Landenweb.nl

TOSCANE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Italiaans
  Hoofdstad  Florence
  Oppervlakte  22.990 km²
  Inwoners  3.733.897
  (april 2018)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .it
  Code.  ITA
  Tel.  +39

Populaire bestemmingen ITALIE

CampanieLombardijeSardinie
SicilieToscaneUmbrie
Veneto

Geografie en Landschap

Geografie

Toscane (Italiaans: Toscana) is een regio in Midden-Italië, grenzend aan Lazio in het zuiden, Umbrië in het oosten, Emilia-Romagna en Ligurië in het noorden en de Tyrrheense Zee in het westen.

De oppervlakte van Toscane beslaat 22.992 km2 (7,6% van Italië) en is daarmee ongeveer half zo groot als Nederland. Qua oppervlakte staat de regio Toscane in Italië op de vijfde plaats, na Sicilië, Piëmonte, Sardinië en Lombardije. De totale lengte van de kustlijn bedraagt 329 km. De noord- en oostzijde van Toscane worden begrensd door de Toscaans-Emiliaanse Apennijnen, waarvan de bergen hoger reiken als 2000 m.

advertentie

Toscane:SatellietfotoPhoto: Publiek Domein

Voor de kust van Toscane ligt de Toscaanse archipel (‘Arcipelago toscano’), waarvan Elba (223 km2) het grootste en bekendste eiland is. Elba heeft een lengte van 27 km, een maximale breedte van 18 km, een omtrek van 147 km, en ligt zo’n tien km uit de Toscaanse kust.

De andere eilanden zijn Capraia (20 km2), Giglio (22 km2), Montecristo (10 km2), Gorgona, Giannutri, en Pianosa (samen 2,23 km2). De Toscaanse archipel is tot beschermd natuurgebied verklaard en nu vormen de eilanden een nationaal park, het ‘Parco Nazionale dell’Arcipelago Toscano’. Het is het grootste Europese beschermde zee-natuurgebied.

Landschap

Toscane, het meest beboste gebied van Italië, ligt tussen de Apennijnen en de Tyrrheense Zee en heeft een zeer gevarieerd heuvel- en bergachtig landschap. Slechts 10% van Toscane is vlak te noemen, vaak als het gevolg van in de 18e en 19e eeuw gerealiseerde droogleggingen. Vlaktes liggen voornamelijk in het kustgebied Versilia. Verder is een kwart van Toscane bergachtig en 65% is met heuvels bedekt. Het landschap van het Val d’Orcia is in 2004 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco gezet.

Opvallend is dat, in tegenstelling tot het aangrenzende Umbrië, Toscane veel meer bewerkt en gevormd is door mensenhanden. Steden en dorpen liggen in de regel op een heuvel, binnen hun middeleeuwse ommuring. Florence daarentegen ligt juist in het dal van de rivier Arno.

Toscane wordt in noord-zuidelijke richting doorsneden door uitlopers van de Apennijnen en kenmerkend zijn de lengtedalen die parallel aan die uitlopers lopen. Door verschillende erosieprocessen hebben alle dalen een ander landschappelijk gezicht gekregen. Te onderscheiden zijn de Lunigiana, de Garfagnana, de Mugello, het Valdarno, de Casentino, het Valdichiana en het Alta Valtiberina. Een bijzonderheid in het landschap van Noordwest-Toscane vormen de Apuaanse Alpen (‘Alpi Apuane’). De witte toppen (hoogste: Monte Pisanino 1945 m) van deze Apennijnse uitloper worden veroorzaakt door het kristallijne kalksteen of marmer. Hier ligt ook het befaamde Carrara, het grootste marmerwinningsgebied ter wereld.

In het hart van Toscane ligt een gebied met heuvels en bergen, dat meestal Antiappennino genoemd wordt. De belangrijkste bergketens die hiertoe behoren zijn van noord naar zuid de Monte Pisano, de Colline Metallifere en de kustformaties Monti dell’Uccellina en Monte Argentario. In het geografische hart van Toscane ligt ook de Chianti, een ca. 80.000 ha groot heuvellandschap dat zicht uitstrekt tussen Florence en Siena en een bekend wijnbouwgebied is.

Een van de meest bijzondere landschappen van Toscane ligt ten zuidoosten van Siena, het heuvelachtige maanlandschap van de Crete (Latijns creta = krijt) met zijn op kegels en kraters lijkende witgrijze vlakken. Bij het stadje Volterra is een zeer bijzonder natuurverschijnsel te zien, ‘Le Balze’. Door erosie en aardverschuivingen is er een diep ravijn ontstaan, waar al kerken en een klooster in verdwenen zijn. Het afbrokkelingsproces gaat nog steeds door.

Verder naar het zuiden ligt de hoogste berg van Toscane, de Monte Amiata (1790 m), een uitgedoofde vulkaan. In deze vulkanische streek liggen verder nog een reeks uitgedoofde vulanen en enkele warmwaterbronnen of ‘soffioni’, onder meer bij Montecatini en Larderello.

Tussen de monding van de Cécina en de grens met het gewest Lazio ligt de 4500 km2 grote ‘Maremma’, vroeger een gebied met veel moerassen en lagunes. Nu is het dankzij een grote sanering in de jaren vijftig van de vorige eeuw een vruchtbaar gebied waar intensieve akkerbouw mogelijk is. De Maremma kan in drie zones ingedeeld worden: de Maremma van Grosseto, de Pisaanse Maremma, van de zuidelijke uitlopers van de Livornese heuvels tot San Vincenzo, en de Latijnse Maremma, van Tarquinia tot Cerveteri. De Maremma bestaat niet alleen uit de kuststrook, maar strekt zich landinwaarts uit tot de heuvels van de Colline Metallifere.

advertentie

Typisch landschap MaremmaPhoto: Alejo2083 CC BY-SA 3.0 no changes made

Langs de kust liggen ‘tomboli’, vaak met dennenbossen bedekte duinen. Het grootste kustbos (10.000 ha) van de Middellandse Zee ligt bij Pisa: het natuurreservaat Migliarino-San Rossore-Massaciuccoli. Het kleine kalksteenmassief van de Monte Argentario (vroeger ‘Kaap van Cosa’) was vroeger een eiland en is nu met het vasteland verbonden door twee landtongen, de ‘tombolo della Feniglia’ in het zuiden en de ‘tombolo della Giannella’in het noorden.

De langste rivieren in Toscane zijn de Arno (241 km) en de Ombrone (161 km). De Arno ontspringt op de Apennijnse Monte Falterona (1654 m), slingert zich door steden als Florence en Pisa, en stroomt uiteindelijk bij Marina di Pisa in de Tyrrheense Zee. Enkele van de vele zijrivieren van de Arno, zijn de Sieve, de Bisenzio, de Era, de Elsa en de Pesa. Andere belangrijke rivieren die door Toscane stromen zijn de Serchio, de Magra, de Cécina en de Albegna. Het grootste meer van Toscane is het Lago di Massaciuccoli.

Het van oorsprong vulkanische eiland Elba (Italiaans: Isola d’Elba), waar Napoleon Bonaparte van 4 mei 1814 tot 26 februari 1815 gedwongen verbleef, bestaat landschappelijk gezien uit drie delen. Aan de oostkant afgegraven roodachtige ‘ijzerbergen’, in het midden een keten begroeid met macchia en in het westen een dichtbegroeid berglandschap met als hoogste top de Monte Capanne (1018 m) met zijn typische ‘hanekam’. De kust bestaat uit schiereilanden, baaien en kleine zandstranden.

Klimaat en Weer

Het mediterrane klimaat van Toscane kent geen extreem grote verschillen, hoewel de afwisseling van de seizoenen duidelijke merkbaar is. Zowel aan de kust als in het binnenland zijn de verschillen relatief gering, met name qua temperatuur. In het zuidwesten is het gemiddeld iets warmer dan in het noordoosten. Het milde klimaat is onder andere te danken aan de relatief warme Tyrrheense Zee en de ligging ten opzichte van Corsica. Dit grote eiland houdt veel neerslag tegen.

De Toscaanse zomers zijn over het algemeen droog en warm, in juli en augustus regent het zelden. De temperatuur ligt vanaf juni tot en met augustus overdag altijd boven de 20°C en in de zomermaanden kan gemakkelijk 35°C gehaald worden. Dankzij een permanente wind van zee is het klimaat aan de kust zelfs in de zomer redelijk aangenaam.

De Toscaanse winters zijn meestal zacht en het sneeuwt eigenlijk alleen in de bergachtige gebieden. De Monte Amiata en de Toscaans-Emiliaanse Apennijnen bij Abetone zijn zelfs wintersportoorden. De wintertemperaturen in de rest van Toscane liggen over het algemeen tussen 6 en 10°C.

Wat neerslag betreft zijn er wel enkele grote verschillen. De minste regen valt aan de kust van Zuid-Toscane, de meeste neerslag valt in de Apennijnen en in de Apuaanse Alpen. De Apuaanse Alpen zijn het natste gedeelte van Toscane met ca. 3000 mm neerslag per jaar. De meeste regen valt in de maanden oktober, november, april en mei. Vooral aan het einde van de herfst kan zware regenval dagenlang aanhouden.

Regelmatig waait vanuit het zuidwesten de ‘libeccio’, die soms tot stormkracht kan aanzwellen. Met name in het voorjaar waait vanuit het noordwesten de ‘maestrale’ een koude valwind. ’s Winters waait in het binnenland soms de ‘tramontana’, die koude polaire lucht aanvoert.

Klimaattabel Florence

temp. in °Cneerslag in mmzonuren per dag
Januari9,3614
Februari11,6684
Maart15,5655
April20,2746
Mei23,7627
Juni28,7499
Juli31,82310
Augustus31,2389
September27,5547
Oktober20,7966
November14,41074
December10,2724

Gemiddelde dagtemperaturen in Toscaanse steden

apriljuniaugustusoktober
Florence18,527,929,919,0
Arezzo18,426,931,321,8
Siena16,425,028,118,6
Grosseto18,026,630,121,7
Pisa18,025,828,820,9
Massa17,525,128,421,2

Planten en Dieren

Planten

Toscane heeft een zeer gevarieerde natuurlijke vegetatie, van subtropische plantengroei in de zuidelijke kustgebieden en op de eilandenarchipel, tot alpiene flora hoog in de Apennijnen.

Het Toscaanse landschap wordt gedomineerd door drie boomsoorten, de cipres, de olijfboom en de wingerd. De ranke cipres wordt 10-15 meter hoog en is zeer efficiënt als windscherm voor landbouwactiviteiten. De olijfboom produceert jaarlijks 30-80 kg olijven. Van de bijna 250 soorten olijfbomen wereldwijd, komen er ongeveer vijftig voor in Toscane.

Langs de kust en in de Maremma overheerst de altijdgroene ’macchia’ of ‘maquis’, met onder andere steeneik, kurkeik, cistusroos, jeneverbes, muisdoorn, haagdoorn, brem, mirte, dopheide, affodil, steekbrem, gele papaver, laurierbomen en rozemarijn. De kuststreek is tevens het gebied met uitgestrekte dennenbossen, met vooral zeedennen en parasoldennen. De moerassen en plassen in deze regio zijn gedeeltelijk bedekt met dichte rietvelden en waterlelies.

Kastanjewouden zijn in heel Toscane te vinden, beuken en zilversparren groeien in de Apennijnen, de Casentino en op de Monte Amiata tussen 1000 en 1700 meter hoogte. Schitterende sparrenbossen zijn te vinden in de streek van Camaldoli, Vallombrosa en Abetone.

Boven de boomgrens in de Apennijnen komt aan alpenflora verwante vegetatie voor, met onder andere de alpenroos. Op het eiland Elba komen kastanjeboom, agave en vijgcactus veel voor.

Dieren

Kleine aantallen wolven leven in de Apennijnen, tegen de grens met Umbrië. Wilde zwijnen komen vooral voor in de met macchia begroeide Maremma en in de bossen van de Chianti-streek. Ook reeën en damherten komen hier vrij veel voor en verder het massieve Maremmarund en het kleine Maremmapaard. De Maremma is ook de leefomgeving van kleinere zoogdieren als vossen, steenmarters, dassen, wezels, stekelvarkens, marters, bunzings en de wat zeldzamere otter en wilde kat.

Wilde geiten komen opmerkelijk genoeg alleen op het eilandje Montecristo voor.

Het aantal vogelsoorten is zeer gevarieerd, wat onder meer komt doordat Toscane op de route ligt van de grote vogeltrek. Van de inheemse vogels komt de patrijs het meeste voor. Ook de fazant komt heel veel voor, maar is niet inheems. Trekvogels zijn talrijk, waaronder zangvogels (lijster, zwaluw, ekster, nachtegaal, ijsvogel), roofvogels (koningsarend, sperwer, valk, buizerd, wouw, uil), zwemvogels (aalscholver, wilde eend, meerkoet, meeuw, wilde gans) en waadvogels (blauwe reiger, snip, kraanvogel, kleine zilverreiger, ooievaar). Deze trekvogels zijn met name tussen november tot maart veelvuldig waar te nemen.

In de lagune van Orbetello is de enige broedkolonie van flamingo’s op het Italiaanse vasteland te vinden.

Van de reptielen zijn de groene hagedis en de giftige adder de meeste bekende. Op sommige plaatsen komen landschildpadden voor.

Op Elba zijn marters te vinden en rondom Montecristo monniksrobben. Tal van trekvogels rusten op Elba uit van hun tocht van Europa naar Afrika. De Adouins-meeuw nestelt in Capraia, Giglio en Pianosa.

Geschiedenis

Etrusken

Tussen de 13e en 10e eeuw v.Chr. vestigde zich het zogenaamde ‘Villanova-volk’ in Toscane, oorspronkelijk afkomstig uit de Donaulanden.

Over de vroegste geschiedenis van de Etrusken bestaan nog veel onduidelijkheden. De meeste historici zijn het er echter over eens zijn dat de Etrusken uit de samensmelting van verschillende volkeren voortgekomen zijn, zeer waarschijnlijk de Villanova-cultuur en groepen van immigranten.

In de 2e helft van de 7e eeuw v.Chr. werd het Latijnse land bezet door de Etrusken, maar meer naar het zuiden werden ze gestuit door de Grieken. In het noorden van Italië verspreidden ze zich wel en controleerden van daaruit de handel op de Adriatische Zee. Etrurië was op dat moment een federatie van stadstaten, de ‘lucomonieën’.

Omstreeks 540 v.Chr. heersten de Etrusken over Rome en het hele noordelijke Middellandse Zeegebied.

Romeinen

In 509 v.Chr. viel de laatste Romeinse koning, Tarquinius Superbus, en begon het verval van de Etruskische machtspositie in het Middellandse Zeegebied. Op dat moment werd ook de Romeinse Republiek opgericht en werd de Etruskische vloot definitief verslagen door de Grieken.

In de 3e eeuw v.Chr. kwamen veel Etruskische steden onder Romeins bewind en dat betekende het einde van de onafhankelijkheid van de Etrusken. Onder keizer Augustus werd het Toscaanse grondgebied benoemd tot regio van de ‘provincie Italië’ en Etruria genoemd; onder keizer Diocletianus (3e eeuw n.Chr.) kreeg de regio de naam ‘Tuscia’ met als hoofdstad Florence.

Middeleeuwen

De val van het Romeinse Rijk werd inde 5e eeuw bespoedigd door de invallen van Germaanse stammen, waaronder Visigoten, Vandalen en Ostrogoten. In de periode 568-774 n.Chr. verdeelden de Longobarden Toscane, met Lucca als hoofdstad, in een aantal hertogdommen. Door de vrij geïsoleerde ligging van het gebied had Toscane weinig last van de invasies van vijandelijke volkeren die zich in het noorden en het zuiden van Italië voordeden. Hierdoor konden zich ten oosten van Lucca steden als Chiusi, Arezzo en Massa Marittima ongestoord ontwikkelen. Een weg langs Siena en Lucca, de ‘Via Romea’, versterkte de eenheid van de regio nog meer en zorgde ook voor een verdere economische ontwikkeling.

Onder de Franken (9e-10e eeuw) werd Toscane een markizaat en begon Florence zich te ontwikkelen als de belangrijkste stad van de regio. In 854 werd Florence samengevoegd met Fiesole en deze administratieve eenheid strekte zich uit van de Apennijnen tot aan Siena.

Vanaf de 11e eeuw brak het tijdperk van de vrije steden of ‘comuni’ aan. Zelfs de inzet van keizerlijke troepen tegen Florence mocht niet baten: in 1154 kreeg de stad juridisch volledige zeggenschap, zelfs over de omgeving (‘contado’) van de stad. Tussen de 11e en 13e eeuw profiteerden de steden van conflicten tussen de keizer en de paus. De ene keer verbonden ze zich met het pausdom, de andere keer met het keizerrijk, al naar gelang de dan spelende belangen. Ook namen steden vaak een tegenoverliggend standpunt in om een dubbele autonomie ten opzichte van de wereldse en kerkelijke machten te bewerkstelligen. De aanhangers van de paus werden Welfen genoemd, de aanhangers van de keizer Ghibellijnen. Florence koos de kant van de Ghibellijnen, steden als Pisa en Siena kozen partij voor de Ghibellijnen.

Familie De Medici aan de macht

In 1348 werden de Italiaanse steden getroffen door een pestepidemie, waardoor in Florence ongeveer de helft van de bevolking werd uitgeroeid. Toch begon in de 14e eeuw Florence haar macht steeds verder uit te breiden. In 1406 werd de belangrijke havenstad Pisa veroverd, en met steun van een aantal Europese vorsten werd er een nieuw hertogdom gevormd onder bestuur van een Florentijnse familie, De Medici, die zich aan het begin van de 13e eeuw in Florence hadden gevestigd. In de daarop volgende eeuwen wisten zij zich te ontwikkelen tot belangrijke zelfstandige bankiers met filialen in de belangrijkste steden van Italië. Bovendien verwierven ze door hun positie veel politieke macht en in 1421 bekleedde Giovanni de Medici het hoogste bestuurlijke ambt in het Florentijnse stadsbestuur. De machtspositie van de Medici werd verder nog versterkt door de steun van andere belangrijke families en ze waren ook erg populair bij het gewone volk. Ook staken zij veel geld in de culturele en intellectuele ontwikkeling van Florence, dat daardoor in de 15e en 16 eeuw de hoofdstad van de Renaissance zou worden. Een aantal leden van de familie zou het zelfs tot paus schoppen.

In de 16e eeuw werd Italië toegevoegd aan het rijk van Karel V, maar de Medici bleven belangrijk voor de stad als groothertogen van de nieuwe staat Toscane. In 1569 werd Cosimo I de Medici door paus Pius V de titel ’groothertog van Toscane’ verleend. Op economisch en cultureel gebied ging het op dat moment steeds minder met Florence en de andere Toscaanse steden. Door de ontdekking van Amerika lag het zwaartepunt van de handel namelijk niet langer bij de steden aan de Middellandse Zeekust, maar bij de steden aan de Atlantische kust. Cultureel werd Florence overvleugeld door Rome.

Toscane onderdeel van een verenigd Italië

Door het sterke economische verval werd Toscane een overwegend agrarisch gebied. In de 18e eeuw stierf tevens de Medici-dynastie uit: de zwakke Gian Gastone was de laatste vertegenwoordiger. Dit was ook meteen het begin van de heerschappij van het Huis Habsburg-Lotharingen in Toscane. Onder het bewind van Leopold I (1765-1790) en zijn zoon Ferdinand III, krabbelde Toscane weer wat op en begon er een tijd van ontwikkeling en modernisering.

Na een korte “Franse Tijd’ aan het begin van de 19e eeuw werd Toscane, onder andere uitgebreid met het eiland Elba, weer teruggegeven aan Ferdinand III. In 1824 werd hij opgevolgd door zijn zoon, Leopold II. Tijdens diens bewind werd Toscane één van de centra van de ‘Risorgimento’, een beweging die Italië wilde bevrijden van vreemde overheersers en streefde naar één nationale staat.

In het Europese revolutiejaar 1848 werd er een grondwet toegestaan en een liberale regering geïnstalleerd. Dit ging de Oostenrijkers echter te ver en zij stuurden een leger naar Toscane. Florence werd bezet en de soevereiniteit van de groothertog werd weer hersteld. Deze situatie herhaalde zich nog een keer in de oorlog tussen Oostenrijk en Sardinië-Piemonte/Frankrijk, toen Toscane de kant van Sardinië koos. Maar uiteindelijk werd Toscane toch bij het koninkrijk Sardinië van Victor Emanuel II gevoegd. Een volksstemming in 1860 bekrachtigde dit feit.

Op 14 maart 1861 werd in Turijn het Koninkrijk Italië onder Victor Emauel II uitgeroepen, waarin Toscane meteen een vooraanstaande rol opeiste. Van 1865 tot 1870 was Florence zelfs de hoofdstad van het verenigde Italië, eerder dus dan Rome!

20e eeuw

Eind 19e en begin 20e eeuw kwam de industriële ontwikkeling in Toscane goed op gang, en dat ging samen met een toenemende verstedelijking en bevolkingsgroei. In 1905 startten de werkzaamheden voor de drooglegging van de Maremma, waardoor binnen enkel jaren malaria voorgoed verdween uit Italië. Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos Italië de kant van de geallieerden. In 1919 werd Mugello getroffen door een aardbeving.

Na de ‘Mars op Rome’ op 27 oktober 1922 kwam Benito Mussolini aan de macht en aan het einde van dit decennium werd ook de Toscaanse industrie en mijnbouw geteisterd door een wereldwijde economische crisis.

In de Tweede Wereldoorlog koos Italië de kant van nazi-Duitsland en werden Centraal-Italië en vooral Toscane het toneel van hevige gevechten. Pisa, Livorno en Grosseto werden getroffen door zware geallieerde bombardementen en Duitse bommen verwoestten alle bruggen in Florence, behalve de Ponte Vecchio. Op 12 augustus 1944 werd Florence veroverd door geallieerde troepen.

Juni 1946 werd de republiek Italië uitgeroepen. In 1948 werd Italië verdeeld in twintig regio’s en de regio Toscane in negen provincies: Arezzo, Florence, Grosseto, Livorno, Lucca, Massa-Carrara. Pisa, Pistoia en Siena. In 1994 kwam daar de provincie Prato nog bij.

Op 4 november 1966 werd vooral Florence getroffen door een grote overstroming van de Arno. Een aantal kostbare kunstwerken werden onherstelbaar beschadigd.

In 1982 werd het historische centrum van Florence op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst en enkele jaren later, in 1986, werd Florence tot culturele hoofdstad van Europa uitgeroepen.

In 1988 werd er een wet van kracht die alle autoverkeer uit de centra van grote steden als Florence, Lucca, Siena en Volterra moest weren.

In 1990 kwam San Gimignano op de Werelderfgoedlijst van de Unesco en in 2004 de vallei van de Orcia.

In 1992 werden de Apuaanse Alpen officieel een natuurpark en in 1993 kreeg het natuurreservaat van de Maremma van de Raad van Europa de speciale prijs voor milieubescherming. In datzelfde jaar, op 27 mei, volgt er een aanslag tegen de Galleria degli Uffizi in Florence. Bij deze aanslag worden drie schilderijen vernietigd en veel andere kunstwerken ernstig beschadigd.

In 1996 werd het Parco Nazionale Arcipelago Toscano opgericht, bestaande uit de eilanden Montecristo, Gorgona, Giannutri, Pianosa en een gedeelte van de eilanden Elba, Capraia en Giglio.

Zie verder ook de geschiedenis van Italië op Landenweb.

Bevolking

Sinds 1971 is de bevolking van Toscane vrijwel niet meer gegroeid. Een belangrijke oorzaak is een zeer laag geboortecijfer, een van de laagste van Europa zelfs. Dat de bevolking überhaupt nog groeit is te danken aan een afnemend sterftecijfer en de immigratie uit andere regio’s.

Toscane heeft bijna 3,75 miljoen inwoners (2017), wat neerkomt op een bevolkingsdichtheid van 153 inwoners per km2. De meeste mensen wonen in het noordwesten van Toscane in een gebied dat begrensd wordt door de steden Florence, Livorno, Massa en Pistoia.

Prato is de dichtst bevolkte provincie met ca. 600 inwoners per km2. In de stad Prato woont ook de grootste Chinese gemeenschap van Italië, ca. 10% van de totale bevolking van 184.000 inwoners. De grootste stad van Toscane is Florence met ongeveer 377.000 inwoners (2017)

Taal

Algemeen

Het Italiaans is de officiële landstaal maar in de provincie Bolzano (Zuid-Tirol) spreekt men Duits (ca. 200.000 personen), in enkele dalen van Piemonte en Valle d'Aosta wordt veel Frans gesproken (ca. 100.000 personen); in de dalen van de Dolomieten en in de regione Friuli-Venezia Giulia spreekt men Raetoromaans. In de regio Basilicata, in Zuid-Italië, spreekt een deel van de bevolking zelfs Albanees.Het Italiaans wordt ook gesproken in het Zwitserse kanton Ticino (Tessin), in vier bergdalen in het Zwitserse Graubünden, in de Republiek San Marino en in Vaticaanstad. Italiaanse dialecten vindt men verder op (het Franse) Corsica, aan de Côte d'Azur tot en met Nice (Nizza), in Monaco en in de stadskernen van Istrië en nog verspreid in het Joegoslavische Dalmatië. Buiten Italië zijn er in Europa ruim 1 miljoen Italiaans-sprekenden en in Afrika en Noord- en Zuid-Amerika samen ruim 10 miljoen.

advertentie

Vlag van de Italiaanse taal: met de Italiaanse vlag en van boven naar beneden de wapens van Zwitserland, San Marino en VaticaanstadPhoto: Enrinipo CC 3.0 Unported no changes made

Beschaafd Italiaans

advertentie

Overzicht Romaanse talenPhoto: Koryakov Yuri CC 3.0 Unported no changes made

De Italiaanse taal is een Romaanse taal en een directe voortzetting en ontwikkeling van het (vulgair) Latijn.

De vraag of het beschaafde Italiaans gebaseerd moest zijn op het Florentijnse dialect of ook elementen van andere dialecten moest bevatten, heeft tot vele en langdurige (tot in de 18de eeuw voortgezette) discussies en controversen aanleiding gegeven: de zogenaamde"questione della lingua". Als norm geldt op dit moment de taal van de beschaafde kringen in de Toscaanse steden en die van Rome.

Enkele Italiaanse woorden en uitdrukkingen:

Dialecten

De Italiaanse dialecten traden, vergeleken met die van andere Romaanse talen als het Frans en het Spaans, betrekkelijk laat als geschreven taal op. Het Latijn handhaafde zich hier als ambtelijke en geleerde taal veel langer dan daar: volop tot begin 17de, sporadisch zelfs nog tot eind 18de eeuw.

De eerste pogingen tot het scheppen van een geschreven landstaal begonnen met de Siciliaanse dichterschool (eerste helft 13de eeuw), iets later volgden het noorden en Toscane. Door historische en geografische oorzaken, maar vooral door Dante, gevolgd door Petrarca en Boccaccio, heeft het Toscaans, speciaal het Florentijnse idioom daarvan, in de 14de eeuw over alle andere dialecten gezegevierd.

Door de typische vorm van het land, met zijn vele geïsoleerde gebieden, maar ook door de vroegere staatkundige verdeeldheid zijn er ca. 1500 dialecten ontstaan. Slechts twee procent van de Italianen zou niet in staat zijn een of ander dialect te spreken.

advertentie

Verdeling (in percentage) van huidige sprekers van regionale talen (met familie) in de verschillende regio's van Italië.Photo: Davius in het publieke domein

De Italiaanse dialecten onderscheidt men over het algemeen in:

Een Midden- en Zuid-Italiaanse groep, inclusief Sicilië, welke geheel tot Oost-Romania wordt gerekend en als noordelijke grens een lijn heeft van oostelijk van Rome naar Ancona.

Een Toscaanse groep, met als noordelijke grens de boog van de Apennijnen (Spezia û Rimini), waartoe ook de meeste Corsische tongvallen behoren;

Een Boven-Italiaanse groep, nl. Piemonte, Lombardije (inclusief Ticino), Ligurië, Emilia-Romagna, de zogenaamde Gallo-Italische dialecten, te rekenen tot West-Romania alsmede de drie Venetiën.

Taalhistorisch geldt het Sardisch als zelfstandige Romaanse taal, terwijl de taal van Friuli en het Centraal-Ladinisch tot het Raetoromaans worden gerekend; de Val d'Aosta is Franco-Provencaals.

De naam"italia" kwam voor het eerst voor bij een volksstam in Calabrië, die zich"Vitaloi" noemde. Deze naam vergriekste tot"Italoi" en in 42 v.Chr. gaf de Romein Octavianus het gehele gebied de officiële naam"Italia".

Godsdienst

advertentie

Sint Pietersplein Rome ItaliePhoto: Diliff CC 3.0 Unported no changes made

Net als in de rest van Italië behoren ook de meeste (ca. 85%) inwoners van Toscane tot de rooms-katholieke Kerk. Het rooms-katholicisme was vanaf 1870 (Italiaanse Eenheid) tot 1984 de staatsgodsdienst in Italië. In 1929 werd dit nog eens bevestigd door het Verdrag van Lateranen, dat gesloten werd tussen de Italiaanse leider Benito Mussolini en paus Pius XI. Dat betekende tevens dat de rooms-katholieke Kerk op allerlei gebieden voorrechten kreeg boven andere godsdiensten. Op 12 februari 1984 ondertekenden de Italiaanse overheid en het Vaticaan een concordaat waarin de principes van het Verdrag van Lateranen werden losgelaten en het ook afgelopen was met de privileges van de rooms-katholieke Kerk. Dat de invloed van het Vaticaan en de paus desondanks nog zeer groot is, mag duidelijk zijn.

Het grote aantal katholieken in Toscane valt echter niet af te lezen aan het daadwerkelijke kerkbezoek, dat al jaren sterk terugloopt. Rituelen spelen echter nog steeds een grote rol in het leven van de Toscaners. Zaken als eerste communies, trouwpartijen en religieuze feestdagen vormen nog steeds een integraal onderdeel van de over het algemeen hechte samenleving.

Er is verder nog een kleine protestantse populatie, bestaande uit diverse genootschappen, waaronder anglicanen en baptisten. De meeste protestanten wonen in Florence en zijn over het algemeen buitenlanders. Florence herbergt ook een vrij groot aantal boeddhisten, in heel Toscane leven er ca. 5000. Florence heeft ook nog een kleine joodse populatie.

In Nomadelfia (‘wet van de broederschap’) leven nog enkele tientallen gezinnen volgens de dogma’s van de eerste christelijke gemeenschappen. De gemeenschap is in 1949 gesticht door Don Zeno Saltini. Privé-eigendom bestaat hier niet en er is geen geld in omloop.

Samenleving

Staatsinrichting

advertentie

Parlement van Italië is gevestigd in het Palazzo MontecitorioPhoto: Manfred Heyde CC 3.0 Unported no changes made

Het Italiaanse parlement bestaat uit een Kamer van Afgevaardigden (Camera dei Deputati) met 630 leden en een Senaat (Senato) met 315 leden. In theorie kunnen de Italianen iedere vijf jaar naar de stembus gaan om de vertegenwoordigers van het parlement en van de gewestelijke raden te kiezen. In de praktijk vinden er in Italië vaak vervroegde verkiezingen plaats.

De president heeft een ambtsperiode van zeven jaar en wordt gekozen door een verenigde zitting van de twee kamers aangevuld met drie vertegenwoordigers van elke regionale raad. De president heeft het recht om het parlement te ontbinden, de ministers-presidenten te benoemen en mag ook een wetsontwerp vast houden om in beraad te nemen. Na het beëindigen van zijn ambtsperiode wordt hij automatisch lid van de Senaat voor het leven. De voorzitter van de Senaat is plaatsvervanger van de president.

De kabinetten na de Tweede Wereldoorlog zitten gemiddeld zo'n elf maanden! Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Regioni ItaliePhoto:TUBS CC 3.0 Unported no changes made

Er zijn 20 regioni (gewesten), die zijn onderverdeeld in 95 provincies en 8091 gemeenten (comuni). Deze administratieve eenheden worden bestuurd door raden, die elke vijf jaar gekozen worden, en een uitvoerend orgaan. Het uitvoerend orgaan is verantwoording schuldig aan de raad.

Vijf regioni (Sicilië, Sardinië, Valle d'Aosta, Trentino-Alto Adige en Friuli-Venezia Giulia) bezitten een zekere mate van autonomie (regioni a statuto speciale), vanwege het feit dat het of eilanden zijn of dat ze grenzen aan andere landen.

Het grootste gewest is Sicilië, het kleinste Valle d'Aosta.

Hieronder een overzicht van de 20 gewesten met hun respectievelijke hoofdstad:

Onderwijs

Italie Perugia UniversiteitPhoto: Francesco Gasparetti CC 2.0 Generic no changes made

Kleuteronderwijs voor 3- tot 5-jarigen is niet verplicht. Het onderwijs op openbare en particuliere scholen wordt over het algemeen door de staat betaald. De openbare instellingen zijn allen staatseigendom.

In Italië geldt de schoolplicht van zes tot veertien jaar en omvat vijf jaar basisonderwijs (scuola elementare) en drie jaar lager voortgezet onderwijs (scuola media). De regering heeft een voorstel gedaan om de leerplicht naar tien jaar te brengen, namelijk van vijf tot vijftien jaar.

Het basisonderwijs is bestemd voor kinderen van zes tot elf jaar en bestaat uit twee cycli, een van twee jaar en een van drie jaar. De leerlingen gaan automatisch over van de eerste naar de tweede cyclus.

Na vijf jaar basisonderwijs leggen de leerlingen de examens voor het diploma af dat toegang geeft tot het lager voortgezet onderwijs.

Het secundair onderwijs is voor leerlingen van elf tot veertien jaar en omvat drie klassen die een volledige studiecyclus vormen.

Het hoger secundair onderwijs staat open voor jongeren van 14 tot 19 jaar. Op het schoolplichtig onderwijs volgen cycli van drie, vier of vijf jaar, waarna men verder kan studeren aan de universiteit of in het hoger onderwijs of waarna men kan gaan werken.

Alle scholen na het schoolplichtig onderwijs vallen onder het hoger secundair onderwijs en kunnen in de volgende categorieën verdeeld worden.:

Klassieke en wetenschappelijke opleidingen (scuole di tipo classico): het"liceo classico" en het"liceo scientifico" bereiden de leerlingen voor op de universiteit en op andere vormen van hoger onderwijs.

Kunstopleidingen: het"liceo artistico" en de"istituti d'arte", opleidingen die respectievelijk vier en drie jaar duren.

Technische opleidingen: er bestaan vercshillend soorten"istituti tecnici": landbouw, handel, bedrijfskunde en vreemde talen, toerisme, landmeetkunde, industrie, buitenlandse handel, scheepvaart; deze opleidingen duren vijf jaar.

Beroepsopleidingen: vijf jaar verdeeld in een driejarige kwalificatiecyclus en een tweejarige vervolgcyclus, aan het eind waarvan men naar het hoger onderwijs kan overgaan.

De ingang van Liceo Massimo Classico e Scientifico InternazionaliPhoto: PaoloGeno CC 3.0 Unported no changes made

Het hoger universitair onderwijs wordt verstrekt aan openbare en particuliere universiteiten, technische hogescholen en andere universitaire instellingen. Het universitair hoger onderwijs omvat drie cycli, die respectievelijk worden met:

Een"diploma universitario" na twee of drie jaar studie

Een"diploma di laurea", na vier of zes jaar studie

Een"diploma di specializzazione" na minstens twee jaar en een doctoraat ("diploma di dottorato di ricerca") na minstens drie jaar.

In Italië bestaan drie academische graden, namelijk het"diploma", het"laurea" en het"dottorato di ricerca". De laatste twee academische graden geven recht op de titel Dr. ("Dottore").

Het universitair onderwijs wordt uitsluitend in het Italiaans verstrekt. Het niet-universitair hoger onderwijs kan aan verschillende soorten voor hoger onderwijs worden gevolgd; dit geldt vooral voor het kunstonderwijs, zoals academies en conservatoria.

In 1995-1996 waren er 47 algemene universiteiten, twee universiteiten Italiaanse studies voor buitenlanders en drie gespecialiseerde universiteiten (handel; onderwijs; katholicisme); drie polytechnische universiteiten; zeven gespecialiseerde universitaire instituten voor architectuur, bio-medicijnen, moderne talen, zeestudies, oosterse studies, sociale vraagstukken en een lerarenopleiding. De oudste universiteit van Italië, en zelfs van heel Europa, is die van Bologna (ca. 1200). In de 13e eeuw zijn verder universiteiten opgericht in Genua, Macerata, Napels, Padua en Perugia.

Maffia

Thuisgebieden Italiaanse maffiaPhoto: NordNordWest CC 3.0 Unported no changes made

De maffia (Siciliaans, van het Arabische afah = bescherming; Italiaans: mafia), is een verzamelnaam voor in het begin van de 19de eeuw op West-Sicilië ontstane geheime, netwerkachtige organisaties, die op gewelddadige wijze opereren. De leden van die organisaties heten maffiosi. Het woord maffioso werd voor het eerst in 1863 gebruikt. De ambivalente relaties die de maffia onderhoudt met vertegenwoordigers van de overheid (enerzijds hen bestrijdend, anderzijds met hen samenwerkend) onderscheidt hen van andere misdaadorganisaties. In Napels wordt de geheime misdaadorganisatie camorra genoemd, in Calabrië 'ndrangheta en op Sicilië Cosa Nostra. In de 20ste eeuw, rond 1900, is ook in de Verenigde Staten een maffia ontstaan eveneens genoemd Cosa Nostra, met veel afstammelingen van Siciliaanse immigranten.

De maffia heeft zich op Sicilië vooral ontwikkeld rond Palermo, een gebied dat rijk is aan grote landgoederen (latifundia). De maffiosi namen de plaats in van de in Palermo verblijvende landeigenaren en gedroegen zich als opzichters en grote pachters. Zij onderhielden intensieve contacten met de landheren in de stad. Als tegenprestatie voor beveiliging van hun landgoederen en later ook voor steun bij verkiezingen boden de landheren de maffia bescherming tegen de overheid.

Van de maffia als één organisatie, met één centrale leiding, is eigenlijk nooit sprake geweest. De netwerken van lokale organisaties, cosche genoemd (meervoud van cosca, artisjok; de leden van de lokale maffia's worden gesymboliseerd door de bladeren van de artisjok), controleerden ieder één bepaald territorium en stonden met elkaar op allerlei manieren en via allerlei organisaties met elkaar in contact. Ook bestreden ze elkaar op leven en dood.

Zowel in Italië als in de Verenigde Staten hadden van regeringszijde ondernomen pogingen ter bestrijding van de maffia aanvankelijk weinig succes. In Italië zijn in de loop der jaren een serie anti-maffiawetten van kracht geworden, die door de geringe bereidheid tot medewerking van de plaatselijke autoriteiten nauwelijks effect hadden. Daarop werd er door de regering een vaste kamercommissie ingesteld, die op de naleving van deze wetten moest toezien. Na de moord op generaal Dalla Chiesa, prefect van Palermo, in 1982, werd er een Hoge Commissaris aangesteld die belast werd met het coördineren van de strijd tegen de maffia. Toch werden de eerste successen pas behaald in 1986 met de arrestatie in de Verenigde Staten van Tommaso Buscetta, de belangrijkste “boss” van de Siciliaanse maffia. Er werden daarna nog honderden arrestaties verricht, gevolgd door massaprocessen o.a. in Palermo. Veel veroordeelden kwamen echter al snel weer vrij, waarschijnlijk door banden van de maffia met hoge politieke en rechterlijke autoriteiten. De moorden op de maffiabestrijders en rechters Giovanni Falcone en zijn opvolger Paolo Borsellino in 1992 gaven nieuwe impulsen aan de bestrijding van de maffia. In totaal zijn er tot nu toe elf maffiarechters vermoord.

Totò Riina, grote man van de Cosa Nostra, gearresteerdPhoto: Shirto CC 4.0 International no changes made

Dankzij de medewerking van vele maffia-leden (pentiti = berouwhebbenden) die in ruil voor hun verklaringen vrijwaring van straf en bescherming kregen, konden ook de kopstukken van de organisatie worden gearresteerd, zoals de grote baas op Sicilië, Salvatore (Totò) Riina en de tweede man van de maffia, Nitto Santapaolo. Riina werd in maart 1995 tot levenslang veroordeeld. Eind 1992 waren er al meer dan vierhonderd van deze spijtoptanten. Door de inspanningen van het openbaar ministerie in Milaan onder leiding van de officier van justitie Antonio di Pietro, werden de banden tussen georganiseerde misdaad, politiek en bedrijfsleven zichtbaar. Dit alles bracht de maffia zware slagen toe, maar het betekende allerminst dat de organisatie was uitgeroeid. Zelfs de in 2001 herkozen president Silvio Berlusconi wordt er van verdacht nauwe banden te hebben met de georganiseerde misdaad. Zo werkte er vanaf 1973 een zekere Vittorio Mangano op een van de landgoederen van Berlusconi, die sterke banden met de Siciliaanse maffia had.

De maffiabazen regeren nu in stilte, want ook nu nog zijn drugshandel en afpersing aan de orde van de dag. De hoogste baas van de Cosa Nostra op dit moment is de sinds 1993 voortvluchtige Matteo Messina Denaro (1962), opvolger van de in april 2006 gearresteerde Bernardo Provenzano (1933).

'Ndrangheta

De 'Ndrangheta, een maffiaorganisatie op het vasteland van Italië, is rond 1860 ontstaan in het bergachtige Calabrië, in het zuiden van Italië. De 'Ndrangheta, met een andere structuur dan de Cosa Nostra, heeft tegenwoordig vertakkingen over de hele wereld, en is sinds de jaren negentig van de vorige eeuw de Cosa Nostra als machtigste misdaadorganisatie ter werd wereld voorbijgesteefd. In januari 2021 begon een megaproces tegen ca. 350 'Ndranghetisti, onder wie één capo, Luigi Mancuso, ook 'De Oom', 'De Wolf' of 'De Dikke' genoemd.

Structuur van de 'NdranghetaPhoto: Marcuscalabresus CC 3.0 Unported no changes made

Typisch Toscane

Chianti

De meest geproduceerde (ca. 700 wijngaarden) wijn van Italië is de wereldberoemde Toscaanse chianti. Chianti wordt geproduceerd in het gebied tussen Florence, Siena, San Gimignano en Arezzo. De naar de wijn genoemde kleinere streek Il Chianti is het gebied waar de robijnrode ‘chianti classico’ vandaan komt. Alleen de wijn die in dit gebied wordt geproduceerd, mag zich ‘Vino Chianti Classico Gallo Nero’ noemen. Jaarlijks wordt er ca. één miljoen hectoliter chianti geproduceerd en dat is 73% van de totale productie van kwaliteitswijnen.

Chianti werd al in de Middeleeuwen (ca. 1398) geproduceerd, maar de huidige chianti is in de 19e eeuw ‘uitgevonden’ door baron en staatsman Bettino Ricasoli, die na lang experimenteren de ideale mix van verschillende druivensoorten vond. De ideale samenstelling van chianti bestaat uit minstens 75% sangiovese, aangevuld met canaiolo nero (5-10%) en de witte druivensoorten malvasia del chianti en trebbiano toscano (samen ca. 25%). Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt er weer veel geëxperimenteerd met andere druivensoorten, met name de cabernetdruif.

Het wijngebied waar de chianti geproduceerd wordt is behoorlijk groot, waardoor de kwaliteit van de chianti-wijnen behoorlijk kan verschillen. Wijnen met de aanduiding DOCG (Denominazione di Origine Controlata e Garantita), Classico Gallo Nero en Chianti Putto garanderen op zijn minst een redelijke kwaliteit. De chianti classico moet een alcoholpercentage hebben van minstens 12%, alle andere chianti’s minimaal 11,5%. Sinds 1924 brengen de in de ‘Consorzio del Vino Chianti Classico’ verenigde wijnboeren een halsetiketje om hun flessen aan, met daarop afgebeeld een ‘gallo nero’, een zwarte haan, hét symbool van de chianti classico. De zes andere wijnbouwgebieden tooien zich met een ‘putto’ als merkteken.

Typische wijndorpen zijn o.a. San Casciano in Val di Pesa, Sant’Andrea in Percussina, Tavernelle Val di Pesa, Barberino Val d’Elsa, Castellina in Chianti, Radda in Chianti, Gaiole in Chianti, Volpaia, Panzano, Greve en Montefioralle.

Naast de chianti classico zijn er nog andere chiantisoorten:

De belangrijkste concurrenten van de chianti-wijnen zijn de Brunello di Montalcino, de Sant’Antimo, de Vino Nobile di Montepulciano, de Sassiciai en de Carmignano. De meest bekende witte wijn is de Vernaccia di San Gimignano.

Palio van Siena

De stad Siena is gebouwd op drie heuvels in de vorm van een Griekse ‘Y’. De drie op de heuvels gebouwde stadswijken komen samen op de schelpvormige Piazza del Campo. De drie stadsdelen of ‘terzi’ van Siena, Terzo di Città, Terzo di Camollia en Terzo di San Martino, bestaat uit 17 wijken of ‘contrade’.

Het feest van de Palio begint al twintig dagen vóór de wedstrijd, als bepaald wordt welke wijken mogen meedoen met de race. Eerst worden de zeven wijken toegelaten die bij de vorige Palio niet mee mochten doen. Het lot bepaald dan welke drie districten ook nog aan de race mogen meedoen. Het lot bepaald ook, na de selectiewedstrijden, welk paard aan welke wijk wordt gekoppeld. De ruiters zijn beroepsruiters van buiten de stad.

De middag voor de race vindt de ‘passeggiata storica’, de historische optocht, plaats, nadat de paarden in de parochiekerk zijn gezegend. Op 2 juli en 16 augustus wordt op het plein de Palio delle Contrade gehouden. Er wordt op ongezadelde paarden gestreden om een vaandel waarop de afbeelding van Maria, de stadsheilige. De race duurt drie ronden en in tijd ongeveer één minuut. Het eerste paard dat de finish passeert, heeft gewonnen, ongeacht of de ruiter (‘fantino’) er nog op zit.

De Palio wordt voor het eerst genoemd in 1283, en werd in zijn huidige vorm voor het eerst voor in 1633 gehouden. In de 18e eeuw werd de editie van 16 augustus voor het eerst gehouden.

De editie van 2 juli 2007 werd gewonnen door de wijk Contrada dell’Oca met de ruiter Giovanni Atzeni en het paard Tittìa Fedora Suara. De editie van 16 augustus 2007 werd gewonnen door de wijk Contrada del Leocorno met de ruiter Jonatan Bartoletti en het paard Scompiglio con Brento.

wijksymbooldeugd
Aquilaadelaarstrijdlustigheid
Brucorupshandigheid
Chiocciolaslakbehoedzaamheid
Civettauilonderscheidingsvermogen
Dragodraakhartstocht
Giraffagirafelegantie
Istriceegelscherpte
Leocornoeenhoornwijsheid
Lupawolvintrouw
Nicchioschelpdiscretie
Ocagansscherpzinnigheid
Ondagolf (dolfijn)vreugde
Panterapanterstoutmoedigheid
Selvawoud (neushoorn)kracht
Tartucaschildpadvastberadenheid
Torretoren (olifant)verzet
Valdimontoneramdoorzettingsvermogen

Leonardo da Vinci (1452-1519)

Leonardo da Vinci werd geboren in Vinci, ca. 60 km ten westen van Florence. De carrière van Leonardo begon in Florence, waar hij een leerling werd van de beeldhouwer Andrea del Verrocchio. In 1472 werd hij meester in het schildersgilde en tien jaar later verliet hij de Toscaanse hoofdstad en vestigde zich aan het hof van de Sforza’s in Milaan. In 1494 vielen de Fransen Milaan aan en hij keerde terug naar Florence, waar hij zijn meest bekende werk schilderde, de Mona Lisa.

In 1506 ging hij weer naar Milaan en kwam er in dienst van de Franse koning. Vanaf deze periode hield hij zich voornamelijk nog bezig met de wetenschap. In 1513 ging hij wonen in Rome en in 1517 stierf hij in een kasteel te Cloux.

Galileo Galilei (1564-1642)

Galileo Galilei werd geboren in Pisa en studeerde af als arts. Zijn echte interesse ging uit naar wiskunde, natuurkunde en astronomie. In 1589 werd hij in Pisa hoogleraar wiskunde aan de universiteit aldaar. Hij gaf daar drie jaar les en schreef ondertussen een boek over zijn theorieën over vallende lichamen. In tegenstelling tot wat de Griekse filosoof Aristoteles dacht, beweerde Galilei dat lichamen van hetzelfde materiaal ongeacht hun gewicht met dezelfde snelheid vallen.

Echt beroemd werd Galilei pas toen hij bevestigde wat Copernicus altijd al gezegd had: de planeten, en dus ook de aarde, draaien om de zon en niet andersom zoals de katholieke Kerk beweerde. Nog in 1615 verbood de Kerk de leer van Copernicus, maar toch mocht Galilei in 1624 van paus Urbanus VIII een boek publiceren waarin de theorie van Copernicus naast die van Aristoteles werd verklaard.

In 1632 publiceerde Galilei het boek ‘Dialogo sopra i due massimi sistemi di mondo’ (Gesprek over de twee belangrijkste systemen van de wereld), waarin hij overduidelijk voor de leer van Coperbnicus koos. De Kerk accepteerde dit natuurlijk niet en hij werd voor de kerkelijke rechtbank gedaagd en zijn boek kwam op de ‘Index’, en lijst van verboden boeken.

Pas in de 21e eeuw verklaarde het Vaticaan officieel dat de kerkelijke rechtbank zich toen vergist had.

Niccolo Machiavelli (1469-1527)

Niccolò Machiavelli (Florence, 3 mei 1469 - Florence, 21 juni 1527) was een Italiaanse politicus en filosoof. Op 28 mei 1498 werd hij hoofd van de Tweede Kanselarij van de Grote Raad van Florence, zijn voornaamste publieke functie, waaruit hij eind 1512 ontzet werd.

Het jaar daarna, in 1513, schreef hij Il Principe (De vorst), een boek dat nog steeds gelezen wordt. De hoofdmoot van het boek wordt gekenmerkt door utilistisch denken: het doel heiligt de middelen. Omvangrijker en misschien ook belangrijker dan Il Principe zijn de Discorsi, voluit de Discorsi sopra la prima deca di Tito Livio (Verhandelingen over de eerste tien boeken van Titus Livius).

Italië beleefde volgens Machiavelli in die jaren een rampzalige tijd, vooral sinds in 1494 de Italiaanse Oorlogen begonnen toen Karel VIII met Franse legers de Alpen overtrok en de Italiaanse staten machteloos stonden. De Italiaanse Oorlogen zouden duren tot 1559. In de geschiedenis van het oude Rome, zoals die onder andere beschreven is door Titus Livius, ziet Machiavelli een stichtend tegenvoorbeeld.

Zijn leven lang probeerde hij Italië aan te sporen zich te bevrijden van de buitenlandse heersers die er de baas speelden. Hij bezat hiervoor de kennis maar niet de macht. Zij die de macht bezaten wilden zijn kennis niet gebruiken volgens zijn inzichten.

Als hoofd van de Tweede Kanselarij was hij verantwoordelijk voor vraagstukken aangaande het grondgebied en de buitenlandse politiek van Florence. Florence was sinds vier jaar een republiek nadat de burgers Pierro de' Medici hadden afgezet. Vijf dagen voor het aantreden van Machiavelli in mei 1498 was hij ooggetuige van de terechtstelling van de stichter van de republiek, Girolamo Savonarola, die opgehangen en levend verbrand werd op het Piazza della Signoria na het einde van de Eerste Italiaanse Oorlog.

Alhoewel hij in Florence bekend stond om zijn gebrek aan respect voor alles en iedereen, was hij als politicus zeer serieus. Hij was er van overtuigd dat alleen een sterke staat haar burgers kon beschermen, met name tegen de oorlogvoerende partijen van die tijd: Venetië, de koning van Frankrijk, de paus, en hertog Valentino. Hoewel zijn stad rijk was, wilden haar burgers niet investeren in een eigen leger. De stad probeerde in de meeste conflicten neutraal te blijven, maar als ze dat iets te lang bleef moest ze haar vrijheid vaak afkopen met gouden dukaten. Machiavelli begreep dat die situatie niet kon blijven duren, het geld van de rijke maar weerloze natie zou niet voldoende zijn om haar te redden. Hij wilde een militie, geen huursoldaten, gevormd uit burgers die de republiek trouw zouden zijn.

Via een omweg kreeg hij toestemming van de Grote Raad om de nodige boeren te rekruteren, hoewel de adel zich tegen dit besluit verzette. Hij zette door en op 15 februari 1506 liet hij 400 boeren door de straten marcheren in een witte wambuis, een paar wit-rode kousen en witte baret, schoenen en een ijzeren kuras. In 1509 slaagde hij erin Pisa te heroveren.

Toen Florence betrokken raakte bij de Oorlog van de Liga van Kamerijk tussen paus Julius II en koning Lodewijk XII van Frankrijk, bleef Florence tegen het advies van Machiavelli in te lang neutraal, en toen de Fransen zich terugtrokken rekenden de troepen van de Heilige Liga met de Florentijnen af en hielpen De Medici opnieuw aan de macht. Machiavelli belandde in 1513 in de gevangenis, waar hij gemarteld werd, maar uiteindelijk vrijgelaten. Hij werd uit Florence verbannen naar het nabijgelegen dorpje Sant’Andrea in Percussina, waar hij zijn wereldberoemde boek ‘Il principe’ (‘De vorst’) schreef. Het doel van Il Principe: als politicus wilde hij vooral een pragmaticus zijn in tegenstelling tot de toen heersende doctrine dat een machthebber altijd de weg van de deugd moest bewandelen. Men moest goed zijn zolang het kon, maar anders een vos, om de vallen te kennen, en een leeuw, om de wolven af te schrikken.

Hij stierf zes weken na de beruchte Plundering van Rome in 1527 door de Duitse, veelal Lutherse troepen van keizer Karel V tijdens de Oorlog van de Liga van Cognac.

Machiavelli schreef niet in het Latijn maar in het Italiaans, meer bepaald het Florentijns of het Toscaans van Dante, Petrarca of Boccaccio.

Marmer/Carrara

De marmerlaag van de Apuaanse Alpen strekt zich uit over enkele tientallen km2 met als belangrijkste bekken dat van Carrara.

Carrara is wereldberoemd om zijn marmergroeven, die aan de voet van de Apuaanse Alpen in drie valleien liggen: het indrukwekkende bekken van Frantiscritti, die van Collonata en die van Ravaccione. Hier ligt nog steeds het grootste marmerwinningsgebied ter wereld met ca. 300 groeven in bedrijf.

Het fijnkorrelige marmer met zijn doorschijnende witheid (Bianco di Carrara) werd al door de Romeinen gewonnen. Carrara produceert ook getint marmer, of marmer dat oranje, groene, grijsblauwe of donkerrode aders vertoont. Een blok marmer (‘bancata’) kan wel 30 ton wegen en de huidige productie ligt op ca. 1200-1300 ton blank marmer per jaar.

Het grootste blok marmer ooit werd besteld door Mussolini in 1928, mat 17x2,35x2,34m en woog 300 ton.

Scheve toren van Pisa

De reden dat de ‘Torre Pendente’ zo scheef staat, is vanwege de instabiele zand- en kleihoudende onderlaag van de Campo dei Miracoli waarop de toren gebouwd is.

Met de bouw werd begonnen in 1173 door de bouwmeester Bonnano Pisano. In 1178 werd de bouw stilgelegd omdat na de voltooiing van de derde verdieping al naar het zuiden ging overhellen. Pas in 1273 werd de bouw door Giovanni di Simone weer hervat, in eerste instantie door het versterken van de fundamenten. De bouw werd uiteindelijk in 1370 door Tommaso Pisano met de bouw van het torentje.

Begin 19e eeuw besloot men om het grondwater onder de toren weg te pompen, maar dit had een averechts effect. De toren helde door deze actie in 1990 4,47 meter over en zou uiteindelijk instorten, zo had men berekend. Tussen januari 1990 en december 2001 werd de toren gesloten en werkte men met man en macht om de toren te redden van de ondergang. Door middel van een soort ‘corset’ van staalkabels en injecties met cement en lood (870 ton) is met succes het verzakken gestopt. De toren is tevens 43,8 cm gecorrigeerd waardoor de situatie uit de 18e eeuw weer bereikt is en het gevaar van instorten de komende eeuwen niet meer aanwezig is. De ca. 55 m hoge toren kan beklommen worden via een wenteltrap van 294 treden.

Economie

Algemeen

De Toscaanse economie heeft sinds de Tweede Wereldoorlog grote veranderingen ondergaan. Het traditionele agrarische karakter is bijna verdwenen en heeft plaats gemaakt voor industrie en een dienstensector waar het toerisme de boventoon voert. Toscane is een van de rijkste regio’s van Italië.

Agrarische sector

Vandaag de dag is nog maar minder dan 5% van de bevolking werkzaam in de agrarische sector. De meeste kleine boeren zijn verdwenen en opgeslokt door grote boerenbedrijven.

De belangrijkste landbouwproducten zijn granen, tabak, suikerbieten, olijven en wijn. Pescia is zeer bekend vanwege zijn bloementeelt; dagelijks worden er op de veiling enkele miljoenen bloemen verhandeld voor de export, voornamelijk anjers en gladiolen. Pescia is de Italiaanse ‘hoofdstad’ van de snijbloementeelt. In de streek rond San Miniato wordt jaarlijks ongeveer 30.000 kilo truffels gevonden. De grootste truffel die ooit gevonden werd, woog 2520 gram en kwam in 1954 bij San Miniato uit de grond.

De veeteelt stelt in Toscane niet zoveel voor, evenals de visserij. Wel wordt in Toscane het witte runderras Chianina gehouden, dat het vlees voor de beroemde ‘bistecca alla fiorentina’ levert.

In Toscane is ca. 200.000 ha land beplant met olijfbomen; het gebied staat wat betreft de olijfolieproductie op de vierde plaats in Italië. De streek rond Pistoia herbergt de grootste boomkwekerijen van Europa.

De wijnbouw in Toscane dateert al van de Etrusken, 3000 jaar geleden. De bekendste hedendaagse wijn is de Chianti, waarvan de beste chianti classico genoemd wordt, geproduceerd tussen Florence en Siena. In Siena bevindt zich de Academie voor de Wijn.

Industrie en nijverheid

Toscane is een van de belangrijkste mijnbouwgebieden van Italië, met kwik rond het Monte Amiata-massief, steenzout en boorzuur bij Volterra, kopererts en pyriet bij Colline Metallifere en uiteraard het wereldberoemde marmer van Carrara. Albast wordt in Volterra gewonnen en bewerkt door tientallen kleine bedrijven.

De meeste arbeidsplaatsen kunnen gevonden worden in het midden- en kleinbedrijf, met ca. 400.000 ondernemingen. Zo vindt in de nijverheid meer dan 30% van de beroepsbevolking emplooi. Belangrijke producten zijn keramiek (Florence, Siena, Arezzo), lederwaren (Florence, Siena, Arezzo), (groen) glaswerk (Empoli), marmeren gebruiksvoorwerpen en onyx (Siena). Florentijnse goud- en edelsmeden zijn wereldberoemd.

De textiel- en wolindustrie, met Prato als centrum, zijn grote werkgevers. De meeste grotere industrieën liggen in het Valdelsa, langs de strook Florence-Prato-Pistoia-Lucca en langs de kuststrook die parallel loopt aan de Alpi Apuane. Toscane heeft confectie- en schoenenindustrie, meubelindustrie, zware metaalindustrie (Piombo), machine-industrie en olieraffinaderijen bij Livorno. Livorno is van oudsher een belangrijke handelsplaats en in het bezit van de grootste haven van Toscane, waar ook veel veerboten naar Corsica, Sardinië en Sicilië vertrekken. Verder vinden we hier grote scheepswerven en olieraffinaderijen. De havencapaciteit van Livorno bedraagt 5000 schepen en 25 miljoen ton goederen per jaar.

Vakantie en Bezienswaardigheden

De meerderheid van de beroepsbevolking is werkzaam in de tertiaire sector, en daarbinnen wordt het toerisme steeds belangrijker voor de Toscaanse economie. Een vakantie in Toscane is voor veel toeristen het vervullen van een droom. De combinatie tussen natuurschoon en cultuurgoed heeft bijgedragen tot de toeristische faam van Toscane. Toscane wordt jaarlijks bezocht door meer dan 4 miljoen toeristen, waarvan ca. 35% uit het buitenland komt.

Vooral de steden Florence en Sienna trekken jaarlijks vele miljoenen binnen- en buitenlandse toeristen. Viareggio is de belangrijkste badplaats van Toscane en een van de drukst bezochte van heel Italië.

Florence is een van de topsteden in Italië en heeft veel bezienswaardigheden. Florence is een Renaissance stad in het hart van Toscane en heeft een aantal van de beste musea van Italië, prachtige kathedralen en kerken en interessante straten en pleinen met elegante gebouwen en winkels.

De grootste attractie van Florence is de Duomo (kathedraal), de Cattedrale de Santa Maria del Fiore. Aan de bouw van de enorme gotische Duomo werd begonnen in 1296, de kerk werd ingewijd in 1436 en geeft plaats aan 20.000 mensen. De buitenkant is gemaakt van groen, roze en wit marmer en heeft een aantal prachtig bewerkte deuren en interessante beelden. Binnen is de Duomo van Brunelleschi een bouwkundig meesterwerk.

Het Uffizi museum herbergt de belangrijkste collectie Renaissance kunst ter wereld, maar het is ook het drukste museum van Italië, dus het is een goed idee om vooruit kaartjes te kopen. Het Uffizi beschikt over duizenden schilderijen uit de middeleeuwen tot aan de moderne tijd en heeft vele antieke sculpturen uit de verlichting en wandtapijten. Kunstenaars die u zult zien zijn onder andere Michelangelo, Giotto, Botticelli, Leonardo da Vinci, Perugino, en Raphael.

Mensen gaan niet alleen voor de cultuur naar Florence. Florence heeft een aantal van de mooiste winkels van Europa. In Florence vind je een keur aan lederwaren, papierproducten en juwelen. Er zijn ook een aantal openlucht markten voor de verkoop van levensmiddelen, kleding en antiek. De meest bekende is die rond het Piazza San Lorenzo. Een andere goede plek is Mercato Nuovo (Porcellino) aan de Via Porta Rossa.

Siena is een klassiek middeleeuwse stadje in Toscane bekend om zijn grote waaiervormige piazza het centrale plein. De Piazza del Campo ligt in het hart van de stad en het is de plaats van de beroemde paardenrace, die bekend staat als Il Palio. Siena is een van de mooiste middeleeuwse Italiaanse steden. Het hoogtepunt van haar bloei lag rond 1260-1348 toen was Siena van de rijkste steden van Europa en veel van de gebouwen en kunstwerken zijn afkomstig die tijd. Het Palazzo Pubblico is het gotische stadhuis van Sienna. Haar klokkentoren, de Torre del Mangia, domineert het Piazza del Campo. De Torre del Mangia is 102 meter hoog, de op een na hoogste middeleeuwse klokkentoren van Italië. 505 treden voeren je naar een fantastisch uitzicht over Siena.

In de provincie Sienna ligt ook het beeldenpark Chianti Sculpture Park. Dit park is onlangs door National Geographic uitgeroepen tot een van de tien beste beeldenparken ter wereld. Het Park streeft naar integratie van kunst en natuur, diversiteit van culturen, vertegenwoordigd door kunstenaars van over de hele wereld en naar het gebruik van zoveel mogelijk soorten materialen. Elke kunstenaar is uitgenodigd om een locatie te kiezen om vervolgens een specifiek voorstel in te dienen. Het is de beoeling dat beelden en lanschap elkaar versterken en in elkaar overvloeien.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

TOSCANE LINKS

Advertenties
• Toscane Tui Reizen
• Toscane Vliegtickts.nl
• ANWB vakantie boeken Toscane
• Wandelvakantie Toscaanse Kust
• Toscaanse Kust Tui Reizen
• Toscane Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Florence

Nuttige links

Chianti Sculpture Park ( D+E+F+I+S)
Florence-Nu Online gids over Florence (N)
Telefoongids Italië
Toscane 2 Link België (N)
Toscane Foto's Kees Hulsen
Toscane Startnederland (N)
Toscane-Nu online gids over Toscane (N)

Bronnen

Aigner, G. / Toscane

Lannoo

Beliën, H. / Toscane/Umbrië

Gottmer/Becht

Breuiller, J. / Toscane, Umbrië

ANWB

Büld Campetti, C. / Toscane

Het Spectrum

Catling, C. / Florence & Toscane

Van Reemst

Florence en Toscane

Lannoo

Leeuwen, G. van / Toscane

ANWB

Leeuwen, G. van / Toscane, Umbrië

ANWB

Pelz, M. / Toscane

Elmar

Romig-Kirsch, U. / Toscane

Van Reemst

Schaper, A. / Toscane, Umbrië en de Marken

Elmar

Tuscany & Umbria

Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt september 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems