Landenweb.nl

TUNESIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Arabisch
  Hoofdstad  Tunis
  Oppervlakte  163.610 km²
  Inwoners  11.766.468
  (mei 2019)
  Munteenheid  Tunesische dinar
  (TN)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .tn
  Code.  TUN
  Tel.  +216

To read about TUNISIA in English - click here

Geografie en Landschap

Geografie

De republiek Tunesië (officieel: al-Djoemhoerijja at-Toenisijja) ligt in het centrum van Noord-Afrika en is de kleinste staat van de zogenaamde Maghreb. De Maghreb bestaat uit de landen Marokko, Algerije, Libië, Mauritanië en Tunesië. Tunesië is ongeveer vijf maal zo groot als Nederland. Het grenst in het westen aan Algerije, in het zuidoosten aan Libië en heeft in het noorden en oosten een natuurlijke grens, de Middellandse Zee. De natuurlijke grens in het zuiden is de Sahara.

advertentie

Tunesië: SatellietfotoPhoto: Publiek Domein

Landschap

Tunesië heeft een zeer gevarieerd landschap. De kuststrook in het noorden en het oosten van het land is ongeveer 1200 km lang met prachtige zandstranden. De oostkust heeft verder veel baaien waaronder de Golf van Tunis. Voor de kust liggen verschillende eilanden, waarvan het grootste en bekendste Djerba is. De bergen in het westen en noordwesten lopen door tot Cap Bon in het uiterste noordoosten. Het westelijke en centrale bergland, in hoogte variërend van ca. 500 tot 1500 m loopt van west naar oost geleidelijk af. Dit Tunesische bergland, met als hoogste bergrug de in het middenwesten gelegen Dorsale, is een voortzetting van het bergland van Algerije. De hoogste top is de Djebel Chambi met 1544 meter.

advertentie

Djebel Chambi, hoogste berg van TunesiëPhoto: Tunesien2013 CC 3.0 Unported no changes made

De kustvlakte ten zuiden van de bergketens is golvend en vruchtbaar. Hier groeien o.a. miljoenen palmbomen. Het grassteppegebied ten westen hiervan is onvruchtbaar. Verder vinden we hier zoutmeren en rivierbeddingen die bijna het hele jaar droogstaan. In het zuiden begint de Sahara met steenwoestijnen, zoutmeren en palmoases. In het uiterste zuiden uitgestrekte zandduinen. De enige rivier van Tunesië die gedurende het gehele jaar water bevat is de Mejerda die uitmondt in de Golf van Tunis.

Klimaat en Weer

Plaatselijke verschillen in het klimaat van Tunesië treden op door de invloed van de Middellandse Zee en de ligging ten opzichte van het gebergte en de Sahara. De oostkust en het noordelijke deel van Tunesië hebben onder invloed van de Middellandse Zee een subtropisch klimaat met zachte winters en warme droge zomers. De meeste neerslag valt ten noorden van de bergketens, nl. gemiddeld meer dan 400 mm per jaar met maxima langs de kust van 700 tot wel 1200 mm per jaar.

advertentie

Klimaat TunesiePhoto: Beck, H.E., Zimmermann, N. E., McVicar, T. R., Vergopolan, N., Berg, A., & Wood, E. F. CC 4.0 International no changes made

Het binnenland heeft een steppeklimaat en het uiterste zuiden een woestijnklimaat. Ten zuiden van de bergketens begint de overgang naar een droger klimaat met neerslagmaxima van 300 mm en verder zuidwaarts van 100 tot 150 mm per jaar. In Zuid-Tunesië valt minder dan 100 mm neerslag per jaar. De neerslag valt met name in de periode oktober tot februari. Noord-Tunesië is aanzienlijk minder warm dan Zuid-Tunesië. In de warmste maand, juli, heeft de streek Tunis-Bizerte een gemiddelde temperatuur van 25,9 °C; het veel zuidelijker gelegen Tozeur heeft dan een gemiddelde temperatuur van 32,3 °C. Het gebied Tunis-Bizerte heeft in de koudste maand, januari, een gemiddelde temperatuur van 11°C; het bergland van de Hoge Tell 5,9 °C. Sneeuw valt af en toe in het noordwestelijke bergland. In het centrum en zuiden van het land worden wel temperaturen gemeten van 50°C. Regelmatig waait de met zandstormen gepaard gaande sirocco, een droge, hete zuidwestenwind die uit de Sahara komt. Binnen blijven is dan het parool!!

Planten en Dieren

Planten

advertentie

Bos van Ain Drahem, TunesiePhoto: IssamBarhoumi CC 4.0 International no changes made

Voor onze jaartelling was Tunesië voor een groot deel bedekt met bossen. Door het kappen voor timmerhout, weidegrond en akkerbouw is nu nog maar ongeveer 7% van Tunesië met bomen bedekt. In de jaren '50 is men met herbebossing begonnen en men streeft ernaar om weer 2.000.000 ha te bebossen. De plantengroei in een land als Tunesië wordt natuurlijk sterk bepaald door de hoeveelheid neerslag die er valt. In het noorden komen nog bossen voor van kurkeiken, Aleppodennen, cipressen en eucalyptussen.

advertentie

Palmboom in Tozeur, TunesiePhoto: Wouterstomp CC 3.0 Unported no changes made

In de noordelijke valleien komen loofbomen zoals de olm, de populier en de es voor. In vruchtbare gebieden worden olijven, vijgen en amandelen verbouwd. Op de steppes groeien taaie grassoorten als alfagrassen en tevens acacia's, cactussen en doornstruiken. In het zuiden en in de oases overheerst de dadelpalm. Kleurrijke taferelen leveren de oleander, jasmijn, bougainville en mimosa op.

Dieren

advertentie

Fennek, TunesiePhoto: Ladypine CC 3.0 Unported no changes made

De dierenwereld heeft deels een Middellandse Zee-karakter en sluit ten dele aan bij de dierenwereld van de Saharawoestijn. In de bossen van Tunesië leven o.a. vossen en wilde zwijnen. In de woestijn leven slangen, woestijnratten, de woestijnvos of fennek, woestijnspringmuizen en veel kleine reptielen zoals hagedissen. Beschermde dieren zijn de waterbuffel, de monniksrob, het stekelvarken en het Atlashert. Hartenbeest, leeuw, panter en jachtluipaard zijn al lang geleden uitgestorven of komen sinds kort niet meer voor in Tunesië. De magot is een tot de gebergten van Noordwest-Afrika en Gibraltar beperkte makakensoort.

advertentie

Valk, TunesiePhoto: Oussama dzlion CC 4.0 International no changes made

Roofvogels die veel voorkomen zijn valken, adelaars, sperwers en buizerds. Tunesië is een geliefd land voor trekvogels die er overwinteren of het zien als een rustplaats naar het zuiden van Afrika. Voor de noordkust leven in de zee verschillende soorten baarzen, zeewolf, zeebrasem en lipvissen.

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

Tienduizenden jaren geleden zag Tunesië er heel anders uit dan nu. Het had een vochtig klimaat met veel bossen en andere vegetatie. De bewoners trokken in kleine groepjes rond en leefden van de jacht en de visserij. Het klimaat werd echter steeds droger en de mensen trokken van het zuiden naar het noorden. Fresco's op rotswanden herinneren aan deze tijd. Vanaf 5000 tot 6000 voor Chr. gingen de mensen dieren houden en gewassen verbouwen. Het rondtrekkende bestaan werd ingeruild voor een vaste woonplaats. Ongeveer 1100 voor Chr. waren de Feniciërs een machtig zeevarend volk dat vele nederzettingen stichtte langs de Afrikaanse kust. In 814 voor Chr. werd Carthago gesticht dat snel zou uitgroeien tot een politieke en militaire grootmacht en bovendien zou uitgroeien tot een bloeiend handelscentrum.

advertentie

Overblijfselen van de stad Carthago, TunesiePhoto: Calips CC 3.0 Unported no changes made

Carthago kwam vanaf de derde eeuw voor Chr. in conflict met Rome o.a door de strategische ligging. Voor een koloniserend volk als de Romeinen natuurlijk van levensbelang. Deze tweestrijd resulteerde in de drie Punische oorlogen tussen Carthago en de Romeinen. Legendarisch is generaal Hannibal die de Romeinen bedreigde op hun eigen grondgebied en met een enorm leger met olifanten door Frankrijk en over de Alpen naar Rome trok. Uiteindelijk werden de Carthagers echter verslagen en de stad Carthago werd volledig verwoest. Na de ondergang behoorde het tot de Romeinse provincie Africa, waar zich vele Romeinse kolonisten vestigden. Curieus is dat pas in 1985, meer dan 2000 jaar later, vrede werd gesloten tussen Rome en Carthago. Vanuit het Midden-Oosten verbreidde het christendom zich in de 2e en 3e eeuw na Chr. over het Romeinse Rijk. In de 5de en 6de eeuw behoorde Carthago tot het rijk der Vandalen. Deze Germaanse stammen onder leiding van de beroemde Geiserik vielen vanuit Spanje Noord-Afrika binnen. Vanuit Noord-Afrika ondernamen ze plundertochten naar landen en eilanden rond de Middellandse Zee. De Vandalen werden in 543 weer verdreven door de Byzantijnen waarna voor Carthago een nieuwe bloeiperiode aanbrak.

Arabische Tijd

Na de dood van Mohammed in 632 veroverden de Arabieren in relatief korte tijd Noord-Afrika. Pas in 698 werden de Byzantijnen verdreven en werd Tunesië door de Arabieren veroverd. Een zeer ingrijpende gebeurtenis omdat de bevolking vanaf de zevende eeuw overging tot de islam en in de eeuwen daarna de Arabische taal en cultuur overnam. In 800 werd Ibrahim ibn al-Achlab tot stadhouder benoemd en hij stichtte de eerste inheemse Tunesische dynastie, die van de Aghlabieden, die ruim een eeuw over Tunesië regeerde. In 909 volgde de dynastie van de Fatimieden.

Grote moskee van Kairouan uit de Arabische periode, TunesiePhoto: Agnes Komjathy CC 2.0 Generic no changes made

Deze wilden uiteindelijk behalve Tunesië ook Marokko en Egypte veroveren. In 969 werd Egypte inderdaad veroverd en werd er voor Tunesië een Berberse stadhouder benoemd, die zich op zijn beurt onafhankelijk maakte en stichter van de dynastie van de Zirieden werd. Omstreeks 1050 kwam het tot een openlijke breuk met Egypte en de daaropvolgende strijd leidde tot anarchie. Roger II van Sicilië maakte hiervan gebruik om in 1148 de kuststrook te bezetten. In 1159 veroverden de Almohaden van Marokko Tunesië en maakten Tunis tot hoofdstad. Stadhouder werd in 1207 Abd al-Wahid, die zich in 1228 los maakte van Marokko en stichter werd van de dynastie van de Hafsieden. Onder de Hafsieden onderging Tunesië drie eeuwen van welvaart en culturele bloei.

Hoewel voortdurend bedreigd door andere Middellandse-Zeemogendheden, bleef Tunesië onafhankelijk ten gevolge van onderlinge conflicten van die staten. In 1534 werd Tunis bezet door de piraat Barbarossa, na de Turkse soevereiniteit te hebben erkend. Dit was echter van korte duur en in 1535 herstelde Karel V de Hafsieden onder Spaans bewind.

Turkse Periode

Kaart van Tunis omstreeks 1500Photo: Publiek domein

De Ottomanen heroverden Tunesië weer in 1574, mede omdat de Spanjaarden ook al oorlog voerden met de Nederlanden. Tunesië werd onder Turks oppergezag nagenoeg onafhankelijk. Het land werd officieel een Ottomaanse provincie met aan het hoofd een door de sultan aangestelde pasja. Uit de officierskaste van de beis trok er één in 1591 de macht aan zich. Hierna volgde een regeringsperiode van regenten, de deis, en verschoven de machtsverhoudingen opnieuw. De bei, wiens taak bestond uit het innen en beheren van de belastingen werd de echte machthebber in de staat. Ibrahim al-Sjarif eigende zich ten slotte in 1702 de titels bei, dei en pasja toe. Al in 1705 werd hij echter opgevolgd door Hoessein ben Ali Turki. Hoessein werd de stichter van de dynastie der Hoesseinieden. Onder de Hoesseinieden kwam Tunesië tot grotere welvaart. Naast de eeuwenoude zeeroverij leverden ook landbouw en handel veel geld op.

In het begin van de 19de eeuw verlangden de Europese landen onderdrukking van de piraterij en afschaffing van de slavernij. Dit kostte Tunesië natuurlijk zeer veel geld en grote armoede was dan ook het gevolg. De verovering van Algiers door Frankrijk (1830) had grote gevolgen voor Tunesië. Pogingen om Tunesië te moderniseren mislukten en kostten zeer veel geld. Het verhogen van de belastingen was vaak de oorzaak van volksopstanden. Mohammed al-Sadik gaf Tunesië in 1861 een van tevoren door Napoleon III goedgekeurde grondwet.

Franse Periode

Medina van Tunis, 1899Photo: Publiek domein

In april 1881 vielen Franse troepen vanuit Algerije Tunesië binnen naar aanleiding van een grensincident tussen de twee landen. Zij dwongen Mohammed al-Sadik tot aanvaarding van het Verdrag van Kasser Sa'id, dat bepaalde dat hij in theorie heerser van Tunesië bleef. In 1883 werd Ali IV gedwongen tot het ondertekenen van het Verdrag van Mersa, waarmee Tunesië officieel tot Frans protectoraat verklaard werd. Aangemoedigd door schenkingen van land op grote schaal trokken vele Franse kolonisten naar het land. In 1920 werd de Destourbeweging opgericht met als doel het verwezenlijken van een constitutioneel regime met zelfbestuur voor de Tunesiërs. Meningsverschillen tussen de Destour en de Fransen leidden tot rellen en demonstraties, waarna de Destour in 1925 verboden werd. In het begin van de jaren dertig kwam de Destour opnieuw naar voren, maar zij raakte al gauw verdeeld in een gematigde en een radicale groep.

De radicale groep splitste zich in 1934 onder leiding van Habib Bourguiba af en vormde een nieuwe partij, de Nieuwe-Destour-partij. Zijn aanhangers riepen op tot een uitgebreid politiek verzet tegen de Franse overheersing. Bourguiba wordt gearresteerd en verbannen naar het zuiden van Tunesië. In 1936 werd hij vrijgelaten en organiseerde meteen weer stakingen en massademonstraties. In 1938 bereiken de botsingen tussen de Tunesische nationalisten en de Fransen een hoogtepunt, de staat van beleg wordt afgekondigd en de leiders van de Neo-Destour worden gearresteerd en naar Frankrijk afgevoerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Tunesië tijdelijk onder het bewind van Vichy. De Duitsers werden in 1942 door de Britten richting Tunesië gejaagd en op 7 mei 1943 kon de overwinning op de Duitsers gevierd worden.

Habib Bourguiba speecht in Bizerte, TunesiePhoto: Publiek domein

In 1949 keerde Bourguiba terug en in april 1950 deed de Néo-Destour nieuwe voorstellen aan de Fransen. De kern hiervan was dat de overdracht van de soevereiniteit en de uitvoerende macht aan de Tunesiërs zou moeten worden gegeven. De politieke hervormingen kwamen al snel tot stilstand, en in 1952 werden grote demonstraties en stakingen gehouden. Bourguiba en verschillende andere leiders van de Néo-Destour werden weer gevangengezet, terwijl de Fransen later in het jaar een militair bestuur benoemden. In juli 1954 deden de Fransen nieuwe voorstellen om tot een binnenlands zelfbestuur voor Tunesië te komen. Op 2 juni 1955 werd een slotovereenkomst bereikt, die binnenlandse autonomie voor Tunesië regelde. Néo-Destour-leden hield wel vast aan het uiteindelijke doel, een volledig onafhankelijk Tunesië. Een kleinere groep onder leiding van Salah ben Youssef was hier fel tegen en probeerde de uitvoering ervan te verhinderen, o.m.

door terreurdaden tegen zowel de Fransen als tegen de leden van de Néo-Destour die voor de overeenkomst waren. In 1955 werd Salah ben Youssef met zijn aanhangers uit de partij gestoten en Bourguiba herkozen tot voorzitter van de partij.

Onafhankelijkheid

Tunis op onafhankelijkheidsdag 1956Photo: Publiek domein

Op 20 maart 1956 werd de onafhankelijkheid van Tunesië door Frankrijk erkend. In de daaropvolgende maanden werden verkiezingen gehouden, de monarchie afgeschaft en werd Bourguiba tot president van de Tunesische republiek gekozen.

Er bevonden zich echter nog steeds Franse troepen in het land. Na een Frans bombardement op een Tunesisch-Algerijnse grensdorp in februari 1958 verbrak Tunesië de relaties met Frankrijk en eiste volledige terugtrekking van de Franse troepen. In 1961 eiste Bourguiba opnieuw volledige terugtrekking en maakte hij aanspraak op een Algerijns deel van de Sahara. Als gevolg van gevechten rond deze gebieden zocht Tunesië toenadering tot andere Arabische staten en het Oostblok.

Na de oorlog in Algerije leidden onderhandelingen in 1963 tot terugtrekking van alle Franse troepen en tot teruggave van grondgebied van Franse kolonisten. Verdergaande nationalisaties van land van Franse kolonisten hadden tot gevolg dat Frankrijk zijn hulp stopzette. Door vergaande landhervormingen en socialistische experimenten verstevigde Bourguiba de greep op de partij en het land. In 1975 werd hij tot president voor het leven gekozen. Hij wilde door middel van de dialoog een einde maken aan het Arabisch-Israëlisch conflict, maar dat veroorzaakte een verwijdering van de Arabische staten. De deelname van Tunesië aan de Jom Kippoeroorlog in 1973 met een klein legertje bracht enige verbetering in deze betrekkingen. In de tweede helft van de jaren zeventig verzetten studenten en de vakbond zich tegen de regeringspolitiek.

In 1977 schoten legereenheden op stakers en demonstranten en hoewel in een aantal gevallen aan de eisen van de stakers werd tegemoetgekomen, bleef premier Nouira voorstander van een harde aanpak. Er werden ministers ontslagen en de top van het vakverbond werd in de gevangenis gegooid. Bij de parlementsverkiezingen van november 1981 werden er voor het eerst meer partijen toegelaten, maar geen van allen behaalde de kiesdrempel van 5%.

Islamitisch fundamentalisme

Ben Ali, TunesiePhoto: Presidencia de la Nación Argentin CC 2.0 Generic no changes made

In de jaren tachtig manifesteerde zich een islamitisch-fundamentalistische beweging. De overheid trad hier hard tegen op. De moslim-fundamentalisten waren o.a. betrokken bij ongeregeldheden op universiteiten en bij het grote broodoproer van januari 1984. President Bourguiba ontsloeg daarop premier Mzali. Op 7 november liet generaal Ben Ali, in oktober 1987 tot premier benoemd, de bejaarde Bourguiba ongeschikt verklaren nog langer het presidentschap te vervullen en nam zelf de macht over. In de buitenlandse politiek oriënteerde Tunesië zich meer op de Arabische wereld. Zo vestigde de PLO haar hoofdkwartier in l982 in Tunis.

Tijdens de Tweede Golfoorlog nam Tunesië een neutrale houding aan. Bij de presidentsverkiezingen van maart 1994 werd president Ben Ali met een grote meerderheid herkozen en bij de parlementsverkiezingen verwierf het Rassemblement constitutionnel démocratique (RCD) bijna alle stemmen. Op de gang van zaken met betrekking tot de verkiezingen en de mensenrechten kwam veel kritiek uit binnen- en buitenland. Tegen het islamitisch fundamentalisme stelde president Ben Ali zich zeer hard op, wat resulteerde in de arrestatie van vele fundamentalisten. In januari 1996 kwamen in Tunis de Arabische ministers van Buitenlandse Zaken bij elkaar om een gezamenlijke strategie tegen het terrorisme te bespreken.

21e eeuw

Bij de presidentsverkiezingen in oktober 2004 kreeg Ben Ali 99,4 % van de stemmen. Een grondwetswijziging maakte de weg vrij voor een vierde ambtstermijn van Ben Ali. De laatste jaren, 2005-2008, is het onrustig tussen de regering en de islamisten. In januari 2007 is er een strijd tussen islamistische militanten en veiligheidstroepen. In februari 2009 veroordeelt een Frans gerechtshof islamisten vanwege bomaanslagen op de synagoge van het eiland Djerba. President Ben Ali wint in oktober 2009 zijn vijfde termijn als president.

Beji Cais Essebsi, president van TunesiePhoto: Magharebia CC 2.0 Generic no changes made

Op 14 januari 2011 vlucht president Ben Ali naar Saoedi-Arabië na dagenlange onrust en hardhandig politieoptreden. Premier Mohammed Ghannouchi is aangesteld als interim-president. Op 12 december 2011 werd Moncef Marzouki gekozen tot interim-president van de Tunesische Republiek. In oktober 2013 stemt de regerende Islamistische Ennahda partij in met een regering van nationale eenheid die de verkiezingen van 2014 moet voorbereiden. Op 29 januari 2014 wordt Mehdi Jooma hoofd van de interim regering. In mei 2014 keurt het parlement de nieuwe kieswet goed die de weg vrij moet maken voor presidentsverkiezingen eind 2014. Beji Caid Essebsi wordt in december 2014 gekozen tot president. In 2015 zijn er aanslagen door Islamitische Staat tegen voornamelijk toeristische doelen, zoals het Bardo museum in Tunis en de kust bij Sousse. Oktober 2015 krijgen vier Tunesische organisaties de Nobelprijs voor de vrede vanwege hun bijdrage aan de transitie naar democratie.

Kais Saied, president van TunesiePhoto: Onbekend CC 2.0 Generic no changes made

In april 2017 ontstaat een diplomatieke ruzie met Marokko en Algerije over een groep Syrische vluchtelingen. In de tweede helft van 2017 zijn er veel protesten en in december 2017 wordt Mehdi Johma premier in overleg met de oppositie. Sinds oktober 2019 is Kais Saied president met een anti-corruptie agenda. In september 2020 wordt Hichem Mechichi premier van een technocratisch kabinet dat als doel heeft de overheidsfinanciën op orde te krijgen.

Bevolking

Het aantal inwoners van Tunesië bedroeg in 2017 11.403.800. De bevolkingsdichtheid is zeer verschillend. Rond Tunis en het iets zuidelijker gelegen Sousse is de bevolkingsdichtheid het grootst. In het zuiden daarentegen wonen maar zeer weinig mensen per km2.

Studenten TunesiePhoto: Magharebia CC 2.0 Generic no changes made

In de kustgebieden leven de nakomelingen van de Feniciërs, Romeinen, Noormannen, Andalusiërs en Turken, die zich volledig vermengd hebben met de Arabieren en Berbers. De Berbers, ongeveer 1% van de bevolking, leven in enkele kleine gemeenschappen in de bergen en op het eiland Djerba. Tot 1956, het jaar van de onafhankelijkheid, leefden er in het zuiden nomaden of bedoeïenen die leefden van de veeteelt. In de jaren tachtig waren er nog maar ongeveer 1000 over. De rest is nu landbouwer of werkt in de toeristenindustrie. Joden hebben altijd in groten getale in Tunesië gewoond. Ook van hen zijn er nog maar weinig over, ongeveer 2000, en de meesten wonen op het eiland Djerba. Ook van de vele tienduizenden Europeanen die tot 1956 in Tunesië woonden, zijn er nog maar weinig overgebleven. 69% van de bevolking woont in de steden (2017). Vooral de jonge Tunesiërs trekken in groten getale naar de steden, waardoor het platteland ernstig vergrijsd. Grote steden in Tunesië zijn Tunis (2,3 miljoen inwoners), Kairouan en Sousse.

De gemiddelde levensverwachting is 75,7 jaar, mannen 74,1 en vrouwen 77,4 jaar. (2017).

Taal

Opschrift in het Frans en Arabisch medische faculteit TunesiePhoto: Aymen Fersi CC 4.0 International no changes made

De officiële taal is Arabisch, waarvan de gesproken vorm sterk afwijkt van de geschreven taal. De omgangstaal in Tunesië is een Arabisch dialect dat afhankelijk van de regio wat kan verschillen. Het klassiek-Arabische schrift wordt van rechts naar links geschreven en men schrijft alleen medeklinkers en lange klinkers. Frans wordt nog veel gebruikt in bestuur en handel en door de oudere generatie. De jongere generatie voelt zich beter thuis bij het klassiek-Arabisch. Het is bovendien de taal van het hoger onderwijs. Veel woorden zijn ontleend aan het Turks, een gevolg van 250 jaar Osmaanse invloeden. Het Berbers is bijna helemaal verdwenen en is vermengd met het Arabisch.

Enkele uitspraakregels van het Arabisch:

Tunesich ArabischPhoto: Nguyenhuunhien CC 3.0 Unported no changes made

Er bestaat geen vaste Nederlandse schrijfwijze voor Arabische woorden. De namen worden geschreven zoals ze uitgesproken worden. Aqaba kan dus net zogoed als Akaba gespeld worden.

Het Arabische schrift wordt van rechts naar links geschreven en bestaat uit 28 medeklinkers. Klinkers worden niet geschreven en daardoor ontstaan er verschillende Latijnse schrijfwijzen voor één-en-hetzelfde woord. Arabische cijfers worden van links naar rechts geschreven.

Enkele woorden en zinnen:

NederlandsArabisch
Eenwahed, vrouwelijk: wahda
Tweeetnen
Drietalata
Tien‘ashra
Honderdmeyya
Duizend‘alf
Zondagyom el had
Woensdagyom el ’arba’
Ja‘aywa
Neela’
Zomersef
Wintersheta
Waar is het hotel?fen el fondok?
Hoe laat is het?essa’a kam?
Hoe heet u?‘esm-ak ‘ak? (man)
Hoe heet u?‘esm-ek ‘eh? (vrouw)
Hebt u wisselgeld?‘andokom fakka?

Godsdienst

Zitouna moskee in TunisPhoto: Citizen59 CC 3.0 Unported no changes made

De officiële religie is de islam. Ongeveer 98% van de bevolking is islamiet, en wel overwegend van de soennitische richting. De overheidsbemoeienis is groot, zo staat er in de grondwet dat de president moslim moet zijn. Wel garandeert de grondwet dat andere godsdiensten vrij beleden kunnen worden onder voorwaarde dat er geen gevaar voor de nationale veiligheid ontstaat. De regering faciliteert moskeeën en betaalt de voorgangers.

Het aantal christenen (rooms-katholieken, Grieks-orthodoxen, protestanten) bedraagt ca. 2%. De joodse gemeenschap telt naar schatting 20.000 zielen (vooral op Djerba).

Samenleving

Staatsinrichting

Parlementsgebouw TunesiePhoto: Yamen CC 3.0 Unported no changes made

Volgens de grondwet van 1959 is het hoofd van de republiek de president, die voor vijf jaar met algemeen kiesrecht gekozen wordt. Hij kan zich twee keer herkiesbaar stellen en moet minstens veertig jaar oud zijn. Hij is hoofd van de uitvoerende macht en opperbevelhebber van de strijdkrachten. Hij wordt bijgestaan door een ministerraad onder leiding van een premier. De wetgevende macht berust bij de Nationale Vergadering, waarvan de 163 leden met algemeen kiesrecht voor vijf jaar worden gekozen. Iedereen ouder dan twintig jaar heeft kiesrecht. De president heeft tegenover de Nationale Vergadering een vetorecht. Een veto van de president kan echter weer met tweederde meerderheid overstemd worden.

Administratieve indeling

Administratieve verdeling TunesiePhoto:TUBS CC 3.0 Unported no changes made

Tunesië is bestuurlijk verdeeld in 23 gouvernorats (vilajat), met aan het hoofd een wali (gouverneur). Ze zijn weer onderverdeeld in delegaties (moetamaddijjat), die weer onderverdeeld zijn in gemeenten. De gemeenteraad kiest de burgemeester.

Tunesië is lid van de Verenigde Naties en enkele VN-organisaties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de Arabische Liga, de Islamitische Conferentie Organisatie en de Unie van de Arabische Maghreb (AMU). Het land is geassocieerd met de EU. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Universiteit van TunisPhoto: Publiek domein

Tot aan de onafhankelijkheid in 1956 volgde maar 10 procent van de Tunesische kinderen onderwijs. Onder president Bourguiba kreeg het onderwijs hoge prioriteit en werden er vele lagere en middelbare scholen gebouwd. Ook werden er vele onderwijzers opgeleid. Halverwege de jaren tachtig ging ongeveer 95% van de kinderen naar school. De lagere school duurt evenals in Nederland zes jaar. Het aantal lesuren bedraagt echter maar ongeveer 850; in Nederland iets meer dan 1400 uren. Men denkt er nu wel over om de lagere schooltijd met twee jaar te verlengen. Frans wordt gegeven vanaf de derde klas van de lagere school. De middelbare school heeft zes klassen en een voorbereidend jaar op een universitaire studie. Ook kan men kiezen voor een driejarige opleiding die opleidt voor allerlei beroepen en ambachten. Engels en Duits zijn keuzevakken en enkele uren per week krijgt men koranonderricht.

Economie

Algemeen

Tot aan de onafhankelijkheid in 1956 vormde de landbouw de basis van de economie. Door veel vijf- en tienjarenplannen vormen het toerisme en de oliewinning op dit moment de basis van de Tunesische economie.

Tunesisch muntgeldPhoto:Kim S CC 2.0 Generic no changes made

Ook giften van in het buitenland wonende Tunesiërs versterken de economie. Tunesië heeft een vrijemarkteconomie waarin de overheid een grote rol speelt door middel van wetgeving, het reguleren en bevorderen van investeringen, het aantrekken van buitenlandse gelden en het opzetten van werkgelegenheidsprogramma's. Hoewel Tunesië niet tot de groep armste landen behoort, heeft de economie wel alle kenmerken van die van een ontwikkelingsland:

grote afhankelijkheid van de export van grondstoffen, het toerisme en de overmakingen van gelden van in het buitenland werkende Tunesiërs, terwijl hoogwaardige industrieproducten ingevoerd moeten worden. Na de Arabische lente in 2011 komt er de klad in het toerisme en krijgt de economie het zwaar te verduren. De regering van Tunesië wordt geconfronteerd met grote uitdagingen, het terugdringen van de hoge werkloosheid en het verminderen van economische verschillen tussen het meer ontwikkelde kustgebied en het verarmde binnenland hebben prioriteit.

De economische groei bedroeg in 2017 2 %. Het BNP per hoofd van de bevolking was $ 11.900 (2017).

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Ongeveer 14,8% van de beroepsbevolking is werkzaam in de landbouw. De sector draagt voor 10,1 % bij aan het bnp. Ongeveer 55% van de grond is in cultuur gebracht en er zijn grote irrigatieprojecten in uitvoering. De landbouw heeft grote problemen met ontvolking van het platteland, een verouderd pachtsysteem, bodemerosie en overbegrazing. De belangrijkste landbouwgebieden liggen in de dalen van de bergen in het noorden (granen); in het noordoosten is ook veel tuinbouw. Men verbouwt daar fruit, groenten en citrusvruchten. Wijnbouw is op Cap Bon geconcentreerd en de opbrengst bedraagt ongeveer 150 miljoen liter. In de Tunesische Sahel zijn olijven en in Zuid-Tunesië dadels de belangrijkste bronnen van inkomsten.

Hooioogst TunesiePhoto: Denis Jarvis CC 2.0 Generic no changes made

Een klein deel van de Tunesische landbouwgrond wordt kunstmatig bevloeid terwijl het overgrote deel afhankelijk is van de ongelijk vallende neerslag. De veehouderij kan de binnenlandse vraag naar vlees en melk niet dekken. De overheid stimuleert de veehouderij om minder afhankelijk te zijn van het buitenland. Op de steppen van Midden- en Zuid-Tunesië worden schapen, in het noorden koeien gehouden. Er zijn nog steeds veel keuterboertjes die alleen produceren voor eigen gebruik. Terwijl de pluimveesector enorm groeit, stagneert de visserij al jaren. De overheid, die een vismonopolie heeft in de kustlagunen en enkele binnenmeren, bevordert de kustvisserij en de verre visserij door de opbouw van een moderne vissersvloot. De visvangst is op dit moment nog onvoldoende om aan de binnenlands vraag te voldoen en veel vis moet daarom worden ingevoerd.

Mijnbouw en Industrie

Tunesië is zeer rijk aan bodemschatten als aardolie, aardgas, fosfaat, ijzererts, looderts, zinkerts, fluoriet, kwik en zout. De belangrijkste aardolievelden zijn Bir Aouin, al-Borma en rond de eilandjes van Kerkena.

Industrie TunesiePhoto: Habib M’henni CC 4.0 International no changes made

In de Golf van Gabès zijn aardolie en kleine aardgasreserves aangetroffen. Het land moet brandstof invoeren. Ongeveer een derde van de beroepsbevolking is werkzaam in de industrie, die een behoorlijke bijdrage (26,2% in 2017) aan het bnp levert. Industriële centra zijn Tunis, waar de voedings- en genotmiddelenindustrie overheerst, Menzel Bourguiba-Bizerte met zware industrie (hoogovens en aardolieraffinage, cementindustrie en textiel), Sousse met textielbedrijven die veel produceren voor West-Europese landen, Sfax met fosfaat verwerkende industrie en Gabès met petrochemische en cementindustrie. ln het overheidsbeleid ligt de nadruk op het aantrekken van buitenlandse investeringen, exportoriëntatie en het decentraliseren van de industrie. De energievoorziening is in hoge mate afhankelijk van aardolie-import. Het beleid is er op gericht meer eigen exploratie en raffinagecapaciteit te stimuleren.

Handel

Export TunesiePhoto: R. Haussmann, Cesar Hidalgo, et.al CC3.0 no changes made

De voornaamste exportproducten zijn textiel en lederwaren, aardolie en aardolieproducten, fosfaat en chemische producten. De belangrijkste exportlanden zijn Frankrijk, Italie en Duitsland. De totale waarde van de export bedroeg $ 13,8 miljard in 2017. De import bestaat voor een groot deel uit textiel, machines, graan en auto's. Belangrijke importlanden zijn vooral Frankrijk, Italië, Duitsland, China en buurland Algerije. De totale waarde van de import bedroeg $ 19,1 miljard in 2017.

Tunesië heeft te kampen met een handelstekort en hoge buitenlandse schuld en probeert door te bezuinigen die schuld omlaag te krijgen.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Toeristenwinkel Sidi Bou Said, TunesiePhoto: Hajotthu CC 3.0 Unported no changes made

Het toerisme is de belangrijkste bron van buitenlandse valuta. De toeristische infrastructuur langs de kust is in de jaren '80 behoorlijk uitgebreid en verbeterd. In 1994 waren er bijna 4 miljoen buitenlandse toeristen, ook uit de Arabische landen. Deze sector zorgt ook voor veel werkgelegenheid. Meer dan 50% van de beroepsbevolking werkt in de dienstensector.

Tunesië krijgt voornamelijk ontwikkelingshulp van de westerse industrielanden, zoals de Verenigde Staten, Duitsland, Italië en Frankrijk. Ook van internationale organisaties krijgt men geld. In het noorden van het land is het wegennet in goede staat en dichtmazig. Bus- en taxidiensten verzorgen het personenvervoer tussen de steden. De Société des Chemins de Fer Tunisiens verzorgt het spoorwegverkeer, dat de grote steden met elkaar verbindt. De Compagnie Tunisienne de Navigation, een staatsonderneming, onderhoudt het scheepvaartverkeer met Europa en de Arabische havens. De voornaamste zeehavens zijn Tunis, Bizerte, Sousse en Sfax.

De nationale luchtvaartmaatschappij is Tunis Air. Er zijn zes internationale vliegvelden: Tunis-Carthage, Tunis-al Aouina, Monastir-Skanes, Djerba-Mellita, Tabarka en Tozeur-Nefta.

Carthagozaal in het bardo museum in TunisPhoto: Alexandre Moreau CC 2.0 Generic no changes made

Tunesië bezit nog veel monumenten en kunstschatten uit diverse cultuurperioden.

Verspreid over het land liggen ongeveer 250 historische complexen. De oudste kunstschatten zijn prehistorisch versierde vuurstenen, benen kralen e.d. uit de tijd na 8000 v. C. o.a. in het nationale Bardo-Museum in Tunis. De belangrijkste musea in Tunis en Carthago bezitten o.a. Punische sieraden en amuletten. Toeristen bezoeken Tunis vooral vanwege de oude medina. Deze ommuurde oude stad dateert uit de 13e eeuw. Tevens vindt men daar enkele soeks (oosterse markten).

Beroemd is de Punische ruïnestad Kerkouane.

Romeins amphitheater van El Djem in TunesiePhoto: Jerzystrzelecki CC 3.0 Unported no changes made

Er zijn zeer veel restanten uit de Romeinse tijd. Tunesië bezit de mooiste collectie Romeinse mozaïeken. Romeinse bouwresten zijn te vinden in Dougga, Maktar (thermen en triomfboog), en Carthago, waar bovendien nog opgravingen uit de Punische tijd te zien zijn. Beroemd is het amphitheater van El Djem. Uit de vroeg-christelijke periode resten o.a. doopvonten, grafmozaïeken en sarcofagen. Resten van vroeg-christelijke basilica's vindt men bij Carthago (150 m. lang) en in Sbeitla. De oudste Arabische stad van Tunesië, Kairouan, bezit monumenten als de Sidi Okba-moskee uit de 9de eeuw.

Fort op DjerbaPhoto: Cezary p CC 4.0 International no changes made

Andere plaatsen met Arabische monumenten en typisch Arabische medina's zijn o.a. Tunis, Sousse en Bizerte. De islamitische monumenten omvatten naast moskeeën, medrese (hogescholen), paleizen, kasba's (citadellen) en mausolea.

Bekend zijn verder de ribats (kloosterburchten) van Monastir en Sousse uit de 8ste en 9de eeuw. Laat middeleeuwse forten komen voornamelijk langs de kust voor, o.a. op het eiland Djerba. Zeer algemeen is de vervaardiging van allerlei handwerk, o.a. tapijten, keramiek, borduurwerk, katoenweverij, smeedwerk in goud, zilver, koper, ijzer, leerbewerking en traditioneel beeldhouwwerk. Spectaculaire evenementen zijn het valkenjachtfestival in El-Haouaria en ruiterspelen in Kairouan en de Sahara.

Chott el jerid TunesiePhoto: Stefan Krasowski CC 2.0 Generic no changes made

Het schiereiland Cap Bon heeft wel iets weg van Zuid-Italië Bekende badplaatsen zijn Bizerte en omgeving, het eiland Djerba en Monastir. Gabès, Gafsa en Tozeur zijn uitgangspunten voor woestijntoerisme in Zuid-Tunesië. In het zuidelijke deel van het binnenland vindt men de bekende oases van Tamerza en Nefta. Ook het zoutmeer Chott el Jerid, dat lijkt op een buitenaards landschap is zeer de moeite waard.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

TUNESIE LINKS

Advertenties
• Tunesie Vliegtickets,nl
• Tunesie Tui Reizen
• Vakantie Tunesie
• Tunesië Hotels
• Naar Tunesie met Sunweb
• Tunesie Vliegtickets Tix.nl
• Rondreis Tunesie
• Djoser Rondreis Tunesie
• Autoverhuur Sunny Cars Tunesië

Nuttige links

Fietsen in een islamitisch land (N)
Monastir Startkabel (N+E)
Reisfotografie (N)
Reisinformatie Tunesië (N)
Tunesië Reisstart (N+E)
Tunesië Startkabel (N)

Bronnen

Dominicus, J. / Tunesië

Gottmer

Ruland-Wachters, T. / Reishandboek Tunesië

Elmar

Tunesië

Standaard

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems