Populaire bestemmingen FRANKRIJK

PROVENCE   

Prehistorie en oudheid

De eerste sporen van menselijk leven in de Provence, bewerkte stenen in de Grotte de Vallonnet op de Cap Martin bij Roquebrune, dateren van ca. 950.000 v.Chr. De oudste aanwijzingen dat de mens vuur kon maken, zijn gevonden in de grot van Escale en zijn ca. 700.000 jaar oud.

In het Neolithicum (ca. 6000-1800 v.Chr.) werden de eerste nederzettingen gesticht door Liguriërs, waarvan het onduidelijk is waar ze precies vandaan kwamen. De eerste gevonden overblijfselen van een dorp dateren van 4.650 v.Chr. en werden ontdekt in de buurt van Courthézon in de Vaucluse. In deze tijd ontstonden ook de zogenaamde ‘oppida’, versterkte bergdorpen, opgetrokken in steen, met straten en door een muur omringd.
Tegen het einde van het bronzen tijdperk (900-750 v.Chr.) zakten vanuit Midden-Europa Keltische stammen (o.a. de Saluviërs) naar het zuiden en vermengden zich met de Liguriërs.
Vanaf de 8e eeuw v.Chr. dreven de Kelto-Liguriërs handel met mediterrane volkeren als de Etrusken en de Feniciërs.

Grieken en Romeinen

De eerste Grieken, vermoedelijk van het eiland Rhodos, arriveerden in de 7e eeuw v.Chr. in het Zuidfranse kustgebied. De belangrijkste haven was op dat moment Massalia, het huidige Marseille. De Grieken stichtten hier een permanente kolonie. Ze verscheepten voornamelijk zout naar Griekenland en dreven ruilhandel met de oorspronkelijke bevolking. Marseille werd ook het middelpunt van de wijn- en de tinhandel.
De Grieken bleven ca. 400 jaar in deze regio en stichten in die periode ook handelsposten in Arles, Avignon, Antibes, Monaco en Nice. De handelsconcurrentie tussen de Grieken en de Keltisch-Ligurische stammen leidde tot veel gewapende botsingen tussen beide groeperingen.
Om de vele opstanden de kop in te drukken riepen de Grieken in 125 v.Chr. de hulp van de Romeinen in. Zij versloegen de opstandige stammen in , maar lijfden tevens het hele gebied in. In 122 v.Chr. stichtten ze hun eerste kolonie, Aquae Sextiae, het huidige Aix-en-Provence. Nîmes en Arles werden de belangrijkste steden buiten Italië. De nieuwe provincie werd eerst Gallia Transalpina genoemd en daarna Gallia Narbonensis, naar de eerste Romeinse kolonie Narbonne.

De provencie kreeg toen de status van ‘Provincia Romana’, waar de naam Provence waarschijnlijk vandaan komt. Vanaf die tijd zou de Provence alle kenmerken van de Romeinse beschaving overnemen, o.a. een wegennet, amfitheaters, badhuizen en bruggen. Massalia (Marseille) behield voorlopig zijn autonomie en grondgebied. Na een strijd tussen Romeinen onderling verliest Marseille in 49 v.Chr. haar autonomie en raakt in verval.
Waarschijnlijk bereikten vanaf de 2e eeuw n.Chr. de eerste christenen al de Provence. Serieus werd het echter pas toen in 314 keizer Constantijn in Arles een Concilie uitriep. Het christendom had al snel een grote aanhang in de Provence, want al in de 5e eeuw telde het gebied ca. 20 bisdommen, met Arles en Aix als aartsbisdommen. In dezelfde eeuw werd ook de eerste basiliek gebouwd, die van St-Victor in Marseille.

Vroege Middeleeuwen

Nadat het Romeinse Rijk in de 3e eeuw in een politieke, militaire en bestuurlijke crisis raakte, gaf dat ‘barbaarse’ stammen de kans om Frankrijk aan te vallen. De Provence viel in eerste instantie ten prooi aan de Visigoten en Bourgondiërs en werd in de 6e eeuw veroverd door de Ostrogoten. Zij moesten echter al in 536 het veld ruimen voor de Franken en de Provence werd een onderdeel van het Frankische rijk.

De omvang van het Frankische rijk zorgde ervoor dat het rijk verdeeld werd in drie deelstaten: Austrasië, Neustrië en Bourgondië. Een gedeelte van de Provence werd bij Austrasië ingedeeld, een ander deel werd bij Bourgondië ingedeeld. Elke regio werd bestuurd door een ‘patrice’, die er echter vooral op uit waren om zoveel mogelijk zelfstandigheid te bewerkstelligen. Ze sloten daartoe gemakkelijk een verbond met andere volkeren, waaronder in de 8e eeuw de Saracenen. Zij werden in 732 echter verslagen door Karel Martel in de Slag bij Poitiers en de Provence kwam weer volledig onder het gezag van de Merovingische koningen. Onder Pippijn de Korte (741-768) en Karel de Grote (768-814) speelde de Provence geen enkele rol meer in de geschiedenis van Frankrijk.

In 813 werd de Provence weer aangevallen door de Saracenen, die zich tot in de 11e eeuw wisten te handhaven in de Provence. Na de dood van Karel de Grote viel de Provence toe aan zijn kleinzoon Lotharius, die er in 855 voor zijn zoon het koninkrijk van Bourgondië-Provence van maakte. Dit koninkrijk, dat ook wel het ‘Koninkrijk Arles’ werd genoemd, vererfde in 1032 aan de Duitse keizer Conrad de Saliër. Vanaf die tijd maakte de Provence, weliswaar met grote zelfstandigheid, deel uit van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie.
Nadat de onrust stokende Saracenen vertrokken waren, werd er door de graven van Arles, de broers Guillaume en Roubaud, besloten tot een tweedeling van de Provence met de rivier Durance als grens.
Het gebied ten noorden van de rivier werd een markiezaat met als hoofdstad Avignon en met Roubaud als markgraaf. Het gebied ten zuiden van de rivier werd een graafschap met als hoofdstad Arles en Guillaume aan het hoofd.
Doordat er alleen maar vrouwelijke afstammelingen werden geboren ontstond er een ernstig opvolgingsprobleem. De dochters van de broers trouwden namelijk met graven van de huizen Barcelona en Toulouse. Toen de graaf van Barcelona zich de titel graaf van de Provence toeeigende, betwistte het huis van Toulouse dit uiteraard en ontstond er een flinke ruzie. Deze strijd duurde tot 1125, waarna de grenzen weer in vrijwel de oude staat werden hersteld. De Provence onderhield op dat moment nauwe banden met de Languedoc, waar dezelfde taal werd gesproken (de langue d’oc) en vergelijkbare zeden en gewoonten golden.

Late Middeleeuwen

In de 12e eeuw kwamen de Katharen in opkomst, een volgens de Roomse Kerk ketterse beweging. Voeg daarbij een gebrek aan een sterk centraal gezag en het zal duidelijk zijn dat het een roerige tijd was. De ongewenste onstuimige groei van de Kathaarse beweging werd door de keizers van het Heilige Roomse Rijk op het bordje gelegd van de graaf van Toulouse. Deze wist niets anders te doen dan de kant van de Katharen te kiezen en haalde daarmee de woede van de paus op zijn hals. De paus dwong de Franse koning Filips II Augustus om een ‘binnenlandse kruistocht’ tegen de Katharen te beginnen. Dit liep uit op een heuse godsdienstoorlog die van 1209 tot 1220 zou gaan duren en door de graaf van Toulouse verloren werd.

In de Provence ging het ondertussen een stuk beter. Met name onder graaf Raymond V (1209-1245) ontwikkelde de regio zich goed en bleef gespaard van oorlogen. Zijn oudste dochter, Beatrix, erfde de territoriale rechten op de Provence en trouwde in 1246 met Karel van Anjou, de jongste broer van de Franse koning. In 1265 wist Karel de gebieden Napels en Sicilië op verzoek van de paus te veroveren en werd daarmee tot koning gekroond. Het gevolg hiervan was dat de Provence niet meer in handen was van het huis van Barcelona, maar toebehoorde aan het huis van Anjou.
De rust in de Provence kwam ten einde in 1343, toen de pas 17-jarige Jeanne van Anjou (“La reine Jeanne”) het heft in handen nam in het koninkrijk van Napels en Sicilië. Verdacht van moord op haar Hongaarse echtgenoot en totaal berooid, vluchtte Jeanne in 1347 naar de Provence.
Om aan geld te komen verkocht ze de stad Avignon aan paus Clemens VI (voor 80.000 florijnen) en keerde uiteindelijk terug naar Napels. Daar koos ze tijdens het kerkelijke schisma, dat duurde van 1378 tot 1403, voor de tegenpaus van Avignon, Clemens VII, en niet voor Urbanus VII van Rome. Deze zette Jeanne af als koningin van Napels en stuurde de Hongaren weer op haar af. De Hongaren kregen haar nu wel te pakken en vermoordden haar. Ze werd opgevolgd door Karel III van Durazzo.

Onder het bestuur van René Anjou (1434-1480) bereikte de Provence grote welvaart en veel belangstelling voor kunst en cultuur. In 1409 werd de universiteit van Aix, op dat moment de hoofdstad van de Provence, opgericht.
Na de dood van René viel de Provence door een list van koning Lodewijk XI in handen van de Franse kroon en was vanaf dat jaar haar onafhankelijkheid kwijt.

De Provence vanaf 1481 bij Frankrijk

Frankrijk was eind 15 eeuw op weg om één staat te worden. Zo werd er in 1453 (einde 100-jarige oorlog) al definitief met de Engelsen afgerekend. Wat het binnenland betreft werden in deze periode niet alleen de Provence, maar ook Bourgondië en Bretagne onder Frans koninklijk gezag gebracht. In 1486 ratificeerden de Staten van Provence de aanhechting van de Provence bij Frankrijk.

In 1501 werd het parlement van Aix-en-Provence opgericht dat steeds meer op kwam voor de soevereine rechten van de Provence. Men slaagde er in de 16e eeuw zelfs nog even in om een soort zelfbestuur te krijgen. Maar in 1539 werd het Frans als officiële voertaal ingevoerd, en dat was een klap voor alle regio’s in Frankrijk die nog aan zelfstandigheid dachten.
In 1524 en in 1536 viel de Duitse keizer Karel V de Provence nog binnen, maar wist beide keren geen vaste grond onder de voeten te krijgen.

Godsdienstoorlogen verscheuren Frankrijk

Halverwege de 16e eeuw breidde het protestantisme (Hugenoten) zich uit van de steden naar het platteland. De koningen Frans I en Hendrik II beschouwden de Hugenoten als een bedreiging voor de monarchie en wilden ze letterlijk uitroeien. Dit lukte echter niet waardoor er een situatie ontstond waarin twee families de kroon wilden beheersen, de katholieke familie De Guise en de hugenotenfamilie Montmorency. Godsdienstoorlogen volgden elkaar in snel tempo op met als dieptepunt de Bartholomeusnacht van 24 augustus 1572. In deze nacht werden door Karel IX de voornaamste protestantse leiders vermoord, nota bene tijdens het huwelijk van zijn zuster Marguerite met de protestantse leider Hendrik van Navarra. De moordpartij loste natuurlijk niets op en de standpunten verhardden zich alleen maar. In 1589 werd Hendrik van Navarra als Hendrik IV zelfs koning van Frankrijk. Daarna bekeerde hij zich tot het katholicisme en gaf de Hugenoten via het Edict van Nantes (1598) godsdienstvrijheid.

Kardinalen aan de ‘macht’

Hendrik IV werd opgevolgd door de pas negen jaar oude Lodewijk XIII met Maria de Medici als regentes. Zij had echter weinig kaas gegeten van staatszaken en daardoor was het de eerste minister, kardinaal Richelieu, die in feite de macht in handen had. Na de dood van Richelieu werd kardinaal Mazarin diens opvolger. En ook hij zorgde ervoor dat de Franse vorsten als absolute vorsten konden regeren. Adel en parlement werden buitenspel gezet en dat zette uiteraard kwaad bloed. Het leidde uiteindelijk tot een burgeroorlog, de ‘Fronde’, die van 1645 tot 1653 zou duren. Mazarin wist de opstand uiteindelijk te onderdrukken. Na zijn dood in 1661 werd hij opgevolgd door Lodewijk XIV, de ultieme absolutistische vorst die zelfs zonder eerste minister regeerde. Hij herriep in 1685 het Edict van Nantes, wat de vlucht van honderdduizenden protestanten tot gevolg had. Dit veroorzaakte weer een economische crisis, die nog versterkt werd door de hoge kosten die diverse oorlogen met zich meebrachten. De oplossing werd gezocht in hogere belastingen die vooral arme boeren trof. Zij kwamen hier tegen in opstand en dat leidde uiteindelijk tot de Franse Revolutie.
In 1720 had ook de Provence ernstig te lijden onder de laatste grote pestepidemie in Europa, waardoor de helft van de bevolking van Marseille stierf. De pest was overgebracht door een vrachtboot uit Syrië, de Grand-Saint-Antoine, en verspreidde zich ook naar Aix, Arles en Toulon.

Franse Revolutie

Omdat de zwakke regering weinig aan de situatie deed steeg de onrust onder de bevolking die zichzelf op 17 juni 1789 uitriep tot Nationale Vergadering. De feodale rechten en standenprivileges werden afgeschaft en de rechten van de mens en de burger werden geproclameerd.
Op 14 juli 1789 was het zover. Het volk bestormde de Bastille, een gevangenis in Parijs die het symbool was van de absolute monarchie, en bezette die. Dit was het begin van de Franse Revolutie. Het koningshuis viel en er brak een roerige tijd aan. In 1791 werd de afgekondigde grondwet door de koning erkend. Hij gebruikte echter wel zijn veto ter bescherming van de gehate edelen en onbeëdigde priesters en dat pikte de bevolking niet. In 1790 werd de Provence in drie departementen verdeeld, Basses-Alpes, Bouches-du-Rhône en Var, en een jaar later werd het graafschap Venaissin het departement Vaucluse.
De opstandige Parijse gemeenteraad en de nieuwe Nationale Conventie riepen tussen 21 en 25 september 1792 de "eerste" republiek uit. In de Conventie werd de macht betwist tussen twee groeperingen: de Girondijnen, gematigde republikeinen, en de radicale Jakobijnen of Montagnards, met de bekende figuren Danton, Robespierre, Hébert en Marat. De gematigden werden door de radicalen met veel bloedvergieten uitgeschakeld maar kregen onderling ook ruzie, met name tussen aanhangers van Danton en Hébert.
Uiteindelijk bracht Robespierre ze beiden ten val en Lodewijk XVI werd na een schijnproces onthoofd. Robespierre zelf werd op 28 juli 1794 onthoofd met de guillotine. Na deze gewelddadige periode keerde de rust weer even terug in Frankrijk. Ook de Provence mengde zich in de strijd. Ca. 500 Marseillanen bestormden in 1792, samen met Parijzenaars, de Tuillerieën. Het lied van Rouget de L’isle dat de Marseillanen zongen, zou bekend worden als de Marseillaise, het Franse volkslied.
Het steeds ergere bloedvergieten ging uiteindelijk ook de bewoners van de Provence veel te ver. Steeds meer steden haakten af, zelfs het revolutionaire Marseille. Toulon ging zelfs zo ver dat men zich in 1794 onder bescherming van de Engelse vloot plaatste.

Napoleon Bonaparte

Na de dood van Lodewijk XVI keerden veel Europese mogendheden zich tegen de nieuwe republiek. Maar onder bevel van legeraanvoerder Napoleon Bonaparte wist het Franse leger vele overwinningen te boeken, onder andere in Italië en Egypte.
In 1799 deed hij echter een greep naar de macht en riep zich uit tot ‘eerste consul’ en fungeerde vanaf die tijd als alleenheerser. In 1804 kroonde hij zich zelfs tot keizer en zette het hele parlement buitenspel.
Toen hij in 1812 ook Rusland wilde veroveren kwam zijn hoogmoed voor de val. Het werd een grandioze mislukking, met als gevolg dat hij in 1814 werd afgezet en naar Elba gestuurd werd. Hij kwam nog één keer terug naar Parijs maar werd in 1815 bij Waterloo definitief verslagen en verbannen naar Sint-Helena. Op 5 mei 1821 overleed de ‘kleine generaal’.

19e eeuw

In de 19e eeuw is het erg onrustig in Frankrijk. Na de verbanning van Napoleon kwamen de Bourbons weer aan de macht en zij probeerden de vrijheden van de burgers weer in te perken. Dit leidde onvermijdelijk tot enkele opstanden, waarna uiteindelijk de burgerkoning Louis Philippe van Orléans gekozen werd. Ook hij kon aan de onrust en het wantrouwen van de republikeinen en de arbeiders niet veel veranderen. Deze groepen deden dan ook weer van harte mee aan een opstand in Parijs in het jaar 1848. Deze opstand had het uitroepen van de ‘Tweede Republiek’ tot gevolg. In 1852 werd Napoleon III de nieuwe keizer van Frankrijk, de kleinzoon van de Napoleon Bonaparte. In 1870 werd Napoleon alweer afgezet en ging men over tot het uitroepen van de ‘Derde Republiek’, die tot 1940 zou duren.
In de Provence legde de landbouw zich in de 19e eeuw steeds meer toe op de productie van wijn en de groenteteelt. Tevens werd het belangrijke Durance-kanaal aangelegd. Ondanks deze ontwikkelingen vond er een massale trek naar de grote steden plaats. Marseille profiteerde als havenstad sterk van de betere transportmiddelen en de opening van het Suezkanaal. Marseille werd een koloniale en industriële haven en kreeg industrie die nauw verbonden was met de import van agrarische producten. De industriële revolutie ging ook niet aan de Provence voorbij, oude industrieën werden gemoderniseerd en nieuwe industrieën als metaalnijverheid en scheepsbouw ontstonden. De industrie concentreerde zich vooral tussen de Rhône en de Var.

20e eeuw

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) had grote gevolgen voor Frankrijk en het Franse volk. Ca. anderhalf miljoen Fransen, burgers en soldaten, lieten het leven. Met name in Noord-Frankrijk waren de verwoestingen verschrikkelijk en de economie liep een flinke deuk op. Na deze economische achteruitgang nam de welvaart weer toe door de opkomst van de toeristenindustrie. Plaatsen als Cannes en Nice trokken vele toeristen, waaronder vele beroemdheden uit binnen- en buitenland. Op dat moment ging het economische weer voorspoedig, maar dat alles werd weer teniet gedaan door de wereldwijde economische crisis, die in 1929 begon.
Ook de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) had voor Frankrijk grote gevolgen. In 1939 verklaarden Engeland en Frankrijk Duitsland de oorlog. In mei 1940 vielen de Duitsers Frankrijk binnen en verjoegen de regering. Generaal Pétain sloot een wapenstilstand met Duitsland en vestigde zich in het nog niet bezette zuidoosten van Frankrijk. Op 11 november van dat jaar vielen de Duitse troepen de Provence binnen, maar dit gedeelte van Frankrijk had vooralsnog niet zo erg veel te lijden onder het oorlogsgeweld.
Dit veranderde na de succesvolle invasie in Normandië in juni 1944. Op 15 augustus 1944 volgde er namelijk een tweede invasie in het zuidelijke kustgebied tussen Hyères en de Estérelkust, met vervolgens zware gevechten op Provençaals grondgebied. De strijd duurde slechts vijftien dagen met de Franse en Amerikaanse troepen als glorieuze winnaars. Tussen 23 en 28 augustus werd Marseille bevrijd door het leger van generaal Montsabert, gesteund door het Franse verzet.
Eerder al, vanaf 1942, was de Résistance of ‘maquis’ actief in de Provence. Zij hadden succes in Marseille en bereidden in 1944 de kustgebieden voor op de geallieerde invasie.

Na de oorlog was het aan de beurt van de voormalige verzetsleider, Charles de Gaulle, om Frankrijk weer als een wereldmacht op de kaar te zetten. Dat lukte hem prima, onder zijn leiding werd de onafhankelijke en invloedrijke positie tussen de machtige landen ter aarde weer hersteld. Ook de Amerikaanse invloed in Europa werd mede door de Fransen teruggedrongen.
De lijn van de De Gaulle werd min of meer voortgezet door zijn opvolgers, Georges Pompidou en Giscard d’Estaing. In 1981 kwam de socialist François Mitterand aan de macht, en onder zijn bewind werd er meer aandacht geschonken decentralisatie van de regio en aan de culturele ontwikkeling van Frankrijk. Het tijdperk Mitterand werd in 1995 afgesloten met de verkiezing van de gaullist Jacques Chirac.
In 1970 verbonden de snelwegen A6 en A7 Marseille met de hoofdstad Parijs, gevolgd door de hogesnelheidstrein TGV in 1981. In juni 2001 werd de nieuwe TGV-lijn ten zuiden van Valence in gebruik genomen. Marseille kwam daardoor op slechts drie uur van Parijs te liggen met de trein.

Door een ongekende hittegolf in 2003 werd de Provence voortdurend geteisterd door bosbranden. In de regio PACA gingen ca. 40.000 ha bos in vlammen op.
In 2004 werd het vliegtuigwrak van de schrijver Antoine de Saint-Exupéry teruggevonden in zee, voor het eiland Riou, in de buurt van Marseille.

In 2007 werden de Alpilles uitgeroepen tot 'Parc Naturel Régional des Alpilles'.

Zie verder ook de geschiedenis van Frankrijk op Landenweb.

PROVENCE LINKS

Advertenties
• D-Reizen Provence
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Provence Vliegtickets.nl
• RCN vakantiepark Domaine de la Noguiere
• Provence Kras Reizen
• Aanbod vakantiehuizen Provence particulier
• Marseille Hotels
• Provence Tui Reizen
• Nice Vliegtickets WTC
• Eliza was here
• Provence Campings

Nuttige links

Provence Reisstart (N)
Provence Startnederland (N)
Romans over Provence (N)
Startpagina Provence (N)
Telefoongids Frankrijk
Willgoto Frankrijk (N)
Schrijf uw artikel over PROVENCE

Bronnen

Blisse, M. / Provence
Lannoo

Eck, N. van / Provence, Côte d’Azur
Gottmer/Becht

Guérin, R. / Provence
Van Reemst

Jardinaud, M. / Provence
ANWB

Provence
Lannoo,

Williams, R. / Provence & Côte d’Azur
Van Reemst

Zwijnenburg, H. / Provence, Côte d’Azur
ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt mei 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems