Populaire bestemmingen CANADA

BRITISH COLUMBIA   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

British Columbia vóór de komst van de Europeanen

Tussen 20.000 en 15.000 jaar geleden lieten de eerste voorouders van de 'First Nations' van British Columbia zich zien op het vasteland van Noord-Amerika en in het bijzonder in het huidige British Columbia. Toen werden Noord-Amerika en Azië nog niet gescheiden door de Beringstraat, maar was er nog een landbrug tussen Rusland en Alaska. Vanaf 10.000 v.Ch., na het terugtrekken van de grote gletsjers die het land in die tijd bedekten, vestigden sommigen zich aan de Pacifische kust, anderen trokken meer naar het binnenland. Door de stijging van de zeespiegel was ook de terugweg naar Azië definitief afgesloten.
Men vermoedt dat de kustregio van het huidige British Columbia al snel uitgroeide tot een van de meest dicht bevolkte gebieden van Noord-Amerika met misschien wel meer dan 300.000 inwoners. De inheemse cultuur bleef duizenden jaren ongestoord, tot de komst van de Britten in 1778.
Bovenstaande teorie, want geschreven bronnen zijn er uiteraard niet, wordt de laatste tijd bestreden. De eerste mensen die in Noord-Amerika arriveerden zouden volgens nieuwe theorieën, gebaseerd op koolstof-14-datering, ook over water gearriveerd zijn. Onderstaande afbeelding laat dat goed zien.

Migratie over land en water naar Noord-Amerika

De eerste First Nations-volken aan de kust van de Pacific waren Nuxalk, Cowichan, Gitksan, Haida, Kwakwaka'wakw, Nisga'a, Nuu-chah-nulth, Salish, Sechelt en Tsimshian. Door een relatieve overvloed aan voedsel waren deze volkeren ook op artistiek gebied erg actief, getuige de prachtige totempalen en maskers die bewaard zijn gebleven. Naast het ontwikkelen van hun artistieke kwaliteiten wisten deze kustbewoners ook een complex handelsnetwerk op te bouwen.
In het binnenland, met hardere klimatologische omstandigheden, leefden de mensen een nomadisch leven en waren al blij als ze in hun eigen levensonderhoud konden voorzien. In het noorden van British Columbia volgden deze jagers kariboe en elanden, in het zuiden de bizon. De meeste van de volkeren waren Atapskan (nu Dene genoemd) als Chilcotin, Sekani en Tahltan, Interior Salish en Kootenay.
Een grote gebeurtenis in het jaar 800 had grote invloed op de volkeren in British Columbia. Een uitbarsting van de vulkaan die nu bekend staat als Mount Churchill in de provincie Yukon zorgde ervoor dat het as de natuur vernietigde. Vele indianen vertrokken uit het aangetaste gebied en verhuisden naar het zuidwesten van de Verenigde Staten. Uit deze groepen ontstonden later volkeren als de Navajo en de Apaches.

First Nation totempaal in Vancouver, British Columbia foto: Tim Adams

De eerste Europeanen

Rond het midden van de 18de eeuw verschenen de eerste Europse ontdekkingsreizigers, op zoek naar nieuwe rijkdommen, aan de westkust van Canada en de Verenigde Staten. Waarschijnlijk was de Rus Alexei Chirikov (1703-1748) de eerste blanke die British Columbia in 1741 binnenkwam, maar er wordt ook gespeculeerd dat de Engelsman Sir Francis Drake er al in 1579 geweest zou zijn. Chirikov reisde trouwens vooral langs de kust van Alaska.
Daarna volgden in ieder geval Spanjaarden die het hele westen van Mexico tot Vancouver Island claimden. Eerst zeilde Juan Pérez Hernández (ca. 1725-1775) in 1774 van Mexico naar de Queen Charlotte Islands voor de kust van British Columbia en Nootka Sound op Vancouver Island, daarna volgde in 1775 Francisco de la Bodega y Quadra (1744-1794).

Spaanse expedities naar British Columbia en Alaska, eind 18e eeuw afbeelding: NorCalHistory - NASA

In 1778 bereikte de Britse kapitein James Cook British Columbia en zijn enthousiaste verhalen over de rijkdommen die men er kon vergaren door de handel in dierenhuiden, lokte heel wat avonturiers en pelsjagers naar het gebied. De Schot Alexander MacKenzie (1764-1820) was één van hen, hij trok als eerste boven Mexico het hele continent over, maar strandde in de buurt van het huidige Bella Coola en vluchtte voor Heiltsuk indianen weer naar het oosten. Hij bereikte net niet de open oceaan. Andere bekende pelsjagers waren de Schot Simon Fraser (1776-1862) en de Engelsman David thompson (1770-1857).

Alexander MacKenzie trok als eerste van oost naar west over het Noord-Amerikaanse continent afbeelding: publiek domein

De eerste Europese nederzetting, Fort St. John bij de Peace River, werd in 1794 gebouwd, gevolgd door vele andere. De Hudson's Bay Company (tegenwoordig nog altijd één van de grootste warenhuisketens in Canada) kreeg al snel de controle over al deze handelsposten.
In diezelfde tijd was kapitein George Vancouver (1757-1798) naar de westkust van Noord-Amerika gestuurd om de aanwezigheid op het latere Vancouver Island voor de kust van British Columbia te bestrijden en Vancouver Island voor de Britten te claimen. In 1843 werd de in Guyana geboren Brit James Douglas (1803-1877) naar Vancouver Island gestuurd en stichtte daar Fort Victoria. In 1849 werd Vancouver island een kroonkolonie en in 1849 werden aanspraken van de Britten en de Amerikanen geregeld en de grenzen vastgesteld in het Verdrag van Oregon. Vancouver Island werd toegewezen aan Britisch Columbia.

George Vancouver British Columbia Foto:Publiek domein

In 1858 werd er goud gevonden in de Fraser River en veel goud- en gelukszoekers trokken naar British Columbia, dat meteen tot een kroonkolonie van Groot-Brittannië werd uitgeroepen. Later werd er ten noorden van de Fraser River, in de Cariboo regio, ook goud gevonden en dat leidde tot een nieuwe 'goldrush'. Hoewel de eigenlijke 'goldrush' maar een paar jaar duurde, bleven velen in de regio hangen en werden er veel nederzettingen gesticht.

In 1866 werden British Columbia en Vancouver Island samengevoegd en in 1868 werd Victoria tot hoofdstad uitgeroepen. Samen met de andere staten in het westen van Canada trad British Columbia op 20 juli 1871 toe tot de confederatie 'Dominion of Canada', via de British North American Act van 1867, op voorwaarde dat de federale overheid een spoorweg zou bouwen van het oosten naar het westen van Canada. Dat gebeurde en in 1885 voltooide de Canadian Pacific Railway deze transcontinentale spoorlijn, die loopt van Montréal tot aan de Pacifische kust en veel hout vervoerde voor de bouw van de vele nederzettingen in het westen van Canada. Hoewel een onderdeel van Groot-Brittannië, bleef veel (politieke) macht in handen van de centrale Canadese regering en de individuele provincies. De Canadese Confederatie werd in die eerste jaren geleid door drie toekomstige eerste ministers van British Columbia, Amor De Cosmos (1825-1897), Robert Beaven (1836-1920) en John Robson (1824-1892). Zij pushten British Columbia richting de Canadese Confederatie en in 1871 werd British Columbia de zesde provincie die zich bij de confederatie aansloot. De eerste premier van British Columbia werd de uit Ierland afkomstige, partijloze John Foster McCreight (1827-1913). In oktober 1871 werden de eerste algemene provinciale verkiezingen gehouden en McCreight won een zetel namens Victoria City. Vervolgens werd hij door de luitenant-gouverneur van British Columbia van dat moment, Joseph Trutch, gekozen als eerste premier van British Columbia. In de korte tijd dat hij regeerde, van 14 november 1871 tot 23 december 1872, was de regering van McCreight zeer productief, meer dan 35 wetten werden er aangenomen.
John Foster McCreight werd opgevolgd door de mormoonse journalist Amor De Cosmos (1825-1897; oorspronkelijke naam William Alexander Smith), die door luitenant-gouverneur Joseph Trutch werd gevraagd om als partijloze premier een nieuwe regering te vormen. Hij trad aan op 23 december 1872 en zette in op politieke hervormingen, economische expansie en ontwikkeling van het onderwijs in British Columbia. Na veel kritiek op een aantal privé-zaken trad hij af op 9 februari 1874.
De Cosmos werd op 11 februari 1874 opgevolgd door de partijloze, uit Ierland afkomstige jurist George Anthony Walkem (1834-1908), die na nog geen twee jaar na een motie van wantrouwen gedwongen werd om af te treden. Hij werd op 11 september 1875 opgevolgd door de partijloze jurist Andrew Charles Elliott (1829-1889) en Walkem werd op dat moment de leider van de oppositie in het parlement. Elliott bleef tot 11 februari 1878 premier van een onstabiel kabinet en kreeg het op federaal niveau niet voor elkaar om een spoorlijn naar de Pacific te realiseren. Verder maakte hij zich niet populair door de belastingen te verhogen en ook de bouw van een treinstation voor de hoofdstad Victoria kwam niet van de grond.
Elliott werd op 25 juni 1878 na een succesvolle verkiezingsstrijd opgevolgd door George Anthony Walkem, die iets meer dan twee jaar geleden nog afscheid genomen had van het ambt. De nieuwe Walkem-regering was erg tegen het aannemen van nog meer Chinese arbeiders en in alle contracten die de regering afsloot kwam een clausule waarin het verboden was om Chinezen aan te nemen. Een speciale belasting voor alleen Chinezen werd afgeschoten door het Canadese Hooggerechtshof.

George Anthony Walkem, 3e en 5e premier van British Columbia foto: publiek domein

In 1882 verloor Walkem de verkiezingen van de zakenman Robert Beaven (1836-1920), maar die bleef nog geen jaar premier van British Columbia. Hij regeerde een minderheidskabinet van 13 juni 1882 tot 29 januari 1883 en moest aftreden na een motie van wantrouwen. Beaven was later een aantal jaren oppositieleider en ook nog een aantal periodes burgemeester van Victoria.
Beaven werd op 29 januari 1883 opgevolgd door de Engelsman William Smithe (1842-1887 en in Engeland William Smith), die zich in 1862 op Vancouver Island als boer gevestigd had. Smithe was in zijn politieke carrière oppositieleider en nam ook deel aan het kabinet van Andrew Charles Elliott. Hij zorgde er in zijn termijn voor dat de nationale regering de bouw van de Canadian Pacific Railway weer oppakte. Smithe stierf op 28 maart 1887 in het harnas als premier van British Columbia, een lot dat ook zijn partijloze opvolger, advocaat Alexander Edmund Batson Davie (1847-1889), te wachten stond. Davie was de eerste persoon die zijn juridische opleiding volledig in British Columbia genoten had en werd onder andere procureur-generaal onder premier William Smithe. Na de dood van Beavan werd Davie door de luitenant-generaal Hugh Nelson (1830-1893) van Canada gevraagd om premier van British Columbia te worden. Ondanks een slechte gezondheid nam hij op 1 april 1887 de baan aan, maar al op 1 augustus 1889 overleed Davie aan tuberculose.
De negende premier van British Columbia zou de zakenman en journalist John Robson worden (1824-1892). Tijdens de ziekte van zijn voorganger Davie was hij al diens vervanger, en na zijn dood vroeg de luitenant-gouverneur hem om een nieuw kabinet samen te stellen. In zijn regeerperiode vanaf 3 augustus 1889 wilde hij onder meer het hoger onderwijs in British Columbia van de grond tillen. Dat lukte maar gedeeltelijk, toen Robson op 29 juni 1892 plotseling overleed waren er nog maar drie 'high schools' in British Columbia, in Victoria, Nanaimo en Vancouver. Het plan voor een universiteit mislukte door de rivaliteit tussen Victoria en Vancouver en pas in 1915 zou de University of British Columbia haar deuren openen. Johnson overleed op tragische wijze, hij kwam met een vinger tussen de deur van een Londense taxi en overleed negen dagen later aan bloedvergiftiging.
Johnson werd op 2 juli 1892 opgevolgd door de broer van de vroegere premier Alexander Edmund Batson Davie, de advocaat en jurist Theodore Davie (1852-1898), die het onder John Robson al tot procureur-generaal geschopt had. Davie's meest in het oog springende wapenfeit was de bouw van parlementsgebouwen in Victoria. Ondanks zijn baan als premier van British Columbia bleef hij zijn drukke advocatenkantoor aanhouden, en dat kostte hem zoveel tijd en energie dat zijn gezondheid er onder te lijden had. Op 2 maart 1895 trad Davie af als premier van British Columbia.
De Engelsman John Herbert Turner (1833-1918) vertrok in 1856 naar Noord-Amerika en zou uiteindelijk op 4 maart 1895 Theodore Davie opvolgen als elfde premier van British Columbia. Van 1887 tot 1895 was hij de Minister van Financiën en Landbouw van diverse kabinetten (Alexander Davie, John Robson, Theodore Davie); van 1901 tot 1915 zou hij British Columbia vertegenwoordigen in Londen. Tijdens zijn kabinetsperiode lag Turner meteen onder vuur, want tijdens zijn periode als Minster van Financiën (1887-1898) waren er elk jaar grote tekorten. Ook werd hij door oppositionele kranten beschuldigd van favoritisme, een laks ambtenarenapparaat en extravagante uitgaven van overheidsgeld. Tenslotte zou hij zijn publieke functie ook gebruikt hebben om zichzelf te verrijken. In de periode richting provinciale verkiezingen in juli 1898 verloor Turner steeds meer krediet onder de bevolking. Hoewel de verkiezingen ongeveer gelijk eindigden tussen regeringskandidaten en oppositiekandidaten, stuurde luitenant-generaal Thomas Robert McInnes (1840-1904) toch aan op het aftreden van Turner, waar hij na wat tegenstribbelen op 8 augustus 1898 gevolg aan gaf. Met zijn aftreden kwam er een einde aan een in de hoofdstad Victoria gevestigde politieke en economische machtsbasis. De opkomst van Vancouver op het vasteland van British Columbia was sinds de voltooiing van de Canadian Pacific Railway in 1885 onstuitbaar en het economische centrum van British Columbia verschoof langzaam van Victoria naar het vasteland.

John Herbert Turner, 11e premier van British Columbia foto: publiek domein

Turner werd op 15 augustus 1898 opgevolgd door de oppositieleider van dat moment, onderwijzer, hoteleigenaar en rancher Charles Augustus 'Charlie' Semlin (1836-1927), nadat luitenant-generaal McInnes eerst de vroegere premier Robert Beaven gevraagd had. Semlin zou maar achttien maanden premier blijven, van 15 augustus 1898 tot 27 februari 1900. De periode rond de eeuwwisseling was een stormachtige periode door de informele structuren die alle politieke groeperingen bij elkaar probeerden te houden. Door een gebrek aan echt leiderschap wist Semlin hier niet goed mee om te gaan, net als met een clash tussen twee van zijn kabinetsleden. Ook enkele hervormingsvoorstellen werden niet geaccepteerd, onder andere met een maandenlange mijnstaking als gevolg. Uiteindelijk ontsloeg luitenant-generaal McInnes het kabinet van Semlin op 27 februari 1900.

Zoals overal in Canada en de Verenigde Staten waren de oorspronkelijke bewoners de dupe van de groeiende bevolking en de economische ontwikkeling. Ook in British Columbia moesten ze hun oorspronkelijke leefgebied verlaten en dat ging gepaard met heel wat geweld. Bovendien klaagden missionarissen over de heidense gebruiken van de indianen met als gevolg een verbod op het uitoefenen van hun traditionele gebruiken. Ook de voor hen zo belangrijke 'potlatch'-traditie, een systeem van elkaar steeds overtreffende giften, werd in de jaren tachtig van de 19e eeuw verboden en pas in 1951 weer in ere hersteld.

In de tweede helft van de 19e eeuw ging het ook steeds beter met de economie van British Columbia, en werd de pelshuidenindustrie vervangen door vooral visserij, bosbouw en landbouw. Dit bleven tot ver in de 20e eeuw de belangrijkste pijlers van de economie. De economische voorspoed zorgde er ook voor dat handelsposten als Victoria, Nanaimo en Kamloops zich snel tot moderen steden ontwikkelden. Nieuwe steden waren Yale, New Westminster en als 'nakomertje' Vancouver, maar die stad groeide in korte tijd uit tot de belangrijkste stad van British Columbia. Vanaf ca. 1850 tot eind 19e eeuw begon ook de etnische diversiteit zich meer en meer af te tekenen, want immigranten kwamen, aangetrokken door de industrialisatie en de daarmee samenhangende economische groei, niet alleen uit Europa, maar vooral ook uit Aziatische landen als China en Japan.
De ontwikkeling van de economie ging gepaard met de opkomst van een militante arbeidersbeweging. De eerste belangrijke staking was in 1903 door treinarbeiders en dat kostte stakingsleider Frank Rogers (ca. 1878-1903) het leven, hij werd gedood door agenten van de Canadian Pacific Railway. De eerste landelijke staking in Canada kostte ook een stakingsleider het leven, in 1918 overleed Ginger Goodwin (1887-1918) bij de Cumberland-steenkoolmijn op Vancouver Island.

De eerste jaren van de 20e eeuw waren een komen en gaan van partijloze premiers. Charles Augustus Semlin werd achtereenvolgens opgevolgd door Joseph Martin (28 februari 1900 - 14 juni 1900, oprichter van de krant Vancouver Guardian en acht jaar lid van het Britse Huis van Afgevaardigden), James Dunsmuir (15 juni 1900 - 21 november 1902, van 1906 tot 1909 de 8e luitenant-gouverneur van British Columbia) en Edward Gawler Prior (21 november 1902 - 1 juni 1903, 11e luitenant-gouverneur van British Columbia).

Ginger Goodwin Memorial op de begraafplaats van Cumberland, British Columbia foto: Richard Eriksson

De 16e premier van British Columbia werd Richard McBride (1870-1917), die van 1 juni 1903 tot 15 december 1915 zijn bewind voerde en als oprichter van de 'Conservative Party' in British Columbia wordt beschouwd. Zijn partij won de eerste verkiezingen in British Columbia die langs partijlijnen gevoerd werd met een meerderheid van twee zetels. De verkiezingen in 1909 en 1912 werden met een grotere meerderheid gewonnen. Onder zijn bewind werd in 1915 de eerste universiteit van British Columbia, de university of British Columbia, geopend. Na zijn regeringstermijn vertegenwoordigde hij zijn provincie nog enkele jaren in Londen. De voltooiing van het Panama Kanaal in 1914 maakte het voor Btitish Columbia gemakkelijker om hout naar de Noord-Amerikaanse oostkust en Europa te transporteren. Het binnenland van British Columbia profiteerde sterk van de voltooing van de Grand Trunk Railway van Edmonton, Alberta naar Prince Rupert. Net als later in de Verenigde Staten zorgde het verbod op alcohol, de 'Prohibition', tussen 1917 en 1921 voor een uitgebreide zwarte markt.
McBride werd opgevolgd door de conservatieve William John Bowser (1867-1933), die echter nog geen jaar aan het bewind bleef en na de verloren verkiezingen in 1916 opgevolgd werd door de liberale partijleider Harlan Carey Brewster (1870-1918), die in 1918 onverwacht op 47-jarige leeftijd overleed en maar anderhalf jaar aan het bewind was. Carey Brewster werd opgevolgd door zijn Minister van Landbouw en Spoorwegen, John Oliver (1856-1927), die British Columbia regeerde van 3 maart 1918 tot zijn dood op 17 augustus 1927. De 20e premier van British Columbia werd John Duncan MacLean (1873-1948), onder premier John Oliver nog Minister van Financiën. Onder zijn bewind kende de Liberal Party een neergang en dat werd nog eens bevestigd in de verkiezingen van 1928, die gewonnen werden door de conservatieven van Simon Fraser Tolmie (1867-1937).
Tolmie regeerde van 1928 tot november 1933, midden in de tijd van de Grote Depressie met zijn massale werkloosheid begin jaren dertig; British Columbia had daarvan het meeste te lijden met een werkloosheid van 28%, het hoogste percentage van geheel Canada. De stakingen en demonstraties in die tijd werden vooral geleid door de Communistische Partij met een piek in 1935, tijdens het bewind van Thomas Dufferin Pattulo (1873-1956), die Tolmie was opgevolgd na een zéér overtuigende verkiezingsoverwinning met 34 van de 47 zetels in het parlement. De aftredende regering Tolmie was tevens voorlopig de laatste geheel conservatieve regering van British Columbia. Na twee maanden van onafgebroken onrust besloten een kleine tweeduizend werkelozen af te reizen naar de hoofdstad Ottawa, een reis die bekend werd onder de naam 'On-to-Ottawa Trek' en geleid door Arthur 'Slim' Evans (1890-1944).
De demonstranten kwamen echter niet verder dan Regina in de provincie Saskatchewan, en in de gevechten tussen hen en onder andere de Royal Canadian Mounted Police vielen twee doden te betreuren, de politieman Charles Millar en de Trekker Nick Shaack. Verder vielen er honderden gewonden en werden meer dan honderd Trekkers en burgers gearresteerd door politie die voorzien was van revolvers en machinegeweren.

Gearresteerde 'trekkers' van de On-to-Ottowa Trek' foto: Communist Party of Canada

Pattullo bleef in het zadel na de verkiezingen van 1937, maar de verkiezingen van 1941 leverden geen meerderheid in het parlement op, dus er moest een coalitiegenoot gezocht worden. Pattullo weigerde echter om een coalitie te vormen met de conservatieven, iets waar de Liberal Party juist sterk vóór was. De partij van Pattullo zette hem op non-actief en ging alsnog in zee met de conservatieven onder de interne opvolger van Pattullo, John Hart (1879-1957). Hart was premier tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd vooral bekend door een aantal infra-structurele projecten als de aanleg van de Highway 97 naar het noorden van British Columbia en het eerste belangrijke hydro-elektrische project in Birtish Columbia, het Brisge River Power Project.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog nam de regering van Hart controversiële maatregelen. De Japans-Canadese bevolking werd als 'vijandige vreemdelingen' openlijk gediscrimineerd en in interneringskampen geplaatst, onder andere in de Slocan Valley (BC) werden ca. 22.000 Japanse Canadezen geïnterneerd. Bezittingen, huizen en bedrijven werden zonder pardon afgenomen. Pas in 1988 bracht de Canadese overheid haar excuses over aan de Japans-Canadezen en ontvingen ze een geldelijke compensatie.
In 1942 werd er een gewapende verdedigingsgroep opgericht, de Pacific Coast Militia Rangers, en langs de kust werden kustverdedigingswerken gebouwd, onder andere om de haven van Vancouver te verdedigen. British Columbia kreeg zijdelings ook met oorlogshandelingen te maken. Japan vuurde een klein aantal parachutebommen af op British Columbia, maar na de nederlaag van de Japanners bij Midway was het gevaar geweken.
Een aantal onderdelen van het Canadese leger in British Columbia vocht in Europa tegen de Duitsers, onder andere in Italië, maar ook tegen de Japanners, onder andere door een bataillon van de Rocky Mountain Rangers in de Slag bij de Aleoeten, een eilandengroep (tot 1867 bekend onder de naam Catharina-archipel) in het noorden van de Grote Oceaan, gelegen tussen de Verenigde Staten en Rusland.

British Columbia Vancouver Chinatown Foto: vanrite17

In de 20e eeuw trokken veel Chinezen en Japanners naar British Columbia. Alhoewel dit hardwerkende mensen waren, net als de Europeanen die bleven toestromen, waren ze niet al te welkom. In Chinatown en Little Tokyo in Vancouver kwam het zelfs geregeld tot gewelddadige confrontaties.
Tussen de twee wereldoorlogen kende British Columbia een economisch moeilijke periode. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verschillende Duitse bedrijven vernield, maar na de oorlog ging het weer de goede kant op. De economie van British Columbia was vooral gebaseerd op de natuurlijke rijkdommen en de vraag naar papier en hout nam alsmaar toe. Ook de bevolking bleef gedurende de hele twintigste eeuw groeien. Vooral uit Azië kwamen veel immigranten, waardoor de economie van British Columbia sterk verbonden raakte met Azië. Toen het in het begin van de jaren negentig enorm goed ging in Azië pikte British Columbia een graantje mee, maar toen de Aziatische economie aan het eind van de jaren negentig volledig in elkaar stortte, werd ook de economie van British Columbia zwaar getroffen.
De eerste premier na de Tweede Wereldoorlog was nog steeds John Hart, maar die trad in december 1947 af als premier en als Minister van Financiën. Hij werd opgevolgd door de liberale partijgenoot Byron Ingemar 'Boss' Johnsson (eigenlijk Björn Ingimar 'Bjössi' Jónsson, 1890-1964), de 24e premier van British Columbia. Johnsson was de eerste premier van British Columbia die geboren was ná de toetreding van de provincie British Columbia tot Canada. De liberaal-conservatieve regering won met grote overmacht de verkiezingen van 1949; met 61% de meeste stemmen ooit in de geschiedenis van British Columbia. Maar al in 1951 klapte de coalitie en de conservatieven stapten uit de regering. De daaropvolgende verkiezingen van 1952 werden gewonnen door W(illiam).A(ndrew).C(ecil). Bennett's (1900-1979) Social Credit Party. Bennett zou de langst zittende premier van British Columbia worden, van 1 augustus 1952 tot 15 september 1972. De Social Credit Party van Bennett zou uiteindelijk zeven achtereenvolgende verkiezingen winnen: 1952, 1953, 1956, 1960, 1963, 1966 en 1969. In 1972 stelde hij zich voor de laatste keer kandidaat, maar die verkiezingen gingen verloren.
Tijdens zijn lange regeerperiode, waarin hij ook Minister van Financiën was, werd in 1960 de eerste officiële vlag van British Columbia in gebruik genomen. Ook werden er een aantal nationalisaties doorgevoerd, onder meer van BC Ferries in 1960, BC Hydro in 1961 en BC Rail. Daarnaast veel uitbreidingen en verbeteringen van de highways, stuwdamcentrales in de Columbia River en de Peace River en de oprichting van de Bank of British Columbia, waarvan de regering 25% van de aandelen in bezit had. In 1963 werd de University of Victoria en in 1965 de Simon Fraser University opgericht.

Grafsteen van W.A.C. Bennett op het Kelowna Memorial Park Cemetery, British Columbia

Op 9 januari 1965 werd het plaatsje Hope in het zuiden van British Columbia getroffen door de grootste aardverschuiving (Hope Slide) die ooit in Canada heeft plaatsgevonden. Door een aardbeving gleed de hele zuidwestelijke helling van een berg naar beneden en werd een compleet meer door het puin begraven. Bovendien kostte het vier personen in een auto het leven.

W.A.C. Bennett werd op 15 september 1972 opgevolgd door David (Dave) Barrett (1930-) van de New Democratic Party of British Columbia (NDP). Onder zijn bewind werd de publieke sector uitgebreid en werden er enkele belangrijke sociale hervormingen en maatregelen doorgevoerd, waaronder het afschaffen van lijfstraffen op scholen.
Dave Barrett werd in 1975 opgevolgd door William Richards 'Bill' Bennett (1932-2015), de zoon van W.A.C. Bennett. En ook hij hield het, net als zijn vader, lang vol, bijna elf jaar. Bennet won de verkiezingen in 1975 van Barrett voor de British Columbia Social Credit Party, de nieuwe naam voor de Social Credit Party. Ook won hij de verkiezingen van 1979 en 1983. Zijn beleid had begin jaren tachtig van de vorige eeuw te lijden onder een economische crisis, op onderwijs en sociale voorzieningen werd fors bezuinigd en arbeidswetgeving lokte een provinciebrede staking uit in 1983.
Daarentegen werden er tientallen miljoenen dollars geïnvesteerd in het binnenhalen en organiseren van de wereldtentoonstelling Expo 86 in Vancouver. Op 2 mei 1986 werd de wereldtentoonstelling geopend door de prins en prinses van Wales, Charles en Diana.

Logo van Expo 86 in Vancouver, British Columbia

public domain

De 28e premier van British Columbia heeft een Nederlandse achtergrond. Geboren in Noordwijkerhout als Wilhelmus Nicholaas Theodore Marie van der Zalm (1934-), emigreerde hij met zijn ouders in 1947 naar Canada, in dit geval de Fraser Valley in British Columbia. In 1986 volgde hij, inmiddels als William Nicholas 'Bill' Vander Zalm, de terugtredende premier Bennett op. Vander Zalm werd een maand voor de verkiezingen van 1986 ingezworen als premier van British Columbia. De British Columbia Social Credit Party van de charismatische Vander Zalm versloeg de NDP met gemak, hoewel hij niet echt een plan had voor de lange termijn. Uiteindelijk strandde zijn premierschap, na een aantal andere akkefietjes, door een geval van belangenverstrengeling bij de verkoop van een tuin.
Vander Zalm werd opgevolgd door de eerste vrouwelijke premier van British Columbia, namelijk vice-premier Rita Johnston (1935-), maar de verkiezingen van 1991 kwamen te snel voor haar en de British Columbia Social Credit Party werd hard afgestraft door de kiezers. De partij sleepte maar zeven zetels binnen, en dat waren tevens de laatste zetels die de partij ooit nog zou winnen, want uiteindelijk werd de partij in 2013 zelfs opgeheven.
De verkiezingen werden gewonnen door een voormalige burgemeester van Vancouver, Michael 'Mike' Franklin Harcourt (1943- ), de leider van de British Columbia New Democratic Party. Harcourt stapte in februari 1996 uit principiële overwegingen op na een missstap ('Bingogate') van een partijgenoot, en ook zijn opvolger Glen David Clark (1957-) trad af na diverse schandalen (casinogate, fast ferryschandaal). De druppels waren een inval in zijn woning door de Royal Canadian Mounted Police in maart 1999 en beschuldigingen in augustus van dat jaar dat hij smeergeld had aangenomen in verband met een casino-aanvraag. Wegens gebrek aan bewijs werd hij later daarvan vrijgesproken, maar op 21 augustus 1999 was hij al afgetreden.

Mike Harcourt, 31e premier van British Columbia

Samuelgodfrey, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Interim-leider van de NDP en -premier werd Arthur Daniel Miller (1944- ), die tot 24 februari 2000 diende als 32e premier van British Columbia. Op die datum koos een partijconventie van de NDP Ujjal Dosanjh (1947- ) als partijleider en hij werd daardoor tevens premier. De verkiezingen van 2001 werden glansrijk gewonnen door de leider, sinds 1993, van de British Columbia Liberal Party en oppositieleider Gordon Muir Campbell (1948- ), in een eerdere functie de 35e burgemeester van Vancouver. De Liberals wonnen 77 van de 79 zetels, de grootste meerderheid ooit, en het aantal stemmen was het tweede grootste ooit in de geschiedenis van British Columbia. Gordon Campbell werd de zevende premier in tien jaar tijd, en de eerste liberale premier in bijna vijftig jaar.
Meteen aan het begin van zijn regeerperiode deed hij zijn belofte gestand om de inkomstenbelasting te verlagen, meteen maar met 25% voor alle belastingbetalers. Campbell zette ook zwaar in op meer en beter onderwijs. Verder werd het minimumloon verlaagd en slaagde British Columbia (Canada) erin om de Olympische Winterspelen van 2010 naar Vancouver te halen.

Olympisch vuur Winterspelen Vancouver 2010, British Columbia

Duncan Rawlinson, Creative Commons Attribution 2.0 Genericno changes made

De liberalen van Campbell wisten ook de verkiezingen van 17 mei 2005 te winnen, hoewel de meerderheid niet zo groot was als in 2001. Ook de verkiezingen van 12 mei 2009 verliepen wat minder dan in 2001, maar nog altijd met een ruime meerderheid van 49 zetels in een parlement dat inmiddels uit 85 zetels bestond.

Uiteindelijk maakte Campbell bekend dat hij op 3 november 2010, in zijn derde regeerperiode, zou aftreden na maanden van politieke oppositie tegen zijn plan voor een belastingmaatregel, de 'Harmonized Sales Tax (HST). Vanwege dit plan stapte op 11 juni 2010 zelfs een lid van zijn kabinet op, de Minister van Energie, Mijnen en Olievoorraden. Op 14 maart 2011 trad hij daadwerkelijk af en werd opgevolgd door Christina Joan 'Christy' Clark (1965- ), Minister van Onderwijs onder Gordon Campbell. Zij was ook de tweede vrouwelijke premier en de 35e premier sinds British Columbia tot de confederatie toetrad. Clark had de leiderschapverkiezingen van 26 februari 2011 gewonnen (van de voormalige Minister van Volksgezondheid Kevin Falcon met 52% van de stemmen) en wist ook de provinciale verkiezingen van 2013 te winnen, weliswaar via een omweg omdat zij de verkiezingen in haar eigen district verloren had. Op 9 mei 2017 worden de volgende provinciale verkiezingen gehouden. De verkiezingen zijn nipt gewonnen door de NDP, met behulp van de Green Party wordt John Horgan de nieuwe premier.

Christy Clark, 35e premier van British Columbia

kris krüg, Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

BRITISH COLUMBIA LINKS

Advertenties
• British Columbia Vliegtickets,nl
• Travelworld Canada
• Accommodaties British Columbia
• Vakantiehuizen in British Columbia
• British Columbia Tui Reizen
• Brtish Columbia Vliegtickets WTC
• British Columbia Hotels
• Ferry overtochten van en naar British Columbia
• Vancouver Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

British Columbia Fotoreisverhaal
British Columbia Startnederland (N+E)
Reizen British Columbia (N)
Romans over British Columbia (N)
Telefoongids Canada
Schrijf uw artikel over BRITISH COLUMBIA

Bronnen

BBC - Country Profiles

British Columbia and the Rockies
Michelin Apa Publications

Canada
Cambium

Canada
Lonely Planet

CIA - World Factbook

Elmar Landeninformatie

Jepson, Tim / Vancouver en de Canadese Rockies
Wat & Hoe

Leigh Fleming, Janet / British Columbia : a walking guide
Cicerone

Ohlhoff, Kurt Jochen / Canada west & Alaska
ANWB

Phenix, Penny / Canada
Wat & Hoe

The rough guide to Canada
Rough Guides

Struijk, Aad / West-Canada
Elmar

Veldt, Marc / Canada
Gottmer/Becht

Ver Berkmoes, Ryan / British Columbia & the Yukon
Lonely Planet

Wagner, Heike / West-Canada : Alberta, British Columbia
Lannoo

Wikipedia

www.landenweb.nl/canada




laatst bijgewerkt september 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems