Landenweb.nl

VENEZUELA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Spaans
  Hoofdstad  Caracas
  Oppervlakte  912.050 km2
  Inwoners  32.725.468
  (mei 2019)
  Munteenheid  bolivar
  (VEF)
  Tijdsverschil  -5,5
  Web  .ve
  Code.  VEN
  Tel.  +58

To read about VENEZUELA in English - click here

Steden VENEZUELA

Caracas

Populaire bestemmingen VENEZUELA

Isla margarita

Geografie en Landschap

Geografie

De republiek Venezuela (officieel: República de Venezuela) is qua grootte het zesde land op het Zuid-Amerikaanse continent. Het land heeft een oppervlakte van 916.700 km2 en is daarmee ongeveer 22x zo groot als Nederland. Van noord naar zuid meet Venezuela 1271 km en van oost naar west 1493 km. Venezuela ligt in het noordoosten van Zuid-Amerika en grenst in het noorden aan de Caribische Zee (de kustlijn is meer dan 2800 km lang), in het westen aan Colombia (2050 km), in het zuiden aan Brazilië (2200 km) en in het oosten aan Guyana (743 km). Het meest noordelijke stukje Venezuela is Aves Island, ongeveer 400 km ten noorden van Isla Margarita.

advertentie

Venezuela Satellietfoto

Photo:Publiek domein

Landschap

Het landschap is zeer gevarieerd met zandstranden, bergen, savannes, tropisch regenwoud en woestijnachtig duinlandschap. Het kustgebergte, het beboste Cordillera de la Costa, is een uitloper van het Andesgebergte met hoogtes tot bijna 2800 meter. Dit gebergte loopt van het westen tot aan het schiereiland Paría in het oosten van Venezuela. De bergketen deelt zich op een gegeven moment in de Serranía de la Costa en de Serranía del Interior. Tussen deze twee bergketens liggen vruchtbare hoogvlaktes en beschutte dalen en het is tevens het dichtstbevolkte gebied van Venezuela.

Het Andesgebergte splitst zich in verschillende bergketens waaronder het Venezolaanse Cordillera de Mérida. Rond de stad Mérida bereikt de Venezolaanse Andes hoogtes tot 5000 meter. De hoogste top is de El Pico Bolívar (5007 meter). Tussen de Cordillera de Mérida en de Sierra de Perijá ligt het Maracaibo- bekken. Dit gebied wordt gedomineerd door het grote meer Lago de Maracaibo (met 13.500 km2 het grootste meer van Zuid-Amerika), waar de meeste olie wordt gewonnen. Door de passaatwinden die hier waaien is het een vrij droog landschap met langs de kust bij Coro zelfs een woestijnachtig duinlandschap.

advertentie

El Pico Bolivar, hoogste berg van Venezuela

Photo:Nancy Pestana González CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De eindeloze centrale laagvlakte in het midden van Venezuela wordt de Llanos genoemd en neemt een derde van het land in beslag. Deze vlakte loopt zelfs tot diep in Colombia door. Het stroomgebied van de 2140 km lange Orinoco loopt hierdoor, samen met ontelbare rivieren en kanalen. De Río Caroní is met 640 km de tweede grootste rivier van Venezuela. In de buurt van de oceaan vertakt de Orinoco zich tot een immense delta, bedekt door moerasbossen.

In het zuiden van Venezuela ligt het Guayana-massief en de Venezolaanse Amazonas. Beiden zorgen voor een afwisselend en fascinerend landschap. Het Guayana-massief is al miljarden jaren oud. Het is een plat, honderden meters dik schild. Door aardbevingen en aardverschuivingen ontstonden hoogtes en laagtes.

Door erosie werd het schild in de loop der tijden als het ware in stukken gesneden en zo ontstonden de ca. honderd imposante tafelbergen met hun platte toppen en steile hellingen. Veel watervallen storten zich hier naar beneden. De Salto Ángel stort zich 979 meter de diepte in en is daarmee de hoogste waterval ter wereld.

advertentie

Isla Margarita, Venezuela

Photo:Rei2Rey Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Voor de Venezolaanse kust liggen 72 veelal kleine, onbewoonde koraaleilanden die samen de Dependencias Federales vormen. Het grootste en bekendste is het toeristeneiland Isla Margarita dat samen met nog twee eilandjes de deelstaat Nueva Esparta vormt.

Venezuela maakt sinds 1889 aanspraak op het gebied in Guyana ten westen van de Río Essequibo, meestal aangeduid als “zona en reclamación”.

Klimaat en Weer

Venezuela ligt met zijn zuidpunt net boven de evenaar en heeft dus een tropisch klimaat met een gemiddelde temperatuur van 27°C, wat kenmerkend is voor een tropisch klimaat. Seizoenen kent Venezuela eigenlijk niet hoewel er wel gesproken wordt over invierno (winter) en verano (zomer) maar daarmee wordt alleen de regentijd en de droge tijd bedoeld.

advertentie

Klimaatzones van Venezuela

Photo:Gabriel Sánchez Dávila CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het grootste deel van Venezuela ligt in de “tierra calente”, de hete klimaatzone. Hier schijnt bijna elke dag de zon en lopen de temperaturen op naar gemiddeld 30°C. Dit klimaat komt o.a. voor aan de kust, de Llanos, op de eilanden en in het Maracaibo-bekken. Passaatwinden zorgen ervoor dat de hitte op de eilanden en aan de kust goed te verdragen is. In de Orinoco-delta en het Amazonegebied is het door de zeer hoge luchtvochtigheid nauwelijks te harden. Deze klimaatzone reikt tot ca. 800 meter hoogte.De “tierra templada” is een gematigde zone tussen de 800 en 2000 meter hoogte. De gemiddelde temperatuur is er bijna altijd rond de 20°C. In de Cordillera de la Costa, waar o.a. de hoofdstad Caracas ligt, heerst vooral een soort nevelklimaat. Warme lucht uit de laagvlakte of van de Caribische Zee condenseert aan de hellingen en zorgt vaak voor nevel die het klimaat wat aangenamer maakt. De koude zone, de “tierra fria” ligt tussen de 2000 en 3000 meter hoogte met temperaturen tussen de 10 en 16°C.

Boven de 3500 meter ligt de “tierra helada”, de vorst- en ijszone. Op de Andestoppen daalt de temperatuur regelmatig tot ver onder de 10°C. Eeuwige sneeuw ligt rond de 5000 meter hoogte.

Het regenseizoen duurt van ongeveer half april tot begin november en er vallen dan vaak ‘s nachts korte maar hevige tropische regenbuien, waarbij grote hoeveelheden water naar beneden komen. Caracas heeft een gemiddelde jaartemperatuur van 19,6°C en een jaarlijkse neerslag van 810 mm; deze cijfers zijn voor La Guaira aan de kust ten noorden van Caracas 27,0 °C respectievelijk 490 mm en voor Ciudad Bolívar aan de Orinoco 19,6 °C respectievelijk 920 mm. In het Amazonas-gebied valt gemiddeld meer dan 2000 mm neerslag per jaar. Tijdens de Europese winter is het in Venezuela zomer en daardoor droger.

Planten en dieren

Planten

De Duitser Alexander von Humboldt (1767-1835) en de Franse plantkundige Aimé Bonpland (1773-1858) waren de eersten die de overweldigende planten- en dierenwereld van Venezuela bestudeerden. Na hen kwamen er nog velen en nog steeds is de gehele flora en fauna niet in kaart gebracht.

advertentie

Alexander von Humboldt, Venezuela

Photo:Publiek domein

In gebieden met een lange droge periode (ca. 10 maanden droog) komt voornamelijk doornige struikvegetatie voor tot ongeveer vijf meter hoog met uitschieters naar tien meter. Er zijn stukken met veel open plekken tussen de struiken en cactussen, maar ook zijn er ondoordringbare doornbosschages. Typisch voor deze vegetatie zijn verschillende acasia-soorten waaronder de “cují torcido” en enkele Caesalpinaceae waaronder de “yabo” en de “dividive”. Verder groeien hier de “guamache”, een hoge boomvormende cactus en de “cardón” die tot tien meter hoog kan worden.

Trompetboom, nationale boom van Venezuela

Photo:Jan Smith Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Op minder droge locaties (ca. 7 maanden droog) waar tweemaal zoveel neerslag valt komt het zeer droge tropische bos voor. De bomen worden hier al wat hoger o.a. de nationale boom van Venezuela, de “araguaney” (trompetboom). Andere bomen zijn de geelbloeiende “curari” en de “vera”. Deze beide typen droogtebos werden en worden nog steeds gebruikt voor het weiden van schapen en geiten die echter ook zorgen voor enorme erosie. Droge tropische bossen (ca. 4 maanden droog) komen veel voor en de jaarlijkse neerslag varieert tussen de 900 en 2600 mm. De bomen hebben een stevige stam met een laag beginnende zeer brede kroon. De bomen kunnen tot veertig meter hoog worden, met name in de westelijke Llanos. Veel voorkomend is de “carocaro” met zijn parapluvormige kroon. Langs de rivieren komen galerijbossen voor, overblijfselen van grote bosgebieden die in de loop der eeuwen platgebrand zijn. De nationale boom van Venezuela is de guayacan.

Cattleya mossiae, Venezuela

Photo:Wilfredor Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De vochtige tropische bossen (ca. één maand droog) of tropisch regenwouden zijn altijd groen en er valt jaarlijks tussen de 1700 en 3800 mm neerslag. De bomen worden hier zeer hoog, meer dan veertig meter. Deze bomen hebben vaak een kleine kroon, nodig om veel licht op te vangen en snel te kunnen groeien. Lianen en klimplanten zoals de philodendron zijn om deze reden ook veel aanwezig in de donkere oerwouden. Op de bodem van het oerwoud groeien planten met grote bladeren zoals dwergpalmen en diefenbachia’s.

Boven de boomgrens, vanaf ca. 2800 meter, ligt de páramo. Hier groeien mossen, grassen, orchideeën en lage struiken. Op de tafelbergen komen plantensoorten voor, met name enkele vleesetende soorten, die nergens anders ter wereld voorkomen. Het Hoogland van Guayana wordt gekenmerkt door natte zomers en droge winters en is voor het grootste gedeelte met dichte wouden bedekt.

De natuur van Venezuela herbergt een onvoorstelbaar grote hoeveelheid planten en bloemen. Zo vermoedt men dat er alleen al ca. 3000 soorten orchideeën voorkomen. De nationale bloem van Venezuela is de orchidee Cattleya mossiae. Van de gekweekte plantensoorten is de cacaoplant de bekendste.

Dieren

In de natuurreservaten van de Caribische eilanden leven veel aalscholvers, pelikanen en fregatvogels. Ook vinden we hier roze lepelaars, flamingo’s en rode ibissen. Parque Nacional Los Roques herbergt 57 soorten koraal en talloze kleurige vissen. De zeldzame soepschildpad en de karetschildpad vinden hier nog voedsel. Allerlei zeevogels als bruine genten, roodvoetgenten, pijlstormvogels en de bijzondere roodsnavelkeerkringvogels zijn hier te zien. Behalve iguana’s, grote plantenetende hagedissen, komen er geen landdieren voor. Het enige zoogdier is de vissende vleermuis. De nationale vogel van Venezuela is de oranje of Venezuela troepiaal.

Venezuela troepiaal

Photo:Paolo Costa Baldi Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

In het noordoosten liggen verschillende nationale parken. In het Parque Nacional Paria leeft o.a. de bijzondere Venezolaanse haaksnaveltangara en een bijzondere ottersoort die alleen hier nog voorkomt. In het Parque Nacional El Guácharos leeft een grote kolonie olievogels, nachtvogels uitgerust met sonar, net als vleermuizen. In de delta Amacuro ligt het Parque Nacional Mariusa en daar leven in de moerasbossen vele watervogels als reigers en rode ibissen. In het voedselrijke water leven o.a. piranha’s, kleine kaaimannen en zoetwaterdolfijnen. In het oerwoud leven verschillende soorten papegaaien, blauwgele ara’s, toekans, grijze kapucijnapen, pluimstaartapen en rode brulapen.

In het centrale noorden ligt het Parque Nacional El Avila en daar leven luiaards, eekhoorntjes, brulapen, evenals verschillende soorten gifslangen als de cascabel en de groefkopadder. In het Parque Nacional Guatopo in de nabijheid van de hoofdstad Caracas leven grote zoogdieren als pecarizwijn, jaguar, poema en tapir. Het eerste nationale park van Venezuela, het Parque Nacional Henri Pittier ligt hier ook. Meer dan veertig procent van de Venezolaanse vogel- en zoogdierenwereld komt hier voor. Venezuela heeft trouwens meer dan 1300 soorten vogels op haar grondgebied, meer dan Europa en Noord-Amerika samen.

In het noordwesten ligt het Parque Nacional Terepaima met een droogtevegetatie en wat hoger gelegen nevelbos. Hier komen brulapen, kapucijnapen en miereneters voor. Het Parque Nacional Sierra de Perijá is zeer moeilijk toegankelijk. Hier komt de koningsgier voor en aan zoogdieren o.a brulapen, kapucijnapen, brilberen, stekelvarkens en miereneters.

In de moerassen, kreken, meren en rivieren van de lage Llanos leven piranha’s, pijlstaartroggen, sidderalen en zoetwaterdolfijnen. Vele soorten waadvogels en moerasvogels vinden hier voldoende voedsel. Bijzondere vogels zijn de roze lepelaar, en de visetende bosooievaar en de jabiroe. In de lagere bomen leeft de hoatzin, een primitieve vogel die slecht kan vliegen.

Anaconda Venezuela

Photo:HumbRios Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ook de anaconda, een grote wurgslang, komt hier voor. Verder leven hier nog leguanen, ratelslangen, koraalslangen, de zeldzame reuzenmiereneter en de capibara, ’s werelds grootste knaagdier. In het Parque Nacional Aguaro-Guariquito leven bijzondere dieren als de reuzenmiereneter, het reuzengordeldier en verder ook jaguars, poema’s en ocelotten. Het national park Cinaruco-Capanaparo werd pas in 1988 opgericht. Er leven ongeveer 320 soorten vogels, vele vissoorten en ongeveer 70 soorten reptielen. Speciaal zijn de bijna uitgestorven Orinoco-krokodil en Orinoco- schildpad en de reuzenotter en reuzenarmadillo.

Capibara Venezuela

Photo:Fernando Flores Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

In de staat Bolívar ligt het Parque Nacional Canaima, een gebied ter grootte van Nederland met zijn indrukwekkende tafelbergen. De bodem is arm aan voedingsstoffen en daardoor leven er weinig grote dieren in dit gebied. Veel meer dan vogels en hagedissen zijn er niet te zien. Er leven wel jaguars, ocelotten en tapirs, maar deze zijn nauwelijks te zien. Bijzondere vogels zijn het goudhaantje, de merkwaardige witte gongvogel, tangara’s en manakins.

De deelstaat Amazonas bestaat voor 90% uit oerwoud, voor 5% uit savanne en voor 5% uit andere vegetaties. Er leven zo’n 675 soorten vogels en 60 soorten amfibieën. Verder ca. 50 soorten slangen, 190 soorten zoogdieren, 25 soorten hagedissen, 4 soorten krokodillen en 15 soorten schildpadden. Opmerkelijk is dat er zeer veel soorten dieren leven, maar dat de aantallen als gevolg van de voedselarmoede die kenmerkend voor dit gebied is, niet erg groot zijn. Zoogdieren bestaan o.a. uit 90 soorten vleermuizen, 30 soorten knaagdieren, 12 soorten apen, 12 soorten marterachtigen, 16 soorten roofdieren en luiaards, miereneters, herten, tapirs en pecaries. Sportvissers uit de hele wereld hengelen naar de pavón, een grote gestreepte baars, meervallen, payara’s en piranha’s.

Groen Toekan, Venezuela

Photo:Cristóbal Alvarado Minic Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Het nationale park Dinira ligt in de Andes. Kenmerkende dieren zijn hier poema, margay, miereneter, gordeldier, wateropossum en boshoen. Kenmerkende dieren van het Parque Nacional Sierra de la Culata zijn de brilbeer, rolstaartbeer, condor, groengele gaai en jaguar. Het Parque Nacional Sierra Nevada is vooral een vogelgebied met o.a. condor, snip, paramo-eend, lierstaartnachtzwaluw, langsnavelkolibri, gekuifde quetzal en de groene toekan.

Er zijn in Venezuela 30.000 soorten insecten waargenomen, waarvan de vlinders een groot deel uitmaken. Er zijn soorten met een spanwijdte tot 15 cm. Venezuela had in 1997 43 nationale parken en 22 “monumentos naturals”, bestaande uit b.v. één berg of één grot. In totaal beslaan ze ongeveer 15% van het totale landoppervlak.

Phoberomys Pattersoni Venezuela

Photo:A C Tatarinov in het publieke domein

In september 2003 vonden paleontologen de restanten van een uitgestorven reuzencavia, Phoberomys pattersoni genaamd, die de afmetingen had van een koe en meer dan 700 kilo moet hebben gewogen. De onderzoekers groeven in 2000 een nagenoeg compleet skelet en een gave schedel van het dier op uit de sedimenten van de Urumaco-formatie, een gebied 400 kilometer ten westen van de hoofdstad Caracas.

Geschiedenis

Pre-Columbiaanse periode

Pre-Columbiaanse rotstekening in Venezuela

Photo:Arnaldo Noguera Sifontes CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Rond 14.000 jaar voor Chr. arriveerden de eerste mensen in het gebied wat nu Venezuela is. Primitieve nomadische volken bevolkten vanaf die tijd het Venezolaanse grondgebied. Venezuela heeft echter nooit een indiaans volk op haar grondgebied gehad zoals de Azteken en de Maya’s in Midden-Amerika of de Inca’s in het naburige Andes-gebergte. Een van de redenen hiervoor zouden klimatologische omstandigheden kunnen zijn. Het waren in ieder geval geen grote staatkundige eenheden als bij de genoemde volken want nergens in de warme laaglandoerwouden van Zuid- en Midden-Amerika is een hoge organisatiegraad vastgesteld. Er waren alleen maar kleine stammen, ieder met hun eigen cultuur en taal. Sommigen waren halfnomadisch, anderen waren juist weer landbouwers. De omvang van de toenmalige inheemse bevolking was gering. En omdat er ook niets op schrift gesteld is weet men erg weinig van de eerste bewoners van Venezuela af.

Columbus ontdekt Amerika en Spaanse overheersing

Christopher Columbus, Venezuela

Photo:Publiek domein

Het jaar 1498 is voor het gehele Amerikaanse continent natuurlijk een keerpunt in de geschiedenis. In dat jaar landde Columbus tijdens diens derde reis op de oostpunt van Venezuela, het schiereiland Paria. Ook de buitenmonding van de Orinoco en het eiland Margarita werden verkend. In 1499 zeilden Alonso de Ojeda en Amerigo Vespucci ter hoogte van de huidige stad Maracaibo. Vanwege de paalwoningen van de indianen werd de streek Venezuela genoemd, dat “Klein- Venetië betekent. In het jaar 1500 wordt de eerste Spaanse nederzetting in Latijns-Amerika opgericht op het eiland Cubagua. In 1508 wordt Ojeda de eerste gouverneur van het gebied, maar de Spanjaarden slagen er niet in een blijvende kolonie te vestigen. Ook de missiepoging van de franciscaanse monniken mislukte vooralsnog.

Pas in 1521 slaagt men erin om de eerste stad op het Zuid-Amerikaanse vasteland te stichten, Cumaná. Op bescheiden schaal werden groepen negerslaven ingevoerd, waarvan enkele nederzettingen nu nog aan de noordkust van Venezuela te vinden zijn. In totaal zijn er ongeveer 120.000 slaven in Venezuela terechtgekomen. Ook de indianen werden als slaven getransporteerd naar Cuba, Cubagua of Hispaniola (nu Haïti en de Dominicaanse Republiek). In 1527 wordt Venezuela door Karel V verpacht aan het Duitse bankiershuis Welser. Op zoek naar goud lieten ze een spoor van ellende onder de indiaanse bevolking achter. Ook de Spanjaarden voeren steeds verder de Orinoco op, op zoek naar goud. Maar ook zij hadden weinig succes. In 1546 werd de pachtovereenkomst met de Duitsers opgezegd en werd geheel West-Venezuela door de Spanjaarden veroverd. Er werden steeds meer nederzettingen gesticht waarvan er vele nu nog steeds bestaan.

Diego de Losado sticht Caracas de hoofdstad van Venezuela

Photo:Publiek domein

Rond 1577 werd Caracas gesticht door Diego de Losada en de stad werd al snel uitgeroepen tot de hoofdstad van West-Venezuela. In 1580 werd de bevolking getroffen door een pokkenepidemie en vele indianen stierven aan deze voor hen onbekende ziekte. In 1595 kwamen de Engelsen op het toneel en Caracas werd verwoest door Sir Francis Drake, de beroemde Engelse piraat en ontdekkingsreiziger. De hardnekkige geruchten over goudschatten trekken naast Spanjaarden en Engelsen ook Portugezen, Fransen en Hollanders aan. Bovendien had de politieke situatie in Europa van dat moment ook zijn invloed op de ontwikkelingen in Zuid-Amerika. Zo hadden de Hollanders een fort aan rand van de Corantijn met tabaksplantages. Dit fort werd echter in 1613 verwoest door de Spaanse gouverneur. In 1621 kwamen de Hollanders onder leiding van de West-Indische Compagnie weer terug en brachten de Spanjaarden enkele gevoelige nederlagen toe. Het is onder andere de tijd van het veroveren van de Spaanse zilvervloot door Piet Hein in de buurt van Cuba in 1628.

In 1681 werd de “Wet op de Indiën” van kracht die de hele wetgeving aangaande de Amerikaanse koloniën op bevel van Filips II herzag. Om de piraterij en de smokkelpraktijken aan te pakken wordt in 1728 de “Caracas Company” opgericht die het volledige monopolie krijgt over de handel en de economische ontwikkeling van de provincie Caracas. De Spaanse bezittingen in Zuid-Amerika bestonden op dat moment uit een aantal losse provincies die werden geregeerd vanuit Santo Domingo, op dit moment de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek. Dit veranderde pas definitief in 1777 als zes provincies, waaronder Margarita, Caracas, Guayana en Trinidad, samengevoegd worden en Venezuela een eigen bestuur krijgt onder leiding van een Spaanse militair. Venezuela telde op dat moment ongeveer 800.000 inwoners. Trinidad valt na enige tijd af en komt in Engelse handen.

Simón Bolívar en de strijd om onafhankelijkheid

In 1806 werd er door Francisco de Miranda, beïnvloed door de Franse Revolutie, een leger samengesteld met Amerikaanse vrijwilligers die probeerden om Venezuela onafhankelijk te maken. Deze poging mislukte maar op 19 april 1810 greep een groep uit de rijke Venezolaanse elite de macht door een Opperste Junta in te stellen die het “Eerste Congres” bijeenriep. Het Eerste Congres kwam op 2 maart 1811 voor het eerst bij elkaar en op 5 juli 1811 riep Venezuela als eerste Amerikaanse kolonie de onafhankelijkheid uit en is de zogenaamde “Eerste Republiek” een feit. De zeven provincies Mérida, Trujillo, Caracas, Cumaná, Barcelona, Margarita en Barinas vormen dan samen"La Confederacíon Americana de Venezuela". Francisco de Miranda is op dat moment de opperbevelhebber van de revolutionaire strijdkrachten.

Standbeeld van Simon Bolivar in Ciudad Bolívar, Venezuela

Photo:Guillermo Ramos Flamerich CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Onder hem dient de latere president Simón Bolívar. In 1812 verwoest de Spaanse kapitein-generaal Monteverde via het royalistische ingestelde zuiden, de noordelijke republikeinse provincies. De Miranda wordt door Bolívar beschuldigd van verraad en uitgeleverd aan de Spanjaarden. In december 1812 begint Bolívar aan een veldtocht tegen de aanhangers van de Spaanse koning. Hij rijgt overwinning aan overwinning en trekt begin augustus triomfantelijk Caracas binnen. Ook vanuit het oosten wordt de bevrijding ingezet en de koningsgezinde troepen worden uiteindelijk in de Slag van Bárbula verslagen en zij trekken zich terug in de vesting Puerto Cabello. Bolívar wordt uitgeroepen tot bevrijder en opperbevelhebber van de revolutionaire strijdkrachten.

De koningsgezinde troepen onder leiding van hun aanvoerder Boves vechten echter terug en rukken uiteindelijk op naar Caracas. De gehele bevolking vlucht samen met Bolívar naar het oosten, maar velen vinden onderweg de dood of worden vermoord door de troepen van Boves. De Spanjaarden wilden Bolívar arresteren maar deze was al vertrokken naar Cartagena in Colombia waar hij wordt benoemd tot opperbevelhebber, Bogotá verovert en een regering vormt. Spanje stuurde ondertussen een groot leger naar Venezuela terwijl de revolutionairen militaire hulp kregen van de Britten die vooral uit economische motieven handelden. Bolívar kreeg steeds meer hulp, ook vanuit de buurlanden.

Isla Margarita werd in 1816 bevrijd en een jaar later Guayana. In 1819 bevrijdde Bolívar Colombia en riep het Groot-Colombiaanse Rijk uit dat bestond uit de huidige staten Venezuela, Panama, Ecuador en Colombia. Hij werd zelf de eerste president. De Spanjaarden verzetten zich uiteraard hevig maar leden op 24 juni 1821 een beslissende nederlaag bij de Slag van Carabobo. Ook in andere landen van Zuid-Amerika werden de Spanjaarden verslagen en na de verloren Slag bij Ayacucho in Peru kwam er een einde aan 300 jaar Spaans kolonialisme in Zuid- Amerika.

Venezuela wordt door de Spanjaarden in 1823 definitief losgelaten. De onafhankelijkheid werd echter een desillusie doordat de afzonderlijke landen van Groot-Colombia het eigenbelang weer snel lieten prevaleren. De corruptie vierde hoogtij, de slavernij werd niet afgeschaft zoals was afgesproken en het gevecht om de macht brak op alle fronten los. Zelfs Bolívar kon het Groot- Colombiaanse Rijk niet bij elkaar houden en hij stierf als een teleurgesteld man in 1830, maar is nog altijd een legende in Zuid-Amerika en wordt nog steeds “vader des vaderlands” genoemd.

Tijdperk van de dictators

Vanaf 1830 ging Venezuela haar eigen weg en startte het tijdperk van de dictators. De eerste was generaal Paéz die tevens de eerste president van de Republiek Venezuela werd. Tijdens de regering van de tweede president, Monagas, werd in 1854 de slavernij officieel afgeschaft en werden de betrekkingen met Spanje hersteld. Door interne machtsstrijd en politieke conflicten brak in 1858 een burgeroorlog (Federale Oorlog) uit die tot 1864 duurde. In dat jaar werd de Federale Republiek Venezuela uitgeroepen. Groot-Brittannië maakte hiervan gebruik door een stukje van Venezuela aan Brits-Guyana toe te voegen, iets wat nog steeds door Venezuela betwist wordt en op alle landkaarten in Venezuela te boek staat als “Zona en reclamacíon”.

Grafsteen Antonio Guxman Blanco, Venezuela

Photo:Alex Coiro Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De dictatuur van de beruchte Antonío Guzmán Blanco (1870-1888) leek aanvankelijk het volk ten goede te komen. Hij scheidde staat en kerk en slaagde erin de politieke invloed van de machtige en rijke families terug te dringen. Het bleek echter maar schijn want hij was er vooral op uit om zijn eigen kas te spekken en duldde bijvoorbeeld geen enkele oppositie. Na de Guzmán Blanco- periode volgden de dictators elkaar in snel tempo op. Cipriano Castro hield het het langst vol (1898-1908) en Juan Vincente Gómez zou de wreedste uit de Venezolaanse geschiedenis worden. Meer dan 30.000 Venezolanen verdwenen in de gevangenis en minstens zo veel vluchtten naar het buitenland.

Ondanks de antipathie tegen de Verenigde Staten in geheel Zuid-Amerika knoopte Gómez na de ontdekking van olie geheel uit eigenbelang betrekkingen aan met de Amerikanen. Investeerders stroomden toe en de Verenigde Staten werden de belangrijkste handelspartner van Venezuela c.q. Gómez en trawanten. In 1928 volgden er demonstraties van studenten (de Generatie 28) en arbeiders tegen Gómez en zijn pro-Amerikaanse politiek. Hoewel de protesten werden neergeslagen waren dit toch de eerste stappen op weg naar de politieke democratie.

Na de dood van Gómez in 1935 was er zelfs plaats voor politieke partijen. De sociaal-democratische partij zou uiteindelijk in 1945 plaats nemen in de junta en er ontstond een overgangsfase tussen militaire dictatuur en democratie. In 1945 werd de burger en bekendste Venezolaanse schrijver Rómulo Gallegos tot president van de junta benoemd. Hij voerde het algemeen kiesrecht in maar slaagde er niet in om de militairen helemaal op het tweede plan te krijgen.

Van dictatuur naar democratie

Integendeel, in 1947 volgde er weer een coup onder leiding van generaal Jiménez die uiteindelijk tot nu toe de laatste dictator van Venezuela zou worden. Zijn bewind duurde tot 1957. Hij werd onder groeiend protest van de bevolking en met hulp van het leger verdreven. Vanaf 1958 veranderde Venezuela als eerste land in Zuid-Amerika van een dictatuur in een vrij stabiele democratische staat. Na de eerste democratische verkiezingen in 1959 werd er een kabinet van nationale eenheid gevormd onder leiding van president Rómulo Betancourt.

In 1961 werd het democratische systeem in de grondwet vastgelegd en werd Venezuela weer een federale republiek. In 1960 was Venezuela een van de oprichters van OPEC (Organization of Petroleum Exporting Countries). Van de geweldige olie-inkomsten profiteerde echter maar een kleine deel van de bevolking. De revolutionaire ideeën uit het Cuba van Fidel Castro waaiden al snel over naar Venezuela maar door de grote groei van de werkgelegenheid in met name de metaalsector bleef ondersteuning door de bevolking uit. Van een eventuele revolutie is in Venezuela dan ook nooit sprake geweest. Onder president Carlos Andrés Pérez (1973-1978) braken gouden tijden voor Venezuela aan. Hij maakte van de olie- en staalindustrie staatsbedrijven waardoor alle inkomsten in Venezuela bleven. Met dat geld werd het land gemoderniseerd, infrastructurele voorzieningen gerealiseerd, de industriële sector uitgebreid en kreeg de landbouw nieuwe impulsen. Ook de middenklasse van de bevolking profiteerde van deze ontwikkelingen en Pérez was de nieuwe held. Het bleek echter dat hij een miljardenschuld had opgebouwd en Venezuela was eigenlijk praktisch failliet.

In 1988 begon zijn tweede ambtstermijn en werd door de Wereldbank en het IMF gedwongen om te bezuinigen en te saneren, met name in het gigantische overheidsapparaat. Het bedrijfsleven werd weer geprivatiseerd, tarieven voor o.a. water, benzine en levensmiddelen schoten omhoog. Het volk nam het niet en dat resulteerde in 1989 in plunderingen en gevechten met de politie met als resultaat honderden doden en gewonden, arrestaties en martelingen. Het kwam zelfs zover dat er in 1992 twee staatsgrepen werden gepleegd die echter allebei mislukten.

Carlos Andrés Pérez, Venezuela

Photo:Publiek domein

In maart 1993 werd president Pérez beschuldigd van corruptie en drie maanden weggestuurd en onder huisarrest geplaatst. Dit huisarrest werd in 1996 weer opgeheven. Bij de presidentsverkiezingen van eind 1993 haalde voor het eerst in de geschiedenis een onafhankelijke kandidaat, Rafael Caldera, de meeste stemmen. Hij hield het leger aardig in toom en kon niet anders dan het ingezette bezuinigingsprogramma voortzetten. In 1994 kwam Venezuela in een bankcrisis terecht en nam de Venezolaanse overheid 18 van de 40 particuliere banken over. Door de stijgende export herstelde de economie zich in 1995 weer enigszins. Door de toename van misdaad en geweld volgden er in 1996 weer vele burgerprotesten. In 1996 mochten buitenlandse ondernemingen voor het eerst in 20 jaar weer meedingen naar exploitatierechten voor de oliewinning en werd er door president Caldera een nieuw economisch herstelprogramma afgekondigd. Hierdoor was er weer sprake van een licht groeiende economie.

In juli 1997 kwamen bij een krachtige aardbeving (6,7 op de schaal van Richter) in het midden en oosten van Venezuela zeker 59 mensen om het leven en vielen ruim 300 gewonden. De steden Cumana en Cariaco werden het zwaarst getroffen. In augustus 1997 kwamen bij rellen in de gevangenis van El Dorado in de Venezolaanse deelstaat Bolivar 42 gedetineerden om het leven en raakten er 22 gewond. Het jaar 1997 werd ook weer gekenmerkt door veel sociale onrust en rellen met de oproerpolitie. In maart 1998 besloten vijf grote olieproducerende landen, waaronder Venezuela, hun olieproductie drastisch te beperken. De landen hoopten door productiebeperking de olieprijs, die op een een historisch dieptepunt beland was, weer op peil te brengen. Met ingang van 1 juli ging Venezuela dagelijks 125.000 vaten minder leveren. De afspraken golden voor de rest van 1998.

Hugo Chavez op de militaire academie, Venezuela

Photo:Government of Venezuela Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

In 1998 werden de presidentsverkiezingen verrassend gewonnen door Hugo Chávez Frias (44 jaar) die in 1992 nog een mislukte staatsgreep ondernomen had tegen de regering-Pérez (in 1994 kreeg hij na twee jaar gevangenisstraf amnestie). Hij kreeg met name veel stemmen uit de sloppenwijken doordat hij met name aan de armen veel beloftes had gedaan. Chavez kreeg bijna 60% van de stemmen, zijn opponent, de 62-jarige ondernemer Henrique Salas ca. 35%. In januari 1999 was Chavez weer welkom in de Verenigde Staten (tot dusver kreeg hij nooit een visum vanwege de mislukte staatsgreep in 1992 en men verdacht hem van dictatoriale neigingen). Op 2 februari 1999 werd Chavez beëdigd als president van Venezuela. Een week na zijn beëdiging riep Chavez de"sociale noodtoestand" uit. Hij wilde dat het parlement hem volmachten gaf om de overheidsuitgaven te saneren om zodoende het financieringstekort te kunnen terugbrengen. Verder wilde hij het belastingstelsel hervormen en kondigde hij aan dat het leger moest gaan helpen bij het werk op boerderijen, het herstel van wegen en in de gezondheidszorg, het plan"Bolivar 2000". Ook het corrupte politieke systeem wilde hij saneren en de armoede bestrijden. De meeste kritiek kreeg zijn plan het parlement te ontbinden. Begin februari vaardigde hij een decreet uit dat er een wetgevende vergadering moest komen die een nieuwe grondwet zou moeten schrijven. De bevolking zou zich mogen uitspreken over de wenselijkheid daarvan. In de stad Cumana, zo'n 500 kilometer ten oosten van de hoofdstad Caracas, braken rond 1 maart ernstige studentenrellen uit die drie dagen duurden.

Eind april sprak de Venezolaanse bevolking zich in een referendum uit voor wijziging van de grondwet uit 1961. Daarmee schaarde de bevolking zich massaal achter de"vreedzame revolutie" die president Chavez had aangekondigd. Ca. 88% van de kiezers sprak zich uit voor het vormen van een"Asamblea Nacional Constituyente", een assemblee om de grondwet te herzien. Tevens stemde 82% in met de door Chavez gestelde voorwaarden voor de benoeming van die assemblee. Tegenstanders van Chavez waren bang dat hij via de nieuwe grondwet zowel de uitvoerende, de wetgevende als de rechterlijke macht in handen wilde krijgen. Dit werd nog een bevestigd na de ongrondwettelijke promotie van 34 militairen door Chavez. Na kritiek hierop dreigde hij openlijk het parlement te ontbinden:"Ik ben in oorlog met jullie, voor ons beide is in dit land geen plaats. Jullie dagen zijn geteld".

Eind juli boekte de links-nationalistische regering van Chavez een overweldigende zege bij de verkiezing van een grondwetgevende vergadering, die binnen een half jaar een nieuwe grondwet moest opstellen. 119 van de 131 zetels werden bezet door aanhangers van Chavez waardoor hij de mogelijkheid kreeg om de macht van de traditionele partijen te breken.

Een paar weken later trok de grondwetgevende Assemblée alle macht naar zich toe en voor Venezolaanse rechtbanken, het Congres en andere instituties werd de noodtoestand afgeroepen. Die noodtoestand stelde de Assemblée in staat om naar eigen inzicht in te grijpen in publieke instituties, volgens de speciale grondwetgevende vergadering nodig om de corruptie in die instituties aan te kunnen pakken. Als protest trad de voorzitter van het Venezolaanse Hooggerechtshof, Cecilia Sosa, op 24 augustus af.

Eind augustus werd het parlement per decreet de laatste rechten ontnomen, nadat een week eerder al de rechten op het gebied van de wetgeving ernstig waren ingeperkt. Op dat moment was de Grondwetgevende Vergadering in feite de hoogste autoriteit in Venezuela. Half september mocht het congres zijn gebruikelijke werkzaamheden weer uitoefenen met uitzondering van het uitoefenen van de wetgevende macht.

Begin november ging de Grondwetgevende Vergadering akkoord met de omstreden verlenging van de ambtstermijn van Chavez, en hief tevens de blokkades op die de herverkiezing van de president in de weg stonden. Door deze wetswijziging kon hij in theorie tot 2012 aan de macht blijven.

Op 15 december werd met 71% van de stemmen de nieuwe grondwet aangenomen. Hierin krijgen de burgers meer rechten en meer invloed. Referenda maken het bijvoorbeeld mogelijk om slechte volksvertegenwoordigers naar huis te sturen. verder kreeg Chavez een veel sterkere greep op de economie en werd de positie van de president en het leger versterkt en werd de Senaat afgeschaft. Ook kon de president voortaan het parlement ontbinden als hij dat nodig acht.

Vlak na het referendum werd Venezuela getroffen door een natuurramp van ongekende omvang. Door overstromingen en modderlawines vielen er zeker 20.000 doden en raakten 140.000 mensen dakloos. Het leger kwam in een kwaad daglicht te staan na meldingen van mishandelingen, plunderingen en zelfs executies. Harde bewijzen hiervoor ontbraken echter.

21e eeuw

Begin januari 2000 nam de minister van infrastructuur, Julio Montes, ontslag uit onvrede over de militarisering van het landsbestuur. Chavez kondigde daarop aan om nog meer leden van zijn kabinet te vervangen door militairen.

De verkiezingen voor de president, het Congres, gouverneurs en lokale raden, gepland eind mei, gingen niet door omdat het computersysteem dat de stemmen zou moeten gaan tellen, niet betrouwbaar bleek.

Eind juli werd Chavez voor zes jaar tot president gekozen, maar wist in het parlement geen tweederde meerderheid te krijgen. Chavez zelf kreeg ca. 60% van de stemmen, zijn tegenstrever Francisco Arias Cardenas kreeg ca. 38% van de stemmen.

In augustus bracht Chavez een omstreden bezoek aan Irak, waar hij Saddam Hoessein ontmoette. Het was het eerste bezoek van een buitenlands staatshoofd aan Irak sinds de Golfoorlog van 1991. Met name de Verenigde Staten reageerden woedend, maar Chavez trok zich ook daar niets van aan.

Hugo Chavez, Venezuela

Photo:Dilma Roussef Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Half oktober beëindigden ca. 35.000 werknemers in de Venezolaanse olieindustrie hun staking. De staking was een paar dagen eerder uitgebroken nadat de regering geweigerd had een loonsverhoging van bijna 10 euro per dag te geven. De stakers bereikten een akkoord met de nationale petroleummaatschappij PDVSA.

Eind oktober, begin november bracht de Cubaanse president Fidel Castro een bezoek aan Venezuela met de bedoeling om voor een vriendenprijsje olie te kopen. Dat lukte en overeengekomen werd dat Venezuela dagelijks 53.000 vaten ruwe olie aan Cuba zou leveren, in ruil voor Cubaanse goederen en medische diensten. De Venezolaanse oppositie was woedend omdat ca. 80% van de eigen bevolking ver onder de armoedegrens leefde. Op 7 november gaf de Nationale Vergadering president Chavez een ongekende machtspositie door hem toe te staan voortaan één jaar lang bij decreet wetten op het terrein van olie en bankzaken uit te vaardigen.

Op 13 november werd de 63-jarige minister van oliezaken, Ali Rodriguez Araque, gekozen tot secretaris-generaal van de OPEC. Begin december stevende Chavez af op een overwinning bij een referendum over de vorming van nieuwe vakbonden. Veel kiezers zeiden"ja" tegen de plannen om de traditionele leiders af te zetten. Volgens de oppositie was Chavez bezig om zijn dictatoriale macht nog verder uit te breiden.

Eind januari 2001 kwamen achttien toeristen, onder wie vijf Nederlanders, om bij een vliegtuigongeluk, het ernstigste in de geschiedenis van Venezuela.

Pedro Carmona, Venezuela

Photo:Zcriptz Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Op 11 april 2002 vond er een massabetoging in Caracas plaats, waarbij het aftreden van Chávez geëist werd. Er braken gevechten uit waarbij vijftien doden vielen, en de Venezolaanse president werd door de media en de oppositie verantwoordelijk gesteld. Vervolgens werd Chávez door een groep rebellerende militairen tot aftreden gedwongen en Pedro Carmona werd tot interim-president benoemd. Hoewel zelfs de media het over 'het aftreden' van de president hadden, vond er op 11 april wel degelijk een staatsgreep plaats.

Dat bleek wel toen Carmona meteen een ware klopjacht ontketende op Chávez-aanhangers en het parlement ontbond. Als protest hiertegen kwamen de, vaak arme, Chávez-sympathisanten massaal de straat op om het aftreden van Carmona te eisen. Een deel van het leger koos de kant van Chávez en dat was voor Carmona het sein te vluchten. In de nacht van 13 april keerde Chávez weer terug in het presidentiële paleis.

De Verenigde Staten, verklaard tegenstander van Chávez, waren uiteraard niet blij met zijn terugkeer. Zij waren nog steeds bang dat Chávez, een vriend van de Cubaanse leider Fidel Castro, de olietoevoer naar de Verenigde Staten op een keer zou stopzetten.

Een week na de mislukte staatsgreep liepen alle coupplegers weer vrij rond, waardoor de vraag geopperd werd of er wel sprake was geweest van een staatsgreep. Zeer opmerkelijk was in ieder geval dat de opperbevelhebber van de landmacht en een van de coupplegers, Lucas Rincon, werden herbenoemd. Pedro Carmona ontkende voor een parlementaire enquetecommissie dat hij samen met het leger de coup zou hebben voorbereid. Hij verklaarde door het leger gevraagd te zijn om het 'machtsvacuüm' op te vullen.

Eind april 2002 vroegen drie Venezolaanse militaire leiders politiek asiel aan in de Verenigde Staten. Zij waren na de mislukte staatsgreep al naar de Boliviaanse ambassade gevlucht. Carmona mocht uiteindelijk naar buurland Colombia vertrekken, waar hij politiek asiel kreeg.

De maand mei was verder weer het toneel van demonstraties, waarbij tienduizenden Venezolanen de straat opgingen. In juli deed de voormalige president van de Verenigde Staten, Jimmy Carter, een mislukte poging te bemiddelen tussen president Chávez en de Venezolaanse oppositie die het aftreden van de president eiste.

Begin augustus werden vier hoge militairen wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken die hadden meegedaan aan de korte staatsgreep tegen president Chávez. Uit woede over deze uitspraak volgden onmiddellijk nieuwe demonstraties door aanhangers van Chávez, met opnieuw doden en gewonden. Carlos Andrés Pérez, de vroegere president, pleitte er openlijk voor om Chávez te vervangen door een militaire junta. Hij voorspelde een staatsgreep waarbij weer veel bloed zou vloeien.

Venezuela werd sinds de dubieuze uitspraak van het Hooggerechtshof over de couppoging verdeeld tussen aanhangers van Chávez, die meenden dat hij opkwam voor de rechten van de armen, en de oppositieleden, die vonden dat hij juist een wig dreef tussen de verschillende klassen.

Op 11 oktober demonstreerden ca. één miljoen mensen in Venezuela tegen de nationalistische regering van president Chávez, en eisten nieuwe verkiezingen. Demonstranten uit verschillende steden trokken op naar de hoofdstad Caracas. De oppositie wist zich gesteund door werkgevers, vakbonden, alle traditionele politieke partijen, de meeste media, kerken en studentenorganisaties. De grootste vakbond dreigde met een algemene staking, en gaf de president een paar dagen om af te treden. Als antwoord op de demonstratie van de oppositie marcheerden enkele dagen later honderdduizenden aanhangers van de Venezolaanse president door de straten van Caracas. Daartoe had Chávez hen opgeroepen.

Eind oktober legde een massale algemene staking een deel van Venezuela stil. Fabrieken en winkels waren gesloten, binnenlandse vluchten werden geschrapt. Er circuleerden zelfs geruchten over een mogelijke coup, en op verschillende plaatsen kwam het tot schietpartijen met de politie. In het centrum had het leger tanks voor het presidentiële paleis geparkeerd.

Een dag later riepen veertien hoge legerofficieren voor de Venezolaanse televisie, de bevolking op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. De veertien vonden dat de president niet langer de stem van het volk vertegenwoordigde. Enkelen van hen waren ook betrokken bij de staatsgreep in april, en bekleedden geen actieve functies meer sinds die tijd. Uiteindelijk gebeurde er niets.

Begin november raakten aanhangers van Chávez slaags met oppositieleden. Zeker zestien mensen raakten gewond. De aanhangers van de president probeerden te voorkomen dat de oppositie twee miljoen handtekeningen kon aanbieden aan het parlement. Vakbonden en oppositieleden wilden met de handtekeningenactie bewerkstelligen dat er op 4 december een referendum over vervroegde verkiezingen gehouden zou worden. Enkele dagen later vroeg Chávez aan het Hooggerechtshof om delen van de Venezolaanse kieswet nietig te verklaren, waardoor de kiesraad niet langer zou kunnen opereren op een wettelijke grondslag. De oppositie dreigde daarop met een algemene staking.

Half november nam het leger van Venezuela in de hoofdstad Caracas de taken over van de politie. De overname door het leger zou bedoeld zijn om de rust bij de politie te herstellen."De politie is vervallen tot anarchisme", gaf Chávez als reden. Een deel van de hoofdstedelijke politie staakte al sinds oktober tegen burgemeester Alfredo Peña, een verbeten tegenstander van Chávez. Hij beschuldigde Chávez er ook van dat de politiestaking door de president zelf op touw zou zijn gezet om de hoofdstad een nieuwe, regeringsgetrouwe hoofdcommissaris door de keel te duwen.

Eind november bepaalde het Hooggerechtshof dat een eerder aangekondigd referendum over vervroeging van de presidentsverkiezingen op 2 februari 2003 niet mocht doorgaan. Op 5 december volgde een algemene staking tegen het bewind van Chávez. Deze staking legde de Venezolaanse economie, en met name de oliesector, stil. Chávez gaf als reactie daarop het leger de opdracht te interveniëren en zo de olieleveranties aan het buitenland veilig te stellen. Op dat moment leek een totale burgeroorlog niet ver meer weg.

Toen de stakingen na een week nog niet afgelopen waren, dreigde Chávez om de noodtoestand uit te roepen. Op 9 december werd bekend dat de Venezolaanse regering verkiezingen niet langer uitsloot als oplossing voor de ontstane crisis. Deze mededeling kwam na onderhandelingen tussen Chávez, de oppositie en de de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), César Gaviria. Het was onduidelijk of Chávez daadwerkelijk wilde meewerken.

Ondertussen gingen de stakingen hun tweede week in, en dreigde Chávez om de noodtoestand in het land uit te roepen. Alle olie-installaties in het land werden bezet door het leger om sabotage te voorkomen. Tekenend voor de uitzichtloze situatie was het staken van de werkzaamheden van het Hooggerechtshof wegens 'politieke intimidatie'.

Op 13 december drongen de Verenigde Staten er bij Chávez op aan om vervroegde verkiezingen te houden en op 16 december betoogden weer honderdduizenden mensen in de hoofdstad Caracas.

Een dag later riepen oppositieleiders de bevolking op om de acties tegen de regering verder aan te scherpen. Felle botsingen tussen demonstranten en de oproerpolitie waren het gevolg. Alle voorzichtige toenaderingen en de druk van buitenaf hadden totaal geen effect gehad.

Op 19 december gelastte het Venezolaanse gerechtshof de werknemers in de olie-industrie weer aan het werk te gaan. De meeste stakers negeerden het bevel van het Hof echter en gingen onverminderd door met staken. Daarop dreigde het controversiële staatshoofd met het ontslag van alle stakers bij de staatsoliemaatschappij Petreleos de Venezuela.

Op 3 januari moest de politie hardhandig ingrijpen om de bestorming te verhinderen van een militaire basis nabij de hoofdstad door betogers. Een menigte van tienduizenden betogers had zich voor het kazernecomplex verzameld om de vrijlating te eisen van een generaal die wegens muiterij onder arrest was geplaatst. Ongeveer honderd officieren hadden zich aangesloten bij de stakingsbeweging, maar de meeste militaire commandanten bleven het staatshoofd trouw.

Op 14 januari werd de politie van de hoofdstad Caracas door het Venezolaanse leger ontwapend. Chávez beschuldigde de politie ervan aanhangers van zijn bewind te hebben aangevallen tijdens demonstraties. Op 17 januari richtten vertegenwoordigers van de landen Mexico, Verenigde Staten, Brazilië, Chili, Spanje en Portugal een 'Groep van Vrienden van Venezuela', op. Zij wilden een poging wagen een oplossing te vinden voor de politieke crisis in het land.

Begin februari werd de algemene staking door de verdeelde tegenstanders van Chávez beëindigd. De oliesector staakte nog gedeeltelijk door, maar het was duidelijk dat Chávez de 64 dagen durende crisis had overleefd. De poging om Chávez via stakingen tot aftreden te dwingen, waren totaal mislukt. Enkele weken later sloten de regering van Venezuela en de oppositie een akkoord tegen geweld, en voor vrede en democratie. Dit akkoord kwam echter weer op losse schroeven te staan toen Carlos Fernández, oppositieleider en voorzitter van de werkgeversorganisatie Fedecamaras, gearresteerd werd; het bleef echter rustig in het land.

Eind februari werd Venezuela opgeschrikt door aanslagen op de Spaanse ambassade en het Colombiaanse consulaat in de hoofdstad Caracas. Aanhangers van Chávez werden aangewezen als de daders omdat Spanje, Colombia en andere landen hadden geprobeerd te bemiddelen tussen de president en de oppositie.

Half april bereikten de Venezolaanse regering en de oppositie een akkoord over het houden van een referendum over het voortijdig beëindigen van het presidentschap van Hugo Chávez. Het referendum zou volgens de grondwet na 19 augustus plaats kunnen vinden, halverwege de presidentiële ambtstermijn. Dit gebeurde echter niet en half september wees de Venezolaanse kiesraad zelfs de petitie die opriep tot een referendum over de positie van Chávez, af vanwege procedurele fouten.

Begin december ondertekenden meer dan 3,6 miljoen Venezolanen een petitie waarin opgeroepen werd om een referendum te houden over het beëindigen van de ambtstermijn van president Chávez. Dat aantal was fors hoger dan de 2,4 miljoen handtekeningen die volgens de grondwet nodig zijn voor het houden van een volksraadpleging.

7 maart 2004: In de Venezolaanse hoofdstad Caracas waren honderdduizenden demonstranten de straat opgegaan om te protesteren tegen president Hugo Chavez. In de grootste demonstratie dit jaar eisten zij een referendum over de afzetting van de links-nationalistische Chávez en uitten ze hun ongenoegen over de manier waarop politie en leger voorgaande betogingen ’brutaal hebben onderdrukt’.

Sinds eind februari kwamen bij botsingen tussen leden van de oppositie, aanhangers van de regering en politie en leger ten minste negen personen om het leven. Volgens de oppositie hebben de autoriteiten circa vierhonderd demonstranten gearresteerd en zijn bij de gewelddadigheden 1650 personen gewond geraakt.

In augustus 2004 werd president Chávez opnieuw uitgedaagd toen het Venezolaanse volk, in een door de oppositie voorgesteld referendum, kon beslissen of hij zijn ambtstermijn zou mogen afmaken.

De uitkomst van het referendum gaf aan dat 58% van de Venezolaanse bevolking voor het aanblijven van Chávez als president was. De OAS en het ‘Carter Center’ , die bij het referendum waren opgetreden als onafhankelijke waarnemers, bevestigden dat er geen bewijzen van fraude of intimidatie waren geconstateerd, ook al bleven verdenkingen bestaan. De oppositie, bestaande uit de radicale anti-chávistas van het Democratisch Blok en de meer gematigde gevestigde partijen, is sindsdien verdeeld. De gelegenheidscoalitie ‘Coordinadora Democrática’ is uiteen gevallen en in feite is er geen oppositie van enige betekenis meer, behoudens in enkele staten en gemeenten waar lokale partijen en persoonlijkheden uitzonderingen op de trend vormen. Dit bleek bij de parlementaire verkiezingen in december 2005, waarbij de ‘Movimiento Quinta Repú blica’ (MVR) van president Chávez en haar coalitiepartners van het ‘Bloque de Cambio’ volgens de voorlopige uitslag alle 167 zetels behaalden. De oppositiepartijen AD, COPEI en ‘Primero Justicia’, die de nederlaag zagen aankomen, hadden zich kort voor de verkiezingen teruggetrokken en het volk opgeroepen thuis te blijven. Het opkomstpercentage van 25% was een historisch dieptepunt (in 2000 was de opkomst nog 57%). De EU-waarnemersmissie constateerde geen onregelmatigheden. Zij merkte wel op dat er in Venezuela geen vertrouwen bestaat in het kiesstelsel en heeft op dat gebied een aantal aanbevelingen gedaan.

President Chávez heeft de uitslag van het referendum en daarop volgende verkiezingen geïnterpreteerd als een versteviging van zijn revolutionaire mandaat. Een ware proliferatie van wetgeving moest ertoe bijdragen de greep van de overheid op de samenleving verder te versterken en ook de principes van de bolivariaanse revolutie gestalte te geven. In december 2006 wordt president Chávez voor een derde termijn gekozen. In december 2007 verlies Chávez voor de eerste keer een referendum waarin hij om meer macht vroeg en een versnelling van de socialistische revolutie. In 2008 bemoeit Chávez zich nadrukkelijk met het Colombiaanse conflict met de FARC, hij krijgt een aantal gijzelaars vrij.

De relatie met Colombia wordt gespannen na een achtervolging van het Colombiaanse leger op de FARC op Venezolaans grondgebied. In juli 2008 ontspant de relatie weer na de bevrijding van Ingrid Betancourt. President Uribe bezoekt Chávez. In november 2008 wint de oppositie licht bij lokale verkiezingen. In februari 2009 stemmen de kiezers in met het afschaffen van het aantal termijnen dat een politicus kan worden herkozen. Dit zou de weg vrij kunnen maken voor Chávez om zich ook na 2012 te laten herkiezen. Eind 2009 lopen de spanningen met Colombia hoog op onder andere vanwege een verlenging van het contract tussen de VS en Colombia over het gebruik van militaire bases. In maart 2010 maakt de centrale bank bekend dat de economie met 5,8% gekrompen is in de laatste drie maanden van 2009. In september 2010 behoudt President Hugo Chávez de meerderheid in het parlement, maar de oppositie is erin geslaagd te voorkomen dat de partij van Chávez opnieuw een tweederdemeerderheid in de Nationale Assemblee krijgt. In juni 2011 begint president Chavez een behandeling tegen kanker in Cuba. In oktober 2012 wint hij de presidentsverkiezingen voor een vierde keer. In december 2012 keert Chavez terug naar Cuba voor verdere behandeling en hij benoemd Nicolas Maduro als opvolger gedurende de tijd dat hij ziek is. Hugo Chávez overlijdt op 5 maart 2013 in de hoofdstad Caracas.

Nicolas Maduro, Venezuela

Photo:Valter Campanato/ABr Creative Commons Attribution 3.0 Brazil no changes made

In april 2013 wordt Nicolas Maduro nipt gekozen als president. In december 2013 versterkt zijn partij haar positie bij lokale verkiezingen. In februari 2014 zijn er ongeregeldheden in Caracas, de regering zegt dat de oppositie uit is op een coup. In december 2015 wint de oppositie de congresverkiezingen na 16 jaar socialistische dominantie. In februari 2016 kondigt president Maduro maatregelen aan om de economische crisis te bestrijden, waaronder een monetaire devaluatie en verhoging van de benzineprijzen. De jaren 2016 en 2017 staan in het teken van massaprotesten tegen het beleid van Maduro. In januari 2018 krijgen Aruba, Bonaire en Curacao te maken met exportverbod en een zee- lucht- en landblokkade van de eilanden door Venezuela. Oppositieleider Juan Guaidó roept zichzelf in januari 2019 uit tot interim-president en doet een beroep op het leger om president Maduro af te zetten op grond van het feit dat de verkiezingen van 2018 vervalst waren. Guaido probeert Maduro sinds die tijd van de macht te verdrijven en hij wordt door een vijftigtal landen wereldwijd erkend als interim-president. Hij slaagde er echter nooit in de door het leger gesteunde Maduro van de macht te verdrijven. In dcember 2020 wint Maduro de verkiezingen die door Guaidó werden geboycot.

Bevolking

Venezuela had in juli 2017 31.304.016 inwoners. De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 34 inwoners per km2. De bevolkingsgroei bedroeg in 2017 1,24%. Stagnatie en mechanisatie in de landbouw hebben geleid tot een grote trek naar de steden, met name aan de kust; in 1951 woonde 54% van de totale bevolking in de steden, in 2017 was dat percentage 88%. De hoofdstad Caracas en directe omgeving alleen al tellen inclusief de voorsteden ca. 3 miljoen inwoners. Dit staat sterk in contrast met het zuiden van het land waar maar net 4% van de totale bevolking woont. Andere grote steden zijn Maracaibo, Valencia, Barquisimeto en Barcelona/Puerto La Cruz. Venezuela is een jonge natie waarvan 45% van de bevolking 25 jaar of jonger is. De gemiddelde Venezolaan wordt ongeveer 76 jaar en dat is veel gezien de grote armoede die in Venezuela voorkomt.

Venezolaans meisje met sombrero

Photo:Wawaphotography CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ruim 70% van de bevolking is van gemengde afkomst, d.w.z. mestiezen van indiaans-blanke afkomst of mulatten van blank-negroïde afkomst of een combinatie van die twee. Twintig procent van de bevolking is blank van voornamelijk Spaanse en Italiaanse afkomst. Dat de blanken ruim in de minderheid zijn is uitzonderlijk voor het Zuid-Amerikaanse continent.

Negen procent van de bevolking is negroïde, veelal afstammelingen van slaven uit Afrika of immigranten uit met name de nabijgelegen eilanden Trinidad en Tobago. Zij leven vooral aan de kust.

Maar 1 à 2 procent van de bevolking zijn autochtone indianen. Deze groepen wonen in het noordwesten, in de Orinocodelta en in het Guayanahoogland, de uithoeken van het land. In totaal zijn er ongeveer 25 verschillende stammen te onderscheiden. In de Orinocodelta wonen de Warao’s (ca. 19.000). In het noordwesten in de buurt van Maracaibo wonen de Guajiro (ca. 50.000). De meeste indianenstammen wonen in het Guayanahoogland en in de Venezolaanse Amazonas.

Yanomamö, Venezuela

Photo:Ambar (verondersteld) CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De grootste volken in deze regio’s zijn de Pemón, de Parao, de Makiritan en de Yanomamö, die nog praktisch in het stenen tijdperk leven. De meeste indianenstammen zijn al in meer of mindere mate beïnvloed door de westerse “beschaving”, maar bezitten nog steeds eigen talen, gewoontes en gebruiken. De indianen leven vaak in moeilijke economische omstandigheden en hebben over het algemeen een lage sociale status. Ook kunnen ze vaak niet optimaal gebruik maken van nuts- en gezondheidsvoorzieningen. Van overheidswege wordt wel geprobeerd om ook alle indiaanse kinderen onderwijs te laten volgen.

Immigranten uit Italië en uit de buurlanden van Venezuela werden begin deze eeuw aangetrokken door de economische voorspoed als gevolg van de opkomende olie-industrie waardoor Venezuela lange tijd het rijkste land van Zuid-Amerika was. Bovendien had het een liberale samenleving en een democratische regering wat veel intellectuelen en kunstenaars uit Chili, Peru en Colombia aantrok. Op dit moment gaat het economisch niet zo voor de wind en komen er alleen nog immigranten uit nog armere landen als Colombia en de Dominicaanse Republiek naar Venezuela. De immigranten van Arabische afkomst zijn te verklaren uit de relatie met de oliestaten van het Midden-Oosten.

Taal

Spaanse taal kaart

Photo:Gabbykawaii07 CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het Spaans dat in Latijns-Amerika gesproken wordt is het Castellano. Het wijkt behoorlijk af van het Spaans op het Europese vasteland, zowel qua zinsconstructie, woordenschat als uitspraak. Zeer karakteristiek voor het Zuid- Amerikaanse Spaans is het veelvuldig gebruik van verkleinwoorden.

De Venezolanen spreken zeer snel en onduidelijk en zijn daardoor voor een Europeaan moeilijk te verstaan. Bovendien is het Venezolaans doorspekt met verbasteringen uit Indiaanse en Afrikaanse talen.

Verder worden er in Venezuela nog ca. 25 indiaanse talen gesproken. Op veel toeristische plaatsen kan men ook met Engels terecht.

Godsdienst

Volgens de grondwet is er vrijheid van godsdienst. Ongeveer 95% van de Venezolaanse bevolking is rooms-katholiek. Ondanks dit hoge percentage gaat er maar een klein percentage van de Venezolanen geregeld naar de kerk. Er zijn zeven aartsbisdommen, negentien bisdommen en vier apostolische vicariaten. Vroeger was de politieke macht van de Venezolaanse katholieke kerk in vergelijking met zusterkerken in andere Zuid-Amerikaanse landen van geringe betekenis. Op lokaal en nationaal niveau wordt de stem van de katholieke kerk tegenwoordig steeds belangrijker.

Iglesia de San Juan Bautista, Aragua de Barcelona, Anzoátegui, Venezuela.

Photo: SuperHercules in the public domain

Ongeveer 2% van de bevolking is protestant, met name leden van pinkstergemeenten en zevendedagsadventisten. Verder zijn er ongeveer 15.000 joden en wat moslims. De verering van lokale heiligen is opvallend. Een deel van de oorspronkelijke geïsoleerd levende indianenbevolking hangt nog steeds natuurreligies aan. Een bijzondere sekte is die van de vrouwelijke godheid María Lionza. Het is een combinatie van pre-Columbiaanse geloven, Afrikaanse voodoo en christelijke praktijken en werkt met magie, hekserij en esoterische riten.

Samenleving

Staatsinrichting

In de grondwet van 1961 is vastgelegd dat Venezuela een presidentiële federale republiek is. De uitvoerende macht berust bij de rechtstreeks voor een ambtstermijn van vijf jaar gekozen president, die tevens opperbevelhebber van de strijdkrachten is; hij is de eerste tien jaar na het einde van zijn ambtstermijn niet herkiesbaar. De leden van de ministerraad worden door de president aangewezen.

De wetgevende macht berust bij het Congres, bestaande uit een Senaat en een Kamer van Afgevaardigden. De Senaat bestaat uit 52 leden, 2 leden per deelstaat, terwijl ook alle ex-presidenten lid zijn. De Kamer van Afgevaardigden bestaat uit 165 leden, gekozen voor vijf jaar; minstens 2 leden per deelstaat. Alle burgers van achttien jaar en ouder hebben kiesrecht (stemplicht).

PAarlementsgebouw venezuela

Photo:Saravask Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Bestuurlijk is Venezuela verdeeld in een Distrito Federal (de hoofdstad), twintig deelstaten (estados) en twee federale territoria (territorios federales); de 72 kleine eilanden in de Caribische Zee worden rechtstreeks bestuurd door het ministerie van Binnenlandse Zaken (dependencias federales). De deelstaten, met een beperkte autonomie, worden bestuurd door een door de president benoemde gouverneur; ze hebben eigen wetgeving en uitvoerende macht. Venezuela heeft in totaal 293 gemeenten binnen haar grenzen. In december 1989 werden voor het eerst directe verkiezingen gehouden voor gouverneurs. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Het openbare lager en middelbaar onderwijs is gratis in Venezuela. Het is zelfs zo dat de staat elke maand een bedrag betaalt aan alle leerlingen, de “beca”. Hiervan kan men o.a. schoolmiddelen en voeding betalen. De kwaliteit van het openbare onderwijs is niet erg hoog. Met name onder de leraren van het middelbaar onderwijs zitten er veel die slecht functioneren. De particuliere middelbare scholen, “lyceos”, hebben een hoger niveau, maar zijn voor de meeste Venezolanen niet te betalen.

Biliotheek van de central universiteit van venezuela

Photo:Wilfredor in het publieke domein

Positief is dat tegenwoordig steeds meer leerlingen na de lagere school doorstromen naar het middelbaar onderwijs, hoe gebrekkig dat soms ook is. Negatief is dat in 1992 50% van de kinderen de lagere school niet afmaakte, hoewel lager onderwijs verplicht is vanaf het zevende levensjaar en men minstens zes jaar onderwijs moet volgen. Geschat wordt dat er rond één miljoen jongeren zijn die geen schoolopleiding hebben afgemaakt en daardoor ook heel moeilijk aan een baan komen. Het aantal mensen dat kan lezen en schrijven ligt tussen de 85 en 90%. Er zijn op dit moment ongeveer tienduizend scholen voor basisonderwijs, ongeveer 700 scholen voor voortgezet onderwijs en 31 universiteiten. De middelbare school duurt vier jaar eventueel gevolgd door een voorbereidend jaar op een universitaire opleiding. De oudste universiteit is de Universidad Central de Venezuela in Caracas, opgericht in 1725, gevolgd door de Universidad de los Andes in Mérida, gesticht in 1785.

Toen de olie-industrie nog op volle toeren draaide en voor veel inkomsten zorgde was er een beurzenstelsel waardoor vele studenten in het buitenland een opleiding konden volgen.

Economie

Algemeen

Zakencentrum Caracas, Venezuela

Photo:Wilfredor in het publieke domein

Tot de opkomst van de aardoliewinning in de jaren twintig was de landbouw de belangrijkste economische activiteit, waarbij vooral de export van koffie een grote rol speelde. De commerciële aardolie-exploitatie ging in 1917 van start en sinds die tijd heeft de winning een explosieve ontwikkeling doorgemaakt; tussen 1928 en 1969 was Venezuela de belangrijkste aardolie-exporteur ter wereld, in 1994 de zesde (na o.a. Saoedi-Arabië, Iran, Noorwegen en de Verenigde Arabische Emiraten). Vooral sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog vormt aardolie de basis van de economie.

Na de nationalisatie van de ijzerertswinning en –verwerking in 1975 en van de buitenlandse oliemaatschappijen in 1976 had de overheid haar toch al grote invloed op de economie nog versterkt; op bijna alle terreinen van de economie had de overheid via semi-autonome instituten direct of indirect belangen in productie en handel. Vanaf 1989 heeft de regering echter een privatiseringsprogramma in gang gezet, bedoeld om buitenlandse investeringen aan te trekken. De olie-inkomsten werden gestoken in een omvangrijk industrialisatieprogramma, maar kapitaalvlucht, een hoge schuldenlast en corruptie hebben het land toch in economische problemen gebracht.

In 2017 was van de economisch actieve bevolking 7,3% werkzaam in de landbouw (en de veehouderij), 21,8% in de mijnbouw en industrie en 70,9% in handel en dienstensector. Het aandeel van deze sectoren in het bnp was in 2017: landbouw en veehouderij 4,7%, mijnbouw en industrie 40,4% en handel en dienstverlening 54.9%. De groei is in 2017 zwaar negatief met -14%, de inflatie is extreem hoog (meer dan 1000% in 2017) en de regering is voor van haar inkomsten afhankelijk van olie en importtarieven. In 2017 was 27,1% van de bevolking werkloos en leeft 20% van de bevolking onder de armoedegrens.

Een terugval in de economische ontwikkeling is geen onbekend fenomeen in Venezuela. De afhankelijkheid van olie-inkomsten (bijna 90% van de export) maakt de Venezolaanse economie uiterst kwetsbaar voor schommelingen in de ontwikkeling van de wereldeconomie (zgn. ‘boom-bust’ cyclus).

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Van het totale landoppervlak is ca. 20% geschikt voor agrarische doeleinden, waarvan 70% in staatsbezit. In 1960 werd een landhervormingswet van kracht; sindsdien is 8,3 miljoen ha grond verdeeld onder bijna 150.000 boerenfamilies. Ca. 25% van de grond was afkomstig van onteigend grootgrondbezit. Het zwaartepunt bij de landhervorming heeft steeds gelegen bij het ontginnen van nieuwe gronden, de verbetering van de infrastructuur en kredietverlening. De overheid steunt echter vooral het goed renderende middelgrote en grootbedrijf, terwijl de kleine boeren moeilijk toegang krijgen tot kredieten en andere steun voor hun bedrijf.

Vee, Venezuela

Photo:Wilfredor https://en.wikipedia.org/wiki/en:Creative_Commons no changes made

De belangrijkste landbouwgebieden liggen in de valleien in het Andesgebied en aan de voet van dit gebergte, zowel aan de Llanos-kant als aan de kant van het Meer van Maracaibo. De belangrijkste producten zijn maïs, koffie, peulvruchten, diverse soorten bananen, suikerriet en katoen; verder worden er pinda's, citrusvruchten, uien, tomaten, cacao, tabak en groenten verbouwd. De productie van een aantal gewassen is onvoldoende voor de binnenlandse consumptie.

Rundvee wordt vooral gehouden in de centrale Llanos, het gebied ten zuiden van het Meer van Maracaibo, en bij de grote steden langs de kust; het grootste deel is slachtvee, gehouden op extensieve grootbedrijven. Verder worden varkens, schapen, paarden en pluimvee gehouden.

De grote houtvoorraden van het land worden bijna niet en vaak onoordeelkundig geëxploiteerd, wat tot ontbossing en erosie heeft geleid. Van oudsher is visserij een belangrijk middel van bestaan voor de kustbewoners; de overheid subsidieert de modernisering van de vloot. Zeevis en garnalen worden met name gebruikt voor de binnenlandse consumptie en verwerkt tot conserven en vismeel. De rest wordt uitgevoerd.

Mijnbouw en energievoorziening

Olieraffinaderij Venezuela

Photo:Luisovalles Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Venezuela is zeer rijk aan delfstoffen, waarvan aardolie de belangrijkste is. Oliewinning en exploitatie waren vanaf het begin in handen van buitenlandse maatschappijen. Sedert de nationalisatie in 1976 werken de grote maatschappijen als Shell, Gulf en Creole onder nieuwe namen als Venezolaanse bedrijven als onderdeel van een in 1975 opgericht staatsbedrijf dat de exploratie, productie, verwerking en verkoop regelt. De meeste aardolie komt vanouds uit het gebied in en rond het Meer van Maracaibo uit de velden van Lagunillas, Cabimas en Mene Grande; verder uit het oostelijke oliegebied en er zijn verder nog kleinere velden in Barinas, Falcón en Guárico.

Tegelijk met de winning van aardolie worden zeer grote hoeveelheden aardgas gewonnen, in toenemende mate een belangrijke energiebron voor de industrie.

Een tweede belangrijk mijnbouwproduct is ijzererts. De combinatie van rijke ertslagen met goedkope energie (waterkracht, aardolie en aardgas) en diep vaarwater (bereikbaar voor zeeschepen) legde de grondslag voor een hoogovencomplex, dat vooral voor de export van verrijkt erts en staalproducten produceert. De Noord-Amerikaanse eigenaars. U.S. Steel en Bethlehem Steel werden in 1975 schadeloos gesteld voor de overneming van de activiteiten door de Venezolaanse staat.

De winning van steenkool gebeurt nog in de deelstaat Táchira. Van groter belang zijn de enorme bauxietvoorraden in de deelstaat Bolívar; de in 1979 opgerichte staatsonderneming BAUXIVEN begon in 1986 met de productie van bauxieterts en Venezuela is op dit moment de zesde bauxietproducent van de wereld. Verder wordt in Venezuela goud gevonden en is de winning van diamanten en zeezout van belang. In de (verre) toekomst zou ook nog zwavel, fosfaat, mangaan en nikkel gewonnen kunnen worden.

Industrie

Cementfabriek Venezuela

Photo:Rjcastillo Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Na de Tweede Wereldoorlog werd de traditioneel op de verwerking van agrarische producten ingestelde economie langzaam uitgebreid. Rond 1960 werd begonnen aan een grootschalige ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke hulpbronnen en energie (waterkracht), met de ontwikkeling van de Guayana-regio in het oosten van het land; Ciudad Guayana werd een centrum van zware basisindustrie. Het hoogoven- en staalcomplex van SIDOR, een staatsbedrijf, verwerkt de nabijgelegen ijzerertsvoorraden van El Pao en Cerro Bolívar tot buizen, plaatstaal en gietijzer.

Aluminium wordt geproduceerd door de staatsbedrijven, die het bij Pijiguaos gewonnen bauxiet o.a. verwerken in de Interalumina- fabriek, de grootste aluminiumsmelterij van Latijns-Amerika. Aluminium is na aardolie en staal het voornaamste exportproduct. Venezuela staat negende op de wereldranglijst van aluminiumproducenten. Verder worden in Ciudad Guayana nog cement, glas en cellulose geproduceerd. Een groot gedeelte van de in Venezuela gewonnen aardolie wordt ter plekke geraffineerd door ca. zeventien raffinaderijen.

Behalve benzine en stookolie leveren deze raffinaderijen ook grondstoffen voor de sterk groeiende petrochemische industrie. In twee grote petrochemische bedrijven worden behalve chemische basisproducten als ammoniak, ethaan, propaan, propyleen en ethyleen ook kunstmest, farmaceutische producten, explosieven, kunstvezels en plastics vervaardigd. De cementproductie, die nu nog niet in staat is om aan de binnenlandse vraag te voldoen, zal worden uitgebreid met een nieuwe fabriek.

Een centrum van metaalverwerkende industrie wordt ontwikkeld bij La Fría (deelstaat Táchira), waar gietstukken voor motoren en machines geproduceerd worden. De metaalverwerkende industrie produceert verder auto's, tractoren, machines, huishoudelijke elektrische apparaten en constructiematerialen.

Traditioneel is de textielindustrie van belang. De voedings- en genotmiddelenindustrie produceert bier, maïsmeel, visconserven, zuivelproducten, veevoer, tabakswaren, vruchtenconserven, eetbare oliën en vetten. Verder wordt er door de industrie glas, papier, rubber, farmaceutische producten, lederwaren en verfstoffen geproduceerd. De belangrijkste industriële centra zijn o.a. Valencia, Caracas, Ciudad Guayana, Maracaibo en San Cristóbal.

Handel en verkeer

Export Venezuela

Photo:R. Haussmann, Cesar Hidalgo, et.al CC 3.0 Unported no changes made

Olie is het belangrijkste exportproduct gevolgd door aluminium enijzererts. De export bedroeg in 2017 $32,1 miljard en de belangrijkste exportpartners waren de Verenigde Staten, China Colombia, India, de Nederlande Antillen, Singapore en Cuba.

Onder de invoerproducten nemen machines, transportmiddelen, grondstoffen, halffabricaten en voedingsmiddelen de belangrijkste plaats in. Vanouds zijn de Verenigde Staten de grootste importpartner; andere belangrijke partners zijn China, Japan en Brazilië. De waarde van de import bedroeg $11 miljard in 2017.

Venezuela heeft een behoorlijk goed wegennet. Van de ca. 100.000 km weglengte is 80% het gehele jaar te berijden en bijna 40.000 km is geasfalteerd of heeft een betonnen wegdek. Moderne autosnelwegen in en rond Caracas verbinden de hoofdstad met alle belangrijke steden. Autobussen zorgen voor het personenvervoer op grotere afstand, terwijl in de steden en op de korte afstand de lijntaxi het personenvervoer grotendeels verzorgt.

In 1989 werd een ondergrondse in Caracas in gebruik genomen met een lengte van 50 km. Officieel was in 1990 nog 336 km spoorweg in gebruik, maar door slecht onderhoud zijn deze verbindingen onbetrouwbaar. De belangrijkste zeehavens zijn La Guaira, Puerto Cabello en Maracaibo; de oliehavens zijn Punta Cardón, Amuay en Las Piedras. Puerto Ordaz aan de Río Orinoco is de voor zeeschepen bereikbare uitvoerhaven van ijzererts en alumininium. Maracaibo is ook voor zeeschepen bereikbaar sinds de kanalisering van de vaargeul tussen het Meer van Maracaibo en de Caribische Zee.

Voor het luchtverkeer zijn ca. 300 vliegvelden en landingsstrips beschikbaar; hiervan zijn er vijf geschikt voor internationaal luchtverkeer, o.a. de nationale luchthaven Aeropuerto Internacional Simón Bolívar bij Maiquetía op 35 km van Caracas. Steeds vaker verzorgen privévliegtuigen het binnenlandse luchtverkeer. Het transport van ruwe olie en aardgas gebeurt via ruim 8500 km pijpleidingen.

Vakantie en bezienswaardigheden

Caracas Venezuela

Photo:hiddendaemian Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Caracas is de meest interessante stad in Venezuela voor toeristen. Het Nationaal Pantheon van Venezuela, de Kathedraal, de mooie pleinen en het geboortehuis van Simon Bolivar zijn attracties die uitgebreider besproken worden op de Caracas pagina van Landenweb.

Angels Falls, Venzuela

Photo:Paulo Capiotti Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Venezuela staat ook bekend om het mooie natuurschoon. Er zijn een aantal nationale parken die een bezoek waard zijn. De bekendste zijn het Nationaal Park dat in het zuidoosten van Venezuela ligt. Het reuzengordeldier en de tweevingerige luiaard zijn vaste bewoners van dit park. Verder vind je hier de Angel Falls, dat zijn de hoogste watervallen ter wereld met een hoogte van meer dan 970 meter. De watervallen kun je bezoeken met een boot of per vliegtuig.

Park Sierra de San Luís, Venezuela

Photo:Viajando por la mía CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het Nationaal Park Sierra de San Luís ligt ten zuiden van Coro. Het nationale park strekt zich uit over een gebied van 20.000 hectare. Je vindt er het grootste ondergrondse meer van het land, la Cueva del Río Acarite. Het park is bedekt met nevelwouden en je kunt er veel verschillende soorten dieren en planten aantreffen. Een bijzondere bewoner is de bergkat.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

VENEZUELA LINKS

Advertenties
• Venezuela Vliegtickets.nl
• Rondreis Venezuela
• Vakantie Venezuela
• Caracas Vliegtickets Tix.nl
• Hotels Venezuela
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals

Nuttige links

Reisinformatie Venezuela (N)
Reizendoejezo - Venezuela (N)
Rondreis door Venezuela (N)
Rondreis Venezuela (N)
Venezuela Reisstart (N+E)

Bronnen

Dydyñski, K. / Venezuela

Lonely Planet

Ferguson, J. / Venezuela : mensen, politiek, economie, cultuur

Novib

Launspach, W. / Reishandboek Venezuela, Margarita

Elmar

Morrison, M. / Venezuela

Chelsea House Publishers

O’Bryan, L. / Venezuela, Isla Margarita

Gottmer

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems