Steden ISRAEL

ISRAEL   

Oudheid

Palestina staat aan de oorsprong van het kleine joodse volk. Botvondsten dateren al van 10.000 jaar v.Chr. en de geschiedenis van Israël begon ca. 3000 v.Chr. Het land lag tussen machtige rijken als Babylonië en Egypte en belangrijke karavaanwegen liepen door dit gebied. Bovendien was een vruchtbaar bouwland. Tegen het einde van het derde millennium v.Chr. ontstonden de eerste staatkundige eenheden; de Kanaänieten stichtten steden als Jericho, Megiddo en Jeruzalem.

Egypte

Hyksos Leger Egypte

De geschiedenis van Palestina was ook toen al sterk verbonden met de ontwikkelingen in Egypte, dat echter ca. 1700 v.Chr. veroverd werd door de Hyksos. Pas na 1550 v.Chr. werden de Hyksos weer verdreven uit Egypte en het land werd al snel de grootste mogendheid in het Midden-Oosten. Het duurde niet lang voordat Palestina werd onderworpen aan Egypte, en de door de Egyptenaren aangewezen stadskoningen zorgden voor de betaling van belastingen aan de Egyptische farao’s. De grote meerderheid van de bevolking had ernstig te lijden onder het innen van de belastingen, dat vaak met behulp van soldaten gebeurde.

Filistijnen en Hebreeërs

Israel Vijfstedenbond

Begin 13e eeuw v.Chr. vielen de Filistijnen, een zogenaamd zeevolk, Palestina binnen en volgden ondanks felle tegenstand, de Egyptenaren op. De Filistijnen regeerden door middel van de zogenaamde ‘Vijfstedenbond’, die bestond uit de steden Gaza, Ashkelon, Ashdod, Ekron en Gath. Door het ontbreken van een centraal gezag konden de Filistijnen Palestina niet goed verdedigen tegen aanvallen van stammen als de Edomieten, de Ammonieten, de Moabieten en vooral de Hebreeërs, een nomadisch herdersvolk. Zij kwamen uit de onderlinge strijd als sterkste te voorschijn en stichtten verschillende nederzettingen, vooralsnog alleen in bergachtige gebieden.
De oorspronkelijke bevolking van Palestina had in eerste instantie weinig te vrezen van de Hebreeën en werden met rust gelaten. Na de definitieve vestiging in de bergen trokken de Hebreeërs naar de dalen toe waar de steden van Kanaänieten lagen. Dat de militair veel zwakkere Hebreeërs deze steden vrij gemakkelijk konden veroveren, was onder andere te danken aan de onderlinge strijd tussen de verschillende steden, waardoor deze zichzelf verzwakten. Verder voerden ze op een slimme manier oorlog en maakten gebruik van spionnen, saboteurs en verraders, kortom ze hadden zich perfect georganiseerd en maakten goed gebruik van de zwakke punten van de tegenstanders.
Het was nu zaak voor de Hebreeërs om de toestand te consolideren en daarvoor was naar hun mening een sterk centraal gezag voor nodig. Men vond het hoog tijd om een koningshuis te vestigen. Volgens de bijbel werd Saul omstreeks 1012 v.Chr. tot koning gezalfd. Saul streed zijn gehele regeringsperiode tegen de Filistijnen, maar ook tegen Edomieten, Moabieten en Amalekieten. Het lukte Saul in die tijd om de Israëlische stammen te verenigen en belangrijke maatschappelijke veranderingen door te voeren. Een van die nieuwe aspecten was het opleggen van een soort van belasting, wat echter een wijdverbreid verzet opriep. De laatste jaren van Sauls regering werden gekenmerkt door grote conflicten met de traditionele elite. Nadat Saul ten val was gebracht door David met behulp van de Filistijnen, nam David de leiding van het Israëlische volk over. Eerst zalfden de zuidelijke stammen in Juda hem tot koning, in 1004 v.Chr.volgden de noordelijke stammen. De Filistijnen probeerden dit verbond nog te doorbreken, maar werden verslagen en speelden daarna geen rol meer in de geschiedenis van Israël. Hierna probeerde David Jeruzalem te veroveren; dit lukte en Jeruzalem werd de hoofdstad en het religieuze centrum van het koninkrijk. Binnenlands kreeg David dezelfde problemen als Saul. Protestbewegingen en opstanden, onder andere onder leiding van zijn zoon Absalom, werden door David neergeslagen. In 965 v.Chr. werd David opgevolgd door zijn zoon Salomo die meteen al zijn concurrenten elimineerde, maar er verder voor zorgde dat het relatief rustig werd in het koninkrijk. Na de dood van Salomo volgde zijn oudste zoon Rehabeam hem op.
De noordelijke stammen van Israël kregen in de gaten dat ze het onder de nieuwe heerser nog moeilijker zouden krijgen als onder zijn vader. Ze riepen daarop Jerobeam terug uit Egypte en kroonden hem tot koning van de noordelijke staten, waarna er een gespannen toestand ontstond. Jerobeam wist zijn land echter buiten een oorlog te houden, maar drie van zijn opvolgers werden vermoord, waaronder zijn zoon Nadab. Rond die tijd werd het zuidelijke land Juda en het noordelijke Israël bedreigd door de Assyriërs. Juda en Israël sloten vrede en weerstonden zo de Assyriërs, die vernietigend werden verslagen in 853 v.Chr. Pas in 841 v.Chr. lukte het de Assyrische koning Salmaneser om Israël te onderwerpen. Honderd jaar later werd de hele bovenlaag van de Israëlieten door de Assyrische koning Sargon afgevoerd in slavernij en verdween Israël voorlopig van de kaart. Het zuidelijke Juda werd in 734 v.Chr. door de Assyriër Tiglatpileser veroverd. Juda accepteerde de overheersing en betaalde trouw haar belastingen waardoor het volk door de Asssyriërs lange tijd met rust gelaten werd. Begin achtste eeuw v.Chr. werd Palestina een vazalstaat van Egypte en later werden de Egyptenaren weer verdreven door de Babylonische vorst Nebukadnezar. Toen Zedekia (597-587 v.Chr.) de onafhankelijkheid uitriep werd Nebukadnezar zeer hard op en plunderde in 587 v.Chr. Jeruzalem en verwoestte de tempel van Salomo. Na de dood van Nebukadnezar II in 562 v.Chr. lukte het de Perzen onder leiding van Cyrus om in 539 v.Chr. Judea te veroveren. Vele rijke joden uit Perzië keerden daarop weer terug naar Judea.

Seleuciden

Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. werd zijn enorme rijk verdeeld onder zijn opvolgers, de zogenaamde Diadochen. Ptolemaeus kreeg Egypte toegewezen en veroverde in 320 v.Chr. ook Palestina. Honderd jaar later vielen de Seleuciden onder leiding van Antiochus III Palestina binnen, en vanaf 200 v.Chr. waren de joden onderdeel van rijk van de Seleuciden en kon de hellenisering van het land versneld worden.
De Hellenen onderdrukten de joden en een opstand kon natuurlijk niet uitblijven.
De naar de woestijn gevluchte hogepriester Mattatias verzamelde een groot aantal strijdvaardige aanhangers om zich heen en deze groep vernoemde zich naar een van de voorvaderen van Mattatias, Hasmon. Na de dood van Mattatias namen zijn zonen Judas, Jonathan en Simeon de leiding van de opstand van de Hasmoneeën over. Met name Judas, bijgenaamd de Makkabeeër, toonde zich een uitmuntend militair en veroverde in 164 v.Chr. Jeruzalem op de Seleuciden. De Seleuciden formeerden nu een groot leger en probeerden het verloren terrein te herwinnen en boden de Hasmoneeën vrede en vrijheid van godsdienst aan. Judas vocht echter door, maar sneuvelde in 160 v.Chr. Zijn broer Jonathan volgde hem op maar hij werd wegens politieke motieven in 143 v.Chr. vermoord.
Hierna nam de derde broer, Simeon, de touwtjes in handen en hij wist een bestand met de Seleuciden te sluiten. In ruil daarvoor werd hij tot hogepriester benoemd en werd aanvoerder van de joden met een redelijke mate van zelfstandigheid. In 140 v.Chr. werd de erfelijkheid van dit ambt officieel bekrachtigd en was de dynastie van de Hasmoneeën definitief gevestigd en het land kreeg de naam Israël. In 134 v.Chr. werd Simeon door een familielid omgebracht, maar het lukte zijn zoon, Johannes Hyrcanus I, om de opstand neer te slaan en zelf de troon te bestijgen. De Seleuciden begonnen weer een oorlog maar deze liep op niets uit, integendeel, Israël breidde langzaam maar zeker haar invloedssfeer uit.
Na de dood van Johannes volgde een bloedige familiestrijd om de opvolging en uiteindelijk kwam Alexander Jannai aan de macht, een zoon van Johannes. Onder diens bewind werden de kuststeden van Galilea veroverd en ook gebieden ten oosten van de Jordaan.

Romeinen

Na de dood van Alexander volgde er weer een opvolgingsstrijd, waarvan de Romeinen profiteerden. Zij waren na het ineenstorten van de Seleucidische rijk de grote macht in deze regio geworden, en maakten van Syrië en Palestina de Romeinse provincie Syria. Na de dood van de machtige keizer Caesar in 47 v.Chr. raakte het gebied in een burgeroorlog en werd bovendien vanuit het oosten aangevallen door de Parthen.
Zijn zoon Herodes werd tot koning van Palestina uitgeroepen hij wist in 37 v.Chr. zijn rijk en Jeruzalem weer terug te veroveren. De meeste leden van de Hoge Raad der Israëlieten, het Sanhedrin, werden door hem terechtgesteld. Herodes zorgde voor een lange periode van vrede met het buitenland, maar was voor zijn onderdanen een zeer hardvochtig man, die hem dan ook haatten. Hij werd daardoor steeds achterdochtiger en de waanzin sloeg toe toen hij zelfs leden van zijn eigen familie liet vermoorden. Toen Herodes in 4 v.Chr. eindelijk op 69-jarige leeftijd stierf, ging er een zucht van opluchting door Israël.
Drie zonen van hem regeerden tot 44 n.Chr. over zijn rijk, waarna het land verder geregeerd werd door Romeinse procurators, die echter meer uitwaren op het verrijken van zichzelf, waardoor de corruptie hoogtij vierde. In mei 66 brak er een opstand uit en de joden wisten de Romeinen uit verschillende steden te verdrijven. In de zomer van 67 trokken de Romeinen het land weer binnen, Flavius Vespasianus vanuit het noorden en zijn zoon Titus vanuit het zuiden. Net voordat Vespasianus Jeruzalem innam bereikte hem het bericht dat keizer Nero ten val was gebracht, waarna Vespasianus tot keizer werd uitgeroepen.
In 70 wist Titus uiteindelijk Jeruzalem te veroveren. In 132 volgde er onder leiding van Simeon Bar Kochba een opstand tegen de Romeinen en de joden veroverden in snel tempo het hele land. Alleen de regent in Brittannië, Julius Serverus, wist de opmars van de joden te stoppen door ze met gelijke munt terug te betalen.De beslissende slag werd in 135 door hem gewonnen, en onder de joden werden 600.000 slachtoffers geteld, evenals duizenden Romeinse soldaten.

Byzantijnse en Arabische rijk

In 324 werd de christen Constantijn de alleenheerser van het Romeinse Rijk en hij liet overal waar Jezus was geweest, kerken bouwen. Ook een van zijn opvolgers, keizer Justinianus (527-565), volgde deze politiek en veel pelgrims brachten welvaart naar het land. In 529 kwamen de Samaritanen in opstand en in 614 trokken de Perzen plunderend door Palestina.
Tussen 634 en 644 werd het gehele Midden-Oosten, inclusief Palestina, veroverd door Kalief Omar I. De Palestijnen hadden hieronder echter niet veel te lijden, want de islam was een tolerante godsdienst. Vanaf 750 regeerden de Abbasiden vijfhonderd jaar lang vanuit Bagdad over Palestina. Jeruzalem groeide in die tijd uit tot de op een na belangrijkste stad voor de moslims. Vanaf 905 werden de Abessiden bedreigd door de Fatamiden en door de Byzantijnen. Kerken en kloosters werden platgebrand door sultan Hakim van de Fatamiden. In 1021 werd Hakim vermoord, waarna er een korte periode van rust volgde. Rond 1070 werd Palestina veroverd door de Turken.

Kruistochten

Op 27 november 1095 riep de toenmalige paus Urbanus op tot een kruistocht om de heilige plaatsen in Palestina te bevrijden van de ‘ongelovige’ moslims. Uiteindelijk zou de periode van de kruistochten meer dan twee eeuwen duren en kostte miljoenen mensen het leven. In juli 1099 werd Jeruzalem veroverd met nog nooit vertoonde moordpartijen op zowel moslims als joden, mannen en vrouwen, kinderen en bejaarden. Grote namen in verband met de kruistochten waren Robert Curthose, Raymond van Toulouse, Bohemund van Tarente en Godfried van Bouillon. In 1100 overleed de laatste en zijn broer Boudewijn liet zich tot koning van Jeruzalem kronen. Boudewijn stierf in 1118 en werd opgevolgd door een familielid, Boudewijn II, onder wiens regeerperiode de kloosterorden van de Tempeliers en de Johannieters werden opgericht.
De moslims voerden de strijd tegen de christenen verder op en zelfs Boudewijn werd gevangen gnomen. Na het betalen van losgeld lieten ze hem vrij, maar in 1131 stierf hij en werd opgevolgd door zijn schoonzoon Fulco van Anjou. In 1144 werd Jeruzalem veroverd door de Saracenen en opnieuw kwam er van de paus een oproep tot een kruistocht tegen de moslims. Deze kruistocht, onder leiding van koning Lodewijk VII van Frankrijk en keizer van Duitsland Koenraad III, mislukte echter volledig, en de moslimstaten in het Midden-Oosten werden steeds sterker. Saladin, op dat moment sultan van Egypte, veroverde in 1187 praktisch alle burchten en steden van de kruisvaarders en op 2 oktober 1187 werd Jeruzalem ingenomen.
Opnieuw werd een kruistocht gehouden, ditmaal onder leiding van Richard Leeuwenhart van Engeland, Filips August van Frankrijk en Frederik Barbarossa van Duitsland. Ondanks de dood van Frederik Barbarossa rukten de beide anderen op naar het Heilige Land en boekten aanvankelijk wat successen. Het lukte Richard Leeuwenhart zelfs om het leger van Saladin in de pan te hakken en hij wilde daarna Jeruzalem weer veroveren. Voordat het zover was, stelde Saladin een vredesverdrag voor en vrije toegang tot alle heilige plaatsen. Richard stemde daar in 1192 mee in en keerde terug naar Engeland. Er volgden nog vier kruistochten, maar in 1244 werd het koninkrijk Jeruzalem definitief door de moslims veroverd. In 1271 verlieten de laatste christenen Palestina, alleen de stad Akko werd nog tot 1291 bezet.

Turkse overheersing en Britten krijgen mandaat over Palestina

Na de kruistochten behoorde Palestina tot het rijk van de Mamelukken, die vanuit Caïro het rijk bestuurden. De Mamelukken werden in 1516 bij Aleppo verslagen door de Osmaanse sultan Selim en daarmee begon de 400-jarige overheersing van de Turken in het Midden-Oosten. Palestina speelde gedurende lange tijd geen enkele rol meer op het internationale toneel, en kwam pas ten tijde van de Franse keizer Napoleon Bonaparte weer in beeld. Met steun van de Britten kon Napoleon echter buiten Palestina gehouden worden. In 1874 stichtten de joden het Palestine Exploration Fund op, in 1878 gevolgd door de stichting van de eerste landbouwnederzetting. Weer vier jaar later kwam de eerste immigratiegolf op gang vanuit Oost-Europa. In 1896 schreef Theodor Herzl het boek ‘De joodse staat’, waarin gepleit werd voor de oprichting van een joodse staat in Palestina. Herzl zou daarmee de grondlegger van het zionisme worden, de joods-nationale beweging die als doel heeft de terugkeer van het joodse volk naar het Heilige Land (in feite de heuvel Zion).
In 1901 werd door Chaim Weizmann het Joods Nationaal Fonds opgericht, dat geld spendeerde voor het aankopen van land. Tussen 1904 en 1914 kwamen er weer veel immigranten naar Palestina, en de Palestijnen werden langzamerhand achterdochtig toen steeds meer land in handen van de joden viel en de vestiging van een joodse staat steeds dichterbij scheen te komen. In 1908 vielen Arabieren voor het eerst joodse dorpen aan. In november 1917 volgde de Balfour-declaratie, waarin Groot-Brittannië verklaarde dat zij de vorming van een joodse staat in Palestina ondersteunde. Frankrijk had enige tijd eerder al te kennen gegeven welwillend tegenover deze ontwikkelingen te staan. In april 1920 kregen de Britten het mandaat over Palestina en het land werd weer overspoeld met immigranten. Daarop riep de groot-moefti van Jeruzalem op tot een heilige oorlog tegen de joden en waren onlusten aan de orde van de dag. De Britten stelden zich nu veel voorzichtiger op, bang als ze waren om het bondgenootschap van de Arabieren op het spel te zetten. Hiermee kwam er voorlopig een einde aan de droom van de joden voor een eigen staat, want op eigen houtje dit te bereiken was natuurlijk een illusie. Toch werkten de joden intern steeds verder toe naar een joodse staat, maar ook de Arabieren kregen steeds meer een nationaal bewustzijn. Hierdoor verdiepte de kloof tussen de joden en de Arabieren steeds meer en het aantal gewelddadige botsingen tussen de twee volken nam steeds meer toe. De Britten, die het gebied nog steeds onder mandaat hielden, stonden steeds meer aan de kant van de Arabieren en draaiden de joden de duimschroeven aan.

Tweede Wereldoorlog

In 1933 werd de macht in Duitsland overgenomen door de nazi’s en dat was het sein voor tienduizenden joden om naar Palestina te immigreren. Dit leverde weer zeer veel problemen op met de Arabieren en net voor het begin van de Tweede Wereldoorlog kondigden de Bitten een immigratiestop aan, ondanks de wetenschap dat de joden het in Duitsland zeer moeilijk hadden. Toch kwamen er in het geheim nog vele joden het land binnen en werd er steeds meer verzet geboden tegen zowel de Britse mandaattroepen als de Arabieren. Ondertussen woedde in Europa de Tweede Wereldoorlog en werd praktisch het gehele Europese jodendom uitgemoord door de nazi’s van Adolf Hitler. Ca. 6 miljoen joden werden in concentratiekampen systematisch vermoord, de meeste in gaskamers. Een relatief kleine groep wist zich uit de klauwen van de nazi’s te redden, met name in landen als Finland, Denemarken, Italië en Bulgarije.
Gedurende de oorlog kwamen de Britten steeds meer onder vuur te liggen in Palestina. Geheime organisaties pleegden aanslagen op Britse doelen en vermoordden Britse politieagenten en militairen. Op 14 februari 1947 verklaarden de Britten dat ze het Arabisch-joodse probleem niet langer onder controle hadden en riepen de hulp van de Verenigde Naties in. Op 29 november 1947 stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in met de verdeling van Palestina in een joodse en een Arabische staat. Veel Arabieren waren tegen dit verdelingsplan en de moefti van Jeruzalem riep zelfs op om de joodse staat de totale oorlog te verklaren.

De staat Israël

Onmiddellijk ontstond er een burgeroorlog tussen Arabieren en joden, waarbij de joden de overhand begonnen te krijgen. Onder de indruk van het bloedige conflict en de tegenwerking van Groot-Brittannië wilden de Verenigde Naties het delingsbesluit ongedaan maken, maar het inmiddels gevormde Voorlopige Bestuur van de joodse gemeenschap, die 600.000 zielen telde, riep op 14 mei 1948 de joodse staat Israël uit en kwam er een einde aan het 26 jaar oude Britse mandaat over Palestina.
Als reactie daarop rolden nauwelijks enkele uren later tanks van Egypte, Transjordanië, Syrië, Libanon en Irak richting Israël; de Onafhankelijkheidsoorlog was begonnen. Hoewel er nog een Amerikaans bemiddelingsplan werd gelanceerd, trok Israël ten strijde tegen de vijand. Met een onderbreking van een maand duurden de gevechten voort tot begin 1949, toen er onder bemiddeling van de VN wapenstilstandsverdragen werden gesloten op het eiland Rhodos, met Egypte, Libanon, Jordanië en Syrië. Door uitgebreide wapenleveranties had Israël echter zo’n overwicht opgebouwd dat er zelfs gebieden veroverd werden die tot op heden nog steeds Israëlisch grondgebied zijn. Arabische Palestijnen vluchtten met duizenden tegelijk naar de buurlanden en begin 1949 had 80% het land verlaten of was door de Israëlische troepen het land uitgezet. Zij waren gedwongen zich te vestigen in vluchtelingenkampen in Jordanië (inclusief voor 1967 de Westelijke Jordaanoever), Libanon en de door Egypte ingelijfde Gazastrook. Joden uit de hele wereld maakten net de omgekeerde reis; met name uit de Sovjet-Unie en uit de Arabische landen emigreerden honderdduizenden joden naar Israël om te helpen met het opbouwen van het land. Vanuit de Arabische buurlanden werden terroristen (‘fedajin’) ingezet om het leven in Israël te ontregelen. Dit kostte ca. 1300 Israëli’s het leven en Israël reageerde elke keer met vergeldingsacties. Dit patroon zou tot op de dag van vandaag het lot zijn van het Israëlische en Palestijnse volk.
Israëls eerste minister-president en jarenlang de dominerende figuur was David Ben-Goerion (1948-1953; 1955-1963). Hij was de leider van de grootste partij, de socialistische Mapai. Onder Ben-Goerion begon de staatsvorming. Industrialisatie en mechanisatie van de landbouw zorgden voor een welvaartsstaat naar westers voorbeeld.

Het belangrijkste probleem voor Israël bleef de verhouding tot de Arabische staten. Vooral na de revolutie in Egypte (1952) begon de situatie dreigend te worden, omdat de Egyptische president Nasser ernaar streefde de nederlaag van 1948 ongedaan te maken. In 1955 nam de spanning verder toe door onder ander wapenleveranties aan Egypte uit communistische landen, de militaire verbonden tussen Egypte en Arabische landen en het sluiten van het Suezkanaal in 1956. Israël werd door Frankrijk en Groot-Brittannië aangezet om een oorlog tegen Egypte te beginnen. De Sinaï werd in zes dagen ingelijfd, maar Israël werd onder druk van de Verenigde Staten gedwongen dit gebied niet definitief in te nemen. In maart 1957 trok Israël zijn troepen dan ook terug. De situatie in de regio werd nu zeer gecompliceerd en tevens toneel van de Koude Oorlog, waarin de Arabische staten gesteund werden door de Sovjet-Unie en Israël door de Verenigde Staten en West-Europese landen.
In 1960 raakte premier Ben-Goerion in conflict met een groot aantal partijgenoten, wat in 1963 leidde tot zijn aftreden. Hij werd opgevolgd door de minister van Financiën Levi Esjkol (1963-1969).
In 1964 werd de Palestine Liberation Organization opgericht (PLO). Zij wezen de wereldgemeenschap op het grote Palestijnse vluchtelingenprobleem, maar Israël was gewoon niet te vermurwen om vluchtelingen te laten terugkeren naar hun oude vaderland. Aan de andere kant vormden de vele vluchtelingen in de landen waar ze verbleven een steeds grotere bron van problemen.

Zesdaagse Oorlog en Yom Kippoer Oorlog

In de zomer van 1967 voerde Israël een preventieve oorlog tegen de Arabische buurlanden en bezette tijdens de zogenaamde Zesdaagse Oorlog (5-10 juni, ook wel Juni-oorlog genoemd) de Syrische Golanhoogte, de Jordaanse Westbank, het Egyptische Sinaï-schiereiland met de Gazastrook en Oost-Jeruzalem. Onder leiding van de legendarische Mosje Dayan behaalden de Israëli’s een eclatante overwinning op de Arabische buren. Op 10 juni 1967 werd door bemiddeling van de Veiligheidsraad het vuren gestaakt, waarmee een eind kwam aan de Zesdaagse Oorlog.
Op 22 november 1967 nam de Veiligheidsraad resolutie nr. 242 aan die uitging van terugtrekking door Israël uit de door dit land bezette gebieden, maar Israël weigerde zich uit de bezette gebieden terug te trekken en installeerde een militair bestuur. De Arabische staten weigerden Israël te erkennen en na 1967 werd Israël geteisterd door Palestijnse terroristen die opereerden vanuit Jordanië en Libanon. Vergeldingsacties werden ook uitgevoerd op Egyptisch grondgebied, waarop Egypte voorstellen tot vredesonderhandelingen deed, die echter door Israël werden afgewezen. In oktober 1973 trokken Egypte en Syrië ten aanval en boekte aanvankelijk succes in deze zogenaamde Yom Kippoer-oorlog. Israël sloeg echter terug en daarop zorgden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie voor een wapenstilstand. Diplomatieke onderhandelingen tussen de Egyptische president Anwar as-Sadat, de Amerikaanse bemiddelaar Henry Kissinger en de Israëlische premier Golda Meïr (die in februari 1969 de overleden Esjkol was opgevolgd) werden zo gevoerd dat het leek alsof Egypte als overwinnaar uit de strijd was gekomen. In maart 1974 vormde mevrouw Golda Meir een nieuwe coalitieregering; in april echter kondigde zij haar aftreden aan. Generaal Rabin werd premier van een nieuw coalitiekabinet met als ministers onder andere Sjimon Peres en Jigal Allon.

Vredesverdrag tussen Israël en de Palestijnen!

In de loop van 1974 werden met Egypte en Syrië troepenscheidingsakkoorden gesloten, waarbij Israël zich terugtrok uit de gebieden die het in de Oktober-oorlog had bezet en ook een gedeelte van de Sinaï prijsgaf.
Intussen geraakte Israël, vooral door de hantering van het 'oliewapen' door de Arabische landen, in toenemende mate geïsoleerd en werd ook betrokken in de Libanese burgeroorlog door de vergeldings- en preventieve acties op Libanees grondgebied tegen de daar verblijvende Palestijnen.
In 1977 werden de parlementsverkiezingen gewonnen door de conservatieve Likoedpartij onder Menachem Begin. De oorlog had ondertussen een economische crisis tot gevolg, die zelfs leidde tot emigratie. Bij gemeenteraadsverkiezingen in 1976 stemde de Palestijnse bevolking massaal op de PLO, terwijl de Israëlische Palestijnen zich in toenemende mate solidair verklaarden met de Palestijnen in de bezette gebieden. In november 1977 kwam president Sadat van Egypte op bezoek bij Begin en hij stelde een vredesregeling voor. In 1978 kwam er onder bemiddeling van de Amerikaanse president Carter te Camp David (-akkoorden) zicht op een vredesverdrag tussen Israël en Egypte. In maart 1979 kwam dit vredesverdrag daadwerkelijk tot stand, maar het steeds maar weer stichten van nederzettingen in de bezette gebieden voorkwam een verdere toenadering. In augustus 1980 nam het Israëlische parlement een wet aan waarbij Jeruzalem tot de ene en ondeelbare hoofdstad werd verklaard. De verkiezingen van 30 juni 1981 werden gewonnen door het Likoedblok, en begin kon zijn tweede kabinet gaan vormen. In 1981 werd ook het nederzettingenbeleid geïntensiveerd en op 14 december werd de Hoogvlakte van Golan geannexeerd, ondanks veel internationale kritiek.
Ondanks een stilzwijgend bestand met de PLO in Libanon trokken Israëlische troepen na een aanslag op de Israëlische ambassadeur in Londen op 6 juni 1982 met veel vertoon van macht Zuid-Libanon binnen en belegerden zelfs de hoofdstad Beiroet. Ondanks de aftocht van de PLO-strijders, kreeg Israël ook binnenlands veel kritiek te verwerken, zeker na de moordpartijen door Libanese bongenoten in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila in september 1982.
In augustus 1983 trad premier Begin af en nam zijn minister van Buitenlandse Zaken Jitschak Sjamir de leiding van het kabinet over. Vervroegde verkiezingen in maart 1984 leverden een regering van 'nationale eenheid' op, waarin eerst de socialist Sjimon Peres (1984-1986) en vervolgens Likoedleider Sjamir (1986-1988) premier zouden zijn. Deze regering besloot in juni 1985, afgezien van de veiligheidszone, tot een volledige terugtrekking uit Libanon. Met een diep ingrijpend saneringsbeleid wist dit kabinet de beroerde economische toestand te verbeteren.
In 1984 kwamen via een geheime luchtbrug 10.000 joden of Falasha’s uit Ethiopië naar Israël.

Eerste Intifada

Groeiende onrust in de bezette gebieden werd door Israël beantwoord met harde strafmaatregelen, deportaties, verschijningsverboden en schoolsluitingen. Naast PLO-aanhangers manifesteerden zich ook steeds meer islamitische fundamentalisten, waaronder de Hamas-beweging. Op 8 december 1987 brak in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse opstand of Intifada uit. Ondanks harde maatregelen bleek het leger niet in staat hieraan het hoofd te bieden en de groeiende verdeeldheid hierover in Israël zelf kwam tot uiting bij de verkiezingen van 1 november 1988, waarbij zowel het Likoedblok als de Arbeiderspartij zetels verloren aan radicale partijen ter rechter- en linkerzijde.
Ondertussen bleef de nauwe strategische, politieke en economische samenwerking met de Verenigde Staten bestaan, maar ook met de Sovjet-Unie en andere communistische landen in Oost-Europa werden in de jaren tachtig geleidelijk de banden hersteld, wat tot uiting kwam in onder andere een toenemende immigratie van Russische joden.

Tweede Golfoorlog

Eind 1989 deden Egypte onder Moebarak en de Verenigde Staten tevergeefs pogingen de impasse in het overleg over de bezette gebieden te doorbreken. Op 15 maart 1990 kwam het kabinet Sjamir-Peres ten val en pas na een moeizame kabinetsformatie wist Sjamir uiteindelijk in juni 1990 een coalitie te vormen van zijn Likoedblok met een aantal religieuze en nationalistische partijen.
Na het begin van de Tweede Golfoorlog op 17 januari 1991 probeerde Irak Israël bij de strijd te betrekken door Israëlische steden met Scudraketten te bestoken, waarbij enige doden vielen, maar voornamelijk materiële schade werd aangericht. Onder druk van de Amerikaanse regering besloot Israël de aanvallen niet te beantwoorden teneinde de anti-Iraakse coalitie niet in problemen te brengen.
Na de oorlog, februari 1991 laaide de Intifada weer op. Mede onder druk van de Amerikanen nam Israël eind 1991 deel aan een vredesconferentie over het Midden-Oosten in Madrid. De Palestijnen die deel uitmaakten van de Palestijns-Jordaanse delegatie, kregen bij hun terugkeer een heldenontvangst.

Periode Rabin

Op 13 juli 1992 werd Sjamir vervangen door Jitschak Rabin. De regering-Rabin ging contacten met de PLO niet uit de weg, wat op 13 september 1993 in Washington resulteerde in een akkoord over beperkt Palestijns zelfbestuur in Gaza en Jericho. Door dit Akkoord van Oslo werden mogelijkheden geschapen voor een verbetering van de relatie met Syrië, Jordanië en Libanon. In 1995 volgde het Oslo-2-akkoord, dat voorzag in een gefaseerde Israëlische terugtrekking uit de belangrijkste steden op de Westelijke Jordaanoever.
In maart 1993 koos de Knesset Ezer Weizman van de Arbeiderspartij tot president als opvolger van Chaim Herzog. Midden 1994 tekenden de Israëlische premier Rabin en koning Hoessein van Jordanië de ‘Verklaring van Washington’, waarbij formeel een einde kwam aan de staat van oorlog tussen beide landen. De onderhandelingen met Syrië daarentegen bleven moeizaam verlopen, met als voornaamste struikelblokken de veiligheidsmaatregelen bij een Israëlische aftocht uit de Golanhoogte en de 'diepte' van de te sluiten vrede. Bij confrontaties tussen het Israëlische leger en zijn bondgenoot, de South Lebanese Army (SLA), enerzijds en sji'itische Hezbollah-strijders en Palestijnen anderzijds vielen ook in 1995 weer tientallen doden.

Periode Netanyahu

In november 1995 werd premier Rabin in Tel Aviv vermoord door een jonge Israëlische nationalist. Hij werd opgevolgd door Sjimon Peres, die het vredesproces voortzette. Peres leed eind mei 1996 bij de parlementsverkiezingen en bij de eerste directe verkiezing van een nieuwe premier een zeer kleine nederlaag tegen Likoedleider Benjamin Netanyahu. Netanyahu vormde een rechtsreligieuze coalitieregering en beloofde het vredesproces met de PLO en de Arabische landen voort te zetten. Bij de eerder in 1996 gehouden verkiezingen voor een Palestijnse Raad en een Palestijnse president, werd Arafat met ruime meerderheid tot president gekozen.
In de loop van 1996 ontstond in Israël grote politieke verdeeldheid over het vredesproces. De oorzaken daarvan waren de zelfmoordaanslagen van de Hamas en het beleid van Netanyahu, die de vrede-voor-landfilosofie van Rabin en Peres terzijde schoof en op basis van een vrede-voor-veiligheidstrategie de onderhandelingen met de PLO onder grote buitenlandse druk schoorvoetend voortzette.
Netanyahu kondigde de bouw van nieuwe joodse nederzettingen aan en weigerde aanvankelijk in te stemmen met de terugtrekking van het Israëlische leger uit Hebron, waarover begin 1997 na Amerikaanse druk alsnog overeenstemming werd bereikt. De spanningen tussen Israël en de PLO liepen snel op en ook de fragiele relatie met de Arabische landen werd door de harde Israëlische standpunten op de proef gesteld.
Het vredesproces kwam verder in het gedrang toen Netanyahu in februari 1997 de bouw aankondigde van de joodse woonwijk Har Homa in Oost-Jeruzalem. Bovendien werd in september van dat jaar begonnen met de bouw van nieuwe joodse nederzettingen in Efrat, op de Westelijke Jordaanoever. Zelfs de Verenigde Staten keurden in oktober 1997 openlijk het beleid van de regering-Netanyahu af, en binnen de Arabische wereld en de Europese Unie nam het ongenoegen toe over de Israëlische nederzettingspolitiek. In november werd het overleg hervat tussen Israël en Palestijnse delegaties over de verdere uitwerking van de gebiedsoverdracht. In Israël kreeg Netanyahu het zwaar te verduren door onder andere een beschuldiging wegens corruptie en een mislukte moordaanslag op een Hamas-leider door de Israëlische geheime dienst. Ook groeide in Israël zelf het verzet tegen de Israëlische aanwezigheid in Libanon, waar het leger verschillende aanvallen uitvoerde op de pro-Iraanse Hezbollah. In juni 1997 koos de Arbeiderspartij Ehud Barak tot partijleider, als opvolger van Sjimon Peres. In de Palestijnse Autonome Gebieden (Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) verslechterde de leefsituatie aanzienlijk door de strafmaatregelen van Israël naar aanleiding van de bomaanslagen door Hamas. 70.000 Palestijnen konden door de grenssluitingen niet naar hun werk. Ook de Palestijnse leider Arafat verloor aan prestige door het vastlopen van het vredesproces en de toenemende corruptie in Palestijnse kring. In april deed de Britse premier Blair als voorzitter van de Europese Unie een poging het vredesproces weer vlot te trekken.
Amerikaanse druk op Netanyahu leidde uiteindelijk tot het akkoord van Wye Plantation dat onder leiding van de Amerikaanse president Clinton en met hulp van de zieke Jordaanse koning Hoessein in oktober 1998 werd gesloten door Arafat en Netanyahu. Het akkoord hield in dat Israël zich uit 13,1 procent van de Westelijke Jordaanoever zou terugtrekken, en Arafat op zijn beurt, beloofde harder op te treden tegen terroristische aanslagen van Hamas en was ook bereid om het Palestijns Handvest te herzien. Het Israëlische nederzettingenbeleid was ook nu weer spelbreker en stond bleek de uitvoering van Wye Plantation in de weg.

Periode Barak

Eind 1998 viel Netanyahu’s kabinet, maar de Likoed koos Netanyahu opnieuw tot kandidaat-premier en lijsttrekker. Als reactie daarop keerden verschillende Likoed-kopstukken de partij de rug toe. De spanningen tussen ultra-orthodoxe en seculiere joden in Israël liepen begin 1999 hoog op.
De grote verliezer van de parlementsverkiezingen van medio mei 1999 was de Likoedpartij te zien; een grote winnaar was de ultra-orthodoxe Shaspartij, die 10 zetels won. De Arbeiderspartij bleef, ondanks fors zetelverlies. Netanyahu trok zich na de uitslag onmiddellijk terug als premier en de nieuwe premier werd Ehud Barak van de Arbeiderspartij. Netanyahu trad ook nog af als partijleider en werd opgevolgd door Ariel Sjaron.
Tijdens zijn campagne had Barak beloofd het vredesproces met Syrië en de Palestijnen weer vlot te trekken, en hij deed de concrete toezegging dat onder zijn bewind het Israëlische leger binnen één jaar Libanon verlaten zou hebben. Barak beloofde voorts dat over de teruggave van de Golan aan Syrië en terugtrekking van het Israëlische leger uit Zuid-Libanon een referendum de doorslag zou geven.
Direct na de beëdiging van zijn kabinet begon Barak onderhandelingen met de Palestijnen. Na interventies van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Albright, en de Egyptische president, Moebarak, sloten Barak en Arafat op 4 sept. 1999 een nieuw akkoord. In dit 'Wye-2' verplichtte Israël zich ertoe dat 18,1% van bezet land op de Westelijke Jordaanoever in drie fases onder Palestijns gezag zou komen en dat ten minste 350 Palestijnse gevangenen zouden worden vrijgelaten. De belangrijkste toevoeging in Wye-2 was een blauwdruk voor een alomvattende vrede tussen Israël en de Palestijnen, die op 13 februari 2000 afgerond zou moeten zijn en de basis moest vormen van een definitieve vredesregeling in september 2000. Hierna begon Israël met de uitvoering van het akkoord. In twee fases werden 350 Palestijnse gevangenen vrijgelaten en op 4 oktober 1999 werden protocollen voor de verbindingsweg tussen Gaza en Hebron ondertekend. In januari 2000 werd tussen Israël en de Palestijnen een akkoord gesloten over de overdracht van land op de Westelijke Jordaanoever.
De onderhandelingen voor de vrede verliepen echter slecht, en vooral de status van Jeruzalem was een teer punt. Uit protest tegen de voortgaande bouw van joodse nederzettingen staakten de Palestijnen de onderhandelingen begin december, maar een geheime topontmoeting tussen Barak en Arafat bracht het vastgelopen vredesproces weer op gang.
In december 1999 bereikten Israël en Syrië overeenstemming over vredesonderhandelingen en maakten afspraken over teruggave van de Golan in ruil voor vrede, en de terugtocht van Israël uit Zuid-Libanon in ruil voor Syrische inspanningen om Hezbollah aan banden te leggen. Half april 2000 voltooide Israël de terugtrekking van troepen uit Libanon.
Israël ontving in het begin van 2000 de paus ook de Chinese president bezocht het land.

Periode Sharon

De coalitie van Barak viel medio 2000 uit elkaar als gevolg van meningsverschillen tussen de regeringspartijen over de binnenlandse en buitenlandse politiek. Nieuwe verkiezingen vonden in februari 2001 plaats en leverden een grote overwinning op voor de Likoedpartij van Ariel Sharon.
Naar aanleiding van meningsverschillen tussen Likoed en de Arbeiderspartij vonden in januari 2003 opnieuw verkiezingen plaats. De Arbeiderspartij verloor deze verkiezingen terwijl de centrum-rechtse partij Shinui sterk groeide. In maart 2003 had Sharon een nieuw kabinet gevormd, bestaande uit Likoed, Shinui, de Nationale Religieuze Partij en de Nationale Unie, samen goed voor 68 van de 120 zetels in de Knesset.
Na de verkiezingen leek Sharon een wat mildere koers te varen. Begin februari voerde hij zelfs besprekingen met gematigde Palestijnen. Ondertussen voerden de Verenigde Staten, de Verenigde Naties, de Europese Unie en Rusland de druk op beide partijen op. Men stelde een ‘routekaart’ op voor een allesomvattende vrede in het Midden-Oosten. In de loop van 2003 en begin 2004 zorgden vele bloedige aanslagen ervoor dat er van alle goede bedoelingen weinig terecht kwam.

Na 38 jaar bezetting voltooide Israël op 22 augustus 2005 de ontruiming van zijn 22 nederzettingen in de Palestijnse Gazastrook. Twee weken eerder dan gepland en vreedzamer dan verwacht verlieten alle ongeveer 8500 kolonisten het gebied.

Doordat de religieuze partijen het hier niet mee eens waren viel de regering van Sharon echter en Sharon richtte zijn eigen politieke partij op, Kadima geheten. In 2006 raakte Sharon in een diepe coma en na een overgangsperiode werd Ehud Olmert de nieuwe premier.

Periode 2006-heden

De verkiezingen in de Palestijnse gebieden in 2006 werden gewonnen door de fundamentalistisch-islamistische Hamas. Dit leidde tot een economische en politieke boycot van de Palestijnse Autoriteit door Israël, de VS en de EU die Hamas als een terroristische organisatie aanmerken. Na een aanval door de Libanese beweging Hezbollah op een Israëlische grenspost waarbij drie Israëlische soldaten werden gedood en twee werden gevangengenomen en raketbeschietingen op Israëlische doelen, begon het Israëlische leger met een massale vergeldingsaanval op Libanon waarbij ruim 1100 Libanese doden vallen, het merendeel burgers. In Noord-Israël komen 1500 katjoesjaraketten neer; Israël zag echter geen kans deze raketbeschietingen te stoppen. De Israëlisch-Libanese oorlog van 2006 leidde tot grote binnenlandse problemen voor Olmert. Ook in het zuiden van Israël wordt de bevolking geconfronteerd met voortdurende raketbeschietingen, ditmaal vanuit de Gazastrook dat door Hamas wordt gecontroleerd. Sderot heeft het hierbij het zwaarst te verduren.

In november 2007 werd in de Amerikaanse stad Annapolis een conferentie gehouden tussen Israël, de Palestijnse Autoriteit en diverse Arabische landen die ook vertegenwoordigers sturen. President Bush riep deze conferentie bijeen met het doel om voor het einde van 2008 een onafhankelijke Palestijnse staat te creëren.

In mei 2008 werd bekend dat Olmert van corruptie wordt verdacht. Een Amerikaanse zakenman van Joodse afkomst genaamd Morris Talansky zou hem over een periode van vijftien jaar in totaal 150.000 dollar hebben gegeven. Olmert beweert dat het om bijdragen ging voor zijn verkiezingscampagnes maar de Israëlische justitie denkt dat hij het geld in eigen zak heeft gestoken. Olmert treed in juli 2008 af en wordt opgevolgd door Tzipi Livni. Zij slaagt er niet in een meerderheidsregering te vormen. Ondertussen voert Israël actie in de Gaza-strook in verband met aanhoudende raketaanvallen op Israëlisch grondgebied, dit leidde tot internationale protesten wegens het gebruik van disproportioneel geweld.

Op 10 februari 2009 worden vervroegde verkiezingen gehouden. Bij de verkiezingen haalt geen van de partijen een duidelijke meerderheid. Benjamin Netanyahu wordt gevraagd een nieuw kabinet te vormen en slaagt daar in maart 2009 in met steun van de arbeiderspartij van Barak.

Israëlische militairen hielden op 31 mei 2010 een scheepskonvooi met goederen tegen dat vanuit de wateren rondom Cyprus onderweg was naar Gaza met de bedoeling de blokkade van Gaza te breken en er hulpgoederen en medicijnen af te leveren. Hierbij kwamen 9 Turkse activisten om het leven en werden de verhoudingen met Turkije ernstig verstoord. Directe besprekingen met de Palestijnen mislukken in het najaar van 2010 vanwege onenigheid over de nederzettingen problematiek. In november 2012 vecht Israël gedurende zeven dagen een confilct uit met HAMAS over de Gaza-strook.

In januari 2013 zijn er parlementsverkiezingen. Netanyahu wordt in maart 2013 leider van een coalitie. In juli 2013 worden de directe onderhandelingen met de Palestijnen hervat en die worden in 2014 voortgezet. In juli 2014 vinden over en weer raketbeschietingen plaats tussen Hamas uit de Gazastrook en Israël. Israël trekt met grondtroepen Gaza binnen. In mei 2015 vormt Netanyahu na vervroegde verkiezingen zijn vierde regering met rechtse signatuur en religieuze inbreng. In mei 2016 wordt de coalitie uitgebreid met Jisrael Beetenoe.


ISRAEL LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Israël
• Israel Zonvakanties WTC
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Israel Tui Reizen
• Israël Hotels
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autoverhuur Sunny Cars Israël
• Tel Aviv Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Israël Eigen Start (N)
Israël Favorietje (N)
Israël Verzamelgids (N+E)
Reisinformatie Israël (N)
Reizendoejezo - Israel (N)
Romans over Israël (N)
Rondreis Israël (N)
Artikelen en Reisverhalen over ISRAEL
  Motorreis naar Israel en Jordani..  3 redenen om op vakantie te gaan..
  Na alle indrukken die dit fascin..

Bronnen

Cahill, M.J. / Israel
Chelsea House Publishers

Gerhard, C. / Israël
Van Reemst

Griver, S. / Israël : inclusief de Palestijnse Autonome Gebieden
Kosmos-Z&K

Groeneveld, M. / Israël: een leesboek
Boekencentrum

Het Heilig Land
Standaard

Rauch, M. / Israël
ANWB

Sanger, A. / Israël
Van Reemst

Semsek, H.-G. / Israël : Westelijke-Jordaanoever, excursies naar Jordanië
Het Spectrum

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems