Landenweb.nl

WALES
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Welsh, Engels
  Hoofdstad  Cardiff (Caerdydd)
  Oppervlakte  20.761 km²
  Inwoners  ca. 3.125.000
  (2017)
  Munteenheid  pond sterling
  (GBP)
  Tijdsverschil  -1
  Web  .uk
  Code.  GBR
  Tel.  +44

To read about WALES in English - click here

Steden WALES

Cardiff

Populaire bestemmingen VERENIGD KONINKRIJK

EngelandNoord-ierlandSchotland
Wales

Geografie en Landschap

Geografie

Wales (Welsh: Cymru, Land van broederschap) is het meest westelijk deel van het eiland Groot-Brittannië. Wales, vroeger een prinsdom, maakt deel uit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië (Wales, Engeland en Schotland) en Noord-Ierland.

advertentie

Wales SatellietdotoFoto: Publiek domein

De totale oppervlakte van Wales is 20.768 km2, en het is daarmee ongeveer half zo groot als Nederland. Van noord naar zuid meet Wales maximaal 200 kilometer en van oost naar west tussen de 180 en 60 kilometer. De zeer grillige kustlijn bedraagt in totaal 1232 kilometer, waarvan twee derde als ‘Heritage Coast’ speciale bescherming geniet.

Wales wordt aan drie kanten omgeven door wateren, in het noorden door de Ierse Zee, in het zuiden door het Bristol Channel en in het westen door St.-George’s Channel en de Cardigan Bay. Richting Engeland scheidt al meer dan duizend jaar de Offa’s Dyke, een noord-zuid lopende grenswal, 269 kilometer lang Wales van het ‘moederland’. Wales grenst hier aan vier Engelse graafschappen: Cheshire, Shropshire, Hereford & Worcester en Gloucestershire.

Tot Wales behoort ook het kunstmatige schiereiland Anglesey, dat met het vasteland is verbonden door de Menai-brug.

Landschap

Noord-Wales

advertentie

National Park Snowdonia WalesFoto:Tim Felce CC 2.0 Generic no changes made

Het grootste gedeelte van Noord-Wales wordt in beslag genomen door het ruige bergland van Snowdonia, dat sinds 1951 is uitgeroepen tot nationaal park (214.159 ha). In dit park ligt ook de hoogste top van Wales en Engeland, de Mount Snowdon (Welsh: Yr Wyddfa Fawr en 1085 meter hoog).

De omringende bergen worden meestal niet veel hoger dan 900 meter, onder andere de Cader Idris (892 m). De Cader Idris verbindt de zacht glooiende heuvels van Midden-Wales met de alpiene bergwereld in het noorden. Vanaf Ogwen in het noorden kunnen vele toppen beklommen: de Tryfan (917 m), de Glyder Fach (995 m), de Glyder Fawr (999 m) en enkel toppen van de Carneddau Range, zoals de Carnedd Dafydd (1044 m) en de Carnedd Llewelyn (1062 m).

Van het Snowdon-massief lopen verschillende grote dalen richting zee. Verschillende rivieren hebben in de ijstijd brede valleien of delta’s doen ontstaan, zoals de Dwynyd, de Glaslyn, de Conwy, de Mawddach, de Dysynni en de Dovey. In de omgeving van Nant Gwynant, Llanberis en Tal-y-llyn liggen in de dalen enkele bergmeren. Snowdonia heeft verder een zeer afwisselend landschap met open heidehoogvlakten, bergweiden, ruige bergkammen, smalle dalen en valleien.

Het vlakke eiland Anglesey en het golvende schiereiland Llyn staan bekend om hun prachtige, sterk gelede kusten.

Midden-Wales

Het vrijwel onbewoonde Midden-Wales is vooral groen en heuvelachtig. In dit gebied liggen de Cambrian Mountains, een van noord naar zuid lopende bergketen met tamelijk steile hellingen, diepe, langgerekte dalen en deels beboste, deels met heide en gras bedekte hoogvlakten.

De Cambrian Mountains reiken tot de zuidelijke uitlopers van Snowdonia en strekken zich uit van Caernarfon in het noorden tot Carmarthen bij Swansea in het zuidwesten. De hoogste top van de Cambrian Mountains is de Aran Fawddwy met 905 meter.

Zuid-Wales

advertentie

Brecon Beacons National Park WalesFoto:Simon Powell CC 3.0 Unported no changes made

Het landschap van de zuidoostelijke ‘Valleys’ is ernstig aangetast door de winning van kolen en de bouw van ijzer- en staalfabrieken. De bekendste ‘valleys’ zijn Vale of Neath, Dulais Valley, de Rhondda Valleys (Rhondda Fawr, grote Rhondda en Rhondda Fach, kleine Rhondda), Taff en Cynon Valleys, Rhymney Valley, Sirhowey Valley en Ebbw Valley.

De rest van Zuid-Wales is qua natuurschoon nog wel prachtig, met onder andere het woeste, bergachtige Brecon Beacons National Park (135.144 ha). Dit gebied wordt gekenmerkt door een aantal vrijwel boomloze heuvelruggen, onderbroken door langgerekte, van noord naar zuid lopende rivierdalen. Van oost naar west lopen de Black Mountains (hoogste top: Waun Fach met 811 meter), de Brecon Beacons (hoogste top: Pen y Fan met 886 meter) en de Fforest Fwar (hoogste top Fan Gihirlich met 726 meter). In dit gebied ligt ook nog de Black Mountain (Welsh: Mynydd Du met een hoogte van 802 m).

In het zuidwesten ligt het Pembrokeshire Coast National Park met zijn magnifieke rotskust. Ruige rotspartijen, vogeleilanden, brede baaien, stranden en kleine inhammen wisselen zich hier af. Verder is het gebied vrij vlak met een agrarisch getint binnenland.

Het schiereiland Gower in het uiterste zuiden van Wales is een van de vijf Areas of Outstanding Natural Beauty. Het gebied heeft een gevarieerd landschap met in het binnenland een golvend landschap met afwisselend, weiden en akkers, heide- en gras(hoog)vlakten, bossen en diepe rivierdalen. In het noorden wordt Gower begrensd door kwelders en wadden, zoals de vlakke Llanrhidian Sands en Marsh, onderdelen van de brede monding van de Loughor.

De onbewoonde westkust wordt vrijwel geheel in beslag genomen door het strand van de Rhossili Bay, die wordt beschut door de rotswanden met de klippen van Burry Holms en de landtong van Worms Head aan weerszijden. De zuidkust is een aaneenschakeling van grillige rotsformaties, baaien en soms prachtige sneeuwwitte stranden. Afgescheiden van Cefn Bryn, een heuvelketen van rode zandsteen, strekken zich naar het noorden zoutmoerassen uit. Vlak voor de kust ligt het boomloze, vulkanische Skomer Island, een vogelparadijs.

Rivieren, meren en kanalen

advertentie

Rivier Dee loopt tussen Holt en Farndon over de grens van Wales met EngelandFoto: Richard Siessor CC 2.0 Generic no changes made

Wales heeft vele rivieren, beekjes en meren. De langste rivieren zijn de Dee, Severn en Wye die door de laaglanden langs de Engelse grens stromen. De Severn is zelfs een van de langste rivieren van Wales en Engeland samen. De River Dee ontstaat in Lake Bala en stroomt door Noord-Wales over de grens met Engeland naar de Ierse Zee; in het zuiden stromen de Usk, Wye, Taff, Tawe en Tywi door diepe valleien naar het Bristol Channel. Het grootste natuurlijke meer van Wales is Bala Lake (Welsh: Llyn Tegid) in Noord-Wales en is ruim 6 kilometer lang. Llangorse Lake is het grootste natuurlijk meer in het zuiden. Bekende meren zijn verder Llyn Gwynant, Llyn y Fan Fach, Llyn y Fan Fawr en de Cregennen Lakes. Wales kent ook vele ijskoude bergmeertjes, alleen in Snowdonia al zo’n 250.

De meeste meren van Wales zijn kunstmatig en dienen als waterreservoir (Llyn Brianne en Lake Vyrnwy). Het ‘merengebied van Midden-Wales’ bestaat uit een vijftal waterreservoirs. Vier daarvan werden tussen 1892 en 1903 aangelegd voor de stad Birmingham, bijna 120 kilometer naar het oosten; de vijfde dateert uit 1952, zodat de totale capaciteit van de in totaal 14 kilometer lange meren op ruim 100 miljoen liter water kwam.

Om de rivieren, havens en fabrieken van vooral Swansea, Cardiff en Chester met de industrie in het binnenland te verbinden, werden in de 18e en 19e eeuw veel kanalen gegraven voor goederentransport. Deze kanalen worden nu eigenlijk alleen nog voor recreatie en watersport gebruikt.

Klimaat en Weer

advertentie

Dreigende wolken boven de Cambrian Mountains WalesFoto: Roger Kidd (CC BY-SA 2.0) no changes made

Wales heeft een gematigd zeeklimaat, sterk beïnvloed door de overheersende westenwinden en de warme golfstroom. Hierdoor is het weer zeer wisselvallig en zon en regen kunnen zich op een dag verschillende keren afwisselen.

De gemiddelde temperatuur in juli is 15,6°C en in januari 5,6°C. Langs de westkust (ca. 1000 mm) en in de bergen (ca. 2500 mm in Snowdonia) valt de meeste regen. Gemiddeld valt er ca. 1350 mm regen per jaar (De Bilt in Nederland ruim 760 mm). Sneeuwen doet het zelden in Wales.

De noordkust van Wales heeft de minste neerslag en de meeste zon; in de bergen is het precies andersom. Mei, juni en juli zijn vrij warm en droog, met af en toe korte, felle buien.

In de bergen treden snelle weersveranderingen op met mistvorming en snelle temperatuurdalingen.

Planten en Dieren

Planten

advertentie

De gele narcis is de nationale bloem van WalesFoto: PatMcD CC 2.5 Generic no changes made

Wales heeft een zeer gevarieerde flora. Elfhonderd van de zestienhonderd Britse plantensoorten komen ook in Wales voor.

Wales behoort samen met het grootste gedeelte van Groot-Brittannië tot de Atlantische floraregio met kenmerkende plantensoorten als klimop, vingerhoedskruid, wilde kamperfoelie en dopheide. In Wales komen ook plantensoorten voor uit andere floraregio’s: in de Brecon Beacons en rond de Snowdon groeien soorten uit de boreale en alpiene floraregio’s.

Deze planten zijn na de laatste ijstijd achtergebleven en hebben zich vervolgens goed kunnen handhaven. Voorbeelden van deze verder in Groot-Brittannië zeldzame planten zijn de zilverwortel, de rondbladige steenbreek, de stengelloze silene en de kogelboterbloem. De nationale plant van Wales is de preiplant en de nationale bloem is de gele Narcis.

Zo’n 5000 jaar geleden was Wales vrijwel volledig bedekt met eikenbossen, op dit moment beslaan bossen in Wales 5% van het oppervlak. In droge perioden na de laatste ijstijd lag de boomgrens in de Brecon Beacons en Snowdonia op 650 meter hoogte. Toen het klimaat warmer en natter werd, daalde de boomgrens naar 350 meter door de uitbreiding van het veen.

advertentie

Pengelli Forest WalesFoto: Ceridwen CC 2.0 Generic no changes made

Hoewel er her en der nog oorspronkelijke bossen voorkomen (o.a. Pengelli Forest in Pembrokeshire), zijn de meeste bossen verdwenen door houtkap en overbegrazing. Al sinds de prehistorie heeft men ontbost, wat zijn hoogtepunt bereikte in de 17e en 18e eeuw. Afhankelijk van de vochtigheid en het landgebruik hebben ze plaatsgemaakt voor heidevelden, venen en graslanden.

Eiken- en beukenbossen groeien op de hogere bodems, elzenbossen op de nattere en in moerassen. Naast de els staan er in de elzenbossen onder andere ook zachte berk en wilgensoorten. In de kruidlaag komen ook soorten voor die horen bij een vochtige omgeving, bijvoorbeeld moerasspirea en moeraswilgenroosje.

Wales is nu vooral bedekt met grasland en aangelegde bossen. Zo werden er sinds 1919 door de Forestry Commission uit economische en ecologische motieven zeer omvangrijke naaldboomplantages aangeplant. De national boom van Wales is de wintereik.

Pad door de heid in Noord walesFoto: Nigel Chadwick CC 2.0 Generic no changes made

In Wales is heide van nature aanwezig aan de kust. In het binnenland is beweiding nodig om de heide in stand te houden. Kustheide komt voor boven op de kliffen van onder andere Pembrokeshire. Daar groeien ook zoutverdragende soorten als zeeweegbree, de roodstengelige Engelse muurpeper en Engels gras. Op plaatsen met een wat dikkere en vochtigere bodem groeit rode dopheide en struikheide.

In Wales komen spreihoogvenen voor waar op de natte plekken vetblad en moeraskartelblad te vinden is. Waar grondwater boven het maaiveld uitkomt (‘swamps’) groeit roet en grote lisdodde; waar het grondwater onder het maaiveld staat (‘marshes’) komen elzenbroekbossen met dotterbloem en kattenstaart voor.

De hoger gelegen graslanden in de heuvels en bergen van Wales ontstonden door begrazing of maaien. Afhankelijk van de bodemsoort groeit hier struisgras, fioringras, schapegras en rood zwenkgras. Bij teveel begrazing wordt het beeld bepaald door oneetbare planten als adelaarsvaren, ruwbladig borstelgras, Engelse gaspeldoorn, distels en russen. Kalkgraslanden zijn zeer soortenrijk met onder meer echte sleutelbloem, blauwe anemoon, groot zonneroosje, wilde tijm, driedistel, kleine pimpernel, rondhoofdige rapunzel en zelfs verschillende orchideeënsoorten. Het deel van het Brecon Beacons National Park met carboonkalksteen in de bodem herbergt bijzondere plantensoorten als leymeelbes, kalkbedstro, rozenkransje, kleine ruit en lelietje-der-dalen.

Kliffen Pembrokeshire WalesFoto: Manfred Heyde CC 3.0 Unported no changes made

In Pembrokeshire komen verschillende biotopen voor, zoals bossen, heidevelden, venen, wadden, kwelders, kliffen en duinen, ieder met hun eigen, gevarieerde vegetatie. In het binnenland bloeien vroeg in het jaar al sneeuwklokje, speenkruid en narcis, de nationale bloem van Wales. Later in het jaar komen daar nog bij wilde hyacint, fluitenkruid, roze dagkoekoeksbloem en boterbloemen. De zomer is de bloeiperiode voor hondsroos, veldzuring, dolle kervel, berenklauw en biggekruid.

Kliffen: Engels gras, melkkruid, heidebrem, zeereigersbek.

Kwelders: zeeaster, lamsoor, zeevenkel.

Duinen: blauwe zeedistel, donderkruid, zeewinde, driekleurig viooltje, duinroos.

Bossen: winter- en zomereik, es, esdoorn, els, haagbeuk, iep, spar, lariks, den, wilde kers; in de struiklaag: vlier, hulst, hazelaar, braam.

Heidevelden en venen: struikheide, roze dopheide, rode dopheide, adelaarsvaren, pijpenstrootje, borstelgras, geelbloeiende beenbreek, wollegras, veenpluis.

Snowdon's Lelie WalesFoto: Hugh Knott (CC BY-ND 2.0) no changes made

In Snowdonia komt bijna de helft van alle plantensoorten van Groot-Brittannië voor, maar het is ook de enige groeiplaats van de Snowdon-lelie. Andere wilde rots- en bergplanten die alleen op bepaalde hoogten en lokaties voorkomen zijn onder andere de Tenby Daffodil, de Welsh Poppy, de gespikkelde rotsroos en het rotsvijfvingerkruid.

Grazende schapen hebben op de hooggelegen graslanden grote invloed op de vegetatie. Soorten die niet tegen begrazing kunnen verdwijnen en er verschijnen niet eetbare planten als gaspeldoorn en pitrus.

Op natte en venige plaatsen bloeien planten als rozegevlekte orchidee, moerashertshooi, beenbreek, vetblad, ronde zonnedauw en gagelstruik. Op richels langs de steile noordhellingen groeien arctisch-alpiene soorten. Natuurlijke bossen zijn niet veel meer aanwezig; geïsoleerd staande bomen zijn wintereik, ruwe iep, es, berk en lijsterbes.

Dieren

Jan-van -genten WalesFoto: Dr Mary Gilham archive project (CC BY 2.0) no changes made

Wales staat vooral bekend om zijn vele en omvangrijke kolonies watervogels. Zo herbergt de kustlijn van Wales grote kolonies zeevogels. Een van de omvangrijkste kolonies jan-van-genten ter wereld, ca. 30.000 paartjes, huist op Grassholm Island.

Op Ramsey Island komt de zeldzame alpenkraai nog voor, en 30% van de Manx pijlstormvogels leeft op Bardsey Island.

In het binnenland leven vele soorten vogels waaronder de zeldzame rode wouw met nog maar 150 paartjes in Midden-Wales. Twee andere bedreigde vogels, de smelleken en de waterspreeuw, leven in de heuvels. In de hogere bergstreken leven zwarte raven, buizerds, sperwers, haviken en slechtvalken.

Tot de zoogdieren die men in Wales aantreft, behoren ook bij ons bekende soorten als konijnen, hazen, eekhoorns en vossen; otters, dassen en herten zijn schaarser. Boommarters zijn te vinden in de beboste bergen en heuvels van het noordwesten, poolkatten zijn te vinden in Snowdonia en in de duinen langs de kust, bunzingen in bepaalde streken van Noord- en Midden-Wales. In het Snowdonia-massief zwerven enkele kleine kuddes verwilderde pony’s rond.

Op Skomer Island komt een bijzondere woelmuissoort voor en op de rotsige kusten liggen regelmatig zeehonden te zonnen. Verder komen er op het eiland vele vogels voor, zeekoeten, noordse stormvogels, papegaaiduikers, alken en meeuwen.

Skokholm Island is nog ruiger dan Skomer Island en hier leven pijlstormvogels, noordse stormvogels, alken, papegaaiduikers, valken en meeuwen.

Op de stranden van ‘knoflookeiland’ Ramsey Island voelen grote robbenkolonies zich helemaal thuis. Verder huizen hier veel zeldzame zeevogels, honderdduizenden konijnen en kolonies herten en reeën.

De kust van Zuid-Wales is bekend om zijn kokkels, een klein schelpdier. Bijzonder is de ‘gwyniad’, een witte zoetwatervis, die lijkt op wijting en behalve in Bala Lake nergens anders ter wereld voorkomt. Schol, kabeljauw en tonijn behoren tot de voornaamste exportproducten van Wales.

Wels Pony'sFoto: Chrisytian Guthier CC 2.0 Unported no changes

Ook heeft Wales zijn eigen pony, de Welsh pony, rundvee, de Welsh Black en hondenras, de corgi. Welsh ponies zijn te verdelen vier categorieën: A= Welsh Mountain pony (maximale schofthoogte 122 cm); B= Welsh pony (137); C= Welsh pony cob type (137 maar met steviger benen); D+E= Welsh cob (137-155).

Het Brecon Beacons National Park heeft door de verscheidenheid aan biotopen een zeer gevarieerde vogelstand.:

Hoogland: raaf, buizerd, torenvalk, beflijster, Schots sneeuwhoen, smelleken, tapuit

Laagland: rode wouw, buizerd, sperwer, slechtvalk, fluiter, gekraagde roodstaart, bonte vliegenvanger, tjiftjaf, boomkruiper, boomklever

Hagen: ekster, roek, zwarte kraai, kauw, goudvink, groenling, putter, geelgors

Llangorse-meer: fuut, meerkoet, blauwe reiger, rietzanger, wilde eend, wintertaling, smient, tafeleend

Beken en riviertjes: waterspreeuw, grote gele kwikstaart, ijsvogel

Zoogdieren: vos, das, otter, wezel, haas, konijn, rode eekhoorn, grijze eekhoorn, kleine knaagdieren, vleermuizen

Diversen: adder, hagedissen, hazelworm, libellen

Pembrokeshire ligt op een kruispunt van verspreidingsgebieden van diersoorten uit verschillende klimaatgebieden:

Zeevogels: alk, zeekoet, papegaaiduiker, drieteenmeeuw, aalscholver, kuifaalscholver, scholekster, zilvermeeuw, mantelmeeuw, Noordse (pijl)stormvogel, jan-van-gent, rotsduif

Binnenland: wulp, zomertaling, wintertaling, smient, middelste zaagbek, alpenkraai

Landbouwgebieden: buizerd, torenvalk, slechtvalk, ekster, blauwe reiger, bosuil, grote bonte specht, Vlaamse gaai, fazant, knobbelzwaan, houtduif, kerkuil, hop, rode wouw

Bossen en hagen: zwartkop, tjiftjaf, zwarte roodstaart

Beken en riviertjes: waterspreeuw, grote gele kwikstaart, ijsvogel

Zoogieren: das, vos, otter, poolkat, mink, konijn, haas, grijze eekhoorn, herten

Kustzoogdieren: bruinvis, dolfijn, grijze zeehond

Welsh DragonFoto:Llywelyn2000 CC 4.0 International no changes made

Het nationale dier van van Wales is een mythisch dier: een rode draak

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

Red Lady of Paviland WalesFoto: Ethan Doyle White at Engish Wikipedia CC 3.0 no changes made

Het huidige grondgebied van Wales werd al ca. 250.000 jaar geleden bewoond, waarschijnlijk door Neanderthalers. De daaropvolgende ijstijden trokken deze mensen weer weg, maar in de wat warmere tussenijstijden leefden er steeds weer kleine groepjes jagers, vissers en verzamelaars.

De oudste sporen van menselijke bewoning dateren van ca. 28.000 jaar geleden (het graf van de ‘Red lady of Paviland’). Vanaf 10.000 jaar v.Chr. werd Wales permanent bewoond en ca. 4000 v.Chr., de Steentijd, trokken stammen uit Midden-Europa naar Groot-Brittannië. Al snel hierna arriveerden de eerste landbouwers en werden er verdedigbare dorpen gebouwd. Doden werden begraven in zogenaamde ‘cromlechs’, gemeenschappelijke graven.

Ca. 2500 v.Chr., in de bronstijd, werden de doden individueel begraven in grafheuvels (‘cairns’) en richtte men grote stenen formaties op, ‘stone circles’, en er vonden rituele bijeenkomsten plaats. In de ijzertijd was er al duidelijk sprake van oorlogen, getuige de vele resten van heuvelforten.

Kelten en Romeinen

Het einde van de Bronstijd werd gemarkeerd door de komst van de Kelten. Rond de 500 v.Chr. begonnen de Kelten hun opmars vanuit Midden-Europa en veroverden grote delen van Europa, waaronder Cornwall, Ierland en Wales. De in stamverband levende Kelten waren goed georganiseerd en worden beschouwd als de grondleggers van de Welshe taal en cultuur.

Romeinse Stadsmuren Venta Silurum (Caerwent, Wales)Foto: MortimerCat CC 3.0 Unported no changes made

In 43 n.Chr. begonnen de Romeinse legioenen met de verovering van Groot-Brittannië, maar stuitten in Wales op felle tegenstand. Pas in 78 werd Wales volledig onder Romeins gezag gesteld door Agricola. In de 4e eeuw raakte Groot-Brittannië weer buiten de Romeinse invloedssfeer. De Romeinse generaal Magnus Maximus trok in 383 zijn troepen terug en probeerde zelf keizer te worden.

Keizer Theodosius wist hem echter te verslaan waardoor het Britse eiland onverdedigd achterbleef en ten prooi viel aan Ierse troepen. In 410 verlieten de Romeinen definitief Groot-Brittannië.

Middeleeuwen

Na het vertrek van de Romeinen verbreidde het christendom vanuit Ierland zich over Wales en ontstonden tevens de eerste koninkrijkjes, de ‘Kingdoms of the Cimry’. In deze tijd werden de Welshe stammen bedreigd door de Angelen, Saksen en Juten, Germaanse stammen uit Noordwest-Duitsland en Denemarken, die zich daarvoor al in Engeland gevestigd hadden.

Kong Offa van Mercia, WalesFoto: Publiek domein

Als gevolg van deze bedreigende situatie smolten verschillende kleine Keltische vorstendommen samen tot grotere eenheden die gedomineerd werden door machtige dynastieën als die van Gwynedd, Powys, Deuheubarth (Dyfed), Morgannwg (Glamorgan) en Gwent. In de 8e eeuw liet de Saksische koning Offa van Mercia (757-796) de naar hem genoemde Offa’s Dyke aanleggen, een van noord naar zuid lopende verdedigingswal die een scheidslijn zou gaan vormen tussen Wales en Mercia.

De bevolking achter deze grens noemde zich ‘y cymry’ (landgenoten), en zelf noemden ze hun land Cymry. Door de Saksen werden ze echter ‘wealas’ (vreemdelingen) genoemd, waar de naam Wales vandaan komt.

Onder Rhodri Mawr (844-878) en zijn kleinzoon Hywel Ddawerd (910-950) werd bijna geheel Wales verenigd, maar na de dood van de laatste viel het Welshe rijk weer uit elkaar. In 1057 lukte het Gruffydd ap Llewelyn weer om geheel Wales te verenigen maar in 1064 werd hij verslagen door de Engelsen en viel Wales wederom in kleine koninkrijkjes uiteen.

Normandiërs en Llwelyns

Standbeeld Llewelyn the Great WalesFoto: Publiek domein

In 1066, de Slag bij Hastings, versloeg de Normandische hertog William de Engelse koning Harald. Onder Willem de Veroveraar werd Wales vervolgens verdeeld onder de Normandische adel, maar moest eerst nog wel veroverd worden. Tot het einde van de 11e eeuw begonnen Normandische aanvallen op Wales, gevolgd door Welshe tegenaanvallen. Begin 12e eeuw stopte de strijd en werden de definitieve grenzen vastgelegd. De oostelijke grensstreken en de zuidelijke heuvellanden waren in het bezit van Normandische graven en ridders. De Welshe prinsen domineerden het westen en de bergstreken in het noorden.

In de 13e eeuw werd Wales onder de dynastie van Gwynedd weer grotendeels verenigd. Vanaf 1218 werd het gedeelte van Wales dat niet in handen van de Normandiërs was, bestuurd door Llewelyn I ap Iorwerth (Llewelyn the Great).

Na zijn dood viel het rijk even uiteen maar werd weer verenigd onder kleinzoon Llewelyn II ap Gruffyd. Het lukte hem zelfs om het rijk naar het zuiden toe uit te breiden, en in 1267 werd Llewelyn II door Henry II officieel erkend als ‘prins van Wales’. Dit bleek echter al snel een wassen neus want in juli 1277 trok koning Edward I met een groot leger Wales binnen en uiteindelijk sneuvelde de ‘prins van Wales’ in 1282 bij Builth. In 1284 werd het prinsdom geannexeerd door de Engelsen (Statuut van Rhuddlan) en de rest van Wales kwam in handen van de Normandiërs. Dit zou tevens het definitieve einde markeren van Wales’ zelfstandigheid.

Er volgde een harde tijd voor de Welshmen en ze werden tot het bot vernederd toen Edward I in 1301 zijn zoon de titel ‘Prins van Wales’ verleende. In 1349 kostte de pest 40% van de Welshe bevolking het leven.

Wales herenigd met Engeland

In 1400 volgde er een opstand die aanvankelijk zeer succesvol was. Onder leiding van Owain Glyndwr en met massale steun van de bevolking breidde de opstand zich uit en werd een serie overwinningen behaald. Henry IV sloeg echter hard terug en uiteindelijke schoot Wales er niets mee op. In de tweede helft van de 15e eeuw woedde de zogenaamde Rozenoorlog tussen het Huis Lancaster en het Huis York, die beiden aanspraak maakten op de troon.

De adel in Wales trok naar een van beide partijen maar uiteindelijk kwam een derde partij in 1485 als overwinnaar uit de bus, het Huis Tudor in de persoon van Henry VII. Door deze Tudors werd de anglicanisering van Wales fors doorgezet en in 1536 werd Wales door de ‘Acts of the Union’ bij Engeland gevoegd en verdeeld in 13 graafschappen of ‘shires’. Wales kreeg verder 27 afgevaardigden in het Lagerhuis, maar in 1542 werd Engels de officiële voertaal. Er kwam weinig verzet van de Welshe adel want al deze gebeurtenissen pakten voor hen niet zo slecht uit.

De Schotse koning James I Stuart werd in 1603 ook tot koning van Engeland gekroond. James had echter voortdurend ruzie met het parlement en stelde dit instituut zelfs enkele jaren buiten werking. Verder speelde in deze tijd ook de kerkelijke strijd tussen de puriteinen en de presbyterianen. Uiteindelijk volgde van 1642-1649 een heuse burgeroorlog, na een openlijk conflict tussen koning en parlement. In deze strijd werd de koning verdreven en het parlement onder Oliver Cromwell organiseerde een eigen leger.

Wales schaarde zich achter de koning, maar Cromwell won de strijd tegen de Parlementariers en de koning werd onthoofd. Na een straf bewind met dictatoriale trekjes overleed Cromwell in 1658 en was men in Wales zeer opgelucht.

Charles II of EnglandFoto: Publiek domein

Gesteund door het parlement kwamen de Stuarts, in de persoon van Charles II, in 1660 weer op de troon terecht. Charles had zeer veel aanvaringen met het parlement en het was in deze periode dat er twee grote partijen in het Lagerhuis ontstonden, de conservatieve Tories en de liberale Whigs.

In Wales had ondertussen het puritanisme stevig wortel geschoten, een strenge variant binnen de Anglicaanse kerk. Met name op het platteland hadden de puriteinen een flinke aanhang. In 1662 riep Charles de ‘Act of Unity’ uit waardoor de positie van de Anglicaanse kerk versterkt werd en andere religieuze groeperingen gedwongen werden ondergronds verder te gaan. In 1689 riep James II de ‘Toleration Act’ uit, waardoor de godsdienstvrijheid weer gegarandeerd werd. In het midden van de 18e eeuw volgde een heropleving van het methodisme; uiteindelijk scheidden de methodisten zich in 1811 af van de Anglicaanse kerk.

In 1759 begon de industrialisatie van Wales met de opening van ijzergieterijen in Noordoost- en Zuid-Wales. Andere winstgevende industriële activiteiten waren de koperverwerkende industrie en de leisteenmijnen in Noordwest-Wales. Vanaf 1830 werd ook de kolenindustrie zeer belangrijk. En trokken veel arbeiders uit heel Groot-Brittannië naar Wales toe.

In 1829 was er al een economische depressie uitgebroken waardoor veel arbeiders werden ontslagen en forse loonsverlagingen doorgevoerd werden. Onenigheden tussen arbeiders en werkgevers leidde in 1831 tot de meest gewelddadige arbeidersopstand in Groot-Brittannië, de Merthyr Tydfil Rising. De opstand duurde een week en er kwamen 24 arbeiders en 16 soldaten om het leven.

Begin 19e eeuw kwam het chartisme opzetten, een beweging die zich beriep op het ‘People’s Charter’ uit 1838, waarin onder meer algemeen kiesrecht werd geëist. Ook dit streven ondervond grote tegenstand vanuit regeringskringen, wat weer leidde tot meer gewelddaden. In 1839 liep een demonstratie in Zuid-Wales uit de hand en werden 24 stakers door de politie gedood.

Tussen 1780 en 1850 verdubbelde de bevolking van Wales tot 1,2 miljoen inwoners. Met name uit Engeland arriveerden veel immigranten, die een slag toebrachten aan de Welshe cultuur; o.a. werd het Welsh uit het onderwijs verbannen, waardoor rond 1920 nog maar ca. 31% van de bevolking Welsh sprak. Hierdoor stak het nationalisme de kop op met als belangrijkste partij Cymru Fydd (Jong Wales). Zij voerden een intensieve campagne voor ‘Home Rule’, autonomie voor Wales. De nog steeds voortdurende kerkstrijd werd in 1914 beëindigd toen de anglicaanse kerk in Wales haar bevoorrechte positie kwijtraakte (Act for the disestablishment of the Church in Wales, in 1920 uitgevoerd). In 1916 kreeg Wales zijn eerste Welshe premier: David Lloyd George.

Tweede industriële revolutie

Economisch waren er grote verschillen ontstaan tussen de verschillende delen van Wales. Zuid-Wales groeide economisch voorspoedig, Noord- en Midden-Wales bleven ver achter. Met name de steenkoolindustrie zorgde ervoor dat Cardiff de steenkoolhaven van de wereld werd. In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen in de Britse politiek twee belangrijke krachten opzetten: de vakbonden en de Labour Party. De South-Wales Miners’ Association zou een van de machtigste bonden in Groot-Brittannië worden, niet alleen in de onderhandelingen met werkgevers maar beheerste ook het leven van de arbeiders zelf. Onder invloed van de vakbond verbeterden de leefomstandigheden van de arbeiders aanzienlijk en kreeg de Labour Party steeds meer aanhang onder de arbeiders.

In het begin van de 20e eeuw ontstond er op verschillende plaatsen in Wales veel onrust. Een opstand tegen een nieuw, ongunstig loonsysteem in de leisteenindustrie zorgde ervoor dat duizenden arbeiders wegtrokken. Verder werd de kolenindustrie steeds meer gemechaniseerd en daardoor werden er duizenden mijnwerkers ontslagen. Als gevolg hiervan braken langdurige stakingen uit. Na de Eerste Wereldoorlog nam de vraag naar kolen sterk af en binnen een jaar was de productie met de helft gedaald. Voeg daarbij de gevolgen van de naderende wereldwijde depressie en het zal niet vreemd zijn dat opnieuw duizenden arbeiders uit de valleien wegtrokken naar elders, op zoek naar ander werk.

Herdenkingsplaquette oprichting Plaid CymruFoto: Alan Fryer CC 2.0 Generic no changes made

In 1925 werd de Plaid Cymru (Welshe Partij) opgericht, die streeft naar volledige onafhankelijkheid, behoud van de Welshe taal en cultuur en lidmaatschap van de Verenigde Naties.

Wales na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde er veel in Wales. De overgebleven steenkoolindustrie moderniseerde in snel tempo en er werden nieuwe industrieën aangetrokken om de vastgelopen industrie los te trekken.

Politiek herleefde de autonomie-gedachte, hoewel die gedachte niet door de Labour Party ondersteund werd. In 1955 werd Cardiff tot hoofdstad van Wales benoemd en tien jaar later werd er een soort coördinerend minister voor Wales aangesteld (Secretary of State for Wales). In 1966 werd de eerste vertegenwoordiger van de nationalistische partij van Wales, Plaid Cymru, in het parlement gekozen (Gwynfor Evans); bovendien werd Wales in 1967 officieel tweetalig.

Gebouw Welsh AssembleeFoto: ENil CC 2.0 Unported no changes made

In 1968 werden de mogelijkheden voor ‘devolution’ of decentralisatie onderzocht, maar in plaats van zelfbestuur volgde in 1974 een bestuurlijke reorganisatie, waarin de dertien oude graafschappen werden heringedeeld tot acht nieuwe. In 1976 werd de ‘Scotland and Wales Bill’ gepresenteerd waarin een eigen parlement werd toegekend, echter zonder wetgevende macht. Dit was voor 80% van de bevolking de reden om in een referendum tegen dit inhoudsloze voorstel te stemmen. In 1979 werd er een referendum gehouden over afscheiding (devolution), maar door een overweldigende meerderheid werd tegen gestemd.

Door Plaid Cymru werd nu de nadruk gelegd op het beschermen en uitbouwen van de Welshe cultuur. Na moeizaam onderhandelen met de regering Thatcher kwam op 2 november 1982 de eerste Welshtalige televisiezender in de lucht, Sianel Pedwar Cymru. Als gevolg van een mijnwerkersstaking in 1984 werd de Engelse vakbeweging een pijnlijke nederlaag toegebracht; allerlei wettelijke bepalingen beknotten het functioneren van de vakbonden behoorlijk. In 1988 werd de laatste kolenmijn in de Valleys gesloten, de Tower Coliery in Aberdale. Van de eens zo machtige kolenindustrie zijn alleen nog wat kleine particuliere mijnen in werking.

In 1997 stemden de Welshmen met een krappe meerderheid van 50,3% voor een eigen Welsh Assembly in de hoofdstad Cardiff.

Zie verder ook de geschiedenis van Engeland op Landenweb.

Bevolking

Welsh Rugby TeamFoto: Ezioman CC 2.0 Generic no changes made

De bevolking van Wales (Welshmen) nam tussen 1900 en 1990 slechts met ca. 900.000 inwoners toe, dat wil zeggen langzamer dan de bevolking van geheel Groot-Brittannië. Velen emigreerden, onder meer naar Engeland. In 2017 telt Wales iets meer dan 3 miljoen inwoners.

De gemiddelde bevolkingsdichtheid van Wales bedraagt ca. 140 inwoners per km2, maar de bevolking is zeer ongelijk verspreid. Midden-Wales ( 'the Heartland') is dun bevolkt: de graafschappen Powys, Gwynedd en Ceredigion hebben een bevolkingsdichtheid van minder dan 25 inwoners per km2. In Noord-Wales woont ca. 15% van de Welshmen; de bevolkingsdichtheid varieert er van 60 tot 160 inwoners per km2.

Het dichtst bevolkt zijn de zuidelijke graafschappen (330 tot 990 inwoners per km2; Cardiff meer dan 500 inwoners per km2). Daarin liggen ook de plaatsen met meer dan 20.000 inwoners en de grootste steden, te weten Cardiff (350.000 inwoners), Swansea (227.000), Newport, Rhondda en Port Talbot. In de drie grootste steden van Wales wonnen ook bijna alle etnische minderheden van Wales.

Ca. 75% van de bevolking woont in steden. Er zijn twee zogenaamde New Towns: Cwmbran en Newton.

In etnisch opzicht stammen de Welshmen af van de Kelten, die door de geïsoleerde ligging achter de Cambrian Mountains hun eigen cultuur veel langer konden beschermen tegen invloeden van buitenaf.

Taal

Welsh BibleFoto: Publiek domein

In 1536 werd het Engels door de ‘Act of Union’ de officiële ambtelijke taal en daarmee ook de dominerende taal. Dankzij de literaire bijbelvertaling van bisschop William Morgan in het Welsh (16e eeuw) is de taal behouden gebleven. Het Welsh is sinds 1967 als officiële taal gelijkgesteld met het Engels, en wordt door ca. 20% van de bevolking gesproken, voornamelijk geconcentreerd in de plattelandsstreken van het noordwesten, waar nog ca. 60% van de bevolking Welsh spreekt. In het zuidwesten spreekt nog 44% van de bevolking Welsh, in het grensgebied van het noorden en midden rond de 20%, in de streek rond Swansea en in de Valleys tussen de 6,5 en 15% en in het zuidelijke stroomgebied van de Wye en Usk nog maar 2,4%.

Steeds meer lagere en middelbare scholen echter zijn tweetalig. De beheersing van het Welsh wordt steeds meer gezien als een voorwaarde voor het verkrijgen van een goede betrekking, en de laatste tien, vijftien jaar is er dan ook sprake van een zekere stabilisatie.

Wales beschikt sinds 1982 zelfs over een eigen televisienet, S4C (Sianel 4 Cymru = kanaal 4 Wales), dat in de Welshe taal uitzendt.

Verkeersborden in Welsh en EngelsFoto: Still ePsiLoN (CC BY 2.0) no changes made

Het Keltische Welsh of ‘Cymreag’ is een van de oudste levende talen van Europa, samen met het Iers en het Schotse Gaelic. Hoewel het behoort tot de Indo-Germaanse talen, is er maar weinig verwantschap te herkennen met het Engels en het Nederlands, veel meer met het Bretons. Ook de uitspraak is helemaal anders, onder andere door het gebruik van veel medeklinkers achter elkaar. Verwarrend is ook dat veel klanken een ander dan bij ons gebruikelijk schriftbeeld hebben, ‘ll’ wordt bijvoorbeeld als ‘gl’ uitgesproken. Het Welsh kent geen j, k, q, v, x en z. De klemtoon valt altijd op de voorlaatste lettergreep.

Een van de langste plaatsnamen ter wereld is: Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch (‘de kerk van St.Mary in het dal van de witte hazelaar, dicht bij de snelle draaikolk van de rode grot van St.Tysilio’: afgekort tot Llanfair P.G.’)

Enkele Welshe woorden:

Godsdienst

13e eeuws kerk WalesFoto: Rhodri Jones CC 2.0 Generic no changes made

Het christendom arriveerde in de 5e eeuw in Wales. Tot halverwege de 18e eeuw waren de Welshmen in overgrote meerderheid lid van de Anglicaanse kerk. Vanaf 1735 werd de Church of England van binnenuit bestreden door de methodisten, die de nadruk legden op vroomheid, eenvoud en armoede.

In 1811 stichtten de Welshe methodisten na een afsplitsing van de Church of England de calvinistisch-methodistische Kerk, die tegenwoordig de presbyteriaanse Kerk van Wales wordt genoemd en weer deel uitmaakt van de Church of England. Ook non-conformistische groeperingen als baptisten, unitariërs en wesleyanen groeiden explosief door hun sociale en educatieve activiteiten.

In die tijd verloor de Anglicaanse Kerk en groot deel van haar gelovigen, maar het duurde nog tot 1914 voordat de Church of England haar positie als staatskerk verkreeg. In 1920 stichtten de overgebleven anglicanen de Church in Wales, een autonome kerkprovincie binnen de mondiale Anglicaanse Kerk met zes bisdommen en een eigen aartsbisschop.

Het aantal rooms-katholieken, voornamelijk wonend in het noordoosten, is sinds de Tweede Wereldoorlog toegenomen tot ca. 60.000. De al eerder genoemde non-conformistische kerken en groeperingen liepen in ledental fors terug. In de grote steden Cardiff, Newport en Swansea leven kleine religieuze groepen boeddhisten, Hindoes, joden, Sikhs en moslims.

Samenleving

Staatsinrichting

Staatkundig gezien verloor het prinsdom Wales zijn zelfstandigheid al sinds 1282. De Engelse koning Edward I versloeg toen de Welshmen en voegde Wales toe aan zijn rijk. In 1301 gaf de koning dit nieuwe rijksdeel aan zijn zoon, de Engelse prins. Deze traditie duurt nog tot de dag van vandaag voort; de Britse troonopvolger heeft de titel ‘Prince of Wales’. Sinds 1969 is Charles, de zoon van koningin Elizabeth, de ‘Prins van Wales’.

Debatzaal National Essemblee WalesFoto: Publiek domein

Sinds 1951 heeft Wales steeds meer interne autonomie gekregen. Met name de instelling van het Welsh Office in 1964 was een belangrijke gebeurtenis. Dit orgaan, onder leiding van de Secretary of State for Wales, steeds meer bevoegdheden. Onder de regering-Blair werden specifiek regionale zaken gedecentraliseerd en de bevoegdheden van de eigen volksvertegenwoordiging werden uitgebreid. Ondanks de sterk levende nationalistische gevoelens wezen de Welshmen bij een referendum in 1979 een volledig losmaken van Groot-Brittannië af. Wales heeft nog wel steeds en nationalistische partij, Plaid Cymru.

Vanaf 2000 wordt Wales bestuurd door de uit zestig leden bestaande National Assembly for Wales; de verkiezingen hiervoor waren in mei 1999. De leden van dit nationale parlement worden voor vier jaar gekozen en kiezen uit hun midden een voorzitter, de ‘Prif Ysgrifennydd y Cynulliad’ ofwel de eerste secretaris van de Assemblee. Deze staat aan het hoofd van het Uitvoerend Comité, het dagelijks bestuur. Het parlement richt zich vooral op zaken als onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en Welshe taal en cultuur.

De ‘Secretary of State for Wales, de minister voor Welshe aangelegenheden, zetelt in het Britse kabinet en Wales heeft veertig vertegenwoordigers in het 659 leden tellende Britse parlement, de ‘House of Commons’.

Administratieve indeling

Administratief is Wales sinds 1974 ingedeeld in acht graafschappen (Gwynedd, Clwyd, Powys, Dyfed, Gwent, West Glamorgan, Mid-Galmorgan en South Glamorgan), tezamen verdeeld in 37 districten. In 1996 vond opnieuw een herindeling plaats, waarbij Wales is ingedeeld in 22 administratieve eenheden of ‘unitary authorities’, namelijk negen ‘counties’, tien ‘county boroughs’ en drie ‘cities’:

COUNTIESaantal inwonersoppervlakte
Anglesey67.000714 km2
Carmarthenshire173.0002395 km2
Ceredigion75.0001795 km2
Denbighshire93.000844 km2
Flintshire149.000438 km2
Gwynedd117.0002548 km2
Monmouthshire85.000850 km2
Pembrokeshire115.0001590 km2
Powys127.0005196 km2
COUNTY BOROUGHSaantal inwonersoppervlakte
Blaenau Gwent70.000109 km2
Bridgend129.000246 km2
Caerphilly170.000278 km2
Conwy110.0001130 km2
Merthyr Tydfil56.000111 km2
Neath Port Talbot135.000442 km2
Rhondda Cynon Taff232.000424 km2
Torfaen91.000126 km2
Vale of Glamorgan120.000335 km2
Wrexham129.000498 km2
CITIESaantal inwonersoppervlakte
Cardiff306.000140 km2
Newport137.000190 km2
Swansea224.000378 km2

Onderwijs

Kleuteronderwijs

Peuter- en kleuteronderwijs (van 2 tot 5 jaar) wordt, meestal gratis, verstrekt door instellingen van de centrale overheid, lokale overheden en privé-instellingen. De overheid breidt de onderwijsmogelijkheden voor de jongste kinderen uit. Op gesubsidieerde scholen en peuterklassen zullen plaatsen worden aangeboden voor alle vierjarigen waarvan de ouders dat wensen.

Basisonderwijs

Basisschool WalesFoto: ArtByJude CC 3.0 Unported no changes made

De leerplicht in Wales duurt van 5 tot 16 jaar. Het huidige onderwijsstelsel kent twee structuren: een stelsel met twee niveaus en een stelsel met drie niveaus.

Het stelsel met twee niveaus omvat het basisonderwijs voor kinderen van 5 tot 11 jaar en het lager secundair onderwijs voor leerlingen van 11 tot 18 jaar. Het stelsel met drie niveaus bestaat uit basisscholen, middenscholen en secundaire scholen (primary, middle en secondary schools). Op middenscholen wordt vier jaar onderwijs gegeven aan leerlingen van 8 tot 12 jaar (primaire middenscholen) of van 9 tot 13 jaar (secundaire middenscholen).

Het verplicht onderwijs is verdeeld in vier stadia: Key Stage 1 (5 tot 7 jaar), Key Stage 2 (7 tot 11 jaar), Key Stage 3 (11 tot 14 jaar), en Key Stage 4 (14 tot 16 jaar). Het basisonderwijs bestaat uit de stadia 1 en 2.

Lager secundair onderwijs

Het lager secundair onderwijs bestaat uit de stadia 3 en 4 en is gericht op leerlingen van 11 tot 18 jaar, maar is slechts verplicht tot de leeftijd van 16 jaar. Dit type onderwijs begint in het algemeen met leerlingen van 11 jaar. In het stelsel met drie niveaus kunnen leerlingen op 12, 13 of 14 jaar naar het secundair onderwijs gaan.

Voor toelating tot een secundaire is normaal gesproken geen bekwamheids- of geschiktheidsproef vereist, maar in bepaalde regio’s worden de leerlingen toegelaten op basis van een toets.

De studie van een vreemde levende taal is verplicht in Key Stage 3 (11 tot 14 jaar), en daarna facultatief.

Hoger secundair onderwijs

Hoger secundair onderwijs wordt verstrekt door scholen en Further Education Colleges. Scholen geven volledig dagonderwijs, terwijl de Further Education Colleges zowel voltijdse als deeltijdse cursussen aanbieden, maar ook cursussen van een dag per week of een blokperiode voor werkende leerlingen. Leerlingen kunnen zowel theoretische als vakcursussen volgen. De scholen en Colleges voor leerlingen van 16 tot 18 jaar worden door de staat gesubsidieerd. De studie van het Welsh als eerste of tweede taal en van een andere levende taal is facultatief. In bijna alle gevallen gaan leerlingen van scholen en Further Education Colleges automatisch over van het eerste naar het tweede jaar van het hoger secundair onderwijs.

Hoger onderwijs

Universiteit van CardiffFoto: Stan Zurek in het publieke domein

Sinds 1992 behoren bijna alle instellingen voor het hoger onderwijs tot dezelfde categorie. Elke universiteit is autonoom en beslist zelf over ‘degrees’(graden) en andere titels die zij afgeeft en stelt ook zelf de normen hiervoor vast. De meeste universiteiten breed een breed spectrum aan universitaire en post-universitaire opleidingen. Universitaire beroepsopleidingen worden over het algemeen aangeboden door polytechnische universiteiten.

Elke instelling voor hoger onderwijs bepaalt zelf haar toelatingsbeleid. In de praktijk verlangen de meeste instellingen, gezien de competitie voorde beschikbare plaatsen, aanzienlijk meer dan de minimumkwalificaties. Van studenten wordt verlangd dat zij de studie in het Engels kunnen volgen en dat zij hun werk en examens in correct Engels afleveren. The University of Wales en enige andere instellingen bieden studenten de mogelijkheid bepaalde studie in het Welsh te volgen en hun werk en examens ook in die taal af te leveren.

Elke instelling beslist zelf hoeveel studenten zij voor elke studie toelaat, alleen voor geneeskunde, tandheelkunde en lerarenopleidingen worden door de regering quota vastgesteld.

Een first degree-studie wordt afgesloten met een Bachelor-diploma. Zo’n opleiding duurt drie jaar, maar kan voor sommige disciplines langer duren.

Een higher degree is een resultaat dat behaald wordt na een met succes afgeronde extra studie, na individueel onderzoek of na een combinatie van beide. Zij wordt afgegeven op twee niveaus:

-Master’s Degrees: na minimaal een jaar voltijdse studie

-Doctorates: na de verdediging van een proefschrift

De federale University of Wales (1872) heeft colleges in Cardiff, Swansea, Bangor, Lampeter en (geheel Welsh) Aberystwyth. In Aberystwyth is ook de beroemde National Library of Wales (1907) gevestigd.

Verder is er een universiteit in Pontypridd (1992) en zeven andere instituten voor hoger onderwijs. De deelname aan het hoger onderwijs ligt in Wales boven het nationale gemiddelde.

Economie

Mijnbouw en industrie

Jarenlang zijn de steenkoolwinning en de ijzer- en staalindustrie de pijlers van de economie geweest. In 1920 werkten er nog ca. 300.000 mensen in de kolenmijnen die voornamelijk in Zuid-Wales en rond Wrexham. In 1971 werkten er nog 120.000 mensen in de kolen- en staalsector, nu zijn dat er nog maar ca. 20.000. Van de 450 mijnen die er rond 1900 waren zijn er nog maar een paar over die aan ca. 2000 mensen werk verschaffen. Het aantal staalfabrieken is afgenomen van 63 in 1973 tot een stuk of tien op dit moment. De leisteenindustrie was op het einde van de 19e eeuw op haar hoogtepunt, maar is nu zo goed als verdwenen.

Staalindustrie WalesFoto: Publiek domein

Vooral na 1945 zijn er andere industrieën in Wales gevestigd, zoals kunststoffen, lichte machine- en kledingindustrie; belangrijke producten zijn voorts plastics, motoronderdelen en chemische producten; (micro-)elektronische industrie werd gevestigd in de jaren vijftig. Zuid-Wales, met steden als Newport, Cardiff, Swansea, Llanwern en Port Talbot, is het belangrijkste industriegebied.

Hier is de recessie in de jaren zeventig het hardst aangekomen; tal van fabrieken werden gesloten en het percentage werklozen in Wales lag met ruim 15% van de beroepsbevolking hoger dan het landelijke gemiddelde. Ook in het noorden, eens een belangrijk steenkoolgebied, zijn vele mijnen gesloten; de staalindustrie in Deeside werd opgeheven.

Welsh Development Agency

In het midden van de jaren zeventig werden de Welsh Development Agency en de Development Board for Rural Wales opgericht; met name door het inrichten van industrieterreinen, het verbeteren van weg- en treinverbindingen en het geven van subsidies aan met name de dorpen en steden in de vroegere mijnbouwgebieden werd getracht de werkgelegenheid te bevorderen.

Hiermee is een groot aantal moderne bedrijven aangetrokken, waaronder buitenlandse (m.n. Japanse en Zuid-Koreaanse), waardoor de bedrijvigheid is toegenomen en de werkgelegenheid een aanzienlijke impuls heeft gekregen. Vooral elektrische, elektronische en assemblagebedrijven vestigden zich in de valleien van Zuid-Wales.

Landbouw en veeteelt

Schapen houden WalesFoto: Roger Kidd CC 2.0 Generic no changes made

Tachtig procent van het grondgebied wordt gebruikt voor agrarische doeleinden, maar slechts één vijfde daarvan is geschikt voor intensieve verbouwing, met name langs de kust en in het grensgebied met Engeland. Pembrokeshire in het zuidwesten wordt ook wel de ‘Garden of Wales’ genoemd.

De eindeloze heuvels van Midden-Wales en de ruige bergstreken van Noord-Wales kennen veel rundvee-, varkens- en vooral schapenhouderijen (ca. 7 miljoen schapen), die voor veel melk, vlees, wol zorgen.

De schapenteelt heeft ernstige schade geleden van de radioactieve neerslag na de kernramp in Tsjernobyl, maar nog steeds houdt ruim de helft van de 30.000 agrarische bedrijven schapen. De meest voorkomende soorten zijn: Welsh Mountain Bred, Beulah Speckled Face, Half Bred en Lanwenog.

Diverse sectoren

Craigh Gogh Dam in de Ewan ValleyFoto: William Matthews CC 2.0 Generic no changes made

De dienstensector biedt de meeste werkgelegenheid. Belangrijk zijn ook de energiebedrijven (gas en elektriciteit). In Midden-Wales zijn grote stuwdammen aangelegd (Claerwen en Elan Valley) die elektriciteit opwekken.

De belangrijkste havens zijn Holyhead en Fishguard met veerdiensten op Ierland, en Port Talbot, Swansea, Burry, Cardiff en Newport voor de import van ijzererts en aardolie.

Milford Haven, op de zuidwestpunt, is een belangrijk centrum voor de aanvoer en verwerking van aardolie.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Wales golvend landschapFoto:Onbekend CC 3.0 Unported no changes made

Toerisme is van toenemende economische betekenis. Wales trekt door de natuurlijke schoonheid van het landschap, de kastelen en de vele legendes veel toeristen. Er zijn ruige bergen, koele wouden, mysterieuze meren, een prachtige kustlijn en vele schilderachtige steden en dorpen. In de nationale parken zijn prachtige wandelpaden uitgezet en je kunt genieten van het natuurschoon. Historische plekken trekken toeristen uit de hele wereld. Behalve vele musea zijn er ook nog meer dan honderd indrukwekkende kastelen en resten van Romeinse forten en nederzettingen.

Hieronder staan een aantal van de bekendste bezienswaardigheden van Wales beschreven.

Snowdonia National Park WalesFoto: Tim Felce CC 2.0 Generic no changes made

Snowdonia National Park ligt in het noorden van Wales en is een ruig en bergachtig gebied met op haar grondgebied Mount Snowdon. Dat is de hoogste berg (1088 meter) van Engeland en Wales. Er zijn een aantal prachtige wandelroutes die naar de top leiden van waaruit je kunt genieten van het omringende landschap.

Caernarfon Castle WalesFoto: Manfred Heyde CC 3.0 Unported no changes made

Caernarfon Castle is gebouwd door koning Edward I in de 13e eeuw als zetel voor de eerste prins van Wales. Het is een van de grootste katelen in het land. Met zijn 13 torens en twee poorten wordt dit enorme kasteel gezien als een van de meest indrukwekkende en best bewaarde middeleeuwse forten in Europa. Caernarfon Castle ligt op de plaats van een nog ouder Normandisch kasteel en wordt aan de ene kant beschermd door de rivier de Seiont en de Menai-straat en aan de andere kant door een gracht. De koninklijke connectie van het kasteel gaat tot op de dag van vandaag door en in 1969 vond hier de inhuldiging van Prins Charles als Prins van Wales plaats.

Breacon Beacon National park WalesFoto: Paul Lakin CC 3.0 Unported no changes made

Breacon Beacon National park is een populair gebied voor wandelaars en ligt in het zuiden van Wales. Het is heuvelachtig en ook geschikt voor de wat minder geoefende wandelaar. De bekendste wandeling is die naar de top van de hoogste berg in dit gebied, de Pen-y-Fan. Deze top is 886 meter hoog. De wandeling is prima te doen en je geniet van mooie vergezichten

South Stack Vuurtoren, Angelsey WalesFoto: Paul Allison (CC BY-SA 2.0) no changes made

Het eiland Anglesey is gescheiden van het vasteland van Wales door de Menai Strait die overspannen is door de Menai Suspension. Je vindt hier een aantal pittoreske vissersdorpjes die langs de 160 kilometer lange e kustlijn zijn verspreid. Samen met de zandstranden en andere bezienswaardigheden zoals de South Stack vuurtoren, maakt dat dit eiland populair voor dagjesmensen Ten slotte herbergt het eiland een van 's werelds beroemdste spoorwegplatforms met de langste plaatsnaam ter wereld: Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllandysiliogogogoch.

Uitzicht vanaf Cardiff Castle WalesFoto: GerritR CC 4.0 International no changes made

Cardiff is een van de meest modieuze steden in het Verenigd Koninkrijk en is pas iets meer dan 50 jaar de hoofdstad van Wales, met chique en moderne winkelcentra, historische Victoriaanse winkelgalerijen en toprestaurants. Cardiff Castle is het beroemdste gebouw van Wales en het ligt in het centrum van de stad. Dit immense en indrukwekkende kasteel omvat ongeveer 2000 jaar geschiedenis. De oorsprong is Romeins en overblijfselen van de Romeinse muur zijn nog steeds te zien. Na de Normandische verovering kreeg de burcht de vorm die we nu kennen. In de 18e eeuw kwam het kasteel in handen van de familie Bute. John Bute, die rond 1860 bekend stond als de rijkste man ter wereld gaf de beroemde architect William Burgess opdracht om de kasteelverblijven te transformeren. Binnen gotische torens creëerde hij weelderige interieurs, rijk aan muurschilderingen, glas in lood, marmer, verguldsel en gedetailleerd houtsnijwerk. Elke kamer heeft zijn eigen speciale thema. Cardiff speelt een belangrijke rol in het universum van de science-fiction dramaserie Dr Who. Je kunt een twee uur durende wandeltocht maken onder begeleiding van een gids en tal van locaties bezoeken waar de filmopnames hebben plaatsgevonden. Lees meer op de Cardiff pagina van Landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

WALES LINKS

Advertenties
• Wales Vliegtickets.nl
• ANWB vakantie boeken Wales
• Wales Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Wales
• Djoser Wandel - wandelreis Wales
• Cardiff Vliegtickets Tix.nl
• Wales Campings

Nuttige links

Reisinformatie Wales (N)
Reizendoejezo – Wales (N)
Startpagina Wales (N+E)

Bronnen

Beeftink, A. / Zuid-Engeland en Wales

Van Reemst

Berkien, G. / Wales

Kosmos-Z&K

Berkien, G. / Wales

Kosmos-Z&K

Danse, W. / Midden-Engeland en Wales

ANWB

Fröhlich, D. / Wales

Deltas

Hendriksen, B. / Wales

Van Reemst

Hestler, A. / Wales

Marshall Cavendish

King, J. / Wales

Lonely Planet

Westphal, U. / Wales

Van Reemst

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems