Populaire bestemmingen VERENIGD KONINKRIJK

ENGELAND   

Algemeen

Vooral door de Industriële Revolutie werd het Verenigd Koninkrijk de eerste grote industriële natie en daarmee de grootste economische macht van de wereld. Op het gebied van de handel, transport, industriële productie en van het bank- en verzekeringswezen kende men een ongekende bloeiperiode. Rond 1900 begon de concurrentie van de Verenigde Staten en van bepaalde Europese landen en trad het verval in. Na de Eerste Wereldoorlog bleken vele industrieën verouderd en verloor het Verenigd Koninkrijk geleidelijk aan haar overheersende positie. Daar kwam het verlies van de meeste koloniën na 1945 nog bij, waardoor de economische basis steeds smaller werd. Het herstel na de oorlogsjaren verliep met een economische groei van 2 à 3% per jaar (1945-1971) langzamer dan in de meeste andere West-Europese landen. Pas tussen 1980 en 1986 steeg de groei naar 2,3% per jaar, tot 3,8% in 1986-1987. De Labour-regering maakte na de Tweede Wereldoorlog een begin met de nationalisatie van o.a. de steenkoolmijnen, de ijzer- en staalindustrie, de spoorwegen en sommige andere transportondernemingen en de gezondheidszorg. De staatsbedrijven verschaften aan het eind van de jaren zeventig werk aan 8% van de beroepsbevolking, namen 10% van de nationale productie voor hun rekening en 14% van de totale investeringen. Na 1980 zijn deze percentages sterk gedaald doordat vele sectoren door de conservatieve regering van Margaret Thatcher weer geprivatiseerd werden.

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw leidde de ‘oliecrisis’ een ernstige recessie in, met een hoge inflatie van bijna 22% in 1976 en een hoge werkloosheid. De jaren tachtig waren aanvankelijk vrij succesvol met een stijgende groei van het bnp, een dalend tekort van de overheidsuitgaven en een dalende inflatie. Eind jaren negentig lag de economische op 2,3%, maar werd de handelsbalans steeds negatiever evenals het dalend overschot op de betalingsbalans. Belangrijke aardolievondsten en -exporten hebben een nog sterkere daling van de saldi voorkomen.
Op dit moment (2017) is ca. 16% van de beroepsbevolking is werkzaam in de industrie; ruim 83% is actief in de dienstensector en slechts 1% is werkzaam in de landbouw.
In het zuiden van Engeland is het werkloosheidscijfer het laagst, terwijl in veel oude industriegebieden en binnensteden het aantal werklozen hoog is. Positief is het feit dat sinds 1965 het aantal vrouwen binnen de beroepsbevolking met 10% is toegenomen, weliswaar vaak door middel van parttime banen.

In 1998 stond het Verenigd Koninkrijk nog maar op de vijfde plaats van de grootste economische machten, en in termen van rijkdom per hoofd van de bevolking stond het niet eens in de top twintig. Toch is het land wereldeconomisch gezien natuurlijk nog erg belangrijk, met bijvoorbeeld de hoofdstad Londen als een van de belangrijkste financiële centra van de wereld. De regering is er van doordrongen dat als het Verenigd Koninkrijk in de 21e eeuw nog steeds een belangrijke economische rol wil spelen, modernisering van de economie zeer noodzakelijk is. Belangrijke zaken hierin zijn het goed op de hoogte te blijven van de nieuwste technologische ontwikkelingen en alternatieven te vinden voor de traditionele vormen van industrie (b.v. mijnbouw en de zware industrie).
De dienstverlening is in korte tijd de belangrijkste economische sector geworden en nu (2017) al goed voor 80% van het bnp. De twee belangrijkste sectoren zijn het bank- en het verzekeringswezen en sterk in opkomst zijn de toeristische sector, communicatiesector en de informatietechnologie.
De industrie nam in 2017 20% van het bnp voor haar rekening (m.n. de bouw en de productie van goederen en energie), de landbouw nog maar 0,7%.

De economische groei bedraagt 1,7% (2017)

Alle genoemde cijfers zijn de komende tijd aan fluctuaties onderhevig afhankelijk van het verloop van de Brexit(uitreding uit de EU) en de afhandeling daarvan.

Agrarische sector, bosbouw en visserij

LANDBOUW

De landbouw heeft ca. 77% van het landoppervlak in gebruik en zorgt voor ongeveer 70% van de Britse voedselproductie.
De agrarische cultuurgrond omvat ca. 186.000 km2, waarvan ca. 64% bestaat uit bouwlanden, tuingronden, boomgaarden en graslanden, zogenaamd ‘improved land’. De rest van de agrarische cultuurgrond wordt ‘rough grazing’ genoemd, waaronder schrale natuurlijke weilanden op berghellingen en heidevelden. Heidevelden beslaan in Engeland ca. 1/6 van de cultuurgrond. Ongeveer 37% van het improved land wordt in beslag genomen door akkerland (vooral granen, haver en gerst).
Bijna de helft van de landbouwbedrijven is kleiner dan de minimumgrootte die volgens de Europese Unie nodig is voor een professioneel landbouwbedrijf. Van de boeren werkt ca. 75% fulltime in de landbouw. In totaal werken er ca. 550.000 mensen in de agrarische sector.
Aan de intensivering van de Britse land- en tuinbouw hebben in sterke mate mechanisatie en onderzoek bijgedragen. Hierdoor steeg bijvoorbeeld tussen 1961 en 1981 de productie van haver en aardappels met 63% resp. 45%. Het regeringsbeleid is er steeds op gericht geweest samenvoegingen te bevorderen. De landbouw droeg in 2017 voor 0,7% bij aan het bruto nationaal product, terwijl 1% van de beroepsbevolking er zijn werk vond.
De veehouderij (vooral in het westen) neemt een dominerende plaats in binnen de agrarische productie. De slachtveefokkerij is het belangrijkst; de schapenteelt is zowel om het vlees als om de wol van belang.
De oppervlakte tuinbouwgrond is sinds de Tweede Wereldoorlog verminderd, maar door de sterke intensivering is de productie op peil gebleven. In Kent en de West Midlands bevindt zich de meeste tuinbouw.
In 2000 daalden de inkomens per boer naar het laagste peil van de laatste 25 jaar. Deze landbouwcrisis werd gedeeltelijk veroorzaakt door de lage prijzen en de wereldwijd groeiende voedselverwerkende industrie. De traditioneel kleine Engelse boerenbedrijven konden de concurrentie niet meer aan. Een andere oorzaak was de uitbraak van BSE of gekke-koeienziekte en van mond- en klauwzeer (miljoenen dieren werden afgemaakt), die niet alleen de getroffen boeren veel schade berokkende maar ook het vertrouwen in Engelse landbouwproducten in het algemeen aantastte. De laatste jaren is de landbouw zich langzaam aan het herstellen van alle klappen die ze te verduren heeft gehad. De biologische landbouw groeit sterk.

BOSBOUW

Van het landoppervlak van Groot-Brittannië is voor maar ca. 10% met bos bedekt (2,8 miljoen ha), en dan speciaal bos dat onderhouden wordt en productief is. Van deze bossen is ca. 50% te vinden in Engeland, 40% in Schotland en de rest in Wales.
Bijna 45% van dit bos wordt door de Forestry Commission beheerd, een onderdeel van de regering. Het bosareaal wordt jaarlijks uitgebreid, waarvan een kwart in opdracht van de overheid en driekwart in opdracht van particulieren. De meeste aanplant vindt plaats in berggebieden, in het bijzonder in Schotland (1998: bijna 16.000 ha).
De Britse houtbehoefte wordt slechts voor een gering deel door de binnenlandse productie gedekt; ca. 85% van alle houtproducten wordt geïmporteerd.

VISSERIJ

De Britse visserij heeft in de jaren zeventig en tachtig sterk aan belangrijkheid heeft ingeboet, maar voorziet nog steeds voor ongeveer twee derde in de nationale behoefte aan vis en visproducten.
De belangrijkste Engelse vissershavens zijn: Kingston upon Hull, Great Grimsby, Aberdeen, Fraserburgh in de Grampian Region, Peterhead, Lowestoft en Great Yarmouth.

Mijnbouw

Steenkool, aardolie en aardgas zijn de belangrijkste delfstoffen. De voornaamste mijngebieden in Engeland zijn die van Yorkshire-Derbyshire-Nottinghamshire en Durham-Northumberland.
In de afgelopen jaren is een groot aantal minder rendabele mijnen gesloten en daardoor is de productie van steenkool enorm verminderd. De belangrijkste binnenlandse afnemers van steenkool zijn de elektrische centrales.
Zeer belangrijk voor het Verenigd Koninkrijk zijn de aardolievelden op het Britse continentale plat in de Noordzee. Groot-Brittannië is zelfvoorzienend sinds 1980. De Britse aardoliereserves worden op 4,8 miljard ton geschat. De aardoliewinning en -verwerking is zeer kapitaalintensief en dat verklaart grotendeels het grote verschil tussen het aandeel van de mijnbouw in de werkgelegenheid (1%) en dat in het bnp (7,1%).
Sinds 1962 levert de Noordzee ook aardgas, dat wordt geëxploiteerd door drie dochtermaatschappijen van het staatsbedrijf British Gas. De gasreserves zijn waarschijnlijk voorlopig toereikend voor binnenlands verbruik.
Aan delfstoffen worden verder gewonnen: ijzererts, zand, grind, kalksteen, zout, leisteen en porseleinaarde.

Industrie

ALGEMEEN

Ondanks het feit dat Groot-Brittannië in tal van industriële sectoren zijn leidende positie verloren heeft, is het land nog steeds een belangrijke producent van wollen goederen (de oudste Britse stapelindustrie), computers en andere kantoormachines, telecommunicatieapparatuur, glas, ijzer en staal. The British Steel Corp. werd begin jaren tachtig gesaneerd en in 1988 geprivatiseerd. Door sluiting van oude fabrieken, invoering van nieuwe technologieën en reductie van arbeidsplaatsen kon de productiviteit behoorlijk verhoogd worden. Thans is deze onderneming wereldwijd de vierde staalproducent en vervaardigt 85% van de totale Britse productie. In de scheepsbouw kon de productie van off-shore-middelen slechts gedeeltelijk de neergang tegenhouden. De meest expansieve sectoren zijn de elektronica-, chemische- en autoindustrie. Ook de luchtvaart- en ruimtevaartindustrie is belangrijk. De productie reikt van satellieten met burger- en militaire doelen tot hovercrafts. The British Aerospace Corp. is een van de grootste vliegtuigproducenten ter wereld. De chemische industrie staat in Europees perspectief op de derde plaats.
In Groot-Brittannië zijn sinds 1966 de industriële werkgelegenheid en de productie (als percentage van het bnp) aanzienlijk gedaald. Groei-industrieën hebben zich vooral in het gebied ten westen van Londen, als ook, maar geringer in omvang, in enkele Schotse steden gevestigd. Zie ook Noord-Ierland, Schotland, Wales.

BIOTECHNOLOGIE

Het Verenigd Koninkrijk is toonaangevend in Europa op het gebied van de biotechnologie, met name chemische, agrarische, farmaceutische en milieutechnologische bedrijven (ca. 550 bedrijven, ruim 40.000 werknemers). De regio’s South East Engeland (inclusief Oxford) en East England (inclusief Cambridge) herbergen veel biowetenschappelijke bedrijven.

ELEKTRONICA-INDUSTRIE

De Britse elektronica-industrie biedt aan meer dan 400.000 mensen werk en de omzet in deze sector neemt nog jaarlijks toe. De productie van computers, kantoorapparatuur, radio-, televisie-, en communicatieapparatuur groeide in de periode 1990-2000 hard.
De productie van medische en optische instrumenten en elektrische apparatuur verminderde in diezelfde periode.
De meeste werkgelegenheid, vooral administratieve en verkoopfuncties, in deze sector is in Zuid-Engeland te vinden. De computerindustrie is de grootste van Europa.

MACHINE- EN METAALINDUSTRIE

In deze sector werken ongeveer 300.000 mensen, vooral in het zuidoosten, het oosten en in de Midlands.
Britse bedrijven zijn vooral bekend door de mechanische machinebouw, en maken vooral brandstofmotoren, pompen, compressoren, tractoren, bouw- en grondverzetmachines en textielmachines.
Dit soort producten wordt vooral gekocht door nationale en internationale bedrijven in de constructie-, vliegtuig-, automobiel- en metaalwarenindustrie.
De staalindustrie is voornamelijk gevestigd in het zuiden van Wales. In Noord-Engeland, de Midlands en Yorkshire vindt veel nabewerking plaats. Het belangrijkste bedrijf in deze sector is Corus, het voormalige British Steel en gefuseerd met het Nederlandse Hoogovens. Corus biedt in het Verenigd Koninkrijk werk aan ca. 25.000 mensen, is de zesde grootste staalproducent ter wereld en de tweede producent in Europa. Veruit het grootste deel van de Britse staalproductie wordt in de bouw- en automobielwereld verwerkt.

AUTOMOBIELINDUSTRIE

De afgelopen twee decennia vond er een enorme groei plaats in de Britse automobielindustrie. In 2002 werden er ca. 1,8 miljoen auto’s geproduceerd in het Verenigd Koninkrijk en stond daarmee op de vierde plaats in Europa. De omzet bedroeg in 2002 40 miljard pond.
Grote spelers als Ford, General Motors, Toyota, Honda en Nissan zorgen voor een van de meest concurrerende en dynamische automobielindustrieën ter wereld.
Ca. een derde van de totale productie komt uit de West Midlands, waar de meeste autoproducenten en toeleveranciers gevestigd zijn.

VOEDINGS- EN GENOTMIDDELENINDUSTRIE

Een van de grootste sectoren van de voedingsmiddelenindustrie is de markt voor brood en ontbijtproducten. Alleen al de sandwichmarkt heeft een totale waarde van meer dan 3 miljard pond.
Britten drinken meer dan 2 liter melk per week en behoren daarmee tot de grootste melkdrinkers ter wereld. De Britse zuivelindustrie zorgt voor bijna 70% van de binnenlandse vraag naar kaas. In het Verenigd Koninkrijk worden meer dan 400 kaassoorten geproduceerd, met cheddar als de populairste.
Bier en whisky zijn traditioneel de belangrijkste alcoholische dranken in Engeland, de productie daarvan is belangrijk voor de werkgelegenheid.
Wijngaarden zijn te vinden in de zuidelijke helft van Engeland. Er wordt vooral witte wijn geproduceerd. Appel- en perencider worden voornamelijk in het westen en zuidwesten van Engeland geproduceerd. Bulmers, in 2003 overgenomen door brouwerij Scottish & Newcastle, is de grootste ciderproducent ter wereld.

Kleding- en modesector

De kleding- en modesector is een van de belangrijkste industrieën in het Verenigd Koninkrijk. De meeste bedrijven in de kledingsector zijn te vinden in de Midlands, Noord- en Oost-Londen en in het noordoosten. Er werken meer dan 200.000 mensen in deze sector.
De schoenenindustrie is sterk ontwikkeld in Northamptonshire, Leicestershire, Somerset en Lancashire. Er worden vooral veel schoenen geïmporteerd uit Azië en andere landen met lage lonen.

Handel

Groot-Brittannië is een van de belangrijkste handelsnaties ter wereld. Het land exporteert veel luchtvaartproducten, motorvoertuigen, elektrische apparaten, chemische producten, petroleum gerelateerde producten, tabak en machines. Vooral de uitvoer van ruwe grondstoffen groeide sterk in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Ook de uitvoer van diensten nam toe. Na de val van de dollarkoers is het Verenigd Koninkrijk wereldwijd de grootste netto-exporteur in het internationale dienstenverkeer.
Tegenover een relatieve afname van de economische betrekkingen met de landen van het Gemenebest sinds de jaren zestig staat een toename van de handel met de EU-landen.
Het Verenigd Koninkrijk heeft al jaren te maken met een tekort op de handelsbalans. Oorzaken voor dit tekort zijn de daling van de prijs van ruwe aardolie, een toename van de import en een grotere binnenlandse vraag.
In 2017 waren Duitsland, de Verenigde Staten, China, Frankrijk, Ierland en Nederland de belangrijkste handelspartners van het Verenigd Koninkrijk.

Banksector

In het Verenigd Koninkrijk zijn bijna 500 buitenlandse banken gevestigd, met vooral een buitenlandse clientèle. Met name Londen heeft natuurlijk een grote concentratie binnen- en buitenlandse banken. De verzekeringsmarkt is zelfs de grootste ter wereld. De effectenbeurs van Londen heeft na New York en Tokio de meeste noteringen.

De centrale bank, de ‘Bank of England’, is al opgericht in 1694. Zij zorgt voor het binnen- en buitenlandse betalingsverkeer, de uitgifte en verspreiding van muntgeld en bankbiljetten. Tevens is de Bank of England de huisbank van de regering. De bankensector zal veranderen als gevolg van de Brexit.

Verkeer

SCHEEPVAART

De Britse handelsvloot is in mondiaal opzicht betekenis aan het verliezen.Groot-Brittannië en Noord-Ierland tellen samen meer dan 300 grote en kleinere zeehavens. De belangrijkste havens zijn: Londen, Liverpool, Manchester, Southampton, Newcastle-upon-Tyne. De belangrijkste containerhaven is Felixstowe.
Een zeer klein deel van de kanalen en rivieren wordt gebruikt voor commerciële scheepvaart.

LUCHTVERKEER

Er zijn 21 grote commerciële luchthavens, waarvan Heathrow (Londen) verreweg de grootste is, met Gatwick als goede tweede.
Het in 1987 geprivatiseerde British Airways is de belangrijkste luchtvaartmaatschappij en genereert bijna de helft van de inkomsten van de Britse luchtvaartindustrie.

SPOORWEGEN

De Britse spoorwegen werden in 1947 omgevormd tot staatsbedrijf onder de naam British Railways. De lengte van het spoorwegnet bedraagt ca. 32.000 km. De spoorwegtunnel onder Het Kanaal werd in 1994 in dienst genomen.

WEGTRANSPORT

Het wegennet bestond in 2003 uit 391.701 km, inclusief hoofdwegen, die geheel ten laste komen van het rijk, waarvan 3000 km autoweg, 35.000 km zogenaamde ‘principal roads’, die deels ten laste komen van het graafschap waarin ze liggen, en ca. 304.000 km andere wegen, die vallen onder de financiële verantwoording van de plaatselijke autoriteiten. Pas in 1955 begon men met de aanleg van autowegen.
Vrachtverkeer over de weg is zeer belangrijk voor het binnenlandse transport; ca. 80% van alle goederen wordt per vrachtwagen vervoerd.

ENGELAND LINKS

Advertenties
• Engeland Arke Reizen
• Londen met NS Hispee
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Londen Hotels
• Autohuur Engeland
• Vertaler Nederlands Engels
• Engeland Vliegtickets.nl
• Engeland Kras Reizen
• Engeland Vliegtickets WTC
• Autoverhuur Sunny Cars Engeland
• Vakantiehuizen in Engeland
• Engeland Campings
• Engeland Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Campersite Engeland (N)
Dieren in Egeland (N)
Engeland Favorietje (N)
Engeland informatie - Reizendoejezo
Engeland Reisstart (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Engeland(N)
Reizendoejezo – Engeland (N)
Romans over Engeland (N)
Rondreis door Engeland (N)
Startpagina Engeland (N)
Vakantie Engeland Jouwpagina (N+E)
Zuid Engeland Fotoreportage
Artikelen en Reisverhalen over ENGELAND
  Reizen naar Engeland met ferry v..  Het perfecte mannenweekend in En..
  Mag je graag gokken en reizen  Schotland

Bronnen

Allport, A. / England
Chelsea House

Bowden, R. / Groot-Brittannië
Corona

Engeland, Wales
Lannoo

England
Lonely Planet

England
Rough Guides

Fuller, B. / Britain
Marshall Cavendish

Groot-Brittannië
Michelin Reisuitgaven

Locke, T. / Engeland
Van Reemst

Parsons, F.S. / Engeland
Van Reemst,

Schaedtler, K. / Highlights van Engeland en Wales
Gottmer

Somerville, C. / Groot-Brittannië
Kosmos-Z&K

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt mei 2019
Samensteller: Geert Willems