Steden EGYPTE

EGYPTE   

Oude Rijk en Eerste Tussenperiode

Vierduizend jaar voor het begin van onze jaartelling woonden er al mensen langs de Nijl. Na verloop van tijd ontstonden vele kleine boerenstaatjes, ieder met een eigen leider. Daarna werden de veel staatjes samengevoegd in twee staten, een noordelijke in de delta en een zuidelijke staat in het dal tussen het huidige Caïro en Aswan.
Rond 2900 v.Chr. werden Noord- en Zuid-Egypte door Menes verenigd, en hij werd tevens de eerste farao. Memphis werd de hoofdstad van zijn rijk.
Met de 3e dynastie begon het Oude Rijk (ca. 2650-2140 v.Chr.), een periode van grote voorspoed en rust in Egypte. Rond 2300 v.Chr., tijdens de 6e dynastie, verzwakte de macht van de farao’s doordat adellijke bestuurders van de gouwen de macht naar zich toe trokken. Daar kwam nog bij dat vijandige volken vanuit het zuiden en het oosten Egypte bedreigden.
De Eerste Tussenperiode (ca. 2140-2040 v.Chr.) was een periode van economische tegenspoed en politieke instabiliteit. Er was hongersnood en anarchie, en in het zuiden ontstonden weer vele kleine staatjes. Rond 2100 v.Chr. herstelde Mentoehotep I de orde en eenheid in het rijk. In deze periode regeerden meer dan honderd farao’s van de 7e tot en met 10e dynastie.

Middenrijk, Tweede Tussenperiode en Nieuwe Rijk

Het Middenrijk duurde van 2040-1650 v.Chr. Ten tijde van de 12e dynastie heerste er vrede in het Egyptische rijk en werden er prachtige monumenten en indrukwekkende graven gebouwd. Ook werd een groot deel van Nubië veroverd. Invallen van de Hyksos maakten rond 1650 v.Chr. een einde aan het Middenrijk, waarna de Tweede Tussenperiode volgde. De overheersing van de Hyksos duurde ca. honderd jaar, en het lukte Ahmose van Thebe om de Hyksos rond 1550 v.Chr. te verdrijven. Hij werd de stichter van de 18e dynastie, en met hem ving het Nieuwe Rijk aan, dat van 1551-1070 v.Chr. duurde. Onder de farao’s van deze dynastie (o.a. Hatsjeptoet, Toetanchamon, Echnaton en Ramses II) groeide Egypte uit tot een wereldrijk met als hoofdstad Thebe. Onder Thoetmosis I en vooral onder Thoetmosis III bereikte Egypte zijn grootste omvang.

Derde Tussenperiode en Late Tijd

Na 1100 v.Chr. kwam er aan de macht van Egypte een einde door interne problemen en door invallen van vreemde volken. In de Derde Tussenperiode (1075-715 v.Chr.) raakte Egypte zelfs verdeeld in veel kleine vorstendommen, waarin de priesterkoningen regeren.
In de Late Tijd (715-332 v.Chr.) werd Egypte in 525 v.Chr. door de Perzen veroverd. In 332 v.Chr. veroverde Alexander de Grote Egypte en bliezen de Perzen de aftocht: op dat moment ging Egypte deel uitmaken van de hellenistische wereld.
Na Alexander volgden de Ptolemaeën, die van Alexandrië het culturele en economische centrum van het land maakten. Alle mannelijke farao’s in deze tijd heten Ptolemaeus en alle vrouwelijke Cleopatra. Cleopatra VII, onder andere minnares van de Romeinse keizer Julius Caesar, zou de laatste der Ptolemaeën op de Egyptische troon zijn.

Romeinse kolonie, Omayyaden, Abassiden en Fatimiden

In 30 v.Chr. werd Egypte door keizer Augustus als een keizerlijke provincie ingelijfd bij het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk. Economisch ging Egypte er in de Romeinse tijd niet op vooruit. Zeer hoge belastingen werden opgelegd aan de inwoners van het land dat als 'graanschuur van Rome' grote hoeveelheden graan aan Rome moest leveren. De Byzantijnse tijd ving voor Egypte aan met ingrijpende hervormingen ten tijde van keizer Diocletianus op het gebied van o.a. de staatkundige organisatie, de economie en het monetaire systeem. Ondanks die hervormingen was deze periode er echter duidelijk een van verval. De bevolking viel uiteen in een kleine groep van machtige grootgrondbezitters en de enorme massa, vooral boeren.
In de eerste helft van de 7e eeuw werd de islam een wereldmacht en Egypte werd al snel door deze wereldmacht ingelijfd en een islamitisch land. In 641 n.Chr. werd Egypte ingenomen door Amr-Ibn al-As namens kalief Omar en de nieuwe hoofdstad werd Fustat. In 661 kwam door een van de opvolgers van Omar de dynastie van de Omayyaden aan de macht, die vanuit Damascus hun rijk bestuurden.
De christelijke Koptische cultuur die in Egypte nog overheerste, werd langzaam maar zeker vervangen door de islamitische cultuur. Het Arabische werd de voertaal en de wetgeving werd islamitisch. De belastingdruk op de christenen werd steeds verder opgevoerd, waardoor velen overgingen op de islam. De Koptische christenen kwamen regelmatig in opstand, maar hadden weinig succes. In 750 werden de Omayyaden verdreven door de dynastie der Abassiden, die vanuit Bagdad hun enorme rijk bestuurden. Een van de Abassidische gouverneurs, Ahmed Ibn Toeloen, maakte van Egypte gedurende korte tijd een onafhankelijk land (dynastie der Toeloeniden, 870-905). Opvolgers van Ahmed lukte het niet om de Abassiden buiten de deur te houden en in 905 werd de macht van Bagdad in Egypte hersteld.
Egypte werd hierna aangevallen door de Byzantijnen en door de sjiitische Fatimiden, een andere islamitische macht. Aanvankelijk wist men zich de Fatimiden van het lijf te houden, maar in 968 veroverden zij alsnog Egypte.
Onder het bewind van de Fatimiden (969-1171) werd de stad Al-Qahira (‘de Zegevierende’, later Cairo) steeds belangrijker. Onder kalief Aboe mansoer al-Aziz (975-996) bereikten de Fatimiden hun grootste bloei en regeerden over geheel Noord-Afrika, Syrië en Sicilië.
In de jaren 1062-1075 beleefde Egypte door interne twisten en door het niet wassen van de Nijl, een diep economisch verval, waarbij ook grote schatten van literatuur en kunst verloren gingen. Daarna was het gezag herhaaldelijk in handen van almachtige viziers.

Kruisvaarders, Ayyoebiden, Mamelukken en Ottomanen

De komst van de kruisvaarders aan het einde van de 11e eeuw zou alles gaan veranderen, met name toen de kruisvaarders Jeruzalem aanvielen. Ook Egypte werd aangevallen, maar succesvol verdedigd door de Seldjoekische Turken. In 1169 kwamen de Seldjoeken zelfs kort aan de macht via Salah al-Din (‘Saladin’), die stichter werd van een nieuwe dynastie, de soennitische Ayyoebiden (1171-1250). Saladin werd bekend om zijn overwinningen op de kruisvaarders. In 1250 kwamen de Turkse Mamelukken aan de macht, oorspronkelijk waren zij slaven in het leger van Salah al-Din (Mameluk is Arabisch voor slaaf). De Mamelukken wisten in de 13e eeuw agressieve nomadenstammen uit Azië buiten Egypte te houden, onder andere de Mongolen, die in 1260 verslagen werden door Baybars, die zich vervolgens tot sultan uitriep. Er volgde nu een periode van stabiliteit en welvaart, maar in de 14e eeuw brak er weer een periode van crisis uit door elkaar bestrijdende Mamelukken. In de 15e eeuw volgde weer een periode van herstel.
In 1517 werd er door Ottomaanse Turken (Selim I) een eind gemaakt aan het bewind van de Mamelukken. Ze mochten echter het bestuur van Egypte behouden, wat niet slim was, want de Mamelukken wisten steeds meer macht naar zich toe te halen. Door de voortdurende onderlinge strijd van de Mamelukken kwam Egypte in een donkere periode terecht met economische tegenspoed, hongersnood en epidemieën. Ze konden zich echter gemakkelijk handhaven door de verzwakking van het Ottomaanse rijk in de 18e eeuw.

Mohammed Ali, Abbas I en Engelse overheersing

Ook Napoleon, die van 1798 tot 1801 Egypte bezette, kreeg de Mamelukken niet onder de duim en de Fransen werden zelfs verdreven door een verbond tussen de Turken en de Engelsen. De Mamelukken probeerden snel weer de macht over te nemen in Egypte, maar werden in 1811 definitief verslagen door Mohammed Ali (1805-1849). Hij werd de stichter van de laatste dynastie en de grondlegger van het moderne Egypte. In 1805 werd hij met toestemming van de Turken tot pasja (gouverneur) van Egypte uitgeroepen. De macht steeg hem echter naar het hoofd en hij probeerde in 1840 samen met zijn zoon de sultan van Turkije te verdrijven. Deze poging werd verhinderd door de grote mogendheden.
Mohammed Ali werd opgevolgd door zijn kleinzoon Abbas Hilmi I (1849-1854), die veel moderne hervormingen van zijn grootvader ongedaan maakte. Na de moord op Abbas werd Said Pasja (1854-1863) stadhouder van Egypte, en onder zijn bewind werd de spoorlijn Cairo-Alexandrië aangelegd en hij stond aan de basis van de aanleg van het Suezkanaal. In 1867 nam de opvolger van Said Pasja, Ismail Pasja, de titel van onderkoning (‘khedive’) aan.
Op verzoek van de westerse mogendheden werd hij in 1879 door de sultan in Constantinopel afgezet en opgevolgd door zijn zoon Mohammed Tawfiq (1879-1892). Omdat Egypte in feite door vreemdelingen werd geregeerd en gebukt ging onder zware financiële lasten, volgde een nationalistische opstand onder leiding van Orabi Pasja. Na een moordpartij op een groep Europeanen werd Alexandrië gebombardeerd en de Britse bezetting van Egypte was een feit. De Britten trokken op 15 september 1882 Cairo binnen en Egypte werd in feite een Brits protectoraat. Tawfiq overleed in 1892 en werd opgevolgd door zijn zoon Abbas Hilmi II.
Abbas II was niet echt een vijand van de Engelsen, maar de nationale beweging wilde kostte wat het kost het land zelf gaan besturen. In 1911 nam Lord Horatio Herbert Kitchener, die in 1898 Soedan had terugveroverd, het bestuur over. In 1913 kreeg Egypte een parlement met tamelijk vergaande wetgevende bevoegdheid, en een nieuw kiesstelsel.

Egypte wordt een koninkrijk

Toen Turkije in de Eerste Wereldoorlog de zijde van de Centrale Mogendheden koos, werd Egypte op 18 december 1914 officieel tot Brits protectoraat geproclameerd, en de macht berustte bij de Britse Hoge Commissaris. Na de oorlog wist de toenmalige Hoge Commissaris, generaal Allenby, de regering in Londen te bewegen tot een eenzijdige opheffing van het protectoraat (22 februari 1922). De nieuwe leider van Egypte werd Ahmed Faoed en de nieuwe leider van de nationalistische oppositie werd Sa’d Zaghloel Pasja. Foead nam de koningstitel aan en Egypte werd een parlementaire monarchie. Zaghloel stichtte een nieuwe nationalistische partij, de Wafd. In 1935 werden de eerste vrije verkiezingen gehouden en die leverden een Wafd-meerderheid op; de nieuwe Wafd-leider, Nahas Pasja, vormde in mei 1936 een geheel uit partijgenoten samengesteld kabinet.
In 1936 werd Faroek de nieuwe koning (1936-1952), hij volgde zijn gestorven vader op. De eerste maatregel die hij nam was het heenzenden van Nahas, waarna het land geregeerd werd door zogenaamde ‘paleiscoalities’. Engeland bleef nauw betrokken bij Egypte: het Engelse leger bleef in de buurt van het Suezkanaal en mocht de verdediging van Egypte verzorgen. Dat kwam goed uit, want in 1942 werden de Italiaanse en Duitse legers bij Al-Alamayn (El Alamein) verslagen, en dat betekende een keerpunt in de Tweede Wereldoorlog. De in de oorlog teruggekeerde Nahas werd in oktober 1944 opnieuw door Faroek ontslagen.
Op 22 maart 1945 richtten Egypte, Libanon, Irak, Syrië, Jemen, Saoedi-Arabië en Transjordanië de Arabische Liga op naar aanleiding van de toenemende migratie van joden naar Palestina, dat toen onder Engels mandaat stond. De Liga wilde de Arabische bevolking van Palestina steunen tegen de zionisten en de laatste restanten van de Britse imperiale positie in het Midden-Oosten bestrijden.
Eind 1947 werd Palestina verdeeld in een joods en een Arabisch deel, terwijl Jeruzalem een internationale enclave werd. De Engelsen vertrokken uit Palestina en op 14 mei 1948 werd door de Nationale Joodse Raad de soevereine staat Israël uitgeroepen. Dit was voor de Arabische buurlanden, waaronder Egypte, het sein om Israël aan te vallen. Maar door onderlinge onenigheid en een gebrekkige legermacht mislukte de aanval volkomen.

Nahas en Naguib: Egypte wordt een republiek

In 1950 behaalde de Wafd-partij bij de verkiezingen een grote meerderheid. Premier Nahas keerde zich daarop tegen Faroek en Engeland. Zaterdag 26 januari 1952 zou bekend worden onder de naam ‘Zwarte Zaterdag’. Een volksopstand dreigde, waarop Faroek premier Nahas ontsloeg. Ook stuurde hij het parlement naar huis en kondigde de staat van beleg aan. Enige tijd later weigerde Faroek om Naguib tot minister van Oorlog te benoemen, waarna op 23 juli 1952 twaalf jonge officieren onder leiding van Naguib een staatsgreep pleegden. Op 26 juli 1952 verliet Faroek Egypte om te gaan leven in ballingschap.
Na de staatsgreep wilde de Revolutionaire Raad eigenlijk een burgerregering, maar hoge militairen onder leiding van Naguib namen de macht al snel over. Hij benoemde ex-premier Maher opnieuw tot premier. Op 18 juni 1953 werd de republiek uitgeroepen, met Naguib als president en ook bleef hij minister-president. De hoge militair Gamal Abd al-Nasser werd vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken. In 1954 werd Naguib door Nasser en een aantal officieren opzij geschoven. Nasser werd premier en tevens voorzitter van de Revolutionaire Raad.

Periode Nasser en Suez-crisis

In hetzelfde jaar wist Nasser te bereiken dat de Britten de zone rond het Suezkanaal verlieten. In 1956 werd Nasser president van de republiek en vroeg steun aan het Sovjetblok voor wapenleveranties. Amerika beledigde Nasser door geld voor de bouw van de Aswan-dam te weigeren. Op 26 juli 1956 kondigde Nasser de nationalisatie van het Suezkanaal aan. Israëlische schepen mochten niet meer door het kanaal varen en daarop trok het Israëlische leger op 29 oktober 1956 Egypte binnen. De oorlog duurde slechts zes dagen en de blokkade werd opgeheven door het Israëlische leger onder leiding van Mosje Dayan.
Ook Frankrijk en Engeland stuurden troepen naar het Suezkanaal maar werden door de Verenigde Naties gemaand om Egypte te verlaten. Frankrijk en Engeland gaven hier gevolg aan en ook Israël vertrok uit Egypte, na toezeggingen dat er een United Nations Emergency Force (UNEF) gelegerd zou worden aan de Egyptisch-Israëlische grens. Na de vernederende militaire nederlaag kon Nasser dus op politiek gebied wel een grote overwinning binnenhalen.
Het Westen liet hij vanaf die tijd links liggen en hij richtte zich helemaal op de Sovjet-Unie, die het Egyptische leger reorganiseerde en de bouw van de Aswan-dam financierde.
Op 5 februari 1958 werd de VAR opgericht, de Verenigde Arabische Republiek, die bestond uit Egypte, Syrië en Jemen. Nasser wist zijn greep op het politieke leven binnen de VAR steeds meer te versterken, en onder de Syrische bourgeoisie en militairen ontstond grote ontevredenheid over het Egyptische centrale gezag, vooral nadat Nasser in juni 1961 de meeste grote Syrische ondernemingen had genationaliseerd.
De samenwerking duurde daardoor niet lang en op 28 september pleegde een aantal Syrische officieren een staatsgreep en scheidde Syrië zich van de VAR af.
In juni 1962 werd een nieuw regeringssysteem ingevoerd met de Arabische Socialistische Unie (ASU) als enige politieke partij. Nasser wist zijn positie van belangrijkste leider van de Arabische wereld de volgende jaren voortdurend te versterken, maar zijn regering ondervond in deze periode ernstige economische moeilijkheden.
In die tijd vond er een zekere toenadering plaats tussen Egypte en Syrië en in november werd er een defensieverdrag tussen beide landen gesloten.

Zesdaagse Oorlog

In de lente van 1967 kreeg Nasser het voor elkaar dat secretaris-generaal Oe Thant van de Verenigde Naties de VN-vredesmacht terugtrok van de Israëlisch-Egyptische grens. Het Palestijnse bevrijdingsleger nam de plaats van de VN-vredesmacht in. Hierop verloor Israël de bescherming van zijn scheepvaart op de Israëlische haven Eilat. Nasser sloot namelijk de Golf van Aqaba af voor Israëlische schepen en dreef Israël daarmee tot het uiterste.
Israël dreigde met militaire acties, maar Nasser stuurde met een aantal provocaties aan de grens duidelijk op een confrontatie aan. Op 5 juni 1967 begon de zogenaamde Zesdaagse Oorlog. Het Egyptische leger en het Palestijnse bevrijdingsleger werden in korte tijd onder de voet gelopen, opnieuw een grote nederlaag voor president Nasser.
Nasser maakte aanvankelijk zijn aftreden bekend, maar het volk en het parlement verzochten hem dringend aan te blijven. Een week na de smadelijke nederlaag werd Nasser naast president ook nog premier en partijleider.
Na de oorlog met Israël hadden er grote wijzigingen in de Egyptische legerleiding plaats. Een militaire staatsgreep tegen Nasser werd echter verijdeld. De volgende jaren kwamen herhaaldelijk studentenstakingen en -opstanden voor, vooral gericht tegen de vaak halfslachtige houding van de Egyptische overheid ten aanzien van de strijd met Israël en tegen een gebrek aan democratie op de universiteiten.

Nasser dood, Sadat volgt hem op

De tijd na 1967 werd gekenmerkt door een wankel bestand met Israël en een gevaarlijke binnenlandse situatie. Grote problemen als de overbevolking, de armoede onder de bevolking en de zeer kwetsbare Arabische eenheid kwamen daar nog bij. Economisch kwam Egypte in zwaar weer terecht door de sluiting van het Suezkanaal. Positief was dat de Verenigde Naties een resolutie aannamen waarin bepaald werd dat Israël zich moest terugtrekken uit de bezette gebieden.
Ondertussen raakte Nasser steeds meer afhankelijk van de Sovjet-Unie door leveranties van wapens, voedsel en medicijnen.
In 1968 volgden er een serie grensconflicten met Israël, en een aanbod van Israël om te komen tot een akkoord over wederzijds erkende grenzen werd door Egypte genegeerd.
Op 28 september 1970 stierf president Nasser aan een hartaanval.
Na de dood van Nasser werd vice-president Anwar al-Sadat tot president gekozen. In mei 1971 werden grootscheepse zuiveringen gehouden onder Sadats politieke tegenstanders, van wie er een aantal ter dood werd veroordeeld.
Hij was het die in 1972 een einde maakte aan de aanwezigheid van Russische militairen in Egypte. Overigens ging de samenwerking tussen beide landen gewoon door, en burgerlijke adviseurs mochten gewoon hun werk blijven doen. Op 6 oktober 1973 begon de Arabisch-Israëlische oorlog met aanvallen van Egypte in de Sinaï en van Syrië op de Golan-hoogvlakte. Egypte werd in deze oorlog militair gesteund door de Sovjet-Unie en de Arabische Staten, Israël door de Verenigde Staten. Op 23 oktober werd door de strijdende partijen een staakt-het-vuren aanvaard zonder dat er een duidelijke winnaar aan te wijzen was. In maart herkreeg Egypte de controle over beide oevers van het Suezkanaal.
Na de oorlog kreeg Egypte veel geld van de Arabische oliestaten om de economie weer op poten te helpen en de schuld aan de Sovjets af te lossen. Langzaamaan werd duidelijk dat Sadat zich steeds meer richtte op de Verenigde Staten en West-Europa. Dit resulteerde in maart 1976 tot het opzeggen van het vriendschaps- en samenwerkingsverdrag met de Sovjets uit 1971, en bijvoorbeeld wapenleveranties uit de Verenigde Staten.

Vrede met Israël

In 1973 ging een toegezegde unie tussen Egypte en het Libië van Khadaffi op het laatste moment door toedoen van de Egyptenaren niet door. Hierdoor verslechterde de verhouding met het buurland en in juli 1977 brak er een korte grensoorlog uit tussen de twee landen.
In november 1977 bracht Sadat een verrassend bezoek aan Israël en hield zelfs een toespraak tot het Israëlische parlement, tot woede van de andere Arabische landen en van de Palestijnen. Eind december van dat jaar kwamen Sadat en de Israëlische premier Begin bij elkaar in de Egyptische stad Ismailiya en voerden gesprekken die later voortgezet zouden worden bij de vredesbesprekingen in Camp David en Washington, onder leiding van de Amerikaanse president Carter.
In maart 1979 werd er na moeizame onderhandelingen vrede gesloten met Israël, waarna veel Arabische staten hun banden met Egypte verbraken. In 1981 nam Sadat het heft goed in handen. Hij liet honderden tegenstanders van zijn bewind arresteren, trad streng op tegen fundamentalisten, en wees honderden Russen het land uit vanwege spionage. Dit kostte hem waarschijnlijk zijn leven, want op 6 oktober 1981 werd hij tijdens een militaire parade in Caïro gedood door soldaten die met de fundamentalisten samenwerkten.

Periode Moebarak

Sadat werd opgevolgd door vice-president Mohammed Hosni Moebarak, en hij beloofde de politiek van Sadat voort te zetten. Hierdoor bleef Egypte geïsoleerd in de Arabische wereld en de relatie met Israël verslechterde door de acties van Israël in Libanon. Maar ook de onder Sadat begonnen voorzichtige democratisering van het politieke leven werd onder Moebarak voortgezet. In 1978 was de Nationale Democratische Partij opgericht als opvolger van de ASU en waren ter rechter- en linkerzijde nieuwe politieke partijen toegestaan. De parlementsverkiezingen van 1984 en 1987 brachten onder andere nasseristen, liberalen, Moslimbroeders en de heropgerichte Wafd-partij in de Assemblée, maar de NDP van Moebarak behield een ruime absolute meerderheid. In zijn buitenlandse politiek handhaafde Moebarak de relaties met de Verenigde Staten en Israël, al bekoelden de verhoudingen met Israël aanzienlijk door de Libanonoorlog van 1982. In december 1983 bezocht PLO-leider Arafat Caïro, in 1984 herstelde Jordanië de banden en in verband met de Eerste Golfoorlog volgden ook Irak en de Arabische Golfstaten. Ook wist Moebarak de betrekkingen met Moskou te verbeteren
Midden jaren tachtig verslechterde de economische situatie door de daling van de olieprijzen. Een opstand van de veiligheidspolitie in steden als Caïro en Giza zorgden ook voor veel binnenlandse onrust.
Extremistisch geweld in Egypte zorgden ervoor dat Moebarak hard optrad tegen de moslimfundamentalisten. Vooralsnog hielp dit niet veel want bij schietpartijen in 1990 vielen tientallen doden en de voorzitter van het parlement, Rifaat al-Maghoeb, werd vermoord. Ook kwamen er bij verschillende aanslagen toeristen om het leven, waardoor de economie veel schade berokkend werd.
Na de Conferentie van Amman in november verbeterde de verhouding tussen Egypte en de andere Arabische landen. In maart 1989 bezocht de Saoedische koning Fahd Egypte en dat betekende dat Egypte weer volledig geaccepteerd werd door de andere Arabische landen. Alleen de relatie met Irak kreeg een zeer forse deuk toen tijdens de Golfcrisis Egypte openlijk stelling nam tegen Saddam Hoessein en vele duizenden soldaten naar Saoedi-Arabië stuurde. In 1993 kreeg Egypte te maken met een toename van tegen de regering gericht geweld door moslimfundamentalisten.
In 1993 werd Moebarak voor een derde termijn gekozen met bijna 100% van de stemmen.
Opnieuw bond hij de strijd aan tegen de fundamentalisten, waarna er een aanslag op hem volgde in 1995, tijdens een bezoek aan de vergadering van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAS) in het Ethiopische Addis Abeba. De parlementsverkiezingen van eind november 1995, die gepaard gingen met veel gewelddadigheden en fraude, leverden een grote overwinning op voor de regerende Nationaal-Democratische Partij.
In november 1997 volgt er een nieuwe bloedige aanslag (58 dode toeristen) in Luxor en opnieuw zakte het toerisme volkomen in.
In 1999 weigerde Moebarak aanvankelijk te gaan voor een vierde termijn als president, maar stelde zich uiteindelijk toch herkiesbaar. Ook nu werd hij weer met een overweldigende meerderheid van 94% herkozen.

21e eeuw

Bij de parlementsverkiezingen van 14 november 2000 won de NDP 388 van de 454 zetels. Opvallend hierbij was dat van die 388 zetels er 175 echt toebehoorden aan NDP-kandidaten. De rest bestond uit kandidaten die zich na de verkiezingen aangesloten hebben bij de NDP. Het grote verschil met vroeger is dat deze parlementsleden als onafhankelijken niet altijd achter het regeringsstandpunt hoeven te staan.
Opvallend was verder dat de 'Muslim Brotherhood' 17 zetels won, en daarmee de grootste oppositiepartij werd.
In oktober 2004 installeerde President Mubarak een nieuw kabinet dat sindsdien enkele vergaande economische hervormingen heeft doorgevoerd. Op politiek gebied hadden de hervormingen lange tijd minder om het lijf. Twee weken geleden kondigde de president aan dat de grondwet (artikel 76) zal worden gewijzigd om presidentsverkiezingen met meerdere kandidaten mogelijk te maken. Recent presenteerde de president nieuwe wetswijzigingen die het politieke partijen makkelijker maakt zich te organiseren en te registreren. Tevens deed hij voorstellen om de bevoegdheden van het parlement uit te breiden.

Over de opvolging van president Mubarak wordt voortdurend hevig gespeculeerd. Gedurende diens onverwachte opname in een Berlijns ziekenhuis in de zomer van 2004 stak de geruchtenstorm weer de kop op. Speculaties dat hij zijn zoon zou klaarstomen voor het presidentschap heeft Mubarak ontkend. De president heeft geweigerd een vicepresident te benoemen. De vicepresident, een op dit moment niet-bestaande figuur in het Egyptische politieke bestel, zou ingeval van - tijdelijke - onmogelijkheid tot regeren, de president kunnen waarnemen c.q. opvolgen. Laatstelijk werd bekend gemaakt dat men de benoeming van een vicepresident momenteel serieus in overweging neemt. Men heeft een commissie ingesteld die onderzoek doet naar het nieuwe takenpakket van de vicepresident.
Eind november begin december 2005 werden parlementsverkiezingen georganiseerd. Voor het eerst kon er openlijk debat gevoerd worden dat door de media werd verslagen. De oppositie, waaronder leden van de verboden doch gedoogde Moslim Broederschap, kregen meer vrijheid om campagne te voeren. Tevens deden er nieuwe partijen, zoals Al-Ghad, aan de verkiezingen mee. De regeringspartij National Democratic Party van Mubarak kreeg 331 zetels van de beschikbare 444, terwijl de Moslimbroeders 88 zetels wisten te bemachtigen. De seculiere oppositie heeft met elf zetels nauwelijks aan invloed gewonnen. In juni 2007 wint de National Democratic Party opnieuw de verkiezingen. In april 2008 worden 25 leiders van de Moslim Broederschap tot celstraffen veroordeeld. In maart 2009 is Egypte gastheer voor gesprekken tussen de rivaliserende Palestijnse politieke partijen Hamas en Fatah. In februari 2010 keert Mohammed El Baradei de voormalige topman op nucleair gebied bij de VN terug naar Egypte. Hij wil een coalitie vormen voor politieke veranderingen en meedoen aan de verkiezingen die gepland staan voor 2011. In januari 2011 zijn er gewelddadige protesten tegen het bewind van president Hosni Mubarak. Het lijkt het gevolg van een democratiseringsgolf in de Arabische wereld, die begon in Tunesië. Er zijn meer dan zeker 100 mensen om het leven gekomen. Op 11 februari 2011 kondigt Mubarak zijn aftreden aan. Mohammed Morsi van de Moslim Broederschap wordt de nieuwe president, maar is inmiddels weer afgezet. De situatie is in 2013 zeer onrustig. Egyptenaren stemmen in januari 2014 per referendum voor een nieuwe grondwet. In mei 2014 wint de voormalige legerchef Abdul Fattah al-Sisi de presidentsverkiezingen. In 2015 en 2016 is er veel onrust vanwege spanningen met Islamitische Staat.


EGYPTE LINKS

Advertenties
• De mooiste Nijlcruises in Egypte
• Egypte
• Cheaptickets Egypte
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Egypte Zonvakanties WTC
• Egypte Hotels
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Egypte Sawadee Reizen
• Cairo Vliegtickets Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Egypte
• Eliza was here

Nuttige links

Africa Explorer (N)
Egypte City.nu (N)
Egypte Favorietje (N)
Egypte Foto's
Egypte Foto's en Reisverslag (N)
Egypte informatie - Reizendoejezo (N)
Egypte Reisforum (N)
Egypte Reisfoto's
Egypte Reislocaties (N)
Egypte Reisstart (N+E)
Egypte StartBelgië (N)
Gave Plaatsen In Egypte (N)
Lies en Teijes Reiswebsite (N+E)
Reisbestemming info Egypte (N)
Reisinformatie Egypte (N)
Romans over Egypte (N)
Rondreis door Egypte (N)
Uitgebreid Foto- en Reisverslag Egypte (N)
Artikelen en Reisverhalen over EGYPTE
  Cruise op de Nijl  Excursies in Egypte met Nederlan..
  Vakantieland Egypte  Duiken in Egypte
  Egypte Reisverslag  Tips voor Egypte vakanties
  Rondreis Egypte  Cairo Luxor Aswan in Eypte
  Excursies El Gouna

Bronnen

Ambros, E. / Egypte
Het Spectrum

Botje, H. / Egypte : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu
Koninklijk Instituut voor de Tropen

Dunford, J. / Egypte
Van Reemst

Grünfeld, R. / Reishandboek Egypte
Elmar

Innemee, K. / Egypte
Gottmer/Becht

Kreissl, B. / Egypte
Elmar

Laet, R. de
Egypte

Rooi, M. de / Egypte
ANWB

Sattin, A. / Egypte
Van Reemst

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems