Landenweb.nl

CUBA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Spaans
  Hoofdstad  Havana
  Oppervlakte  110.860 km²
  Inwoners  11.491.196
  (mei 2019)
  Munteenheid  Cubaanse peso
  (CUP)
  Tijdsverschil  -6
  Web  .cu
  Code.  CUB
  Tel.  +53

Steden CUBA

Havana

Geografie en Landschap

Geografie

Cuba is een republiek in het Caribische gebied, 110.860 km2, met 10,82 miljoen inwoners. Hoofdstad: Havana (La Habana).

advertentie

Satellietfoto CubaPhoto: Publek domein

Munteenheid is de Cubaanse peso, onderverdeeld in 100 centavos. Met de lokale peso kan je alleen terecht op straat; als je aan stalletjes iets wil eten, of in sommige staatswinkels. Bij sommige trein- en busstations mag je ook nog met peso's betalen, maar bij de grotere moet je als buitenlander meestal in US$ betalen. Je betaalt dan evenveel dollars als de Cubaanse peso's, wat er grofweg op neer komt dat je twintig keer zoveel betaalt.

Nationale feestdagen zijn 1 januari, de dag waarop Castro in 1959 aan de macht kwam, 26 juli, de dag van de (mislukte) opstand in 1953 van Castro tegen het bewind van dictator Batista, en 10 oktober, de dag waarop de onafhankelijkheidsoorlogen worden herdacht.

advertentie

Landschap

advertentie

Pico Turquino, hoogste berg van CubaPhoto: Oliver Rühl in het publieke domein

Cuba maakt deel uit van de oost-westlopende Midden-Amerikaanse gebergteketen. Midden op het grootste eiland van de Westelijke Antillen liggen hoge bergketens. In het zuidoosten ligt de gemiddeld 1700 m hoge Sierra Maestra (Pico Turquino, 2005 m is de hoogste berg van Cuba), in de provincie Las Villas de ca. 1200 m hoge Cordillera de los àrganos. In Oost-Cuba komen veelvuldig aardbevingen voor. De noordkust is steil en rotsachtig; er zijn veel koraalriffen. De bergachtige zuidkust wordt onderbroken door enige vlakten die tot de zee doorlopen.

Klimaat en Weer

Er heerst een tropisch en vochtig klimaat. In Havana varieert de temperatuur van 9 tot 41; in juli bedraagt de gemiddelde temperatuur 27,7, in januari 21,3. De regentijd duurt van mei tot november en wordt gekenmerkt door hevige onweer. Het regent dan overigens niet de hele dag: elke dag rond 18.00 uur valt een zware stortbui van ongeveer een half uur. Het koelere droge seizoen is niet geheel zonder regen. De gemiddelde jaarlijkse neerslag is 1270 mm. Orkanen komen soms voor. De beste reistijd is dus van november tot april-mei.

Planten en Dieren

advertentie

Planten

Cuba is erg rijk aan plantensoorten. Door de aanplant van suikerriet, koffie en rijst zijn bijna alle oorspronkelijke wouden verdwenen. Men stelt nu pogingen in het werk het eiland opnieuw voor een gedeelte te bebossen, om zowel economische redenen als om natuurbehoud. Grote palmen van 20-25 m hoog geven het landschap zijn specifieke aanzien. In de Cubaanse kustgebieden en laagvlakten vindt men mangroven en tabaksplanten.

advertentie

Dieren

Een grote variëteit aan dieren is op het eiland aanwezig. De kustwateren herbergen o.a. veel schaaldieren en economisch belangrijke vissoorten. Van de vele vogels is slechts ongeveer een derde inheems; de overige zijn trekvogels van elders. Er leven twee soorten krokodillen (bij de wet beschermd) en vele schildpadden, leguanen en andere reptielen. Interessante zoogdieren zijn o.m. Solenodon cubana, een aan de agouta verwante insecteneter. Zeer veel soorten blijken alleen op Cuba voor te komen; dat geldt in het bijzonder voor de zeer kleurrijke landslakken.

Geschiedenis

Ontdekking en slavernij

Cuba werd ontdekt door Columbus op zijn eerste reis in 1492. Maar werd pas in 1511 veroverd door Diego Velasquez. Het eiland werd opnieuw bevolkt door Spanjaarden, Afrikaanse slaven en hun afstammelingen.

Hoewel plantagelandbouw al snel tot ontwikkeling werd gebracht, was de belangrijkste functie van Cuba in het SpaansAmerikaanse imperium de bevoorrading van de Spaanse vloot. Cuba was, met uitzondering van een Engelse bezetting in 1762, steeds een Spaanse kolonie. Dit veranderde niet toen rond 1820 het SpaansAmerikaanse continent zich bevrijdde van het moederland. Inmiddels ontwikkelde Cuba zich tot de belangrijkste suikerproducent ter wereld. Deze ontwikkeling was mogelijk dankzij de slavenhandel en slavernij.

De verhouding van de Cubaanse elite tot Spanje was ambivalent. Het Spaanse mercantilisme benadeelde de Cubaanse planters, die liever ongehinderd zaken deden met de Verenigde Staten. Er gingen zelfs stemmen op om aansluiting te zoeken bij dit land. Daarentegen waren de planters afhankelijk van Spanje waar het ging om de handhaving van de openbare orde, met name onder de slavenbevolking, die in 1841 43% van de bevolking uitmaakte. De kwestie van de slavernij bleef een twistappel. De eerste onafhankelijkheidsoorlog tegen Spanje (1868-1878) brak uit in het oosten van het land, waar de plantagesector weinig ontwikkeld en slavernij van ondergeschikt belang was. In deze oorlog speelden ook kleurlingen en vrijgemaakte slaven een grote rol. Spanje wist uiteindelijk de opstand te onderdrukken.

Onafhankelijkheid

In 1886 werd de slavernij afgeschaft. De expansie van de suikerproductie werd echter voortgezet, mede dankzij de immigratie van 125.000 Chinese contractarbeiders. Het verzet tegen Spanje bleef. Onder leiding van de Cubaanse banneling José Mart¡ (1853-1895) werd uiteindelijk een definitieve oorlog gevoerd (1895-1898). Spanje werd inderdaad verslagen, maar de Cubaanse opstandelingen moesten de werkelijke overwinning aan de Verenigde Staten gunnen. Deze mogendheid, sinds lang de belangrijkste economische partner, intervenieerde in 1898 in de oorlog en tekende uiteindelijk in plaats van de Cubanen het vredesverdrag met Spanje.

Cuba kwam korte tijd onder Amerikaans gezag. In 1902 verkreeg het niettemin zijn althans onafhankelijkheid als republiek. Krachtens de grondwet behielden de Verenigde Staten echter enkele rechten. Het belangrijkste daarvan was vervat in het Platt Amendement, dat aan de Verenigde Staten het recht op interventie gaf, alsook enkele marinesteunpunten, waaronder (voor een periode van 100 jaar) de Baai van Guantanamo. Tevens werd in 1903 een handelsverdrag gesloten dat de basis vormde voor een verdere expansie van het Amerikaanse bedrijfsleven in Cuba. De Cubaanse economie maakte een sterke, maar eenzijdige (op suiker gerichte) ontwikkeling door. Tot 1959 zou Cuba politiek en economisch zeer sterk van de Verenigde Staten afhankelijk zijn.

De eerste presidenten

Politieke chaos leidde reeds na het aftreden van de eerste president (1906) tot een terugkeer van het Amerikaanse militaire gezag (1906-1908), later herhaald (1912, 1917-1922). Het Platt Amendement werd pas in 1924 opgeheven en bleek een krachtige stimulans voor het anti-Amerikaanse nationalisme.

Inmiddels losten weinig integere presidenten elkaar af. Hierbij kwam een zware economische crisis na de ineenstorting van de suikerprijzen in 1920-1921. Van 1926 tot 1933 was Gerardo Machado president. De corruptie van zijn regime leidde tot brede oppositie. Zijn positie werd tenslotte onhoudbaar. Mede door Amerikaanse bemiddeling ruimde hij het veld voor C sledes, die op zijn beurt na een maand verdreven werd door een nieuwe opstand van het leger, geleid door de populaire sergeant Fulgencio Batista y Zaldivar. Deze benoemde de intellectueel Grau San Mart¡n tot president. Diens regime werd een half jaar later door Batista zelf omvergeworpen. Batista domineerde de Cubaanse politiek van 1934 tot 1959, achtereenvolgens door middel van stromannen, als gekozen president en als dictator.

Periode Batista

Ter voorbereiding van de verkiezingen van juli 1940 verschoof Batista zijn politieke opstelling naar links, waarbij hij hervormingen ten gunste van de vakbonden, alsmede een legalisering van de Communistische Partij in het vooruitzicht stelde. Met vrij brede steun van de bevolking werd Batista tot president gekozen. Zijn bewind was in theorie gebaseerd op een nieuwe, vooruitstrevende grondwet. Deze werd echter niet of nauwelijks in praktijk gebracht. In 1944 leed Batista een verkiezingsnederlaag tegen de vroegere president Grau San Mart¡n, leider van de liberale Aut nticopartij, die in 1948 het presidentschap kon overdragen aan zijn geestverwant, Pr¡o Socarras.

Deze werd in maart 1952 afgezet door een staatsgreep onder leiding van Batista, die in 1954 als president herkozen werd in frauduleuze verkiezingen. Batista bouwde een dictatoriaal regime op. Hij bleef de grondwet van 1940 negeren. In de loop van de jaren vijftig werd de oppositie tegen zijn bewind sterker. Een door Fidel Castro geleide revolutionaire beweging deed voor het eerst hard van zich horen door een mislukte aanval, op 26 juli 1953, op de Moncada-kazerne. In het daarop volgende proces werden de opstandelingen tot gevangenisstraffen veroordeeld.

Nadat Castro in 1955 was vrijgelaten, begon hij vanuit zijn ballingsoord in Mexico, tezamen met enkele anderen (onder wie Ernesto 'Che' Guevara), aan de voorbereiding van een invasie in Cuba, welke inderdaad werd uitgevoerd. Van de 81 deelnemers aan de expeditie met het schip Granma wist slechts een dozijn het avontuur te overleven. Vanuit de Sierra Maestra begon deze groep aan de organisatie van een guerrillabeweging, die overigens bij de tegen Batista gerichte oppositie wel, maar bij de Communistische Partij weinig of geen sympathie oogstte. Eind 1958 had de beweging zich zodanig verspreid en versterkt en was de oppositie tegen Batista zo algemeen geworden, dat deze zich - toen ook het leger hem niet meer steunde - gedwongen zag met vele aanhangers de vlucht te nemen (31 dec. 1958). Op 1 jan. 1959 trok Castro's beweging van 26 Juli Havana binnen. Daarmee was de overwinning een feit.

Castro en de Cubaanse crisis

Al in de loop van 1959 werd duidelijk dat Castro van Cuba een socialistische staat wilde maken. Zelf premier, benoemde hij zijn broer en medestrijder Raoul tot minister van Defensie (tot op heden is deze Cuba's tweede man). Nadat in juni 1959 een aantal hervormingen was geïnitieerd, verslechterden de betrekkingen met de Verenigde Staten zeer snel, waarschijnlijk mede als gevolg van het feit dat in het nationalisatieprogramma van het nieuwe bewind ook enkele Amerikaanse investeringen in Cuba betrokken zouden worden.

De Amerikaanse hulp werd stopgezet, de suikerimport uit Cuba werd gestaakt en de diplomatieke betrekkingen werden verbroken. Ook de bondgenoten van de Verenigde Staten namen aan de boycot deel. Het Cubaanse regime begon nu steun te zoeken bij de socialistische landen, m.n. de Sovjet-Unie.

Op 16 april 1961 vond een door de Verenigde Staten ondersteunde invasie in de Varkensbaai plaats, uitgevoerd door Cubaanse ballingen die door de Amerikaanse CIA waren geïnstrueerd. De invasie liep uit op een totale mislukking, enerzijds door militaire fouten en anderzijds door onderschatting van de steun die Fidel Castro bij het overgrote deel van de bevolking genoot. In okt. 1962 werd bekend dat op Cuba Sovjet-Russische raketbases waren ingericht.

President Kennedy eiste ontmanteling daarvan en kondigde een gedeeltelijke economische en diplomatieke blokkade van het eiland af. Dit leidde tot de ernstigste crisis in de internationale politiek sinds 1945. Na een week besloot Moskou toe te geven. In Cuba viel een verharding en een radicalisering te constateren. Tekenen daarvan waren de herverdeling van het land en de nationalisatie van de openbare diensten, suikerraffinaderijen en later ook van de olieraffinaderijen, die bijna geheel in handen van de Amerikanen waren. De regering ontwikkelde grootscheepse plannen voor de verbetering van de economische en sociale infrastructuur.

Consolidatie van het communistische regime

In okt. 1965 kondigde Castro, die in 1961 had verklaard dat de Cubaanse revolutie was gebaseerd op de marxistisch-leninistische beginselen, de oprichting aan van een nieuwe Communistische Partij van Cuba (PCC) ter vervanging van zijn Partido Unido de la Revolucion Socialista. Dit leidde tot een breuk met enkele van zijn voormalige medestanders, alsook tot een emigratie op grote schaal van bevolkingsgroepen die zich met de steeds sterker wordende totalitaire tendensen van het regime niet konden verenigen.

Sedertdien was sprake van een consolidatie van de revolutie. De neerslag daarvan was te vinden in de nieuwe Grondwet van 1976. Op het ontbreken van burgerlijke vrijheden in Cuba is veel kritiek geleverd. Veel politieke tegenstanders uit alle lagen van de bevolking zijn geëmigreerd. Toen in 1980 kortstondig de mogelijkheid bestond tot emigratie maakten niet minder dan 125.000 Cubanen gebruik van deze mogelijkheid.

Voorzichtige liberalisering economie

In 1995 werd het staatsmonopolie op de verkoop van landbouwproducten opgeheven. Ondanks de economische hervormingen bleven democratische hervormingen uit. Volgens dissidenten zaten eind 1995 tussen de honderd- en tweehonderdduizend Cubanen in gevangenissen en werkkampen, van wie een deel om politieke redenen.

In mei van dat jaar kwamen Cuba en de Verenigde Staten overeen dat de Verenigde Staten jaarlijks 20.000 inreisvisa zouden afgeven aan Cubanen in ruil voor de Cubaanse toezegging illegale vluchtelingen te verhinderen het land te verlaten. De Amerikaanse president Clinton ondertekende in maart 1996 de Helms-Burton-wet. Deze sanctiewet bevat bepalingen die het mogelijk maken sancties op te leggen aan buitenlanders die investeren in genationaliseerde bedrijven op Cuba. De EU, Canada en de Latijns-Amerikaanse landen protesteerden tegen de aanscherping van het embargo tegen Cuba en president Clinton stelde in juli 1996 de inwerkingtreding uit van het meest omstreden onderdeel van de wet. Begin juni 1997 ondertekende Castro een decreet dat buitenlandse investeringen mogelijk maakte in vrijhandelszones met belastingvrijstelling en lage douanerechten. In 1998 bracht paus Johannes Paulus II een bezoek aan Cuba, waarbij hij voor een enthousiast gehoor aandacht vroeg voor eerbiediging van de mensenrechten, maar ook een oproep deed aan de Verenigde Staten om het handelsembargo tegen Cuba te verzachten. De Nationale Assemblee van Volksmacht herkoos Fidel Castro als president van de Staatsraad en zijn broer Raúl Castro als vice-president. Beiden behielden ook hun functie van respectievelijk regeringsleider en minister van Defensie.

21e eeuw

In het jaar 2000 was de wereld in de ban van het bootvluchtelingetje Elián González. Na veel touwtrekken keert het jongetje terug naar Cuba omdat zijn moeder is omgekomen tijdens de reis en de vader geen politiek asiel wil aanvragen. Op 19 januari 2003 kozen de Cubanen de 609 afgevaardigden in de Nationale Assemblee van Volksmacht, het parlement, en de 1199 leden van de provinciale parlementen. Op 6 maart kozen de leden van het parlement unaniem Fidel Castro voor een zesde termijn als president van de Staatsraad, de facto staatshoofd, voor een ambtsperiode van vijf jaar. De Commissie voor Mensenrechten van de VN nam op 15 april 2004 met een meerderheid van één stem een resolutie aan waarin het schenden van de mensenrechten door de Cubaanse regering werd veroordeeld. De Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken, Felipe Pérez Roque, beschuldigde Honduras, dat de resolutie had ingediend, ervan te zijn omgekocht door de Amerikaanse regering.

Op 31 juli 2006 droeg President Fidel Castro, in verband met het ondergaan van een zware operatie, al zijn bevoegdheden over aan zijn broer Raúl Castro. Kort daarop vonden enige wisselingen van ministersposten plaats. Sindsdien is het staatshoofd weinig in het openbaar verschenen, ook niet tijdens de Top van Niet Gebonden Landen die in september 2006 plaatsvond. Aangezien de regering geen gezondheidsbulletins uitgeeft, bestaat onduidelijkheid over de gezondheidstoestand van Fidel Castro. Dit heeft aanleiding gegeven tot speculaties dat de president zou leiden aan een ernstige ziekte, waardoor hij mogelijk niet meer op het politieke toneel zou terugkeren. Op 29 oktober 2006 werd enig recent beeldmateriaal over de zieke president vrijgegeven, mogelijk om geruchten over zijn gezondheidstoestand te ontzenuwen. In een brief verklaarde de president om gezondheidsredenen niet aanwezig te kunnen zijn bij de opening op 28 november van de feestelijkheden ter gelegenheid van de uitgestelde viering van zijn 80ste verjaardag. Ook ontbrak Castro bij de grote militaire parade op 2 december 2006. Eind december 2006 bracht de Spaanse arts José Luis García Sabrido een bezoek aan Fidel Castro. Na terugkeer verklaarde hij dat Castro geen kanker had en dat hij aan het herstellen was.

Medio januari circuleerden geruchten dat Castro onder meer leed aan een ontsteking van de dikke darm en in verband hiermee drie mislukte operaties achter de rug had. Kort daarop verklaarde de president van Venezuela, Hugo Chavez, dat Castro streed voor zijn leven.

Momenteel is de leiding in handen van Raúl Castro, die zich heeft omringd met een aantal nieuw benoemde bewindslieden: Minister van Gezondheid: José Balaguer Cabrera (lid Politbureau); Ministers van Onderwijs: José Machado Ventura en Esteban Lazo Hernández (beiden lid Politbureau), Minister van Energie: Carlos Lage Davila (lid Politbureau en tevens lid economische commissie); President van de Centrale bank: Francisco Soberón Valdés (tevens lid van de economische commissie); Minister van Buitenlandse Zaken: Felipe Perez Roque (tevens lid van de economische commissie); Minister voor Informatie en Communicatie: Ramiro Vald és Menendez; Minister van Transport: Jorge Luis Sierra Cruz (lid Politbureau).

In april 2007 is Fidel Castro weer zover opgeknapt dat hij een gedeelte van zijn werkzaamheden heeft opgenomen In februari 2008 neemt Raúl Castro het presidentschap op zich. Het lijkt er op dat hij hervormingen tot stand wil laten komen. In maart 2009 vallen de eerste ontslagen en komen er verschuivingen in de regering. Het congres van de Verenigde Staten versoepelt het handelsembargo enigszins. Cubanen mogen geld sturen naar familie in Cuba en het brengen van een bezoek aan Cuba wordt iets gemakkelijker. In 2009 bezuinigt de regering als gevolg van de internationale kredietcrisis. In mei 2010 demonstreren vrouwen en moeders van politieke gevangenen. De demonstratie wordt toegestaan na tussen komst van de aartsbisschop van Havana. In september 2010 wil president Raúl Castro het Cubaanse systeem grondig hervormen en schrapt daartoe een half miljoen staatsbanen. Gelijktijdig worden de regels voor privatisering in het communistische land versoepeld, zodat de ontslagen ambtenaren als vrije ondernemer hun geluk kunnen beproeven. Paus Benedictus bezoekt Cuba en bekritiseerd zowel de Verenigde Staten als Cuba vanwege de verstoorde relaties. Raúl Castro wordt in februari 2013 voor een tweede termijn benoemd als president. In januari 2014 investeert Brazilie in een project om een haven te bouwen in Cuba. In maart 2014 beginnen onderhandelingen tussen de EU en Cuba om de sinds 1996 verbroken handelsrelatie te hernieuwen. Vanaf eind 2014 verbeteren de betrekkingen tussen Cuba en de Verenigde Staten. In juli 2015 heropenen de twee landen hun ambassades. In maart 2016 brengt president Obama een historisch bezoek aan Cuba. In november 2016 overlijdt Fidel Castro op negentigjarige leeftijd, er volgen negen dagen van nationale rouw. In juni 2017 draait de president van de VS Donald Trump enkele aspecten van het Cubabeleid van zijn voorganger terug.

Bevolking

Algemeen

Van de ruim 11 miljoen inwoners (2017) beschouwt 65% zichzelf als blank; ca. 25% is van Afro-Cubaanse origine (17% mestiezen en mulatten) en 10 % is zwart. De oorspronkelijke Indiaanse bevolking is al lang geleden opgegaan in de andere bevolkingsgroepen. Het geboortecijfer is 10,7 per duizend, het sterftecijfer 8,7. (2017) 77% van de Cubaanse bevolking woont in de steden, van wie ruim 2,1 miljoen in de hoofdstad Havana. Het regeringsbeleid probeert verdere verstedelijking tegen te gaan. De bevolking krimpt licht met gemiddeld -0,3 % per jaar (2017). In de Verenigde Staten (Florida) leven ongeveer 1,5 miljoen Cubaanse vluchtelingen.

Muziek

Een van de dingen die direct opvalt op Cuba is de muziek. Waar je ook bent vrijwel overal hoor je muziek. In de steden en dorpen vind je speciale muziekhuizen waar vaak 24 uur per dag wordt gemusiceerd. Op straat, in de hotels en op het strand, overal hoor je muziek. Cuba zonder muziek is ondenkbaar. De muziek wordt gekenmerkt door sterk opzwepende ritmes. E.e.a. wordt vaak afgewisseld door rustige ballads zoals de Cubaanse evergreens 'Guantanamera' en 'Commandante Che Guevara'.

Bekend geworden is vooral Buena Vista Social Club. In 1996 trok de Amerikaanse gitaarlegende Ry Cooder naar Cuba om er opnames te maken met Cubaanse en Afrikaanse musici. Om een of andere reden geraakten de Afrikanen echter niet ter plaatse. Cooder zette het project noodgedwongen met de Cubanen verder. Samen met componist en musicus Juan de Marco Gonzalez, de man achter de bekende Cubaanse groep Sierrra Maestra, bracht hij een verschillende Cubaanse artiesten bij elkaar in de Cubaanse Egrem-studio's. In amper enkele dagen tijd werd de prachtige CD Buena Vista Social Club gemaakt Een wereldwijde bestseller en goed voor een Grammy Award. De hoogbejaarde Compay Segundo, Ibrahim Ferrer en Rubén Gonzalez, die sinds jaar en dag op Cuba musiceerden, werden daarmee op slag wereldberoemd.

Cineast Wim Wenders, een goede vriend van Ry Cooder, vatte het idee op een documentaire te maken met als titel Buena Vista Social Club. Het is niet direct het verhaal van de opname van de CD. Maar wel een mix van opnamesessies voor een tweede CD, beelden uit het straatleven in Havana, gesprekken met zangers en muzikanten en fragmenten uit het optreden in de Carré-schouwburg van Amsterdam en Carnegie-hall in New-York.

Super-opa's

Elders in de film wordt een van de revolutionaire slogans getoond die je in Cuba overal in het Straatbeeld ziet:"Wij geloven in onze dromen." Het is net die idee die de film op elk moment uitstraalt. In een prachtig fragment zien we bijvoorbeeld hoe de hoogbejaarde Rubén Gonzalez in een plaatselijke muziekacademie piano speelt voor een groepje kleine meisjes, piepjonge ballerina's in de leer, de nieuwe generatie.

De super-abuelos, of super-opa's zoals ze in Cuba worden genoemd, zijn heel eenvoudige mensen, die nog altijd in hun vertrouwde buurt wonen. Het wereldsucces heeft hen niet over het paard getild. Op een treffende manier tonen ze bovendien dat in Cuba oude mensen niet afgeschreven zijn. Ze blijven deel uitmaken van het sociale leven. Ze worden gewaardeerd om wat ze zijn. Dat geeft hen ook een energie die we ons hier nauwelijks kunnen voorstellen bij een hoogbejaarde. Zo vertelt Compay Segundo met een guitig lachje dat hij vijf kinderen heeft en aan een zesde werkt of legt hij uit wat je kan doen tegen een kater. Ibrahim Ferrer en Omara ortuondo bewegen zich sensueel heupwiegend over het podium alsof ze gisteren pas in elkaars ogen gevallen zijn. Pas wanneer je deze hoogbejaarde kwajongens bezig ziet, wordt je trouwens de sexy dubbele bodem van de verschillende Buena Vista songs duidelijk. Een lied over een brand in de kamer van de lokale schoonheid Tula en de brandweer die dringend moet komen blussen, heeft niet direct met een echte brand te maken maar eerder met de temperatuur van Tula... Maar om dat te snappen, moet je eerst Ibrahim Ferrer dat verhaal zien zingen. Als je een onbevooroordeelde duik wilt nemen in de Cubaanse levenslust is Buena Vista Social Club een absolute aanrader. Maar pas op: je komt zonder twijfel tot over je oren verliefd op Cuba uit de zaal.

Eten

Cuba heeft geen hoogstaande eetcultuur. Veel zwarte bonen en rijst, soms met kip. Wel veel lekkere exotische vruchten.

Eten doe je het best (niet dat er veel andere mogelijkheden zijn) in een Paladar, dat is een restaurant dat door particulieren uitgebaat wordt, op voorwaarde dat het niet te groot is (het maximum aantal stoelen is beperkt tot 12). Meestal kan je er wel relatief lekker eten voor een prijs van zo'n 5 à 7 US$.

Taal

De officiële taal van Cuba is het Spaans. In de Cubaanse spreektaal komen afrikanismen voor die het Cubaans een eigen karakter en klankkleur geven.

Godsdienst

De grondwet garandeert (sinds 1992) weer volledige geloofs- en godsdienstvrijheid. Ca. de helft van de bevolking beschouwt zichzelf niet godsdienstig; 40% rekent zich tot de Rooms-katholieke Kerk. Cuba heeft twee kerkprovincies; de aartsbisschoppelijke zetels zijn San Cristobal de Habana en Santiago de Cuba. Het godsdienstonderwijs op de scholen is in 1961 afgeschaft.

Samenleving

Bestuur

Sinds 1959 is Cuba een socialistische republiek. In 1976 trad een nieuwe grondwet in werking ter vervanging van de constitutie van 1940. Deze grondwet, met een duidelijk socialistisch karakter, legde de bestuursvormen vast waarmee sinds 1970 was geëxperimenteerd. Een belangrijk onderdeel vormden de organen van de volksmacht (Poder Popular) die werden ingesteld om de participatie van de bevolking op de verschillende bestuursniveaus te garanderen. Door middel van getrapte verkiezing en vertegenwoordiging worden provinciale en nationale Volksmachtassemblees samengesteld. Door de internationale isolatie en met het oog op een dramatische economische-crisisontwikkeling werden in 1992 76 van de 141 artikelen van de grondwet van 1976 aangepast. Asamblea Nacional del Poder Popular telt 589 leden, die voor een periode van vijf jaar in directe verkiezingen worden gekozen.

Actief kiesrecht hebben alle Cubanen vanaf 16 jaar; passief vanaf 18 jaar. De Staatsraad (31 leden) wordt door het parlement gekozen en fungeert als hoogste staatsorgaan. De Ministerraad wordt als hoogste uitvoerende macht voorgezeten door de voorzitter van de Staatsraad. De macht van de president, het staatshoofd, is zeer groot.

Indeling

Cuba is administratief ingedeeld in 16 provincies en 169 gemeenten.

Internationale politiek

De internationale politiek van Cuba heeft verschillende fasen gekend. Aanvankelijk trachtte het de revolutie naar andere Latijns-Amerikaanse landen te exporteren; hierbij werd Che Guevara op 8 okt. 1967 in Bolivia als guerrillero vermoord. Toen Cuba gematigder ging optreden, werden de economische en diplomatieke betrekkingen met andere Latijns-Amerikaanse landen hersteld. De economische boycot van Cuba door de Organisatie van Amerikaanse Staten, ingesteld in 1964, werd in 1975 opgeheven. De betrekkingen met de Verenigde Staten verbeterden tijdens het presidentschap van Jimmy Carter (1976-1980), zonder dat evenwel de diplomatieke banden werden hersteld of de handelsboycot werd opgeheven.

In het kader van de 'internationale solidariteit' steunde Cuba vanaf 1975 de bevrijdingsbeweging MPLA in Angola. Bovendien gingen Cubaanse militairen het Ethiopische leger versterken in de strijd tegen Somalië (1978). Eind 1978 bevonden zich naar schatting 40.000 Cubanen in genoemde landen. In de jaren tachtig is Cuba zich gaan terugtrekken, allereerst uit Ethiopië. In 1989 werd begonnen met de terugtrekking van Cubaanse troepen uit Angola. Verder werd actieve steun verleend aan revoluties en revolutionaire bewegingen in de regio (Nicaragua, Grenada en El Salvador).

In de periode dat Ronald Reagan president van de Verenigde Staten was (1980-1988) verslechterden de verhoudingen met dit land sterk. De relaties met West-Europa waren duidelijk beter. De verwijdering die tussen Cuba en Rusland ontstond werd zichtbaar toen het laatste land de gesubsidieerde leveranties van o.a. aardolie aan Cuba vanaf 1990 begon te verminderen, terwijl de afname van suiker tegen prijzen boven de wereldmarktprijs tegelijkertijd ook werd teruggebracht. In 1992 werd het energietekort zo groot dat nog slechts op beperkte schaal gebruik gemaakt kon worden van landbouwmachines. Als gevolg hiervan produceerde Cuba in 1992 slechts 7 miljoen ton suiker, een van de slechtste resultaten van de laatste 15 jaar. In juli 1992 verdwenen uit de Grondwet de passage over de 'broederlijke vriendschap met de Sovjet-Unie' en de zinsnede dat Cuba 'deel uitmaakt van de socialistische wereldgemeenschap'. In juni 1993 vertrokken de laatste 300 man Russische troepen na een aanwezigheid van dertig jaar.

De voorheen indirect gekozen volksvertegenwoordigers konden op 25 februari 1993 voor het eerst direct worden gekozen. Officieel stemden 99, 6% van de kiezers. Om 'de revolutie te redden' werd beperkt geliberaliseerd. In juli 1993 werd het verbod op bezit van buitenlands geld opgeheven, terwijl het tegelijkertijd in het buitenland verblijvende Cubanen gemakkelijker werd gemaakt terug te keren. Twee maanden later werden bepaalde eenmansbedrijfjes (taxibestuurders, kappers) officieel toegestaan.

De actuele politieke situatie wordt beschreven in het hoofdstuk geschiedenis.

Economie

Algemeen

De Cubaanse regering probeert de afgelopen decennia continu een wankel evenwicht te behouden tussen het geleidelijk wat loslaten van het socialistische economische systeem en de altijd aanwezige wens om stevige politiek controle op de economie te houden.

In april 2011, gedurende het eerste partijcongres van de Cubaanse Communistische Partij sinds dertien jaar, stemden de partijleiders in met een plan voor, zeker voor Cubaanse begrippen, verregaande economische (liberale) veranderingen. Dat plan wordt nog steeds stap voor stap uitgevoerd, en Cubanen mogen nu bijvoorbeeld elektrische apparaten en mobieltjes kopen, overnachten in hotels en zich bezig houden met het kopen en verkopen van auto's. Ook zijn veel overheidsbanen zijn geschrapt als onderdeel van het veranderingsproces, en er werden zogenaamde 'cuentapropistas' toegestaan, zelfstandige ondernemers, waarvan er inmiddels al honderdduizenden zijn.

Het Cubaanse regime heeft de laatste jaren het economische model nog verder geliberaliseerd door steeds meer privé-bezit toe te laten, het verkopen van huizen werd toegestaan en boeren mochten om hun oogst direct aan consumenten en bijvoorbeeld hotels verkopen. Bovendien werd het voor buitenlandse bedrijven toegestaan om in de Cubaanse conomie te investeren, rond de haven van Mariel werd een zogenaamde 'Special Development Zone' gecreëerd.

Sinds 2016 wordt de economische groei getemperd door problemen met de levering van olieproducten uit het in ernstige economische problemen verkerende Venezuela. Sinds 2000 was Venezuela een belangrijke leverancier van olie, tot wel 100.000 vaten per dag. Cuba betaalde op haar beurt onder andere met Cubaanse werknemers, waaronder tienduizenden medische professionals die in Venezuela aan de slag gingen.

Handel

Voordat de Verenigde Staten in 1960 een handelsembargo afkondigden, waren zij verreweg de belangrijkste handelspartner van Cuba. Nadien werd die rol overgenomen door de Sovjet-Unie en andere socialistische landen (in 1983 vond 87% van de totale handel met deze landen plaats). Met name de Sovjet-Unie subsidieerde in feite de Cubaanse economie door suiker tegen prijzen boven de wereldmarktprijs af te nemen, door de levering van olie tegen lage prijzen en door ontwikkelingshulp. Cuba verzekerde zich daarnaast van westerse valuta door een deel van zijn productie (suiker, nikkel, toerisme) op de niet-socialistische markt te verkopen. Daarnaast was met name in de jaren zeventig veel kapitaal geleend. Hierdoor en door een tekort op de handelsbalans was de schuld aan westerse landen gegroeid. De belangrijkste exportproducten zijn suiker en rum, nikkel, vis, koffie, tabak, thee, cacao, citrus en olieproducten. De belangrijkste importgoederen zijn olie en kapitaalgoederen.

Verkeer

De lengte van het spoorwegnet bedraagt 12.654 km, waarvan 60% in gebruik is in de suikersector en 40% voor openbaar vervoer. Van Pinar del Rio naar Santiago loopt een 1144 km lange weg met een aftakking naar de hoofdstad. Het totale wegennet is 20.000 km lang. Het personenvervoer neemt sterk toe, vooral in de sector van het openbaar vervoer. Naast binnenlandse verbindingen verzorgt de nationale luchtvaartmaatschappij Cubana vluchten naar het buitenland. De belangrijkste luchthaven is José Mart¡ nabij Havana, voorts zijn er nog drie internationale luchthavens in Holgu¡n, Santiago de Cuba en Varadero. De koopvaardijvloot vervoert slechts een klein gedeelte van de eigen in- en uitvoer. De belangrijkste havens zijn Havana, Cienfuegos, Santiago de Cuba, Guyabal en Matanzas.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Het toerisme is eind jaren tachtig sterk gestimuleerd door de bouw en renovatie van hotels en verbetering van de infrastructuur. Het is de bedoeling dat deze sector de op een na grootste bron van buitenlandse deviezen wordt. Cuba ontvangt jaarlijks een kwart miljoen bezoekers, goed voor $ 1 miljard aan deviezen. In 2004 bezochten voor het eerst meer dan twee miljoen toeristen het land. De groei van de toeristensector met 10% compenseerde ruimschoots de negatieve effecten van de energiecrisis en de aanscherping van het Amerikaanse embargo en de door twee orkanen in het najaar aangerichte schade.

Havana (in het Spaans: La Habana) is de hoofdstad en de belangrijkste haven van Cuba. Het Fortaleza San Carlos de la Cabaña is een fort aan de oostelijke kant van de Baai van Havana. La Cabaña is het meest indrukwekkende fort uit de koloniale tijd, heel bijzonder zijn de muren die gebouwd zijn aan het eind van de 18e eeuw. Havana is een zeer aantrekkelijke stad qua architectuur dankzij haar meer dan vijfhonderd jarig bestaan. De lange geschiedenis is te zien in de prachtige architectuur van de stad uit verschillende historische perioden. Het Neoclassisme werd in de stad geïntroduceerd in de jaren 1840. Tijdens de eerste decennia van de 20e eeuw breidde Havana sneller uit dan op enig moment tijdens haar geschiedenis. De stad verwierf grote rijkdom en werd belangrijk als toeristische bestemming, waardoor nieuwe architectonische stijlen hun intrede deden beïnvloed vanuit het buitenland. De piek van het neoclassicisme kwam met de bouw van de wijk Vedado. In 1927 werd de Art Deco beweging in Havana toegepast met de bouw van de Miramar woonwijk. De Edificio Bacardi (1930) is het beste voorbeeld van Art-deco architectuur en het eerste grote Art Deco gebouw in de stad, gevolgd door het Hotel Nacional de Cuba (1930) en het Lopez Serrano gebouw, gebouwd in 1932. In de jaren 1950 werden grote kantoorgebouwen en appartementencomplexen gebouwd, die de skyline van de stad dramatisch veranderden. Lees meer op de Havana pagina van Landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

CUBA LINKS

Advertenties
• Cuba verre reizen van ANWB
• Cuba Tui Reizen
• Cuba Vliegtickets.nl
• De mooiste bezienswaardigheden van Cuba
• Bezienswaardigheden Cuba
• Rondreis Cuba
• Vakantie Cuba
• Djoser fietsreis - Cuba
• Cuba rondreizen met kinderen

Nuttige links

Cuba Reisfoto's
Cuba Reisverslag (N)
Cuba Reisverslag en Foto's (N)
Cuba Startbelgië (N)
Heerlijk fietsen in een socialistisch land (N)
Reisfotografie
Reisinformatie Cuba (N)
Reizendoejezo - Cuba (N)
Rondreis Cuba (N)
Rondreis door Cuba (N)
Startpagina Cuba (N)
Telefoongids Cuba

Bronnen

Baijer,M / Cuba

Gottmer

Cuba : a short history

Cambridge University Press

Encarta Encyclopedie

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt september 2021
Samensteller: Jeanette Bronts/Arie Verrijp