Landenweb.nl

MALI
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Frans, Bambara
  Hoofdstad  Bamako
  Oppervlakte  1.240.192 km²
  Inwoners  19.609.990
  (mei 2019)
  Munteenheid  CFA-frank
  (XOF)
  Tijdsverschil  -1
  Web  .ml
  Code.  MLI
  Tel.  +223

To read about MALI in English - click here

Geografie en Landschap

Geografie

Mali (officieel: Republik Mali - République du Mali) is een republiek in West-Afrika. De totale oppervlakte van het land is 1.240.192 km2 en daarmee is Mali het op vijf na grootste land van Afrika. Mali is bijna dertig keer zo groot als Nederland en bijvoorbeeld vijf maal zo groot als Groot-Brittannië. Mali grenst in het noorden en noordoosten aan Algerije (1376 km), in het westen en zuidwesten aan Niger (821 km), in het zuiden aan Burkina Faso (1000 km), Ivoorkust (532 km) en Guinee (858 km), en in het oosten aan Senegal (419 km) en Mauritanië (2237 km). Mali heeft geen toegang tot de zee en maakt daarvoor gebruik van de havens van Dakar (Senegal) en Abidjan (Ivoorkust).

advertentie

Mali SatellietfotoPhoto: Publiek domrin

Landschap

Centraal-Mali maakt deel uit van de Grote West-Afrikaanse Slenk en bestaat uit plateaus (tafelbergen) van zelden meer dan 450 m hoog, en vlakten. Zuid-Mali ligt in de bekkens van de rivieren Niger en Senegal, terwijl zich in het uiterste zuidwesten een aantal uit zandsteen gevormde bergen met vrij steile rotswanden bevindt.

De noordelijke, vrijwel onbewoonde helft van het land ligt binnen de Sahara, maar de woestijn rukt steeds verder naar het zuiden op. Hier wonen alleen nog Moren en Toeareg. In dit woestijngebied van Noord-Mali komt alleen in de wadi's (droge rivierbeddingen) nog enige vegetatie voor.

advertentie

Woestijndorp in MaliPhoto: Ferdinand Reus CC 2.0 Generic no changes made

De Sahara is de grootste woestijn ter wereld met ca. 7 miljoen km2 waarvan 28% in Mali ligt. Zuid-Mali vormt een moeras- en steppegebied met in het zuiden wouden en langs de rivieren op sommige plaatsen galerijwouden. Hier is ook wat akkerbouw mogelijk. Tussen het noorden en het zuiden ligt de overgangszone tussen woestijn en savanne, de Sahel. In West-Mali ligt het Nationaal Park van de Baoulé en het Manding- hoogland. Hier hebben rivieren vroeger terrasvormige ravijnen uitgesleten. In het oosten van het land ligt het grillige Adrar des Iforhas-gebergte, met hoogtes van 500 tot 900 meter. Ten zuiden van Mopti ligt een 200 kilometer lange, steile rotswand, de Falaise de Bandiagara. Tegen deze wand hebben de Dogon hun dorpen gebouwd. De noordelijke uitloper van dit plateau vormt het hoogste punt van Mali, de Hombori Tondo met 1155 meter.

advertentie

Hombori Tondo, hoogste berg van MaliPhoto: Tim Busshaus CC 3.0 Unportedno changes made

Een groot gedeelte van Mali werd ooit ingenomen door een groot meer. Een restant hiervan is het uitgestrekte moerasgebied rondom de middenloop van de Niger die in noordoostelijke richting stroomt tussen Sansanding en Kabara. Door het veranderende klimaat hebben lange droogteperioden ervoor gezorgd dat deze voorheen vruchtbare binnendelta steeds meer uitdroogt, wat grote gevolgen heeft voor zowel de bevolking als voor de dierenwereld.

Het Malinese landschap wordt voor een groot gedeelte bepaald door een aantal grote rivieren. De belangrijkste rivier is de Niger die 1500 kilometer dwars door Mali stroomt. In het westen stroomt de Senegal (670 kilometer in Mali) die gevoed wordt door de zijrivieren Bafing, Bakoy en Baoulé. De Falémé is de grensrivier met Senegal.

Klimaat en Weer

Door de grootte van het land ligt Mali in verschillende klimaatzones. Het noorden kent een woestijnklimaat, het zuiden kent een steppeklimaat en daartussen in heeft de Sahel een steppeklimaat. Het jaar is in alle klimaatzones opgebouwd uit drie seizoenen.

Klimaatzones MaliPhoto: Publiek domein

De regentijd loopt van juni tot en met september en dat is met name in het uiterste zuiden goed te merken. Daar valt gemiddeld ca. 1200 mm regen en dat is 400 mm meer dan in Nederland. De luchtvochtigheid loopt in deze periode op tot 100%. Verder noordelijk neemt de neerslaghoeveelheid sterk af en wordt de regentijd ook steeds korter. In de hoofdstad Bamako valt ca. 1000 mm per jaar en ten noorden van de lijn Mopti-Timboektoe-Gao valt gemiddeld minder dan 200 mm per neerslag per jaar. In deze periode is het vaak al zeer heet in Mali. De maximumtemperatuur ligt dan in Bamako tussen de 30 en 35°C en in Timboektoe tussen de 35 en 40°C. In de Sahel-zone valt tussen 300 en 600 mm per jaar. Deze hoeveelheden kunnen per jaar echter zeer verschillen.

Harmattan, MaliPhoto: Velio Coviello CC 3.0 Unported no changes made

Na de regentijd volgt de Malinese"winter", zoals de Malinezen het zelf noemen. Deze periode duurt van oktober tot en met februari en met name in het noorden is het dan merkbaar koeler met"maar" 30 tot 35°C. 's Nachts kan het in het noorden zelfs afkoelen tot rond het vriespunt. In de maanden december, januari en februari valt er in Mali geen druppel regen.

De periode van maart tot en met mei is de warme tijd met temperaturen in Bamako tegen de 40°C en in Timboektoe tot 45°C. In de Malinese Sahara komen enkele van de heetste gebieden ter wereld voor met temperaturen van boven de 50°C. De stad Kayes in West-Mali heeft de twijfelachtige eer de heetste stad van Afrika te zijn, met temperaturen die regelmatig boven de 40°C uitkomen.

Met name als de gloeiend hete woestijnwind, de"harmattan", vanuit het noordoosten waait, is het buiten niet uit te houden. Daar komt nog bij dat deze winden gepaard gaan met stofstormen die het openbare leven helemaal kunnen stilleggen. De harmattan waait met name van december tot maart.

Planten en Dieren

Planten

De drie vegetatiezones zijn sterk afhankelijk van de drie klimaatzones. Het zuiden is bedekt met savannes en langs de rivieren bossen. Het savannelandschap of"brousse" bestaat vooral uit struiken en lage bomen, noordelijker uit gras en struiken. Des te zuidelijker men komt, des te gevarieerder de vegetatie wordt. In dit gedeelte van het land vindt men cailcedra- en nitta-bomen, sheaboter-bomen en mango-bomen

Baobab in MaliPhoto: H Grobe CC 3.0 Unported no changes made

De Sahel-zone heeft over het algemeen een steppevegetatie met grassen en struiken en bomen die goed tegen de droogte kunnen zoals acacia's, cram-cram en apebroodbomen of baobabs. De baobab kan vijftien meter hoog worden en heeft een enorme plompe stam. Boabab stamt van het Arabische"bu hibab" dat"fruit met veel zaad" betekent. De noordelijke Sahel kent veel open plekken en wat doornig struikgewas.

De Sahara is grotendeels kaal met alleen in het zuidelijke deel nog wat vegetatie. Geschat wordt dat 25% van Mali bedekt is met weidegrond, 7% is bedekt met bos en 2% is landbouwgebied. De rest van de grond ligt braak.

Dieren

Meerval, MaliPhoto:Stan Shebs CC 3.0 Unported no changes made

De dierenwereld van Mali heeft de toerist niet zo veel meer te bieden. Met name het grote wild wordt sterk bedreigd door de toenemende droogte en de oprukkende woestijn. De mensen hebben alle plaatsen waar nog water te vinden is, ingenomen. Bovendien jaagt de lokale bevolking op praktisch alles wat beweegt. Verder zijn er maar een paar natuurreservaten waar de dieren zich relatief veilig kunnen voelen. Het meest wild komt dan ook voor in het westen en zuiden van het land. Mali staat meer bekend om zijn grote aantallen runderen, schapen en geiten. De twee belangrijkste rundersoorten zijn zeboes en taurines. De zeboe komt in de gehele Sahel voor en wordt ook voor werkzaamheden gebruikt. De taurine is een stierachtig rund en komt meer voor in het zuiden en op de savannes. Het Sahelschaap en de Guineese geit worden gehouden voor het vlees, Macina-schapen voor de wol en de Sahelgeit is een goede melkproducent. In de woestijngebieden is de kameel natuurlijk een bekende verschijning.

Wat vogels betreft kan men in Mali nog steeds zijn hart ophalen. Er komen in Mali honderden soorten voor (ca. 650), met name langs de Niger, maar ook in het noordelijke Timboektoe. In de rivieren en meren van Mali komen ca. 200 soorten vis voor, waaronder de heerlijke"capitaine" en verder karpers, hondshaaien, en verschillende soorten meervallen.

Zoogdieren

Baviaan, MaliPhoto: Charles James Sharp CC 4.0 International no changes made

Ten noordwesten van de hoofdstad Bamako ligt het Parc National de la Boucle du Baoulé. De beste tijd om dat park te bezoeken is van half oktober tot en met december. In de regenperiode is het park vrijwel onbegaanbaar en vanaf januari wordt het gebied geteisterd door savannebranden. In dit park is een redelijke kans aanwezig om knobbelzwijnen, dwergantilopen, bavianen, groene meerkatten en huzaarapen te zien. Van woestijnantilopen als algazel en addax komen nog slechts restpopulaties voor.

Het Réservé des éléphants du Gouma ligt aan de weg van Gao naar Mopti. Van november tot en met maart zijn hier kleine kudden olifanten te zien. Buiten de parken komen in rotsgebieden mangoesten en klipdassen voor, en af en toe duikers, klipspringers, vossen en jakhalzen.

In de Niger-delta leven nijlpaarden, krokodillen en nijlvaranen. Door heel Mali struikel je bijna over de hagedissen en 's avonds komen er veel padden tevoorschijn.

Vogels

Zwarte Wouw, MaliPhoto: Charles James Sharp CC 4.0 International no changes made

De zwarte wouw is de meest voorkomende roofvogel in Mali. De Europese variant komt als trekvogel voor. De op vissen jagende Afrikaanse zeearend komt niet zoveel meer voor. De kleine grijze wouw komt vooral voor in het Office du Niger. De kapgier vindt zijn aas zowel langs de Niger als in drogere gebieden, maar is ook te vinden in de buurt van abattoirs. Ook de schildraaf is een aaseter. Langs de Niger is het een komen en gaan van steltlopers. Ooievaars zijn voornamelijk trekvogels die een tijdje uitrusten in de Niger-delta. De Abdim- ooievaar leeft in de drogere gebieden. De zwarte ibis is niet echt zwart, maar bruin tot okerkleurig. Reigersoorten zijn er volop: purperreigers, blauwe reigers, zwartkopreigers, koereigers en zilverreigers. Bijzonder is de hamerkop, die enorme nesten bouwen van wel 1,5 meter in doorsnee.

Kleinere steltlopers zijn de lelieloper, de sporenkieviet, de Senegalese griel en de watergriel. De enige veel voorkomende eendachtige in Mali is de spoorwiekgans. De bonte ijsvogel, de malachiet-ijsvogel en de zeldzame Senegal- ijsvogel zijn vooral te vinden in de Niger-delta en de Senegal met haar zijrivieren waar ze op vissen jagen. Ook de Afrikaanse slangenhalsvogel jaagt op vissen.

Roodkeelbijeneter, MaliPhoto: Francesco Veronesi CC 2.0 Generic no changes made

Mooi en kleurrijk zijn de bijeneters. Meest voorkomend is de dwergbijeneter, de roodkeelbijeneter is voornamelijk te zien in West-Mali, de karmijnrode bijeneter in het zuiden van Mali en verder hebben we nog de kleine groene bijeneter. Tot de toerako's behoren de Senegalese spoorkoekoek, de violette toerako, het bonte boertje, de halsbandparkiet en de grijze bananen-eter.

Neushoornvogels vallen op door hun enorme naar beneden gekrulde snavel. Ze leven voornamelijk in de bomen; enkele soorten zijn de grijze tok en de roodsnaveltok. De verschillende duivensoorten leven vooral in de steden en dorpen, want daar is het meeste voedsel te vinden. Bekende verschijningen zijn de treurtortel, de palmtortel en de grote gespikkelde duif. Ook de veel lawaai makende groenstaartglansspreeuw en de groene langstaartglansspreeuw worden met name in dorpen en steden waargenomen. Er zijn verder nog 116 soorten wevers die schitterende nesten vlechten. Elke soort heeft een eigen bouwstijl. Enkele weversoorten zijn de Napoleonwever, de grote textorwever, de witsnavelbuffelwever en de grenadierwever.

Vuurvink, MaliPhoto: Alandmanso CC 4.0 International no changes made

Een van de opvallendste vogeltjes van Mali is de Malinese vuurvink. Het mannetje is bordeauxrood met een bruine snavel terwijl het vrouwtje bruin is met een bordeauxrode snavel. Het is tevens de enige inheemse vogel van Mali.

Geschiedenis

Koninkrijk Ghana en de islam

Kaart van het Koninkrijk van GhanaPhoto: Barada-nikto CC 4.0 International no changes made

Tussen de 5e en 8e eeuw ontstond in West-Afrika het koninkrijk Ghana, niet te verwarren met de moderne staat Ghana. Het huidige Zuid-Mauritanië en West-Mali was het gebied van dat koninkrijk dat gesticht werd door de Soninké. Deze bevolkingsgroep leeft nu nog steeds in dit gebied. Het waren akkerbouwers en de heersers van dit volk verdienden zeer veel met de controle op de zout- en goudhandel in hun gebied. In de 8e en 9e eeuw gingen de Arabieren zich bemoeien met de handel door de Sahara en stichtten belangrijke handelssteden als Sijilmasa in Zuid-Marokko. De Toeareg zorgde ervoor dat de islam zich verspreidde over het gehele Sahel-gebied.

De toenmalige hoofdstad van Ghana, Kumbi-Saleh, bestond al snel uit twee delen, een islamitisch deel en een traditioneel Afrikaans deel. In de 11e eeuw ging de sociale bovenlaag van de Soninké over tot de islam. Het gewone volk bleef de traditionele godsdiensten trouw. Het noordelijk deel van het rijk raakte men kwijt aan de Almoraviden. Aanvankelijk herstelde Ghana zich hiervan, maar het koninkrijk raakte in de 12e eeuw steeds meer in verval doordat het haar monopoliepostitie kwijtraakte.

Ook liepen nieuwe handelsroutes niet meer door hun grondgebied, werd het klimaat droger en was er door overbegrazing geen akkerbouw meer mogelijk.

Koninkrijk Mali

Mansa Musa, heerser in het koninkrijk maliPhoto: HistoryNmoor CC 4.0 International no changes made

In de 13e eeuw werd het rijk Mali gesticht, verspreid over het huidige Senegal, Zuid-Mauritanië, Noordoost-Guinee en Mali, zonder het noordelijke woestijngebied. Het rijk werd gesticht door Sundjata Keïta, die de hoofdstad Niana aan de rivier de Niger bouwde. De goede landbouwmogelijkheden werden hier ten volle benut. Rijst, gierst en sorghum werd langs de rivieren Gambia en Niger verbouwd. Ook de goudhandel was belangrijk voor Mali, want het werd gevonden aan de bovenloop van de Niger, in het rijk zelf dus.

De belangrijkste volkeren waren de Soninké en de Malinké, de feitelijke macht lag bij de laatste. De opvolgers van Sundjata Keïta waren islamieten en de bekendste was Mansa Musa. Op diens pelgrimage naar Mekka bracht hij onderweg in Cairo zoveel goud op de markt dat de wereldgoudprijs instortte. Mansa Musa werd opgevolgd door zijn broer Mansa Sulayman, waarna het rijk al snel in verval raakte door allerlei intriges aan het hof en een reeks zwakke koningen. Het rijk werd binnengevallen door de Toeareg vanuit het noorden en de Mossi vanuit het zuiden.

Koninkrijk Songhai

Koninkrijk Sohghai, MaliPhoto: Roke CC 3.0 Unported no changes made

Het derde grote koninkrijk is West-Afrika was Songhai. De Songhai leefden ten zuiden van Gao langs de Niger. Ze verhandelden voedsel tegen zout en stoffen met islamitische handelaren. Het was dan ook niet vreemd dat alle leiders van de Songhai in de 11e eeuw al waren bekeerd tot de islam. De oorspronkelijke hoofdstad Kukiya was vervangen door Gao, dat in de 14e eeuw werd ingelijfd bij het koninkrijk Mali. Alleen het gebied ten zuiden van Gao bleef Songhai-gebied. In de 15e eeuw raakte Mali in verval en werd onder de voet gelopen door koning Sonni Sulayman Dandi en zijn opvolger Sonni Ali.

In 1468 werd Timboektoe (Toumbouctou) veroverd op de Toeareg en ook de zoutmijnen van Taghaza, diep in de Sahara, werden onderdeel van het nieuwe rijk. Onder Muhammed Touré volgde een bloeiperiode op economisch en cultureel gebied. De handel en de controle op de handel over de goud- en zouthandel en de opbrengsten uit landbouw en visserij zorgden voor de economische bloei. Een voorbeeld van culturele bloei was de Sankoré-moskee c.q. universiteit waar tienduizenden studenten islam, geneeskunde en recht studeerden. Ook de goud- en zouthandel door de Sahara werd door Timboektoe gecontroleerd.

Portugezen en het einde van de grote koninkrijken

Sieraad PeulPhoto:Tropenmuseum CC 3.0 Unported no changes made

Door de concurrentie van de Portugezen en rijken in Centraal-Afrika met betrekking tot de goudhandel werd het verval van de Songhai ingezet. De Portugezen bouwden in het huidige Ghana het fort Elmina en omzeilden van daaruit de tussenhandel, waar Songhai een groot deel van de welvaart aan te danken had. Ook het leger van Songhai was te klein en te zwak om met name de Marokkanen onder leiding van Ahmed el Mansour tegen te houden. In 1591 verloren de Songhai de slag bij Tondibi.

Hiermee kwam er een einde aan de grote koninkrijken van West-Afrika. De aandacht vanuit Marokko verslapte echter al snel na de dood van El Mansour als gevolg van de guerillaoorlog met de Songhai en de constant binnenvallende nomadische volken zoals de Peul en de Toeareg. De Marokkanen die achterbleven namen echter het heft in handen, huwden met Songhai-vrouwen en noemden zichzelf"Arma". In 1737 werd Timboektoe door de Toeareg veroverd en was het afgelopen met de heerschappij van de Arma. Er ontstonden verschillende rijken langs de Niger, waarvan Ségou, de belangrijkste was.

De geschiedenis van het binnenland van West-Afrika is het verhaal van de Peul. Deze nomaden lieten hun kudden grazen op niet gebruikte landbouwgrond. Een tekort aan weiden en een teveel aan belasting betalen zorgde voor grootscheeps verzet van de Peul. Er volgde een golf van jihads (heilige bekeringsoorlogen) waarna er diverse islamitische staten gesticht werden, o.a. de staat Masina in 1818, met Djenné als hoofdstad. Na een nieuwe jihad in 1852 ging Mazina op in het rijk van Tukulor dat onder leiding stond van al Hajj' Umar.

Franse kolonie

Ten zuiden van Tukulor lag het rijk van de Mandinka-stam onder leiding van de zeer machtige Samori Touré. Deze twee rijken waren de laatste rijken in West-Afrika. Hun leiders, Ahmadu Seku, de zoon van Umar en Samori Touré waren Frankrijks belangrijkste tegenstanders bij de kolonisatie van de westelijke Sahel. De kolonisatie van Afrika liep in vergelijking met o.a. Zuid-Amerika, Azië en Australië ver achter door een gebrek aan interesse. De Europeanen hadden alleen wat koloniën en handelsvestigingen aan de kust en de Afrikanen beheersten het binnenland.

Rond 1880 waren de Turken van het Ottomaanse rijk de belangrijkste machthebbers in Afrika. Het gebied dat ze beheersten kwam overeen met het huidige Egypte, Noord-Sudan, Noord-Libië en Tunesië. Andere kolonisatoren waren de Britten (Zuid-Afrika), Portugal (Mozambique en Angola), en Frankrijk (Noord-Algerije en Gabon). In West-Afrika waren de door de Europeanen gecontroleerde gebieden nog kleiner, met Portugal (Portugees Guinee), Frankrijk (deel van Senegal), Groot- Brittannië (Sierra Leone, Goudkust = Ghana, Zuid-Nigeria) en het stroomgebied van de Gambia.

Koloniaal AfrikaPhoto: Whiplashoo21 CC 4.0 International no changes made

Van 1880 tot 1900 werd Afrika bijna volledig bezet door de Europese grootmachten en verdeeld tijdens onderhandelingen, de"scramble for Africa". Groot-Brittannië richtte zich op de as Zuid-Afrika-Egypte en Frankrijk op Noordwest- en West-Afrika. Een combinatie van factoren zorgde voor deze plotselinge aandacht voor het Afrikaanse continent. Belangrijk was de afkalvende wereldsuprematie van Groot-Brittannië. Zij ondervonden steeds meer concurrentie van traditionele tegenpolen als Frankrijk en Duitsland maar ook van de aanstormende gigantische handelsmacht Verenigde Staten.

Verder waren in Afrika veel grondstoffen voorhanden die de industriële grootmachten in Europa hard nodig hadden. Ook het gevonden goud en diamant in zuidelijk Afrika zorgde voor een grote aantrekkingskracht. Tropische ziektes kreeg men beter onder controle, o.a. malaria door de ontdekking van kinine. En dat de Fransen de Sahel en het westelijke deel van de Sahara koloniseerden had ook domweg als reden dat ze bang waren dat de Britten hen voor zouden zijn. De Fransen waren al sinds 1658 aanwezig in West-Afrika middels een handelspost op een eilandje in de monding van de rivier de Senegal. Door de slavenhandel en stammenoorlogen breidde het Franse gebied zich langs de oever van de Senegal landinwaarts uit.

Op dat moment was Dakar de belangrijkste stad aan de westkust van Afrika. Onder gouverneur Louis Faidherbe werden de belangen in West-Afrika vanaf 1854 al wat groter. Onder zijn bewind werd in 1855 het eerste fort op Malinees grondgebied gebouwd bij Kayes aan de Senegal: fort Médine.

In 1876 werd Brière de l'Isle gouverneur van Senegal. Hij wilde een spoorlijn realiseren tussen Dakar en de Niger-rivier, om daardoor de handel van de westelijke Sahel naar Senegal te halen. In 1880 sloten de Fransen een verdrag met de leider Ahmadu Seku van de Tukulor en in ruil daarvoor kregen ze handelsrechten. De Fransen lapten het verdrag echter aan hun laars en namen in 1883 onder leiding van kolonel Borgnis-Desbordes het toen nog onbeduidende Bamako in en bouwden er een fort.

Frans fort Bamako uit 1883Photo: Edouard Riou in het publieke domein

Uiteindelijk zou Bamako uitgroeien tot de hoofdstad van de staat Mali. In 1890 werd Ségou veroverd, de Tukulor hoofdstad maar drie jaar later werden de Tukulor pas definitief verslagen. De volgende tegenstander van de Fransen waren de Mandinka en de Toeareg. In 1889 werd het Mandinka-bolwerk Sikasso ingenomen en in 1894 de Toeareg-stad Timboektoe. Het zuidwestelijk deel van de Sahara werd onder controle gebracht door de beroemde kameelruiters van het Franse leger, de Méharistes. Hierna werd het spoor tussen Dakar en de Niger-rivier aangelegd en in 1904 volledig in gebruik genomen. In 1908 werd het bestuur van de Franse kolonie Haute-Sénégal et Niger in Bamako geïnstalleerd.

In 1920 werd het Franse bestuur weer gereorganiseerd en verdeeld in twee grote koloniën: Frans Equatoriaal-Afrika, bestuurd vanuit Brazzaville en Frans West- Afrika, bestuurd vanuit Dakar. Frans West-Afrika bestond uit acht deelkoloniën, waarvan Mali, toen nog Soudan genoemd, er één was. De grenzen die Soudan toen kreeg zijn nu nog steeds de grenzen die de huidige staat Mali heeft. De lokale volken werden zo over wel drie koloniën verdeeld. Economisch was er echter voor Frankrijk niet veel meer te halen, ook al probeerde men bijvoorbeeld om de katoenteelt nieuw leven in te blazen. Door de arme grond, de verzilting en een onwillige lokale bevolking, strandde dit project (Office du Niger). Hierdoor liet Frankrijk Soudan min of meer zitten met als gevolg dat veel Malinezen naar de kust trokken om daar werk te vinden op de plantages of naar landen als Senegal en Ivoorkust trokken.

Mali onafhankelijk

Vlag van de Federatie Mali 1858-1961Photo: Publiek domein

Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er op het hele Afrikaanse continent onafhankelijkheidsbewegingen, en dus ook in Soudan. Er ontstond één machtige partij, de Union Soudanaise/Rassemblement Démocratique Africain onder leiding van Modibo Keïta, die in 1956 hoofd van de Soudanese regering werd. Soudan kreeg toen beperkte autonomie. In 1958 volgde verdergaande autonomie onder de paraplu van het Franse Gemenebest, de Communauté Française. Daarop wilden verschillende West-Afrikaanse landen tot een federatie komen. Deze samenwerking kwam echter nauwelijks van de grond. Landen als Ivoorkust, Opper-Volta (nu Burkina Faso) en Dahomey (nu: Benin) trokken zich al snel terug. Over bleven Soudan en Senegal die in 1959 de Federatie Mali vormden, genoemd naar het rijk uit de 13e en 14e eeuw. Ook dit verbond duurde niet lang omdat de ideeën van de leiders Leopold Senghor en Modibu Keïta te ver uiteen liepen. Senghor wilde nauwe banden met Frankrijk onderhouden terwijl Keïta geheel onafhankelijk wilde zijn. Daarop stapte Senegal uit de federatie en werd Soudan op 22 september 1960 de onafhankelijke staat Mali (Eerste Republiek). Dit alles gebeurde zonder bloedvergieten, in tegenstelling tot de onafhankelijkheidsoorlogen in bijvoorbeeld Noord-Afrika. Het geringe belang dat Frankrijk aan deze regio was daarmee wel duidelijk. Als economische model koos Keïta voor een socialistische plan-economie met de nadruk op staatsbedrijven. In 1962 stapte Mali uit de monetaire unie van de CFA- frank en dat had grote gevolgen. De eigen Malinese frank was zeer onderhevig aan inflatie waardoor Mali in een financieel isolement raakte. Ook was er drie jaar lang geen treinverkeer mogelijk tussen Senegal en Mali. Door al deze omstandigheden werd Mali in handen gedreven van de Sovjet-Unie, ook al omdat het Westen weinig zag in de economische en politieke koers van Keïta. Werkelijk alles mislukte echter en ook politiek ging het slecht. De regerende US/RDA bestuurde Mali in feite als een eenpartijstaat en daar was niet iedereen blij mee. In 1963 brak er een opstand uit onder de Toeareg van Oost-Mali. Zij wilden samen met de Toeareg van Niger en Algerije een eigen staat, Azaouad. De opstand werd met harde hand neergeslagen door het Malinese leger.

Staatsgrepen en uiteindelijk democratie

Moussa Traoré, MaliPhoto: Bogaerts, Rob / Anefo CC 3.0 Netherlands no changes made

Op 19 november 1968 volgde een staatsgreep van het leger (Militair Comité van Nationale Bevrijding) onder leiding van de jonge luitenant Moussa Traoré. Mali werd vanaf die tijd bestuurd door het Comité Militaire du Libération Nationale. Hoewel de banden met Frankrijk werden hersteld bleef de economie kwakkelen, zeker na de rampzalige droogte die de Sahel begin jaren zeventig trof. Mali was nu in feite totaal afhankelijk van buitenlandse hulp. In 1974 maakte Traoré van Mali weer een éénpartijstaat onder leiding van de Union Démocratique du Peuple Malien (Tweede Republiek). In 1979 werd de UDPM opgericht en het burgerbestuur keerde terug. Naast de UDPM waren politieke partijen verboden. Traoré werd tot president gekozen. Hij verenigde de ambten van president en regeringsleider en voerde gedurende de jaren tachtig een autoritair bewind en onder deze dictatuur vierde corruptie hoogtij.

In 1974 trad Mali weer toe tot de monetaire unie van de CFA-frank, maar vooralsnog veranderde er politiek en economisch weinig tot niets. In 1990 en 1991 braken weer diverse oproeren uit in Noord-Mali, weer door de Toeareg (Azawad-opstand) en een studentenoproer in Bamako die bloedig werden neergeslagen met meer dan honderd doden als triest gevolg. Onder leiding van luitenant-kolonel Amadou Toumani Touré pleegde het leger in maart 1991 opnieuw een staatsgreep. Er werd een nieuwe grondwet opgesteld en een parlementaire democratie ingesteld. De Derde Republiek was een feit.

Hierna volgden in 1992 onder interim-president Touré verkiezingen, die met een grote meerderheid werden gewonnen door de Alliance pour la Démocratie au Mali (ADEMA).

Alpha Oumar Konaré, MaliPhoto: Antonio Cruz/ABr CC 3.0 Brazil no changes made

De voorman van de ADEMA, Alpha Oumar Konaré werd president, maar stond voor de bijna onmogelijke taak om het straatarme land van de ondergang te redden. Zo was de kindersterfte de hoogste ter wereld, de levensverwachting lag onder de 50 jaar en 75% van de bevolking was analfabeet. Door de overgang naar een democratisch systeem kreeg Mali wel veel hulp van donorlanden die o.a. grote investeringen deden in de infrastructuur. Ook ging Mali over op een gedeeltelijke markteconomie zodat het voor buitenlanders aantrekkelijker werd om in Mali te investeren. Op dit moment ligt de economische groei boven het Afrikaanse gemiddelde. Wegens o.a. 'moord met voorbedachten rade' bij rellen in maart 1991 werden ex-president Traoré en drie anderen ter dood veroordeeld op 12 februari 1993. Dit doodvonnis werd in januari 1999 in hoger beroep bekrachtigd, maar in september omgezet in levenslang.

Een probleem vormen nog steeds de Toeareg. In 1990 brak er een soort burgeroorlog uit tussen de Toeareg en het Malinese leger. De Toeareg hadden door de droogte bijna al hun vee verloren, de karavaanhandel stelde weinig meer voor en de toegezegde hulp bleef uit. Ook speelde het verlangen naar een eigen staat nog steeds mee. In 1992 sloot Konaré een overeenkomst met de rebellen die door een groep werd genegeerd en al snel volgden ook aanvallen op burgerdoelen die op bloedige wijze door de Peul en de Songhai beantwoord werden. In juni 1995 kondigde het Arabisch-Islamitisch Front (FIAA) van Azaouad, de enig overgebleven Toeareg-groepering die nog gewapend verzet pleegde, een eenzijdig staakt-het-vuren af. Begin 1996 werd het vredesproces tussen de regering en de opstandige Toearegs voltooid. De opstand van de Toeareg heeft sinds 1990 zeker 50.000 mensen het leven gekost.

Onder Konaré werden nog twee keer verkiezingen voor het parlement gehouden. De eerste, in april 1997, werd geannuleerd door het Constitutionele Hof en de de tweede, in juli 1997, werd geboycot door de oppositie. De aanhang van oppositiepartij Mouvement Patriotique pour le Renouveau (MPR) onder leiding van Choguel Maïga nam toe. Deze partij is een voortzetting van die van oud-dictator Moussa Traoré. President Konaré maakte in november 1999 bekend dat hij zich niet voor de derde maal kandidaat zal stellen voor de presidentsverkiezingen van 2002.

21e eeuw

Amadou Touré, MaliPhoto: Antonio Cruz/ABr CC 2.5 Brazil no changes made

In 2002 werd de voormalige Malinese dictator Moussa Traoré amnestie verleend door president Konaré. Konaré liet in een verklaring weten Traoré en diens vrouw Mariam om humanitaire redenen vrij te laten.

In 2007 zullen zowel presidentiële als parlementaire verkiezingen plaatsvinden, respectievelijk in april en juli 2007. De verwachting is dat Touré deze zal winnen. Zijn belangrijkste uitdagers zullen zijn Ibrahim Boubacar Keita (Rassemblement pour le Mali (RPM) en een kandidaat van de Alliance pour la democratie au Mali (Adema). Belangrijke thema's in Touré's verkiezingsstrijd zullen zijn het herwinnen van het vertrouwen van de bevolking in zijn armoedebestrijdingbeleid, het wegnemen van de onrust onder studenten, privatisering en landbouwprijzen. In april 2007 wint Touré de presidentsverkiezingen en in juli 2007 wint zijn partij ook de parlementsverkiezingen. In mei 2008 zijn er onlusten met Toeareg strijders, in februari 2009 verklaart het leger de meeste Toeareg basiskampen onder controle te hebben. In januari 2010 wordt het jaarlijkse muziekfestival op een andere locatie gehouden vanwege veiligheidsrisico's. In maart 2012 zetten legerofficieren Touré af omdat hij niet kan afrekenen met de rebellen. In april 2012 veroveren de toeareg Noord-Mali en roepen de onafhankelijkheid uit. De militairen geven de macht weer over aan een burgerregering geleid door Dioncounda Traore. Het blijft het gehele jaar zeer onrustig. De toearegs worden gesteund door islamitische extremisten.

Ibrahim Boubacar Keita, MaliPhoto: Claude TRUONG-NGOC CC 3.0 Unported no changes made

In januari 2013 intervenieert Frankrijk op verzoek van president Traore in Mali. De Franse troepen heroveren Gao en Timboektoe. In juni wordt er een verdrag gesloten met de Toearegs. In augustus 2013 wint Ibrahim Boubacar Keita de presidentsverkiezingen. Bij de parlementsverkiezingen van december 2013 winnen aanhangers van de president de meeste zetels. In 2014 stuurt de VN een vredesmacht naar Mali. Nederland neemt deel aan die vredesmacht met 370 militairen. In april 2014 benoemt president Keita zijn voormalige rivaal Moussa Mara tot premier. In mei 2014 breken er na een fragiel bestand toch weer gevechten uit met gevechten uit met Toearegs. In 2015 en 2016 is er veel onrust en er zijn veel aanslagen door Islamisten, waaronder die van november 2015 op het luxe Radison hotel in Bamako. In augustus 2016 zijn er al meer dan honderd VN-militairen omgekomen sinds de start van de missie, waaronder ook Nederlanders. In april 2017 benoemt president Keita een nieuwe regering met zijn bondgenoot bdoulaye Idrissa Maiga als premier. President Keita wordt in juli 2018 herkozen. Het jihadistische geweld blijft het noorden en oosten van het land teisteren. In augustus 2020 is er een militaire coup, na maandenlange protesten van de bevolking en moet keita het veld ruimen. In september 2020 vormt oud legerofficier Bah Ndaw een overgangsregering.

Bevolking

Malinezen bezoeken de markt in Bamako, MaliPhoto: Carolinerre CC 4.0 International no changes made

Mali heeft 17.885.145 inwoners. (2017) Dit betekent dat er ca. 14,4 inwoners per km2 wonen. Verder wonen er uit economische overwegingen nog meer dan drie miljoen Malinezen in Ivoorkust, Frankrijk en andere buurlanden van Mali. 42% van de bevolking woont in steden, de rest op het platteland. Bijna 30% van de bevolking woont in het vochtige, vruchtbare zuiden (stroomgebied van de Niger). Dit percentage stijgt door de trek van het platteland naar de stad, een trek die voornamelijk veroorzaakt wordt door de aanhoudende droogte, waar het land in de jaren tachtig veel van te lijden heeft gehad. De grootste en belangrijkste stad is de hoofdstad Bamako met meer dan 1 miljoen inwoners. De gehele agglomeratie Bamako heeft ca. 2,4 miljoen inwoners. Veel kleiner zijn steden als Ségou, Mopti, Sikasso, Gao, Kayes, San en Koutiala. Het platteland in het noorden is vrijwel onbevolkt. De meest mensen wonen in het zuiden en langs de Niger. De bevolkingsgroei ligt de laatste jaren rond de 3 procent (2017: 3,02%). Het geboortecijfer bedroeg in 2017 43.9 per 1000 inwoners het sterftecijfer bedroeg 9.8. Mali heeft een zeer jonge bevolking. Het percentage inwoners tussen 0-14 jaar bedroeg in 2017 48,2%, tussen 15-64 jaar 48,8% en 65+ 3%. De gemiddelde leeftijd is laag. De levensverwachting voor mannen is 58,2 jaar en voor vrouwen 62,5 jaar. Per 1000 levendgeborenen overlijden ca. 70 kinderen voor hun eerste verjaardag en dat is een van de hoogste cijfers ter wereld.

Een overzicht van de belangrijkste bevolkingsgroepen:

Bambara rituele dans, MaliPhoto: TRIP DOWN MEMORY LANE CC 4.0 International no changes made

De Bambara vormen de grootste bevolkingsgroep van Mali. Voornamelijk als akkerbouwers wonen ze in Centraal- en Zuid-Mali waar ook de grootste steden Bamako en Ségou liggen. De Malinké (600.000) en de Soninké of Marka (750.000) wonen in West-Mali en zijn sterk verwant met de Bambara. De Bambara, Soninké en Malinké worden tezamen ook wel Mandé of Manding genoemd. Deze volkeren waren de stichters van de grote West-Afrikaanse rijken. Op dit moment beheersen ze alleen al door hun grote aantal de politiek en de economie. De Bambara zijn gematigde islamieten, vrij modern en daardoor zijn veel oude gebruiken en rituelen verloren gegaan. Alleen van de oude muziek is nog veel overgebleven. Deze muzikanten heten griots of jali's en staan ook nu nog in hoog aanzien.

De Bozo zijn waarschijnlijk het oudste volk van Mali. Het is een volk van vissers en botenbouwers. Ze wonen over het algemeen langs de Niger in kleine langgerekte dorpen. Een broedervolk van de Bozo zijn de Somono.

Meisje in traditionele Peul kledingPhoto: Rgaudin in het publieke domein

De Peul worden ook wel Fula, Fulani en Fulbe genoemd. Deze veehouders wonen in grote delen van West-Afrika en in Mali in en rondom de Niger-delta. Vanaf de achttiende eeuw kwam dit volk in de verdrukking door de landbouwactiviteiten van andere volken en door de hoge belastingen. Ze verzetten zich hiertegen fel door middel van jihads (heilige oorlogen). Ze stichtten daarop islamitische staten, o.a. Masina met Djenné als hoofdstad. In december steken de Peul met tienduizenden stuks vee de Niger over van de noordoever naar de zuidoever.

De Songhai leven voornamelijk in Oost-Mali (o.a. Timboektoe, Gao, Hombori). Vroeger vissers en nijlpaardjagers en nu akkerbouwers. Ze verbouwen voornamelijk gierst en sorghum en in het natte seizoen ook rijst. Hun cultuur wordt vooral bepaald door de islam.

Toearegs MaliPhoto: H Grobe CC 3.0 Unported no changes made

De Toeareg leven in het Noord-Malinese woestijngebied. Het is het meest zuidelijke Berbervolk en wonen verder nog voornamelijk in Zuid-Algerije en Noord-Niger. Ze spreken Tamasheq, een Berber-taal. Ze leiden een nomadisch bestaan als veehouders. Ook de Toeareg zijn islamieten maar met enkele afwijkende kenmerken. Zo zijn ze strikt monogaam en nemen de vrouwen een belangrijke plaats in. Verder zijn de mannen gesluierd en de vrouwen juist niet. Door de langdurige droge periodes in de jaren zeventig en tachtig van de 20e eeuw raakten ze vrijwel al hun vee kwijt. Begin jaren negentig leidde dit tot een burgeroorlog tussen de Toeareg en het Malinese regeringsleger.

De Moren zijn nomadische Arabieren die met hun vee door de Sahara en de Sahel trekken. De meeste Moren wonen in Mauritanië en in Mali leven ze dan ook voornamelijk langs de Mauritaanse grens en rond Timboektoe.

Dogon, dans van de maskers, MaliPhoto: Fasokan CC 4.0 International no changes made

De Dogon is het bekendste volk van Mali. De invloed van de islam en het christendom is vrijwel nihil zodat de Dogon nog steeds hun traditionele animistische levensstijl hebben kunnen behouden. Aanvankelijk vestigden ze zich aan de Niger, in de buurt van het huidige Bamako. In de 15e eeuw werden ze door oprukkende islamitische volken gedwongen weg te trekken. Ze vestigden zich daarna langs de Falaise de Bandiagara, een 200 kilometer lange kloofwand in het zuidoosten van Mali. Het zijn akkerbouwers en verbouwen o.a. gierst, sorghum, tomaten en uien. De uien worden gedroogd en daarna verhandeld, de andere producten zijn voor eigen gebruik. Een typisch Dogon-product is"dolo", gierstbier, dat zelfs gedronken wordt door kinderen. De Dogon hebben ook vee, dat echter verzorgd wordt door de Peul omdat de Dogon dat minderwaardig werk vinden. De Dogon-gemeenschap is hiërarchisch verdeeld in een aantal maatschappelijke groepen. De belangrijkste groep zijn de landbouwers en daarna komen de smeden, de wevers en de leerbewerkers. Tussen de verschillende groepen worden geen huwelijken gesloten. Ook de vrouwen die tot deze groepen behoren hebben hun eigen werkzaamheden. De Dogon geloven in één god, Amma, en kennen verschillende heilige dieren, zoals de luipaard, de krokodil en de vos. Een van de belangrijkste met veel mysteries omgeven gebeurtenissen in het leven van de Dogon is de besnijdenis, van zowel jongen als meisjes (clitoridectomie). Dit in westerse ogen barbaarse gebruik wordt trouwens door bijna alle Malinese bevolkingsgroepen in stand gehouden. In de steden neemt de vrouwenbesnijdenis de laatste jaren af, o.a. door protesten uit het buitenland. Bij vele gelegenheden wordt er gedanst door de jonge mannen die begeleid worden door zingende mannen met trommels. Ze dragen allemaal maskers, vaak dierenfiguren. Zeer bijzonder zijn de dansers op stelten. Het belangrijkste ritueel is de"sigui". Deze ceremonie vindt één keer per zestig jaar plaats (eerstvolgende generatiefeest is in 2025) en markeert het begin van een nieuwe generatie. Bepalend voor de datum is de stand van een satelliet van de ster Sirius, Sirius B. Alle gebruiken, rituelen en geheimen van de Dogon worden dan overgedragen op de jongere generatie. In het zuiden van het land wonen nog enkele kleinere groepen, o.a. Sénufo, Minianka, Bobo en Mossi.

Taal

De officiële taal in Mali is het Frans, dat echter slechts door zo'n 10% van de bevolking gesproken wordt. Van de verschillende lokale talen spreekt 40% van de bevolking Bambara (een Mande-taal) dat als nationale taal door de regering wordt gepropageerd. Bambara wordt vooral in het centrale deel van Zuid-Mali gesproken. Een aantal Bambara-dialecten zijn Somono, Nyamasa, Masasi, Kalongo en Dyangirte.

In West-Mali wordt het aan het Bambara verwante Malinké en Soninké gesproken. Andere belangrijke talen in Mali zijn het Sénoufo in de regio Sikasso, het Peul in de regio Mopti, het Bozo langs de Niger, het Dogon in de regio Pays Dogon (de Dogon gebruiken meer dan veertig dialecten), het Songhai in de regio Timboektoe en Gao, het Tamasheq in het oostelijke deel van de Malinese Sahara, en het Arabisch in het westelijke deel van de Malinese Sahara.

Arabisch sprekend deel van MaliPhoto: Mapeh CC 3.0 Unported no changes made

Het Ambara-alfabet is een mixture van het Franse alfabet en het"International Phonetic Alphabet", ontworpen door Paul Dassy en Daniel Jones tussen 1886 en 1900. Het Bambara heeft een relatief gemakkelijke grammatica, maar kent wel duizenden spreekwoorden en uitdrukkingen.

Enkele Bambara woorden en zinnetjes:

Godsdienst

Naar schatting bestaat 80% van de bevolking uit islamieten. De zwarte bevolking in het zuiden is merendeels animist. (ca. 18% van de bevolking). Een duidelijke scheiding tussen de verschillende geloofsovertuigingen is echter moeilijk te maken omdat er tussen de islam en het animisme een veelvoud aan mengvormen te onderscheiden is. De vermenging van de islam met de traditionele Afrikaanse religies is voor het grootste gedeelte terug te voeren op de manier waarop de islam in de Sahel is verspreid. Deze geschiedenis loopt door tot op de dag van vandaag.

Mali, grote moskee van DjennePhoto: Ralf Steiberger (CC BY 2.0) no changes made

De islam in Mali is minder streng dan in Noord-Afrika en Azië. Sluiers hoeven niet gedragen te worden door de vrouwen en het drinken van alcohol komt vrij algemeen voor. Alleen de Toeareg en de Moren houden zich vrij streng aan de traditionele islam-gebruiken. De Toeareg wijken daar echter weer vanaf door het feit dat ze monogaam zijn.

De"maraboets" zijn zeer belangrijke personen die in feite tussen het volk en Allah staan. Het zijn een soort heilige mannen die zich ook bezig houden met b.v. rituele genezingen en toekomst voorspellen. Dit zijn ook weer voorbeelden van een minder strenge islamitische geloofsleer.

Animistisch Altaar in Bozo dorp in MaliPhoto: Gilles Mairet CC 3.0 Unported no changes made

De animisten zijn vooral te vinden bij o.a. de Bambara, Malinké, Bobo, Songhai, Sénufo en Dogon. De naam voor God varieert dan ook nogal: Bambara-Maa, Songhai-Irké, Sénufo-Koulouikière en Dogon-Amma.

De christenen (rooms-katholieken en protestanten) vormen een kleine minderheid (1,2%) en zijn vooral te vinden onder de Dogon en de Bobo. Toch vindt men in de wat grotere steden en dorpen meestal wel een katholieke missie of een protestantse vertegenwoordiging. Deze missies zijn echter vooral belangrijk door hun economische en sociale activiteiten.

Sinds 1961 bestaat in Mali godsdienstvrijheid.

Samenleving

Staatsinrichting

Vergaderzaal van het parlement van MaliPhoto: Laurent Schaffer CC 3.0 Unported no changes made

Volgens de grondwet van 1974 was Mali een eenpartijstaat. Deze grondwet trad pas in 1979 in werking en werd na de val van het Traoré-regime in 1991 weer opgeschort. In dit systeem was de president zowel staatshoofd als regeringsleider. In 1992 begon de derde republiek met een nieuwe grondwet en waren er voor het eerst democratische verkiezingen. Sinds die tijd is Mali een meerpartijenstaat. Elke vijf jaar worden er verkiezingen gehouden voor het parlement. Voor de tientallen politieke partijen zijn 129 zetels beschikbaar. Dertien daarvan zijn ook nog bestemd voor Malinezen in het buitenland. Meer informatie over de actuele politieke situatie is te vinden in het hoofdstuk geschiedenis

Administratieve indeling

Districten van MaliPhoto: Publiek domein

Mali is ingedeeld in acht districten en het hoofdstedelijke district Bamako. De districten zijn Gao, Kayes, Kidal, Koulikoro, Mopti, Ségou, Sikasso en Timboektoe.

Onderwijs

Schoolklas in MaliPhoto: RudolfSimon CC 3.0 Unported no changes made

Met het onderwijs is het in Mali droevig gesteld. In 1995 was van de mannen 60,6% analfabeet en van de vrouwen 76,9%. Van de kinderen die school zouden moeten volgen gaat maar ca. 25% daadwerkelijk iedere dag naar school. Ca. 7% van de kinderen die basisonderwijs volgen gaat daarna voortgezet onderwijs volgen. In 1997/98 waren er 2511 basisscholen met 10.583 onderwijzers en ca. 860.000 leerlingen. In datzelfde schooljaar volgden ca. 188.000 voortgezet onderwijs. Hoger beroepsopleidingen zijn alleen in Bamako te volgen. In november 1996 opende de eerste universiteit van Mali haar deuren: de Lúniversité du Mali.

Economie

Algemeen

Bamako kleermakersPhoto: Ralf Stenberger CC 2.0 no changes moade

Mali behoort tot de armste landen ter wereld. Per hoofd van de bevolking is er een BNP van niet meer dan $2.200 per jaar (2017). Tegenvallende oogsten en stijgingen van de aardolieprijzen hebben de kwetsbare economie van Mali zeer zwaar getroffen. Het land had ook geen enkele reserve opgebouwd om deze klappen te kunnen opvangen.

De jaren tachtig waren erop gericht om te gaan voorzien in de eigen voedselbehoefte na een aantal hongersnood. Dit leverde weinig op maar toch blijft men proberen om dit te realiseren. Men was zelfs genoodzaakt om rijst uit Thailand te importeren.

Een groot deel van de industriële productie vindt plaats in staatsbedrijven maar deze bedrijven gaan echter gebukt onder verliezen, corruptie en inefficiëntie. De regering probeert economische hervormingen teweeg te brengen door staatsbedrijven te privatiseren, de staatsschuld te beperken en subsidies te verminderen. Ook probeert men de corruptie aan te pakken. Dit gebeurt mede onder druk van het Internationaal Monetair Fonds en andere buitenlandse geldschieters. Door al deze maatregelen is de economie van Mali van een door de staat geleide tot een gemengde economie omgevormd, hoewel de regering nog steeds nadrukkelijk probeert om de economie te sturen.

Voor de economie zijn de Malinezen in het buitenland (ca. 3 miljoen) van onschatbare waarde. Omdat van een eigen economie soms nauwelijks meer sprake is, zijn hele streken van Mali in feite afhankelijk van geldovermakingen door familieleden in het buitenland.

Landbouw, visserij, veeteelt en bosbouw

Groentetuinen MaliPhoto: Freepius in het publieke domein

De basis van de Malinese economie wordt nog steeds gevormd door de landbouw, waarin ca. 80% van de beroepsbevolking actief is (2017). De meeste akkerbouwgronden worden gebruikt om in de eigen voedselbehoefte te voorzien en het zijn vooral maïs, rijst, gierst en sorghum die daarvoor verbouwd worden. Gierst en sorghum zijn belangrijke gewassen doordat ze goed bestand zijn tegen de droogte. Belangrijke fruitsoorten zijn karités en mango's.

Voor de export worden katoen, suikerriet en grondnoten verbouwd. Katoen is op dit moment het belangrijkste exportproduct. De lage lonen in deze arbeidsintensieve tak van de landbouw zorgt voor lage prijzen, die weer interessant zijn voor de exportlanden. Mali is op dit moment na Egypte de grootste katoenexporteur van Afrika. Katoen, suikerriet en grondnoten worden ook in de lokale industrieën verwerkt. De prijs voor de aankoop van landbouwproducten wordt door de overheid vastgesteld. Deze prijzen zijn vaak veel lager dan in de buurlanden, waardoor er nogal wat smokkelpraktijken plaatsvinden.

De veehouderij is erg belangrijk voor de Malinese economie maar heeft vaak erg veel te lijden onder de periodes van aanhoudende droogte die het land regelmatig treffen. Het gebeurt regelmatig dat meer dan vijftig procent van de runderen en schapen dan het loodje legt.

De export van levend vee richt zich vooral op Ivoorkust, Liberia en Senegal.

Ook de visserij op de binnenwateren van Mali heeft te lijden onder de droge periodes. Vergeleken met een aantal jaren geleden is het waterpeil structureel gedaald, wat tot verminderde vangsten heeft geleid.

Toch is Mali nog steeds, na Marokko en Senegal, de derde visproducent van Noord- en West-Afrika. De voornaamste visgebieden zijn het binnendeltagebied van de Niger en het merengebied. Een groot deel van de vangst wordt in de vorm van gerookte en gedroogde vis op de binnen- en buitenlandse markt gebracht. Er zijn ongeveer 100.000 vissers in Mali, geconcentreerd rond de rivieren Niger en Bani. De meeste vissers behoren tot het Bozo-volk.

De bossen leveren vnl. brandhout en timmerhout voor de traditionele economie. Door langdurige droogte en onverantwoord kappen van bossen is het bosbouwbestand drastisch achteruit gegaan en heeft geleid tot vergaande erosie van de grond.

Mijnbouw en industrie

Werk aan goudmijn in MaliPhoto: Iamgold CC 3.0 Unported no changes made

De mijnbouw is economisch van weinig betekenis. Gebrek aan technische kennis en een goede infrastructuur zorgt ervoor dat de aanwezige bodemschatten (met name ijzererts) nauwelijks rendabel geëxploiteerd kunnen worden. Dat is jammer want er is al bewezen dat Mali beschikt over voorraden uranium, bauxiet, magnesium, lithium en koper. In het noorden van het land wordt zout gewonnen en verder op kleine schaal fosfaat, kalk en goud. Goud zou een belangrijke exportproduct kunnen worden nu er enkele internationale mijnbouwondernemingen zich met de exploitatie gaan bemoeien.

De agro-industrie is de belangrijkste voor Mali, met op de tweede plaats textielindustrie (katoen). Deze industrieën richten zich vooral op de verwerking van binnenlandse grondstoffen. Slechte oogsten zijn daardoor direct negatief van invloed op deze industriële activiteiten.

Energievoorziening

Energie wordt gewonnen met thermische centrales maar vooral met waterkrachtcentrales. De productie en verdeling van de elektriciteit is in handen van de onderneming Énergie du Mali. Er wordt ook nog steeds energie gehaald uit brandhout. Door de verregaande ontbossing worden andere vormen van energievoorziening steeds belangrijker.

Zo is het aantal waterkrachtcentrales is nog niet zolang geleden uitgebreid bij de Selingué-stuwdam en een in de Bafing, een zijrivier van de Senegal. De bedoeling van deze investeringen is om uiteindelijk in de eigen energiebehoefte te voorzien, maar vooralsnog is dit beperkt tot de hoofdstad Bamako en Ségou. Naast de traditionele vormen van energiewinning bestaat er de wens om zonne- energie economisch te exploiteren. Deze moderne manier van energiewinning komt door de hoge prijs van de geïmporteerde zonnepanelen echter nog niet van de grond.

Handel en ontwikkelingssamenwerking

Export MaliPhoto:R Haussmann, Cesar Hidalgo, et. al CC 3.0 no changes made

De tekorten op de handelsbalans zijn altijd zeer groot geweest, maar worden de laatste jaren wat gunstiger.

De voornaamste uitvoerproducten van Mali zijn katoen, grondnoten, vee en vis. In het jaar 2017 werd er voor $3 miljard dollar geëxporteerd naar met name Zwitserland en de Golfstaten. Geïmporteerd worden machines en apparaten, aardolieproducten, voedings- en genotmiddelen. In het jaar 2017 werd er voor $3,6 miljard geïmporteerd vanuit met name Ivoorkust, Frankrijk, Senegal en China.

Verkeer

Vliegveld van Timboektie in MaliPhoto: Upyernoz CC 2.0 Generic no changes made

Driekwart van het personen- en goederenverkeer gebeurt via de weg. Het wegennet is 20.000 kilometer lang, waarvan maar iets meer dan 2500 kilometer geasfalteerd is. De belangrijkste weg is die van de hoofdstad Bamako via Ségou en Mopte naar Gao in Oost-Mali. De verbindingen over de weg met de buurlanden zijn over het algemeen zeer slecht, soms niet meer dan karavaansporen.

De belangrijkste spoorlijn is sinds 1994 die van Dakar in Senegal naar Bamako. De spoorlijn loopt na Bamako nog enkele tientallen kilometers door naar de havenstad Koulikoro. Het noorden van Mali is nauwelijks ontsloten.

De rivieren de Senegal en de Niger zijn bij hoogwater goed bevaarbaar en met name de Niger is dan de belangrijkste verkeersader van Mali. Voor de grote Niger-stomers is het dan mogelijk van Koulikoro naar Gao te varen. Alle belangrijke steden liggen dan ook aan de Niger. In totaal is bij gunstige weersomstandigheden en voldoende regenval ongeveer 1815 kilometer bevaarbaar. De belangrijkste haven is Koulikoro.

Internationale luchthavens zijn er in Bamako-Segou en Mopti. De staatsmaatschappij Air Mali is in 1988 opgeheven en in 1992 werd Mali lid van de groep Air Afrique.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Let bij het bezoeken van Mali goed op de veiligheidsadviezen, gegeven door het ministerie van buitenlandse zaken.

Timboektoe, MaliPhoto: Mousssa NIAKATE CC 4.0 International no changes made

Een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van Mali is Timboektoe. Deze woestijnstad heeft 15 moskeeën, de ene nog indrukwekkender dan de andere en een prachtige verzameling oude geschriften in de Mama Haidara bibliotheek. Deze geschriften zijn begin 2013 uit handen van de islamisten gered door de lokale bevolking in en grotendeels met behulp van ezeltjes in vrijheid gebracht. Timboektoe is de stad van de toearegs, een reizend woestijnvolk dat haar kampen vaak vlak buiten de stad opslaat. Ze verkopen veel authentieke zwaarden en juwelen.

Dogon dorp in MaliPhoto: Robin Elaine CC 2.0 Generic no changes made

De Dogon vallei is een andere reden om Mali te bezoeken. De Dogon wonen in een gebied dat bekend staat als het plateau van Bandiagara, een steile rotswand midden in een landschap van uitgestrekte zandvlakten. Het vormt een fascinerend landschap van rotsen en zandige plateaus met een unieke architectuur (huizen, graanschuren, altaren, heiligdommen en Togu Na, of gemeenschappelijke vergaderplaatsen). Verschillende eeuwenoude sociale tradities leven voort in deze regio (maskers, feesten, rituelen en ceremonies waaronder voorouderverering). Het geologische, archeologische en etnologische belang, samen met het landschap, maken het Bandiagara plateau een van de meest indrukwekkende bezienswaardigheden van West-Afrika.

Markt voor de grote moskee van Djenné in MaliPhoto: Ferdinand Reus CC 2.0 Generic no changes made

Djenné is een plaats met alleen traditionele gebouwen in de typische stijl van de leemarchitectuur. De grote attractie hier is de grote moskee van Djenné. Het is het grootste, van leem gemaakte gebouw, ter wereld en heeft een oppervlakte van 50 x 50 meter. Deze trekpleister is in 1988 door de Unesco op de werelderfgoedlijst gezet.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

MALI LINKS

Advertenties
• Mali Vliegtickets.nl
• Hotels Mali
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld

Nuttige links

Esther's Malinese Recepten
Mali Startnederland (N+E)
Reisinformatie Mali (N)
Reizendoejezo - Mali (N)
Startpagina Mali (N)
Willgoto Mali (N)

Bronnen

Te gast in Mali

Verre Reizen

Velton, R. / Mali

Bradt

Vlugt, B. / Mali

Gottmer

Westen, G. van / Mali : mensen, politiek, economie, cultuur

Koninklijk Instituut voor de Tropen

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt september 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems