Steden VERENIGDE STATEN

Populaire bestemmingen VERENIGDE STATEN

VERENIGDE STATEN   

Getaway Travel reisfoto van het Jaar: stuur je reisfoto in en win 2 tickets Australië

Planten

De oorspronkelijke flora in het noordwesten van de Verenigde Staten heeft sterk geleden onder de ontginning van het land. Op de uitgestrekte grasvlakten groeiden oorspronkelijk manshoge grassoorten, met het zogenaamde ‘tall grass’ (1,5-2 meter hoog), in Iowa en Kansas. In het Konza Prairie Research Natural Area bij Topeka wordt de oorspronkelijke vegetatie nog beschermd. Meer naar het westen op hogere en schrale grond groeit ‘short grass’, een kortere variant. In delen van de staten Idaho, Oregon, Washington en Wyoming heersen woestijnachtige omstandigheden, waar saliestruiken de overhand hebben. De oostelijke grasvlakten zijn ondertussen ontwikkeld tot landbouwgebied, terwijl in de westelijke delen de veeteelt overheerst. Door de overvloedige regenval zijn de westelijke hellingen van de Rocky Mountains met schitterende bossen bedekt: rode ceders, douglassparren en sequoia’s.
De staat Minnesota is grotendeels bedekt met bossen. Notenbomen, eiken, berken, en pijnbomen komen overal voor en op droge rotsachtige bodems groeien ceders, witte sparren, balsemsparren en hemlocksparren. Moerasgebieden, meer- en rivieroevers zijn de geliefde habitat van zwarte sparren, Amerikaanse lariksen en westerse levensbomen. Ondiepe inhammen tooien zich met geelbloeiende plompen, slangenwortel en lisdodden. De nationale bloem van Minnesota is de ‘pink lady’s slippers’, een tot de orchideeën behorende vrouwenschoentjes-soort. De bossen in Washington en Oregon bestaan uit de westerse hemlocksparren, rode ceders en op grotere hoogte Engelmannsparren en lodgepoledennen. In de regenwouden aan het kustgebied groeien ceders en hemlocksparren tot uitzonderlijke maten uit, maar ook douglas- en sitkasparren bereiken een lengte van 100 meter en een omvang van 4-5 meter.De bodems zijn bedekt met paddestoelen, (korst)mossen en varens. Op de plateaus tussen de bergketens overheerst loofwoud met esdoorns en eiken. In het zuidwesten van Oregon groeien de beroemde redwood-bomen en mammoetbomen. Het Colorado-Plateau wordt gedomineerd door saliestruiken.
Buiten de ‘badlands’ van South-Dakota domineert gemengd- en kortgrasprairie, een van de weinige goed bewaard gebleven resten van de graslanden van de Great Plains. Meer dan vijftig soorten gras worden hier gevonden, waarbij laag buffelgras, ‘blue grama’ en blauwachtig ‘western wheatgrass’ tot de meest voorkomende behoren. Daartussen groeien meer dan tweehonderd soorten kruidachtige bloeiende planten. Onder de bomen domineren Rocky Mountains-jeneverbessen en rode ceders.
De prairies van North-Dakota lijken veel op die van de zuiderbuur, maar zeer verrassend op deze noordelijke breedten zijn winterharde vijgcactussen met rode vruchten. Langs de Little Missouri groeien hoge populieren en wilgen.
In het beroemde Yellowstone National Park worden ca. 1100 plantensoorten aangetroffen. In de beboste terreinen domineren naaldbomen en dan vooral de murrayana-dennen. De overige vegetatietypen variëren van semi-aride bosland tot moerassen, marslanden en alpiene bergweiden. In het Yosemite-dal vormen gele dennen, Jeffrey-dennen, liboceders, Californische zwarte eiken en grootbladige esdoorns een gemengd bos. In de rest van het park bepalen coniferen het vegetatiebeeld.

Het Glacier National Park in Montana bezit twee klimatologische verschillende helften, wat invloed heeft op de vegetatie. Zo groeien westelijke hemlocksparren en reuzenlevensbomen alleen in de ten westen van de bergen gelegen McDonald Valley. Witte dennen en Amerikaanse ratelpopulieren groeien in de oostelijke dalen. Engelmannsparren en douglassparren beheersen de bergbossen en murrayana-dennen komen in drogere bossen voor. In de alpiene zone vormen Alpen-zilversparren en witschorsdennen de boomgrens. Op veel plaatsen groeit berengras, lelieachtige planten die tot 90 cm hoog kunnen worden.
In de meest noordwestelijke staat Washington komt gematigd regenwoud voor met als karakteristieke boom de sitkaspar. Typisch en vaak bijzonder dicht begroeid met ontelbare mossen, korstmossen en varens is de grootbladerige esdoorn. Engels mos uit de groep van de wolfsklauw hangen in dichte gordijnen van de takken. De ondergroei wordt gevormd door ‘sword fern’ en paardenstaart, samen met enkele bloeiende planten. In het drogere laaglandbos komen meer reuzenzilversparren voor. Hoe hoger men komt, des te meer treden westelijke weymouthdennen, Pacifische zilverdennen en nootkacipressen op de voorgrond. In de ondergroei gedijen verschillende bessenstruiken en de roze gekleurde, zeldzame bosnimf uit de familie der orchideeën. Nog hoger liggen weiden met blauwe lupinen, dieprode ‘magenta paintbrushes’ en felpaarse struikasters.
In het bergachtige noordoosten van Californië domineren beneden de 2000 meter hoogstammige gele dennen, Jeffrey-dennen en Colorado-zilversparren. De soms manshoge roodstammige ‘greenleaf manzanita’, een berendruifsoort, vormt een dichte ondergroei. Op warme plekken groeien bosjes liboceders en reuzendennen met ca. 50 centimeter lange kegels.
In het Sequoia/Kings National Park varieert de hoogte van 500 meter tot meer dan 4000 meter, en dat heeft verschillende klimaat- en vegetatiezones tot gevolg. Opvallend in het voorgebergte (500-1400 meter) zijn de blauw glanzende ‘blue oaks’, de Californische kastanje en de yuccasoort ‘our Lord’s candle’. De montane vegetatiezone (1400-2500) is het rijk van de mammoetbomen, die in 75 kleine bossen verdeeld zijn. De bossen in de onderste gordel van de subalpiene en alpiene vegetatiezone (vanaf 2500 meter) wordt gekenmerkt door prachtzilverdennen, murrayana-dennen en vossenstaartdennen, boven de 3300 meter gaat de vegetatie in alpiene weiden over. Tijgerlelies groeien bij bosbeken of bronnen.
Boven de boomgrens (vanaf 3400 meter) in de berggebieden van Colorado strekt zich de alpiene vegetatiezone of toendra uit. Vorst, storm en sneeuw beperken hier de begroeiing tot lage boomplanten. Meer dan honderd bloeiende plantensoorten maken gebruik van de slechts acht tot tien weken durende vegetatieperiode: voorbeelden hiervan zijn ‘alpine avens’, een nagelkruidsoort, ‘alpine sunflowers’ en de arctische gentiaan.

In het zuidoosten van de Verenigde Staten groeien altijd-groene bomen, zoals Amerikaanse eiken (de nationale boom van de Verenigde Staten), esdoorns, beuken, kastanjes, essen, berken, iepen, notenbomen, linden en magnolia’s. Overheersend zijn echter pijnboom- en moeraswouden. Moeraslanden kunnen onderscheiden worden in ‘marshes’, met een kruidige vegetatie, en ‘swamps’, met struiken en bomen, met name cipressen. In North Carolina en de golfstaten groei het unieke Spaanse mos, wortelloze plantjes die op eiken en cipressen leven. Het zijn zogenaamde epifieten, en brengen dus geen schade aan.

In de Everglades en in delen van Zuid-Louisiana komen verschillende soorten mangroves voor, goed herkenbaar door de luchtwortels en altijdgroene bladeren. In het brakke water vindt men rode, witte, zwarte en knoopmangroven. Op iets hoger gelegen boomeilanden of ‘hammocks’, domineren tropische gewassen als ‘gumbo limbo’, mahoniehoutbomen, koningspalmen en ‘strangler figs’. Klimplanten, bromelia’s, orchideeën en een deels dichte ondergroei van varens en mossen zorgen voor een eigen microklimaat. Water- en voedselrijke bekkens vormen groeiplaatsen van moerascipressen, verwante van redwoods en mammoetbomen. Een weelderige begroeiing van Spaans mos, ‘stiff-leaved wild pine’, orchideeën en andere epifieten zorgt voor een bijzonder gezicht. Hoger liggende kalksteenruggen zijn met bossen van bastaarddennen begroeid. De ‘floodplains’ van het Mississippigebied hebben een bosrijke vegetatie met esdoorns, cottonwood en in het zuiden cipressen en gombomen. De mosachtige ‘bogs’ liggen wat noordelijker.
De Great Smoky Mountains, de hoogste bergen van de Appalachen, hebben door een vruchtbare bodem, overvloedige regenval en een hoogteverschil van bijna 1800 meter, een flora vol afwisseling met bijna 1600 soorten, waarvan alleen al 123 boomsoorten. Loofbossen domineren de onderste parkzone, onder andere witte esdoorns, gele berken en magnoliabomen. Boven 1400 meter vinden we Amerikaanse beuken en ook nog gele berken. In het voorjaar bloeit hier ook een grote verscheidenheid aan rododendrons, maar ook de breedbladige lepelboom.

Het noordoostelijke deel van de Verenigde Staten is dicht bebost, vooral New England waar ca. 80% van het land bedekt is met wouden. Pennsylvania en New York zijn ook bebost, maar niet met oorspronkelijke wouden.
Ten oosten van de Appalachen zijn nieuwe loofwouden ontstaan met veel Europese boomsoorten als kastanjes, beuken, eiken, populieren en berken, maar ook Amerikaanse ratelpopulieren, papierberken en Amerikaanse beuken. In New Hampshire en Maine groeien veel naaldbomen met als karakteristieke boom de suikerahorn of ‘maple tree’, en verder rode sparren, balsemsparren en pekdennen, een taaie soort die op rotsachtige bodems groeit. In deze regio zijn ook veel appel-, peren-, en kersenboomgaarden aangelegd. Verder veel bessenstruiken, onder andere de bekende ‘cranberry’ (veenbes). Ook wordt er nog wat tabak verbouwd.
Ten zuiden van New York gaat het gematigd vochtige loofwoud over in sparrenwouden. In het gehele oosten van de Verenigde Staten komt de gifklimop voor, die flinke huidontstekingen en blaren kan veroorzaken.

De afwisselende ecosystemen in het zuidwesten van de Verenigde Staten zorgen voor een zeer uiteenlopende flora. Zo groeien langs de noordkust van Californië de redwoods of Sequoia sempervirens, de hoogste bomen ter wereld tot 112 meter hoog. In de neerslagrijke Sierra Nevada groeien de iets kleine maar veel omvangrijkere Sequoiadendron giganteum die duizenden jaren oud kunnen worden.
In de berggebieden overheersen pijn- en cederbossen. Zeer bijzonder is de woestijnvegetatie met bijvoorbeeld de ‘Joshua tree’, een familielid van de yucca. Iets kleiner zijn de karakteristieke saguarocactussen (tot 15 meter hoog) in de Sonora Desert. De Sonora is begroeid met droogtegewassen als de mesquitobomen, doornbrembomen en extreem hard ‘ironwood’. Zeer veel voorkomende dwergstruiksoorten zijn de creosootheesters, de ‘white brittlebush’ en de zeldzame otillo’s. De lechuguilla is een agavesoort die door de woestijnbewoners voor allerlei dingen gebruikt werd. Gevaarlijk voor de mens is de zeer stekelige chollacactus. Andere cactussoorten zijn de omvangrijke ferocactussen, ‘Engelmann’s pricklypears’, orgelpijpcactussen en Senita-cactussen. De noordelijke delen van het Great Basin (‘sagebrush country’) zijn vegetatiearm, met hier en daar wat alsemstruiken.
Op de laagste, droogste plaatsen in de Grand Canyon komen creosootheesters, doornige ‘catclaw’-acacia’s en mesquitobomen voor.
De hooggelegen droogtegebieden van Utah zijn begroeid met piñondennen, Utah-jeneverbessen, gele dennen, Colorado-zilversparren, douglassparren en Amerikaanse ratelpopulieren. Langs de waterlopen groeien verschillende wilgensoorten, vederesdoorns en tot de wijnstokfamilie behorende klimplanten. In het Bryce Canyon National Park kan men op rotskruinen en zandgronden witte dennen en de Great Basin-hickory-den vinden, die tot de oudste planten ter wereld behoren. De ouderdom wordt op 4600 jaar geschat. “Prince’s plumes’ behoren tot de kruisbloemigen en ze zijn zeer giftig. Grassen als ‘Indian ricegrass’ zijn belangrijke voedingsbronnen voor zoogdieren en vogels.
De karakteristieke planten van de Chihuahua-woestijn in New Mexico groeien in het bovengrondse deel van het nationale park. ‘Lechuguilla’-agaven, ocotillo’s, ‘torrey yuccas’ en de kleinere ‘soaptree yuccas’, de nationale bloemen van New Mexico, zijn talrijk. In de beschutting van de canyons, rond de waterplaatsen en in de hogere regionen, vindt men ook grotere struik- en boomsoorten, waaronder ‘desert willows’, Texas-okkernoten en de altijdgroene ‘one-seed junipers’.
In het Texaanse gedeelte van de Chihuahua-woestijn domineren droogtestruiken, met als talrijkste de creosootheester. In de beschutting van deze plant groeit de ‘Christmas cactus’, een van de zeventig cactussoorten van het Big Bend National Park. Bijzonder is de ‘candelilla’, een wolfsmelkgewas. In het iets hogere gedeelte groeit de grootste yucca, de ‘giant dagger yucca’.
In het meer regenrijke Chisos Mountains groeien groenblijvende ‘Texas madrones’, een soort aardbeiboom, ‘Mexican pinyons’, drie jeneverbes- en veel eikensoorten. De oevers van de Rio Grande worden omzoomd door een rietgordel, waaruit het ca. 4,5 meter hoge pijlriet omhoogsteekt.

Dieren

ZOOGDIEREN

Ten noorden van Mexico vinden we negen orden van land- en amfibische zoogdieren met ca. 370 soorten. Hiervan komen ca. 20 soorten alleen in Alaska (en Canada) voor, zoals halsbandlemming, poolvos, ijsbeer, muskusos en verschillende soorten zeehonden. Zuidelijke soorten als de halsbandpekari en de Allen-ezelhaas komen alleen maar in de Verenigde Staten voor.
De orde van de buideldieren is maar met één soort vertegenwoordigd, de Virginiaanse opossum. Ook de orde van de gordeldieren kent maar één soort, het negenbandgordeldier. De laatste orde met maar één soort is die van de zeekoeien, de Caribische lamantijn.
Insekteneters betreft 37 soorten uit de families van de spitsmuizen en mollen.
Wijdverbreid is de orde van de vleermuizen met ca. 40 soorten. In het gehele zuidwesten van de Verenigde Staten komt de guanovleermuis voor. Bij de Bat Cave van de Carlsbad Caverns in New Mexico is elke avond een spectaculair tafereel te zien. Tienduizenden van deze vleermuizen kringelen in de avondhemel omhoog en gaan op jacht naar insecten.
De negentien soorten haasachtigen van Noord-Amerika omvatten ook de familie van de Amerikaanse pika of fluithaas.
Knaagdieren komen overal voor met ongeveer 200 soorten. Daartoe behoren stompstaarteekhoorns, zwartstaartprairiehonden, geelbuikmarmotten, chipmunks, wangzakratten en – muizen, de Canadese bever, springmuizen, het Noord-Amerikaanse stekelvarken en de beverrat. Boomeekhoorns zijn o.a. rode eekhoorns, chikarees en de vlieghorentjes. Ordkangoeroegoffers springen als kangoeroes.
Tot de orde van de roofdieren behoren zwarte en bruine beren, poema’s, Noord-Amerikaanse wasberen, zilverdassen, neusberen, Noord-Amerikaanse katfretten, coyotes, rode lynxen, de gestreepte skunk, de zeldzame ocelot en even zeldzame zwartvoetbunzing. In Minnesota komt de grijze wolf weer meer voor. De bekendste amfibische roofdieren zijn de Californische zeeleeuw en de gewone zeehond.
De evenhoevigen zijn met vijftien soorten vertegenwoordigd, o.a. witstaartherten, edelherten, muildierherten, dikhoornschapen, elanden, sneeuwgeiten en bizons. In het noordwesten leven gaffelantilopen, de snelste zoogdieren van Noord-Amerika.

VOGELS

Van de ca. 750 vogelsoorten broeden ongeveer 620 soorten in Noord-Amerika. Sommige van de in totaal 73 vertegenwoordigde families zijn wereldwijd verbreid, o.a. roofvogels, valken, eend-achtigen, reigers, duiven en uilen, o.a. het konijnuiltje een van de kleinste roofvogels ter wereld (12-14 cm). Bijzonder zijn ook de o.a. in South Dakota voorkomende holenuilen en de gevlekte bosuil in de redwood-bossen.
Andere komen alleen voor op het noordelijke halfrond, zoals de pestvogels, boomkruipers en zeeduikers. Slechts één familie vindt men alleen in de Verenigde Staten en Midden-Amerika: de kalkoenen.
Roofvogels komen in zeer veel variëteiten voor, bijvoorbeeld roodstaartbuizerd, blauwe kiekendief, steenarend, slechtvalk, prairievalk, visarend en de nationale vogel van de Verenigde Staten, de Amerikaanse zeearend. Aaseters zijn de kalkoengier en de zwarte gier.
Van bijna alle vogels in de Nieuwe Wereld ligt het zwaartepunt van het verspreidingsgebied in Zuid- en Midden-Amerika en zij bezoeken maar af en toe het zuiden van de Verenigde Staten, zoals de cotinga’s, de hokko’s en de trogons.
Enkele families dringen echter door tot in Alaska en broeden in Noord-Amerika, zoals koerlans, gieren (inclusief de bijna uitgestorven Californische condor), troepialen (o.a. de Brewer’s zwarte troepiaal en de Baltimore-troepiaal), spotlijsters, witstaartsneeuwhoenders, woudzangers, tangara’s, kolibries, winterkoninkjes, tirannen en vireo’s.
Florida is een waar vogelparadijs met o.a. witte en blauwe reigers, schimmelkopooievaars, slangenhalsvogels, roze lepelaars, kiekendieven, wouwen, steltlopers, plevieren, zee- en visarenden.
In het Yellowstone National Park vindt men Canadese ganzen, Amerikaanse witte pelikanen en zeldzame trompetzwanen.
In het Everglades National park komen ca. 350 vogelsoorten voor, o.a. rode lepelaars, witte ibissen, Amerikaanse witte pelikanen, Amerikaanse slangenhalsvogels, alle twaalf Noord-Amerikaanse reigersoorten, visarenden, roodschouderbuizerds, kalkoen- en zwarte gieren, epauletspreeuwen, bootstaarten, roodgekuifde zwarte spechten, moeraswouwen en de zeldzame schimmelkopooievaars.
In de Sonora-woestijn leven o.a. helmkwartels, cactuswinterkoninkjes, krombekspotlijsters, renkoekoeken en Amerikaanse klapeksters.
In het uiterste noordwesten van De Verenigde Staten komen o.a. voor blauwe sneeuwhoenders, roze vinken, grijze junco’s, bonte lijsters en bruine kolibries. Aan de Grote Oceaankust vindt men Beringmeeuwen, Pelagische aalscholvers, zeekoeten, neushoornpapegaaiduikers en duifzeekoeten.
In de laatste eeuwen zijn o.a. uitgestorven de reuzenalken, Labrador-eenden, Carolina-parkieten, trekduiven, eskimowulpen en de ivoorsnavel, eens de grootste specht ter wereld.

REPTIELEN

Noord-Amerika telt ca. 290 soorten reptielen, waarvan ratelslangen, Mississippi-alligators en gilamonsters (giftige hagedissoort) de meest opmerkelijke en gevaarlijke verschijningen zijn. Verder komen er ca. vijftig soorten schildpadden voor, o.a. de diamantrugschildpad in Texas, de gigantische alligatorschildpad (tot 100 kg) en de woestijnschildpad. Tot de leguanen behoren o.a. de dove leguanen, woestijnstekelleguanen, halsbandleguanen, chuckwalla’s, korthoornpadhagedissen, renhagedissen en padhagedissen. In het oosten van de Verenigde Staten is de gestreepte skink wijdverbreid.
De vrij zeldzame Amerikaanse spitssnuitkrokodil komt alleen nog maar in de brakke wateren van Zuid-Florida.

AMFIBIEËN

De amfibieën komen in Noord-Amerika met ongeveer 200 soorten voor. Tot de orde van de salamanders horen de axolotls en de longloze salamanders. De Pacifische reuzensalamander komt o.a. in de westelijke redwood-bossen voor. De familie van de curieuze, uitwendige kieuwen dragende sirenen komen alleen in Noord-Amerika voor.
Tot de kikvorsachtigen behoren de Amerikaanse knoflookpad, de stierkikker, de uit Midden-Amerika afkomstige reuzenpad, en de vele boomkikkersoorten( o.a. de Pacifische boomkikker). Tot op 3600 meter hoogte in Californië komt de ‘mountain yellow-legged frog’ voor, een bruinachtige kikker met een opvallend geeloranje buik.

VISSEN

De zeeën rondom Noord-Amerika beschikken nog steeds over een grote rijkdom aan vis. In de oostelijke wateren wordt vooral gevist naar haring, schol en kabeljauw, in het oosten naar zalm, tonijn en sardine.
Aan de oevers van veel rivieren wordt gevist naar de Pacifische zalm, zowel door mensen als door beren. Andere zoetwatervissen zijn blauwrugzalmen, regenboogforellen en zeeforellen.
Een bijzondere oceaanbewoner in het noordoosten van de Verenigde Staten is de degenkrab, levende fossielen en de laatste exemplaren van een dierengroep die 500 miljoen jaar geleden massaal voorkwam.

ONGEWERVELDEN

Er zijn in Noord-Amerika ca. 100.000 soorten bekend, o.a steekmuggen, ringwormen (o.a. de zwarte ringworm in de noordoostelijke staat Washington), vlinders en spinnen (o.a. tarantula’s en zwarte weduwen). In het westen van de staat Washington leven tot 15 cm lange naaktslakken.

VERENIGDE STATEN LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• KRAS.NL Amerika
• Vakantie Amerika
• Verenigde Staten Zonvakanties WTC
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Sundowner wildlife & natuur reizen
• Verenigde Staten Travelworld
• Verenigde Staten
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autohuur VS
• AmerikaPLUS
• ESTA VS
• SRC Cultuurvakanties VS
• Stopcontacten Amerika
• ESTA aanvragen
• Autoverhuur Sunny Cars Verenigde Staten
• Rondreis Amerika
• Ferry overtochten van en naar de Verenigde Staten
• Amerika rondreizen met kinderen
• Verenigde Staten Vliegtickets Tix.nl
• New York Hotels
• Vliegtickets naar New York
• Eliza was here

Nuttige links

Campersite Verenigde Staten (N)
Dieren in de Verenigde Staten van Amerika (N)
Reisinformatie Verenigde Staten (N)
Reizendoejezo - Verenigde Staten (N)
Romans over Verenigde Staten (N)
Rondreis door de Verenigde Staten (N)
Rondreis Verenigde Staten (N)
Verenigde Staten Foto's
Verenigde Staten Foto's (2)
Artikelen en Reisverhalen over VERENIGDE STATEN
  Bluesroute  ESTA AANVRAGEN BIJ EVISA APPLICA..
  Wanneer en waarheen in Amerika  Rondreis Verenigde Staten
  Hiken in de Grand Canyon  ESTA aanvragen voor Amerika

Bronnen

Phillipson, O. / USA
Heinemann Library

Sandak, C.R. / Verenigde Staten van Amerika
Corona

Stanic, S. / De Verenigde Staten
Schuyt & Co

Supermachten
Stichting Teleac 1: Verenigde Staten van Amerika

Verenigde Staten
Uitgeversmaatschappij The Reader’s Digest NV

Webb, M. / The United States
Lucent Books

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2018
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems