Landenweb.nl

SCHOTLAND
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Engels
  Hoofdstad  Edinburgh
  Oppervlakte  78.772 km²
  Inwoners  ca. 5.425.000
  (2017)
  Munteenheid  pond sterling
  (GBP)
  Tijdsverschil  -1
  Web  .uk
  Code.  GBR
  Tel.  +44

To read about SCOTLAND in English - click here

Steden SCHOTLAND

EdinburghGlasgow

Populaire bestemmingen VERENIGD KONINKRIJK

EngelandNoord-ierlandSchotland
Wales

Geografie en Landschap

Geografie

Schotland (Engels: Scotland; Duits: Schottland; Frans: L'Écosse) is het noordelijk deel van het eiland Groot-Brittannië, en ligt in het noordwesten van Europa. De totale landoppervlakte van Schotland, met inbegrip van de vele eilanden, is 77.213 km2 (incl. binnenwateren 78.764 km2) en is daarmee bijna twee keer zo groot als Nederland. Het vasteland meet van noord naar zuid maximaal 440 km en van oost naar west 248 km.

advertentie

Schotland vanuit een Satelliet

Foto Publiek Domein

Doordat de 10.000 kilometer lange kust over het algemeen diep is ingesneden, liggen maar weinig plaatsen meer dan 100 km van zee.

Het gebied omvat het voormalige koninkrijk Schotland en maakt deel uit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Schotland grenst in het noorden en westen aan de Atlantische Oceaan, in het oosten aan de Noordzee en in het zuiden aan Engeland.

Landschap

Schotland wordt landschappelijk over het algemeen verdeeld in drie gebieden: De Southern Uplands, de Central Lowlands of Midland Valley en de Highlands, de Schotse Hooglanden.

advertentie

Southern Uplands Schotland

Foto:charlie kennedy Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De bergen van de Southern Uplands zijn ronder en niet zo hoog als de bergen in het noorden Schotland. Eindeloze groene heuvels, bosrijke dalen en visrijke rivieren zijn kenmerkend voor het landschap. De hogere delen bestaan uit afgevlakte ‘moors’.

De heuvels in het grensgebied tussen Engeland en Schotland, de Borders en de heuvels in Galloway zijn voor het merendeel niet hoger dan 800 meter. De met bossen of heide bedekte of kale heuvels in de Borders worden doorsneden door dalen van rivieren, zoals de visrijke Tweed.

In het zuidwesten liggen de Galloway Hills waar bergen als de Merrick (843 m), de Criffel (569 m) en de Cairnsmore of Fleet opvallend bovenuit steken. Galloway heeft verder bossen en heidevelden en een woeste kustlijn.

advertentie

De rivier de Clyde bij Carmyle

Foto:James Denham Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

In de buurt van de Lowther Hills ontspringen rivieren Clyde en Tweed. De Nith, de Annan en de Esk monden uit in de Solway Firth. Meer naar het oosten liggen de Moorfoot Hills en de Lammermuir Hills, die de begrenzing vormen van de breuklijn Southern Upland Vault. Ten zuiden hiervan ligt het stroomgebied van de Tweed. De Tweed, die ontspringt in de Tweedsmuir Hills en eindigt in Engeland – waarmee een deel van de benedenloop tegelijk de grens vormt -, is in lengte de derde rivier van Schotland, na de Tay en de Clyde. De belangrijkste zijrivieren zijn de Yarrow, de Ettrick, de Gaia, de Leader en de Teviot.

advertentie

Trossachs National Park Schotland

Foto:Alexey Komarov Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De relatief vlakke Central Lowlands worden omringd door de Southern Upland Fault en de Highland Boundary Fault. De valleien en delta’s van de rivieren Clyde, Forth en Tray vormen een vruchtbare strook tussen de Atlantische Oceaan en de Noordzee. Op de meeste plaatsen komt komen de Central Lowlands niet boven de 122 meter hoogte uit, uitgezonderd bergmassieven als de Campsie Fells, de Kilpatrick Hills, de Ochil Hills en de Sidlaw Hills. De Lothian Plains worden alleen onderbroken door de Pentland Hills, in de buurt van Edinburgh.

De laaglanden strekken zich verder uit van de rivier de Forth en door tot aan de rivier de Tay. Heuvels als de Bass Rock en de North Berwick Law zijn van vulkanische oorsprong.

De Trossachs is een gebied met mooie ‘lochs’ en ‘lochans’ (binnenmeertjes), ‘glens’ (valleitjes) en ‘bens’ (bergen). Hier ligt ook het enige ‘lake’ van Schotland, het Lake of Menteith, dat om onbekende redenen eind 19e eeuw een Engelse benaming kreeg.

advertentie

Ben Nevis, hoogste berg van Schotland en Groot-Brittannië

Foto:Thincat in het publieke domein

Het grootste gedeelte van de Highlands of Schotse Hooglanden ligt boven de 900 meter en bestaat voornamelijk uit verlaten veen- en heidehoogvlakten. Verder wisselen langgerekte dalen, diepe ‘lochs’ (meren) en grillige granieten toppen elkaar af. De bergtoppen (‘cairns’) staan dikwijls volkomen geïsoleerd en bestaan hoofdzakelijk uit kwartsgesteenten.

De breuklijn Great Glen Fault loopt van de zeearm Loch Linnhe tot aan de Moray Firth en vormt de afscheiding tussen de Grampian Mountains en de North West Highlands. De Great Glen is een 150 kilometer lange scheur in de aardkorst en grotendeels gevuld met meren. Als een lint liggen hier in het kaarsrechte dal de beroemde Loch Ness, Loch Lochy en Loch Linnhe.

De Cairngorms beslaan een uitgestrekt gebied dat boven de 1067 meter ligt, met bergtoppen als de Cairn Gorm (1245 m), de Ben Macdui (1309 m) en de Braeriach (1295 m). In het gebied van de Monadhliath Mountains liggen een aantal hoge toppen, zoals de Ben Lawers (1214 m) en vooral de Ben Nevis (1344 m), de hoogste berg van geheel Groot-Brittannië.

Ook liggen hier de zoetwatermeren Loch Lomond (met een oppervlakte van 71 km2 het grootste inlands gelegen water van Groot-Brittannië), Loch Katrine, Loch Awe en Loch Tay, en de grootste rivieren van Schotland, de Spey, de Tay, de Dee en de Don.

De ruige hooglanden ten noorden en westen van de Great Glen Fault hebben maar een gemiddelde hoogte van 610 meter, onderbroken door enkele spectaculaire bergtoppen als de Suilven (731 m), de Canisp (846 m), de Quinag (808 m), de Ben Hope (927 m) en de Ben Loyal (764 m).

Eilanden

Tot Schotland behoren 186 bewoonde eilanden en ca. 600 onbewoonde, waarvan de meeste voor de noordelijke en westelijke kust liggen.

advertentie

Hebriden Schotland

Foto:Ben Coulson Attribution-ShareAlike 2.0 Generic (CC BY-SA 2.0) no changes made

De zeer grillige westkust telt talloze schiereilanden en zeearmen en een eind uit de kust liggen de Inner Hebrides en de Outer Hebrides. De Outer Hebrides is een eilandengroep 64 kilometer ten westen van het vasteland van Schotland, die plaatselijk bekend staan als de ‘Long Islands’. Ze strekken zich in een 208 kilometer lange, smalle boog uit vanaf de landtong Butt of Lewis in het noorden naar de kaap Barra Head in het zuiden. De noordelijkste eilanden Harris en het grotere Lewis vormen eigenlijk één eiland. Lewis is voor het grootste deel vlak, maar Harris loopt geleidelijk op tot hoge rotsachtige bergen in het noorden, met de piek van de 799 meter hoge Clisham als hoogste punt. Andere bekende eilanden zijn Barra, Vatersay, Saint Kilda en de Uist-eilanden North Uist, Benbecula en South Uist.

De eilanden die het dichtst tegen het vasteland liggen worden de Binnen-Hebriden (‘Inner Hebrides’) genoemd. Tot de Binnen-Hebriden behoren eilanden als Skye, Mull, Iona en Islay.

advertentie

Eiland Skye Schotland

Foto:Colin Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het vaak in de mist gehulde eiland Skye (Gaelic: Eilean A’Ceo ‘mistig eiland’) ligt voor de noordwestkust van Schotland en is een van de mooiste Schotse eilanden, met indrukwekkende zeearmen, rotsachtige pieken en prachtige uitzichten. Het is dan ook in toeristisch opzicht een van de populairste eilanden van Schotland. De zeearmen snijden zo diep in de landmassa dat, hoewel Skye maar tachtig kilometer lang en vijftig kilometer breed is, niet één deel van het eiland meer dan acht kilometer van de zee verwijderd ligt.

Het noordelijke deel van het eiland Arran wordt beheerst door bergen van rond 800 meter; het zuidelijke deel van Arran is minder bergachtig, maximaal 450-500 meter. De bergrug in het zuiden, de Cuillins, is ruim 1000 meter hoog en strekt zich uit van Loch Brittle in het westen naar Broadford in het oosten. De hoogste top is de Sgúrr Alasdair (1085 m)

Het Isle of Mull bestaat uit een contrastrijke combinatie van hoge bergen, desolate heidevlakten, veelvormige meren, langgerekte dalen, diepe inhammen, gladde zandstranden en grimmige rotsformaties. De hoogste piek op Mull is de Ben More (968 meter).

Iona was de bakermat van het christendom in Schotland. In 563 landde de Ierse missionaris Columba hier vanuit Ierland, en met zijn twaalf volgelingen stichtte hij op Iona een klooster, van waaruit zij de kerstening van Schotland, Engeland en later de rest van Europa begonnen.

Staffa is bekend door de zuilachtige basaltformaties en grote grotten, die diep daarin doordringen. Een van de grootste grotten is Fingal’s Cave (22 meter en 76 meter diep).

advertentie

Shetlandeilanden Schotland

Foto:Joe deSousa in het publike domein

In het noorden liggen boven de Pentland Firth twee grote eilandengroepen, de Orkney Islands met negentig eilanden en de Shetland Islands met ongeveer honderd eilanden (ca. 1426 km2).

Het landschap van de Shetland Islands bestaat voornamelijk uit boomloze, schrale heide- en veengebieden, doorsneden door talrijke kleine lochs. De kust wordt afwisselend door woeste rotsen en klippen of door lange zandstranden gevormd. De Shetlandeilanden liggen op ca. 160 km noord-noordoostelijk van het Schotse vasteland, ongeveer even ver als van Noorwegen en slechts zes graden ten zuiden van de poolcirkel. De belangrijkste eilanden zijn Mainland, Yell en Unst.

De Orkney-eilanden beslaan in totaal een oppervlakte van 3100 km2. Slechts twaalf kilometer scheidt de noordoostelijke kust van de zeventig eilanden, waarvan ongeveer een derde wordt bewoond. Het zuidelijkste eiland van Orkney is van het vasteland gescheiden door de Pentland Firth, die slechts 10 kilometer breed is. Fair Isle, St. Kilda en Rockall zijn op zichzelf staande, afgezonderde eilanden.

De Orkney-eilanden bestaan voor het grootste gedeelte uit zandsteen; het kale landschap bestaat voor 85% uit heuvelachtige, vruchtbare landbouwgrond.

Klimaat en Weer

advertentie

Rain over Beinn Eich, Luss Hills, Scotland

Foto:Michal Klajban Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Door de richting waarin de Schotse bergen liggen wordt het klimaat, naast de sterke zuidwestelijke winden, sterk beïnvloedt door de Atlantische Oceaan. Die zorgt ‘s winters in de lagere delen voor vrij zachte temperaturen. Kouder wordt het in de winter op de hoogvlaktes, in de bergen en aan de noordelijke kusten. In januari ligt de gemiddelde temperatuur tussen de 3-5°C en ’s nachts onder het vriespunt en de hoger gelegen bergen blijven dan maanden met sneeuw bedekt.

De zomers zijn over het algemeen vrij koel: de gemiddelde temperatuur in de maand juli is 13-15°C, maar ’s middags loopt deze vaak op tot boven de 20°C. Het wordt zelden warmer dan 24°C.

De meeste regen valt in de westelijke bergachtige gebieden, waar de zuidwestelijke winden zeer vochtige lucht van de Atlantische Oceaan meevoeren. Er valt gemiddeld rond de 2500 mm per jaar.

Men name de Outer Hebrides of ‘Western Isles’ worden vaak geteisterd door depressies met stormwinden en talrijke regenbuien. Aan de oostkust regent het aanzienlijk minder, met name in de maanden mei en juni. Opmerkelijk is dat de hoofdstad Edinburgh jaarlijks minder regen heeft dan De Bilt (676 mm tegen 763 mm). De natste maanden zijn juli tot en met november, en ook januari is meestal nat.

The gardens at Brodick Castle, Isle of Arran, Scotland.

Foto:Magnus Hagdorn Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Coll en Tiree liggen ten westen van het Isle of Mull in de open Atlantische Oceaan en staan bekend als de zonnigste eilanden van Groot-Brittannië. Op één eiland kunnen ook allerlei verschillen optreden. Zo valt in het westelijk deel van Rhum, een van de eilanden van de Binnenste Hebriden, maandelijks gemiddeld 110 mm neerslag, terwijl in Kinloch, slechts 8 kilometer oostelijker, maar liefst 230 mm per jaar valt.

Door de golfstroom is het klimaat van het eiland Arran vrij mild en hier en daar groeien zelfs palmbomen.

Planten en Dieren

Planten

In Schotland komen enkele vegetatietypen voor die karakteristiek zijn voor het Atlantische klimaat.

Bossen Schotland

Foto:Mathieu Bouchard Attribution 2.0 Generic (CC BY 2.0) no changes made

De bossen in Schotland zijn over het algemeen loofbossen. Beukenbossen komen op de wat armere gronden voor en daarnaast komen hier de altijd groene taxus, hulst en lijsterbes voor. In de wat vochtigere bossen vinden we een ondergroei van bosanemoon, bingelkruid, blauwe bosbes en adelaarsvaren.

Essenbosjes staan in West-Schotland langs de rivier de Nevis en op de berghellingen. De ondergroei is hier veel gevarieerder, met onder andere hazelaar, clematis, meidoorn, rode kornoelje. Op de bodem groeien bosvergeet-mij-nietje, lievevrouwebedstro en de bergnachtorchis.

Berkenbossen groeien in Schotland vanaf zeeniveau tot een hoogte van 600 meter. De bomen staan vrij ver uit elkaar .

Naaldbossen komen eigenlijk van nature niet voor in Schotland, de meeste naaldbomen zijn dan ook aangeplant.

Een groot gedeelte van de Highlands bestaat uit schrale, boomloze hoogvlakten. Zo’n 4000 jaar geleden zag het landschap er heel anders uit; het land was goeddeels met inheemse pijnbomen (Scots pine) bedekt. Deze oorspronkelijke bossen zijn bijna verdwenen en in de plaats daarvoor ontstond er een vier meter dikke moeras- en veenlaag. Natuurlijke Scots Pine-bossen komen alleen nog voor op de centrale en oostelijke Highlands. Deze zogenaamde Caledonische dennenbossen worden vaak vergezeld door lijsterbes, zachte berk en ratelpopulier. De bodem wordt bedekt door jeneverbes, struikheide, vossenbes en tormentil.

Schotland staat bekend om zijn uitgestrekte heidevelden, die in stand worden gehouden door beweiding, afplaggen of afbranden van de hei. Er zijn verschillende soorten heide.

Heideland met Fazant Schotland

Foto:Peter Aikman Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Het droge type is te vinden in Oost-Schotland en heeft een vrij gesloten begroeiing met struikheide, rode dopheide, kraaiheide, berendruif, blauwe bosbes en vossenbes. De bodem is hier bedekt met mossen en korstmosssen.

Op voedselarme plaatsen in vooral West-Schotland ontstaat natte heide, met vooral dopheide en verder enkele soorten wilg, pijpenstrootje, gagel, veenpluis en veenbies.

In gebieden van natte heide kunnen zich gemakkelijk venen ontwikkelen. Waar de humuslaag elk jaar dikker wordt, ontstaat spreihoogveen of ‘blanket bogs’, een dunne laag veen die als een deken over de toppen en hellingen van heuvels ligt. Hier groeien onder andere heidekartelblad, beenbreek, veenmos, pijpenstrootje, knopbies, vetblad en ronde zonnedauw.

In dalen kan zich lenshoogveen of ‘raised bogs’ ontwikkelen, met veenpluis, veenbes, dopheide en struikheide als belangrijkste begroeiing. In aanwezige poeltjes groeit onder meer klein blaaskruid, waterlobelia en waterdrieblad.

Laagveen ontwikkelt zich onafhankelijk van regenwater en ontstaat in valleien.

Het milde klimaat van Schotland zorgt voor halfnatuurlijke graslanden. De rijkste graslanden komen vooral in de rivierdalen voor, waar de grond neutraal en vrij vochtig is. Hoe hoger de begrazing en het mestgehalte door koeien en schapen is, hoe minder soorten er voorkomen. In deze soortenarme weilanden komen voooral voor: Engels raaigras, kropaar, ruw beemdgras en kruiden als witte klaver, paardebloem, akkerhoornbloem en scherpe boterbloem.

Taxus van Fortingale Schotland

Foto:Mogens Engelund Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Op de groene helling van de berg Ben Lawers in Pertshire bij de uitgang van het dal Glen Ogle staat de Fortingall Yew, de ‘taxus van Fortingall’. De ruim 3000 jaar oude boom is misschien wel de oudste in heel Europa.

De flora van de Schotse Hooglanden is zeer gevarieerd: ruim 900 van de in totaal 1700 plantensoorten die in Groot-Brittannië gesignaleerd, komen hier voor. De distel, hét symbool van Schotland en Primula scotia (Schotse sleutelbloem) zijn de bekendste. Sinds de Middeleeuwen heeft men planten gebruikt ter aanduiding van de verschillende clans. Rond 1470 kozen de Schotse koningen de distel voor het eerst als koninklijk symbool. De roze bloeiende sleutelbloem komt alleen maar in Noord-Schotland en de Orkney-eilanden voor en verder nergens op de wereld. In gebieden waar sneeuw lang blijft liggen, kan alleen speciaal aangepaste flora overleven, zoals vrouwenmantel, sibbaldia en levermos.

De gele steenbreek komt veel voor in het noordpoolgebied, maar kan ook geregeld worden gezien op de Schotse heidevelden.

In het gehucht Meikleour staat een reusachtige beukenhaag die met ongeveer 27 meter de hoogste ter wereld is. Hij werd geplant in 1747 en groeit nog steeds.

De kleine roze Primula scotia komt nog voor op enkele kliffen van de Orkney-eilanden voor.

Dieren

Steenarend Schotland

Foto:Paul Wordingham Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Roofvogels

De meest indrukwekkende verschijning, en tevens een nationaal symbool, is de steenarend, die nog onder andere voorkomt op het eiland Skye, de Buiten-Hebriden en de noordwestelijke hooglanden. In 1985 is de zeearend weer uitgezet en ook de visarend en de blauwe kiekendief bouwen weer nesten in Schotland. De slechtvalk komt nog vaak voor in de Highlands.

Hoenderachtigen

In 1770 werd het auerhoen in Schotland uitgezet, het grootste exemplaar uit de familie der ruigpoothoenders. Het Schotse sneeuwhoen leeft vooral op open heidegronden, het korhoen (grouse) zowel op de heide als aan de bosrand. Het alpensneeuwhoen huist hoog in de bergen.

Zeevogels

De Schotse kliffen en eilanden vormen een goede leefomgeving voor een groot aantal soorten zeevogels, onder andere papegaaiduikers, zeekoeten, drieteenmeeuwen, alken, noordse stormvogels en jan-van-gents.

Zoogdieren

Reeën komen nog volop voor in de bossen, evenals vossen, hazen en konijnen. Dassen en otters komen veel minder voor, terwijl wilde katten (‘Scottish tiger’) en marters alleen te vinden zijn in afgelegen veen- en bosgebieden te vinden en hermelijnen alleen in het noorden van Schotland. Rode eekhoorns komen voor is de Hooglanden, grijze eekhoorns in de Laaglanden. Halfwilde dieren zijn Schotse highlanders, Shetland pony’s en veel schapensoorten. Op de heidevelden leeft de sneeuwhaas.

Diversen

Alleen op de eilanden Colonsay en Islay leven zeer zeldzame alpenkraaien met opvallende rode poten en rode snavels.

In de veenmoerassen van Flow Country in de noordelijke graafschappen Sutherland en Caithness broeden zeldzame waadvogels als de groenpootruiter, smelleken, parelduiker en verder kievit, tureluur, bonte strandloper, wulp, duikvogel. Deze dieren worden bedreigd door de aanleg van enorme dennen- en sparrenbossen.

Red Deer Scotland

Foto:Mehmet Karatay Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Schotse Hooglanden is het leefgebied van enkele symbolen van Schotland, de steenarend en het edelhert, waarvan er in de Hooglanden meer dan 300.000 leven. Bijzondere vogels in dit gebied zijn de auerhoen, de kwartelkoning en het bedreigde moerassneeuwhoen. In de bergen en op de ‘moors’ ontmoet men verder nog volop damherten, reeën, wilde geiten, boskatten, wezels, dassen, vossen, hazen, konijnen, eekhoorns en aan de kust zeehonden en kegelrobben, dolfijnen, bruinvissen, otters en soms een enkele walvis.

Er leven in Groot-Brittannië ongeveer 3000 boommarters, allemaal in Schotland.

Tot in de 12e eeuw leefden er nog volop rendieren in Schotland. Voornamelijk door de jacht raakten ze uitgestorven, maar recent zijn er een aantal kuddes uitgezet op de hellingen van de Cairngorms.

Wat vogels betreft komen in de bergen de gouden arend, buizerd, torenvalk, sperwer, morinelplevier, sneeuwgors en raaf voor. Op de ‘moors’ vinden we de slechtvalk, blauwe kiekendief, pieper, veldleeuwerik en korhoen. In de naaldbossen zijn veel zaadeters als kruisbek, vink en barmsijs te vinden; grauwe vliegenvanger en gekraagde roodstaart leven van insecten uit het bos. Aan de kust zijn watervogels sterk vertegenwoordigd, onder andere zeekoeten, alken, stormvogels, drieteenmeeuwen, kuifaalscholvers, papegaaiduikers en noordse sterns. Verschillende soorten ganzen, zwanen en eenden behoren tot de overwinteraars. Schotland heeft nog een aantal redelijk schone zalmrivieren.

Shetland Pony's Schotland

Foto:Paul Buckingham Attribution-ShareAlike 2.0 Generic (CC BY-SA 2.0) no changes made

Er leven op de Shetland-eilanden acht maal zoveel schapen als mensen, maar de eilanden zijn het meest bekend vanwege de Shetland-pony’s. Omdat de eilanden weinig bossen hebben, zijn er niet meer dan vijftig broedende soorten vogels, zoals jan-van-genten, zilvermeeuwen, zwarte zeekoeten, grote jagers of ‘bonxies’, noordse stormvogels en papegaaiduikers. Op een boottocht rond de eilanden heeft men grote kans om zeehonden, dolfijnen en bruinvissen tegen te komen.

Rond de Orkney-eilanden zijn meer dan 200 soorten algen gevonden, inclusief microscopisch kleine wiertjes; zeekomkommer is er een van en verder zijn nog het vermelden waard het slakje blauwe gibulla, slangster, grote Noordzeekrab, zwemkrab, kokkel en blauwe zeekreeft. Tussen en boven de onderzeese wierwouden zwemmen veel vissen: haring, zalm, kabeljauw, makreel, zandspiering, grondel, platvis en rode poon. Otters en zeehonden komen vrij veel voor, met name de grijze zeehond. De meest algemene grote walvis op Orkney is de griend. Met wat geluk kan men ook orka’s, gewone vinvissen en dwergvinvissen tegenkomen. De witsnuitdolfijn is de meest voorkomende dolfijnachtige; ook de grijze dolfijn (ook wel Risso’s dolfijn) en de witflankdolfijn zijn regelmatig te zien. De tuimelaar en de gewone dolfijn zijn zeldzaam.

Het nationale 'dier' van schotland is de mythische eenhoorn.

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

Knapp of Howar, een huis uit 3500 v.Chr

Foto:onbekend Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ca. 8500 jaar v.Chr., na de laatste ijstijd, moeten er al mensen gewoond hebben in Schotland. Gezien de archeologische vondsten die er gedaan zijn waren ze waarschijnlijk afkomstig uit Spanje of Frankrijk. Zo vond men op de Orkney-eilanden een grafkamer die sterke overeenkomsten vertoonde met vondsten op het Iberisch schiereiland. Stenen bijlen wijzen op de komst van handeldrijvende Ieren. Op dat moment was de strook land tussen Frankrijk en Engeland nog niet volledig door het Kanaal overspoeld. Vandaar dat deze prehistorische nomaden ongehinderd tot op ‘Engels’ grondgebied konden doordringen.

Rond 3000 v.Chr. kwamen er immigranten uit de Lage Landen en Rijnland, de ‘Beaker People’ (Bekervolk). Deze immigranten vermengden zich later met de al aanwezige Picten. Van de Picten is erg weinig bekend. Van dit volk, vijanden van de Romeinen, werd voor het eerst melding gemaakt in 297 n.Chr. Toen het Romeinse rijk in 409 n.Chr. in verval raakte, werden de in het zuidoosten wonende Picten verdreven door de Keltische Scotii. In de 10e eeuw was er van de Picten en de Pictische cultuur niets meer over.

De beroemde megalithische monumenten van Schotland werden opgericht tussen 2000 en 1500 v.Chr. door een volk dat vermoedelijk uit het Middellandse-Zeegebied afkomstig was.

Aan het begin van de ijzertijd, ca. 800 jaar v.Chr. trokken Keltisch sprekende stammen vanuit Midden-Europa richting Schotland.

Romeinse ‘overheersing’

Pictische symbolische steen Schotland

Foto: Catfish Jim and the soapdish at English Wikipedia Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Romeinen probeerden vanaf 43 n.Chr. het Britse eilandenrijk (Latijns: Britannia) onder controle te krijgen, en voor wat betreft Engeland en delen van Wales was dat in het jaar 78 al aardig gelukt. Schotland (Latijns: Caledonia) was echter een heel ander verhaal, want de ontoegankelijke Highlands waren een onneembare vesting en de plannen voor de verovering van Schotland werden al snel opgegeven.

De Romeinen waren zo bang voor invallen vanuit het noorden door de Caledoniërs, dat keizer Hadrianus (117-138) in 122 langs de grens (‘limes’), een 110 kilometer lange verdedigingsmuur (Hadrian’s Wall) liet bouwen. Nog wat noordelijker werd door Antoninus Pius (138-161) in 140 een tweede verdedigingsmuur gebouwd, ‘Antonine’s Wall’. De Romeinen zouden tot het begin van de 5e eeuw de scepter zwaaien over Groot-Brittannië, maar hadden vanaf 368 al geen enkele macht meer in Schotland. Rond 400 n.Chr. verlieten de Romeinen hun noordelijke buitenposten en Schotland werd verdeeld onder vier volken, elk met hun eigen heerser. De Picten en de Schotten zijn de twee belangrijksten. In 407 verlieten de laatste Romeinen Engeland, op de vlucht voor de toenemende opstanden.

Middeleeuwen

Kenneth I MacAlpin, Koning of Schotland (843-63)

Foto:publiek domein

Na de Romeinen vestigden zich dus vier volken in het gebied dat Schotland zou gaan uitmaken, waaronder de rivaliserende Picten en Schotten (Scots). De Schotten kwamen oorspronkelijk uit Noord-Ierland, dat toen Scotia heette. Zij staken in de 5e eeuw over naar het vasteland en noemden hun koninkrijk ‘Dalriada’, dat ‘Koninkrijk van de Scots’ betekende. Pas in de 10e eeuw kwam de naam Schotland in zwang. Een belangrijke datum was het jaar 563 toen de Ierse monnik Sint Columbanus zich op het eiland Iona vestigde, en van daaruit het christendom over Noordwest-Europa begon te verspreiden.

In 843 verenigden Picten en Scots zich onder Kenneth I MacAlpin, die koning werd van Alba, het latere koninkrijk Scotia. Beide volkeren waren inmiddels tot het christendom bekeerd en het Gaelic, de taal van de Schotten, werd langzamerhand de landstaal. Opmerkelijk was dat de cultuur van de eens zo machtige Picten volledig zou verdwijnen.

Ondertussen waren ook de Germaanse Angelen vanuit het gebied rondom de monding van de Elbe naar Noord-Engeland (Northumbria) getrokken en zij vestigden zich in het tegenwoordige Lothian. Verder woonden in de Lowlands de Bretons en vanaf 890 begonnen de invallen van de Vikingen, die de Western Isles 370 jaar bezet hielden en de Shetland- en Orkney-eilanden bijna 600 jaar.

Het Koninkrijk Schotland

De regeringszetel van het verenigd koninkrijk Scotia werd door koning Kenneth I gevestigd in Scone, waar ook bijna al zijn opvolgers gekroond zouden worden. Gezeten op de heilige ‘Stone of Scone’ (Stone of Destiny) werden de koningen gekroond.

Onder Malcolm II breidde Scotia zich naar de huidige zuidgrens van Schotland uit. In 962 werd Edinburgh onder de invloed van de Schotse vorst gebracht, en de Angelen werden in 1018 onderworpen.

In 1034 werd Duncan I de eerste koning van een verenigd Schotland, inclusief Lothian. Alleen de gebieden waar de Vikingen woonden waren hiervan uitgesloten.

Duncan I Koning van Schotland (1034-1040)

Foto:publiek domein

Duncan I werd in 1040 vermoord door Macbeth (Shakespeare), die in 1057 weer werd verslagen door de zoon van Duncan, Malcolm III ‘Ceann Mor’ (Groothoofd).

In 1066 (Slag bij Hastings) werd Engeland veroverd door William the Conqueror, de hertog van Normandië. Enkele maanden later liet hij zich in Londen tot koning William I van Engeland kronen en werd het Engels als officiële taal zelfs vervangen door het Frans. Uit deze vermenging van twee talen zou later het moderne Engels ontstaan. In deze tijd nam ook de macht van de kerk enorm toe. De koningen gaven de kerk grote schenkingen in ruil voor steun tegen eventuele vijanden.

Door huwelijken tussen Engels en Schotse adel ontstonden er op grote schaal verstrengelingen van belangen, resulterende in veel conflicten en onrust. David I, zoon van Malcolm III, veroverde bijna geheel Northumbria, het huidige Noord-Engeland. Zijn kleinzoon William the Lion voerde op zijn vaandel voor het eerst de staande, rode Schotse leeuw op. Tot 1286 kwam Schotland in een wat rustiger vaarwater terecht en konden economie en cultuur onder de koningen Alexander II en Alexander III opbloeien.

Onafhankelijkheidsoorlog (1297-1328)

Standbeeld Robert the Bruce Schotland

Foto:Aaron Bradley Attribution-ShareAlike 2.0 Generic (CC BY-SA 2.0) no changes made

De dood van Alexander III in 1286 zette een opvolgingscrisis in gang, en een lange, bloedige strijd voor Schotse onafhankelijkheid.

Alexander had geen erfopvolger, en toen hij overleed werd zijn driejarige kleindochter Margaret, dochter van de koning van Noorwegen, in 1286 koningin van Schotland. In 1290 stierf zij echter onverwacht en er ontstond een machtsvacuüm.

Niet minder dan dertien troonpretendenten maakten aanspraak op de troon, maar Edward I van Engeland wees in 1292 de achterkleinzoon van David I, John Baillol, als koning van Schotland aan. Tot grote ergernis van Edward sloot deze Baillol in 1295 een bondgenootschap met Frankrijk (The Auld Alliance). Edward reageerde hierop door troepen te sturen, en hij veroverde een deel van Schotland en nam de befaamde ‘Stone of Scone’ mee.

De volgende aanvoerder van de Schotten, William Wallace, zou uitgroeien tot een Schotse held. Hij bracht de Engelsen een nederlaag toe bij Stirling (1297), maar moest uiteindelijk toch het onderspit delven in 1298 bij Falkirk. In 1305 werd hij gevangen genomen door de Engelsen en in Londen veroordeeld, opgehangen en gevierendeeld.

In 1306 liet een nieuwe Schotse held zich tot koning kronen, Robert I ‘The Bruce’. Hij probeerde de Lowlands op de Engelse koning Edward II te heroveren en op 24 juni 1314 versloeg hij een groot Engels leger bij Bannockburn, in de buurt van Stirling.

Met de ‘Declaration of Arbroath’ in 1320 werd de onafhankelijkheid van Schotland uitgeroepen door de edelen van Robert Bruce, maar pas in 1328 erkende de Engelse koning Edward III bij het Verdrag van Northampton de soevereine status van Schotland. Robert The Bruce heeft hier niet lang van kunnen genieten, hij stierf in 1329.

Het Huis Stewart (later Stuart)

Koning James IV of Scotland

Foto:publiek domein

In 1326 sloot Robert Bruce een bondgenootschap met Frankrijk en de voornaamste begunstigden waren de leden van de Stewart- (of Stuart-) familie. Ze ontleenden hun naam aan hun functie van ‘High Stewarets’ (kamerdienaren) van de koning en stamden af van de Fitzalans, Normandiërs, die in 1066 met William the Conqueror naar Engeland waren gekomen.

In 1371 kwam de eerste koning van het huis Stewart aan de macht, Robert II. De 15e eeuw stond in het teken van voortdurende conflicten met de Engelsen, maar ook intern was er veel strijd en onenigheid. Opmerkelijk was dat in de 15e en 16e eeuw bijna alle Schotse koningen als kinderen op de troon kwamen. De Stuart-vorsten James I, II en III, die achtereenvolgens heersten tussen 1406 en 1488, kwamen als kind op de troon en kwamen allemaal gewelddadig aan hun einde. Dit gaf de adel de kans zich te verzekeren van bijna koninklijke privileges, waardoor de macht van de centrale regering sterk afnam.

In 1503 trouwde koning James IV met Margaret Tudor, de dochter van Henry VII van Engeland, en hun nazaten mochten weer aanspraken maken op de Engelse troon. James IV knoopte weer banden aan met Frankrijk, en kwam daardoor in oorlog met Henry VIII van Engeland. In 1513 werd het Schotse leger in de slag van Flodden Hill vernietigend verslagen en ook James IV kwam om in de strijd.

James V besloot daarop om de banden met de Fransen nog sterker aan te halen en trouwde in 1537 zelfs met een dochter van François I en nog later met de Franse prinses Marie de Guise.

Het vooral katholieke Schotland kwam in de 16e eeuw in de ban van de Reformatie. De protestanten onder leiding van John Knox zochten steun bij het al hervormde Engeland.

Tijdperk Mary Stuart (1542-1567)

Mary Stuart, Queen of Scots

Foto:publiek domein

James V stierf in 1542 en werd opgevolgd door zijn dochter en enige erfgename, de latere Mary Stuart, Queen of Scots. Zij was nog maar negen maanden oud toen zij tot koningin van Schotland gekroond werd, en tevens als kleindochter van de Engelse Henry VII als eerste in aanmerking kwam voor de Engelse troon. Haar moeder, Marie de Guise, vervulde vanaf 1554 het regentschap en liet Mary opvoeden aan het Franse hof. Het was dan ook niet vreemd dat ze in 1558 trouwde met de Franse kroonprins François II.

Ook in 1558 werd Elizabeth I koningin van Engeland, maar zij werd niet door Frankrijk als zodanig erkend. Zij was namelijk een dochter uit een kerkelijk onwettig huwelijk, vandaar. Toen de koning van Frankrijk in 1559 stierf, kwam de toen 16-jarige Mary samen met haar echtgenoot op de Franse troon en later riep ze zichzelf ook uit tot koningin van Engeland.

Toen Mary achttien jaar oud was, keerde ze terug naar Schotland als weduwe van de Franse kroonprins. In 1565 trouwde ze met haar neef Henry Stewart, Lord Darnley, die echter in 1567 werd vermoord. Op 19 juni 1566 had Mary het leven geschonken aan een zoon, James VI van Schotland, de latere James I van Engeland. In 1567 trouwde ze met James Hepburn, Earl of Bothwell, die ervan verdacht werd betrokken te zijn geweest bij de moord op Darnley. Dit ontketende een ware opstand en protestantse edelen pleegden in datzelfde jaar nog een staatsgreep en zetten Mary gevangen. Ze werd gedwongen om af te treden en een regentschapsbestuur voor haar zoon te benoemen. In juni 1567 werd James VI tot protestantse koning van Schotland gekroond, maar stond onder het regentschap van Mary’s halfbroer James Stewart, Earl of Moray, en onder Engelsgezinde lords.

In 1568 wist Mary uit haar gevangenis te ontsnappen en ze vluchtte naar Engeland om hulp te zoeken bij haar nicht Elizabeth I. Door haar aanspraken op de Engelse troon werd zij niet bepaald vriendschappelijk ontvangen, integendeel, zij werd 19 jaar lang in ballingschap gehouden op Fotheringhay Castle en op 8 februari 1587 onthoofd.

Zeventiende eeuw

King Chrles I of Scotland

Foto:publiek domein

De zoon van Mary, James VI van Schotland (de laatste Stuart-koning), volgde in 1603 zijn nicht Elizabeth I op en werd James I van Engeland. Machtsbelust als hij was probeerde hij zijn zoon Charles te koppelen aan de katholieke Henriëtte Marie van Frankrijk. Deze Charles volgde in 1625 zijn vader James VI op en wilde de calvinistische Kerk in Schotland naar anglicaans model veranderen. Dit leidde tot een Schotse opstand in 1639 en na grote problemen met het Engelse parlement vluchtte hij naar het hem nog goed gezinde Noord-Engeland.

Uiteindelijk volgde er in 1642 toch een burgeroorlog, gewonnen door Oliver Cromwell en zijn New Model Army. In januari 1649 werd Charles veroordeeld en op 30 januari onthoofd. Cromwell liet er geen gras over groeien en schafte de monarchie af en riep de republiek uit en Engeland, Ierland en Schotland werden verenigd tot één ‘commonwealth’ (gemenebest). Dit werkte echter niet en na de dood van Cromwell in 1660 kwam Charles II op de troon, die Schotland vanuit Engeland regeerde.

De kinderloze Charles werd opgevolgd door zijn broer, James VII van Schotland (tevens James II van Engeland). James was een katholiek en werd in 1688 afgezet ten faveure van zijn dochter Mary, die in Holland getrouwd was met de protestantse prins Willem van Oranje (William of Orange). Zowel de Engelsen als de Schotten vonden namelijk een katholieke koning onaanvaardbaar en op verzoek van het Engelse parlement landde Willem op 5 november 1688 op Engelse bodem. In 1689 werden Willem en Mary tot koning William III en koningin Mary II gekroond en James VII vluchtte naar Frankrijk (‘The Glorious Revolution’).

Sommige Schotten, de meesten Hooglanders, bleven trouw aan James. Deze zogenaamde Jakobieten kwamen in opstand en op 27 juli 1689 werd een leger van Willem verslagen bij de pas van Killiecrankie. In 1702 volgde koningin Anne Willem op, maar het Engelse parlement was vastbesloten de tronen van Engeland en Schotland verder uit de handen va de Stuarts te houden. Men wendde zich tot keurvorstin Sophie van Hannover, een kleindochter van James VI. De Schotten werd beloofd dat als ze de opvolging door het Hanoveriaanse huis zouden aanvaarden, hen veel belangrijke handelsconcessies zou worden verleend. Er was echter één zeer belangrijke voorwaarde: Engeland en Schotland moesten zich onder één parlement verenigen!

In 1690 werd er nog een wet uitgevaardigd die de Presbyterian Church of Scotland definitief als staatskerk erkende.

Schotland en Engeland samen

Bonnir Prince Charlie

Foto:Publiek domein

In Edinburgh en elders braken opstanden uit maar de oppositie was ernstig verdeeld en op 1 mei 1707 werd het Verdrag van de Unie (Act of the Union) door Schotland en Engeland ondertekend, waarmee het Schotse parlement zichzelf ophief en Schotland als staat ophield te bestaan en Groot-Brittannië een feit was.

Economisch was het voor Schotland een goede zaak omdat Engeland ondertussen was uitgegroeid tot een economische wereldmacht. Voor Engeland was het interessant omdat een potentiële vijand aan de noordgrens kwijt was.

Toch was niet iedereen gecharmeerd van de overeenkomst met de Engelsen en er waren nog verschillende aanhangers van het huis Stuart te vinden. Een daarvan was Charles Edward Stuart, de kleinzoon van de naar Frankrijk gevluchte James II. Hij werd ook wel ‘young pretender’ of ‘Bonnie prince Charlie’ genoemd en hij probeerde in 1745 de Engelse koning George II ten val te brengen, om zodoende zijn vader James Edward Stuart (James VIII) op de Britse troon te krijgen. In het dal van Glenfinnan hees hij op 19 augustus 1745 de standaard van het Huis Stuart en riep zijn vader uit tot koning James VIII van Schotland (tevens James III van Engeland) en zichzelf tot regent.

Op 16 april 1746 werden de jacobieten echter in de Slag bij Culloden verslagen door Engelse troepen onder leiding van de duke of Cumberland. Bonnie Prince Charlie wist uiteindelijk naar Italië te ontsnappen en Cumberland elimineerde alle Schotse verzetshaarden.

Na de Slag bij Culloden werden er voor de Schotse Hooglanden strenge maatregelen afgekondigd. Het was voortaan wettelijk verboden tartan te dragen, doedelzak te spelen en wapens bij zich te hebben. De banden tussen clan en clanhoofd werden verbroken en zouden eigenlijk nooit meer hersteld worden.

Schotland 1745 – 1850

Robert Burns dichter SchotlandFoto:publiek domein

Na de nederlaag veranderde het leven op de Highlands van Schotland zeer ingrijpend. De betekenis van de clans nam af en men stapte van de traditionele veeteelt over op de schapenteelt. Belangrijkste voedsel voor de arme boeren waren aardappelen en na een misoogst emigreerden duizenden Schotten naar Canada, Australië en de Verenigde Staten. Veel Highlanders vertrokken ook naar de grote steden Edinburgh en Glasgow, waar door de komst van nieuwe industrieën werk te vinden was. Deze tijd van ontvolking wordt de Highland Clearances genoemd, die globaal duurde van 1780 tot 1820. Dit was ook de tijd van de zogenaamde Schotse Verlichting, een intellectuele, wetenschappelijke en commerciële bloeiperiode. In de tweede helft van de achttiende eeuw kreeg Schotland te maken met de industrialisatie en was er een enorme opleving van activiteiten in vele bedrijfstakken. Hierdoor veranderde Schotland in de 18e eeuw van een van de armste landen in Europa tot een staat met een redelijke welvaart.

De poëzie van Robert Burns tenslotte en nog meer de historische romans van Sir Walter Scott droegen ertoe bij dat in Schotland het bewustzijn van de nationale identiteit en tradities bewaard bleef.

Schotland 1850-2000

Standbeeld Donalf Dewar Schotland

Foto:douglas sheehan Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 1888 werd de Scottish Labour Party opgericht en in 1928 de National Party of Scotland, ook een linkse partij die zich echter volledig van Engeland wilde afscheiden. Dit ging veel Schotten op dat moment veel te ver en als reactie daarop werd in 1934 de gematigde Scottish National Party opgericht die zelfbestuur binnen het Gemenebest nastreefde. Sinds 1945 is de Labour Party de grootste partij in Schotland. De leider van deze partij, Donald Dewar, werd na de verkiezingen van 6 mei 1999 de premier van het nieuwe, semi-autonome bestuur van Schotland.

Dit mooie resultaat voor Schotland kwam na een lange tijd van ‘devolution’ (decentralisatie) en het streven naar ‘home rule’. In 1707 werd het Schotse parlement samengevoegd met het Engelse. In de 20e eeuw werden er echter weer veel bevoegdheden overgeheveld naar The Scottish Office, het ministerie van het Verenigd Koninkrijk dat belast was met Schotse zaken. De desbetreffende minister was nog steeds wel verantwoording schuldig aan het parlement in Londen.

In de jaren zestig van de vorige eeuw werd er weer veel gepraat over de vraag of er weer een Schots parlement moest komen. Eind jaren zeventig werd er een poging tot verzelfstandiging ondernomen door de Labour-regering, die echter totaal mislukte. Schotland had toen te lijden onder een stakingsgolf en Labour verloor de verkiezingen en kwam pas in 1997 weer terug aan de macht. Labour won door onder andere te beloven dat decentralisatie van de macht naar Schotland centraal zou staan in het nieuwe beleid. In 1996 werd de Schotse kroningssteen, de Stone of Scone, met veel ceremonieel na meer dan 700 jaar teruggegeven aan Schotland.

Op 24 juli 1997 presenteerde de Britse regering een boek getiteld: Scotland’s Parliament. In dit boek werd de instelling van een Schots parlement voorgesteld dat bevoegdheden zou hebben op wetgevend gebied en het recht op het heffen van belastingen. Op 11 september 1997 werd hierover een referendum in Schotland gehouden en bijna driekwart van de Schotten stemde voor de instelling van een parlement. Op 17 december 1997 werden alle wetsvoorstellen (Scotland Bill) die in november 1998 na koninklijke goedkeuring een Act werd.

Schotland 21e eeuw

Parlemetsgebouw Schotland

Foto:Kim Traynor Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Op 6 mei 1999 werden de eerste verkiezingen voor een Schots parlement gehouden; de Labour Party kreeg 56 van 129 zetels in het parlement, de Scottish National Party (SNP) 35. Labour vormde een coalitie met de gematigde Liberal Democrats, die met 17 zetels als vierde partij eindigden. De Conservatieven wonnen 18 zetels. Op 1 juli van dat jaar kwam het parlement voor het eerst bijeen in Edinburgh.

Of men volledige onafhankelijkheid nastreeft is nog niet helemaal duidelijk, maar het devolutie-streven (zelfbestuur en decentralisatie – ja, afscheiding van Groot-Brittannië – nee) uit de 18e eeuw is nu een feit geworden.

Het Schotse Parlement (The Scottish Parliament) telt 129 zetels, met de volgende partijen:

Scottish National Party (separatistische sociaaldemocraten)

Scottish Labour Party (federalistische sociaaldemocraten)

Scottish Conservative and Unionist Party (unionistische conservatieven)

Scottish Liberal Democrats (federalistische liberalen)

Scottish Green Party (separatistische groenen)

Onafhankelijken

Nicola Sturgeon Schotland

Foto:Kenneth Halley Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Sinds de verkiezingen van 2011 leidt Alex Salmond van de Scottish National Party een meerderheidskabinet. In september 2014 spreekt de Schotse bevolking zich in een referendum uit dat Schotland binnen het Verenigd Koninkrijk blijft. In 2016 klinkt de roep om onafhankelijkheid weer sterker. De Schotten willen binnen de EU blijven en het Verenigd Koninkrijk heeft per referendum besloten om buiten de EU verder te gaan. Ondertussen heeft Nicola Sturgeon sinds 2014 het stokje overgenomen van Alex Salmond. Ze doet het vooral goed bij verkiezingen voor het parlement van het Verenigd Koninkrijk. Bij de laatste verkiezingen van 2019 haalde haar SNP 48 zetels van de 59 zetels die er voor Schotland te vergeven zijn. De SNP en de meeste Schotten zijn pro EU.

Zie verder ook de geschiedenis van Engeland op Landenweb.

Bevolking

Sinds 1901 (4.472.000 inwoners; op dit moment (2017) ca. 5,3 miljoen) is het inwonertal van Schotland slechts matig gestegen. Deze geringe bevolkingstoename werd veroorzaakt door een vertrekoverschot; naar schatting wonen meer dan 20 miljoen Schotten en afstammelingen van hen over de gehele wereld verspreid.

Schotland is met ca. 65 inwoners per km2 een van de dunst bevolkte gebieden in Europa. Het grootste deel van de bevolking (ca. 80%) woont in het centrale laagland (‘Central Belt’), in de industriële driehoek Dundee, Edinburgh, Glasgow. De rest van het land, afgezien van het noordoosten, is dun bevolkt. De vier grootste steden zijn: Glasgow (600.000 inwoners), Edinburgh (500.000), Dundee (141.000) en Aberdeen (211.000). De zuidelijke Lowlands hebben ca. een kwart miljoen inwoners, de Highlands en Islands ca. één miljoen.

Highland Games Schotland

Foto:Jon Sullivan in het publieke domein

Etnisch gezien is Schotland een smeltkroes van volkeren, die in opeenvolgende golven de Britse eilanden tussen 1000 v.Ch. en 1100 n.Chr. overspoelden. Op Shetland, Orkney en sommige eilanden van de Hebriden overheersen kenmerken van het Noorse ras; in de Hooglanden van het Keltische en in de Lowlands van het Angelsaksische ras. Tot de volkeren waaruit de Schotten zijn samengesteld behoren allereerst de Picten, en verder Kelten, Scoti, Angelen en Saksen, vikingen en Normandiërs.

Verder leven er maar enkele tienduizenden etnische minderheden in Schotland, voornamelijk Indiërs, Pakistani en Chinezen, maar ook Ieren, Italianen, joden en Polen.

Taal

Gaelic RBS Logo

Foto:Chandres Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes

Als voertaal overheerst een eigen vorm van het standaard-Engels, ook wel Standard Scots genoemd. Niettemin behoort Schotland historisch tot vier taalsferen:

a. (Schots-)Gaelisch (Ghàidhlig, Engels: Gaelic of Erse), is een van de Keltische talen en wordt in de Hooglanden en op de Hebriden nog gesproken en als kerktaal gebruikt. Het Schotse Gaelic (uitspraak: gallic), dat verwant is aan het Iers, is een van de oudste talen van Europa. Het Gaelisch wordt nog door ongeveer 80.000 Schotten gesproken, maar ook door overzeese Schotten. Het is een tak van de Indo-Europese taalfamilie, waar verder nog het Iers, Manx (de taal van het eiland Man), Welsh, Cornish (de taal van Cornwall) en Bretons toe behoren.

Het Schotse Gaelic kwam in de 3e eeuw vanuit Noord-Ierland (toen: Scotia) met de Scots mee naar Schotland. In de 11e eeuw werd het bijna overal gesproken in wat nu Schotland is, maar hield rond die tijd op te bestaan als de taal van het Schotse hof. In de daaropvolgende eeuwen werd het Gaelic door steeds minder mensen in Schotland gesproken en geleidelijk aan verdrongen door het Engels.

Het Gaelic werd zelfs een uitstervende taal, maar op dit moment kiezen steeds meer jonge Schotten ervoor de taal van hun voorvaderen te leren. Ook wordt er op veel basisscholen Gaelic onderwezen. In Argyll, op het eiland Skye en op de Hebriden zijn alle openbare aanduidingen tweetalig, en op Skye worden beroepsopleidingen in het Gaelic gegeven.

b. (Laagland-)Schots, tot ca. 1600 de nationale taal, waarvan gesproken vormen (Broad Scots, Lallans) nog steeds als dialecten voortleven, vanaf de 18de eeuw ook weer literair gebruikt, in de 20ste eeuw ook als lexicaal gemengde dichtertaal. Zelfs in zijn puurste vorm lijkt het Laagland-Schots wat betreft grammatica sterk op het Standaard-Engels, maar wat betreft woordenschat en uitspraak zijn de twee talen heel verschillend. Het Laagland-Schots werd vroeger in het zuiden en oosten gesproken, op dit moment alleen nog in het noordoosten van Schotland. De beroemdste schrijver in het Schots was de dichter Robert Burns (1759-1796).

c. Norn, een Noors dialect in Caithness en op de Orkney en Shetland Islands, uitgestorven in de 18de eeuw.

Op Shetland wordt trouwens een mengeling van Oudnoors, Engels en Schots gesproken, bovendien doorspekt met Duitse en Nederlandse termen.

d. Engels of ‘Inglis’, opgekomen als schrijf-, geleidelijk als voer- en spreektaal, vooral ten gevolge van de Reformatie (1560), het vertrek van koning en adel naar Londen (1603) en de politieke vereniging met Engeland (1707).

Het Schotse Engels is een sterk, lokaal verschillend dialect, waarin niet alleen de ‘r’ rolt en de ‘g’ niet als in Engeland als ‘k’ wordt uitgesproken, maar waarin ook veel aan het Gaelic ontleende woorden worden gebruikt.

Enkele Gaelic woorden en uitdrukkingen:

Godsdienst

Dunblane Cathedral Schotland

Foto:DeFacto Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De presbyteriaanse(*) Church of Scotland of Schotse Kerk (ook wel ‘kirk’) telt ongeveer 1600 gemeenten met ca. 752.000 leden, de (Anglicaanse) Episcopal Church of Scotland ca. 58.000; het aantal rooms-katholieken bedraagt ca. 745.000, levend met name in en rond Glasgow, die zijn ondergebracht in twee aartsbisdommen en zes bisdommen. Deze katholieken stammen nog af van de Ierse immigranten die in de 19e eeuw in Schotland arriveerden. Er wonen ook nog vrij veel katholieken in Aberdeenshire, de oostelijke Highlands, de zuidelijke Hebriden, South Uist, Eriskay en Barra Islands.

Daarnaast bestaat er de Free Church of Scotland, vooral op de westelijke eilanden (Outer Hebrides op Harris, North Uist en Lewis Islands), en een aantal kleine orthodoxe calvinistische kerkgenootschappen, zoals methodisten, congregationalisten en unitariërs. Verder zijn er nog kleine aantallen joden, moslims, Hindoes en boeddhisten. Glasgow telt veel synagoges, moskeeën en zelfs een boeddhistisch centrum.

Church of Scotland Logo

Foto:Matthew Ross in het publieke domein

De Church of Scotland is streng democratisch en de kerkelijke gemeentes en ouderlingen hebben een belangrijke stem. Zo zoeken de ouderlingen naar een geschikte predikantskandidaat die vervolgens al dan niet gekozen wordt door de kerkelijke gemeentes. De leider van de Schotse Kerk, de ‘moderator’, wordt voor slechts één jaar gekozen.

Het hoogste orgaan van de Church of Scotland, de General Assembly, komt elk jaar bij elkaar in Edinburgh.

* Het presbyterianisme (Grieks: presbuteros = oudste, ouderling) is een benaming die in het Engelse taalgebied wordt gebruikt voor wat elders gereformeerd protestantisme heet.

Het presbyterianisme is een streng religieuze stroming, waarbij de presbyterianen God, hun Schepper, in eenvoudige gebedshuizen vereren. Centraal staat de preekstoel; beelden, schilderijen en andere versieringen zijn niet of nauwelijks aanwezig. De preek van de voorganger is erg belangrijk, verder is er geen liturgie en ook geen vaste gebedsvormen als het Onze Vader. De gebeden zijn ‘extempore’, onvoorbereid.

De reden voor het gebrek aan uiterlijk vertoon is dat rituelen als volstrekt onbelangrijk worden beschouwd; veel belangrijker is de relatie van het individu tot zijn of haar schepper.

Oprechtheid wordt als de belangrijkste deugd gezien en de normen die de ‘kirk’ haar gelovigen voorhoudt, zijn: plicht, discipline en het serieus bezig zijn met zaken die de samenleving ten goede komen.

Samenleving

Staatsinrichting

Schotland behoort tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, een constitutionele monarchie met, sinds 1952, koningin Elizabeth II aan het hoofd.

Schotland vormde sinds 1707 (‘Act of the Union’) een parlementaire unie met Engeland, maar hield wel haar eigen rechtsstelsel. In het Britse kabinet is één minister, de Secretary of State for Scotland, belast met de Schotse aangelegenheden. Hij geeft leiding aan het regeringscentrum in Edinburgh (St.-Andrew's House). Dit Scottish Office heeft, onder dezelfde naam, ook een kantoor in Londen. De Secretary of State is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan het parlement voor het doen en laten van de departementen die samen de Scottish Office vormen.

Vergaderzaal Schots Parlement

Foto:Colin Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal no changes made

De regering-Blair decentraliseerde de regionale zaken waardoor Schotland voor het eerst sinds drie eeuwen weer een eigen parlement kreeg. Daarvoor werd er eerst nog een referendum in 1997 gehouden, waarbij 74,3% vóór de vorming van eigen Schots parlement stemde. Vervolgens werd er in mei 1999 voor de eerste keer in 300 jaar een parlement gekozen, dat in januari 2000 voor het eerst bij elkaar kwam.

De eerste First Minister of Scotland werd de socialist Donald Dewar uit Glasgow. Opvallend was dat er in het 129 leden tellende parlement 48 vrouwen gekozen werden. Alleen de parlementen van Denemarken en Zweden hebben een hoger percentage vrouwen in hun gelederen.

Belangrijke bevoegdheden van het nieuwe parlement zijn het invoeren van wetten en bepaalde bevoegdheden in belastingen. Verder neemt men beslissingen over zaken als gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting en landbouw. Met betrekking tot het plaatselijke bestuur is het Scottish Development Department algemeen verantwoordelijk.

Schotland heeft geen president en is gewoon deel van het Verenigd Koninkrijk, dus de koningin is officieel nog steeds het hoofd van de staat. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Schotland is sinds 1975 administratief verdeeld in negen 'regions', onderverdeeld in 53 districten, en drie zelfstandige administratieve eenheden (zgn. Island Authorities) t.b.v. het bestuur van de Orkney Islands, Shetland Islands en Western Isles. In 1996 vond opnieuw een herindeling plaats, waarbij 32 administratieve eenheden de negen 'regions' en 53 districten vervingen.

Council areas

areahoofdstadaantal inwonersoppervlakte
Aberdeen CityAberdeen212.000186 km2
AberdeenshireAberdeen226.0006.313 km2
AngusForfar108.0002.182 km2
Argyll and ButeLochgilphead91.0006.909 km2
City of EdinburghEdinburgh450.000264 km2
ClackmannanshireAlloa48.000159 km2
Dumfries and GallowayDumfries148.0006.426 km2
Dundee CityDundee146.00060 km2
East AyrshireKilmarnock120.0001.262 km2
East DumbartonshireKirkintilloch108.000175 km2
East LothianHaddington90.000679 km2
East RenfrewshireGiffnock90.000174 km2
Eilean SiarWestern Steòrnabhagh27.0003.071 km2
(Isles)
FalkirkFalkirk145.000297 km2
FifeGlenrothes350.0001.325 km2
Glasgow CityGlasgow603.000175 km2
HighlandInverness210.00025.659 km2
InverclydeGreenock84.000160 km2
MidlothianDalkeith81.000354 km2
MorayElgin87.0002.238 km2
North AyrshireIrvine135.000885 km2
North LanarkshireMotherwell320.000470 km2
Orkney IslandsKirkwall20.000990 km2
Perth and KinrossPerth135.0005.286 km2
RenfrewshirePaisley173.000261 km2
Scottish BordersNewtown St. Boswells107.0004.732 km2
Shetland IslandsLerwick22.0001.466 km2
South AyrshireAyr112.0001.222 km2
South LanarkshireHamilton302.0001.772 km2
StirlingStirling86.0002.187 km2
West DumbartonshireDumbarton93.000159 km2
West LothianLivingston160.000427 km2

Onderwijs

Schotland Street School Museum (Glasgow)Foto:Jean-Pierre Dalbera Attribution 2.0 Generic (CC BY 2.0) no changes made

Kleuteronderwijs

Peuter- en kleuteronderwijs (van 2 tot 5 jaar) wordt, meestal gratis, verstrekt door instellingen van de centrale overheid, lokale overheden en privé-instellingen. De overheid breidt de onderwijsmogelijkheden voor de jongste kinderen uit. Op gesubsidieerde scholen en peuterklassen zullen plaatsen worden aangeboden voor alle vierjarigen waarvan de ouders dat wensen.

Basisonderwijs

De leerplicht in Schotland is opgesplitst in basisonderwijs (van 5 tot 12 jaar) en secundair onderwijs (van 12 tot 16 jaar). De basisschool begint normaal gesproken op vijfjarige leeftijd en duurt dan zeven jaar. Deze periode omvat drie stadia: P1 tot P3, (early education stage), P4 en P5 (middle stage) en P6 en P7 (upper primary stage).

Het onderwijs gedurende de leerplichtige leeftijd is gratis en de onderwijsautoriteiten verstrekken de nodige onderwijsvoorzieningen.

Alle leerlingen leren een vreemde taal tijdens de laatste twee jaar van het basisonderwijs. In sommige scholen wordt het Gaelic als tweede taal onderwezen of als onderwijstaal gebruikt.

Aan het einde van het basisonderwijs wordt geen getuigschrift afgegeven.

Lager secundair onderwijs

Het lager secundair onderwijs wordt verstrekt aan comprehensive schools, die een verplichte polyvalente opleiding bieden van vier jaar. Het lager secundair onderwijs bestaat uit twee stadia: na twee jaar algemene opleiding (S1 en S2), volgen twee jaar (S3 en S4) gespecialiseerd en beroepsonderwijs voor alle leerlingen.

Alle leerlingen leren naast het Engels nog minstens een andere taal, bij voorkeur een levende Europese taal, tijdens de vier jaren verplicht secundair onderwijs.

Aan het einde van het basisonderwijs wordt geen getuigschrift afgegeven. Aan het einde van het verplichte onderwijs leggen de leerlingen een extern examen af, opgesteld door de Scottish Examination Board. Zij ontvangen een getuigschrift waarin voor elk vak het cijfer wordt vermeld (van 1 tot 7). De leerlingen kunnen ook het Scottish Vocational Education Council (SCOTVEC) National Certificate behalen en deelnemen aan korte Scottish Examination Board-cursussen.

Hoger secundair onderwijs

Het hoger secundair onderwijs wordt aangeboden in de laatste twee jaren (S5 en S6) van de secundaire school. In die laatste twee jaren kunnen de leerlingen in S5 en S6 vele cursussen volgen en Scottish Certificate of Education (SCE) Higher Grades en, in S6, Certificate of Sixth Year Studies (CSYS) combineren met korte cursussen van het SCE en/of modules van het SCOTVEC National Certificate.

Het komt veel voor dat leerlingen wel vijf SCE Higher Grade-examens in een jaar afleggen en aldus een breed, evenwichtig programma behouden. Universiteiten verlangen vaak dat studenten Higher Grades hebben behaald. In Schotland zijn de secundaire scholen gratis, evenals de Further Education Colleges voor leerlingen die op 1 september van het inschrijvingsjaar 18 jaar oud zijn.

Hoger onderwijs

Old College of Edinburgh University

Foto:Kim Traynor Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Sinds 1992 behoren bijna alle instellingen voor het hoger onderwijs tot dezelfde categorie. Elke universiteit is autonoom en beslist zelf over ‘degrees’(graden) en andere titels die zij afgeeft en stelt ook zelf de normen hiervoor vast. De meeste universiteiten breed een breed spectrum aan universitaire en post-universitaire opleidingen. Universitaire beroepsopleidingen worden over het algemeen aangeboden door polytechnische universiteiten.

Om tot het hoger onderwijs te worden toegelaten moeten studenten geslaagd zijn voor een aantal vakken van het Standard- Grade- of de Higher-Grade-examen, dat door de Scottish Examination Board met het oog op de afgifte van een Scottish Certificate of Education wordt georganiseerd.

De Ordinary Degree sluit drie jaar voltijdse studie af; met de Honours Degree wordt een meer gespecialiseerde en meestal zwaardere studie van vier jaar afgerond. De first degree in arts, humanities and languages (Master of Arts - MA) van de Schotse universiteiten is gelijkgesteld met de Bachelor's degree van Engeland. Steeds meer instellingen leveren een Bachelor-titel af, met name aan ingenieurs en leraren.

Postuniversitaire studies worden afgerond met postuniversitaire diploma's na een jaar, of met een Master's degree na twee jaar. Research degrees (MPhil, PhD) kunnen aan nagenoeg elke hogeronderwijsinstelling worden behaald.

Er zijn in Schotland 12 universiteiten: Aberdeen (gesticht 1495), Dundee (1960), Edinburgh (1582), Glasgow (1451), Heriot-Watt (Edinburgh, 1966), St.-Andrews (1411), Stirling (1964), Strathclyde (Glasgow, 1963) en vier polytechnische scholen die in 1992 de status van universiteit kregen.

Typisch Schots

MUNROS

Sir Hugh Munro Schotland

Foto:Alistair Munro in het publieke domein

Een ‘Munro’ is een berg in Schotland van meer dan 3000 voet ofwel 914 meter hoog. De naam Munro verwijst naar Sir Hugh Munro, de eerste voorzitter van de Scottish Mountaineering Club (SMC), die in 1891 een lijst met 277 munro’s vaststelde.

Het exacte aantal Munros ligt na al die jaren nog steeds niet vast en verandert bij elke nieuwe telling. Het grote probleem is: wanneer is het een zelfstandige top en wanneer maakt hij deel uit van een andere Munro.

Men is het er tegenwoordig overigens wel over eens dat er minstens 284 Munros zijn.

In de jaren twintig van de vorige eeuw publiceerde J. Rooke Corbett een lijst met bergtoppen tussen 760 en 915 meter. Deze 221 ‘Corbetts’ zijn duidelijker gedefinieerd dan de Munros, ze mogen namelijk maar één top hebben.

Bergtoppen van 610-760 meter worden ‘Grahams’ genoemd en staan op een derde lijst. Alle toppen hoger dan 610 meter zijn nu gecategoriseerd en gepubliceerd.

MONSTER VAN LOCH NESS

Loch Ness Schotland

Foto:Sam Fentress Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Wanneer het beroemdste monster ter wereld voor het eerst ‘gesignaleerd’ is, blijft onzeker. Een internationaal fenomeen werd ‘Nessie’ pas in de jaren dertig van de vorige eeuw.

In mei 1933 stond er in de Inverness Courier een verslag over een stel dat had gezien dat er in het Loch Ness, het diepste zoetwatermeer van Groot-Brittannië, een vreemd beest rondzwom.

Al snel bleken meer mensen het monster ‘gezien’ te hebben en was de mythe geboren, die tot nu toe voortduurt. Er zijn boeken over verschenen en het toerisme in Inverness is tot grote bloei gekomen. Vooralsnog zijn er geen harde bewijzen gevonden en lijkt het alleen voor de plaatselijke middenstand van belang om de mythe in stand te houden.

Het 37 kilometer lange en ongeveer 1,5 kilometer brede Loch Ness is bijna overal 213 meter diep, behalve één gedeelte, waar de verzilte bodem zich op 305 meter bevindt. Het Loch wordt gevoed door acht rivieren en ongeveer 40 beekjes.

WHISKY

Whiskey Vaten Schotland

Foto:Chistian Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De vroegst bekende verwijzing naar whisky (Keltisch: uisge beatha) dateert van 1494. Whisky is een van de belangrijkste exportproducten van Schotland en behoort zelfs tot de top vijf van Britse exportproducten. Over geheel Schotland verspreid liggen talloze distilleerderijen. Alleen in het dorp Moray zijn al meer dan veertig distilleerderijen gevestigd. Elk jaar worden er honderden miljoenen flessen geëxporteerd, voornamelijk naar de Verenigde Staten, Frankrijk, Japan en Spanje.

Whisky wordt gemaakt van gerst, water en gist. Er zijn twee soorten: malt whisky en graanwhisky. Malt whisky wordt gemaakt van gemoute gerst, graanwhisky van gemoute gerst en een andere graansoort, meestal maïs. Een ‘single malt’ is een echte malt whisky, terwijl een ‘blend’ een mengsel is van malt whisky en graanwhisky (40-60%).

TARTAN

MacLachlan Tartan Schotland

Foto:Celtus Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic no changes made

Het Keltische woord tartan betekent omslag of omhulsel. De voorlopers van de tartan werden al tweeduizend jaar geleden gebruikt dor de Kelten. Het aantal gebruikte kleuren steeg met de plaats in de hiërarchie: zeven kleuren voor de koning, zes voor de druïden (de priesters), en zes voor de edelen Tegenwoordig worden met het woord tartan in de eerste plaats de kleuren en het motief, de Schotse ruit, van de kiltstof bedoeld. De ruiten vormden het herkenningsteken van de oude clans.

In 1746, na de Slag bij Culloden, verboden het Engelse parlement het dragen van tartans, en daarmee gingen veel familiekleuren verloren. Alleen de modellen die in oude portretten waren vastgelegd, gelden nog als authentiek. Alle andere clans moesten nieuwe tartans laten maken, en op dit moment zijn er ca. 1300 verschillende dessins van de tartans.

De tartans worden onderverdeeld in verschillende groepen zoals ‘chief tartans’ voor de clanhoofden en hun naaste familie, ‘military tartans’ voor de Schotse regimenten, de ‘district tartans’ voor Schotten die niet tot een bepaalde clan behoren en de ‘royal tartans’, exclusief voorbehouden aan de koninklijke familie. Sinds de zestiende eeuw had elke regio in de Schotse Hooglanden zijn eigen ruitpatroon.

CLAN

Kaart Schotse Clans

Foto:Publiek domein

Het Gaelic woord ‘clann’ betekent zoiets als ‘kinderen’ of ‘familie’, maar tot de clan behoorden allen die het gezag van het clanhoofd erkenden. De clans van de hooglanden vormden zeker tot 1746, na de nederlaag in de Slag bij Culloden, complete patriarchale stamverbanden met een clanhoofd of ‘chief’ en een zeer grote groep leden. Na de Slag bij Culloden vervielen alle clangebieden aan de Engelse Kroon en was het dragen van tartans bijna 100 jaar lang verboden.

De clans heersten over grote gebieden en bloedige onderlinge twisten kwamen vaak voor. Toch bleven de grenzen van de afzonderlijke clans over het algemeen eeuwenlang gehandhaafd, en daarbij hoorde ook een eigen rechtspraak en een eigen traditionele tartan (zie hierboven).

Hoewel ze alleen nog maar in naam bestaan, zijn de clans nog steeds een bron van trots voor de Schotten, en veel mensen wonen nog in hun traditionele clangebied.

KILT

Sean Connery draagt een Kilt

Foto:publiek domein

Eind 16e eeuw begonnen de hooglanders de ‘breacan feile’ of gevouwen plaid te gebruiken. Deze geruite deken, alleen door mannen te dragen, wordt rond het middel geplooid en vastgehouden door een riem. De afmetingen zijn behoorlijk, 4,5 bij 1,5 meter. Het onderste gedeelte is de kilt, het bovenste deel wordt met een doekspeld of broche vastgebonden aan de linkerschouder.

De breacan feile was de alledaagse kleding voor de doorsnee hooglander. De hogere klassen droegen liever een nauwsluitende broek, de ‘triubhas’.

Uit het grote en wat onhandige kiltkleed ontstond rond 1800 de kleinere ‘feile beag’ of ‘phillibeg’. Deze kilt wordt samen gedragen met een leren tas (‘sporran’), een baret (‘balmoral’), een klein mes in de kous (‘skean dhu’) en kunstig geregen kiltschoenen.

DOEDELZAK

Doedelzakspeler Schotland

Foto:Gryphius Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De doedelzak of ‘bagpipe’ of ‘highland pipes’, het nationale instrument, werd waarschijnlijk oorspronkelijk gebruikt in de Hooglanden om over grote afstanden berichten te kunnen overbrengen. Later werd het rietinstrument ingezet voor marsmuziek als de regimenten van de Hooglanders ten strijde trokken.

De zak van een doedelzak is een opblaasbare balg gemaakt van schapenvel, die, onder de arm geklemd, door druk een luchtstroom in vier pijpen brengt. De klank ontstaat door de trilling van een plaatje in de pijp. De doedelzakspeler blaast door een riet de zak op en speelt op de melodiepijp, de ‘chanter’, een op een fluit lijkende kegelvormige pijp van hardhout. Deze pijp kan negen tonen voortbrengen, terwijl de drie andere pijpen (‘drones’) voor de begeleiding zorgen. De twee tenorpijpen klinken een octaaf lager dan de ‘a’ van de ‘chanter’, de baspijp een octaaf lager dan de tenorpijpen.

Volgens de Royal Scottish Pipe Band Association (RSPBA) bestaan er nu alleen al in het Verenigd Koninkrijk meer dan vierhonderd doedelzakbands en nog honderden meer in alle delen van de wereld.

De doedelzakmuziek is typisch Schots en kan worden ingedeeld in twee grote groepen: de ‘ceol mor’, grote muziek speciaal geschreven voor doedelzak, en de ‘ceol beag’, lichte muziek die geïnspireerd is op marsen en volksdansen (branles’ en ‘reels’).

Economie

Algemeen

Hoofdkantoor Bank of Scotland Edinburgh

Foto:Rept0n1x Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Eeuwenlang is de economische ontwikkeling van Schotland, mede door de perifere ligging, achtergebleven bij die van Engeland, met als gevolg emigratie op grote schaal. Exploratie en exploitatie van aardolie en aardgas hebben sinds de jaren zestig een opleving van de economie te zien gegeven. De dienstensector heeft hiermee een sterke groei doorgemaakt.

De werkgelegenheid in de kolen- en staalindustrie, de mijn- en de scheepsbouw is inmiddels drastisch teruggelopen, waardoor men genoodzaakt werd zich op andere bedrijfstakken en dienstverlening te concentreren.

Zelfs nog halverwege de jaren zestig van de vorige eeuw maakte de industrie 32% van het bruto nationaal product uit en werkte 35% van de bevolking in fabrieken. Halverwege de jaren negentig bedroeg het percentage nog maar 22 respectievelijk 20%. In 2017 is de industrie nog maar goed voor rond de 10% van het BNP. Van de tien werknemers zijn er nu zeven werkzaam in de dienstensector.

Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij

Crofthouse Museum Shetland

Foto:Dbachmann Creative-Commons-Lizenz „Namensnennung – Weitergabe unter gleichen Bedingungen 3.0 nicht portiert“ no changes made

Hoewel grote delen van het land een agrarisch karakter dragen, ca. 80% van het Schotse grondgebied is in gebruik voor agrarische doeleinden, is landbouw niet de grootste pijler van de economie; verbouwd worden vooral graan (gerst, tarwe, haver), verder aardappelen, knolrapen en groenten, soms in de vorm van crofting*, een primitieve vorm van landbouw, waarbij niet voor de markt, maar voor eigen gebruik geproduceerd wordt.

* De kleine gemeenschappen in de Highlands en op een aantal eilanden (met name op de Shetlandeilanden, Orkney-eilanden en het Isle of Lewis) bestaan uit crofting-gemeenten, groepjes verspreid staande kleine boerderijen met een paar hectare grond eromheen. De crofters (onderpachters van een verdeelde boerderij) hebben ieder hun eigen stukje gepacht (bouw)land door een muurtje omheind, terwijl zij het gemeenschappelijk land waar het vee graast, samen delen.

In het zuidwesten bevinden zich de meeste melkveehouderijen, terwijl de vruchtbaarste landbouwgronden zich in het noordoosten van Schotland bevinden.

Klimaat en natuurlijke gesteldheid begunstigen de veehouderij (schapen en runderen); rough grazing (extensieve veehouderij op natuurlijke, arme weidegronden) beslaat een groot gedeelte van het totale landbouwareaal.

Opmerkelijk is dat bijna 90% van het platteland van Schotland particulier bezit is, verspreid over meer dan 1500 landgoederen. Al die landgoederen behoren toe aan enkele honderden mensen.

Herbebossing vindt, in de bergachtige gebieden, sinds 1919 op grote schaal plaats, ten nadele van de schapenhouderij, maar ten gunste van de werkgelegenheid.

Langs de gehele kust speelt de visserij nog steeds een vitale rol in de economie (schelvis, kabeljauw, haring, schaaldieren). Daarnaast heeft het kweken van zalm de laatste decennia een grote vlucht genomen. Aberdeen, Peterhead, Fraserburgh, Kinlochbervie, Lerwick en Ullapool zijn belangrijke plaatsen met visindustrie.

Mijnbouw

National Mining Museum Scotland

Foto:Kim Traynor Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Aan delfstoffen bezit het land o.a. steenkool (in Lothian, Fife an Ayr) en ijzererts (in het zuidwesten, Strathclyde). Evenals in de overige delen van Groot-Brittannië loopt de mijnbouw zeer sterk terug. Vele mijnen zijn de laatste decennia gesloten en aan de ondergrondse mijnbouw kwam vrijwel een einde. Het winnen van kolen geschiedt alleen nog in dagbouw.

Pas in 1964 begon men naar olie te zoeken en drie jaar later werd de eerste oliebron ontdekt. Kort daarop volgden grote velden, die allemaal vrij ver op de zee lagen. Door de grote afstand tot het vasteland waren de aanleg van pijpleidingen en de bouw van gigantische platforms noodzakelijk.

Industrie

Olieplatform voor de kust van Schotland

Foto:Simon Johnston in het publieke domein

De Schotse industrie is, met uitzondering van het noordoosten (Grampian), vrijwel geheel geconcentreerd in het centrale laagland. Het westelijk deel hiervan, met Glasgow als centrum, heeft zich minder gunstig ontwikkeld dan het oostelijk deel, met Edinburgh als centrum; het is te veel afhankelijk van de traditionele basisindustrieën als mijnbouw, scheepsbouw, staal- en textielindustrie, voorts whiskydistillatie.

Vooral de ontwikkeling sinds de jaren tachtig in de scheepsbouw is zorgwekkend; met regeringssteun en -opdrachten wordt getracht zoveel mogelijk werknemers in deze branche aan het werk te houden.

Het zwaartepunt van de Schotse industrie heeft zich van het westen verlegd naar het zuidoosten en noordoosten, waar de aardolie van de Noordzee en lichte industrie voor nieuwe arbeidsplaatsen hebben gezorgd. Met name de region Grampian, met Aberdeen als belangrijkste stad, heeft zich gunstig ontwikkeld. Weliswaar zijn hier de traditionele industrieën (voedingsmiddelen, papier, whisky, machinebouw) achteruitgegaan, maar de aardoliewinning heeft hier nieuwe impulsen gegeven.

De meest succesvolle branche in de Schotse industrie is de elektrotechnische industrie (onder meer in Glasgow, Edinburgh en Dundee), vooral op gang gekomen door buitenlandse, met name Amerikaanse investeringen. De industrie op het gebied van de micro-elektronica is goed ontwikkeld. Tot de sterkere branches behoren ook de chemische en farmaceutische industrieën. De houtverwerkende industrie neemt in belang toe.

Textielindustrie

Tweed Schotland

Foto:publiek domein

In het zuidoostelijke deel van Schotland bloeit de textielindustrie nog steeds, en de vijftig miljoen schapen leveren de grondstof voor deze industrie. De wolroute, de Scottish Borders Woollen Trail, loopt door verschillende steden die al eeuwenlang afhankelijk zijn van de wolindustrie.

De truien die worden gemaakt op de Shetland Islands en op Fair Isle zijn zeer geliefd vanwege hun traditionele model en de mooie patronen. Het ‘tweed’ is een geweven wollen stof, oorspronkelijk in grijs, blauw of zwart. Vanaf begin 19e eeuw kwam er ook een gemêleerde tweedstof op de markt, die nu het meest verkocht wordt.

Deze bedrijfstak heeft het moeilijk gehad, maar levert toch nog altijd ongeveer 1,5 miljard pond op en zijn er nog ca. 40.000 werkzaam in de textielindustrie, vooral geconcentreerd in de Borders.

Verkeer en financiële dienstverlening

Edinburgh luchthaven

Foto:Ad Meskens Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Schotland heeft een goed wegen- en spoorwegennet en vier internationale luchthavens: Edinburgh, Glasgow, Aberdeen en Prestwick, en diverse kleine luchthavens, vnl. voor lokaal verkeer.

Edinburgh heeft zich ontwikkeld tot een belangrijk financieel centrum en ook vele grote verzekeringsmaatschappijen hebben zich in Schotland gevestigd.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Toerisme is een belangrijk middel van bestaan in dit land, dat veel natuurschoon van hoge en ongerepte kwaliteit biedt. Inmiddels is de toeristenindustrie uitgegroeid tot een van de meest winstgevende onderdelen van de Schotse economie. Op een enkele uitzondering na is van grootschaligheid nog geen sprake.

Whisky Trail Schotland

Foto:Peterdhere Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bekend zijn onder meer de bezoeken die je aan de whiskydistilleerderijen kunt brengen (Malt Whisky Trail). Er zijn meer dan honderd destileerderijen die open staan voor een bezoek. Het smaakverschil bij whiskey kan goot zijn van zacht tot rokerig. Vooral de Single Malts vallen in de smaak en kunnen qua prijs behoorlijk in de papieren lopen.

Highlands Schotland

Foto:Brian Holsclaw Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De Highlands staan bekend om het natuurschoon en de mooie wandelingen die je er kunt maken. Het is een ruig natuurgebied waar wandelen snel kan overgaan in bergbeklimmen op een van de Munro's of de hoogdste berg van Schotland de Ben Nevis, die van uit Fort William aan de voet van de berg beklommen kan worden. Heel bijzonder is ook het bezoeken van de Highlandgames waar stoere mannen boomstammen meters ver gooien en Clans elkaar bestrijden met touwtrekken.

Loch Ness Schotland

Foto:Paul Hermans Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In Schotland zijn veel meren zoals het bekende Loch Ness (monster) waar boottochten gemaakt kunnen worden. Het meer is 37 kilometer lang en 1,6 kilometer op zijn breedst. Niemand heeft het monster ooit op een foto vast kunnen leggen, maar de plaatselijke bevolking is blij met de mythe die heel wat geld in het laatje brengt.

Jacobite train Schotland

Foto:96tommy Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Populair is ook het maken van een tocht met de Jacobite train. Dit is een oude stoomtrein die rijdt op Westhighlandline tussen Malliag en Fort William. Het staat bekend als een van de mooiste treinreizen die je in de wereld kunt maken. Dat de trein voorkomt in Harry Potter films heeft een boost gegeven aan de bekendheid en je moet tegenwoordig lang van tevoren reserveren.

Edingurgh Schotland

Foto:Jie Yang Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Edinburgh is de indrukwekkende hoofdstad van Schotland. Je ziet heel Edinburgh vanaf de top van Arthur's Seat, een uitgedoofde vulkaan, die in alle opzichten een van de grootste toeristische attracties van de stad is. Het beeld van de historische oude stad word bepaald door Edinburgh Castle met rotsachtige kantelen. Het kasteel is gebouwd op Castle Rock. Het nieuwe stadsdeel is bijzonder elegant, met mooie Georgische terraswoningen. De hoofdstraat wordt de Royal Mile genoemd. Edinburgh is bekend vanwege het grote theaterfestival dat elke zomer gehouden word.

George Square Glasgow

Foto:Eightofjanuary Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes made

Glasgow is de grootste stad van Schotland en heeft een sterke industrieel verleden. De stad is beroemd vanwege de transformatie van de wijk aan de rivier ziet de historische stad Glasgow zijn toekomst in de dienstverlenende sector, met name in het toerisme en zakelijke conferenties. Het is een van Europa's eerste post-industriële steden en Glasgow heeft de indrukwekkende aanprijzing van Britse Stad van Architectuur en Design ontvangen. De architectuur van de stad is zeker een attractie op zich, vooral de indrukwekkende Victoriaanse gebouwen en natuurlijk de unieke meesterwerken van een van de meest gevierde inwoners van Glasgow, architect en ontwerper Charles Rennie Mackintosh.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

SCHOTLAND LINKS

Advertenties
• Schotland Tui Reizen
• Schotland Vliegtickets.nl
• ANWB vakantie boeken Schotland
• Schotland Hotels
• Schotland Vliegtickets Tix.nl
• Rondreis Schotland
• Autoverhuur Sunny Cars Schotland
• Djoser Wandel - wandelreis Schotland
• Schotland Campings

Nuttige links

Campersite Schotland (N)
Dwars door Schotland (N)
Lies en Teijes Reiswebsite (N)
Reisfotografie Schotland
Reisinformatie Schotland (N)
Reizendoejezo – Schotland (N)
Rondreis door Schotland (N)
Schotland (N)
Schotland Reisstart (N)
Uitgebreid fotoverslag rondreis Schotland
Worldphotos Schotland

Bronnen

Berkien, G. / Schotland

Kosmos-Z&K

Berkien, G. / Schotland

ANWB

Larrimore, D. / Schotland

Kosmos-Z&K

Levy, P. / Scotland

Marshall Cavendish

Patitz, A. / Schotland

Van Reemst

Schaff, B. / Schotland

Kok Lyra

Schotland

Cambium

Schotland

Lannoo

Schotland

Michelin Reisuitgaven

Schotland

Van Reemst

Smallman, T. / Scotland

Lonely Planet

Stoks, F.T. / Schotland

Gottmer

Summers, G. / Schotland

Van Reemst

Tschirner, S. / Schotland

ANWB

Wamel, D. van / Schotland en Noord-Engeland

Babylon-De Geus

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt juli 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems