Steden PERU

PERU   

Getaway Travel reisfoto van het Jaar: stuur je reisfoto in en win 2 tickets Australië

Prehistorie

Vanaf 10.000 jaar vóór het begin van onze jaartelling ontstonden de pre-Columbiaanse culturen in Peru. De overblijfselen daarvan zijn te vinden in de kuststrook, het Andesgebergte en in het Amazonegebied. Aan de andere kant bestaan er ook nog veel onduidelijkheden over de meest recente pre-Columbiaanse culturen.
De eerste bewoners van het gehele continent Amerika zijn zeer waarschijnlijk aan het einde van de laatste ijstijd, ca. 12.000 jaar geleden, over een smalle ijsbrug van Azië naar Noord-Amerika getrokken.

In een paar eeuwen tijd zijn deze nomadisch levende stammen van noord naar zuid getrokken, tot aan Vuurland in het uiterste zuiden van Zuid-Amerika. Een andere theorie is dat deze mensen niet over land, maar over zee, langs de kusten van Noord- en Zuid-Amerika zijn gevaren. Vondsten op verschillende plaatsen in Noord- en Zuid-Amerika, doen vermoeden dat er al veel eerder mensen woonden. Vondsten in Brazilië dateren al van meer dan 40.000 jaar geleden.
Sporen in Peru, met name in het Andesgebied, dateren in ieder geval van ca. 10.000 jaar geleden. Ze zijn gevonden rondom Ayacucho en het Titicacameer. Het waren jagers en verzamelaars die in grotten leefden, waar ze tekeningen op de rotswanden en stenen gebruiksvoorwerpen achterlieten.
Rond 6000 v.Chr. werden de eerste nederzettingen gebouwd en een begin gemaakt met vormen van landbouw en veeteelt. Zo werd de wilde guanaco getemd waar later de lama en de alpaca uit voortkwamen.
Rond 3000 v.Chr. werden langs de noordelijke kust en in de bergen de eerste grote gebouwen neergezet en ontstonden de eerste maatschappelijke organisatievormen. Door de introductie van irrigatietechnieken trokken er ook steeds meer mensen naar het binnenland om daar een bestaan op te bouwen. Door de veredeling van maïs werden de gemeenschappen steeds groter.

Verschillende indianen-culturen

Een belangrijke bron van informatie over de pre-Columbiaanse culturen is het keramiek, dat dateert van ca. 1800 v.Chr., en vanaf 1500 v.Chr. in geheel Peru gebruikt werd. Er zijn afbeeldingen te vinden van goden en andere mythische figuren, maar ook taferelen uit het dagelijkse leven zijn te vinden op dit aardewerk. Verder zijn er grote verschillen waar te nemen in de vorm: in het noorden maakte men veelal aardewerk met platte bodems in de vorm van dieren of mensen, in het zuiden had het aardewerk ronde bodems, vaak met twee tuiten.
De Chavín-cultuur (1400-400 v.Chr.) was de eerste belangrijke samenleving in Peru, met grote prestaties op het gebied van architectuur en beeldhouwkunst. Zij zorgden er ook voor dat maïs tot op grote hoogte verbouwd kon worden. De tempel Chavín de Huántar was in deze periode het godsdienstige centrum. Rond 400 v.Chr. verdween deze cultuur, maar een aantal ruïnes zijn nog steeds te bewonderen.

De Paracas-cultuur (800-100 v.Chr.) ontstond in het woestijngebied aan de zuidkust van Peru, en breidde zich na 200 v.Chr. uit tot de dalen van de Piso en de Chincha. Ze bouwden kleine dorpen en leefden vooral van de landbouw. Opmerkelijk bij deze cultuur was de opzettelijke schedelvervorming bij pasgeborenen en ook schedeltrepanaties werden toegepast. Van deze cultuur zijn veel mummies gevonden en op weefgebied waren deze mensen onovertroffen.

Na 100 v.Chr. verdween deze cultuur en werd in ongeveer hetzelfde gebied opgevolgd door de Nazca-cultuur (100 v.Chr-600 n.Chr.). De Nazca woonden aan de rand van de woestijn en bouwden huizen, tempels en begraafplaatsen. Ze irrigeerden het land en verbouwden onder uiteraard maïs en verder maniok en limabonen. De mooiste aardewerken voorwerpen werden in deze periode gemaakt door de Nazca-pottenbakkers. Een bijzonder fenomeen zijn de zogenaamde Nazca-lijnen, geogliefen van honderden meters die in de woestijnbodem werden gemaakt en dieren en planten voorstellen. Ze vormen waarschijnlijk een astronomische kalender, maar worden ook toegeschreven aan buitenaardse bezoekers. De laatste periode van de Nazca wordt gekenmerkt door de overgang naar de Wari-cultuur.

Tegelijkertijd met de Nazca-cultuur bestond ook de Moche-cultuur (100 v.Chr.-700 n.Chr.) langs de hele noordkust van Peru. De Moche waren ook kunstenaars op het gebied van de keramiek. Zij gebruikten als eerste mallen, matrijzen en stempels, waardoor er een enigszins industriële productie ontstond. Ze waren ook meesters in het verwerken van goud en ontwikkelden ook een techniek om tekeningen op een witte achtergrond te maken.

Aan de zuidelijke oevers van het Titicaca-meer ontstond de grote Tiwanaku-cultuur. De Tiwanaku waren landbouwers die geavanceerde technieken gebruikten, maar ook een uitgebreid handelsnetwerk opbouwden. In een aantal opzichten is er duidelijke verwantschap met de Chavin- en de Nasca-cultuur. De Tiwanaku gebruikten bouwtechnieken die later door de Kolla- en de Inca-cultuur overgenomen werden.
De Wari (500-900) vestigden het eerste keizerrijk, door bijna alle bestaande culturen in de berggebieden en aan de kust te onderwerpen. Het was dan ook duidelijk een strijdlustig volk dat cultureel niet erg onderlegd was en veel stijlen en kennis kopieerde van andere volken. Door de Wari werd wel voor het eerst brons ontdekt en gebruikt.

De Chimú-cultuur (1000-1480) ontwikkelde zich in hetzelfde gebied waar vroeger de Moche-cultuur bloeide. Belangrijk was de koningsstad Chan Chan, toen de grootste stad ter wereld met ca. 30.000 inwoners. Ze vergrootten de piramiden die door de Moche gebouwd waren en namen ook veel over van de Moche- en Wari-tradities. Doordat de keramiekkunst te gewoon was geworden leefde dit volk zich meer uit in de edelsmeedkunst. Veel van de goudschatten die door de Spanjaarden van de Inca’s geroofd werden, waren van de Chimú. Ze veroverden Lambayeque in het noorden en Chancay in het zuiden, maar werden zelf eind 15e eeuw door de Inca’s onder leiding van Tupac Yupanqui verslagen.

Ten zuiden van het Chimú-rijk ontstond de Chancay-cultuur (1000-1400), en in het Nazca-gebied bloeide de Ica-cultuur (900-1550) op. De Ica-cultuur, die ook aardewerk van hoge kwaliteit afleverde, werd in 1470 door de Inca’s ingelijfd.
De Kuelap, die onder andere door de Wari en later door de Inca’s opgejaagd werden, trokken zich terug in afgelegen berggebieden en leefden daar van de landbouw. Aanvankelijk bouwden ze ook zeer grote verdedigingswerken, zoals het fort van Keulap in de bergen ten noordoosten van Cajamarca.
De Kolla’s (900-1300) woonden ten westen van het Titicaca-meer en waren landbouwers, maar verzetten zich hevig tegen de legers van de Inca’s. De Kolla’s waren ook gerenommeerde steenbewerkers, die onder andere indrukwekkende graftorens bouwden.

Het Inca-rijk

Vanuit de hoofdstad Cusco in Peru kwam o.a. Bolivia onder het gezag van de Inca’s (1200-1500 na Chr.). De taal van de Inca’s, het Quechua, moest door elke onderdaan gesproken worden en is nu nog steeds één van de officiële talen van Peru. Het Inca-rijk was verdeeld in vier gebieden waarvan Collasuyo een groot deel van Peru, geheel Chili, een stukje Noord-Argentinië en het huidige Bolivia omvatte.
De Inca’s legden wegen aan en bouwden aquaducten, terrassen, forten en tempels. Ook ontstonden er grote steden in de vlaktes. Uiteindelijk zouden maar liefst 43 verschillende volken door de Inca’s onderworpen worden. Rond 1520 brokkelde het Inca-rijk langzaam af door onder andere interne conflicten en de komst van de Europeanen. Het hoogtepunt van de Inca-cultuur had al met al nog geen honderd jaar geduurd.

De komst van de Europeanen

In 1492 ontdekte Christoffel Columbus een aantal eilanden in het Caribisch gebied en noemde de eilandbewoners indianen. Hij dacht immers dat hij via een korte route naar Zuidoost-Azie gevaren was en in India aangekomen was. Begin 16e eeuw kwam men er al snel achter dat er een geheel ‘Nieuwe wereld’ ontdekt was. Het was de ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci die langs de oostkust van het Amerikaanse continent voer en zo Argentinië en Vuurland ontdekte. Enkele jaren eerder was de te ontdekken wereld door paus Alexander VI in twee stukken verdeeld. Met het oog op de evangelisatie van alle vreemde volken kregen de Spanjaarden de opdracht om ten westen van de meridiaan van Kaapverdië alle gebieden te bezetten; de Portugezen ten oosten daarvan.

In 1513 werd de Grote Oceaan ontdekt door de Spanjaard Vasco Nuñez de Balboa. Hij deed dit door de landengte van Panama over te steken. Later was hij ook de eerste die de Peruaanse kust in beeld kreeg, maar nog niet aan land ging. In de eerste helft van de 16e eeuw namen de Spanjaarden vrijwel het gehele Caribische gebied in handen en van daaruit werden er vele expedities gehouden die er toe leidden dat grote delen van Midden- en Zuid-Amerika veroverd werden. Deze veroveringstocht, begonnen door Hernán Cortez, werd de ‘conquista’ genoemd en de mensen die eraan deelnamen de conquistadores.
De eerste conquistador die Peruaans grondgebied betrad was Francisco Pizarro, in 1525 bij Tumbes, in het noorden van Peru. Aanvankelijk bleef het daarbij, ondanks het feit dat er verteld werd over het machtige Inca-rijk waar veel te halen was voor de Spanjaarden. Enkele jaren later kreeg hij pas toestemming om terug te keren naar Peru, nu vergezeld van een behoorlijk groot leger. Op dat moment woedde al een strijd tussen de beide koningszonen Atahualpa en Huascar, onder wie het Inca-rijk was verdeeld. Ondanks het feit dat het Inca-rijk dus al in staat van verval verkeerde, had Pizarro met zijn mede-aanvoerder Diego de Almagro een list nodig om de Inca’s te verslaan. De Spanjaarden werden door de Inca-koning Atahualpa als ‘vrienden’ uitgenodigd, maar eenmaal daar aangekomen openden ze de onverwacht de aanval en namen de koning gevangen. Een half jaar later werd Atahualpa gedood door de Spanjaarden.

Men trad daarna in onderhandeling met de broer van Atahualpa, Manco II. Deze wilde Atahualpa graag opvolgen en vroeg de Spanjaarden om steun. Die kreeg hij, waardoor de Spanjaarden hun gang konden gaan en alle Inca-steden plunderden, en schepen vol met goud en andere kostbaarheden naar Spanje verscheepten. Dat hierbij duizenden Inca’s het leven lieten, zal geen verwondering wekken. Tijdens de hele conquista op de Amerikaanse continenten werden miljoenen indianen gedood, niet alleen door oorlogshandelingen maar ook door nieuwe ziekten die de Europeanen meebrachten.

In Peru brak ondertussen een machtsstrijd uit tussen Pizarro en Almagro, en ook de Inca’s onder leiding van Manco II lieten zich niet onbetuigd en vochten voor hun vrijheid. In 1538 werd Almagro door Pizarro geëxecuteerd en drie jaar later werd Pizarro zelf vermoord door de aanhangers van Almagro. In 1548 arriveerde de nieuwe onderkoning van Peru in de persoon van Pedro de la Gasca. Hij onderdrukte een nieuwe opstand van de conquistadores onder Pizarro’s broer Gonzalo, die onthoofd werd.

De indianen werden door de Spanjaarden als slaaf gebruikt en als minderwaardig ras behandeld. Het systeem zat zo in elkaar dat elke Spanjaard die zich in Zuid-Amerika vestigde, automatisch recht had om een bepaald gebied of dorp te pachten, een zogenaamd ‘encomienda’. De Spaanse pachters hadden wel de plicht om indianen tot het christendom te (laten) bekeren.
In 1550 al werden echter de ‘Leyes Nuevas’ van kracht, waarin de slavernij officieel werd afgeschaft, althans wat de indianen betreft. In werkelijkheid werden de indianen nog eeuwenlang als slaven behandeld, en daar kwamen de uit West-Afrika gehaalde zwarten later nog bij. Verder probeerden de Spanjaarden uit alle macht om de inheemse godsdiensten en culturele uitingen te veranderen naar Spaanse maatstaven. Verder werden gouden en zilveren kunstvoorwerpen omgesmolten of verscheept naar Europa en werden goud- en zilvermijnen leeggeroofd. Met al deze kostbaarheden werden de vele Spaanse oorlogen bekostigd en de economie van de Europese landen kreeg een enorme impuls. Ook nu nog worden er expedities georganiseerd om vermeende enorme goudschatten te vinden.

Peru onafhankelijk

In 1739 werd het vice-koninkrijk Nieuw-Granada (Colombia, Venezuela en Panama) en in 1776 dat van Río de la Plata (Argentinië, Uruguay, Paraguay) van het vice-koninkrijk Peru afgescheiden.
Eind 18e eeuw brak er nogmaals een grote opstand tegen de Spanjaarden uit. Deze opstand stond onder leiding van Tupac Amarú II, wiens eigenlijke naam José Gabriel Condorcanqui was. Hij was een afstammeling van de Inca’s die ook een groot deel van de creolen en de mestiezen achter zich kreeg, want zoals geheel Spaans-Amerika leed ook Peru sterk onder het monopolie van handel en nijverheid van het moederland.
Aanvankelijk was hij aan de winnende hand, maar uiteindelijk wisten de Spanjaarden hem toch te verslaan en in 1781 werd hij, samen met de andere opstandelingenleiders op barbaarse wijze geëxecuteerd; bij Tupac Amarú werd o.a. de tong uitgesneden.

De onafhankelijkheidsstrijd in de Verenigde Staten werd met grote aandacht gevolgd door de hogere kringen in de Zuid-Amerikaanse koloniën. Toen de Verenigde Staten zich inderdaad losmaakte van Engeland was dat het sein voor de Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijders om in actie te komen. Belangrijk was ondertussen dat de positie van Spanje in Europa steeds minder belangrijk werd. In 1805 werd de Spaanse vloot bij de Slag van Trafalgar totaal vernietigd en in 1808 werd de Spaanse koning Karel IV door Napoleon gedwongen om af te treden. In 1812 werd Spanje een parlementaire democratie, wat in 1814 weer veranderde door de absolutistische Spaanse koning Ferdinand VII. Kortom, Spanje, eens het machtigste land ter wereld, raakte zijn leidende positie in snel tempo kwijt.
Een landing van revolutionairen uit Argentinië en Chili onder José de San Martín (1820) maakte ten slotte de onafhankelijkheidsverklaring mogelijk (28 juli 1821).

Daarop volgde een strijd met de Spanjaarden, die zich in het zuiden hadden teruggetrokken. Pas na de hulp die Simón Bolívar verleende, kon de onafhankelijkheid bevestigd worden; in 1824 werden de Spanjaarden bij Ayacucho verslagen.
De Spaanse koningsgezinden gaven zich niet zonder slag of stoot over en vluchtten de bergen in om van daaruit te vechten tegen de opstandelingen. Deze strijd duurde nog tot 1826, maar daarna was het afgelopen met de Spanjaarden in Peru.
Bolívar had grootse plannen en wilde van heel Zuid-Amerika één grote onafhankelijke staat maken. Dit streven had echter weinig kans want daarvoor waren de verschillen tussen de afzonderlijke gebieden veel te groot. Aanvankelijk wist hij wel een ‘Groot-Colombia’ aaneen te smeden, maar al snel ontstonden overal afscheidingsbewegingen en in 1827 maakte Peru zich los uit deze constructie en werd definitief onafhankelijk.

De republiek Peru

Voor de boeren en arbeiders bleef de situatie vrijwel hetzelfde: de armoede bleef. Peru bleef in feite in handen van enkele machtige families. De export bestond op dat moment uit o.a zilver, suiker, olie, koffie, katoen, rubber (sinds ca. 1850) en guano, een waardevolle vogelmeststof. Het geld dat hiermee verdiend werd ging grotendeels naar de bezitters van de landerijen en buitenlandse investeerders uit met name Engeland en de Verenigde Staten. In 1864 werd een van de Peruaanse guano-eilanden door de Spanjaarden bezet en er brak daardoor een oorlog uit. Peru kreeg hulp van Chili, Ecuador en Bolivia, en de Spanjaarden werden in 1866 verslagen. In 1879 erkende Spanje eindelijk de onafhankelijke status van de republiek Peru.
Hierna kozen de republieken Peru en Bolivia kort voor een gemeenschappelijk bestuur, maar splitsten zich uiteindelijk weer op in twee afzonderlijke republieken. De grenzen werden toen zodanig getrokken dat Bolivia de Atamaca-woestijn met de havenstad Antofogasta kreeg toegewezen, een groot deel van het huidige Chili. Chili viel in 1879 de kuststrook binnen en bezette de woestijn, waar veel kostbaar zout voor het oprapen lag. In de zogenaamde Salpeteroorlog of ‘Guerra del Pacifico’, kreeg Peru hulp van Bolivia. Er werden zeeslagen gehouden, bombardementen uitgevoerd en ook door een loopgravenoorlog sneuvelden er tienduizenden soldaten. Peru en Bolivia leden een vreselijke nederlaag, en moesten daar in politieke zin ook voor boeten.

In 1883 werd er een pact met Chili overeengekomen waarbij Peru de zuidelijke provincies Tarapacá en Arica moest afstaan aan Chili. De oorlog had ook voor de economie desastreuze gevolgen want in 1890 werd Peru in feite failliet verklaard en kwam het land eigenlijk onder controle van buitenlandse ondernemingen, die de havens, het treinverkeer en de lucratieve afgraving van guano beheerden. De arbeidsomstandigheden, met name op het platteland, werden er ook niet beter op, en de mensen leefden in isolement en armoede.
Eind 19e, begin 20e eeuw volgden de militaire dictaturen van generaal Nicolás de Piérola Villena en de presidenten Manuel Pardo (eerste burgerpresident) en Augusto Leguía y Salcedo elkaar in snel tempo op. De economie herstelde zich in de periode tot aan de Eerste Wereldoorlog enigszins, maar de buitenlandse schuld vertienvoudigde.

Interbellum

Na de Eerste Wereldoorlog investeerden Noord-Amerikaanse bedrijven ook in de koper- en zinkindustrie, maar ook nu kwamen de inkomsten terecht bij een kleine elite. Dat stuitte op veel onvrede onder de arbeiders en ontevreden arbeiders van suikerrietplantages nabij Trujillo richtten in 1924 de eerste arbeidersbeweging op, de Alianza Popular Revolucionario Americana (APRA). Deze beweging stond onder leiding van Haya de la Torre. Ook werd er een communistische partij opgericht, de PCP. In 1933 werd er een arbeidersopstand met harde hand neergeslagen door de toenmalige dictator Luis Miguel Sánchez Cerro. Zijn opvolger Oscar R. Benavides (1933-1939) herstelde een krachtig gezag en loodste zijn land vrij succesvol door de wereldwijde depressie in de jaren dertig, waardoor ook Peru getroffen werd.

Hoewel Peru niet direct betrokken was bij de twee wereldoorlogen, werd er wel regelmatig oorlog gevoerd met Ecuador vanwege grensgeschillen en om land. In 1942 raakte Ecuador, vastgelegd in het Protocol van Rio de Janeiro, ca. 42% van haar grondgebied kwijt. Dit levert nog steeds regelmatig spanningen tussen beide landen op, meest recent nog in 1995.

Naoorlogse jaren

De naoorlogse jaren werden gekenmerkt door een komen en gaan van democratische regeringen en dictaturen. Direct na de Tweede Wereldoorlog werden de verkiezingen gewonnen door partijen van linkse en liberale signatuur. De eerste regeringsleider na de oorlog werd José Luis Bustamante en onder zijn leiding werden er liberale hervormingen doorgevoerd, zoals persvrijheid en het vastleggen van burgerrechten in de grondwet. Bustamante werd in 1948 afgezet door generaal Manuel Odría en onder zijn dictatoriaal bewind werden onderwijsvernieuwingen doorgevoerd.

Onder zijn opvolger Prado (1956-1962) ging het langzaamaan weer beter met de economie ondanks hoge inflatiecijfers. De grote steden profiteerden het meeste van de groeiende economie, waardoor er veel mensen van het platteland naar de steden trokken.
De verkiezingen van 1962 kenden geen winnaar, maar de macht werd opgeëist door generaal Ricardo Pío Pérez Godoy, die echter al na een jaar werd opgevolgd door een militaire junta. Enkele maanden later werd het roer weer overgenomen door een burger, Fernando Belaúnde Terry van de Acción Popular (AP).

Militair bewind 1968-1978

Op 3 oktober 1968 werd er een militaire staatsgreep gepleegd door generaal Juan Velasco Alvarado. Het eerste wat hij deed voor de bevolking was om het land terug te geven en de grote bedrijven te nationaliseren, waaronder de IPC. Hij kon dit doen door de grondwet buiten werking te stellen, maar dit leverde wel een gespannen verhouding met de Amerikanen op. In 1970 ontstond de guerillabeweging Lichtend Pad (Sendero Luminoso), onder leiding van Abimael Guzmán. Vanaf 1980 werd deze beweging steeds gewelddadiger in een poging de door de bevolking zo vurig gewenste maatschappelijk veranderingen te bewerkstelligen.

Belangrijk voor de economie van Peru was de oprichting in Lima van de ANCOM, een economische unie waar verder nog de Andeslanden Venezuela, Bolivia, Colombia en Ecuador lid van werden.
De volgende staatsgreep vond plaats in 1975, dit keer door generaal Francisco Morales Bermudez. De door hem beloofde verkiezingen en een terugkeer naar een burgerlijke democratie werden gehouden in 1980, en Belaúnde Terry van de Acción Popular werd weer de nieuwe democratisch gekozen president. Hij had daarbij het geluk dat de door de militairen gesteunde APRA-leider Haya de la Torre in augustus 1979 overleed.
De economische positie bleef onder het liberale economische beleid van Fernando Belaúnde Terry precair, want de werkloosheid en de inflatie namen in snel tempo toe.

Weer burgerlijk bestuur

In januari 1981 laaide het oude territoriale geschil met Ecuador over een deel van het Amazonegebied op tot een korte grensoorlog. Een ernstiger bedreiging voor de politieke stabiliteit vormden de toename van de illegale handel in cocaïne en de gewapende strijd waartoe de maoïstische guerrillabeweging Sendero Luminoso ( 'Lichtend Pad') vanaf 1980 overging. De ontevredenheid van de bevolking over het beleid van president Belaúnde leidde tot een groeiende aanhang voor de APRA en de IU (Izquierda Unida = Verenigd Links).
In april 1985 werd Belaúnde Terry opgevolgd door Alan García Pérez van de APRA, dat de verkiezingen had gewonnen. Hij was al snel populair bij de armen door het opschorten van de enorme buitenlandse schulden en hij beloofde het terrorisme te verslaan. Aanvankelijk leefde de economie op maar in 1988 zakte die volledig in elkaar. Ook zijn andere toezeggingen kon hij niet nakomen en dat maakte een einde aan zijn grote populariteit. In 1985 werd er een nieuwe guerillabeweging opgericht, de Movimiento Revolucionario Tupac Amaru (MRTA). Deze beweging werd verantwoordelijk voor vele terroristische aanslagen in met name de grote steden. Politie en leger traden hard op en er vielen in de periode tussen 1980 en 1992 tienduizenden slachtoffers. In 1988 verergerde de situatie nog door rechtse doodseskaders die de ene na de andere moordaanslag pleegden, waarna García Peréz vervroegd aftrad.

Periode Fujimori

De beroemde schrijver Mario Vargas Llosa was min of meer de spreekbuis van de verontruste Peruanen en stelde zich meteen kandidaat bij de presidentsverkiezingen van 1990 voor de rechts-liberale partij FREDEMO. Er kwam echter een onverwachte winnaar uit de bus, namelijk Alberto Fujimori van de nieuwe en onafhankelijke partij Cambio ’90. Hij kreeg daarbij de steun van de APRA en de linkse partijen. Fujimori was hoogleraar en een afstammeling van Japanse immigranten. De levensomstandigheden verslechterden echter verder, waardoor in 1991 de helft van de bevolking, merendeels Indianen, onder de absolute armoedegrens kwam te verkeren.

Fujimori trok al snel bijna alle macht naar zich toe door het Nationale Congres en de Kamer van Gedeputeerden in 1992 te ontmantelen. De bedoeling was om hiermee de corruptie en de bureaucratie terug te dringen. De economie werd weer wat op de been geholpen door financiële steun vanuit Japan en door een privatiseringsgolf waarbij veel bedrijven aan buitenlandse investeerders verkocht werden. Er werd zowaar een succesje geboekt; de inflatie was in 1994 teruggelopen tot ‘maar’ 15%. In 1992 werden de leiders van Sendero Luminoso, Guzmán en Campos, gearresteerd. Ze werden tot levenslang veroordeeld en hun organisaties de daaropvolgden periode praktisch uitgeschakeld. De parlementsverkiezingen van 1992 werden gewonnen door Fujimori’s partij.
In 1995 werd Fujimori met ruime meerderheid (64% van de stemmen) herkozen als president en bij de parlementsverkiezingen behaalde Fujimori's partij een absolute meerderheid. De traditionele partijen, zoals de APRA en de Acción Popular, kwamen er niet aan te pas.
Fujimori kreeg eind 1996 te maken met de Revolutionaire Beweging Tupac Amarú (MRTA). Begin 1997 gijzelden de stedelijke guerrilleros in de residentie van de Japanse ambassadeur vier maanden lang hooggeplaatste functionarissen, die, zo luidde de eis, geruild zouden moeten worden tegen honderden gevangengenomen Tupac Amarú-strijders. De regering-Fujimori weigerde op die eis in te gaan en elitesoldaten ontzetten in een bliksemactie de gijzelaars.

Fujimori's autocratische regeerstijl eiste ook in 1997 weer verschillende slachtoffers. Drie rechters van het Constitutionele Hof werden ontslagen omdat zij zich hadden uitgesproken tegen de interpretatie van de grondwet door het parlement ten gunste van een derde ambtstermijn van Fujimori. In 1997 rezen twijfels over het geboorteland van de president. Volgens de grondwet moet hij namelijk in Peru geboren zijn.
De sociale tegenstellingen in Peru zijn schrijnend en dat verergerde onder Fujimori alleen nog maar. De indiaanse meerderheid van de bevolking leeft in zeer arme omstandigheden en ook de misdaad nam hand over hand toe. Na de moord op mijneigenaar Luis Hochschild en de ontvoering van diens zoon, kende het parlement op 12 mei 1997 president Fujimori speciale bevoegdheden toe om de georganiseerde misdaad aan te pakken.
Begin 1998 werd Peru, vooral in de kustdepartementen, getroffen door het klimaatverschijnsel El Niño. Ten minste 300 mensen verloren het leven door verdrinking, malaria, gele koorts en longontsteking; 30.000 huizen en vele wegen werden vernield. De regering kondigde in 15 van de 24 departementen de noodtoestand af.

21e eeuw

Eind december kondigde president Alberto Fujimori aan zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen in 2000, en bij winst zou hij een derde achtereenvolgende keer het land regeren. Dit was echter bij grondwet verboden en de oppositiepartijen reageerden furieus. Volgens een grondwetswijziging die Fujimori tijdens zijn eerste ambtsperiode doorvoerde, mag een president slechts één keer herkozen worden. Fujimori verdedigde zich door te stellen dat de nieuwe Grondwet slechts geldt vanaf zijn tweede ambtsperiode.
Hoewel de populariteit van Fujimori door de slechte economische ontwikkelingen afnam, bleef hij de steun houden van de meeste politici. Door zijn autoritaire regeerstijl en het omstreden systeem van rechtspraak werd de kritiek vanuit het buitenland steeds scherper.
Op 9 april 2000 werden de presidentsverkiezingen gehouden, waarbij Fujimori, evenals zijn rivaal van indiaanse afkomst Alejandro Toledo, verrassenderwijs geen meerderheid behaalde, zodat een tweede ronde noodzakelijk werd.
Op 28 mei was de tweede verkiezingsronde met Fujimori als de enige kandidaat, omdat Toledo had zich teruggetrokken wegens verkiezingsfraude. Fujimori won uiteraard, maar de Verenigde Staten erkenden de verkiezingsuitslag niet. Er kwam een omkopingsschandaal aan het licht waarbij het hoofd van de veiligheidsdienst, en tevens Fujimori’s naast adviseur, Vladimiros Montesinos, was betrokken.
Dit schandaal leidde de val van president Fujimori in, en na een interim-regering onder leiding van Valentin Paniagua, won Alejandro Toledo de verkiezingen van voorjaar 2001. Het was een nek-aan-nek-race met Alan García, maar uiteindelijk trad Toledo op 28 juli 2001 aan als president.

De verbeteringen die de regering Toledo wil invoeren zijn: hervorming van de rechterlijke macht en van het electorale systeem, verbetering van het respect voor grondrechten, persvrijheid en beteugeling van de politieke invloed van inlichtingendiensten en strijdkrachten.
In september vaardigt het Hooggerechtshof in Peru een internationaal arrestatiebevel uit voor Fujimori, die op dat moment in een zelf gekozen ballingschap in japan zit. Sinds juni 2004 ziet Toledo zich niet meer gesteund door een meerderheid in het Congres. Zijn partij Peru Posible behaalde 45 van de 120 zetels en heeft derhalve een (gelegenheids)coalitie gevormd met FIM (Frente Independiente Moralizador) De regering blijkt ineffectief en Peru Posible wordt geteisterd door onderlinge strijd. Een aantal corruptieschandalen, waarin topambtenaren betrokken waren, heeft er voor gezorgd dat zijn populariteit nog verder is teruggelopen. Tal van kabinetswijzigingen volgden elkaar op en in juli 2004 ging het voorzitterschap van het Parlement naar de oppositie, met de verkiezing van Antero Flores Aráoz, van de PPC. In 2006 is hij opgevolgd door de gematigde ex-president Alan García van de Partido Aprista Peruano. In december 2007 staat Fujimori terecht op verdenking van machtsmisbruik. Hij krijgt hij zes jaar gevangenisstraf. Hij gaat in beroep maar dat is in april 2008 afgewezen.

In juli 2009 zijn er massale protesten van de vakbonden tegen het vrijhandelsbeleid van de regering.

President Garcia stelt een nieuwe premier, Javier Velasquez Quesquen aan en verschuift een groot gedeelte van het kabinet in een poging om het vertrouwen te herwinnen. In januari 2010 veroordeelt het hof Fujimori tot 25 jaar gevangenisstraf.

Sinds 28 juli 2011 is Ollanta Humala Tasso president en premier van Peru. In november 2012 komen de laatste artefacten die de Amerikaans archeoloog Hiram Bingham meegenomen had van de Machu Picchu volgens afspraak terug. In juni 2013 wordt Florindo Flores één van de originele leiders van het Lichtend Pad tot levenslang veroordeeld. In januari wordt de zeegrens tussen Chili en Peru vastgesteld door de Verenigde Naties. In juli 2014 wordt Ana Jara de nieuwe premier, alweer de zesde in een periode van drie jaar. In juni 2016 wordt Pedro Kuczynsky de nieuwe president en Fernando Zavala premier. In december 2017 wordt Fujimori vrijgelaten op medische gronden.

PERU LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Peru Vliegtickets WTC
• Vakantie Peru
• Peru Zuid Amerika
• Rondreizen Peru Kras Reizen
• Lima Vliegtickets Tix.nl
• Hotels Peru
• Peru rondreizen met kinderen
• Rondreis Peru
• Backpackenzuidamerika.nl (N)
• Autoverhuur Sunny Cars Peru
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Eliza was here

Nuttige links

Foto- en reisverslag Bolivia en Peru
Inca Startkabel (N+E)
Peru Foto's
Peru Reisfoto's
Peru Reisstart (N+E)
Peru Reisverslag (N)
Peru Start Belgie (N)
Reisinformatie Peru (N)
Reizen en duiken Peru (N)
Reizendoejezo - Peru (N)
Romans over Peru (N)
Rondreis door Peru (N)
Rondreis Peru (N)
Artikelen en Reisverhalen over PERU
  Lima Amazonas  Van Cusco naar La Paz 2
  Cityhoppen in koloniaal Peru  Toerisme in Miraflores Lima Peru
  Land van de Inca  Rondreis Peru 1
  Huayhuash Trekking 2011 2012 Wan..  42 kilometer wandelen in de berg..
  Peru rondreis

Bronnen

Le Grand, J.W. / Peru : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen : Novib

Luft, A. / Peru
Elmar,

Lyle, G. / Peru
Chelsea House Publishers,

Peru
Cambium,

Peru, Bolivia
Lannoo

Rensink, E. / Peru
Gottmer,

Te gast in Peru
Informatie Verre Reizen

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2018
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems