Landenweb.nl

VERENIGDE STATEN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Engels
  Hoofdstad  Washington D.C.
  Oppervlakte  9.629.091 km²
  Inwoners  328.776.410
  (mei 2019)
  Munteenheid  Amerikaanse dollar
  (USD)
  Tijdsverschil  -6 tot -11
  Web  .us .gov .edu .mil .um
  Code.  USA
  Tel.  +1

To read about USA in English - click here

Steden VERENIGDE STATEN

Atlantic city Boston Dallas
Detroit Las vegas Memphis
Nashville New york Seattle

Populaire bestemmingen VERENIGDE STATEN

ArizonaCalifornieFlorida
HawaiiUtah

Geografie en Landschap

Geografie

De Verenigde Staten van Amerika (officieel: United States of America), is een federale republiek in Noord-Amerika, en omvat het District of Columbia en 50 staten, waarvan 49 op het vasteland van Noord-Amerika en één (Hawaï) in de Stille Oceaan. De totale landoppervlakte van de Verenigde Staten bedraagt 9.809.155 km2 (228x Nederland) en het is daarmee na Rusland en Canada het grootste land ter wereld.

advertentie

Verenigde Staten op Satelliet

Foto: publiek domein

De Verenigde Staten grenst in het noorden aan Canada (8.893 km, inclusief 2.477 km grens met Alaska), in het zuiden aan Mexico (3141 km), in het oosten aan de Atlantische Oceaan en in het westen aan de Stille Oceaan. De landgrens met Mexico wordt voor de helft gevormd door de Rio Grande. De afstand van New York naar Los Angeles bedraagt bijna 5000 kilometer.

Onder jurisdictie van de Verenigde Staten vallen: de Commonwealth of Puerto Rico (Porto Rico), de Virgin Islands, Guam, Amerikaans Samoa, een aantal kleine, vaak onbewoonde eilandjes in de Grote Oceaan, het Trust Territory of the Pacific Islands en de Commonwealth of the Northern Marianas (Noordelijke Marianen), in totaal ca. 11.155 km2.

Een deel van Californië in het zuidwesten ligt precies op de St. Andreas breuklijn. Hierdoor heerst er in dit gebied een verhoogd risico op aardbevingen.

Landschap

Aan de oostkant van het Amerikaanse continent strekken zich de Appalachen uit van Atlanta tot Kaap Gaspé in Canada. Dit gebergte bestaat in het oosten uit een laag plateau, de Piedmont, en een steil oprijzende bergrug, de Blue Ridge met in het zuiden Mount Mitchell (2037 meter) als hoogste punt van de Verenigde Staten ten oosten van de Mississippi. Het centrale gedeelte bestaat uit een aantal parallel lopende bergruggen waartussen brede dalen liggen, de Valley and Ridge Region. De westkant wordt door een hoge steile rand, de Alleghany Mountains, afgesloten.

advertentie

Mount Mitchell, hoogste punt Vrerenigde Staten ten oosten van de Mississippi

foto: Brian Stansberry, Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Het vlakke centrale deel van de Verenigde Staten is onder invloed van de plooiing en de opheffing van de Rocky Mountains wel mee opgeheven maar nauwelijks geplooid. Daardoor is een landschap ontstaan van een overwegend vlak land dat trapsgewijs oploopt naar de voet van de Rocky Mountains. Er liggen gigantische prairies die zich uitstrekken van Ohio en Missouri in het oosten, via Illinois en Wisconson, Minnesota, Iowa en Noord-Missouri, en spreidt zich dan uit in Centraal-Texas, Oklahoma, Kansas en het oosten van Nebraska en Zuid- en Noord-Dakota.

Het lage gedeelte ten westen van de Mississippi is vrijwel geheel veranderd in een landbouwgebied, de zogenaamde ‘Corn Belt’. Het hoge gedeelte is een droge steppe die aan de voet van de Rocky Mountains op ca. 1500 kilometer ligt. Grote rivieren als Missouri, Platte River en Arkansas hebben hierin brede dalen uitgeslepen. Deze grote vlakte wordt in de staten Missouri en Arkansas onderbroken door het Ozark Plateau, een voortzetting van de Appalachen.

De Golfkust is een groot aanslibbingsgebied dat zich voortzet in het schiereiland Florida. Langs de Atlantische kust zet zich deze zandige vlakte voort tot Cape Cod.

advertentie

Zanderig Cape Cod

foto: m01229, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

In het westen rijst de Cordillera 2000 meter uit boven de Great Plains. Dit enorme gebergte strekt zich uit van het uiterste noorden van het Amerikaanse continent, de zwaar vergletsjerde Brooks Range, tot de Sierra Madre del Sur in Mexico; in feite zet het zich ook nog voort in de Andesketen in Zuid-Amerika. De oostelijke keten van de Cordillera wordt gevormd door de Brooks Range, de Mackenzie Mountains, de Rocky Mountains en de Sierra Madre Oriental.

Ten westen van deze keten ligt een aantal hoogvlakten. Hierdoor lopen aan aantal ruggen waardoor kleinere bekkens ontstaan, die in een aantal gevallen geen afvloeiing naar zee hebben, zodat zoutmeren, zoals Great Salt Lake, worden gevormd.

advertentie

Satellietfoto Great Salt Lake

foto: Copernicus Sentinel-2, ESA, CCAttribution-ShareAlike 3.0 IGO no changes made

De ‘Great Plains’ liggen ten westen van de onzichtbare lijn die het Noord-Amerikaanse continent duidelijk in tweeën deelt: de 508 mm-neerslaglijn, een van de belangrijkste geografische scheidslijnen in de Verenigde Staten. Deze lijn, die bijna recht door het midden van het land van noord naar zuid loopt, scheidt het meer herbergzame oosten van het droge westen, dat in de regenschaduw van de Rocky Mountains ligt, met zijn onvoorspelbare en geringe neerslag, zijn gure klimaat en kleinere, meer verspreid wonende bevolking.

Het land tussen de Rocky Mountains en de Sierra Nevada in het westen is droog: de zon brandt er het grootste deel van het jaar, het kwik kan er tot boven de 50°C in de schaduw stijgen, en zelfs tamelijk grote rivieren uit de bergen drogen snel op. In dit deel van het land ligt ook ‘de bodem van de Verenigde Staten’, Death Valley. Deze oude meerbodem, tegenwoordig een woestijn van meer dan 200 kilometer lengte, ligt 830 meter beneden zeeniveau.

De rivieren hebben in deze hoogvlakten enorme canyons uitgeslepen; beroemd is de Grand Canyon van de Colorado River. De Grand Canyon in Arizona is de diepste kloof ter wereld, 446 kilometer lang en gemiddeld 1,6 kilometer diep. In het westen wordt dit plateau afgesloten door een bergketen met een steile oostzijde en een minder steile westzijde: Alaska Range, St. Elias Mountains, Coast Range, Cascade Range, Sierra Nevada en Sierra Madre Occidental. In het noorden van het continent vormt deze keten een echte fjordenkust, waardoor vooral in Alaska grote gletsjers naar zee schuiven. Verder naar het zuiden ligt hiervoor nog een kustgebergte, in de Verenigde Staten een gesloten gebergte dat de Willamette Valley en de Valley of California afsluit. Nog verder naar het zuiden scheidt het de Golf van Californië van de Grote Oceaan.

advertentie

Grand Canyon, Arizona, Verenigde Staten

foto:Diego Delso delso.photo, License CC-BY-SA no changes made

Alaska, de 49e staat, is landschappelijk gezien een verhaal apart. Alaska bestaat uit ijs. Onder de ijs- en sneeuwlagen is de grond tot een diepte van 90 meter bevroren. Zelfs ’s zomers, als de zon praktisch niet ondergaat, ontdooit de bodem niet beneden een diepte van 60 centimeter. In het hoge noorden kan de temperatuur tot 40°C onder nul dalen, in het zuiden zijn de winters wat draaglijker. In Centraal-Alaska ligt Mount McKinley, de hoogste berg van geheel Noord-Amerika met ca. 6200 meter. Buiten Alaska is Mount Whitney in Californië de hoogste berg met 4418 meter.

advertentie

Mount McKinley, hoogste berg van de Verenigde Staten

Frank K., Creative Commons Attribution 2.0 Generic,no changes made

Ook Hawaii, de 50e staat, is niet met de andere staten te vergelijken. De acht grote en ongeveer honderd kleine eilanden zijn over een lengte van 2500 kilometer in de Stille Oceaan verspreid. Het eiland dat het dichtst bij de Amerikaanse kust ligt, ligt op ongeveer 3200 kilometer van San Francisco. Het grootste eiland is Hawaii en heeft vijf vulkanen waarvan er nog twee werken. De 4200 meter hoge krater van de Mauna Loa is de grootste actieve vulkaan ter wereld.

Op het vasteland zijn ook nog een aantal grote vulkanen actief zoals de Katmai (ALaska Range), Mount Rainier (Cascade Range), Mount Lassen en Mount Shasta (Sierra Nevada). De staat Alaska heeft ca. 70 werkende vulkanen. Elk jaar koem er ook ca. 5000 aard- en zeebevingen voor, waarvan sommige zeer zwaar. Op 27 maart 1964 kwam op 120 kilometer te zuidoosten van Anchorage een aardbeving voor van 9.2 op de schaal van Richter.

Rivieren en meren

De waterhuishouding van de Verenigde Staten wordt in de eerste plaats bepaald door het reliëf. De belangrijkste stroomgebieden liggen in het centrale laagland.

Een belangrijk hydrografisch gebied vormen de grote meren op de grens van de Verenigde Staten en Canada. Met een totale oppervlakte van ca. 250.000 km2 is dit het grootste zoetwaterbekken van de wereld. De meren zijn onderling door rivieren verbonden en staan via de St. Lawrence River in verbinding met de zee.

Het grootste hoogteverschil bestaat er tussen het Erie Meer en het Ontario Meer. Dit hoogteverschil wordt overwonnen door de Niagara Falls, watervallen die qua watermassa tot de grootste ter wereld gerekend kunnen worden. De hoogtes van de American Fall en de Canadian Fall zijn op zich niet zo spectaculair, respectievelijk 52 en 48 meter. In het Yosemite National Park ligt een van ’s wereld hoogste watervallen, de Ribbon (491 meter).

advertentie

Ribbon waterval, hoogste waterval van de Verenigde Staten

foto: Rennett Stowe, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Vanaf de oostrand van de Appalachen stroomt een aantal korte rivieren naar de Atlantische Oceaan. Het grootste stroomgebied van de Verenigde Staten is dat van de Mississippi. Het omvat het centrale laagland ten zuiden van de Grote Meren, de westzijde van de Appalachen en een groot deel van de oostzijde van de Rocky Mountains. De Mississippi ontspringt op de Mesabi Range en is vanaf de Anthony Fall bij Minneapolis bevaarbaar. Het verval is gering en na het opnemen van de Missouri en de Ohio gaat de rivier als een kilometers brede stroom met geweldige meanders naar de zee.

advertentie

Mississippi ontspring in Itasca State Park, Minnesota, Verenigde Staten

foto: Mark Evans, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De Rio Grande, stromend door een van de droogste gebieden van de Great Plains, heeft grote betekenis voor de irrigatie. De rivieren van de westzijde van de Rocky Mountains gaan in vaak diepe canyons door de plateaus van het Grote Bekken. Meest bekend is natuurlijk de Grand Canyon, die uitgeslepen is door de rivier de Colorado.

Langste rivieren (* = gedeeltelijk door Canada stromend)

Missouri4086 kilometer
Mississippi3765 kilometer
Yukon*3185 kilometer
Rio Grande3057 kilometer
St.Lawrence*3057 kilometer
Arkansas2349 kilometer
Colorado2333 kilometer
Atchafalaya2285 kilometer
Ohio2108 kilometer
Red River2076 kilometer
Brazos2060 kilometer
Columbia1995 kilometer
Snake River1673 kilometer
Platte River1593 kilometer
Pecos1490 kilometer
Canadian1458 kilometer
Tennessee1426 kilometer
Colorado1329 kilometer
North Canadian1287 kilometer
Mobile1245 kilometer
Kansas1195 kilometer
Kuskokwim1165 kilometer
Yellowstone1113 kilometer
Tanana1060 kilometer
Milk1006 kilometer
Quachita973 kilometer
Hamilton965 kilometer
Cimarron965 kilometer

Klimaat en Weer

Er zijn in de Verenigde Staten grote klimatologische verschillen. Van een poolklimaat in het noorden van Alaska tot een (sub)tropisch klimaat op Hawaii en in Florida. Ook de regenval is ongelijkmatig verdeeld. Er zijn behoorlijk natte gebieden, zoals het noordwesten en het zuidoosten, terwijl de zuidoostelijke staten voor grote delen uit woestijn bestaan. Daarnaast heerst er in de Rocky's een duidelijk hooggebergte klimaat.

advertentie

Satellietfoto van een winters Alaska, Verenigde Staten

foto: Jeff Schmaltz, publiek domein,(NASA Earth Observatory)

advertentie

Sneeuw op de vulkaan Mauna Loa op Hawaii, Verenigde Staten

foto: NASA Operational Land Imager (OLI) on Landsat 8, publiek domein

De noordoostelijke staten, samen New England genoemd, zijn Maine, New Hampshire, Vermont, Massachusetts, Rhode Island, Connecticut, Delaware, New Jersey, Maryland, het oostelijke deel van New York en Pennsylvania en het District of Columbia. Dit gedeelte van de Verenigde Staten kent over het algemeen een wisselvallig, vochtig landklimaat, met het gehele jaar door matige neerslaghoeveelheden.

Door de polaire invloed worden de winters naar het noorden toe steeds kouder en daar valt ook de meeste sneeuw. Hittegolven in de zomer kunnen de temperatuur enkele dagen opjagen naar wel 38°C. Het weer is dan aan de kuststrook zeer onaangenaam door de gelijktijdige zeer hoge luchtvochtigheid. In de grote steden is het dan nog wat onaangenamer door de iets hogere temperaturen die daar gelden. In deze hele regio kan het zeer koud worden in de winter en zelfs nog in de lente, met veel sneeuwval in het noorden, met name in het Appalachen-gebergte.

Hoewel een van de regio’s met de minste zonneschijn, schijnt de zon vaker dan in bijvoorbeeld Noordwest-Europa. Dagelijkse zonuren variëren van gemiddeld 4-5 uur in de winter tot 9-19 uur in de zomer. Sommige valleien in de Appalachen zijn vaak mistig door een combinatie van luchtverontreiniging en gewone mist.

De herfst duurt in dit gedeelte van de Verenigde Staten maar een paar weken, maar is wel wereldberoemd. Deze zogenaamde ‘indian summer’ ontstaat als in het najaar de koude en polaire lucht uit Canada moeite heeft de nog aanwezige warme lucht te verdrijven. De koude lucht komt dan tot stilstand en er ontwikkelt zich een hogedrukgebied. De eerste dag van de ‘indian summer’ is meestal vrij koud, maar de daaropvolgende dagen worden steeds warmer, tot zelfs temperaturen van 25°C. De opgewarmde lucht blijft als het ware op de grond liggen, bedekt met een laag koude lucht. De eerste nachten met vorst zijn het sein voor de bomen om de voedseltoevoer naar hun bladeren te stoppen. Hierdoor stopt ook de aanmaak van groen chlorofylpigment, en worden de befaamde rode, buine en gele kleuren zichtbaar die de ‘indian summer’ een spectaculair gezicht geven.

Indian Summer in New England, USA

foto: Werner Kunz from Boston, USA, CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

’s Winters komen in het noordoosten van de Verenigde Staten de gevreesde blizzards voor. Dit zijn zware sneeuw- en ijzelstormen, gecombineerd met zeer lage temperaturen, die in korte tijd meters sneeuw met zich mee brengen.

Een enkele keer kan er in de zomer een restant van een tropische wervelstorm of ‘hurricane’ tot het noordoosten doordringen; de verwoestende kracht is dan al flink afgenomen.

Het midden-westen bestaat uit de volgend staten en regio’s: West-Pennsylvania, North Dakota, South Dakota, Minnesota, Wisconsin, Michigan, Nebraska, Iowa, Illinois, Ohio, Kansas, Missouri, Indiana en Kentucky. De noordelijke staten in het middenwesten hebben een duidelijk landklimaat met hete, korte zomers en lange, strenge winters.

’s Winters valt er niet veel neerslag, meestal in de vorm van sneeuw. Langs de Canadese grens en de Grote Meren kunnen de winters zeer streng zijn met ‘blizzards’, die zeer koude lucht aanvoeren vanuit het arctische Canada. De zuidelijke staten van het middenwesten hebben een gematigder weerstype met lange, regenachtige zomers en zachte winters. Open luchten en overvloedige zonneschijn zijn typerend voor deze regio, ook ’s winters. Zonne-uren variëren van 4-5 in de winter en 10-11 in de zomer.

Meer naar het westen, in de Great Plains, heerst een semi-aride klimaat met een gemiddelde neerslag van 254 tot 762 millimeter. Een sterke, droge wind (de chinook) waait vanaf de Rocky Mountains en beïnvloedt de weersgesteldheid in het westelijk deel van de Great Plains. Dit gebied kent grote verschillen in temperatuur vanwege de koude lucht die wordt ingevoerd vanaf de Noordpool en warme tropische invloeden vanuit de Golf van Mexico. De gemiddelde dagtemperatuur in Iowa loopt van -11°C in januari to 30°C in juli.

De zuidelijke staten en de staten die grenzen aan de Golf van Mexico zijn Oklahoma, Arkansas, Tennessee, Texas, Louisiana, Mississippi en Alabama. Dit grote gebied ligt grofweg ten zuiden van de 37e graad noorderbreedte tussen de Rocky Mountains en de Appalachen.

Het klimaat lijkt in al deze staten vrij veel op het klimaat in het midden-westen; maar door de zuidelijke ligging en onder invloed van warme lucht van de Atlantische Oceaan en de Golf van Mexico zijn de winters warmer en korter dan in het noorden. Af en toe dringt er poollucht binnen maar dat duurt nooit langer dan enkele dagen.

In het westen van Texas komen vaker koude periodes voor. Het oostelijke deel van deze regio is veel natter dan de westelijke. De jaarlijkse neerslaghoeveelheid ligt in het oosten bijna overal tussen de 1000 en 1250 mm. In het westen bedraagt de neerslag tussen de 350 en 500 mm. De zomer is over het algemeen het natste seizoen met veel onweersbuien.

Er heerst in de hele regio een zonnig klimaat, met name het westen van Texas en Oklahoma (gemiddeld 5-6 uur per dag in de winter en 10-11 uur in de zomer). De zomerhitte is goed te verdragen, behalve langs de Golf van Mexico, waar de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid onaangenaam aanvoelt. Deze regio wordt in de nazomer vaak getroffen door hurricane’s en tornado’s.

Desastreuze gevolgen van hurricane Ike in Louisiana

foto: Coast Guard Jayhawk 6031, publiek domein

De Rocky Mountains-staten zijn Montana, Idaho, Wyoming, Nevada, Utah, Colorado, Arizona, New Mexico en West-Texas. Over het algemeen hebben de noordelijke staten Idaho, Montana en Wyoming een veel koeler klimaat in zowel de winter als de zomer, een veel langer koud seizoen en er valt meer neerslag.

In deze hele regio zijn echter grote verschillen waar te nemen vanwege de hoogte, waardoor er koude gebieden zijn in het zuiden en droge gebieden in het noorden. Het grootste deel van deze regio valt weinig neerslag, met name in het zuiden waar grote delen van Arizona, New Mexico, Utah en Colorado bestaan uit woestijnen of semi-woestijnen met neerslaghoeveelheden beneden de 300 mm per jaar. Dit komt door de westelijke berggebieden van Californië, waardoor regenwolken dit gebied niet kunnen bereiken.

Het zuidelijke deel van dit gebied heeft het zonnigste klimaat van de Verenigde Staten; Phoenix en Las Vegas hebben per dag ca. 8 zonuren in de wintermaanden en 12-14 uren in de zomermaanden. De hoge temperaturen in het hele gebied worden getemperd door de lage luchtvochtigheid.

Great Basin Desert in Utah, Verenigde Staten

foto: David F Kennedy, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het noordwesten van de Verenigde Staten bestaat uit de staten Washington, Oregon en West-Idaho. Het klimaat in deze regio lijkt veel op dat van Noordwest-Europa en Groot-Brittannië.

In deze staten liggen hoge bergen van de Westelijke Cordillera, waar eeuwige sneeuw ligt. Het klimaat komt hier meer overeen met dat van de noordelijke Rocky Mountains. De kustdistricten hebben de geringste verschillen in winter- en zomertemperatuur. Verder is het hier vaak bewolkt en daardoor de minst zonnige regio van de Verenigde Staten met veel regendagen. Sommige berggebieden zijn erg nat met 2500-3000 mm per jaar. Dit in tegenstelling tot sommige beschutte valleien waar maar ca. 300 mm per jaar valt. Het is ook de enige regio van het land waar de winter het natste seizoen is, maar ook de zomer kent geen lange aangesloten droge periodes.

Het aantal zonuren in de winter bedraagt 2-3 uur per dag en 9-10 in de zomer aan de kust. Meer naar het binnenland en in hogere gedeeltes zijn de winters wat zonniger met 5-6 uren zonneschijn per dag.

Californië heeft een klimaat dat lijkt op het mediterrane klimaat, maar door de uitgestrektheid van de staat ook hier grote verschillen.

De noordelijke kusten hebben een klimaat dat nog veel lijkt op dat van de noordwestelijke staten. Verder naar het zuiden en meer landinwaarts gaan de temperaturen steeds verder omhoog en worden de zomers in Centraal- en Zuid-Californië droog. In het zuidoosten lijken de omstandigheden dan steeds meer op de woestijngebieden in Arizona en Noord-Mexico.

De bergen aan de kust en van de Sierra Nevada zijn zo hoog dat de overvloedige neerslag vaak in de vorm van sneeuw valt. Californië is een van de zonnigste staten van het land. Het aantal zonuren varieeert van 7-8 in de winter tot 12-14 uren in de zomer in de droogste gebeiden van se staat. Door de zeemist liggen deze waarden aan de kust veel lager: van 6-7 uren in de winter tot 9-10 in de zomer.

San Francisco is een apart geval met vrij koele, milde zomers. Dit komt door de vrij frequent optredende mist die vanuit de zee de stad binnendrijft.

Het binnenland en de noordkust van Alaska hebben een poolklimaat of semi-poolklimaat. Op de bergen ligt altijd sneeuw en ijs en de vlakke delen hebben te lijden onder de permafrost. Rivieren zijn van september tot eind mei bevroren.

In de zomer kan het nog verrassend warm worden en dat komt door de lange dagen daglicht. De winters zijn streng en duren lang. Met name als het hard waait is de temperatuur zeer onaangenaam. De neerslaghoeveelheden zijn beperkt en vallen meestal in de vorm van sneeuw; de zomer is het natste seizoen. Aan de kust van de Pacific heerst een geheel ander klimaat. Hier valt veel meer neerslag en is het weer veel minder voorspelbaar.

De zomertemperaturen liggen hier lager dan in het binnenland en de winters zijn weliswaar koel maar veel milder dan in het binnenland. Wolken en mist komen in alle seizoenen voor.

Hawaï heeft een tropisch klimaat waar de temperaturen getemperd worden door de hoogte waar men zich bevindt en door de vanuit de zee waaiende wind. De Hawaï-eilanden liggen in het gebied van de vrijwel het gehele jaar waaiende noordoostpassaat.

De temperatuur is tamelijk gelijkmatig, op zeeniveau gemiddeld 23°C, met een maximum van 30°C en een minimum van 11°C. De regenval treedt vooral op aan de windkant van de eilanden. Op Kauai is de grootste regenval ter wereld geregistreerd, 12,5 m per jaar op de observatiepost Waialeale, 1740 m hoog. De zuidwestkust is relatief droog, de noordoostkust ontvangt de meeste neerslag.

In de drogere gebieden valt de meeste neerslag in de periode oktober tot en met maart, wat nogal ongewoon is in de tropen. Het aantal zonuren valt erg mee als gevolg van de vele regenval. Het varieert van 7-10 uur in de wat drogere hoofdstad Honolulu tot 4-5 uur in de nattere gebieden.

Planten en Dieren

Planten

De oorspronkelijke flora in het noordwesten van de Verenigde Staten heeft sterk geleden onder de ontginning van het land. Op de uitgestrekte grasvlakten groeiden oorspronkelijk manshoge grassoorten, met het zogenaamde ‘tall grass’ (1,5-2 meter hoog), in Iowa en Kansas. In het Konza Prairie Research Natural Area bij Topeka wordt de oorspronkelijke vegetatie nog beschermd. Meer naar het westen op hogere en schrale grond groeit ‘short grass’, een kortere variant.

In delen van de staten Idaho, Oregon, Washington en Wyoming heersen woestijnachtige omstandigheden, waar saliestruiken de overhand hebben. De oostelijke grasvlakten zijn ondertussen ontwikkeld tot landbouwgebied, terwijl in de westelijke delen de veeteelt overheerst. Door de overvloedige regenval zijn de westelijke hellingen van de Rocky Mountains met schitterende bossen bedekt: rode ceders of Virginia ceder, douglassparren en sequoia’s.

Rode of Virginia ceder, Verenigde Staten

foto: Keith Kanoti, Maine Forest Service, USA, CC3.0 United States no changes made

De staat Minnesota is grotendeels bedekt met bossen. Notenbomen, eiken, berken, en pijnbomen komen overal voor en op droge rotsachtige bodems groeien ceders, witte sparren, balsemsparren en hemlocksparren. Moerasgebieden, meer- en rivieroevers zijn de geliefde habitat van zwarte sparren, Amerikaanse lariksen en westerse levensbomen. Ondiepe inhammen tooien zich met geelbloeiende plompen, slangenwortel en lisdodden. De nationale bloem van Minnesota is de ‘pink lady’s slippers’, een tot de orchideeën behorende vrouwenschoentjes-soort. De bossen in Washington en Oregon bestaan uit de westerse hemlocksparren, rode ceders en op grotere hoogte Engelmannsparren en lodgepoledennen.

In de regenwouden aan het kustgebied groeien ceders en hemlocksparren tot uitzonderlijke maten uit, maar ook douglas- en sitkasparren bereiken een lengte van 100 meter en een omvang van 4-5 meter. De bodems zijn bedekt met paddestoelen, (korst)mossen en varens. Op de plateaus tussen de bergketens overheerst loofwoud met esdoorns en eiken. In het zuidwesten van Oregon groeien de beroemde sequioa of redwood-bomen en mammoetbomen. Het Colorado-Plateau wordt gedomineerd door saliestruiken.

Generaal Sherman Sequoia Tree, Verenigde Staten

photo: m01229, Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

In de Everglades en in delen van Zuid-Louisiana komen verschillende soorten mangroves voor, goed herkenbaar door de luchtwortels en altijdgroene bladeren. In het brakke water vindt men rode, witte, zwarte en knoopmangroven. Op iets hoger gelegen boomeilanden of ‘hammocks’, domineren tropische gewassen als ‘gumbo limbo’, mahoniehoutbomen, koningspalmen en ‘strangler figs’. Klimplanten, bromelia’s, orchideeën en een deels dichte ondergroei van varens en mossen zorgen voor een eigen microklimaat. Water- en voedselrijke bekkens vormen groeiplaatsen van moerascipressen, verwante van redwoods en mammoetbomen.

Een weelderige begroeiing van Spaans mos, ‘stiff-leaved wild pine’, orchideeën en andere epifieten zorgt voor een bijzonder gezicht. Hoger liggende kalksteenruggen zijn met bossen van bastaarddennen begroeid. De ‘floodplains’ van het Mississippigebied hebben een bosrijke vegetatie met esdoorns, cottonwood en in het zuiden cipressen en gombomen. De mosachtige ‘bogs’ liggen wat noordelijker.

De Great Smoky Mountains, de hoogste bergen van de Appalachen, hebben door een vruchtbare bodem, overvloedige regenval en een hoogteverschil van bijna 1800 meter, een flora vol afwisseling met bijna 1600 soorten, waarvan alleen al 123 boomsoorten. Loofbossen domineren de onderste parkzone, onder andere witte esdoorns, gele berken en magnoliabomen. Boven 1400 meter vinden we Amerikaanse beuken en ook nog gele berken. In het voorjaar bloeit hier ook een grote verscheidenheid aan rododendrons, maar ook de breedbladige lepelboom.

Bloemen van de heester breedbladige lepelboom

foto: A. Barra, Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Het noordoostelijke deel van de Verenigde Staten is dicht bebost, vooral New England waar ca. 80% van het land bedekt is met wouden. Pennsylvania en New York zijn ook bebost, maar niet met oorspronkelijke wouden.

Ten oosten van de Appalachen zijn nieuwe loofwouden ontstaan met veel Europese boomsoorten als kastanjes, beuken, eiken, populieren en berken, maar ook Amerikaanse ratelpopulieren, papierberken en Amerikaanse beuken. In New Hampshire en Maine groeien veel naaldbomen met als karakteristieke boom de suikerahorn of ‘maple tree’, en verder rode sparren, balsemsparren en pekdennen, een taaie soort die op rotsachtige bodems groeit. In deze regio zijn ook veel appel-, peren-, en kersenboomgaarden aangelegd. Verder veel bessenstruiken, onder andere de bekende ‘cranberry’ (veenbes). Ook wordt er nog wat tabak verbouwd.

Ten zuiden van New York gaat het gematigd vochtige loofwoud over in sparrenwouden. In het gehele oosten van de Verenigde Staten komt de gifklimop voor, die flinke huidontstekingen en blaren kan veroorzaken.

Pekden of Pinus rigida

foto: Crusier, Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

De afwisselende ecosystemen in het zuidwesten van de Verenigde Staten zorgen voor een zeer uiteenlopende flora. Zo groeien langs de noordkust van Californië de redwoods of Sequoia sempervirens, de hoogste bomen ter wereld tot 112 meter hoog. In de neerslagrijke Sierra Nevada groeien de iets kleine maar veel omvangrijkere Sequoiadendron giganteum die duizenden jaren oud kunnen worden.

In de berggebieden overheersen pijn- en cederbossen. Zeer bijzonder is de woestijnvegetatie met bijvoorbeeld de ‘Joshua tree’, een familielid van de yucca.

Iets kleiner zijn de karakteristieke saguarocactussen (tot 15 meter hoog) in de Sonora Desert. De Sonora is begroeid met droogtegewassen als de mesquitobomen, doornbrembomen en extreem hard ‘ironwood’. Zeer veel voorkomende dwergstruiksoorten zijn de creosootheesters, de ‘white brittlebush’ en de zeldzame otillo’s. De lechuguilla is een agavesoort die door de woestijnbewoners voor allerlei dingen gebruikt werd. Gevaarlijk voor de mens is de zeer stekelige chollacactus.

Andere cactussoorten zijn de omvangrijke ferocactussen, ‘Engelmann’s pricklypears’, orgelpijpcactussen en Senita-cactussen. De noordelijke delen van het Great Basin (‘sagebrush country’) zijn vegetatiearm, met hier en daar wat alsemstruiken.

Orgelpijpcactus

foto: Pretzelpaws, CCNaamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes made

Op de laagste, droogste plaatsen in de Grand Canyon komen creosootheesters, doornige ‘catclaw’-acacia’s en mesquitobomen voor. De hooggelegen droogtegebieden van Utah zijn begroeid met piñondennen, Utah-jeneverbessen, gele dennen, Colorado-zilversparren, douglassparren en Amerikaanse ratelpopulieren. Langs de waterlopen groeien verschillende wilgensoorten, vederesdoorns en tot de wijnstokfamilie behorende klimplanten. In het Bryce Canyon National Park kan men op rotskruinen en zandgronden witte dennen en de Great Basin-hickory-den vinden, die tot de oudste planten ter wereld behoren. De ouderdom wordt op 4600 jaar geschat. “Prince’s plumes’ behoren tot de kruisbloemigen en ze zijn zeer giftig. Grassen als ‘Indian ricegrass’ zijn belangrijke voedingsbronnen voor zoogdieren en vogels.

De karakteristieke planten van de Chihuahua-woestijn in New Mexico groeien in het bovengrondse deel van het nationale park. ‘Lechuguilla’-agaven, ocotillo’s, ‘torrey yuccas’ en de kleinere ‘soaptree yuccas’, de nationale bloemen van New Mexico, zijn talrijk. In de beschutting van de canyons, rond de waterplaatsen en in de hogere regionen, vindt men ook grotere struik- en boomsoorten, waaronder ‘desert willows’, Texas-okkernoten en de altijdgroene ‘one-seed junipers’.

In het Texaanse gedeelte van de Chihuahua-woestijn domineren droogtestruiken, met als talrijkste de creosootheester. In de beschutting van deze plant groeit de ‘Christmas cactus’, een van de zeventig cactussoorten van het Big Bend National Park. Bijzonder is de ‘candelilla’, een wolfsmelkgewas. In het iets hogere gedeelte groeit de grootste yucca, de ‘giant dagger yucca’.

In het meer regenrijke Chisos Mountains groeien groenblijvende ‘Texas madrones’, een soort aardbeiboom, ‘Mexican pinyons’, drie jeneverbes- en veel eikensoorten.

De oevers van de Rio Grande worden omzoomd door een rietgordel, waaruit het ca. 4,5 meter hoge pijlriet omhoogsteekt.

Pijlriet

foto: H. Zell, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Dieren

Zoogdieren

Ten noorden van Mexico vinden we negen orden van land- en amfibische zoogdieren met ca. 370 soorten. Hiervan komen ca. 20 soorten alleen in Alaska (en Canada) voor, zoals halsbandlemming, poolvos, ijsbeer, muskusos en verschillende soorten zeehonden. Zuidelijke soorten als de halsbandpekari en de Allen-ezelhaas komen alleen maar in de Verenigde Staten voor.

De orde van de buideldieren is maar met één soort vertegenwoordigd, de Virginiaanse opossum. Ook de orde van de gordeldieren kent maar één soort, het negenbandgordeldier. De laatste orde met maar één soort is die van de zeekoeien, de Caribische lamantijn.

Virginiaanse opossum

foto: Specialjake CC Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 unported no changes made

Insekteneters betreft 37 soorten uit de families van de spitsmuizen en mollen.

Wijdverbreid is de orde van de vleermuizen met ca. 40 soorten. In het gehele zuidwesten van de Verenigde Staten komt de guanovleermuis voor. Bij de Bat Cave van de Carlsbad Caverns in New Mexico is elke avond een spectaculair tafereel te zien. Tienduizenden van deze vleermuizen kringelen in de avondhemel omhoog en gaan op jacht naar insecten.

De negentien soorten haasachtigen van Noord-Amerika omvatten ook de familie van de Amerikaanse pika of fluithaas.

Noord-Amerikaanse fluithaas

foto: Frédéric Dulude-de Broin, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Knaagdieren komen overal voor met ongeveer 200 soorten. Daartoe behoren stompstaarteekhoorns, zwartstaartprairiehonden, geelbuikmarmotten, chipmunks, wangzakratten en – muizen, de Canadese bever, springmuizen, het Noord-Amerikaanse stekelvarken en de beverrat. Boomeekhoorns zijn o.a. rode eekhoorns, chikarees en de vlieghorentjes. Ordkangoeroegoffers springen als kangoeroes.

Tot de orde van de roofdieren behoren zwarte en bruine beren, poema’s, Noord-Amerikaanse wasberen, zilverdassen, neusberen, Noord-Amerikaanse katfretten, coyotes, rode lynxen, de gestreepte skunk, de zeldzame ocelot en even zeldzame zwartvoetbunzing. In Minnesota komt de grijze wolf weer meer voor. De bekendste amfibische roofdieren zijn de Californische zeeleeuw en de gewone zeehond.

Zwartvoetbunzing, zeldzaam in de Verenigde Staten

foto: Black, Tami S, U.S. Fish and Wildlife Service, publiek domein

De evenhoevigen zijn met vijftien soorten vertegenwoordigd, o.a. witstaartherten, edelherten, muildierherten, dikhoornschapen, elanden, sneeuwgeiten en bizons, het nationale dier van de Verenigde Staten. In het noordwesten leven gaffelantilopen, de snelste zoogdieren van Noord-Amerika.

Bizon, nationale dier van de Verenigde Staten

foto: ceasol, Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Vogels

Van de ca. 750 vogelsoorten broeden ongeveer 620 soorten in Noord-Amerika.

Sommige van de in totaal 73 vertegenwoordigde families zijn wereldwijd verbreid, o.a. roofvogels, valken, eend-achtigen, reigers, duiven en uilen, o.a. het konijnuiltje een van de kleinste roofvogels ter wereld (12-14 cm). Bijzonder zijn ook de o.a. in South Dakota voorkomende holenuilen en de gevlekte bosuil in de redwood-bossen.

Andere komen alleen voor op het noordelijke halfrond, zoals de pestvogels, boomkruipers en zeeduikers. Slechts één familie vindt men alleen in de Verenigde Staten en Midden-Amerika: de kalkoenen.

Roofvogels komen in zeer veel variëteiten voor, bijvoorbeeld roodstaartbuizerd, blauwe kiekendief, steenarend, slechtvalk, prairievalk, visarend en de nationale vogel van de Verenigde Staten, de Amerikaanse zeearend. Aaseters zijn de kalkoengier en de zwarte gier.

Amerikaanse of witkopzeearend

foto: Jörg Hempel, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Germany, no changes made

Van bijna alle vogels in de Nieuwe Wereld ligt het zwaartepunt van het verspreidingsgebied in Zuid- en Midden-Amerika en zij bezoeken maar af en toe het zuiden van de Verenigde Staten, zoals de cotinga’s, de hokko’s en de trogons.

Enkele families dringen echter door tot in Alaska en broeden in Noord-Amerika, zoals koerlans, gieren (inclusief de bijna uitgestorven Californische condor), troepialen (o.a. de Brewer’s zwarte troepiaal en de Baltimore-troepiaal), spotlijsters, witstaartsneeuwhoenders, woudzangers, tangara’s, kolibries, winterkoninkjes, tirannen en vireo’s.

Florida is een waar vogelparadijs met o.a. witte en blauwe reigers, schimmelkopooievaars, slangenhalsvogels, roze lepelaars, kiekendieven, wouwen, steltlopers, plevieren, zee- en visarenden.

In het Yellowstone National Park vindt men Canadese ganzen, Amerikaanse witte pelikanen en zeldzame trompetzwanen.

Trompetzwaan, zeldzaam in de Verenigde Staten

foto:Dick Daniels (http://carolinabirds.org/ CC 3.0 Unported no changes made

In het Everglades National park komen ca. 350 vogelsoorten voor, o.a. rode lepelaars, witte ibissen, Amerikaanse witte pelikanen, Amerikaanse slangenhalsvogels, alle twaalf Noord-Amerikaanse reigersoorten, visarenden, roodschouderbuizerds, kalkoen- en zwarte gieren, epauletspreeuwen, bootstaarten, roodgekuifde zwarte spechten, moeraswouwen en de zeldzame schimmelkopooievaars.

In de Sonora-woestijn leven o.a. helmkwartels, cactuswinterkoninkjes, krombekspotlijsters, renkoekoeken en Amerikaanse klapeksters.

In het uiterste noordwesten van De Verenigde Staten komen o.a. voor blauwe sneeuwhoenders, roze vinken, grijze junco’s, bonte lijsters en bruine kolibries. Aan de Grote Oceaankust vindt men Beringmeeuwen, Pelagische aalscholvers, zeekoeten, neushoornpapegaaiduikers en duifzeekoeten.

In de laatste eeuwen zijn o.a. uitgestorven de reuzenalken, Labrador-eenden, Carolina-parkieten, trekduiven, eskimowulpen en de ivoorsnavel, eens de grootste specht ter wereld.

Pelagische aalscholver

foto: Alpsdake, CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Reptielen

Noord-Amerika telt ca. 290 soorten reptielen, waarvan ratelslangen, Mississippi-alligators en gilamonsters (giftige hagedissoort) de meest opmerkelijke en gevaarlijke verschijningen zijn. Verder komen er ca. vijftig soorten schildpadden voor, o.a. de diamantrugschildpad in Texas, de gigantische alligatorschildpad (tot 100 kg) en de woestijnschildpad.

Alligatorschildpad

foto: Peter Paplanus, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Tot de leguanen behoren o.a. de dove leguanen, woestijnstekelleguanen, halsbandleguanen, chuckwalla’s, korthoornpadhagedissen, renhagedissen en padhagedissen. In het oosten van de Verenigde Staten is de gestreepte skink wijdverbreid.

De vrij zeldzame Amerikaanse spitssnuitkrokodil komt alleen nog maar in de brakke wateren van Zuid-Florida.

Amfibieën

De amfibieën komen in Noord-Amerika met ongeveer 200 soorten voor. Tot de orde van de salamanders horen de axolotls en de longloze salamanders. De Pacifische reuzensalamander komt o.a. in de westelijke redwood-bossen voor. De familie van de curieuze, uitwendige kieuwen dragende sirenen komen alleen in Noord-Amerika voor.

Pacifische reuzensalamander, Verenigde Staten

foto: Greg Schechter, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Tot de kikvorsachtigen behoren de Amerikaanse knoflookpad, de stierkikker, de uit Midden-Amerika afkomstige reuzenpad, en de vele boomkikkersoorten( o.a. de Pacifische boomkikker). Tot op 3600 meter hoogte in Californië komt de ‘mountain yellow-legged frog’ voor, een bruinachtige kikker met een opvallend geeloranje buik.

Vissen

De zeeën rondom Noord-Amerika beschikken nog steeds over een grote rijkdom aan vis. In de oostelijke wateren wordt vooral gevist naar haring, schol en kabeljauw, in het oosten naar zalm, tonijn en sardine.

Aan de oevers van veel rivieren wordt gevist naar de Pacifische zalm, zowel door mensen als door beren. Andere zoetwatervissen zijn rode of blauwrugzalmen, regenboogforellen en zeeforellen.

Rode of blauwrugzalm, Verenigde Staten

foto: US Fish & Wildlife Service, publiek domein

Een bijzondere oceaanbewoner in het noordoosten van de Verenigde Staten is de degenkrab, levende fossielen en de laatste exemplaren van een dierengroep die 500 miljoen jaar geleden massaal voorkwam.

Ongewervelden

Er zijn in Noord-Amerika ca. 100.000 soorten bekend, o.a steekmuggen, ringwormen (o.a. de zwarte ringworm in de noordoostelijke staat Washington), vlinders en spinnen (o.a. tarantula’s en zwarte weduwen). In het westen van de staat Washington leven tot 15 cm lange naaktslakken.

Geschiedenis

Eerste bewoners

De geschreven geschiedenis van de ‘Nieuwe Wereld’ begint uiteraard pas met de komst van de Europeanen in 1492. Toch waren er al tienduizenden jaren eerder al mensen op het Amerikaanse continent. Tussen 20.000 en 30.000 v.Chr. kwamen de eerste bewoners van het Noord-Amerikaanse continent vanuit Azië naar het huidige Amerika getrokken. Deze mensen, door Christoffel Columbus abusievelijk indianen genoemd, verspreidden zich uiteindelijk over het hele continent, van het hoge noorden in Canada tot het uiterste puntje van Zuid-Amerika.

'Native Americans' eind 19e eeuw

foto: United States Library of Congress's Prints and Photographs division publiek domein

De oorspronkelijke bewoners verspreidden zich van de westkust naar de oostkust en leefden daar in op vele verschillende manieren. Indianen aan de westkust leefden vooral van de visvangst, in het midden leefde men vooral van de jacht (bizons). Ook zijn er resten van vooral agrarische gemeenschappen gevonden.

Exacte cijfers van het aantal indianen is niet bekend, maar de schattingen lopen uiteen van 40 tot 80 miljoen.

Christoffel Columbus en de kolonisatie van Amerika

In 1492 werd Amerika ontdekt door de ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus, in dienst van de Spaanse koning. Vóór Columbus waren er rond het jaar 1000 al vikingen in Amerika aangeland. In eerste instantie werden er door de Spanjaarden alleen maar wat exploitatiekoloniën gebouwd, men had niet de instantie om er te blijven wonen. Men name hoopte men veel goud te vinden.

Christoffel Columbus (1451-1506), 'ontdekker' van Amerika

foto: publiek domein

In 1565 werd door de Spanjaarden de kolonie St. Augustine in Florida opgezet, gevolgd door de Britten met Jamestown in het huidige Virginia.

In 1619 ontstond pas de eerste vestigingskolonie en kwamen de eerste vrouwen naar Amerika. In de 17e eeuw groeide de groep kolonisten snel, vaak ten koste van de oorspronkelijke bevolking. De indiaanse bevolking werd gedecimeerd door nieuwe ziekten en door aanvallen van de kolonisten, die de indianen als wilden beschouwden.

Begin 17e eeuw waren de Spanjaarden al een eind naar het westen opgerukt en werd in New Mexico in 1609 Santa Fe gesticht.

Vanaf de 17e eeuw kwamen de Engelsen op het toneel en zij vestigden in 1607 een kolonie in Virginia. De kolonie Plymouth in Massachusetts werd in 1620 gesticht door de Pilgrim Fathers met hun beroemde schip de Mayflower. De jaren daarna werden zij gevolgd door de puriteinen die, eveneens aan de oostkust, onder andere Boston stichtten.

Vertrektafereel uit 1620 van Pilgrim Fathers naar de Verenigde Staten

foto: Popular Graphic Arts, publiek domein

De Engelsman Henry Hudson werkte voor de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij ontdekte de naar hem genoemde rivier en begon in 1624 met de bouw van een nederzetting op het eiland Manhattan, Nieuw Nederland.

Op deze manier werd de hele oostkust als het ware verdeeld tussen de verschillende Europese grootmachten. Het was echter al snel duidelijk dat Engeland de dominante macht zou worden in dit deel van Amerika. Vanuit Massachusetts ontwikkelden zich nieuwe kolonies, zoals Connecticut, Rhode Island, Maryland, Carolina, Georgia en Pennsylvania. In 1664 werd ook nog de Hollandse kolonie Nieuw-Nederland veroverd en strekte het Engelse gebied zich uit van Canada tot Florida. Ook de indianenstammen die in dit hele gebied woonden werden onderworpen aan de Engelsen, vaak via bloedige oorlogen.

Verkoopakte Manhattan (1626)

foto: George Schlegel lithographers, publiek domein

Onafhankelijkheidsoorlog

In het begin waren de verschillen tussen de diverse kolonies, met name in economisch opzicht, erg groot. Het Noorden was een gebied met kleine en handelaars, terwijl de economie van het Zuiden bepaald werd door van slavernij afhankelijke tabaks-, rijst- en katoenplantages. Door de gezamenlijke Franse vijand in Canada trok men aanvankelijk nog gelijk op en dat leidde in 1763 tot de verovering van Canada na de zogenaamde French and Indian War (Zevenjarige Oorlog). De strijd kostte het moederland echter zeer veel geld en om de kas weer te spekken werden er steeds zwaardere belastingen op de kolonies geheven.

Franse en Indiaase oorlog (1754-1763)

foto: Hoodinski, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het verzet hiertegen liet niet lang op zich wachten en mondde uit in een onafhankelijkheidsoorlog die gewonnen werd door de dertien kolonies; aan het begin van de oorlog, op 2 juli 1776, werd de onafhankelijkheid al uitgeroepen en op 4 juli werd de door Thomas Jefferson geschreven “Declaration of Independence” aanvaard. De Amerikaanse Vrijheidsoorlog zou duren tot 1783 en op 19 april 1783 erkenden de Britten hun verlies bij de Vrede van Versailles en trokken zich terug uit de Verenigde Staten; de Amerikaanse republiek was een feit. Nederland was, na Frankrijk, het tweede land dat de ’Verenigde Staten van Amerika’ erkende (1782).

Ondertekening 'Declaration of Independence', onder andere met Thomas Jefferson

foto: US Capitol, publiek domein

Dat de dertien zo verschillende koloniën meteen een eenheid zouden gaan vormen, bleek een utopie. Het enige gezamenlijke waren in feite de “Articles of Confederation”, een soort grondwet die echter met name het onafhankelijke karakter van de kolonies bevestigde. Verder was er eigenlijk maar één gezamenlijk orgaan, het ‘Congres’, dat echter maar een paar keer per jaar bijeenkwam. Deze losse verbintenis van staten ging gebukt onder grote oorlogsschulden, een teruglopende handel en een ontbrekend centraal gezag. De zogenaamde Federalisten pleitten voor een sterker gezag en een betere grondwet.

In 1787 werd er inderdaad een nieuwe Grondwet aanvaard, een moeizaam proces dat pas afgerond werd toen er een zogenaamde “bill of rights” aan de grondwet werd toegevoegd. De “bill of rights” bestond uit tien artikelen die de menselijke grondrechten bevatten. Door de aanvaarding van de nieuwe grondwet gingen de dertien koloniën als een Unie van Verenigde Staten verder en in 1789 werd George Washington de eerste president, een held uit de oorlog tegen de Britten.

George Washington, eerste president van de Verrenigde Staten

foto: Metropolitan Museum of Art, online collection (accession number 07.160), publiek domein

Consolidatie (1787-1815)

De nieuwe grondwet bleek aanvankelijk goed te voldoen en Washington werd gesteund door uitstekende medewerkers als Thomas Jefferson op Buitenlandse Zaken en Alexander Hamilton op Financiën. Hamilton maakte zich sterk voor de handel en de industrie van het Noorden en stond voor een centrale regering en een gezonde financiële politiek. Jefferson daarentegen was een echte zuiderling die stond voor de belangen van de landbouwers in het zuiden en voor meer economische vrijheid en decentrale rechten van de afzonderlijke staten.

Door de oprichting van een Nationale Bank kreeg Hamilton de steun van president Washington, en zijn aanhangers werden de Federalisten genoemd. De aanhangers van Jefferson werden de Republikeinen genoemd maar hadden nog lang niet zoveel macht als in latere tijden. In 1797 werd Washington opgevolgd door de federalist John Adams, maar in 1800 wonnen de Republikeinen de verkiezingen en werd Jefferson president, die tamelijk autoritair regeerde. Zo kocht hij zonder het Congres te consulteren in 1803 het Louisiana Territory van de Franse keizer Napoleon, waardoor het grondgebied van de Unie verdubbelde. Ook probeerde hij angstvallig neutraal te blijven in de Europese oorlogen die in die tijd gevoerd werden.

Thomas Jefferson, 3e president van de Verenigde Staten

foto: White House Historical Association, publiek domein

Onder Jeffersons opvolger, James Madison, raakte Amerika in 1812 in een oorlog verzeild met de Engelsen. De Engelsen behaalden een paar mooie overwinningen, maar bij de Vrede van Gent in 1814 werd de oude situatie weer hersteld. Na deze oorlog zou het Amerika lukken om meer dan honderd jaar buiten de Europese politiek te blijven. Voor de binnenlandse politiek was het belangrijk dat de Federalisten en de Republikeinen één partij werden: de Nationale Republikeinen.

Over het algemeen was er trouwens een groot gevoel van nationale eenheid, waardoor deze periode ook wel de “era of good feeling” genoemd wordt. De president in deze rustige periode was James Monroe, die de Monroe-doctrine installeerde. Deze doctrine hield in dat Amerika zich wilde isoleren van de buitenlandse politiek (isolationisme).

James Monroe, 5e president van de Verenigde Staten

foto: https://www.whitehousehistory.org publiek domein

’Frontier’: de trek naar het Westen

Na de gewonnen strijd tegen de Engelsen begon de trek naar het westen, en aan de zogenaamde “frontier” ontstond langzamerhand het nieuwe Amerika. Volgens velen is hier de democratie in Amerika ontstaan omdat iedereen gelijk was en zichzelf moest zien te redden in een hard bestaan. Ook ontstonden er veel nieuwe staten, o.a. Kentucky (1792), Tennessee (1796), Ohio (1803), Louisiana (1812), Indiana (1816), Mississippi (1817), Illinois (1819), Alabama (1819), Missouri (1821), Arkansas (1836) en Michigan (1837).

Uitbreiding Verenigde Staten rond 1870

photo: Hoodinski, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Door de zich verscherpende tegenstellingen tussen Noord en Zuid was het nodig dat telkens als er een zuidelijke staat werd toegelaten tot de Unie, er ook een noordelijke staat bij zou komen om zo het evenwicht in de Senaat te bewaren. Op een gegeven moment was de scheiding tussen noord en zuid niet meer vol te houden toen men steeds verder naar het westen doordrong. De voortgaande expansie zou er zelfs voor zorgen dat de nationale eenheid in groot gevaar kwam.

De grote democratisering

Het democratische gehalte was in die tijd nog niet erg hoog want het kiesrecht was nog lang niet algemeen, en de politiek werd uitsluitend door een kleine elite beoefend. In 1828 kwam Andrew Jackson aan de macht, die zich wel druk maakte voor een echt democratiseringsproces. Het volk kwam langzaamaan in verzet tegen de elite en Jackson stond aan de kant van het volk. De partij van Jackson wisselde ook van naam en heette voortaan toepasselijk de Democratische Partij.

De oude elite verenigde zich daarop in een nieuwe partij, de Whigs, die zich verzette tegen de volgens hun dictatuur van “King Andrew”.

Andrew Jackson, 7e president van de Verenigde Staten

foto: http://www.senate.gov, publiek domein

Zij pleitten weer voor een sterke federale regering die zich vooral bezighield met de ontwikkeling van de industrie en de ontsluiting van de westelijke landbouwgebieden door deze te verbinden met de industriële centra in het oosten. Jackson was echter een anti-monopolist, en de rechten van de staten en een vrije economie stonden bij hem voorop. Het was dan ook niet vreemd dat de populaire Jackson zonder veel moeite in 1832 herkozen werd als president.

Na het aftreden van Jackson in 1837 brak er een grote economische crisis uit. In deze periode werd ook bijna in alle staten algemeen kiesrecht ingevoerd, en men liep daarmee ver vooruit op Europa.

De oorlog met Mexico

Tijdens de trek naar het westen boden alleen wat indianenstammen verzet. Uiteindelijk botste men in het zuidwesten van het continent op Mexico, dat zich in 1821 had losgemaakt van Spanje. Aanvankelijk trokken duizenden kolonisten zonder problemen de Mexicaanse provincie Texas binnen. Op een gegeven moment hadden de kolonisten de overhand en ontstond er in 1833 een conflict met de Mexicanen wat uiteindelijk het uitroepen van de republiek Texas tot gevolg had. De verwachting was dat Amerika de nieuwe republiek meteen zou annexeren, maar dit gebeurde pas in 1845. In 1846 probeerden de Mexicanen hun gebied weer terug te veroveren, maar deze tweejarige oorlog eindigde met de totale nederlaag voor de Mexicanen, van wie zelfs de hoofdstad Mexico City bezet werd. Bij de Vrede van Guadeloupe in februari 1848 moest Mexico grote stukken land afstaan, onder andere het huidige Arizona, Californië en New Mexico.

Overzicht Mexicaans-Amerikaanse Oorlog (1846-1848)

foto: Mexican–American_War-en.svg: Kaidor, 3.0 Unported no changes made

In 1846 was er ook al een overeenkomst bereikt met de Engelsen omtrent de noordwest-grens met Canada, dit alles onder het presidentschap van James Polk. Ondertussen was Amerika al uitgegroeid tot de voornaamste handelsmacht in het Verre Oosten na Engeland en zij waren het dan ook die de Japanners in 1853 dwongen om hun havens voor de westerlingen open te stellen. De voortdurende tegenstellingen tussen Noord en Zuid zouden halverwege de 19e eeuw echter leiden tot een heuse burgeroorlog.

De strijd tussen Noord en Zuid mondt uit in een Burgeroorlog

Het Zuiden stelde zich nog altijd vijandig op tegenover het centrale gezag, zeker doordat de positie van het Zuiden ten opzichte van het Noorden steeds zwakker werd. Uiteindelijk zou het hele probleem escaleren door het slavernijvraagstuk. Het Noorden was al rond 1800 van dit systeem afgestapt, het Zuiden daarentegen leunde sterk op de slaven, met name op de katoenplantages. Noordelijke abolitionisten (voorstanders van de afschaffing van slavernij) werden steeds fanatieker in hun pleidooi voor afschaffing van de slavernij. Door de uitbreiding naar het westen toe werden de problemen steeds groter, zoals bijvoorbeeld de toetreding tot de Unie door Californie, dat gedeeltelijk in het zuiden en in het noorden lag. Vaak werden er halfslachtige compromissen gesloten die nooit lang voor een echte oplossing zouden kunnen zorgen.

Overzicht slavernij per staat, Verenigde Staten rond 1860

foto: Stilfehler, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 1852 verscheen het boek van Harriet Beecher Stowe “Uncle Tom’s cabin” en hierdoor werd het Amerikaanse probleem een wereldprobleem. In 1854 werd er in de Kansas-Nebraska-wet voorgesteld om de pioniers te laten beslissen wat er met de slavernij moest gebeuren. Ook dit werkte niet want er ontstonden felle gevechten tussen voor- en tegenstanders van de afschaffing van de slavernij. In 1857 werd er nog wat olie op het vuur gegooid door het Hooggerechtshof. Dit college bepaalde dat slaven altijd en overal bezit bleven, ook al verhuisde een zuiderling naar het noorden. Naast de afschaffing van de slavernij waren de noorderlingen ook nog beducht voor de vrije doorgang tot het westen voor de kleine boeren.

Dit standpunt leidde ertoe dat de Whigs-partij ontbonden werd, ook hier weer door de grote tegenstellingen in meningen. De aanhangers van het Noorden richtten toen een nieuwe partij op, de Republikeinen, die ook streefden naar een sterk centraal gezag. Zij vonden dan ook dat het Congres moest beslissen over het al dan niet afschaffen van de slavernij.

Uncle Tom's Cabin, boek over slavernij

foto: W. M. Rhoads, publiek domein

In 1860 werd de republikein en notoire slavernijbestrijder Abraham Lincoln president en dat was voor elf zuidelijke staten het teken zich af te scheiden van de Unie. In april 1861 werd er voor het eerst tussen beide partijen geschoten en de Amerikaanse Burgeroorlog was een feit. Het Noorden, onder leiding van Lincoln, won deze bloedige oorlog in 1865. Al tijdens de oorlog, in 1863, werden de slaven per proclamatie door Lincoln bevrijd, en dit werd grondwettelijk in 1865 bekrachtigd. Op 14 april 1865 werd Lincoln door een zuiderling vermoord. De Burgeroorlog kostte meer dan 600.000 mensen het leven.

Voor Lincoln was de overwinning van het Noorden ook een bewijs dat de Unie bij elkaar hoorde en dat een staat de Unie niet zomaar kon verlaten. Belangrijk was ook dat het industriële Noorden gewonnen had van het agrarische Zuiden, en na de oorlog begon dan ook de onweerstaanbare opbloei van de Amerikaanse industrie. In 1862 werd ook al het westen als vrij land voor de kolonisten opengesteld via de “Homestead Act”.

Abraham Lincoln, 16e president van de Verenigde Staten

foto: bdiAlexander Gardner bdi (1821–1882), publiek domein

Wederopbouw (Reconstruction)

Tussen 1865 en 1877 werd het Zuiden bezet door Noordelijke troepen. De slaven waren vrij, maar kregen niet genoeg steun om een onafhankelijk bestaan op te bouwen. In 1877 werd de bezetting en daarmee de reconstructie opgeheven.

Na de Burgeroorlog herstelde zich de Unie op nationaal niveau en het Zuiden op regionaal niveau. Doordat het Noorden zich volledig ging richten op de industriële ontwikkeling, liet men de ontwikkeling van het Zuiden links liggen.

Deze opstelling van het Noorden pakte zeer slecht uit voor de zwarten in het Zuiden, die onder andere het kiesrecht ontnomen werd en vaak het slachtoffer werd van segregatie, racisme en discriminatie, de zogenaamde ‘redemption’-periode.

Spotprent met Abraham Lincoln en vice-president Andrew Johnson

foto; Joseph E. Baker, publiek domein

De industriële expansie

Politiek gezien werden de Verenigde Staten tot de Eerste Wereldoorlog in 1914 bijna constant geregeerd door de Republikeinen, die vooral oog hadden voor de industriële ontwikkeling van het Noorden. De grote jongens onder de industriëlen zoals Rockefeller, Carnegie en Mellon hadden zo veel macht vergaard (ook door corruptie en afpersing), dat het onduidelijk was wie er nou het land regeerde, de grootindustriëlen of de regering in Washington.

Belangrijke personen begin 20e eeuw, met o.a. Andrew Carnegie en John D. Rockefeller

foto: The Library of Congress, publiek domein

Aan de andere kant maakten ze het land ook groot door het stichten van universiteiten en musea. De industriële ontwikkeling zorgde verder ook voor veel uitvindingen (Edison, Bell). Dit alles nam niet weg, dat het economisch vaak zeer slecht ging met crises in 1873, 1893 en 1907. Wijdverbreide corruptie zorgde ook voor de slechte toestand waarin het land verkeerde.

De grote immigratie

Door de sterke industriële groei waren er veel extra arbeidskrachten nodig, die uit het buitenland moesten komen. Miljoenen (1907: 1.285.349!!) immigranten trokken naar de Verenigde Staten en de bevolking groeide als kool:

Zweedse anti-immigratie-propaganda naar de Verenigde Staten

foto: publiek domein

Halverwege de 19e eeuw kwam de immigrantenstroom goed op gang uit met name Ierland, Duitsland en Scandinavië. Na 1885 kwamen er ook veel immigranten uit Zuid- en Oost-Europa, met name Italianen en vervolgde joden uit Rusland.

In de grote steden ontstond er een antivreemdelingen-sentiment en Chinezen (1882) en Japanners (1907) werden helemaal geweerd. Bovendien waren er voor de industrie niet zoveel arbeiders meer nodig. In 1921 en 1924 zorgden immigratiewetten ervoor dat er quota kwamen voor de verschillende nationaliteiten waarmee men de immigrantenstroom wilde indammen.

Politieke veranderingen

Eind 19e eeuw ontstond er een derde stroming in de Amerikaanse politiek, de Populisten, bestaande uit ontevreden kleine boeren en arbeiders. Later ging deze partij vrijwel in zijn geheel op in de Democratische Partij. Begin 20e eeuw was er een klimaat voor politieke hervorming. Na wat aarzelingen was de in 1901 aangetreden president Theodore Roosevelt een exponent van die hervormingsgedachte. Hij begon echter te laat met zijn hervormingen en onder zijn opvolger William Howard Taft kregen de conservatieven in de Republikeinse Partij weer de overhand. Als reactie daarop stichtte hij een eigen partij, de Progressieven, en was de scheuring in de Republikeinse partij een feit.

Woodrow Wilson, 28e president van de Verenigde Staten

foto: Pach Brothers, New York, publiek domein

Hierdoor kregen de Democraten van Woodrow Wilson het presidentschap in de schoot geworpen. Wilson was zelf een echte hervormer waardoor de situatie ontstond dat de Republikeinse Partij conservatief werd en de Democraten de progressieve partij werd. De Democraten werden ook de partij die pleitte voor een krachtig federaal bestuur dat veranderingen kon doorvoeren. De Republikeinen daarentegen waren meer voorstander van de rechten van de afzonderlijke staten.

Door deze opmerkelijke “ruil’ van principiële uitgangspunten werd de Democratische Partij lange tijd de grootste partij van het land.

De voltooiing van het westen

Ook de trek naar het westen leverde vaak bloedige confrontaties met de indianen op. Alle verdragen tussen de blanken en de indianen werden uiteindelijk geschonden door de blanken, waardoor de indianen steeds meer van hun land kwijtraakten. Het vertrouwen van de indianen in de blanken raakte op een dieptepunt en over en weer werden er afschuwelijke wreedheden begaan. De laatste grote confrontaties vonden plaats in 1876, toen generaal Custer samen met enkele honderden soldaten in een hinderlaag liep en afgeslacht werd, en in 1890 toen 200 Sioux-indianen in de Slag bij Wounded Knee de dood vonden en het laatste grote gevecht voor vrijheid gestreden werd.

Wounded Knee: gedode indianen worden in een massagraf begraven

foto: Northwestern Photo Co., publiek domein

Het fysieke verzet van de indianen was toen gebroken en ze werden, onder vaak erbarmelijke omstandigheden, ondergebracht in reservaten. Veel indianen zegden het leven in de reservaten echter vaarwel en probeerden, veelal tevergeefs, in de Amerikaanse samenleving opgenomen te worden. In 1934 werd het Bureau of Indian Affairs opgericht. Vanaf die tijd werd er meer aandacht aan de reservaten besteed door de federale overheid, nu met medezeggenschap van de indianen zelf. Sinds die tijd wordt de culturele identiteit van de indianen weer gekoesterd en ontstond er, ondanks grote economische en sociale problemen, weer een duidelijk nationaal bewustzijn.

Het Amerikaanse imperialisme

Na de Amerikaanse Burgeroorlog trokken de Verenigde Staten zich terug in een angstvallig isolationisme, dat pas met de opkomst van de industrie verminderde. In 1875 kwam er een verdrag met Hawaï, in 1878 kregen de Amerikanen de exclusieve rechten op de haven Pago Pago op Samoa en in 1887 ook op Pearl Harbor in Hawaï. In 1898 sloot Hawaï zich bij de Verenigde Staten aan en in hetzelfde jaar raakte Amerika door Cuba in oorlog met Spanje. De uitkomst van deze oorlog was dat Cuba onder Amerikaanse voogdij kwam te staan. Later verwierf Amerika de Filippijnen, Guam, Hawaï en Porto Rico, en werden daardoor een koloniale mogendheid.

Collage foto's Spaans-Amerikaanse oorlog

foto: Barbudo Barbudo, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De Spaans-Amerikaanse oorlog leidde ertoe dat Theodore Roosevelt de Monroe-leer uitbreidde: dit hield in dat elk land dat door binnenlandse problemen niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen, de Verenigde Staten zou kunnen ingrijpen. En om zo ingrijpen en Europese interventie te voorkomen werd de isolatiepolitiek helemaal opgegeven. Regelmatig grepen de Verenigde Staten in; zo werd Panama losgeweekt van Colombia, waardoor het voor Amerika belangrijke Panamakanaal gegraven kon worden. Amerika ging zich nu zelfs in de gehele wereld met van alles en nog wat bemoeien om de zogenaamde “balance of power” in de wereld te handhaven. Zo kon het gebeuren dat Japan eerst gesteund werd in zijn strijd tegen Rusland en na de overwinning van Japan in 1904/1905 koos men weer voor Rusland.

Het idee was dat de Verenigde Staten geroepen waren om de positie van meest machtige staat ter wereld van Engeland over te nemen. Het zou niet lang duren voordat de Verenigde Staten ook in Europa zouden gaan deelnemen in de strijd om de macht.

De Eerste Wereldoorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak bleef de regering van de Verenigde Staten vasthouden aan de neutraliteit. Dat zij in 1917 toch betrokken werden bij de gevechtshandelingen in Europa, had verschillende redenen:

Deelnemers aan de Eerste Wereldoorlog

foto: Wallace Robinson, publiek domein

Kringen buiten Wilson waren bang dat het machtsevenwicht in de wereld verstoord zou worden, met alle gevolgen van dien voor de positie van de Verenigde Staten op het wereldtoneel.

Na een jaren durende loopgravenoorlog en een compleet vastzittend front namen de Amerikanen eindelijk deel aan de Grote Oorlog en werd Duitsland in 1918 verslagen.

Afro-Amerikaanse infanteristen

foto: U.S. Army Signal Corps, publiek domein

Dat de Verenigde Staten vanaf deze tijd een cruciale rol zouden spelen in de wereldpolitiek was nu wel duidelijk geworden. Bij de Vrede van Versailles met de Fransman Clemenceau en de Engelsman Lloyd George wilde Wilson zijn idee van een Volkenbond onlosmakelijk verbinden aan het vredesverdrag.

De meerderheid van de Amerikaanse Senaat daarentegen was bang voor Amerika’s soevereiniteit en ook een compromis tussen Wilson en de Senaat was niet mogelijk. Bovendien werd Wilson door een beroerte werd getroffen en een min of meer logisch gevolg was de Verenigde Staten zich onder de Republikein Warren Harding weer terugtrokken in het isolationisme.

Interbellum

Ne de Eerste wereldoorlog begonnen de zogenaamde ‘Roaring Twenties’, een periode waarin voorspoed de klok sloeg, maar ook een periode van onrust en onzekerheid onder jongeren.

De Republikeinen bleven tot 1933 aan de macht, maar hadden vanaf 1929 intussen te maken met een economische crisis die de ergste zou worden die zich ooit in de Westerse wereld zou voordoen. De beurs op Wall Street zakte ineen en meer dan 100.000 bedrijven gingen failliet, waardoor ruim 13 miljoen mensen werkloos werden (ca. 25% van de beroepsbevolking). In 1932 won de Democraat Franklin Delano Roosevelt de verkiezingen en hij pakte de economisch en sociale problemen aan met zijn programma ‘New Deal’. De New Deal was echter niet voldoende om de industrie weer vlot te trekken en de Tweede Wereldoorlog moest er aan te pas komen om de Amerikaanse economie te redden.

Oproep van de Works Progress Administration (WPA) om elk werk aan te pakken

foto:Works Progress Administration, Federal Art Project designed by Vera Bock publiek domein

In zijn tweede ambtstermijn probeerde hij het isolationisme aan te pakken maar dat bleek veel te sterk, ondanks de dreiging die er weer van het Duitsland van Adolf Hitler uitging. Pas toen de Japanners op 7 december 1941 Pearl Harbor op Hawaï aanvielen konden de Verenigde Staten niet langer neutraal blijven en werden de Tweede Wereldoorlog ingetrokken.

De Tweede Wereldoorlog

Het duurde niet lang of de Amerikanen vochten op alle fronten mee en hadden daardoor een beslissend aandeel in de nederlaag van Duitsland door de landingen in Afrika en Italie in 1943, en de beslissende aanval in Normandië van 6 juni 1944 (D-Day). De Amerikaanse militaite macht had toen al vanaf 1942 de Japanners terug gedrongen na de Slag bij Midway. In 1945 werden Duitsland en Japan op de knieën gedwongen, Japan pas na het gooien van atoombommen op de steden Hiroshima en Nagasaki. Roosevelt werd uiteraard in 1940 en 1944 herkozen als president en hij begreep dat de Verenigde Staten zich niet langer afzijdig konden houden in de wereldpolitiek.

Franklin Delano Roosevelt, 32e president van de Verenigde Staten

foto: onbekend, publiek domein

Ook hij streefde een internationale organisatie na die voor een realistisch machtsevenwicht tussen de vier grote mogendheden, China, Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zou moeten zorgen, en de wereld zou in vier grote invloedssferen verdeeld moeten worden. Op 12 april 1945 stierf Roosevelt.

Naoorlogse ontwikkelingen 1945-1960

Onder de opvolger van Roosevelt, Harry S. Truman, ontstond een breuk met de Sovjet-Unie en startte de zogenaamde Koude Oorlog. De Sovjet-Unie wist Oost-Europa in haar greep te krijgen terwijl de Amerikanen het westen economische en militaire hulp boden. Bovendien werd er een Atlantisch Bondgenootschap opgericht, de NAVO. In het Verre Oosten was Amerika de bezettende mogendheid in Japan, maar verloor men China, dat na de overwinning van de communist Mao Zedong op de pro-Amerikaanse Tjiang K’ai-sjek ineens een grote vijand werd.

In 1950 vielen Noord-Koreaanse communistische troepen Zuid-Korea binnen en in september was 90% van Zuid-Korea in Noord-Koreaanse handen. De strijdkrachten van de Verenigde Naties, voornamelijk bestaande uit Amerikaanse eenheden onder bevel van generaal MacArthur, voerden landingen uit in de rug van het Noord-Koreaanse leger, dat spoedig daarop ineenstortte. Chinese vrijwilligers kwamen de Noord-Koreanen te hulp en samen sloegen zij de troepen van de Verenigde Naties terug tot ongeveer de 38e breedtegraad. Op 10 juli 1951 begonnen onderhandelingen over een wapenstilstand, maar pas op 13 juni 1953 werd overeenstemming bereikt.

Harry S. Truman, 33e president van de Verenigde Staten

foto: Harry S. Truman Library, publiek domein

Duidelijk werd dat de Verenigde Staten weliswaar hadden gezorgd voor vrijheid in een groot deel van de wereld, maar ook dat men niet overal ter wereld regelend kon optreden. In de Verenigde Staten zelf ontwikkelde zich een onvoorstelbare welvaart en de economische en technologische revolutie veranderde het land volledig. Bang om deze welvaart te verliezen leidde tot angst en onzekerheidsgevoelens. Met name het anticommunisme vierde hoogtij onder extremistische leiders als Joe McCarthy met zijn communistenjacht onder “linkse” intellectuelen. Uiteindelijk zou blijken dat extreem rechtse en linkse politiek nooit in Amerikaanse bodem zouden kunnen gedijen. De Democratische coalitie van steden, etnische minderheden, intellectuelen en zwarten bleef dan ook tot 1952 in de meerderheid.

In dat jaar werd Truman opgevolgd door de Republikein Dwight D. Eisenhower, maar de meerderheid van het Congres bleef democratisch. De jaren vijftig verliepen verder vrij rustig. De “containment”-politiek (het communisme moest binnen en buiten Amerika binnen de perken gehouden worden) tegen de communistische wereld bleef voortduren en in het binnenland kwamen de problemen tussen de verschillende rassen steeds sterker op de voorgrond staan, onder andere door de emancipatie van de zwarte bevolking zelf.

Dwight D. Eisenhower, 34e president van de Verenigde Staten

foto: White House, publiek domein

In het gesegregeerde zuiden van de Verenigde Staten kwamen in de jaren vijftig stemmen op om de segregatie van blanken en zwarten af teschaffen. Zo werd in 1954 de segragtie van scholen officieel afgeschaft, hoewel er in de praktijk nog niet veel veranderde. In 1955 weigerde een zwarte vrouw haar plaats in een bus af te staan aan een blanke. Zij werd gearresteerd en haar zaak werd in handen genomen door Martin Luther King jr., die later een van de belangrijkste voorvechters werd voor gelijke rechten van blank en zwart.

In 1963 werd een grote protestmars georganiseerd in de hoofdstad Washington. In 1964 werd onder andere naar aanleiding van deze gebeurtenis de Civil Rights Act van kracht, die in de gehele Verenigde Staten de zwarten op veel gebieden gelijke rechten gaf.

De crisis van de jaren zestig

In 1961 kwam de democraat John F. Kennedy in het Witte Huis terecht en zijn jeugdige uitstraling zorgde voor veel optimisme. Hij was echter zeer onervaren en zorgde voor een aantal explosieve situaties. Zo vond in april 1961 een door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA beraamde invasie van Cubaanse ballingen (gesteund door de Verenigde Staten) in de Varkensbaai op Cuba plaats. Deze tegen het bewind van de communistische Cubaanse premier Castro gerichte aanval mislukte echter totaal. In oktober 1962 kwam het tot een zeer ernstig conflict met de Sovjet-Unie, dat raketten wilde opstellen op Cuba.

John F. Kennedy, 35e president van de Verenigde Staten

foto: Cecil Stoughton, White House, publiek domein

In augustus 1963 werd er een verdrag ondertekend met de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië over het verbod op bovengrondse kernproeven. Op 22 november 1963 werd president Kennedy in Dallas, Texas vermoord, en dat zorgde voor een schok in de hele wereld.

Vietnam-oorlog

Rond deze tijd verstrikten de Verenigde Staten zich steeds meer in het Vietnamese conflict. Eind 1963 waren er al 16.000 Amerikaanse “adviseurs” aanwezig in dat land. Op 2 augustus 1964 nam de opvolger van Kennedy, vice-president Lyndon B. Johnson, het besluit om de Noord-Vietnamese marinebasses en olieopslagplaatsen te bombarderen, met als aanleiding het door de Verenigde Staten uitgelokte incident in de Golf van Tonkin.

In vier jaar tijd werd de sterkte van de Verenigde Staten in Vietnam tot meer dan 550.000 man. De steeds heviger luchtbombardementen op Noord-Vietnam lokten scherpe protesten uit, zowel in het buitenland als in de Verenigde Staten zelf.

Nadat president Johnson de bombardementen in maart 1968 had stopgezet, begonnen op 13 mei in Parijs onderhandelingen waaraan werd deelgenomen door de Verenigde Staten, Zuid-Vietnam, Noord-Vietnam en het Vietnamese nationale Bevrijdingsfront (N.L.F.).

Lyndon B. Johnson, 36e president van de Verenigde Staten

foto: bdiYoichi Okamoto (1915–1985), publiek domein

Dit leverde echter weinig op en in 1968 begon het zogenaamde Tet-offensief van N.L.F. en Noord-Vietnamese troepen op de voornaamste steden en bases in Zuid-Vietnam en liepen de Amerikaanse verliescijfers hoog op. In juni 1969 maakte de opvolger van Johnson, Richard M. Nixon, bekend dat spoedig een begin zou worden gemaakt met de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Zuid-Vietnam en dat Noord- en Zuid-Vietnam het maar zelf maar moesten uitzoeken. In maart 1972 waren er nog maar 60.000 man Amerikaanse grondtroepen in Zuid-Vietnam, die echter niet meer aan de oorlogshandelingen deelnamen; wel werden in december 1971 de bombardementen op Noord-Vietnam voortgezet en in april 1972 nog eens verhevigd.

Na het hervatten van de Parijse onderhandelingen in mei 1972 kwam in oktober een ontwerp-overeenkomst tot stand, die voorzag in een onmiddellijk staakt-het-vuren en de bereidheid tot onderhandelingen tussen de strijdende partijen.

De Verenigde Staten zouden meteen na de ondertekening alle militaire acties beëindigen en hun strijdkrachten terugtrekken. Door de Verenigde Staten werd de ondertekening van het akkoord afhankelijk gesteld van de vervulling van een aantal nieuwe eisen, zoals de erkenning van de 17e breedtegraad als een voorlopige politieke scheidslijn. De erkenning van de soevereiniteit van Zuid-Vietnam en de terugtrekking van de Noord-Vietnamese troepen uit Zuid-Vietnam. Toen Noord-Vietnam hier niet op inging, vonden in opdracht van president Nixon van 18 tot 30 december massale bombardementen op de grote Noord-Vietnamese steden plaats. Naar aanleiding hiervan keerde een groot deel van de publieke opinie in de hele wereld zich fel tegen de Verenigde Staten.

Proesteten tegn de aanwezigheid van de Verenigde staten in Vietnam

foto: Frank Wolfe, Lyndon B. Johnson Library, publiek domein

Op 23 januari 1973 werden de minister van Buitenlandse zaken Henry Kissinger en de Noord-Vietnamese afgevaardigde Le Duc Tho de zogenaamde Akkoorden van Parijs ondertekend, waardoor officieel een einde kwam aan de oorlog in Vietnam, die, met korte onderbrekeingen, sinds de Franse herovering van Saigon in 1945 meer dan 27 jaar had geduurd. De terugtrekking van de laatste Amerikaanse troepen eindigde in maart 1973.

Achteraf gezien werd de Vietnamoorlog de grootste blamage voor de Verenigde Staten in lange tijd. In 1973 moest het land zich in schande terugtrekken uit het land en werd het gevecht aan het slecht opgeleide Zuid-Vietnamese leger overgelaten.

In de Verenigde Staten zelf verloor de politiek langzaam haar greep op de samenleving: problemen met de zwarte bevolking, armoede, onrust onder de jeugd en gewelddadig verzet op de universiteiten en geweld en misdaad waren schering en inslag. Johnson had in 1964 nog ruim de presidentsverkiezingen gewonnen, maar besloot zich in maart 1968 niet meer herkiesbaar te stellen. Tijdens de verkiezingscampagne werd de democratische leider Robert Kennedy vermoord en slaagde de Republikeinse kandidaat Richard M. Nixon erin met een minieme meerderheid te winnen van de democraat Hubert Humphrey.

De jaren zeventig

Onder Nixon zochten de Verenigde Staten in 1971 toenadering tot China en in 1972 tot de Sovjet-Unie. Intern trachtte Nixon via een gematigd conservatieve koers de tegenstellingen onder de bevolking te kalmeren. In november 1972 won hij met overweldigende meerderheid de verkiezingen van zijn Democratische opponent George McGovern. De beëindiging van de oorlog in Vietnam was het laatste hoogtepunt onder zijn bewind dat vlak daarna in sneltreintempo afbrokkelde door met name de Watergate-affaire, waarbij het Witte Huis betrokken was. Het was een reeks van politieke en financiële schandalen die uiteindelijk leidden tot het aftreden van president Nixon.

Richard Milhous Nixon, 37e president van de Verenigde Staten

foto: Department of Defense, publiek domein

In het hoofdkwartier van de Democratische partij in het Watergate-gebouwencomplex in Washington werd in juni 1972, tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap, een inbraak gepleegd met het doel er afluisterapparatuur te plaatsen. Het bleek een onderdeel te zijn van een complex van praktijken van Republikeinse kant om de Democratische Partij schade toe te brengen en zo de herverkiezing van president Nixon te verzekeren. Later kwam de corruptie van de Republikeinse partij om verkiezingsgelden te krijgen aan het licht, geheime lijsten in het Witte Huis van politieke tegenstanders wier telefoons werden afgetapt en werden er lastercampagnes tegen Democratische presidentskandidaten gevoerd en inbraken georganiseerd.

Nadat de justitiële commissie van het Huis van Afgevaardigden op 27 juli impeachment (procedure tot afzetting) had aanbevolen en Nixon zelf door een opzienbarende verklaring op 5 augustus zijn betrokkenheid bij het schandaal had toegegeven, bleek zijn positie onhoudbaar te zijn geworden. Op 9 augustus 1974 trad hij af en werd opgevolgd door vice-president Gerald Ford.

Watergate complex from the air

foto: Indutiomarus, publiek domein

Onder zijn bewind kwam het land weer min of meer tot rust en verminderden de nationale tegenstellingen. In 1976 werd Ford opgevolgd door de Democraat Jimmy Carter uit de staat Georgia. Ook hij was geen groot leider die het Amerikaanse volk kon bezielen, en had bovendien grote problemen met het Congres. Zijn belangrijkste triomfen lagen op het gebied van de buitenlandse politiek. Met name de verzoening van Israël en Egypte in de Camp David-akkoorden waren een persoonlijke triomf.

Jimmy Carter 39e president van de Verenigde Staten

foto:Department of Defense. Department of the Navy, publiek domein

Het aanzien van Carter en de Verenigde Staten werden in 1979 en 1980 weer zwaar op de proef gesteld. In Iran kwam de pro-Amerikaanse regering van de sjah ten val en werd opgevolgd door een fundamentalistisch-islamitisch bewind van geestelijken. Tot overmaat van ramp werden in november 1979 52 personeelsleden van de Amerikaanse ambassade gegijzeld en pas een jaar later vrijgelaten, precies op de dag van de inaugeratie van de nieuwe president, de conservatieve Republikein Ronald Reagan.

De jaren tachtig

Reagan werd in 1984 herkozen en onder zijn bewind werd de bureaucratie van de federale overheid teruggebracht en enorme belastingverlagingen doorgevoerd. De defensieuitgaven stegen echter zozeer dat er toch een enorm begrotingstekort ontstond waarvan de mensen die op sociale zorg waren aangewezen de dupe werden.

Ook Reagan was een echte “containment”-fan, gericht op het terugdringen van het communisme in onder andere Grenada, El Salvador en Nicaragua.

Ronald Raegan, 40e president van de Verenigde Staten

foto: onbekend, publiek domein

Hij voerde een harde lijn ten opzichte van de Sovjets die pas ontdooide toen in de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov aan de macht kwam, die een politiek van glasnost (openheid) en perestroika (verandering) voerde. Besprekingen tussen de beide supermachten leidden tot verregaande wapenbeheersingsakkoorden (SALT- en START-akkoorden) in.

In 1986 kwam de zogenaamde Iran-Contra-affaire aan het licht, waarbij de Verenigde Staten illegaal wapens verkochten aan Iran en met de opbrengst daarvan het verzet tegen de linkse regering van Nicaragua financierde.

De Bush-regering (1988-1992)

De verkiezingen in november 1988 werden gewonnen door de vice-president van Reagan, George Bush. In het Congres daarentegen verstevigden de Democraten hun meerderheid in beide huizen.

In 1989 zou de totale wereldpolitiek overhoop gegooid worden door de omwenteling in Oost-Europa waardoor de Verenigde Staten zich niet langer op het terugdringen van de communistische invloedsfeer hoefden te bekommeren. Tijdens de topconferentie op Malta in december 1989 maakten Bush en Gorbatsjov formeel een einde aan de Koude Oorlog. Dit leidde direct tot het uiteenvallen van de Sovjet Unie, waarbij geheel Oost-Europa zich bevrijdde van de communistische regimes. In hetzelfde jaar besloot Bush tot een invasie in Panama om het bewind van dictator en drugshandelaar Manuel Noriega omver te werpen.

George Bush, 41e president van de Verenigde Staten

foto: onbekend, publiek domein

Doordat het evenwicht tussen de twee supermachten wegviel, ontstonden overal op de wereld nieuwe brandhaarden. Zo viel in 1990 Irak Koeweit binnen, wat leidde tot de eerste Golfoorlog. In het binnenland was het economische en sociale beleid niet erg gericht op de economisch zwakkeren, waardoor de levensomstandigheden van de zwarte bevolking achteruit ging, en dat leiddde tot veel geweld en onrust.

De Clinton-regering (eerste ambtstermijn)

De presidentsverkiezingen van 1992 werden gewonnen door de Democratische kandidaat Bill Clinton en hij werd de 42ste president van de Verenigd Staten. De meerderheid in het Congres was wederom Democatisch. In de eerste week van januari 1993 sloten de toen nog in functie zijnde president Bush en zijn Russische ambtsgenoot Jeltsin een kernwapenakkoord, START II, waarbij Rusland en de Verenigde Staten zich verplichtten het aantal langeafstandskernwapens in tien jaar tijd drastisch terug te brengen.

Bill Clinton, 42e president van de Verenigde Staten

foto: Bob McNeely, The White House, publiek domein

Eind februari van dat jaar ontplofte er een autobom in de parkeergarage onder een van de twee torens van het New Yorkse World Trade Center; er vielen zes doden en meer dan duizend gewonden. In 1994 kwam Clinton in een lastig parket te zitten door de Whitewater-affaire (financiële transacties tijdens zijn gouverneurschap van Arkansas) en door de beschuldiging van seksuele intimidatie door een vroegere medewerkster uit Arkansas, Paula Jones.

Eveneens in februari werden de economische sancties tegen Vietnam opgeheven en vroegen de Verenigde Staten sancties in te stellen tegen Noord-Korea, dat weigerde inspecteurs van het internationale atoomagentschap IAEA toe te laten tot nucleaire installaties. In juni stapten de Noord-Koreanen uit het IAEA en dreigden met oorlog, maar oud-president Carter slaagde erin de Noord-Koreanen te bewegen hun kernwapenprogramma’s stop te zetten.

Wat de oorlog in Bosnië betreft pleitte de Verenigde Staten ervoor om krachtiger op te treden tegen de Serviërs en opheffing van het wapenembargo tegen de moslims. In december 1994 kwam na bemiddeling van alweer Carter een staakt-het-vuren tot stand. In augustus 1995 sprak Clinton zijn veto uit over een wetsontwerp om het wapenembargo tegen Bosnië eenzijdig op te heffen. In november werd er na moeizame besprekingen in Dayton, Ohio, een vredesverdrag gesloten tussen de presidenten van Bosnië, Servië en Kroatië.

Een paar maanden eerder was er in Washington al een einde gemaakt aan de sinds 1948 bestaande staat van oorlog tussen Israël (Rabin) en Jordanië (Hoessein).

Ondertekenaars Dayton-verdrag

foto: NATO, publiek domein

In juli 1994 werden er onder andere congresverkiezingen gehouden die desastreus uitpakten voor de Democratische Partij. Zij verloor voor het eerst sinds 1954 de meerderheid in beide huizen van het Congres. Van de 50 staten vielen er 31 toe aan de Republikeinen en 18 aan de Democraten.

De economie ontwikkelde zich in dat jaar voorspoedig met inflatiecijfers van nog geen 2% en een begrotingstekort dat het laagste was in vijf jaar. Dat de verkiezingen desondanks verloren gingen lag aan het feit dat het economische herstel door de meeste mensen nauwelijks gevoeld werd. Het bedrijfsleven saneerde op grote schaal waardoor veel mensen op straat kwamen te staan. Ook het softe beleid tegenover immigranten, criminelen en andere minderheden speelde de Democraten parten.

In oktober 1994 werd een overeenkomst bereikt met Japan, waarbij Japan beloofde om de handelsbeperkingen op onder andere telecommunicatiemiddelen, verzekeringen en medische apparatuur aan te pakken.

Door de nieuwe machtsverhoudingen in het Congres werden in 1995 wetsvoorstellen maar zelden door beide huizen goedgekeurd en waren er elke keer moeizame compromissen nodig tussen het Witte Huis en de Senaat. In juni werden de Clintons vrijgesproken van dubieus gedrag inzake de Whitewater-affaire en in oktober werden de fundamentalistische moslimverdachten van de aanslag op de het World Trade Center schuldig bevonden, en tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. De Egyptische leider van de groep, Omar Abdel Rahman, werd tot levenslang veroordeeld.

Protesteerders wilden Omar Abdel Rahman vrij hebben

foto: Lilian Wagdy, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

1995 was ook het jaar van het grote conflict tusen de regering-Clinton en het door de Republikeinen beheerste congres over de begroting van 1996. Als gevolg van de patstelling werden er eind 1995 honderdduizenden ambtenaren op non-actief gesteld. Begin 1996 werd het geschil bijgelegd en konden de ambtenaren weer aan het werk.

Onder Amerikaanse leiding kwam eind 1995 het vredesakkoord van Dayton tot stand. Bosnië werd verdeeld in een Servisch en Moslim-Kroatisch deel en een grote internationale troepenmacht, met onder meer 20.000 Amerikaanse militairen, ging er op toezien dat het bestand werd nageleefd.

In augustus werd de bijstandswet uit 1935 grondig herzien; van een federeale aangelegenheid werd de uitvoering van deze wet aan de afzonderlijke staten gedelegeerd. In het najaar werd er een nieuwe immigratiewet aangenomen die de rechten en plichten van vluchtelingen en asielzoekers regelde.

President Clinton en zijn vrouw Hillary werden intussen nog steeds geconfronteerd met de Whitewater-affaire en de zaak ‘Paula Jones’, die Clinton beschuldigde van ongewenste intimiteiten toen hij nog gouverneur van Arkansas was.

Tweede ambtstermijn Clinton

In maart 1996 werd de wet-Helms-Burton aangenomen, die buitenlandse bedrijven dreigde met sancties indien ze toch handel dreven met Cuba.

In juni 1996 drong Clinton aan op een internationale aanpak van het terrorisme, maar kreeg de Europese landen niet mee door de Amerikaanse buitenlandse politiek ten opzichte van Libië en Iran.

De relatie met China kwam in dit jaar ook sterk onder druk te staan. Exportkredieten van Amerika werden stopgezet in verband met de Chinese levering van nucleaire technologie aan Pakistan en China. China dreigde daarop Amerikaanse bedrijven te passeren ten gunste van Europese bedrijven na voortdurende kritiek van de Amerikanen op de mensenrechtenproblematiek in China. De verkiezingen van 1996 werden weer gewonnen door Clinton en zijn vice-president Al Gore, maar de Republikeinen bleven hun meerderheid in het Congres houden.

Campagnevlag Bill Clinton en Al Gore

foto: Bill Clinton presidential campaign, 1996, publiek domein

De economie trok verder aan in 1996: de werkloosheid daalde naar ca. 5% en het BNP steeg met 2,4%.

Ook in 1997 bleef men Clinton achtervolgen met de Paula Jones- en de Whitewater-affaire. Daar kwam de Monica Lewinsky-zaak nog bij die er bijna voor zou zorgen dat Clinton afgezet werd, via een zogenaamde impeachment-procedure.

Clinton zou gelogen hebben dat hij seks zou hebben gehad met zijn stagiaire Monica Lewinsky. De impeachment-procedure werd door de Republikeinen daadwerkelijk ingezet, maar de procedure eindigde op 12 februari 1999 met een vrijspraak, uitgesproken door de Senaat.

In maart 1997 werd er door Clinton en de Russische president Jeltsin weer gepraat over kernwapenreductie en over de relatie tussen de NAVO en de Russische Federatie. Met Japan werd het defensieverdrag herzien, maar mocht Amerika de militaire basis op het Japanse eiland Okinawa behouden.

De spanningen tussen Amerika en Irak liepen in oktober 1997 weer op toen Irak Ameikaanse leden van de VN-ontwapeningscommissie het land uit stuurde en dreigde Amerikaanse verkenningsvliegtuigen neer te halen. De Verenigde Staten vonden nu de tijd rijp om in te grijpen maar kregen geen steun van de VN-Veiligheidsraad.

In dezelfde maand bereikten de betrekkingen met Israël een dieptepunt, na de weigering van premier Netanyahu om de vredesakkoorden met de Palestijnen van 1993 en 1995 na te komen. Een jaar later kwam er toch een akkoord over verdere Israelische terugtrekkingen uit bezet Palestijns gebied.

De betrekkingen met China verbeterden ondanks kritiek van Clinton op het mensenrechtenbeleid, nota bene gedaan voor de Chinese televisie. In oktober 1997 hadden Clinton en de Chinese president Jiang Zemin een aantal politieke en economische overeenkomsten gesloten.

Politiek gezien liep deze zwarte episode in het leven van Clinton niet eens zo slecht af. Bij tussentijdse verkiezingen leden de Republikeinen een nederlaag tegen de Democraten, waarbij de Republikeinse meerderheid in het Huis zelfs daalde en het aantal Republikeinse gouverneurs met één daalde van 32 naar 31.

Opmerkelijk was wel de grote zege van de Republikeinse senator George Bush van Texas, zoon van voormalig president Bush, en getipt als presidentskandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2000.

In augustus 1998 werden er gelijktijdig bomaanslagen gepleegd op de Amerikaanse ambassades in Tanzania en Kenia. Tientallen mensen werden gedood, waaronder 12 Amerikanen. De Saoedische terrorist Osama bin Laden werd als brein achter de aanslag vermoed, die vanuit Afghanistan zou opereren. Als represaillemaatregel voerden de Verenigde Staten, ondanks veel kritiek, raketaanvallen uit op Afghanistan en een verdachte chemische fabriek in Soedan.

Zelfmoordaanslag op de Ambassade van de Verenigde Staten in Dar-es-Salaam, Tanzania

foto: DS Records, publiek domein

Eind oktober 1998 werden VN-wapeninspecteurs uit het Irak van Saddam Hoessein gezet, maar zij konden na een veroordeling door de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad weer terugkeren. In december werden ze echter weer gehinderd in hun werk en dat was voor de Verenigde Staten en Groot-Brittannië het sein om Irak aan te vallen (operatie Desert Fox of Tweede Golfoorlog). Op Irakese militaire doelen en op installaties waar Irak nucleaire, chemische of biologische wapens kon produceren werden honderden bombardementen uitgevoerd en meer dan 400 kruisraketten afgevuurd. Dit alles leidde echter wéér niet tot de val van Saddam Hoessein.

In 1998 bemoeiden de Verenigde Staten zich ook met de crisis in Kosovo, waar de Serven van president Milosevic en Kosovaarse opstandelingen een bloedige strijd uitvochten. Zware druk van de Amerikanen en onderhandelingen met beide partijen liepen op niets uit. Het vredesplan dat uit een conferentie over Kosovo voortkwam (Rambouillet, februari 1999), voorzag in zelfbestuur van Kosovo voor een interimperiode van drie jaar, met als toezichthouder een NAVO-vredesmacht.

Joegoslavië (lees: Milosevic) ging echter niet akkoord met de voorstellen, waarna de NAVO eind maart begon met het bombarderen van Servische en Kosovaarse militaire doelen. Op 9 juni 1999 zegde Milosevic toe zijn troepen uit Kosovo terug te trekken, o.a. vanwege het dreigement van Clinton om grondtroepen in te zetten.

Amerikaanse en Russische militairen in Kososvo

foto: Spc. Christina Ann Horne (U.S. Army), publiek domein

Door de oorlog bekoelden de betrekkingen met Rusland aanvankelijk, maar uiteindelijk speelde Rusland zelfs de rol van bemiddelaar en nam ook deel aan de VN-vredesmacht, KFOR. Ook met China stonden de betrekkingen op een laag pitje na een aanval op de Chinese ambassade in Belgrado, waarbij drie doden vielen.

De betrekkingen met China bleven in 1999 nog zeer gespannen door de kwestie Taiwan en de voorwaarden voor Chinese toetreding tot de Wereld Handels Organisatie (WHO). De WHO-onderhandelingen verliepen zeer moeizaam en pas in september 1999 bereikten beide landen overeenstemming over de voorwaarden tot toetreding. In juni hadden de Amerikanen al succesvol bemiddeld in een nieuw diplomatiek conflict tussen Taiwan en China. Zelfs een heus spionageconflict over de productie van kernwapens kon de “goede” betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China niet schaden. Op 14 december 1999 werd de soevereiniteit over het Panamakanaal officieel overgedragen aan Panama.

De presidentsverkiezingen wierpen in 1999 ook al hun schaduwen vooruit via de voorverkiezingen. Na de laatste voorverkiezingen op 7 maart 2000 bleven George Bush voor de Republikeinen en Al Gore voor de Democraten over als presidentskandidaten. Na een lange periode van onzekerheid na de verkiezingen van 7 november 2000 werd gouverneur George W. Bush van Texas halverwege december tot winnaar verklaard. Op 20 januari 2001 legde Bush de eed af als 43ste President van de VS. Hij was de eerste president in zeer lange tijd die wel de meerderheid van kiesmannen per staat behaalde (electoral vote), maar niet de meerderheid van alle uitgebrachte stemmen (popular vote).

George W. Bush, 43e president van de Verenigde Staten

foto: White house photo by Eric Draper., publiek domein

Aanval op Amerika en oorlog in Afghanistan

Op 11 september 2001 vonden er terroristische aanvallen met gekaapte passagiersvlieftuigen plaats op de Twin Towers van het World Trade Center op de zuidelijke punt van Manhattan, New York en op het Pentagon in Washington. Beide torens stortten na ongeveer een uur compleet in, en duizenden mensen uit 62 landen vonden de dood, inclusief alle inzittenden in de voor de aanslag gebruikte vliegtuigen. De aanslagen werden door geen enkele organisatie opgeëist, maar algemeen werd aangenomen dat de Saoediër Osama bin Laden er weer achter zat. Bin Laden zou in Afghanistan verborgen zitten, maar het Taliban-bewind wenste hem niet uit te leveren.

Aanslag op de Twin Towers, Verenigde Staten

foto: Michael Foran, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De Verenigde Staten beschouwden de aanvallen als een directe oorlogsverklaring aan het land en verklaarden op hun beurt de oorlog aan het terrorisme en aan de staten die terroristen verborgen hielden zoals Afghanistan, ondersteund door de NAVO. In september/oktober 2001 raakten ook verschillende mensen in de Verenigde Staten besmet met de miltvuurbacterie (anthrax).

In Afghanistan bereidde het Taliban-bewind zich voor op een oorlog. De Verenigde Staten kregen toestemming om van Pakistaans grondgebied te opereren en Amerikaanse en Britse troepen werden in de regio gestationeerd. Op 7 oktober begonnen de Amerikaanse bombardementen op doelen in Afghanistan. Half november werden de eerste grote successsen geboekt en viel de hoofdstad Kabul in handen van het Noordelijk Front, en ook de belangrijke stad Kandahar viel in handen van de oppositie. Ondanks alles werd Osama bin Laden niet gevonden. Op diplomatiek niveau werd er ondertussen hard gewerkt aan de vorming van een overgangsregering.

De beurskoersen zakten onmiddellijk na de aanslag fors in, met name die van vliegtuigmaatschappijen en aanverwante bedrijven. Een maand na de aanslag hadden 200.000 Amerikanen hun baan verloren.

Weer oorlog met Irak

Op 8 november 2002 neemt de Veiligheidsraad resolutie 1441 aan. Irak krijgt daarin een laatste kans zich te ontwapenen en de inspecteurs onbelemmerde toegang te verlenen. De resolutie stelt dat weigering voor Irak 'ernstige gevolgen' zal hebben als het land opnieuw weigerde mee te werken aan de uitvoering van deze en eerdere resoluties. VN-wapeninspecteurs startten daarop onderzoek in Irak naar de aanwezigheid van massavernietigingswapens. Op 27 november worden onder leiding van de Zweedse VN-diplomaat Blix de wapeninspecties hervat.

Het lukte de leden van de Veiligheidsraad echter niet om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Een aantal landen wilde de wapeninspecteurs begin maart 2003 nog meer tijd geven. Maar met name Amerika en Groot-Brittannië vonden dat Irak de 'laatste kans' verspeeld had.

Kort daarop, in de nacht van woensdag op donderdag 20 maart 2003 kondigde president Bush het begin van de oorlog tegen Irak aan. De oorlog begon met een precisieaanval op Saddam Hoessein. ’s Avonds begonnen Amerikanen en Britten met de grondaanval in het zuiden van Irak en de volgende dag werd de hoofdstad Bagdad met raketten bestookt. Door een helikopterongeluk kwamen de eerste geallieerde militairen om het leven. Zaterdag 22 maart volgen er weer zware bombardementen op de steden Bagdad, Kirkuk, Umm Qasr en Basra, waarna duizenden Iraakse militairen zich overgaven. Een dag later werden de eerste geallieerden krijgsgevangen genomen.

Dinsdag 25 maart werd de opmars gestuit door zware zandstormen, de luchtbombardementen gingen echter gewoon door. Umm Qasr wordt vrij verklaard en daar kwamen ook de eerste hulpgoederen aan. Vrijdag 28 maart werd bekend gemaakt dat grote delen van West-Irak waren ingenomen door Amerikaanse commando’s. Op maandag 31 maart werden de eerste gevechten bij Bagdad gemeld, en Britse troepen trokken de zuidelijke stad Basra binnen. Op woensdag 2 april stonden de Amerikanen op 30 kilometer van Bagdad en een dag later rukten troepen op naar het internationale vliegveld Saddam Hoessein bij Bagdad. Van het verwachte gebruik door Irak van chemische wapens was nog steeds geen sprake.

Zaterdag 5 april ‘verkenden’ Amerikaanse tanks zonder veel problemen het centrum van Bagdad en een dag later landden de eerste Amerikaanse vliegtuigen op de internationale luchthaven. Britse troepen drongen door tot in het centrum van Basra. Op maandag 7 april deelden de geallieerden een aantal psychologische klappen uit aan de Irakezen: een van Saddam Hoesseins paleizen werd bezet en Ali Hassan al-Majid, alias “Ali Chemicali’, werd dood aangetroffen. Hij was de Irakese specialist op het gebied van massavernietigingswapens. President Bush en de Britse premier Blair ontmoetten elkaar in Noord-Ierland.

Bewind Saddam Hoessein ten val gebracht

foto: onbekend, publiek domein

In de nacht van dinsdag op woensdag 9 april bleven de Amerikaanse troepen in het centrum van Bagdad. Op woensdag kreeg de Irakese bevolking in Bagdad door dat het bewind van Saddam Hoessein eigenlijk ten val was gebracht, en sloeg de angst om in enthousiasme. In het centrum van Bagdad trokken Amerikanen onder groot gejuich van de Irakezen een standbeeld van Saddam Hoessein om.

2004-2008

De binnenlandspolitieke discussies in het Congres worden in grote mate bepaald door de aanslagen in New York en op het Pentagon in 2001 ('9/11') en de binnenlandse economie. Sterke nadruk ligt op onderwerpen als terrorismebestrijding, economie en werkgelegenheid, (verlaging van) belastingen, energiebeleid en sociale zekerheid (vergrijzing, gezondheidszorg). De verkiezingen in november 2004 hebben Republikeinse meerderheden in Senaat en Huis van Afgevaardigden opgeleverd en daarmee zit de regering stevig in het zadel tot de presidentsverkiezingen van 2 november 2008. De regering is (neo-)conservatief. Het is te verwachten dat na het conflict Irak vooral de aandacht zal uitgaan naar de economische situatie en andere binnenlandse onderwerpen die dicht bij de gemiddelde Amerikaan staan.

In november 2006 vonden nieuwe verkiezingen plaats voor het Congres en de Senaat. Naast het conflict in Irak is vooral de aandacht zal uitgegaan naar de economische situatie, energiezekerheid, het klimaat en andere binnen­landse onderwerpen die dicht bij de gemiddelde Amerikaan staan. Bij deze verkiezingen hebben de democraten zowel in het Congres als in de Senaat de meerderheid behaald. In maart 2008 krijgt John McCain (oorlogsveteraan) de nominatie om voor de republikeinen kandidaat te zijn voor de presidentsverkiezingen en in juni beslist Barack Obama de strijd om de democratische nominatie in zijn voordeel tegen Hillary Clinton. In november 2008 verslaat Barack Obama John McCain en zal de eerste zwarte president van de Verenigde Staten worden.

Barck Obama, eerste zwarte president van de Verenigde Staten

foto: Official White House Photo by Pete Souza, publiek domein

De Obama-regering

In januari 2009 werd Obama ingezworen als president van de Verenigde Staten en stelt onmiddellijk voor om 800 miljard dollar in de economie te pompen.In februari 2009 keurt het Congres dit grotendeels goed. In november 2009 komt de VS uit de recessie. In maart 2010 loodst Obama een nieuw systeem om de gezondheidszorg te hervormen door het congres, ondanks zware tegenstand van de Republikeinen. In mei 2010 voltrekt zich een olieramp in de Golf van Mexico. In mei 2011 slagen commando's er in de Al-Queda leider Osa Bin Laden te doden.

Barack Obama volgt ontwikkelingen arrestatie Osama Bin Laden

foto: Pete Souza, Official White House Photographer, publiek domein

Obama werd in 2012 bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen herverkozen door de Republikeinse kandidaat Mitt Romney met ruime voorsprong qua kiesmannen te verslaan. Hij is de eerste Democratische kandidaat sinds Franklin D. Roosevelt die twee achtereenvolgende presidentsverkiezingen wint met een meerderheid aan voorkeurstemmen. In 2013 vliegen democraten en republikeinen elkaar in de haren over de overheidsfinanciën. In 2014 wordt een voorlopig akkoord bereikt. In april 2014 kondigen de VS en de EU sancties aan tegen Rusland vanwege de annexatie van de Krim en de Russische bemoeienis met Oekraïne. In november winnen de Republikeinen een meerderheid in de Senaat en hebben zodoende een meerderheid in zowel congres als senaat.

In maart 2015 kondigt president Obama aan dat Amerikaanse adviseurs voorlopig nog in Afghanistan zullen blijven. In juli 2015 heropenen Cuba en de Verenigde Staten wederzijds hun ambassades, een enorme stap voorwaarts voor het normaliseren van de betrekkingen. In 2016 zijn er veel aanslagen door Islamitische staat, onder andere op een homoclub in Orlando. De Verenigde Staten maken zich op voor de presidentsverkiezingen van november 2016. Hillary Clinton is kandidaat voor de democraten en Donald Trump voor de republikeinen.

De Trump-regering

In november 2016 wint tot de verrassing van bijna iedereen Donald Trump de presidentsverkiezingen. Hij treedt in januari 2017 aan onder de slogan America First. In april 2017 bombarderen de VS een Syrische luchtmachtbasis en besluiten ze Koerdische strijdkrachten te bewapenen in de strijd tegen Islamitische Staat. President Trump waarschuwt Noord-Korea dat het met militaire represailles te maken kan krijgen wanneer het zijn kernprogramma doorzet. In mei 2017 ontslaat Trump FBI directeur James Comey en ontstaat er onrust over inmenging van de Russen bij de verkiezingen van afgelopen november.

In augustus 2017 komt Trump in opspraak wanneer hij laks reageert op geweld in Charlottesville veroorzaakt door uiterst rechts. Eind 2017 loopt de spanning met Noord-Korea op en Trump zegt op Twitter dat hij een grotere rode knop heeft dan Noord-Korea. In januari 2018 wordt bekend dat de Nederlandse inlichtingendienst een groot aandeel heeft gehad in de bewijsvoering rond de Russische inmenging bij de Amerikaanse verkiezingen. De AIVD heeft een Russische hackersgroep op heterdaad betrapt.

Donald Trump, 45e president van de Verenigde Staten

foto: bd>Shealah Craighead (1976–), publiek domein

In april 2018 beginnen de Verenigde Staten en China een handelsoorloog, met importheffingen tot wel 25%. Trump ontmoet de Noord-Koreaanse leider Kin Jong-un in juni in Singapore en de spanningen lijken wat te verminderen, maar een echte doorbraak blijft uit.

Bij de verkiezingen van november 2018 verkrijgen de democraten een meerderheid in het Huis van afgevaardigden. In maart 2019 concludeert het Mueller rapport dat er geen overtuigend bewijs is voor Russische inmenging bij de verkiezing van Donald Trump. President Trump communiceert ondertussen voornamelijk via het sociale medium Twitter.

In maart 2020 wordt de noodtoestand uitgeroepen in de Verenigde Staten vanwege de Covid-19 pandemie. Trump bagatelliseerde aanvankelijk de aard en omvang van de pandemie, maar hedentendage is de Verenigde Staten het meest getroffen land.

Demonstratie Black Lives Matter in Verenigde Staten

foto: The All-Nite Images, CCAttribution-Share Alike 2.0 Generic no chnges made

In mei 2020 komt de Afro-Amerikaan Georg Floyd om door extreem politiegeweld. De hele wereld raakt in de ban door deze gebeurtenis en er onstaat een wereldwijde"Black lives matter" beweging.

Joe Biden

In november 2020 verslaat de democraat Joe Biden de zittende president Trump, die moeite heeft zijn verlies te erkennen. Na een chaotische verlopen tussenperiode met als dieptepunt de gewelddadige bestorming van het Capitool door Trumpaanhangers wordt Joe Biden op 20 januari 2021 geïnaugureerd als president. Zijn vicepresident is Kamala Harris, de eerste vrouw in deze functie. Biden ‘s eerste prioriteiten zijn de bestrijding van de Covid pandemie, het versterken van de nationale eenheid en het herstellen van diplomatieke banden. Hij wil onder meer de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het klimaatakkoord van Parijs en de uittreding uit de WHO terugdraaien.

Joe Biden, 46e president van de Verenigde Staten

Photo:The white house in het publieke domein

Bevolking

Samenstelling van de bevolking

De bevolking van de Verenigde Staten omvat een grote verscheidenheid aan groepen, zowel naar ras als naar land. Deze pluriformiteit is sinds de jaren zestig nog toegenomen door massale immigratie vanuit Afrika, Azië en Latijns-Amerika. In diezelfde periode nam de immigratie uit Europa sterk af.

De oorspronkelijke bewoners maken ca. 1% van de totale bevolking uit. De meeste indianen wonen in de westelijke staten, vaak in reservaten.

John Collier, verwantwoordelijk voor de Indian Affairs, ontmoet in 1934 de Indianenhoofden van South Dakota Blackfoot om de Wheeler-Howard Act te bespreken, later bekend als de Indian Reorganization Act

foto: onbekend, publiek domein

In 1924 kregen de Indianen het volledige Amerikaanse staatsburgerschap, terwijl de Indian Reorganization Act van 1934 de in stamverband levende Indianen de mogelijkheid tot een hoge mate van zelfbestuur gaf.

De eerste Europeanen die zich op Amerikaans grondgebied vestigden waren de Spanjaarden in de zestiende eeuw. In de zeventiende eeuw volgden de Engelsen, Schotten, Nederlanders, Duitsers en Ieren. Fransen vestigden zich in de 17e en 18e eeuw in het dal van de Mississippi.

Vanaf het begin van de 19e eeuw begon het aantal inwoners spectaculair te stijgen, van ca. 5 miljoen in 1800 tot ca. 75 miljoen aan het einde van die eeuw.

Vanaf 1830 tot aan het begin van de Burgeroorlog in 1865 volgde weer een massale immigratiegolf uit Europa, met veel Britten, Duitsers, Ieren, Nederlanders en Scandinaviërs. Zij werden snel en vrij geruisloos opgenomen in de bestaande samenleving. Na de Burgeroorlog kwam er een tweede golf immigranten uit Europa op gang, nu vooral uit Zuid- en Zuidoost-Europa (o.a. Hongaren, Italianen, Polen, Russen, Tsjechen en Oekraïners). Zij hadden eens volstrekt andere achtergrond dan de eerste golf immigranten, en vormden vaak gesloten groepen in de grote steden die nauwelijks integreerden in de samenleving. In economische en sociaal opzicht bleven ze dan ook ver achter bij de rest van de bevolking.

Immigranten worden medisch geïnspecteerd

foto: NIAID, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Een inktzwarte periode in de Amerikaanse geschiedenis vormde de tijd van de slavenhandel, toen miljoenen zwarten uit Afrika het land werden binnengevoerd en veelal tewerkgesteld werden op de zuidelijke plantages.

De slavernij werd in 1863 afgeschaft, maar een groot deel van de zwarte bevolking van de Verenigde Staten leeft nu nog steeds in vaak zeer slechte economische en sociale omstandigheden. Na de Tweede Wereldoorlog trokken veel zwarten naar de grote steden in het noorden. In 2017 vormden de zwarten ongeveer 12,6% van de totale bevolking.

Voorbeeld van een slavenschip dat slaven neer de Verenigde Staten transporteerde

foto: onbekend, publiek domein

Een zeer grote groep, op dit moment de grootste etnische minderheid, vormen de zogenaamde ‘Hispanics’, o.a. Mexicaanse Amerikanen, Porto Ricanen en Cubanen. Ook deze groep bevindt zich in een netelige sociaal-economische positie, en vormen een soort tweederangs burgers. In 2017 vormden de Hispanics ca. 16% van de totale bevolking. Sinds 1980 zijn er tienduizenden Cubanen als zogenaamde bootvluchtelingen of ‘marielitos’ naar de Verenigde Staten gekomen.

Ca. 4,8% van de bevolking) vormen Amerikanen van Aziatische afkomst, voornamelijk Japanners, Chinezen, Filippinos, Vietnamezen en Koreanen.

Een bijzondere groep vormen de Cajuns, afstammelingen van de uit Canada afkomstige Franse Acadiërs, die, nadat ze geweigerd hadden zich aan de Engelsen te onderwerpen, hun toevlucht zochten in de bayous (moerasgebieden) van de staat Louisiana.

Afkomst migranten in de periode 1820-1990

Duitsland13% / 7.047.000
Italië10% / 5.333.000
Groot-Brittannië9% / 5.064.000
Oostenrijk/Hongarije8% / 4.322.000
Canada8% / 4.290.000
Ierland7% / 4.077.000
Rusland6% / 3.433.000
Mexico5% / 2.802.000
Caribisch gebied5% / 2.520.000
Zweden2% / 1.281.000
Overigen27% / 14.259.000

Nederlanders in de Verenigde Staten

In 1609 verkende Henry Hudson, die in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie een weg naar Indië zocht, het gebied dat al snel bekend zou worden als Nieuw-Nederland. In 1624 werden de eerste Nederlandse kolonisten aan land gezet en in 1625 werd hun hoofdkwartier gevestigd in Nieuw Amsterdam op het eiland Manhattan, dat een jaar later voor goederen ter waarde van 27 euro van de indianen gekocht werd.

Henry Hudson

foto: {{PD-US}}, publiek domein

Toen Nieuw Amsterdam (nu: New York) aan de Engelsen verloren ging, woonden in de hele kolonie 10.000 mensen, waaronder 7.000 Nederlanders. In 1790 telde men 100.000 Amerikanen van Nederlandse afkomst, merendeels in de omgeving van New York.

Vanaf 1840 kwamen Nederlanders in groten getale naar Amerika. Hun komst was een onderdeel van de Europese uittocht, die tussen 1800 en 1950 ca. 40 miljoen emigranten met een Amerikaanse bestemming omvatte. De Nederlandse emigratie naar de Verenigde Staten omvatte tussen 1835 en 1960 minstens 350.000 personen. De Nederlanders kwamen in vijf golven: 1846-1857, 1865-1873, 1880-1893, 1903-1914, 1946-1960.

Spreiding en enige demografische cijfers

Aantal inwoners per juli 2017 bedroeg 326.625.791, en de Verenigde Staten is daarmee na China en India het derde grootste land ter wereld voor wat betreft de bevolkingsomvang.

De bevolkingsspreiding in de Verenigde Staten is zeer ongelijk. Alaska en de woestijngebieden in het westen hebben een bevolkingsdichtheid van minder dan 10 inwoners per km². Het oosten, de gebieden om de Grote Meren en delen van Texas en Californië hebben daarentegen een zeer hoge bevolkingsdichtheid. De gemiddelde bevolkingsdichtheid van de Verenigde Staten bedraagt ca. 33 inwoners per km². (2017) De staat Wyoming heeft een bevolkingsdichtheid van 2 inwoners per km², terwijl dit in New Jersey tot 366 inwoners per km² is opgelopen.

Buford in Wyoming, kleinste dorp in de Verenigde Staten met 1 inwoner

foto: Zanygenius, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Ongeveer 82% van de bevolking woont in een stedelijk gebied. Californië en sommige noordoostelijke staten zijn het meest verstedelijkt, relatief het minst verstedelijkt zijn de zuidelijke staten. De Verenigde Staten hebben meer dan 200 steden met meer dan 100.000 inwoners. Het grootste stedelijke gebied is de agglomeratie New York-Northern New Jersey-Long Island met een inwoneraantal van rond de 18,8 miljoen personen (2017). Met een inwoneraantal van 12,5 miljoen staat het westelijke agglomeraat Los Angeles-Riverside-Orange County op een goede tweede plaats.

De jaarlijkse bevolkingsgroei bedroeg in 2017 0,81%. Het geboortecijfer bedroeg in 2017 12.5 per 1000 inwoners; het sterftecijfer 8.2. De levensverwachting bij geboorte bedroeg in 2017 80 jaar voor mannen en voor vrouwen 82,2 jaar.

Bevolkingsopbouw naar leeftijd:

Taal

Het overgrote deel van de Amerikaanse bevolking heeft het Engels als moedertaal, maar er worden door grote groepen ook nog andere Europese en niet-Europese talen gesproken, met name Spaans. Vooral in de grote steden wonen groepen die vaak vele generaties lang de taal van herkomst hebben behouden.

Zo wordt in gedeelten van Louisiana nog steeds een Frans dialect gesproken en sommige Frans-Canadezen in New England hebben eveneens de taal van hun buren in Canada behouden.

De Portoricanen en veel mensen van Spaanse afkomst spreken Spaans. Verder hebben de Inuit in Alaska hun eigen taal en wordt er op Hawaï nog een Polynesische taal gesproken.

Inuit alfabet

foto: Mysid, publiek domein

Het Amerikaans als taal bestaat niet: er bestaat eigenlijk alleen een veramerikaanst Engels. Het grootste verschil met het Brits-Engels schuilt in de afwijkende uitspraak. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de dialecten van het noorden, oosten en zuiden, maar ondanks de grote afstanden lopen de dialecten nog altijd minder ver uiteen dan in een klein landje als Nederland. Door nieuwe levensomstandigheden en een andere mentaliteit ontstonden er wel nieuwe woorden, zegswijzen en uitdrukkingen. Sommige woorden kregen een andere betekenis, en ook op spelling- en grammaticagebied is er het een en ander veranderd. Toch zijn de taalverschillen tussen het Engels en het Engels-Amerikaans niet erg groot.

Overzicht talen in de Verenigde Staten

Foto:Dennis Bratland: CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Amerikanen houden van kort en alles wat snel gaat en tijdwinst oplevert wordt zeer gewaardeerd.

Ook in de taal is dit streven terug te vinden. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

Een andere manier om tijd te besparen is het samentrekken van woorden, zowel in de spreektaal als in de schrijftaal. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

Indianen spreken bijna allemaal Amerikaans. Daarnaast hebben tientallen sterk uiteenlopende indiaanse talen de assimilatietechniek van de Amerikaanse overheid overleefd.

Sommige etnische bevolkingsgroepen houden nog sterk vast aan de taal en de tradities van het moederland. In de grote steden is dit goed merkbaar in de vele ‘Chinatowns’ en ‘Little Italy’s’.

Chinese en Engelse namen in Chinatown San Francisco, Verenigde Staten

foto:deror_avi Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Op het platteland wordt door religieuze groeperingen zoals de mennonieten van de oude orde, hutterieten en amana nog het Duits uit de 19e eeuw gesproken.

Andere namen voor de Verenigde Staten zijn :

Godsdienst

Hoewel de staat niet één bepaalde godsdienst steunt, en iedereen het recht heeft te geloven of niet, onderstreept Amerika toch zijn gehechtheid aan de religie in het algemeen: de president legt zijn ambtseed op de bijbel af, het Huis van Afgevaardigden begint elke zitting met een gebed, en voor de rechtbank roepen de getuigen bij de eedaflegging Gods hulp in.

Dit diepgewortelde religieuze fundament van de Amerikaanse samenleving is historisch gemakkelijk te verklaren. De Europese kolonisten brachten hun godsdienst mee; sommige groepen waren zelfs uit Europa gevlucht om aan geloofsvervolging te ontkomen.

Deze mensen zochten een plek waar ze hun vaak strikte leefregels konden toepassen, en gedroegen zich zeer puriteins, een trek die ook nu nog in de Amerikaanse maatschappij terug te vinden is. Maar niet elke groep kon haar geloof meteen vrij beleven: men was vaak onverdraagzaam tegenover andersdenkenden. Uiteindelijk heeft iedereen toch zijn plek gevonden en kon zijn overtuiging behouden.

Overzicht belangrijkste godsdiensten in de Verenigde Staten

foto: Verrai, publiek domein

Na de onafhankelijkheidsoorlog werd de godsdienstvrijheid in de grondwet opgenomen en een volledige scheiding van kerk en staat doorgevoerd (1791).

Ongeveer 30% van de bevolking is protestant. Het protestantisme is sterk gepolariseerd met als extremen fundamentalisme en liberalisme (vrijzinnigheid). Er is een grote verscheidenheid van christelijke denominaties met meer dan 250 kerken, geloofsgemeenschappen en religieuze groeperingen.

De voornaamste kerktypen zijn: baptisten, methodisten, lutheranen, pinkstergemeenten, presbyterianen en hervormden, anglicanen (episcopaalse kerk) en churches of Christ. Tot de kleinere kerkgenootschappen behoren o.a. de (zevendedag)adventisten, Christian Science, Broederenkerk, Jehova's getuigen, quakers, Leger des Heils en een aantal unitarische kerken.

In de jaren zeventig kwamen verschillende anti-institutionele bewegingen als Youth for Christ en Jesus People sterk in de belangstelling; in de jaren tachtig werd in steeds toenemende mate door kerken van zeer fundamentalistische signatuur geëvangeliseerd via de televisie (de electronic church).

Youth for Christ, Verenigde Staten

foto: zactraversa, Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Tot de rooms-katholieke Kerk behoort ca. 26% van de bevolking. Er zijn 32 aartsbisdommen met in totaal 138 bisdommen. Ca. 2,6% van de bevolking is joods. Boeddhisten, islamieten en hindoes vormen kleine minderheden.

DE VERSCHILLENDE KERKEN

Baptisten

Het baptisme heeft zich vanaf 1639-1641 in Amerika los van een moederkerk ontwikkeld. Het belangrijkste kenmerk van het baptisme is de nadruk op de religieuze vrijheid. De vele groepen noemen zich liever ‘associations’ of ‘congregations’, dan kerken.

Door het ritueel van de volwassenendoop door onderdompeling wordt men volwaardig lid. Door de decentrale structuur bestaan er naast zeer vooruitstrevende gemeenschappen ook conservatief-fundamentalistische. De Southern Baptist Convention, één van de grootste baptistenconventies, ontstond in 1845 en vertegenwoordigt de meeste conservatieve baptisten. Door de rassenscheiding hebben zich ook ‘zwarte kerken’ gevormd: de twee grootste hebben miljoenen leden.

De beroemdste baptistenpredikant was ongetwijfeld de tv-dominee Billy Graham.

First Baptist Church in Ossining, New York, Verenigde Staten

foto:Daniel Case Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Methodisten

De methodistenkerk verspreidde zich in Amerika vanaf 1761. Zij legt de nadruk op de persoonlijke ervaring en moreel gedrag: zo verzet men zich tegen ‘overmatig amusement’ en roept het op tot sociale dienstbaarheid.

De Southern Methodist Church heeft ca. 10 miljoen aanhangers, de totale methodistenbeweging heeft ca. 14 miljoen leden.

Eind achttiende eeuw scheidden zich van deze beweging twee ‘zwarte kerken’ af: de African Methodist Episcopal Church en de African Methodist Episcopal Zion Church.

Hartzell Memorial United Methodist Church, Bronzeville, Chicago, Verenigde Staten

foto: Joe Ravi, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unporte no changes made

Lutheranen

Drie belangrijke groepen immigranten hebben in de 17e eeuw het lutheranisme in de Verenigde Staten geïntroduceerd. Tot 1820 bleef de samenstelling van de lutheranen sterk etnisch getint (Duitsers en Scandinaviërs).

Tegenwoordig zijn er drie sterke groeperingen, de American Lutheran Church (mid-westen en rurale gebieden), de Lutheran Church in America (in de steden), en de Lutheran Church-Missouri Synod, waarin de meeste zwarte lutheranen zitten. De laatste groepering telt 2,6 miljoen leden in 6145 congregaties.

Elke gemeenschap is autonoom en heeft een eigen structuur en liturgische vormen. Sommige groeperingen hebben bisschoppen.

St. John's Lutheran Church in Knoxville, Tennessee, Verenigde Staten

foto: Brian Stansberry, Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Presbyterianen en hervormden

Ook de presbyteriaanse groeperingen verschillen onderling sterk. Samen vormen ze de Angelsaksische variant van het calvinisme. Bij de presbyterianen ligt de nadruk op de leer van Calvijn, de idee van de predestinatie, de voorbestemdheid van de mens.

De grootste kerk is de United Presbyterian Church in the U.S.A. die al sinds 1611 in de Verenigde Staten zetelt. De Presbyterian Church in the U.S., bloeide in het zuiden van de Verenigde Staten op.

Vooral Nederlanders, Hongaren en Duitsers noemen zich hervormd, met ieder hun eigen Reformed Chrurchues. De belangrijkste hervormde groeperingen zijn sinds 1957 verenigd in de United Church of Christ.

West Angeles North Campus, Los Angeles, Californië

foto: Downtowngal, publiek domein

Episcopalisten

De huidige Episcopal Church was vroeger de Church of England, de eerste kerk die Europese kolonisten naar Amerika stuurde. De ca. 3 miljoen episcopalisten staan onder bestuur van bisschoppen; functies als paus, of kardinalen kent men niet.

United Church of God

Deze kerk heeft ca. 1 miljoen leden, is calvinistisch van doctrine, maar tegenstander van een hiërarchische structuur. Afkomstig van de Pilgrim Fathers die in 1620 aankwamen in de Amerika.

Churches of Christ-Christian Churches

Deze kerk omvat ca. 5500 congregaties in Noord-Amerika met ongeveer 1 miljoen leden. In ca. 40 andere landen wonen 150.000 leden van 1500 congregaties.

Pinksterbeweging

Diverse religieuze beweging met als twee grootste groeperingen de Assemblies of God en de Church of God in Christ.

Chistian Church

De Christian Church of Disciples of Christ is een protestantse denominatie met ca. 800.000 leden in de Verenigde Staten en Canada, en is daarmee een van de grootste in Amerika gestichte geloofsgemeenschappen. Zij begonnen hun activiteiten in Kentucky en West-Pennsylvania in de periode 1804-1809.

First Christian Church, een Disciples of Christ kerk in Center, Texas, Verenigde Staten

Photo: Billy Hathorn at en.wikipedia, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Mormonen

De Mormonen vormen een religieuze sekte, gesticht door Joseph Smith, aan wie in 1823 de bijbelse geschiedenis van Amerika geopenbaard werd: de indianen zouden volgens deze visioenen de afstammelingen zijn van de Lamanieten, de verloren stam Israëls. ‘Het Boek van Mormon’, waarin dit verhaal is opgetekend, is het heilige boek van de Mormonen die zich de ‘Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen’ (Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints) noemt.

De Mormonen vestigden zich eerst in de staat New York en vervolgens in Ohio, Missouri en Illinois, om te ontkomen aan de vervolgingen waarvan ze het slachtoffer werden.

Ten slotte trokken ze naar Utah, waar ze de stad Salt Lake City stichtten, die hun definitieve woonplaats werd. De Mormonenkerk, waarin de polygamie tot 1890 was toegestaan, kent de plaatsvervangende doop voor overledenen, en heeft in dat verband een databank samengesteld waar de genealogische gegevens van nagenoeg de hele wereld liggen opgeslagen. De kerk beschikt ook over eigen banken, verzekeringsmaatschappijen, hotels en communicatiemedia.

Salt Lake Temple, Utah, Verenigde Staten/

foto: Trödel assumed, CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Rooms-katholieken

Vanaf de zestiende eeuw werken er al katholieke missionarissen in de Verenigde Staten. In 1634 vestigden de eerste katholieke kolonisten zich in de staat Maryland. Pas vanaf 1840 groeide het aantal katholieken snel met de komst van vele Ieren en Zuid-Europeanen.

Amerikaanse andersdenkenden stond vrij lang negatief tegenover de katholieken; pas in 1961 werd de eerste katholieke president gekozen, John F. Kennedy, van Ierse afkomst. Op dit moment is de rooms-katholieke kerk de grootste kerk met ca. een kwart van de totale bevolking.

Orthodoxe kerken

Vooral na de Russische Revolutie (1917) vluchtten vele oosters-orthodoxen naar de Verenigde Staten. De Eastern Orthodox Church bestaat uit talrijke groeperingen.

Twee andere belangrijke groeperingen zijn de Greek Orthodox Archdioces of North and South America en de Orthodox Church in America.

Joden

Na 1880 kwamen er veel joden uit Centraal- en Oost-Europa naar Amerika. Zij vestigden zich vooral in de grote steden aan de oostkust en maken bijvoorbeeld een kwart van de bevolking van New York uit.

Naast de groepering van de orthodoxe joden kent de joodse gemeenschap van de Verenigde Staten twee van het traditionele orthodoxe jodendom afwijkende richtingen, namelijk die van het reformjodendom en die van het ‘conservative judaism’. Op Israël na wonen er in de Verenigde Staten de meeste joden.

United Synagogue in Hoboken, New York, Verenigde Staten
Photo: Theornamentalist CC Alike 3.0 Unported no changes made

Quakers

De quakers geloofden sterk in de gelijkwaardigheid van ieder mens, zwoeren elke vorm van geweld af en waren voorstanders van tolerantie ten opzichte van andere religies.

Op dit moment zijn er minder dan 60.000 quakers in Amerika overgebleven, die verenigd zijn in de Friends United Meeting. De quakers kennen geen predikers en houden bijeenkomsten waarbij ze lange tijd in volstrekte stilte bij elkaar zijn.

Mennonieten, Amana en Hutterieten

Vervolgingen in Europa brachten in de loop van de 19e eeuw achtereenvolgens de Duitstalige gemeenschappen Mennonieten, Amana en Hutterieten naar de Plains-staten. Hoewel ze allen bijvoorbeeld moderne kleding en elektronische hulpmiddelen afwijzen, zijn ze onderling niet verwant. Amana en mennonieten zijn geconcentreerd in Iowa.

Mennonieten zijn navolgelingen van de 16e-eeuwse Nederlandse protestantenleider Menno Simonsz. De leden van deze anabaptistische gemeenschap geloofden dat iedereen in principe priester was en de geest Gods in zich droeg.

De eveneens doopsgezinde Amish en hutterieten zijn zeer conservatieve gemeenschappen, met de nadruk op een zelfstandig geloof en afgescheidenheid, waardoor wereldse verplichtingen als dienstplicht worden voorkomen. De meeste hutterieten wonen in South Dakota.

Mennonieten verplaatsen zich nog met paard en wagen

foto: Alan Walker, CC Attribution-Share Alike 2.5 Genericno changes made

De amana behoren tot de zogeheten inspirationisten, voor wie God door middel van profeten in plaats van priesters zijn gelovigen toesprak.

"Zwarte" kerken

Griffith Chapel Christian Methodist Episcopal Church in Commerce, Texas Verenigde Staten

foto:Michael Barera, CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Veel van deze kerken zijn uiteraard ontstaan in de tijd van de rassenscheiding. Dat zoveel zwarten lid zijn van de baptistenkerken komt onder andere door de actieve missieactiviteiten die de baptisten in het verleden ontplooid hebben onder de zwarte bevolking.

Indianen

De religie van de Noord-Amerikaanse indianen is gebaseerd op voorouderverering en voert via geesten of ‘spirits’ van overleden familieleden terug naar een mythisch tijdperk waarin er onderscheid tussen mensen en dieren ontstond en de aarde en de natuur hun huidige vorm kregen. Ook de natuur in al haar verschijningsvormen is voor het geestelijke leven van de indianen belangrijk. Zo heeft vrijwel elke beek, heuvel of vlakte een religieuze betekenis. Opvallend is soms de integratie van typisch katholieke elementen in traditioneel indiaanse geloofsbelevingen, zoals altaargebruiken, de Mariavereringen en speciale feestdagen.

Sekten

Church of Satan

Ron Hubbard, stichter Scientology Church

foto: Uncredited photographer for Los Angeles Daily News, publiek domein

Samenleving

Staatsinrichting

Rond de onafhankelijkheidsverklaring in 1776 werd er voor de eerste keer in de wereldgeschiedenis een geschreven Constitutie opgesteld, een grondwet met beginselen van staatsinrichting. Op 17 september 1787 ging de Amerikaanse grondwet officieel in werking.

De Amerikaanse grondwet is gebaseerd op enkele principes die in het denken van de Verlichting belangrijk werden geacht:

Sinds 1787 zijn er enkele tientallen amendementen op de grondwet aangebracht, de zogenaamde ‘Bill of Rights’. Hierin zijn de rechten van de mens vastgelegd, waaronder vrijheid van godsdienst en pers en het verbod op slavernij.

Centraal punt van de Bill of Rights is de eenheidsgedachte, dat echter vertaald wordt in een stelsel van ‘checks and balances’, waarin de verhouding tussen de federatie en de deelstaten en de gescheiden verhoudingen tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht geregeld worden.

Ondertekening Declaration of Independence, USA

foto: https://www.metmuseum.org/art/collection/search/390116,publiekdomein

De wetgevende macht is in handen van het ‘Congress’, bestaande uit twee Kamers, de Senaat of ‘Senate’ en Huis van Afgevaardigden of ‘House of Representatives’.

Iedere staat wordt in de Senaat vertegenwoordigd door twee leden, die een zittingstermijn van zes jaar hebben. Om de twee jaar wordt eenderde van de senatoren na verkiezingen vervangen.

Het Huis van Afgevaardigden heeft 435 leden, die een zittingstermijn hebben van twee jaar. Elke staat moet minstens één afgevaardigde in het Huis hebben; de verdeling van de overblijvende zetels over de staten gebeurt afhankelijk van het inwonertal.

Alle leden van Huis en Senaat kunnen wetsontwerpen indienen, maar om wet te worden moet een wetsvoorstel door beide Kamers aanvaard zijn en door de president ondertekend worden. De president heeft nog wel het recht van veto, maar dat kan dan weer door een twee derde meerderheid in beide Kamers van het Congres overstemd worden.

Senaat Verenigde Staten

foto: U.S. Senate, 111th Congress, Senate Photo Studio, publiek domein

De twee Kamers in het Congres hebben nog meer functies. Zo beslist het Huis van Afgevaardigden (op basis van één stem per staat), indien bij de presidentsverkiezingen geen kandidaat de meerderheid krijgt. Het recht van impeachment houdt in dat er een speciale procedure in werking gesteld kan worden om de president en bijvoorbeeld federale rechters uit hun ambt te ontzetten. Het Huis beslist dan over de beschuldiging en de Senaat geeft uiteindelijk (bij twee derde meerderheid) het eindoordeel. Verder heeft de Senaat een goedkeuringsrecht ten aanzien van het sluiten van traktaten en ten aanzien van benoemingen in - meest hogere - overheidsfuncties door de president. Gewoonterecht maakt de Congresleden tot behartigers van individuele belangen van hun kiezers bij de nationale regering.

In de praktijk berust de macht in het Congres bij de voorzitters van de belangrijkste commissies en bij het ‘leadership’. Het leadership bestaat uit de fractievoorzitters en hun rechterhanden (whips) en de gekozen voorzitter van het Huis, de zogenaamde ‘Speaker’. De Speaker is de voorman van de grootste partij en de machtigste figuur in het Huis. De Senaat heeft als voorzitter de vice-president van de Verenigde Staten, die echter een minder centrale positie inneemt.

Zegel van het Huis van Afgevaardigden, Verenigde Staten

foto: Ipankonin, publiek domein

De uitvoerende macht is in handen van de president, die voor vier jaar wordt gekozen in algemene verkiezingen (kiesgerechtigde leeftijd vanaf 18 jaar) via een college van kiesmannen, die per staat benoemd worden naar rato van het aantal zetels van de staat in het Congres. Herverkiezing is maar één keer mogelijk.

Het systeem werkt zo dat de winnaar in een staat alle kiesmannen krijgt, hoe klein de overwinning ook is. Ook de plaatsvervanger van de president, de vice-president, wordt zo gekozen.

De president heeft zes functies of bevoegdheden:

a. Hij is staatshoofd. Hieronder valt o.m. het afkondigen van wetten en het gratierecht.

b. Hij is hoofd van de uitvoerende macht. De president is regeringsleider, hij heeft de taak erop toe te zien dat de wetten worden uitgevoerd en hij is hoofd van het federale bestuursapparaat. Verder heeft hij het recht van benoeming en ontslag ten aanzien van belangrijke functies in het bestuur, een fors politiek machtsmiddel.

c. Hij is opperbevelhebber van alle strijdkrachten en heeft oorlogsbevoegdheden, de zogenaamde ‘war-powers’. Hij beslist over het inzetten van troepen in het buitenland en in het eigen land. Het 'recht oorlog te verklaren' is voorbehouden aan het Congres, maar het recht oorlog te 'maken' aan de president.

Zegel van de President van de Verenigde Staten

foto: onbekend, publiek domein

d. Bij de president berust het bestuur van de buitenlandse betrekkingen. Het Congres heeft hierin ook belangrijke bevoegdheden, met name het goedkeuringsrecht inzake verdragen van de Senaat. De president kan dit echter omzeilen door niet een verdrag in formele zin, maar een 'executieve overeenkomst' te sluiten, die zich aan deze inspraak onttrekt. Bovendien heeft het Hooggerechtshof uitgemaakt dat hij op dit gebied een 'inherente macht' heeft. Zo is van oudsher de positie van de president op dit vlak overheersend: van de Monroe-leer ('Amerika voor de Amerikanen') tot de Nixon-doctrine (inzake het subsidiaire karakter van Amerika's 'politierol' in de wereld) is de Amerikaanse buitenlandse politiek bepaald door het Witte Huis.

e. Hij is initiator van wetgeving. Hoewel de wetgevende macht bij het Congres ligt, vervult de president op dit terrein toch een vooraanstaande rol. De grondwet schrijft voor dat de president zich periodiek tot het Congres moet richten, met name door de jaarlijkse 'troonrede': de State of the Union. In de praktijk vinden belangrijke wetsontwerpen hun oorsprong in de uitvoerende macht.

f. Hij is hoofd van een politieke partij. De president is automatisch leider van de politieke partij die hem kandideert. Dit gebeurt in een 'nationale conventie' van die partij. De afgevaardigden naar die bijeenkomst worden vaak aangesteld op basis van partijpolitieke voorverkiezingen (primaries) in alle staten.

Parlementaire verantwoordelijkheid van de regering, zoals bijvoorbeeld in West-Europa, bestaat niet in Amerika. De president is onafzetbaar (behoudens impeachment) en dat beheerst ook zijn optreden als regeringsleider. De grondwet noemt 'de hoofden der departementen', maar het kabinet heeft bijna een volledig van de president afgeleide functie. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is het belang van het kabinet afgenomen. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Democratische Conventie Democraten, Verenigde Staten

foto: Ava Lowery, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Economie

Algemeen

De Amerikaanse economie rust op de pijlers van de vrije markt en het particuliere ondernemerschap (‘free enterprise’), waarbij de invloed van de overheid tot een zeer beperkt is. Spoorwegen, elektriciteitsbedrijven, telefoon en dergelijke zijn grotendeels in particuliere handen. Toch houdt de overheid zich zeker niet helemaal afzijdig van beïnvloeding van het economische leven. Zo heeft zij een beslissende stem in de hoogte van de tarieven die de nutsbedrijven aan hun klanten berekenen en is het centrale bankwezen door een wet van 1913 in de overheidssfeer getrokken door middel van het Federal Reserve System.

Ook is er in de loop van de tijd een streng toezicht is gekomen op trustvorming, waardoor marktscheidingen, monopolisering en prijsafspraken verboden zijn. Verder beïnvloedt de overheid het economisch leven door belastingheffing, arbeidsbeschermende wetten, kwaliteitseisen en consumentenbeschermende bepalingen. Echte staatsbedrijven kent men in de Verenigde Staten niet.

Overzicht Federal Reserve System, Verenigde Staten

foto: Kimse84, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Verenigde Staten zijn in de loop der tijd het welvarendste land ter wereld geworden. Door de enorme uitgestrektheid, de vele mogelijkheden voor de landbouw, de aanwezigheid van vrijwel alle belangrijke delfstoffen (alleen olie is een probleem) en een ondernemende en vindingrijke bevolking, hebben het land tot de machtigste economische mogendheid ter wereld gemaakt, en neemt bijna een kwart van de wereldproductie voor haar rekening. Alleen Japan komt de laatste decennia enigszins in de buurt van de Verenigde Staten.

Na de zware recessie van 1982 kende de Amerikaanse economie een aantal jaren lang een periode van ononderbroken expansie met een gemiddelde groei van 4% per jaar. Het nieuwe economische overheidsbeleid was geënt op het stimuleren van de aanbodzijde op de markt. Lagere belastingen en deregulering leidden tot meer investeringen van het bedrijfsleven, en er werd bezuinigd op verschillende federale programma's, m.n. op die in de sociale sector. De daling van de olieprijs, van de rente en van de dollar droeg verder bij tot het herstel van de economie. Maar tegelijk liep ook het begrotingstekort enorm op. Het tekort op de handelsbalans groeide van $35 miljard in 1982 tot $800 miljard in 2017. Om de steeds langzamer groeiende economie uit het slop te halen werd een strakker monetair beleid gevoerd, mede om de inflatie in toom te houden. De Verenigde Staten hebben in de 21e eeuw last gehad van de huizencrisis, gevolgd door de kredietcrisis.

Desalniettemin is het BNP per hoofd van de bevolking ($ 59.800 in 2017) één van de hoogste ter wereld. Toch leefden in 2017 15,1% van de van de bevolking onder de armoedegrens. Vooral onder de niet-blanke bevolking is de armoede groot. Ca. 22% van het aantal indianen, zwarten en Hispanics kan gerekend worden tot de categorie armen. Ongeveer 40% van de armen leeft in de grote steden. De beroepsbevolking was in 2017 voor 0,7% actief in de landbouw, voor 20,3% in de industrie en voor 79% in de dienstverlening.

Inkomensverhoudingen Verenigde Staten

Foto:vikjam Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Amerikaanse economie ontwikkeld zich vrij gunstig met een groei van rond de 2% per jaar, 2,2% in 2017). De werkloosheid bedraagt 4,4% en de prijzen zijn stabiel.

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

De Amerikaanse landbouwsector draagt voor slecht 0,9% (2017) bij in het bnp van de Verenigde Staten. Door het gigantische volume van de landbouwproductie zijn de Verenigde Staten al lange tijd de grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld, een positie die in de jaren tachtig nog verder uitgebreid werd. Middelgrote en grote landbouwbedrijven overheersen; verregaande mechanisatie en toepassing van de nieuwste landbouwmethoden zijn voor deze bedrijven kenmerkend. Kleine, traditionele boerenbedrijven zijn verdrongen door grotere, efficiënte en technologisch uitgeruste landbouwondernemingen. Het aantal agrarische bedrijven is dalende.

Graansilos in Noord-Dakota, Verenigde Staten

foto:Mark Goebel from Taos, New Mexico, USA CCAttribution 2.0 Generic no changes made

De klimatologische en fysisch-geografische omstandigheden hebben verschillende landbouwzones doen ontstaan. De noordoostelijke staten en de gebieden om de Grote Meren behoren tot de zuivelzone, de zogenaamde ‘dairy belt’. De oostkust kent vele tuinbouw, fruitteelt en pluimveehouderij. Ten zuiden van de dairy belt worden de voor de veehouderij belangrijke gewassen maïs en sojabonen in de ‘corn soy belt’ verbouwd. De grote katoenplantages in de eens zo beroemde ‘cotton belt’ hebben nu grotendeels plaatsgemaakt voor gemengde agrarische bedrijven. Door betere landbouwmethoden is de opbrengst van de nog bestaande katoenplantages hoger dan vroeger. Aan de kust van Florida en Texas worden citrusvruchten, suikerriet en rijst verbouwd. Het Midden-Westen is de graanschuur, bekend onder de naam de ‘wheat belt’. Californië heeft uitgebreide groente- en fruitkwekerijen, terwijl de wijnbouw daar van inmiddels grote betekenis is geworden.

De belangrijkste producten uit de akkerbouwsector zijn maïs, sojabonen, tarwe, tabak, katoen, sorghum, aardappelen, rijst, haver en suikerbieten.

Ook in de veehouderij zijn de Verenigde Staten de grootste producent ter wereld en is van even groot belang voor de agrarische sector als de akkerbouw. De Amerikaanse veeteeltsector is vooral gericht op de voorziening van de eigen binnenlandse markt. Rundveehouderij vindt plaats in Texas, Iowa, Nebraska, Kansas, Missouri, Oklahoma en Wisconsin. In het westen wordt de veehouderij op extensieve wijze bedreven.

In het zuiden en het westen wordt vnl. slachtvee gehouden, in het noorden en noordoosten en bij de grote steden melkvee. De varkenshouderij wordt voornamelijk in het noorden bedreven. Van grote betekenis is de pluimveehouderij, die in Californië, New England, North Carolina en Georgia is geconcentreerd.

Koeien in Ohio, Verenigde Staten

foto: U.S. Department of Agriculture, CCAttribution 2.0 General no changes made

Ca. 30% van het oppervlak van het land is nog met bossen bedekt. Daarmee behoren de Verenigde Staten na de Russische Federatie en Brazilië tot de bosrijkste landen ter wereld. Twee derde daarvan kan commercieel geëxploiteerd worden en daarvan bevindt zich 73% in privébezit. De houtindustrie bezit aanzienlijke bosarealen en spant zich ook in voor de uitbreiding daarvan. Toch vertoont de houtproductie al jarenlang een dalende tendens.

De commerciële bosbouw vindt voornamelijk plaats in de grote naaldwouden van Noord-Californië, Washington en Oregon, waar ook de grootste zagerijen ter wereld zijn, die voornamelijk voor de papierindustrie werken en in de gemengde bossen van het zuidoosten. Een derde belangrijk bosgebied is de Rocky Mountains.

De bosgebieden worden gebruikt voor houtwinning, maar ook voor voedselvoorziening, natuurbeheer, drinkwatervoorziening en recreatie.

De visserij levert op zich maar een bescheiden bijdrage aan de Amerikaanse economie, en de producten worden voornamelijk aangewend voor de lokale consumptie. De Verenigde Staten beschikken over visgronden in de Atlantische Oceaan en vangen daar voornamelijk kabeljauw, makreel, haring en tong. De belangrijkste visgebieden zijn de Stille Oceaan en de Golf van Mexico.

De belangrijkste importproducten zijn garnalen, zalm, krab, kreeft en tonijn. De belangrijkste importlanden zijn Canada, Thailand, China, Chili, Vietnam, Mexico en Indonesië.

De Fishery Conservation and Management Act van 1976 heeft een zone van 200 mijl vanuit de kust verboden verklaard voor buitenlandse vissers.

Mijnbouw en energievoorziening

De Verenigde Staten zijn zeer rijk aan bodemschatten en ook een van de belangrijkste mijnbouwlanden ter wereld. In de winning van magnesium, fosfaat en molybdeen nemen zij de eerste plaats in. De winning van aardgas, aardolie, lood, koper, goud en steenkool zijn ook zeer belangrijk voor de economie. De Verenigde Staten hebben de grootste steenkoolvoorraad ter wereld, en het zwaartepunt van de winning ligt in Pennsylvania. Verder wordt in de Rocky Mountains steenkool gewonnen.

Naast de gewone winning van aardolie is het winnen van schaliegas belangrijk. De belangrijkste aardgasvoorraden liggen in Texas en Louisiana.

Plaatsen waar in de Verenigde Staten schalie-gas wordt gewonnen

afbeelding: U.S. Energy Information Administration May, 2011, publiek domein

IJzerertswinning, vindt met name plaats in het noorden en in de Appalachen, Utah, Nevada en Zuid-Californië, en is ook niet meer voldoende om de binnenlandse vraag te dekken. Dit geldt ook voor de winning van kopererts die plaatsvindt in Arizona, Utah, New Mexico, Nevada en Montana, waar ook goud en zilver gedolven worden. Bauxiet wordt voornamelijk in Arkansas en Georgia gevonden, maar niet voldoende om aan de vraag van de aluminiumindustrie te voldoen. Uraniumerts komt voor in de Rocky Mountains.

Sommige mineralen worden vooral geïmporteerd, met name uit Canada en Mexico: o.a. mangaan, bauxiet, platina, wolfraam, chroom, kalium en nikkel.

De Verenigde Staten gebruiken op dit moment 27% van de totale wereldproductie aan energie. Niet zo vreemd als men bedenkt dat het verbruik per hoofd van de bevolking bijna vier keer zo hoog is als het wereldgemiddelde. De energievoorziening geschiedt voornamelijk door warmtekrachtcentrales, waarvan de meerderheid door aardolie , aardgas en steenkool wordt gevoed. Kernenergie voorziet maar in een klein deel van het totale energieaanbod.

Duurzame energiebronnen voorzien voor een beperkt deel in de stroomopwekkingscapaciteit van de Verenigde Staten. Waterkrachtcentrales, zoals die in de Tennessee River, leveren ook een substantieel een aandeel aan de energievoorziening. Biomassa en vaste stedelijke afvalstoffen enerzijds en zonne-, wind- en geothermische energie anderzijds leveren elk ongeveer 1% van de totale capaciteit. Het totaal aan duurzaam opgewekte energie blijft tot op heden beperkt.

Hydro-elektrische energiecentrale in Glendo State Park, Wyoming, Verenigde Staten

foto: Wusel007, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Industrie algemeen

De Verenigde Staten zijn ook de grootste industriële natie ter wereld. Het kerngebied van de industrie is de ‘manufacturing belt’, in de door New York, Chicago en St. Louis gevormde driehoek. Texas is het centrum van de petrochemische industrie, terwijl de westelijke staten en in het bijzonder de gebieden rond Los Angeles, San Francisco en Seattle de laatste decennia veel industriële vestigingen hebben aangetrokken.

Kenmerkend voor de Amerikaanse industrie zijn de grote industriële bedrijven die vaak weer in omvangrijke concerns zijn samengevoegd. Deze concentraties hebben zich met name in de auto-industrie, de telefoon-, vliegtuigbouw, staal en sigarettenindustrie voorgedaan.

Chemie en kunststoffen

De chemische industrie is een van de grootste bedrijfstakken in de Verenigde Staten, met meer dan 1 miljoen werknemers. Er zijn honderden chemische bedrijven die over meer dan 13.000 productie-eenheden beschikken. Belangrijkste staten zijn Californië, Texas, Florida, Illinois, New Jersey, Ohio en Pennsylvania. De chemische sector is tevens de grootste exporterende tak van industrie. De productie en verkoopomzet van de kunststoffenindustrie stijgt nog elk jaar Er werken ca. 60.000 personen in deze tak van industrie.

Dow Chemical fabriek in Midland, Michigan, Verenigde Staten

foto: Doc Searls from Santa Barbara, USA, CCAttribution 2.0 Generic, no changes made

Biotechnologie

De meest interessante ontwikkelingen in de biotechnologie doen zich voor in de sub sectoren die zich toeleggen op de ontwikkeling van medicijnen en vaccins, genetisch gemanipuleerde gewassen, voedingsmiddelen en pesticiden.

De Amerikaanse landbouw leunt sterk op de biotechnologie. Er worden veel genetisch gemanipuleerde gewassen geteeld.

De meeste biotechnologische bedrijven bevinden zich in het noordoosten van het land en in en om de grote steden langs de westkust.

Computerindustrie

De Verenigde Staten is wereldmarktleider op het gebied van de computertechnologie en innovatie. Eeen groot deel van de wereldmarkt in deze sector is in handen van Amerikaanse bedrijven. De Amerikaanse computerindustrie biedt werk aan 2 miljoen personen wereldwijd, waarvan meer dan 1 miljoen in de Verenigde Staten. Een aantal Amerikaanse computerbedrijven heeft uit concurrentieoverwegingen de productie verplaatst naar Aziatische landen vanwege de veel lagere productiekosten. De ontwikkeling van microprocessoren en software vindt nog voor het overgrote deel in de Verenigde Staten plaats. De technologische vernieuwing vanuit Silicon Valley, waar veel toonaangevende bedrijven hun hoofdvestiging hebben is in wereldberoemd.

Locatie grote (computer)bedrijven in Silicon Valley, Verenigde Staten

foto: Samykolon, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Machine-industrie

In de meer dan 20.000 machinefabrieken werken ongeveer 1,4 miljoen werknemers, die jaarlijks voor ca. 500 miljard dollar produceren. Toch wordt er ook nog veel uit het buitenland geïmporteerd. De belangrijkste staten qua omzethoeveelheid zijn Illinois, Ohio, Californië, Michigan en New York.

Automobielindustrie

De Verenigde Staten behoren de belangrijkste automobielproducenten ter wereld. Deze bedrijfstak neemt ongeveer een kwart van de totale wereldproductie voor haar rekening en dat aandeel stijgt alleen nog maar. De drie grootste Amerikaanse autofabrikanten zijn General Motors, Ford en Chrysler. De automobielproductie vindt vooral plaats in het noorden van het middenwesten.

Lucht- en ruimtevaartindustrie

De lucht- en ruimtevaartindustrie is een van de meest succesrijke sectoren van de Verenigde Staten, met een enorme marktwaarde. Vliegtuigen en vliegtuigonderdelen vormen de belangrijkste producten binnen deze industrie.

Ongeveer 35% van de totale productie wordt geleverd aan het Amerikaanse ministerie van Defensie en meer dan de helft van de productie wordt verkocht aan het buitenland. Belangrijke bedrijven zijn Lockheed Martin, Raytheon, Boeing, Honeywell en Northrop Grumman.

Boeing Everett fabriek in Washington, waar alle wide-boedies gemaakt worden

foto: Piergiuliano Chesi, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Handel

De buitenlandse handel is - in vergelijking met de binnenlandse handel - relatief gering van omvang, doordat ca. 90% van alle agrarische en industriële producten in de Verenigde Staten zelf wordt verbruikt. Pas sinds het midden van de jaren tachtig neemt de handel met het buitenland toe en vormt een steeds belangrijker deel van de economie. Het enorme exportoverschot in de jaren zestig van de vorige eeuw is nu omgeslagen in een handelstekort.

Overzicht exportproducten Verenigde Staten

Foto:Alexander Simoes, Cesar Hidalgo, et. al. CC 3.0 Unported no changes made

De Verenigde Staten zijn nog wel altijd een van de grootste exporterende landen ter wereld: in 2017 werd ter waarde van 1.553 miljard dollar geëxporteerd. De voornaamste exportpartners waren Canada, Mexico, China en Japan. De voornaamste uitvoerproducten zijn: machines, auto's en auto-onderdelen, vliegtuigen, chemische producten en voedselproducten, waaronder graan.Ingevoerd worden vooral auto's en auto-onderdelen, elektrische apparaten, aardolie en aardolieproducten, chemische en agrarische producten. De totale waarde van de invoer bedroeg in 2017 $ 2.361 miljard. De belangrijkste importpartners waren China, Canada, Mexico, Japen en Duitsland.

Verkeer

De Verenigde Staten hebben het grootste wegennet en de hoogste motoriseringsgraad ter wereld. Voor het dagelijkse personenvervoer op de korte afstand is de auto nog steeds het meest aangewezen en favoriete transportmiddel. De voorzieningen die hiervoor nodig zijn, hebben ingrijpende gevolgen voor met name de stedenbouw gehad. Door het grote aantal particuliere auto's en het veelvuldige gebruik dat daarvan wordt gemaakt (o.a. voor het woon-werkverkeer) is in sommige stedelijke gebieden als bijvoorbeeld Los Angeles, het openbaar vervoer slecht ontwikkeld.

Highway 66, een van de bekendste highways in de Verenigde Staten

Foto:Sukuru, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ook de vrijetijdsbesteding van de Amerikanen wordt beïnvloed door de auto. Met name het oosten heeft een zeer dicht wegennet. Voor de grotere afstanden zijn de ‘interstate highways’ (6 miljoen kilometer) van belang, waarvan een groot aantal tolwegen zijn. Kern van dit stelsel zijn de tolvrije ‘interstate freeways’ . Het busverkeer speelt met name voor het personenvervoer over grotere afstanden een belangrijke rol (Greyhound en Continental Trailways).

De betekenis van de spoorwegen voor het personen- en goederenvervoer is na de opkomst van de auto en het reizen per vliegtuig, snel teruggelopen. Door een complex van oorzaken, verloren de particuliere spoorwegmaatschappijen de concurrentieslag met de auto en later het vliegtuig. Investeringen, uitbreidingen en aanpassing van het net en vernieuwing van het materieel bleven achterwege, waardoor het passagiers- en goederenaanbod nog verder terugliep. Wat het goederentransport betreft, zijn de spoorlijnen de belangrijkste vervoerslijnen. Ca. 35% van het volume van het commerciële goederenvervoer komt voor rekening van de trein.

Amtrak (National Railroad Passenger Corporation), nationaal treinbedrijf van de Verenigde Staten

foto: User:DanielHolth, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De binnenscheepvaart is van groot belang voor het goederentransport, m.n. in het stroomgebied van de Ohio, de Missouri en de Mississippi en op de Grote Meren. Haar staat een waterwegennet van in totaal 40.000 kilometer lengte ter beschikking.

Een aantal grote kanalen verbindt belangrijke zeehavens en industriegebieden met elkaar, zoals de St. Laurence Seaway, de Illinois Waterway en de Intracoastal Waterway. Chicago is de grootste binnenhaven. De grootste zeehavens zijn: New York, New Orleans, Houston, Baltimore, Newport, San Francisco en Los Angeles.

De luchtvaart is voor het binnenlandse personenvervoer van zeer grote betekenis. Het is zelfs zo dat het binnenlandse personenvervoer per vliegtuig bijna 50% van het totale, wereldwijde luchtverkeer uitmaakt. Er zijn een groot aantal luchtvaartmaatschappijen (de grootste US Airlines-United Airlines, American Airlines en Delta Air Lines) en meer dan vijfhonderd steden hebben een vlieghaven. De drukste vliegvelden zijn: Chicago, Dallas, Los Angeles, Atlanta, New York (J.F. Kennedy), San Francisco, Denver, Miami, New York (La Guardia) en Boston.

US Airways, Verenigde Staten

photo:Aero Icarus from Zürich, Switzerland, CC 2.0 Generic no changes made

Vakantie en Bezienswaardigheden

Het toerisme naar de Verenigde Staten is een belangrijke bron van inkomsten (2000: 582 miljard dollar). In 2000 was de Verenigde Staten het tweede grootste vakantieland ter wereld, na Frankrijk. Ca. 18 miljoen Amerikanen verdienen direct of indirect hun boterham in deze sector. Na de aanslagen van 11 september 2001 op het World Trade Center in New York zakte de toeristische industrie enorm in.

In 2000 bezochten nog ca. 51 miljoen buitenlandse toeristen de Verenigde Staten (in 1994 nog maar 17 miljoen) en gaven 74,4 miljard dollar uit (in 1985 $14,3 miljard). Ruim 47 miljoen Amerikanen bezochten in 1995 het buitenland (van wie ruim de helft naar Europa ging), en gaven daar bijna $50 miljard uit.

De meest favoriete reisbestemmingen voor buitenlandse reizigers zijn steden of nationale parken. Enkele van de meest bezochte steden en parken worden hieronder kort geintroduceerd.

New York staat centraal in de toeristische industrie in Amerika en is een stad als geen andere. New York heeft veel bekende toeristische attracties, zoals het Vrijheidsbeeld dat symbool staat voor de Amerikaanse droom van vrijheid en de enorme omvang van dit prachtige, monumentale ontwerp is adembenemend. De stad heeft ook een aantal topmusea zoals het MOMA (moderne kunst) en het Metropolitan. De Staten Island Ferry biedt je een van de beste manieren om enkele van de meest indrukwekkende toeristische attracties, zoals het Vrijheidsbeeld, de Brooklyn Bridge en de Manhattan Skyline gratis te zien. De tocht met de ferry duurt ongeveer 25 minuten en vertrekt elke 30 minuten. Relaxen doe je samen met de Newyorkers in het Central Park.

Skyline New York, Verenigde Staten

foto: William Warby, Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Boston is de hoofdstad en de grootste stad van Massachusetts, een van de oudste steden in de Verenigde Staten. Het is het economische en culturele centrum van de regio New England. Boston speelde een prominente rol in de Amerikaanse Revolutie en een aantal historische locaties met betrekking tot die periode worden bewaard als onderdeel van het Boston National Historical Park. Er zijn verschillende prominente musea in de stad, waaronder het Museum voor Schone Kunsten. De meest bekende werken in het Museum voor Schone Kunsten zijn ondermeer van de kunstenaars Monet, Van Gogh, Picasso en Rembrandt.

Las Vegas is de thuisbasis van felle neonlichten, drukke casino's, de beroemde Las Vegas Strip, enorme hotels, talrijke bruiloftskapellen, een bruisend nachtleven en een gemiddelde van 315 dagen zon per jaar en vele indrukwekkende toeristische attracties. Waar anders in de wereld kun je trouwen zonder zelfs je auto te verlaten of door een priester, gekleed als Elvis Presley? Een van de meest populaire activiteiten in Las Vegas is gokken. Las Vegas heeft meer dan 150 casino’s en hotel casino's, met uitstekende faciliteiten.

The Strip, Las Vegas, Verenigde Staten

foto: Clément Bardot, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Miami is een populaire toeristische bestemming. Het Miami Museum van Wetenschappen en het Planetarium, het Vizcaya Museum, Little Havana en het Bass Art Museum zijn hoogtepunten van de stad. De 15 mijl aan stranden maken Miami een beetje anders dan andere grote steden in Amerika. Het trekt een breed spectrum van toeristen en bezoekers van verschillende leeftijden. In Little Havana is alles doordrongen van de Latijns-Amerikaanse cultuur. Kleurrijke muurschilderingen en oudere mannen die domino spelen terwijl ze praten over politiek tijdens het sigaren rollen en het altijd aanwezige aroma van Cubaanse koffie bepalen de sfeer van Little Havana.

Orlando is vooral bekend vanwege Disney World. Dat is de grootste attractie in de stad en misschien wel van de wereld, het pmvat het Magic Kingdom, Epcot Center, Disney Studios, Disney's Animal Kingdom, Typhoon Lagoon, Blizzard Beach en Downtown Disney. Dit is een trekpleister van de stad waar zowel kinderen als volwassenen naar toe komen om van deze spectaculaire magische wereld te genieten. De Universal Studios is een combinatie van het originele themapark met het nieuwere park 'Islands of Adventure'. Het is weer eens iets anders voor degenen die hun buik vol hebben van Mickey en Disney World.

Disney World, Orlando, Verenigde Staten

foto: Gerard McGovern, CCAttribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

San Francisco heeft een aantal tot de verbeelding sprekende bezienswaardigheden. Alcatraz was ooit een gevangenis voor de meest gevaarlijke criminelen van Amerika. Alcatraz is niet meer in gebruik als gevangenis, maar is een onderdeel van een nationaal park. Een bezoek aan deze gevangenis is het herbeleven van het verleden en een must in je reisschema. Fisherman's Warf heeft vele winkels, arcades, visrestaurants, cafe's, kermisattracties, straatverkopers, attracties en een mooi uitzicht op de oceaan. Je ziet de Golden Gate Bridge, Alcatraz en Angel Island. Pier 39 is de nummer één toeristische attractie en een echte publiekstrekker in de stad. Honderden zeeleeuwen liggen te luieren in de Californische zon rond Pier 39. Daarnaast heeft San Francisco goede musea en leuke trams die over steile trajecten rijden.

Los Angeles staat bekend om zijn gouden stranden, uitstekende surfcondities en de talrijke filmsterren, die je er kunt spotten. Paramount Pictures is de oudste continu werkende filmstudio in Hollywood en een van de weinige die niet is verhuisd. Je kunt er onder andere wandeltochten rond de prachtige studio's en sets maken. Een culturele attractie die je niet mag missen is het Getty Museum. Dit museum is de thuisbasis van de collecties van oude meesters, manuscripten en beelden, evenals een selectie van 20e-eeuwse foto's en een selectie Griekse en Romeinse oudheden. Een favoriet uitstapje van bewoners van Hollywood en toeristen is Santa Monica Beach. Hier tref je een wat alternatief publiek en het is binnen handbereik van het centrum van Los Angeles.

Paul Getty Museum, Los Angeles, Verenigde Staten

photo: JERRYE AND ROY KLOTZ MD, CC 3.0 Unported no changes made

Grand Canyon National Park is misschien wel het bekendste park van de VS, de Colorado rivier stroomt hier door een spectacullaire kloof die eeuwenlang is uitgesleten. De kloof is op sommige plaatsen wel 1800 meter diep en het uitzicht is met name bij zonsopgang en zonsandergang sensationeel. Het park ligt in Arizona is goed bereikbaar vanuit Las Vegas.

In Wyoming, Montana en Idaho strekt zich het Yellowstone nationale park uit. Dit is het eerste national park ter wereld (1872). Het park is vooral bekend vanwege de vele geisers, waarvan de Old Faithful de bekendste is. Deze geiser spuit gemiddeld elk uur hete dampen 55 meter de lucht in. Er zijn verder veel meren, waaronder het hooggelegen Lake Yellowstone waar je kunt kayakken of vissen.

Yosemite Park ligt in noordelijk Californie en is goed te bezoeken vanuit San Fransisco. Je ziet hier ondermeer de Yosemite Falls de grootste waterval van de VS met een verval van meer dan 700 meter. Vanuit Yosemite Valley zie je granieten rotswanden opdoemen. De bekendste rotsformaties zijn Half Dome en El Capitan. Beide rotsen zijn geliefde klimobjecten voor Alpinisten. Er leven veel zwarte beren in het park die uit zijn op klikjes van toeristen.

Yosemite Falls, Californië, Verenigde Staten

foto: Richard Wood, CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Everglades is een nationaal park in Florida. Je kunt hier met een propellerboot, het beroemdste vervoermiddel van het park, door een landschap van mangroves en moerassen op zoek gaan naar alligators. Met het nodige geluk spot je ook nag een Florida panter. Je kunt ook over vlonders wandelen of een fietstocht maken en genieten van dit bijzondere landschap.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

VERENIGDE STATEN LINKS

Advertenties
• Verenigde Staten verre reizen van ANWB
• Vakantie Amerika
• Verenigde Staten Tui Reizen
• Djoser Rondreis Verenigde Staten
• Autohuur VS
• Verenigde Staten Travelworld
• Stopcontacten Amerika
• Rondreis Amerika
• New York Hotels
• AmerikaPLUS
• Vliegtickets naar New York
• Rondreizen Verenigde Staten
• Amerika rondreizen met kinderen
• Verenigde Staten Vliegtickets Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Verenigde Staten

Nuttige links

Campersite Verenigde Staten (N)
Dieren in de Verenigde Staten van Amerika (N)
Reisinformatie Verenigde Staten (N)
Reizendoejezo - Verenigde Staten (N)
Rondreis door de Verenigde Staten (N)
Rondreis Verenigde Staten (N)
Rondreizen Noord-Amerika
Verenigde Staten Foto's
Verenigde Staten Foto's (2)

Bronnen

Phillipson, O. / USA

Heinemann Library

Sandak, C.R. / Verenigde Staten van Amerika

Corona

Stanic, S. / De Verenigde Staten

Schuyt & Co

Supermachten

Stichting Teleac 1: Verenigde Staten van Amerika

Verenigde Staten

Uitgeversmaatschappij The Reader’s Digest NV

Webb, M. / The United States

Lucent Books

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt juli 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems