terrein, ondanks tegenwerking van Henry VIII.

In deze tijd werd ook de ontbinding van de machtige kloosters voltooid, waardoor veel grond herverdeeld werd en in handen van leken kwam. De boeren profiteerden hier echter nauwelijks van en boerenopstanden kwamen dan ook regelmatig voor.

De lange regeerperiode van Elizabeth I (1558-1603) was de laatste van het Tudor-tijdvak en zij bevestigde de definitieve Engelse hervorming door de stichting van de Anglicaanse Kerk. Onder haar regering bereikte Engeland een enorme economische en culturele bloei en speelde in de internationale politiek een zeer belangrijke rol.

Stuarts en Burgeroorlog

Oliver Cromwell EngelandFoto: Publiek domein

Bij de dood van Elizabeth in 1603 stierf de Tudor-dynastie uit en zij werd opgevolgd door de koning van Schotland (James VI of Scotland), James I Stuart. Onder zijn bewind ontstonden er ernstige problemen van godsdienstige, financiële en politieke aard die onder Charles I (1625-1649) culmineerden in de Engelse Burgeroorlog (1642-1645), waarin de Engelse staatsman en streng puritein Oliver Cromwell als overwinnaar uitkwam. De zege van Cromwell over de koning, die bovendien nog terechtgesteld werd, bracht voor Engeland na een strijd tussen het leger en het parlement een militaire dictatuur. Na de onthoofding van de koning trad hij meedogenloos op tegen de katholieke Ieren en de presbyteriaanse Schotten die Karel II als koning erkenden, verenigde Engeland, Schotland en Ierland en regeerde als ‘Lord Protector’ vrijwel zonder parlement. Na de dictatuur van Cromwell (Interregnum) volgde de restauratie van het Huis Stuart en werden de afzonderlijke parlementen voor Engeland, Schotland en Ierland hersteld en het anglicanisme als staatsgodsdienst hersteld.

Restauratie en Glorious Revolution

Wiliam III King of EnglandFoto: Publiek Domein

Na de regeringsperiode van Charles II (1660-1685) ontstonden naar aanleiding van de opvolgingskwestie de zogenaamde Tories en Whigs. De Tories steunden de door het erfrecht wettige troonopvolger van de broer van Charles II, de katholieke James. De Whigs waren voor uitsluiting van katholieken.

Het bewind van James II (1685-1688) duurde maar kort. Hij probeerde zeer opvallend om de katholieken te bevoordelen, wat verzet opleverde van zowel de Tories als de Whigs. Zij zochten steun bij stadhouder Willem III van Holland, die getrouwd was met James’ dochter Mary. Via deze weg wilden zij het protestantisme en de vrijheid van Engeland redden. Op 5 november 1688 landde Willem (door de Engelsen William genoemd) in Engeland en James vluchtte naar Frankrijk. Deze paleisrevolutie leverde in 1689 de Bill of Rights op, wetten die versterking van het parlement betekenden, en de Act of Settlement van 1701, die de protestantse troonopvolging waarborgde. Hiermee was het definitief gedaan met het absolutisme in Engeland.

Willem werd in 1702 opgevolgd door zijn schoonzuster Anne (1702-1714). Haar regeringsperiode werd in beslag genomen door de Spaanse Successieoorlog en de strijd tussen de Tories en de Whigs. In 1707 werden door de Act of Union Engeland en Schotland verenigd tot een rijk met één parlement.

De tweede helft van de zeventiende eeuw betekende voor Engeland financiële, koloniale en commerciële expansie. Tekenend hiervoor waren de oprichting van de Bank of England in 1694 en de Londense Beurs in 1698. In India en Noord_amerika werden de eerste nederzettingen gevestigd, die later van vitale betekenis werden.

Huis Hannover

King Geaorge III EnglandFoto: Publiek domein

In 1714 besteeg George I als eerste koning van het Huis Hannover de Engelse troon, en werd opgevolgd door zijn zoon George II (1727-1760). Tot ongeveer 1760 beheersten de Whigs de binnenlandse politiek, daarna kwamen de Tories aan de macht. De feitelijke macht in de binnen- en buitenlandse politiek was echter in handen van Robert Walpole, die streefde naar vrede en verhoging van de welvaart. Toch lukte het Groot-Brittannië (i.p.v Engeland) niet om buiten de Europese oorlogen te blijven; men nam onder andere deel aan de Oostenrijkse Successieoorlog en de Zevenjarige Oorlog.

In 1760 werd George III koning en bij de Vrede van Parijs vielen Canada, Nova Scotia, Cape Breton Island en een aantal West-Indische eilanden aan Groot-Brittannië toe. Ook kreeg het de suprematie in Indië.

Van gigantische betekenis voor de wereldgeschiedenis was de Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1775-1783), waarbij de Amerikaanse kolonies zich vrijvochten van Groot-Brittannië. Van grote betekenis was ook de Industriële Revolutie, die vooral aan het begin van de negentiende eeuw voor een ommekeer in de economische wereldgeschiedenis zorgde.

Hoewel de Franse Revolutie aanvankelijk bewondering oogstte in Groot-Brittannië, brak op 1 februari 1793 de Frans-Britse oorlog uit. In 1802 sloot Groot-Brittannië met Frankrijk de Vrede van Amiens, maar in 1803 volgden nieuwe vijandelijkheden. Engeland verwierf bij de definitieve vrede onder andere de Kaapkolonie, Ceylon (nu Sri Lanka), Malta en de Ionische Eilanden bij Griekenland.

19e eeuw

Bruiloft Koningin Victoria en prins Alber EngelandFoto: Publiek domain

In de 19e eeuw bereikte Groot-Brittannië het toppunt van haar politieke en economische macht. De slavenhandel werd in 1807 afgeschaft, de slavernij pas in 1833. Na George IV (1820-1830) en William IV (1830-1837) kwam koningin Victoria uit het Huis Hannover aan de macht. De grote exploitatie van de arbeidersklasse had al geleid tot het oprichten van arbeidersorganisaties en in de tweede helft van deze eeuw kwam het politieke en economische liberalisme tot grote ontplooiing. Sinds de jaren zestig stonden alleen de conservatieven en de liberalen als politieke stromingen tegenover elkaar. De buitenlandse politiek stond in het teken van de Krimoorlog en de reactie op Italiaanse en Duitse politiek leidde tot een politiek van interventie en uitbreiding van de Britse wereldmacht. De tweede helft van de 19e eeuw werd vrijwel geheel beheerst door de conservatieve Disraeli en de liberale Gladstone.

In 1884 werden bijna alle volwassen mannen kiesgerechtigd tijdens het tweede ministerie van Disraeli 1874-1880) en werd er door hem een begin gemaakt met de imperialistische politiek van Groot-Brittannië. Eind 19e eeuw werden er verschillende politieke arbeiderspartijen opgericht, die zich in 1906 verenigden tot de Labour Party. Begin 20e eeuw bereikte het Britse Rijk het toppunt van zijn macht en regeerde over grote delen van Afrika, Azië en Noord-Amerika.

20e eeuw

Edward VII EnglandFoto: Publiek domein

In 1901 werd koningin Victoria opgevolgd door Edward VII van het Huis Saksen-Coburg en van 1905 tot 1915 regeerden de liberale premiers Campbell-Bannerman en Asquith. Noodgedwongen koos Groot-Brittannië in 1904 de zijde van Frankrijk middels de Entete Cordiale, en wist daardoor andere mogendheden in Europa op een afstand te houden wat betreft de hegemonie in de wereld.

In 1915 werd Groot-Brittannië meegesleept in de Eerste Wereldoorlog en in 1916 maakte een coalitieregering plaats voor een oorlogskabinet onder leiding van Lloyd George. Opmerkelijk was dat de toenmalige koning George V (1910-1936) al zijn Duitse titels opgaf en veranderde de naam van Saksen-Coburg in Windsor. Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd de onafhankelijkheid van Ierland afgerond.

Na de oorlog kwam Groot-Brittannië voor zeer ernstige politieke kwesties te staan en door grote binnenlandse sociale onrust traden in de jaren ’20 en ’30 de eerste Labour-kabinetten aan. Eind jaren ’30 dreef de economische wereldcrisis alle politieke stromingen tot elkaar (kabinetten MacDonald, Stanley en Chamberlain) in een ultieme poging de zwaar gehavende economie enigszins te herstellen.

Het herstel was echter nauwelijks in gang gezet toen het fascistische Italië en het nationaal-socialistische Duitsland Groot-Brittannië in het nauw dreven. Eerst beleefde men nog een heuse koningscrisis waarbij Edward VIII werd opgevolgd door zijn broer George VI (1936-1952). Op buitenlands gebied was men vrijwel stuurloos en men sloot in 1938 zelfs nog een overeenkomst met Hitler-Duitsland, die waardeloos bleek te zijn.

Winston Churchill EngelandFoto: Publiek domein

Ondanks bijna desperate pogingen tot bemiddeling raakte ook Groot-Brittannië betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Toen Hitler Polen binnenviel, antwoordde Groot-Brittannië samen met Frankrijk op 3 september 1939 met een oorlogsverklaring aan Duitsland. In mei 1940 vormde Winston Churchill een coalitiekabinet en nam de leiding van de oorlogvoering op zich.

Op het Europese vasteland, in Azië en in Afrika verliep de strijd aanvankelijk dramatisch, en verloren duizenden Britse soldaten het leven. Desondanks bleef Groot-Brittannië zich onder leiding van zijn grote politieke en militaire leiders Winston Churchill en generaal Montgomery handhaven. Ten slotte lukte het de geallieerden, waaronder vooral de Verenigde Staten, in mei 1945 Duitsland te verslaan.

Na de Tweede Wereldoorlog

Harold Macmillan EngelandFoto: Publiek domein

De eerste verkiezingen na de oorlog werden glorieus gewonnen door Labour, onder leiding van Attlee. Gezondheidsdienst, verkeerswezen en mijnen werden genationaliseerd. Er werd in die eerste jaren na de oorlog ook begonnen met de dekolonisatiepolitiek, waarbij Groot-Brittannië zich onder andere terugtrok uit India en Birma.

In 1951 kwamen de conservatieven weer aan de regering en bleven dat tot oktober 1963, respectievelijk onder leiding van achtereenvolgens Churchill, Anthony Eden en Harold MacMillan. In 1952 werd George VI opgevolgd door zijn dochter Elizabeth II.

De eerste jaren van de periode MacMillan (januari 1957-oktober 1963) verliepen aanvankelijk vrij voorspoedig, maar de economisch-financiële politiek miste een vaste beleidslijn en vooral sinds 1962 steeg de werkloosheid onrustbarend. In 1961 besloot de regering MacMillan wel om toe

te treden tot de Europese Economische Gemeenschap (EEG), maar stuitte in januari 1963 nog op het veto van Frankrijk, dat toen onder leiding stond van Charles de Gaulle.

MacMillan werd in oktober 1963 opgevolgd door Douglas-Home, maar de verkiezingen van november van dat jaar werden gewonnen door Labour onder Harold Wilson. Onder Labour bleven de economische problemen groot en de toetreding tot de EEG werd wederom geblokkeerd door Frankrijk. Ook waren er

weer veel problemen met (voormalige) kolonies, onder andere Rhodesië (nu Zimbabwe), dat zich in 1965 eenzijdig onafhankelijk verklaarde. De immigratie vanuit voormalige kolonies nam grote vormen aan en veroorzaakte veel problemen en rassentegenstellingen. Door al deze problemen brokkelde het prestige van de regering-Wilson steeds verder af, en de verkiezingen van 1970 leverden dan ook een overwinning op voor de conservatieven onder leiding van Edward Heath.

De regering-Heath kregen te kampen met ernstige sociale onrust, maar boekte wel een succes met de toetreding tot de EEG op 1 januari 1973.

In april 1976 werd Wilson, die zich om persoonlijke redenen terugtrok, opgevolgd door Callaghan, voordien minister van Buitenlandse Zaken. Hij werd met dermate veel economische en sociale problemen geconfronteerd dat de verkiezingen in mei 1979 niet verrassend gewonnen werden door de conservatieven. De voorzitster van de Conservatieve Partij, Margaret Thatcher, nam de plaats van Callaghan in.

Jaren tachtig

Margareth Thatcher EngelandFoto: Publiek domein

In 1980 werd met alle strijdende partijen in Rhodesië overeenstemming bereikt; de relatie met de Economische Gemeenschap (EG) bleef zeer gespannen, met name door de naar de mening van Thatcher veel te hoge Britse bijdrage. In 1982 volgde de bezetting van de door beide landen opgeëiste Falkland-eilandengroep door Argentinië. Ten koste van veel levens werden de eilanden heroverd en dat leverde de Conservatieve Partij in 1983 een daverende verkiezingsoverwinning op.

In 1984 eiste een conflict met de radicale mijnwerkersbond de aandacht op. De stakingen duurden meer dan een jaar en berokkenden een geweldige schade toe aan de Britse economie. Thatcher gaf echter niet toe en was in feite van plan om voor eens en altijd af te rekenen met de volgens haar veel te grote invloed van de vakbonden. De uiteindelijke nederlaag betekende inderdaad dat de vakbonden jarenlang geen factor van betekenis meer zouden vormen.

In oktober 1984 ontkwam Thatcher ternauwernood aan een bomaanslag, die opgeëist werd het Ierse Republikeinse Leger (IRA). Door het toenemende terrorisme werd de regering van Ierland door de regering-Thatcher zwaar onder druk gezet. Dat leidde in 1986 tot het Anglo-Irish Agreement, dat de Ierse republiek een zeer beperkte invloed op de gang van zaken in Noord-Ierland gaf, in ruil voor een harde bestrijding van de IRA.

De verkiezingen van 1987 werden opnieuw gewonnen door de conservatieven maar Thatcher leed in eigen kring een gevoelig gezichtsverlies door het aftreden van de minister van Financiën, Nigel Lawson, na een ernstig meningsverschil met Thatcher. Lawson was een sterk voorstander van deelname van Groot-Brittannië aan het Europees Monetair Stelsel (EMS), maar Thatcher bleef gaan voor een onafhankelijke Britse monetaire politiek. Vanaf die tijd werd de Europese politiek echter in handen genomen van de Europees gezinde ministers Howe, Hurd en John Major, die later Thatcher zou opvolgen.

Jaren negentig

John Major EngelandFoto: publiek domein

Tijdens de Golfcrisis in augustus 1990 probeerde Thatcher haar beschadigde imago weer op te vijzelen. Ze stuurde schepen, vliegtuigen en troepen naar de Perzische Golf, maar het mocht niet baten. John Major forceerde in oktober 1990 de toetreding tot het EMS en in november trad Howe uit het kabinet, die het verzet van Thatcher tegen verdere Europese integratie fel veroordeelde. Hierop begon de afgetreden Michael Heseltine het leiderschap van Thatcher ter discussie te stellen. Na twee verkiezingsrondes in november werd duidelijk dat Thatcher niet meer op een meerderheid kon rekenen en zij hield de eer aan zichzelf en zij trad op 22 november 1990 af.

Zij werd opgevolgd door John Major die echter ook veel moeite had bij een grotere integratie binnen de EG. Op de Europese topconferentie in Maastricht (9-10 december 1991) werd dan ook op belangrijke punten een uitzondering gemaakt voor de Britten.

Het Britse koningshuis kende ondertussen ook grote problemen, zoals de scheiding van tafel en bed tussen kroonprins Charles en prinses Diana, en de scheidingen van prinses Anne en prins Andrew. Eind 1996 kwam er officieel een einde aan het huwelijk tussen Charles en Diana.

Noord-Ierse kwestie

Goede vrijdag verdrag EngelandFoto: Titanic Hotel Belfast (CC BY 2.0) no changes made

De IRA legde op 31 augustus 1994 de wapens neer om een vreedzame overeenkomst met Groot-Brittannië te bevorderen. Gerry Adams, het hoofd van Sinn Fein, de politieke tak van de IRA, verklaarde dat de strijd om de Britse overheersing in Noord-Ierland te beëindigen een ‘nieuwe’ fase was ingegaan. Problemen tijdens de onderhandelingen leidden echter in 1996 tot enkele bomaanslagen door de IRA en daarmee kwam er een einde aan het staakt-het-vuren, dat 17 maanden geduurd had.

In 1997 trad de nieuwe Labour-regering onder Tony Blair aan. Het vredesoverleg over Noord-Ierland werd weer hervat en de IRA besloot weer tot een staakt-het-vuren. In april 1998 kwam het tot een vredesakkoord (het zogenaamde Goede Vrijdag akkoord), dat door Groot-Brittannië, de Ierse Republiek en de belangrijkste partijen in Noord-Ierland werd ondertekend. Het vredesakkoord voorzag in garanties voor de protestantse unionisten dat Noord-Ierland onderdeel zou blijven van het Verenigd Koninkrijk zolang de meerderheid van de bevolking dat wilde. Verder zag de Ierse Republiek af van haar aanspraken op het grondgebied van Ulster, terwijl Groot-Brittannië de wettelijke bepalingen schrapte die een verenigd Ierland in de weg stonden; Noord-Ierland kreeg een parlement met beperkte bevoegdheden en er zou een Raad van Ministers komen waarin bewindslieden uit Ierland en Noord-Ierland zitting zouden nemen. In Noord-Ierland werd het verdrag na een referendum aanvaard, waarna er verkiezingen volgden en de UUP van de David Trimble de grootste partij werd. Op 1 juli 1998 werd Trimble tot premier voor Noord-Ierland gekozen. Het vredesakkoord kwam na diverse geweldsacties zwaar onder druk te staan. Maar uitgerekend na een zware aanslag in Omagh, waarbij 28 mensen om het leven kwamen, besloten verschillende republikeinse splintergroeperingen tot een staakt-het-vuren tussen protestantse unionisten en katholieke nationalisten.

In de tweede helft van 1999 kwam er schot in de zaak. Na bemiddeling van de Amerikaan Mitchell kon Sinn Féin deelnemen aan de Noord-Ierse regering. Eveneens gaf de Republiek Ierland haar aanspraak over het gehele eiland op en Groot-Brittannië trok zijn claim als soevereine machthebber over Noord-Ierland in. Op 2 december verklaarde Groot-Brittannië de status van Noord-Ierland te zullen wijzigen als een meerderheid van de mensen dat zou wensen.

In januari 2000 ontstond er weer grote onenigheid tussen de IRA en Sinn Féin enerzijds en de protestantse Ulster Unionist Party (UUP) anderzijds over de ontmanteling van de wapenvoorraad van de IRA. Onderhandelingen haalden niets uit en op 11 februari besloot de Britse regering om de directe heerschappij vanuit Londen te herstellen. Vier dagen later trok de IRA zich terug uit de gesprekken en leek het einde van het vredesakkoord steeds dichterbij te komen. Op 1 maart bereikten de Britse premier Blair en de Ierse premier Ahern akkoord voor een tijdpad voor nieuwe vredesonderhandelingen. De IRA verklaarde enkele maanden later dat men volledig wilde meewerken aan het buiten gebruik stellen van alle wapens en internationale wapeninspecteurs te ontvangen. Mede als gevolg hiervan werd op 30 mei de directe heerschappij van Londen weer opgeheven en de coalitie van Trimble, Sinn Féin en UUP, hersteld.

Als gevolg van een serie incidenten met als dieptepunt het ‘spionageschandaal’ met Sinn Féin/IRA in de hoofdrol, besloot de Britse regering op 14 oktober 2002 de politieke instellingen in Noord-Ierland te schorsen en ‘direct rule’ vanuit Londen weer tijdelijk in te voeren.

Britse binnenlandse politiek

Gekke Koeien Ziekte EngelandFoto: Publiek domein

Mede als gevolg van een aantal schandalen leden de Conservatieven van Major enkele zware nederlagen in tussentijdse en regionale verkiezingen. Het kwam zelfs zover dat er enkele conservatieve Lagerhuisleden overstapten naar Labour en eind 1996 raakte Major zijn meerderheid in het Lagerhuis kwijt. Ondertussen wist de jeugdige Labourman Tony Blair de Labour Party steeds meer te moderniseren, nadat hij in 1994 de leider van de Labour Party was geworden.

1996 was ook het jaar van de gekkekoeienziekte (BSE), die wereldwijd grote opschudding veroorzaakte toen bekend werd dat de ziekte misschien overgedragen kon worden op mensen. De lakse manier van handelen na de eis van de EU voor een totaal exportverbod zette overal veel kwaad bloed en uiteindelijk was Major toch genegen om aanvullende maatregelen te nemen. Ondertussen hield de EU een importverbod van Britse rundveeproducten in stand. Uiteindelijk werd de hele schuld van de gekkekoeiencrisis bij de politiek gelegd en het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voeding.

In mei 1997 leidde Tony Blair de Labour Party naar de grootste verkiezingswinst ooit. Hij werd tevens de eerste Labour-premier sinds 1979. In de eerste jaren van Blairs bewind werden er referenda gehouden over de vraag of Schotland en Wales beperkt zelfbestuur zouden krijgen. Het antwoord van de bevolking was onmiskenbaar ja en daardoor werden er in de loop van 1998 parlementen met beperkte bevoegdheden geïnstalleerd. Voor de buitenlandse politiek was het belangrijk dat de Britse regering in oktober 1997 besloot om niet toe te treden tot de Economische en Monetaire Unie. Opmerkelijk maar niet onverwacht was de beslissing om het Amerika van Clinton te helpen met het bombarderen van Irak als sanctie voor het niet nakomen van beloftes aan de Verenigde Naties.

In mei 1999 werden er voor het eerst parlementsverkiezingen gehouden voor het nieuwe Schotse en Welshe parlement. Labour werd in beide gevallen de grootste partij zonder een meerderheid te behalen.

21e eeuw

Tony Blair EngelandFoto: Publiek domein

De parlementsverkiezingen van 7 juni 2001 werden glansrijk gewonnen door de Labour Party van Blair (412 van de in totaal 659 zetels). Het was de eerste keer in de parlementaire geschiedenis dat een Labour-regering een tweede achtereenvolgende termijn kreeg, ondanks de laagste kiezersopkomst in ongeveer een eeuw. Tweede partij met 166 zetels werd de Conservative Party en derde partij de Liberal-Democratic Party met 52 zetels. Verder waren er acht partijen met zes zetels of minder, waarvan de bekendste uit Noord-Ierland komen: de Ulster Uninonist Party en Sinn Féin.

Naar aanleiding van de verkiezingsuitslag trad de leider van de Britse conservatieven, William Hague, af.

Bij de verkiezingen van 5 mei 2005 leidde Tony Blair zijn partij naar een historische derde zege op rij. Labour behaalde 35,2% van de stemmen, die goed waren voor 354 van de 646 zetels in het parlement. Opvallend was dat Labour geen enkel nieuw kiesdistrict (‘constituency’) veroverde. Verder is Labours absolute meerderheid voor een herkozen regeringspartij historisch klein (67 tegen 161 vóór de verkiezingen). De andere grote partijen in het Lagerhuis zijn de Conservative Party (ook wel de Tories genoemd; 196 zetels) en de Liberal Democrats (de ‘Lib-Dems’; 62 zetels), die wederom zetelwinst boekten. Verder zijn er wat kleinere partijen: Democratic Unionist (9 zetels), Scottish National Party (6), Sinn Fein (5), Social Democratic & Labour Party (3), Plaid Cymru (3), Ulster Unionist (1), Respect (1) en 2 onafhankelijke leden. Tenslotte hebben de ‘speaker/deputies’ ook zitting in het parlement. Zij stemmen echter niet mee.

Op 4 mei 2006 zijn lokale verkiezingen gehouden, die een groot verlies voor Labour opleverden, meer dan 300 Labour raadsleden verloren hun zetel. Ruim 40% van de uitgebrachte stemmen ging naar de Conservatieve Partij, 27% naar de Lib. Dems en slechts 26% naar Labour. Premier Blair heeft deze verkiezingsnederlaag aangegrepen om op 5 mei zijn kabinet grondig te wijzigen: van de 26 bewindslieden wisselden er 15 van functie. Margaret Beckett, voorheen Minister van Landbouw en Milieu werd benoemd tot Minister van Buitenlandse Zaken. Zij volgt Jack Straw op, die Leader of the House of Commons and Lord of the Privy Seal werd. Hij volgde Geoff Hoon op, die benoemd werd tot Minister for Europe. John Reid, tot dan toe Minister van Defensie, werd de nieuwe Minister van Binnenlandse Zaken (Home Secretary) als opvolger van Charles Clarke.

Premier Blair heeft aangekondigd geen vierde ambtstermijn meer te ambiëren. Op 7 september 2006 verklaarde hij binnen een jaar op te zullen stappen, maar een exacte datum daarvoor noemde hij niet. Zijn gedoodverfde opvolger is ‘Chancellor’ Gordon Brown, die zich sinds februari 2006 in zijn optreden meer en meer als aankomend premier presenteert.

Op 7 juli 2005 werd Londen getroffen door terroristische aanslagen, waarbij 56 doden en meer dan 700 gewonden vielen. De Britse samenleving was geschokt en tevens in verwarring gebracht door het nieuws dat de aanslagen zijn gepleegd door zelfmoordenaars die de Britse nationaliteit bezaten en ogenschijnlijk goed geïntegreerd waren in de Britse samenleving. Overigens zijn de aanslagen opgeëist door Al-Qaida, die als reden het Britse Irak-beleid aangaf.

Volgens Minister van Binnenlandse Zaken John Reid zijn sindsdien minstens vier aanslagen verijdeld, zoals die op metrostations in Londen op 21 juli 2005, waarbij ook een naar later bleek onschuldige Braziliaanse man door de politie werd doodgeschoten, omdat hij zich bij een metrostation verdacht gedroeg.

Op 10 augustus 2006 zou met de arrestatie van 24 verdachten een omvangrijke terreuraanslag zijn verijdeld, die beoogd zou hebben met behulp van in handbagage meegenomen vloeistoffen zeker tien vliegtuigen op de route VK-VS op te blazen. Op alle vliegvelden werden zeer strenge veiligheidsmaatregelen ingevoerd, die sindsdien weer enigszins zijn versoepeld. Overigens blijft het risico op terroristische aanslagen in het VK groot: volgens Minister Reid worden momenteel nog minstens 24 andere complotten onderzocht.

David Cameron EngelandFoto: Toms Norde, Valts Canceleja CC 2.0 Generic no changes made

Op 27 juni 2007 volgt Gordon Brown Tony Blair op als premier van het Verenigd Koninkrijk. In mei 2008 verliest de Labourparty van Brown de lokale verkiezingen met groot verschil. Eind 2008 begin 2009 slaat de kredietcrisis toe in het Verenigd Koninkrijk. De rente wordt verlaagd en er worden stimuleringsmaatregelen genomen. In mei 2010 winnen de conservatieven onder leiding van David Cameron de verkiezingen, maar halen niet de absolute meerderheid. In recordtijd wordt er een coalitie gevormd met de liberaal democraten van Nig Clegg en David Cameron wordt de nieuwe premier.

Huwelijk Prins William en Kate Middleton EngelandFoto: Publiek domein

Prins William treedt in april 2011 in het huwelijk met Kate Middleton. Ze krijgen de titel Van hertog en hertogin van Cambridge. In augustus en september 2012 is Londen het toneel van de Olympische Spelen. In juli 2013 bevalt de hertogin van Cambridge van een zoon. Het kind heet George en is de derde in lijn van de troonsopvolging. In december 2013 trekt de Britse economie weer aan. In mei 2014 krijgt de Anti-Eu partij UKIP (United Kingdom Independence Party) veel stemmen tijdens de Europese verkiezingen. In september 2014 stemmen de Schotse kiezers tijdens een referendum om binnen het Verenigd Koninkrijk te blijven. Bij de verkiezingen in mei 2015 winnen de conservatieven en zet de opmars van UKIP en de Schotse nationalisten zich voort. In februari 2016 organiseert Cameron een referendum waar de Britten kunnen kiezen: voor of tegen in de EU blijven. Hij heeft een nieuwe deal gesloten met de EU en spreekt zich uit voor een verlengd verblijf binnen de EU. Het anti-EU (BREXIT) kamp krijgt als spreekbuis Boris Johnson, de voormalige burgemeester van Londen. In Juni wint het BREXIT kamp het referendum en kondigt Cameron zijn aftreden aan.

Theresa May EngelandFoto: Raul Mee (CC BY 2.0)no changes made

Theresa May wordt in juli 2016 de nieuwe premier en Boris Johnson de minister van Buitenlandse zaken. In mei en juni 2017 vinden aanvallen plaats in Manchester en Londen door aanhagers van Islamitische Staat, er zijn 30 doden te betreuren. In juni 2017 worden vervroegde verkiezingen gehouden. May hoopt haar meerderheid te vergroten. Het tegendeel is het geval, er blijft een conservatieve minderheid over in het parlement die alleen met steun van Noord-Ierse Unionisten aan de macht kan blijven. De formele onderhandelingen beginnen om de EU te verlaten.

Boris Johnson EngelandFoto: Publiek domein

Boris Johnson wordt premier in juli 2019 nadat hij Jeremy Hunt versloeg in de race om leider van de Conservatieve Partij te worden. Hij nam het over van Theresa May, die in juni 2019 aftrad als leider van de Conservatieve Partij nadat zij het Parlement er niet in had kunnen overtuigen om een akkoord over de Brexit te bereiken. Boris Johnson won vervolgens een overtuigende meerderheid tijdens snelle algemene verkiezingen in december 2019, waarmee Groot-Brittannië de weg vrijmaakte om eind 2020 de Europese Unie te verlaten met of zonder deal met de Europese Unie, de onderhandelingen zijn nog gaande.

Bevolking

Algemeen

Engelsen houden van hun PubFoto: Mark Waugh (CC BY 2.0) no changes made

De bewoners van Engeland stammen af van een aantal bevolkingsgroepen die zich in de loop van millennia op de Britse Eilanden vestigden. De laatste invasie was die van de Normandiërs in 1066. Vóór de Normandiërs zijn verschillende pre-Keltische en Keltischtalige bevolkingsgroepen naar Groot-Brittannië en Ierland gekomen, gevolgd door Romeinen (55 v.C. - 410 n.C.), Angelsaksen, Friezen en de Vikingen uit Denemarken en Noorwegen. Al deze volkeren hebben onmiskenbaar hun sporen nagelaten in de cultuur, de taal en de architectuur.

Het aantal immigranten uit het Britse Gemenebest dat na de Tweede Wereldoorlog in het Verenigd Koninkrijk kwam wonen, én hun nakomelingen, werd in 1995 op 4% van de totale bevolking geschat. De immigranten van net na de oorlog waren nodig om het grote tekort aan arbeidskrachten te verminderen. De regering probeerde dit probleem op te lossen door immigranten uit voormalige koloniën als India en Pakistan en uit overzeese gebiedsdelen in Afrika en het Caribisch gebied aan te trekken. Het totale aantal liep in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw in de honderdduizenden.

Ethniciteit EngelandFoto: Stevvvv4444 CC 3.0 Unported no changes made

Een groot gedeelte van hen woont in de stedelijke gebieden van onder andere Londen en Manchester. In Leicester, Birmingham en Bradford wonen veel mensen van Aziatische afkomst terwijl in Londen veel immigranten uit Afrika en het Caribisch gebied wonen. Sinds 1962/1968 werd immigratie aan steeds strengere regels gebonden en liep het aantal immigranten terug. In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwamen er vooral veel vluchtelingen naar Engeland, onder andere uit Uganda, Bosnië, Somalië, Afghanistan en Oost-Turkije. Op dit moment (2017) is ca. 13% van de Engelse bevolking niet blank.

De binnenlandse migratie betrof vooral mensen uit Schotland, Wales en Noord-Ierland die naar de grote industriesteden van Engeland trokken.

Demografie

Het geboortecijfer bedroeg in 2017 12.1 per 1000 inwoners, het sterftecijfer 9.4 per 1000 inwoners. De bevolking groei met 0,52 per jaar (2017). De gemiddelde levensverwachting bij geboorte was in 2017 voor mannen 78,6 jaar en voor vrouwen 83,1 jaar. Van de bevolking was in 2017 17,5% jonger dan 15 jaar, 64,5% tussen 15 en 64 jaar en 18% ouder dan 65 jaar. Deze cijfers gelden voor het Verenigd Koninkrijk as geheel.

Spreiding

Engeland heeft meer dan 55 miljoen inwoners, het Verenigd Koninkrijk in zij geheel 65,5 miljoen. Het leeuwendeel van de Britse bevolking is woonachtig in Engeland, 9% in Schotland, 3% in Noord-Ierland en 5% in Wales. De Britse bevolking is voor 83% woonachtig in steden en voorsteden.

In 2017 had Engeland een bevolkingsdichtheid van ca. 400 mensen per km2. Al die mensen wonen niet gelijk verdeeld over het hele land. In de West Midlands wonen bijvoorbeeld bijna 3000 mensen per km2. Oxfordshire and Norfolk zijn gebieden waar de bevolkingsdichtheid onder het nationale gemiddelde licht. In de buurt van de Schotse grens, in Cumbria en Morthumberland, wonen maar 75 mensen per km2.

Londen is de dichtstbevolkte stad van Engeland met in wijken als Chelsea en Kensington meer dan 13.000 inwoners per km2. De grootste steden in Engeland zijn: Londen 8,6 miloen inwoners, Birmingham 2,8 miljoen inwoners en Manchester 2,7 miljoen inwoners (2017).

Taal

Algemeen

De Engelse taal behoort tot de Germaanse talen, een grote groep binen de Indogermaanse taalfamilie, waartoe bijna alle talen van Europa toe behoren. Binnen de Germaanse talen kan men drie subroepen onderscheiden: de Noordelijke (o.a. Noors, Deens en Zweeds), de continentale (o.a. Duits en Nederlands) en de westelijke, waartoe het Engels behoort.

De Germaanse taalgroep is ongeveer 2500-2000 voor Christus ontstaan, maar pas sinds het begin van de jaartelling op grote schaal verspreid. Groot-Brittannië werd voor die tijd gedomineerd door de Kelten en de Romeinen. Tussen de 5e en de 7e eeuw n.Chr. volgde de invasie van Germaanse stammen als Angelen, Saksen, Juten en Friezen. Deze volkeren zorgden ervoor dat bijna alle Kelten naar de minder herbergzame gebieden van Groot-Brittannië werden verdreven, zoals Wales en Schotland.

Het Germaanse dialect wordt gewoonlijk Angelsaksisch of Oud-Engels genoemd en kende rond 700 al een geschreven vorm. De Angelsaksen werden gevolgd door de Vikingen, die Noord-Germaanse woorden meebrachten en tenslotte door Normandiërs die de Franse taal en cultuur introduceerden in Groot-Brittannië. Uit een combinatie van hun Normandische dialect en het Angelsaksisch is uiteindelijke het Engels ontstaan zoals dat nu in Engeland wordt gesproken.

Het Engels uit de periode 1100-1500 wordt het Midden-Engels genoemd, daarna is sinds 1500 het Nieuw-Engels ontstaan. Het koloniale tijdperk, de massale immigratie van Engelsen en Ieren die het Engels in hun nieuwe vaderland als gemeenschappelijke voertaal gingen gebruiken, en de dominante positie van Engeland in handel, luchtvaart en scheepvaart, hebben ervoor gezorgd dat het Engels zich vooral in de 19e eeuw ontwikkelde tot een wereldtaal. Op dit moment is het de meest gesproken en begrepen taal ter wereld.

De in Engeland gehanteerde standaardtaal wordt ‘the Queen’s English’ genoemd.

Kaart met landen waar Engels de officiële taal isFoto: Eddo CC 3.0 Unported no changes made

Het Engels is de moedertaal van ruim 300 miljoen inwoners van o.a. Groot-Brittannië, Ierland, Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Jamaica en Zuid-Afrika. Bovendien is het vaak de voertaal in voormalige Britse koloniën. Als internationale omgangstaal neemt het Engels ook een belangrijke plaats in bij onder andere de luchtvaart, de film- en computerwereld en de popmuziek.

Cockney-Engels en andere dialecten

In de afgelopen eeuwen ontwikkelden de inwoners van het East End in Londen een speciale taal: het Cockney. De Cockneys zijn mensen die in de East End geboren zijn, speciaal zij die wonen ‘within the sound of Bow Bells’, wat betekent zo ver als de kerkklokken van de St. Mary-le-Bow gehoord kunnen worden.

Kenmerkend voor het Cockney is de ‘gottislag’, het kortstondig onderbreken van de klank van de stem of het aanzetten hiervan door het korte dichtklappen van de stemspleet en het hierbij onderbreken van de trilling van de stembanden. Veelvuldig komt de klank voor, zoals in woorden als ‘better’, waarbij de ‘t’ als gottislag wordt uitgesproken, wat veelal al be’er wordt weergegeven.

Verder zijn er nog een overweldigende hoeveelheid regionale dialecten en accenten, die voor buitenstaanders niet te volgen zijn. Behalve het Cockney van Londen kunnen nog genoemd worde het Scouse van Liverpool, het Geordie van Newcastle en Tyneside en het Brummie van Birmingham en omstreken.

De grootste verschillen zijn die tussen Noord- en Zuid-Engeland. Mensen uit het noorden gebruiken kortere klinkergeluiden, bijvoorbeeld de ‘a’ in het woord ‘bath’ wordt uitgesproken als de ‘a’ in het woord ‘fat’.

Amerikaans Engels

Het Engels dat de Amerikanen gebruiken komt dichter bij het Engels dat geschreven en gesproken werd toen de Amerikaanse kolonies gesticht werden, dan de taal van het huidige Engels.

Er zijn duizenden woorden in Engeland, die voor Amerikanen moeilijk te herkennen zijn:

EngelsAmerikaans
anorakhooded winter jacket
chemistdrugstore
chipsfrench fries
come a cropperend up badly
dual carriagewaydivide highway
fortnighttwo weeks
gaoljail
liftelevator
lorrytruck
not cricketnot fair; not acceptable
pavementsidewalk

Godsdienst

Algemeen

Godiensten in EngelandFoto: James Brian Ellis CC 3.0 Unported no changes made

Er bestaat volledige vrijheid van godsdienst maar de staatskerk van Engeland is de Church of England. De Koning(in) moet lidmaat zijn van de Church of England en moet bij de troonsbestijging beloven de kerk te beschermen. Met de Church of England verbonden is de zogenaamde Anglican Communion.

Van de Engelse bevolking behoort ca. 72% tot een staatskerk of een vrije kerk, ca. 8% is rooms-katholiek en ruim 2,5% is islamitisch. Verder zijn er nog 400.000 sikhs, 350.000 hindoes, 300.000 joden en 25.000 boeddhisten.

De eerste islamitische moskee werd al in 1890 gesticht in Woking, Surrey. Op dit moment zijn er meer dan 300 moskeeën te vinden in heel het Verenigd Koninkrijk. De Centrale Moskee van Londen is een van de belangrijkste islamitische instituten buiten de Arabische wereld.

In 1995 werd de grootste hindoetempel buiten India gebouwd in Noord-Londen. Engeland heeft de op een na grootste joodse gemeenschap van Europa. Van de ca. 300.000 joden wonen de meeste in Londen en zij hebben vaak een orthodoxe achtergrond.

Belangrijkste godsdiensten in Engeland
Protestant53,4%
Rooms-Katholiek9,8%
Islam2,6%
Orthodox-Christelijk1,0%
Hindoe0,6%
Joods0,5%
Sikhs0,5%
Andere christenen1,7%
Andere/niet-gelovig29,9%

Anglicaanse Kerk

Westminster Abbey EnglandFoto: Jdforester CC 3.0 Unported no changes made

Algemeen

De Anglicaanse kerk is genoemd naar de oude naam: Ecclesia Anglicana. Andere namen voor de Engelse staatskerk zijn Church of England, Established Church of Epicopal Church.

De Anglicaanse Kerk omvat ongeveer de helft van de Britse bevolking, heeft ca. 18.000 geestelijken en wordt bestuurd door bisschoppen. De kerk heeft twee aartsbisschoppen, namelijk die van Canterbury en York, en 43 bisschoppen. De aartsbisschop van York is de primaat van Engeland (primate of England), die van Canterbury is de Primate of All England. De laatste bezit het recht de koning(in) te kronen in de Westminster Abbey. Onder Canterbury vallen 29 bisdommen en onder York 14. Een bisdom is weer onderverdeeld in zogenaamde ‘archdeaconries’.

Aan het hoofd van een kathedrale kerk staat een deken of ‘dean’, terzijde gestaan door aan aantal kanunniken of ‘canons’. Aan het hoofd van een parochie staat een rector of ‘vicar’, en die wordt geholpen door kapelaans of ‘curates’.

Het nauwe verband tussen kerk wordt duidelijk door het feit dar aartsbisschoppen en bisschoppen volgens anciënniteit van hun wijding zittin hebben in het Hogerhuis, de Engelse Eerste Kamer. Verder valt op dat alle kerkelijke wetten door het parlement moeten worden goedgekeurd. De nauwe band tussen kerk en staat houdt echter niet in dat de kerk enige financiële steun van de staat krijgt.

De anglicaanse Kerk is in hiërarchische opbouw gelijk gebleven aan de katholieke kerk (Kerk van Rome) en dit geldt ook verschillende aspecten van de eredienst. De sterk conservatieve Anglicaanse Kerk heeft echter ook een geheel eigen karakter en is nauw verbonden met de Britse natie en haar tradities. Ze hecht ook sterk aan vaste liturgische vormen en gebruiken en vooral aan het in 1549 voor het eerst uitgegeven ‘Book of Common Prayer’. De dagelijkse morgen- en avondgebeden, ‘morning and evening prayers’, nemen in de ritus een prominente plaats in.

In tegenspraak tot het voorafgaande is het feit dat sinds 1994 ook vrouwen tot het ambt van priester geroepen kunnen worden.

Book of Common PrayerFoto: Publiek domein

Korte geschiedenis

Politieke redenen waren de aanleiding om in het katholieke Engeland een zelfstandige Engelse Kerk te stichten. Koning Hendrik VIII wilde toestemming van paus Clemens VII om zijn huwelijk met Catharina van Aragon te ontbinden en daarna te hertrouwen met Anna Boleyn. De paus weigerde echter zijn medewerking, waarna in 1534 de Church of England gesticht. Op 3 november 1534 erkende het parlement de koning als ‘Supreme Head in earth, immediately under God, of the Church of England’, hoofd van de Engelse Kerk. De koning kreeg hiermee zeer vergaande bevoegdheden inzake bestuur en beheer van de Anglicaanse Kerk.

Later die eeuw betekende de komst van vele protestantse vluchtelingen van het vasteland van Europa een versterking van de calvinistische invloeden. In 1549 verscheen het in de Engelse taal gestelde Book of Common Prayer (definitief herzien in 1662) en de uit 42 artikelen (in 1571 herzien tot 39 artikelen) bestaande geloofsbelijdenis; verder werden alle beelden uit de kerken verwijderd. Onder Elizabeth I werd de Engelse Staatskerk voorgoed ingevoerd (Settlement of the Established Church).

Vier richtingen

De Anglicaanse Kerk kan in vier richtingen onderscheiden worden:

-High Church Party of hoogkerkelijken: onder leiding van de aartsbisschop van Canterbury. Zij houden sterk vast aan het nauwe verband tussen kerk en staat en leggen een zwaar accent op de ritus van de oude liturgie.

-Low Church, ‘evangelicals’, of laagkerkelijken: zij benadrukken in de leer het protestantse, met name het calvinistische. Verder sterke nadruk op persoonlijke vroomheid, zending, bijbelverspreiding en christelijke barmhartigheid.

-Broad Church of ‘modernists’: vooral intellectuele stroming die is ontstaan rond 1830. Kenmerkt zich door streven naar vernieuwing en modernisering van de theologie en is sociaal zeer actief.

-Moderates of ‘No Party Men’: gematigde aanhangers die buiten de concurrerende partijen willen staan en naar vrede tussen bovenstaande groepen streven.

Anglican Communion

Tot de Anglican Communion behoren de Church of England en verschillende andere anglicaanse kerkgemeenschappen. Tot de Anglican Communion horen o.a. de Kerk in Wales en Ierland, de Epicopale Kerk in Schotland, de Protestantse Episcopale Kerk in de Verenigde Staten en verder vele anglicaanse kerken in de rest van de wereld.

In totaal zijn ca. 30 miljoen christenen bij de Anglicaanse Kerkgemeenschap aangesloten. Sinds 1867 wordt om de tien jaar de Lambeth-conferentie gehouden, waar Anglicaanse bisschoppen van de gehele wereld voor bijeenkomen.

Andere Kerken in Engeland

Ashby Wesleyan Methodist Church, Ashby, North Lincolnshire, EnglandFoto: Richard Croft CC 2.0 Generic no changes made

De Vrije Kerken of ‘Free Churches’ zijn ontstaan voornamelijk uit verzet tegen staatsinmenging in kerkelijke zaken. De belangrijkste ervan zijn de Methodistische Kerk, de United Reformed Church en de Baptistenkerken. Naast de Schotse presbyteriaanse staatskerk zijn er diverse presbyteriaanse

kerken (vooral in Schotland en Noord-Ierland). Andere protestantse denominaties zijn onder meer: de unitarische en vrije christelijke kerken, de Churches of Christ, de Free Church of England (of Reformed Episcopal Church), gevormd in 1844 als een direct gevolg van de Oxford Beweging, de Society of Friends (Quakers) en de Salvation Army (Leger des Heils), gesticht door William Booth in 1865.

Rooms-Katholieke Kerk.

De Rooms-Katholieke Kerk werd in 1850 in Engeland en Wales hersteld en telt nu in heel Groot-Brittannië ongeveer vijf miljoen gelovigen. Er zijn in Engeland en Wales vijf aartsbisdommen en vijftien bisdommen; Schotland telt twee aartsbisdommen en zes bisdommen; Noord-Ierland maakt deel uit van de kerkprovincie Armagh en heeft één aartsbisdom (Armagh) en vier bisdommen.

Samenleving

Staatsinrichting

Elizabeth II EngelandFoto: Publiek domein

Het Verenigd Koninkrijk is een constitutionele parlementaire monarchie, waarvan het staatsbestel echter niet in een grondwet verankerd is, uniek voor zo’n belangrijke speler in de wereldpolitiek. De grondwet is in wezen een lichaam van statuten, gewoonterecht (gebaseerd op rechterlijke beslissingen en precedenten) en conventies.

Een belangrijk onderdeel van het Britse staatsrecht is de common law, dat zijn rechtsregels die historisch gezien in eerste instantie teruggaan op gewoonterecht. Een voorbeeld is de erkenning van het parlement als wetgevend orgaan. Dit geldt ook voor de speciale voorrechten of ‘privileges’ van de beide huizen van het parlement. De zogenaamde grondrechten zijn volgens het Engelse systeem een uitvloeisel van de common law; het Habeas Corpus, bijvoorbeeld een rechterlijk bevel om een bepaalde persoon voor de rechter te doen verschijnen. Ook de speciale bevoegdheden van de Kroon of ‘the royal prerogative’, zijn opgenomen in de common law.

Eind jaren tachtig werd het ontbreken van een geschreven grondwet steeds meer als een gemis en een bedreiging van bepaalde burgerrechten ervaren. De hervormingsbeweging Charter 88 pleit sinds 1988 behalve voor een geschreven grondwet en voor een hervorming van het Britse kiesstelsel ook voor een grotere vrijheid van informatie.

De Kroon is erfelijk in zowel de mannelijke als de vrouwelijke lijn. De bevoegdheden van de Kroon worden weliswaar formeel door de koning(in) uitgeoefend, maar dit geschiedt in feite door het Kabinet, dat tegenover de volksvertegenwoordiging, het Lagerhuis, verantwoording verschuldigd is. De koning heeft officieel alleen ceremoniële en representatieve functies, maar oefent wel degelijk af en toe invloed uit op staatszaken. Sinds 1952 wordt het Verenigd Koninkrijk geregeerd door koningin Elizabeth II. Zij staat in nauw contact met de premier of ‘Prime Minister’ (officiële naam: First Lord of the Treasury) en heeft het recht om over meer belangrijke vraagstukken geraadpleegd te worden en kan adviseren en waarschuwen. Bovendien benoemt zij de premier na algemene verkiezingen. De Britse koningin is ook staatshoofd van de meeste landen die deel uitmalen van het Britse Gemenebest, het lossen samenwerkingsverband van de meeste landen die in het verleden deel uitmaakten van het Britse koloniale imperium.

De leider van de partij die de meerderheid van de zetels in het Lagerhuis bezit, wordt tot premier benoemd. Het ‘kabinet’ is het centrale, uitvoerende gezagsorgaan van de staat. De 'regering' omvat alle ministers, ook zij die geen zitting hebben in het kabinet, en meer ondergeschikte regeringsfunctionarissen. De premier wijst de leden van het kabinet en verdere personen aan die regeringsfuncties gedurende de ambtsperiode van zijn kabinet zullen bekleden. De kabinetsleden moeten zitting hebben in het Lagerhuis of het Hogerhuis en voor de posten premier, minister van Buitenlandse Zaken en minister van Financiën is het een zetel in het Lagerhuis vereist. De premier heeft verder het recht een lid van zijn regering tot aftreden te dwingen, iets dat vrij vaak gebeurt. Verantwoordelijkheid voor de daden van de regering tegenover het parlement is collectief. Het Lagerhuis kan, door zijn afkeuring tegenover de regering uit te spreken, de regering tot aftreden dwingen óf, na ontbinding van het huis, nieuwe verkiezingen houden.

Parlementsgebouwen EngelandFoto: Henry Kellner CC 3.0 Unported no changes made

Het Hogerhuis of House of Lords is voor het grootste deel samengesteld uit mannelijke leden die zitting hebben op grond van hun erfelijke adeldom (peers) (1994: 773). Verder hebben er zitting 24 bisschoppen en 2 aartsbisschoppen van de Anglicaanse Kerk, de leden van het hoogste gerecht van Groot-Brittannië en twee andere hoge rechterlijke functionarissen. Deze rechterlijke leden van het Huis nemen echter niet deel te nemen aan politieke debatten van het Huis. In totaal telt het Hogerhuis ca. 1200 leden, van wie gemiddeld slechts een kwart bij de vergaderingen aanwezig is.

In 1958 werden life peerages (niet-erfelijke adeldom) ingesteld; daardoor kregen ook vrouwen de mogelijkheid zitting te nemen in het Hogerhuis. Sinds 1963 kunnen vrouwen die gerechtigd zijn tot erfelijke adeldom in het Huis zitting nemen en kunnen erfelijk gerechtigden voor hun persoon - niet tevens voor hun erfgenamen - van hun zetel afstand doen, waardoor voor hun het lidmaatschap van het Lagerhuis openstaat. De bevoegdheden van het Hogerhuis beperken zich in wezen tot vier taken:

Voorzitter van het Hogerhuis is de Lord Chancellor, die lid van het kabinet is.

Vergaderzaal House of Commons EngelandFoto: UK Parliament CC 3.0 Unported no changes made

Het Lagerhuis of House of Commons, die de eigenlijke volksvertegenwoordiging vormt, wordt gekozen volgens een districtenstelsel.

Het kiessysteem van het districtenstelsel waarbij degene met de meeste stemmen in een kiesdistrict de kandidaat van dat district wordt, het zogenaamde ‘first-past-the-post’-systeem, maakt het mogelijk dat één partij een grote meerderheid krijgt, terwijl niet de meerderheid van de landelijke kiezers erop heeft gestemd. Partijen waarvan de aanhang gelijkmatig over het land zijn verdeeld kunnen hierdoor onevenredig worden benadeeld.

Kiesgerechtigd zijn alle Britse onderdanen vanaf 18 jaar. Met uitzondering van enkele groepen kan elke Brit vanaf 21 jaar gekozen worden tot lid van het Lagerhuis. In elk district wordt één Lagerhuislid gekozen. Kiesdistricten zijn zo begrensd dat ze elk ca. 50.000 personen omvatten. In 2002 waren er 659 districten en dus 659 Lagerhuisleden, verdeeld over Engeland (529), Schotland (72), Wales (40) en Noord-Ierland (18).

De leider van de officiële oppositie ontvangt een door de staat betaald salaris voor het bekleden van deze functie. Hij is de belangrijkste tegenstander van de premier en leidt het schaduwkabinet. De maximale zittingsduur van het Lagerhuis is vijf jaar; de regering kan echter eerder tot ontbinding besluiten en zo algemene verkiezingen forceren op een ogenblik dat haar gunstig lijkt. Het Lagerhuis benoemt zijn voorzitter, de speaker, die, zolang hij in functie is, een van zijn eigen partij onafhankelijke, onpartijdige positie inneemt. De regeringspartij en de officiële oppositiepartij kennen het fenomeen ‘whips’, personen die het onderling overleg tussen die partijen voeren en er zorg voor dragen dat er fractiediscipline heerst. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Engeland heeft drie bestuursniveaus: de County-, District- en Parish- (Engeland) Council. Engeland is verdeeld in 39 counties of graafschappen. De counties van het gehele Verenigd Koninkrijk waren in 2002 onderverdeeld in 659 districten, verdeeld over Engeland (529), Schotland (72), Wales (40) en Noord-Ierland (18).

Londen neemt een uitzonderingspositie in. Samen met andere grote-stadsbesturen werd de Greater London Council om financiële redenen in april 1986 opgeheven en door andere organen met minder verantwoordelijkheid vervangen. De stad bestaat nu uit 32 zelfstandige ‘boroughs’ en de City of London.

De councillers kiezen eens per jaar uit hun midden een voorzitter, die in de districten met 'borough'-status de titel Mayor mag voeren. Er zijn negentien steden waar de voorzitter van de council zich Lord Mayor mag noemen.

Counties van Engeland met enkele belangrijke plaatsen
Bedfordshire (Bedford, Luton, Sandy)
Berkshire (Reading, Windsor, Wokingham)
Buckinghamshire (Milton Keynes, Buckingham, Aylesbury)
Cambridgeshire (Cambridge, Linton)
Cheshire (Chester, Stockport, Macclesfield, Crewe)
Cornwall (Falmouth, Newquay, Truro)
Cumberland (Carlisle, Workington)
Derbyshire (Derby, Chesterfeld, Ashbourne)
Devon (Exeter, Plymouth, Torquay)
Dorset (Dorchester, Shaftesbury)
Durham (Durham, Sunderland, Darlington, Hartlepool, Gateshead)
Essex (Chelmsford, Southend, Brentwood, West Ham)
Gloucestershire (Gloucester, Bristol, Cheltenham)
Hampshire (Winchester, Southampton, Portsmouth, Bournemouth, Newport)
Herefordshire (Hereford, Ross-on-Wye)
Hertfordshire (Hertford, Watford, St. Albans)
Huntingdonshire (Huntingdon, St. Ives)
Kent (Maidstone, Canterbury, Rochester, Dover, Greenwich)
Lancashire (Lancaster, Liverpool, Manchester, Preston, Bolton)
Leicestershire (Leicester, Loughborough)
Lincolnshire (Lincoln, Grimsby, Scunthorpe, Boston)
Middlesex (City of London, Harrow, Enfield, Westminster)
Norfolk (Norwich, Great Yarmouth)
Northamptonshire (Northampton, Peterborough, Kettering)
Northumberland (Newcastle-upon-Tyne, Berwick-upon-Tweed)
Nottinghamshire (Nottingham, Mansfield, Newark)
Oxfordshire (Oxford, Banbury)
Rutland (Oakham, Cottesmore)
Shropshire (Shrewsbury, Telford)
Somerset (Bath, Yeovil, Bridgewater, Glastonbury)
Staffordshire (Stafford, Stoke-on-Trent, Wolverhampton, Walsall)
Suffolk (Ipswich, Felixstowe, Sudbury)
Surrey (Guildford, Croydon, Woking, Sutton, Wimbledon, Brixton)
Sussex (Chichester, Brighton, Worthing)
Warwickshire (Warwick, Birmingham, Coventry, Stratford-upon-Avon)
Westmorland (Appleby, Windermere, Kirkby)
Wiltshire (Salisbury, Swindon, Chippenham, Marlborough)
Worcestershire (Worcester, Kidderminster)
Yorkshire North Riding (Middlesbrough, Scarborough, Whitby)
East Riding (Hull)
West Riding (Wakefield, Leeds, Sheffield, Bradford, Halifax, York)

Onderwijs

The Dining Hall of Balliol College, Oxford UniversityFoto: David Iliff CC 3.0 Unported no changes made

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft het onderwijs in Engeland vele veranderingen ondergaan.

In de huidige situatie wordt verwacht dat kinderen tussen vijf en zestien jaar naar school gaan. Op elfjarige leeftijd gaan ze van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. In het oude schoolsysteem konden de studenten dan kiezen tussen de ‘grammar school’, die onder andere opleidde voor de universiteit, of naar de minder prestigieuze middelbare scholen. Vandaag de dag worden deze twee schooltypen gecombineerd.

Op zestienjarige leeftijd nemen de studenten deel aan het GCSE, het General Certificate School Exam. Hierna zijn ze vrij om een baan te gaan zoeken. Steeds meer studenten plakken er echter nog twee jaar aan vast op een sort ‘high school’, in Engeland bekend staand onder de ‘Sixth Form’. Men probeert daar dan een ‘A’ of ‘Advanced level exam’ te halen, waarna men eventueel kan doorstromen naar een universiteit.

Eton College EnglandFoto: Kazimierz Mendlik CC 3.0 Unported no changes made

De twee belangrijkste instituten voor universitair onderwijs zijn de universiteiten van Oxford en Cambridge, gesticht in respectievelijk 1167 en 1209. Beide zijn wereldberoemd en trekken studenten van over de hele wereld. Verspreid over het Verenigd Koninkrijk liggen ca. 80 hogescholen en universiteiten. In naam zijn alle universiteiten zelfstandig, maar in de praktijk zijn ze allen, behalve de universiteit van Buckingham, afhankelijk van staatsgelden. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bestaat er ook een Open Universiteit, waar men via afstandsonderwijs een universitaire graad kan halen.

Engeland staat ook bekend om zijn fameuze privé-scholen. Enkele bekende namen zijn Eton en Harrow. Vele decennia geleden gingen veel kinderen van de sociale en politieke elite naar dit soort scholen. Kenmerkend is dat het exclusieve Eton College, een school voor jongens en gesticht in 1440, tot dusver achttien premiers opgeleverd. Het Eton College werd gesticht door de jonge Henry VI en bestond toen uit een kerk, een hospitium en een seculiere priestergemeenschap, die kosteloos onderwijs gaf aan zeventig koormonniken en leerlingen.

De invloed van de privé-scholen wordt de laatste jaren echter steeds geringer.

Economie

Algemeen

Door stoommachines aangedreven weverij EngelandFoto: Publiek domein

Vooral door de Industriële Revolutie werd het Verenigd Koninkrijk de eerste grote industriële natie en daarmee de grootste economische macht van de wereld. Op het gebied van de handel, transport, industriële productie en van het bank- en verzekeringswezen kende men een ongekende bloeiperiode. Rond 1900 begon de concurrentie van de Verenigde Staten en van bepaalde Europese landen en trad het verval in. Na de Eerste Wereldoorlog bleken vele industrieën verouderd en verloor het Verenigd Koninkrijk geleidelijk aan haar overheersende positie. Daar kwam het verlies van de meeste koloniën na 1945 nog bij, waardoor de economische basis steeds smaller werd. Het herstel na de oorlogsjaren verliep met een economische groei van 2 à 3% per jaar (1945-1971) langzamer dan in de meeste andere West-Europese landen. Pas tussen 1980 en 1986 steeg de groei naar 2,3% per jaar, tot 3,8% in 1986-1987. De Labour-regering maakte na de Tweede Wereldoorlog een begin met de nationalisatie van o.a. de steenkoolmijnen, de ijzer- en staalindustrie, de spoorwegen en sommige andere transportondernemingen en de gezondheidszorg. De staatsbedrijven verschaften aan het eind van de jaren zeventig werk aan 8% van de beroepsbevolking, namen 10% van de nationale productie voor hun rekening en 14% van de totale investeringen. Na 1980 zijn deze percentages sterk gedaald doordat vele sectoren door de conservatieve regering van Margaret Thatcher weer geprivatiseerd werden.

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw leidde de ‘oliecrisis’ een ernstige recessie in, met een hoge inflatie van bijna 22% in 1976 en een hoge werkloosheid. De jaren tachtig waren aanvankelijk vrij succesvol met een stijgende groei van het bnp, een dalend tekort van de overheidsuitgaven en een dalende inflatie. Eind jaren negentig lag de economische op 2,3%, maar werd de handelsbalans steeds negatiever evenals het dalend overschot op de betalingsbalans. Belangrijke aardolievondsten en -exporten hebben een nog sterkere daling van de saldi voorkomen.

Op dit moment (2017) is ca. 16% van de beroepsbevolking is werkzaam in de industrie; ruim 83% is actief in de dienstensector en slechts 1% is werkzaam in de landbouw.

In het zuiden van Engeland is het werkloosheidscijfer het laagst, terwijl in veel oude industriegebieden en binnensteden het aantal werklozen hoog is. Positief is het feit dat sinds 1965 het aantal vrouwen binnen de beroepsbevolking met 10% is toegenomen, weliswaar vaak door middel van parttime banen.

Londen Financieel districtFoto: Michael Duxbury (CC BY 2.0) no changes made

In 1998 stond het Verenigd Koninkrijk nog maar op de vijfde plaats van de grootste economische machten, en in termen van rijkdom per hoofd van de bevolking stond het niet eens in de top twintig. Toch is het land wereldeconomisch gezien natuurlijk nog erg belangrijk, met bijvoorbeeld de hoofdstad Londen als een van de belangrijkste financiële centra van de wereld. De regering is er van doordrongen dat als het Verenigd Koninkrijk in de 21e eeuw nog steeds een belangrijke economische rol wil spelen, modernisering van de economie zeer noodzakelijk is. Belangrijke zaken hierin zijn het goed op de hoogte te blijven van de nieuwste technologische ontwikkelingen en alternatieven te vinden voor de traditionele vormen van industrie (b.v. mijnbouw en de zware industrie).

De dienstverlening is in korte tijd de belangrijkste economische sector geworden en nu (2017) al goed voor 80% van het bnp. De twee belangrijkste sectoren zijn het bank- en het verzekeringswezen en sterk in opkomst zijn de toeristische sector, communicatiesector en de informatietechnologie.

De industrie nam in 2017 20% van het bnp voor haar rekening (m.n. de bouw en de productie van goederen en energie), de landbouw nog maar 0,7%.

De economische groei bedraagt 1,7% (2017)

Alle genoemde cijfers zijn de komende tijd aan fluctuaties onderhevig afhankelijk van het verloop van de Brexit (uitreding uit de EU) en de afhandeling daarvan.

Agrarische sector, bosbouw en visserij

LANDBOUW

Landbouwgrond EngelandFoto: Philip Halling CC 2.0 Generic no changes made

De landbouw heeft ca. 77% van het landoppervlak in gebruik en zorgt voor ongeveer 70% van de Britse voedselproductie.

De agrarische cultuurgrond omvat ca. 186.000 km2, waarvan ca. 64% bestaat uit bouwlanden, tuingronden, boomgaarden en graslanden, zogenaamd ‘improved land’. De rest van de agrarische cultuurgrond wordt ‘rough grazing’ genoemd, waaronder schrale natuurlijke weilanden op berghellingen en heidevelden. Heidevelden beslaan in Engeland ca. 1/6 van de cultuurgrond. Ongeveer 37% van het improved land wordt in beslag genomen door akkerland (vooral granen, haver en gerst).

Bijna de helft van de landbouwbedrijven is kleiner dan de minimumgrootte die volgens de Europese Unie nodig is voor een professioneel landbouwbedrijf. Van de boeren werkt ca. 75% fulltime in de landbouw. In totaal werken er ca. 550.000 mensen in de agrarische sector.

Aan de intensivering van de Britse land- en tuinbouw hebben in sterke mate mechanisatie en onderzoek bijgedragen. Hierdoor steeg bijvoorbeeld tussen 1961 en 1981 de productie van haver en aardappels met 63% resp. 45%. Het regeringsbeleid is er steeds op gericht geweest samenvoegingen te bevorderen. De landbouw droeg in 2017 voor 0,7% bij aan het bruto nationaal product, terwijl 1% van de beroepsbevolking er zijn werk vond.

Schapen houden EngelandFoto: Philip Halling CC 2.0 Generic no changes made

De veehouderij (vooral in het westen) neemt een dominerende plaats in binnen de agrarische productie. De slachtveefokkerij is het belangrijkst; de schapenteelt is zowel om het vlees als om de wol van belang.

De oppervlakte tuinbouwgrond is sinds de Tweede Wereldoorlog verminderd, maar door de sterke intensivering is de productie op peil gebleven. In Kent en de West Midlands bevindt zich de meeste tuinbouw.

In 2000 daalden de inkomens per boer naar het laagste peil van de laatste 25 jaar. Deze landbouwcrisis werd gedeeltelijk veroorzaakt door de lage prijzen en de wereldwijd groeiende voedselverwerkende industrie. De traditioneel kleine Engelse boerenbedrijven konden de concurrentie niet meer aan. Een andere oorzaak was de uitbraak van BSE of gekke-koeienziekte en van mond- en klauwzeer (miljoenen dieren werden afgemaakt), die niet alleen de getroffen boeren veel schade berokkende maar ook het vertrouwen in Engelse landbouwproducten in het algemeen aantastte. De laatste jaren is de landbouw zich langzaam aan het herstellen van alle klappen die ze te verduren heeft gehad. De biologische landbouw groeit sterk.

BOSBOUW

Van het landoppervlak van Groot-Brittannië is voor maar ca. 10% met bos bedekt (2,8 miljoen ha), en dan speciaal bos dat onderhouden wordt en productief is. Van deze bossen is ca. 50% te vinden in Engeland, 40% in Schotland en de rest in Wales.

Bijna 45% van dit bos wordt door de Forestry Commission beheerd, een onderdeel van de regering. Het bosareaal wordt jaarlijks uitgebreid, waarvan een kwart in opdracht van de overheid en driekwart in opdracht van particulieren. De meeste aanplant vindt plaats in berggebieden, in het bijzonder in Schotland (1998: bijna 16.000 ha).

De Britse houtbehoefte wordt slechts voor een gering deel door de binnenlandse productie gedekt; ca. 85% van alle houtproducten wordt geïmporteerd.

VISSERIJ

Vissersschepen EngelandFoto: Gary Radford CC 2.0 Generic no changes made

De Britse visserij heeft in de jaren zeventig en tachtig sterk aan belangrijkheid heeft ingeboet, maar voorziet nog steeds voor ongeveer twee derde in de nationale behoefte aan vis en visproducten.

De belangrijkste Engelse vissershavens zijn: Kingston upon Hull, Great Grimsby, Aberdeen, Fraserburgh in de Grampian Region, Peterhead, Lowestoft en Great Yarmouth.

Mijnbouw

Steenkool, aardolie en aardgas zijn de belangrijkste delfstoffen. De voornaamste mijngebieden in Engeland zijn die van Yorkshire-Derbyshire-Nottinghamshire en Durham-Northumberland.

In de afgelopen jaren is een groot aantal minder rendabele mijnen gesloten en daardoor is de productie van steenkool enorm verminderd. De belangrijkste binnenlandse afnemers van steenkool zijn de elektrische centrales.

Olieplatforms in de Noordzee EngelandFoto: NAC CC 4.0 International no changes made

Zeer belangrijk voor het Verenigd Koninkrijk zijn de aardolievelden op het Britse continentale plat in de Noordzee. Groot-Brittannië is zelfvoorzienend sinds 1980. De Britse aardoliereserves worden op 4,8 miljard ton geschat. De aardoliewinning en -verwerking is zeer kapitaalintensief en dat verklaart grotendeels het grote verschil tussen het aandeel van de mijnbouw in de werkgelegenheid (1%) en dat in het bnp (7,1%).

Sinds 1962 levert de Noordzee ook aardgas, dat wordt geëxploiteerd door drie dochtermaatschappijen van het staatsbedrijf British Gas. De gasreserves zijn waarschijnlijk voorlopig toereikend voor binnenlands verbruik.

Aan delfstoffen worden verder gewonnen: ijzererts, zand, grind, kalksteen, zout, leisteen en porseleinaarde.

Industrie

ALGEMEEN

Ondanks het feit dat Groot-Brittannië in tal van industriële sectoren zijn leidende positie verloren heeft, is het land nog steeds een belangrijke producent van wollen goederen (de oudste Britse stapelindustrie), computers en andere kantoormachines, telecommunicatieapparatuur, glas, ijzer en staal. The British Steel Corp. werd begin jaren tachtig gesaneerd en in 1988 geprivatiseerd. Door sluiting van oude fabrieken, invoering van nieuwe technologieën en reductie van arbeidsplaatsen kon de productiviteit behoorlijk verhoogd worden. Thans is deze onderneming wereldwijd de vierde staalproducent en vervaardigt 85% van de totale Britse productie. In de scheepsbouw kon de productie van off-shore-middelen slechts gedeeltelijk de neergang tegenhouden. De meest expansieve sectoren zijn de elektronica-, chemische- en autoindustrie. Ook de luchtvaart- en ruimtevaartindustrie is belangrijk. De productie reikt van satellieten met burger- en militaire doelen tot hovercrafts. The British Aerospace Corp. is een van de grootste vliegtuigproducenten ter wereld. De chemische industrie staat in Europees perspectief op de derde plaats.

In Groot-Brittannië zijn sinds 1966 de industriële werkgelegenheid en de productie (als percentage van het bnp) aanzienlijk gedaald. Groei-industrieën hebben zich vooral in het gebied ten westen van Londen, als ook, maar geringer in omvang, in enkele Schotse steden gevestigd. Zie ook Noord-Ierland, Schotland, Wales.

BIOTECHNOLOGIE

Hoofdkamtoor van Farmaciereus GlaxoSmithKline EngelandFoto: Maxwell Hamilton CC 2.0 Generic no changes made

Het Verenigd Koninkrijk is toonaangevend in Europa op het gebied van de biotechnologie, met name chemische, agrarische, farmaceutische en milieutechnologische bedrijven (ca. 550 bedrijven, ruim 40.000 werknemers). De regio’s South East Engeland (inclusief Oxford) en East England (inclusief Cambridge) herbergen veel biowetenschappelijke bedrijven.

ELEKTRONICA-INDUSTRIE

De Britse elektronica-industrie biedt aan meer dan 400.000 mensen werk en de omzet in deze sector neemt nog jaarlijks toe. De productie van computers, kantoorapparatuur, radio-, televisie-, en communicatieapparatuur groeide in de periode 1990-2000 hard.

De productie van medische en optische instrumenten en elektrische apparatuur verminderde in diezelfde periode.

De meeste werkgelegenheid, vooral administratieve en verkoopfuncties, in deze sector is in Zuid-Engeland te vinden. De computerindustrie is de grootste van Europa.

MACHINE- EN METAALINDUSTRIE

In deze sector werken ongeveer 300.000 mensen, vooral in het zuidoosten, het oosten en in de Midlands.

Britse bedrijven zijn vooral bekend door de mechanische machinebouw, en maken vooral brandstofmotoren, pompen, compressoren, tractoren, bouw- en grondverzetmachines en textielmachines.

Dit soort producten wordt vooral gekocht door nationale en internationale bedrijven in de constructie-, vliegtuig-, automobiel- en metaalwarenindustrie.

De staalindustrie is voornamelijk gevestigd in het zuiden van Wales. In Noord-Engeland, de Midlands en Yorkshire vindt veel nabewerking plaats. Het belangrijkste bedrijf in deze sector is Corus, het voormalige British Steel en gefuseerd met het Nederlandse Hoogovens. Corus biedt in het Verenigd Koninkrijk werk aan ca. 25.000 mensen, is de zesde grootste staalproducent ter wereld en de tweede producent in Europa. Veruit het grootste deel van de Britse staalproductie wordt in de bouw- en automobielwereld verwerkt.

AUTOMOBIELINDUSTRIE

Aston Martin DBS Superleggera EngelandFoto: YLeclerc CC 4.0 International no changes made

De afgelopen twee decennia vond er een enorme groei plaats in de Britse automobielindustrie. In 2002 werden er ca. 1,8 miljoen auto’s geproduceerd in het Verenigd Koninkrijk en stond daarmee op de vierde plaats in Europa. De omzet bedroeg in 2002 40 miljard pond.

Grote spelers als Ford, General Motors, Toyota, Honda en Nissan zorgen voor een van de meest concurrerende en dynamische automobielindustrieën ter wereld.

Ca. een derde van de totale productie komt uit de West Midlands, waar de meeste autoproducenten en toeleveranciers gevestigd zijn.

VOEDINGS- EN GENOTMIDDELENINDUSTRIE

Een van de grootste sectoren van de voedingsmiddelenindustrie is de markt voor brood en ontbijtproducten. Alleen al de sandwichmarkt heeft een totale waarde van meer dan 3 miljard pond.

Britten drinken meer dan 2 liter melk per week en behoren daarmee tot de grootste melkdrinkers ter wereld. De Britse zuivelindustrie zorgt voor bijna 70% van de binnenlandse vraag naar kaas. In het Verenigd Koninkrijk worden meer dan 400 kaassoorten geproduceerd, met cheddar als de populairste.

Bier en whisky zijn traditioneel de belangrijkste alcoholische dranken in Engeland, de productie daarvan is belangrijk voor de werkgelegenheid.

Wijngaarden zijn te vinden in de zuidelijke helft van Engeland. Er wordt vooral witte wijn geproduceerd. Appel- en perencider worden voornamelijk in het westen en zuidwesten van Engeland geproduceerd. Bulmers, in 2003 overgenomen door brouwerij Scottish & Newcastle, is de grootste ciderproducent ter wereld.

Kleding- en modesector

De kleding- en modesector is een van de belangrijkste industrieën in het Verenigd Koninkrijk. De meeste bedrijven in de kledingsector zijn te vinden in de Midlands, Noord- en Oost-Londen en in het noordoosten. Er werken meer dan 200.000 mensen in deze sector.

De schoenenindustrie is sterk ontwikkeld in Northamptonshire, Leicestershire, Somerset en Lancashire. Er worden vooral veel schoenen geïmporteerd uit Azië en andere landen met lage lonen.

Handel

Londens beurs aan het Patenoster SquareFoto: Gren in het publieke domein

Groot-Brittannië is een van de belangrijkste handelsnaties ter wereld. Het land exporteert veel luchtvaartproducten, motorvoertuigen, elektrische apparaten, chemische producten, petroleum gerelateerde producten, tabak en machines. Vooral de uitvoer van ruwe grondstoffen groeide sterk in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Ook de uitvoer van diensten nam toe. Na de val van de dollarkoers is het Verenigd Koninkrijk wereldwijd de grootste netto-exporteur in het internationale dienstenverkeer.

Tegenover een relatieve afname van de economische betrekkingen met de landen van het Gemenebest sinds de jaren zestig staat een toename van de handel met de EU-landen.

Het Verenigd Koninkrijk heeft al jaren te maken met een tekort op de handelsbalans. Oorzaken voor dit tekort zijn de daling van de prijs van ruwe aardolie, een toename van de import en een grotere binnenlandse vraag.

In 2017 waren Duitsland, de Verenigde Staten, China, Frankrijk, Ierland en Nederland de belangrijkste handelspartners van het Verenigd Koninkrijk.

Bankensector

Bank of EnglandFoto: Publiek domein

In het Verenigd Koninkrijk zijn bijna 500 buitenlandse banken gevestigd, met vooral een buitenlandse clientèle. Met name Londen heeft natuurlijk een grote concentratie binnen- en buitenlandse banken. De verzekeringsmarkt is zelfs de grootste ter wereld. De effectenbeurs van Londen heeft na New York en Tokio de meeste noteringen.

De centrale bank, de ‘Bank of England’, is al opgericht in 1694. Zij zorgt voor het binnen- en buitenlandse betalingsverkeer, de uitgifte en verspreiding van muntgeld en bankbiljetten. Tevens is de Bank of England de huisbank van de regering. De bankensector zal veranderen als gevolg van de Brexit.

Verkeer

SCHEEPVAART

De Britse handelsvloot is in mondiaal opzicht betekenis aan het verliezen.Groot-Brittannië en Noord-Ierland tellen samen meer dan 300 grote en kleinere zeehavens. De belangrijkste havens zijn: Londen, Liverpool, Manchester, Southampton, Newcastle-upon-Tyne. De belangrijkste containerhaven is Felixstowe.

Een zeer klein deel van de kanalen en rivieren wordt gebruikt voor commerciële scheepvaart.

LUCHTVERKEER

Heathrow Terminal 3 EnglandFoto: Panhard CC 3.0 Unported no changes made

Er zijn 21 grote commerciële luchthavens, waarvan Heathrow (Londen) verreweg de grootste is, met Gatwick als goede tweede.

Het in 1987 geprivatiseerde British Airways is de belangrijkste luchtvaartmaatschappij en genereert bijna de helft van de inkomsten van de Britse luchtvaartindustrie.

SPOORWEGEN

De Britse spoorwegen werden in 1947 omgevormd tot staatsbedrijf onder de naam British Railways. De lengte van het spoorwegnet bedraagt ca. 32.000 km. De spoorwegtunnel onder Het Kanaal werd in 1994 in dienst genomen.

WEGTRANSPORT

Het wegennet bestond in 2003 uit 391.701 km, inclusief hoofdwegen, die geheel ten laste komen van het rijk, waarvan 3000 km autoweg, 35.000 km zogenaamde ‘principal roads’, die deels ten laste komen van het graafschap waarin ze liggen, en ca. 304.000 km andere wegen, die vallen onder de financiële verantwoording van de plaatselijke autoriteiten. Pas in 1955 begon men met de aanleg van autowegen.

Vrachtverkeer over de weg is zeer belangrijk voor het binnenlandse transport; ca. 80% van alle goederen wordt per vrachtwagen vervoerd.

Vakantie en Bezienswaardigheden

White Cliffs of Dover EngelandFoto: Immanuel Giel CC 3.0 Unported no changes made

Het toerisme naar het Verenigd Koninkrijk is met een totale waarde van bijna 80 miljard pond een van de belangrijkste economische sectoren geworden. In totaal werken er meer dan 2 miljoen mensen in de toeristische sector, dat is zo’n 7,5% van de totale beroepsbevolking. Een overtocht naar Engeland is vanuit veel havens mogelijk. Het binnenlandse toerisme bracht echter nog veel meer op, namelijk ca. 61 miljard pond. Londen is met afstand de belangrijkste bestemming. Meer dan de helft van alle toeristen bezoekt minimaal één dag de hoofdstad.

Engeland heeft veel toeristische bezienswaardigheden, we beperken ons hier tot een aantal van de bekendste, gevolgd door de verkorte beschrijving van een aantal steden die ook uitgebreid op de stedenpagina's van landenweb beschreven staan.

Stonehendge EngelandFoto: Simon Wakefield CC 2.0 Generic no changes made

Stonehenge in de buurt van Salisbury is omgeven door een mysterie. Je ziet hier een kring van megalithische stenen die te dateren zijn omstreeks 2300 voor Christus. Het is bijna zeker dat het monument gebruikt is als begraafplaats, maar het zou ook een gezondheidscentrum kunnen zijn of een offerplaats. Tegenwoordig komen mensen naar deze magische plek om de zonnewende te ervaren.

Hadrian's Wall EngelandFoto: Carole Raddato CC 2.0 Generic no changes made

Hadrian's Wall loopt van kust tot kust en markeert de Noordgrens van het Romeinse Rijk. Zoals de naam al aangeeft is de muur gebouwd tijdens de regeerperiode van Keizer Hadrianus. De bouw vond tussen 122 en 128 na christus plaats en was bedoeld als bescherming tegen aanvallen van de Picten. Momenteel is Hadrian's Wall een belangrijke toeristische attractie vanwege het wandelpad dat jaarlijkse vele toeristen trekt.

Lake District EngelandFoto: Abbasi1111 CC 3.0 Unported no changes made

In het noorden van Engeland vind je het Lake District, dat is een veel bezocht National Park met de hoogste bergtoppen van Engeland en een zestiental meren, met als bekendste Lake Windermere. In de Victoriaanse tijd was het lake District een reisbestemming voor de elite. De dichters William Wordsworth en Samuel Coleridge woonden hier en stonden bekend als the Lake Poets. Tegenwoordig is het meer en meer een bestemming geworden voor het massatoerisme. Een ander fraai National Park is het Peak district in het midden van Engeland.

Land's End, Cornwall, EngelandFoto: Kevin Law CC 2.0 Generic no changes made

Cornwall ligt in het uiterste Zuidwesten van Engeland. Door de passerende Golfstroom heeft Cornwall een erg zacht klimaart er groeien zelfs palmbomen. Het meest westelijke gedeelte heet Land's End en dat is een grote toeristische trekpleister. St Ives is een drukke stad en je vindt er veel galerietjes en een museum ter ere van de grote beeldhouwster Barbara Hepworth. Populair bij wandelaars is het Cornwell Coastal Path waar je de nodige hoogtemeters kunt maken terwijl je geniet van spectaculaire vergezichten. Surfen kun je ook in Corwall, vooral de plaats Newquay is populair.

Tower of Londen EngelandFoto: Rafa Esteve CC 3.0 Unported no changes made

Londen is de grootste stad en tevens de hoofdstad van Engeland. In Londen staan toeristen in de rij voor een groot aantal attracties. De bekendste zijn Madame Tussauds heeft veel wassen beelden van de groten der aarde. Je kunt volop griezelen bij de London Dungeon. Aan de rivieroever staat het London Eye een reuzenrad met een wijds uitzicht over de stad. Één van de grootste attracties rond Buckingham Palace is het wisselen van de wacht. Bij elk Brits paleis gebeurt dit dagelijks en er wordt een hele ceremonie omheen gehouden. De wachten mogen zich tijdens hun werk niet bewegen, alleen tijdens de wisselceremonie. De plechtigheid bestaat al eeuwen en neemt zo’n drie kwartier in beslag. Elke dag om 11.30 begint de wisseling van de wacht bij Buckingham Palace in Londen. London Bridge is de brug die we allemaal wel kennen van het Engelse kinderliedje: ‘London Bridge is fallen down’. De brug verbindt de wijken City of Londen en Southwark met elkaar. De eerste brug op deze plaats werd gebouwd door de Romeinen, maar werd vaak vernield, beschadigd, weer opgebouwd, gerestaureerd en verbouwd. Vanaf de 14e eeuw werd het een traditie om de afgehakte hoofden van verraders langs de brug te plaatsen. Pas in 1660 werd er gebroken met deze lugubere gewoonte. Londen Bridge wordt vaak verward met de Tower Bridge. De Tower Bridge is echter imposanter dan London Bridge en werd pas in 1884 voltooid. De Tower Bridge wordt ’s avonds erg mooi verlicht. Beide bruggen zijn erg bijzonder en het is zeker de moeite waard er eens overheen te lopen. Lees meer op de Londen pagina van Landenweb.

Liverpool EnglandFoto: Beverley Goodwin CC 2.0 Generic no changes made

Liverpool is een stad aan de oostelijke oever van de rivier de Mersey in Engeland. Bij Liverpool denken de meeste mensen aan twee dingen: de gelijknamige voetbalclub en de stad van de wereldberoemde popgroep The Beatles. De grote toeristenattractie is het maken van een Beatles tour door Liverpool. Veel bedrijven bieden zo’n tour aan, vanaf twee uur tot een hele dag. Je bezoekt het Liverpool van de Beatles en je ziet Penny Lane, Strawberry Fields, The Cavern, The Casbah en alle scholen en huizen waar de Beatles ooit gewoond hebben. Vaak kun je ook een persoonlijk tintje vragen voor je eigen “Magical Mystery Tour”.

Een bijzondere bezienswaardigheidvoor toeristen is Speke Hall, een herenhuis uit de Tudor periode dat ligt in het zuiden van de stad. Het is een van de oudste huizen van Liverpool en het werd gebouwd in 1598. Het gebouw is een van de weinige overgebleven houten Tudor-huizen. De Anglicaanse kathedraal is de grootste kathedraal in Groot-Brittannië en de vijfde grootste ter wereld. De kathedraal is gebouwd in gotische stijl en word beschouwd als een van de grootste gebouwen uit de 20e eeuw. lees meer op de Liverpool pagina van landenweb.

Manchester Stadhuis EngelandFoto: Mark Andrew CC 2.0 Generic no changes made

Manchester is een stad en een district in het noordwesten van Engeland. De stad toont een grote verscheidenheid aan architecturale stijlen, variërend van Victoriaanse tot hedendaagse architectuur. De Manchester Town Hall in Albert Square, werd gebouwd in de neo-gotische stijl en wordt beschouwd als een van de belangrijkste Victoriaanse gebouwen in Engeland. De musea van Manchester stellen objecten ten toon uit de Romeinse geschiedenis en uit het rijke industrieel erfgoed, met nadruk op de rol van de stad in de Industriële Revolutie. Het Manchester museum werd opengesteld voor het publiek in de jaren 1880 en heeft opmerkelijke collecties uit het oude Egypte en mooie natuurhistorische collecties. De Manchester Art Gallery op Mosley Street heeft een uitgebreide permanente collectie Europese schilderkunst. Manchester staat bekend als een stad van sport. Twee Premier League voetbalclubs dragen de naam van de stad, Manchester City en Manchester United. Een bezoek aan een wedstrijd is een hoogtepunt voor veel toeristen. Lees meer op de Manchester pagina van Landenweb.

Birmingham EnglandFoto: Jimmy Guano CC 4.0 International no changes made

Birmingham is een stad en district in de West Midlands County van Engeland en het is de dichtstbevolkte Britse stad na Londen. Doordat Birmingham zich vooral ontwikkelde tijdens de Industriële Revolutie zijn er relatief weinig gebouwen bewaard gebleven uit de vroegere geschiedenis. Daarentegen zijn er veel gebouwen uit de Georgische periode en heeft Birmingham zich ontwikkeld tot een moderne stad met spannende architectuur en een aantal topmusea zoals Birmingham Museum & Art Gallery, vooral bekend vanwege zijn uitstekende collectie Pre-Raphaelitische schilders. Er hangen ook oude meesters, onder meer belangrijke werken van Bellini, Rubens, Canaletto en Claude Monet. The Barber Institute of Fine Arts in Edgbaston, is een van de mooiste kleine kunstgalerijen in de wereld en toont een collectie van uitzonderlijke kwaliteit die de Westerse kunst vertegenwoordigt van de dertiende eeuw tot heden. Het uitgaansleven in Birmingham is vooral geconcentreerd langs de Broad Street en de stad organiseert veel festivals. Lees meer op de Birmingham pagina van Landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

ENGELAND LINKS

Advertenties
• Engeland Tui Reizen
• Londen met NS Hispee
• Engeland Vliegtickets.nl
• ANWB vakantie boeken Engeland
• Autohuur Engeland
• Vakantiehuizen in Engeland
• Engeland Hotels
• Djoser Rondreis Engeland
• Autoverhuur Sunny Cars Engeland
• Engeland Vliegtickets Tix.nl
• Engeland Campings

Nuttige links

Campersite Engeland (N)
Dieren in Egeland (N)
Engeland Favorietje (N)
Engeland informatie - Reizendoejezo
Engeland Reisstart (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Engeland(N)
Reizendoejezo – Engeland (N)
Rondreis door Engeland (N)
Startpagina Engeland (N)
Vakantie Engeland Jouwpagina (N+E)
Zuid Engeland Fotoreportage

Bronnen

Allport, A. / England

Chelsea House

Bowden, R. / Groot-Brittannië

Corona

Engeland, Wales

Lannoo

England

Lonely Planet

England

Rough Guides

Fuller, B. / Britain

Marshall Cavendish

Groot-Brittannië

Michelin Reisuitgaven

Locke, T. / Engeland

Van Reemst

Parsons, F.S. / Engeland

Van Reemst,

Schaedtler, K. / Highlights van Engeland en Wales

Gottmer

Somerville, C. / Groot-Brittannië

Kosmos-Z&K

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Geert Willems