Landenweb.nl

ANDALUSIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Spaans
  Hoofdstad  Sevilla
  Oppervlakte  87.268 km²
  Inwoners  8.384.000
  (2018)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .es
  Code.  ESP
  Tel.  +34

To read about ANDALUSIA in English - click here

Populaire bestemmingen SPANJE

AndalusieCatalonieCosta blanca
Costa bravaCosta del solEl hierro
FormenteraFuerteventuraGran canaria
IbizaLa gomeraLa palma
LanzaroteMallorcaMenorca
Tenerife

Geografie en Landschap

Geografie

De autonome regio Andalusië (Spaans: Comunidad Autónoma Andalucía) ligt in het zuiden van Spanje. De totale oppervlakte van Andalusië is 87.268 km2 en de regio is daarmee een van de grootste van Spanje en iets meer dan twee keer zo groot als Nederland. De toeristisch belangrijke kust is 861 km lang, waarvan de kustprovincie Almería 200 km voor haar rekening neemt, Cádiz 260 km, Granada 121 km, Huelva 120 km en Málaga 160 km. De provincies Córdoba, Jaén en Sevilla liggen in het binnenland en moeten het zonder kuststreek doen.

Andalusië grenst in het noorden aan de provincies Castilla La Mancha en Extremadura, in het zuid-oosten aan de Middellandse Zee, in het zuid-westen aan de Atlantische Oceaan (o.a. Golf van Cadiz) en in het westen aan Portugal. Andalusië wordt van Afrika en Marokko gescheiden door de Straat van Gibraltar, vanaf de meest zuidelijke punt van het vasteland van Europa, Tarifa, is het maar 13 km van de Noord-Afrikaanse kust. Op heldere dagen is vanaf het Balcón de Europa, een 23 meter hoge klif in het plaatsje Nerja, de Noord-Afrikaanse kust te zien.

advertentie

Andalusie SatellietfotoPhoto: Publiek domein

Landschap

advertentie

Sierra Morena in het Parque Natural de DespeñaperrosPhoto: Josesanchez CC 3.0 Unported no changes made

Het landschap van Andalusië wordt grotendeels bepaald door twee machtige bergketens, de Sierra Morena in het noorden en de Cordilleras Béticas in het zuiden, met daartussen de enorme laagvlakte van de rivier Guadalquivir, het zogenaamde Andalusisch bekken, die ca. 65% van de hele regio Andalusië beslaat. Zo ligt de hoofdstad Sevilla maar negen meter boven zeeniveau. De rest van Andalusië is dus over algemeen bergachtig, waarvan ca. 50% hoger ligt dan 600 meter boven zeeniveau.

De Sierra Morena is feitelijk een zuidelijke uitloper van de Castilliaanse hoogvlakte en scheidt de provincies Extremadura en Andalusië van elkaar. Het is een van de grootste systemen van bergketens in Spanje en loopt over een langte van ca. 450 km van oost naar west over het zuiden van het Iberisch Schiereiland, tot in Portugal toe. De gemiddelde hoogte van de Sierra Morena is niet spectaculair, want ligt tussen ca. 600 en 1300 meter. De hoogste top van de Sierra Morena is de 1332 meter hoge Buñuela, ander hoge toppen zijn de Corral de Borros (1312 m) en de Cerro de la Estrella (1298 m). Enkele van de ca. 25 bergketens die tot de Sierra Morena behoren zijn Sierra Madrona, Sierra Norte de Sevilla, Sierra de Aracena, Sierra de Andujar, Sierra Grande de Hornachos en Sierra de Peñaladrones.

Ten zuiden van de Sierra Morena en ten noorden van de Cordilleras Béticas ligt de laagvlakte van de Guadalquivir, een vruchtbaar, agrarisch en daardoor dicht bevolkt gebied met steden als Córdoba en Sevilla. De zwarte bodem wordt bevloeid door de zijrivieren van de Guadalquivir. De grotendeels onbevaarbare Guadalquivir ontspringt in de Sierra de Cazorla op 1600 meter hoogte, is 670 km lang en loopt in zijn geheel door Andalusië. De (korte) zijrivieren zijn de Viar, Bembézar en Guadiato uit de Sierra Morena en de Guadania Menor en de Genil uit de Cordilleras Béticas. Voordat de Guadalquivir via het moerasgebied Doñana in de Atlantische Oceaan stroomt is de rivier bevaarbaar. Vlak bij de bron van de Río Guadalquivir in het noordoosten van Andalusië ligt de tot 2000 meter hoge Sierra de Cazorla met het mooie Parque Natural de Cazorla y Segura (2000 km2), een UNESCO-biosfeerreservaat met moerassen, kloven, watervallen, naaldbossen. Gescheiden door rivierdalen en kloven liggen hier ook nog de bergruggen Sierra de Pozo, Sierra de la Cabrilla en de Sierra de Segura. De hoogste berg in dit gebied is de Empenada (2107 m).

advertentie

Guadalquivir, langste rivier van AndalusiëPhoto: Rafael Jiménez CC 2.0 Generic no changes made

De Cordilleras Béticas ligt in Oost-Andalusië tussen de laagvlakte van de Guadalquivir en de kust. Dit gebergte bestaat uit twee bergketens, de Cordillera Subbética in het noorden en de Cordillera Penibética in het zuiden van de autonome regio. Tussen deze twee bergketens ligt het Depresión Penibética-dal, uitmondend in de laagvlakte van Granada.

Bij Granada ligt ook de Sierra Nevada, een bergketen van ca. 90 km lengte met veertien toppen van hoger dan 3000 meter, waaronder de Monte Veleta (3392 m) en de hoogste berg van het Iberische schiereiland, de Mulhacén (3481 m). Samen met de Alcázaba (3371 m) vormen ze de zogenaamde 'Los Tresmiles'. De Sierra Nevada heeft een oppervlakte va ca. 170.000 ha, waarvan ongeveer de helft sinds 1999 dienst doet als nationaal park.

De Sierra Nevada is na de Alpen de hoogste bergketen van Europa en herbergt op een hoogte van 2100 meter ook het meest zuidelijke skigebied van Europa, Solynieve. Ten zuiden van de Sierra Nevada en net ten noorden van de kust, zich uitstrekkend over de provincies Granada en Almería, liggen Las Alpujarras, een 70 km lang complex van rivierdalen, steile berghellingen en bosrijke valleien, maar ook met het hoogste dorp van Spanje, Trevélez, op 1476 meter hoogte.

advertentie

Mulhacén, de hoogste berg van het Iberische schiereiland Photo: Otto CC 3.0 Unported no changes made

Toeristen en pensionado's bezoeken in groten getale de ca. 900 km lange kust van Andalusië. De kustvlakte van Andalusië varieert qua breedte van ca. 50 km in het westen tot praktisch nul in sommige delen van de provincies Granada en Almería.

De Costa de la Luz ligt aan de Atlantische Oceaan en de zandstranden strekken zich uit van Portugese grens tot aan de Straat van Gibraltar. Veel populairder, want het klimaat is hier beter, zijn de stranden van Marbella aan de Costa del Sol. In de buurt van Granada ligt de rotsachtige Costa Tropical en in het zuidoosten van Andalusië liggen de rustige stranden van de Costa de Almería.

In de zuidoostelijke provincie Almería ligt de enige (semi-)woestijn van Europa, de Desierto de Tabernas, in feite een door bergketens omsloten steppeachtig, bijna boomloos gebied van geërodeerde heuvels, ravijnen en rivierbeddingen en met een geheel eigen planten- en dierenwereld. In deze streek, dat doet denken aan een vreemd soort maanlandschap, ligt ook een karstgebied met duizenden grotten, die in de kalksteen zijn ontstaan door watererosie. In de wijk Santiago van het stadje Guadix zijn meer dan duizend compleet ingerichte grotwoningen en zelfs hotels in het zachte zandsteen gebouwd.

advertentie

Semi-woestijn Desierto de TabernasPhoto: Emilio del Prado CC 2.0 Generic no changes made

Naast de al genoemde rivieren telt Andalusië nog vele andere rivieren, waarvan de zogenaamde 'ramblas', beddingen van drooggevallen rivieren, pas na zware regenval volstromen. In de Atlantische Oceaan monden de Río Guadalete (157 km), Río Guadania (744 km), Río Odiel (150 km) en Río Tinto (100 km) uit, in de Middellandse Zee de Río Adra (49 km), Río Almanzora (90 km), Río Almería (67 km), Río Guadalfeo (71 km), Río Guadalhorce (166 km) en Río Guadiaro (183 km).

De Laguna de Fuente de Piedra (ca. 13 km2) is, na het Laguna de Gallocanta (ca. 14,6 km2) in de provincie Aragón ten zuiden van de stad Zaragoza, de grootste binnenlandse lagune van Spanje en het grootste meer van Andalusië.

Landschap Costa's

De Costa de Luz, de 'kust van het licht' wordt over het algemeen gekenmerkt door een landschap van duinen, baaien, kliffen, lange, brede maar rustige zandstranden, wijngaarden en naaldbossen. De Costa de la Luz, waarvan het zuidelijke deel in de provincie Cádiz ligt, en het noordelijke deel in de provincie Huelva (Huelva de Luz), strekt zich uit van Tarifa, het meest zuidelijke punt van Spanje, tot aan de grens met Portugal in het westen van Andalusië. De Guadalquivir, die door het laagland Campiña Baetica stroomt, mondt uit in de Atlantische Oceaan en voedt het grootste beschermde moerasgebied van Europa, het Parque Nacional Coto de Doñana. Langs de rivier vindt men moerassen, lagunes en zoutpannen, in het nationale park kliffen, stranden en duinen langs de kust en pijnboombossen meer naar het noorden. Aan de noordelijke Costa de la Luz liggen over een lengte van meer dan 100 km prachtige witte zandstranden, die bovendien erg rustig zijn. Bekendste beschermde natuurgebied is hier Marismas de Odiel.

Het achterland van de Costa de la Luz wordt mede gedomineerd door enorme landerijen waar de beste stieren voor het stierenvechten vandaan komen en het Andalusische paard gefokt wordt. In de provincie Cádiz, tussen Tarifa en Arcos de la Frontera in het bergachtige gebied Los Alcornocales, liggen veel kurkeikplantages of 'montadas'. La Gruta de las Maravillas in de provincie Huelva bij de plaats Aracena, is een van de grootste grotsystemen van Europa (1,2 km aan grotzalen en -gangen) met onder andere twaalf grotten, zes ondergrondse meren en kalkformaties in prachtige kleuren.

advertentie

La Gruta de las Maravillas bij Aracena, AndalusiëPhoto: El Pantera CC 4.0 International no changes made

De Costa del Sol staat vooral bekend om haar massatoerisme en steden als Málaga, Marbella, Fuengirola, Torremolinos, Almería, Ronda, Antequera en Nerja. El Torcal is een natuurgebied en karststeengebergte van 1000-1200 meter hoog waar vele duizenden jaren wind en regen vrij spel hebben gehad en voor de meest fantastische vormen gezorgd hebben.

Vanaf Nerja loopt het kustgebergte bijna in de zee en grote brede stranden maken plaats voor baaitjes met kleine zandstranden. Dit rotsachtige ca. 100 kilometer lange kustgebied, lopend van La Herradura en La Rabitá, wordt ook wel de Costa Tropical genoemd en de rotsen en klippen zijn uitstekend geschikt voor duikactiviteiten, in het bijzonder bij het plaatsje La Herradura. De pas in 1959 ontdekte karstgrot Cueva de Nerja herbergt de dikste stalactiet ter wereld, een 32 m hoge zuil in de Sala del Cataclismo. In deze grot zijn ook veel archeologische vondsten gedaan.

De Costa de Almería, lopend van Adra naar Mojácar en Almería, is de meest (zuid)oostelijke costa van Andalusië en is door haar beschermde ligging van de uitlopers van de Sierra Nevada het droogste, warmste en zonnigste plekje van heel Andalusië. Het dorre landschap van deze halfwoestijn is niet erg fraai, maar wel uitermate geschikt voor zonvakanties en voor het plaatsen van plastic tuinbouwkassen, wat dan ook op grote schaal is gebeurd. Het natuurgebied Cabo de Gata-Níjar wordt gedomineerd door de 500 meter hoge Sierra de Cabo de Gata. De kust, gevormd door vulkaansuitbarstingen en gestolde lava, is een bonte verzameling van stranden, baaien, grillige rotsformaties, duinen, kliffen en zoutpannen.

Klimaat en Weer

advertentie

Almeria WoestijnPhoto: Colin C Wheeler CC 3.0 Spain no changes made

Andalusië heeft over het algemeen een mediterraan klimaat met warme, droge zomers en zachte, regenachtige winters. Door de uitgestrektheid van Andalusië, de aanwezigheid van diverse bergketens en een kustregio die aan de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan grenst, zijn er echter toch nog behoorlijke verschillen te constateren. Zo ligt de populaire Costa del Sol aan de beschutte Middellandse Zee waar het vaak een windje waait, aan de Costa de la Luz, gelegen aan de Atlantische Oceaan, kan het soms stormen en wordt de temperatuur in de zomer getemperd en kan het door de wind in de wintermaanden behoorlijk afkoelen. Tarifa wordt vanwege de voortdurende aanwezigheid van wind ook wel de wind- en kitesurfhoofdstad van Europa genoemd. De Alpujarras, een bekend wandelgebied in de Sierra Nevada is door de hoogteligging in de zomer weer wel goed te doen.

Andalusië heeft de warmste en droogste zomers van Spanje, maar weersystemen in het westen zorgen er voor dat het in de winter relatief nat is. Sommige gebieden ontvangen zelfs vrij veel neerslag, zoveel zelfs dat in geheel Andalusië gemiddeld meer neerslag valt dan gemiddeld in heel Spanje. Een van de 'natste' steden is het West-Andalusische Grazalema in de Sierra de Grazalema, met gemiddeld 2153 mm neerslag per jaar (in 1963 verdronk dit gebied bijna in 4346 mm neerslag). Hoewel dit een extreem geval is ontvangen de meeste regio's van de provinies Cadiz en Huelva, en de Sierra de Cazorla meer dan 1000 mm neerslag per jaar, het dubbele van de hoofdstad Madrid. In de binnenlanden van de provincies Jaén, Córdoba en Sevilla valt 500-700 mm per jaar, nog verder naar het oosten wordt het steeds droger als de Atlantische regenwolken onderweg steeds meer vocht verliezen. Dit eindigt dan in de woestijnachtige landschappen van Almería, en dan met de Cabo de Gata, de droogste streek van het Iberisch Schiereiland (en waarschijnlijk van heel Europa) waar nog nauwelijks meer dan 150 mm neerslag per jaar valt.Nergens is het in de winter zo koud als in de Sierra Nevada, waarvan sommige toppen het hele jaar door met sneeuw bedekt zijn en men tot in mei kan skieën. Aan de Costa del Sol verwacht men bijna altijd mooi weer, maar niets is minder waar. In de winter en het voorjaar kan het zelfs zéér wisselvallig zijn en kan het dagen achter elkaar regenen.

advertentie

Sneeuw bedekt de toppen van de Sierra Nevada in AndalusiëPhoto: Emilio J. Rodríguez Posada CC 3.0 Unported no changes made

In een groot deel van Andalusië schijnt meer dan 300 dagen per jaar de zon. Van alle provinciehoofdsteden hebben Almería en Sevilla de hoogste gemiddelde dagtemperaturen met repectievelijk 18.6°C en 18.7°C, daarna volgen Huelva met 18.3°C en Cadiz met 18.2°C. De 'koelste' hoofdstad is het aan de voet van de Sierra de Cazorla gelegen Granada met 15.1°C. Sommige delen van de provincie Almería concurreren met het zuiden van de provincie Alicante om de warmste plaats van Spanje; Los Gallardos maakt een goede kans met een gemiddelde temperatuur van 20.1°C. De gemiddelde temperatuur voor heel Andalusië bedraagt 16°C. De koudste maand is januari met gemiddelde temperaturen van 12.5°C in Málaga en 6.4°C in Granada; de warmste maand is augustus met als hotspot de stad Écija in de provincie Sevilla met 28.5°C. De temperaturen in de zomer lopen regelmatig gemakkelijk op tot boven de 40°C en in steden als Sevilla en Córdoba is het overdag bijna niet uit te houden van de hitte, met temperaturen die zelfs, gelukkig uitzonderlijk, kunnen oplopen tot 46°C. In een stad als Málaga kan de temperatuur 's zomers oplopen tot boven de 40°C als de terral gaat waaien, een föhnwind die van noord naar zuid waait.

Klimaattabel Cádiz, gelegen aan de Atlantische kustPhoto: Hedwig in Washington CC-BY 2.5 no changes made

jan.febr.maartaprilmeijunijuliaug.sept.okt.nov.dec.
Almería max.161618202226292927231917
Almería min.881012151821222016129
Cádiz max.151618212327293027231916
Cádiz min.891112141820201916129
Córdoba max.141619232632363631241914
Córdoba min.4581013171920171385
Granada max.121418202430343429221712
Granada min.1257914171714952
Huelva max.161820222529323229252117
Huelva min.67911131618181714107
Jaén max.121417202430343429221612
Jaén min.5581013172121181395
Málaga max.161719212428303028242017
Málaga min.881011141720201815129
Sevilla max.151720232632363632262016
Sevilla min.66911131720201814107

Planten en Dieren

Planten

Agave AndalusiePhoto: Stan Shebs CC 3.0 Unported no changes made

Door het contrastrijke landschap is de Andalusische plantenwereld zeer rijk en gevarieerd.

Het meest typische landschap in Andalusië bestaat uit uit mediterrane vegetatie met maquis, struikgewas (o.a. jeneverstruik, mastiekboom, cistusroos) gecombineerd met lage bomen (kurkeik, steeneik, zomereik) en wilde kruiden (lavendel, rozemarijn, tijm). Verder groeien er subtropische bomen en planten zoals agave, schijfcactus, eucalyptus en diverse soorten palmbomen. Heuvel- en bergachtige gebieden zijn bedekt met verschillende dennensoorten: parasolden, zeeden, Aleppoden en Corsicaanse den. Langs rivieren en beken groeien vooral essen, zwarte populieren en wilgen, moerassen zijn aantrekkelijk voor (suiker)riet, tamarisken, loogkruid en zevenbomen, een aan de jeneverbes verwante cypressensoort.

De tot 30 meter hoge Spaanse zilverspar of Abies pinsapo is een zeldzame boomsoort en komt in Andalusië alleen nog voor in de Sierra de Grazalema en het Parque Natural Sierra de las Nieves in de buurt van Ronda. Bijzondere planten in het Parque Natural de Cabo de Gata zijn de jujube en de zeldzame dwergwaaierpalm.

Spaanse zilversparPhoto: 15Gitte CC 3.0 Spain no changes made

Het 862 km2 grote Parque Nacional Sierra Nevada herbergt ca. 2100 soorten bloemen, planten en bomen, heel Spanje telt er zo'n 7000. Hieronder een aantal uniek soorten krokussen, narcissen, distels, papavers, klaver, gentiaan en eenenorme inheemse kamperfoeliesoort.

In het grootste natuurpark van Spanje, het Parque Natural de las Sierras de Cazorla, Segura y Las Villas, komen, naast zo'n 1200 verschillende soorten, ook inheemse planten voor als het Cazorla-viooltje, de Cazorla-geranium en de vleesetende plant Pinguicula vallisneriifolia. In de bossen van het park groeien verder Lariciodennen, hazelaars, hulst, steen- en donseiken.

Pinguicula vallisneriifiola komt alleen voor in AndalusiëPhoto: Juandiegocano CC 3.0 Unported no changes made

Het Parque Natural de Los Alcornocales (170.000 ha) bestaat voor een groot deel uit zomereiken, steeneiken, wilde olijfbomen en kurkeiken, waar het park zijn naam ook aan te danken heeft. Een van de grootste kurkeikenbossen van Europa ligt in dit park. Hier wordt nog steeds kurk gewonnen, de kurkeik wordt gemiddeld ongeveer 150 jaar oud en in die periode kan er zo'n tien keer geoogst worden. Kurkeiken kunnen pas kurk leveren als ze minimaal 30 jaar oud zijn en de stam een diameter heeft van meer dan 60 centimeter.

Kurkeiken, AndalusiëPhoto: Gailhampshire CC 2.0 Generic no changes made

Het Parque Natural de la Sierra Subbética heeft een mediterrane plantengroei met steeneiken, zomereken, peperboompjes, meidoorn, pioenrozen, stekelnoten en steekbrem. Waar het wat vochtiger is groeien aardbeibomen, tamarisken, meidoorn, wilgen, populieren, tamarisken, wilde braamstruiken, kermeseiken en Amerikaanse windes. Inheemse soorten zijn verder nog Hipochaeris rutea en Allium reconditum, een looksoort.

Dieren

Ibex AndalusiePhoto: Javier García Diz CC 3.0 Unported no changes made

Net als de plantenwereld is ook de dierenwereld van Andalusië gevarieerd, met bovendien nogal wat beschermde soorten. De dierenwereld is Zuid-Europees-mediterraan van karakter met een aantal Afrikaanse elementen (kameleon, genetkat, mangoeste e.a.). Andalusië vormt een belangrijke springplank voor ongeveer 350 soorten trekvogels op weg van onder andere Noord-Europa naar Afrika. Tot de ornithologische highlights van Andalusië behoren verder de vele verschillende soorten roofvogels, waaronder de zeldzame Spaanse of Iberische keizerarend, en watervogels. De ibex is een berggeit met lange horens. Bijna uitgeroeid in 1900 heeft de populatie zich hersteld en men schat dat er nu circa 70.000 exemplaren zijn, vooral in Andalusië. Alleen al in het grootste nationale park van Spanje, het Parque nacional Sierra Nevada (862 km2), telt meer dan 5000 exemplaren. Voor de kust, op de Chafarinas-eilanden, is de zeldzame Mediterrane monniksrob nog wel eens te zien.

Nationale parken en natuurparken van AndalusiëPhoto: Falconaumanni CC 4.0 International no changes made

In het Parque Nacional de Coto Doñana (oppervlakte ca. 55.000 ha met kustmoerassen of 'marismas', 'wandelende' stuifduinen en zogenaamde 'cotos', droge, golvende gebieden met struikgewas), door de UNESCO op de internationale lijst van biosfeerreservaten geplaatst en door zijn grootte liggend in de provincies Cádiz, Sevilla en Huelva, komen veel reptielen, amfibieën en zoogdieren voor, waaronder Moorse landschildpad, wipneusadder, franjeteenhagedis, vroedmeesterpad, wild zwijn, damhert, edelhert, genetkat en rode vos. Net als veel andere gebieden is ook dit gebied, een van de grootste en voor de vogelstand belangrijkste draslandgebieden van Europa, van groot belang voor broed- en trekvogels, waaronder marmereend, de zeldzame dunbekmeeuw, blauwe reiger, ralreiger, kleine zilverreiger, kwak, ooievaar, lepelaar, krakeend, tafeleend, krooneend, purperkoet, knobbelmeerkoet, kluut, steltkluut, witwangstern, grauwe gans, smient, pijlstaart, wintertaling, slobeend, meerkoet en grutto, dwergarend, slangenarend, Spaanse of Iberische keizerarend, torenvalk, witoogeend, witkopeend, griel, casarca of roestgans, zwarte ibis, gestreepte vechtkwartel en zwarte wouw.

Peñon de Zaframagón is een belangrijk vogelreservaat met Europa's grootste kolonie vale gieren. Parque Natural Sierra de Grazalema herbergt een klein aantal aasgieren of witte krenggieren en grotere aantallen vale gieren en steenarenden. In een ander reservaat, Dehesa de Bajo, komt onder mee de knobbel- of blesmeerkoet voor en dit bosrijke gebied herbergt de grootste kolonie (meer dan 400 paartjes) ooievaars in Europa. Het Parque Natural Sierra de Hornachuelos herbergt de op één na grootste kolonie zwarte gieren van Andalusië.

Laguna de Fuente de Piedra is, mits niet opgedroogd, het grootste natuurlijke meer van Andalusië en tevens een van de twee grootste broedplaatsen van de (gewone of Europese) flamingo, de enige soort die in Europa voorkomt. Na een natte winter broeden er ca. 20.000 paartjes in het nauwelijks één meter diepe meer. De andere grote broedplaats van flamingo's is de Camargue in Zuidwest-Frankrijk.

De zeldzame Spaanse of Iberische keizerarend komt nog steeds in Andalusië voorPhoto: Antonio Lucio Carrasco Gómez CC 3.0 no changes made

De lagunes van Albufera de Adra aan de kust van Almería herbergen belangrijke populaties van de Aphanius iberus, een straalvinnige vissensoort uit de familie van eierleggende tandkarpers die alleen nog op het Iberisch Schiereiland voorkomt. Bijzonder is ook de wereldwijd bedreigde witkopeend, die hier broedt en overwintert. De eveneens bedreigde marmereend rust hier uit op weg naar Afrika. Andere watervogels die hier broeden zijn fuut, woudaap, tafeleend, krooneend, kuifeend en meerkoet.

Ook botanisch, met name op het gebied van waterplanten, heeft dit relatief kleine gebied veel te bieden, onder andere riet, pijlriet, grote lisdodde, kleine lisdodde, heen of zeebies, groot nimfkruit en galigaan, een vaste plant die tot de cypergrassenfamilie behoort. Bahia de Cadiz is een mooi voorbeeld van een moerasgetijdegebied dat typisch is voor het Iberisch Schiereiland. Dit gebied is cruciaal voor veel trekkende en overwinterende watervogels, waaronder lepelaar, bontbekplevier, strandplevier, steltkluut, zilverplevier, kleine mantelmeeuw, Pontische meeuw, kleine zilverreiger, aalscholver, tureluur en dwergstern.

De Sierra Morena is een van laatste woongebieden van de zeldzame Iberische lynx. Door een succesvol fokprogramma in dierentuinen is het aantal Iberische lynxen, bijna allemaal voorkomend in Andalusië, weer aan het toenemen. In 2011 zijn er weer 200-300 exemplaren geteld, tien jaar eerder waren dat er nog maar ca. 100.

Iberische lynx, zeldzaam in AndalusiëPhoto: Frank Vassen CC 2.0 Generic no changes made

Het gebied ten westen van Aracena staat bekend om zijn typische zwarte Iberische varkens, de 'porco pretos'.

Typisch Andalusië: zwarte Iberische varkens of 'porco pretos'Photo:Comakut CC 3.0 Unported no changes made

Andere gebieden:

-Hoya de Baza & Guadix en Tabernas & Cabo de Gata (ca. 29.000 ha): kuifkoekoek, Moorse nachtzwaluw, vale gierzwaluw, Alpengierzwaluw, scharrelaar, Dupontsleeuwerik, kleine kortteenleeuwerik, theklaleeuwerik, Spaanse mus, woestijnvink en recent zijn er voor het eerst in Europa broedende renvogels aangetroffen in dit gebied.

Laguna de Fuente de Piedra (belangrijke zoutlagune in Centraal-Andalusië): (gewone) flamingo, lachstern, dunbekmeeuw, strandplevier, grauwe kiekendief

Laguna de la Janda: Spaanse keizer- of Iberische arend, grijze wouw, kraanvogel, heremietibis, huisgierzwaluw, kaffergierzwaluw

Marismas del Odiel (7150 ha): lepelaar, dwergstern

Gibraltar: de staartloze berberaap of magot is de enige makakensoort die buiten Azië voorkomt en de enige apensoort die in Europa in het wild aan te treffen valt. Naast Gibraltar, waar zo'n tweehonderd apen leven, komt de berberaap ook nog voor in Marokko en Algerije. Fossielen van een aan de berberaap verwante makakensoort zijn ook gevonden in Nederland (Tweede Maasvlakte en Tegelen in Limburg).

Parque Natural de las Sierras de Cazorla, Segura Y Las Villas: grootste natuurpark van Andalusië (214.300 ha) met 1200 plantensoorten, wilde zwijnen, genetkat, steenmarter, wilde kat, vos, otter, steenarend, slechtvalk, havik, visarend, forel, karper, zwarte baars

Parque Natural de la Sierra Subbética (32.000 ha): slechtvalk, steenarend, vale gier, wild zwijn, boskat, steenmarter, Cabrera-woelmuis

Serranía de Ronda: baardgrasmus, bergfluiter, orpheusgrasmus, Iberische tjiftjaf, slangenarend, dwergarend, havikarend, zwarte tapuit

Osuna: grote trap, kleine trap, zwartbuikzandhoen, griel, grijze wouw, vorkstaartplevier, grauwe kiekendief, kraanvogel

Parque Natural de la Desembocadura del Río Guadalhorce: witkopeend, dunbekmeeuw, Audouins meeuw, zwartkopmeeuw, dwergarend

Sierra del Torcal (1171 ha): zwarte tapuit, blauwe rotslijster, rode rotslijster, beflijster, grijze gors, Alpenheggenmus, havikarend, steenarend, vale gier

Rode rotslijsterPhoto: Pierre Darlous CC 3.0 Unported no changes made

Sierra de Grazalema (ca. 51.000 ha): vale gier, steenarend, havikarend, slangenarend, dwergarend, slechtvalk, oehoe, visarend, aasgier, Alpenkraai, blauwe rotslijster, zwarte tapuit, rode patrijs, hop, bijeneter, appelvink, grote bonte specht, wielewaal, Alpenheggenmus, Alpengierzwaluw, Spaanse of Iberische steenbok, wild zwijn

Marismas del Ordiel: lepelaar, blauwe reiger, purperreiger, kleine zilverreiger, bruine kiekendief, purperkoet, steltkluut, vorkstaartplevier, strandplevier, dunbekmeeuw, lachstern, dwergstern, smient, wilde eend, slobeend, tafeleend, kluut

Parque Natural Sierra de Baza

-zoogdieren: Spaanse of Iberische steenbok, edelhert, wild zwijn, wezel, (Europse) das, bunzing, steenmarter, (gewone of rode) vos, wilde kat, genetkat, konijn, Iberische haas, rode of gewone eekhoorn, eikelmuis, bosmuis, Algerijnse muis, huismuis, zwarte rat, bruine rat, Cabrerawoelmuis, West-Europese woelrat, Provençaalse woelmuis, huisspitsmuis, wimperspitsmuis, Iberische blinde mol, grote hoefijzerneus, kleine hoefijzerneus, paarse hoefijzerneus, ingekorven vleermuis, franjestaart, vale vleermuis, gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, Savi's dwergvleermuis, grijze grootoorvleermuis, mopsvleermuis, langvleugelvleermuis

-amfibieën: gewone kameleon, gewone of bruine pad, rugstreeppad, Europese tjitjak, gladde slang, Andalusische vroedmeesterpad, wipneusadder, kleine marmersalamander, ribbensalamander, Zuid-Spaanse of Oost-Iberische schijftongkikker, Spaanse knoflookpad, groengestipte Iberische kikker, Mediterrane boomkikker en Iberische meerkikker.

Andalusische vroedmeesterpadPhoto: Benny Trapp CC 3.0 Unported no changes made

Gespotte vogels in de Sierra de Baza

Alpengierzwaluwgrasmuskoperwiekspreeuw
Alpenheggenmusgraspieperkortteenleeuwerikstaartmees
Alpenkraaigrauwe gorskramsvogelsteenarend
appelvinkgrauwe vliegenvangerkruisbeksteenuil
baardgrasmusgrijze gorskuifkoekoektapuit
beflijstergroene spechtkuifleeuweriktheklaleeuwerik
bergfluitergroenlingkuifmeestjiftjaf
bijenetergrote bonte spechtkwarteltorenvalk
blauwe rotslijstergrote gele kwikstaartmereltuinfluiter
blonde tapuitgrote lijsterMoorse nachtzwaluwTurkse tortel
boerenzwaluwhaviknachtegaalvale gier
bonte vliegenvangerhavikarendoehoeveldleeuwerik
boomkleverheggenmusorpheusgrasmusvink
boomkruiperholenduiforpheusspotvogelVlaamse gaai
boomleeuwerikhoppimpelmeeswaterpieper
boomvalkhoutduifProvençaalse grasmuswielewaal
bosuilhuismusputterwinterkoning
brilgrasmushuiszwaluwraafwitte kwikstaart
buizerdIberische klapeksterransuilzanglijster
cirlgorsIberische tjiftjafringmuszomertortel
duinpieperkalanderleeuwerikrode patrijszwarte kraai
Duponts leeuwerikkeeproodborstzwarte mees
dwergarendkerkuilroodborsttapuitzwarte roodstaart
dwergooruilkievitroodkopklauwierzwarte spreeuw
eksterkleine karekietroodstuitzwaluwzwarte tapuit
Europese kanariekleine torenvalkrotsduifzwarte wouw
fitiskleine traprotszwaluwzwartkop
fluiterkleine zwartkopscharrelaar
gekraagde roodstaartkleine kortteenleeuweriksijs
gele kwikstaartkneuslangenarend
gierzwaluwkoekoekslechtvalk
goudhaankoolmeessperwer

Iberische tjiftjafPhoto: Rodrigo Saldanha de Almeida CC 2.0 Generic no changes made

Gespotte vlinders in Andalusië

aardbeiboomgroentjeessenpageklein brandkruiddikkopjeoranjetipje
amethistblauwtjegeraniumblauwtjeklein koolwitjeResedawitje
argusvlindergestreept marmerwitjeklein tijgerblauwtjesnuitvlinder
atalantagestreepte heivlinderkleine boswachterSpaans bloemenblauwtje
blazenstruikblauwtjegrauw zandoogjekleine heivlinderSpaans oranje zandoogje
bleek hooibeestjegroene klaverpagekleine parelmoervlinderSpaans tijmblauwtje
bloemenblauwtjegroentjekleine vosSpaanse koningspage
bont zandoogjegroot geaderd witjekleine vuurvlinderSpaanse parelmoervlinder
boomblauwtjegroot koolwitjekwartsblauwtjeSpaanse pijpbloemvlinder
boswitjegrote vosmalrovedikkopjetijgerblauwtje
citroenvlinderhooibeestjeMoors dambordjeviolette vuurvlinder
CleopatraIcarusblauwtjeMoors dwergblauwtjewestelijk marmerwitje
distelvlinderJasiusvlinderMoors tijmblauwtjewitgezoomd spikkeldikkopje
dwergdikkopjekaasjeskruiddikkopjeoranje luzernevlinderzuidelijk dwergblauwtje

Andalusisch paard

De Andalusiër wordt graag gebruikt voor de dressuurPhoto: Nickage CC 3.0 Unported no changes made

De Andalusiër, meestal een schimmel, is een eeuwenoud Spaans paardenras uit de streek rond de Andalusische hoofdstad Sevilla. Sinds 1967 is er een door de Spaanse overheid erkend stamboek en fokorganisatie, de 'Associación Nacional de Criadores de Caballos de Pura Raza Española', die het zuivere Andalusische ras vertegenwoordigt. Zoals zo vaak in dit soort gevallen maken ook andere binnenlandse stamboeken aanspraak op hét stamboek, en zelfs verre buitenlanden als Australië hebben eigen 'Andalusische' stamboeken.

Ook over de oorsprong en de oudste geschiedenis van de Andalusiër bestaat veel discussie. Zo zou de Andalusiër in de 15e eeuw in een Kartuizer abdij voor het eerst gefokt zijn en afstammen van het Sorraia-paard, dat alleen nog in Portugal voorkomt. Maar ook de paarden van Berbervolken zouden aan de oorsprong van het Spaanse paard hebben gestaan. Andere Europese rassen als het Friese paard, de Lippizaner en de Holsteiner zijn beïnvloed door de Andalusiër.

De Andalusiër wordt over de hele wereld in maneges gebruikt, maar is ook uitermate geschikt en wordt veel gebruikt in circussen en allerlei vormen van dressuur. De specifieke capaciteiten van de Andalusiër komen optimaal tot hun ontplooiing in de Spaanse rijschool, in de klassieke dressuur , de 'doma classica', en in de hogeschool dressuur, de 'alta escuela'. Maar ook in het veel minder elegante stierenvechten wordt de Andalusiër, vooral vanwege zijn moed en wendbaarheid, graag gebruikt.

Cartujano of kartuizer, paardenras uit AndalusiëPhoto: Fresco Tours CC 2.0 Generic no changes made

De Cartujano of 'kartuizer' is een ander beroemd Andalusisch paardenras. Het is een variant van de Andalusiër, in de 15de eeuw gefokt door kartuizer monniken en een van oudste en zuiverste paardenrassen wereldwijd. Om het ras te beschermen worden Cartujano's op dit moment gefokt en onder controle gehouden door de staatsstoeterijen van Córdoba, Jerez de la Frontera en Badajoz. De majestueuze Cartujano werd in de loop van de geschiedenis door vele machtige mannen bereden, waaronder Napoleon Bonaparte. De schofthoogte van de Cartujano ligt tussen de 1,52 tot 1,62 meter groot en de meest voorkomende kleur is grijs, maar ook de kleuren zwart, vos en bruin komen voor.

Geschiedenis

Eerste bewoners

Van ca. 100.000 tot 26.000 jaar v.Chr., tijdens de laatste ijstijd, werd Andalusië bewoond door Neanderthalers. De neergang van de Neanderthalers in Europa begon ca. 35.000 jaar v.Chr., maar uit recente opgravingen is gebleken dat dit volk in Andalusië tot ca. 26.000 jaar v.Chr. gebleven is.

Na de Neanderthalers nam de Homo sapiens het over, waarschijnlijk vanuit Noord-Afrika en aangetrokken door het klimaat, de bossen en de aanwezigheid van veel verschillende dieren. Deze jagers en verzamelaars lieten tussen 20.000 en 16.000 v.Chr. vele prachtige rotstekeningen achter, onder andere in Andalusische grotten als Cueva de Ardales, Cueva de la Pileta en Cueva de Nerja.

Overzicht van de Cueva de la Pileta, met aangegeven de vindplaats van rotstekeningenPhoto: Falconaumanni CC4.0 International no changes made

Ca. 6000 v.Chr. bereikte het Neolithicum of Nieuwe Steentijd Spanje vanuit Egypte en Mesopotamië, en vanaf die tijd werd de landbouw steeds belangrijker. Ongeveer 3500 jaar later wist het volk van Los Millares, in de buurt van het huidige Almería voor het eerst koper te bewerken, en dat was de eerste keer dat er een metaalbewerkende cultuur ontstond. In deze tijd werden er, met name in de buurt van Antequera (net ten noorden van Malaga), veel megalithische monumenten opgericht, net als op dat moment in landen als Frankrijk, Groot-Brittannië en Ierland.

Ca. 1900 v.Chr. wisten de Argariërs van Al Argar uit de provincie Almería voor het eerst brons te bewerken, dat veel sterker was dan koper.

Kooplieden en veroveraars

De ontwikkeling van Andalusië trok zeevarende handelaren aan van meer ontwikkelde samenlevingen rond de Middellandse Zee. Later werden die handelaren vervangen door imperialistische staten die niet alleen op zoek waren naar handelswaar, maar ook naar politieke controle over gebieden.

Rond 1000 v.Chr. trok de bloeiende cultuur in het westen van Andalusië de aandacht van de Feniciërs, zeevarende handelaren uit het huidige Libanon in West-Azië, die in dit gebied van Spanje olijven, druiven en ezels introduceerden. Parfum, ivoor, juwelen, olie, wijn en textiel werden geruild tegen zilver en brons en er werden handelsnederzettingen opgericht, onder andere het huidige Cádiz (toen: Gadir) en Huelva (toen: Onuba). In de 7e eeuw v.Chr. arriveerden de Grieken, die ongeveer dezelfde handelswaar hadden als de Feniciërs. Door de invloeden van de Feniciërs en de Grieken ontstond er een mengcultuur die bekend zou komen te staan onder de naam Tartessos-cultuur. Wat deze cultuur precies voorstelde is niet echt bekend. In de toenmalige literatuur wordt gesproken over enorme rijkdommen, maar of het een stad of een regio betrof is bijvoorbeeld onduidelijk. Bekend is wel dat het brons in die tijd vervangen werd door ijzer.

Tartessos-cultuur in West-Andalusië; Gadir is het huidige CádizPhoto: Redtony CC 3.0 Unported no changes made

Carthago, Rome en de Visigoten

Romeinse Brug Cordoba AndalusiePhoto: Michel wal CC 3.0 Unported no changes made

Vanaf de 6e eeuw v.Chr. domineerde Carthago, een voormalige Fenicische kolonie, de handel in het westelijke Middellandse Zeegebied. Al in de 3e eeuw v.Chr. zou dit beeld helemaal veranderen, want een nieuwe mediterrane macht stond op: Rome! De Romeinen wonnen, met Sicilië als inzet, de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.), maar Carthago wist nog wel Zuid-Spanje te veroveren. Tijdens de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.) trok de Carthageense generaal Hannibal met zijn olifanten de Alpen over en bedreigde de stad Rome. De Romeinen verzonnen echter een list, zij openden een tweede front en zonden legeronderdelen naar Spanje om daar ook tegen Carthago te vechten. Deze strijd werd gewonnen door de Romeinse soldaten van generaal Scipio Africanus, na de Slag bij Ilipa (in de buurt van het huidige Sevilla) in 206 v.Chr. controleerden zij het gehele Iberische schiereiland. Itálica, dat gebouwd werd op het slagveld, was de eerste Romeinse nederzetting in Spanje.

Gedurende de Romeinse overheersing werd Andalusië een van de rijkste en geciviliseerde regio's van het Romeinse Rijk, met Córdoba (toen: Corduba) als belangrijkste stad. Rome bracht Andalusië aquaducten, tempels, theaters, amfitheaters, badhuizen, talen (Castiliaans, Portugees, Catalaans en Galicisch stammen direct af van de Latijnse spreektaal van Romeinse kolonisten soldaten), een vrij grote Joodse populatie en in de 3e eeuw n.Chr. het christendom. Opvallend is dat twee opeenvolgende Romeinse keizers hun rijk vanuit Itálica in Andalusië bestuurden, Trajanus (98-117) en Hadrianus (117-138).

Eind 4e eeuw overspoelden de Hunnen Europa vanuit Azië, en verschillende Germaanse stammen vluchtten naar het westen, waaronder de Visigoten. Zij veroverden in de 6e eeuw het Iberisch schiereiland, want het Romeinse Rijk was in die tijd op zijn retour. Van 552 tot 622 was Andalusië nog even een buitengebied van het Byzantijnse Rijk, maar daarna zwaaiden de Visigoten weer de scepter.

Romeins Spanje ca. 400 n.Chr.Photo: Publiek domein

Visigotisch Spanje, ca. 700Photo: Publiek domein

Na de dood van de profeet Mohammed in 632 werd de islam aanvankelijk verspreid over het Midden-Oosten en Afrika, maar het zou niet lang duren voordat de moslims hun pijlen op Spanje richtten. In 711 versloeg Tariq ibn Ziyad, de gouverneur van het Marokkaanse Tanger, met een voornamelijk uit Berbers bestaand leger bij de Rio Guadalete in de provincie Cádiz de Visigotische koning Roderik. In een paar jaar tijd was het hele Iberische Schiereiland in bezit van de islamitische Moren, met uitzondering van wat gebieden in het uiterste noorden in de bergen van Asturië. De komende vier eeuwen zouden de Moren de dienst uitmaken op het Iberisch Schiereiland en de vier eeuwen daarna waren ze nog steeds een machtsfactor van belang.

Tariq ibn Ziyad (670-720)Photo: Publiek domein

Een van de meest ontwikkelde gebieden van Moors Spanje zou Al-Andalus worden, het huidige Andalusië. De grenzen van Andalusië verschoven regelmatig door aanvallen van christenen op het gebied, maar tot halverwege de 11e eeuw waren de christenen niet echt een gevaar voor de Moren. Er was zelfs een soort van godsdienstvrijheid voor de joden en de christenen in Andalusië, maar daarvoor moesten ze wel hoge belastingen betalen. Dat was een belangrijke reden voor veel joden en christenen om zich te bekeren tot de islam of te vluchten naar het christelijke noorden. De christenen in Moors gebied werden 'Mozaraben; in het Spaans Mozárabes' genoemd; zij die zich bekeerden tot de islam werden in het Spaans 'muwallads' genoemd. De Moren zorgden ook voor een culturele bloeiperiode in Andalusië met de bouw van prachtige paleizen, moskeeën, het ontwerpen van mooie tuinen en het stichten van een aantal universiteiten.

Emiraat en kalifaat van Córdoba

In 750 werden de tot dan toe machtigste moslim-heersers, de Omayyaden van Damascus, met veel geweld afgezet door de revolutionaire Abassiden, die het kalifaat verplaatsten naar Baghdad. De Ommayad Abd ar-Rahman I ontsnapte aan het bloedbad, vluchtte in eerste instantie naar Marokko en vertrok toen naar Córdoba, waar hij in 756 zichzelf uitriep tot een onafhankelijke emir. De dynastie die daaruit voortkwam zou Al-Andalus ca. 250 jaar min of meer verenigen. In 785 werd de Mezquita (moskee) van Córdoba, een hoogtepunt in de islamitische architectuur, opengesteld voor het gebed.

Omayyaden-kalifaat op het hoogtepunt van haar machtPhoto: Gabagool CC 3.0 Unported no changes made

In 929 riep Abd ar-Rahman III zich uit tot kalief van Córdoba, als antwoord op de toenemende macht van de Noord-Afrikaanse Fatimiden-dynastie. Het kalifaat van Córdoba heerste op haar hoogtepunt over ongeveer twee derde van het Iberisch Schiereiland en de stad Córdoba was op dat moment de grootste stad van Europa en het middelpunt van veel ontwikkelingen op het gebied van wetenschappen als astronomie, geneeskunde, wiskunde, filosofie, geschiedenis en plantkunde.

Later in de 10e eeuw terroriseerde generaal Al-Mansur het christelijke noorden van Spanje en vernietigde onder andere de kathedraal van Santiago de Compostela in Noordwest-Spanje. Na de dood van Al-Mansur viel het kalifaat van Córdoba uit elkaar in vele koninkrijkjes of 'taifas', geregeerd door vaak Berberse generaals.

Almoraviden en Almohaden

Sevilla zou vanaf ca. 1040 de sterkste 'taifa' van Al-Andalus worden, heerste vanaf 1078 over een gebied van Zuid-Portugal tot Murcia in Zuidoost-Spanje en zorgde voor vrede en welvaart. Intussen liet het christelijke noorden steeds vaker van zich horen, en tot schrik van Sevilla werd Toledo in 1085 veroverd door christenen van Castilië. Sevilla riep snel de hulp in van de streng islamitische sekte der Almoraviden, Berbers uit de Sahara die Marokko veroverd hadden. De Almoraviden kwamen inderdaad, versloegen Alfonso VI van Castilië, maar namen de macht over in Al-Andalus. Al-Andalus werd als een kolonie bestuurd vanuit Marrakech en joden en christenen werden vervolgd. Lang duurde deze overheersing echter niet, opstanden waren aan de orde van de dag en vanaf 1143 viel het hele gebied weer uit elkaar in een aantal taifas.

Ook déze situatie zou niet lang duren, want de Almohaden, die intussen de macht van de Almoraviden in Marokko hadden overgenomen, veroverden Al-Andalus in 1173 en riepen Sevilla uit tot hoofdstad van hun hele grondgebied. Al-Andalus was op dat moment behoorlijk verkleind, en liep nu nog maar ten zuiden van Lissabon tot net ten noorden van Valencia. Ook nu werd Al-Andalus regelmatig aangevallen door christelijke troepen, en in 1195 werd een groot Castilliaans leger verslagen door Almohadische heerser Yusuf Yakub al-Mansur. Dit zorgde er echter voor dat verschillende christelijke koninkrijkjes de handen ineen sloegen en de strijd met de Almohadische heerser aangingen. In 1212 versloegen de verenigde legers van de christelijke koninkrijken Castilië, Aragón en Navarra de Almohaden bij Las Navas de Tolosa, gelegen ten noorden van Jaén. Gedoe om een opvolgingskwestie in 1224 zorgde ervoor dat Castilië, Aragón, Portugal en Léon steeds verder naar het zuiden konden oprukten. De vorst van Castilië, Fernando 'El Santo' III, veroverde in 1227 het strategisch belangrijke Baeza, in 1236 Córdoba en in 1248 Sevilla.

Almohaden-rijk rond 1200Photo: Gabagool CC 3.0 Unported no changes made

Op dat moment was het emiraat van Granada nog het enige gebied dat onder controle was van de Almohaden, in dit geval van de Nazari-dynastie of Nasriden van Mohammed ibn Yusuf ibn Nasr. Het gebied bestond ongeveer uit de huidige provincies Granada, Málaga en Almería en zou het nog ongeveer 250 jaar uithouden als laatste moslimgebied op het Iberisch Schiereiland. De Nasriden waren op de toppen van hun macht in de 14e eeuw onder Yusuf I en Mohammed V.

De uiteindelijke neergang van de Nasriden werd veroorzaakt door twee dingen: in 1476 weigerde emir Abu al-Hasan nog langer belastingen te betalen aan Castilië, en in 1479 verenigden de twee machtige christelijke staten Castilië en Aragón zich en ondernamen in 1482 een finale kruistocht tegen Granada, de Reconquista. Granada was ondertussen al verzwakt door interne problemen en zonder al te veel moeite werden in 1487 Málaga en in 1492 Granada veroverd. De laatste emir, Boabdil, mocht ten zuiden van Granada nog een leengoed houden, maar vertrok na een jaar al naar Afrika.

Grondgebied Emiraat van GranadaPhoto: Redtony CC 3.0 Unported no changes made

Tot ver in de 13e eeuw hadden moslims die bleven wonen in gebieden die onder 'christelijke' controle stonden, de zogeaamde 'mudéjars', niet erg veel te duchten. Pas in 1264 veranderde dat door de opstand van de mudéjars van Jerez de la Frontera tegen verhoogde belastingen en strakkere regels, waardoor ze bijvoorbeeld verplicht waren om christelijke feesten te vieren. Na een vijf maanden durende strijd werden de mudéjars verdreven naar Granada en Noord-Afrika, samen met de mudéjars van Sevilla, Córdoba en Arcos.

De nieuwe christelijke heersers in het zuiden van Spanje schonken grote stukken land aan edelen en ridders die een belangrijke rol hadden gespeeld in de Reconquista. De zoon van Fernando III, Alfonso 'El Sabio' X, die regeerde van 1252-1284, maakte van Sevilla een van de hoofdsteden van Castilië en verzamelde een aantal vooral joodse wetenschappers om hem heen die teksten uit de oudheid vertaalden in het Castilliaans. De Castilliaanse monarchie werd in die tijd geplaagd door rivaliteit binnen de familie en aanvallen van de adel, en eind 15e eeuw namen de katholieke koningen de macht over in Spanje.

Door een uitbraak van pest en een aantal slechte oogsten in de 14e eeuw werden de joden als de schuldige aangewezen er volgden pogroms in het laatste decennium van de 14e eeuw. Sommige joden, de zogenaamde 'conversos' besloten zich te laten bekeren tot christen, andere vluchtten naar het islamitische Granada. In de tachtiger jaren van de 15e eeuw werden de 'conversos' opgejaagd door de Spaanse inquisitie en beschuldigd van het nog steeds praktiseren van hun geloof.

Kathedraal van Teruel in mudéjar-bouwstijlPhoto: Escarlati CC 3.0 Unported no changes made

In 1492 beslisten Isabel en Fernando, onder druk van de groot-inquisiteur Tomás de Torquemada (1420-1498), dat elke jood die zich niet wilde laten bekeren, verbannen zou worden. Tussen de 50.000 en 100.000 joden lieten zich toen bekeren, maar meer dan 200.000 joden weigerden, en deze zogenaamde sefardische joden weken uit naar andere mediterrane gebieden.

Migratierichtingen van Spaanse joden (sefardim), 15e tm 18e eeuwPhoto: Encyclopaedia Judaica CC BY 3.0 NO no changes made

De taak om de moslims van Granada te bekeren lag in handen van kardinaal Francisco Jiménez (Ximenez) de Cisneros, uitvoerder en 'baas' van de inquisitie. Hij dwong vele moslims om zich te bekeren tot het christendom, verbrandde islamitische heilige boeken en verbood de Arabische taal.

Dit alles leidde in 1500 tot een mislukte moslimopstand in Las Alpujarras, waarna de moslims konden kiezen, zich laten bekeren of Granada verlaten. De meeste moslims, 'morisco's', lieten zich toen maar bekeren, maar nadat de fanatieke katholieke koning Filips II de Arabische taal, Arabische namen en 'zelfs 'morisco'-kleding verbood, verspreidde een nieuwe Las Alpujarras-opstand zich over het zuiden van Andalusië. Deze opstand, die twee jaar duurde, werd gewonnen door Filips, waarna de morisco's aanvankelijk gedeporteerd werden naar West-Andalusië en het noorden van Spanje. Tussen 1609 en 1614 werden bijna alle moslims door Filips III van het Iberisch schiereiland verdreven.

Francisco Jiménez de Cisneros (1436-1517)Photo: Publiek domein

De toevallige ontdekking van Amerika door Christoffel Columbus zou van grote betekenis worden voor met name de rivierhaven van Sevilla. Gedurende het bewind van Karel I (1516-1556), de koning van Spanje en beter bekend als de rooms-Duitse keizer Karel V, veroverden 'conquistadores' als Hernán Cortés en Francisco Pizarro grote stukken land van het Amerikaanse vasteland en haalden enorme hoeveelheden goud en zilver naar Spanje, waarvan een vijfde door de Spaanse kroon opgeëist werd.

Sevilla werd in die tijd het middelpunt van de wereldhandel en was de belangrijkste stad in Spanje tot laat in de 17e eeuw, hoewel Madrid al in 1561 tot hoofdstad van Spanje werd uitgeroepen. De bevolking van Sevilla groeide in nauwelijks een eeuw tijd van 40.000 in 1503 tot 150.000 in 1600. Maar ook steden als Cádiz en in mindere mate Córdoba, Granada en Jaén deelde mee in deze gouden jaren. Eind 17e eeuw ging het snel achteruit met de positie van Sevilla als belangrijke haven. Zilvervaarten vanuit Amerika werden snel minder en de benedenloop van de Guadalquivir, de voor Sevilla essentiële levenslijn naar de Atlantische Oceaan, slibde langzaam dicht. Bovendien zorgden epidemieën en slechte oogsten voor de dood van ca. 300.000 Andalusiërs. In 1717 werd de prominente plaats van Sevilla in de handel met Amerika ingenomen door de zeehaven van Cádiz, die in de 18e eeuw haar hoogtepunt bereikte.

In de 18e eeuw waren er aanvankelijk een aantal economisch belangrijke ontwikkelingen. Er werd een nieuwe weg van Madrid naar Sevilla en Cádiz aangelegd, er werden meer landbouwgebieden ontsloten en de bevolking nam fors door mensen die uit andere gebieden van Spanje naar Andalusië kwamen. In 1787 was het bevolkingsaantal opgelopen tot 1,8 miljoen.

Zeer slecht nieuws voor Cádiz en daardoor ook voor Andalusië was het verlies van de Amerikaanse kolonies aan het begin van de 19e eeuw. De havenstad Cádiz was in feite totaal afhankelijk van de handel met deze kolonies en toen dit stopte raakte Andalusië in de loop van de 19e eeuw in een zware economische crisis en werd een van Europa's minst ontwikkelde regio's met enorme inkomensverschillen tussen een aantal rijke mensen en de rest van de bevolking. Begin van de 19e eeuw betekende ook het eind van Spanje als zeemacht. In 1805 werd een gecombineerde Spaanse-Franse vloot tijdens de Napoleontische Oorlogen bij Cabo de Trafalgar, ten zuiden van Cádiz, verslagen door de Britten onder leiding van admiraal Horatio Nelson (1758-1805), die overigens wel sneuvelde tijdens deze zeeslag.

In 1836 en 1855 werd er veel kerk- en gemeentegrond geveild om de nationale schuld omlaag te brengen, maar dat ging weer ten koste van boeren die hun weidegrond in rook zagen opgaan en daardoor lagen werkloosheid, analfabetisme, ziekte en honger voor de vele, vooral dagloners, op de loer. Er braken boerenopstanden uit, mede geïnspireerd door anarchistische ideeën van de Rus Michael Bakoenin, die echter met harde hand werden onderdrukt. In die tijd werd in Sevilla in 1910 ook de machtige anarchistische vakbond Confederacion Nacional del Trabajo (CNT) opgericht, die in Andalusië in 1919 al 93.000 leden had.

Spaanse Burgeroorlog

De polarisatie van de Andalusische samenleving en politiek gold in feite voor heel Spanje en in de loop van de 20e eeuw stevende Spanje op een heuse burgeroorlog af.

In 1923 pleegde de in het Andalusische Jerez de la Frontera geboren generaal Miguel Primo de Rivera een militaire coup, samen met de grote socialistische vakbond Union General de Trabajadores (UGT). Koning Alfonso XIII stelde Primo de Rivera aan als voorzitter van een militair directorium, bleef aan als monarch, maar had in feite niets meer te vertellen. Als gevolg van slechte economische tijden, ontevredenheid in het leger en de winst van republikeinse partijen in lokale verkiezingen in april 1931, vluchtte koning Alfonso XIII naar Italië. Eerder, in januari 1930, was Primo de Rivera al afgetreden door de aanhoudende kritiek op zijn beleid en opgevolgd door generaal Damasco Berenguer.

Miguel Primo de Rivera y Orbanejo (1870-1930)Photo: Bundesarchiv, Bild 102-09414 CC3.0 Germany no changes made

De Spaanse burgeroorlog dreef een wig tussen families, vriendengroepen en gemeenschappen. Beide zijden begingen verschrikkelijke slachtingen, met name in de eerste weken van de oorlog. De rebellen, die zich nationalisten noemden, vermoordden tienduizenden republikeinen, maar ook die lieten zich niet onbetuigd, en vermoordden alleen al ongeveer 7000 priesters, monniken en nonnen. In republikeinse gebieden werden veel dorpen en steden geleid door anarchisten, communisten of socialisten. Andalusië werd een anarchistisch bolwerk, waar privé-eigendom verboden werd en kerken en kloosters vaak in brand gestoken werden. Boerderijen van grootgrondbezitters werden bezet door boeren en zo'n honderd agrarische communes werden opgericht.

De situatie was al vrij snel duidelijk: steden met garnizoenen die de rebellen steunden, en dat waren de meeste, vielen onmiddellijk in handen van de nationalisten, bijvoorbeeld in de Andalusische steden Cádiz, Córdoba en Jerez de la Frontera. Sevilla was in twee dagen in handen van de nationalisten, Granada een paar dagen later. De verovering van Granada kostte ca. 4000 mensenlevens, waaronder dat van de grote Spaanse schrijver Federico García Lorca, geboren in Fuente Vaqueros, een stadje ten westen van Granada. Maar ook in door republikeinen gecontroleerd gebied vielen veel slachtoffers, in anarchistisch Málaga werden in een maand tijd ca. 2500 mensen vermoord. Als reactie daarop executeerden de nationalisten, met behulp van fascisten uit Italië, duizenden republikeinen in februari 1937. Oost-Andalusië bleef in republikeinse handen tot het einde van de burgeroorlog.

Eind 1936 was generaal Francisco Franco de onbetwiste nationalistische leider, geholpen ondertussen door wapens, vliegtuigen en bijna 100.000 troepen van Nazi-Duitsland en fascistisch Italië. De republikeinen hadden veel minder hulp, enkele tienduizenden Franse soldaten en vele buitenlanders die vochten met de Internationale Brigades. De nationalisten veroverden Barcelona in januari 1939 en Madrid in maart van dat jaar. Franco riep zich op 1 april 1939 als winnaar van de burgeroorlog.

Andalusië na de Tweede Wereldoorlog

Na de burgeroorlog was het nog lang niet afgelopen met het bloedvergieten, want nog eens 100.000 Spanjaarden werden gedood of stierven in de gevangenis. Franco regeerde als een absolute vorst, hij was commandant van het leger en leider van de enige politieke partij, de Movimiento Nacional. Spanje bleef wel gespaard van de de Tweede Wereldoorlog, maar leed wel onder een VN-boycot na de oorlog, waardoor de bevolking eind jaren veertig van de vorige eeuw te lijden had van 'anos de hambre' (hongerjaren), met name in arme gebieden als Andalusië.

Om de armoedige toestadn in Andalusië op te lossen werd het massa-toerisme eind jaren vijftig geïntroduceerd aan de Costa del Sol. Dat verhinderde echter niet dat in de jaren vijftig en zestig ca. 1,5 miljoen Andalusiërs naar werk op zoek gingen in Madrid, Noord-Spanje en in ander landen, waaronder Nederland. Tot in de jren zeventig van de 20e eeuw hadden veel Andalusische dorpen en steden nog geen elektrciteit, geen stromend water of verharde egen, en ook het onderwijssysteem stelde bitter weinig voor. Hierdoor zijn nog steeds veel van de Andalusiërs van boven de vijftig analfabeet.

De gekozen opvolger van Franco, prins Juan Carlos, de kleinzoon van Alfonso XIII, besteeg in 1975 de Spaanse troon, twee dagen na de dood van Franco. De democartie werd wee geïntroduceerd door Juan Carlos, samen met zijn premier Adolfo Suárez. Er kwam een parlementair systeem met twee kamers en in 1977 werden er weer politieke partijen en vakbonden toegestaan. Ook op allerlei sociale thema's kwam er veel meer vrijheid, bijvoorbeeld op het gebied van contraceptie, homoseksualiteit en echtscheidingen. De grondwet van 1978 maakt van Spanje een parlementaire monarchie met vrijheid van godsdienst.

in 1982 werd er definitief met het Franco-tijdperk gebroken toen na vrije verkiezingen de Partido Socialista Obrero Espanol (PSOE) van Felipe González, een advocaat uit Sevilla, aan de macht kwam. Hij bleef veertien jaar premier en in zijn partij waren verschillende Andalusiërs op hoge posten actief. In 1980 werd de autonomie van Andalusië bij referendum goedgekeurd en in 1982 werd Andalusië officieel een autonome regio met een eigen parlement. De eerste verkiezingen voor het Andalusische parlement werden gewonnen door Rafael Escudero, in 1984 gevolgd door Juan Rodríguez de la Borbolla en in 1990 door Manuel Chaves. In 1986 werd Spanje lid van de Europese Unie.

Felipe GonzálezPhoto: Claude Truong-Ngoc CC Attribution-Share Alike 1982 ook het regionale parlement van Andalusië, dat in Sevilla gevestigd is. De diverse PSOE-parlementen zorgden er in de jaren tachtig en begin jaren negentig voor dat dat het economisch weer veel beter ging met Andalusië.

Nationaal verloor de PSOE in 1996 de macht aan de centrum-rechtse Partido Popular (PP), die acht jaar lang profiteerde van de economische voorspoed in Spanje en de rest van Europa. Ook Andalusië profiteerde van de groei van het toerisme en industrie, van de enorme Europese landbouwsubsidies en de bouw van huizen en kantoren. De werkloosheid daalde in die periode van 32% naar 16%, nog wel steeds het hoogste percentage in heel Spanje, maar toch een substantiële vermindering.

Andalusië in de 21e eeuw

In de periode 2000-2010 emigreerden honderdduizenden werk zoekende Oost-Europeanen, Afrikanen en Latijns-Amerikanen naar Andalusië.

In 2004 won de PSOE de nationale verkiezingen en de regionale verkiezingen in Andalusië, net na de aanslagen van 11 maart op treinen in Madrid, die 191 mensen het leven kostte en 1800 gewonden opleverde.

In 2006 nam het Andalusische parlement een nieuw statuut aan, waardoor Andalusië nóg meer autonomie kreeg. Dit statuur werd in 2007 via een referendum goedgekeurd.

In 2008, net voor het begin van de economische crisis in grote delen van Europa, bezocht een record aantal van bijna 10 miljoen toeristen Andalusië. Van 2008 tot 2012 slaat de crisis echter hard toe in Andalusië, toerisme en bouwwerkzaamheden lopen fors terug en daardoor stijgt de werkloosheid van 14% naar 31%, het hoogste percentage van heel Spanje.

In augustus 2013 kondigde de toenmalige president van Andalusië, José Antonio Grinán, zijn vertrek aan. Zijn opvolgster, Susana Díaz, werd op 5 september 2013 gekozen tot presidente van het Andalusische parlement.

Susana Díaz Pacheco, presidente van het parlement van Andalusië sinds 7 september 2013Photo: Juancamartos CC 4.0 International no changes made

Regionale verkiezingen in maart 2015 werden in Andalusië gewonnen door de socialistische partij PSOE. Deze partij behaalde echter opnieuw geen absolute meerderheid, net als bij de vorige regionale verkiezingen kreeg de PSOE 47 van de 109 zetels in het regionale parlement. De conservatieve Partido Popular, de op dat moment landelijke regeringspartij, behaalde 33 zetels, het slechtste resultaat in 25 jaar. De nieuwe linkse partij Podemos deed het opvallend goed met 15 zetels. Bij verkiezingen in 2018 verschuift de balans wat meer naar rechts. De uiterst rechtse partij Vox komt vanuit het niets met 12 zetels in het parlement, De PSOE valt terug van 47 naar 33 zetels.

Zie verder ook de geschiedenis van Spanje op Landenweb.

Bevolking

Algemeen

Andalusië is één van de 17 autonome regio's van Spanje. Andalusië heeft 8,4 miljoen inwoners (2016) en is daardoor de grootste Spaanse autonome regio naar inwoneraantal en goed voor ca. 20% van de Spaanse bevolking. Andalusië heeft net als Spanje een bevolkingsdichtheid van ca. 96 mensen per km2. Met bijna 700.000 inwoners is Sevilla de vierde stad van Spanje en de grootste stad van Andalusië. Málaga is met ca. 600.000 een goede tweede.

De meeste Andalusiërs wonen in de grote steden en aan de toeristische kustregio. De gelijknamige provincies hebben de grootste bevolkingsdichtheid, de provincies Córdoba en Granada horen tot de middenmoot, Jaén, Huelva en Almería zijn het dunst bevolkt.

Overzicht bevolkingsdichtheid AndalusiëPhoto: Té y kriptonita CC 3.0 Unported no changes made

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw vertrokken honderdduizenden Andalusiërs het platteland van Andalusië om te gaan erken in de fabrieken in het noorden van Spanje en in West-Europese landen als Nederland, België en Duitsland. In de jaren zeventig ging de ontvolking en de vergrijzing van het platteland van Andalusië door vanwege de snelle opkomst van het massatoerisme, wat veel banen in het kustgebied opleverde. Na de toetreding van Spanje tot de Europese Unie in 1986 zijn weer veel Andalusiërs uit het buitenland teruggekeerd, maar ook zij bleven voornamelijk hangen in de grote steden.

Bevolkingsgroei Andalusië 1787-2014

17871.850.157
18422.300.020
18602.965.508
18873.380.846
19003.544.769
19103.800.299
19204.221.686
19304.627.148
19405.255.120
19505.647.244
19605.940.047
19705.991.076
19816.440.985
19916.940.522
20017.357.558
20118.424.102
20148.500.000

Flamenco

Flamenco is een muzieksoort met strakke ritmestructuren, gecombineerd met een dans, afkomstig uit het zuiden van Spanje, met name uit Andalusië, maar ook de provincies Extremadura, Murcia en Huelva hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de (verschillende soorten) flamenco. De flamenco, met onder andere (Afrikaans)-Arabische en veel zigeuner-invloeden, is in de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan en iedere nieuwe generatie voegt er weer iets nieuws aan toe. Er zijn zo'n 40 verschillende stijlen te onderscheiden, van de populaire 'fandango' tot de zwaarmoedige 'siguiriya'.

De basis van de flamenco is de zang, de 'cante flamenco', die vroeger meestal begeleid werd met ritmisch 'geklop', bijvoorbeeld het knippen van vingers, het klappen in de handen, het staccato stampen met de voeten of het gebruik van castagnetten. Tegenwoordig wordt de flamenco meestal begeleid door een Spaanse flamencogitaar (el toque), maar ook wel eens door fluit, viool, piano en cello. De zang wordt ook ondersteund door de typische flamenco-dans (el baile). De laatste decennia werd de flamenco ook beïnvloed door Latijns-Amerikaanse muziek en vooral door Cubaanse muziek. Nog recenter zijn er invloeden te constateren uit de wereldmuziek en zelfs uit de rock, punk en hiphop. Waar de naam flamenco vandaan komt is nog nooit opgelost en vele theorieën doen de ronde.

De flamencomuziek wordt in drie categorieën ingedeeld: cante jondo (droevige lied) of cante grande, cante intermedio en cante chico. Deze drie categorieën worden weer onderverdeeld in verschillende vormen met elk een eigen toonsoort en ritme.

FLAMENCO-VORMEN
CANTE JONDO of GRANDECANTE INTERMEDIOCANTE CHICO
solearestientosalegrías
siguiryastarantasbulerías
tonástarantostanguillos
martinetespetenerastangos
granainasfandangos
fandangos de Huelva
malagueñas
verdiales
farruca
garrotin
rumba

De ontwikkeling van de flamenco is in een aantal periodes te verdelen:

-1800-1860 'La Etapa Primitiva' of primitieve periode

-1860-1920 'La Etapa Clásica o de los Cafés Cantantes' of klassieke periode

-1920-1950 'La Etapa de la Ópera Flamenca' of de periode van de flamenco-opera

-1950-nu 'La Etapa de Renacimiento' of periode van de wedergeboorte

Flamenco danseres in traditioneel kostuum, AndalusiëPhoto: Michael Cohen CC 2.0 Generic no changes made

In Sevilla zijn de meeste en meest gevarieerde mogelijkheden om van de flamenco te genieten.

Typisch etablissement in Sevilla waar genoten wordt van een flamenco-voorstellingPhoto: Feranza CC 3.0 Unported no changes made

De grootste flamenco-gitarist van de moderne tijd was Paco de Lucía (1947-2014), geboren in de het Andalusische Algeciras (provincie Cádiz); een grootheid van dit moment is Paco de Peña, geboren in het Andalusische Córdoba. Hij zorgde voor de popularisering van de flamenco, niet alleen in het buitenland maar ook nog in Spanje zelf. Hij ontwikkelde samen met de beroemde flamencozanger Camarón de la Isla (1952-1992) het 'flamenco nuevo', een stijlvariant van het flamencogitaarspel. Een andere zéér beroemde zanger was Manuel Ortega Juárez (1909-1973), ook wel Manolo Caracol of 'El Caracol' genoemd. Op dit moment behoren de zussen Fernanda en Bernarda de Utrera tot de beste flamencozangeressen; beroemde flamencodanseressen of 'bailaoras' waren Eva Yerbabuena, Sara Baras, Juana Amaya en de in Sevilla geboren Cristina Hoyos; belangrijke flamencodansers of 'bailaors' zijn of waren Antonio Canales en Joaquin Cortés.

Francisco Sánchez Gómez (1947-2014), artiestennaam Paco de LucíaPhoto: Cornel Putan CC 2.0 Generic no changes made

Taal

Spaans TaalkaartPhoto: Ichwan Palongengi CC 3.0 Unported no changes made

Het Castellano (Castiliaans) is de officiële staatstaal sinds ca. 1250. In het buitenland wordt het Castellano eigenlijk altijd "Spaans" genoemd. Het Castellano is een Romaanse taal met veel afleidingen uit het Latijn, maar ook uit veel andere talen. Het Spaans bevat ca. 100 woorden die o.a. door de Visigoten naar het schiereiland zijn gebracht. Tijdens de overheersing van de Moren zijn er ongeveer 4000 woorden in de Spaanse taal ingebracht. Verder zijn er veel woorden aan het Frans en het Italiaans en meer recent aan het Engels ontleend.

Voorbeelden van afleidingen zijn:

Arabisch. Alcázar. Aldea. Acequia. Alcoba

Frans. monje. vinagre. menú. coqueta

West-Gotisch. guardia. ropa. tapa. espuela

Engels. lider. mitin. tractor. fútbol

Het Castellano verschilt in sommige opzichten sterk van andere Romaanse talen, met name qua uitspraak. De letters van het Spaanse alfabet zijn: a, b, c, ch, d, e, f, g, h, i, j, k, l, ll, m, n, ñ, o, p, q, r, rr, s, t, u, v, w, x, y, z.

De belangrijkste dialecten van het Castellano zijn Andaluz (Andalusisch), Leonés, Navarro, Aragonés en Asturiano.

Castilliaanse dialecten in SpanjePhoto: Stephen Shaw at english wikipedia CC 3.0 Unported no changes made

De Andalusische varianten van het Spaans (Castellano), die sterk verschillen van de noordelijke Spaanse dialecten, worden gesproken in Andalusië, Ceuta, Melilla en Gibraltar. Door het grote aantal inwoners van Andalusië is het Andalusische dialect het tweede grootste van Spanje. Door de massale emigratie vanuit Andalusië naar de Spaanse kolonies in Noord- en Zuid-Amerika, lijken de Amerikaans-Spaanse dialecten behoorlijk veel op het Spaans van met name West-Andalusië. Ook andere Spaanse variëteiten, zoals het Spaans van de Canarische Eilanden, het Caribische Spaans en andere Latijns-Amerikaanse dialecten, zijn gebaseerd op het Andalusisch Spaans.

Het Andalusisch heeft een aantal belangrijke onderscheidende fonologische, morfologische en syntactische kenmerken, en ook de woordenschat verschilt met het Spaans. Wat de woordenschat betreft stammen veel Andalusische woorden van het Mozarabisch, men schat dat ca. 15% van de Andalusische woordenschat Arabisch is, een dode taal gesproken door de Mozarabiërs, Spaanse christenen die tijdens de Reconquista onder Moors bestuur leefden, het Romani, de taal van de Roma, of van het Oud-Castiliaans. Veel van deze woorden komen niet in andere Spaanse dialecten voor, maar bijvoorbeeld weer wel in Zuid-Amerika en Spaanstalige Caribische dialecten. Enkele voorbeelden zijn woorden als 'chispenear' in plaats van 'lloviznar' of 'chispear' (motregen), 'babucha' in plaats van 'zapatilla' (pantoffel), 'chavea' of 'antié' in plaats van 'anteayer' (eergisteren).

Sommige woorden, uitgesproken op de Andalusische manier, zijn opgenomen in de 'normale' Spaanse taal, zoals het Spaanse woord 'juerga' (feestvieren), dat in het Andalusisch als 'huelga' uitgesproken wordt.

Het flamenco-vocabulaire, typische Zuid-Spaanse muziek en dans, toont een aantal woorden die in het Andalusisch gekenemerkt worden door het weglaten van de letter 'd', bijvoorbeeld in woorden als 'cantaor' (cantador), 'tocaor' (tocador) en 'bailaor' (bailador). In het Spaans zouden deze woorden geschreven worden als 'cantante', 'músico' en 'bailarín'. Sommige woorden zonder 'd' zijn al opgenomen in het reguliere Spaans, bijvoorbeeld 'pescaíto frito', dat normaal gesproken gespeld zou worden als 'pescadito frito'.

Hieronder drie teksten van het Weesgegroet Maria, van boven naar beneden in het Andalusisch, het Spaans en het Catalaans, een andere belangrijke Spaanse taal. ook hier valt meteen op dat de 'd' wordt weggelaten, 'madre' wordt 'mae', 'pecadores' wordt 'pecaore'.

Het Ave Maria in het AndalusischPhoto: Publiek domein

Het Weesgegroet Maria in het Spaans:

Dios te salve Maria,

llena eres de gracia,

el Señor es contigo,

bendita tú eres entre todas las mujeres,

y bendito es el fruto de tu vientre, Jesús.

Santa María, Madre de Dios,

ruega por nosotros pecadores ahora y

en la hora de nuestra muerte.

Amén.

Het Weesgegroet Maria in het Catalaans:

Déu vos salve Maria,

plena de grácia;

el Senyor és amb Vós;

beneïda sou Vós entre totes les dones,

beneït es el fruit del vostre sant ventre, Jesús.

Santa Maria, Mare de Déu;

pregueu per nosaltres pecadors,

ara i a l'hora de la nostra mort.

Amén.

Godsdienst

Spanje Barcelona Sagrada FamiliaPhoto: Bernard Gagnon CC 3.0 Unported no changes made

Vanaf het jaar 394, toen Spanje nog tot het Romeinse rijk behoorde, is het rooms-katholicisme de staatsgodsdienst geweest. Het was keizer Theodosius die hiervoor zorgde. In 589 werd deze status nog eens bevestigd door de Visigotische koning Recaredo. In 711 werd Spanje veroverd door de Moren en was de islam de belangrijkste godsdienst.

Pas begin zeventiende eeuw heroverde de katholieke kerk haar machtige positie en ontstond een nauwe samenwerking tussen kerk en staat. In 1931, ten tijde van de Tweede Republiek, kwam aan deze ongewenste situatie een einde. De kerk had zich in al die eeuwen niet erg geliefd gemaakt en dit leidde in de Spaanse Burgeroorlog tot de dood van ca. 6000 geestelijken. Het was dan ook niet vreemd dat de kerk hechte banden met het Franco-regime aanging. Franco riep in 1939 het rooms-katholicisme uit tot staatsgodsdienst.

Zo werd het kerkelijke leven door de hele samenleving geweven. Zeer opmerkelijk was dat de kerk alleen maar bisschoppen mocht benoemen op voordracht van Franco. Door deze nauwe samenwerking met de dictator werd de kerk onder de bevolking opnieuw zeer impopulair bij de bevolking. Hoewel het Tweede Vaticaans Concilie de scheiding van staat en kerk eiste, weigerde Franco om hieraan gehoor te geven.

Pas na Franco's dood werd in de grondwet van 1978 weer de scheiding van kerk en staat opgenomen en de vrijheid van godsdienst gegarandeerd. Dit alles op initiatief van de pas aangetreden koning Juan Carlos.

De Spaanse bevolking is voor ca. 95% rooms-katholiek. De rooms-katholieke kerk omvat in totaal 14 aartsbisdommen en 53 bisdommen. Samen vormen de elf kerkprovincies. De aartsbisdommen van Barcelona en Madrid-Alcalá vallen rechtstreeks onder de Heilige Stoel van Rome. De primaat van Spanje is de aartsbisschop van Toledo. Ca. 870.000 mensen belijden een ander geloof dan het rooms-katholicisme, o.a. moslims (ca. 500.000), joden en protestanten (ca. 70.000).

In Andalusië is 87% van de bevolking katholiek, 2% moslim, 1% protestant-christelijk, 8% zonder religie en de resterende 2% behoort tot een keur aan verschillende denominaties.

Spanje: aartsbisschop Braulio Rodríguez Plaza van ToledoPhoto: Archdiocese of Valladolid's picture archive CC 3.0 Unported no changesmade

De betrokkenheid met de kerk is de afgelopen decennia sterk teruggelopen. Meer dan 4 miljoen mensen zeggen geen enkel geloof meer aan te hangen. Ook het aantal parochiegeestelijken, kloosterlingen en nonnen loopt sterk terug. Ondanks deze teruggang wordt er nog steeds massaal deelgenomen aan de belangrijke religieuze feesten. Dat het op dit moment steeds meer traditie in plaats van religieuze overtuiging is, mag duidelijk zijn.

Op het platteland wordt er veel deelgenomen aan zogenaamde"romerías", pelgrimages naar het heiligdom van een bepaalde heilige of naar veel vereerde beelden van Maria of Jezus. Een van de bekendste is de pinkster-romerías van het West-Andalusische Huelva, La Virgen del Rocío. Hier trekken jaarlijks nog honderdduizenden pelgrims naar toe.

Religieuze gebouwen en activiteiten in Andalusië

SEVILLA
-Kathedraal Santa María de la Sede: De gigantische kathedraal van Sevilla, geplaatst op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO, is officieel qua volume de grootste gotische kerk ter wereld met een lengte van 126 meter en een breedte van 83 meter. Na de Sint-Pieter in het Vaticaan en St. Paul's in Londen is de kathedraal van Sevilla de grootste christelijke kerk van de wereld.

De kathedraal staat op de plaats waar eens de prachtige 12e eeuwse Almohad-moskee stond. Na de verovering in 1248 van Sevilla door de christenen, werd de moskee tot 1401 als kerk gebruikt. Daarna werd de moskee afgebroken en de kathedraal gebouwd. Van de moskee is, behalve de Patio de los Naranjos, alleen nog de 104 meter hoge bakstenen minaret, de 'Giralda', een meesterwerk van Almohadische kunst, over. Prachtig is de hoofdkapel Capilla Mayor met een nog fraaier altaar gemaakt door de Vlaamse houtsnijder Pieter Dancart in 1482, met het het 15de eeuwse 'retablo', het grootste altaarstuk ter wereld. In de Puerta de los Príncipes, een monumentale tombe, liggen, hoewel de geleerden het daarover nog niet helemaal eens zijn, de overblijfselen van Christoffel Columbus en enige familieleden.

Andere belangrijke kerken in Sevilla zijn de Basílica de La Macarena, gebouwd in 1949 door Gómez Millán, met een prachtig Mariabeeld en de Iglesia de San Luis de Los Franceses, een schitterend voorbeeld van Sevilliaanse neo-barokarchitectuur. De Iglesia de Santa Ana uit 1280 is de oudste kerk van Sevilla. In het vroegere kartuizerklooster zijn nu onder andere het Andalusische centrum voor hedendaagse kunst en de Internationale Universiteit van Andalusië gevestigd.

Kathedraal van Sevilla met rechts de vroegere minaret 'Giralda'Photo: Ingo Mehling CC 4.0 International no changes made

CÁDIZ
-Cádiz Catedral of 'Catedral Nueva': deze grote barok-neoklassieke kathedraal, de enige voltooide barokkerk in Spanje, met een koepel van goudkleurige azulejo's (Portugees/Andalusische keramieken tegels), is, naar Spaanse standaarden, sober uitgevoerd. Er werd al in 1716 besloten om met de bouw te beginnen, maar het project werd pas in 1848 voltooid, vandaar dat de gevel gebouwd is in neoklassieke stijl. Naast de kathedraal staat de Iglesia de Santa Cruz of 'Catedral Viejo', een gotische kerk uit 1260 met een 17de-eeuws interieur. Twee bijzondere kerken zijn de Oratorio de la Santa Cueva met fresco's van Francisco de Goya en de Oratorio de San Felipe Neri, een barokkerk waar in 1812 door het parlement van Spanje de eerste liberale grondwet getekend werd.

JEREZ DE LA FRONTERA
-Catedral de San Salvador: prachtige 18de eeuwse mix van barok, neo-classisisme en gotiek. Kathedraal sinds 1980 met fijn gedecoreerde stenen plafonds. De huidige toren was vroeger de minaret van een moskee.

MÁLAGA
-Catedral de la Encarnación: De bouw van de kathedraal van Málaga startte in 1528 en door veel problemen werd het project pas twee eeuwen later 'voltooid' en dat resulteerde, net als bij veel andere kerken in Andalusië, in een mix van stijlen: barok, gotisch en vooral renaissance. De kosten liepen zodanig uit de hand dat de bouw in 1782 werd gestopt. Een van de klokkentorens zou nooit meer afgebouwd worden.

La manquita, de onafgemaakte kathedraal van MálagaPhoto: Danielmlg86 CC 3.0 Spain no changes made

BENALMÁDENA
-De grootste boeddhistische stoepa in Europa staat in de kustplaats Benalmádena, vlak bij Torremolinos. De 33 meter hoge stoepa, ingewijd in 2003 en gebouwd door de boeddhistische gemeenschap van Benalmádena, Lopon Tsechu Rinpoche, is geopend voor bezoekers en naast tentoonstellingen gerelateerd aan het boeddhisme worden er ook meditatieve sessies en voordrachten over het boeddhisme gehouden.

Stupa van BenalmádenaPhoto: Brian Milnes CC 3.0 Unported no changes made

CÓRDOBA
-Mezquita of Grote Moskee: kerk in het jaar 600 gebouwd op de funderingen van de christelijke Visigotische kerk van Sint Vincentius. In 785 kocht emir Abd ar-Rahman de christelijke kerk en veranderde het gebouw in een islamitische moskee. De eeuwen daarna, de laatste keer in 987, werd de moskee, de derde grootste ter wereld, diverse malen uitgebreid en er kwam een nieuwe minaret bij te staan. In 1236 werd Córdoba heroverd op de Moren door Ferdinand III van Castilië en in 1271 werd de moskee niet afgebroken maar gereconstrueerd naar een christelijke kerk (130x180 meter), onder andere de minaret werd vervangen door een barokke klokkentoren en rond 1520 werd er door Karel V nog een schip aan de kerk toegevoegd. Het dak van de Mezquita wordt gedragen door meer dan 850 zuilen van marmer, graniet en jaspis, een halfedelsteen. In 2004 dienden Spaanse moslims nog een verzoek in om diensten te mogen houden in de Mezquita, maar dit werd door het Vaticaan niet toegestaan.

Bijzonder in Córdoba is ook de kleine rond 1315 gebouwde mudéjar-'sinagoga' (mudéjar = gemaakt door islamitische vaklui in dienst van christelijke opdrachtgevers), een van drie synagoges in Spanje die uit die periode bewaard zijn gebleven. De andere twee synagoges staan in de Centraal-Spaanse stad Toledo.

Mezquita van Córdoba, AndalusiëPhoto:Toni Castillo Quero CC 2.0 Generic no changes made

GRANADA
-Kathedraal Santa María de la Encarnación: met de bouw van deze spelonkachtige kerk werd pas begonnen na de dood van Isabel I van Castilië, de 'Katholieke', in 1504, en pas in 1704 was de bouw voltooid. Het resultaat was onvermijdelijk een mix van bouwstijlen, barok aan de buitenkant door de 17e eeuwse architect Alonso Cano (1601-1667), renaissancistisch aan de binnenkant door de architect en beeldhouwer Diego de Siloé (ca. 1495-1563). Naast de kathedraal staat de Capilla Real, een imponerend gotisch gebouw met een schitterende sacristie, dat begin 16de eeuw gebouwd werd als mausoleum voor de katholieke vorsten Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragón.

ALMERÍA
-Kathedraal: de op een fort lijkende kathedraal met gotische (o.a. de drie schepen) en klassieke elementen (o.a. de koorstoelen) is gebouwd op een plaats waar eerst een moskee stond, maar die werd na een aardbeving verwoest. De gekanteelde torens en de zware muren waren nodig vanwege de herhaaldelijke aanvallen van Berberpiraten.

BAEZA
-Iglesia de Santa Cruz: enig overgebleven Romaanse kerk (13e eeuw) in Andalusië.

ÉCIJA
-De 'stad der torens' heeft meer dan tien kerktorens die geïnspireerd zijn op de 'Giralda' van de kathedraal van Sevilla, onder andere de nooit helemaal afgemaakte Iglesia de Santa Cruz, die een standbeeld van Nuestra Señora del Valle, de patroonheilige van Écija, en een vroegchristelijke sarcofaag uit de 5de eeuw herbergt.

Iglesia de la Santa Cruz, ÉcijaPhoto: Varpaijos CC 4.0 International no changes made

JAÉN
-Catedral de Jaén: Ontworpen door Andrés de Vandelvira (1509-1575) en gebouwd tussen het midden van de 16de eeuw en het einde van de 17de eeuw is het een van de fraaiste voorbeelden van renaissancearchitectuur in Andalusië. De kathedraal telt 17 zijkapellen, in de Capilla de San Fernando is een prachtig Jezusbeeld te zien. In de kathedraal zou zich het 'Santo Rostro' bevinden, de zweetdoek waarmee Sint-Veronica het gezicht van Jezus zou hebben gedroogd tijdens diens kruisweg. Tegen de kathedraal aangebouwd staat de neoklassieke Iglesia del Sagrario.

ÚBEDA
-Capilla del Salvador: kapel in 1536 door Diego de Siloé ontworpen en in de periode 1540-1556 gebouwd door Andrés de Vandelvira. het is een mooi voorbeeld van religieuze architectuur uit de Andalusische renaissance. Opdrachtgever was de secretaris van Karel V, Don Francisco delos Cobos, en het gebouw moest als familiegraf dienen.

CARMONA
-Necrópolis Romana: meer dan 900 in de rotsen uitgehakte familiegraven of 'bolumbaria' uit de Romeinse tijd. De 'Tumba de Serviliam' is het grootste graf en bestaat uit een binnenplaats met zuilen en verschillende kamers.

ROCÍO
-Romería del Rocío: een van de grootste (religieuze) festivals in Spanje. De vierdaagse bedevaart leidt naar het middeleeuwse beeld van Nuestra Señora de Rocío, dat wonderen zou kunnen verrichten.

SEMANA SANTA
-De Heilige week of 'Semana santa' is aanleiding voor alle dorpen en steden om flink uit te pakken met onder andere prachtige processies, met name die van Sevilla is tot over de landsgrenzen bekend en wordt dan ook veel bezocht door toeristen. Tijdens die processies worden beelden van Jezus en Maria door de straten gedragen, begeleid door muziek en mensen in traditionele kostuums. De beelden op platforms worden gedragen door 'costaleros', voorafgegaan door boetelingen of 'nazarenos' met puntkappen op.

Processies voorafgegaan door 'nazarenos' met puntkappen, Sevilla, AndalusiëPhoto: Realizada y propiedad de foncu CC 2.0 Generic no changes made

Samenleving

Bestuur

Het bestuur van de autonome regio Andalusië, een van de zeventien Spaanse autonome regio's, wordt gecoördineerd en geleid door het autonome uitvoerende orgaan 'Junta de Andalucía'. De president van de 'Junta' werkt samen met een uit dertien leden tellende regeringsraad, de 'Consejo de Gobierno'. De wetgevende autoriteit in Andalusië is het sinds 1992 in de hoofdstad Sevilla zetelende en 109 leden tellende 'Parlamento de Andalucía', gevestigd in het gebouw 'Hospital de las Cinco Llagas'.

De leden van het parlement worden elke vier jaar gekozen via algemene verkiezingen. De centrale regering wordt in Sevilla vertegenwoordigd door een regeringsafgevaardigde die ook aan het hoofd staat van provinciale afgevaardigden van de centrale regering.

Parlement van Andalusië in vergaderingPhoto: Junta Informa CC 2.0 Generic no changes made

De autonome regio Andalusië bestaat uit acht provincies met een eigen bestuur: Almería, Cádiz, Córdoba, Huelva, Jaén, Granada, Málaga en Sevilla. De provincies zijn onderverdeeld in 62 'comarca's', een soort gewest of district. Andalusië telt 765 gemeentes (telling 2008).

Provincies AndalusiëFoto: Mao06 CC 3.0 Unported no changes made

ProvincieOppervlakteComarca'sGemeentes
Almería8.775 km27102
Cádiz7.436 km2642
Córdoba13.771 km2875
Granada12.647 km210169
Huelva10.128 km2679
Jaén13.496 km21097
Málaga7.308 km26100
Sevilla14.036 km29101

De drie symbolen van Andalusië, de groenwitte vlag, het volkslied en het wapen, zijn bepaald door de Asamblea de Ronda in 1918 en de Juntas Liberalistas de Andalucía in 1933. De vlag van Andalusië bevat ook het wapen van Andalusië, Hercules tussen twee leeuwen en twee zuilen. Boven Hercules staat de Latijnse tekst 'Dominator Hercules Fundator' en aan zijn voeten 'Andalucía, por sí, para España y la Humanidad', wat zoveel betekent als 'Andalusië voor zichzelf, voor Spanje en de mensheid'. De actuele politieke situatie van Spanje is beschreven in het hoofdstuk geschiedenis.

Vlag van AndalusiëPhoto: Miguillen CC 4.0 International no changes made

Tekst en bladmuziek volkslied Andalusië

Photo: Antonio M. Romero Dorado CC 3.0 Unported no changes made

Stierenvechten

Spanje Stierenvechten

Photo: MarcusObal CC 3.0 Unported no changes made

Het stierenvechten stamt al uit de oudheid, de stier is dan ook het nationale dier van Spanje, en ook in de Middeleeuwen en de tijd van de Habsburgers werd deze"sport" beoefend. Eerst alleen door de adel maar later kwamen steeds meer"matadores" uit het gewone volk voort.

Er zijn op dit moment ongeveer 700 stierenfokkerijen waar vechtstieren of"toros bravos" gefokt worden. De duurste stieren kosten ongeveer 15.000 euro en een matador, de torero die de stier doodt, verdient tot 50.000 euro per"corrida", per stierengevecht. Per corrida worden zes stieren gedood. Jaarlijks worden er meer dan 13.000 corridas gehouden met 50 miljoen bezoekers en ca. 30.000 stieren.

Corridas vinden alleen plaats in de zomer en beginnen meestal in de namiddag. De voorstelling begint met een parade van drie matadores met hun helpers, de"cuadrilla". Onder begeleiding van typisch Spaanse muziek paraderen zij door de arena, de"plaza de toros". Daarna begint het gevecht en de cuadrilla's testen de stier en dagen hem uit.

Vervolgens komt de op een paard zittende"picador" in beeld die de stier in de schoft verwond, waardoor de stier verzwakt door het bloedverlies. Na de picador komen de"banderillos", die hun scherpe"banderillas" in de schouder van de stier steken. Tenslotte komt de matador die met een zwaardstoot een eind maakt aan de vaak ongelijke strijd. Hoewel alle stieren uiteindelijk sterven, vallen er ook regelmatig doden en gewonden onder de matadoren.

Ondanks vele protesten uit de hele wereld gaat dit Spaanse volksvermaak (fiesta nacional) nog steeds door met alsmaar toenemende bezoekersaantallen. Bovendien is het een heuse bedrijfstak waar vele miljoenen euro's mee verdiend worden en waar 170.000 werknemers direct bij betrokken zijn. Op de Canarische Eilanden zijn de corridas in deze vorm verboden, evenals in sommige gemeentes op het vasteland.

Het Nederlandse Comité Anti Stierenvechten is gevestigd in Utrecht. De landelijke Spaanse publieke omroep, RTVE, stopt in januari 2011 met het uitzenden van stierenvechten. De zender vindt het te gewelddadig voor eventueel kijkende kinderen. In Spanje woedt al tijden een debat over de bloederige traditie. In juli vorig jaar deed Catalonië het stierenvechten in de ban, als tweede regio na de Canarische Eilanden, waar sinds 1991 geen stierengevechten meer worden gehouden.

De Andalusische stad Ronda, met een van de oudste arena's van Spanje, heeft zichzelf min of meer uitgeroepen als de thuisbasis van het stierenvechten. Hier was namelijk sinds 1572 de 'Real Maestranza de Ronda' gevestigd, een rijschool waar de Spaanse aristocratie werd geleerd om al rijdend te vechten. Hiervoor werden stieren in een arena gejaagd, en toen zou de eerste moderne vorm van stierenvechten ontstaan zijn. Toen een edelman van zijn paard viel en aangevallen werd door een stier, lukte het ene Francisco Romero om de aandacht van de stier af te leiden door met een hoed te zwaaien. De volgende generaties Romero voegden steeds meer zxaken toe en door Pedro Romero (1754-1839) werden de regels en de bewegingen van het moderne stierenvechten vastgelegd. Hij introduceerde ook de 'muleta', de rode cape om de stier naar zich toe te lokken.

Ronda is ook de geboorteplaats van een van de beroemdste 20e eeuwse stierenvechters van Spanje, Antonio Ordóñez. De familie Ordóñez organiseert elk jaar in september ter ere van Pedro Romero de 'Corridas Goyescas', waar de beste matadoren van Spanje aan deelnemen in de originele 19de eeuwse kostuums die de beroemde Spaanse schilder Goya in zijn schilderijen van Romero afbeeldde.

Matador Pedro Romero op een schilderij van Francisco de GoyaPhoto: Publiek domein

Een andere zeer beroemde matador was de in Palma del Río geboren Manuel Benítez Pérez, 'El Cordobés', die in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn grootste triomfen vierde. De bekendste vrouwelijke 'torera' was Cristina Sánchez de Pablos, die zich echter in 1999, op 27-jarige leeftijd, terugtrok uit het stierenvechten.

Standbeeld van 'El Cordobés' voor de arena van Córdoba, Los CalifasPhoto: Justojosemm in het publieke domein

De door sommigen als beste stierenvechter ooit beschouwde Manuel Laureano Rodriguez Sánchez (1917-1947) of 'Manolete', werd geboren in Córdoba en overleed in de plaats Linares, provincie Jaén. Hij overleed op dertigjarige leeftijd in het harnas tijdens een gevecht met de beroemde stier 'Islero', die hem in de lies raakte.

Economie

Andalusie Costa del PlasticoPhoto: Publiek domein

Tot en met 2007 liep de Andalusische economie als een tierelier door een boom in de bouwactiviteiten en hoog gestegen prijzen van huizen en andere panden. Tel daar bij op enorme subsidies van de Europese Unie voor de landbouw en een nog steeds toenemende groei van het toerisme, en ook in Andalusië dacht men dat de bomen tot in de hemel zouden groeien. Het effect van deze economische voorspoed op de werkloosheid in Andalusië was gigantisch, van 35% in 1994 tot 13% van de beroepsbevolking in 2007, het laagste percentage sinds mensenheugenis. En in plaats dat veel Andalusioërs elders werk zochten, werden veel banen ingenomen door de stroom van duizenden migranten uit Afrika, Oost-Europa en Zuid-Amerika.

In 2008 stortte de onroerend goedmarkt in elkaar, kredietverlening droogde op en de wereldwijde economische en financiële crisis sloeg hard toe, ook in Andalusië. Toeristen bleven weg en gebouwd werd er nauwelijks meer, en omdat Andalusië van deze economische activiteiten grotendeels afhankelijk was en is, sloeg de crisis extra hard toe in Andalusië. In 2012 was het werkloosheidspercentage weer opgelopen tot 33%, het hoogste percentage in Spanje. De jeugdwerkloosheid (16-24 jaar) was zelfs opgelopen tot een schokkende 58%. En opnieuw trokken veel Andalusiërs weg, op zoek naar werk in minder getroffen regio's in Spanje of naar landen als Duitsland en Engeland.

Het enige positieve in deze periode was het aantrekken van het toerisme in 2001 na een ernstige dip in 2009 en 2010. In 2011 trokken ca. 8,5 miljoen toeristen naar Andalusië, hoewel dat nog op een veel lager niveau lag dan het recordaantal van 9,8 miljoen in 2008.

Zontoeristen vinden de standen van Andalusië massaal, hier MarbellaPhoto: Diliff CC 3.0 Unported no changes made

Andalusië, historisch gezien altijd de economisch zwakste regio in Spanje, is nog steeds, wat de traditionele economie betreft, overwegend een agrarisch gebied. De voornaamste producten die geteeld worden zijn: graan, olijven, wijn, amandelen en fruit, vooral citrusvruchten.

De grootste graanregio van Spanje ligt rond de hoofdstad Sevilla en in de provincies Almería, Cádiz en Granada. De vruchtbare laagvlaktes in de provincie Granada leveren vooral fruit en groente op. Ook is er veel tuinbouw in plastic polythene kassen (plasticultura) in de provincies Almería, Huelva en Granada. Alleen al rond het plaatsje El Ejido in de provincie Almería staan zo'n 25.000 ha kassen. het is niet gek dat dit kassengebied ook wel schertsend 'Costa del Plástico' genoemd wordt.

Veeteelt vindt voornamelijk plaats op de weilanden van de Sierra Morena, Cordillera Subbética en de Sierra de Cádiz.

Andalusië is een verder een zeer belangrijke Spaanse visserijstreek, met vooral sardines, tonijn, tapijtschelpen en hartmossels en diverse soorten garnalen.

De provincie Jaén, en dan met name rond de plaats Andújar, is het centrum van de olijventeelt in Spanje. Meer dan 40 miljoen olijfbomen, die pas na 4-5 jaar eetbare olijven beginnen te dragen, bedekken het grondgebied van Jaén, ongeveer een derde van de provincie, een oppervlakte van 4500 km2. In een gemiddeld jaar produceren de olijfboeren zo'n 900.000 ton olijven van meer dan 200 verschillende soorten, waarvan ongeveer 200.000 ton olijfolie gemaakt wordt. Dit betekent dat de provincie Jaén, met de stad Baeza als olijfolie-hoofdstad, ongeveer de helft van de Andalusische productie voor haar rekening neemt, ongeveer een derde van de totale Spaanse productie en ca. 10% van de wereldolijfolieproductie. De kwaliteit van de olijfolie wordt gecontroleerd door de Denominacón de Origen Controlada. De eerste koude persing, de zogenaamde 'maagdenolie', is zeer rijk van smaak en het beste product dat gemaakt wordt.

Zo ver het oog reikt olijfbomen in de provincie JaénPhoto: Allie_Caulfield CC 2.0 Generic no changes made

Algeciras, gelegen op het zuidelijkste punt van Spanje in de provincie Cádiz, is een belangrijke handelsstad en havenplaats en staat bekend als de grootste Spaanse haven voor passagiersvervoer, onder andere tussen Europa en Noord-Afrika.

In de streek La Axarquía, in de provincie Málaga, wordt nog steeds de lokale munt, de 'axarco', gebruikt. Deze munt, onderverdeeld in axarquitos, werd in 1988 ingevoerd en kan naast de euro in de meest zaken gebruikt worden. De ontwerper van de bankbiljetten was de scheikundige Antonio Gámez Burgos en op elke munt staat een afbeelding van de zee, de zon en een druivenrank. Aan de andere kant van de munt staat een afbeelding van Ebn Beithar, een Arabische medicus en botanicus die zeer bewonderd werd door Gámez Burgos. De axarco is ca. 60 eurocent waard en is in Europa de enige muntsoort die nog naast de euro bestaat. Gámez Burgos werd getriggerd door de munt 'el zagal', die in Al-Andalus gebruikt werd tussen 1480 en 1490.

In de bergachtige streek Sierra de Aracena ligt, in de provincie Huelva, de plaats Minas de Riotinto. Hier en in de omgeving wordt al sinds enkele duizenden jaren, al ver voor de komst van de Romeinen, naar zilver, goud, ijzer en koper gezocht. Met de ondergang van het Romeinse Rijk stopte ook de winning van delfstoffen in deze streek. Pas in 1873 werd deze activiteit weer opgepakt door de Engelsen van de Riotinto Mining Company Limited. De Río Tinto dankzij het koper prachtige kleurschakeringen en ook het landschap ziet er prachtig uit. Op dit moment worden de mijnen geëxploiteerd door het Brits-Australische mijnbouwbedrijf Rio Tinto Group, dat wereldwijd opereert.

Río Tinto, AndalusiëPhoto: Gzzz CC 4.0 International no changes made

El Condado, een vruchtbare, heuvelachtige streek ten oosten van Huelva, produceert de beste wijn van Andalusië. Het centrum van dit wijngebied ligt tussen de plaatsen Niebla, Palma del Condado en Rociana del Condado.

Sherry

Alleen de versterkte wijn (wijn die met wijnalcohol wordt versterkt en waarbij het alcoholpercentage stijgt van 11 tot 18 procent voor olorosos en 15,5 procent voor finos) uit sherry-driehoek Jerez de la Frontera, Sanlúcar de Barrameda en El Puerto de Santa María ten noorden van Cádiz, mag zich sherry noemen. Van deze drie steden is Jerez de la Frontera de 'hoofdstad van de sherry' te noemen, en hier wonen ook de meeste rijke sherrybaronnen. Sherry, al sinds eind 16e eeuw een zeer Britse drank, is de Engelse verbastering van Jerez. Al in de tijd van de Phoeniciërs werd in Jerez de la Frontera (daarvoor: Xeres onder Phoeniciërs, Ceritium onder de Romeinen, Sheris onder de Moren) een vorm van sherry gemaakt. Ook de Romeinen en de Moren bleven sherry produceren, die onder andere door Hollandse handelaren opgekocht werd.

De beroemde Engelse zeeheld Francis Drake was de eerste die, na de verovering van Cádiz, eind 16e eeuw op grote schaal de Spaanse wijn naar de Britse eilanden verscheepte. De Britten waren tot dan toe nog helemaal geen wijndrinkers, maar de sherry vonden ze heerlijk. Bekende Engelse handelaren uit eind 18de eeuw waren ook nu nog bekende namen als (Thomas) Osborne (Mann) en (George) Sandeman. Een bekende sherry-vernieuwer was John Harvey uit Bristol, die rond 1860 de eerste cream sherry (kunstmatig gezoete sherry) produceerde (Harvey's Bristol Cream). Andere vernieuwers waren William Garvey Power (ontdekkers van de fino een amontillado-smaak) en de familie Terry, beiden uit Ierland. De familie-Terry runde een aantal broemde bodegas in El Puerto de Santa María. Zelfs het beroemdste sherry-huis, Gonzalez-Byass van het merk Tío Pepe, was sinds 1835 een Anglo-Spaans bedrijf, geleid door de Andalusiër Manual Maria Gonzalez en de Londense vertegenwoordiger Robert Byass. Andere beroemde sherry-namen zijn die van Williams & Humbert en Pedro Domecq.

In de tweede helft van de 20ste eeuw nam de populariteit van sherry zeer fors toe, maar de kwaliteit had veel te lijden onder de enorme toename van het areaal aan wijnstokken dat hals over kop geplant werd.

Diverse soorten sherryPhoto: El Pantera CC 2.5 Generic no changes made

De typische kenmerken van sherry worden onder meer veroorzaakt door het klimaat dat in de streek Jerez de la Frontera (officieel: Denominaciones de Origen Jerez-Xérés-Sherry y Manzanilla de Sanlúcar de Barrameda) heerst, de zeer kalkrijke bodem en door de Palomino-druif, die in weinig andere streken ter wereld groeit, en die voor meer dan 80% van alle sherry's gebruikt wordt, samen met Pedro Ximénez en de moscatel. Er zijn veel soorten sherry te krijgen, van droog (fino, amontillado, palo cortado en oloroso), een beetje zoet (amorosso, Palo Cortado, medium en cream) tot heel zoet (Pedro Ximenéz, Cream Sherry). De beroemde sherry van Sanlúcar is de manzanilla, die afkomstig is van wijngaarden uit de driehoek Sanlúcar, El Puerto de Santa María en Jerez,

Typisch voor sherry, dat drie tot zeven jaar moet 'rijpen', is dat het een mengeling is van wijnen uit verschillende jaren, een etiket met een jaartal is dan ook niet nodig. De houten sherryvaten, gemaakt van de Amerikaanse eik, liggen minstens in rijen of 'criaderas' tot wel vijf vaten hoog op elkaar gestapeld volgens de solera-methode, de jongste wijn in de bovenste vaten, de oudste wijn in de onderste vaten. Deze vaten staan continu in verbinding met elkaar en vullen elkaar als het ware steeds aan. Uit de onderste rij vaten, de 'colera', worden de flessen gevuld. Belangrijk voor de goede smaak is het ontstaan van 'vela de flor' in het vat, een schimmel die zich op de jonge wijn vormt waardoor de wijn niet oxideert en zijn droge, typische bouquet en bleke kleur krijgt en behoudt.

Sherryvaten gestapeld volgens de solera-methodePhoto: Rpiccio1 in het publieke domein

Vakantie en Bezienswaardigheden

Andalusie Sierra NevadaPhoto: Antonio Morales García CC 2.0 Generic no changes made

De Spaanse regio Andalusië staat onder andere bekend als 'de toegangspoort van Europa' , en 'brug tussen twee continenten (Europa en Afrika)'. Het is een zeer contrastrijke regio met een keur aan landschappen. Stranden, valleien, bosrijke berggebieden, woestijn en de besneeuwde bergtoppen van de Sierra Nevada wisselen elkaar af en geven de toerist alle mogelijkheden voor een afwisselende vakantie.

Cordoba Mesquita moskeePhoto: Jialiang Gao CC 2.5 Unported no changes made

Veel toeristen komen voor de kuststreek, met name de Costa del Sol, om daar te genieten van de tropische stranden en de overvloedig aanwezige zon in bijna alle seizoenen, maar ook steden als Cadiz (o.a. Romeins theater), de oudste stad van Europa, Cordoba (o.a. Mezquita moskee), Granada (o.a. Alhambra) en Sevilla (o.a. Giralda toren) met hun culturele en monumentale erfgoed trekken drommen bezoekers. Niet alleen in de bekende grote toeristische steden, maar in bijna elke stadje of dorp zijn kerken, kloosters, kastelen, forten, paleizen en andere gebouwen te vinden die onlosmakelijk met de cultuur- en kunstgeschiedenis van Andalusië verbonden zijn.

Witte dorp Zahara de la Sierra, AndalusiëPhoto: Lesamourai in het publieke domein

Bekend zijn ook de witte dorpen Zahara de la Sierra, Olvera, Grazalema en Arcos de la Frontera. Het dorpje Guadix staat bekend om zijn wijk met grotwoningen, de 'barrio de los cuevas'. Op sportief gebied komt de toerist voldoende aan zijn trekken, want jagen, vissen, paardrijden, bergbeklimmen, ballonvaren, parasailing zeilen, windsurfen en duiken zijn nog maar een kleine greep uit de mogelijkheden. Tekenend is dat de Costa del Sol het gebied in Europa is met de hoogste dichtheid aan golfbanen en Adalusië als regio heeft ca. honderd 18-holes golfbanen.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

ANDALUSIE LINKS

Advertenties
• Andalusie Tui Reizen
• Andalusie Vliegtickets.nl
• Meer dan 100 bijzondere vakantiehuizen met privé zwembad in Andalusië
• Naar Andalusie met Sunweb
• Andalusie Hotels
• Rondreis Andalusie
• Autoverhuur Sunny Cars Sevilla

Nuttige links

Andalusië Foto's Kees Hulsen
Andalusie Reisstart (N)
Fiets huren Sevilla (N)
Sevilla-Nu online gids voor Sevilla (N)
Startpagina Cordoba (N)
Startpagina Sevilla (N)

Bronnen

Andalucía

Lonely Planet

Andalusië

Lannoo

 

Baird, David / Sevilla & Andalusië

Van Reemst

BBC - Country Profiles

CIA - World Factbook

Dahms, Martin / Andalusië

Van Reemst

Hannigan, Des / Andalusië

Kosmos

Kennedy, Jeffrey / Andalusië & Costa del Sol

Van Reemst

O'Bryan, Linda / Andalusië

Uitgeverij J.H. Gottmer/H.J.W. Becht BV

 

Wikipedia

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems