Populaire bestemmingen FRANKRIJK

ARDECHE   

Prehistorie en oudheid

Replica van leeuwentekening in de Grotte Chauvet foto: HTO

Jagende Neanderthalers kwamen al 350.000 jaar geleden voor in buurt van Orgnac, in het uiterste zuiden van de Ardèche. Recente archeologische vondsten en ontdekkingen wezen uit dat de homo sapiens zo'n 42.000 jaar geleden in de Ardèche aankwam. De oudste grotschilderingen van Frankrijk, in de Grotte Chauvet, zijn ca. 32.000 jaar oud en pas in 1994 gevonden.

In de 7e eeuw v.Chr. vestigden zich op beide oevers van de Rhône verschillende Keltische stammen, de Allobrogen op de linkeroever, de Helvii op de rechteroever en tussen de rivier Isère en de Mont Ventoux de Voconces.

Enkele eeuwen later begonnen de Romeinen aan hun opmars richtig het westen van Europa en waren zich al snel bewust dat de Rhône uitermate geschikt was voor het vervoeren van allerlei goederen en de verspreiding van hun beschaving. In de 2e eeuw v.Chr. veroverden zij geleidelijk aan het gebied van de Allobrogen en in 121 v.Chr. vestigden ze zich definitief op de linker Rhône-oever. In 118 v.Chr. riepen de Romeinen de provincie Gallia Narbonensis in het leven, die die uitstrekte van de stad Vienne, net ten zuiden van het huidige Lyon, tot aan de kust van de Middellandse Zee.
In 43 v.Chr. was de verovering van geheel Gallië (het huidige Frankrijk, België, West-Zwitserland en delen van Nederland en Duitsland ten westen van de Rijn) een feit en werd Lyon in 27 v.Chr. door de Romeinse militair en politicus Lucius Munatius Plancus uitgeroepen tot hoofdstad van Gallië.

Gallia Narbonensis (20 v.Chr.) foto: ExploreTheMed

De eerste eeuwen van het nieuwe millennium waren voor de streek rond Lyon er een van voorspoed en vrede. De handel kwam goed op gang, er werden veel nieuwe steden gesticht en Lyon was, naast het belangrijkste economische en intellectuele centrum, ook het startpunt voor de verspreiding van het christendom in Gallië. Pas onder Septimus Severus, Romeins keizer van 193 tot 211 n.Chr., kwamen er wat kinken in de kabel. Regelmatige invallen van barbaren, o.a. Kimbren en Teutonen, ondermijnden de florerende handel in het gebied en daarbovenop kwam nog het in 280 ontnemen van het monopolie van Lyon op de verkoop van wijn in Gallië door keizer Marcus Aurelius Probus, die regeerde van 276 tot 282. Lyon kwijnde wat weg als belangrijkste stad van Gallië en werd onder keizer Gaius Aurelius Valerius Diocletianus (regeerperiode 284-305) gedegradeerd tot eenvoudige provinciehoofdstad.

Gaius Aurelius Valerius Diocletianus (geboren als Diocles) (ca. 22 december 244 - 3 december 311) foto: Jebulon

Middeleeuwen

Na de Romeinse bezetting van de Ardèche volgden in de 5e eeuw de Bourgondiërs, die zich in 450 in Valence vestigden. Daarna was het de beurt aan de Franken en verschillende andere volken die zich. In dezelfde tijd voltrok zich ook de verdere christianisatie van de Ardèche met de bouw van abdijen en kerken in het Frankische rijk. In de 8ste eeuw rukten de Saracenen op richting Ardèche en plunderden onder andere Valence. De Frankische keizer Karel de Grote overleed in 814 en werd opgevolgd door zijn enig overgebleven zoon en erfgenaam Lodewijk de Vrome.
Lodewijk overleed in 840 en met het Verdrag van Verdun in augustus 843 werd het zogenaamde Frankische middenrijk verdeeld onder diens drie zonen, Pepijn I van Aquitanië, Lodewijk de Duitser en Lotharius I, de oudste zoon van Lodewijk. De laatste kreeg een gebied dat zich uitstrekte van Rouen tot de Noordzee, de Provence, de Rhônevallei, waaronder de Ardèche, en de Bourgogne.
Met het Verdrag van Prüm (een plaats in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts), de plaats waar Lotharius in 855 overleed, werd het Frankische middenrijk verdeeld onder de zonen Lodewijk II, Lotharius II en Karel van Provence, bijgenaamd "de jonge" en de jongste zoon van Lotharius I. Karel kreeg naast de Provence, waartoe in die tijd ook de Ardèche behoorde, ook de Lyonnais, de Viennois de Drôme en het belangrijke christelijk-religieuze centrum Arles toebedeeld.
In 877 werd het gebied van Karel aangevallen door de Vikingen, wat resulteerde in een versnippering van het gebied, dat in handen kwam van feodale en christelijke machthebbers zoals de bisschoppen van Viviers. Toch was deze periode over het algemeen een periode van economische groei, dat zijn effect had op een toename van het aantal steden en de daarmee gepaard gaande bevolkingsgroei. Het gebied stond vanaf die tijd bekend onder de naam Vivarais.
In de 11de en 12de eeuw kwam het gebied, dat de naam Dauphiné (regio die nu ongeveer overeenkomt met de Isère, Drôme en Hautes Alpes) kreeg, onder controle van de graven van Albon, maar had in die periode, en ook in de 13de eeuw, last van oorlogen die de machthebbers in dat gebied onderling uitvochten. Tegelijkertijd nam de macht van het Franse koninkrijk snel toe, en in 1271 werden de Vivarais en de Dauphiné ingelijfd bij Frankrijk. De 14de eeuw stond in het teken van de pest en van de oorlog met de Engelsen, o.a. de Honderdjarige Orlog (1328-1453). In 1422 werd de eerste vergadering van de eerste Staten van Vivarais gehouden.

Reformatie en Contrareformatie

In de loop van de 15de eeuw keerde de rust terug in het gebied en nam de welvaart toe. De stad Valence kreeg als gevolg hiervan een universiteit en was, in de eerste helft van de 16e eeuw, ook belangrijk voor de opkomst van het protestantisme, dat vanuit onder andere Basel en Genève haar intrede deed in de regio rond de Ardèche. Rond 1528 waren de eerste predikers actief in Annonay, en van daaruit drong in nauwelijks een halve eeuw de Reformatie door in de hele streek. In de stad Privas werd het protestantisme in 1534 geïntroduceerd door de priester Jacques Valéry en was in de aanstaande godsdienstoorlogen een van de brandhaarden. Uiteindelijk bepaalde Hendrik IV in 1598 (Edict van Nantes) dat Privas aan de protestanten werd afgestaan.
Het protestantisme kreeg al snel een wat 'militanter' karakter en botsingen met de katholieken konden niet uitblijven. In de tweede helft van de 16de eeuw werden die botsingen steeds heftiger en wederzijds werd er geplunderd en gemoord, onder meer door de naar de protestanten of 'hugenoten' overgelopen François de Beaumont, baron des Adrets (1506-1587), die, als leider van de Hugenoten, met zijn bendes door de Rhônevallei een spoor van geweld trok. Deze Hugenotenoorlogen duurden van 1562 tot 1598. Enige tijd later bekeerde Des Adrets zich zich weer tot het katholicisme, en werden de protestanten het doelwit van zijn acties.

François de Beaumont, 'baron des Adrets' Foto:Pubiek domein

Uiteindelijk werden de protestanten verslagen door de katholieke commandant-generaal François de Bonne, hertog van Lesdiguières (1543-1626). Het katholieke geloof kreeg in de streek van de Ardèche, onder leiding van grote steden als Lyon en Le Puy, weer de overhand, maar dat kostte veel mensenlevens, onder andere tijdens de Bartolomaeusnacht of 'Parijse bloedbruiloft', toen in de nacht van 23 op 24 augustus een aantal fanatieke katholieken honderden protestanten vermoordden. Pas in 1596 hielden de schermutselingen tussen de katholieken en de protestanten op, en dat werd nog eens bevestigd door het in 1598 door Hendrik IV uitgevaardigde Edict van Nantes, waarin de vrijheid van godsdienst gegarandeerd werd.

Plakkaat ter nagedachtenis aan het Edict van Nantes Foto:Publiek domein

Dat edict bleek uiteindelijk niet zo heel veel waard, want in de 17de eeuw breidde de Contrareformatie zich nog gestaag uit en de protestanten werden steeds verder teruggedrongen. Zo organiseerde Lodewijk XIV vanaf 1661, ook in de Ardèche, zogenaamde 'dragonnades', waarbij soldaten in de huizen van Franse hugenoten trokken met de bedoeling om ze, vaak met geweld, te bekeren tot het katholieke geloof. Met name na 1685 (Edict van Fontainebleau), toen het Edict van Nantes uit 1598 tot overmaat van ramp voor de protestanten ook nog eens werd ingetrokken, vluchtten veel hugenoten ten einde raad naar Nederland, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.
De overgebleven protestanten legden zich echter niet zomaar bij de situatie neer, en de zogenaamde 'camisards', hugenoten die in de ruige Cevennen en Vivarais woonden, kwamen onder leiding van de beroemde Jean Cavalier (officieel: Joan Cavalièr) in opstand tegen de onderdrukking, een opstand die duurde van 1702 tot 1715. Een andere 'leider' van de protestanten was Antoine Court, die in het geheim bijeenkomsten organiseerde waar uiteindelijk meer dan tienduizend protestanten op afkwamen. Nadat er een prijs op zijn hoofd was gezet vluchtte hij in 1730 naar het Zwitserse Lausanne, waar hij zijn werk voor de Reformatie voortzette. Aan de godsdiensttwisten kwam pas in 1787 een definitief einde toen Lodewijk XVI met het Edict van Tolerantie een einde maakte aan de vervolgingen van niet-katholieken en de vrijheid van godsdienst weer gegarandeerd werd.

Jean cavalier, leider van de camisards (1681-1740) Foto:Publiek domein

In deze roerige tijd werd de Ardèche in de winter van 1669-1670 ook nog eens getroffen door strenge winter waardoor alle olijfbomen het loodje legden. Toen er ook nog geruchten de kop opstoken dat er belastingverhgingen aan zaten te komen, was de maat vol. Een boerenopstand volgde die zich vooral in en rond Aubenas voordeed. Ernstige onlusten braken uit, maar al snel werd de opstandelingenleider gevangen gezet. Hij werd echter al weer snel bevrijd door een edelman uit La Chapelle-sous-Aubenas, Antoine du Roure. Aubenas werd ingenomen door de mannen van Du Roure, maar het leger van de koning stelde bloedig orde op zaken, boeren werden vermoord en Du Roure werd geëxecuteerd.

Nieuwste tijd

De Franse Revolutie van 1789 ging niet zonder slag of staat aan de Ardèche en omstreken voorbij. Opstandige Chouans vochten onder andere in de bergen van de Vivarais tegen revolutionaire troepen, maar dolven in 1792 na een felle strijd het onderspit. Chouans, geleid door Jean Cottereau of 'Chouan' (1757-1794), waren aanvankelijk opstandelingen tegen de Franse revolutie die vanuit de Bas-Maine (nu ongeveer het departement Mayenne) opereerden. In januari van het jaar 1790 ontstond het departement Ardèche.

Jean 'Chouan' Cottereau Foto:Publiek domein

Na de nederlaag van Napoleon Bonaparte bij Waterloo werd de Ardèche en het Rhônedal bezet door Oostenrijkse troepen. Halverwege de 19de eeuw kwam de Ardèche weer in het nieuws als gevolg van de staatsgreep van Lodewijk Napoleon (Napoleon III) in 1851. Lodewijk Napoleon was de eerste door het volk gekozen president van Frankrijk van 1848 tot 1852. Het presidentschap was echter maar voor vier jaar en dat vond hij niet genoeg. Het uit voornamelijk monarchisten bestaande parlement weigerde echter om een grondwetsvoorstel hiertoe in te dienen, en dat leidde tot een staatgreep van Lodewijk Napoleon op 2 december 1851. Het parlement werd ontbonden en door een volksraadpleging mocht hij toch nog vier jaar blijven, na een nieuwe volksraadpleging in 1852 zelfs als keizer van Tweede Keizerrijk. De Ardèche was een van de Franse departementen die zich verzette tegen de ideeën van Lodewijk Napoleon en er volgde een gewelddadige opstand in de Ardèche. Hieronder een artikeltje uit een Nederlandse regionale krant waaruit duidelijk wordt dat het er in die strijd fel aan toe ging:

Zierikzeesche Courant, 10 september 1851

'Eenige plaatsen van het Fransche departement Ardèche zijn door nieuwe troebelen verontrust. De gendarmerie en de linietroepen hebben de orde opnieuw hersteld, maar velen beginnen te vragen, of er nog geene andere middelen in het werk gesteld kunnen worden om het ongelukkige departement te redden, waar de demagogen het moorden aanprijzen en in praktijk brengen'.

Lodewijk Napoleon Bonaparte (1778-1846) Foto:Publiek domein

De negentiende eeuw stond natuurlijk ook in het teken van de Industriële Revolutie in met name de grote steden. Omdat de Ardèche die niet had, werd de streek getroffen door een grote trek naar de stad, wat de Ardèche ca. een derde van haar bevolking kostte. Rampen komen echter nooit alleen en in 1880 werd de Ardèche ook nog eens getroffen door de druifluis (phylloxera) die de helft van de wijngaarden aantastte. Eerder, in 1850, werd de voor de zijde-industrie van de Ardèche zo belangrijke zijderups getroffen door de peperspikkelziekte.

Cartoon uit het satirische blad punch waarbij een druifluis zich tegoed doet aan een glas wijn Foto:Publiek domein

De Eerste en Tweede Wereldoorlog liet hun sporen diep na in de Ardèche. Veel Franse soldaten keerden niet terug van de slagvelden en loopgraven en ook tijdens de Tweede Wereldoorlog sneuvelden veel 'maquisards', guerilla-eenheden van de Franse verzetsbeweging die vooral in de natuur van het Franse platteland tegen de Duitse bezetter vochten. Lyon was op dat moment de hoofdstad van het Franse verzet.

Leden van de maquisards, in de Tweede wereldoorlog actief in de Ardèche foto: Publiek domein

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg in de Ardèche het herstel van de industrie en de infrastructuur voorrang. Nieuwe ontwikkelingen waren de fruitteelt en het toerisme, wat tot de dag van vandaag steeds belangrijker wordt voor de economie van de Ardèche. In 1972 werd de regio Rhône-Alpes opgericht, waartoe de Ardèche ging behoren. In 2006 kreeg de kastanje in de Ardèche het AOC-kenmerk, een kwaliteits- en herkomstgarantie. In 2019 komt de Ardeche vreemd in het nieuws, vanwege een alcoholverbod in de populaire Gorge. De maatregel is genomen vanwege ongelukken en ruzies tussen toeristen.

Zie verder ook de geschiedenis van Frankrijk op Landenwe

ARDECHE LINKS

Advertenties
• Ardeche Hotels
• Frankrijk Vliegtickets.nl
• Ardeche Tui Reizen

Nuttige links

Artikelen en Reisverhalen over ARDECHE
  Smullen bij streekrestaurants  Lavande a la Bioferme
  Chateau Clément Vals les Baines  karaktervolle dorpjes
  Met goud en zilver bekroonde wij..  La Roseraie de Berty
  Kastanje  Wonderlijke getuigenis van de na..
  Château des Roure

Bronnen

Ardèche
Lannoo 

Ardèche
Touring/Lannoo

Ardèche, Drôme
Terra Lannoo

BBC - Country Profiles

CIA - World Factbook

Forst, Bettina
Cevennen, Ardèche

Graaf, Gjelt de / Auvergne, Ardèche
ANWB

Kalmbach, Gabriele
Ardèche

Talbot, Roseline
Natuurreisgids Ardèche en Auvergne

Wikipedia




laatst bijgewerkt augustus 2020
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems