Landenweb.nl

LA PALMA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Spaans
  Hoofdstad  Santa Cruz de La Palma
  Oppervlakte  729 km²
  Inwoners  81.863
  (2018)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  -1
  Web  .es
  Code.  ESP
  Tel.  +34

Populaire bestemmingen SPANJE

AndalusieCatalonieCosta blanca
Costa bravaCosta del solEl hierro
FormenteraFuerteventuraGran canaria
IbizaLa gomeraLa palma
LanzaroteMallorcaMenorca
Tenerife

Geografie en Landschap

Geografie

De Canarische Eilanden (Spaans: Islas Canarias) liggen in de Atlantische Oceaan ten westen van Afrika, op dezelfde hoogte als Marokko. De archipel bestaat uit zeven bewoonde hoofdeilanden en zes kleinere eilanden. De hoofdeilanden zijn Tenerife, Fuerteventura, Gran Canaria, Lanzarote, La Palma, La Gomera, en El Hierro.

advertentie

La Palma Satellietfoto NASAFoto: Publiek domein

Tot de Canarische Eilanden behoren ook nog de vier kleine eilandjes La Graciosa, Montaña Clara, Alegranza en Los Lobos; verder zijn er nog twee rotseilandjes, Roque del Oeste en Roque del Este.

De Canarische Eilanden zijn geografisch gezien een deel van Afrika, maar politiek gezien behoren ze sinds de 15e eeuw tot Spanje. De eilandengroep bestaat uit twee provincies onder de naam: Autonome Regio van de Canarische Eilanden.

Van de zeven grote eilanden van de Canarische archipel is La Palma (voluit: San Miguel de La Palma) na La Gomera en El Hierro het kleinste eiland.

De totale oppervlakte van La Palma bedraagt 726 km2 en daarmee is het eiland iets kleiner dan Lanzarote. De maximale afstanden op het eiland zijn van oost naar west 29 km en van noord naar zuid 47 km.

advertentie

Landschap

Evenals andere eilanden van de Canarische archipel is La Palma een eiland vol landschappelijke tegenstellingen. Grof gezegd heeft La Palma kale lavagronden in het zuiden en een uitbundig begroeid heuvellandschap in het noorden. Onder andere het grote verschil in regenval is hier debet aan.

Het zuiden van La Palma bestaat uit een jong vulkanisch landschap, waarvan de sporen van recente uitbarstingen nog goed zichtbaar zijn. Dit deel van het eiland wordt overheerst door de bergruggen Cumbre Nueva en Cumbre Vieja.

Verspreid over deze laatste bergketen liggen ongeveer 120 kraters, waarvan er zeven de laatste 500 jaar actief zijn geweest. Hiermee behoort de Cumbre Vieja tot de actiefste vulkanische zones ter wereld.

Vulkaanuitbarstingen van de Cumbre Vieja

1470-1492Montaña Quemada
1585Tajuya (El Paso)
1646Volcán Martín
1677Volcán San Antonio
1712El Charco
1949Volcán San Juan, Duraznero en Hoyo Negro
1971Volcán Teneguía

Een van de grootste uitgedoofde kraters ter wereld ligt op het noordelijke deel van het eiland en vormt het nationale park (sinds 1954) Caldera de Taburiente. Deze gigantische krater heeft een doorsnede van tien kilometer, een omtrek van 28 kilometer en een maximale diepte van 1500 meter. De hellingen van de Caldera (Spaans voor: keteldal) worden door diepe ravijnen of ‘barrancos’ doorsneden.

Hoe oud de Caldera precies is (2-4 miljoen jaar) en hoe deze reuzenkrater is ontstaan, is nog steeds niet helemaal duidelijk. Dat het een vulkanische krater betreft is zeer onwaarschijnlijk; tegenwoordig gaat men er vanuit dat de Caldera uit vulkanische afzettingen onder de zeespiegel is ontstaan, die vervolgens miljoenen jaren geleden door verschuivingen of vulkanische activiteit tot wel 4000 meter boven de zeespiegel omhoog zijn gestuwd. Daarna zette een langdurig erosieproces in of misschien is er een holle ruimte onder het centrum van de Caldera ontstaan die op een gegeven moment is ingezakt.

In het binnenste van de krater is het gehele jaar door een overvloed aan water te vinden in beekjes, stroompjes en watervallen. De meer dan honderd bronnen leveren echter steeds minder water per seconde op.

In 1971 vond de laatste vulkanische activiteit op La Palma plaats, tevens de laatste activiteit op de Canarische Eilanden. Op de helling van de San Antonio ontstond opnieuw een vulkaan: de 439 meter hoge Volcán Teneguía. De uitbarsting duurde in totaal 25 dagen.

Bij uitbarstingen van vulkanen in het zuiden zijn soms enorme gebieden bedekt geraakt met as en ‘lapilli’ (brokken steen van vulkanische oorsprong). Op die manier zijn de ‘jables’ ontstaan, het bizarre, met een laag donkere as bedekte landschap doet enigszins denken aan een zandwoestijn. De grootste en bekendste jable van La Palma is El Llano del Jable. In dit gebied staan nog steeds moerbeibomen, waarvan het blad als voedsel dient voor de zijderups. Tegenwoordig zijn er nog enkele zijdewevers actief.

Het hoogste punt van La Palma is de indrukwekkende Roque de los Muchachos met 2426 meter, gelegen aan de rand van de Caldera de Taburiente. Hierdoor is La Palma officieel het steilste eiland ter wereld in verhouding tot het totale oppervlak.

Andere hoge toppen zijn de Pico de la Nieve (2239 meter), Pico del Cedro (2247 meter), Pico de la Sabina (2134 meter), Pico del Cedro (1914 meter), Pico Corralejo (2044 meter) en de Pico Ovejas (1854 meter).

La Palma kent zelfs enkele kleine riviertjes, zoals de Angustias.

advertentie

Roque de los Muchachos, hoogste berg van La PalmaPhoto: Frank Vincentz CC 3.0 Unported no changes made

Klimaat en Weer

La Palma heeft een subtropisch klimaat dat gunstig beïnvloed wordt door de Atlantische Oceaan. De temperatuur komt praktisch nooit boven de 30°C, behalve als er hete luchtstromingen uit de Sahara overkomen (de oostelijke of zuidoostelijke tiempo del sur). De gemiddelde temperatuur in de winter ligt nog altijd rond de 20°C. In het binnenland en de hogere delen van het eiland zijn de temperatuursverschillen wat extremer. Zo kan het in de beschutte delen van de Caldera behoorlijk warm worden, terwijl het op de top van de hoogste berg, de Roque de los Muchachos, altijd koud is en er ’s winters vaak sneeuw ligt.

Zeer belangrijk voor het weer op La Palma is de noordoostelijke passaatwind (el alisio), die veel waterdamp bevat. De warme lucht koelt af door het contact met de koude zeestroom en wordt door o.a. de bergketens op La Palma gedwongen op te stijgen. De waterdamp condenseert dan en valt als nevelneerslag. Vanwege de noord-zuid lopende berggebieden op La Palma valt er veel meer neerslag in het oostelijke dan in het westelijke deel van het eiland. In het oosten valt gemiddeld 800 mm neerslag per jaar, in het westen maar 400 mm per jaar. De meeste neerslag valt in de maanden november en januari. Tussen november en maart kunnen er stormachtige noordwestelijke en zuidwestelijke winden staan.

Op La Palma valt meer regen dan op de andere eilanden en in de lente en herfst is het gemiddeld 63 dagen bewolkt. In het noordoosten valt veruit de meeste neerslag.

Een bijzonder fenomeen is de vallende wolkenzee of ‘mar de nubes’. Als een waterval stromen de wolken met grote snelheid over de top van de Cumbres heen en lossen vervolgens weer snel op.

Planten en Dieren

advertentie

Planten

La Palma wordt ook wel eens het ‘groene eiland’ genoemd, en dat is voornamelijk te danken aan de Canarische den, die ongeveer een derde van het eiland bedekt.

Plantkundigen hebben vastgesteld dat er op La Palma ca. 800 plantensoorten voorkomen, waarvan ongeveer 70 endemische soorten, die ook op de andere Canarische eilanden niet voorkomen. Een voorbeeld daarvan is de Aeonium, een vetplant, waarvan op La Palma elf unieke variëteiten voorkomen. Op La Palma zijn onder andere de volgende planten te zien: taginaste, vinagrera, codeso, verode, roodbloeiende tabaiba en kroonkandelaar.

De laagste zone vanaf de kust tot ongeveer 600 meter hoogte is vaak warm en droog, en daarom vooral geschikt voor vetplanten. Meeste kenmerkend deze vegetatiezone zijn de wolfsmelkachtigen, die zich hier ontwikkeld hebben tot struiken van soms twee meter hoog. De kandelaarswolfsmelk heeft lange, zuilvormige stengels en lijkt daardoor veel op een cactussoort. Een andere belangrijke groep vetplanten zijn de verschillende soorten Aeonium, waarvan elf soorten endemisch voor La Palma zijn. Ook de melkdistel is endemisch voor La Palma en laat, net als de Canarische lavendel, zijn bladeren in de zomer vallen om de droogte te weerstaan. Op de overgang naar de volgende vegetatiezone groeien onder andere vuilboom, brem, Canarische palm en de befaamde drakenbloedboom, in feite een leliesoort die honderden jaren oud kan worden. Nergens op de Canarische Eilanden zijn nog zoveel van deze bomen overgebleven als in het noorden en noordwesten van La Palma.

Bij La Tosca staat het grootste drakenbloedbomen’bos’ van de hele archipel, zegge en schrijve twintig exemplaren. In het ‘natte’ noordoosten komt boven de zeshonderd meter het dichte, altijd groene laurierbos voor. Kenners kunnen vier soorten onderscheiden: Azoren-laurier, Madeira-mahonie, Canarische laurier en de ‘tilo’. Tussen de laurierbomen groeien grote varens en klimplanten. Op open plekken groeit de zeldzame pininana, een zeer forse slangekruidsoort die endemisch is voor La Palma.

Boven de laurierbos-zone komt het droogteminnende Fayal-Brezal vegetatietype voor met veel boomheide en gagelheesters en verder de Canarische hulst en de tagasaste, een witte, vlinderbloemige struik.

De flora op hoge bergtoppen bestaat uit gespecialiseerde plantensoorten die goed tegen extreme temperatuursverschillen en droogte kunnen. Kenmerkend zijn de lage, kussenvormige groeiwijze en de kleine, meestal behaarde blaadjes. Veel voorkomend is de op brem lijkende Adenorcarous viscosus; bijna uitgestorven is het Palma-viooltje.

In de winter bloeien in het zuiden van het eiland onder dennen orchideeën met heerlijk ruikende bloemen, de Habenaria tridactylites. Verder zijn hier naast allerlei soorten varens en mossen ook de Canarische ranonkel en de Canarische ooievaarsbek te vinden.

Canarische wilgen komen, behalve op de Canarische Eilanden, alleen nog op Madeira voor. Op vochtige dalkommen groeit behalve de alomtegenwoordige cistus ook de affodil, die in de wintermaanden lange, witte bloemtrossen draagt.

Het Bosque de Los Tilos (tilos = lindeboom) is het grootste aangesloten bosgebied van heel de Canarische Eilanden en staat als biosfeerreservaat onder toezicht van de Unesco. Het is een zogenaamd laurasilva-bos met linden, laurierbomen, mirten, varens en een zeldzame wolfsmelksoort, de Euphorbia mellifera. Ook zijn hier de reusachtige bladeren te zien van de Woodwardia radicans, de grootste varensoort van de Canarische Eilanden.

De naam Los Tilos is afgeleid van een lauriersoort die bijna overal verdwenen is, maar alleen hier nog in grote aantallen voorkomt. In 1998 is het oorspronkelijke biosfeerreservaat, dat maar 511 ha besloeg, tot 13.000 ha vergroot.

La Palma kent ook een groot aantal geïmporteerde (sub)tropische soorten, waaronder, mimosa, hibiscus, bougainvillea, paradijsvogelbloem, kerstroos, schijfcactus, agave, Indische laurier en oleander.

advertentie

Dieren

Honden en geiten zijn de meest voorkomende zoogdieren op La Palma. Verder zijn er nog konijnen, vleermuizen en het Barbarijse schaap of ‘arruí’ waarvan er nog een paar honderd in het nationale park rondlopen.

Op La Palma komen 36 broedvogelsoorten voor. De graja is een kraai-achtige vogelsoort, met een typische gebogen rode snavel. Zeldzaam zijn twee soorten laurierduif: de paloma rabiche en de paloma turqué. Bekend van de Canarische Eilanden is de wilde Europese kanarie.

Het enige giftige dier op La Palma is een bepaalde soort duizendpoot.

Opvallend zijn de vele vlindersoorten, waaronder kleine monarchvlinder, tijgerblauwtje, Canarische atalanta, Canarisch bont zandoogje, bruin zandoogje, distelvlinder en resedawitje.

Geschiedenis

advertentie

Oudheid

La Palma is net als andere Canarische eilanden vulkanische van oorsprong. Miljoenen jaren geleden is La Palma uit de zee verrezen, men schat tussen 5-10 miljoen jaar geleden.

Ca. 3000 jaar geleden spraken schrijvers als Homerus al over de ‘eilanden van de gelukzaligen’. Tussen 1100 en 800 v.Chr. werden de Canarische Eilanden ontdekt door de Feniciërs, komend van het huidige Cádiz, en de Carthagers.

Over de herkomst van de oorspronkelijke bewoners is men het nog steeds niet eens. Volgens een van de theorieën vonden er vanaf ongeveer 3000 v.Chr. enkele immigratiegolven plaats van verschillende volksstammen uit het Middellandse-Zeegebied. Doorgaans worden de oorspronkelijke van de Canarische Eilanden Guanchen genoemd. De Guanchen leefden nog in de steentijd en waren herders en verzamelaars. Ze woonden in grotten en groeven en noemen La Palma ‘Benahore’. Rond 250 v.Chr. werden de eerste nederzettingen op La Palma gebouwd.

In de 1e eeuw n.Chr. maakte de Romeinse schrijver Plinius de Oudere melding van een expeditie van de Mauretaanse koning Juba II naar de ‘Insulae fortunatae’. La Palma werd door Plinius ‘Lunonia maior’ genoemd.

advertentie

Europeanen

In het jaar 999 n.Chr. werden de Canarische Eilanden opnieuw ontdekt door de Arabier Ben Farroukh die de eilanden Al Djezir al-Khalidah noemt. In 1016 en aan het begin van de 12e eeuw volgden nog enkele expedities.

In 1312 betrad de Italiaans Lancelotto Malocello het eiland Lanzarote en stichtte daar de nederzetting Teguise. Ook Mallorcaanse en Portugese handelaars waren zeer geïnteresseerd in de Canarische Eilanden bij hun zoektochten naar slaven en natuurlijke kleurstoffen.

De eerste kaart van de archipel werd in 1339 gemaakt door de Mallorcaanse cartograaf Dulcert. In 1402 veroverde de Normandiër Jean de Béthencourt Lanzarote voor de Castiliaanse kroon en kreeg de titel ‘koning van de Canarische Eilanden’.

De bevolking van Lanzarote kwam in opstand tegen De Béthencourt, maar die sloeg de opstand met behulp van zijn stadhouder Gadifer de la Salle neer. Koning Guadarfia liet zich dopen en de kapel van de vesting Rubicón werd de eerste bisschopszetel van de Canarische Eilanden. Stormenderhand veroverde De Béthencourt Fuerteventura, Lanzarote en El Hierro, maar La Gomera kreeg hij niet in handen. In 1414 schonk De Béthencourt de Canarische Eilanden aan de Iberische graaf van Niebla.

Vanaf 1440 werden de Canarische Eilanden op hardhandige door de Peraza’s bestuurd en deze periode werd dan ook gekenmerkt door vele opstanden.

advertentie

La Palma definitief Spaans grondgebied

In de periode 1433-1479 voerden de Spanjaarden en de Portugezen strijd om de Canarische Eilanden. In 1479 werd de archipel in het Verdrag van Alcáçovas toegekend aan Spanje en Portugal mocht de Azoren, Kaapverdië en Madeira annexeren. In de laatste decennia van de 15e eeuw worden successievelijk alle Canarische Eilanden veroverd: in 1483 Gran Canaria, in 1488 La Gomera, in 1495 Tenerife en in 1496 La Palma. Op 29 september 1492 landde Fernández de Lugo in Puerto de Tazacorte. Na bloedige gevechten geeft de bevolking van het eiland zich op 3 mei 1493 over. De Lugo werd gouverneur op La Palma en kreeg de beste landerijen in het vruchtbare Aridane-dal. Hij startte met de verbouw van suikerriet en heeft daarbij veel slaven nodig.

In de 16e eeuw werden de Canarische Eilanden een belangrijke exporteur van suiker, dat verbouwd werd op grote suikerrietplantages. De suikerindustrie stortte echter in door de goedkope suiker uit Zuid-Amerika.

Rond 1550 begon de bloeiperiode van de wijnbouw. Vanaf 1553 nemen overvallen van zeerovers toe; de Fransman Le Clerc overviel de hoofdstad en legde haar in de as. In 1585 probeerden Engelse piraten tevergeefs de hoofdstad van La Palma te bezetten. Vanaf 1715 vond er een duidelijke afname van de wijnexport plaats.

Op Tenerife werd in 1744 de eerste universiteit van de Canarische Eilanden gesticht. In 1797 werden de Canarische Eilanden voor de laatste keer aangevallen door admiraal Horatio Nelson, die in dat jaar Santa Cruz de Tenerife aanviel. In de 19e eeuw werd karmijn, een natuurlijke verfstof van de luizen die op vijgcactussen leven, een belangrijk exportartikel. Maar ook deze lucratieve business was geen lang leven beschoren. Al snel kreeg de cochenille concurrentie van kunstmatige verfstoffen.

Canarische Eilanden provincie en vrijhandelszone

In 1821 werden de Canarische Eilanden een provincie van Spanje, met Santa Cruz de Tenerife als hoofdstad. Het gevolg hiervan was een oplaaiende rivaliteit tussen de twee grootste eilanden van de archipel, Gran Canaria en Tenerife. In 1836 werd op La Gomera en op andere eilanden het feodale stelsel afgeschaft en valt het eiland rechtstreeks onder de Spaanse kroon. De grootgrondbezitters kunnen hun rechten echter behouden, waardoor er voor de meerderheid van de bevolking weinig verandert.

In 1852 werd de hele Canarische archipel uitgeroepen tot vrijhandelszone door koningin Isabella II. Als Spanje zijn laatste koloniën verliest gaat het economisch weer veel slechter met de Canarische Eilanden want een hele afzetmarkt valt weg. In 1863 verschijnt met El Time de eerste krant op La Palma en vanaf 1894 vond er op grote schaal bananenteelt plaats.

Tenerife werd ondertussen zo dominant dat men in 1911 besloot om hier wat aan te doen door elk afzonderlijk eiland een eigen bestuur (cabildo insular) te geven. In 1927 laaide de rivaliteit tussen Gran Canaria en Tenerife weer zó hoog op, dat de archipel definitief in twee provincies werd verdeeld: een westelijke provincie met El Hierro, Tenerife, La Gomera en La Palma, een oostelijke provincie met Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote.

De cochenilleproductie was ondertussen volledig ingestort en veel inwoners van de Canarische Eilanden emigreerden naar Zuid-Amerika. Vanaf 1880 introduceerde Alfred J. Jones de verbouw van bananen, zodat zijn vloot op de terugtocht vanuit West-Afrika naar Engeland een winstgevend exportproduct kan meenemen. Op La Palma is de bananenteelt in handen van de bedrijven Elder en Fyffes, die samen uitgroeien tot de United Fruit Company, ’s werelds grootste exporteur van fruit.

Franco-tijdperk

In 1931 werd de Tweede Spaanse republiek uitgeroepen, maar in 1936 greep generaal Franco de macht op de Canarische Eilanden en ontketende hiermee de Spaanse Burgeroorlog.

De Spaanse Burgeroorlog bracht echter alleen maar economische malaise en politieke isolatie. Ook aan de oorlogshandelingen ontkwamen de eilanden niet. In de Barranco del Infierno (Hellekloof) op Tenerife vonden bijvoorbeeld massa-executies plaats. De Canarische Eilanden vormden op dat moment het armste gebied van Spanje.

Vanaf 1960 neemt het toerisme toe en vervangt in snel tempo de landbouw als belangrijkste bron van bestaan. In 1971 vond de laatste uitbarsting plaats, in het zuiden van het eiland. Bij Fuencaliente ontstond een nieuwe vulkaan, de Teneguia. Na de dood van generaal Franco in 1975 kwam er meer politieke openheid en democratie, en het toerisme beleefde een flinke opleving.

Canarische Eilanden autonoom en opkomst massatoerisme

In augustus 1982 kregen de Canarische Eilanden met nog een aantal andere Spaanse provincies een autonome status, en in 1986 behield de eilandengroep, ondanks de toetreding tot de Europese Unie, haar aparte status als vrijhandelszone. De status van hoofdstad werd verdeeld tussen Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas de Gran Canaria. In Santa Cruz staan de hoofdkantoren van het Canarisch parlement, en de helft van alle departementen en ministeries. In Las Palmas bevinden zich de zetel van de bestuursraad van de regering, de gerechtshoven en de overige departementen en ministeries.

De eilanden halen op dit moment hun inkomsten voor ca. 80% uit het massatoerisme. Toch berust de economie van de kleinere eilanden als La

Palma nog altijd op landbouw en visserij.

In 1985 werd het Internationaal Astrofysisch Observatorium op de Roque de los Muchachos geopend.

Vanaf 1987 vonden de eerste rechtstreekse chartervluchten vanuit Duitsland naar de Canarische Eilanden plaats en in 2000 kwam het aantal buitenlandse toeristen op La Palma voor het eerst uit boven de 150.000, waarvan 80% uit Duitsland.

Zie verder ook de geschiedenis van Spanje op Landenweb.

Bevolking

Op alle Canarische eilanden samen wonen ca. 1,5 miljoen mensen. La Palma telt ongeveer 81.000 inwoners (2017), die redelijke gelijkmatig over het eiland verdeeld zijn. Het droge, warme zuiden van het eiland is echter het minst bevolkt. Door het grote geboorteoverschot heeft de bevolking van La Palma zich in de 20e eeuw verdubbeld.

De hoofdstad Santa Cruz de la Palma in het oosten is de grootste plaats van La Palma met ca. 16.000 inwoners, op de voet gevolgd door Los Llanos de Aridane in het westen. Op La Palma wonen ca. 110 inwoners per km2.

Veel Palmeros hebben tijdens de Spaanse Burgeroorlog om politieke redenen of daarvoor en daarna om economische redenen, het eiland verlaten. De meeste gingen naar Venezuela of naar Cuba, maar velen zijn later weer teruggekeerd toen door het toerisme de economie weer aantrok.

Taal

De Canarische bevolking spreekt Castilliaans Spaans ((Castellano), de officiële taal van Spanje. Het Spaans dat op La Palma en alle andere Canarische eilanden wordt uitgesproken, klinkt melodieuzer dan dat van het Spaanse vasteland; de uitspraak doet enigszins denken aan die in Zuid-Amerika. Verder valt nog op dat de ‘s’ aan het eind van een woord vaak ingeslikt wordt.

Er zijn nog enkele Guanche-woorden in gebruik, onder andere ‘guagua’ voor bus en ‘papa’ voor aardappel.

Het Castellano (Castiliaans) is de officiële staatstaal sinds ca. 1250. In het buitenland wordt het Castellano eigenlijk altijd"Spaans" genoemd. Het Castellano is een Romaanse taal met veel afleidingen uit het Latijn, maar ook uit veel andere talen. Het Spaans bevat ca. 100 woorden die o.a. door de Visigoten naar het schiereiland zijn gebracht.

Tijdens de overheersing van de Moren zijn er ongeveer 4000 woorden in de Spaanse taal ingebracht. Verder zijn er veel woorden aan het Frans en het Italiaans en meer recent aan het Engels ontleend.

Voorbeelden van afleidingen zijn:

ArabischFransWest-GotischEngels
Alcázarmonjeguardialider
Aldeavinagreropamitin
Acequiamenútapatractor
Alcobacoquetaespuelafútbol

Het Castellano verschilt in sommige opzichten sterk van andere Romaanse talen, met name qua uitspraak. De letters van het Spaanse alfabet zijn: a, b, c, ch, d, e, f, g, h, i, j, k, l, ll, m, n, ñ, o, p, q, r, rr, s, t, u, v, x, y, z.

Godsdienst

Algemeen

Het christelijke geloof vestigde zich met de komst van de Spanjaarden op de Canarische Eilanden. Paters van verschillende monnikenorden stichtten kloosters en kapellen en zorgden voor de kerstening van de oorspronkelijke bevolking van de Canarische Eilanden.

De Canariërs zijn voor bijna 100% katholiek en hebben ter ere van de Heilige Maagd Maria veel kerken gebouwd. Naast de gewone nationale kerkelijke feestdagen worden er ook veel Mariafeesten en herdenkingsdagen van een groot aantal heiligen uitbundig gevierd. Tijdens bedevaarten (‘romerias’) worden beelden van Maria, Jezus of andere heiligen meegedragen.

De beschermheilige van de Canarische Eilanden is Maria Lichtmis of ‘Virgen de la Candelaria’. Het feest van de Virgen de las Nieves, de beschermheilige van La Palma, wordt elk jaar op 5 augustus plechtig gevierd. Het Mariabeeld wordt eens in de vijf jaar naar de hoofdstad Santa Cruz de la Palma gebracht.

Bijzondere kerkgebouwen

SANTA CRUZ DE LA PALMA

De oorspronkelijke Iglesia El Salvador of ‘Verlosserskerk’ werd in 1553 door piraten verwoest, en daarna in fasen verbouwd.

Het in 1585 afgebouwde portaal is qua stijl het zuiverste renaissanceportaal van alle Canarische Eilanden.

Op de middelste van drie versierde wandpijlers staat de figuur van de Heiland met de wereldbol. Een van de altaren toont een beeldhouwwerk van de kruisiging van Christus, en wordt El Cristo de los Mulatos genoemd. Dit beeld werd begin 16e eeuw uit Vlaanderen gehaald. Het in mudéjarstijl gemaakte cassettenplafond wordt als een van de mooiste van de Canarische Eilanden beschouwd.

De Iglesia de San Francisco is de kloosterkerk van het klooster Convento de San Francisco de Asís. Een van de schitterende kunstschatten in de kloosterkerk is het barokke hoofdaltaar met een laatgotisch, uit de 16e eeuw stammend beeld van de Maagd van de Onbevlekte Ontvangenis. In de koepel boven het altaar bevindt zich een uitgesneden plafond in mujédarstijl (combinatie van moorse en gotische elementen).

Net ten noorden van de hoofdstad ligt het heiligdom Santuario de Nuestra Señora de las Nieves (Maagd van de Sneeuw). Middelpunt van het heiligdom is de ‘ermita’ (kapel), waar het beeld van de beschermheilige van het eiland zich bevindt. Het kostbare beeld van de Maagd van de Sneeuw is eind 14e eeuw in Vlaanderen gemaakt. De madonna is behangen met kostbare gewaden, edelstenen en goud en verder zijn bijzonder het houden mudéjar-plafond, goud- en zilversmeedwerk en een indrukwekkend 16e-eeuws Vlaams paneel.

De Iglesia Santo Domingo is een dominicanenkerk uit de 16e eeuw. Het plafond is in mudéjarstijl en de houten beelden zijn door kooplieden uit Vlaanderen meegebracht.

MAZO

De Iglesia San Blas is gebouwd tussen 1512 en 1804. Boven de deuren bevinden zich enkele moderne glas-in-loodramen. Bijzonder zijn het rijkversierde barokaltaar, het mooi beschilderde houten plafond in mudéjarstijl en waardevolle Vlaamse beelden uit de renaissance.

LOS LLANOS DE ARIDANE

De grote Iglesia Nuestra Señora de los Remedios stamt uit begin 16e eeuw. Opvallend zijn het houten plafond in mudéjarstijl en het barokke hoogaltaar met het beeld van de beschermheilige Virgen de los Remedios, vervaardigd door Vlaamse kunstenaars.

GARAFÍA

De Iglesia Nuestra Señora de la Luz, een van de oudste kerken van het eiland, heeft een mooi cassetteplafond in mudéjarstijl en een barokaltaar uit de 17e eeuw.

SAN ANDRÉS Y SAUCES

De parochiekerk Nuestra Señora de Montserrat stamt uit de 16e eeuw en is een van de grootste kerken van het eiland.

Bijzonder zijn het beeld van de Maagd van Montserrat en een olieverfschilderij dat de Maagd Maria voorstelt op de Catalaanse berg Montserrat.

Samenleving

Staatsinrichting

In het jaar 1821 werden de Canarische Eilanden een provincie van Spanje met als hoofdstad Santa Cruz de Tenerife. Sinds 1927 is de archipel verdeeld in twee provincies: Santa Cruz de Tenerife met de vier westelijke eilanden Tenerife, La Palma, La Gomera en El Hierro, ook wel genoemd ‘Canarias Occidennales’.

De provincie Las Palmas de Gran Canaria bestaat uit de drie oostelijke eilanden Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote, ook wel genoemd ‘Canarias Orientales’.

Sinds 1983 zijn de twee provincies verenigd in de Autonome Regio van de Canarische Eilanden of ‘Comunidad Autónoma de Canarias’. De Canarische Eilanden krijgen dan een beperkte autonome status en een regionale grondwet. In het Canarische parlement zitten vijftien leden uit Gran Canaria, vijftien uit Tenerife, acht uit La Palma, acht uit Lanzarote, zeven uit Fuerteventura, vier uit La Gomera en drie uit El Hierro.

Het burgerlijk bestuur van het eiland is gevestigd in de hoofdstad Santa Cruz de La Palma en La Palma heeft net als alle andere eilanden een eilandraad, de ‘Cabildo Insular’.

De Canarische Eilanden zijn in het Spaanse parlement vertegenwoordigd met 14 van de 350 zetels en in de Senaat met 11 van de 255 zetels. Elk eiland is verdeeld in gemeenten (‘municipios’) met aan het hoofd een burgemeester (‘alcalde’), die zetelt in het ‘ayuntamiento’, het stadhuis. In totaal zijn er 77 gemeenten; Tenerife heeft met 31 gemeenten de meeste, El Hierro met 2 de minste. Voor de actuele politieke situatie in Spanje zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Het onderwijs in Spanje is lange tijd achtergebleven bij de rest van het moderne Europa. Met name het platteland, waar de afstanden groot zijn en de verbindingen slecht waren, kende een groot aantal analfabeten. Ook het geld dat voor onderwijs werd uitgegeven stak schril af bij andere landen in Europa. De kentering werd ingezet vanaf 1962 onder het Franco-regime. In nauwelijks vijftien jaar tijd is het budget voor het onderwijs met 100% gestegen. Het analfabetisme onder vooral de ouderen werd aangepakt door het Servicio de Educación Permanente de Adultos. Deze organisatie verzorgt cursussen lager onder onderwijs voor ouderen. De zeggenschap over het onderwijs is trouwens in handen van de autonome regeringen. Ook het onderwijs op afstand, de Educación de Distancia", zorgt ervoor dat steeds meer mensen gebruik kunnen maken van het onderwijssysteem, en dat geldt dan voor lager tot en met universitair onderwijs. In 1999 volgden meer dan 130.000 mensen op deze manier universitair onderwijs via de Universidad Nacional de Educación de Distancia, die zelfs vestigingen in het buitenland heeft.

Een derde van het aantal leerlingen gaat naar privé-scholen die in handen zijn van particulieren of religieuzen. De meeste van deze scholen worden voor 100% gefinancierd door de overheid. Ze zijn dan wel verplicht een schoolbestuur te hebben en in principe iedere leerling toe te laten. Het onderwijs aan de staatsscholen is gratis.

Volgens de nieuwe onderwijswet van 1990, de Ley Orgánica de Ordenación General del Sistema Educativo (LOGSE), zijn er de volgende schooltypen in Spanje:

Allereerst de Educación Infantil, het peuter- en kleuteronderwijs. Dit niet verplichte onderwijs bestaat uit een cyclus van drie jaar of van zes jaar.

Daarna volgt het Educación Primaria, het basisonderwijs dat gegeven wordt van zes tot en met twaalf jaar en verplicht is. Er zijn drie cycli van elk twee jaar met een aantal verplichte en een aantal facultatieve vakken. Al in groep drie begint men met introduceren van een vreemde taal.

Het verplichte voortgezet onderwijs is het Educación Secundaria Obligatoria (ESO), van 12 tot 16 jaar, waarna de leerplicht stopt. Het ESO telt twee cycli van twee jaar. De tweede cyclus bevat de meeste vakken die in de eerste cyclus worden gegeven, aangevuld met een aantal keuzevakken dat stijgt tot 30%.

Na het ESO krijgen de leerlingen een certificaat dat toegang geeft tot het"Bachillerato". Ook kan men dan gaan studeren aan beroepsopleidingen.

Het Bachillerato geeft toegang tot de universiteit. Men krijgt verplichte kernvakken en vakken van de richting die men kiest: techniek, kunst, natuurwetenschappen of sociale wetenschappen. Bovendien zijn er ook nu weer een aantal keuzevakken.

Het middelbaar beroepsonderwijs, het Formación Profesional Grado Medio, is niet erg populair in Spanje. Het duurt gemiddeld ongeveer twee jaar en de leerlingen krijgen naast algemeen vormende vakken vooral beroepsgerichte vakken.

Het hoger beroepsonderwijs of Formación Profesional Grado Superior kan gevolgd worden met een diploma Bachillerato.

Het universitair onderwijs is verdeeld in drie cycli:

Na de eerste drie jaar is men"Diplomado" en met dat behaalde diploma kan de tweede cyclus gevolgd worden, die twee jaar duurt. Men is dan een"Licenciado", ongeveer te vergelijken met onze doctorandustitel. Hierna kan men doorstuderen voor de titel van"Doctor".

Spanje telt momenteel 62 universiteiten waarvan 19 particuliere. De universiteit van Salamanca is de oudste van Spanje en dateert van 1218. De Universidad Complutense van Madrid/Alcalá is een van de grootste ter wereld met meer dan 100.000 studenten. Andere grote universiteiten zijn die van Barcelona, Valencia, Sevilla, Granada en País Vasco. Het aantal universitaire studenten is in tien jaar verdubbeld tot meer dan 1,5 miljoen in 1999.

De universiteit van Las Palmas (‘Universidad de Las Palmas de Gran Canaria’) werd gesticht in de periode 1989-1990. Op 26 april 1990 werd de universiteit officieel erkend door het Canarische parlement. De universiteit fuseerde met de al bestaande polytechnische universiteit en de verschillende universitaire centra werden vervolgens over de archipel verdeeld. De universiteit bestaat nu uit 19 centra, waarvan sommige al meer dan honderd jaar oud zijn. Las Palmas kent vier campussen: Tafira, Obelisco, San Cristóbal en Montaña Cardones

Gezondheidszorg

In Spanje wordt van oudsher veel geld door de overheid uitgegeven aan de gezondheidszorg. Een aantal autonome gebieden regelt de gezondheidszorg zelf. De in 1942 opgezette Verplichte Ziektekosten Verzekering was zeer gebrekkig, en pas nadat in 1966 de Seguridad Social werd opgezet veranderde er veel ten goede. In 1971 viel al 75% van de bevolking onder deze regeling en in 1982 was dat percentage al gestegen naar 86%. De Seguridad Social is te vergelijken met ons Ziekenfonds. In 1986 werd de Ley General de Sanidad aangenomen, waardoor het mogelijk werd om de gehele bevolking onder te brengen in het Sistema Nacional de Salud, het Nationale Gezondheidsstelsel. Vanaf 1991 valt 99% van de Spaanse bevolking onder dit stelsel. Men denkt er over om deze regeling te gaan privatiseren.

Spanje kent verder een groot aantal privé-klinieken. Ca. 25% van de medische zorg wordt in privé-klinieken en andere privé-instellingen verzorgd.

Door de sterk verbeterde medische zorg behoort deze op dit moment tot de beste ter wereld. De levensverwachting van de bevolking is daardoor zeer hoog en de zuigelingensterfte is zeer laag. Ook het aantal artsen per 1000 inwoners en het aantal orgaantransplantaties per miljoen inwoners behoort tot de hoogste ter wereld.

Internationaal Astrofysisch Observatorium

Van de Canarische Eilanden zijn Tenerife en La Palma het meest geschikt voor de bouw van observatoria, omdat de hoogste bergtoppen er boven de passaatwolken uitsteken. Op een hoogte van meer dan 2000 meter is de hemel er de meeste avonden klaar en helder en ongeveer 260 dagen per jaar is het zicht goed tot zeer goed.

Het Internationaal Astrofysisch Observatorium (Isaac Newton Group of Telescopes) op de Roque de los Muchachos werd in 1985 geopend en kwam in 1987 in bedrijf. Het complex werd opgebouwd door technici en wetenschappers van het Engelse Royal Greenwich Observatory.

De nachtelijke observaties worden verricht met zes telescopen, die op een hoogte van 2400 meter boven de zeespiegel staat. De grootste telescoop is een Brits-Nederlandse, naar William Herschel genoemde telescoop met een diameter van 420 cm. Nederland heeft de Dutch Open Telescope, een telescoop voor waarnemingen aan de zon, gebouwd.

De sterrenwacht is 24 uur per dag bemand en is een gezamenlijk project van onder andere Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, Spanje en Zweden.

Typisch voor de Canarische Eilanden

LUCHA CANARIA

Lucha Canaria is een Canarische ‘Guanche’-worstelsport die alleen op deze eilanden beoefend wordt. In een met zaagsel afgebakende cirkel (15 meter doorsnee) nemen twaalf worstelaars (‘luchadores’) van twee teams het paarsgewijs tegen elkaar op. De bedoeling is om met bepaalde grepen de tegenstander binnen drie minuten op de grond te krijgen. Wie twee van de drie wedstrijden wint, heeft gewonnen.

Andere traditionele sporten zijn stokschermen of ‘juego de palo’, hanengevechten, mastklimmen en verspringen met een lans.

advertentie

GOFIO

Gofio is het oudste overgeleverde basisvoedingsmiddel van de Canarische oerbevolking. Dit zeer houdbare gerecht bestond uit meel van gerstekorrels, tegenwoordig echter uitsluitend van maïs. Gofio wordt nog steeds verkocht in de supermarkten, maar staat in traditionele restaurants niet zo vaak meer op het menu.

Economie

Landbouw

De belangrijkste sectoren voor de economie van La Palma zijn de landbouw en het toerisme. Ca. 30% van de werkende bevolking is in de landbouwsector actief. Ongeveer 35% van de bevolking is werkzaam in ambachten, een sigarettenfabriek in El Paso en in de bouwindustrie, die floreert dankzij het toenemende toerisme. De resterende arbeidsplaatsen zijn te vinden in de handel, het bestuur en in toenemende mate het toerisme.

Wat de landbouw betreft is alleen de verbouw van bananen nog van groot belang voor de economie van La Palma; 98% van alle exportproducten bestaat uit bananen en bijna 10.000 hectare, met name in het westen, is met bananenplanten bedekt. Met name ten zuiden van Los Llanos de Aridane, in het Aridane-dal, groeien bananenplanten zo ver het oog reikt. Tegenwoordig worden er ook meer en meer avocado’s verbouwd, die veel minder water nodig hebben.

In het noorden en in het centrale gedeelte van La Palma worden voornamelijk aardappels verbouwd. Er zijn twee aardappeloogsten per jaar en verder worden ook tabak, uien, en zoete aardappels verbouwd.

In tabaksfabrieken in de hoofdstad Santa Cruz de La Palma worden kwalitatief zeer goed Canarische sigaren vervaardigd. Van alle Canarische Eilanden worden alleen op La Palma in kleine werkplaatsen sigaren met de hand gemaakt. Rond Breña Alta en Breña Bajo, in het oosten van La Palma, overweegt de tabaksteelt; de streek rond Mazo is een landbouwgebied met vooral wijnbouw. El Paso is een centrum voor sigarettenproductie en net buiten de stad worden zijderupsen gekweekt waarvan de zijde in kleine manufacturen wordt verwerkt.

Los Llanos de Aridane is een belangrijk handels- en winkelcentrum. De mensen in het dorp Puntagorda in het noordwesten van La Palma leven onder andere van het kweken van amandelen.

Het hele eiland is in 1995 aangewezen als wijnbouwgebied met een wettelijk bepaalde aanduiding van de herkomst. Er zijn drie sub regio’s, het noorden van La Palma, Fuencaliente en Hoyo de Mazo. In het zuiden zijn op de lava wijngaarden geplant. Bij de druivensoorten voor de witte wijnen domineert de listán blanco, maar ook de malvasía, gual en bujariego worden verbouwd; bijna alle rode wijnen worden van de negramol gemaakt. De bekendste wijn is de zware, zoete malvasía-wijn.

In de dorpen in het noordwestelijk deel van het eiland wordt ‘vino de la tea’ in vaten van pijnbomenhout gemaakt, een zware, harsachtige drank. Op La Palma wordt ook rum gestookt. Naast witte rum bestaat er nog een donkergele, in houten vaten gerijpte soort.

De vissersvloot van Puerto de Tazacorte is de grootste van La Palma. Rond 90% van de vangst wordt hier aan land gebracht en doorgevoerd naar de viswinkels en restaurants.

De veeteelt neemt een bescheiden plaats in: ruim 80% van de vleesproductie wordt geïmporteerd. Op de steile hellingen worden wel veel schapen en geiten gehouden. Overal op het eiland maakt men thuis geitenkaas. De melk is meestal afkomstig van de ‘cabra palmera’, een geitensoort die typisch is voor La Palma.

Water: een steeds groter probleem

De laatste jaren krijgt La Palma steeds meer een ernstig tekort aan water. Het zoete water was tot nu toe afkomstig van de vele bronnen en waterlopen die zich op het eiland bevinden. De stroom op het eiland werd via drie waterkrachtcentrales opgewekt; tegenwoordig is er nog maar één in gebruik, doordat de watertoevoer uit de bronnen in de Caldera de Taburiente, de laatste jaren met maar liefst 70% is afgenomen en een derde van de bronnen is al opgedroogd.

De belangrijkste oorzaak is de landbouw, en uitdrukkelijk niet het toerisme, zoals vaak gedacht wordt. Aan de bevloeiing van de bananenplantages gaat meer dan 90% van het water op. Een gedeeltelijke oplossing zou zijn om te stoppen met het telen van bananen, maar daar verzetten zich de boeren heftig tegen, gesteund door politici die bang zijn om stemmen te verliezen.

Men probeert nieuwe voorraden grondwater te ontsluiten door de aanleg van tunnels, de zogenaamde ‘galerías’. Deze nieuwe voorraden zullen echter ook binnen enkele jaren uitgeput te zijn en een ander probleem is de geweldige bodemdaling in de omgeving van deze galerías, tot wel vier meter per jaar. Men denkt het probleem misschien te kunnen oplossen door de aanleg van gigantische opvangbekkens, die overtollig water uit de galerías kunnen opslaan.

Een andere oplossing zou het verbouwen van minder van water afhankelijke gewassen kunnen zijn, bijvoorbeeld avocado’s en ananassen.

Vakantie en Bezienswaardigheden

De economie van La Palma is sinds 1987, na de voltooiing van de luchthaven, niet alleen op de landbouw gebaseerd, maar ook op het toerisme. In de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn dan ook de eerste hotels en appartementen gebouwd. Een van de bekendere toeristische centra is Los Cancajos ten zuiden van Santa Cruz de La Palma. Andere plaatsen met voorzieningen voor toeristen zijn Los Llanos de Aridane, Puerto Naos (de grootste toeristenplaats van de westkust), Barlovento, Garáfia en Fuencaliente.

Wat het toerisme betreft zet men zich vooral in voor het behoud van het eigen karakter van het eiland en voor een ‘eilandvriendelijk’ en duurzaam toerisme. Het aantal vakantiegangers, onder wie vooral veel Duitsers, groeit sterk. Ook veel Nederlanders bezoeken La Palma.

Neem de tijd om de hoofdstad, Santa Cruz te bezoeken aan de oostkust. Dit pittoreske havenstadje heeft een aantal prachtige steile steegjes, traditionele tapas bars en restaurants en vele historische gebouwen. Het oude deel van de stad, rond de Plaza de España, is de meest charmante regio met elegante Canarische herenhuizen van honderden jaren oud. Het VVV-kantoor is gevestigd in het 17e-eeuwse Palacio de Salazar in de Calle de O'Daly en is de plek om te gaan voor meer informatie over lokale excursies, feesten en culturele evenementen. De San Salvador kerk, de kleine kapel van Nuestra Señora de la Luz en het stadhuis dateren uit de 16e eeuw en zijn zeker een bezoek waard. Aan de Avenida Maritima zie je een aantal mooie oude huizen, helder beschilderd met prachtige houten balkons.

De Caldera de Taburiente in het hart van het eiland La Palma behoort tot de meest fascinerende bezienswaardigheden van de Canarische Eilanden. Deze imposante vulkanische krater in de bergen vormt, met zijn diameter van ongeveer acht kilometer en een diepte van meer dan 1500 meter, een van de grootste erosiekraters van de wereld. In het uitgebreide netwerk van goed bewegwijzerde wandelpaden tussen de steile rotswanden ontdek je valleien, watervallen en spectaculair gevormde stukken rots te midden van dennenbossen en een rijke vegetatie.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

LA PALMA LINKS

Advertenties
• La Palma Tui reizen
• Autohuur La Palma
• La Palma Vliegtickets.nl
• Wandelreis La Palma
• Autoverhuur Sunny Cars La Palma
• Naar La Palma met Sunweb
• La Palma hotels
• La Palma Vliegtickets Tix.nl

Nuttige links

La Palma Nieuws (N)
La Palma Reisstart (N)
Reisinformatie La Palma (N)
Startpagina La Palma (N)
Wandelen op La Palma (N)

Bronnen

Canarische eilanden

Van Reemst

Evers, K. / Canarische eilanden : Tenerife, La Gomera, El Hierro, La Palma, Gran Canaria, Fuerteventura, Lanzarote

Gottmer

Klöcker, H. / La Palma

Deltas

Lipps, S. / Wandelgids La Palma

ANWB

Murphy, P. / Canarische eilanden

Kosmos-Z&K

Renouf, N. / Canarische eilanden

Kosmos-Z&K

Rochford, N. / Wegwijzer voor La Palma en El Hierro : een landschapsgids

Sunflower Books

Schulz, H.H. / La Palma

Van Reemst

Valk, T. / Wandelgids La Palma : 16 wandelroutes

Elmar

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems