Steden ISRAEL

ISRAEL   

Algemeen

De periode na het uitroepen van de staat Israël in 1948 tot 1973 werd gekenmerkt door een snelle groei van de economie: jaarlijks nam het bruto nationaal product (bnp) met ca. 9% toe. Deze ontwikkeling werd mogelijk gemaakt door grote kapitaalimport in de vorm van buitenlandse hulp en leningen, grote giften van joden buiten Israël, betalingen en leveranties in het kader van de Duitse herstelbetalingen en een verhoogde productiviteit.
Na 1973 verslechterde de economische situatie in snel tempo: in 1977 bedroeg de economische groei nog slechts 0,5%. Omstreeks 1982 was de economische groei vrijwel tot stilstand gekomen, daarna trad er een geleidelijk herstel in tot een groei van 5,2% in 1987, waarna de groei zakte tot nog maar 1% in 1989 en in 2002 zelfs negatief was, -0,8%. De laatste jaren groeit de economie van Israël weer behoorlijk met ronde de drie procent. (in 2013 met 3,8%)
Tot de belangrijkste economische problemen behoren de hoge inflatie (58% in 1974, 440% in 1984, door een zeer strak bezuinigingsbeleid werd de inflatie daarna drastisch teruggedrongen tot 16% in 1987, in 1989 weer opgelopen tot bijna 21% over de periode 1985 tot 1994 gemiddeld 18%, over 1995-1996 8,3%, in 2002 5,7%), de laatste jaren gaat het steeds beter met percentages van 1,7% zowel in 2012 als 2013), het chronische en grote tekort op de betalingsbalans, de hoge defensielasten, de sterk gestegen schuld aan het buitenland en de werkloosheid (in 2013 6,8%). De werkloosheid daalde van 11% in 1992) . Met name in perifere gebieden en onder minderheden is de werkloosheid nog hoog. De grootste klappen vielen in de traditionele industrieën die met toenemende concurrentie uit lagelonenlanden worden geconfronteerd.
Het bnp stijgt jaarlijks met 6 a 7% en bedroeg in 2013 $ 34.900. De samenstelling van het bnp was in 2013 als volgt (tussen haakjes de verdeling van de beroepsbevolking): landbouw 2,4% (2%), industrie, mijnbouw en bouwnijverheid 31,2% (16%), overheid, dienstverlening en transport 66,4% (82%). Bijna 40% van de beroepsbevolking wordt gevormd door vrouwen.

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Ongeveer 20% van Israël is gecultiveerd voor landbouw, ca. 4100 km2. De binnenlandse productie voorziet Israël voor het overgrote deel in de voedselbehoefte, en dat is al sinds 1948 het landbouwbeleid geweest. De betekenis van de agrarische sector voor de Israëlische economie is sinds 1948 dramatisch afgenomen, van ruim 60% in 1948 tot zo’n 2% in 2013. De mosjavim en de kibboetsen zijn de belangrijkste bedrijfsvorm in de landbouw. Veel van deze coöperatieve ondernemingen verkeerden echter in financiële moeilijkheden. Gezien de geringe jaarlijkse regenval is irrigatie van essentieel belang. Via geavanceerde irrigatiesystemen wordt steeds meer grond in zuidelijker gelegen, woestijnachtig gebied geschikt gemaakt voor landbouwdoeleinden. Citrusvruchten zijn de voornaamste landbouwproducten, en ook de productie van tuinbouwgewassen als groenten en bloemen en voorts katoen, dadels, olijven, amandelen, druiven, avocado's en bananen zijn belangrijk. De laatste jaren investeert men steeds meer in nieuwe producten, voornamelijk sierteelt, geavanceerde technologie en knowhow. Ongeveer 90% van de bloemenproductie, bestemd voor de export, gaat naar Nederland, waar het geveild en gedistribueerd wordt naar de rest van Europa. Bulkproductie wordt steeds meer verlaten. Graan wordt vooral verbouwd in de valleien van Jizreël en Harod.
De veehouderij omvat vooral schapen, geiten, rundvee en pluimvee. Israël voorziet in eigen behoefte voor wat betreft melk, eieren, kip en kalkoen. Rund- en schapenvlees moet veelal worden ingevoerd.
Bosbouw is, gezien de grote hydrologische waarde van de bossen, van uitzonderlijke betekenis. Ruim 600 km2 wordt door bos ingenomen.
De visserij wordt in de Middellandse Zee en op de Atlantische Oceaan beoefend, maar stelt economische niet zoveel voor. Zoetwatervissen levert het Meer van Kinneret en de viskweekvijvers (karpers) in het vroegere Choelemeergebied. De meeste vis wordt op dit moment nog ingevoerd, ongeveer 90.000 ton.

Mijnbouw en energievoorziening

De Dode Zee bevat miljarden tonnen aan diverse zouten. In het moderne Sodom winnen de Dead Sea Works daaruit kaliumcarbonaat en broom, met behulp van aardgas dat gewonnen wordt bij Arad. Israël is de grootste exporteur van broom ter wereld. Verder is met name de Negev-woestijn rijk aan mineralen als koper, fosfaat, marmer, gips en glaszand. De exploitatie van delfstoffen is overwegend in handen van de staat. De grondstoffen voor de chemische industrie worden gewonnen uit de natuurlijke bronnen van Israël, waarbij het met name gaat om mineralen als potas, magnesium en bromide uit de Dode Zee en fosfaat uit de Negev.
De veruit belangrijkste energiebron is aardolie, die echter vrijwel volledig moet worden ingevoerd. Na de teruggave van de velden van Aboe Rodeis in 1975 en de Almavelden in 1979 aan Egypte hebben de Verenigde Staten de Israëlische aardolievoorziening gegarandeerd. Asjdod en Haifa beschikken over raffinaderijen, en er zijn kleine olievelden aangetroffen bij Asjdod. De raffinaderij in Haifa heeft een capaciteit van meer dan 6 miljoen ton per jaar, ruim voldoende om in de eigen behoefte te voorzien. Bij de Dode Zee wordt aardgas gewonnen, maar nu zijn ook in het gedeelte van de Middellandse Zee dat onder de Israëlische autoriteit valt, exploitabele gasvelden ontdekt.
In 1979 is een op steenkool werkende centrale in Hadera in gebruik genomen. Veel waarde wordt gehecht aan de ontwikkeling van kernenergie. In 1976 werd met de Verenigde Staten een overeenkomst gesloten voor de bouw van twee kerncentrales, waarvan de eerste in 1986 in gebruik is genomen. Een kleine waterkrachtcentrale staat aan de Jarmoek, een zijrivier van de Jordaan. Veel huizen zijn uitgerust met voorzieningen die het mogelijk maken te profiteren van zonne-energie. Israël zet groot in op de ontwikkeling van alternatieve en schone energiebronnen en is nu al wereldleider op het gebied van zonne-energie.
Vanwege de huidige watercrisis investeert Israël de komende tien jaar voor ca. 4 miljard euro in watermanagement en watervoorzieningen. Deze gelden gaan voornamelijk naar ontziltingsfaciliteiten en daarnaast naar andere zuiveringsfaciliteiten en overige benodigdheden. Dit is hard nodig want de verwachting is dat door de bevolkingstoename het huidige waterverbruik zal verdubbelen. Droge winters hebben de noodzaak van structurele oplossingen benadrukt, niet alleen voor Israël, maar voor de hele regio. De watertoevoer voor Israël is ook nauw verbonden met het veiligheidsvraagstuk. Twee derde van de waterbronnen ligt namelijk buiten Israël, op de Golanhoogte en de Westbank. Voorlopig zal er nog veel water geïmporteerd moeten worden.

Industrie

Het gebrek aan grondstoffen en energie en de kleine binnenlandse markt zorgen voor een geringe industriële ontwikkeling. De snelst groeiende industriële sectoren zijn de kapitaalintensieve elektronische en metaalindustrie, onder andere de vliegtuigbouw en de wapenindustrie. De chemische industrie is één van de drijvende krachten in de Israëlische economie. In 2013 vormde deze sector 25% van de totale industrie en daarbij één van de voornaamste exportsectoren van Israël (70% gaat naar de Verenigde Staten). Voedingsmiddelen en textielindustrie namen in betekenis af. Van belang zijn verder de diamant-, de cement-, de houtverwerking.
Belangrijke industriecentra zijn Tel Aviv, Haifa, Jeruzalem, Ramle, Asjkelon, Asjdod, Hadera en Petach Tikwa.
De software-industrie is zeer belangrijk voor de Israëlische hightech-sector, met een omzet van miljarden dollars en ca. 13.000 meest hoog opgeleide werknemers. Aanvankelijk leunde deze sector vooral op de militaire sector, tegenwoordig is de nadruk komen te liggen op civiele toepassingen.

Handel

Belangrijke invoerproducten zijn aardolie, machines, vervoermiddelen ruwe diamanten, wapens, graan, spijsolie en vetten.
In 1975 werd met de EG een handelsverdrag gesloten waarin werd bepaald dat vanaf 1980 geen wederzijdse invoer beperkende maatregelen met betrekking tot elkaars industrieproducten meer golden. In 1986 werd een vrijhandelsovereenkomst met de Verenigde Staten gesloten en in 1988 volgden nieuwe overeenkomsten met de EU.
In 2013 ging 30% van de export naar de EU, 27,8% naar de Verenigde Staten, 7,7% naar Hongkong. Van de Israëlische invoer kwam in hetzelfde jaar 40% uit de EG en 12,9% uit de Verenigde Staten. In 2013 waren de voornaamste importpartners de Verenigde Staten, China, Duitsland, België en Zwitserland. De belangrijkste exportpartners waren in dat jaar de Verenigde Staten, België, China en Hongkong.

Verkeer en toerisme

De verkeerswegen die Eilat met Haifa verbinden, vormen een behoorlijke wegverbinding tussen de Rode Zee en de Middellandse Zee. Het wegennet omvat ruim 20.000 kilometer, waarvan 500 km bestaat uit vierbaanswegen.
Er bestaat een aantal spoorlijnen (totale lengte 1275 km), maar de dichtheid is gering. Van belang voor de ontsluiting van de Negev is de spoorlijn zuidwaarts vanuit Beersjeba naar Eilat. Aangezien de spoorwegen echter zeer gevoelig zijn voor aanslagen, worden maar weinig goederen en personen per trein vervoerd. Er zijn op centraal als lokaal niveau plannen voor uitbreiding en verbetering van het landelijk spoorwegnet en aanleg van lightrailverbindingen in de grote steden.
Het openbaar personenvervoer vindt voornamelijk plaats door middel van ca. 6000 passagiersbussen. Egged Transportation Cooperative Society is na London Transport ’s werelds grootste openbaar vervoermaatschappij.
Veel gebruik wordt gemaakt van de sjeroet-taxi's, collectieve taxi's, waarin men slechts voor de eigen zitplaats betaalt. Opvallend kenmerk in de infrastructuur van de Bezette Gebieden is het netwerk van Israëlische wegen. Deze zijn niet toegankelijk voor Palestijnse bewoners en vormen een soort corridors tussen de verschillende joodse nederzettingen en het Israëlische grondgebied.

Lange tijd beschikte Israël maar over één moderne zeehaven, nl. Haifa. De verouderde haven van Jaffa-Tel Aviv is gesloten; in Asjdod, 30 km ten zuiden van Tel Aviv, is in 1965 een tweede Middellandse-Zeehaven gebouwd, en in datzelfde jaar kwam ook de nieuwe zeehaven van Eilat tot stand. Israël Shipyards in Haifa is een van de grootste scheepswerven in de oostelijke Middellandse Zee.
Vanuit Haifa zijn er veerdiensten voor personenvervoer met Cyprus, Griekenland en Italië. Eilat wordt met name gebruikt voor de import uit en export naar Azië en Australië. De belangrijkste scheepvaartmaatschappij is Zim Israël Navigation, een van de tien grootste containervervoersbedrijven ter wereld.

De internationale luchthaven is Ben Goerion in Lydda (Lod) bij Tel Aviv. De Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al onderhoudt vandaar luchtverbindingen met vier continenten. Ook buitenlandse luchtvaartmaatschappijen vliegen regelmatig op Ben Goerion. De overige Israëlische vliegvelden hebben alleen betekenis voor het binnenlandse verkeer, verzorgd door de luchtvaartmaatschappij Arkia.
Israël is een van de wereldleiders in vliegtuigtechnologie, onder andere Israël Aircraft Industries.

Economie in de Bezette Gebieden

De Palestijnse economie in de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook is sterk afhankelijk van Israël. In de jaren negentig was ruim 80% van de import afkomstig uit Israël en exporteerde de Palestijnse economie eveneens ruim 80% van de totale export naar Israël. Palestijnse arbeiders in Israël dragen voor ruim een kwart bij aan het bruto nationaal product doordat zij een deel van hun loon overmaken naar familieleden in de Palestijnse gebieden.
Kenmerk van de Palestijnse economie is de kleinschalige landbouw en productie (olijven, citrusvruchten). De economie is sterk afhankelijk van import. De Palestijnse economie is vooral kwetsbaar door de veiligheidspolitiek van Israël. Het sluiten van de grenzen door Israël belemmert een vrij personen- en goederenverkeer, dat desastreuze gevolgen voor de Palestijnse economie heeft. Ook heeft de Palestijnse economie te kampen met de barrières die Israël oplegt aan buitenlandse investeringen.
In veel opzichten vertoont de Palestijnse economie kenmerken van een ontwikkelingsland: slecht functionerende overheidsdiensten, weinig ontwikkelde infrastructuur, onduidelijke belastingwetgeving en gebrek aan een goed functionerend banksysteem. Aan de andere kant is de Palestijnse bevolking hoog opgeleid en zijn er veel geschoolde arbeidskrachten.


ISRAEL LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Israël
• Israel Zonvakanties WTC
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Israel Tui Reizen
• Israël Hotels
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autoverhuur Sunny Cars Israël
• Tel Aviv Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Israël Eigen Start (N)
Israël Favorietje (N)
Israël Verzamelgids (N+E)
Reisinformatie Israël (N)
Reizendoejezo - Israel (N)
Romans over Israël (N)
Rondreis Israël (N)
Artikelen en Reisverhalen over ISRAEL
  Motorreis naar Israel en Jordani..  3 redenen om op vakantie te gaan..
  Na alle indrukken die dit fascin..

Bronnen

Cahill, M.J. / Israel
Chelsea House Publishers

Gerhard, C. / Israël
Van Reemst

Griver, S. / Israël : inclusief de Palestijnse Autonome Gebieden
Kosmos-Z&K

Groeneveld, M. / Israël: een leesboek
Boekencentrum

Het Heilig Land
Standaard

Rauch, M. / Israël
ANWB

Sanger, A. / Israël
Van Reemst

Semsek, H.-G. / Israël : Westelijke-Jordaanoever, excursies naar Jordanië
Het Spectrum

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems