MALI   

Koninkrijk Ghana en de islam

Tussen de 5e en 8e eeuw ontstond in West-Afrika het koninkrijk Ghana, niet te verwarren met de moderne staat Ghana. Het huidige Zuid-Mauritanië en West-Mali was het gebied van dat koninkrijk dat gesticht werd door de Soninké. Deze bevolkingsgroep leeft nu nog steeds in dit gebied. Het waren akkerbouwers en de heersers van dit volk verdienden zeer veel met de controle op de zout- en goudhandel in hun gebied. In de 8e en 9e eeuw gingen de Arabieren zich bemoeien met de handel door de Sahara en stichtten belangrijke handelssteden als Sijilmasa in Zuid-Marokko. De Toeareg zorgde ervoor dat de islam zich verspreidde over het gehele Sahel-gebied.
De toenmalige hoofdstad van Ghana, Kumbi-Saleh, bestond al snel uit twee delen, een islamitisch deel en een traditioneel Afrikaans deel. In de 11e eeuw ging de sociale bovenlaag van de Soninké over tot de islam. Het gewone volk bleef de traditionele godsdiensten trouw. Het noordelijk deel van het rijk raakte men kwijt aan de Almoraviden. Aanvankelijk herstelde Ghana zich hiervan, maar het koninkrijk raakte in de 12e eeuw steeds meer in verval doordat het haar monopoliepostitie kwijtraakte.
Ook liepen nieuwe handelsroutes niet meer door hun grondgebied, werd het klimaat droger en was er door overbegrazing geen akkerbouw meer mogelijk.

Koninkrijk Mali

In de 13e eeuw werd het rijk Mali gesticht, verspreid over het huidige Senegal, Zuid-Mauritanië, Noordoost-Guinee en Mali, zonder het noordelijke woestijngebied. Het rijk werd gesticht door Sundjata Keïta, die de hoofdstad Niana aan de rivier de Niger bouwde. De goede landbouwmogelijkheden werden hier ten volle benut. Rijst, gierst en sorghum werd langs de rivieren Gambia en Niger verbouwd. Ook de goudhandel was belangrijk voor Mali, want het werd gevonden aan de bovenloop van de Niger, in het rijk zelf dus.
De belangrijkste volkeren waren de Soninké en de Malinké, de feitelijke macht lag bij de laatste. De opvolgers van Sundjata Keïta waren islamieten en de bekendste was Mansa Musa. Op diens pelgrimage naar Mekka bracht hij onderweg in Cairo zoveel goud op de markt dat de wereldgoudprijs instortte. Mansa Musa werd opgevolgd door zijn broer Mansa Sulayman, waarna het rijk al snel in verval raakte door allerlei intriges aan het hof en een reeks zwakke koningen. Het rijk werd binnengevallen door de Toeareg vanuit het noorden en de Mossi vanuit het zuiden.

Koninkrijk Songhai

Het derde grote koninkrijk is West-Afrika was Songhai. De Songhai leefden ten zuiden van Gao langs de Niger. Ze verhandelden voedsel tegen zout en stoffen met islamitische handelaren. Het was dan ook niet vreemd dat alle leiders van de Songhai in de 11e eeuw al waren bekeerd tot de islam. De oorspronkelijke hoofdstad Kukiya was vervangen door Gao, dat in de 14e eeuw werd ingelijfd bij het koninkrijk Mali. Alleen het gebied ten zuiden van Gao bleef Songhai-gebied. In de 15e eeuw raakte Mali in verval en werd onder de voet gelopen door koning Sonni Sulayman Dandi en zijn opvolger Sonni Ali.
In 1468 werd Timboektoe (Toumbouctou) veroverd op de Toeareg en ook de zoutmijnen van Taghaza, diep in de Sahara, werden onderdeel van het nieuwe rijk. Onder Muhammed Touré volgde een bloeiperiode op economisch en cultureel gebied. De handel en de controle op de handel over de goud- en zouthandel en de opbrengsten uit landbouw en visserij zorgden voor de economische bloei. Een voorbeeld van culturele bloei was de Sankoré-moskee c.q. universiteit waar tienduizenden studenten islam, geneeskunde en recht studeerden. Ook de goud- en zouthandel door de Sahara werd door Timboektoe gecontroleerd.

Portugezen en het einde van de grote koninkrijken

Door de concurrentie van de Portugezen en rijken in Centraal-Afrika met betrekking tot de goudhandel werd het verval van de Songhai ingezet. De Portugezen bouwden in het huidige Ghana het fort Elmina en omzeilden van daaruit de tussenhandel, waar Songhai een groot deel van de welvaart aan te danken had. Ook het leger van Songhai was te klein en te zwak om met name de Marokkanen onder leiding van Ahmed el Mansour tegen te houden. In 1591 verloren de Songhai de slag bij Tondibi.
Hiermee kwam er een einde aan de grote koninkrijken van West-Afrika. De aandacht vanuit Marokko verslapte echter al snel na de dood van El Mansour als gevolg van de guerillaoorlog met de Songhai en de constant binnenvallende nomadische volken zoals de Peul en de Toeareg. De Marokkanen die achterbleven namen echter het heft in handen, huwden met Songhai-vrouwen en noemden zichzelf "Arma". In 1737 werd Timboektoe door de Toeareg veroverd en was het afgelopen met de heerschappij van de Arma. Er ontstonden verschillende rijken langs de Niger, waarvan Ségou, de belangrijkste was.
De geschiedenis van het binnenland van West-Afrika is het verhaal van de Peul. Deze nomaden lieten hun kudden grazen op niet gebruikte landbouwgrond. Een tekort aan weiden en een teveel aan belasting betalen zorgde voor grootscheeps verzet van de Peul. Er volgde een golf van jihads (heilige bekeringsoorlogen) waarna er diverse islamitische staten gesticht werden, o.a. de staat Masina in 1818, met Djenné als hoofdstad. Na een nieuwe jihad in 1852 ging Mazina op in het rijk van Tukulor dat onder leiding stond van al Hajj' Umar.

Franse kolonie

Ten zuiden van Tukulor lag het rijk van de Mandinka-stam onder leiding van de zeer machtige Samori Touré. Deze twee rijken waren de laatste rijken in West-Afrika. Hun leiders, Ahmadu Seku, de zoon van Umar en Samori Touré waren Frankrijks belangrijkste tegenstanders bij de kolonisatie van de westelijke Sahel. De kolonisatie van Afrika liep in vergelijking met o.a. Zuid-Amerika, Azië en Australië ver achter door een gebrek aan interesse. De Europeanen hadden alleen wat koloniën en handelsvestigingen aan de kust en de Afrikanen beheersten het binnenland.
Rond 1880 waren de Turken van het Ottomaanse rijk de belangrijkste machthebbers in Afrika. Het gebied dat ze beheersten kwam overeen met het huidige Egypte, Noord-Sudan, Noord-Libië en Tunesië. Andere kolonisatoren waren de Britten (Zuid-Afrika), Portugal (Mozambique en Angola), en Frankrijk (Noord-Algerije en Gabon). In West-Afrika waren de door de Europeanen gecontroleerde gebieden nog kleiner, met Portugal (Portugees Guinee), Frankrijk (deel van Senegal), Groot- Brittannië (Sierra Leone, Goudkust = Ghana, Zuid-Nigeria) en het stroomgebied van de Gambia.
Van 1880 tot 1900 werd Afrika bijna volledig bezet door de Europese grootmachten en verdeeld tijdens onderhandelingen, de "scramble for Africa". Groot-Brittannië richtte zich op de as Zuid-Afrika-Egypte en Frankrijk op Noordwest- en West-Afrika. Een combinatie van factoren zorgde voor deze plotselinge aandacht voor het Afrikaanse continent. Belangrijk was de afkalvende wereldsuprematie van Groot-Brittannië. Zij ondervonden steeds meer concurrentie van traditionele tegenpolen als Frankrijk en Duitsland maar ook van de aanstormende gigantische handelsmacht Verenigde Staten.
Verder waren in Afrika veel grondstoffen voorhanden die de industriële grootmachten in Europa hard nodig hadden. Ook het gevonden goud en diamant in zuidelijk Afrika zorgde voor een grote aantrekkingskracht. Tropische ziektes kreeg men beter onder controle, o.a. malaria door de ontdekking van kinine. En dat de Fransen de Sahel en het westelijke deel van de Sahara koloniseerden had ook domweg als reden dat ze bang waren dat de Britten hen voor zouden zijn. De Fransen waren al sinds 1658 aanwezig in West-Afrika middels een handelspost op een eilandje in de monding van de rivier de Senegal. Door de slavenhandel en stammenoorlogen breidde het Franse gebied zich langs de oever van de Senegal landinwaarts uit.
Op dat moment was Dakar de belangrijkste stad aan de westkust van Afrika. Onder gouverneur Louis Faidherbe werden de belangen in West-Afrika vanaf 1854 al wat groter. Onder zijn bewind werd in 1855 het eerste fort op Malinees grondgebied gebouwd bij Kayes aan de Senegal: fort Médine.
In 1876 werd Brière de l'Isle gouverneur van Senegal. Hij wilde een spoorlijn realiseren tussen Dakar en de Niger-rivier, om daardoor de handel van de westelijke Sahel naar Senegal te halen. In 1880 sloten de Fransen een verdrag met de leider Ahmadu Seku van de Tukulor en in ruil daarvoor kregen ze handelsrechten. De Fransen lapten het verdrag echter aan hun laars en namen in 1883 onder leiding van kolonel Borgnis-Desbordes het toen nog onbeduidende Bamako in en bouwden er een fort.
Uiteindelijk zou Bamako uitgroeien tot de hoofdstad van de staat Mali. In 1890 werd Ségou veroverd, de Tukulor hoofdstad maar drie jaar later werden de Tukulor pas definitief verslagen. De volgende tegenstander van de Fransen waren de Mandinka en de Toeareg. In 1889 werd het Mandinka-bolwerk Sikasso ingenomen en in 1894 de Toeareg-stad Timboektoe. Het zuidwestelijk deel van de Sahara werd onder controle gebracht door de beroemde kameelruiters van het Franse leger, de Méharistes. Hierna werd het spoor tussen Dakar en de Niger-rivier aangelegd en in 1904 volledig in gebruik genomen. In 1908 werd het bestuur van de Franse kolonie Haute-Sénégal et Niger in Bamako geïnstalleerd.
In 1920 werd het Franse bestuur weer gereorganiseerd en verdeeld in twee grote koloniën: Frans Equatoriaal-Afrika, bestuurd vanuit Brazzaville en Frans West- Afrika, bestuurd vanuit Dakar. Frans West-Afrika bestond uit acht deelkoloniën, waarvan Mali, toen nog Soudan genoemd, er één was. De grenzen die Soudan toen kreeg zijn nu nog steeds de grenzen die de huidige staat Mali heeft. De lokale volken werden zo over wel drie koloniën verdeeld. Economisch was er echter voor Frankrijk niet veel meer te halen, ook al probeerde men bijvoorbeeld om de katoenteelt nieuw leven in te blazen. Door de arme grond, de verzilting en een onwillige lokale bevolking, strandde dit project (Office du Niger). Hierdoor liet Frankrijk Soudan min of meer zitten met als gevolg dat veel Malinezen naar de kust trokken om daar werk te vinden op de plantages of naar landen als Senegal en Ivoorkust trokken.

Mali onafhankelijk

Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er op het hele Afrikaanse continent onafhankelijkheidsbewegingen, en dus ook in Soudan. Er ontstond één machtige partij, de Union Soudanaise/Rassemblement Démocratique Africain onder leiding van Modibo Keïta, die in 1956 hoofd van de Soudanese regering werd. Soudan kreeg toen beperkte autonomie. In 1958 volgde verdergaande autonomie onder de paraplu van het Franse Gemenebest, de Communauté Française. Daarop wilden verschillende West-Afrikaanse landen tot een federatie komen. Deze samenwerking kwam echter nauwelijks van de grond. Landen als Ivoorkust, Opper-Volta (nu Burkina Faso) en Dahomey (nu: Benin) trokken zich al snel terug. Over bleven Soudan en Senegal die in 1959 de Federatie Mali vormden, genoemd naar het rijk uit de 13e en 14e eeuw. Ook dit verbond duurde niet lang omdat de ideeën van de leiders Leopold Senghor en Modibu Keïta te ver uiteen liepen. Senghor wilde nauwe banden met Frankrijk onderhouden terwijl Keïta geheel onafhankelijk wilde zijn. Daarop stapte Senegal uit de federatie en werd Soudan op 22 september 1960 de onafhankelijke staat Mali (Eerste Republiek). Dit alles gebeurde zonder bloedvergieten, in tegenstelling tot de onafhankelijkheidsoorlogen in bijvoorbeeld Noord-Afrika. Het geringe belang dat Frankrijk aan deze regio was daarmee wel duidelijk. Als economische model koos Keïta voor een socialistische plan-economie met de nadruk op staatsbedrijven. In 1962 stapte Mali uit de monetaire unie van de CFA- frank en dat had grote gevolgen. De eigen Malinese frank was zeer onderhevig aan inflatie waardoor Mali in een financieel isolement raakte. Ook was er drie jaar lang geen treinverkeer mogelijk tussen Senegal en Mali. Door al deze omstandigheden werd Mali in handen gedreven van de Sovjet-Unie, ook al omdat het Westen weinig zag in de economische en politieke koers van Keïta. Werkelijk alles mislukte echter en ook politiek ging het slecht. De regerende US/RDA bestuurde Mali in feite als een eenpartijstaat en daar was niet iedereen blij mee. In 1963 brak er een opstand uit onder de Toeareg van Oost-Mali. Zij wilden samen met de Toeareg van Niger en Algerije een eigen staat, Azaouad. De opstand werd met harde hand neergeslagen door het Malinese leger.

Staatsgrepen en uiteindelijk democratie

Op 19 november 1968 volgde een staatsgreep van het leger (Militair Comité van Nationale Bevrijding) onder leiding van de jonge luitenant Moussa Traoré. Mali werd vanaf die tijd bestuurd door het Comité Militaire du Libération Nationale. Hoewel de banden met Frankrijk werden hersteld bleef de economie kwakkelen, zeker na de rampzalige droogte die de Sahel begin jaren zeventig trof. Mali was nu in feite totaal afhankelijk van buitenlandse hulp. In 1974 maakte Traoré van Mali weer een éénpartijstaat onder leiding van de Union Démocratique du Peuple Malien (Tweede Republiek). In 1979 werd de UDPM opgericht en het burgerbestuur keerde terug. Naast de UDPM waren politieke partijen verboden. Traoré werd tot president gekozen. Hij verenigde de ambten van president en regeringsleider en voerde gedurende de jaren tachtig een autoritair bewind en onder deze dictatuur vierde corruptie hoogtij.
In 1974 trad Mali weer toe tot de monetaire unie van de CFA-frank, maar vooralsnog veranderde er politiek en economisch weinig tot niets. In 1990 en 1991 braken weer diverse oproeren uit in Noord-Mali, weer door de Toeareg (Azawad-opstand) en een studentenoproer in Bamako die bloedig werden neergeslagen met meer dan honderd doden als triest gevolg. Onder leiding van luitenant-kolonel Amadou Toumani Touré pleegde het leger in maart 1991 opnieuw een staatsgreep. Er werd een nieuwe grondwet opgesteld en een parlementaire democratie ingesteld. De Derde Republiek was een feit.
Hierna volgden in 1992 onder interim-president Touré verkiezingen, die met een grote meerderheid werden gewonnen door de Alliance pour la Démocratie au Mali (ADEMA).

De voorman van de ADEMA, Alpha Oumar Konaré werd president, maar stond voor de bijna onmogelijke taak om het straatarme land van de ondergang te redden. Zo was de kindersterfte de hoogste ter wereld, de levensverwachting lag onder de 50 jaar en 75% van de bevolking was analfabeet. Door de overgang naar een democratisch systeem kreeg Mali wel veel hulp van donorlanden die o.a. grote investeringen deden in de infrastructuur. Ook ging Mali over op een gedeeltelijke markteconomie zodat het voor buitenlanders aantrekkelijker werd om in Mali te investeren. Op dit moment ligt de economische groei boven het Afrikaanse gemiddelde. Wegens o.a. 'moord met voorbedachten rade' bij rellen in maart 1991 werden ex-president Traoré en drie anderen ter dood veroordeeld op 12 februari 1993. Dit doodvonnis werd in januari 1999 in hoger beroep bekrachtigd, maar in september omgezet in levenslang.
Een probleem vormen nog steeds de Toeareg. In 1990 brak er een soort burgeroorlog uit tussen de Toeareg en het Malinese leger. De Toeareg hadden door de droogte bijna al hun vee verloren, de karavaanhandel stelde weinig meer voor en de toegezegde hulp bleef uit. Ook speelde het verlangen naar een eigen staat nog steeds mee. In 1992 sloot Konaré een overeenkomst met de rebellen die door een groep werd genegeerd en al snel volgden ook aanvallen op burgerdoelen die op bloedige wijze door de Peul en de Songhai beantwoord werden. In juni 1995 kondigde het Arabisch-Islamitisch Front (FIAA) van Azaouad, de enig overgebleven Toeareg-groepering die nog gewapend verzet pleegde, een eenzijdig staakt-het-vuren af. Begin 1996 werd het vredesproces tussen de regering en de opstandige Toearegs voltooid. De opstand van de Toeareg heeft sinds 1990 zeker 50.000 mensen het leven gekost.
Onder Konaré werden nog twee keer verkiezingen voor het parlement gehouden. De eerste, in april 1997, werd geannuleerd door het Constitutionele Hof en de de tweede, in juli 1997, werd geboycot door de oppositie. De aanhang van oppositiepartij Mouvement Patriotique pour le Renouveau (MPR) onder leiding van Choguel Maïga nam toe. Deze partij is een voortzetting van die van oud-dictator Moussa Traoré. President Konaré maakte in november 1999 bekend dat hij zich niet voor de derde maal kandidaat zal stellen voor de presidentsverkiezingen van 2002.
In 2002 werd de voormalige Malinese dictator Moussa Traoré amnestie verleend door president Konaré. Konaré liet in een verklaring weten Traoré en diens vrouw Mariam om humanitaire redenen vrij te laten.
In 2007 zullen zowel presidentiële als parlementaire verkiezingen plaatsvinden, respectievelijk in april en juli 2007. De verwachting is dat Touré deze zal winnen. Zijn belangrijkste uitdagers zullen zijn Ibrahim Boubacar Keita (Rassemblement pour le Mali (RPM) en een kandidaat van de Alliance pour la democratie au Mali (Adema). Belangrijke thema's in Touré's verkiezingsstrijd zullen zijn het herwinnen van het vertrouwen van de bevolking in zijn armoedebestrijdingbeleid, het wegnemen van de onrust onder studenten, privatisering en landbouwprijzen. In april 2007 wint Touré de presidentsverkiezingen en in juli 2007 wint zijn partij ook de parlementsverkiezingen. In mei 2008 zijn er onlusten met Toeareg strijders, in februari 2009 verklaart het leger de meeste Toeareg basiskampen onder controle te hebben. In januari 2010 wordt het jaarlijkse muziekfestival op een andere locatie gehouden vanwege veiligheidsrisico's. In maart 2012 zetten legerofficieren Touré af omdat hij niet kan afrekenen met de rebellen. In april 2012 veroveren de toeareg Noord-Mali en roepen de onafhankelijkheid uit. De militairen geven de macht weer over aan een burgerregering geleid door Dioncounda Traore. Het blijft het gehele jaar zeer onrustig. De toearegs worden gesteund door islamitische extremisten.

In januari 2013 intervenieert Frankrijk op verzoek van president Traore in Mali. De Franse troepen heroveren Gao en Timboektoe. In juni wordt er een verdrag gesloten met de Toearegs. In augustus 2013 wint Ibrahim Boubacar Keita de presidentsverkiezingen. Bij de parlementsverkiezingen van december 2013 winnen aanhangers van de president de meeste zetels. In 2014 stuurt de VN een vredesmacht naar Mali. Nederland neemt deel aan die vredesmacht met 370 militairen. In april 2014 benoemt president Keita zijn voormalige rivaal Moussa Mara tot premier. In mei 2014 breken er na een fragiel bestand toch weer gevechten uit met gevechten uit met Toearegs. In 2015 en 2016 is er veel onrust en er zijn veel aanslagen door Islamisten, waaronder die van november 2015 op het luxe Radison hotel in Bamako. In augustus 2016 zijn er al meer dan honderd VN-militairen omgekomen sinds de start van de missie, waaronder ook Nederlanders.


MALI LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Mali
• Hotels Mali
• Mali Vliegtickets WTC
• Mali Vliegtickets Tix.nl
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Eliza was here

Nuttige links

Esther's Malinese Recepten
Mali Reisbijbel (N)
Mali Startnederland (N+E)
Reisinformatie Mali (N)
Reizendoejezo - Mali (N)
Romans over Mali (N)
Startpagina Mali (N)
Willgoto Mali (N)
Schrijf uw artikel over MALI

Bronnen

Te gast in Mali
Verre Reizen

Velton, R. / Mali
Bradt

Vlugt, B. / Mali
Gottmer

Westen, G. van / Mali : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems