Landenweb.nl

GRAN CANARIA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Spaans
  Hoofdstad  Las Palmas de Gran Canaria
  Oppervlakte  1.560 km²
  Inwoners  846.717
  (2018)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  -1
  Web  .es
  Code.  ESP
  Tel.  +34

To read about GRAN CANARIA in English - click here

Steden GRAN CANARIA

Maspalomas Playa de taurito Playa del ingles

Populaire bestemmingen SPANJE

AndalusieCatalonieCosta blanca
Costa bravaCosta del solEl hierro
FormenteraFuerteventuraGran canaria
IbizaLa gomeraLa palma
LanzaroteMallorcaMenorca
Tenerife

Geografie en Landschap

Geografie

De Canarische Eilanden (Spaans: Islas Canarias) liggen in de Atlantische Oceaan ten westen van Afrika, op dezelfde hoogte als Marokko. De archipel bestaat uit zeven bewoonde hoofdeilanden en zes kleinere eilanden. De hoofdeilanden zijn Tenerife, Fuerteventura, Gran Canaria, Lanzarote, La Palma, La Gomera, en El Hierro. Vier kleine rotsachtige eilandjes zijn: La Graciosa, Montaña Clara, Alegranza en Los Lobos. De Canarische Eilanden zijn geografisch gezien een deel van Afrika, maar politiek gezien behoren ze sinds de 15e eeuw tot Spanje. De eilandengroep bestaat uit twee provincies, onder de naam: Autonome Regio van de Canarische Eilanden.

In totaal wonen er 1,6 miljoen mensen op de Canarische Eilanden. Op Gran Canaria wonen ca. 700.000 mensen, op Tenerife 625.000, op La Palma 83.000, op Lanzarote 60.000, op Fuerteventura 30.000, op La Gomera 25.000 en op El Hierro 8.000 mensen.

advertentie

Gran Canaria Satellietfoto

Photo:Publiek domein

Gran Canaria is van vulkanische oorsprong, ongeveer 14 miljoen jaar oud, en is ontstaan als gevolg van erupties op de oceaanbodem. Vele lagen lava zorgden er op een gegeven moment voor dat het eiland boven water kwam te liggen, en tevens dat er diepe troggen tussen de verschillende eilanden liggen (tot 3500 meter diep). De vulkanen op Gran Canaria werken hoogstwaarschijnlijk niet meer. De laatste uitbarsting dateert van ca. 1000 jaar v.Chr. Kenmerkend voor Gran Canaria zijn de ‘caldera’s’, vulkanen met een trechtervormige, ingestorte krater en een diameter van meer dan twee kilometer.

Gran Canaria is na Tenerife en Fuerteventura het derde grootste eiland van de Canarische Eilanden. De totale oppervlakte van het cirkelvormige eiland is 1532 km2, en het eiland is daarmee ongeveer net zo groot als de provincie Utrecht. Het eiland meet van noord naar zuid ca. 55 kilometer en de maximale breedte bedraagt ca. 49 kilometer.

In het noordoosten ligt het schiereiland La Isleta, dat met het hoofdeiland verbonden wordt door de landengte van Guanarteme. Het schiereiland was oorspronkelijk vulkanisch en ooit een echt eiland dat door een smal kanaal, dat later is gedempt, was gescheiden van de landtong waarop de hoofdstad Las Palmas ligt. Marokko ligt op ca. 200 kilometer afstand en Cádiz, Spanje op 1250 kilometer.

Landschap

advertentie

Pozo de las nievas Gran Canaria

Photo:Victo R Ruiz Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Gran Canaria kent een grote verscheidenheid aan landschappen, zoals vlaktes met woestijnzand, woeste bergen, rotsplateaus, hoge grillige zwarte kliffen in het westen, groene akkers, vulkanen, zandstranden, beboste valleien en lavavelden. Het noorden is veel groener en vruchtbaarder dan het droge en kale zuiden. Het opmerkelijke verschil is gemakkelijk te verklaren. Tussen het noorden en het zuiden ligt in het centrum een berglandschap, waardoor er in het noorden veel meer regen valt dan in het zuiden.

Gran Canaria is dus met name in het binnenland zeer bergachtig met toppen tot bijna 2000 meter hoogte. De hoogste top is de Pozo de las Nievas (1949 meter), gelegen in het centrale Cumbre-bergmassief. In de buurt van deze berg liggen ook andere hoge toppen, zoals de Roque Nublo (1813 meter) en de Roque Bentaiga (1412 meter). Vanaf het midden van het eiland lopen 25 ravijnen (‘barrancos’) naar de kust, onder andere de Barranco Aldea, Barranco de Fataga, Barranco de Agaete en de Barranco de Mogán.

Ten zuidwesten van deze bergen ligt het berglandschap van Tirajana, waar enkele stuwmeren of ‘embalses’ liggen. In het noordwesten ligt de hoogvlakte van Tamadaba (tot 1444 meter hoog), dat bedekt is met een pijnbomenwoud. In het oosten en zuiden liggen zandstranden die kilometers lang kunnen zijn (totaal 50 kilometer), terwijl in het westen en noorden de kusten over het algemeen erg rotsachtig zijn. De meeste stranden bestaan uit fijnkorrelig geel zand, maar er zijn ook enkele zwartgekleurde zandstranden (vulkanisch zand) en enkele kiezelstranden.

advertentie

Dunas Maspalomas, Gran Canaria

Photo:Javier Branas Creative Commons Attribution 3.0 Unportedno changes made

Bij Maspalomas, in het zuiden, ligt een bijzonder duinlandschap, ‘Dunas de Maspalomas’. Door de wind en de voortdurende aanvoer van nieuw zand veranderen de duinen voortdurend van vorm en plaats, en worden daarom ook wel de ‘wandelende duinen’ genoemd. De duinen ‘wandelen’ in een tempo van 1 meter per jaar in westelijke richting. De duinen vormen een 418 hectare grote zandvlakte, die op de breedste plek 1,5 kilometer ver doordringt in het binnenland.

De duinen zijn tot twaalf meter hoog, hebben een geheel eigen flora en bestaan vrijwel uitsluitend uit aangespoelde koraal- en schelpenkalk, en dus niet uit aangewaaid zand uit de Afrikaanse Sahara. In 1987 besloot de Spaanse regering om de ‘dunas’ te beschermen als ‘natuurgebied van nationaal belang’.

In het westen grenzen de ‘dunas’ aan de ‘Chargo de Maspalomas’, een plas met brak en zoet water, waar onder meer reigers, eenden en plevieren overwinteren.

advertentie

Herbebossing met Canarische Pijnbomen, Gran Canaria

Photo:Tamara k Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De rivieren op het eiland zijn kort, grotendeels onbevaarbaar en staan het grootste deel van het jaar droog.

Tot en met de 14e eeuw was Gran Canaria volledig bedekt met bossen. Na de introductie van de suikerrietteelt werden er veel bossen gekapt, en sinds het begin van het massatoerisme in de jaren zestig van de 20e eeuw is er veel bos gekapt voor de vele hotels en andere toeristische voorzieningen. Door het gebrek aan bomen verdwijnt er zeer veel vruchtbaar bodemmateriaal door erosie. Door de cultivering van de grond was en is er nog steeds sprake van versnelde erosie. Op sommige plaatsen is een kale rotsbodem het enige wat nog rest. Om nog te redden wat er te redden valt is herbebossing de enige remedie, en daar wordt nu de nadruk op gelegd. Het herbebossen gebeurt met de snelgroeiende Canarische pijnbomen.

Door het toerisme stijgt het waterverbruik nog steeds, en dat geeft ook de nodige problemen. De grondwaterspiegel is de laatste twintig jaar ongeveer 100 meter gezakt waardoor meer dan helft van de aanwezige waterbronnen droog is komen te staan. Een echte oplossing is nog niet voorhanden, hoewel de zeer kostbare winning van drinkwater uit zeewater enig soelaas biedt. Ook het hergebruiken van water ten behoeve van irrigatie is een mogelijkheid.

Klimaat en Weer

Gran Canaria heeft een warm en zonnig, subtropisch klimaat. De temperatuur is het hele jaar vrij gelijkmatig door de vochtige noordoostpassaat (calisio), en de Canarische Stroom, een aftakking van de Golfstroom, zorgt ervoor dat de hitte aan de kust getemperd wordt. In de bergen in het binnenland is het wat koeler door en op de hoogste bergen kan enkele maanden per jaar zelfs wat sneeuw liggen.

advertentie

Klimaatdiagram Las Palmas, Gran Canaria

Photo:Hedwig in Washington CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het zuiden van Gran Canaria ligt in de regenschaduw van de bergen, met als gevolg dat het daar droger en zonniger is dan in het noorden. In de winter kan het enkele dagen wat minder weer zijn met regen, storm en wat lagere temperaturen. In de zomer kan het extra heet worden door de sirocco, een hete oostenwind die vanuit de Sahara over Gran Canaria waait.

De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 12°C; de koudste maand is januari met een gemiddelde maandtemperatuur van 17°C en augustus is de warmste maand met gemiddeld 24°C. Door de matigende invloeden komt de temperatuur overdag zelden boven de 30°C en zakt ’s nachts zelden beneden de 10°C. De luchttemperatuur in het zuiden komt ook overdag in de wintermaand december bijna nooit onder de 20°C.

Gran Canaria kent een gemiddelde neerslag van 300 tot 500 mm per jaar, maar het regent nooit lang achter elkaar. De meeste regen valt in de wintermaanden november, december en januari; de droogste maanden zijn de zomermaanden juni, juli en augustus.

Door de golfstroom ligt de temperatuur van het zeewater bijna het hele jaar door tussen de 19 en 24°C.

Stofwind vanuit de Sahara over Tenerife

Photo:Publiek domein

Een aantal keren per jaar zorgt de ‘calima’, een warme Saharawind, ervoor dat het eiland gedurende een dag of drie tot zes in een stofmantel is gehuld, waar geen zonnestraal meer doorheen komt.

Enige cijfers:

Maandmaximum temperatuurminimum temperatuurregendagen
Januari22,5°C15,0°C9
Februari23,0°C15,0°C2
Maart26,0°C14,7°C2
April22,3°C16,2°C6
Mei24,7°C17,5°C2
Juni25,8°C18,2°C0
Juli25,8°C20,0°C0
Augustus28,5°C20,5°C0
September26,0°C19,5°C3
Oktober25,7°C20,2°C2
November23,8°C18,1°C9
December22,7°C15,5°C4

Planten en dieren

Planten

Vegetatie Gran Canaria

Photo: Tamara k Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Van de ca. 1650 op de Canarische Eilanden voorkomende planten-, bloemen-, en boomsoorten, zijn er ca. 600 inheems. Van deze 600 zijn er weer honderden die slechts op één eiland, vaak zelfs maar in één enkele ravijn voorkomen. Door de geïsoleerde ligging komen hier nog bloemen, bomen en planten voor die in de rest van de wereld al sinds 2,5 miljoen jaar zijn uitgestorven. Een voorbeeld zijn de ‘laurisilva’-bossen, die vroeger in grote delen van Afrika en Europa voorkwamen, maar nu alleen nog maar op de Canarische Eilanden.

Op de Canarische Eilanden zijn drie vegetatiezones te onderscheiden. De droge zone tot ca. 900 meter hoogte herbergt o.a. (schijf)cactussen, inheemse dadelpalmen, acacia’s, amandelbomen, agaven, bananenplanten, suikerriet, Canarische lavendel, aloë en eucalyptusbomen. In de droge gebieden komt men de kandelaberwolfsmelk (cardón) en de koning-jubawolfsmelk of ‘tabaiba’ tegen. Het ingedikte sap van de tabaiba kan als een soort kauwgom gegeten worden. Het sap van een andere wolfsmelksoort, de ‘cardó’ of kandelaarcactus wordt, vermengd met olie, gebruikt als medicijn. De ‘tajinaste’ is een gedrongen struik met een worstachtige stam en fijne groene bladeren.

Bananenplantages Gran Canaria

Photo:Jarek Prokop Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

De plantages met de kleine Chinese banaan of dwergbanaan groeien tussen 300-400 meter boven de zeespiegel. De Teige-slangenkop is een zeer bijzondere bloem die aanvankelijk alleen op Tenerife voorkwam, maar met succes op Gran Canaria is aangeplant. Het gewas kan bijna twee meter hoog worden en er kunnen aan één plant tienduizenden rode bloemen groeien. De Canarische palm (Phoenix canariensis) is overal te vinden, lijkt op de Noord-Afrikaanse dadelpalm, maar is korter, met grote weelderige bladeren en een mooiere kroon. De kleurige kerstster wordt op Gran Canaria zo groot als een boom.

De boomzone (tot 1800 meter) bevat verschillende soorten naald- en loofbomen, o.a. verschillende lauriersoorten, hulst, boomheide en de Canarische pijnbomen (pino canario of Latijn: Pinus canariensis), die 20-30 meter hoog kunnen worden. In de pijnwouden (het grootste woud is het pijnboomwoud van Tamadaba) groeien onder andere het zonneroosje en de slaaplelie. De ‘tuno indio’, een wild groeiende cactussoort, heeft veel scherpe stekels en kleine, rode vruchten, die mierzoet maar zeer verfrissend zijn.

In de bergzone (boven 1800 meter) groeien dwergstruiken (gele brem of ‘retama’), korstmossen en vele kruiden.

Drakenboom Gran Canaria

Photo:H Zell Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De beroemdste boom van de Canarische Eilanden is de Canarische drakenboom of drakenbloedboom, die behoort tot de families van de lelies en verwant is aan de yucca’s. Die laatste naam komt door het donkerrode hars van deze zeldzame boom. Deze Canarische variant, die enkele honderden jaren, tot misschien wel duizenden jaren oud kan worden, komt verder alleen nog op Kaapverdië en Madeira voor, en is elders al meer dan twintig miljoen jaar uitgestorven.

In het leven van de Guanchen, de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden, nam de drakenboom in het verre verleden een belangrijke plaats in. Het belangrijkste product was het ‘drakenbloed’, dat onder andere als medicijn gebruikt werd.

Dieren

Tjiftjaf Gran Canaria

Photo:Juan Emilio Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De dierenwereld op de Canarische Eilanden is lang niet zo gevarieerd als de plantenwereld.

Bijzondere vogelsoorten zijn de pijnboom- en de laurierduif, de Canarische torenvalk en de tjiftjaf. Veel voorkomende soorten zijn lijsters, kraaien, kwartels en patrijzen.

Op Gran Canaria zijn veel soorten hagedissen te vinden, waaronder de 80 cm lange slanghagedis (Lacerta stehlini). Echte slangen, maar ook schorpioenen komen niet voor op het eiland, gekko’s wel.

Wilde zoogdieren zijn onder andere ratten, hazen, konijnen en muizen. Gedomesticeerde dieren zijn runderen, schapen, ezels, enkele dromedarissen en kamelen, honden en geiten. Geiten zijn het belangrijkste melk- en slachtvee van de eilandbewoners.

Perra de Presa Canario Gran Canaria

Photo:Smok Brazily Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De Canarische Eilanden danken hun naam aan de Perro de Presa Canario, een grote hondensoort die al ten tijde van de Romeinen op de eilanden aanwezig was.

In de zeeën rond Gran Canaria komen onder andere voor: zwaardvissen, zalmen, zeeschildpadden, haaiensoorten, zeilvissen, kreeften, goudbaarzen, zeeduivels, heken, tong, langoesten, zeebaarzen, dolfijnen, tonijnen, makrelen, citroenvissen, inktvissen en marlijnen. Ook groepen orka’s en andere walvissoorten zijn rond het eiland te vinden.

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zijn vrijgelaten uitheemse Californische konings- of kettingslangen en hun nakomelingen een plaag geworden voor Gran Canaria. Hoewel deze slangensoort, vooral broedend rond de gemeenten Valsequillo en Telde, ongevaarlijk is voor de mens, worden bepaalde vogelsoorten en een zeldzame hagedissoort in hun bestaan op het eiland bedreigd. Men schatte het aantal Californische kettingslangen in 2014 op ca. 5000.

Geschiedenis

Guanchen

Vindplaats Guanchen Cultuur Gran Canaria

Photo:Felix König Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

De oorspronkelijke bewoners van Gran Canaria waren de Guanchen, een volk dat waarschijnlijk afstamt van Berberstammen uit Noord-Afrika. Ca. 4500 jaar geleden hebben zij de oversteek naar de Canarische Eilanden gemaakt. De eerste mensen die aankwamen op Gran Canaria waren van het meer West-Europees uitziende Cro-Magnonras, later gevolgd door een zuidelijk Mediterraan ras, de Majos. De mensen van het Cro-Magnonras woonden voornamelijk op Gran Canaria en Tenerife, de Majos op Lanzarote en Fuerteventura.

Aanvankelijk verzamelden ze eetbare gewassen en vingen vis. Later, rond het begin van de jaartelling, gingen ze in groepen wonen, de grond verbouwen (bonen, tarwe, gerst en erwten) en vee houden. Gebruiksvoorwerpen werden gemaakt van steen, hout en aardewerk, en grotten werden soms beschilderd. De Guanchen op de verschillende eilanden hadden weinig contact met elkaar en ontwikkelden daardoor een eigen leefpatroon. Ook op de eilanden zelf waren er verschillen tussen bijvoorbeeld kust- en bergbewoners.

Zo werden in de bergen van Gran Canaria de gemummificeerde doden bij elkaar en rechtopstaand in grotten begraven; aan de kust werden grafheuvels gemaakt om de doden in te leggen.

Rond de 14 eeuw was het grondgebied van Gran Canaria verdeeld in twee ‘guanartemato’: Telde en Gáldar. Aan het hoofd van elke guanartemato stond een ‘guanarteme’, die werd gekozen uit de mannelijke leden van de koninklijke familie door de raadsvergadering van de edelen.

Een ander lid van de koninklijke familie was de religieuze leider, de ‘faycán’, die zich echter ook nadrukkelijk met de dagelijkse gang van zaken bemoeide. Dan was er verder nog een burgerlijke raad, de ‘tagoror’, die bestond uit de guanarteme, de faycán en de edelen. De militaire raad bestond uit zes legeraanvoerders en beide raden adviseerden de guanarteme, die erg veel macht had.

De Spanjaarden noemde deze mensen Guanchen, wat letterlijk “zoon van Tenerife” betekent (guan = zoon en Achinech = Tenerife).

Gran Canaria Juba II van Mauretanie

Photo:Marie-Lan Nguyen Creative Commons Attribution 2.5 Generic no changes made

Ca. 30 jaar v.Chr. stuurde de Romeinse koning Juba II van Mauritanië een expeditie naar de eilanden en de leden hiervan troffen er een grote hondensoort aan. Sinds die tijd werden de eilanden ook wel Hondeneilanden (Insulae Canium) of Canarische Eilanden genoemd (canis = hond in het Latijn).

Voordat de eerste Europeanen verschenen wisten de Grieken en de Romeinen al af van het bestaan van de Canarische Eilanden. Homerus, Plato, Herodes en Salustius spraken en schreven al over de eilanden. Waarschijnlijk hebben de Feniciërs al rond 1000 v.Chr. handel gedreven met de toenmalige bewoners van de eilanden.

Europeanen nemen de eilanden in bezit

Gran Canaria Jean de Béthencourt

Photo:Publiek domein

Tot de 13 eeuw kwamen de eilanden niet meer in de geschiedschrijving voor omdat ze buiten de reguliere zeevaartroutes lagen. De verovering van de Canarische Eilanden begon met hun herontdekking in 1312 door de uit Genua afkomstige Lanzarote Malocello. Na zijn terugkeer verschenen in 1339 enkele eilanden op de Mallorcaanse landkaarten van de cartograaf Dulcert. In 1344 werd Luis de la Cerda, achterkleinzoon van Alfonso X van Castilië, door paus Clemens VI gekroond tot koning van ‘Fortuna’, zoals de eilanden toen genoemd werden. De nieuwe koning stierf echter al heel snel uiteindelijk kreeg Roberto de Bracamonte de Canarische Eilanden als geschenk van Enrique III van Castilië. Robert de Bracamonte schonk de eilanden op zijn beurt aan zijn Normandische neef Jean de Béthencourt.

In 1402 gaf de Castiliaanse koning Enrique III aan de Normandische edelman Jean de Béthencourt de opdracht om de eilanden te veroveren. De Béthencourt nam de opdracht aan, maar de Guanchen verdedigden zich fel en het lukte hem uiteindelijk niet om Gran Canaria en La Palma in te nemen, de andere eilanden wel.

In 1478 werd er weer een poging gedaan door koning Ferdinand van Aragon en koningin Isabella van Castilië, die gezamenlijk het bewind voerden over Castilië. Vijf jaar lang werd er gevochten, maar op 29 april 1483 werden de legers van de twee guanartematos Telde en Galdár bij Arucas verslagen, en niet lang daarna werd ook La Palma veroverd. In 1496 werd ook het laatste verzet gebroken en Tenerife onder het gezag van de Castiliaanse kroon geplaatst. Vanaf die tijd hadden de Guanchen het zwaar. Velen werden als slaaf verkocht en de vele ziektes die de veroveraars hadden meegebracht kostte veel oorspronkelijke bewoners het leven. Ze verloren ook al hun land. Alleen de Guanchen die samengewerkt hadden met de bezetters hielden wat meer vrijheid en land voor zichzelf. Uiteindelijk vermengden de Guanchen zich met de veroveraars en daarna ook nog met slaven, Portugezen en Mallorcaanse joden.

Columbus, Tenerife

Photo:Publiek domein

Las Palmas, de huidige hoofdstad van Gran Canaria, speelde een prominente rol tijdens de reizen van Christoffer Columbus naar Amerika; hij gebruikte deze plaats als tussenstop tijdens drie van zijn ontdekkingsreizen, die allemaal startten in Cádiz, in het zuiden van Spanje. Doordat de Canarische Eilanden perfect lagen ten opzichte van Midden-Amerika en Zuid-Amerika groeiden de eilanden uit tot een belangrijk handelscentrum (Portugezen, Britten, Hollanders, Ieren, joden en Genuezen) en er vertrokken van hieruit ook vele eilandbewoners naar de ‘Nieuwe Wereld’.

Doordat het Spaanse rijk als koloniale macht nu op haar hoogtepunt was, nam het belang van de haven van Las Palmas ook toe. Een smet op de historie van de eilanden was de slavenhandel; via de Canarische eilanden werden miljoenen zwarten uit West-Afrika naar Amerika gedeporteerd. De vaak rijk beladen schepen uit Amerika werden regelmatig overvallen door piraten en ook de nederzettingen op de Canarische eilanden werden nogal eens geplunderd.

In 1599 werd Las Palmas enige tijd bezet door de Hollander en vice-admiraal Pieter van der Does. Een vloot van 74 schepen bracht ca. 7000 manschappen aan land die na een verbeten strijd van enkele dagen de stad wisten te bezetten. De Spanjaarden begonnen daarop een guerillaoorlog en die kostte Van der Does zoveel doden dat hij ruim een week later het hazenpad koos; eerst brandde hij echter de stad nog plat. Na de val van het Spaanse wereldrijk in de 18e eeuw wisten de Spanjaarden, ondanks een aantal pogingen van de Britten om de eilanden te veroveren, de eilanden te behouden. Bekend werd de aanval van de beroemde Britse admiraal Horatio Nelson, die in 1797 werd afgeslagen. Bij deze gevechten verloor Nelson zijn rechterarm.

Spaanse provincie

Fernando León y Castillo, Tenerife

Photo:Publiek domein

In 1821 werden de Canarische Eilanden een Spaanse provincie met Santa Cruz de Tenerife als hoofdstad.

Door de strategische ligging van de Canarische Eilanden ten opzichte van Afrika nam het economische belang van de eilandengroep in de 19e eeuw nog verder toe. Deze belangrijke economische positie nam nog meer toe toen in 1872 de havens van Gran Canaria en Tenerife de status van vrijhaven kregen toebedeeld. Dit had wel als gevolg dat men vanaf die datum economisch grotendeels afhankelijk was van de internationale politieke en economische situatie.

Vanaf 1880 tot 1918 werden de Canarische Eilanden politiek volledig gedomineerd door de Canarische Liberale partij, die op dat moment geleid werd door León y Castillo. Na zijn dood brak er een conflict om de heerschappij uit tussen de twee grootste eilanden van de archipel, Gran Canaria en Tenerife. Als gevolg hiervan werd de eilandengroep in 1927 opgedeeld in twee provincies; in het westen de provincie Santa Cruz met de eilanden Tenerife, El Hierro, La Gomera en La Palma en in het oosten de provincie Las Palmas de Gran Canria met de eilanden Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote.

Koning Juan Carlos Spanje

Photo: ? (Aleph) Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic no changes made

In 1936 behaalde een volksfront, bestaande uit liberale republikeinen, socialisten, syndicalisten en communisten, een verkiezingsoverwinning en mocht een regering gaan vormen. Om hem wat wind uit de zeilen te nemen werd Francisco Franco weggepromoveerd als militair gouverneur van de Canarische eilanden. Franco toonde meteen zijn ware bedoelingen en onderdrukte de bevolking van de eilanden. Op Tenerife maakte hij plannen om de nationale volksfront-regering af te zetten en in juli 1936 sloot hij zich aan bij andere militairen en brak de Spaanse Burgeroorlog uit.

Na een bloedige strijd behaalde Franco in 1939 de overwinning. Franco stierf in 1975 en Spanje veranderde onder impulsen van koning Juan Carlos de Bourbon y Bourbon in een parlementaire democratie. Door de democratisering kregen verschillende provincies van Spanje meer autonomie, waaronder ook de Canarische Eilanden in 1982. Als gevolg van de nog steeds heersende rivaliteit tussen Gran Canaria en Tenerife kregen beide eilanden de helft van de regeringsdepartementen toegewezen. Santa Cruz de Tenerife kreeg de volksvertegenwoordiging en Las Palmas de Gran Canaria het Hooggerechtshof toebedeeld. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw ontwikkelden de Canarische Eilanden zich, onder impulsen van het toerisme, in een razendsnel tempo tot de huidige moderne samenleving. Zie verder ook de geschiedenis van Spanje op Landenweb.

Bevolking

Oorspronkelijke bevolking

De oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden zijn de Guanchen. Men vermoedt dat de Guanchen ca. 3000 jaar v.Chr. zich vanuit Noord-Afrika op de Canarische Eilanden vestigden, met name op Tenerife. De uiterlijke kenmerken van de Guanchen komen namelijk ook voor bij Noord-Afrikaanse Berberstammen. De eerste eilandbewoners waren herders en vissers die tevens gebruik maakten van primitieve landbouwmethoden. De Guanchen van Gran Canaria bestond uit twee stamgebieden: Galdár en Telde. De leden van een stam werden ingedeeld in drie klassen: koninklijke familie en koning (guanarteme), edelen en priesters, en als laatste groep de herders, boeren en soldaten.

Stanbeeld Guanche Gran Canaria

Photo:Frank C. Müller Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic no changes made

De taal van de Guanchen bestond uit verschillende dialecten omdat de bewoners van de diverse eilanden nauwelijks onderling contact hadden. De Guanchen vermengden zich op het einde van de 15e eeuw met de Spaanse veroveraars, waardoor de Guanchentaal in de 17e eeuw al uitgestorven was. De nakomelingen van deze twee groepen waren de voorouders van de huidige bevolking.

De bevolking werd nog verder vermengd door de komst van Noord-Afrikaanse slaven die op de suikerrietplantages werkten. Later kwamen daar nog Portugezen en Mallorcaanse joden bij.

Aan het begin van de 20e eeuw emigreerden tienduizenden 'canarios' naar het Caribische gebied en naar Latijns-Amerika om de honger te ontvluchten. Nog altijd heeft Gran Canaria hechtere banden met de Nieuwe Wereld dan met het vasteland van Spanje.

Enkele cijfers

Las Palmas de Gran Canaria

Photo:Matti Mattila Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Op alle Canarische eilanden samen wonen ca. 1,5 miljoen mensen. Gran Canaria telt ca. 850.000 bewoners en heeft met ongeveer 500 mensen per km2 de hoogste bevolkingsdichtheid. Las Palmas de Gran Canaria is de grootste stad van de archipel met ca. 380.000 inwoners.

Taal

De Canarische bevolking spreekt Castilliaans Spaans ((Castellano), de officiële taal van Spanje. Het enige verschil is dat de uitspraak wat anders is en ze hebben een enigszins zangerig Caribisch accent.

Er zijn nog enkele Guanche-woorden in gebruik, onder andere ‘guagua’ voor bus en ‘papa’ voor aardappel.

Spaanse dialecten

Photo:Stephen Shaw at the English Wikipedia CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes

Het Castellano (Castiliaans) is de officiële staatstaal sinds ca. 1250. In het buitenland wordt het Castellano eigenlijk altijd"Spaans" genoemd. Het Castellano is een Romaanse taal met veel afleidingen uit het Latijn, maar ook uit veel andere talen. Het Spaans bevat ca. 100 woorden die o.a. door de Visigoten naar het schiereiland zijn gebracht. Tijdens de overheersing van de Moren zijn er ongeveer 4000 woorden in de Spaanse taal ingebracht. Verder zijn er veel woorden aan het Frans en het Italiaans en meer recent aan het Engels ontleend.

Voorbeelden van afleidingen zijn:

ArabischFransWest-Gotisch Engels
Alcázarmonjeguardia lider
Aldeavinagreropa mitin
Acequiamenútapa tractor
Alcobacoquetaespuela fútbol

Het Castellano verschilt in sommige opzichten sterk van andere Romaanse talen, met name qua uitspraak. De letters van het Spaanse alfabet zijn: a, b, c, ch, d, e, f, g, h, i, j, k, l, ll, m, n, ñ, o, p, q, r, rr, s, t, u, v, x, y, z.

De naam 'Gran Canaria' wordt het eerst vermeld op een Spaanse kaart uit 1339. De Romeinse geschiedschrijver Plinius de Oudere noemde het eiland 'Canaria', vermeodelijk refererend aan de grote honden (hond = canis in het Latijn) die op de eiland voorkwamen.

Godsdienst

Het christelijke geloof vestigde zich met de komst van de Spanjaarden op de Canarische Eilanden. Paters van verschillende monnikenorden stichtten kloosters en kapellen en zorgden voor de kerstening van de Guanchen, de oorspronkelijke bevolking van de Canarische Eilanden.

De Canariërs zijn voor bijna 100% katholiek en hebben ter ere van de Heilige Maagd Maria veel kerken gebouwd. Naast de gewone nationale kerkelijke feestdagen worden er ook veel Mariafeesten en herdenkingsdagen van een groot aantal heiligen uitbundig gevierd. Tijdens bedevaarten (‘romerias’) worden beelden van Maria, Jezus of andere heiligen meegedragen.

Processie Gran Canaria

Photo:Ubayrbd Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

De beschermheilige van de Canarische Eilanden is Maria Lichtmis of ‘Virgen de la Candelaria’; de beschermheilige van Gran Canaria is Onze-Lieve-Vrouw van de Pijnboom of ‘Nuestra Señora del Pino’. San Telmo is de schutspatroon van vissers en zeevarenden. De Fiestas de la Cruz zijn festiviteiten in steden en dorpen die in hun naam het woord ‘Santa Cruz’ hebben.

In de meeste plaatsen op Gran Canaria worden op zondag rooms-katholieke kerkdiensten gehouden. In de toeristencentra wordt de mis ook vaak in vreemde talen gelezen, en in de Templo Ecumenico in Playa del Inglés worden ’s winters protestantse kerkdiensten en al bijna twintig jaar Nederlandstalige katholieke diensten gehouden. Las Palmas beschikt over een synagoge.

Gran Canaria vormt een eigen bisdom; de bisschop resideert in Las Palmas en behoort tot het aartsbisdom Sevilla.

Belangrijke religieuze feestdagen op Gran Canaria zijn:

6 januari Los Reyes (Driekoningen)
maart/april Semana Santa (Goede-Weekprocessies)
mei/juni Fiestas de Corpus Cristi (Sacramentsdag)
16 juli Fiesta del Carmen (in Las Palmas en Mogán)
25 juli Romerías de Santiago Apóstol (ter ere van de heilige Jacobus
5 augustus Fiesta de Nuestra Señora de las Nieves (in Agaete)
15 augustus Maria Hemelvaart
6-8 september Romería de la Virgen del Pino (in Teror)
2e zaterdag Fiesta de Nuestra Señora de la Luz (in Las Palmas)
1 november Allerheiligen
december Fiestas de Santa Lucía (in Santa Lucía de Tirajana)
8 december Maria Onbevlekte Ontvangenis

Enkele belangrijke of bijzondere kerkgebouwen:

Kathedraal van Sint-Anna, La Palmas Gran CanariaPhoto:Alejandroclemente Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Catedral de Santa Ana (Las Palmas): in 1497 werd er met de bouw begonnen, pas in de 19e eeuw was de vijfschepige kerk min of meer voltooid. Vanwege geldgebrek is de linkerzijbeuk aan de noordkant echter nog steeds maar enkele meters hoog. Door de lange bouwgeschiedenis is de kerk een mengsel geworden van gotische, renaissancistische, barokke en neoklassieke elementen.

De kathedraal is vooral een bezienswaardigheid door de vele 16e, 17e, en 18e eeuwse kunstwerken die in de kerk en het bijbehorende Diocesaan-museum van de Heilige Kunst te zien zijn.

Iglesia de San Juan Bautista (Arucas): in 1909 werd er met de bouw begonnen; de feitelijke voltooiing volgde pas in 1977. Ondanks de zeer grote afmetingen wordt de neogotische kerk vaak ten onrechte kathedraal genoemd, maar wordt wel algemeen beschouwd als het prachtigste gebouw op het eiland. Tevens is het met 60 meter de hoogste kerk van Gran Canaria. Opvallend is het beeld van de liggende Christus, ‘El Cristo Yacente’, gemaakt door de beeldhouwer Manuel Ramos.

Santa María de Guía, Gran Canaria

Photo:Felix König Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Santa-Maríakerk (Santa María de Guía): het kerkorgel werd in 1900 ingewijd door de beroemde Franse componist Camille Saint-Saëns, die regelmatig op Gran Canaria verbleef.

De neoklassieke kerk is gemaakt door José Luján Pérez, de beeldhouwer-architect, die in deze plaats is geboren.

Ermita de la Virgen de las Nieves (Puerto de las Nieves): in de 16e eeuw werd het interieur verrijkt met een drieluik van de uit de zuidelijke Nederlanden afkomstige schilder Joos van Cleve. Alleen in de maand augustus te bewonderen.

Iglesia de San Juan Bautista (Telde): daterend uit de 15e eeuw en daarmee een van de oudste kerken van Gran Canaria. Taferelen uit het leven van Maria zijn te zien op een prachtig Vlaams houten altaarpaneel uit de 15e eeuw.

Boven het altaar hangt een manshoog Christusbeeld, dat echter maar ca. zeven kilo weegt. Het is gemaakt van een soort pap die uit merg, bladeren en wortels van de maïsplant bereid werd. Het is in de 16e eeuw in Mexico gemaakt door Taraskische indianen, en een herinnering aan het handelsverkeer tussen de Nieuwe Wereld en de Canarische Eilanden.

Basilica de Nuestra Señora del Pino, Gran Canaria

Photo:Fhu Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Basilica de Nuestra Señora del Pino (Teror): deze barokke, in klassieke koloniale stijl opgetrokken basiliek werd tussen 1760 en 1767 gebouwd. In een grote nis op een hoogaltaar staat het wonderbeeld van Nuestra Señora del Pino (Onze-Lieve-Vrouw van de pijnboom).

Op 8 september 1492 verscheen hier, volgens de legende, Maria op de takken van een pijnboom aan de eerste bisschop van het eiland, Juan Frias.

Op 8 september trekken mensen van heinde en van ver naar Teror ter ere van de patrones van Gran Canaria. Er komen zelfs pelgrims uit Zuid-Amerika op deze bedevaart af. Het mariabeeld wordt dan door de straten van Teror gedragen, en Teror wordt dan ook beschouwd als het religieuze hart van Gran Canaria.

Santiago de los Caballeros-kerk (Gáldar): aan het einde van 18e eeuw ontworpen door Diego Nicolás Eduardo, die eveneens verantwoordelijk was voor de bouw van de kathedraal van Las Palmas.

De vroegclassisistische kerk bezit het grootste orgel van de Canarische Eilanden met 4700 pijpen. In de 15e-eeuwse groenkleurige doopvont werden de eerste Guanchen gedoopt.

San Sebastiaan Kerk in Agüímes, Gran Canaria

Photo:Victor R Ruiz CCAttribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

San Sebastián-kerk (Agüímes): deze neoklassieke kerk heeft een zeer grote historische waarde en is dan ook een ‘Monumento Historico Artistico Nacional’. In de kerk hangen 17e- en 18e-eeuwse schilderijen en beeldhouwwerken van Luján Pérez. Bij het hoofdaltaar staan een wit marmeren doopvont en een unieke Spaanse klok.

Agüímes was van 1483 tot 1811 de bisschopszetel van Gran Canaria.

Santuario de la Virgen de la Cuevita (Artenara): dit is een klein grotkerkje (80 m2), waarvan het altaar, met daarboven het beeld van de maagd Maria en haar kind Jezus, en de preekstoel uit de rots zijn gehouwen.

Het kerkje is gewijd aan de beschermheilige van volksmuzikanten en fietsers.

De belangrijkste kerken hebben drie schepen met enkele zijkapellen. Bijzonder zijn de houten plafonds, kenmerkend voor de bouwkunst van de ‘mujédars’. De mujédars waren Moren die een eigen kunststijl ontwikkelden in door christenen heroverd gebied.

Het veelal 17e-eeuwse barokke hoogaltaar bedekt vaak de hele achterwand van de kerk, en is rijk versierd met vele heiligenafbeeldingen. Iedere kerk beschikt over meerdere altaren. De oudste beelden zijn door Spaanse, maar ook vaak door Vlaamse beeldhouwers gemaakt.

Samenleving

Bestuur

In het jaar 1821 werden de Canarische Eilanden een provincie van Spanje met als hoofdstad Santa Cruz de Tenerife. Sinds 1927 is de archipel verdeeld in twee provincies: Santa Cruz de Tenerife met de vier westelijke eilanden Tenerife, La Palma, La Gomera en El Hierro, ook wel genoemd ‘Canarias Occidennales’.

Cabildo Insular de Gran Canaria

Photo:Beta 15 Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De provincie Las Palmas de Gran Canaria bestaat uit de drie oostelijke eilanden Gran Canaria, Fuerteventura en lanzarote, ook wel genoemd ‘Canarias Orientales’.

Sinds 1983 zijn de twee provincies verenigd in de Autonome Regio van de Canarische Eilanden of ‘Comunidad Autónoma de Canarias’. De Canarische Eilanden krijgen dan een beperkte autonome status en een regionale grondwet.

Het burgerlijk bestuur is in de hoofdstad Las Palmas de Gran Canaria gevestigd. Daarnaast heeft Gran Canaria, net als alle andere eilanden, een eilandraad, de zestig zetels tellende ‘Cabildo Insular’.

De Canarische Eilanden zijn in het Spaanse parlement vertegenwoordigd met 14 van de 350 zetels en in de Senaat met 11 van de 255 zetels. Elk eiland is verdeeld in gemeenten (‘municipios’) met aan het hoofd een burgemeester (‘alcalde’). In totaal zijn er 77 gemeenten; Tenerife heeft met 31 gemeenten de meeste, El Hierro met 2 de minste. Voor de actuele politieke situatie van Spanje zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Bibliotheek van de universiteit van Salamanca

Photo:Antoine Taveneaux Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het onderwijs in Spanje is lange tijd achtergebleven bij de rest van het moderne Europa. Met name het platteland, waar de afstanden groot zijn en de verbindingen slecht waren, kende een groot aantal analfabeten. Ook het geld dat voor onderwijs werd uitgegeven stak schril af bij andere landen in Europa. De kentering werd ingezet vanaf 1962 onder het Franco-regime. In nauwelijks vijftien jaar tijd is het budget voor het onderwijs met 100% gestegen. Het analfabetisme onder vooral de ouderen werd aangepakt door het Servicio de Educación Permanente de Adultos. Deze organisatie verzorgt cursussen lager onder onderwijs voor ouderen. De zeggenschap over het onderwijs is trouwens in handen van de autonome regeringen. Ook het onderwijs op afstand, de Educación de Distancia", zorgt ervoor dat steeds meer mensen gebruik kunnen maken van het onderwijssysteem, en dat geldt dan voor lager tot en met universitair onderwijs. In 1999 volgden meer dan 130.000 mensen op deze manier universitair onderwijs via de Universidad Nacional de Educación de Distancia, die zelfs vestigingen in het buitenland heeft.

Een derde van het aantal leerlingen gaat naar privé-scholen die in handen zijn van particulieren of religieuzen. De meeste van deze scholen worden voor 100% gefinancierd door de overheid. Ze zijn dan wel verplicht een schoolbestuur te hebben en in principe iedere leerling toe te laten. Het onderwijs aan de staatsscholen is gratis.

Volgens de nieuwe onderwijswet van 1990, de Ley Orgánica de Ordenación General del Sistema Educativo (LOGSE), zijn er de volgende schooltypen in Spanje:

Allereerst de Educación Infantil, het peuter- en kleuteronderwijs. Dit niet verplichte onderwijs bestaat uit een cyclus van drie jaar of van zes jaar.

Daarna volgt het Educación Primaria, het basisonderwijs dat gegeven wordt van zes tot en met twaalf jaar en verplicht is. Er zijn drie cycli van elk twee jaar met een aantal verplichte en een aantal facultatieve vakken. Al in groep drie begint men met introduceren van een vreemde taal.

Het verplichte voortgezet onderwijs is het Educación Secundaria Obligatoria (ESO), van 12 tot 16 jaar, waarna de leerplicht stopt. Het ESO telt twee cycli van twee jaar. De tweede cyclus bevat de meeste vakken die in de eerste cyclus worden gegeven, aangevuld met een aantal keuzevakken dat stijgt tot 30%.

Na het ESO krijgen de leerlingen een certificaat dat toegang geeft tot het"Bachillerato". Ook kan men dan gaan studeren aan beroepsopleidingen.

Het Bachillerato geeft toegang tot de universiteit. Men krijgt verplichte kernvakken en vakken van de richting die men kiest: techniek, kunst, natuurwetenschappen of sociale wetenschappen. Bovendien zijn er ook nu weer een aantal keuzevakken.

Het middelbaar beroepsonderwijs, het Formación Profesional Grado Medio, is niet erg populair in Spanje. Het duurt gemiddeld ongeveer twee jaar en de leerlingen krijgen naast algemeen vormende vakken vooral beroepsgerichte vakken.

Het hoger beroepsonderwijs of Formación Profesional Grado Superior kan gevolgd worden met een diploma Bachillerato.

Het universitair onderwijs is verdeeld in drie cycli:

Na de eerste drie jaar is men"Diplomado" en met dat behaalde diploma kan de tweede cyclus gevolgd worden, die twee jaar duurt. Men is dan een"Licenciado", ongeveer te vergelijken met onze doctorandustitel. Hierna kan men doorstuderen voor de titel van"Doctor".

Spanje telt momenteel 62 universiteiten waarvan 19 particuliere. De universiteit van Salamanca is de oudste van Spanje en dateert van 1218. De Universidad Complutense van Madrid/Alcalá is een van de grootste ter wereld met meer dan 100.000 studenten. Andere grote universiteiten zijn die van Barcelona, Valencia, Sevilla, Granada en País Vasco. Het aantal universitaire studenten is in tien jaar verdubbeld tot meer dan 1,5 miljoen in 1999.

Universidad de Las Palmas de Gran Canaria

Photo:Pepelopex Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De universiteit van Las Palmas (‘Universidad de Las Palmas de Gran Canaria’) werd gesticht in de periode 1989-1990. Op 26 april 1990 werd de universiteit officieel erkend door het Canarische parlement. De universiteit fuseerde met de al bestaande polytechnische universiteit en de verschillende universitaire centra werden vervolgens over de archipel verdeeld.

De universiteit bestaat nu uit 19 centra, waarvan sommige al meer dan honderd jaar oud zijn. In 1817 werd in La Laguna al de eerste universiteit van de archipel gesticht. Las Palmas kent op dit moment vier campussen: Tafira, Obelisco, San Cristóbal en Montaña Cardones.

Typisch voor de Canarische Eilanden

LUCHA CANARIA

Lucha Canaria Gran CanariaPhoto:Lexthoonen Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Lucha Canaria is een Canarische ‘Guanche’-worstelsport die alleen op deze eilanden beoefend wordt. In een met zaagsel afgebakende cirkel (15 meter doorsnee) nemen twaalf worstelaars (‘luchadores’) van twee teams het paarsgewijs tegen elkaar op. De bedoeling is om met bepaalde grepen de tegenstander binnen drie minuten op de grond te krijgen. Wie twee van de drie wedstrijden wint, heeft gewonnen.

Andere traditionele sporten zijn stokschermen of ‘juego de palo’, hanengevechten, mastklimmen en verspringen met een lans.

GOFIO

Gofio, Gran Canaria

Photo:Malopez 21 Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Gofio is het oudste overgeleverde basisvoedingsmiddel van de Canarische oerbevolking. Dit zeer houdbare gerecht bestond uit meel van gerstekorrels, tegenwoordig echter uitsluitend van maïs. Gofio wordt nog steeds verkocht in de supermarkten, maar staat in traditionele restaurants niet zo vaak meer op het menu.

Economie

Na de komst van Spanjaarden in de 15e eeuw werd er vooral suikerriet verbouwd op Gran Canaria. Een groot nadeel van de monocultuur was wel dat er miljoenen pijnbomen sneuvelden, waarna de erosie vat kreeg op het eiland. De desastreuze gevolgen daarvan zijn ook nu nog steeds goed merkbaar. Ook de oorspronkelijke Guanchen-bevolking, die gebruikt werden als slaven op de plantages, had veel te lijden. Rond 1700 was het al weer afgelopen met de lucratieve suikerhandel als gevolg van de concurrentie van landen als Cuba.

Voor de suikerindustrie kwam echter de wijnbouw in de plaats, met name op Tenerife. De wijngaarden werden echter in de 19e eeuw vernietigd door de meeldauw, een plantenziekte. De Canarische Malmsey-wijn was in die tijd zeer geliefd op het vasteland van Europa.

Strand en toeristen, Gran Canaria

Photo:Bodo Teichert Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Na de wijnbouw concentreerde men zich op de aanplant van Opuntia-cactussen waarop de cochenille of schildluis gekweekt werd. Uit deze schildluizen werd een mooie purperen kleurstof gemaakt, o.a. gebruikt voor het verven van stoffen. Halverwege de 19e eeuw was de Chinese banaan het belangrijkste landbouwgewas en exportproduct van de Canarische Eilanden.

De Canarische Eilanden waren en zijn nog steeds belangrijk als aanlegplaats voor schepen. In 1852 werd de hele eilandengroep tot vrijhavengebied verklaard, waardoor de handel nog meer werd bevorderd.

Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig kwam de Canarische economie in grote problemen door thuisblijvende toeristen en de sterk afnemende handel met Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen. Na 1983 kwam het massatoerisme weer op gang en steeds meer kapitaal werd in de toeristenindustrie gestoken. In 1989 volgde weer een economische dip, die eens te meer aantoonde dat de toeristenindustrie zeer conjunctuurgevoelig is.

Huidige economische toestand

Bananenplantage , Gran CanariaPhoto:Canarina Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De belangrijkste landbouwproducten van Gran Canaria zijn op dit moment bananen, tomaten en aardappelen. Al deze producten worden geëxporteerd naar Europa en de Verenigde Staten. Rond de bananenplantages worden vaak koffiestruiken geplant, waarvan de opbrengst echter bedoeld is voor eigen gebruik. Dit geldt ook voor de verbouw van katoen, suikerriet, granen, groenten en fruit. Wat wijngaarden betreft resteert er nog maar ca. 500 ha op de hellingen van de Monte Lentiscal.

Meer dan 90% van de bananen wordt naar het Spaanse vasteland geëxporteerd, met name naar Sevilla, Barcelona en Cádiz. Andere exportproducten zijn snijbloemen en potplanten.

De veeteelt stelt niet veel voor op Gran Canaria, ook al als gevolg van de geringe natuurlijke begroeiing. Het aantal stuks vee is niet groot en producten als melk, vlees en boter moeten dan ook geïmporteerd worden.

Standbeeld voor een visser, las palmas de Gran Canaria

Photo:Pepelopex Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Las Palmas heeft een belangrijke vissershaven, en veel mensen (ca. 15.000) werken op de vissersvloot, maar ook in de conserven- en vismeelfabrieken, drogerijen en zouterijen. Het meeste zout dat gebruikt wordt in de visfabrieken komt uit de zoutpannen van Lanzarote. De meeste vis wordt gevangen tussen de Afrikaanse kust en de archipel, vooral sardines en tonijn.

Problematisch is dat veel Afrikaanse visgronden verboden terrein worden voor de Canarische vissers en de visverwerkende industrie vertrekt naar de goedkope Afrikaanse kustlanden.

stikstoffabriek Gran Canaria

Photo:John - el - Castillo Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Een belangrijke industriële activiteit vormen de stikstoffabrieken van Las Palmas. Veel mensen werken ook in de verwerkende sector, zoals de papier-, hout-, en levensmiddelenindustrie.

Vliegveld Gran CanariaPhoto:Janayte Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De belangrijkste economische factor op Gran Canaria blijft het toerisme.

Vakantie en bezienswaardigheden

Vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw veroorzaakte het opkomende massatoerisme een belangrijke economische impuls. Er werden veel hotels, bungalows en appartementencomplexen gebouwd, vooral aan de zuidkust van Gran Canaria. Veel Canariërs werken sinds die tijd in de bouw en in de horeca.

Veel hotels, Gran Canaria

Photo:Bengt Nyman Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Veel van de huidige investeringen in de toeristensector zijn afkomstig van niet-Canarische ondernemingen, waardoor veel inkomsten naar het Spaanse vasteland afvloeien. Jaarlijks arriveren er ca. 9 miljoen toeristen op de verschillende eilanden en de totale dienstensector maakt ca. 80% uit van het bruto nationaal product. Gran Canaria trekt ca. 3 miljoen toeristen per jaar.

Veel jonge mensen trekken van het platteland naar de hoofdstad Las Palmas en naar de toeristencentra in het zuiden zoals Playa del Ingles en Maspalomas en daardoor worden de kleine dorpsgemeenschappen demografisch ernstig ontwricht.

Maspalomas VuurtorenPhoto:Marc Ryckaert Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Op het uiterste zuidpuntje van het Spaanse eiland Gran Canaria is de badplaats Maspalomas te vinden. Voor culturele bezienswaardigheden hoeft u niet naar Maspalomas te gaan, maar er zijn wel enkele andere leuke uitstapjes te maken. Zo kunt u zich een dagje in de Sahara wanen. Ten oosten van Maspalomas vindt u namelijk zo’n 400 hectare aan spectaculaire zandduinen. Deze duinen, uitgeroepen tot nationaal park, zijn alleen te bezoeken per voet of op de rug van een kameel. U kunt dus een tocht maken alsof u enkele honderden kilometers oostwaarts, op het Afrikaanse continent, verblijft. Maspalomas is ook een uitstekende bestemming voor gezinnen met kinderen. Niet alleen doordat het er relatief rustig is, maar ook omdat hier het grootste aquapark van de Canarische Eilanden ligt. Aqualand Maspalomas kent een veelvoud aan attracties voor zowel jong als oud. Van over het hele eiland komt de lokale bevolking richting Maspalomas om een duik te nemen in dit hoogwaardige waterpark. Lees meer op de Maspalomas pagina van Landenweb.

Playa del Ingles StrandPhoto: Wouter Hagens in het publieke domein

Playa del Ingles is hét toeristisch centrum van Gran Canaria. Het centrum van Playa del Ingles is de zevende hemel voor liefhebbers van winkelen. Op kleine afstand van elkaar vindt u onder andere winkelcentrum Tropical, Kasbah, Metro en Yumbo. Winkelcentra zijn te herkennen aan het teken CC (Centro Comercial). Het stadscentrum is daarnaast voorzien van talloze restaurants, bars en uitgaansgelegenheden. Het restaurant El Gaucho in Kasbah en Sakura in Cita zijn echte aanraders. Het heerlijke strand is natuurlijk een van de hoofdattracties van Playa del Ingles. Het lange zandstrand beschikt over een apart gedeelte voor naturisten. Tevens is er een gedeelte ingericht voor homoseksuelen. Het strand is over de gehele lengte voorzien van gezellige barretjes en leuke restaurants. Lees meer op de Playa del Ingles pagina van Landenweb.

PLaya de TauritoPhoto:Bgabel at q373 shared CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Playa de Taurito ligt aan de zuidwestkust van het eiland. Het meest bekend is de badplaats om haar prachtige stranden, die door landtongen beschut worden tegen de wind en de ultieme plek zijn voor een dagje ontspanning. Óf inspanning, want aan het strand kunnen ook allerlei watersporten beoefend worden, waaronder diepzeeduiken. Toe aan een verandering van uitzicht? Het dichtbijgelegen meer biedt een goed alternatief. In de directe omgeving van Playa de Taurito vind je bovendien de grotere badplaatsen Maspalomas en Playa del Inglès. Een avondje uit in deze kustplaatsen is zeker de moeite waard en je kunt hier fantastisch shoppen en dineren.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

GRAN CANARIA LINKS

Advertenties
• Gran Canaria Vliegtickets.nl
• Naar Gran Canaria met Sunweb
• Gran Canaria Tui Reizen
• Gran Canaria Hotels
• Autohuur Gran Canaria
• Gran Canaria Vliegtickets Tix.nl
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals

Nuttige links

Gran Canaria (N)
Gran Canaria 2 Link België (N)
Gran Canaria Fotoreportage
Gran Canaria Reisstart (N)
Las Palmas Startpagina (N)
Reisinformatie Gran Canaria (N)
Vakantiebestemming.info Gran Canaria (N)
Wandelen Gran Canaria (N)

Bronnen

Anderson, B. / Gran Canaria

Deltas

Evers, K. / Gran Canaria, Fuerteventura, Lanzarote

Gottmer/Becht

Gruschwitz, B.F. / Canarische Eilanden

Het Spectrum

MacPhedran, G. / Gran Canaria

Kosmos-Z&K

Rokebrand, R. / Reishandboek Gran Canaria

Elmar

Weniger, S. / Gran Canaria

Van Reemst

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems