Steden VERENIGDE STATEN

Populaire bestemmingen VERENIGDE STATEN

VERENIGDE STATEN   

Eerste bewoners

De geschreven geschiedenis van de ‘Nieuwe Wereld’ begint uiteraard pas met de komst van de Europeanen in 1492. Toch waren er al tienduizenden jaren eerder al mensen op het Amerikaanse continent. Tussen 20.000 en 30.000 v.Chr. kwamen de eerste bewoners van het Noord-Amerikaanse continent vanuit Azië naar het huidiege Amerika getrokken. Deze mensen, door Christoffel Columbus abusievelijk indianen genoemd, verspreidden zich uiteindelijk over het hele continent, van het hoge noorden in Canada tot het uiterste puntje van Zuid-Amerika.

De oorspronkelijke bewoners verspreidden zich van de westkust naar de oostkust en leefden daar in op vele verschillende manieren. Indianen aan de westkust leefden vooral van de visvangst, in het midden leefde men vooral van de jacht (bizons). Ook zijn er resten van vooral agrarische gemeenschappen gevonden.
Exacte cijfers van het aantal indianen is niet bekend, mar de schattingen lopen uiteen van 40 tot 80 miljoen.

Christoffel Columbus en de kolonisatie van Amerika

In 1492 werd Amerika ontdekt door de ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus, in dienst van de Spaanse koning. Vóór Columbus waren er rond het jaar 1000 al vikingen in Amerika aangeland. In eerste instantie werden er door de Spanjaarden alleen maar wat exploitatiekoloniën gebouwd, men had niet de instantie om er te blijven wonen. Men name hoopte men veel goud te vinden.

In 1565 werd door de Spanjaarden de kolonie St. Augustine in Florida opgezet, gevolgd door de Britten met Jamestown in het huidige Virginia.
In 1619 ontstond pas de eerste vestigingskolonie en kwamen de eerste vrouwen naar Amerika. In de 17e eeuw groeide de groep kolonisten snel, vaak ten koste van de oorspronkelijke bevolking. De indiaanse bevolking werd gedecimeerd door nieuwe ziekten en door aanvallen van de kolonisten, die de indianen als wilden beschouwden.

Begin 17e eeuw waren de Spanjaarden al een eind naar het westen opgerukt en werd in New Mexico in 1609 Santa Fe gesticht.
Vanaf de 17e eeuw kwamen de Engelsen op het toneel en zij vestigden in 1607 een kolonie in Virginia. De kolonie Plymouth in Massachusetts werd in 1620 gesticht door de Pilgrim Fathers met hun beroemde schip de Mayflower. De jaren daarna werden zij gevolgd door de puriteinen die, eveneens aan de oostkust, onder andere Boston stichtten.

De Engelsman Henry Hudson werkte voor de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hij ontdekte de naar hem genoemde rivier en begon in 1624 met de bouw van een nederzetting op het eiland Manhattan, Nieuw Nederland.

Op deze manier werd de hele oostkust als het ware verdeeld tussen de verschillende Europese grootmachten. Het was echter al snel duidelijk dat Engeland de dominante macht zou worden in dit deel van Amerika. Vanuit Massachusetts ontwikkelden zich nieuwe kolonies, zoals Connecticut, Rhode Island, Maryland, Carolina, Georgia en Pennsylvania. In 1664 werd ook nog de Hollandse kolonie Nieuw-Nederland veroverd en strekte het Engelse gebied zich uit van Canada tot Florida. Ook de indianenstammen die in dit hele gebied woonden werden onderworpen aan de Engelsen, vaak via bloedige oorlogen.

Onafhankelijkheidsoorlog

In het begin waren de verschillen tussen de diverse kolonies, met name in economisch opzicht, erg groot. Het Noorden was een gebied met kleine en handelaars, terwijl de economie van het Zuiden bepaald werd door van slavernij afhankelijke tabaks-, rijst- en katoenplantages. Door de gezamenlijke Franse vijand in Canada trok men aanvankelijk nog gelijk op en dat leidde in 1763 tot de verovering van Canada na de zogenaamde French and Indian War (Zevenjarige Oorlog). De strijd kostte het moederland echter zeer veel geld en om de kas weer te spekken werden er steeds zwaardere belastingen op de kolonies gelegd.

Het verzet hiertegen liet niet lang op zich wachten en mondde uit in een onafhankelijkheidsoorlog die gewonnen werd door de dertien kolonies; aan het begin van de oorlog, op 2 juli 1776, werd de onafhankelijkheid al uitgeroepen en op 4 juli werd de door Thomas Jefferson geschreven “Declaration of Independence” aanvaard. De Amerikaanse Vrijheidsoorlog zou duren tot 1783 en op 19 april 1783 erkenden de Britten hun verlies bij de Vrede van Versailles en trokken zich terug uit de Verenigde Staten; de Amerikaanse republiek was een feit. Nederland was, na Frankrijk, het tweede land dat de ’Verenigde Staten van Amerika’ erkende (1782).

Dat de dertien zo verschillende koloniën meteen een eenheid zouden gaan vormen, bleek een utopie. Het enige gezamenlijke waren in feite de “Articles of Confederation”, een soort grondwet die echter met name het onafhankelijke karakter van de kolonies bevestigde. Verder was er eigenlijk maar één gezamenlijk orgaan, het ‘Congres’, dat echter maar een paar keer per jaar bijeenkwam. Deze losse verbintenis van staten ging gebukt onder grote oorlogsschulden, een teruglopende handel en een ontbrekend centraal gezag. De zogenaamde Federalisten pleitten voor een sterker gezag en een betere grondwet.

In 1787 werd er inderdaad een nieuwe Grondwet aanvaard, een moeizaam proces dat pas afgerond werd toen er een zogenaamde “bill of rights” aan de grondwet werd toegevoegd. De “bill of rights” bestond uit tien artikelen die de menselijke grondrechten bevatten. Door de aanvaarding van de nieuwe grondwet ging de dertien koloniën als een Unie van Verenigde Staten verder en in 1789 werd George Washington de eerste president, een held uit de oorlog tegen de Britten.

Consolidatie (1787-1815)

De nieuwe grondwet bleek aanvankelijk goed te voldoen en Washington werd gesteund door uitstekende medewerkers als Thomas Jefferson op Buitenlandse Zaken en Alexander Hamilton op Financiën. Hamilton maakte zich sterk voor de handel en de industrie van het Noorden en stond voor een centrale regering en een gezonde financiële politiek. Jefferson daarentegen was een echte zuiderling die stond voor de belangen van de landbouwers in het zuiden en voor meer economische vrijheid en decentrale rechten van de afzonderlijke staten.

Door de oprichting van een Nationale Bank kreeg Hamilton de steun van president Washington, en zijn aanhangers werden de Federalisten genoemd. De aanhangers van Jefferson werden de Republikeinen genoemd maar hadden nog lang niet zoveel macht als in latere tijden. In 1797 werd Washington opgevolgd door de federalist John Adams, maar in 1800 wonnen de Republikeinen de verkiezingen en werd Jefferson president, die tamelijk autoritair regeerde. Zo kocht hij zonder het Congres te consulteren in 1803 het Louisiana Territory van de Franse keizer Napoleon, waardoor het grondgebied van de Unie verdubbelde. Ook probeerde hij angstvallig neutraal te blijven in de Europese oorlogen die in die tijd gevoerd werden.

Onder Jeffersons opvolger, James Madison, raakte Amerika in 1812 in een oorlog verzeild met de Engelsen. De Engelsen behaalden een paar mooie overwinningen, maar bij de Vrede van Gent in 1814 werd de oude situatie weer hersteld. Na deze oorlog zou het Amerika lukken om meer dan honderd jaar buiten de Europese politiek te blijven. Voor de binnenlandse politiek was het belangrijk dat de Federalisten en de Republikeinen één partij werden: de Nationale Republikeinen. Over het algemeen was er trouwens een groot gevoel van nationale eenheid, waardoor deze periode ook wel de “era of good feeling” genoemd wordt. De president in deze rustige periode was James Monroe, die de Monroe-leer installeerde. Deze hield in dat Amerika zich wilde isoleren van de buitenlandse politiek (isolationisme).

’Frontier’: de trek naar het Westen

Na de gewonnen strijd tegen de Engelsen begon de trek naar het westen, en aan de zogenaamde “frontier” ontstond langzamerhand het nieuwe Amerika. Volgens velen is hier de democratie in Amerika ontstaan omdat iedereen gelijk was en zichzelf moest zien te redden in een hard bestaan. Ook ontstonden er veel nieuwe staten, o.a. Kentucky (1792), Tennessee (1796), Ohio (1803), Louisiana (1812), Indiana (1816), Mississippi (1817), Illinois (1819), Alabama (1819), Missouri (1821), Arkansas (1836) en Michigan (1837).

Door de zich verscherpende tegenstellingen tussen Noord en Zuid was het nodig dat telkens als er een zuidelijke staat werd toegelaten tot de Unie, er ook een noordelijke staat bij zou komen om zo het evenwicht in de Senaat te bewaren. Op een gegeven moment was de scheiding tussen noord en zuid niet meer vol te houden toen men steeds verder naar het westen doordrong. De voortgaande expansie zou er zelfs voor zorgen dat de nationale eenheid in groot gevaar kwam.

De grote democratisering

Het democratische gehalte was in die tijd nog niet erg hoog want het kiesrecht was nog lang niet algemeen, en de politiek werd uitsluitend door een kleine elite beoefend. In 1828 kwam Andrew Jackson aan de macht, die zich wel druk maakte voor een echt democratiseringsproces. Het volk kwam langzaamaan in verzet tegen de elite en Jackson stond aan de kant van het volk. De partij van Jackson wisselde ook van naam en heette voortaan toepasselijk de Democratische Partij.
De oude elite verenigde zich daarop in een nieuwe partij, de Whigs, die zich verzette tegen de volgens hun dictatuur van “King Andrew”.

Zij pleitten weer voor een sterke federale regering die zich vooral bezighield met de ontwikkeling van de industrie en de ontsluiting van de westelijke landbouwgebieden door deze te verbinden met de industriële centra in het oosten. Jackson was echter een anti-monopolist, en de rechten van de staten en een vrije economie stonden bij hem voorop. Het was dan ook niet vreemd dat de populaire Jackson zonder veel moeite in 1832 herkozen werd als president.
Na het aftreden van Jackson in 1837 brak er een grote economische crisis uit. In deze periode werd ook bijna in alle staten algemeen kiesrecht ingevoerd, en men liep daarmee ver vooruit op Europa.

De oorlog met Mexico

Tijdens de trek naar het westen boden alleen wat indianenstammen verzet. Uiteindelijk botste men in het zuidwesten van het continent op Mexico, dat zich in 1821 had losgemaakt van Spanje. Aanvankelijk trokken duizenden kolonisten zonder problemen de Mexicaanse provincie Texas binnen. Op een gegeven moment hadden de kolonisten de overhand en ontstond er in 1833 een conflict met de Mexicanen wat uiteindelijk het uitroepen van de republiek Texas tot gevolg had. De verwachting was dat Amerika de nieuwe republiek meteen zou annexeren, maar dit gebeurde pas in 1845. In 1846 probeerden de Mexicanen hun gebied weer terug te veroveren, maar deze tweejarige oorlog eindigde met de totale nederlaag voor de Mexicanen, van wie zelfs de hoofdstad Mexico City bezet werd. Bij de Vrede van Guadeloupe in februari 1848 moest Mexico grote stukken land afstaan, onder andere het huidige Arizona, Californië en New Mexico.

In 1846 was er ook al een overeenkomst bereikt met de Engelsen omtrent de noordwest-grens met Canada, dit alles onder het presidentschap van James Polk. Ondertussen was Amerika al uitgegroeid tot de voornaamste handelsmacht in het Verre Oosten na Engeland en zij waren het dan ook die de Japanners in 1853 dwongen om hun havens voor de westerlingen open te stellen. De voortdurende tegenstellingen tussen Noord en Zuid zouden halverwege de 19e eeuw echter leiden tot een heuse burgeroorlog.

De strijd tussen Noord en Zuid mondt uit in een Burgeroorlog

Het Zuiden stelde zich nog altijd vijandig op tegenover het centrale gezag, zeker doordat de positie van het Zuiden ten opzichte van het Noorden steeds zwakker werd. Uiteindelijk zou het hele probleem escaleren door het slavernijvraagstuk. Het Noorden was al rond 1800 van dit systeem afgestapt, het Zuiden daarentegen leunde sterk op de slaven, met name op de katoenplantages. Noordelijke abolitionisten (voorstanders van de afschaffing van slavernij) werden steeds fanatieker in hun pleidooi voor afschaffing van de slavernij. Door de uitbreiding naar het westen toe werden de problemen steeds groter, zoals bijvoorbeeld de toetreding tot de Unie door Californie, dat gedeeltelijk in het zuiden en in het noorden lag. Vaak werden er halfslachtige compromissen gesloten die nooit lang voor een echte oplossing zouden kunnen zorgen.

In 1852 verscheen het boek van Harriet Beecher Stowe “Uncle Tom’s cabin” en hierdoor werd het Amerikaanse probleem een wereldprobleem. In 1854 werd er in de Kansas-Nebraska-wet voorgesteld om de pioniers te laten beslissen wat er met de slavernij moest gebeuren. Ook dit werkte niet want er ontstonden felle gevechten tussen voor- en tegenstanders van de afschaffing van de slavernij. In 1857 werd er nog wat olie op het vuur gegooid door het Hooggerechtshof. Dit college bepaalde dat slaven altijd en overal bezit bleven, ook al verhuisde een zuiderling naar het noorden. Naast de afschaffing van de slavernij waren de noorderlingen ook nog beducht voor de vrije doorgang tot het westen voor de kleine boeren.
Dit standpunt leidde ertoe dat de Whigs-partij ontbonden werd, ook hier weer door de grote tegenstellingen in meningen. De aanhangers van het Noorden richtten toen een nieuwe partij op, de Republikeinen, die ook streefden naar een sterk centraal gezag. Zij vonden dan ook dat het Congres moest beslissen over het al dan niet afschaffen van de slavernij.

In 1860 werd de republikein en notoire slavernijbestrijder Abraham Lincoln president en dat was voor elf zuidelijke staten het teken zich af te scheiden van de Unie. In april 1861 werd er voor het eerst tussen beide partijen geschoten en de Amerikaanse Burgeroorlog was een feit. Het Noorden, onder leiding van Lincoln, won deze bloedige oorlog in 1865. Al tijdens de oorlog, in 1863, werden de slaven per proclamatie door Lincoln bevrijd, en dit werd grondwettelijk in 1865 bekrachtigd. Op 14 april 1865 werd Lincoln door een zuiderling vermoord. De Burgeroorlog kostte meer dan 600.000 mensen het leven.

Voor Lincoln was de overwinning van het Noorden ook een bewijs dat de Unie bij elkaar hoorde en dat een staat de Unie niet zomaar kon verlaten. Belangrijk was ook dat het industriële Noorden gewonnen had van het agrarische Zuiden, en na de oorlog begon dan ook de onweerstaanbare opbloei van de Amerikaanse industrie. In 1862 werd ook al het westen als vrij land voor de kolonisten opengesteld via de “Homestead Act”.

Wederopbouw (Reconstruction)

Tussen 1865 en 1877 werd het Zuiden bezet door Noordelijke troepen. De slaven waren vrij, maar kregen niet genoeg steun om een onafhankelijk bestaan op te bouwen. In 1877 werd de bezetting en daarmee de reconstructie opgeheven.
Na de Burgeroorlog herstelde zich de Unie op nationaal niveau en het Zuiden op regionaal niveau. Doordat het Noorden zich volledig ging richten op de industriële ontwikkeling, liet men de ontwikkeling van het Zuiden links liggen.
Deze opstelling van het Noorden pakte zeer slecht uit voor de zwarten in het Zuiden, die onder andere het kiesrecht ontnomen werd en vaak het slachtoffer werd van segregatie, racisme en discriminatie, de zogenaamde ‘redemption’-periode.

De industriële expansie

Politiek gezien werden de Verenigde Staten tot de Eerste Wereldoorlog in 1914 bijna constant geregeerd door de Republikeinen, die vooral oog hadden voor de industriële ontwikkeling van het Noorden. De grote jongens onder de industriëlen zoals Rockefeller, Carnegie en Mellon hadden zo veel macht vergaard (ook door corruptie en afpersing), dat het onduidelijk was wie er nou het land regeerde, de grootindustriëlen of de regering in Washington.

Aan de andere kant maakten ze het land ook groot door het stichten van universiteiten en musea. De industriële ontwikkeling zorgde verder ook voor veel uitvindingen (Edison, Bell). Dit alles nam niet weg, dat het economisch vaak zeer slecht ging met crises in 1873, 1893 en 1907. Wijdverbreide corruptie zorgde ook voor de slechte toestand waarin het land verkeerde.

De grote immigratie

Door de sterke industriële groei waren er veel extra arbeidskrachten nodig, die uit het buitenland moesten komen. Miljoenen (1907: 1.285.349!!) immigranten trokken naar de Verenigde Staten en de bevolking groeide als kool:

1800 5.000.000
1860 36.000.000
1880 50.000.000
1900 75.000.000
1920 105.000.000

Halverwege de 19e eeuw kwam de immigrantenstroom goed op gang uit met name Ierland, Duitsland en Scandinavië. Na 1885 kwamen er ook veel immigranten uit Zuid- en Oost-Europa, met name Italianen en vervolgde joden uit Rusland.
In de grote steden ontstond er een antivreemdelingen-sentiment en Chinezen (1882) en Japanners (1907) werden helemaal geweerd. Bovendien waren er voor de industrie niet zoveel arbeiders meer nodig. In 1921 en 1924 zorgden immigratiewetten ervoor dat er quota kwamen voor de verschillende nationaliteiten waarmee men de immigrantenstroom wilde indammen.

Politieke veranderingen

Eind 19e eeuw ontstond er een derde stroming in de Amerikaanse politiek, de Populisten, bestaande uit ontevreden kleine boeren en arbeiders. Later ging deze partij vrijwel in zijn geheel op in de Democratische Partij. Begin 20e eeuw was er een klimaat voor politieke hervorming. Na wat aarzelingen was de in 1901 aangetreden president Theodore Roosevelt een exponent van die hervormingsgedachte. Hij begon echter te laat met zijn hervormingen en onder zijn opvolger William Howard Taft kregen de conservatieven in de Republikeinse Partij weer de overhand. Als reactie daarop stichtte hij een eigen partij, de Progressieven, en was de scheuring in de Republikeinse partij een feit.

Hierdoor kregen de Democraten van Woodrow Wilson het presidentschap in de schoot geworpen. Wilson was zelf een echte hervormer waardoor de situatie ontstond dat de Republikeinse Partij conservatief werd en de Democraten de progressieve partij werd. De Democraten werden ook de partij die pleitte voor een krachtig federaal bestuur dat veranderingen kon doorvoeren. De Republikeinen daarentegen waren meer voorstander van de rechten van de afzonderlijke staten. Door deze opmerkelijke “ruil’ van principiële uitgangspunten werd de Democratische Partij lange tijd de grootste partij van het land.

De voltooiing van het westen

Ook de trek naar het westen leverde vaak bloedige confrontaties met de indianen op. Alle verdragen tussen de blanken en de indianen werden uiteindelijk geschonden door de blanken, waardoor de indianen steeds meer van hun land kwijtraakten. Het vertrouwen van de indianen in de blanken raakte op een dieptepunt en over en weer werden er afschuwelijke wreedheden begaan. De laatste grote confrontaties vonden plaats in 1876, toen generaal Custer samen met enkele honderden soldaten in een hinderlaag liep en afgeslacht werd, en in 1890 toen 200 Sioux-indianen in de Slag bij Wounded Knee de dood vonden en het laatste grote gevecht voor vrijheid gestreden werd.

Het fysieke verzet van de indianen was toen gebroken en ze werden, onder vaak erbarmelijke omstandigheden, ondergebracht in reservaten. Veel indianen zegden het leven in de reservaten echter vaarwel en probeerden, veelal tevergeefs, in de Amerikaanse samenleving opgenomen te worden. In 1934 werd het Bureau of Indian Affairs opgericht. Vanaf die tijd werd er meer aandacht aan de reservaten besteed door de federale overheid, nu met medezeggenschap van de indianen zelf. Sinds die tijd wordt de culturele identiteit van de indianen weer gekoesterd en ontstond er, ondanks grote economische en sociale problemen, weer een duidelijk nationaal bewustzijn.

Het Amerikaanse imperialisme

Na de Amerikaanse Burgeroorlog trokken de Verenigde Staten zich terug in een angstvallig isolationisme, dat pas met de opkomst van de industrie verminderde. In 1875 kwam er een verdrag met Hawaï, in 1878 kregen de Amerikanen de exclusieve rechten op de haven Pago Pago op Samoa en in 1887 ook op Pearl Harbor in Hawaï. In 1898 sloot Hawaï zich bij de Verenigde Staten aan en in hetzelfde jaar raakte Amerika door Cuba in oorlog met Spanje. De uitkomst van deze oorlog was dat Cuba onder Amerikaanse voogdij kwam te staan. Later verwierf Amerika de Filippijnen, Guam, Hawaï en Porto Rico, en werden daardoor een koloniale mogendheid.

De Spaans-Amerikaanse oorlog leidde ertoe dat Theodore Roosevelt de Monroe-leer uitbreidde: dit hield in dat elk land dat door binnenlandse problemen niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen, de Verenigde Staten zou kunnen ingrijpen. En om zo ingrijpen en Europese interventie te voorkomen werd de isolatiepolitiek helemaal opgegeven. Regelmatig grepen de Verenigde Staten in; zo werd Panama losgeweekt van Colombia, waardoor het voor Amerika belangrijke Panamakanaal gegraven kon worden. Amerika ging zich nu zelfs in de gehele wereld met van alles en nog wat bemoeien om de zogenaamde “balance of power” in de wereld te handhaven. Zo kon het gebeuren dat Japan eerst gesteund werd in zijn strijd tegen Rusland en na de overwinning van Japan in 1904/1905 koos men weer voor Rusland.
Het idee was dat de Verenigde Staten geroepen waren om de positie van meest machtige staat ter wereld van Engeland over te nemen. Het zou niet lang duren voordat de Verenigde Staten ook in Europa zouden gaan deelnemen in de strijd om de macht.

De Eerste Wereldoorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak bleef de regering van de Verenigde Staten vasthouden aan de neutraliteit. Dat zij in 1917 toch betrokken werden bij de gevechtshandelingen in Europa, had verschillende redenen:
-Duitsland riep de onbeperkte duikbootoorlog uit op 1 februari 1917 waardoor ook de Verenigde Staten gevaar liepen
-de Amerikanen gaven leningen aan de Europeanen en leverden munitie; bij een Duitse overwinning zou dat een zeer grote schadepost betekenen voor de Amerikaanse industrie.
-na het bekend worden van het Zimmermann-telegram verklaarde Woodrow Wilson op 2 april 1917 Duitsland de oorlog.

Kringen buiten Wilson waren bang dat het machtsevenwicht in de wereld verstoord zou worden, met alle gevolgen van dien voor de positie van de Verenigde Staten op het wereldtoneel.
Na een jaren durende loopgravenoorlog en een compleet vastzittend front namen de Amerikanen eindelijk deel aan de Grote Oorlog en werd Duitsland in 1918 verslagen.
Dat de Verenigde Staten vanaf deze tijd een cruciale rol zouden spelen in de wereldpolitiek was nu wel duidelijk geworden. Bij de Vrede van Versailles met de Fransman Clemenceau en de Engelsman Lloyd George wilde Wilson zijn idee van een Volkenbond onlosmakelijk verbinden aan het vredesverdrag.
De meerderheid van de Amerikaanse Senaat daarentegen was bang voor Amerika’s soevereiniteit en ook een compromis tussen Wilson en de Senaat was niet mogelijk. Bovendien werd Wilson door een beroerte werd getroffen en een min of meer logisch gevolg was de Verenigde Staten zich onder de Republikein Warren Harding weer terugtrokken in het isolationisme.

Interbellum

Ne de Eerste wereldoorlog begonnen de zogenaamde ‘Roaring Twenties’, een periode waarin voorspoed de klok sloeg, maar ook een periode van onrust en onzekerheid onder jongeren.
De Republikeinen bleven tot 1933 aan de macht, maar hadden vanaf 1929 intussen te maken met een economische crisis die de ergste zou worden die zich ooit in de Westerse wereld zou voordoen. De beurs op Wall Street zakte ineen en meer dan 100.000 bedrijven gingen failliet, waardoor ruim 13 miljoen mensen werkloos werden (ca. 25% van de beroepsbevolking). In 1932 won de Democraat Franklin Delano Roosevelt de verkiezingen en hij pakte de economisch en sociale problemen aan met zijn programma ‘New Deal’. De New Deal was echter niet voldoende om de industrie weer vlot te trekken en de Tweede Wereldoorlog moest er aan te pas komen om de Amerikaanse economie te redden.

In zijn tweede ambtstermijn probeerde hij het isolationisme aan te pakken maar dat bleek veel te sterk, ondanks de dreiging die er weer van het Duitsland van Adolf Hitler uitging. Pas toen de Japanners op 7 december 1941 Pearl Harbor op Hawaï aanvielen konden de Verenigde Staten niet langer neutraal blijven en werden de Tweede Wereldoorlog ingetrokken.

De Tweede Wereldoorlog

Het duurde niet lang of de Amerikanen vochten op alle fronten mee en hadden daardoor een beslissend aandeel in de nederlaag van Duitsland door de landingen in Afrika en Italie in 1943, en de beslissende aanval in Normandië van 6 juni 1944 (D-Day). De Amerikaanse militaite macht had toen al vanaf 1942 de Japanners terug gedrongen na de Slag bij Midway. In 1945 werden Duitsland en Japan op de knieën gedwongen, Japan pas na het gooien van atoombommen op de steden Hiroshima en Nagasaki. Roosevelt werd uiteraard in 1940 en 1944 herkozen als president en hij begreep dat de Verenigde Staten zich niet langer afzijdig konden houden in de wereldpolitiek.

Ook hij streefde een internationale organisatie na die voor een realistisch machtsevenwicht tussen de vier grote mogendheden, China, Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zou moeten zorgen, en de wereld zou in vier grote invloedssferen verdeeld moeten worden. Op 12 april 1945 stierf Roosevelt.

Naoorlogse ontwikkelingen 1945-1960

Onder de opvolger van Roosevelt, Harry S. Truman, ontstond een breuk met de Sovjet-Unie en startte de zogenaamde Koude Oorlog. De Sovjet-Unie wist Oost-Europa in haar greep te krijgen terwijl de Amerikanen het westen economische en militaire hulp boden. Bovendien werd er een Atlantisch Bondgenootschap opgericht, de NAVO. In het Verre Oosten was Amerika de bezettende mogendheid in Japan, maar verloor men China, dat na de overwinning van de communist Mao Zedong op de pro-Amerikaanse Tjiang K’ai-sjek ineens een grote vijand werd.
In 1950 vielen Noord-Koreaanse communistische troepen Zuid-Korea binnen en in september was 90% van Zuid-Korea in Noord-Koreaanse handen. De strijdkrachten van de Verenigde Naties, voornamelijk bestaande uit Amerikaanse eenheden onder bevel van generaal MacArthur, voerden landingen uit in de rug van het Noord-Koreaanse leger, dat spoedig daarop ineenstortte. Chinese vrijwilligers kwamen de Noord-Koreanen te hulp en samen sloegen zij de troepen van de Verenigde Naties terug tot ongeveer de 38e breedtegraad. Op 10 juli 1951 begonnen onderhandelingen over een wapenstilstand, maar pas op 13 juni 1953 werd overeenstemming bereikt.

Duidelijk werd dat de Verenigde Staten weliswaar hadden gezorgd voor vrijheid in een groot deel van de wereld, maar ook dat men niet overal ter wereld regelend kon optreden. In de Verenigde Staten zelf ontwikkelde zich een onvoorstelbare welvaart en de economische en technologische revolutie veranderde het land volledig. Bang om deze welvaart te verliezen leidde tot angst en onzekerheidsgevoelens. Met name het anticommunisme vierde hoogtij onder extremistische leiders als Joe McCarthy met zijn communistenjacht onder “linkse” intellectuelen. Uiteindelijk zou blijken dat extreem rechtse en linkse politiek nooit in Amerikaanse bodem zouden kunnen gedijen. De Democratische coalitie van steden, etnische minderheden, intellectuelen en zwarten bleef dan ook tot 1952 in de meerderheid.
In dat jaar werd Truman opgevolgd door de Republikein Eisenhower, maar de meerderheid van het Congres bleef democratisch. De jaren vijftig verliepen verder vrij rustig. De “containment”-politiek (het communisme moest binnen en buiten Amerika binnen de perken gehouden worden) tegen de communistische wereld bleef voortduren en in het binnenland kwamen de problemen tussen de verschillende rassen steeds sterker op de voorgrond staan, onder andere door de emancipatie van de zwarte bevolking zelf.
In het gesegregeerde zuiden van de Verenigde Staten kwamen in de jaren vijftig stemmen op om de segregatie van blanken en zwarten af teschaffen. Zo werd in 1954 de segragtie van scholen officieel afgeschaft, hoewel er in de praktijk nog niet veel veranderde. In 1955 weigerde een zwarte vrouw haar plaats in een bus af te staan aan een blanke. Zij werd gearresteerd en haar zaak werd in handen genomen door Martin Luther King jr., die later een van de belangrijkste voorvechters werd voor gelijke rechten van blank en zwart.
In 1963 werd een grote protestmars georganiseerd in de hoofdstad Washington. In 1964 werd onder andere naar aanleiding van deze gebeurtensi de Civil Rights Act van kracht, die in de gehele Verenigde Staten de zwarten op veel gebieden gelijke rechten gaf.

De crisis van de jaren zestig

In 1961 kwam de democraat John F. Kennedy in het Witte Huis terecht en zijn jeugdige uitstraling zorgde voor veel optimisme. Hij was echter zeer onervaren en zorgde voor een aantal explosieve situaties. Zo vond in april 1961 een door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA beraamde invasie van Cubaanse ballingen (gesteund door de Verenigde Staten) in de Varkensbaai op Cuba plaats. Deze tegen het bewind van de communistische Cubaanse premier Castro gerichte aanval mislukte echter totaal. In oktober 1962 kwam het tot een zeer ernstig conflict met de Sovjet-Unie, dat raketten wilde opstellen op Cuba.
In augustus 1963 werd er een verdrag ondertekend met de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië over het verbod op bovengrondse kernproeven. Op 22 november 1963 werd president Kennedy in Dallas, Texas vermoord, en dat zorgde voor een schok in de hele wereld.

Vietnam-oorlog

Rond deze tijd verstrikten de Verenigde Staten zich steeds meer in het Vietnamese conflict. Eind 1963 waren er al 16.000 Amerikaanse “adviseurs” aanwezig in dat land. Op 2 augustus 1964 nam de opvolger van Kennedy, vice-president Lyndon B. Johnson, het besluit om de Noord-Vietnamese marinebasses en olieopslagplaatsen te bombarderen, met als aanleiding het door de Verenigde Staten uitgelokte incident in de Golf van Tonkin.
In vier jaar tijd werd de sterkte van de Verenigde Staten in Vietnam tot meer dan 550.000 man. De steeds heviger luchtbombardementen op Noord-Vietnam lokten scherpe protesten uit, zowel in het buitenland als in de Verenigde Staten zelf. Nadat president Johnson de bombardementen in maart 1968 had stopgezet, begonnen op 13 mei in Parijs onderhandelingen waaraan werd deelgenomen door de Verenigde Staten, Zuid-Vietnam, Noord-Vietnam en het Vietnamese nationale Bevrijdingsfront (N.L.F.).
Dit leverde echter weinig op en in 1968 begon het zogenaamde Tet-offensief van N.L.F. en Noord-Vietnamese troepen op de voornaamste steden en bases in Zuid-Vietnam en liepen de Amerikaanse verliescijfers hoog op. In juni 1969 maakte de opvolger van Johnson, Richard M. Nixon, bekend dat spoedig een begin zou worden gemaakt met de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Zuid-Vietnam en dat Noord- en Zuid-Vietnam het maar zelf maar moesten uitzoeken. In maart 1972 waren er nog maar 60.000 man Amerikaanse grondtroepen in Zuid-Vietnam, die echter niet meer aan de oorlogshandelingen deelnamen; wel werden in december 1971 de bombardementen op Noord-Vietnam voortgezet en in april 1972 nog eens verhevigd.
Na het hervatten van de Parijse onderhandelingen in mei 1972 kwam in oktober een ontwerp-overeenkomst tot stand, die voorzag in een onmiddellijk staakt-het-vuren en de bereidheid tot onderhandelingen tussen de strijdende partijen.
De Verenigde Staten zouden meteen na de ondertekening alle militaire acties beëindigen en hun strijdkrachten terugtrekken. Door de Verenigde Staten werd de ondertekening van het akkoord afhankelijk gesteld van de vervulling van een aantal nieuwe eisen, zoals de erkenning van de 17e breedtegraad als een voorlopige politieke scheidslijn. De erkenning van de soevereiniteit van Zuid-Vietnam en de terugtrekking van de Noord-Vietnamese troepen uit Zuid-Vietnam. Toen Noord-Vietnam hier niet op inging, vonden in opdracht van president Nixon van 18 tot 30 december massale bombardementen op de grote Noord-Vietnamese steden plaats. Naar aanleiding hiervan keerde een groot deel van de publieke opinie in de hele wereld zich fel tegen de Verenigde Staten.

Op 23 januari 1973 werden de minister van Buitenlandse zaken Henry Kissinger en de Noord-Vietnamese afgevaardigde Le Duc Tho de zogenaamde Akkoorden van Parijs ondertekend, waardoor officieel een einde kwam aan de oorlog in Vietnam, die, met korte onderbrekeingen, sinds de Franse herovering van Saigon in 1945 meer dan 27 jaar had geduurd. De terugtrekking van de laatste Amerikaanse troepen eindigde in maart 1973.
Achteraf gezien werd de Vietnamoorlog de grootste blamage voor de Verenigde Staten in lange tijd. In 1973 moest het land zich in schande terugtrekken uit het land en werd het gevecht aan het slecht opgeleide Zuid-Vietnamese leger overgelaten.

In de Verenigde Staten zelf verloor de politiek langzaam haar greep op de samenleving: problemen met de zwarte bevolking, armoede, onrust onder de jeugd en gewelddadig verzet op de universiteiten en geweld en misdaad waren schering en inslag. Johnson had in 1964 nog ruim de presidentsverkiezingen gewonnen, maar besloot zich in maart 1968 niet meer herkiesbaar te stellen. Tijdens de verkiezingscampagne werd de democratische leider Robert Kennedy vermoord en slaagde de Republikeinse kandidaat Richard M. Nixon erin met een minieme meerderheid te winnen van de democraat Hubert Humphrey.

De jaren zeventig

Onder Nixon zochten de Verenigde Staten in 1971 toenadering tot China en in 1972 tot de Sovjet-Unie. Intern trachtte Nixon via een gematigd conservatieve koers de tegenstellingen onder de bevolking te kalmeren. In november 1972 won hij met overweldigende meerderheid de verkiezingen van zijn Democratische opponent George McGovern. De beëindiging van de oorlog in Vietnam was het laatste hoogtepunt onder zijn bewind dat vlak daarna in sneltreintempo afbrokkelde door met name de Watergate-affaire, waarbij het Witte Huis betrokken was. Het was een reeks van politieke en financiële schandalen die uiteindelijk leidden tot het aftreden van president Nixon.
In het hoofdkwartier van de Democratische partij in het Watergate-gebouwencomplex in Washington werd in juni 1972, tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap, een inbraak gepleegd met het doel er afluisterapparatuur te plaatsen. Het bleek een onderdeel te zijn van een complex van praktijken van Republikeinse kant om de Democratische Partij schade toe te brengen en zo de herverkiezing van president Nixon te verzekeren. Later kwam de corruptie van de Republikeinse partij om verkiezingsgelden te krijgen aan het licht, geheime lijsten in het Witte Huis van politieke tegenstanders wier telefoons werden afgetapt en werden er lastercampagnes tegen Democratische presidentskandidaten gevoerd en inbraken georganiseerd.

Nadat de justitiële commissie van het Huis van Afgevaardigden op 27 juli impeachment (procedure tot afzetting) had aanbevolen en Nixon zelf door een opzienbarende verklaring op 5 augustus zijn betrokkenheid bij het schandaal had toegegeven, bleek zijn positie onhoudbaar te zijn geworden. Op 9 augustus 1974 trad hij af en werd opgevolgd door vice-president Gerald Ford.
Onder zijn bewind kwam het land weer min of meer tot rust en verminderden de nationale tegenstellingen. In 1976 werd Ford opgevolgd door de Democraat Jimmy Carter uit de staat Georgia. Ook hij was geen groot leider die het Amerikaanse volk kon bezielen, en had bovendien grote problemen met het Congres. Zijn belangrijkste triomfen lagen op het gebied van de buitenlandse politiek. Met name de verzoening van Israël en Egypte in de Camp David-akkoorden waren een persoonlijke triomf.

Het aanzien van Carter en de Verenigde Staten werden in 1979 en 1980 weer zwaar op de proef gesteld. In Iran kwam de pro-Amerikaanse regering van de sjah ten val en werd opgevolgd door een fundamentalistisch-islamitisch bewind van geestelijken. Tot overmaat van ramp werden in november 1979 52 personeelsleden van de Amerikaanse ambassade gegijzeld en pas een jaar later vrijgelaten, precies op de dag van de inaugeratie van de nieuwe president, de conservatieve Republikein Ronald Reagan.

De jaren tachtig

Reagan werd in 1984 herkozen en onder zijn bewind werd de bureaucratie van de federale overheid teruggebracht en enorme belastingverlagingen doorgevoerd. De defensieuitgaven stegen echter zozeer dat er toch een enorm begrotingstekort ontstond waarvan de mensen die op sociale zorg waren aangewezen de dupe werden.
Ook Reagan was een echte “containment”-fan, gericht op het terugdringen van het communisme in onder andere Grenada, El Salvador en Nicaragua.
Hij voerde een harde lijn ten opzichte van de Sovjets die pas ontdooide toen in de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov aan de macht kwam, die een politiek van glasnost (openheid) en perestroika (verandering) voerde. Besprekingen tussen de beide supermachten leidden tot verregaande wapenbeheersingsakkoorden (SALT- en START-akkoorden) in.
In 1986 kwam de zogenaamde Iran-Contra-affaire aan het licht, waarbij de Verenigde Staten illegaal wapens verkochten aan Iran en met de opbrengst daarvan het verzet tegen de linkse regering van Nicaragua financierde.

De Bush-regering (1988-1992)

De verkiezingen in november 1988 werden gewonnen door de vice-president van Reagan, George Bush. In het Congres daarentegen verstevigden de Democraten hun meerderheid in beide huizen.

In 1989 zou de totale wereldpolitiek overhoop gegooid worden door de omwenteling in Oost-Europa waardoor de Verenigde Staten zich niet langer op het terugdringen van de communistische invloedsfeer hoefden te bekommeren. Tijdens de topconferentie op Malta in december 1989 maakten Bush en Gorbatsjov formeel een einde aan de Koude Oorlog. Dit leidde direct tot het uiteenvallen van de Sovjet Unie, waarbij geheel Oost-Europa zich bevrijdde van de communistische regimes. In hetzelfde jaar besloot Bush tot een invasie in Panama om het bewind van dictator en drugshandelaar Manuel Noriega omver te werpen.
Doordat het evenwicht tussen de twee supermachten wegviel, ontstonden overal op de wereld nieuwe brandhaarden. Zo viel in 1990 Irak Koeweit binnen, wat leidde tot de eerste Golfoorlog. In het binnenland was het economische en sociale beleid niet erg gericht op de economisch zwakkeren, waardoor de levensomstandigheden van de zwarte bevolking achteruit ging, en dat leiddde tot veel geweld en onrust.

De Clinton-regering (eerste ambtstermijn)

De presidentsverkiezingen van 1992 werden gewonnen door de Democratische kandidaat Bill Clinton en hij werd de 42ste president van de Verenigd Staten. De meerderheid in het Congres was wederom Democatisch. In de eerste week van januari 1993 sloten de toen nog in functie zijnde president Bush en zijn Russische ambtsgenoot Jeltsin een kernwapenakkoord, START II, waarbij Rusland en de Verenigde Staten zich verplichtten het aantal langeafstandskernwapens in tien jaar tijd drastisch terug te brengen.

Eind februari van dat jaar ontplofte er een autobom in de parkeergarage onder een van de twee torens van het New Yorkse World Trade Center; er vielen zes doden en meer dan duizend gewonden. In 1994 kwam Clinton in een lastig parket te zitten door de Whitewater-affaire (financiële transacties tijdens zijn gouverneurschap van Arkansas) en door de beschuldiging van seksuele intimidatie door een vroegere medewerkster uit Arkansas, Paula Jones.
Eveneens in februari werden de economische sancties tegen Vietnam opgeheven en vroegen de Verenigde Staten sancties in te stellen tegen Noord-Korea, dat weigerde inspecteurs van het internationale atoomagentschap IAEA toe te laten tot nucleaire installaties. In juni stapten de Noord-Koreanen uit het IAEA en dreigden met oorlog, maar oud-president Carter slaagde erin de Noord-Koreanen te bewegen hun kernwapenprogramma’s stop te zetten
Wat de oorlog in Bosnië betreft pleitte de Verenigde Staten ervoor om krachtiger op te treden tegen de Serviërs en opheffing van het wapenembargo tegen de moslims. In december 1994 kwam na bemiddeling van alweer Carter een staakt-het-vuren tot stand. In augustus 1995 sprak Clinton zijn veto uit over een wetsontwerp om het wapenembargo tegen Bosnië eenzijdig op te heffen. In november werd er na moeizame besprekingen in Dayton, Ohio, een vredesverdrag gesloten tussen de presidenten van Bosnië, Servië en Kroatië.
Een paar maanden eerder was er in Washington al een einde gemaakt aan de sinds 1948 bestaande staat van oorlog tussen Israël (Rabin) en Jordanië (Hoessein).

In juli 1994 werden er onder andere congresverkiezingen gehouden die desastreus uitpakten voor de Democratische Partij. Zij verloor voor het eerst sinds 1954 de meerderheid in beide huizen van het Congres. Van de 50 staten vielen er 31 toe aan de Republikeinen en 18 aan de Democraten.
De economie ontwikkelde zich in dat jaar voorspoedig met inflatiecijfers van nog geen 2% en een begrotingstekort dat het laagste was in vijf jaar. Dat de verkiezingen desondanks verloren gingen lag aan het feit dat het economische herstel door de meeste mensen nauwelijks gevoeld werd. Het bedrijfsleven saneerde op grote schaal waardoor veel mensen op straat kwamen te staan. Ook het softe beleid tegenover, immigranten, criminelen en andere minderheden speelde de Democraten parten.
In oktober 1994 werd een overeenkomst bereikt met Japan, waarbij Japan beloofde om de handelsbeperkingen op onder andere telecommunicatiemiddelen, verzekeringen en medische apparatuur aan te pakken.
Door de nieuwe machtsverhoudingen in het Congres werden in 1995 wetsvoorstellen maar zelden door beide huizen goedgekeurd en waren er elke keer moeizame compromissen nodig tussen het Witte Huis en de Senaat. In juni werden de Clintons vrijgesproken van dubieus gedrag inzake de Whitewater-affaire en in oktober werden de fundamentalistische moslimverdachten van de aanslag op de het World Trade Center schuldig bevonden, en tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. De Egyptische leider van de groep, Omar Abdel Rahman, werd tot levenslang veroordeeld.
1995 was ook het jaar van het grote conflict tusen de regering-Clinton en het door de Republikeinen beheerste congres over de begroting van 1996. Als gevolg van de patstelling werden er eind 1995 honderdduizenden ambtenaren op non-actief gesteld.Begin 1996 werd het geschil bijgelegd en konden de ambtenaren weer aan het werk.
Onder Amerikaanse leiding kwam eind 1995 het vredesakkoord van Dayton tot stand. Bosnië werd verdeeld in een Servisch en Moslim-Kroatisch deel en een grote internationale troepenmacht, met onder meer 20.000 Amerikaanse militairen, ging er op toezien dat het bestand werd nageleefd.

In augustus werd de bijstandswet uit 1935 grondig herzien; van een federeale aangelegenheid werd de uitvoering van deze wet aan de afzonderlijke staten gedelegeerd. In het najaar werd er een nieuwe immigratiewet aangenomen die de rechten en plichten van vluchtelingen en asielzoekers regelde.

President Clinton en zijn vrouw Hillary werden intussen nog steeds geconfronteerd met de Whitewater-affaire en de zaak ‘Paula Jones’, die Clinton beschuldigde van ongewenste intimiteiten toen hij nog gouverneur van Arkansas was.

Tweede ambtstermijn Clinton

In maart 1996 werd de wet-Helms-Burton aangenomen, die buitenlandse bedrijven dreigde met sancties indien ze toch handel dreven met Cuba.
In juni 1996 drong Clinton aan op een internationale aanpak van het terrorisme, maar kreeg de Europese landen niet mee door de Amerikaanse buitenlandse politiek ten opzichte van Libië en Iran.

De relatie met China kwam in dit jaar ook sterk onder druk te staan. Exportkredieten van Amerika werden stopgezet in verband met de Chinese levering van nucleaire technologie aan Pakistan en China. China dreigde daarop Amerikaanse bedrijven te passeren ten gunste van Europese bedrijven na voortdurende kritiek van de Amerikanen op de mensenrechtenproblematiek in China.
De verkiezingen van 1996 werden weer gewonnen door Clinton, maar de Republikeinen bleven hun meerderheid in het Congres houden.

De economie trok verder aan in 1996: de werkloosheid daalde naar ca. 5% en het BNP steeg met 2,4%.
Ook in 1997 bleef men Clinton achtervolgen met de Paula Jones- en de Whitewater-affaire. Daar kwam de Monica Lewinsky-zaak nog bij die er bijna voor zou zorgen dat Clinton afgezet werd, via een zogenaamde impeachment-procedure. Clinton zou gelogen hebben dat hij seks zou hebben gehad met zijn stagiaire Monica Lewinsky. De impeachment-procedure werd door de Republikeinen daadwerkelijk ingezet, maar de procedure eindigde op 12 februari 1999 met een vrijspraak, uitgesproken door de Senaat.

In maart 1997 werd er door Clinton en de Russische president Jeltsin weer gepraat over kernwapenreductie en over de relatie tussen de NAVO en de Russische Federatie. Met Japan werd het defensieverdrag herzien, maar mocht Amerika de militaire basis op het Japanse eiland Okinawa behouden.

De spanningen tussen Amerika en Irak liepen in oktober 1997 weer op toen Irak Ameikaanse leden van de VN-ontwapeningscommissie het land uit stuurde en dreigde Amerikaanse verkenningsvliegtuigen neer te halen. De Verenigde Staten vonden nu de tijd rijp om in te grijpen maar kregen geen steun van de VN-Veiligheidsraad.

In dezelfde maand bereikten de betrekkingen met Israël een dieptepunt, na de weigering van premier Netanyahu om de vredesakkoorden met de Palestijnen van 1993 en 1995 na te komen. Een jaar later kwam er toch een akkoord over verdere Israelische terugtrekkingen uit bezet Palestijns gebied.
De betrekkingen met China verbeterden ondanks kritiek van Clinton op het mensenrechtenbeleid, nota bene gedaan voor de Chinese televisie. In oktober 1997 hadden Clinton en de Chinese president Jiang Zemin een aantal politieke en economische overeenkomsten gesloten.

Politiek gezien liep deze zwarte episode in het leven van Clinton niet eens zo slecht af. Bij tussentijdse verkiezingen leden de Republikeinen een nederlaag tegen de Democraten, waarbij de Republikeinse meerderheid in het Huis zelfs daalde en het aantal Republikeinse gouverneurs met één daalde van 32 naar 31.
Opmerkelijk was wel de grote zege van de Republikeinse senator George Bush van Texas, zoon van voormalig president Bush, en getipt als presidentskandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2000.
In augustus 1998 werden er gelijktijdig bomaanslagen gepleegd op de Amerikaanse ambassades in Tanzania en Kenia. Tientallen mensen werden gedood, waaronder 12 Amerikanen. De Saoedische terrorist Osama bin Laden werd als brein achter de aanslag vermoed, die vanuit Afghanistan zou opereren. Als represaillemaatregel voerden de Verenigde Staten, ondanks veel kritiek, raketaanvallen uit op Afghanistan en een verdachte chemische fabriek in Soedan.

Eind oktober 1998 werden VN-wapeninspecteurs uit het Irak van Saddam Hoessein gezet, maar zij konden na een veroordeling door de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad weer terugkeren. In december werden ze echter weer gehinderd in hun werk en dat was voor de Verenigde Staten en Groot-Brittannië het sein om Irak aan te vallen (operatie Desert Fox of Tweede Golfoorlog). Op Irakese militaire doelen en op installaties waar Irak nucleaire, chemische of biologische wapens kon produceren werden honderden bombardementen uitgevoerd en meer dan 400 kruisraketten afgevuurd. Dit alles leidde echter wéér niet tot de val van Saddam Hoessein.

In 1998 bemoeiden de Verenigde Staten zich ook met de crisis in Kosovo, waar de Serven van president Milosevic en Kosovaarse opstandelingen een bloedige strijd uitvochten. Zware druk van de Amerikanen en onderhandelingen met beide partijen liepen op niets uit. Het vredesplan dat uit een conferentie over Kosovo voortkwam (Rambouillet, februari 1999), voorzag in zelfbestuur van Kosovo voor een interimperiode van drie jaar, met als toezichthouder een NAVO-vredesmacht. Joegoslavie (lees: Milosevic) ging echter niet akkoord met de voorstellen, waarna de NAVO eind maart begon met het bombarderen van Servische en Kosovaarse militaire doelen. Op 9 juni 1999 zegde Milosevic toe zijn troepen uit Kosovo terug te trekken, o.a. vanwege het dreigement van Clinton om grondtroepen in te zetten.

Door de oorlog bekoelden de betrekkingen met Rusland aanvankelijk, maar uiteindelijk speelde Rusland zelfs de rol van bemiddelaar en nam ook deel aan de VN-vredesmacht, KFOR. Ook met China stonden de betrekkingen op een laag pitje na een aanval op de Chinese ambassade in Belgrado, waarbij drie doden vielen.
De betrekkingen met China bleven in 1999 nog zeer gespannen door de kwestie Taiwan en de voorwaarden voor Chinese toetreding tot de Wereld Handels Organisatie (WHO). De WHO-onderhandelingen verliepen zeer moeizaam en pas in september 1999 bereikten beide landen overeenstemming over de voorwaarden tot toetreding. In juni hadden de Amerikanen al succesvol bemiddeld in een nieuw diplomatiek conflict tussen Taiwan en China. Zelfs een heus spionageconflict over de productie van kernwapens kon de “goede” betrekkingen tussen de Verenigde Staten en China niet schaden. Op 14 december 1999 werd de soevereiniteit over het Panamakanaal officieel overgedragen aan Panama.

De presidentsverkiezingen wierpen in 1999 ook al hun schaduwen vooruit via de voorverkiezingen. Na de laatste voorverkiezingen op 7 maart 2000 bleven George Bush voor de Republikeinen en Al Gore voor de Democraten over als presidentskandidaten. Na een lange periode van onzekerheid na de verkiezingen van 7 november 2000 werd gouverneur George W. Bush van Texas halverwege december tot winnaar verklaard. Op 20 januari 2001 legde Bush de eed af als 43ste President van de VS. Hij was de eerste president in zeer lange tijd die wel de meerderheid van kiesmannen per staat behaalde (electoral vote), maar niet de meerderheid van alle uitgebrachte stemmen (popular vote).

Aanval op Amerika en oorlog in Afghanistan

Op 11 september 2001 vonden er terroristische aanvallen met gekaapte passagiersvlieftuigen plaats op de Twin Towers van het World Trade Center op de zuidelijke punt van Manhattan, New York en op het Pentagon in Washington. Beide torens stortten na ongeveer een uur compleet in, en duizenden mensen uit 62 landen vonden de dood, inclusief alle inzittenden in de voor de aanslag gebruikte vliegtuigen. De aanslagen werden door geen enkele organisatie opgeëist, maar algemeen werd aangenomen dat de Saoediër Osama bin Laden er weer achter zat. Bin Laden zou in Afghanistan verboregn zitten, maar het Taliban-bewind wenste hem niet uit te leveren.

De Verenigde Staten beschouwden de aanvallen als een directe oorlogsverklaring aan het land en verklaarden op hun beurt de oorlog aan het terrorisme en aan de staten die terroristen verborgen hielden zoals Afghanistan, ondersteund door de NAVO. In september/oktober 2001 raakten ook verschillende mensen in de Verenigde Staten besmet met de miltvuurbacterie (anthrax).
In Afghanistan bereidde het Taliban-bewind zich voor op een oorlog. De Verenigde Staten kregen toestemming om van Pakistaans grondgebied te opereren en Amerikaanse en Britse troepen werden in de regio gestationeerd. Op 7 oktober begonnen de Amerikaanse bombardementen op doelen in Afghanistan. Half november werden de eerste grote successsen geboekt en viel de hoofdstad Kabul in handen van het Noordelijk Front, en ook de belangrijke stad Kandahar viel in handen van de oppositie. Ondanks alles werd Osama bin Laden niet gevonden. Op diplomatiek niveau werd er ondertussen hard gewerkt aan de vorming van een overgangsregering.

De beurskoersen zakten onmiddellijk na de aanslag fors in, met name die van vliegtuigmaatschappijen en aanverwante bedrijven. Een maand na de aanslag hadden 200.000 Amerikanen hun baan verloren.

Weer oorlog met Irak

Op 8 november 2002 neemt de Veiligheidsraad resolutie 1441 aan. Irak krijgt daarin een laatste kans zich te ontwapenen en de inspecteurs onbelemmerde toegang te verlenen. De resolutie stelt dat weigering voor Irak 'ernstige gevolgen' zal hebben als het land opnieuw weigerde mee te werken aan de uitvoering van deze en eerdere resoluties.. VN-wapeninspecteurs startten daarop onderzoek in Irak naar de aanwezigheid van massavernietigingswapens. Op 27 november worden onder leiding van de Zweedse VN-diplomaat Blix de wapeninspecties hervat.

Het lukte de leden van de Veiligheidsraad echter niet om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Een aantal landen wilde de wapeninspecteurs begin maart 2003 nog meer tijd geven. Maar met name Amerika en Groot-Brittannië vonden dat Irak de 'laatste kans' verspeeld had.

Kort daarop, in de nacht van woensdag op donderdag 20 maart 2003 kondigde president Bush het begin van de oorlog tegen Irak aan. De oorlog begon met een precisieaanval op Saddam Hoessein. ’s Avonds begonnen Amerikanen en Britten met de grondaanval in het zuiden van Irak en de volgende dag werd de hoofdstad Bagdad met raketten bestookt. Door een helikopterongeluk kwamen de eerste geallieerde militairen om het leven. Zaterdag 22 maart volgen er weer zware bombardementen op de steden Bagdad, Kirkuk, Umm Qasr en Basra, waarna duizenden Iraakse militairen zich overgaven. Een dag later werden de eerste geallieerden krijgsgevangen genomen.

Dinsdag 25 maart werd de opmars gestuit door zware zandstormen, de luchtbombardementen gingen echter gewoon door. Umm Qasr wordt vrij verklaard en daar kwamen ook de eerste hulpgoederen aan. Vrijdag 28 maart werd bekend gemaakt dat grote delen van West-Irak waren ingenomen door Amerikaanse commando’s. Op maandag 31 maart werden de eerste gevechten bij Bagdad gemeld, en Britse troepen trokken de zuidelijke stad Basra binnen. Op woensdag 2 april stonden de Amerikanen op 30 kilometer van Bagdad en een dag later rukten troepen op naar het internationale vliegveld Saddam Hoessein bij Bagdad. Van het verwachte gebruik door Irak van chemische wapens was nog steeds geen sprake.
Zaterdag 5 april ‘verkenden’ Amerikaanse tanks zonder veel problemen het centrum van Bagdad en een dag later landden de eerste Amerikaanse vliegtuigen op de internationale luchthaven. Britse troepen drongen door tot in het centrum van Basra. Op maandag 7 april deelden de geallieerden een aantal psychologische klappen uit aan de Irakezen: een van Saddam Hoesseins paleizen werd bezet en Ali Hassan al-Majid, alias “Ali Chemicali’, werd dood aangetroffen. Hij was de Irakese specialist op het gebied van massavernietigingswapens. President Bush en de Britse premier Blair ontmoetten elkaar in Noord-Ierland.

In de nacht van dinsdag op woensdag 9 april bleven de Amerikaanse troepen in het centrum van Bagdad. Op woensdag kreeg de Irakese bevolking in Bagdad door dat het bewind van Saddam Hoessein eigenlijk ten val was gebracht, en sloeg de angst om in enthousiasme. In het centrum van Bagdad trokken Amerikanen onder groot gejuich van de Irakezen een standbeeld van Saddam Hoessein om.

2004-2008

De binnenlandspolitieke discussies in het Congres worden in grote mate bepaald door de aanslagen in New York en op het Pentagon in 2001 ('9/11') en de binnenlandse economie. Sterke nadruk ligt op onderwerpen als terrorismebestrijding, economie en werkgelegenheid, (verlaging van) belastingen, energiebeleid en sociale zekerheid (vergrijzing, gezondheidszorg). De verkiezingen in november 2004 hebben Republikeinse meerderheden in Senaat en Huis van Afgevaardigden opgeleverd en daarmee zit de regering stevig in het zadel tot de presidentsverkiezingen van 2 november 2008. De regering is (neo-)conservatief. Het is te verwachten dat na het conflict Irak vooral de aandacht zal uitgaan naar de economische situatie en andere binnenlandse onderwerpen die dicht bij de gemiddelde Amerikaan staan.

In november 2006 vonden nieuwe verkiezingen plaats voor het Congres en de Senaat. Naast het conflict in Irak is vooral de aandacht zal uitgegaan naar de economische situatie, energiezekerheid, het klimaat en andere binnen­landse onderwerpen die dicht bij de gemiddelde Amerikaan staan. Bij deze verkiezingen hebben de democraten zowel in het Congres als in de Senaat de meerderheid behaald. In maart 2008 krijgt John McCain (oorlogsveteraan) de nominatie om voor de republikeinen kandidaat te zijn voor de presidentsverkiezingen en in juni beslist Barack Obama de strijd om de democratische nominatie in zijn voordeel tegen Hillary Clinton. In november 2008 verslaat Barack Obama John McCain en zal de eerste zwarte president van de Verenigde Staten worden.

2009-2014

In januari 2009 werd Obama ingezworen als president van de Verenigde Staten en stelt onmiddellijk voor om 800 miljard dollar in de economie te pompen.In februari 2009 keurt het Congres dit grotendeels goed. In november 2009 komt de VS uit de recessie. In maart 2010 loodst Obama een nieuw systeem om de gezondheidszorg te hervormen door het congres, ondanks zware tegenstand van de Republikeinen. In mei 2010 voltrekt zich een olieramp in de Golf van Mexico. In mei 2011 slagen command's er in de Al-Queda leider Osa Bin Laden te doden.

Obama werd in 2012 bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen herverkozen door de Republikeinse kandidaat Mitt Romney met ruime voorsprong qua kiesmannen te verslaan. Hij is de eerste Democratische kandidaat sinds Franklin D. Roosevelt die twee achtereenvolgende presidentsverkiezingen wint met een meerderheid aan voorkeurstemmen. In 2013 vliegen democraten en republikeinen elkaar in de haren over de overheidsfinanciën. In 2014 wordt een voorlopig akkoord bereikt. In april 2014 kondigen de VS en de EU sancties aan tegen Rusland vanwege de annexatie van de Krim en de Russische bemoeienis met Oekraïne. In november winnen de Republikeinen een meerderheid in de Senaat en hebben zodoende een meerderheid in zowel congres als senaat.

2015 - heden

In maart 2015 kondigt president Obama aan dat Amerikaanse adviseurs voorlopig nog in Afghanistan zullen blijven. In juli 2015 heropenen Cuba en de Verenigde Staten wederzijds hun ambassades, een enorme stap voorwaarts voor het normaliseren van de betrekkingen. In 2016 zijn er veel aanslagen door Islamitische staat, onder andere op een homoclub in Orlando. De Verenigde Staten maken zich op voor de presidentsverkiezingen van november 2016. Hillary Clinton is kandidaat voor de democraten en Donald Trump voor de republikeinen. In november 2016 wint tot de verrassing van bijna iedereen Donald Trump de presidentsverkiezingen. Hij treedt in januari 2017 aan onder de slogan America First. In april 2017 bombarderen de VS een Syrische luchtmachtbasis en besluiten ze Koerdische strijdkrachten te bewapenen in de strijd tegen Islamitische Staat. President Trump waarschuwt Noord-Korea dat het met militaire represailles te maken kan krijgen wanneer het zijn kernprogramma doorzet. In mei 2017 ontslaat Trump FBI directeur James Comey en ontstaat er onrust over inmenging van de Russen bij de verkiezingen van afgelopen november. In augustus 2017 komt Trump in opspraak wanneer hij laks reageert op geweld in Charlottesville veroorzaakt door uiterst rechts. Eind 2017 loopt de spanning met Noord-Korea op en Trump zegt op Twitter dat hij een grotere rode knop heeft dan Noord-Korea. In januari 2018 wordt bekend dat de Nederlandse inlichtingendienst een groot aandeel heeft gehad in de bewijsvoering rond de Russische inmenging bij de Amerikaanse verkiezingen. De AIVD heeft een Russische hackersgroep op heterdaad betrapt.


VERENIGDE STATEN LINKS

Advertenties
• KRAS.NL Amerika
• Vakantie Amerika
• Cheaptickets Verenigde Staten
• Verenigde Staten Kras Reizen
• Verenigde Staten Travelworld
• FOX Verre Reizen van ANWB Verenigde Staten
• Verenigde Staten
• Verenigde Staten Zonvakanties WTC
• Autohuur VS
• AmerikaPLUS
• ESTA VS
• SRC Cultuurvakanties VS
• Amerika rondreizen met kinderen
• ESTA aanvragen
• Stopcontacten Amerika
• Rondreis Amerika
• Camperreis USA
• Vliegtickets naar New York
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Verenigde Staten Vliegtickets Tix.nl
• New York Hotels
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autoverhuur Sunny Cars Verenigde Staten
• Eliza was here

Nuttige links

Amerika Boogolinks (N)
Amerika Only (N)
Amerika Reisforum (N)
Amerika Reisstart (N)
Campersite Verenigde Staten (N)
Dieren in de Verenigde Staten van Amerika (N)
Recepten V.S. (N)
Reisinformatie Verenigde Staten (N)
Reizendoejezo - Verenigde Staten (N)
Romans over Verenigde Staten (N)
Rondreis door de Verenigde Staten (N)
Rondreis Verenigde Staten (N)
Verenigde Staten Foto's
Verenigde Staten Foto's (2)
Verenigde Staten Reisbijbel (N)
Voorpagina: Headlines Nieuws Verenigde Staten (E)
Artikelen en Reisverhalen over VERENIGDE STATEN
  ESTA aanvragen voor Amerika  ESTA AANVRAGEN BIJ EVISA APPLICA..
  Hiken in de Grand Canyon  Rondreis Verenigde Staten
  ESTA Verenigde Staten  Wanneer en waarheen in Amerika
  Bluesroute

Bronnen

Phillipson, O. / USA
Heinemann Library

Sandak, C.R. / Verenigde Staten van Amerika
Corona

Stanic, S. / De Verenigde Staten
Schuyt & Co

Supermachten
Stichting Teleac 1: Verenigde Staten van Amerika

Verenigde Staten
Uitgeversmaatschappij The Reader’s Digest NV

Webb, M. / The United States
Lucent Books

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt juni 2018
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems