Landenweb.nl

JAPAN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Japans
  Hoofdstad  Tokio
  Oppervlakte  377.873 km²
  Inwoners  126.899.095
  (mei 2019)
  Munteenheid  yen
  (JPY)
  Tijdsverschil  +8
  Web  .jp
  Code.  JPN
  Tel.  +81

To read about JAPAN in English - click here

Steden JAPAN

Kyoto Osaka Tokio

Geografie en Landschap

Geografie

Japan (Japans: Nippon of Nihon; officieel: Nihon koku) is een keizerrijk in Oost-Azië. Japan is een eilandenrijk en bestaat uit de vier grote eilanden, Hokkaido, het grootste eiland (83.500 km2; tweemaal zo groot als Nederland), Honshu of Hondo (231.000 km2), Shikoku (18.750 km2) en Kyushu (42.000 km), die samen 98% van het grondgebied beslaan, en verder nog bijna 4000 kleine eilanden.

advertentie

Japan Satellietfoto NASAFoto: Publiek domein

Okinawa is een van de Ryukyu-eilanden op 685 kilometer ten zuiden van Kyushu, en valt op omdat het in het geheel niet op de rest van het land lijkt.

Japan ligt vanaf het eiland Sachalin voor de kust van Siberië tot aan Zuid-Korea, en via de Ryukyu-eilanden doorlopend tot bij Taiwan. Ten westen van Japan liggen de Japanse en de Oost-Chinese Zee en ten oosten ligt de Grote of Stille Oceaan. De Grote Oceaan heeft bij Japan diepe troggen van 8.000 tot 10.000 meter en de Japanse Zee heeft een diepte van ca. 3000 meter.

De afstand van noord naar zuid bedraagt 2790 kilometer en de totale kustlijn bedraagt ca. 29.000 kilometer. De grootste breedte van de Japanse eilanden bedraagt maar 270 kilometer. De totale landoppervlakte van het land bedraagt 377.812 km2 en Japan is daarmee ongeveer 9,5 keer zo groot als Nederland.

Landschap

De eilanden bestaan voor drie vierde deel uit vaak dichtbeboste bergen en heuvels, maar het grootste deel van de bergen en bergkammen komt niet boven 2000 meter. Een uitzondering vormt het Hidagebergte ofwel de Japanse Alpen (meer dan twintig toppen boven de 3000 meter) in Zuid-Honshu, dat gemiddeld 3000 meter hoog is.

Als hoeksteen van de vulkanenreeks van de Fossa Magna, een 200 km lange tektonische slenk, is de 3776 meter hoge Fuji-san in Zuidoost-Honshu de hoogste berg en vulkaan van Japan.

advertentie

Mount Fuji, JapanPhoto: Swollib in het publieke domein

Andere hoge bergen zijn op Honshu nog de Ontake-san (3185 meter), de Norikuradake (3166 meter), de Tateyama (2936 meter) en de Washigadake (2880 meter). Vlak land met hellingen kleiner dan 15°, rivierdelta's en valleien neemt slechts ca. 25% van de totale oppervlakte in.

Japan heeft meer dan 240 vulkanen, waarvan er nog meer dan vijftig werkzaam zijn. De drie belangrijkste vulkanische zones liggen in Hokkaido, in Noord- en Midden-Honshu en in Zuid-Kyushu. De Aso op Kyushu is de grootste caldera (door instorting gevormde trechtervormige krater) ter wereld met een omtrek van 114 kilometer.

Door de tektonische en de vulkanische verhoudingen komen er in Japan naast talloze aardbevingen ook veel zeebevingen voor. De kustvlakten worden dan geteisterd door enorme vloedgolven (tsunami's), die tot 30 meter hoog kunnen worden. Japan rust op een onstabiele ondergrond doordat het ligt op het snijpunt van de Euraziatische schol, de Pacifische schol en de Filippijnenschol. De Grote Oceaan-schol schuift jaarlijks enkele centimeters onder de continentale plaat waarop Japan ligt. Het zal duidelijk zijn dat dit onvermijdelijk leidt tot aardbevingen. Per jaar komen gemiddeld meer dan 1000 aardschokken voor waarvan grote aardbevingen gemiddeld eens in de vijf jaar voorkomen. Japan is seismisch gezien het actiefste gebied ter wereld. Op 1 september 1923 werden Tokio en verre omgeving verwoest door de zware Grote Kanto-aardbeving met een kracht van 8,2 op de schaal van Richter waardoor meer dan 100.000 mensen om het leven kwamen. Een grote aardbeving trof Kobe op 17 januari 1995 met een kracht van 7,2 op de schaal van Richter. Er vielen ongeveer 5000 doden en wordt de grote Hanshin-aardbeving genoemd.

advertentie

Tsunami 2011 JapanFoto: Ryuki_a_g CC 2.1 Japan no changes made

De laatste zware beving was in 2011. Deze beving werd gevolgd door een vernietigende Tsunami.

Japan is door de geothermale activiteiten bijzonder rijk aan minerale bronnen, onder meer zwavel- en radiumbronnen. De zogenaamde ría-kusten zijn door tektonische breukzones en dalen sterk versneden. Laagvlakten zijn over het algemeen klein en komen bijna niet voor. Ze liggen veelal langs de kust als alluviale riviervlakten; enkele komen voor in het binnenland.

De korte en vaak zeer woeste rivieren transporteren enorme hoeveelheden gesteenten naar de mondingen. Ze zijn door het grote verval nauwelijks te bevaren door de grote scheepvaart maar zijn wel van groot belang voor de irrigatie en de opwekking van elektriciteit. De rivierbeddingen liggen in de vlakte veelal boven het omringende land en wordt door natuurlijke of kunstmatige dijken op hun plaats gehouden. De langste rivier is de Shinano, ca. 375 kilometer lang. Andere grote rivieren zijn de Ishikari (365 kilometer), en de Tone (320 kilometer).

Van de weinige meren is het grootste (675 km2) en bekendste het Biwameer in de buurt van Kyoto. Bijzonder is het Muasu-meer waar men tot op een diepte van 40 meter kan kijken.

Klimaat en Weer

advertentie

Japan BaiuFoto: Publiek domein

Door de lengte van het land en de bergketens verschilt het klimaat per regio nogal tijdens de vier jaargetijden, die net als in Europa duidelijk te onderscheiden zijn. In Ura-Nihon, ten westen van de bergen, ligt er 's winters bijvoorbeeld veel sneeuw maar is het in augustus vaak tropisch warm.

Bepalend voor het klimaat in Japan is de moessoncirculatie van Oost-Azië en de maritieme ligging waardoor er geen extreme temperaturen voorkomen. De zomermoesson zorgt voor de meeste neerslag, behalve op het eiland Honshu, waar de meeste neerslag in de winter valt. De meeste regen valt van half juni tot half juli ("baiu" of pruimenregen) en in september ("shurin"). De regenachtigste streken liggen in het zuiden van Kyushu langs de Grote Oceaan. Gemiddeld valt er op geheel Japan gemiddeld 1778 mm per jaar. In het grootste deel van het land valt gemiddeld minimaal 1016 mm per jaar. De droogste plek is Oost-Hokkaido met ca. 940 mm per jaar; de natste plek is het Kii-schiereiland op Centraal-Honshu met meer dan 4000 mm per jaar. Tijdens de tropische cyclonen, de tyfonen, komen vooral in september en oktober voor en er kan dan in korte tijd zeer veel regen vallen.

's Winters zijn er grote temperatuurverschillen in het zuiden en het noorden en in het oosten en het westen. In het noorden daalt de temperatuur 's winters tot onder het vriespunt en op Hokkaido zelfs tot –7°C waarbij de sneeuw metersdik het land bedekt. Langs de oostkust wordt de temperatuur gematigd door de Kuro-Shio, een warme golfstroom. Op het zuidelijke eiland Kyushu daalt de temperatuur in januari niet verder dan +7°C. Op Okinawa blijft het in de winter gemiddeld 16°C.

Naar gelang de geografische breedte is het 's zomers over het algemeen vrij warm.

Samenvattend:

Hokkaido: over het algemeen koel en regenachtig met korte warme zomers en lange koude winters. Het gehele jaar door neerslag, maar droger dan in de rest van Japan.

Honshu, Shikoku, Kyushu: deze eilanden hebben een gematigd, regenachtig klimaat.Vooral in de zomer en in de herfst neerslag aan de oostkust en in de zomer en de winter aan de westkust. De temperaturen variëren sterk naar gelang de breedtegraad: 's winters van koud tot zacht en 's zomers van warm tot zeer warm.

Okinawa: heeft een subtropisch klimaat met zeer warme vochtige zomers en vrij warme winters. Het hele jaar door veel regen, maar vooral in de zomer.

Planten en Dieren

Planten

advertentie

Kersenbloesem in Osaka JapanFoto: Mc681 CC 4.0 International no changes made

Japan behoort tot het gematigde subtropische Euraziatische floragebied, waardoor er veel soorten voorkomen die ook in Europa te zien zijn. Tussen de 200 en 500 soorten zijn in de Meiji-periode (1868-1912) geïntroduceerd vanuit Europa en de Verenigde Staten.

Japan heeft een zeer rijke plantenwereld die meer dan 3000 soorten telt. Bomen en struiken overheersen het beeld, bloemen veel minder. Op dit moment wordt nog steeds twee derde van Japan bedekt met uitgestrekte bosgebieden. Ronduit prachtig zijn de vele bloesems (o.a. kersenbloesem) van bomen en struiken in de bloeiperiodes. Op alle grote eilanden komen een aantal opvallende bomen voor. De Japanse ceder is de bekendste en kan een bereikt een lengte van 40 tot 70 meter en verder de vaak eeuwenoude ginkgo, een naaldbomensoort met bladeren (!), de camelia en de bamboe (ca. 100 soorten). Ook esdoorns komen vrij algemeen voor. Typisch Japanse bomen zijn de sugi, de kiri, de hinoki en de urushi.

advertentie

Lotusvijver JapanFoto: Jacky Lee CC 3.0 Unported no changes made

Azalea's, irissen en chrysanten worden vaak gebruikt bij de tuin- en parkaanleg, waar Japanners meesters in zijn. Opvallend zijn de lotusvijvers, maar de plant wordt ook als voedingsmiddel gekweekt. Wereldberoemd zijn de bonzai-boompjes, die in gekweekte vorm een imitatie zijn van de door het barre klimaat gevormde boompjes in het gebergte.

Op Kyushu komen subtropische, altijdgroene bossen voor die voornamelijk bestaan uit eiken, lauriersoorten als de kamferboom, palmen, peperbomen en tulpenbomen. Verder veel varens, bamboe en op bomen groeiende orchideeën. In de kuststreken van de zuidelijke Ryuku-eilanden komen mangrovemoerassen voor. Op het eiland Yaku-shima, gelegen tussen Kyushu en de Ryuku-eilanden staan ceders die meer dan 2000 jaar oud zijn.

Ook het eiland Honshu kent subtropische Japanse loof- en naaldbossen die hun loof wel verliezen. Deze bossen behoren tot de soortenrijkste en weligste vegetatietypen ter wereld. Hier groeien verschillende soorten eiken, Japanse ceder, kransspar, berken, beuken, haagbeuken en elzen. Verder vele soorten lianen, heesters en een dichte, bijna ondoordringbare kruidenlaag.

De bossen van Hokkaido bestaan voor het grootste gedeelte uit naaldbomen, zeker in het noordelijkste gedeelte. Verder nog essen en berken.

Dieren

advertentie

Japanse makaakFoto: Yblieb CC 3.0 Unported no changes made

De Japanse dierenwereld ken vele Aziatische elementen, onder andere de Japanse makaak, de apensoort met de meest noordelijke verspreiding, de vliegende hond, de kraagbeer en het sikahert. Op Hokkaido komen bruine beren voor.

Verder nog bruine beren en een aantal andere roofdieren zoals vossen, wezels, steenmarters, hermelijnen, nertsen, dassen en de"tanuki" of wasbeerhond. In het midden van het land komen diverse hertensoorten en everzwijnen voor.

Vee is er bijna niet te zien, die worden op stal gehouden omdat grasland nauwelijks voorkomt. De Japanse wolf is uitgestorven en zeer bedreigd worden de Iriomote-kat, de Tsushima-kat, de Blakiston-visuil en de Japanse rivierotter.

De vogelwereld is rijk aan soorten, ongeveer 450 zijn er in Japan geteld. Op Hokkaido komen kraanvogels voor. Op de groene rijstvelden komen zwermen kleine witte reigers voor. Zeevogels zijn o.a. meeuwen, sterns en alken; watervogels o.a. ooievaars, eenden, ganzen en reigers; roofvogels o.a. adelaars en haviken. De aalscholver wordt afgericht om te helpen bij de visvangst. De"toki" of Japanse gekuifde ibis kwam vroeger algemeen voor, maar is nu bijna uitgestorven.

advertentie

Japanse ReuzensalamanderFoto: V31S70 CC 2.0 Generic no chages made

Reptielen en amfibieën zijn eveneens goed vertegenwoordigd; vooral onder de hagedissen treft men veel Aziatische elementen aan (gekko's en skinken). De bekendste amfibie is de Japanse reuzensalamander (Megalobatrachus japonicus), met bijna 1,50 m lengte de grootste amfibie ter wereld die voornamelijk leeft in Kyushu en West-Honshu. Japan kent twee soorten giftige slangen, o.a. de"habu" op Okinawa. De ongevaarlijk Japanse rattenslang kan 1,50 meter lang worden. In de vele vijvers leven vele schildpadden.

Onder de zoetwatervissen spelen de karperachtigen een belangrijke rol en verder zalm, forel en rivierkreeften. In de vele vijvers komen koi's voor die gekweekt worden met speciale kleurpatronen.

De kustfauna bestaat onder andere uit walvissen, zeehonden en walrussen. Kyushu is bekend vanwege de zeeschildpadden. In de zee leven veel vissoorten die in de Japanse keuken gebruikt worden: met name tonijn en verder makreel, harder, sardine, zeebrasem, haring, harder en kabeljauw. Verder nog krabben, garnalen, oesters en mosselen.

De Japanse kever is van alle voorkomende insecten de meest beruchte want is in staat om in een kwartier tijd een complete boom kaal te vreten.

advertentie

Setonaikai National ParkFoto: Yoshio Kohara CC 3.0 Unported no changes made

Japan heeft 28 nationale parken (kokuritsu koen) en 55 semi-nationale parken (kokutei koen). De meeste van deze parken liggen in de regio's Tohoku op Noord-Honshu en op Hokkaido, waar de bevolkingsdichtheid niet zo hoog is. Toch zijn er ook nationale parken te vinden in de onmiddellijke nabijheid van de hoofdstad Tokio. Het grootste nationale park is het Seto Naikai Kokuritsu-koen.

Geschiedenis

Oudste bewoners

Vaas uit de JommonperiodeFoto: Publiek domein

De oorsprong van de eerste bewoners van Japan is niet zeker. Zeker is dat er een emigratiegolf via Siberië en Korea is geweest toen Japan nog aan het vasteland van Oost-Azië vastzat. Maar het is ook mogelijk dat zeevarende immigranten vanuit Polynesië geland zijn op Kyushu en Okinawa. Waarschijnlijk is het zo dat de Japanse bevolking ontstaan is uit een mix van allerlei culturen.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn er overblijfselen gevonden van de paleolithische Gongenyama-culturen (60.000-50.000 v.Chr.) Andere bewijzen van civilisatie is aardewerk uit de neolithische periode rond 10.000 jaar v.Chr. Deze Jomon-periode werd zo genoemd naar de touwmotieven in de klei. De Jomon-mensen waren jagers en verzamelaars. De Jomon-periode is op grond van de vormen en verdere versieringen verdeeld in vijf stadia en duurde van 10.000 tot ca. 250 v.Chr.

Na deze periode volgde de geleidelijke overgang naar de brons- en ijzercultuur van de Yayoi-periode. Roodkleurige potscherven zijn gevonden in het stadsdeel Yayoi van de huidige hoofdstad Tokio, vandaar de naam van deze periode. Men vermoedt sterk dat er connecties zijn geweest met Korea en de belangrijkste prestaties waren het verbouwen van rijst, via Korea uit China geïntroduceerd, en het gebruik van bronzen en ijzeren gebruiksvoorwerpen. De Yayoi-periode duurde van 300 v.Chr. tot 300 n.Chr.

Uit de Yayoi-cultuur kwam de Kofun-cultuur voort (grafheuvelcultuur) wat duizenden enorme grafheuvels heeft opgeleverd in Centraal- en West-Japan. Aan de gewoonte om deze grote grafmonumenten te gebruiken kwam een eind door de komst van het boeddhisme, dat crematie voorstond.

In deze tijd gingen steeds meer nederzettingen samenwerken om hun land te verdedigen en uiteindelijk lukte het de Yamato-clan om rond 300 een soort algeheel verbond te sluiten waar alle stammen zich in konden vinden. De Yamato-leiders claimden af te stammen van de zonnegodin Amaterasu en introduceerden de titel tenno, keizer, rond de 5e eeuw. Hierdoor kon Japan voortaan als één natie beschouwd worden die zich uitstrekte van Kyushu in het zuiden tot Honshu in het noorden.

Yamato had vanaf de 4e eeuw al bijzondere contacten met Korea. Tussen de twee zuidelijke koninkrijken, Paekche en Silla, lag een klein gebied, in Japanse annalen Mimana genoemd, waar een soort stadhouderschap van Yamato bestond en waar Japanse troepen gelegerd waren. Het gebiedje was een soort uitvalsbasis van de vastelandscultuur naar Yamato en halverwege de 6e eeuw werd het boeddhisme dan ook via China en het Koreaanse koninkrijk Paekche in Japan geïntroduceerd en verder ontwikkeld.

Eerste keizerlijke dynastieën

Een muurschildering met afbeeldingen van dames uit het eind van de 7e eeuw, JapanFoto: Mehdan CC 3.0 Unported no changes made

In 562 werden de Japanners door Silla, het buurvolk van Paekche, uit Mimana verdreven en trad er een verval in. Dit verval van Yamato werd gestopt door prins Shotoku die een soort grondwet maakte en richtlijnen opstelde voor een centraal bestuurde staat met maar één heerser. Hij maakte van het boeddhisme ook de staatsgodsdienst. Ook allerlei andere elementen van de Chinese cultuur werden in Japan geïntroduceerd, zoals geneeskunde, muziek, astronomie, beeldende kunsten en als belangrijkste het Chinese schrift. Aanvankelijk bereikten al deze zaken Japan via Korea maar op den duur begon men hoe langer hoe meer directe contacten met het zogenaamde Rijk van het Midden te zoeken en in 607 werd voor het eerst een officiële gezant naar het Chinese hof gestuurd.

De overname van Chinees het cultuurgoed bereikte haar hoogtepunt tijdens de zogenaamde Taika-hervorming tussen 645 en 702 waarbij het administratieve systeem van de Chinese T'ang-dynastie (618-907) in zijn geheel werd overgenomen. Als gevolg hiervan werd al het particulier bezit aan grond en lijfeigenen afgeschaft doordat al het land tot het eigendom van de keizer en het gehele volk tot zijn onderdanen werden verklaard. Een gevolg was ook dat de keizer als afstammeling van de Zonnegodin Amaterasu niet alleen de hogepriester van het land was maar ook wereldlijk heerser werd, net zo als in China het geval was. De clans (uji) waren niet langer de belangrijkste sociale en politieke eenheden en de clanhoofden werden benoemd tot ambtenaren van de keizer.

Dit administratieve stelsel van het gigantische T'ang-rijk paste echter totaal niet op het relatief zeer kleine Yamato-rijk en de aristocratische afstammelingen van de vroegere clanhoofden waren dan ook niet van plan om afstand te doen van hun macht en bevoegdheden en de ambtenarij bleef dan ook in feite beheerst door de adel. Het confucianisme vond in de periode van de Taika-hervorming steeds meer verbreiding, hoewel het pas eeuwen later bepalend zou worden voor de Japanse opvattingen omtrent ethiek.

Dankzij familievetes en machtsovernames veranderde regering en wetten constant. Zo kwam er bijvoorbeeld een einde aan de traditie dat elk nieuwe regeerder de plaats van de hoofdstad veranderde en werd voor het eerst een vaste hoofdstad gekozen. In 710 werd het Nara, dat tot 794 de hoofdstad bleef. Gedurende de Nara-periode werd het boeddhisme sterk gepromoot, met name onder keizer Shomu. Deze periode werd met name op het gebied van de bouw- en beeldhouwkunst de eerste glansperiode in de geschiedenis van Japan, en begon zich een eigen richting in de Japanse cultuur af te tekenen.

Tegen het einde van de 8e eeuw bemoeide de boeddhistische geestelijkheid zich zoveel met de politiek dat keizer Kammu besloot om de hoofdstad te verplaatsen van Nara naar Heian-kyo (nu: Kyoto). Dit alles om de groeiende invloed van de geestelijke af te stoppen. Net als Nara werd Heian gemodelleerd naar de hoofdstad van de Tang-dynastie in China Chang-an (nu: Xi'an). Heian-kyo zou tot 1868 de hoofdstad van Japan blijven. De Heian-periode kenmerkte zich door opbloeiende kunsten en belangrijke ontwikkelingen in het religieuze denken. De Chinese immigranten brachten allerlei ideeën en gebruiken mee die naar de Japanse situatie aangepast werden. Rivaliteit tussen het traditionele Japanse shintoïsme en het boeddhisme werd voorkomen door shinto-goden als boeddha's voor te stellen. Religie en staat werden losgekoppeld en vanuit China werden twee nieuwe sektes meegebracht door Japanse monniken, Tendai en Shingon, die de pijlers werden waarop het Japanse boeddhisme opgebouwd werd. Gedurende de Heian-periode werd er ook meer de nadruk gelegd op vrijetijdsbesteding en ontwikkeling van de wetenschap en minder aan het regeren.

Fujiwara-dynastie

Byodo-in Foto: 633highland CC 3.0 Unported no changes made

Hier profiteerde de adellijke Fujiwara-familie van door tussen de 9e en het midden van de 12e eeuw belangrijke posten aan het hof in te nemen via allerlei slinkse manoeuvres. Hun macht ontleenden zij verder aan het gebruik van de schenkingen van sho-en, grondbezit, dat door de keizer aan boeddhistische kloosters, prinsen en hoge ambtenaren als beloning voor verdiensten gegeven werd. Deze sho-en bleven in naam eigendom van de keizer maar waren belastingvrij en stonden onder jurisdictie van de provinciale stadhouders. Zij namen in de loop van de tijd gestadig in aantal toe en in de 11e eeuw bestond de helft van het land uit sho-en; bovendien matigden bepaalde grootgrondbezitters zich het recht aan zelf hun gebieden tot sho-en te verklaren.

De Fujiwara werden steeds sterker en machtiger maar ook de landadel ontwikkelde zich steeds meer doordat de Fujiwara zich voornamelijk bezighielden met de politiek in de hoofdstad. Omstreeks 1150 nam de adellijke Taira-familie voor korte tijd de macht van de Fujiwara over, maar moest die al snel weer afstaan aan de Minamoto-familie (ook bekend onder de naam Genji) na de Slag bij Dannoura in 1185. In 1192 veroverde Yoritimo Minamoto geheel Honshu en voor het eerst in de geschiedenis van Japan werd het land door één familie overheerst. Yoritimo kreeg van de keizer de eretitel Sei-i-tai-shogun (afgekort: shogun) en deze titel voor het leven werd erfelijk voor de militaire leiders van Japan. Tot 1868 waren de shoguns de feitelijke machthebbers en de keizers alleen in naam hoofd van de staat waren. Typerend was dan ook dat de keizer in Tokio bleef wonen en dat Yoritomo, Kamakura tot hoofdstad maakte. Yoritomo heerste op een feodale manier en schrok er zelfs niet voor terug om eigen familieleden die hem in de weg zaten, te verwijderen. In 1199 viel Yoritomo van zijn paard en overleed, waarna in 1205 de machtige Hojo-familie, waar zijn vrouw toe behoorde, de macht overnam.

In 1219 stierf de laatste shogun van de Minamoto-familie. Sindsdien werden keizerlijke prinsen en leden van de Fujiwara-familie tot shogun benoemd, maar de Hojo bleven het regentschap uitoefenen. Gedurende deze periode werd het boeddhisme steeds populairder, met name de introductie van het zenboeddhisme onder de samoerai. In 1259 bereikten de Mongolen onder leiding van Kublai Khan Japan, en stuurde afgezanten om de Japanners tot overgave te bewegen. Deze afgezanten werden echter verdreven uit Japan en als antwoord stuurden de Mongolen in 1274 en 1281 een invasiemacht naar Japan.

Tokimune van de Hojo-familie wist beide invallen echter af te slaan en werd beide keren geholpen door tyfoons die de Mongoolse vloot vernietigden. Deze tyfoons werden kamikazes genoemd (kamikaze = goddelijke wind). De schatkist was echter leeg en de macht van de samoerai-klasse werd steeds groter. Keizer Go-Daigo probeerde van deze situatie te profiteren en leidde een mislukte opstand tegen de regering en werd verbannen naar de Oki-eilanden. Een paar jaar later probeerde hij het weer en was nu succesvoller; in 1319 besteeg hij de troon. Keizer Go-Daogo maakte echter de fout om de aristocratie en priesters te belonen en niet zijn soldaten, die voor hem de kastanjes uit het vuur gehaald hadden. Dit leidde tot een opstand, georganiseerd door de overgelopen Hojo-generaal Ashikaga Takauji die Go-Daigo versloeg in de Slag bij Kyoto. Hij benoemde een nieuwe keizer, riep zichzelf uit tot shogun en vestigde zich in Muromachi in de buurt van Kyoto.

Er volgde een periode in de 14e eeuw van voortdurende oorlogen, met name tussen de twee keizerlijke hoven in Centraal-Japan die elkaar op dat moment fel bestreden. De zuidelijke dynastie werd aangevoerd door de gevluchte Go-Daigo en zijn opvolgers; de noordelijke dynastie bestond uit een lid van de keizerlijke familie dat door Ashikaga op de troon was gezet, en zijn opvolgers. Door deze tweestrijd hadden de feodale heersers (daimyo genoemd) in de rest van Japan ruimschoots de gelegenheid hun macht en gebied uit te breiden. Het was echter niet allemaal kommer en kwel wat de klok sloeg in de Ashikaga-peridoe. Het boeddhisme was in de Kamakura-periode al vernieuwd en populairder geworden en ook het zenboeddhisme sprak erg tot de verbeelding. Maar ook architectuur, schilderkunst, tuinaanleg en bloemschikkunst (ikebana) kwam tot bijzondere bloei.

De handel met het buitenland kwam tot nieuwe bloei want verschillende daimyô brachten belangrijke handelsbetrekkingen met China en Zuidoost-Azië tot stand. In 1467 brak de Onin-oorlog uit die zich ontwikkelde tot een volledige burgeroorlog en de afbrokkeling van de macht van de Ashikaga's versnelde. deze periode duurde tot 1576 en is bekend geworden onder de naam Sengoku-jigai. Politiek gezien hing Japan op dat moment als los zand aan elkaar zonder centrale autoriteiten. In de Momoyama-periode zou dat weer veranderen. In 1568 zorgde Oda Nobunaga er door zijn militaire inzicht voor dat de weg naar vrede en eenheid werd ingeslagen in Centraal-Japan. Ook veroverde hij vele centrale provincies en brak de grote macht van de boeddhistische kloosters. Voordat hij zijn werk kon afmaken werd hij echter verraden door een van zijn generaals, Akechi Mitsuhide. Als heerser werd Oda in 1582 opgevolgd door Toyotomi Hideyoshi, opmerkelijk genoeg waarschijnlijk een boerenzoon. Het lukte hem om in 1590 het gehele land weer onder een bewind te krijgen. Hij werd toen overmoedig en viel met een grote expeditionaire macht Korea en China aan. De pogingen in 1593 en 1598 mislukten echter, de laatste keer doordat Toyotomi stierf.

Eerste contacten met Westerse landen

Portugees handelsschip in Japan in de 16e eeuw.Foto: Hugo Refachinho CC 4.0 International no changes made

In 1543 werd het eerste contact met het Westen gemaakt met Portugese handelaars en enkele jaren later gevolgd door missionarissen, aanvankelijk Portugezen en later Spanjaarden. In 1549 arriveerde de jezuïet Francis Xavier in Kagoshima en lokale vorsten werden snel bekeerd in ruil voor handelsvoordelen en wapens. Oda zag wel voordelen van het christendom als tegenhanger van het boeddhisme. Toyotomi daarentegen vreesde dat de nieuwe godsdienst zijn leiderschap zou gaan ondermijnen. Er werden verordeningen uitgevaardigd tegen het christendom en in 1597 werden er 26 priesters en Japanse bekeerlingen gekruisigd.

Het leger van Toyotomi Hideyoshi werd in 1600 verslagen bij de Slag van Sekigahara door zijn vroegere bondgenoot Tokugawa Teyasu. Tokugawa zetelde te Edo, het huidige Tokio, en nam de titel van shogun aan. De keizers bleven hun schaduwbestaan in Kyoto leiden. In de Tokugawa- of Edo-priode gingen de vervolgingen en het vogelvrij verklaren van de christenen door en bereikte in 1637 een dieptepunt met het bloedig neerslaan van de door christenen geleide Shimabara-opstand. Hiermee kwam aan de christelijke periode een abrupt einde, hoewel het christendom ondergronds verderging en weer officieel werd toegestaan aan het einde van de 19e eeuw.

De Tokugawa-familie organiseerde een soort gecentraliseerde politiestaat, waarin bijvoorbeeld alle daimyo, de leenmannen van de shogun, een bepaalde periode in de hoofdstad verblijven en een daaraan gelijke periode op hun leengoederen. De Tokugawa-familie controleerde alle grote steden, de belangrijke havens en alle mijnen; de rest van het land stond onder controle van vrij autonome daimyo. Hun vrouwen en kinderen verbleven echter als een soort onderpand constant in Edo. Ook werd het Japanners verboden naar het buitenland te reizen. Door deze maatregelen waren de daimyo gedwongen loyaal te blijven aan de Tokugawa's.

De bevolking van Japan werd in die tijd strikt in vier klassen verdeeld. De samoerai of krijgslieden stonden bovenaan de ladder. Tot de samoerai behoorden de shogun, de daimyo en verder alle militairen. Ook befaamde kunstenaars, geleerden en artsen behoorden tot deze groep. Daarna kwamen de boeren, dan de handwerkslieden en als laatste de kooplieden. De paria-groepen Eta en Hinin vielen overal buiten. Alle klassen in de samenleving werden onderworpen aan strenge regels die tot in de kleinste details hun leven beheersten. Ook sociale mobiliteit tussen klassen onderling was praktisch onmogelijk.

Voorname oorzaken van deze maatregelen waren de angst voor inmenging van westerlingen in interne zaken en voor kolonisatie. Het anti-christendom en bedreigingen van de Japanse economie speelden ook een belangrijke rol. Onder het Tokugawa-bewind isoleerde Japan zich vrijwel volledig van de buitenwereld (sakoku). Alleen de Hollanders op het eiland Decima, de Chinezen en de Koreanen konden onder streng toezicht contact houden met Japanse handelaren. Het positieve van de Tokugawa-periode was dat deze in relatieve rust verliep. Opmerkelijk was de overgang van een rijsteconomie naar een geldeconomie, waardoor de stand van de kooplieden steeds belangrijker en machtiger werd. Dit ging dan weer ten koste van de samoerai-klasse die steeds meer in verval raakte en afhankelijk werd van de kooplieden. Hierdoor verburgerlijkte de cultuur, met name de kunst en de literatuur, zich steeds meer en de studie van de exacte wetenschappen werd steeds belangrijker.

De officiële staatsleer in deze periode was het aan China ontleende neo-confucianisme, dat perfect aansloot bij de op dat moment heersende feodale verhoudingen in Japan. Rond 1800 leed de Tokugawa-regering onder corruptie en stilstand in ontwikkeling. Hongersnoden en armoede onder de boeren en de samoerai zorgden voor opstanden die echter door het rigoureuze politiesysteem weinig schade aanrichten. Een veel groter gevaar betekende de steeds groter wordende macht van de daimyô in West- en Zuid-Japan. Zij waren altijd al tegenstander geweest van het shogun-systeem. Ook intellectuelen hoopten op een terugkeer van de macht van de keizer.

Bovendien drongen landen als Rusland, Verenigde Staten en Groot-Brittannië zich steeds meer op groeide de vrees dat aan de onafhankelijkheid van Japan van buitenaf een eind zou worden gemaakt.

Diplomatieke en economische openstelling Japan

Keizer Meiji JapanFoto: Publiek domein

In 1853 vroeg de Amerikaanse commodore Matthew Perry namens de president van de Verenigde Staten de Japanse regering om de handelsbetrekkingen weer te herstellen. Ook andere landen vroegen om opening van de handelshavens en de versoepeling van de handelsbarrières. De shogun-regering, ondertekende op 31 maart 1854 een voorlopig verdrag, waarbij de havens van Shimoda en Hakodate werden opengesteld en ook zouden al snel verdere diplomatieke onderhandelingen gestart worden. De eerste Amerikaanse consul-generaal arriveerde in 1856 en ook werden er verdragen met andere landen gesloten. Er waren echter veel tegenstanders van de verdere openstelling van het land en zij richtten zich ook tegen de buitenlanders zelf.

Met name het feit dat men verdragen had gesloten zonder goedkeuring van de keizer zette kwaad bloed. Toch bekrachtigde de keizer in 1865 de verdragen met de buitenlanders. In 1866 verenigden twee machtige daimyo-gebieden (Satsuma en Choshu) uit West-Japan zich waarna uiteindelijk op 9 november 1867 de laatste shogun, Tokugawa Yoshinobu, zijn ontslag aanbood en keizer Meiji de macht overnam. Op 4 januari 1868 werd het shogunaat bij keizerlijk decreet afgeschaft. Dit herstel van de keizerlijke macht wordt ook wel de Meiji-restauratie genoemd vanwege de vele vernieuwingen die in deze periode werden ingevoerd. Zo werd in 1869 de keizerlijke hoofdstad verplaatst van Kyoto naar Edo, dat vanaf die tijd Tokio werd genoemd, de"oostelijke hoofdstad".

In 1871 werden de feodale daimyo-lenen afgeschaft en werd Japan in prefecturen opgedeeld waarmee de feodaliteit werd afgeschaft en aan alle standen gelijke rechten werden toegekend. Verder werd er een nieuw muntstelsel ingevoerd, werden rijksposterijen opgericht werd de eerste spoorweg, Tokio-Yokohama, geopend.

In 1872 werd een nieuw opvoedingssysteem geïntroduceerd (verplicht onderwijs) en in 1873 werd de algemene dienstplicht ingevoerd. Een serie opstanden van de samoerai, die steeds meer macht kwijtraakten, eindigde met de Saigo-opstand in 1877 waarin de samoerai definitief verslagen werden en al hun macht kwijtraakten.

In 1882 werd de Bank van Japan opgericht en tussen 1882 en 1885 ontstonden de eerste moderne politieke partijen. In 1885 werd een modern kabinet gevormd en in 1888 een Geheime Staatsraad ingesteld, waarna in 1889 de een grondwet aangenomen werd. Als gevolg hiervan kwam in 1890 het parlement voor het eerst bijeen.

De buitenlandse politiek in de Meiji-periode was erop gericht de ongunstige verdragen met de westerse landen af te schaffen, zich beter te verdedigen tegen eventuele vijanden en het verwerven van koloniën om grondstoffen voor de opkomende industrie veilig te stellen. Japan liet zijn ogen o.a. vallen op het Russische Sachalin maar moest na een verdrag in 1875 genoegen nemen met de Koerillen-eilandengroep.

Belangrijker waren de betrekkingen met Korea. In 1876 dwong Japan Korea enkele havens voor de Japanse handel open te stellen en diplomatieke betrekkingen aan te knopen. In 1879 werd het koninkrijkje Ryukyu (Okinawa-ken) op Taiwan door Japan geannexeerd. Door de bemoeienissen met Korea kwam Japan in conflict met China, dat speciale relaties had met Korea. In 1885 werd echter een verdrag gesloten waarbij men de onafhankelijkheid van Korea vastlegde en elkaar beloofde nooit troepen naar Korea te sturen zonder het de ander te laten weten. Men hield zich niet aan deze afspraken en dat was de oorzaak van de Chinees-Japanse oorlog van 1894-1895 die door Japan gewonnen werd.

Op 17 april 1895 werd het vredesverdrag van Shimonoseki gesloten en kreeg Japan onder andere Taiwan en moest China een oorlogsvergoeding aan Japan betalen. Verder werd Korea weer als een onafhankelijk gebied uitgeroepen wilde Japan het schiereiland Liaodong hebben. Deze eis werd door interventie van Duitsland, Frankrijk en Rusland niet ingewilligd. Groot-Brittannië was ondertussen bezorgd over de activiteiten van Rusland in het oosten en zocht daardoor steeds meer toenadering tot Japan. Tussen 1894 en 1899 werden er een aantal verdragen gesloten die leidden tot de juridische soevereiniteit van Japan en in 1911 verwierf het volledige tariefautonomie.

In 1900 verwierf Japan aanzien bij de westerse mogendheden door de Bokseropstand in China te onderdrukken. Als gevolg hiervan werd Mantsjoerije door Rusland bezet. In 1902 werd een bondgenootschap gesloten tussen Japan en Groot-Brittannië en daarna werden onderhandelingen gestart om de expansiedrift van Rusland in het oosten te beteugelen. De onderhandelingen hadden echter geen succes en op 6 februari 1904 werden ze weer afgebroken. Moreel gesteund door Groot-Brittannië verklaarde Japan op 11 februari 1904 de oorlog aan Rusland en viel de Russen aan in Mantsjoerije en Korea. Bij de slag van Tsu-shima werd de Baltische vloot van de Russen in de pan gehakt.

Voor het eerst kreeg Japan het idee dat men op gelijke hoogte stond met de westerse mogendheden. Bij het vredesverdrag van Portsmouth op 5 september 1905 moest Rusland vele concessies doen op militair, politiek en economisch gebied. Een ander gevolg van de oorlog was dat Korea een protectoraat van Japan werd en op 22 augustus 1910 volledig door Japan werd geannexeerd. Op 30 juli 1912 stierf keizer Meiji en opgevolgd door zijn zoon Yoshihito, wiens eerste regeerperiode bekend zou worden als de Taisho-periode.

Eerste en Tweede Wereldoorlog

Japanse bommenwerpers staan klaar voor de anval op Pearl Harbour

Foto: Publiek domein

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak in 1914 koos Japan de kant van de geallieerden, maar bemoeide zich verder nauwelijks deel aan de vijandelijkheden. In Azië werd het fort Zingdao en de Duitse kolonie in Giaozhou veroverd evenals wat Duitse bezittingen in de Grote Oceaan, onder andere de Marianen en de Marshalleilanden. En terwijl de geallieerden bezig waren met de oorlog, maakte Japan van de gelegenheid gebruik om via de scheepvaart en de handel een ijzersterke economische positie in Azië op te bouwen. In 1915 werden aan China de"21 eisen" gesteld, bedoeld om een dominerende positie in China te verwerven. Met uitzondering van een paar onbelangrijke gebieden waar Japan een bijzondere positie kon innemen, onder andere Shandong en Oostelijk Binnen-Mongolië, ging China hier niet verder op in. Bij het Vredesverdrag van Versailles verwierf Japan de voormalige Duitse eilandbezittingen ten noorden van de evenaar als mandaatgebieden; uit Giaozhou trok het zich drie jaar later terug. De gebiedsuitbreiding van Japan ten koste van Rusland zou zich uiteindelijk weer tegen Japan keren. Zo werd na de Eerste Wereldoorlog de Vlootconferentie van Washington (1921/1922) gehouden waarin bepaald werd dat de grootte van de vloten van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Japan op een verhouding van 5-5-3 gebaseerd moest zijn. Ook werd de Brits-Japanse Alliantie van 1902 opgeheven en werden de Japanners gedwongen zich terug te trekken uit Shandong in China en uit Siberië. Binnenlandse sociale onrust leidde ertoe dat de regering een wat meer democratische en liberale koers ging uitzetten. In 1918 werd Kei Satoshi Hara als eerste niet-adellijke politicus minister-president van Japan, het stemrecht werd uitgebreid en Japan trad in 1920 toe tot de Volkenbond. Ook het partijenstelsel werd versterkt, waardoor het socialisme zich kon ontwikkelen en in 1928 slaagden marxistische partijen erin om acht zetels in het Huis van Afgevaardigden te winnen. In hetzelfde jaar werden echter ook leden van de communistische partij gearresteerd en nam de invloed van het socialisme al weer af. Onder invloed van"zaibatsu", een financiële kliek van industriëlen en bankiers, volgde men een gematigde en vreedzame buitenlandse politiek. Ondertussen had in 1926 keizer Hirohito de troon bestegen en begon de Showa-periode. Hij had veel door Europa gereisd, kennis gemaakt met de Europese adel en een aanhanger van de Britse levensstijl.

De ongezonde economische structuur leidde in 1927 tot een grote bankcrisis en vele faillissementen. De wereldwijde crisis in 1929 versterkte de crisis in Japan en nationalistische gevoelens staken weer de kop op. Bovendien richtten vele landen zogenaamde"tariefmuren" op waardoor Japan zich genoodzaakt zag om zich weer te richten op koloniale expansie. Bovendien werd in 1924 in de Verenigde Staten de Immigration Act aangenomen die de immigratie van Japanners naar de Verenigde Staten verbood. Militaire elementen kregen hierdoor steeds meer invloed op de politiek. In september 1931 werd door het leger een incident in Mantsjoerije in scène gezet met als doel om dit rijke gebied aan grondstoffen volledig afhankelijk van Japan te maken. Op 9 maart 1932 werd de door niemand erkende nieuwe staat Mantsjoekwo uitgeroepen en in 1933 werd de provincie Jehol bezet en trad Japan uit de volkenbond. Op 15 mei 1932 brak er een militaire opstand uit in Tokio en werd minister-president Takeshi Inukai vermoord. De daders werden nauwelijks bestraft wat tekenend was voor de zwakke positie van de politiek op dat moment. In februari 1936 vond onder leiding van jonge officieren en kadetten van het leger te Tokio weer een opstand plaats. Zij hielden gedurende drie dagen de hoofdstad volledig in handen en werden de minister van Financiën Takahashi, de voormalige premier Saito en het hoofd van de militaire opvoeding generaal Watanabe vermoord.

Op 25 november 1936 werd met het Anti-Kominternpact gesloten. De Komintern werd in maart 1919 opgericht met als doel de verbreiding van de revolutie in andere landen. Het was in theorie een onafhankelijke organisatie maar stond in werkelijkheid sterk onder invloed van de Russische partij. Inmiddels was de Japanse politiek op het vasteland steeds agressiever geworden. Na een nieuwe uitbreiding van de Japanse invloedssfeer in Noord-China brak in juli 1937 het Chinees-Japanse Incident uit, dat in feite een informele oorlog tussen Japan en de nationalistische regering van Tjiang K'ai-sjek was. Dit incident, dat tot een strijd leidde die pas in 1945 werd beslist, werd oorzaak van nieuwe conflicten waardoor Japan in het gebied rond de Grote Oceaan steeds meer alleen kwam te staan en vooral de relatie met Groot-Brittannië en de Verenigde Staten werd steeds slechter. Zo werd het Amerikaans-Japanse Handelsverdrag op 27 januari 1940 opgezegd en op 27 september van datzelfde jaar werd het Driemogendhedenpact tussen Japan, Duitsland en Italië gesloten. Op 12 oktober 1940 werd de Taisei-yokusan-kai, de Organisatie tot ondersteuning van de keizerlijke regering, opgericht. Deze organisatie kwam in de plaats van de politieke partijen die al in augustus waren ontbonden.

Het Driemogendhedenpact toonde duidelijk de vijandigheid jegens Groot-Brittannië en de Verenigde Staten aan. In 1940 liepen de spanningen op toen de Amerikanen de export van brandstof, ijzer en staal naar Japan stopzetten, gevolgd door een volledige exportstop in 1941. Voor de Japanse militairen was nu het overleven van Japan in gevaar gekomen en het kabinet-Todjo besloot om oorlog te gaan voeren. Op 7 december 1941 overvielen de Japanners zonder oorlogsverklaring de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor op Hawaii. Na een paar dagen vielen ze de Filippijnen aan en brachten twee Engelse slagschepen tot zinken.

Binnen zes maanden had Japan de Westerse mogendheden uit geheel Oost- en Zuidoost-Azië verdreven en de belangrijkste strategische steunpunten in de Grote Oceaan bezet. In 1942 beheerste Japan een gebied dat reikte tot 6400 kilometer ten zuiden van Sachalin en 7600 kilometer ten oosten van Birma. Het keerpunt van de oorlog kwam bij de Slag bij Midway, van 3 tot 6 juni 1942. Eerder was het plan om Australië te veroveren mislukt door een nederlaag in de Slag in de Koraalzee. De Japanners werden door deze nederlagen in de verdediging gedwongen en de geallieerden naderden halverwege 1943 langzaam maar zeker de Japanse eilanden. Daar kwam nog bij dat de handelsvloot van de Japanners grotendeels vernietigd was waardoor men van broodnodige grondstoffen verstoken bleef. Ook de voortdurende bombardementen op Japan maakten het voor Japan steeds moeilijker. Op 21 juni 1945 werd Okinawa veroverd en betaalden de Japanners een zeer hoge prijs: ca. 260.000 Japanse burgers en soldaten werden gedood. De bombardementen op Japan werden nog eens geïntensiveerd. Tegelijkertijd werd door een Engels offensief Birma bevrijd. Tijdens een geweldig luchtoffensief (mei-augustus 1945) werd het Japanse militaire apparaat volledig uitgeschakeld en vele steden vernietigd.

Atoombom op HiroshimaFoto: Publiek domein

In juli 1945 vond de Conferentie van Potsdam plaats, waar de onvoorwaardelijke overgave van Japan werd geëist. De Japanners weigerden waarna de geallieerden een atoombom op Hiroshima gooiden waarbij in een klap 80.000 doden vielen. De atoombom op Nagasaki betekende de genadeslag voor Japan. OP 8 augustus verklaarde de Sovjet-Unie Japan de oorlog en viel Mantsjoerije binnen.

De regering van Japan besloot nu te capituleren op voorwaarde dat de keizer als soeverein zou worden gehandhaafd. De geallieerden verklaarden echter, dat na beëindiging van de oorlog de regeringsvorm slechts door de wil van het volk zou worden vastgesteld, waarop de keizer zelf intervenieerde door aan te dringen op volledige overgave (14 augustus 1945). Hierop trad het kabinet-Koiso-Yonai, dat in juli 1944 het kabinet-Todjo vervangen had, af. Onder de verantwoordelijkheid van een zakenkabinet werd op 2 september in de Baai van Tokio aan boord van het Amerikaanse slagschip Missouri de capitulatie getekend. Onmiddellijk daarop begon de ontruiming van alle bezette gebieden en de bezetting van Japan door Amerikaanse en Australische troepen. Japan bleef tot april 1952 bezet onder het commando van de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur, waarna het bij het verdrag van San Francisco zijn onafhankelijkheid terugkreeg onder een democratische grondwet. Maar pas in 1972 werd het eiland Okinawa teruggegeven aan Japan.

Hervormingen en economische herstel

Tokio Olympische spelen 1964Foto: Stephen Kelly CC 2.0 Generic no changes made

De Verenigde Staten stond toe dat het bestuur over het sterk ingekrompen keizerrijk uitgeoefend zou worden door een Japanse regering waarvan de autoriteit ondergeschikt moest zijn aan SCAP (Supreme Command[er] for the Allied Powers). Verder legde men sterk de nadruk op het berechten van oorlogsmisdadigers en het verwijderen van militaristische en ultra-nationalistische elementen uit de regering.

Onder opeenvolgende regeringen werden nog vele andere hervormingen doorgevoerd: zo werd het leger"voorgoed" afgeschaft, het onderwijs gedemocratiseerd, politieke vrijheid en persvrijheid werden hersteld en er werd vrouwenkiesrecht ingevoerd. Op 3 mei 1947 werd een nieuwe grondwet van kracht en de eerste naoorlogse verkiezingen op 10 april 1946 leverden winst op voor S. Yoshida die een liberaal-progressief coalitiekabinet vormde. In de nieuwe grondwet werd elke politieke macht van de keizer afgenomen en bleef er louter een ceremoniële functie over.

Voorjaar 1954 werd het Veiligheidspact met de Verenigde Staten gevolgd door een Pact tot Wederzijdse Bijstand. Het economische herstelprogramma bestond uit leningen, gelimiteerde export, kapitaalsinvesteringen en bezuinigingen op de uitgaven. In december 1954 werd het kabinet-Yoshida opgevolgd door een kabinet met als premier Ichiro Hatoyama. Dit kabinet wilde de handelsbetrekkingen met de Sovjet-Unie en China weer aanhalen en de afhankelijkheid van de Verenigde Staten verminderen.

In december 1956 trad Japan toe tot de opvolger van de Volkenbond, de Verenigde Naties. De opvolger van Hatoyama, T. Ishibashi, maakte in februari plaats voor de conservatieve en pro-Amerikaanse N. Kishi. Op 19 januari 1960 werd het Veiligheidsverdrag tussen de Verenigde Staten en Japan verlengd en dat leverde een serie anti-regerings en anti-Amerikaanse demonstraties op. Met name de ultra-linkse Blanquistische studentenorganisatie speelde hierin een belangrijke rol. Kishi werd door deze problematiek gedwongen af te treden en opgevolgd door het kabinet-Ikeda in juli 1960.

De Olympische Spelen van Tokio in 1964 waren een nieuw bewijs van de naoorlogse erkenning van Japan door de wereldgemeenschap. In datzelfde jaar won de LDP (Liberaal Democratische Partij) van Eisaku Sato de verkiezingen evenals in december 1969. Ook in deze regeerperiode weer veel problemen met studentenorganisaties die streden voor fundamentele universitaire hervormingen. Ook werden in 1972 de Ryukyu-eilanden door de Verenigde Staten teruggegeven aan Japan. Een van de voorwaarden was echter dat er een Amerikaanse basis op de eilanden zou blijven. Ook dit leverde weer veel protesten op. Eisaku Sato werd in 1972 opgevolgd door Kakoeei Tanaka onder wiens bewind de Volksrepubliek China werd erkend en de relaties met Taiwan werden verbroken.

In deze jaren liet de terreurorganisatie het Rode Leger van zich horen, tot in Nederland toe. In 1974 werd een ambassade in Den Haag bezet en in 1972 een ambassade in Tel Aviv. Na enkele schandalen trad Tanaka in 1974 af en werd opgevolgd door Takeo Miki die ook in een omkoopschandaal (Lockheedaffaire) verzeild raakte en mede daardoor in december 1976 een zware verkiezingsnederlaag leed en aftrad als leider van de LDP. Vice-premier Fukuda volgde hem op als premier.

In 1978 sloten Japan en China een vredes- en vriendschapsverdrag maar werd door de ongebreidelde uitvoer van producten de relatie tussen Japan en de westerse landen steeds slechter. Fukuda werd in november 1978 opgevolgd door zijn rivaal binnen de LDP, Ohira. Ook na de voor de LDP slecht verlopen algemene verkiezingen van oktober 1979 bleef Ohira premier. Deze regeerperiode zou echter niet lang duren want al in mei 1980 viel het kabinet-Ohira na een motie van wantrouwen. Kort voor de succesvolle verkiezingen voor de LDP overleed Ohira en werd opgevolgd door Z. Suzuki. Suzuki trad in oktober 1982 af door de slechte economische situatie in Japan en door verdeeldheid binnen de LDP.

Opvolger Yasuhiro Nakasone, ook van de LDP, knoopte nauwere relaties aan met de Verenigde Staten en vergrootte de Japanse betrokkenheid in internationale kwesties. De van corruptie beschuldigde Tanaka weigerde uit de LDP te stappen, waardoor Nakasone gedwongen werd om in december 1983 vervroegde verkiezingen uit te schrijven. De LDP verloor de verkiezingen maar Nakasone premier te blijven met een coalitieregering. Deze regeringsperiode werd gekenmerkt door sterke bezuinigingen op overheidsuitgaven, een reorganisatie van het overheidsapparaat en het privatiseren van overheidsbedrijven zoals de nationale spoorwegen. De verkiezingen van juli 1986 werden ruimschoots gewonnen door de LDP van Nakasone, maar een splitsing in die partij noodzaakte Nakasone om zijn functie van partijvoorzitter en premier neer te leggen. Het was de notoire lastpost Tanaka die een eigen factie oprichtte en 113 leden met zich mee nam. Nakasone werd opgevolgd door Noboru Takashita in november 1987.

Politieke instabiliteit en economische crisis

Skyline Tokio jaren 90Foto: Volfgang CC 3.0 Unported no changes made

In juni 1989 werd Takashita op zijn beurt gedwongen af te treden na het Recruit-aandelenschandaal. Na de desastreuze Hogerhuis-verkiezingen voor de LDP van juli 1989 werd desondanks Toshiki Kaifu tot premier benoemd. De bij het schandaal betrokken oud-premiers Nakasone en Takashita werden herkozen in het parlement maar Kaifu weerde bij het schandaal betrokkenen uit zijn kabinet. Zijn positie binnen de LDP verzwakte door deze principiële opstelling en een tweede ambttermijn zag hij dan ook niet zitten.

De nieuwe premier werd eind 1991 Kiichi Miyazawa die maar liefst negen"besmette" ministers in zijn regering opnam. Hij loodste de"Wet op de vredeshandhavende operaties" door het parlement en dat betekende dat Japan weer ging deelnemen aan vredesoperaties van de Verenigde Naties, als eerste in Cambodja. De toegezegde hervorming van het kiesstelsel ging niet door en dat was de aanleiding tot vervroegde verkiezingen in juli 1993 die niet goed afliepen voor de LDP. De absolute meerderheid werd verloren en voor het eerst in 38 jaar nam de LDP niet deel aan de regering.

De nieuwe premier van Japan werd Morihiro Hosokawa, de leider van de pas opgerichte Nieuwe Partij van Japan. Nog geen jaar later kon Hosokawa al weer vertrekken door dubieuze zakelijke transacties in het verleden en de minderheidsregering van Hata hield het zelfs maar twee maanden uit. In juni 1994 viel de LDP uit elkaar in twee facties. In januari 1995 werd Japan opgeschrikt door een aardbeving in Kobe die aan meer 5300 mensen het leven kostte en tientallen miljarden schade opleverde. Een volgende ramp was de aanslag op de metro van Tokio enkele maanden later. Het dodelijke zenuwgas sarin zorgde voor 12 doden en 5500 gewonden.

Premier Murayama trad begin 1996 af en werd opgevolgd door de voorzitter van de LDP, Hashimoto. Deze werd in november herkozen als minister-president na de vorming van een LDP-minderheidsregering. In september 1997 sloot Japan een overeenkomst met de Verenigde Staten waardoor het land voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog buiten het eigen grondgebied militaire activiteiten kon ondernemen. In 1997 ook weer grote commotie door illegale betalingen van bestuurders van grote bedrijven aan afpersers. Ook de minister van financiën van het kabinet-Hashimoto moest ontslag nemen na het aannemen van steekpenningen. In juli 1998 trad Hashimoto terug als premier na een nederlaag bij Hogerhuis-verkiezingen en werd opgevolgd door Keizo Obuchi, die voormalig premier Miyazawa aantrok als minister van Financiën.

21e eeuw

Koizumi JapanFoto: Unknown CC 4.0 Internationaal no changes made

Op 2 april 2000 kreeg Obuci een hersenbloeding en op 5 april werd Yoshi Mori van de LDP door het parlement tot premier gekozen, nadat hij door de partij al tot voorzitter van de partij gekozen was. Het beleid van Obuchi, o.a. verhoging van de overheidsuitgaven en stimulering van buitenlandse investeringen zou door Mori worden voortgezet.

Op 24 april 2001 trad Junichiro Koizumi aan als premier van Japan. De hoogste prioriteit van het kabinet was herstel van de economische groei. De buitenlandse politiek van de regering, met name het sturen van troepen naar Irak, heeft veel controverse opgeroepen, maar is gaandeweg breder geaccepteerd. Voor zijn interne economische hervormingsprogramma wist Koizumi echter ook binnen zijn partij in eerste instantie niet voldoende steun te vergaren. Dit werd pijnlijk duidelijk toen in de zomer van 2005 zijn voorstel voor privatisering van de posterijen (een zeer ingrijpende miljardenoperatie) maar ternauwernood door het Lagerhuis kwam, en vervolgens in het Hogerhuis werd weggestemd. Premier Koizumi besloot hierop het Lagerhuis te ontbinden, en nieuwe verkiezingen uit te schrijven voor september 2005. De verkiezingen van 11 september 2005 leverden een verrassende overwinning op voor de premier persoonlijk. Het publiek heeft op de Japanse MP gestemd vanwege een grote behoefte aan verandering (stagnerende economie, werkloosheid, vergrijzing). De Japanse MP is erin geslaagd zichzelf in de media als grote hervormer neer te zetten en de andere partijen als behoudend hoewel de LDP al vijftig jaar aan de macht is (met korte onderbreking). De oppositie, de Democratische Partij, wilde ook privatisering van de posterijen (maar dan anders), betere banden met Aziatische landen en verhoging van de belastingen om het enorme overheidstekort (160% van BNP) weg te werken. De privatisering van de posterijen heeft politiek geen hinder ondervonden. De verwachtingen van het publiek zijn door de verkiezingen echter tot grote hoogte gestegen. MP Koizumi beschikt niet over een duidelijk hervormingsprogramma om de vele problemen in de Japanse samenleving zoals vergrijzing, stijgende kosten van de gezondheidszorg e.d. aan te pakken. Koizumi en de LDP (Koizumi treedt af in september 2006) zullen moeite hebben de gerezen verwachtingen waar te maken. Zijn opvolger, Abe, zal de LDP door de lokale verkiezingen in april en de verkiezingen voor de helft van het Hogerhuis a.s. zomer moeten leiden. Naar verwachting zullen de resultaten tegenvallen.

Abe JapanFoto: Dick Thomas Johnson CC 2.0 Generic no changes made

De nieuwe MP Abe heeft een conservatieve veiligheidsagenda. Voor hem spelen wijziging van de Grondwet (de ‘pacifistische’ clausule), het hervormen van veiligheidsstructuren en het opzetten van een verdediging tegen raketaanvallen de belangrijkste rol. Hij heeft echter geen programma voor de stagnerende economie, de sociale zekerheid, de wankele pensioensector, de vergrijzing en de sterk stijgende ziektekosten.

De oppositie is zwak. Na een veelbelovend begin leed de Democratic Party of Japan (DPJ) een flinke nederlaag (van 177 naar 122 zetels) bij de verkiezingen in september 2005. De leider van de DPJ trad af na een serie politieke inschattingsfouten. De leider Ozawa is afkomstig uit de LDP en behoort daarmee tot de oude politieke garde in Japan.

In september 2007 neemt Abe ontslag en wordt opgevolgd door Yasuo Fukuda. In november vertrekt een walvisvloot voor een zogenaamde wetenschappelijke missie voor zes maanden, dit leidt tot internationale protesten. In juni 2008 krijgt Fukuda een motie van wantrouwen vanuit het Hogerhuis dat gedomineerd wordt door de oppositie, maar dat wordt overruled door een motie van vertrouwen door het parlement.

Het Japanse parlement heeft Taro Aso in september 2008 zoals verwacht tot premier benoemd. Hij volgt Yasuo Fukuda op, die begin deze maand onverwacht opstapte als premier en als leider van de Liberaal-Democratische Partij (LDP). De partij koos oud-minister van buitenlandse zaken Aso (68) maandag tot haar nieuwe leider. Japan krijgt eind 2008 begin 2009 ook te maken met de wereldwijde economische crisis. Shoichi Nakagawa, de minister van financiën treed af onder meer vanwege dronkenschap tijdens een G7 ontmoeting. In juli 2009 schrijft Aso verkiezingen uit na een nederlaag bij lokale verkiezingen.

Op 30 augustus 2009 gaan de Japanse kiezers naar de stembus. De uitslag betekent een politieke aardverschuiving. De Democratische Partij van Japan onder leiding van Yukio Hatoyama wint 308 van de 480 zetels. Dit betekent het einde van een meer dan vijftigjarige regeringsdeelname van de LPD. Aso trekt hier de consequenties uit en verlaat de politiek. Hatoyama wordt in september 2009 de nieuwe premier.

Fushukima JapanFoto: Digital Globe CC 3.0 Unported no changes made

In juni 2010 verlaat Hatoyama de politiek en wordt opgevolgd door de minister van Financiën Naoto Kan. Op vrijdag 11 maart 2011 wordt Japan getroffen door een zeer zware aardbeving gevolgd door een verwoestende Tsunami. Als gevolg hiervan ontstaan er grote problemen in de kernreactoren bij Fukushima. Eind maart 2011 is de straling in reactor 2 van de kerncentrale van Fukushima 10 miljoen keer hoger dan normaal. Arbeiders die aan de reactor werkten, trekken zich terug. De metingen van de radioactiviteit door Greenpeace buiten de evacuatiezone rond Fukushima zijn ondertussen zorgwekkend hoog. Premier Nato Kan van Japan erkent dat de situatie in de beschadigde centrale onvoorspelbaar is. Yoshihiko Noda werd in augustus 2011 tot nieuwe premier van Japan beëdigd. De regerende Democratische Partij (DJP) in Japan koos de voormalige minister van Financiën tot nieuwe partijleider en dat betekende dat Noda de opvolger werd van Naoto Kan. In de tweede ronde van de verkiezing versloeg Noda (215 stemmen) minister Banri Kaieda van Handel (177 stemmen). Noda was op dat moment al de zesde premier in vijf jaar. In december 2012 werd Shinzo Abe de nieuwe minister-president van Japan. In juli 2013 wint de coalitie van Abe ook de verkiezingen in het Hogerhuis. Eind 2013 en begin 2014 ruziet Japan met China over een aantal eilandjes en de verdeling van het luchtruim. In februari 2015 komt Japan uit de economische recessie. In juli 2016 wint de partij van Abe de parlementsverkiezingen. In augustus 2016 verklaart keizer Akihito tijdens een videaoboodachp dat hij wil aftreden, in juni 2017 maakt het parlement dit voorheen ongehoorde besluit mogelijk en hij wordt in april 2019 opgevolgd door zijn zoon Naruhito. In augustus 2020 treedt Abe om gezondheidsredenen af. Hij wordt in september opgevolgd door Yoshihide Suga

Bevolking

Algemeen

Dichtbevolkte wijk Shinjuku in Tokio, JapanFoto: Basile Morin CC 4.0 International no changes made

In 2017 had Japan 126.451,398 miljoen inwoners en is daarmee qua inwoneraantal het tiende land ter wereld. De bevolkingsdichtheid bedroeg toen gemiddeld ongeveer 334 inwoners per km2 en Japan behoort daarmee tot de dichtstbevolkte landen ter wereld.

Van de vier grote eilanden heeft Hokkaido de laagste bevolkingsdichtheid (68 inwoners per km2) en Honshu de hoogste (421 inw. per km2). Shikoku heeft een bevolkingsdichtheid van 225 inwoners per km2 en Kyushu 317 inwoners per km2. De stedelijke conglomeraties van Tokio-Yokohama, Nagoya en Osaka-Kobe hebben een extreem hoge bevolkingsdichtheid met meer dan 4000 inwoners per km2. In 2017 woonde meer dan 90% van de bevolking in verstedelijkte gebieden. Hoewel de bevolking van Tokio afneemt, groeit de agglomeratie van de stad nog steeds. Deze trend is ook in Osaka waarneembaar. De grootste steden zijn: Tokio (7,9 miljoen inwoners; agglomaratie: 38 miljoen), Osaka-Kobe 20,2 miljoen, Nagoya 9,4 miljoen, Fukuoka 5,5 miljoen en Sapphoro 2,6 miljoen. De berggebieden zijn het dunst bevolkt.

Van de totale bevolking is maar liefst 98,5% Japanner. Van de overige, niet-Japanse bevolkingsgroepen zijn de Ainoe en de Koreanen de belangrijkste. Zeer kleine buitenlandse minderheden worden gevormd door tijdelijk personeel uit Zuidoost-Azië, Zuid-Amerika en Westerse landen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Japan met een bevolkingsexplosie geconfronteerd, maar door maatregelen van de overheid (voorbehoedsmiddelen, mogelijkheid tot het plegen van abortus) werd deze ontwikkeling in de jaren vijftig met succes bestreden; sinds 1960 vertoont het geboortecijfer een dalende lijn (1993: 9,6‰). De bevolking nam tussen 1985 en 1993 met gemiddeld 0,4% toe (2017:-0,21%), wat, gezien het lage geboortecijfer, vnl. is te danken aan het lage sterftecijfer, dat sinds 1951 beneden de 10‰ ligt. Het sterftecijfer bedroeg in 2017 9,8 per 1000 inwoners.

De Japanners hebben een van de hoogste levensverwachtingen ter wereld: die van de mannen bedroeg gemiddeld 81,9 jaar in 2017 en die van vrouwen 88,8 jaar.

De bevolkingsopbouw in 2017 was als volgt:

Ainu

Ainu met traditionele kledingFoto: Torbenbrinker CC 3.0 Unported no changes made

Sommige wetenschappers nemen aan dat de Ainu afstammelingen zijn van de eerste bewoners van Japan. Het waren aanvankelijk nomadische stammen die in Midden- en Noord-Japan van de jacht en de visvangst leefden. Ze werden verdreven door de volkeren die na hun voet aan wal zetten en moesten zich terugtrekken op het eiland Hokkaido, waar hun cultuur langzaam verloren is gegaan. Er zijn nog maar weinig Ainu die de Ainu-taal kunnen verstaan of die hun traditionele cultuur hebben weten te bewaren. Pas enige tijd geleden zijn oude epen of"yukars" op schrift gesteld. De Ainu-religie is een animistische, waarin men gelooft dat dieren, bomen en stenen een geest of ziel bezitten. Men name de beer speelt een belangrijke rol in de Ainu-religie en –tradities.

Er leven nog slechts 22.000 Ainu op het eiland Hokkaido. Ze verschillen qua uiterlijk, cultuur en godsdienst totaal van de rest van de Japanse bevolking. Ze werden lange tijd tot het Kaukasische ras gerekend, maar recent onderzoek heeft aan het licht gebracht dat bepaalde Kaukasische genen volledig ontbreken. Siberië wordt nu ook wel als plaats van herkomst genoemd. In ieder geval hadden ze een blanke huidskleur, lichte ogen en blond haar. De huidige Ainu komen meestal voort uit een gemengd huwelijk tussen een Japanner en een Ainu, en zijn dan ook nauwelijks te onderscheiden van echte Japanners. Geschat wordt dat er nog maar ca. 200 rasechte Ainu leven.

Burakumin

De Burakumin zijn wel"echte" Japanners die vroeger beroepen uitoefenden als leerbewerkers, slagers en kadaverruimers. Op meest religieuze gronden werden ze als onreine wezens (Eta) beschouwd en leefden buiten de traditionele gemeenschappen in afgezonderde gehuchten, de zogenaamde"buraku". Ze kregen zelfs aparte namen waardoor ze tot op de dag van vandaag herkend kunnen worden. Sinds het herstel van de monarchie in 1871 is het discrimineren van deze bevolkingsgroep verboden maar discriminerende praktijken blijken nog steeds te bestaan. Zo kan een burakumin een huwelijk buiten de eigen bevolkingsgroep bijna vergeten en neemt men in het bedrijfsleven geen burakumin aan; men is zo bijgelovig dat men geloofd dat deze het hele bedrijf negatief zou kunnen beïnvloeden.

Geschat wordt dat er op dit moment ongeveer 3 miljoen mensen van Burakumin-afkomst in Japan leven.

Koreanen

In Japan woont een groep van ca. 650.000 Koreanen (zai-nichi kankoku-jin). Het zijn voornamelijk afstammelingen van dwangarbeiders die tussen 1910 en 1945 vrijwillig of gedwongen naar Japan kwamen. Ook deze bevolkingsgroep wordt gediscrimineerd en gemengde huwelijken komen bijna niet voor. In feite worden ze nog steeds als buitenlanders beschouwd.

Taal

JapansFoto: Karine Widmer CC 2.0 Generic no changes made

De officiële taal is het Japans of hyojungo, dat gerekend wordt tot de Altaïsche taalfamilie waartoe ook Mongoolse en Turkse talen behoren. Aan de andere kant vertoont het klanksysteem een nauwe verwantschap met Maleis-Polynesische talen.

Het Japans is niet verwant met het Chinees, maar het Koreaans vertoont qua structuur wel grote overeenkomsten.

Wel zijn er door alle contacten tussen Japan en China in de loop der eeuwen het Chinese schrift en zeer veel Chinese woorden overgenomen. Meer dan de helft van alle Japanse woorden stamt uit het Chinees. De Chinese woorden en uitdrukkingen op z'n Japans uitgesproken noemt men Sino-Japans. Opmerkelijk is dat de letter L ontbreekt, terwijl de R zeer vaak voorkomt; in het Chinees is dat net andersom.

Ook van andere talen zijn tussen de zestiende en negentiende eeuw veel woorden geleend zoals uit het Sanskriet, het Portugees, het Spaans en het Nederlands.

Voorbeelden van aan het Nederlands ontleende woorden zijn:

Na de openstelling van Japan in 1854 zijn er met name uit het Engels veel woorden overgenomen. Enkele voorbeelden daarvan zijn:

Verder zijn er veel technische termen uit de Engelse taal overgenomen. De meeste Japanse meisjesnamen eindigen op"ko", dat klein of kind betekent. Typische namen zijn Yukiko (yuki=sneeuw), Hanako (hana=bloem) en Sachiko (sachi=geluk). De achternaam van een persoon wordt vaak als eerste genoemd.

Wat de grammatica en de spelling betreft valt op dat men geen grammaticaal geslacht kent, geen lidwoorden en bijna geen onderscheid maakt tussen enkel- en meervoud. Ook zijn er bij werkwoorden de verschillende personen niet te onderscheiden, b.v. ikoe kan betekenen ik ga, hij gaat of zij gaan.

Vóór de invoering van het Chinese schrift kenden de Japanners geen schrift, hoewel het Chinese schrift al enkele eeuwen bekend was in Japan. Pas na de invoering van het boeddhisme in de 6e eeuw werd het Chinese schrift algemeen in gebruik genomen. De eerste inscripties van het Japans zijn verschenen op metaal en steen.

De Chinese karakters, kanji genaamd, die elk een woord of begrip weergeven, werden door de Japanners gebruikt volgens de betekenis en volgens de klank. Een Chinees karakter met de betekenis"berekenen" kon dus zowel in deze betekenis gebruikt worden alsook om de lettergreep ke, de Sino-Japanse uitspraak van het karakter, weer te geven.

Uit de fonetisch gebruikte karakters ontstond waarschijnlijk in de 9de eeuw een lettergreepschrift, hiragana genaamd. De hiragana bestaan uit snel geschreven, vaak sterk afgekorte Chinese karakters. Het wordt van boven naar beneden geschreven en vormt de grondslag van de grammatica. Later ontstond er nog een ander lettergreepschrift, katakana, dat uit gedeelten van fonetisch gebruikte Chinese karakters bestaat. Katakana loopt horizontaal of verticaal en wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het schrijven van buitenlandse namen.

Beide lettergreepschriften bestaan uit 48 tekens, die - met uitzondering van de a, i, oe, e, o en n - elk een medeklinker, gevolgd door een klinker, weergeven: ka, ki, ku, ke, ko, na, ni, nu, enz. Het moderne Japanse schrift is een"gemengd" schrift van Chinese karakters en Japanse lettergreeptekens en is dus gedeeltelijk een schrift waarin de tekens begrippen weergeven en gedeeltelijk fonetisch. Na 1945 zijn door de overheid maatregelen genomen om het aantal Chinese karakters aanzienlijk te beperken.

Het Japans is zo moeilijk dat als men ca. 2000 ideogrammen kent, men tot de geletterden behoort. Voor de westerse transcriptie van het Japans wordt meestal het Hepburn-systeem gebruikt. Bij het schrijven gebruiken Japanners westerse cijfers. Verder worden er drie spreektalen onderscheiden: het Oost-Japans dat gesproken wordt van Tokio tot Honshu in het noorden, het West-Japans, dat de westkust volgt tot Shikoku, en het Kyushu-dialect ten zuiden daarvan.

In het begin van de 7de eeuw wordt de naam Nihon of Nippon voor het eerst gebruikt en in 645 werd het de officiële aanduiding voor het land. De Sino-Japanse samenstelling Nihon/Nippon (Chinees: Riben; Sino-Koreaans: Ilbon) betekent"oorsprong (ben) van de zon (ri)", dus: (Land van) de Rijzende Zon. In de 8ste eeuw werd de benaming Riben in China vaak gebruikt. De Europese benamingen Japan, Japon, Japão, Giappone, enz. gaan ook terug op de Chinese uitspraak (van Nihon): Riben, in de 13de eeuw door Marco Polo als Zipangu (= Ribenguo,"Land van de Zonne-oorsprong") in Europa geïntroduceerd. Tot 1945 werd Japan ook vaak Dai-Nippon (Groot-Japan) genoemd.

Enkele Japanse woorden en uitdrukkingen:

Veel Japanners, met name op het platteland, spreken typische dialecten die"ben" genoemd worden. Een voorbeeld is het befaamde dialect van Kansai,"kansai-ben". Voor Japanners uit andere delen van het land zijn deze dialecten moeilijk te verstaan.

Godsdienst

Algemeen

Derde shinto-toegangspoort van het Hikawa-heiligdomFoto: Ocgp CC 3.0 Unported no changes made

In Japan heerst een door de grondwet gegarandeerde vrijheid van godsdienst. De belangrijkste godsdienst is het shintoïsme, dat ongeveer 130 sekten telt en sterk beïnvloed is door het boeddhisme. Voor de Japanse bevolking zijn de verschillen tussen beide godsdiensten marginaal. De meeste Japanners belijden dan ook zowel het shintoïsme (92%) als het boeddhisme (76%). Verder staan er meer dan 180.000 religieuze organisaties geregistreerd. Daarbij zitten nieuwe"religies" die gebaseerd kunnen zijn op het boeddhisme, maar ook science-fiction of zelfs stripverhalen. Ze lijken in veel gevallen op gewone ondernemingen die soms miljarden euro's omzetten. Zo heeft de boeddhistische religie/onderneming Soko-Gakkai 16 miljoen aanhangers en beheert o.a. scholen, musea en ziekenhuizen. Uit deze organisatie is de politieke partij Komeito voortgekomen.

Religieuze minderheden worden gevormd door ca. een miljoen protestanten en een klein aantal rooms-katholieken (samen ca. 1,2% van de bevolking) en leden van de"nieuwe religies", die bestaan uit verschillende mengvormen van het shintoïsme, het boeddhisme, het taoïsme, het confucianisme en een aantal christelijke religies (9,3%).

Berucht werd in 1995 de Aum Shinriky-sekte die in de metro van Tokio sarin-gas verspreidde waardoor twaalf mensen de dood vonden en 5000 mensen gewond raakten.

Shintoïsme

Nishiki Tempel in Kyoto, JapanFoto: Daniel Julie CC 2.0 Generic no changes made

Het shintoïsme komt voort uit het animisme. Dit blijkt uit het centrale begrip"kami", dat niet alleen het heilige karakter van een persoon aanduidt, maar ook dat van voorwerpen of zelfs begrippen als de zon, het water, de wind, voorouders, een boom of vruchtbaarheid. Kami stamt uit het Japans, maar wordt met een Chinees karakter geschreven dat als"shin" wordt uitgesproken. Shinto betekent dan in feite"kami-no-michi", de weg der goden. In het staats-shintoïsme neemt de keizer de toppositie in.

Een god zoals bij het christendom of de islam kent het shintoïsme niet. Dingen worden gecreëerd door de samenwerking tussen verschillende kami. Iets als een bijbel of koran kent men ook niet waardoor er veel vrijheid is voor de interpretatie van het individu. Deze interpretaties worden uitgedrukt in rituelen die meestal thuis voor het huisaltaar worden uitgevoerd. Het doel van de rituelen is de fysieke en geestelijke reiniging waardoor men in harmonie met de natuur is. Ook de fysieke reiniging in het bad is voor de Japanner van groot belang.

De rituelen worden ook in schrijnen of"jinja's" uitgevoerd met shinto-priesters, waarvan er ca. 100.000 zijn. Er zijn ongeveer 80.000 geregistreerde schrijnen die een jaarlijks terugkerend festival hebben,"matsuri", met o.a. processies waarin het huis van de kami, de"mikoshi" op de schouders van jongemannen wordt rondgedragen. Typisch Japanse zaken als de hofmuziek gagaku, het sumo-worstelen en het no-theater zijn sterk verbonden met het shintoïsme. De dood is in het shintoïsme niet van belang en begrafenissen worden daardoor vaak uitgevoerd volgens boeddhistische rituelen.

Boeddhisme

Een traditionele Japanse boeddhistische tempel verborgen in het bos in de buurt van Kagoshima, JapanFoto: Mstyslav Chernov CC 3.0 Unported no changes made

Het oorspronkelijke boeddhisme is ontstaan in de 5e eeuw v.Chr. in India. De grondlegger was de koningszoon Siddhartha Gautama, door de Japanners Amida Butsu genoemd. Uitgangspunt van het boeddhisme is dat het leven lijden is, waar ziekte, ouderdom en dood onlosmakelijk verbonden zijn. Het hechten aan het leven en de begeerte vormen het fundament van het lijden en het is de kunst om zich daaraan te ontworstelen en zodoende aan de kringloop van het lijden te ontsnappen. Boeddha wordt dan ook niet voor niets"de Verlichte" genoemd.

In de 6e eeuw kwam het boeddhisme via China en Korea naar Japan. Door deze langdurende reis was er onder invloed van o.a. het hindoeïsme, het taoïsme en het confucianisme, van de oorspronkelijke leer niet zoveel meer overgebleven. Zo kwam men in Japan tot de overtuiging dat Boeddha zich op veel manieren zou kunnen manifesteren. En dat paste weer goed in het shintoïsme dat via de"kami" heilige voorwerpen en begrippen kent. Er vond dan ook een soort versmelting plaats tussen het shintoïsme en het boeddhisme.

In de 7e eeuw werd het boeddhisme tot staatsgodsdienst verheven en werden er vele tempels opgericht. Bij Nara werd in 607 de Horyu-ji gebouwd, het oudste nog in gebruik zijnde religieuze bouwwerk en tevens het oudste houten gebouw ter wereld. De boeddhistische leer breidde zich in die tijd uit tot alle lagen van de bevolking, voor die tijd alleen in hofkringen.

Meer dan 80 miljoen Japanners gaf bij de laatste volkstelling aan tot een boeddhistische sekte te behoren. Tevens rekenden meer dan 83 miljoen Japanners zich tot aanhangers van het shintoïsme. Hieruit blijkt dat het merendeel van de bevolking zich zowel shintoïst als boeddhist acht.

Zenboeddhisme

Stenen Boeddhabeeld bij Zenboeddhistische tempel in Kyoto JapanFoto: Basile Morin CC 4.0 International no changes made

Het zenboeddhisme is een boeddhistische stroming en komt voort uit het Mahayana-boeddhisme dat in China tot grote bloei kwam en in 525 n.Chr. in Japan geïntroduceerd werd en in de 12e eeuw vaste voet aan de grond kreeg. Het zenboeddhisme werd naar Japan gebracht door twee monniken, Eisai en Dogen.

Het zenboeddhisme heeft in de loop der eeuwen een grote invloed op het geestelijk leven van de Japanner uitgeoefend. Het is geen echte godsdienst want stelt zich niet de vraag of er een god bestaat of niet. Door het zenboeddhisme te beoefenen verdwijnt de scheiding tussen wie men denkt te zijn en wie men werkelijk is. Lichamelijke en geestelijke discipline wordt verkregen door meditatie.

De belangrijkste zenscholen zijn op dit moment Rinzai en Soto, beiden oorspronkelijk uit China. Hoewel de verschillen moeilijk uit te leggen zijn, zou men kunnen zeggen dat de Rizai-school meer de nadruk legt op"zazen", zittend mediteren, en dat de Soto-school meer de nadruk legt op"koan", raadsels. Een befaamd raadsel is wat het geluid is van één hand die klapt.

Confucianisme

ConfusciusFoto: Kevinsmithnyc CC 3.0 Unported no changes made

Het confucianisme is niet echt een godsdienst of religie, maar heeft tot op de dag van vandaag als een soort zedenleer wel zeer grote invloed op de Japanners. Het confucianisme ontstond in China, ca. 500 v.Chr en werd ontwikkeld door de leraar Confucius (Chinees: Kong Qiu, 551-479 v.Chr.).

Belangrijke zijn een loyaliteitsprincipes zoals kind tegenover ouder of knecht tegenover heer. Deze principes pasten prima bij de shoguns en de samoerai, die gehoorzaamheid tegenover het gezag hoog in het vaandel hadden geschreven.

Samenleving

Staatsinrichting

Parlementsgebouw van JapanFoto: Wiiii CC 3.0 Unported no changes made

Japan is een constitutionele erfelijke monarchie met de keizer als constitutioneel vorst. De keizer heeft echter weinig tot geen macht met betrekking tot de regering en voert alleen handelingen uit die in de grondwet van 3 mei zijn vastgelegd. Ook de goddelijkheid werd de keizer in deze grondwet afgenomen. In de grondwet staat nog wel dat de keizer het symbool van de staat en de eenheid van het volk is. De rol van de keizer, de"tenno", is in feite zuiver representatief.

De keizer benoemt de premier, die echter wordt aangewezen door het parlement, en de opperrechter van het hooggerechtshof, die wordt aangewezen door het kabinet. Tot zijn taken behoren verder het afkondigen van wetten en verdragen en het toekennen van onderscheidingen

Japan was het eerste land in Azië met een parlementair systeem. Het huidige parlement of Kokkai omvat twee Kamers: het Huis van Afgevaardigden (Shugi-in) met 511 leden, gekozen voor vier jaar, en het Hogerhuis (Sangi-in) met 252 leden, wordt gekozen voor zes jaar waarbij de helft van het aantal leden om de drie jaar wordt vernieuwd.

De uitvoerende macht ligt bij het kabinet (Naikaku), waarvan de premier door beide kamers wordt aangewezen. Het kabinet is verantwoording schuldig aan het parlement en niet aan de keizer.

Kiesgerechtigd zijn alle mannen en vrouwen boven de twintig jaar.

Het land is verdeeld in acht hoofdregio's en in 47 prefecturen of todofuken. Prefecturen zijn onderverdeeld in districten of"gun", dorpen of"mura" en buurtschappen of"cho". Drie prefecturen hebben een aparte status, te weten de stadsprefecturen Osaka en Kyoto of"fu", en het hoofdstadgebied of"to", Tokio. De gouverneurs van de prefecturen en de burgemeesters van steden en dorpen worden gekozen door de plaatselijke bevolking. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Japanse meisjes in SchooluniformFoto: David Monniaux CC 3.0 Unported no changes made

Japanners omschrijven hun samenleving vaak als een"gaku-reki shakai", een samenleving waar iemands toekomst voornamelijk bepaald wordt een zo hoog mogelijke opleiding. Negatief gevolg hiervan is wel dat er al op jonge leeftijd een zeer grote druk op de kinderen wordt gelegd. Vaak wordt alles op alles gezet om maar op de best aangeschreven scholen te komen.

Japan heeft daarvoor een modern onderwijssysteem ontwikkeld waar van overheidswege veel geld ingestoken wordt. Meer dan 8% van het overheidsbudget gaat naar het onderwijs.

Het door de staat opgezette onderwijs tot en met de driejarige"junior"-middelbare school is verplicht en kosteloos. Daarnaast sturen veel ouders hun kinderen naar dure particuliere scholen (juku) en instituten, juku's voor het lager onderwijs en yobiko's voor het middelbaar onderwijs, die zich hebben gespecialiseerd in het geven van bijlessen. Zij bereiden de scholieren ook voor op de moeilijke toelatingsexamens. Klassen hebben vaak niet meer dan 20 leerlingen.

Tweederde van de kinderen gaar in eerste instantie naar de kleuterschool, die gevolgd wordt door een zes jaar durende basisschool. Er bestaat een zeer felle concurrentiestrijd. Bij sommige kleuterscholen die verbonden zijn met een universiteit moeten de kleuters zelfs toelatingsexamen doen. Daarna volgt de driejarige"junior"-middelbare school of chugakko, waar een algemene of beroepsgerichte opleiding gevolgd kan worden. De middelbare school wordt niet afgesloten met een eindexamen, maar met ontvangt een getuigschrift. Het prestatiegerichte onderwijs heft wel resultaat; ca. 94% van de kinderen stroomt door naar de middelbare school en ca. 37% daarvan studeert door.

Het hoger onderwijs wordt verzorgd door ca. 400 universiteiten, junior-colleges en technische instituten, die deels openbaar, deels particulier zijn. Het onderwijssysteem is duidelijk gebaseerd op het Amerikaanse systeem. Om tot een universiteit toegelaten te kunnen worden moet eerst een moeilijk toelatingsexamen worden afgelegd. Slaagt men daarvoor dan was men tot voor kort bijna verzekerd van het einddiploma. Op dit moment vragen werkgevers echter steeds meer van de studenten en steekt een Japanse student evenveel tijd in zijn studie als een westerse student. Voor een universitaire studie staat vier jaar, maar er bestaat ook een kortere versie van twee jaar die vooral door meisjes gevolgd wordt.

De meeste middelbare scholieren, zowel jongens als meisjes, dragen een uniform. Meisjes een donkerblauw uniform en een witte blouse of overhemd met lange mouwen en jongens een zwart uniform met vergulde knopen en een petje.

Japanse kinderen moeten vier manieren van spellen leren: kanji, hiragana, katakana en romaji. Janji zijn Chinese tekens, hiragana Japanse tekens om de kanji-ideogrammen te verbinden, katakana wordt gebruikt om vreemde woorden te schrijven en romaji is het Latijnse alfabet.

Economie

Algemeen

Deze kaart toont de veranderingen in het BBP per hoofd van de bevolking van China, Duitsland, India, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van AmerikaFoto: M Tracy Hunter CC 4.0 International no changes made

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de Japanse economie een spectaculaire groei doorgemaakt. Tot ca. 1953 ontwikkelde de grondstoffenindustrie zich, gevolgd door de consumptiegoederenindustrie tot ca. 1965. Na 1965 kende de verwerkende industrie een in de wereldgeschiedenis ongekende groei.

De basis voor deze groei werd gelegd door de Amerikanen, die door een aantal maatregelen te treffen Japan vlak na de Tweede Wereldoorlog weer op weg hielpen. De Amerikanen hadden zelf ook belang bij een economisch sterk Japan, bang als ze waren dat het communisme Japan in zijn greep zou krijgen.

Zo werd o.a. de landbouw werd hervormd, veel technologie geïmporteerd, vakbonden opgericht en het opleidingsniveau van de werknemers naar een zeer hoog peil gebracht. Ook de nauwe samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, de lange werktijden, importbeperkingen en lage rentestanden zorgden voor een groei op veel industriële terreinen. In de periode van 1965 tot 1990 groeide het bruto nationaal product spectaculair met gemiddeld 4,7% per jaar, het hoogste percentage ter wereld. Tot eind jaren tachtig vertoonde Japan ook een bijzonder positieve handelsbalans, er werd veel meer uitgevoerd dan ingevoerd. Door die gigantische inkomsten van de uitvoer werd Japan een kredietverlener. Met name de Verenigde Staten worden steeds afhankelijker van deze kredieten en er ontstaat een groeiend handelstekort tegenover Japan.

De Verenigde Staten vonden dit een onaanvaardbare en gevaarlijke situatie en na een bijeenkomst van de rijkste staten ter wereld, de G7, beslist men om de dollar te devalueren en de yen op te waarderen. In 1985 kost de dollar nog 240 yen, in 1987 is dit al teruggelopen tot 120 yen. Zo zou de Amerikaanse export weer moeten aantrekken en die van Japan afgeremd worden. De yen werd echter steeds duurder, waardoor de prijzen van blijven stijgen en het handelstekort van de Verenigde Staten nauwelijks daalt. De financiële overschotten stapelen zich op in Japan en de beurskoersen (Nikkei-index) stijgen spectaculair, van 15.000 in 1985 tot bijna 40.000 eind 1989. Japanse speculanten gingen hun geld uitzetten in Amerikaanse schatkistcertificaten en Japan werd daardoor de belangrijkste geldschieter van de staatsschuld van de Verenigde Staten. De Japanse multinationals investeerden in de hele wereld en vestigden industrieën in Oost-Azië om van daaruit hun producten te gaan uitvoeren die in Japan zelf te duur waren geworden door de opmars van de yen. Hierdoor maakte de Oost-Aziatische landen een ongekend sterke economische vooruitgang mee.

De tegenstellingen tussen Japan en de Verenigde Staten worden ondertussen steeds groter en sinds 1989 kwam er aan de periode aan ongeremde economische groei dan ook een abrupt einde. De banden tussen de Japanse banken en de Japanse industrie werd wat losser en de grote bedrijven financieren hun investeringen steeds vaker met de grote winsten die gemaakt werden. Om het vermogen van de bedrijven nog meer op te krikken werd er ook belegd in de door de Japanse grotendeels beheerste vastgoedsector waardoor de prijzen van de grond de lucht in schieten.

In 1989 begint de beurs angstaanjagend snel te dalen en is in 1992 al gezakt tot 14.000 punten, één derde van twee jaar eerder. Faillissementen volgen elkaar snel op, met name bij banken die geld hadden uitgeleend aan twijfelachtige bedrijven en vaak naar hun geld konden fluiten. Zo moest de twaalfde bank van Japan, de Hokkaido Bank, haar deuren sluiten en ging Yamaichi Securities, één van de vier grote beursgenootschappen, failliet. Door deze ontwikkelingen vielen er veel ontslagen, gingen veel speculanten failliet en liep de privé-consumptie en de investeringen terug: kortom, de economie stagneerde en de productie groeide minder snel dan de andere industrielanden.

Om de totale ineenstorting van de economie te voorkomen pompt de Japanse overheid miljarden in de Japanse economie. Zo wordt er in maart 1998 een plan gelanceerd om de consumptie weer op te drijven dat meer dan negen miljard euro kost. Op dat moment waren de schulden van Japan echter al even groot als het bruto binnenlands product.

Situatie Japanse economie 21e eeuw

Sinds 2000 is de economische groei bescheiden geweest. Vanaf 2008 is Japan drie keer in recessie geweest. Ook de Tsunami van 2011 zorgde voor krimp in de economie. Er speelt een heftige discussie in Japan over het al dan niet sluiten van kerncentrales na de ramp in Fukushima. In 2017 is Japan de vierde economie ter wereld na de Verenigde Staten, China en India. De grootste uitdaging vormt de beteugeling van de staatsschuld. Enige cijfers over hoe de economie er in 2017 voor staat:

De economische groei is 1,7%. Het BBP per hoofd van de bevolking is $ 42.900. De werkloosheid ligt op 2,9 %. De staatsschuld is 237 % van het Bruto Nationaal Product. De inflatie is 0,5%.

Landbouw, veeteelt, visserij en bosbouw

Rijstvelden JapanFoto: Gtknj CC 2.0 Generic no changes made

De betekenis van deze primaire sectoren is na de Tweede Wereldoorlog sterk afgenomen, en schommelt al een aantal jaren rond de 1-1,5% van het bnp. (In 2017 1,1%) Bijna 3% van de beroepsbevolking (2017) is nog maar werkzaam in deze sectoren en dat aantal neemt gestaag af. Daardoor ligt de zelfvoorzieningsgraad in Japan maar op 40% en Japan scoort daarmee als een van laagste van de geïndustrialiseerde landen.

Het bergachtige Japan heeft maar weinig landbouwgrond ter beschikking (11% van de oppervlakte). Het voornaamste gewas is rijst, het traditionele volksvoedsel, waarvoor 50% van het landbouwareaal gebruikt wordt en het enige landbouwproduct is waarin het land zichzelf ruimschoots kan voorzien. Van de resterende 50% landbouwgrond is een derde in gebruik als weiland en op twee derde wordt groenten en fruit verbouwd zoals aardappels, suikerbieten, citrusvruchten en suikerriet.

Graan en andere agrarische grondstoffen worden voornamelijk geïmporteerd; slechts 7% wordt in Japan zelf verbouwd, behalve zijde, vlas en in mindere mate tabak. De bedrijfsgrootte van de Japanse agrarische bedrijven is zeer gering: gemiddeld ca. 1,2 ha.

Ondanks een gebrek aan goede weidegronden en de geringe bedrijfsgrootte is melk tegenwoordig het belangrijkste agrarische product.

De veehouderij daarentegen krimpt, met name de varkenshouderij. Ook het aantal rund- en melkveebedrijven daalt licht. Het meeste vlees wordt op dit moment geïmporteerd, met name uit Australië en de Verenigde Staten.

Japan is met een jaarlijkse vangst van ca. 6-7 miljoen ton een van de belangrijkste visserijlanden ter wereld. Vóór 1940 bedroeg de vangst zelfs tussen de helft en twee derde van de totale wereldvangst. Sinds 1990 neemt de omvang wel af als gevolg van internationale conflicten over visrechten en de vervuiling van de Japanse kustwateren. De sector telt ca. 280.000 beroepsvissers waarvan driekwart bij kleinschalige bedrijfjes werkt. De grote bedrijven houden zich naast de visvangst vooral bezig met handel, transport en visverwerking.

Naast vis voor menselijke consumptie levert de zee ook industriële grondstoffen, zoals zeewier. De niet-eetbare vis wordt verwerkt tot vismeel. In de parelvisserij heeft Japan een monopolie positie; 95% van de vangst wordt geëxporteerd. De visserij vormt de basis voor een omvangrijke industrie en export van conserven. De visconsumptie behoort tot de hoogste ter wereld: 45% van de dierlijke eiwittenconsumptie in Japan bestaat uit vis. Ondanks een internationaal verbod op de walvisvangst sinds 1986 zet Japan haar activiteiten op dit gebied gewoon voort onder het mom van wetenschappelijk onderzoek.

Het bosareaal beslaat 67% van de totale oppervlakte, waarvan ca. 41% door middel van aanplant. Veel hout moet echter geïmporteerd worden want Japan voorziet slechts in 20% van de binnenlandse behoefte. De grote vraag van Japan naar tropisch hardhout is desastreus voor het regenwoud. Verschillende landen in Zuidoost-Azië en de Verenigde Staten zijn de voornaamste leveranciers.

Energievoorziening en mijnbouw

Kernenergie centrale Ikata in JapanFoto: Onbekend CC 2.5 Generic no changes made

Voor zijn energiebronnen is Japan door een gebrek aan eigen bronnen voor ca. 82% afhankelijk van de import. Voor 50-55% wordt de energiebehoefte gedekt door de import van aardolie uit het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië. Sinds de twee oliecrises in de jaren zeventig van de 20e eeuw probeert Japan de afhankelijkheid van het buitenland te verminderen en worden de mogelijkheden bestudeerd om tot aanwending van alternatieve energiebronnen te komen, waarbij m.n. gewerkt wordt aan zonne-energie, geothermische stroom, het vergassen en vloeibaar maken van steenkool en de opwekking van kernenergie.

Het belang van kernenergie neemt sterk toe. Na de Verenigde Staten geeft Japan het meeste geld uit aan het ontwikkelen van kernenergie. Momenteel vindt er na de ramp in Fukushima een heftige discussie over kernenergie plaats.

Japan is een van de grootste consumenten van delfstoffen ter wereld omdat het zelf geen natuurlijke hulpbronnen van belang heeft. Het grootste deel van zijn behoefte aan delfstoffen moet Japan dan ook invoeren. Alleen over kalksteen voor de cementindustrie, zilver, zwavel en pyriet voor de productie van zwavelzuren beschikt Japan in voldoende mate. Het aandeel van de mijnbouw in het bnp bedraagt slechts een kwart procent. Japan is de grootste importeur van steenkolen ter wereld.

Industrie en bouwsector

Toyota JapanFoto: Turbo-myu-z CC 4.0 International no changes made

Na de Tweede Wereldoorlog veroverde Japan in eerste instantie een plaatsje op de wereldmarkt op het gebied van de scheepsbouw en de kunstvezelindustrie. Daarna veroverde ook de lichte industrie een vooraanstaande plaats op de wereldmarkt. De productie groeide spectaculair als gevolg van o.a. de goede samenwerking tussen de overheid en privésector, de sterke industriële organisatie en de toepassing van moderne technologieën. Japan verwierf op verschillende manieren Bij de verwerving van technologie in Japan kent de Japanse industrie enkele methoden: de sectoren die voornamelijk op buitenlandse technologieën gebaseerd zijn zoals de petrochemie, synthetische vezels en de elektronica; de sectoren die al voor de Tweede Wereldoorlog in Japan aanwezig waren en waarin veel Japanse knowhow geïnvesteerd is, maar die in de jaren vijftig en zestig met buitenlandse knowhow zijn versterkt, zoals scheepsbouw, staal- en automobielindustrie en de vervaardiging van optische instrumenten; en de sectoren waarin buitenlandse knowhow een geheel eigen Japanse toepassing heeft gevonden, zoals in de elektronica- en computerindustrie en in de systeemtechnologie.

Op de Verenigde Staten na is Japan het productiefste land ter wereld. Binnen de Japanse economie droeg de industrie in 2017 nog voor rond de 30% bij aan het bnp. Dit aandeel neemt overigens geleidelijk af. De industrie, waaronder de belangrijke auto-industrie, biedt werk aan 26% van de beroepsbevolking (2017). Andere belangrijke industrieën zijn machine-industrie, de ijzer- en staalindustrie, de chemische en de textielindustrie.

Ten tijde van de tweede oliecrisis in 1979 vond er een verschuiving plaats van de zware industrie naar technologisch geavanceerde industrie. Sinds het midden van de jaren tachtig hebben veel bedrijven hun productie verplaatst naar het buitenland. Dit betreft vooral fabrikanten van auto's en elektronica, producten die vaak voor die markten bestemd zijn. In de jaren negentig is de industriële productie als gevolg van de grote economische crisis aanzienlijk gedaald. Een van de grote problemen in de industrie is de overcapaciteit waardoor de bedrijven met grote voorraden blijven zitten.

De bouwsector is zowel politiek als economische belangrijk voor Japan. Ook deze sector heeft echter zware klappen te verwerken gehad. Door de waardedaling van onroerende goederen en door de trend om de productie in het buitenland voort te zetten waardoor er minder fabrieken gebouwd worden. Veel bouwbedrijven kunnen het hoofd maar nauwelijks boven water houden.

Handel en internet

Import Japan vanuit de EUFoto: Trade Statistic of Japan, Ministry of Finance, 2017 CC 4.0 no changes made

Grote overschotten op de handelsbalans kenmerken de buitenlandse handel van Japan. Door de Verenigde Staten en de Europese Unie wordt er sterk aangedrongen op een verbeterde markttoegang voor hun producten en diensten. De Japanse regering begint de laatste jaren dan ook schoorvoetend de markt te dereguleren en toegankelijker te maken voor de buitenlandse concurrentie. De laatste jaren neemt het handelsoverschot af.

De belangrijkste handelspartner voor Japan is China. In 2017 ging 19% van de export naar China, terwijl China 24,5% van de import leverde. Na China is de Verenigde Staten de tweede handelspartner van Japan. Andere belangrijke importeurs zijn Zuid-Korea, Hongkong, het Midden-Oosten en Taiwan. Australië, Taiwan en Zuid-Korea zijn de belangrijkste exporteurs.

Japan is koploper wat betreft de e-business markt in Azië. Het aantal internetgebruikers is enorm.

Verkeer

Narita airpot TokioFoto: Marek Slusarczyk CC 3.0 Unported no changes made

Zeetransport is door de ligging van Japan en de afhankelijkheid van de import van de meeste natuurlijke hulpbronnen altijd zeer belangrijk geweest.

De belangrijkste havens zijn Yokohama, Nagoya, Kobe, Osaka, Moji en de kolenhavens Otaru en Muroran. De concurrentie met andere havens in de regio is moordend en Japan dreigt de concurrentieslag te verliezen. Grotere havens zijn die van Hongkong, Singapore en Kaoshiung in Taiwan.

De Japanse Nationale Spoorwegen werden in 1987 gereorganiseerd in zeven particuliere bedrijven: de Japanese Railways (JR) Group bestaande uit zes passagiersvervoerbedrijven en een vrachtvervoerbedrijf. Japan beschikt over een aantal supersnelle passagierstreinen. De Tokaido-express legt het traject Tokio-Osaka (515 km) in ruim drie uur af. De Sanyo-express doet over de afstand Osaka-Hakata (1070 km) minder dan zeven uur.

De Seikantunnel (met bijna 54 km de langste ter wereld) verbindt sinds 1988 de hoofdeilanden Honshu en Hokkaido en maakt deel uit van de spoorwegverbinding Tokio-Sapporo.

Het wegennet omvatte in 2013 ca. 1,500 miljoen km, waarvan 75.000 km nationale wegen (daarvan bijna 90% verhard). Het autobezit in Japan is groot, in 2013 was 95% van de bevolking in het bezit van een auto. Van het goederenvervoer ging in 2013 meer dan 90% over de weg.

Internationale luchtvaartmaatschappijen zijn Japan Airlines (JAL), All Nippon Airways (ANA) en Japan Air Systems (JAS). De belangrijkste luchthavens zijn die van Tokio (Narita), Osaka en Nagoya, en de nieuwe internationale luchthaven Kansai International in de Baai van Osaka, de eerste zgn. offshore-luchthaven ter wereld. Japan heeft verder nog een groot aantal regionale luchthavens voor binnenlandse vluchten.

Het luchttransport voor het vervoer van goederen is niet erg populair. Al jaren wordt maar 1-2% van de vrachten vervoerd door de lucht.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Japan heeft een sterke toeristische sector. De reislust van de Japanner neemt nog steeds toe, zowel binnenlands als naar het buitenland. Het aantal buitenlandse toeristen neemt de laatste jaren toe.

Tokio JapanFoto: Yodalica CC 4.0 International no changes made

Tokio is de beroemdste stad van Japan, vol met moderne wolkenkrabbers en continu knipperende neonlichten. De stad behoort tot de belangrijkste economische centra van de wereld. Tokio heeft snelle kogeltreinen, een groot metronetwerk en een echt chaotisch spitsuur. Maar je vindt er ook historische tempels en het Keizerlijk Paleis. Tokio heeft alles wat je kan verwachten in een toonaangevende Japanse stad. Tokio is de officiële zetel van de politiek en van de Japanse regering. Er zijn veel winkels, uitgaanswijken en zakelijke districten door de hele stad. Ginza is een van de meest bekende. Shinjuku is een groot uitgaansgebied. Een heel beroemde historische bezienswaardigheid in het hart van Tokio is het Keizerlijk Paleis. Het paleis wordt bewoond door de keizer van Japan en is toegankelijk via een reeks grachten. Bezoekers hebben toegang tot het weelderige park en de tuinen in het oosten. De Muren van het oorspronkelijke gebouw uit 1888 zijn herbouwd in de jaren zestig. Het serene Meiji Heiligdom is een schoolvoorbeeld van Shinto architectuur en ligt te midden van 175 hectare tuinen in Yoyogi. Het heiligdom is gewijd aan de nagedachtenis van de Meiji keizer en keizerin. De bezoekers komen naar dit gebouw uit 1920 om gebedskaarten te schrijven en hulp te vragen aan de vergoddelijkte heersers.

Kyoto JapanFoto: Vesna Vujicic-Lugassy CC 3.0 IGO no changes made

Kyoto betekent hoofdstad en ligt in het centrale deel van het eiland Honshu in Japan. In de oudheid was het de keizerlijke hoofdstad van Japan, vandaag is het de hoofdstad van de prefectuur Kyoto en het grootste deel van het grootstedelijk gebied van Osaka-Kobe-Kyoto. Volgens de volkstelling van 2011 zijn er 1.473.746 inwoners. Het is de plaats waar het voormalige keizerlijk paleis staat en een strategisch centrum voor het bedrijfsleven, de industrie, de handel en het transport. Kyoto is een groot cultureel centrum met tal van bijzondere historische monumenten, veel van hen staan op de UNESCO werelderfgoedlijst. Er zijn prachtige heiligdommen, tempels en culturele voorzieningen. De stad heeft een lange traditie met grote festivals en culturele evenementen.

Osaka castle JapenFoto: Mc681 CC 4.0 International no changes made

Osaka ligt op Honshu, het hoofdeiland van Japan, in de regio Kansai. Het is de hoofdstad van de prefectuur Osaka en ook het grootste deel van de Keihanshin Metropool. Er zijn mooie oude tempels, heiligdommen en andere historische bezienswaardigheden in Osaka. Je kunt het Heiligdom Sanko bewonderen evenals de Shitenno-ji - De oudste boeddhistische tempel in Japan uit het jaar 593. De Sumiyoshi Taisha is een van de oudste Shinto heiligdommen gebouwd in 211 na Christus.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

JAPAN LINKS

Advertenties
• Japan verre reizen van ANWB
• Japan Vliegtickets.nl
• Tui Rondreizen Japan
• Djoser Rondreis Japan
• Japan Vliegtickets Tix.nl
• Japan Hotels
• Rondreizen Japan

Nuttige links

Dieren inJapan (N)
Reisinformatie Japan (N)
Reizendoejezo – Japan (N)
Rondreis Japan (N)
Startkabel Japan (N)
Startpagina Japan (N)

Bronnen

Japan

Lonely Planet

Japan

Reader's Digest

Kamachi, N. / Culture and customs of Japan

Greenwood Press

Scott, D. / Japan

Van Reemst

Shelley, R. / Japan

Times Books

Somerwil, J. / Japan

Gottmer/Becht

Stefoff, R. / Japan

Chelsea House Publishers

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems