Landenweb.nl

ALGERIJE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Arabisch
  Hoofdstad  Algiers
  Oppervlakte  2.381.741 km²
  Inwoners  42.586.868
  (mei 2019)
  Munteenheid  Algerijnse dinar
  (DZD)
  Tijdsverschil  +0 (zomer +1)
  Web  .dz
  Code.  DZA
  Tel.  +213

To read about ALGERIA in English - click here

Geografie en Landschap

Geografie

De Democratische Volksrepubliek Algerije, in het Arabisch 'Al-Djaza'ir' en in het Berber ´Lzayer´, is een land in Noord-Afrika, dat samen met Marokko, Tunesië, Mauritanië en Libië tot de Maghreb behoort, een aanduiding voor het noordwesten van Afrika maar ook een politieke eenheid onder de naam Union du Maghreb Arabe (UMA).

De oppervlakte van Algerije is 2.381.741 km2 en het land is daarmee ongeveer 57 keer zo groot als Nederland en 78 keer zo groot als België. Algerije is sinds 9 juli 2011, de dag dat Zuid-Soedan onafhankelijk werd, het grootste land van Afrika. Tot die datum was Soedan het grootste land van Afrika met een oppervlakte van 2.505.813 km2 (nu: 1.861.484 km2). Algerije is op de wereldranglijst van grootste landen ook een plaatsje opgeschoven en staat nu op de 10e plaats.

Algerije grenst in het westen aan Marokko (1900 km) en Westelijke Sahara (41 km), in het zuidwesten en zuiden aan Mauritanië (460 km) en Mali (1359 km), in het zuidoosten aan Niger (951 km), in het oosten aan Libië (989 km) en in het noordoosten aan Tunesië (1034 km). In het bergachtige noorden grenst Algerije aan de Middellandse Zee en de kustlijn is 998 km lang. De afstand van Algiers in het noorden naar Tamanrasset in het zuiden is meer dan 2000 km, en dat is een grotere aftsand dan de afstand van Algiers naar Parijs. 500 kilometer zuidwaarts vanaf de kust begint de Sahara of het 'Grote Zuiden', zoals de Algerijnen de woestijn ook wel noemen. Algerije bestaat voor vier-vijfde uit woestijn, wat op onderstaande satellietfoto duidelijk te zien is.

advertentie

Satellietfoto Algerije

Photo: publiek domein

De niet permanent bewoonde Habibaseilanden liggen in de Zee van Alboran, het meest westelijke gedeelte van de Middellandse Zee, zo'n twaalf kilometer vanaf de noordwestkust van Algerije en de stad Oran. De archipel, samen maar 0.4 km2 groot en oorspronkelijk vulkanisch, bestaat uit twee grote eilanden, waaronder het hoofdeiland Touria, en ca. 20 kleinere eilanden. De maximale hoogte van de archipel bedraagt 103 meter.

Landschap

advertentie

Chot Melrhir, Algerije

Photo: Yelles Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De meeste Algerijnen wonen in het noorden van het land, en dan met name in de smalle kustvlakte, waar onder andere de hoofdstad Algiers ligt. De kust van Algerije is over het algemeen erg rotsachtig, maar er zijn ook veel zandstranden en baaien te vinden. Het laagste punt van Algerije is Chott Melrhir, een zoutmeer in het noordoosten van Algerije, tevens het grootste meer van het land. Praktisch het hele meer ligt onder de zeespiegel, en het laagste punt van Algerije ligt ongeveer in het midden van het meer op -40 meter.

advertentie

Atlasgebergte Algerije

Photo: Omar le brave CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het kustgebied van Algerije gaat geleidelijk over in het Atlasgebergte, een relatief jong gebergte in Noordwest-Afrika dat van west naar oost door Marokko, Algerije en Tunesië loopt en hetzelfde type gebergte is als de Alpen in Europa. Het Atlasgebergte kan verdeeld worden in een aantal kleinere gebergten, in Algerije ligt gedeeltelijk de Kleine Atlas (ook wel Tell-Atlas), en verder in zijn geheel de Sahara-Atlas en het Aurès-gebergte.

De Kleine of Tell-Atlas is een gebergte dat over een lengte van ca. 1500 km evenwijdig aan de Middellandse-Zeekust door Marokko, Algerije en Tunesië loopt en uiteindelijk in Oost-Algerije samenkomt met de Sahara-Atlas en daar de Tébessa bergketen en het Medjerda-gebergte vormt. De Tell-Atlas is gemiddeld 1500 meter hoog, met als hoogste punt de Lalla Khedidja (2308 m) in de Jurjura bergketen, een onderdeel van de Tell-Atlas. De Tell-Atlas vormt een natuurlijke barrière tegen de Middellandse Zee en aan de voet van dit gebergte liggen steden als Algiers en Oran. De Sahara-Atlas vormt een natuurlijke barrière tegen de Sahara-woestijn en tussen deze twee gebergten ligt de zeer vruchtbare Chelif-vallei en rivieren als de Chelif (ook wel Chéliff of Sheliff, 725 km), de langste rivier van het land, de Medjerda (totaal 450 km), die vanuit Noordoost-Algerije naar Tunesië stroomt, en de Seybouse (225 km).

Een van de mooiste gebieden van Algerije is het nationale park Tlemcen in het noordwesten van Algerije. Naast de omvangrijke bossen van Zariffet en Aïn Fezza zijn in dit landschappelijk gevarieerde gebied ook nog de watervallen van Cascades d'El Ourit en de druipsteengrotten van Beni Add te vinden.

advertentie

Medjerda, rivier in Algerije

Photo: DrFO.Jr.Tn Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

De Sahara-Atlas ligt voor het grootste gedeelte in Algerije met een oostelijke uitloper in Tunesië. Dit gebergte is indrukwekkender dan de Tell-Atlas, met als hoogste punt de Djebel Aissa (2236 m) in de Ksour bergketen. Andere bergketens in de Sahara-Atlas zijn Amour, Oued-Naïl, Hodna, Nememcha en Zab. Ten zuiden van de Sahara-Atlas ligt Hautes Plaines of Hauts Plateaux, een steppeachtige hoogvlakte met grassen en lage struiken, waar gedurende het regenseizoen ondiepe zoutmeren of spaarbekkens ontstaan, 'chotts' geheten, die in de zomer weer opdrogen en dan zoutvlaktes vormen. Een van de grootste meren in dit gebied is het Chott Ech Chergui-meer. Hautes Plaines heeft een gemiddelde hoogte van 1100-1300 meter in het westen en 400 meter in het oosten.

In het uiterste noordoosten van Algerije ligt het Aurès-gebergte met als hoogste piek de Djebel Chélia (2328 m) in de provincie Khenchela. In de Belezma-bergketen , een onderdeel van het Aurès-gebergte, komen de Tell-Atlas en de Sahara-Atlas samen en de hoogste toppen zijn daar de Djebel Refaâ (2178 m) en de Djebel Tichaou (2136 m).

advertentie

Gebergten in Noordwest-Afrika

Photo:publiek domein

Ten zuiden van Hautes Plaines begint de Algerijnse Sahara (Sahara betekent woestijn in het Arabisch), een droog, leeg en woest gebied, maar met een grote variëteit aan landschappen die zich bovendien in allerlei kleuren presenteren. De gemiddelde hoogte van de Algerijnse Sahara bedraagt 460 meter.
In het centrale gedeelte van de Algerijnse Sahara bevinden zich de uitgestrekte zandwoestijnen van de Oostelijke (Grand Erg Oriental, ca. 120.000 km2) en Westelijke Erg (Grand Erg Occidental, ca. 80.000 km2), met aan de rand van de zandduinen oasesteden als El Oued in het noordoosten van Algerije, El Menia in Centraal-Algerije en Taghit in West-Algerije.

Taghit, oasestadje in West-Algerije

Photo: Mohamed.benguedda CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het zuiden van de Algerijnse Sahara is veel rotsachtiger en wordt gedomineerd door het Ahaggar- of Hoggargebergte, waar de hoogste bergen van Algerije te vinden zijn, de Tahat (3003 m), de L'Ilamane (2780 m) en de Assekrem (2788 m), een afgeplatte berg gelegen op het Atakor-plateau.
In het zuidoosten van de Algerijnse Sahara ligt het hoogplateau Tassili n'Ajjer met een oppervlakte van ca. 72.000 km². Deze streek, een groot gedeelte is een nationaal park, staat ook bekend om de vele duizenden prehistorische tekeningen uit het Neolithicum die hier sinds 1933 gevonden zijn. Het hoogste punt van Tassili n'Ajjer is de Adrar Afao (2158 m) en bijzonder zijn de opmerkelijke en spectaculaire rotsformaties en 'rotsbossen' van geërodeerd zand. Door de erosie staan in dit gebied ook nog eens zo'n 300 rotsbogen.

Bijzondere rotsformaties kenmerken het Tassili n'Ajjer National Park in Zuidoost-Algerije.

Photo: Gruban Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Algerije ligt op een breukvlak waar Afrikaanse en Europese continentale platen tegen elkaar schuren en daardoor in het noorden van het land aardbevingen veroorzaken die soms een verwoestende uitwerking hebben. Kleine aardbevingen komen vrij regelmatig voor, in juli 2014 kostte een aardbeving nog zes mensen het leven en raakten er 420 gewond.

De zwaarste gemeten aardbeving, met een kracht van 7.7 op de Schaal van Richter, was die op 10 oktober 1980 in de provincie Chlef. Hierbij vielen ca. 5000 doden en meer dan 9000 licht- en zwaargewonden. Vermoedelijk nóg zwaarder aan kracht, maar niet gemeten, was een aardbeving in mei 1716, met naar schatting 20.000 doden en een veelvoud daarvan aan gewonden. Ook in de 21e eeuw is Algerije niet gespaard gebleven, met aardbevingen in 2003 (provincie Boumerdès, 6.8 en provincie Algiers, 5.8), 2010 (provincie Bouïra, 5.1) en 2014 (provincie Algiers, 5.6).

Gevolgen aardbeving in Boumerdès (2003), 2266 doden, meer dan 10.000 gewonden en ca. 200.000 dak- en thuislozen

Photo: Magharebia Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Klimaat en Weer

Algerije droogte

Photo: Madxk CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Noord-Algerije heeft een mild, mediterraan klimaat, hoewel er door aanwezige microklimaten lokaal verschillen kunnen optreden. Bovendien zijn er van jaar tot jaar grote verschillen te constateren wat betreft regenval en temperaturen. Het is niet ongewoon om zomerweer in de winter te hebben en winterweer laat in de lente. Als gevolg van die sterke wisselingen wordt Noord-Algerije dan weer getroffen door overstromingen en dan weer door lange periodes van droogte. De gemiddelde temperatuur ligt zo tussen de 21 en 24°C met overdag regelmatig uitschieters boven de 35°C. Door de hoge luchtvochtigheid is het in de zomer echter nauwelijks te harden. In de winter daalt de gemiddelde temperatuur naar 10-12°C en kan het 's nachts behoorlijk koud aanvoelen.

In Oost-Algerije liggen de temperaturen wat lager en op het Hauts Plateaux dalen de temperaturen tot rond het vriespunt met zelfs kans op een laagje sneeuw. Ook in een stad als Sétif, op een hoogte van 1096 meter, kan de winter toeslaan en sneeuw vallen. In de zomer is het gewoon erg heet en in de lente blaast de sirocco gedurende een aantal weken een droge, verstikkende wind over de woestijn.

De Sahara staat natuurlijk bekend om haar verzengende temperaturen en dat is in Algerije niet anders. In de zomer loopt de temperatuur midden op de dag gemakkelijk op tot waarden van boven de 50°C. Maar vooral in de winter kan het 's nachts behoorlijk afkoelen, tot zelfs onder het vriespunt. De temperatuur van de bodem kan nog meer dan dan 10°C hoger liggen dan de luchttemperatuur.

Donkere regenwolken pakken zich samen boven Annaba, Algerije

Photo: Faten Aggad Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Regenval is aan de kust in het noorden zeker geen zeldzaamheid, met name in de winter en de lente. Als het regent, dan regent het behoorlijk door, motregen komt vrijwel niet voor. In het noorden valt gemiddeld tussen de 400 en 700 mm per jaar, maar die hoeveelheid neemt van west naar oost toe en in de buurt van Annaba langs de Middellandse zeekust in Noordoost-Algerije valt jaarlijks rond de 1000 mm. Landinwaarts regent het uiteraard veel minder en in de zomer valt er nauwelijks nog een druppel. Ook in de Sahara is het zeer droog, in de woestijnstad In-Salah valt gemiddeld maar 13 mm neerslag per jaar. Toch kan het onverwacht ook ontzettend hard regenen met zelfs overstromingen tot gevolg. In mei 2007 zorgden stortregens en hagelstormen er binnen acht uur voor dat de Sahara-stad Hassi Messaoud onder water stond.

Middellandse Zeekust
minimum temp.gemiddelde temp.maximum temp.watertemp.
januari9,8°C13,1°C16,4°C15,7°C
februari10,1°C13,8°C17,4°C16,1°C
maart11,2°C15,0°C18,9°C16,3°C
april12,9°C17,0°C21,2°C17,2°C
mei15,5°C19,7°C23,9°C19,9°C
juni18,5°C22,9°C27,3°C22,5°C
juli20,8°C25,5°C30,2°C23,5°C
augustus21,7°C26,3°C30,9°C22,4°C
september20,4°C24,7°C29,0°C22,4°C
oktober17,3°C21,3°C25,2°C22,1°C
november13,7°C17,2°C20,7°C18,7°C
december10,8°C14,2°C17,5°C16,6°C
Tussen Tell- en Sahara-Atlas
minimum temp.gemiddelde temp.maximum temp.
januari3,7°C8,5°C23,5°C
februari5,6°C10,9°C23,4°C
maart7,0°C12,7°C31,5°C
april12,9°C17,0°C21,2°C
mei13,1°C20,4°C36,6°C
juni17,5°C25,0°C41,0°C
juli21,1°C29,1°C43,5°C
augustus20,0°C27,8°C40,9°C
september17,3°C23,6°C38,0°C
oktober11,9°C17,4°C31,9°C
november7,9°C12,5°C29,3°C
december4,7°C9,0°C24,2°C
Ahaggar-gebergte
minimum temp.gemiddelde temp.maximum temp.
januari4,0°C12,0°C20,0°C
februari6,0°C14,0°C22,0°C
maart9,0°C17,5°C26,0°C
april14,0°C22,0°C30,0°C
mei17,0°C25,0°C33,0°C
juni21,0°C28,0°C35,0°C
juli22,0°C28,5°C35,0°C
augustus21,0°C27,5°C34,0°C
september19,0°C26,0°C33,0°C
oktober15,0°C22,5°C30,0°C
november11,0°C18,0°C25,0°C
december6,0°C13,5°C21,0°C
Sahara
minimum temp.gemiddelde temp.maximum temp.
januari4,1°C10,9°C27,4°C
februari6,2°C13,3°C32,6°C
maart9,4°C16,8°C37,4°C
april12,8°C21,0°C40,8°C
mei16,9°C25,6°C44,6°C
juni21,4°C30,4°C51,6°C
juli24,1°C33,5°C54,0°C
augustus23,6°C32,7°C50,8°C
september20,9°C29,2°C50,2°C
oktober15,2°C22,8°C42,0°C
november9,5°C16,3°C33,2°C
december4,8°C11,5°C29,0°C

Klimaattabel In-Salah, woestijnstad in Centraal-Algerije

Photo: Hedwig in Wahington CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Planten en Dieren

Planten

Door de omvang van het land vertonen de landschappen van Algerije alle vegetatietypen die in Noord-Afrika voorkomen. Een bezoek in Algiers aan de botanische tuin Jardin d'Essai du Hamma is een echte aanrader wat dat betreft. Deze botanische tuin werd opgericht in 1830 en bevat een van de grootste botanische collecties van Afrika.

Jardin d'Essai du Hamma, grootste botanische tuin van Algerije

Photo: Ludovic Courtès CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ca. 5000 jaar geleden was een groot deel van de bergachtige kustregio bedekt met loof- en naaldbossen. Ceders, pijnbomen, steen- en kurkeiken groeiden tot aan de branding van de Middellandse Zee.

Zoals op veel plaatsen in Afrika is het landschap in de loop van duizenden jaren door toedoen van vooral de mens drastisch veranderd. Door het rooien van bomen voor meer landbouwgrond verdwenen enorme oppervlakten aan bossen. Daar kwamen ook nog eens vele bosbranden bij, onder andere tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962). Normaal gesproken herstelt de natuur zich na een brand vrij snel, maar in Algerije werden nieuwe aanplant en jonge loten meteen weer opgevreten door grote geitenkuddes. Sinds het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw werden er op een planmatige manier weer bossen aangeplant.

Nieuwe plantensoorten werden ingevoerd uit andere regio's, zoals uit tropisch Afrika, Zuidwest-Azië, India en Zuid-Amerika. Zo verspreidde de olijfboom zich als een karakteristieke boom over de gehele mediterrane regio. Deze boom werd vanaf ongeveer 600 v.Chr. geïntroduceerd door Foenicische kooplieden in Carthago (Tunesië) en Marsilia (Marseille) en de Romeinen gebruikten de olijfboom vaak als grensboom. Ten tijde van de veroveringstochten van Alexander de Grote (331-324 v.Chr.) werden rijst, katoen en citrusvruchten geïntroduceerd in het Middellandse-Zeegebied, citrusbomen in eerste instantie zelfs alleen maar als siergewassen. Arabische stammen brachten tussen de 7e en 12e eeuw n.Chr. dadelpalmen, suikerriet en papyrus naar Noord-Afrika. Nog exotischer planten en bomen brachten de Portugezen mee vanuit Oost-Azië, na het ronden van Kaap de Goede Hoop in de 15e eeuw. Na 1492 werden er vanuit de 'nieuwe wereld', Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, totaal nieuwe soorten ingevoerd, onder andere aardappelen, maïs, tomaten, pinda's, paprika, agave, schijfcactus en bougainvillea. Vanaf het midden van de 18de eeuw, onder de koloniale heerschappij van Frankrijk, werden onder meer de Canarische palm, eucalyptussoorten en de mandarijnboom geïntroduceerd.

Bomen

De olijfboom is een van de langst levende cultuurplanten, exemplaren van meer dan duizend jaar oud zijn geen uitzondering. De vruchten van deze altijd groene boom, met een oliepercentage van 30-35%, worden tussen november en maart geoogst.

Olijfboomgaard

Photo: Petr Pakandi Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic no changes made

Grote aaneengesloten naaldbossen komen niet veel meer voor in Algerije. Toch zijn naaldbomen als de Aleppoden, de zeeden nog op veel plaatsen te zien, maar dan meer in een solitaire omgeving. Cypressen, waaronder de Atlasceder, die eveneens zeer oud kunnen worden, zijn ook karakteristiek voor het Middellandse Zeegebied.

Bijzonder is de Algerijnse zilverden, die alleen voorkomt in Algerije, en dan met name op de hellingen van de Djebel Babor, de op één na hoogste berg van Algerije.

Kurkeik

Photo: Ballista Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 no changes made

Kurkeiken komen vooral voor in het westelijke Middellandse Zeegebied, en als ze 15-20 jaar oud zijn kan men beginnen met het 'oogsten' van de kurk.

De snelgroeiende eucalyptusboom, rond 1850 werden ca. 50 soorten ingevoerd vanuit Australië, heeft een gladde, groenige stam, staat vaak langs de straten en geeft veel schaduw.

Macchia of maquis

Macchia of maquis, dat het goed doet in een rotsachtige, droge omgeving, is een altijdgroen en vrij ondoordringbaar vegetatietype met manshoge (2-4 meter hoog) bomen en aromatische stuiken met vaak klene, harde bladeren. Typische soorten voor dit vegetatietype zijn de Europese dwergpalm, de enige inheemse palmsoort, heidebremsoorten en stekelige wolfsmelksoorten.

Door de grote negatieve invloed van de mens op de bossen van Algerije kreeg de macchia alle ruimte om zich te ontwikkelen. Als de omstandigheden voor de macchia slechter worden, dan ontwikkelt zich een garrigue-vegetatie met vooral struiken die niet hoger dan 1,5 meter worden, waaronder de kermeseik.

Palmen

Op de Europese dwergpalm na, zijn alle palmsoorten in Algerije afkomstig uit tropische of subtropische gebieden als de Kaapregio in Zuid-Afrika of de kuststreek van Californië. De dwergpalm is de enige wilde palmsoort die oorspronkelijk in het Middellandse Zeegebied voor komt. De koningspalm, afkomstig uit Zuid-Amerika en de Antillen, is vaak te vinden in parken.

Europese dwergpalm, de enige inheemse palmsoort van Algerije

Photo: tato grasso Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic no changes made

Fruitbomen

De vijgenboom, die drie keer per jaar bloeit en twee keer per jaar vijgen draagt, stamt oorspronkelijk uit het westen van Klein-Azië. De kromme, doornige en veeltakkige granaatappelboom, komt ook als struik voor. De granaatappel vormt de basis voor grenadine en de waterige, zoet smakende kern van de vrucht wordt als dessert gegeten. Abrikozen werden in de eerste eeuw n.Chr. vanuit China via Perzië, Armenië naar Italië gebracht. De Arabieren zorgden voor de verdere verspreiding van de abrikoos, tot in Algerije toe. Citrusvruchten weden vanuit Zuidoost-Azië en India naar de rest van dewereld verspreid. Algerije heeft ongeveer 22.000 ha met mandarijnbomen in gebruik.

Een oeroude kultuurplant is de wijnrank, die oorspronkelijk uit het oostelijke Middellandse Zeegebied stamt en door de Foeniciërs en de Romeinen verspreid werd. Watermeloenen kwamen al voor Christus naar de landen rond de Middellandse Zee. Rond Tamanrasset in het zuiden van de Algerijnse Sahara gedijen deze vruchten goed.

In de cultuur van de Maghreb staat de dadelpalm symbool voor het leven. De echte dadelpalm (Phoenix dactylifera), die uit Perzië en Arabië komt, komt al sinds 4000 jaar aan de boorden van de Middellandse Zee voor en behoort daarmee tot een van de oudste cultuurplanten ter wereld. De stam van de dadelpalm wordt 10-30 meter hoog, de boom levert jaarlijks zo'n 20-50 kg aan dadels, ook wel het 'brood van de woestijn' genoemd. De meeste dadels worden vanaf oktober geoogst als de boom tussen 40 en 80 jaar oud is, en een boom kan ca. 100 jaar lang dadels dragen.

Uit dadels wordt ook meel gemaakt, het hart van de boom wordt in salades verwerkt, uitgeperste dadels leveren 'dadelhoning' op, het zachte dadelhout wordt in de bouw gebruikt, van de vezels van de bomen worden matten, bezems, hoeden, korven en sandalen gemaakt, en de palmbladeren worden onder andere voor schuttingen gebruikt. Er zijn ongeveer honderd verschillende dadelsoorten, die in de loop van duizenden jaren ontwikkelt en gekweekt zijn en miljoenen mensen voeden. Algerije telt ca. 7 miljoen dadelpalmen, in 2004 werd er 6,7 miljoen ton dadels geoogst, alleen in Algerije 450.000 ton. In de hele Maghreb staan ca. 20 miljoen dadelpalmen, 90% van de in Algerije geoogste dadels zijn voor de eigen bevolking, slechts 10% wordt geëxporteerd.

Dadelpalm hangt vol met dadels

Photo: B Simpson Cairocamels Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Bloemen en planten

De oleander is een geliefde altijdgroene, maar wel giftige struik die in heel Algerije voorkomt. Van mei tot de herfst bloeien de oleanders in veel kleuren, van wit, geel rose tot donkerrood.

De kusten van alle landen die grenzen aan de Middellandse Zee zijn niet voor te stellen zonder de prachtige klimplant bougainvillea, die bloeien van februari tot in de late herfst in onder andere de kleuren wit, geel, rose en donkerrood. De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en is voor het eerst in Brazilië ontdekt door de Franse admiraal Antoine de Bougainville.

Kenmerkende steppeplanten die in Algerije voorkomen zijn agave, esparto of espartogras, opuntia of schijfcactussen en wonderboom of wonderolieboom.

Agaves en schijfcactussen vormen vaak samen de afscheiding tussen landbouwpercelen om schapen en geiten buiten de deur te houden. Agaves ontwikkelen pas na 10-15 jaar kandelaarachtige bloemen die tot drie meter hoog kunnen worden. De esparto of het espartogras is een zeer karakteristieke steppeplant die goed gedijt op stenige, mergelachtige grond. Espartogras wordt onder andere gebruikt om touw van te maken; van de vezels wordt papier van hoge kwaliteit gemaakt.

Schijfcactussen, werden door de Spanjaarden vanuit Mexico naar Europa gebracht en van daaruit over alle Maghreblanden verspreid. Schijfcactussen groeien nog goed op een droge, onvruchtbare bodem waar verder niets kan groeien. Van maart tot april draagt de schijfcactus grote gele bloemen, waaruit eind augustus vijgachtige, sappige vruchten ontstaan, waar bijvoorbeeld jam van gemaakt wordt. De wonderboom of wonderolieboom is eigenlijk een struik, behoort tot de wolfsmelkfamilie en kan in enkele jaren tijd naar een hoogte van meer dan tien meter groeien. Zaden van dit zeer oude cultuurgewas werden al in 4000 jaar oude Egyptische graven gevonden. Uit de zeer giftige wonderoliebonen wordt wonderolie (ricinusolie) geperst, dat onder meer gebruikt wordt in zeep, smeermiddelen, parfum en in geneesmiddelen.

Wonderoliebonen zijn giftig maar worden voor allerlei doeleinden gebruikt

Photo: Schnobby Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In de Sahara hebben planten ieder een eigen overlevingstechniek ontwikkeld om de droogte te trotseren, want de bodem van de Sahara is op zich wel vruchtbaar, maar het ontbreekt gewoon aan voldoende water. Zo kan één enkel regenbuitje er voor zorgen dat het lijkt of de woestijn in een bloemenzee verandert. Dit is echter maar schijn, want de regen wordt net zolang vastgehouden door de planten totdat er genoeg gevallen is en de plant kan ontkiemen. Het bijzondere van de zaden van deze planten is dat planten van dezelfde soort ontkiemen bij verschillende vochtigheidsomstandigheden. Sommige zaden ontkiemen al na één regenui, anderen ontkiemen pas na jaren. Door dit gevarieerd ontkiemen blijft de soort bestaan. Andere soorten slaan vocht op in wortels of bladeren en overleven zo de droogte en de verzengende hitte. Typische woestijnplanten zijn de Sahara-acacia, tamarisk, sodomsappel, bittermeloen en het kruid cistanche.

Bijzonder en zeer zeldzaam is de Sahara-cypres of 'tarout', een coniferensoort waarvan er nog maar enkele honderden in de Algerijnse Sahara voorkomen. Deze bomen worden ca. 11 meter hoog en hebben wortels die tot wel 60 meter diep in de bodem dringen om water op te zuigen. Alle bomen staan in een nationaal park dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat. Ze behoren tot de oudste bomen ter wereld met leeftijden van meer dan 3500 jaar.

De Sahara-cypres is een van oudste bomen ter wereld

Photo: Gruban Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Greep uit planten, bomen, bloemen, kruiden en grassen die in Algerije voorkomen

aardbeiboomgele lookmannetjesorchis
akkerbedstrogele stenbergiamirte
Algerijnse eikgewone jasmijnmoerasorchis
Algerijnse saliegroot nimfkruidmoeraswalstro
Algerijnse zilverdengrootbloemige lavaterarood vlas
anaboomgrote kattenstaartschietwilg
atheltamariskharlekijnsierui
Atlascederhommelorchissniporchis
bilzekruidhonderdjarige aloëSpaanse aak of veldesdoorn
bosbingelkruidhulsteikspeerdistel
bruine spiegelorchisijle dravikstekelige jeneverbes
Chinese ligusterJohannesbroodboomstengelloze sleutelbloem
driehoornig walstroklein kanariegrastengere distel
echte guldenroedeklein nimfkruidtrechtermalva
echte laurierklein zeegrastrosnarcis
eekhoorngraskleine honingklavervijgenboom
esparto of vedergrasknikkende distelwimperparelgras
Fenicische jeneverbeskogellookwollige sneeuwbal
fluitenkruidkraailookzeeden
Franse tamariskkromstaartzwarte den
gele hypocistkropaar

Gele hypocist

Photo: Bouba Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Dieren

De prehistorische rotstekeningen van onder andere Tassili N'Ajjer geven aan dat er in Algerije ooit olifanten, giraffes en neushoorns rondgelopen hebben. Op dit moment zijn er echter weinig zoogdieren meer over en alleen nog op zeer afgelegen plekken te zien. In Algerije leven nog minder dan honderd zoogdiersoorten, waarvan er bovendien enkele tientallen bedreigd worden in hun bestaan. Soorten die nog wel veel voorkomen zijn gazelles, stekelvarken, antilopen, gewone jakhals of goudjakhals, Egyptische ichneumon of Egyptische mangoest, gevlekte hyena, wolf, wild zwijn en genetkat.

Fennek of woestijnvos, nationale dier van Algerije

Photo: Umberto Salvagnin Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

In de bergachtige gebieden van de Sahara komt het zeer schuwe manenschaap of tedal nog voor en de perfect aan de zware omstandigheden aangepaste fennek of woestijnvos. Het grootste knaagdier in de Sahara is de Noord-Afrikaanse goendi, wat kleiner is de vierteenrenmuis. Verder komen in de Sahara nog voor: woestijnkat, Kaapse haas en zandvos.

Bedreigde of al uitgestorven dieren in Algerije zijn onder andere addax of Mendes-antilope, algazel (of sabelantilope of sabeloryx), gestreepte hyena, dorcasgazelle, damagazelle, de staartloze Berberaap, Sahara jachtluipaard, serval en mediterrane of gewone monniksrob.

Algerije telt ca. 200 endemische vogelsoorten, waarvan er een tiental bedreigd worden. Over de Sahara vliegen elk jaar nog honderden miljoenen trekvogels op weg naar de warmte van Centraal-Afrika. Sommigen voltooien die barre tocht in maar 40 uur, ongeveer de helft sterft onderweg. Vogels die men tegenkomt in Algerije zijn onder andere lannervalk, marmereend, Barbarijse patrijs, blauwe rotslijster, grauwe gans, steenarend, kruisbek en zwartkeelgors. De woestijnmus wordt door de Toearegs ook wel 'moula moula' genoemd en deze vogel zou geluk brengen als hij in de buurt van een Toeareg-kamp vertoeft.

Woestijnmus of moula moula

Photo: L.Shyamal CCNaamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes made

De Algerijnse boomklever is een endemische zangvogel die alleen voorkomt in de bergbossen van de regio Kabylië. De Algerijnse boomklever lijkt sterk op de Corsicaanse boomklever en werd pas in 1973 ontdekt. Het El-Kala nationale park, gelegen tussen Annaba en de Tunesische grens, is tijdens de trek een belangrijke rustplaats voor zeldzame watervogels als kuifeend, witkopeend en witoogeend. Ook alle reigersoorten van Noord-Afrika komen in dit gebied, met Lac Tonga en de lagunes rond El Kala als meest bekende locaties, voor.

Overzicht dieren in Algerije

VLEERMUIZEN
Blasius' hoefijzerneusgewone rondbladneuslaatvlieger
bosvleermuisgrote hoefijzerneuslangvleugelvleermuis of Schreibers vleermuis
Canarische grootoorvleermuisgrote rosse vleermuisMehely's hoefijzerneus
Capaccini's vleermuisHemprichs langoorvleermuispaarse hoefijzerneus
drietandbladvleermuisingekorven vleermuis of wimpervleermuisRueppels dwergvleermuis
Egyptische klapneusvleermuiskaalbuikgrafvleermuisSavi's dwergvleermuis
Europese bulvleermuiskleine hoefijzerneusThebaanse spleetneusvleermuis
Fenicische vale vleermuiskleine klapneusvleermuis
gewone dwergvleermuisKuhls dwergvleermuis

Overleden Thebaanse spleetneusvleermuis

Photo: Bernard Dupont Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

ROOFDIEREN
Afrikaanse wilde katgestreepte hyenaleeuwserval
caracalgestreepte wezelluipaardwezel
Egyptische ichneumongewone jakhalsmoerasmangoestewoestijnkat
fennekhoningdasotterwolf
genetkatjachtluipaardrode voszandvos

Woestijn- of zandkat

Photo: Greg Hume Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

KNAAGDIEREN EN INSECTENETERS
Abessijnse egelKaapse haasshawwoestijnmuis
acomys seuratiKaapse klipdas of rotsklipdassteppeklipdas of geelvlekklipdas
Algerijnse gerbilkleine Egyptische renmuisSundeval gerbil
Algerijnse muiskleine woestijnspringmuistrekegel of Algerijnse egel
Barbarijse grondeekhoornkonijntuinspitsmuis
bosmuisLybische gerbilvette zandrat
dikstaartmuis of dikstaartgerbilNoord-Afrikaanse goendiwimperspitsmuis
Egyptische stekelmuisNoord-Afrikaanse olifantspitsmuiswoestijngoendi
gewoon stekelvarkenreuzenwoestijnspringmuiswoestijnslaapmuis
grote Noord-Afrikaanse gerbilsavannehaaszebragrasmuis

Noord-Afrikaanse goendi

Photo: Oona Räisänen CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

ZEEDIEREN
blauwe marlijngrootsnuithaaistompsnuitzeskieuwshaai
blauwvintonijngrote hamerhaaistrijkijzerruwhaai
braamhaaiharinghaaitolhaai
dolfijn van Cuvierkortvinmakreelhaaituimelaar
donkerbuiklantaarnhaailederschildpadvalse doornhaai of zwarte haai
dwergvinvisonechte karetschildpadwitte haai
geschulpte hamerhaaiorkazandbankhaai of grootvinhaai
gestreepte dolfijnpotviszwartpunthaai
gewone dolfijnreuzenhaaizwartpuntrifhaai
gewone octopus of kraakruwe zwelghaaizandtijgerhaai
gewone vinvisschemerhaaizwarte zwaardwalvis
gramper of grijze dolfijnsnaveldolfijn
griendspitssnuitzevenkieuwshaai

Zwartpuntrifhaai

Photo: publiek domein

HOEFDIEREN
addax of Mendes-antilopeduingazellemanenschaap
algazel of sabeloryxedelhertNoord-Algerijnse gazelle
damagazelleedmigazellewild zwijn of everzwijn
dorcasgazellehartenbeest

Dorcasgazelles

Photo: Osado Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

AMFIBIEËN EN REPTIELEN
Afrikaanse doornstaartagamegewone kameleonmuurgekko
boomslanggewone padSahara zandadder
Egyptische cobragroene padtwee-vingerige skink
Europese moerasschildpadkleine drie-vingerige skinkwoestijnhoornadder
Europese tjitjakmediterrane boomkikkerwoestijnvaraan
franjeteenhagedisMoorse landschildpadzaagschubadder

Moorse landschildpad

Photo: Moise Nicu Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

Honderden miljoenen jaren geleden was de Sahara bedekt met grote binnenzeeën. Tientallen miljoenen jaren geleden was de situatie volledig veranderd en de Sahara een nog veel grotere woestijn dan op dit moment. De bewijzen van menselijke aanwezigheid in het huidige Algerije dateren al van 1.8 miljoen jaar geleden; in 1992 werden de Oldowan-handwerktuigen gevonden in de buurt van Ain Hanech in het noorden van Algerije en fossielen van een 700.000 jaar oude Homo erectus in de buurt van Ternefine. Tienduizenden jaren geleden transformeerde de Sahara in één grote oase met uitgestrekte bossen, meren en een aangenaam mediterraan klimaat. Het vasteland van Europa had in die tijd te maken met een ijstijd.

Oldowan-werktuigen

Photo: Didier Descouens CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het klimaat zou er de oorzaak van kunnen zijn geweest dat 15.000-10.000 jaar geleden verschillende groepen elkaar vonden en een neolithische (nieuwe steentijd) cultuur met landbouwtechnieken en een (semi)-permanente bewoning ontstond. Rotstekeningen en sculpturen, onder andere gevonden in het Tassili n'Ajjer Nationaal Park, zijn belangrijke bronnen die iets vertellen over de leefwijze in die vervlogen tijden.

Slapende antiloop, rotstekening gevonden op het Tassili n'Ajjer-plateau, Zuidoost-Algerije

Photo: Linus Wolf Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Men neemt aan dat van deze neolithische bevolking de Berbers afstammen, de oorspronkelijke inheemse bevolking van Noord-Afrika. Tegen de tijd dat de Feniciërs, een zeevaardersvolk afkomstig uit het gebied waar nu Libanon ligt, de kusten van het huidige Algerije bereikten, hadden de Berberstammen, bestaande uit nomadische herders, jagers en landbouwers, zich definitief op Algerijns grondgebied gevestigd.

Rond 1000 v.Chr. stichtten de Feniciërs, aangetrokken door de strategische ligging van het Algerijnse kustgebied, de eerste handelsposten die zich wel bezig hielden met de handel naar Spanje, maar verder niets deden aan de ontwikkeling van het bezette Algerijnse gebied. Dat gebeurde pas vanaf de 7e eeuw v.Chr. met de bouw van permanente nederzettingen als Hippo Regius, Saldae en Cesare. Van veel groter belang zou echter de stichting van Carthago, gelegen in het huidige Tunesië, in 814 v.Chr. zijn. Binnen enkele eeuwen zou Carthago uitgroeien tot een machtig, onafhankelijk handelsrijk, hoewel de Feniciërs nog steeds nederzettingen stichtten aan de Algerijnse kust. Rond de 4e eeuw v.Chr. controleerde Carthago de Noord-Afrikaanse kust van Tripolitania (nu Noordwest-Libië) tot aan de Atlantische Oceaan. Ook nu werd er weinig aandacht besteed aan het Berberse achterland, veel belangrijker voor de belangen van Carthago waren een reeks veilige havens en het beschermen van de handelsroutes. De Berbers werden zelfs min of meer gedwongen om zich te verplaatsen naar de bergen en de woestijn, belastingen te betalen en in het Carthaagse leger te dienen.

Handelsroutes van de Feniciërs

Photo: Yom Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Carthaagse en Romeinse Rijk in 264 v.Chr.

Photo:Jon Platek Besvo CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In die tijd was het Romeinse Rijk aan een nauwelijks te stuiten opmars bezig en ook Carthago kreeg daar onvermijdelijk mee te maken, uiteindelijk resulterend in de Punische Oorlogen en de ondergang van Carthago. In de eerste Punische Oorlog (263-241 v.Chr.) tussen Carthago en het Romeinse Rijk, verloor Carthago vele zeeslagen, werd gedwongen om Sicilië, Sardinië en Corsica te verlaten, maar wist haar positie in Noord-Afrika vooralsnog te consolideren. In 204 v.Chr. landde een Romeins leger bij Utica (nu in Tunesië), Carthago capituleerde en verloor haar vloot en alle overzeese gebiedsdelen. Door de neergang van Carthago groeide de macht van de Berber-koninkrijken, waaronder het koninkrijk Numidia in Noordoost-Algerije, dat in de 2e eeuw v.Chr. vanuit de hoofdstad Cirta Regia (nu de stad Constantine) geleid werd door koning Massinissa. Het danig verzwakte Carthago hield nog enigszins stand tegen de aanvallen van Massinissa, maar een nieuwe aanval van de Romeinen in 146 v.Chr. betekende het einde van het Carthaagse rijk. Ondertussen was Massinissa in 148 v.Chr. gestorven en bleven de Berber-koninkrijken in chaos achter.

Massinissa (c.239 - c.148 v.Chr.)

Photo: publiek domein

Na de overname van Carthago controleerden de Romeinen al snel het hele noorden van het huidige Libië en richtte zich daarna naar het westen, waar de Numidische heerser Jugurtha, de kleinzoon van Massinissa, een aantal Romeinen afslachtte die Adherbal hielpen, een Romeinse bondgenoot die de stad Cirta Regia verdedigde tegen de Numidiërs. Jugurtha wist een aantal aanvallen van de Romeinen af te slaan, maar werd uiteindelijk in 105 v.Chr. verraden door Bocchus I, koning van het Berberse rijk Mauretania. Het nieuw verworven land, waarvan het de bedoeling was dat het als de graanschuur van het Romeinse Rijk zou gaan fungeren, werd door de Romeinen aan kolonisten gegeven, en in 46 v.Chr. versloeg de Romeinse keizer Julius Caesar de laatste Jumidische koning, Juba I. Bocchus II van Mauretania stierf in 33 v.Chr. en liet zijn rijk na aan de Romeinen, die Juba II, die getrouwd was met de dochter van Marcus Anthonius en Cleopatra, als heerser aanstelden.
Na de moord op Juba's zoon, Ptolemeus, werd het koninkrijk in tweeën gedeeld, Mauretania Caesariensis, met als hoofdstad Caesarea (nu in Algerije), en Mauretania Tingitana, met als hoofdstad Tingis (nu Tanger in Marokko). Vanaf deze tijd tot aan de ondergang van het Romeinse Rijk in de 4e eeuw n.Chr. was het Algerijnse deel een stabiel en integraal onderdeel van het Romeinse Rijk en werden er verschillende nederzettingen gesticht, Tipasa (nu: Tipaza), Cuicul (nu: Djemila), Sitifis (nu: Sétif) en Thamugadi (nu: Timgad), de grootste Romeinse nederzetting die ooit in Noord-Afrika gebouwd is. In totaal stichtten de Romeinen meer dan 500 nederzettingen in Noord-Algerije.

Ligging Mauretania Caesariensis en Mauretania Tingitana

Photo: Kazvorpal Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Deze periode van voorspoed ging echter ten koste van de Berbers, die landbouwgrond maar ook steeds meer autonomie verloren. De Berbers kwamen regelmatig in opstand, en het antwoord van de Romeinen daarop was de bouw door keizer Trajanus (53-117 n.Chr.) van een aantal forten om de zuidgrens van het Romeinse gebied te markeren. Het meest zuidelijke punt van Romeins Algerije was op dat moment Castellum Dimmidi (op dit moment Messaad), zo'n 250 km ten zuiden van het huidige Algiers. Na de bekering in 313 van keizer Constantijn de Grote (ca. 280-337) tot het steeds meer uitdijende christendom, volgden veel Romeinen maar ook Berbers in Algerije zijn voorbeeld. In die tijd werd de heilige Sint Augustinus bisschop van Hippo Regius (nu Annaba in Noordoost-Algerije). In de 4e eeuw volgde de ene stammenopstand de andere op, een veeg teken dat het einde van Romeins Algerije er aan zat te komen.

Romeinse ruïnes in Djémila, Noord-Algarije

Photo: Yelles Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Middeleeuwen en komst islam

In de 5e eeuw werd Algerije veroverd door het Oost-Germaanse Vandalen-volk onder leiding van koning Geiserik. In 429 besloot Geiserik met heel het Vandalen-volk van Spanje naar Noord-Afrika te verhuizen. Hij rukte op naar Hippo Regios en tijdens het beleg van die stad verloor de heilige Augustinus het leven. Al snel was heel Noordoost-Algerije in handen van de Vandalen en halverwege de eeuw was het westelijke Middellandse Zeegebied in handen van de schepen van Geiserik en het westelijke Romeinse Rijk praktisch van de kaart geveegd.

De Vandaal Geiserik verovert en plundert Rome in juni 455

Photo: publiek domein

Noord-Afrika werd door de Vandalen niet echt gekoloniseerd, zij waren meer uit op plundering en nog meer overzeese veroveringen. Buiten de forten van de Vandalen namen de Berberse stammen het heft weer in handen, rebelleerden volop en stichtten weer een aantal koninkrijkjes. Ondertussen had de Byzantijnse keizer Constantijn de Grote het Oost-Romeinse Rijk weer leven in geblazen en was van plan om ook de westelijke helft van het rijk weer te veroveren. De Romeinse generaal Flavius Belisarius (500-565) versloeg de Vandalen in 533, maar kwam in feite niet verder dan de controle over een aantal kuststeden en wat binnenlandse nederzettingen. De Berbers bleven zich verzetten tegen de indringers en Byzantium maakte zich niet populair door de belastingen enorm te verhogen.

Migratieroutes Vandalen

Photo: publiek domein

Door de gebrekkige Byzantijnse controle was het niet zo moeilijk voor Arabische cavaleristen om bezit te nemen van Noord-Afrika. Egypte werd vanuit Damascus in 640 veroverd door de soldaten van Amr ibn al-As, maar onder legerleider Uqba bin Nafi al-Fihri begon de islamisering van Noord-Afrika pas grote vormen aan te nemen. Vanaf 669 trok hij door Noord-Afrika richting het westen, stichtte de eerste grote islamitische stad in het Maghreb-gebied, Al-Qayrawan, het huidige Kairouan in Tunesië, en zou zelfs de Atlantische Oceaan bereikt hebben. In 698 waren de laatste restanten van de Byzantijnse overheersing verdwenen en al in 712 was de gehele regio vanaf Andalusië in Spanje tot de Levant, een gebied in het westen van het huidige Midden-Oosten, in handen van de Umayyad-kaliefen. De opvolger van Uqba, Abu al-Muhajir Dina, was verantwoordelijk voor het introduceren van de islamitische wetten in Algerije, het bekeren van de Berbers en hij stelde Umayyad-gouverneurs aan die Oost-Algerije bestuurden. Ondanks de bekering van Berbers tot de islam, bleef dit volk trouw aan zijn eigen cultuur en verzette zich tegen de arabisering van haar gebied. Het binnenland werd opnieuw geteisterd door Berber-opstanden, waarvan de grootste in 740 plaatsvond vanuit Marokko en waarbij de legers van de Umayyaden ten westen van Al-Qayrawan verslagen werden.

Kalifaat der Umayyaden

Photo: Gabagool Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

In 750 verplaatste het kalifaat zich van de Umayyaden in Damascus naar de Abassieden in Baghdad en het westelijke moslimgebied, Noord-Afrika en Spanje, splitste zich af van het oostelijke moslimgebied. Uiteindelijk ontstonden er drie islamitische koninkrijken in Noord-Afrika, de Idirissiden vanuit het Marokkaanse Fez (788-985), de Aghlabiden vanuit het Tunesische Kairouan (800-909) en de Rustamiden vanuit de Algerijnse provincie Tiaret (777-909). Van 761 tot 909 werd een groot deel van Centraal- en Noord-Algerije bestuurd door Abd al-Rahman ibn Rustum. De Rustamiden waren verlichte heersers over Algerije, zij interesseerden zich zeer voor kunst en wetenschap, waren rechtvaardig en stonden geen corruptie toe. Ze vergaten echter om een sterk leger op te zetten en werden dan ook gemakkelijk verdreven door het kalifaat van de Fatamiden, aanhangers van de isma'ilitische stroming binnen de sjiitische islam, die van 909 tot 1171 regeerde. In 969 trokken de Fatamiden samen met een Berbers leger naar Egypte, veroverden de toenmalige hoofdstad Fustat en stichten een nieuwe hoofdstad al-Qahira, het huidige Caïro. Voordat ze naar Egypte trokken, werd de macht in Noord-Afrika overgedragen aan de Berberse Ziriden (972-1148), stichters van Algiers en zij maakten van Algerije voor het eerst in de geschiedenis een regionale macht. Wat religie betrof waren zij anti-sjiitisch en wendden zich tot woede van de Fatamiden tot de soennitische richting van de islam. Stammen uit Opper-Egypte en het Arabisch schiereiland werden opgeroepen om ten strijd te trekken tegen de Ziriden en in 1148 was Noord-Algerije volledig gearabiseerd.

Rijk der Fatamiden op het hoogtepunt van de macht

Photo: Gabagool Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

In de 10e eeuw verdampte de macht van de Idrissiden in Marokko (788-985), maar al snel kwam er een nieuwe Berberse macht opzetten vanuit de Sahara. Geïnspireerd door de theoloog Abdullah bin Yasin ontstond er een verbond van Berber-stammen, de Sanhaja-confederatie. De Sanhaja-confederatie begon in de Zuidelijke en Centrale Sahara een serie oorlogen om de trans-Sahararaanse (goud)routes onder controle te houden, die bedreigd werden door de Zenata Berbers uit het noorden. De Sanhaja werden vanwege hun sluiers 'al-mulathamin' en vanwege hun forten 'al-murabitin' genoemd, later meer bekend onder de afgeleide naam Almoraviden.
In 1062 stichtte de leider van de Almoraviden, Youssef bin Tachin, met Marrakech als hoofdstad, een rijk dat zich op haar hoogtepunt uitstrekte van Senegal tot Zaragoza in Noord-Spanje en in oostelijke richting tot Algiers. Onder de Almoraviden stonden wetenschappers en filosofen in groot aanzien, werden andere geloven getolereerd en speelden vrouwen een belangrijke rol in de samenleving. Nog later veroorloofden de Almoraviden zich meer en meer vrijheden die haaks op de principes van de islam stonden. Een andere Marokkaanse dynastie, die van de Almohaden, had daar schoon genoeg van en in 1146 werd Marrakech op de Almoraviden veroverd en de laatste Almoravidische koning, Ishaq ibn Ibrahim, gedood. Niet lang daarna, in 1160, was geheel Algerije in handen van de Almohaden en uiteindelijk regeerde het kalifaat van de Almohaden over de Maghreb en over Zuid-Spanje.

Rijk der Almohaden in ca. 1200

Photo: Gabagool Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Het succes ging echter te snel en door interne strijd was het in 1244 al bijna afgelopen met het kalifaat door toedoen van de Meriniden, een Marokkaanse stam van Zenata-Berbers. In Spanje werden de Almohaden opgevolgd door de Nasriden, in Tunesië en delen van Libië door de Hafsiden en in Algerije door de Zianiden of Banu Abd al-Wad. De Zianiden vormden later nog een coalitie met Granada in Spanje, maar moesten in de 14e eeuw twee keer het hoofd buigen voor de macht van de Meriniden en waren in de 15e eeuw een vazalstaat van de Hafsiden.

Ottomaans Algerije

In 1492 waren de moslims (Moren) uit Spanje verdreven en werd Spanje de leidende natie in Noord-Afrika, geholpen door een reeks van forten of 'presidios' die langs de kust gebouwd werden en moesten zorgen voor geld van passerende schepen en van binnenlandse stammen. In Algerije werden dergelijke fortificaties gesticht in Mers el-Kebir (1505), Oran (1509), Tlemcen (1510) en Algiers (1510). Het Spaanse fort Santa Cruz bestaat nog steeds.

In dezelfde tijd werd het de Turkse piraat Barbarossa en zijn broer Arudj toegestaan om zicht te vestigen op het Tunesische eiland Djerba. Arudj veroverde in 1515 vanaf Djerba Algiers op de Spanjaarden, maar in 1518 werd Algiers weer terugveroverd en Arudj overleefde het niet. Barbarossa besloot daarop om zich te verenigen met de Ottomaanse Turken om zijn bezittingen beter te kunnen verdedigen. En inderdaad, met behulp van de Ottomanen wist Barbarossa de hele Algerijnse kust, van Oran tot Constantine, te controleren. Slim als hij was bood hij de Ottomanen Algiers aan, en kreeg als beloning Algiers in handen omdat hij daar als gouverneur benoemd werd door de Ottomanen. Later werd hij ook nog tot admiraal van de Ottomaanse vloot benoemd. Algiers was ondertussen uitgegroeid tot het belangrijkste steunpunt voor de Ottomanen in Noord-Afrika.

Barbarossa Khair ad-Din Pasha (ca. 1475-1546)

Photo: publiek domein

De Spanjaarden probeerden uit alle macht de toenemende macht van de Ottomanen te breken, maar in 1551 viel Tripoli in handen van de Ottomanen, in 1574 onderging Tunis hetzelfde lot. Samen met Algerije werden deze drie provincies bestuurd door een pasja, geassisteerd door een 'dej', een administratieve bestuurder, en een 'bej', een militaire bestuurder en opperbevelhebber van de Janisaren of 'ojaq', soldaten. In Algerije was de werkelijk macht in feite in handen van de dej, de pasha had meer een ceremoniële functie. De macht van de dej in Algerije verdween in 1671, toen de laatste door de Ottomanen aangestelde dej vermoord werd. Gedurende de Ottomaanse periode was Algerije verdeeld in drie provincies met als hoofdsteden Constantine, Médéa (ten zuiden van Algiers) en sinds 1791 Oran. In het binnenland hielden Berberstammen een zekere autonomie. Achteraf gezien stelde de hele Ottomaanse overheersing niet veel voor, want zowel Algerije, Tunesië als Tripolitania handelden zoals het hen goed dunkte en leverden zelfs vaak onderling strijd. Ook de Barbarijse piraterij bloeide nog volop en speelde een grote rol in de lokale economie. Europese machten probeerden hier vaak wat aan te doen, maar dat liep vooralsnog steeds op een mislukking uit.

Vanaf 1612 bestaat er al een officiële relatie tussen Algerije en Nederland, want in dat jaar verleende de Ottomaanse sultan Ahmed I aan de Nederlanders het recht om handel te drijven met het Ottomaanse Rijk.

Ahmed I (1590-1617) zorgde voor een handelsrelatie tussen Algerije en Nederland

Photo: publiek domein

Frans Algerije

De Franse aanwezigheid in Noord-Afrika begon in 1830 met een blokkade en aanval op Algiers. De reden hiervoor zou zijn geweest dat de Algerijnse dej de Franse consul zou hebben beledigd, maar de werkelijke reden was zeer waarschijnlijk dat koning Karel X (1757-1836) een militair succes nodig had om zijn zwakke positie in Frankrijk te verbloemen. Binnen drie weken na de landing van meer dan 30.000 Franse troepen werd Algiers veroverd en er volgde een periode van moorden, verkrachtingen en verwoestingen van moskeeën. In 1834 werd Algerije officieel door Frankrijk geannexeerd en de kolonie werd vanaf die tijd bestuurd door een 'régime du sabre' (regering van het zwaard) met aan het hoofd een militaire gouverneur-generaal. In 1832 kwam Oran en in 1836 vooral de bej van Constantine in opstand tegen de Fransen. Constantine wist de Fransen te verslaan, maar een jaar later veroverde de Fransen Constantine weer.

Grote man in het conflict met de Fransen, en later uitgeroepen tot nationale held, was Abdelkader ibn Muhieddine, een sjarif (afstammeling van Mohammed's dochter Fatima), die in het Verdrag van Desmichels (1834) erkend werd en de controle kreeg over het West- en Centraal-Algerije. Dit liep echter wat uit de hand, want eind 1838 stond twee derde van Algerije onder controle van Abdelkader. Er ontstond als het ware een afzonderlijke staat met een eigen juridisch en administratief systeem.

Abdelkader ibn Muhieddine (1808-1883)

Photo: Etienne Carjat in het publieke domein

Frankrijk liet dit niet op zich zitten en in 1840 waren er al meer dan 100.000 Franse troepen, onder leiding van de Franse generaal Thomas-Robert Bugeaud, in Algerije, ongeveer een derde van het complete Franse leger. In de zes jaar durende strijd tussen de troepen van Bugeaud en Abdelkader werd de laatste in 1844 gedwongen om te vluchten naar Marokko, waar hij de hulp inriep van sultan Abd ar-Rahman. Die hulp kwam er maar had geen invloed op de uitslag van de strijd, in 1846 werd het Algerijn/Marokkaanse leger verslagen bij Isly. Abdelkader gaf zich over aan de Fransen en als tegenprestatie de toezegging dat hij ergens in het Midden-oosten mocht gaan wonen. Tot 1852 bracht hij echter door in een aantal Franse gevangenissen, daarna mocht hij vertrekken en vestigde zich in Damascus. In 1847 had Bugeaud het grootste gedeelte van Algerije veroverd en werd uitgeroepen tot gouverneur-generaal, maar het duurde nog tot 1871 voordat Noord-Algerije, na hevig verzet van de Berbers in de Kabylie-regio, verslagen was. In 1848 werd Algerije officieel als een onderdeel van Frankrijk beschouwd. Ook verder naar het zuiden veroverde de Fransen steeds meer land, voornamelijk van de Toearegs, en in 1902 werden de huidige grenzen van Algerije vastgesteld.

Ontmoeting tussen generaal Bugeaud en enkele Algerijnen in 1846

Photo: publiek domein

Gedurende de eerste vijftig jaar van de Franse bezetting vestigden zich naast Franse ook veel Italiaanse, Maltese en Spaanse kolonisten (colons), en zelfs sefardische joden, in Algerije. En dit ging allemaal ten koste van de oorspronkelijke bevolking en haar cultuur. Schrijnend voorbeeld was de transformatie van de Djemaa el-Kebir moskee in Algiers in de Sint-Philippus kathedraal. Hierdoor ontstonden er steeds meer fricties tussen de Franse regering en de zogenaamde 'pied-noirs', afstammelingen van de hierboven genoemde kolonisten.

Symbool van de Pied Noirs

Photo: publiek domein

In 1871 begon er in de regio Kabylië een opstand die zich over het hele land verspreidde. De Fransen sloegen hard terug, namen nog meer land van stammen in hun bezit, er werden nog hogere belastingen geheven en de militaire onderdrukking werd nog meer onderdrukkend. Algerijnen werden ook zonder vorm van proces in de gevangenis gegooid en onderwijs voor de Algerijnse kinderen kwam nauwelijks van de grond. Wel werden er een klein aantal moslimkinderen van de hogere standen naar Franse universiteiten gestuurd, de zogenaamde 'évolués'. Hier kreeg Frankrijk later spijt van, want al snel begonnen deze studenten zich af te vragen waarom de vrijheden die voor Frankrijk golden niet voor hun eigen land, Algerije, golden. Uit deze groep hoog opgeleide kritische studenten zou richting Tweede Wereldoorlog een nationalistische beweging groeien. En ook de meer dan 170.000 Algerijnen die voor de geallieerden vochten in de Tweede Wereldoorlog hadden steeds meer twijfels over de Franse bezetting van Algerije. Een van de populaire leiders in die tijd was Khaled ibn Hashim (1875-1936), een kleinzoon van Abdelkader ibn Muhieddine, de vroegere miltaire en religieuze leider van Algerije. Hij had ook gestudeerd in Parijs, was officier in het Franse leger geweest en had gevochten in de Eerste Wereldoorlog.

De roep door veelal jonge Algerijnen om onafhankelijkheid en minstens een veel grotere autonomie werd steeds luider en er werden voorzichtig ook al wat nationalistische groepjes geformeerd. In Frankrijk culmineerde dit in 1937 in de oprichting van de Parti du Peuple Algérien onder leiding van de volledige onafhankelijkheid eisende Messali Hadj (1898-1974), gevolgd door de vestiging van de al eerder door sjeik Abd al-Hamid ben Badis opgerichte Association des Uléma Musulmans Algériens, een meer religieus getint verbond, in Algerije.

Abd al-Hamid Ben Badis (1889-1940)

Photo: Yelles, M.C.A Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Algerije heeft ook geleden onder de Tweede Wereldoorlog, en was ook belangrijk in die zin dat het hoofdkwartier van de vrije Fransen van Charles de Gaulle en de Britse en Amerikaanse oorlogsplanners vanuit Algiers hun aanvalsplannen bedachten. Winston Churchill en de Amerikaanse generaal Eisenhower waren vanaf 1943 vaak te vinden in Algiers. De haven van Annaba werd in de periode 1942-1943 vaak gebombardeerd door de Duitsers. Aan het begin van de oorlog lagen er in de marinehaven Mers el-Kabir van Oran veel Franse slagschepen. Toen Frankriijk in 1940 capituleerde voor de Duitsers, vielen de Britten de Franse schepen aan om te voorkomen dat ze in Duitse handen zouden vallen. Dit kostte echter wel aan ca. 1300 Franse matrozen het leven.

Luchtafweergeschut tijdens een Duitse luchtaanval op Algiers

Photo: publiek domein

Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962)

Zowel seculiere als islamitische nationalistische groeperingen waren populair in Algerije, maar zouden later tegenover elkaar komen te staan. Na de Tweede Wereldoorlog bleef de Franse repressie in Algerije aanwezig, ook al besloot de president van Frankrijk, Charles de Gaulle, om bepaalde groepen moslims het Franse staatsburgerschap te geven. Dat vond men echter lang niet genoeg, en er volgde een opstand in de buurt van Sétif waarbij meer dan honderd Europeanen omkwamen. Er volgden bloedige represailles van de Fransen, meer dan 45.000 Algerijnse moslims (volgens historici zou het 'maar' om ca. 6000 doden gaan) werden door de Fransen gedood. In 1947 kregen alle Algerijnse moslims het Franse staatsburgerschap en het recht om in Frankrijk te leven en werken. Voor de Fransen was onafhankelijkheid echter nog een aantal bruggen te ver.

Op 1 november 1954 werd door een aantal Algerijnse guerilla's of 'maquisards' het Front de Libération Nationale (FLN) opgericht, die als doel had om de Franse regering in Algerije met militaire middelen omver te werpen en via buitenlandse diplomatie de wereldgemeenschap achter zich te krijgen. Aanvallen op Franse regeringsinstellingen volgden en er werd een oproep aan alle Algerijnen gedaan om zich in de strijd te mengen 'volgens de principes van de islam'. Het antwoord van de Franse minister van Binnenlandse Zaken, de latere president François Mitterand, was duidelijk, 'de enige onderhandeling is oorlog'. De Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog was op dat moment een feit.

Fotocollage Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog

Photo: publiek domein

De FLN had naast het Franse leger als tegenstander, op het platteland ook nog te maken met wrede burgerwacht-achtige groepen, die er met hun optreden voor zorgden dat honderduizenden 'colons' naar de hoofdstad Algiers vluchtten. In een poging om de opstand wind uit de zeilen te nemen besloot De Gaulle om Jacques Soustelle als gouverneur-generaal naar Algerije te sturen met gunstige economische voorstellen voor de gewone Algerijn. Dit gebaar kwam echter te laat, vrijwel op hetzelfde moment slachtte het FLN in augustus 1955 123 Franse burgers af bij Philippeville (in de buurt van Constantine). De reactie van de Fransen was weer buiten alle proporties: ca. 12.000 Algerijnen werden gedood en een volledige oorlog brak uit.
Vanaf 1956 werd het FLN, naast de steun van de voormalige Franse kolonies Marokko en Tunesië, ook gesteund door het Egypte van Nasser. Als reactie hierop bouwden de Franse een hekwerk met prikkeldraad en uitkijktorens op de grenzen met Marokko en Tunesië. In hetzelfde jaar begoin het FLN met guereilla-tactieken in Algiers en andere steden, in 1957 gevolgd door een nationale staking en honderden vaak nachtelijke bliksemaanvallen en hinderlagen op zowel militaire als burgerlijke Franse doelwitten. Het 400.000 man grote Franse leger, maar ook ca. 150.000 'harkis', Frankrijk-loyale moslims reageerde zoals altijd, met veel geweld. Martelingen waren aan de orde van de dag en volledige dorpen en families werden hard gestraft en gedwongen te verhuizen als ze verdacht werden van sympathieën voor het FLN, in totaal werden meer dan twee miljoen Algerijnen hun huizen uitgezet.

Onafhankelijkheidsdag wordt nog steeds gevierd in Algerije

Photo: publiek domein

In 1958 deden de colons een oproep aan De Gaulle om nog hardere maatregelen en deed leek resultaat te hebben. In 1959 had Frankrijk Algerije militair onder controle, maar in Frankrijk zelf viel de steun aan de strijd in Algerije wat weg, en bovendien waren verschillende andere kolonies in Afrika op weg naar hun zelfstandigheid. Hierdoor kregen de colons langzamerhand het idee dat ook Algerije op weg was naar zelfstandigheid en beschouwden hun eerdere held De Gaulle nu als een verrader. In een laatste poging het tij te keren kreeg De Gaulle twee coups te verwerken en zorgde de terroristische Organisation de l'Armée Secrète (OAS) met een aantal aanslagen voor veel onrust. Maar de geest was definitief uit de fles en in mei 1961 werden er onderhandelingen gevoerd tussen de Franse regering en het FLN. Het eerste resultaat was een staakt-het-vuren vanaf 19 maart 1962 en een referendum onder de Algerijnen met een voorspelbare uitslag: zes miljoen Algerijnen vóór onafhankelijkheid, slechts 16.000 tegen. Er was nu geen weg meer terug, De Gaulle riep op 3 juli de onafhankelijkheid uit die officieel werd op 25 september 1962. Onmiddellijk begon er een grote uittocht van Franse kolonisten. Het trieste resultaat van de oorlog waren ca. 1 miljoen Algerijnse doden, 18.000 gesneuvelde Franse soldaten en 10.000 dode Europeanen uit andere landen.

Algerije onafhankelijk

Ahmed ben Bella, een van leiders van de Algerijnse opstand die Algerije vooral in het buitenland vertegenwoordigd had tijdens de onafhankelijkheidsoorlog, werd de eerste president van de onafhankelijke Republiek Algerije en stond voor een socialistische Arabisch-Islamitische staat. Ondanks de euforie over de onafhankelijkheid laaiden oude vetes en rivaliteit al snel weer op en was het land door jaren oorlog organisatorisch natuurlijk nog een chaos. Ben Bella kwam zwaar onder druk te staan en al in 1965 werd hij afgezet door de minister van defensie en FLN-commandant, kolonel Houari Boumédienne.

Ahmed ben Bella (1918-2012) in gesprek met de Cubaanse president Fidel Castro

Photo: publiek domein

Boumédienne ontbond meteen parlement, schortte de grondwet op en installeerde een militaire raad, met zichzelf aan het hoofd. Ben Bella werd verbannen, leefde verder in Zwitserland en keerde pas in 1990 terug om zijn partij, de Mouvement pour la démocratie en Algérie (MDA) te leiden. Boumédienne was een voorzichtig en vooral pragmatisch man, die zich met name richtte op het verbeteren van de economische toestand van het land. Die economie had enorm te lijden gehad onder het vertrek van vooral veel bekwame Europese bestuurders en technici. Een ander groot probleem was de zeer hoge werkloosheid, waardoor veel Algerijnen voor een baan toch maar hun toevlucht zochten in Frankrijk. Politiek veranderde er vrijwel niets onder Boumédienne, het FLN was de enige politieke partij. Pas in 1976 kwam er een nieuwe grondwet. Algerije werd officieel een éénpartijstaat en Boumédienne president. De economische toestand van Algerije werd uiteindelijk gered na de vondst en exploitatie van olie- en gasvelden in Zuid-Algerije, hoewel het vele geld dat daarmee verdiend werd, niet echt bij de gewone man in de straat terecht kwam.

Houari Boumédienne (1932-1978)

Photo: publiek domein

Kolonel Boumédienne overleed in december 1978 en kolonel Chadli Bendjedid werd intern door het FLN gekozen als derde president van Algerije. In de regeringsperiode van Bendjedid, die twaalf jaar duurde tot 1992, liepen de sociale spanningen steeds verder op. Berber-studenten liepen te hoop tegen de voortgaande arabisering van regering en onderwijs. De regering deed de studenten wat kleine toezeggingen, maar dat leverde weer woedende protesten op van conservatieve, rechtlijnige islamisten, die de straat opgingen om hun ongenoegen kenbaar te maken. De politie greep hard in, maar aan de andere kant werden er als goedmakertje nieuwe moskeeën geopend en werden de rechten van vrouwen verder beperkt. Ook de maatregelen die Bendjedid nam om de treurige toestand van de economie te verbeteren werden met zeer veel argwaan bekeken door de oude FLN-mastodonten. Hét bastion van de socialistische economische controle, een centrale planningsautoriteit, werd opgeheven en bedrijven en banken kregen veel meer vrijheid om te ondernemen.

Dit alles leverde echter weinig op qua sociale rust, want vanaf 5 oktober 1988 liepen massale stakingen uit op rellen in Algiers, en vervolgens ook in steden als Annaba, Blida en Oran. Het geweld in de 'Oktoberrellen' of 'Zwarte Oktober' kostte ongeveer vijfhonderd mensen het leven. De regering hield echter voet bij stuk en liberaliseerde vanaf 1989 de samenleving steeds verder. Er kwam meer persvrijheid en ook het politieke systeem werd flink opgeschud door het grondwettelijk toestaan van andere politieke partijen dan het FLN. Abassi Madani en Ali Belhadj richtten in 1989 het Front Islamique du Salut (FIS) of Islamitisch Reddingsfront op, dat snel aan populariteit won en lokale verkiezingen begon te winnen.

Op 26 december 1991 werden de eerste vrije parlementsverkiezingen gehouden waaraan meerdere politieke partijen mochten deelnemen. De FIS zorgde voor een aardverschuiving door van de 231 te winnen parlementszetels er 188 te winnen, de FLN won er maar 15, zelfs tien minder dan de Front des Forces Socialistes (FFS), een Berber-partij met vooral veel aanhang in de regio Kabylië. Dit ging het leger echter veel te ver en zij greep hard in. Het parlement werd begin 1992 ontbonden, Bendjedid werd gedwongen af te treden, de tweede ronde van de verkiezingen werd geannuleerd, in februari 1992 werd de noodtoestand afgekondigd en het FIS werd verboden. De FIS-leiders Madani en Belhadj werden gearresteerd en andere leiders vluchtten naar het buitenland.


Chadli Bendjedid, derde president van Algerije

Photo: publiek domein

Bendjedid werd in eerste instantie vervangen door een uit vijf personen bestaande Haut Conseil d'Etat (HCE) onder leiding van president Mohammes Boudiaf. Boudiaf werd echter al na zes maanden onder zeer verdachte omstandigheden vermoord door een 'lone wolf' die religieuze motieven zou hebben gehad, maar het lag meer voor de hand dat Boudiaf het slachtoffer was geworden van zijn streven om de geïnstitutionaliseerde corruptie in zijn land aan te pakken. Boudiaf werd op 2 juli 1992 door de FLN-hardliner Ali Kafi (1928-2013) opgevolgd, die op zijn beurt op 31 januari 1994 werd vervangen door een voormalige generaal, Liamine Zéroual, die als negende president van Algerije aantrad in een periode dat Algerije op de rand van een burgeroorlog stond.

De burgeroorlog, door militanten meteen al de 'tweede bevrijdingsoorlog' genoemd, had in april 1994 al meer dan 3000 mensen het leven gekost, waaronder relatief gezien vrij veel buitenlanders. De guerrilla's, verenigd in groeperingen als Groupes Islamiques Armés (GIA) en de Mouvement Islamique Armé (MIA), richtten zich vooral op politiemensen, burgemeesters, rechters en francofiele intellectuelen. De regering beantwoordde het geweld van deze groeperingen met massale arrestaties van verdachten en het instellen van paramilitaire doodseskaders die wraak namen op activiteiten van de guerrilla's. Het lukte president Zéroual echter niet om het geweld terug te dringen, want in juli 1995 ontplofte er een door de GIA gezette bom in de Parijse metro en in december van dat jaar werd er een vliegtuig van Air France gekaapt in Algiers. In november 1996 werden er constitutionele hervormingen toegezegd, maar de situatie werd steeds erger. In de eerste twee weken van de ramadan werden meer dan 300 mensen vermoord, vaak door middel van rituele massaslachtingen.

Liamine Zéroual, negende president van Algerije

Photo: Reda Kerboush CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 1998 werd president Zéroual gedwongen om op te stappen en de militairen deden een beroep op de vroegere minister van buitenlandse zaken, Abdelaziz Bouteflika, om president te worden. Bouteflika 'won' de verkiezingen van 1999, er waren zeven gegadigden die zich echter op de dag van de verkiezingen terugtrokken, en hij kondigde een politiek van verzoening en nationale eenheid aan. Een aantal islamistische strijders werd zelfs amnestie aangeboden als ze hun wapens zouden inleveren en hij corrigeerde het beeld dat in de burgeroorlog tot dan toe 'maar' 26.000 doden zouden zijn gevallen volgens het officiële regeringsstandpunt. Bouteflika gaf toe dat het er minstens 100.000 waren geweest, en bovendien gaf hij toe, voor de eerste keer ooit door de regering, dat het schrappen van de verkiezingen in 1992 een 'daad van geweld' waren geweest ten opzichte van de FIS.

In juni 1999 kreeg Bouteflika van de leider van de FIS de garantie dat de guerilla-tak, de GIA, zich niet meer gewapend tegen de regering zou keren, en verzocht ook andere terroristische groeperingen om hetzelfde te doen. Er begint zich een scheuring in de GIA af te tekenen, waarvan sommige leden aan de vredesproces willen deelnemen. Deze tekenen van optimisme worden nog versterkt als amnestie wil verlenen aan een aantal moslimterroristen. In juli 1999, op de 37e verjaardag van een onafhankelijk Algerije, werden ca. 5000 gevangenen vrijgelaten.

In ene referendum van september 1999 kreeg Bouteflika grote steun voor zijn plannen om een einde te maken aan de burgeroorlog: ca. 85% van de stemgerechtigde Algerijnen namen deel aan het referendum en 98% stemde voor de plannen van de president.

Abdelaziz Bouteflika brengt als president van Algerije zijn stem uit

Photo: Magharebia Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

In 2004 werd president Bouteflika voor een tweede termijn herkozen en zette hij zijn programma van nationale verzoening, hervorming van de nationale economie en de opening naar het buitenland voort. Die tweede termijn was trouwens alleen mogelijk door een verandering in de grondwet over het maximum aantal zittingstermijnen voor een president.

Ook in zijn tweede termijn als president bleef Algerije gebukt gaan onder hoge werkloosheid, een huizentekort, elektriciteits- en waterproblemen en een inefficiënte en corrupte ambtenarij.

In 2006 ging de Groupe Salafite pour la Prédiction et le Combat (GSPC), een afsplitsing van de GIA, samen met Al-Qaeda en veranderde op 25 januari 2007 haar naam in Al-Qaïda au Maghreb Islamique (QMI), die onder andere in de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië gekenmerkt wordt als een terroristische organisatie.

In 2007 zijn er veel bomaanslagen en ontvoeringen door QMI in Algerije, gericht tegen de regering en westerse personen en belangen in Algerije.

In juni 2008 benoemde president Bouteflika Ahmed Ouyahia tot nieuwe premier. Ouyahia werd toen al voor de derde keer premier van Algerije, van 31 december 1995 tot 15 december 1998, van 5 mei 2003 tot 24 mei 2006 en van 23 juni 2008 tot 3 september 2012.

In november 2008 nam het parlement een grondwetswijziging aan waarmee de weg werd vrijgemaakt voor een derde termijn voor Boutaflika, die de presidentsverkiezingen in april 2009 overduidelijk won en aan zijn derde termijn als president kon beginnen.

Ahmed Ouyahia, premier van Algerije

Photo: Magharebia Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

In de periode 2010-2012, de periode van de Arabische Lente, vonden er vanaf 28 december 2010 in heel Algerije voortdurend protesten plaats, geïnspireerd door soortgelijke protesten in het Midden-Oosten en de rest van Noord-Afrika. Oorzaken van deze demonstraties waren onder meer werkloosheid, woningnood, steeds hogere voedselprijzen, corrupte overheid, beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de slechte leefomstandigheden. Lokale protesten waren al lang vóór 2010 gemeengoed, maar de golf van demonstraties en rellen, aangewakkerd door een plotselinge stijging van de voedselprijzen, waren tot nu toe ongekend. De overheid greep snel in door de voedselprijzen te verlagen, maar de geest was al uit de fles en de situatie escaleerde door een aantal zelfverbrandingen voor overheidsgebouwen. Oppositiepartijen, vakbonden en mensenrechtenorganisaties begonnen, ondanks het uitroepen van de noodtoestand, wekelijks zonder toestemming van de overheid demonstraties te houden. De overheid onderdrukte deze demonstraties zoveel mogelijk, maar hief de noodtoestand op. Protesten van werkloze jongeren tegen de hoge jeugdwerkloosheid, onderdrukking en infrastructurele problemen kwamen verspreid over het land nog bijna dagelijks voor in de meeste grote steden.

In 2011 stelde de Algerijnse regering naar aanleiding van de Arabische Lente in bijvoorbeeld Tunesië en Egypte politieke hervormingen voor, zoals het opheffen van de al 19 jaar durende noodtoestand en een verhoging van het aantal vrouwen dat voor de overheid werkte. In oktober 2011 werd in Algiers de tweede metro van Afrika in gebruik genomen.

Op 3 september 2012 werd Abdelmalek Sellal door president Bouteflika tot premier benoemd als opvolger van Ahmed Ouyahia. Parlementsverkiezingen in mei 2012 en provinciale verkiezingen in november 2012 werden gewonnen door de FLN, terwijl de islamistische oppositiepartijen slecht presteerden.

Op 16 januari 2013 bestormden militante moslims een gasfabriek bij Amenas in Zuidoost-Algerije en gijzelden Algerijnse en buitenlandse arbeiders. Een Algerijnse beveiliger en 38 buitenlanders werden gedood voordat elitetroepen van het Algerijnse leger het complex heroverden.

In april 2013 werd Bouteflika in Frankrijk verpleegd na een beroerte. Politieke protesten van de bevolking bleven in 2013 beperkt, op wat gewelddadige sociaal-economische demonstraties na van verschillende groepen.

In juli 2014 keerde Bouteflika weer terug naar Algerije waar hij in 2014 opnieuw kandidaat werd voor de presidentsverkiezingen en in april voor een vierde termijn werd herkozen. Hij kreeg daarbij hulp van Sellal, die korte tijd terugtrad als premier en in de verkiezingsperiode fungeerde als campagneleider voor Bouteflika. Zijn vervanger was Youcef Yousfi, op 28 april 2014 nam Sellal zijn functie als premier weer op. Bouteflika behaalde bij een opkomst van 51,7% een grote meerderheid met 81,53% van de stemmen. Zijn belangrijkste concurrent Ali Benflis behaalde slechts 12,8% van de stemmen.

Abdelmalek Sella, premier van Algerije

Photo: Rama Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 France no changes made

In september 2014 werd de ontvoerde Franse toerist Hervé Gourdel door moslimextremisten van de groepering Jund al-Khilafa (Soldaten van het Kalifaat) onthoofd. Gourdel werd ontvoerd in het Djurdjura-gebergte, ten zuidoosten van de hoofdstad Algiers. In februari 2015 werd bekendgemaakt dat er twee Algerijnse universiteiten staan in de nieuwe ranglijst van beste universiteiten in de Arabische wereld. De Djillali Liabes-universiteit van Algiers stond op de 12e plaats, de universiteit van Bejaia op de 27e plaats. Minder fraai was dat in dezelfde maand bekend werd dat Algerije behoorde tot de twintig landen die het meeste plastic afval in zee dumpten. Algerije stond in die ranglijst van grootste zeevervuilers, samengesteld door de University of Georgia en de Sea Education Association uit Massachusetts, op de 13e plaats.
In september 2015 ontslaat president Bouteflika Mohammed Mediene, die al 25 jaar het hoofd van de veiligheidsdienst is. In februari 2016 voert het parlement hervormingen door, het Berbers krijgt een officiële status en de president mag maar voor twee termijnen gekozen worden. In mei 2017 behoudt de regering haar meerderheid na parlementsverkiezingen. In januari 2018 wordt het traditonele nieuwjaar van de Berbers een nationale feestdag, In april 2019 treedt Bouteflika na aanhoudende straatprotesten af. Abelkader Bensalah speaker van het parlement wordt interim president en in december 2019 opgevolgd door Abdelmajid Tebboune. Abdelaziz Djerad wordt de nieuwe premier.


Abdelmadjid Tebboune (rechts) is een Algerijns politicus en sinds december 2019 de president van Algerije

Photo: Υπουργε?ο Εξωτερικ?ν CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Bevolking

Algerijnse vrouwen in traditionele kostuums

Photo: Yves Jalabert Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Samen maken Arabieren en Berbers 99% van de Algerijnse bevolking uit. Hoeveel Arabieren en hoeveel Berbers er exact in Algerije wonen is eigenlijk niet te zeggen. Gemengde huwelijken tussen deze bevolkingsgroepen zijn sinds eeuwen al zo massaal, dat een duidelijk onderscheid niet meer te maken is. De huidskleur in het straatbeeld kan dan verschillen van donker, negroïde tot blondharige en blanke Berbers.

Wel kan men zeggen dat ca. 75% van de bevolking zich Arabier voelt en 20-25% voelt zich Berber, vooral rond de steden Kabylië, Aures, M'Zab en Hoggar. Er zijn vier belangrijke Berberstammen te onderscheiden, Kabyle, de grootste groep, en verder Shawiya, M'zabite en Toearegs, elk met hun eigen dialect, cultuur en woongebied in Algerije.

De nomadische Toearegs zijn de meest onafhankelijke van de Berberstammen. Toeareg stamt af van het woord 'tarek', dat betekent 'zij die God verlieten' en hun werd gegeven door teleurgestelde moslimpredikers die eeuwen geleden de Toearegs vergeefs tot de islam wilden bekeren. Toearegs trekken rond van Zuid-Algerije tot Noord-Nigeria en van West-Libië tot in Mali.

De overige 1% van de bevolking bestaat uit onder andere een kleine groep pieds-noirs, in Algerije geboren afstammelingen van de Franse kolonisten. In 1926 waren ca. 15% van de bevolking pied-noirs, in 1959 waren er meer dan één miljoen pied-noirs in Algerije, zo'n 10% van de bevolking. In Algiers waren 30% van de bevolking pied-noirs en ook in Oran was een groot gedeelte van de bevolking pied-noirs. In de onafhankelijkheidsoorlog kozen de pied-noirs natuurlijk de kant van de Fransen, en dat kwam hen nade onafhankelijkheid duur te staan. Meer dan 900.000 pied-noirs vluchtten naar Frankrijk, waar ze niet echt gastvrij onthaald werden en moeite hadden een bestaan op te bouwen. Velen emigreerden vervolgens naar onder andere landen in Noord- en Zuid-Amerika of naar Franse overzeese gebieden als Nieuw-Caledonië. Van de 100.000 pied-noirs die in Algerije bleven zijn er nu nog maar enkele duizenden over.

De 'harkis', Algerijnse moslims die in de onafhankelijkheidsoorlog de kant van de Fransen kozen, verging het nog veel slechter, duizenden werd een visum naar Frankrijk geweigerd en vermoord door troepen van het Front Liberal Nacional (FLN).

Harki vocht met de Fransen mee in de Onafhankelijkheidsoorlog

Photo: Poussin Jean Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In Algerije wonen bijna 41 miljoen mensen (2017) en daarmee staat Algerije op de lijst van landen met de meeste inwoners op de 33e plaats. De bevolkingsdichtheid is laag en bedraagt ongeveer 15 inwoners per km2. De verschillen in Algerije zijn echter groot: de meest afgelegen gebieden in de Sahara kennen een bevolkingsdichtheid van 0.1 inwoners per km2, de steden aan de kust hebben een bevolkingsdichtheid van 200-400 inwoners per km2, de hoofdstad Algiers is zelfs zéér dicht bevolkt met meer dan 6000 inwoners per km2. Slechts 12% van Algerije is bewoond.

Ca. 90% van de totale bevolking van Algerije woont in de noordelijke kustregio, de overige 10% woont in de oases in de Sahara. Ongeveer 60% van de Algerijnse bevolking woont in steden, en dat aantal is groeiende. Naast de miljoenenstad Algiers zijn Annaba, Batna, Biskra, Blida, Constantine, Djelfa, Oran, Sétif, Sidi Bel Abbès en Tébessa steden met méér dan 200.000 inwoners. De grootste stad in de Sahara is het zuidelijke Tamanrasset met ca. 100.000 inwoners.

Straatbeeld in de Sahara-stad Tamanrasset

Photo: W Robrecht Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De meeste Europeanen zijn na de onafhankelijkheid verdwenen, evenals de groep joden. Meer dan 1 miljoen Algerijnen leeft in Frankrijk.

Stammen in Algerije

Photo: publiek domein

Rai en Chaabi

Rai-muziek, nu populair onder Algerijnse en Marokkaanse jeugd, was voor het eerst te horen in de tweede helft van de 20e eeuw als een moderne versie van 'chaabi', traditionele muziek uit het einde van de 19e eeuw van West-Algerijnse bedoeïnen. Een typisch chaabi-lied bestaat uit een sombere, bedroefde tekst, begeleid door een orkest van ca. 12 personen met violen, mandolines en slaginstrumenten. De liederen bevatten vaak een zeer uitgesproken morele boodschap.

Rai ontstond in de noordwestelijke stad Oran na de onafhankelijkheid en de tekstenbevatten meestal een humoristische mening over een bepaalde gebeurtenis. De zangers, eerst alleen mannen en later ook vrouwen, werden aanvankelijk begeleid door muzikanten met traditionele instrumenten als gasba (rietfluit), darboeka (vaastrommel), bedir (raamtrommel) en karkabou (metalen kleppers), later geleidelijk aan vervangen door trompet, viool, accordeon, keyboard en elektrische gitaar. Was improvisatie een belangrijk kenmerk van rai, vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, mede onder invloed van de Europese popmuziek, ontstonden er verschillende rai-stijlen, waaronder verschillende rai-rockbands. Jongeren, zongen bovendien steeds meer teksten die gingen over de liefde in al zijn facetten. Islamitische fundamentalisten verboden rai in de jaren negentig van de vorige eeuw tijdens de religieus-politieke onrust. Dit culmineerde zelfs in het vermoorden van enkele rai-zangers, waaronder de bekende Cheb Hasni in 1994.

Een van de belangrijkste rai-producers was Rachid Baba Ahmed (1946-1995), in 1995 eveneens vermoord tijdens de burgeroorlog door islamitische fundamentalisten, die vonden dat rai zich veel te veel bezighield met seksualiteit, alcohol en meer in het algemeen de 'verdorven' westerse cultuur. In het westen is Cheb Mami een van de bekendste rai-zangers door zijn duet in 2000 met Sting in de song 'Desert rose'. Het nummer behaalde in de Nederlandse hitlijst 'Single Top 100' een 29e plaats.

Cheb Mami, Algerijnse zanger en rai-muzikant

Photo: Saber68 in het publieke domein

Toeareg

De Toeareg zijn een Berberstam die in de Sahara en de Sahel leven, en met name in de landen Algerije, Burkina Faso, Libië, Mali en Niger. De Toeareg stammen uit de regio Fezzan in Libië ligt en zijn in de loop van de eeuwen zuidwaarts getrokken, maar zijn op dit moment vaker aan één plaats gebonden dan dat ze nog als nomaden leven. Deze situatie is nog niet zolang bezig, hun traditionele kameel-nomadisme is nog niet zolang geleden en stadse Toeareg zijn een redelijk nieuw fenomeen. Begin 19e eeuw verzetten de Toearegs zich tegen de Franse invasie van hun gebied, maar begin 20e eeuw waren ze definitief verslagen en assimileerden in de Franse invloedssfeer. Het hevigste verzet werd geboden in Zuid-Algerije, onder andere door de beroemde Moussa Ag Amastan.

Moussa ag Amastane arriveert in Parijs voor vredesoverleg met de Fransen

Photo: publiek domein

De Toeareg bestaan uit verschillende stammen en clans, en de belangrijkste groepen in Algerije zijn de Kel Ahaggar van de Tassili du Haggar en de Kel Ajjer uit de regio rond Djanet in het zuidoosten van Algerije. In de afgelopen decennia is het vrij rustig geweest tussen de Toearegs en het gezag in Algerije, dit in tegenstelling tot landen als Mali en Niger. De meest legendarische Toeareg-leider was een Algerijnse vrouw: Tin Hinan was een heldin en spiritueel leider die in de Hoggar-bergen een koninkrijk stichtte. Volgens de Algerijnen bedekken de Toeareg-mannen hun gezicht uit schaamte dat hun grootste leider een vrouw was, maar dat is natuurlijk een fabeltje. De waarheid is dat de Toearegs een matriarchale samenleving hebben en geen sluier hoeven te dragen, dit in tegenstelling tot de mannen. De sluier voor mannen wordt een 'tagelmust' genoemd en men geloofd dat hij boze geesten afweert, naast bescherming biedt tegen het woestijnklimaat. Mannen beginnen met het dragen van een sluier als ze volwassen worden en die bedekt vaak het hele gezicht op de ogen na.

Toeareg-man uit Algerije in traditionele kleding

Photo: Garrondo Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Toeareg-samenleving is zeer hiërarchisch met een adelstand en in vroeger tijden ook slaven uit zwart Afrika. De handelaren onder de Toeareg hadden het hoogste aanzien, hoger dan de boeren en nomaden. De Toeareg worden ook wel de 'blauwe mannen' genoemd naar de kleur van hun kostuum en tulbanden, hoewel in deze tijd veel meer kleuren voorkomen. De Toeareg spreken de Berbertaal Tamasheq, een Afro-Aziatische taal met een eigen Berbers schrift, het Tifinagh. De Toeareg zijn vanaf de zestiende eeuw voornamelijk soennitische moslims, maar niet erg fanatiek en gecombineerd met traditionele godsdienstige gebruiken. Ze staan bekend om hun fraaie kunst, juwelen, leer en hun typische zwaard, de 'takoba'. Men schat dat er nog ca. 25.000 Toeareg in Algerije zijn, voornamlijk in de Hoggar.

Verspreidingsgebied Toearegs

Photo: Mark Dingemanse Creative Commons Attribution 2.5 Generic no changes made

Taal

Het Arabisch is de officiële taal van Algerije en het Berbers heeft de status van een nationale taal. Het standaard Arabisch, dat gesproken en geschreven wordt in de media en door de overheid, verschilt sterk van het Algerijns Arabisch dat een groot deel van de bevolking in het dagelijks leven spreekt. In de Sahara-regio's worden nog een aantal andere Arabische dialecten gesproken.Het Algerijnse Arabisch behoort tot de groep van Arabische dialecten die bekend staan als de Westerse (Maghreb) dialecten, waartoe ook het Tunesisch en Marokkaans Arabisch behoren. Er is geen officieel schrift van het Algerijns Arabisch. De officiële naam van de Democratische Volksrepubliek Algerije in het Arabisch is al-Gumhuriyya al-Gaza'iriyya ad-Dimuqratiyya as-Sa'biyya.

Ook worden er verschillende varianten van het Berbers gesproken, waarvan het Kabylisch het meest algemene is. Frans wordt nog op school onderwezen en door veel Algerijnen gesproken, vooral in de steden.

Voor de Arabische invasie werd er in Algerije in een of andere vorm Berbers gesproken. Het Arabisch verspreidde zich langzaam maar zeker over het gehele land, maar het Berbers bleef lange tijd de moedertaal van de meeste Algerijnen. Later, toen Frankrijk over Algerije heerste, werd het Frans de officiële taal, maar als een vorm van protest werd in de huiskamers van de Algerijnen gewoon Arabisch en Berbers gesproken.

Het Frans wordt nog wel steeds als een soort 'lingua franca' gebruikt, als het ware een gemeenschappelijk communicatiemiddel tussen mensen met een verschillende moedertaal.

Berbers (er zijn meerdere Berbertalen) of 'Tamazight' vormt een tak van de Afro-Aziatische taalfamilie en wordt naast in Algerije nog in negen andere landen van Noord-Afrika gesproken, het meest in Marokko, Algerije en Libië. Het Berbers valt uiteen in het door het Arabisch behoorlijk beïnvloede noordelijk Berbers, het Toeareg en nog een aantal geïsoleerde talen. De Berbersprekenden noemen zichzelf Imazighen, 'vrije mensen'.

Het Berbers, dat in Algerije door ongeveer een derde van de bevolking gesproken wordt, is in Algerije een nationale taal, maar heeft geen officiële status. Het noordelijke Berbers in Algerije en Marokko kan in vier hoofdtalen onderverdeeld worden:

-Tarifit, gesproken door Riffijnen (Rif-gebergte) en moedertaal van de meeste Imazighen in Nederland en België

-Tamazight van de Midden-Atlas

-Tashelhiyt, rond Marrakech in Marokko

-Kabylisch (Taqbaylit), gesproken in Noord-Algerije, ten oosten van de hoofdstad Algiers, door ca. 8 miljoen Kabyliërs

Borden op een universiteitsterrein met van boven naar beneden tekst in het Arabisch, Kabylisch en Frans.

Photo: Vermondo Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het Tamahaq is de enige bekende noordelijke Toeareg-taal die nog wordt gesproken in Algerije, West-Libië en Noord-Niger. Het noordelijke Tamahaq verschilt niet veel van de zuidelijke Toeareg-talen, alleen de klanken verschillen nogal. Er zijn drie variëteiten van het Tamahaq:

-Tahaggart, dat gesproken wordt in de regio van de Ahaggar bergen in

Zuid-Algerije door het stammenverbond Kel Ahaggar

-Ajjer, dat gesprolken wordt door het stammenverbond Kel Ajjer

-Ghat, dat gesproken wordt rond Djanet in Zuidoost-Algerije

Arabisch toetsenbord

Photo: publiek domein

Enkele uitspraakregels van het Arabisch:

-alle letters worden uitgesproken

-een ‘ betekent dat een letter heel kort uitgesproken wordt

-de r is een rollende r

-de y wordt uitgesproken als sj

-de sh wordt uitgesproken als sj

-de gh wordt uitgesproken als een brouw-r of Franse r

-de kh wordt uitgesproken als een harde g

-de ou wordt uitgesproken als oe

Er bestaat geen vaste Nederlandse schrijfwijze voor Arabische woorden. De namen worden geschreven zoals ze uitgesproken worden. Aqaba kan dus net zogoed als Akaba gespeld worden.

Het Arabische schrift wordt van rechts naar links geschreven en bestaat uit 28 medeklinkers. Klinkers worden niet geschreven en daardoor ontstaan er verschillende Latijnse schrijfwijzen voor één-en-hetzelfde woord. Arabische cijfers worden van links naar rechts geschreven.

Hieronder enkele woorden en uitdrukkingen in het Algerijns Arabisch, Kabylië Berbers en Tamahaq (Toeateg)

NederlandsAlgerijns ArabischKabylië BerbersTamahaq (Toeareg)
tot ziensebkaw ala khirnedjayawen lahnaar sarret
hallosahaakhirmai-djan
jaihihayoua
neelalakhatikala kala
alstublieftmem fedlekthey lanayekfadlik erha
hoe heet u?wasmek?ismim?minek isem ennek?
wanneer?wektesh?melmi?emmi?
waar?win?anidtha?inde?
broodkhoubzaghroumtaguella
vleesl'hamaghssoumissan
koffiekahwakahwael qahwa
waterm'aaamaneaman
bierbirratha'bierthelbira
melkh'libiyefkiakh
eenwahedyiweniyen
tweezoudjssinessin
driet'latath'lathakerad
tienaashraaashrameraou
honderdm'yam'yatémédé
duizendalfalefadjim
vandaagelyoumassaahelwaragh
morgenghoudwaazekkatufat
maandagetnineletnayenalitni
woensdaglarebaalarevaaanarda
zondagelhadelhadelkhed

Godsdienst

Ketchaoua-moskee in Algiers, Algerije

Photo: Trippiit Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De islam is de officiële staatsgodsdienst die door nagenoeg de gehele bevolking (99%) beleden wordt. Minder dan 1% van de bevolking zijn christenen, veel van de pinksterbeweging, en joden. Op het hoogtepunt van de Franse bezetting waren er naar schatting één miljoen katholieken in Algerije. In de jaren negentig van de vorige eeuw kregen christenen het erg moeilijk in Algerije, met als dieptepunt het jaar 1996, toen zes nonnen, zeven Trappisten-broeders en de bisschop van Oran vermoord werden door islamisten. Men schat dat er nu nog zo'n 10.000 katholieken, 20.000 protestanten en nog wat groepen andere christenen in Algerije wonen. De meeste christenen zouden in de provincie Tizi Ouzou in het uiterste noorden van Algerije wonen. In 2011 werd de Protestantse Kerk van Algerije door de autoriteiten erkend, maar de kerk ondervindt nog steeds grote tegenwerking van diezelfde overheid. Zo krijgen predikanten en theologische docenten uit het buitenland geen visa. In 2006 werd er zelfs een wet aangenomen die het buitenlanders verbood om met moslims over andere geloofsovertuigingen te praten dan de islam.

De grote meerderheid van de moslims hangt het soennisme van de Maliki-rechtsschool aan. Maliki is een van de vier jurisprudentie-scholen, de 'Soenni madhabs'.

De Maliki- en Ibadi-rechtsschool komen voor in Algerije

Photo: Ghibar Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De twee grote stromingen in de islam zijn het sjiisme en het soennisme. Deze tweedeling ontstond vrijwel meteen na de dood van de profeet Mohammed in 632 n.Chr. en gaat over de opvolging van Mohammed. Soennieten vinden dat Mohammed geen opvolger benoemd had en maakten daarom zelf een keuze uit de twee schoonvaders van Mohammed, en de keuze viel op Aboe Bakr, de vader van Mohammeds favoriete vrouw Aisjah. Sjieten vinden dat Mohammed wel degelijk een opvolger had aangewezen, namelijk de man van Mohammed dochter Fatima, en dus zijn schoonzoon, Ali ibn Abi Talib. Ali werd vermoord en zijn volgelingen eisten dat zijn nakomelingen hem zouden opvolgen. Volgens de soennieten kan iedereen leider van de moslimwereld worden indien hij toeziet op de juiste uitoefening en uitleg van de regels van de islam. Sjiieten leven vooral in Iran, Zuid-Irak, Koeweit en als minderheid in landen als India, Pakistan, Libanon en een aantal Golfstaten, waaronder de Verenigde Arabische Emiraten. Soennieten, sowieso ca. 85% van alle moslims, leven vooral in landen als Algerije, Saoedi-Arabië, Pakistan, Afghanistan, Indonesië en veel landen in het Midden-Oosten.

Het traditionele hart in het noorden van de Centrale Sahara is de in de M'Zabvallei gelegen Berberse woestijnstad Ghardaïa. De stad werd in de 11e eeuw door kharidjitische moslims gesticht en ligt nu midden in een gebied waar het ibadisme, een stroming binnen de islam, sterk vertegenwoordigd is bij de Mozabieten, een Berbervolk. Het ibadisme is in de 7e-9e eeuw ontstaan uit het kharidjitisme, hoewel de ibadisten zich in geen geval als kharidjieten beschouwen. Volgens de ibadieten mag het geloof niet (mis)bruikt worden om oorlog te voeren en dient het zich aan te passen aan de dan geldende culturele, historische en wetenschappelijke omstandigheden, en gaat eenvoud voor alles. De ibadieten geloven ook dat de Koran tijdens de schepping door God geschapen is en niet altijd al bij God is geweest en daardoor het ongeschapen woord van God is.

Moskee in M'Zab, Algerije

Photo: PhR61 Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De islam is gebaseerd op vijf 'zuilen', die structuur zouden moeten geven aan het dagelijkse leven van moslims. De eerste zuil (shahadah) is de islamitische getuigenis 'er is geen andere God dan Allah en Mohammed is zijn profeet'. De tweede zuil (salat) is de plicht om vijfmaal per dag te bidden in de richting van Mekka. De derde zuil (zakat) is het geven van aalmoezen, in de Verenigde Arabische Emiraten wordt 10% van het vermogen als belasting geheven. De vierde zuil (saum) is de vastenmaand ramadan, waarbij tussen zonsopkomst en zonsondergang niet gegeten en gedronken mag worden. De vijfde zuil (hadj) is de bedevaart naar Mekka, die minstens éénmaal in het leven van een moslim volbracht moet worden.

Vijf pilaren van de islam

Photo: Xxedvxx Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Algerije heeft nog maar een zeer kleine joodse gemeenschap, die het niet gemakkelijk heeft in het bijna honderd procent islamitische land. Zo zijn er op dit moment bijvoorbeeld geen gebedshuizen, synagoges, in Algerije. Die werden volgens de huidige Minister van Religieuze Zaken in de jaren negentig van de twintigste eeuw vanwege veiligheidsredenen gesloten. Maar in hetzelfde interview in juli 2014 meldde hij dat de joodse gemeenschap volledig geaccepteerd is in de Algerijnse samenleving en dat er over gedacht werd om een aantal synagoges te heropenen. Of en wanneer dat gaat gebeuren is echter nog maar zeer de vraag.

De recente geschiedenis van de joden in Algerije werd bepaald door twee dramatische gebeurtenissen begin jaren zestig van de vorige eeuw tijdens de bevrijdingsoorlog die de joden rechtstreeks in het Franse kamp deed belanden. In december 1961 werd de Grote Synagoge in Algiers in brand gestoken en geplunderd, en in juni 1961 werd de beroemde joodse musicus en een symbool van de Arabisch-joodse cultuur, Sheikh Raymond Leyris, vermoord.

Op dat moment werd het voor de ca. 130.000 joden duidelijk dat er eigenlijk maar twee keuzes waren: de koffer of de doodskist. Men koos natuurlijk massaal voor de eerste optie en ten tijde van de onafhankelijkheid van Algerije op 3 juli 1962 waren de meeste joden vertrokken naar Frankrijk en slechts enkele duizenden joden bleven achter in Algerije. Tijdens en na de burgeroorlog werd het voor joden steeds onveiliger in Algerije en vertrokken ze bijna allemaal naar met name Israël. De islamisten verkondigden letterlijk dat er jacht op de joden zou worden gemaakt.

Abdallah ibn Salam moskee, voorheen de synagoge van Oran

Photo: DZ-WahranUser CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 2011 gaf de Algerijnse president Boutaflika het startsein voor de grootste moskee van Afrika. De grote moskee Djamaa El-Djazair zal meer dan 1 miljard euro kosten en op een gebied van meer dan 20 ha grond gebouwd zal worden. De minaret van de moskee wordt ca. 300 meter hoog en is dan hoger dan de Hassan II-moskee in het Marokkaanse Casablanca. Men verwacht dat de reusachtige moskee eind 2015 gereed zal zijn.

Sint Augustinus

Theoloog, filosoof en kerkvader Aurelius Augustinus, van Berberse afkomst, die ook wel bekend staat onder de namen Augustinus van Hippo of Sint Augustinus, werd in 354 geboren in Thagaste, wat nu Souk-Ahras in het uiterste noordoosten van Algerije is. Als Bisschop van Hippo Regius, het huidige Annaba, overleed hij in 430. Augustinus is een van de belangrijkste figuren van het westerse christendom en een katholieke en anglicaanse heilige. Voor de protestanten is hij een van de theologische vaders van de Reformatie. Op 17-jarige leeftijd werd hij door zijn ouders, zijn moeder was de devote Heilige Monica van Hippo, naar Carthago gestuurd om filosofie en rhetorica te gaan studeren.

Sint Augustinus samen met zijn moeder, de heilige Monica van Hippo (ca. 333-387)

Photo: Johann Dréo Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Op dat moment was hij nog geen christen, dat gebeurde pas nadat hij in 383 naar Rome vertrok om verder te studeren. In 384 werd hij tot retor (redenaar) aan het hof van Milaan benoemd, in 386 bekeerde hij zich tot het christendom en in 387 werd hij gedoopt door Ambrosius, de bisschop van Milaan. In 391 werd tegen zijn wil in tot priester gewijd en in 395 hulpbisschop van Hippo Regius. Van 396 tot zijn dood in 430 was hij bisschop van Hippo Regius.

Zijn geschriften en ideeën hadden grote invloed op de westerse filosofie en theologie. Hij zei ook dat de bijbel niet letterlijk geïnterpreteerd mocht worden als er wetenschappelijk bewijs van het tegendeel voorhanden was. Hij heeft vele publicaties op zijn naam staan en in 2008 werden er in de universiteitsbibliotheek van Erfurt nog zes preken van hem gevonden in een handschrift uit de 12e eeuw. Hij bezat voor die tijd een zeer genuanceerd beeld van de joden en bespempelde hen als wegbereiders van het chistendom. Theologen als Thomas van Aquino en Johannes Calvijn zijn sterk beïnvloed door de werken van Augustinus en filosofen als Immanuael Kant, Arthur Schopenhauer en Friedrich Nietzsche werkten zijn denkbeelden over de menselijke wil verder uit. De rooms-katholieke kerk viert zijn feestdag op 28 augustus, de oosters-orthodoxe kerk doet dat op 15 juni.

Augustinus van Hippo (354-430)

Photo: publiek domein

Samenleving

Staatsinrichting

Algerije is een presidentiële republiek met een multi-partijensysteem, waarbij de president het het staatshoofd is en de premier het hoofd van de regering. De uitvoerende macht is in handen van de regering en de wetgevende macht bestaat uit in de regering en de twee kamers van het parlement, de eerste kamer of Conseil de la Nation en de tweede kamer of Assemblée Populaire Nationale.

Overzicht provincies van Algerije

Photo: Golbez Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Hoewe Algerije op dit moment een constitituionele republiek is met een democratische gekozen parlement, zijn de militairen en een aantal machtige 'burgers' , de zogeheten 'décideurs', nog altijd de belangrijkste machtsfactoren in het land. Algerije is verdeeld in 48 provincies of 'wilayas', 553 districten of 'daïras' en 1541 gemeentes of 'baladiyahs'. De naam van de hoofdstad van elke bestuurslaag is ook de naam van de bestuurseenheid.

Volgens de grondwet hebben alle provincies verregaande bevoegdheden op het gebied van economie en diplomatie en worden bestuurd door een Assemblée Populaire Wilayale (APW). Aan het hoofd van een provincie staat een door de president van Algerije aangestelde gouverneur of 'wali', die de besluiten van het parlement moet uitvoeren. De voorzitter van het parlement wordt gekozen door de leden van het parlement, die via verkiezingen door de Algerijnen worden gekozen.

De hoofdstad van een district wordt de districtszetel of 'chef-lieu de daïra' genoemd. Ieder district is weer verdeeld in een aantal gemeenten. De hoofdstad Algiers is de enige stad in Algerije die verdeeld is in districten en gemeenten. Aan het bestuur van een district staat een door de president van Algerije gekozen districtshoofd of 'chef de daïra'.In november 1996 werd door middel van een referendum de grondwet herzien. Deze herziening legde veel macht in handen van de president (staatshoofd). Hij is onder andere verantwoordelijk voor defensie, buitenlands beleid, de benoeming of het ontslag van de premier, de benoeming van de gouverneur van de Nationale Bank en de rechters. De president wordt voor een periode van vijf jaar gekozen en kan sinds een verandering in de grondwet in 2008 steeds opnieuw herkozen worden.

De wetgevende macht berust bij het parlement, dat uit twee kamers bestaat, te weten de Assemblée Populaire Nationale of 'al -Majlis al-Sha'abi al-Watani' (Tweede Kamer) met 462 leden en de Conseil de la Nation of 'al-Majlis al-Umma' (Eerste Kamer) met 144 zetels. De parlementsleden van de Assemblée worden voor vijf jaar gekozen door middel van directe verkiezingen. De Conseil wordt voor één derde door de president benoemd en voor twee derde indirect gekozen uit de raden van gemeenten en wilaya’s. De leden van de Conseil worden voor zes jaar gekozen.

Parlement Algerije

Photo: Magherrabia Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Politiek

Wapen van Algerije

Photo: Jackaranga Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Algerije heeft een multi-partijensysteem met veel politieke partijen, zo deden er bijvoorbeeld in 2012 44 partijen mee aan de parlementsverkiezingen. Met zoveel partijen, die allemaal goedgekeurd moeten worden door de Minister van Binnenlandse Zaken, is het vrijwel onmogelijk voor welke politieke partij dan ook om een meerderheid in het parlement te krijgen, en coalitie-regeringen zijn dan ook onvermijdelijk. Volgens de grondwet van 1996 mogen er geen partijen aan parlementsverkiezingen meedoen die op 'religieuze, taal-, raciale, sexuele of regionale' verschillen gebaseerd zijn.

De parlementsverkiezingen van 30 mei 2002 veranderde de samenstelling van de Assemblée Populaire Nationale ingrijpend. De FLN won 199 van de 385 zetels, een winst van 128 zetels. De RND, dat een toevluchtsoord vormt voor ex-FLN-ers die geen concessies aan de religieuze fundamentalisten en Berbers wensen, duikelde naar 48 zetels, een verlies van 107 zetels. Islamistische partijen behaalden een kleine zetelwinst maar hun vertegenwoordiging in het parlement bleef klein. De FFS en RCD die hun electorale basis hebben in het onrustige Kabylië boycotten de verkiezingen. Het opkomstpercentage (42%) vertegenwoordigde een dieptepunt.

FLN leider Ali Benflis ging na de verkiezingen in 2002 zijn tweede termijn als premier in. Gesteund door een groot deel van de FLN, deed hij begin 2003 een poging Bouteflika als presidentskandidaat uit te schakelen. Een daartoe strekkend besluit van een FLN-congres werd door een rechtbank echter onrechtmatig verklaard en in mei 2003 werd Benflis door Bouteflika ontslagen. RND-leider Ahmed Ouyahia nam de leiding van de regering over.

In tegenstelling tot 1999, toen de tegenkandidaten van Bouteflika zich op het laatste moment terugtrokken, was bij de verkiezingen wel een keuze mogelijk. De strijd ging tussen zes kandidaten:de zittende president Bouteflika en Ali Benflis, beide behorend tot de (FLN), Abdallah Djaballah, leider van de fundamentalistische MRN-Islah partij, die in het parlement de stem van de islamistische oppositie vertegenwoordig, Said Sadi, leider van de (RCD), Louisa Hanoune, leider van de Trotskistische Parti des Travalleurs (PT) en Ali Fawzi Rebaine, oprichter van de (AHD 54) een nationalistisch getinte partij. Relevant voor het klimaat waarin de verkiezingen plaatsvonden, is dat Abassi Madani en Ali Benhadj, in 1991 president respectievelijk vice-president van het thans nog verboden FIS, in juli 2003 na twaalf jaar gevangenschap hun vrijheid herkregen.

Zittend president Bouteflika werd op 8 april 2004 in de eerste ronde met 84,99% van de stemmen herkozen tot president van Algerije. De vijf eerste jaren van het presidentschap van Bouteflika hebben in het teken gestaan van pogingen tot nationale verzoening (‘concorde civile’) en een heroriëntatie van Algerije op Europa. Er kwam een amnestieregeling voor islamistische militanten en een associatie-overeenkomst met de EU. Sinds het voorjaar van 2001, toen rellen in Kabylië uitbraken, staat het Berber vraagstuk weer op de politieke agenda. MP Ouhaiya, zelf Berber, bereikte in 2005 een akkoord met lokale vertegenwoordigers, maar de president wilde niet zover gaan het Berber tot officiële taal te verheffen. Bij decreet van 27 februari 2005 wijzigde de president het familierecht die de positie van de vrouw licht verbeterde. Dit decreet is op 4 mei 2005 door het parlement geratificeerd.

De 462 zetels in het parlement werden in 2012 door 42.9% van de stemgerechtigde Algerijnen gekozen. Het socialistische Front de Libération Nationale (FLN) won de verkiezingen glansrijk met 220 zetels, de gematigde islamisten werden de tweede partij met 66 zetels. Aan een eerlijke stembusgang werd, zoals zo vaak, getwijfeld.

Algerijn bekijkt verkiezingsaffiche parlementsverkiezingen 2012

Photo: Magharebia Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Voor de actuele politieke situatie zie het hoofdstuk geschiedenis.

Economie

Na jaren van negatieve groei, mede het gevolg van de verlammende uitwerking van het geweld op het dagelijks leven, verbeterden de perspectieven vanaf 1994. Een overeenkomst in 1994 met het IMF en de Wereldbank bracht een programma van leningen en een structureel aanpassingsprogramma, waaraan ook de Europese Unie heeft bijgedragen. Voorts kwam er een schuldenregeling met de Club van Parijs die de druk van de schuldendienst op de begroting aanzienlijk verlichtte. De overgang naar een markteconomie heeft de arbeidsmarkt verslechterd. Vele werklozen zoeken hun heil in de informele ‘zwarte’ economie.

Verbetering infrastructuur Algerije

Photo: Ainturk in het publieke domein

In het huidige regeringsprogramma wordt de nadruk gelegd op de noodzaak van economische groei en integratie in de wereldeconomie, die moet worden gerealiseerd door aanmoediging van (buitenlandse) investeringen en het uitvoeren van een privatiserings- en liberaliseringsprogramma. Hiertoe werden onderhandelingen met het oog op toetreding tot de WTO geïntensiveerd, een tarief ontmantelingsprogramma geïnitieerd en een associatieakkoord met de Europese Unie gesloten. Na de omwenteling zijn lange termijn economische uitdagingen de diversificatie van de economie, de versterking van de private sector, het aantrekken van buitenlandse investeringen en het zorgen voor adequate banen voor jongere Algerijnen. Het bruto binnenlands product per hoofd van de Algerijnse bevolking bedroeg in 2017 15.000 dollar. Alle economische sectoren groeiden in die periode met uitzondering van de olie- en aardgassector, waar de productie sinds 2006 gedaald is. De ontwikkeling van de infrastructuur en de landbouw, twee grote segmenten van de niet aan de olie gerelateerde economie, leverden een belangrijke bijdrage aan de groei van het bbp. De inflatie, die steeg tot bijna 9% in 2012 als gevolg van een expansief begrotingsbeleid, is sindsdien gedaald tot 5,5% in 2017

De snelle daling van de olieproductie en -uitvoer heeft geresulteerd in een vermindering van het begrotingsoverschot en zal, als het zo blijft, ernstige consequenties voor de overheidsbegroting hebben. De economie blijft desondanks zeer sterk afhankelijk van de oliesector, die nog steeds goed is voor ongeveer een derde van het bruto binnenlands product en 98% van de export. Opmerkelijk is dat het binnenlandse energieverbruik toeneemt terwijl de olieproductie afneemt.

Oliebalans Algerije

Photo: Raminagrobis CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De gehele olie- en aardgassecor in Algerije is al decennia lang genationaliseerd en ondergebracht bij de multinational SONATRACH (Société Nationale pour la Recherche, la Production, le Transport, la Transformation, et la Commercialisation des Hydrocarbures s.p.a.). Sonatrach is het grootste bedrijf in Algerije en Afrika met in 2010 een omzet van meer dan 56 miljard dollar en behoort tot de top-15 van grootste olie- en gasondernemingen ter wereld. SONATRACH exploiteert ook nog concessies in Jemen, Libië, Mauritanië, Peru en Venezuela en is ook actief in de petrochemie en de ontzilting van zeewater.

Dadels

Photo: ORGANIChouse CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Naast de olie en het aardgas zijn dadels het belangrijkste exportproduct van Algerije, een veeg teken dat de niet-olie gerelateerde onderdelen van de economie niet erg veel voorstellen. Voedingsmiddelen worden ook op grote schaal geïmporteerd, en veel Algerijnen zijn grotendeels afhankelijk van geld dat familieleden in het buitenland naar Algerije sturen.

Slechts een vijfde van het landoppervlak is voor de landbouw te benutten, vooral weidland en maar 3% als akkerbouwland. In het noordwesten van Algerije zijn de beste landbouwgronden te vinden, met name rond de stad Tlemcen, die daardoor in de 14e eeuw de hoofdstad van de Maghreb was. Deze regio staat ook bekend om haar wijngaarden, en hier startten de Fransen met het produceren van wijnen. De beste wijnen werden rond Tlemcen en ten zuiden van Oran geproduceerd.

Oogsten met een combine in Algerije

Photo: Magharebia Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog begon Algerije systematisch en met veel succes te zoeken naar bodemschatten. IJzererts werd gevonden bij Tindouf (Zuidwest-Algerije) en Oueza (Noordoost-Algerije), kolen in de omgeving van Béchar (West-Algerije). Grote fosfaatvoorraden liggen bij Tebessa (Noordoost-Algerije), vlak bij de grens met Tunesië. Verder vond men zink, lood en mangaan, in het Ahaggar-gebergte uranium, platina, goud en wolfram.

Door de beroerde economische staat van Algerije wordt de informele economie steeds belangrijker voor het land en zijn inwoners. Naar schatting is nu al tientallen procenten van de beroepsbevolking werkzaam in de informele economie, zelfstandig of in kleine ondernemingen. Een veel gebruikte methode om buiten de reguliere markt om te handelen is 'trabendo', waarbij vanuit andere landen, vaak Frankrijk, handel gesmokkeld wordt naar Algerije en daar op de zwarte markt verhandeld wordt.

In februari 2015 maakte het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bekend dat Algerije nauwer wilde samenwerken met Nederland op economisch gebied. Door allerlei handelsbarrières waren op dat moment nog maar weinig Nederlandse bedrijven actief in Algerije. Men wilde de wederzijdse handel versterken en Nederland steunde Algerije in haar streven om lid te worden van de Wereldhandelsorganisatie. Met name in de maritieme infrastructuur en de land- en tuinbouw liggen er voor Nederlandse bedrijven kansen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek werd er in 2014 voor ca. 2,3 miljard euro aan goederen ingevoerd uit Algerije, in 2013 was dat nog ca. 3,1 miljard euro. Wat de uitvoer betrof: in 2014 werd er voor bijna 1 miljard euro aan goederen naar Algerij uitgevoerd, in 2013 was dat nog iets meer dan 1,1 miljard.

Druiventros

Photo: Galxyz27 Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Verrassend voor een islamitisch land is het feit dat Algerije een aantal uitstekende wijnen (heeft) voortgebracht. Algerije is zelfs een van de oudste wijn-producerende landen ter wereld en is, zelfs nog vóór de komst van Romeinen, al door de Berbers geïntroduceerd. Foeniciërs, Grieken en Romeinen vergrootten het areaal verder en onder Spaanse en Turkse overheersing werden er meer druivensoorten geïmporteerd. Onder de Fransen groeide de wijnmakerij uit tot een economisch waardevolle bezigheid. In 1938 was er een oppervlakte aan wijngaarden van 400.000 ha die jaarlijks 1,5 miljard liter wijn produceerden en Algerije was op dat moment een van de grootste wijnexporteurrs ter wereld.

Wijngebieden Algerije

Photo: Agne 27 at English language wikipedia CCA 3.0 Unported no changes made

Van die grote oppervlakte is nu nog maar ca. 70.000 ha over, bijna uitsluitend in de vruchtbare kuststrook aan de Middellandse Zee. De belangrijkste wijnregio's, ook nu nog, zijn Ain-Bessem-Bouira, Coteaux du Zaccar, Médéa, Dahra, Monts du Tessala, Coteaux de Tlemcen en Coteaux de Mascara. Na de onafhankelijkheid stortte de productie in en in de burgeroorlog bleef er niet veel meer van over. Nu probeert men de wijnbouw weer nieuw leven in te blazen, niet alleen met staatsgecontroleerde bedrijven, maar ook door particuliere wijnboeren. De meest gewaardeerde en populaire wijn was de Coteaux de Mascara.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Als het grootste land gelegen aan de Middellandse Zee en het grootste land van Afrika, zijn er in Algerije nog grote delen van het land die vrijwel onontdekt zijn, zowel in de spectaculaire kustregio als in de Sahara. Hier kan men nog de traditionele cultuur van verschillende volken ondergaan. Verder heeft Algerije onder andere de mooiste Romeinse sites buiten Europa, de Sahara, therapeutische warmtebronnen, prachtige volkskunst en mogelijkheden om te bergbeklimmen.

Sahara woestijn Algerije

Photo: Fiontain Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De onrust in het land en de gebrekkige toeristische infrastructuur zijn negatief geweest voor de ontwikkeling van het toerisme. Toch is de basisinfrastructuur van het land zodanig dat het toerisme een belangrijker onderdeel van de economie kan worden dan nu het geval is. Algerije heeft ca. 130 vliegvelden, waarvan meer dan vijftig internationale, spoorwegen met een lengte van ca. 15.000 km en meer dan 2000 stations, meer dan 70 havens en ongeveer 200.000 km aan verharde wegen. De meeste toeristen komen uit Frankrijk en buurland Tunesië.

Algiers

Photo: Poudou 99 Creative Commons Attribution 3.0 Unporte no changes made

De ca. 1000 km lange kust telt vele uitgestrekte stranden, de hoofdstad Algiers heeft een mooie mix van traditionele en moderne aspecten, er zijn groene heuvels te vinden en in de bergen kan men 's winters zelfs skiën. Ten westen van Algiers ligt de Turkoise Kust met de badplaatsen Oran en Tipasa. Als vroegere kolonie van Frankrijk zijn de Europese invloeden nog duidelijk merkbaar, maar Algerije heeft ook verschillende monumenten en (binnen)steden op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staan, zoals Al Qal'a van Beni Hammad, de ruïnes van de eerste hoofdstad van de Hammadiden, de 'kasba' van Algiers, Djémila, de ruïnes van een Romeinse stad, en Tassili n'Ajjer, een hoogvlakte met zeer veel prehistorische grotkunst, ca. 15.000 grottekeningen en gravures, die tot de belangrijkste in de wereld behoren. De afbeeldingen, gemaakt tussen 7000-6000 v.Chr., laten de evolutie van mens en dier zijn in dit deel van de Sahara, dat in die tijd nog groen en vruchtbaar was.

Timimoun

Photo: Michel-georges bernard CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Timimoun is een prachtig voorbeeld van een oasestad en In Salah is bijzonder doordat het stadje in tweeën gesplitst wordt door een 'lopende' zandduin. Tussen grote steden kan men het beste per vliegtuig of per trein reizen, op eigen houtje reizen wordt vooralsnog sterk afgeraden. In de steden is het aan te raden om gebruik te maken van een taxi. Het wegennet in het noorden is goed ontwikkeld, in het zuiden zijn grote delen van het land nauwelijks bereikbaar voor de gemiddelde toerist.

In de oasestad Quargla ligt het Sahara-museum met mooie reproducties van rotstekeningen uit Tassili n'Ajjer en informatie over geologie, planten en dieren van de Sahara.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

ALGERIJE LINKS

Advertenties
• Algerije Vliegtickets.nl
• Hotels Algerije
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld
• Algiers Vliegtickets Tix.nl

Nuttige links

Algerije Reisstart (N+E)
Algerije Startnederland (E+N)
Reisinformatie Algerije (N)
Startpagina Algerije (N)

Bronnen

Agada, Birgit / Algerien : Kultur und Natur zwischen Mittelmeer und Sahara

Trescher

BBC - Country Profiles 

Beker, Michel / Algerije

KIT Publishers/Oxfam Novib

CIA - World Factbook 

Elmar Landeninformatie

Ham, Anthony / Algeria

Lonely Planet

Kagda, Falaq / Algeria

Marshall Cavendish

Oakes, Jonathan / Algeria

Bradt Travel Guides

laatst bijgewerkt mei 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems