QATAR   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Oudste geschiedenis

Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat het schiereiland Qatar al bewoond was in de steentijd toen het klimaat milder was dan nu. Daarentegen is er zeer weinig archeologisch materiaal gevonden uit de oudheid en de middeleeuwen. Er zijn wat oude grafheuvels gevonden maar er is bijvoorbeeld geen enkele connectie gevonden met het Dilmun-rijk in Bahrein.
Qatar is ook de enige plaats in de Golfregio waar geen Portugese overblijfselen gevonden zijn. En aangezien de Portugezen overal in de Golf gebied veroverden of op z'n minst aanvielen, valt hieruit te concluderen dat Qatar op dat moment praktisch onbewoond moet zijn geweest. Qatar wordt ook niet genoemd in de verhalen van verschillende Europese reizigers tussen de 16e en begin 18e eeuw.
Qatar maakte vanaf 633 deel uit van het islamitische rijk van de kaliefen. Ca. 900 werd Qatar ingelijfd bij de in dat jaar gestichte onafhankelijke staat van de Karmaten.

Na het breken van de militaire macht van deze sekte (1030) waren lokale sjeiks afwisselend aan de macht tot 1591, het jaar waarin Qatar bij het Osmaanse Rijk werd gevoegd. In 1669 ging het schiereiland weer voor Istanbul verloren.

Al-Thani familie neemt de macht over

Halverwege de 17e eeuw vestigde de Al-Thani familie zich in Qatar. Honderd jaar later zou deze familie de macht overnemen en de recente geschiedenis domineren. Het waren oorspronkelijk bedoeïenen van de Tamim-stam die vanuit Najd in nomadisch Centraal-Arabië arriveerden.
Eenmaal in Qatar aangeland werden het vissers en parelduikers en rond 1750 was Qatar dan ook al een bekend parelcentrum, vooral geconcentreerd in het noordwestelijke Al-Zubara, dat onder controle stond van de Al-Khalifa familie, die nu heersen over Bahrein.

Er volgde een periode van elkaar snel opvolgende machthebbers, totdat Qatar in 1804 werd veroverd door de wahhabieten, een islamitische sekte.

Qatar wordt Brits protectoraat

Vanaf het einde van de 18de eeuw werd Qatar vanuit Bahrein geregeerd en toen in 1867 de bevolking daartegen in opstand kwam, grepen de Britten in, verklaarden het gebied tot protectoraat en benoemden een lid van de familie al-Thani tot sjeik. Sjeik Mohammed bin-Thani was de eerste al-Thani emir en de hoofdstad werd Al-Bida, wat nu Doha is. Om zich te wapenen tegen de andere stammen in het gebied tekenden hij een verdrag in 1867 met de Britten.
In datzelfde jaar stierf Mohammed en werd opgevolgd door zijn zoon, Jasim, die regeerde tot zijn dood in 1913. Hij was een meester in het tegen elkaar uitspelen van de Britten en de Turken. Al in 1872 ondertekende hij een verdrag met de Turken waardoor zij een garnizoen soldaten mochten stationeren in Doha. Het aantal Turken bleef echter beperkt en hij weigerde ook om er geld voor te vragen. Door de aanwezigheid van de Turkse troepen verwierf hij veel respect bij lokale stammen als vertegenwoordiger van de Ottomaanse sultan.
Jasim's opvolger, sjeik Abdullah, hield het toezicht op de terugtrekking van het Ottomaanse garnizoen in 1915 nadat Turkije de kant van Duitsland koos in de Eerste Wereldoorlog.

De Britten zaten hoogstwaarschijnlijk achter deze terugtrekking en in 1916 sloten ze een exclusieve overeenkomst met Abdullah. De Britten zouden Abdullah beschermen en in ruil daarvoor beloofde Abdullah dat hij geen zaken zou doen met andere landen zonder toestemming van de Britten. In 1934 werd dat verdrag nog een keer uitgebreid en op een aantal punten gewijzigd.

Qatar wordt oliestaat

In 1930 arriveerden de eerste oliezoekers in een periode dat het slecht ging met Qatar: armoede, honger en ziektes overheersten het beeld. In 1935 verleende Abdullah een concessie om naar olie te boren aan de Petroleum Development Qatar (PDQ), de voorloper van het huidige staatsbedrijf Qatar General Petroleum Corporation (QGPC). De PDQ was in feite een dochtermaatschappij van de Iraq Petroleum Company die op haar beurt weer werd gecontroleerd door een aantal Amerikaanse, Britse en Franse oliemaatschappijen.
De oliezoekers stuitten in 1939 op olie, maar konden door de Tweede Wereldoorlog pas in 1949 beginnen met het in productie nemen van olievelden. De Britten reageerden meteen door het stationeren van een politieke vertegenwoordiger in Doha. Tot die tijd werden de belangen van Groot-Brittannië behartigd door een politieke vertegenwoordiger in Bahrein. Vanaf dat moment ging het snel. De nieuwe Britse vertegenwoordiger werd een aantal jaren later opgevolgd door een financieel adviseur die de emir hielp om te gaan met het binnenstromende geld. Om niet helemaal blind te varen op de Britten huurde de slimme Abdullah ook een Egyptische adviseur in, Hassan Kamil.
Deze Hassan Kamil zou een aantal decennia adviseur blijven. Abdullah trad in 1949 af vanwege zijn leeftijd en werd opgevolgd door zijn zoon Ali die tot 1960 zou regeren.

De hoeveelheid geproduceerde olie was op zich niet zoveel, maar genoeg voor het dunbevolkte Qatar om de welvaart snel te zien stijgen. Ook werd in 1952 de eerste school geopend en werden medische voorzieningen verbeterd, hoewel een echt ziekenhuis pas in 1959 in gebruik werd genomen.
Sjeik Ali had niet veel interesse in het regeren van zijn land en liet dat min of meer over aan zijn neef Khalifa bin Hamad al-Thani vanaf halverwege de jaren vijftig. Begin jaren zestig trad Ali af ten faveure van zijn zoon Ahmed, maar ook deze had niet veel zin in het besturen van het land. Khalifa bemoeide zich ook nu weer veel meer met de lokale politiek en de ontwikkeling van het land.

De jaren zestig waren zeer rumoerig in de gehele Arabische wereld, inclusief een stakingsgolf in 1963, maar de constant groeiende stroom olie stompte eventuele politieke ambities af, leek het wel. Pogingen om wat linkse politieke groeperingen in de jaren zeventig van de grond te krijgen mislukten, en sindsdien heerst er over het algemeen rust en stabiliteit in Qatar, ondanks enkele opmerkelijke machtswisselingen.

Qatar onafhankelijk

Toen de Britten in 1971 meedeelden dat ze vertrokken uit de Golfregio, startten er onderhandelingen tussen Qatar, Bahrein en de Trucial States (nu: Verenigde Arabische Emiraten) om een confederatie te vormen. Bahrein trok zich echter al snel terug omdat ze te weinig zeggenschap kregen naar hun zin. Qatar volgde meteen en op 3 september 1971 riep Sjeik Ahmed in Genève de onafhankelijkheid uit in plaats van in de hoofdstad Doha, typisch een voorbeeld van de "betrokkenheid" van Ahmed bij de ontwikkelingen in zijn land.
Op dat moment waren zijn dagen geteld. Khalifa nam de macht over na een paleisrevolutie op 22 februari 1972. Hij was goed voorbereid, want bestuurde in feite al vijftien jaar het land en stond al aan het hoofd van alle belangrijke ministeries. Een van de eerste daden van hem was om de extravagante levensstijl van sommige leden van de koninklijke familie in te dammen. Met Groot-Brittannië werd een viendschapsverdrag gesloten.
De jaren na de coupe van Khalif werden gekenmerkt door politieke stabiliteit, stijgende olieprijzen en een toenemende welvaart. Toch had ook Qatar last van de perikelen van grote buren als Irak en Iran, en de Iraanse revolutie in 1979 werd dan ook met groot wantrouwen gevolgd. In 1981 sloot Qatar zich aan bij de Samenwerkingsraad van de Golf (Gulf Cooperation Council), een defensiepact met Saoedi-Arabië en de kleine Arabische Golfstaten. Al sinds de jaren zeventig onderhield Qatar nog steeds nauwe betrekkingen met Groot-Brittannië wat betreft defensie-aangelegenheden en ook steeds meer met Frankrijk en de Verenigde Staten. Zo waren Amerikaanse en Canadese soldaten in Doha gelegerd ten tijde van de Golfoorlog. Over het algemeen volgde Qatar qua buitenlands beleid vaak het machtige Saoedi-Arabië, maar dat zou in de jaren negentig veranderen.
Begin jaren negentig zocht Qatar nauwere banden met Iran. In 1991 sloten beide landen een overeenkomst waarin Iran via een onderzeese pijplijn vers water zou leveren aan Qatar. Tijdens de Tweede Golfoorlog van 1991 behoorde Qatar tot de bondgenoten van Koeweit. Qatar stuurde in oktober 1992 als eerste Arabische staat na de Tweede Golfoorlog zijn ambassadeur naar Bagdad terug.
In 1993, na de vredesovereenkomst tussen Israël en de PLO (Palestinian Liberation Organisation) werd Qatar de eerste Golfstaat die officieel diplomatieke betrekkingen aanknoopte met Israël. Eind 1995 was Qatar wederom de eerste Golfstaat die economische betrekkingen aanging met Israël, o.a. om Tel Aviv van aardgas te voorzien. Dit gebeurde wel via een derde partij.

Hamad bin Khalifa al-Thani neemt macht over

In juni 1995 werd Khalifa, op vakantie in Zwitserland, onverwacht vervangen door zijn zoon Sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, tot dan toe kroonprins en minister van defensie. Het veroorzaakte veel opwinding in de Golfregio dat de nieuwe emir weigerde te erkennen.

Zijn vader werd er echter van beschuldigd minstens 3 miljard dollar illegaal naar een buitenlandse bankrekening gesluisd te hebben. De paleiscoup werd dan ook uitgevoerd met toestemming van de familie van de emir. Uiteindelijk werd de nieuwe emir al snel erkend door de Verenigde Staten en de leden van de GCC.
Eind februari 1996 vond een poging tot staatsgreep plaats, waarbij ca. honderd mensen werden gearresteerd.
Qatar wordt steeds liberaler, zeker vergeleken met de andere Golfstaten. De pers kan behoorlijk haar werk doen en Qatar was de eerste Golfstaat waar vrouwen begin 1999 mochten stemmen bij lokale verkiezingen. In maart 2001 werden de betwiste Hawar-eilanden toegewezen aan Bahrein door het Internationaal Hooggerechtshof in Den Haag. Een grensgeschil tussen Saoedi-Arabië en Qatar werd in dezelfde maand onderling bijgelegd.

Begin april 2007 trad premier sjeik Abdullah bin Khalifa Al Thani af. Minister van Buitenlandse Zaken sjeik Hamad bin Jassem al Thani werd door de emir tot zijn opvolger benoemd. Sjeik Hamad, een neef van emir sjeik Hamad bin Khalifa al Thani, bleef ook aan als minister van Buitenlandse Zaken.

In september 2007 worden Qatar en Dubai de grootste aandeelhouder van de London Stock Exchange. In december 2008 sluiten Saoedi-Arabië en Qatar een verdrag over een grensconflict en herstellen de diplomatieke betrekkingen. In januari 2009 verbreekt Qatar de handelsbetrekkingen met Israël vanwege het Gaza-offensief. Qatar was het enige Arabische land dat nog handelsbetrekkingen had met Israël.

Staatshoofd sinds 25 juni 2013 is Tamim bin Hamad bin Khalifa al-Thani. Een dag later werd Abdullah bin Nasser bin Khalifa al-Thani tot premier benoemd. In 2014 en 2015 doet Qatar mee in acties tegen respectievelijk Islamitische Staat in Syrië en Houthi's in Jemen. In 2016 komt Qatar in opspraak vanwege de omstandigheden waarin migranten werken aan de stadions voor het WK voetbal van 2022. In juni 2017 onstaat een diplomatieke crisis wanneer Saoedie-Arabië met Arabische bondgenoten een land-, zee- en luchtblokkade instelt tegen Qatar in een poging om Qatar ertoe te brengen de vermeende banden met het terrorisme te verminderen en zich te distantiëren van Iran.

QATAR LINKS

Advertenties
• Qatar Vliegtickets.nl
• Qatar Hotels
• Qatar Vliegtickets WTC
• Autoverhuur Sunny Cars Qatar
• Qatar Vliegtickets Tix.nl

Nuttige links

Qatar Reisstart (N+E)
Qatar Startnederland (N+E)
Qatar.nl (N)
Reisinformatie Qatar (N)
Reizendoejezo - Qatar (N)
Startpagina Qatar (N)
Telefoongids Qatar
Willgoto Qatar (N)
Schrijf uw artikel over QATAR

Bronnen

Robison, G. / Bahrain, Kuwait & Qatar
Lonely Planet

Whetter, L. / Live & work in Saudi & the Gulf
Vacation Work

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt juli 2020
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems