Landenweb.nl

SLOVENIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Sloveens
  Hoofdstad  Ljubljana
  Oppervlakte  20.256 km²
  Inwoners  2.081.800
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .si
  Code.  SVN
  Tel.  +386

To read about SLOVENIA in English - click here

Steden SLOVENIE

Ljubljana

Geografie en Landschap

Geografie

Slovenië (Sloveens: Slovenija; officieel: Republika Slovenija), is een republiek op de Balkan in Centraal-Europa. Tot de onafhankelijkheid in 1991 was Slovenië de noordelijkste deelrepubliek van het voormalige Joegoslavië. De totale oppervlakte van het land bedraagt 20.273 km2 en dat is 0,6 keer de grootte van Nederland. Slovenië is daarmee een van de kleinere staten van Europa.

advertentie

Slovenië Satellietfoto

Photo:Publiek domein

Slovenië grenst in het noorden aan Oostenrijk (330 kilometer), in het oosten aan Hongarije (102 km), in het westen aan Italië (232 km) en in het zuiden en zuidoosten aan Kroatië (670 km). Slovenië heeft verder een kustlijn die grenst aan de Adriatische Zee (46,6 km). Ten zuidwesten van Slovenië ligt het Kroatische schiereiland Istrië dat in het noorden aan Slovenië grenst en verder vrijwel omgeven wordt door de Adriatische Zee.

Landschap

Slovenië is over het algemeen bergachtig met toppen boven de 2500 meter in het midden en noordwesten van het land. Meer dan 90% van het land ligt boven de 300 meter en de gemiddelde hoogte bedraagt 600 meter.

In het noordwesten liggen de Kamniške Alpen en de Julische Alpen met de hoogste berg van Slovenië, de Triglav (2864 meter). Triglav betekent “drie hoofden”, genoemd naar de vorm van deze berg. Om de Triglav heen ligt het Triglavski narodni park.

Andere hoge bergen zijn:

Škrlatica 2738 meter

Mangart 2677 meter

Jalovec 2643 meter

Razor 2601 meter

Rjavina 2530 meter

advertentie

Triglav, hoogste berg van Slovenië

Photo:Andrejj Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unportedno changes made

Richting zuidoosten daalt het landschap en vinden we heuvelachtige vlaktes en brede plateaus (1000-1500 meter). Langs de noordgrens van Slovenië en ten zuiden van de Julische Alpen liggen bergketens als de Karavanken (boven 2000 meter) en de Trnovski gozd (boven 1500 meter). Ten oosten van de Karavanken liggen de dichtbeboste uitlopers van de Oostenrijkse Norische Alpen (tot 1542 m)

Het oosten van Slovenië wordt steeds vlakker en gaat over in de Pomurje en de Pannonische Vlakte, die vooral in Hongarije ligt. In het zuiden en zuidoosten is het heuvelachtig in het stroomgebied van de Sava en de Krka.

Grotten, meren en rivieren

advertentie

Grottenvan Postojna

Photo:Nadia Petkova Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het zuiden en het zuidwesten van het land, tussen de hoofdstad Jubljana en de Golf van Triëst, is beroemd vanwege de talrijke grotten of “jama’s” die zich in het daar aanwezige poreuze kalkgesteente gevormd hebben. Tot dit zogenaamde “Karst”-gebied behoren grottenstelsels die tot de imposantste van de wereld behoren, onder andere die van Postojna Jama en Škocjanske Jama. Het grottenstelsel van Postojna is ca. 20 kilometer lang. In totaal zijn er in het hele land ca. 7000 grotten bekend en de diepste gaat 1,3 kilometer de grond in.

Enkele andere bekende grotten zijn:

Pivka Jama in de omgeving van Postojna

Planinska Jama bij het dorp Planina, ten noorden van Postojna

Lokavska Jama in de omgeving van Lipica

Kostanje-viška Jama bij Kostanjevica, oostelijk van Novo Mesto

Enkele karstverschijnselen zijn:

stalagmieten: druipsteenkegels met de punt opwaarts

stalactieten: afhangende druipsteenkegels

dolina’s: trechter- of komvormige inzinkingen

poljes: vruchtbare plaatsen in het karstgebied die in de regentijd onder water lopen: soms dijen deze poljes uit tot enorme meren, o.a. Cerknica en Planina

karren: gleuven aan de oppervlakte die door uitslijting van het water zijn ontstaan.

advertentie

Meer van Bled, Slovenie

Photo:Anna & Michal Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Mooi gelegen zijn de meren Bled, Bohinj, de Triglav-meren en de Krn-meren. De totale lengte van alle beken en rivieren bedraagt ca. 26.000 kilometer. De langste rivier van het land is de Sava. Deze ontspringt in Ratece op een steenworp afstand van de Italiaanse grens, en loopt door het noorden en het midden van het land naar Kroatië toe. Andere belangrijke rivieren zijn de Soèa in het westen, de Drava of Drau in het noorden, de Mura en de Kupa. Talrijk zijn ook de zoetwaterbronnen waar er zo’n 7500 van bekend zijn. Enkele honderden staan garant voor prima mineraalwater.

De kust van Slovenië is rotsachtig en heeft geen natuurlijke zandstranden.

Klimaat en Weer

Behalve aan de Adriatische kust kent Slovenië een Midden-Europees, zwak continentaal klimaat. Een smalle strook aan de kust heeft een mediterraan klimaat met warme zomers en relatief milde winters. Mild is het ‘s winters zeker niet als de gevreesde sterke noordoostenwind, de “burja” waait.

In de rest van het land heerst een continentaal klimaat met milde tot hete zomers en, met name in de bergen, koude winters. Het aantal uren zonneschijn verschilt van 1700 uur in Ljubljana tot 2300 uur in Portorož.

advertentie

Klimaat Ljubljana, Slovenie

Photo:Hedwig in WashingtonCCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Gemiddelde jaarlijkse neerslag is 1200–1400 mm. De meeste neerslag valt in het bergachtige noordwesten (ca. 3000 mm per jaar, in de winter meestal in de vorm van sneeuw), de minste in het oosten, in de Prekmurje (800 mm per jaar). De meeste regen valt in de maanden oktober en november, maar ook in mei en juni kan er nog veel neerslag vallen. Januari en februari zijn de droogste maanden.

De temperaturen kunnen in het binnenland variëren van -20°C in de winter voor de bergachtige gebieden tot 35°C in de zomer in de oostelijk gelegen vlakten en valleien. De gemiddelde temperatuur voor heel Slovenië is 21°C in augustus

en -2°C in januari. Aan de kust is de gemiddelde juli temperatuur 24°C.

Planten en dieren

Planten

advertentie

Winterlinde , Nationale boom van Slovenie

Photo:Unknown Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Sloveense flora bestaat uit ca. 2900 boom- en plantensoorten. Zeventig soorten daarvan zijn endemisch en komen alleen in Slovenië voor, of zijn hier voor het eerst gesignaleerd. Deze soorten zijn vooral in de Julische Alpen te vinden, o.a. de Triglav-roos, de Julische papaver, de Carniolische sleutelbloem, de Carniola lelie, Clusi’s gentiaan en Zois’ klokbloem.

Ca. 50% van Slovenië is nog bedekt met bossen (1 miljoen ha). De lager gelegen bossen bestaan vooral uit loof- en naaldbossen met daartussendoor o.a. paardenstaarten, varens en kruiden. Sloveense loofbomen zijn berk, beuk, kastanje, populier en wilg. De winterlinde is de nationale boom van Slovenië.

advertentie

Anjer is de nationale blioem van Slovenie

Photo:Rick Kimpel Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

In de hoger gelegen gebieden vindt men naaldwouden met o.a. lariksen. Boven de 2000 meter ligt de boomgrens en net daaronder groeien alleen nog wat coniferen. Aan de warme Adriatische kust komen palmbomen en olijfbomen voor.

In de bergen komt vooral alpenflora voor. In de rest van het land zijn sleutelbloem, klaproos, sneeuwbal, klokbloem, viooltje en zegge veel voorkomende bloemsoorten. De nationale bloem van Slovenië is de anjer.

Dieren

Relmuis, Slovenie

Photo:Michael Hanselmann CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bekende verschijningen zijn gems, steenbok, marmot, haas, konijn, sneeuwhoen, patrijs en fazant. Niet zo vaak te zien zijn de vos, de wezel en de das. Gevaarlijke gasten zijn lynxen, wolven, wilde zwijnen en bruine beren, die steeds meer voorkomen.

De relmuis of zevenslaper is een qua uiterlijk een kruising tussen een eekhoorn en een muis. Het dier houdt een winterslaap van zeven maanden en leeft van zaden, noten, bessen en insecten. Voor de Slovenen is het een lekkernij. In Slovenië komt vooral de grotere variant Glis glis voor.

Proteus Anguinus, Slovenie

Photo:Gzen92 CCNaamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal no changes made

Bijzonder zijn de zeldzame grotegel en de blinde, witte tot bleekroze Proteus anguinus, een grotsalamander die uniek is voor Slovenië, niet voor niets het nationale dier van Slovenië is naast het Lippizanerpaard, en alleen in het Karstgebied voorkomt. Deze grotamfibie staat ook wel bekend als olm of grottenolm en de Slovenen noemen hem “moèeril”. Dit diertje is niet verwant aan andere amfibieën en kan jaren zonder voedsel. In 1990 werd er ook een zwarte variant ontdekt.

Lippizaner paarden, Slovenie

Photo:Husond Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Veel voorkomend zijn vogels als reiger, steenarend, hop, scharrelaar, korhoen, en trekvogels als wilde gans en wilde eend. De ooievaar broedt van maart tot september en komt vooral in de Pomurje voor.

In de wereldberoemde stoeterij van Lipica worden sinds 1580 de lippizaner paarden gefokt. De lippizaner was aanvankelijk een kruising tussen Andalusische paarden en een lokaal ras. Een aantal eeuwen later werd dit nieuwe ras gekruist met witte arabieren, waardoor de bekende witte schimmels ontstonden.

Triglavski narodni

Triglavski Narodni nationaal park, Slovenie

Photo:Se90 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Triglavski narodni (ca. 84.000 ha) is een nationaal park met bergen, dalen, watervallen, gletsjers, meren en beekjes en omvat bijna de gehele Julische Alpen. Naast de hoogste berg van Slovenië, de Triglav, liggen in dit gebied ook de Danjavec, de Rjavina en de Plaski Vogel.

Endemische planten- en dierensoorten hier zijn de Soca-forel, een bepaalde keversoort, de Julische papaver en de vlindersoort Erebia styx trentae.

Geschiedenis

Oudheid en Vroege Middeleeuwen

Bronze Situla uit de Halstatt-periode, Slovenie

Photo:Joanbanjo Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Menselijke bewoning was er al in de oude steentijd, maar helaas zijn er weinig overblijfselen uit deze periode gevonden. Uit het Neolithicum zijn wel heel veel overblijfselen gevonden, onder andere resten van nederzettingen van paalwoningen in de buurt van de hoofdstad Ljubljana. Ook uit de zogenoemde Centraal-Europese Hallstatt-periode (10e-4e eeuw v.Chr.) is veel bewaard gebleven.

De oudste bekende bewoners van het Sloveense grondgebied waren Kelten en Illyriers die in de 4e eeuw v.Chr. de oostelijke Alpenregio introkken. De Kelten noemden dit gebied Noricum, naar de belangrijkste stam uit die tijd. In de 2e eeuw v.Chr. werd er veel handel gedreven tussen de Romeinen en de Kelten, die ook steeds meer van de Romeinse cultuur overnamen. Uiteindelijk werd in 10 v.Chr. Noricum zonder enige strijd ingelijfd bij het Romeinse rijk en alle veroverde gebieden werden in provincies opgedeeld, een daarvan Histria (nu: Istrië).

De belangrijkste Sloveense nederzetting werd Emona, nu Ljubljana. In de 3e eeuw n.Chr. werd het Romeinse rijk bedreigd door Germaanse stammen en er werd een uitgebreid defensiesysteem gebouwd (Claustra Alpinum Juliarum). Dat hielp niet echt want in de 5e eeuw trokken de West-Goten Italië binnen, gevolgd door de Hunnen en de Oost-Goten. Deze Oost-Goten bezetten ook even Sloveens grondgebied evenals de Lombarden in het midden van de 6e eeuw.

Middeleeuwen

In 500 n.Chr. komt de grote volksverhuizing op gang en Slavische en Germaanse stammen trekken een verwoestend spoor door Europa. In de 6e eeuw vestigden uit de oostelijke Alpen afkomstige West-Slavische stammen, de voorvaderen van de huidige Slovenen, zich in dit gebied. Rond 620 ontstond het Slavische vorstendom Karantanija dat grote delen van het huidige Oostenrijk en Slovenië omvatte. In 8e eeuw werden de Slovenen bedreigd door de oprukkende Avaren en zochten steun bij het hertogdom Beieren.

Karantanija rond 990, Slovenie

Photo:Bostjan 46 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 788 werd Slovenië een Frankische provincie in het rijk van keizer Karel de Grote. Tussen 869 en 874 is het land, toen Carniola geheten, weer onafhankelijk en voert prins Kocelj het Slavische schrift en de liturgie in de volkstaal in. In de 9e eeuw werd Slovenië gekerstend door missionarissen uit het Oostenrijkse Salzburg en samen met deze geestelijken arriveerden er veel Duitse kolonisten. In de tweede helft van de 9e eeuw werd het Frankische rijk door de Hongaren bedreigd, maar de Slag bij Lechfeld in 955 werd door de Hongaren verloren. In 963 werden de voorlopers van Slovenië, Karantanija en Carniola, onderdeel van het Heilige Roomse Rijk en verdeeld in zogenaamde “marken” of grensgewesten. In de Middeleeuwen ontwikkelden deze grensgewesten zich onder leiding van feodale heersers tot vrij zelfstandige provincies, met als belangrijkste provincie Karinthië. In de 11e eeuw domineerde Karinthië alle andere gewesten maar in de eerste helft van de 12e eeuw kwam aan deze overheersing een einde. In deze tijd veroverde de Boheemse koning Ottokar Premsyl II grote delen van de grensgewesten, maar deze werden vervolgens weer opgeëist door de Habsburgse keizer van het Heilige Roomse Rijk, Rudolf I. In 1278 werd de Slag bij Dürnkrut door Rudolf gewonnen en Ottokar sneuvelde op het slagveld. Sinds 1282 maakten bijna alle Sloveense gebieden deel uit van de Habsburgse monarchie.

Zestiende tot en met negentiende eeuw

Turken en Habsburgers strijden op Sloveens grondgebied, 1689

Photo:Publiek domein

Toch bleef er in de Sloveense gebieden altijd een verlangen naar onafhankelijkheid en vrijheid bestaan. Zo probeerden in de 15e eeuw de graven van Celje dit streven te verwezenlijken, maar na een politieke moord in 1456 mislukte deze poging. Hierna zorgde het protestantisme voor nieuwe nationalistische gevoelens en in 1551 kwamen er een catechismus en een taalboek in het Sloveens uit, gevolgd door een bijbelvertaling in 1584. Door de contrareformatie werd het protestantisme echter de kop ingedrukt en verdween praktisch geheel.

De boeren kwamen van de zestiende tot en met begin 18e eeuw (1515-1713) regelmatig in opstand en eisten meer vrijheid en politieke medezeggenschap, eveneens zonder resultaat. Verder werden de Slovenen regelmatig door de Turken bedreigd maar zij kwamen niet verder dan het zuiden van het land. Begin 18e eeuw raakte de Habsburgse monarchie in oorlog met Spanje en de Hongaren. Hierdoor kregen de Habsburgers meer toegang tot de Adriatische Zee en werden Triëst en Rijeka uitgeroepen tot vrijhavens. Voor de Sloveense gebieden braken er economische goede tijden aan en ontstond er een Sloveense middenklasse met een hernieuwd Sloveens zelfbewustzijn.

De Franse Revolutie bevorderde het nationale gevoel weer sterk en in 1788 verscheen het eerste geschiedenisboek over Slovenië en de eerste nationalistische dichters lieten van zich horen. Vanaf 1805 wist de Franse keizer Napoleon Bonaparte het vrijwel gehele Sloveense grondgebied te bezetten. Hij creëerde in 1809 de Illyrische provincies door een aantal Kroatische en Sloveense regio’s met elkaar te verbinden. Na de nederlaag bij Waterloo in 1813 werden de Illyrische provincies ontruimd door de Fransen en overgenomen door de Oostenrijkers.

Kaart van Slovenie uit 1852

Photo:Publiek domein

In 1848 werd in Oostenrijk het absolute regime van Metternich aan de kant geschoven en dit was voor de Sloveense boeren het sein om in opstand te komen tegen de feodale heersers. De opstand was een groot succes en in september 1848 werd het feodale systeem bij keizerlijk manifest definitief afgeschaft. Ook de verlichting en de opkomst van het liberalisme zorgde voor de verdere ontwikkeling van het Sloveens nationaal bewustzijn. Er ontstond zelfs een politiek bewustzijn en door liberalen en nationalisten werd er een politiek programma opgesteld voor een verenigd Slovenië. Vooralsnog kreeg deze autonomiebeweging echter geen poot aan de grond bij de Oostenrijkse machthebbers, die daarbij sterk werden beïnvloed door de Duitse inwoners van het Oostenrijks-Hongaarse rijk.

In 1866 leden de Habsburgers een nederlaag tegen de Pruisen en ontstond er een zogenaamde dubbelmonarchie, het Oostenrijks-Hongaarse rijk. In de hogere Sloveense kringen staken denkbeelden rond het ‘trialisme’ de kop op. Deze nieuwe staatsvisie ontstond door de dreiging van steeds verdergaande verduitsing van de Sloveense regio. De ‘trialisten’ stelden een verbond voor met de Kroaten (Illyrische beweging) om zo een derde eenheid (ook nog samen met Bosnië-Hercegovina) in het Habsburgse rijk te creëren. De meerderheid van de Sloveense bevolking was echter niet enthousiast over dit idee.

Eerste Wereldoorlog, Interbellum en Tweede Wereldoorlog

Alexander Karadjorjevic, Slovenie

Photo:Publiek domein

In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en de Slovenen vochten met de Habsburgse (Duitse) legers mee. Na de Eerste Wereldoorlog veranderde er veel in Europa. In Slovenië werd de trialistische gedachte weer populairder en in 1917 eisten Zuid-Slavische afgevaardigden in het Weense parlement de vereniging van Slovenië, Kroatië, Vojvodina, Bosnië-Hercegovina en Dalmatië (later kwam Servië daar nog bij). Men verklaarde een onafhankelijke Zuid-Slavische staat te willen. Na de oorlog viel het Habsburgse rijk uiteen in de republieken Hongarije en Oostenrijk en ontstond inderdaad het zo vurig gewenste onafhankelijke ‘Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen’. Op 1 december 1918 werd Alexander Karadjorjevic tot koning uitgeroepen en het Koninkrijk werd nog uitgebreid met Kosovo, Macedonië en Montenegro.

Dat dit kunstmatige land decennia later volledig in elkaar zou storten was bijna onvermijdelijk. Al vanaf het begin liep het niet goed tussen de Serven en de Kroaten door fundamentele verschillen in zaken als mentaliteit, godsdienst en toekomstbeeld. Zo wilde Kroatië een federatieve staat terwijl de Serven er alleen maar op uit waren hun macht te vergroten. In 1929 werd de grondwet afgeschaft en ontstond er een koninklijke dictatuur. Koning Alexander veranderde de naam in Joegoslavië (officieel: Yugoslavia = Zuid-Slavië) en de Serven werden de dominerende bevolkingsgroep. Zowel in het ambtenarenapparaat als in het leger maakten zij de dienst uit. Tot 1941 was er maar één niet-Servische premier, de Sloveen Anton Korošec, die het echter maar een half jaar uithield. De jaren dertig waren economisch en politiek zeer onrustig en koning Alexander kwam in 1934 bij een aanslag om het leven.

Italiaanse bezetting van Slovenie

Photo:DancingPhilosopher CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Joegoslavië werd op 6 april 1941 in de Tweede Wereldoorlog betrokken. Ondanks het feit dat Joegoslavië zich had aangesloten bij Duitsland en Italië, vielen de Duitsers Joegoslavië binnen en bombardeerden Belgrado. Op 17 april gaf het Joegoslavische leger zich onvoorwaardelijk over. Hitler verdeelde Joegoslavië hierna, waarbij de Duitsers Noord-Slovenië bezetten en Italië het westen en zuidwesten van Slovenië. Kroatië werd een fascistische staat en andere delen van Joegoslavië gingen naar Albanië, Bulgarije en Hongarije, dat zich ontfermde over het Sloveense Prekmurje.

Kroatië ging zich ondertussen te buiten aan ongekende wreedheden tegen Servische minderheden, waardoor de haat tussen beide volken aanwakkerde. Onder de Serviërs ontstonden twee grote verzetsbewegingen, de cetniks en de partizanen. De cetniks wilden het oude koninkrijk terug, uiteraard gedomineerde door de Serven. De communistische partizanen onder leiding van de Kroaat Josip Broz (Tito) zagen meer in een federatief Joegoslavië en wisten daartoe een grote multi-etnische verzetsbeweging te organiseren, het Nationaal Bevrijdingsfront. Ook de Slovenen namen deel aan dit Bevrijdingsfront, dat niet alleen vocht tegen de Italianen en de Duitsers maar ook tegen de anti-communistische cetniks. Het Bevrijdingsfront kwam als overwinnaar uit de bus en bevrijdde in oktober 1944 samen met de Russen Belgrado. Op 8 mei 1945 gaven de Duitsers zich over en had Joegeoslavië ca. één miljoen doden te betreuren.

Ook na de oorlog voltrok zich nog een groot menselijk drama. Tienduizenden vluchtelingen, cetniks, ustaša’s en andere anticommunisten probeerden zich bij de geallieerden te voegen, die ze echter uitleverden aan de partizanen. De partizanen van Tito vermoordden vervolgens tienduizenden anticommunisten en ook in Vojvodina vond een enorme slachtpartij onder de Hongaren plaats.

Periode Tito

Tito, Slovenie

Photo:Stevan Kragujevic Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Serbia no changes made

Tito was dus de machtige man in het naoorlogse Joegoslavië en hij streefde naar een federatief Joegoslavië onder leiding van de communistische partij. In november 1945 was het zover en werd de Federale Volksrepubliek Joegoslavië uitgeroepen, die bestond uit de deelrepublieken Bosnië-Hercegovina, Kroatië, Macedonië, Montenegro, Servië en Slovenië. Servië bezat ook nog de autonome gebieden Vojvodina en Kosovo.

Joegoslavië was op dat moment een staat met een centraal gezag in Belgrado en deelrepublieken die alleen op papier wat te zeggen hadden. Pogingen van de Sovjet-leider Stalin om Joegoslavië volledig onder de Sovjet-invloedssfeer te brengen stuitten op veel verzet van Tito en de zijnen en in 1948 volgde er een breuk tussen Joegoslavië en de Sovjet-Unie. Tito was ook degene die met o.a. Nehru van India en Nasser van Egypte de Beweging van Niet-Gebonden landen oprichtte.

In de jaren zestig ontwikkelde zich toch langzaam een federale staatsstructuur met meer vrijheden voor het bedrijfsleven. Ondanks dat, steeg de werkloosheid fors en veel Joegoslaven trokken als gastarbeiders naar West-Europa. In de tweede helft van de jaren zestig besloot de partij tot vergaande politieke decentralisatie waardoor de macht grotendeels bij de communistische partijafdelingen van de republieken kwam te liggen. Dit was een poging van Tito om de etnische tegenstellingen en het daaraan verbonden nationalisme in toom te houden. Toch ontstonden er steeds meer wrijvingen tussen de verschillende republieken en bevolkingsgroepen. Zo werd de roep om afscheiding en onafhankelijkheid begin jaren zeventig in Kroatië steeds sterker. Tito reageerde hier hardhandig op met zuiveringen onder de intellectuelen.

In 1980 overleed Tito en hij liet een land achter met een gierende inflatie, een grote staatsschuld, massawerkloosheid en een groot deel van de bevolking leefde in armoede. En verder was de uit meer dan 15 etnische groepen bestaande instabiele samenleving nog steeds een kruidvat waarvan alleen het lont nog maar aangestoken hoefde te worden.

In 1981 braken er studentenrellen uit in Priština, de hoofdstad van Kosovo. Veiligheidstroepen herstelden de orde ten koste van een onbekend aantal doden, maar dit was het begin van veel ellende die zou volgen. De Serven profiteerden van deze gebeurtenis en in 1986 werd een memorandum gepubliceerd door een aantal Servische kunstenaars en geleerden. Dit memorandum hield in dat er gewaarschuwd werd voor alle ‘vijanden’ die Servië bedreigden en dat het de hoogste tijd was voor een Groot-Servië om dat onheil af te wenden.

Periode Miloševic

Slobodan Miloševic, Slovenie

Photo:Stevan Kragujevic Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In mei 1986 werd de Montenegrijn Slobodan Miloševic voorzitter van het Servisch National Comité, dat natuurlijk volledig achter de ideeën van het memorandum stond. In 1987 werd president Stambolic opzij gezet door Miloševic die daarmee alle macht naar zich toetrok. In oktober 1988 werd aan de autonomie van Vojvodina en Kosovo een einde gemaakt door Miloševic. De opstand die volgde in Kosovo werd hardhandig onderdrukt door de Serven, en de Albanese bevolking werd in feite alle rechten ontnomen.

Hierna sloeg Miloševic door en probeerde de Servische invloed in alle republieken uit te breiden. Deze houding zou het totale uiteenvallen van Joegoslavië echter alleen maar bespoedigen. In Slovenië was ondertussen de communistische partij onder leiding vanMilan Kucansteeds liberaler geworden en intellectuelen pleitten al enige tijd voor volledige democratie, markteconomie en onafhankelijkheid.

Slovenië onafhankelijk

In december 1989 werden er voor het eerst in de Sloveense geschiedenis vrije verkiezingen gehouden die werden gewonnen door de Democratische Unie van Slovenië (DEMOS), een coalitie van zes burgerlijke partijen. Tijdens het 14e Buitengewone Partijcongres in januari 1990 kwam het tot een breuk in de overkoepelende Joegoslavische communistische partij. De Sloveense communistische partij stelde allerlei vergaande eisen (o.a. meerpartijenstelsel, persvrijheid) die uiteraard niet gehonoreerd werden. In februari 1990 scheidden de Sloveense communisten zich af van de Joegoslavische Bond van Communisten, en gingen verder als ‘Partij van de Democratische Vernieuwing’.

Milan Kucan, SloveniePhoto:MORS Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Op 22 april 1990 werd de leider van de Sloveense Communistische Partij, Milan Kucan, als president gekozen. Hij verklaarde de republiek in juli 1990 soeverein. Op 23 december 1990 werd er een referendum gehouden waarin ruim 88% van de bevolking zich uitsprak vóór de onafhankelijkheid. Een half jaar later, op 25 juni 1991, werd de onafhankelijkheidsverklaring uitgeroepen. In een poging om het proces te stoppen rukten federatieve Joegoslavische troepen en tanks op. Er werd zelfs wat gevochten en Ljubljana werd op 2 juli 1991 gebombardeerd. De Joegoslavische troepen waren echter dermate ongemotiveerd dat ze zich terugtrokken waardoor Slovenië zich bevrijdde met niet meer dan enkele tientallen gesneuvelden. Op 23 december van datzelfde jaar werd Slovenië door Duitsland als onafhankelijke staat erkend en werd de nieuwe Sloveense grondwet aangenomen door het parlement. Op 15 januari 1992 volgden de andere landen van de Europese Unie. In datzelfde jaar werd Slovenië lid van de Verenigde Naties en in 1993 van de Raad van Europa.

In februari 1992 viel de DEMOS uit elkaar en een deel van de coalitiepartijen trok zijn steun aan de regering van de christen-democratische premier Lozje Peterle in. Nadat het parlement een motie van wantrouwen had aangenomen, trad Peterle in april 1992 af en werd opgevolgd door de liberaal Janez Drnovsek die een centrum-linkse regering vormde. Met het buurland Kroatië bestonden in die periode conflicten over onder andere het verloop van de grens en de geringe opvang van Joegoslavische vluchtelingen door Slovenië. In december 1992 werd president Kucanvoor een tweede termijn herkozen als president. Het belangrijkste doel van de nieuwe regering was dat halverwege 1994 het grootste deel van de economie zou zijn geprivatiseerd.

Janez Drnovšek, Slovenie

Photo:World Economic Forum CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De hoogste prioriteit van de regering in 1993 was het uitvoeren van de zogenaamde eigendom-transformatiewet. Doel ervan was dat medio 1994 het grootste deel van de economie zou zijn geprivatiseerd. Tussen minister van Defensie Janša en presidentKucanontstond begin 1994 een machtsstrijd, die leidde tot het ontslag van Janša. Als gevolg hiervan trok zijn partij, de Sociaal-Democratische Partij van Slovenië, zich uit de coalitieregering terug. Om een regeringscrisis te voorkomen bewerkstelligde premier Drnovšek, tevens leider van de grootste coalitiepartij, de Liberaal-Democratische Partij, een fusie met drie kleinere partijen, waarna in maart 1994 de Liberale Democratie van Slovenië (LSD) ontstond. De nieuwe partij was echter wel aangewezen op samenwerking met de Christen-Democratische Partij.

De betrekkingen met Italië verslechterden als gevolg van het in 1975 gesloten Osim-verdrag, waarin de grenzen van het toenmalige Joegoslavië en Italië waren vastgelegd. Italië eiste echter, bijna twintig jaar later, een compensatie voor de confiscatie van Italiaanse eigendommen na de Tweede Wereldoorlog. In 1995 liet Italië zijn veto vallen dat de Sloveense toenadering tot de EU in de weg stond. Eind november kondigde Slovenië aan diplomatieke betrekkingen aan te knopen met de Federale Republiek Joegoslavië, waarmee sinds de desintegratie van Joegoslavië geen formele contacten waren onderhouden.

In januari 1996 kwam het tot een breuk in de coalitieregering toen vier sociaal-democratische ministers ontslag namen, waarop presidentKucanvervroegde verkiezingen aankondigde. De centrum-linkse Liberaal-Democraten (LDS) werden bij die verkiezingen in november de grootste partij. Haar leider, premier Drnovšek, kreeg de opdracht weer een regering te vormen.

In februari 1997 vormde hij een regering van LDS, SLS en DPG. Eind december 1997 werd president MilanKucanmet 55% van de stemmen herkozen.

De buitenlandse politiek van de regering-Drnovšek was vooral gericht op toetreding tot de NAVO en de Europese Unie. Op 10 juni 1996 ondertekende Slovenië een Europa-Akkoord met de EU en diende het een aanvraag tot het EU-lidmaatschap in. Tijdens de Europese Raad in Luxemburg in december 1997 werd Slovenië uitgenodigd voor de toetredingsonderhandelingen die in maart 1998 van start gingen.

Slovenië behoorde echter niet tot de eerste groep van landen uit de voormalige communistische wereld die tot de NAVO zouden worden toegelaten, dat waren in maart 1999 Polen, Hongarije en Tsjechië. Slovenië was in 1999 de enige van de voormalige Joegoslavische republieken die de NAVO-luchtaanvallen in de Kosovo-oorlog openlijk steunde. De regering stelde het Sloveense luchtruim open voor de vluchten van de NAVO-vliegtuigen.

21e eeuw

Op 8 april 2000 viel de regering-Drnovšek na een motie van wantrouwen. Een interim-kabinet onder leiding van Andrej Bajuk overbrugde de periode naar de parlementsverkiezingen van 15 oktober 2000. Daarbij won de liberale partij van ex-premier Janez Drnovšek (34 zetels). Bajuks partij, Nieuw Slovenië, in augustus 2000 opgericht, behaalde maar 8 zetels. Drnovšek werd op 16 november opnieuw gekozen als premier. Eind november kon hij zijn vierde regering presenteren, een sociaal-democratische coalitie samengesteld uit LDS, USLD, SLS en SKD Sloveense Volkspartij en de gepensioneerdenpartij DeSus. De coalitie behaalde een ruime meerderheid in de Assemblée: 58 van de 90 zetels.

Begin december 2002 werd premier Drnovšek de nieuwe president van Slovenië. De leider van de linkse regering versloeg de rechtse procureur-generaal Brezigar bij de presidentsverkiezingen. Drnovšek behaalde 56% van de stemmen en volgde een sterk pro westerse koers.

Janez Janša, Slovenie

Photo:European people's party Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Op 1 mei 2004 trad Slovenië toe tot de Europese Unie. In oktober 2004 werden er in Slovenië parlementaire verkiezingen gehouden. Hierbij werd de Liberaal Democratische Partij (LDS, centrumlinks) van voormalig premier Anton Rop voor het eerst sinds de onafhankelijkheid niet de grootste partij doch moest deze plaats met een verschil van 6 zetels afstaan aan de Sloveense Democratische Partij (SDS) van Janez Janša, die bijna twee keer zoveel zetels kreeg als in 2000, namelijk 29.

De nationalistisch getinte Sloveense Nationale Partij (SNS) van Zmago Jelincic, die haar zetelaantal met 50% zag stijgen, van 4 naar 6 zetels, was de tweede winnaar. De SDS van Janša had samen met de Nieuw Slovenië Christelijke Volkspartij (NSi) en de Sloveense Volkspartij (SLS) (tot april 2004 lid van de vorige regering) 45 zetels, wat één zetel te weinig was voor een centrumrechts meerderheidskabinet. Om toch tot een"comfortabele meerderheid" te komen, is er een coalitie gevormd tussen deze partijen en de Democratische Partij van Gepensioneerden van Slovenië (DeSUS), tot dan toe lid van de vorige regering. Het kabinet Janša kan derhalve op 49 van de 90 zetels in de Nationale Assemblee rekenen. De oppositie bestaat uit de LDS (23 zetels) van voormalig premier Rop, de Verenigde Lijst van Sociaal-Democraten (ZLSD, 10 zetels) van oud-parlementsvoorzitter Pahor en de SNS (6 zetels). Op 3 december 2004 keurde het Nationale Assemblee de coalitie goed.

De regering Janša continueert op hoofdlijnen het EU- en NAVO-beleid, waarover ook tijdens de vorige regeringen brede consensus in de Nationale Assemblee bestond. Premier Janša heeft ook de prioriteit bevestigd voor de invoering van de Euro in 2007.

Op 1 januari 2007 werd de euro zonder problemen ingevoerd. Een euro is 239,64 tolar waard, de munteenheid die werd ingevoerd nadat het land zich in 1991 afscheidde van Joegoslavië. In november 2007 wordt Danilo Türk, een onafhankelijke kandidaat maar gesteund door de sociaal democraten, gekozen tot president.

Borut Pahor, Slovenie

Photo:Tamino Petelinšek/STA Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Bij de parlementsverkiezingen van september 2008 winnen de sociaaldemocraten nipt en in november 2008 wordt Borut Pahor de premier van een centrum links coalitiekabinet. In april 2009 wordt Kroatië officieel lid van de NAVO, na verzet van Slovenië. In juni 2009 schorst de EU de onderhandelingen met Kroatië op vanwege het gebrek aan vooruitgang in de ruzie met Slovenië over waar de (zee)grens precies ligt. In november 2009 sluiten de parlementen van Slovenië en Kroatië een akkoord om internationale arbitrage toe te staan. Slovenië heft de blokkade op die het had opgeworpen tegen toetreding van Kroatië tot de EU. In juni 2010 wordt één en ander bekrachtigd door een referendum in Slovenië. In september 2011 wordt de coalitie van Pahor weggestemd. In december 2011 wint de nieuwe partij Positief Slovenië veel zetels, maar haar leider wordt geen premier. In februari 2012 wordt een centrumrechts kabinet gevormd onder leiding van Janez Jansa. Bij de presidentsverkiezingen van december 2012 wint de centrumlinkse ex-premier Borut Pahor. In maart 2013 struikelt de coalitie over bezuinigingen. De liberale oppositieleider Alenka Bratusek wordt premier. In april en mei geeft de EU aan dat Slovenië maatregelen moet nemen tegen haar bankensector. Eind mei 2013 komt Slovenië met een pakket maatregelen. In november 2013 overleeft de coalitie een stemming over de begroting van 2014 en een plan om de banken te redden. In mei 2014 treedt premier Alenka Bratusek af en maakt op die manier de weg vrij voor verkiezingen. De nieuwe centrumlinkse Partij van Miro Cerar (SMC) heeft de parlementsverkiezingen in Slovenië in juli 2014 gewonnen en hij wordt de nieuwe premier. In december 2015 wordt door middel van een referendum het homohuwelijk afgestemd. In maart 2016 zegt Slovenië dat het de meeste migranten die via de Balkanroute naar Noord-Europa willen reizen niet door zal laten. Het internationaal hof van arbitrage geeft Slovenië gelijk in het maritieme geschil met Kroatië. Er komt een directe toegang tot de internationale wateren via een corridor door Kroatisch water. In september 2018 wordt Marjan Sarec leider van een centrumlinkse coalitie. In 2020 wisselt de macht en komt Jansa terug met een centrumrechts kabinet.

Bevolking

Slovenië telde in 2017 1.972.126 inwoners en de bevolkingsdichtheid bedroeg ca. 97 inwoners per km2. Ca. 83% van de bevolking bestaat uit Slovenen. In het westen, met name in de kustplaatsen woont een Italiaanse minderheid (ca. 3000 personen), terwijl in het uiterste noordoosten, tegen de grens met Hongarije aan, in Prekmurje, een Hongaarse minderheid woont (ca. 9000 personen). Deze minderheden zijn de enige erkende en wettelijk beschermde minderheden en hebben een afgevaardigde in de Nationale Assemblee.Andere bevolkingsgroepen zijn Kroaten (1,8%), Serven (2%), Bosniërs (1,1%) en Macedoniërs. Deze groepen werken soms al tientallen jaren in Slovenië als arbeidsimmigrant of zijn recente vluchtelingen uit andere delen van voormalig Joegoslavië. Deze arbeidsimmigranten kregen na de onafhankelijkheid in 1991 de keuze om wel of geen Sloveens staatsburger te worden. Afstammelingen van Duitse immigranten wonen vooral in Kocevje in het zuiden van Slovenië.

Sloveense Basketbalfans

Photo:Gremi35 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Sloveense minderheden wonen in Italië (ca. 50.000), Hongarije (ca. 5000) en Oostenrijk (ca. 15.000) en in de rest van de wereld wonen ca. 400.000 afstammelingen van Sloveense immigranten. Een grote meerderheid van de ze immigranten woont in de Verenigde Staten en Canada. Cleveland in de Verenigde Staten is de grootste “Sloveense” stad buiten Slovenië. In Nederland wonen nakomelingen van Sloveense mijnwerkers nog steeds in Limburg.

Ca. 55% van de totale bevolking woont in steden.

De grootste steden van Slovenië zijn:Ljubljana met 286.900 inwoners en Maribor met 110.000 inwoners

Sinds het midden van de jaren negentig liep het bevolkingsaantal terug door het afnemende geboortecijfer. Sinds 1998 stabiliseerde de situatie maar in 2017 was er weer een natuurlijke bevolkingskrimp van -0,31%. Verder zal de bevolking verder vergrijzen; het aantal mensen ouder dan 65 jaar zal waarschijnlijk toenemen van 15% in 1999 tot 26% in 2025. Momenteel (2018) staat de teller op bijna 20%

Enkele cijfers:

Natuurlijke bevolkingsgroei -0,31 % (2017).

Geboorten (per 1000 inwoners) 8.2 (2017).

Sterfte (per 1000 inwoners) 11.6(2017).

Levensverwachting totale bevolking 78,3 - vrouwen 82,2 - mannen 74,8 jaar (2017).

De bevolkingspiramide van Slovenië lijkt meer op die van West-Europese landen dan op die van andere zuidelijke Balkanstaten. Dit betekent dat de vergrijzing toeneemt, wat blijkt uit onderstaande vergelijking.

Bevolking naar leeftijd in 2017:

0-14 jaar 13,3%

15-64 jaar 67,2%

65+ 19,5%

Taal

De officiële taal in Slovenië is het Sloveens of “Slovenšèina”. Het Sloveens is een Zuid-Slavische taal en verwant aan het Servisch en het Kroatisch. Ondanks dat het Sloveens een eenheidstaal is, bestaan er ook nog zo’n vijftig dialecten en subdialecten. De meest pure vorm van het Sloveens wordt gesproken in noordwest Dolenjska.

Freising Manuscript,oudste bekende document in het Sloveens

Photo:Publiek domein

Het Sloveens wordt in het Romeinse alfabet geschreven en telt 25 letters. De q, w, x en y kent men niet, maar men maakt gebruik van diacritische tekens als è, š, en ž. De grammatica van het Sloveens is niet gemakkelijk met o.a. zes naamvallen voor zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, vier werkwoordstijden en drie meervoudsvormen, het enkelvoud, dubbelvoud en meervoud.

Veel Slovenen in het oosten spreken Duits en aan de kust spreekt men vaak nog Italiaans. De jeugd kan zich steeds meer behelpen met het op school geleerde Engels.

De talen van de Hongaarse en Italiaanse minderheidsgroepen zijn gelijkgesteld met het Sloveens.

Enkele Sloveense woorden en uitdrukkingen:

Een- ena

Twee – dve

Drie – tri

Tien – deset

Honderd – sto

Ja – da

Nee – ne

Alstublieft – prosim

Dank u wel – hvala

Maandag – ponedeljek

Zaterdag – sobota

Zondag – nedelja

Brood – kruh

Vlees – meso

Vis – riba

Aankomst – prihodi

Vertrek - odhod

Godsdienst

De Slovenen zijn voor het grootste deel rooms-katholiek en ca. 70% van de bevolking hangt de leer van Rome aan. De aartsbisschop zetelt in de hoofdstad Ljubljana en verder zijn er de bisdommen Maribor en Koper.

Andere christelijke bevolkingsgroepen zijn Sevisch-orthodoxen, oud-katholieken en Lutheranen. De lutherse kerk heeft zijn hoofdvestiging in Murska Sobota in Prekmurje. Het protestantisme dat in de zestiende en zeventiende eeuw veel bijdroeg aan de nationale bewustwording, verdween tijdens de contrareformatie vrijwel in zijn geheel.

Verder zijn er nog enkele kleine groepen joden en moslims.

St Vitus kerk in Preserje, Slovenie

Photo:Doremo Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Per 2001 was de verdeling naar religie als volgt (in % van de totale bevolking):

Rooms-Katholiek (70,8%)

Luthers (1%)

Moslims (1%)

Atheïstisch (4,3%)

Overigen (22,9%)

Samenleving

Staatsinrichting

Parlementsgebouw Slovenie

Photo:Philippe Hässig Creative Commons Attribution-ShareAlike 2.0 no changes made

Van 1943 tot juni 1991 vormde Slovenië de noordelijkste deelstaat van de voormalige Socialistische Republiek Joegoslavië. Na de dood van Tito in 1980 probeerden de Serven de macht in Joegoslavië naar zich toe te trekken. Dit was voor Slovenië in 1989 om het recht op afscheiding te eisen. In juni 1991 riep men eenzijdig de onafhankelijke Republiek Slovenië uit. De Joegoslaven probeerden met geweld om Slovenië binnen de Joegoslavische Republiek te houden, maar na een strijd van maar tien dagen trokken de Joegoslaven zich terug uit Slovenië en was de onafhankelijkheid een feit.

In de gewijzigde grondwet van 1991, die in december 1992 van kracht werd, zijn de onafhankelijkheid en de soevereiniteit van Slovenië vastgelegd en tevens de scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. De wetgevende macht liggen in Slovenië bij de Nationale Assemblée (Državni Zbor; 90 zetels) en bij de Staatsraad (Državni Svet; 40 afgevaardigden van belangengroepen: 22 lokale belangenvertegenwoordigers, 12 leden namens de werknemers en werkgevers en zes leden met niet-economische belangen). De Staatsraad heeft een beperktere functie dan het parlement en kan slecht heroverweging van wetgeving verzoeken. In het Sloveense parlement zitten ook twee vertegenwoordigers van de Italiaanse en Hongaarse minderheden Parlementsverkiezingen worden om de vier jaar gehouden, presidentsverkiezingen om de vijf jaar. De president kan gekozen worden voor ten hoogste twee vijfjaarlijkse termijnen.

De president is het staatshoofd maar het parlement beschikt over de controle op het leger. De president is wel de opperbevelhebber van het leger, maar heeft verder een voornamelijk ceremoniële functie.

Aan het hoofd van de regering staat een premier, die wordt voorgedragen door de president, maar daarvoor instemming nodig heeft van de Nationale Assemblée. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

administratieve indeling Slovenie

Photo:TUBS CCNaamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes made

Slovenië is verdeeld in 148 gemeenten met beperkt zelfbestuur. Veel wordt door de centrale overheid beslist en financieel is men vrijwel volledig afhankelijk van de centrale overheid.

Slovenië is verder verdeeld in 12 regio’s:

Regio hoofdstad

Gorensjka Kranj

Goriska Nova Gorica

Obala in Kras Koper

Notranjska Postojna

Osrednja Ljubljana

Dolensjak Novo Mesto

Posavje Krsko

Zasavje Trbovlje

Koroska Slevenj Gradec

Savinjska Celje

Podracje Maribor

Pomurje Murska Sobota

Onderwijs

Universiteit van Ljubljana, Slovenie

Photo:Jay Galvin Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De Sloveense bevolking is over het algemeen hoog opgeleid en minder dan 1% is analfabeet. Primair onderwijs (osnovna šola) is verplicht en gratis tot 15-jarige leeftijd. Secundair onderwijs (srednja šola) duurt gemiddeld vier jaar. Sommige scholen leiden op voor een beroep, bijvoorbeeld ziekenverzorger; andere scholen zoals de “gimnazije” leiden leerlingen op voor de universiteit. Degene die een driejarige beroepsopleiding volgen, doen dat aan een technische school (poklicna šola). Etnische Italianen en Hongaren kunnen kiezen of ze in hun eigen taal les willen krijgen

Slovenië heeft twee universiteiten, de Universiteit van Ljubljana en de kleinere universiteit in Maribor. In totaal studeren hier ca. 50.000 studenten. Vaak is een toelatingsexamen nodig om toegelaten te worden. De meeste studenten volgen de economische faculteit van Ljubljana en de technische faculteit van Maribor. De universitaire opleidingen duren minimaal vier jaar en kunnen gevolgd worden door een doctoraal jaar dat afgesloten wordt met het schrijven van een proefschrift. Medische opleidingen duren ca. zeven jaar.

Gezondheidszorg

Academich Ziekenhuis in ljubljana, Slovenie

Photo:Pritlicjelevo Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Slovenië kent een goed ontwikkelde gezondheidszorg. In 1999 had Slovenië 26 ziekenhuizen die bijna allemaal in de publieke sector actief waren. Hiervan waren vijftien algemene ziekenhuizen. Er waren in totaal bijna 11.000 ziekenhuisbedden.

Verder zijn er ca. 600 poliklinieken en consultatiebureaus die algemene ambulante diensten verlenen. Ook zijn er nog ca. 700 gespecialiseerde poliklinieken.

In 1999 telde Slovenië bijna 4500 doktoren, waarvan er ca. 1100 in algemene ziekenhuizen werken en ca. 1250 in gezondheidscentra. Ongeveer 500 doktoren werkten toen in privé-klinieken of consultatiebureaus en de rest werkte in openbare gezondheidsinstituten, kuuroorden en andere gespecialiseerde instellingen.

Ook de tandheelkunde staat op een hoog niveau. Zelfs veel Oostenijkers maken gebruik van de tandheelkundige zorg in Slovenië. Het aantal tandartsen bedroeg in 1999 1200.

Economie

Algemeen

Export Slovenie

Photo:Alexander Simoes, Cesar Hidalgo, et. al CC-Share Alike 3.0 Unportedno changes made

Slovenië heeft een relatief modern ontwikkelde industrie, een goed functionerende agrarische sector en rijke bodemschatten. De burgeroorlog in Joegoslavië (1991–1992), gepaard met een tijdelijke boycot door het buitenland, bracht veel schade toe aan het land, maar in vergelijking met de overige republieken kon Slovenië eerder aan de opbouw ervan beginnen. Slovenië heeft zich gekwalificeerd voor het lidmaatschap van de EU en bevond zich in de eerste groep van Midden- en Oost-Europese landen waarmee de EU toetredingshandelingen is begonnen. Het land voldoet aan alle criteria die gesteld zijn in het Verdrag van Maastricht. In 2004 trad Slovenië toe tot de EU en in 2007 ging Slovenië over op de Euro.

In 2017 groeide de economie met 5% bij een inflatie van 1,4%. De werkloosheid daalde naarl rond de 6,6%. Het bnp bedroeg in 2017 $34.500 per hoofd van de bevolking, ruim meer als in de andere voormalige deelrepublieken van Joegoslavië of in landen als Hongarije en Tsjechië. De betalingsbalans is in 2013 licht positief.

De Sloveense economie krijgt steeds meer het karakter van een diensteneconomie, en deze sector is nu al verantwoordelijk is voor meer dan 65,9% (2017) van het bruto binnenlands product en dit percentage zal nog toenemen. Belangrijke onderdelen van deze sector zijn vooral de toeristenindustrie en verder transport, telecommunicatie en financiële dienstverlening.

Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij

De landbouw wordt steeds minder belangrijk voor de Sloveense economie. In 2017 droeg deze sector nog maar voor 1,8% bij aan het bruto nationaal product en was nog maar ca. 5,5% van de beroepsbevolking werkzaam in deze sector. Slovenië is hierdoor een netto importeur van voedingsmiddelen geworden. De boerenbedrijven zijn over het algemeen familiebedrijven van gemiddeld nog geen 5 ha groot die zich vaak wel aangesloten hebben bij een of andere coöperatie.

Door het klimaat en de bodemgesteldheid bestaat de landbouwgrond vooral uit grasland. Ongeveer 250.000 ha is geschikt voor akkerbouw en tuinbouw en de belangrijkste producten zijn fruit, tarwe, maïs en aardappelen. Ongeveer 21.000 ha wordt gebruikt voor wijnbouw.

Wijngaard Slovenie

Photo:IgorMar in het publieke domein

De belangrijkste agrarische activiteit is de veeteelt (55% van de landbouwactiviteiten), en dan gaat het om de productie van vlees, melk en eieren. Dit gebeurt vooral op kleinschalige boerderijen met gemiddeld maar vijf beesten. De sterk geïndustrialiseerde productie van kippenvlees is de laatste jaren sterk teruggelopen.

Hoewel ca. 45% van het land bedekt is met bossen, vindt er nauwelijks exploitatie plaats. De houtproductie is de laatste jaren flink gedaald en bedraagt nog maar ca. 2 miljoen m3 per jaar. De houtproductie bestaat voor 60% uit naaldhout.

De houtverwerkende- en meubelindustrie zijn nog steeds belangrijk voor Slovenië. Deze industrietak omvat ca. 70 bedrijven met in totaal 20.000 werknemers waarvan de helft werkzaam is in de meubelindustrie.

De visserij kwijnt langzaam weg. Er zijn nog maar enkel schepen geschikt voor de zeevisserij.

Mijnbouw en energievoorziening

De mijnbouw speelt maar een marginale rol. Er zijn beperkte voorraden ijzer, lood, zink en kopererts, bruinkool, kwikzilver, ligniet en aardolie. Bruinkool was lang het belangrijkste product, maar de moeilijke productieomstandigheden en de vrij slechte kwaliteit hebben de productie steeds verder verminderd. Bijna alle bruinkoolmijnen zijn op dit moment gesloten want ze waren zwaar verliesgevend. De productie van steen, zand en gravel lijkt, economisch gezien, de meeste kans te hebben.

Energiebronnen gebruikt door Slovenie

Photo:Matclime Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De belangrijkste energieleverancier is de kerncentrale van Krško, die ondanks het voornemen daar toe nog niet is stilgelegd. De overige energie wordt geleverd door warmtekrachtcentrales op kolen, aardgas en olie. Toch is Slovenië in grote mate afhankelijk van geïmporteerde energie, voornamelijk olie en gas.

Industrie algemeen

Electriciteitscentrale Ljubljana, Slovenie

Photo:Simon Cerne at Slovenian Wikipedia CC BY-SA 3.0 no changes made

Van alle Centraal-Europese landen is Slovenië technologisch gezien het verst gevorderd. De industrie draagt voor 32,2% bij aan het bnp en 31,2% van de beroepsbevolking is werkzaam in deze sector (2017). De meeste industrie is gevestigd in grote steden als Jubljana, Maribor, Koper, Celje en Kranj. Van de meer dan 50.000 geregistreerde bedrijven heeft bijna 60% minder dan 50 werknemers; maar 2% heeft meer dan 250 werknemers.

Op beperkte schaal wordt machinebouw gepleegd, evenals metaalproductie en -bewerking. Er zijn verder textielfabrieken en fabrieken voor elektronische en huishoudelijke apparaten. Ook is er chemische industrie en houtverwerking. Hoogwaardige en technisch geavanceerde producten zijn bijvoorbeeld precisie-instrumenten, elektrotechnische producten en huishoudelijke apparatuur.

De hoogste rendementen worden op dit moment behaald in de productie van chemicaliën, voedsel en dranken, machines en rubber en plastic. Industrieën op het gebied van micro-elektronica, optische elektronica en biotechnologie zijn in opkomst.

In de stad Novo Mesto staat een grote autofabriek, de Revoz-fabriek, waar Renault-modellen voor de Europese markt worden gemaakt.

Bouwindustrie, chemie en kunststoffen

Huizenbouw Slovenie

Photo:Tiia Monto Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Sloveense bouwsector biedt werk aan meer dan 50.000 personen en draagt ongeveer 6% bij aan het bnp. De bouwsector heeft sinds het begin van deze eeuw bijzonder geprofiteerd van het wegenbouwprogramma dat door de overheid in gang werd gezet.

Buitenlandse investeringen in de Sloveense bouwindustrie nemen jaarlijks toe.

De Sloveense chemische industrie is een groeisector (met name pesticiden en agro-chemicaliën). De import en de export groeiden beide met ca. 20%. De industrie richt zich met name op de fijnchemie en farmaceutische producten. Deze sector zorgt voor 5,5% van de totale werkgelegenheid en is goed voor 9,5% van het bnp.

Handel, bank- en verzekeringswezen

De handelspolitiek van Slovenië legt het accent op de ontwikkeling van de handel met de landen van de Europese Unie, en compenseert hierdoor het wegvallen van de belangrijke markten in het voormalige Joegoslavië. Zodra de politieke en economische problemen in deze landen opgelost worden, is de verwachting dat de handel met die landen weer zal aantrekken. De belangrijkste handelspartner is nu Duitsland geworden.

De belangrijkste uitvoercategorieën van de Sloveense industrie zijn: auto’s, elektrische apparaten, meubels, papier, medicijnen, metaalproducten en kleding.

De belangrijkste invoerproducten zijn olie en olieproducten, elektrische machines, gereedschappen, apparatuur, industriële machines, ijzer, staal en metaalproducten.

Bijna 50% van de Sloveense invoer wordt geleverd door de EU-landen Duitsland, Italië, Oostenrijk en Frankrijk. De totale waarde van de invoer bedroeg in 2017 $ 30 miljard. De belangrijkste exportpartners zijn Duitsland, Italië, Oostenrijk, Kroatië, Frankrijk en Rusland. De totale waarde van de uitvoer bedroeg in 2017 $ 32 miljard. Slovenië heeft dus een stabiele handelsbalans.

Bank of Slovenia

Photo:Alois Staudacher Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Alle banken staan onder toezicht van de Bank of Slovenia, die tevens de functie van Centrale Bank vervult. Rond 2001 kende men in Slovenië nog 25 banken met een balanstotaal van ca. 14 miljard euro. Het marktaandeel van de drie grootste banken ligt al enkele jaren rond de 50%. In de Sloveense verzekeringssector zijn ongeveer 17 bedrijven actief. Buitenlandse bedrijven zijn nog niet erg actief in de Sloveense verzekeringsmarkt.

Verkeer

Snelweg Slovenie

Photo:Kliek Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Als doorgangsland is Slovenië altijd al goed ontsloten geweest. Er zijn zelfs nog meer autosnelwegen in aanleg, met name naar Oostenrijk. Het Sloveense wegennet heeft een lengte van ca. 18.000 kilometer, waarvan meer dan 80% verhard.

De spoorwegen zijn na het wegtransport de belangrijkste vorm van goederentransport in Slovenië. Het spoornet heeft eveneens vooral een transitofunctie naar Zagreb en Belgrado, al verbindt het ook binnenslands de belangrijkste steden. Slovenië heeft een vrij dicht spoorwegnet met een lengte van 1200 kilometer (ca. 500 km geëlektrificeerd). Het vormt een belangrijke schakel in het spoorverkeer tussen het zuidelijker gelegen deel van Europa en West-Europa en tussen Midden- en Oost-Europese landen en Italië. In 2000 is het ontbrekende deel van de directe verbinding per spoor tussen Slovenië en Hongarije afgerond.

Ljubljana, Maribor en Portoroz hebben een internationale luchthaven. De grootste luchthaven van Slovenië is Aerodrom Ljubljana. Het vliegveld van Maribor is gespecialiseerd in vrachtverkeer en chartervluchten met toeristen. Het vliegveld van Portoroz wordt vooral gebruikt voor passagiersvervoer, sport, toerisme en zakenvluchten.

De haven van Koper ligt aan de korte kustlijn van Slovenië en is een belangrijk aanvoerpunt voor Hongarije, Oostenrijk en het achterland. De belangrijkste concurrenten van Koper zijn Triëst in Italië en Rijeka in Kroatië. Koper beschikt over elf gespecialiseerde, goed uitgeruste terminals voor het afhandelen van verschillende soorten goederen.

Vakantie en bezienswaardigheden

Sloveense Alpen

Photo:Jernej Furman Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Het toerisme, onder meer gericht op het hooggebergte met zijn wintersport en alpinisme, wordt steeds belangrijker. Ook voor cultuur, natuur en geneeskrachtige baden kiezen steeds meer Europeanen voor een vakantie in Slovenië. De buitenlandse toeristen kwamen vooral uit Italië, en verder uit Duitsland, Kroatië, Engeland, Nederland en Rusland. Populair zijn vakantieoorden in de bergen, vakanties aan zee en kuuroorden en de hoofdstad Ljubljana.

Ljubljana, Slovenie

Photo:Janez Kotar in het publieke domein

Ljubljana is de bruisende hoofdstad van Slovenië. Het Franciscanenklooster en de bijbehorende kerk uit 1660 vormen samen een indrukwekkende trekpleister. Het bouwwerk ligt aan het Prešerenplein, het centrale plein van Ljubljana. Door de prachtige rode kleur van het bouwwerk kun je het niet missen. In de voorgevel is een groot Mariabeeld verwerkt. De Drievoudige brug (Sloveens: Tromostovje) over de Ljubljjanica vormt de verbinding van het Prešerenplein met het oude gedeelte van Ljubljana. In 1842 was er één stenen brug op de plaats maar Plecnik besloot er in 1931 twee bruggen aan beide zijden bij te bouwen. Bij deze brug wordt ook de centrale markt gehouden. Lees meer op de Ljubljana pagina van Landenweb.

Meer van Bled, Slovenie

Photo:Adiel lo Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no chnges made

De bergen van Slovenië behoren tot de lagere uitlopers van de Europese Alpen, waardoor ze meer een overvloed aan alpine planten en dieren herbergen. Met een beetje geluk zie je gemzen, marmotten of steenbokken. Twee belangrijke resorts zijn het meer van Bled en het meer van Bohinj in het Triglav Nationaal Park. Deze meren zijn een uitstekende uitvalsbasis om het alpine Slovenië te verkennen.

Grotten van Postonja

Photo:bamml 82 Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Het grottenstelsel van Postonja is ongetwijfeld de belangrijkste toeristische trekker van Slovenie. De grotten zijn extreem lang (meer dan 20 kilometer) en liggen verborgen in het Karstgebergte bij het plaatsje Postonja. Je kunt een tour door de grotten maken die ongeveer 1,5 uur duurt. Je daalt eerst af de grot in met een treintje die langs mooi verlichte stalagmieten en stalactieten voert. Daarna wandel je onder begeleiding van een gids door het mooiste gedeelte van de grotten. Er zit een aanzienlijk hoogteverschil in de wandeling, maar je wordt rijkelijk beloond vooral de rode, witte en de spaghettikamer zijn oogverblindend. Aan het eind van de tour zie je een uniek beetje de Olm of de grotsalamander. Voor de ingang staan opdringerige kaartverkopers die combitickets willen verkopen. Het advies is onverstoord door te lopen naar de officiële kassa om rustig zelf je keus te bepalen. Je kunt ook van tevoren op internet boeken.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

SLOVENIE LINKS

Advertenties
• Slovenie Tui Reizen
• Slovenie Vliegtickets.nl
• Fietsvakantie Slovenie
• Slovenië Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Slovenië
• Ljubljana Vliegtickets Tix.nl
• Transport Slovenië - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

InfoSlovenia.be
InfoSlovenia.info
Lies en Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Slovenië (N)
Slovenië Foto's
Slovenië Middeneuropa (N)
Slovenië Start (N)
Startpagina Slovenië (N)

Bronnen

Buma, H. / Reishandboek Slovenië

Elmar

Derksen, G. / Slovenië, Istrië (Kroatië)

Gottmer

Wilson, N. / Slovenia

Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems