Steden SCHOTLAND

Populaire bestemmingen VERENIGD KONINKRIJK

SCHOTLAND   

Prehistorie en oudheid

Ca. 8500 jaar v.Chr., na de laatste ijstijd, moeten er al mensen gewoond hebben in Schotland. Gezien de archeologische vondsten die er gedaan zijn waren ze waarschijnlijk afkomstig uit Spanje of Frankrijk. Zo vond men op de Orkney-eilanden een grafkamer die sterke overeenkomsten vertoonde met vondsten op het Iberisch schiereiland. Stenen bijlen wijzen op de komst van handeldrijvende Ieren. Op dat moment was de strook land tussen Frankrijk en Engeland nog niet volledig door het Kanaal overspoeld. Vandaar dat deze prehistorische nomaden ongehinderd tot op ‘Engels’ grondgebied konden doordringen.
Rond 3000 v.Chr. kwamen er immigranten uit de Lage Landen en Rijnland, de ‘Beaker People’ (Bekervolk). Deze immigranten vermengden zich later met de al aanwezige Picten. Van de Picten is erg weinig bekend. Van dit volk, vijanden van de Romeinen, werd voor het eerst melding gemaakt in 297 n.Chr. Toen het Romeinse rijk in 409 n.Chr. in verval raakte, werden de in het zuidoosten wonende Picten verdreven door de Keltische Scotii. In de 10e eeuw was er van de Picten en de Pictische cultuur niets meer over.

De beroemde megalithische monumenten van Schotland werden opgericht tussen 2000 en 1500 v.Chr. door een volk dat vermoedelijk uit het Middellandse-Zeegebied afkomstig was.
Aan het begin van de ijzertijd, ca. 800 jaar v.Chr. trokken Keltisch sprekende stammen vanuit Midden-Europa richting Schotland.

Romeinse ‘overheersing’

De Romeinen probeerden vanaf 43 n.Chr. het Britse eilandenrijk (Latijns: Britannia) onder controle te krijgen, en voor wat betreft Engeland en delen van Wales was dat in het jaar 78 al aardig gelukt. Schotland (Latijns: Caledonia) was echter een heel ander verhaal, want de ontoegankelijke Highlands waren een onneembare vesting en de plannen voor de verovering van Schotland werden al snel opgegeven.
De Romeinen waren zo bang voor invallen vanuit het noorden door de Caledoniërs, dat keizer Hadrianus (117-138) in 122 langs de grens (‘limes’), een 110 kilometer lange verdedigingsmuur (Hadrian’s Wall) liet bouwen. Nog wat noordelijker werd door Antoninus Pius (138-161) in 140 een tweede verdedigingsmuur gebouwd, ‘Antonine’s Wall’. De Romeinen zouden tot het begin van de 5e eeuw de scepter zwaaien over Groot-Brittannië, maar hadden vanaf 368 al geen enkele macht meer in Schotland. Rond 400 n.Chr. verlieten de Romeinen hun noordelijke buitenposten en Schotland werd verdeeld onder vier volken, elk met hun eigen heerser. In 407 verlieten de laatste Romeinen Engeland, op de vlucht voor de toenemende opstanden.

Middeleeuwen

Na de Romeinen vestigden zich dus vier volken in het gebied dat Schotland zou gaan uitmaken, waaronder de rivaliserende Picten en Schotten (Scots). De Schotten kwamen oorspronkelijk uit Noord-Ierland, dat toen Scotia heette. Zij staken in de 5e eeuw over naar het vasteland en noemden hun koninkrijk ‘Dalriada’, dat ‘Koninkrijk van de Scots’ betekende. Pas in de 10e eeuw kwam de naam Schotland in zwang. Een belangrijke datum was het jaar 563 toen de Ierse monnik Sint Columbanus zich op het eiland Iona vestigde, en van daaruit het christendom over Noordwest-Europa begon te verspreiden.
In 843 verenigden Picten en Scots zich onder Kenneth I MacAlpin, die koning werd van Alba, het latere koninkrijk Scotia. Beide volkeren waren inmiddels tot het christendom bekeerd en het Gaelic, de taal van de Schotten, werd langzamerhand de landstaal. Opmerkelijk was dat de cultuur van de eens zo machtige Picten volledig zou verdwijnen.
Ondertussen waren ook de Germaanse Angelen vanuit het gebied rondom de monding van de Elbe naar Noord-Engeland (Northumbria) getrokken en zij vestigden zich in het tegenwoordige Lothian. Verder woonden in de Lowlands de Bretons en vanaf 890 begonnen de invallen van de Vikingen, die de Western Isles 370 jaar bezet hielden en de Shetland- en Orkney-eilanden bijna 600 jaar.

Het Koninkrijk Schotland

De regeringszetel van het verenigd koninkrijk Scotia werd door koning Kenneth I gevestigd in Scone, waar ook bijna al zijn opvolgers gekroond zouden worden. Gezeten op de heilige ‘Stone of Scone’ (Stone of Destiny) werden de koningen gekroond.
Onder Malcolm II breidde Scotia zich naar de huidige zuidgrens van Schotland uit. In 962 werd Edinburgh onder de invloed van de Schotse vorst gebracht, en de Angelen werden in 1018 onderworpen.
In 1034 werd Duncan I de eerste koning van een verenigd Schotland, inclusief Lothian. Alleen de gebieden waar de Vikingen woonden waren hiervan uitgesloten.

Duncan I werd in 1040 vermoord door Macbeth (Shakespeare), die in 1057 weer werd verslagen door de zoon van Duncan, Malcolm III ‘Ceann Mor’ (Groothoofd).
In 1066 (Slag bij Hastings) werd Engeland veroverd door William the Conqueror, de hertog van Normandië. Enkele maanden later liet hij zich in Londen tot koning William I van Engeland kronen en werd het Engels als officiële taal zelfs vervangen door het Frans. Uit deze vermenging van twee talen zou later het moderne Engels ontstaan. In deze tijd nam ook de macht van de kerk enorm toe. De koningen gaven de kerk grote schenkingen in ruil voor steun tegen eventuele vijanden.
Door huwelijken tussen Engels en Schotse adel ontstonden er op grote schaal verstrengelingen van belangen, resulterende in veel conflicten en onrust. David I, zoon van Malcolm III, veroverde bijna geheel Northumbria, het huidige Noord-Engeland. Zijn kleinzoon William the Lion voerde op zijn vaandel voor het eerst de staande, rode Schotse leeuw op. Tot 1286 kwam Schotland in een wat rustiger vaarwater terecht en konden economie en cultuur onder de koningen Alexander II en Alexander III opbloeien.

Onafhankelijkheidsoorlog (1297-1328)

De dood van Alexander III in 1286 zette een opvolgingscrisis in gang, en een lange, bloedige strijd voor Schotse onafhankelijkheid.
Alexander had geen erfopvolger, en toen hij overleed werd zijn driejarige kleindochter Margaret, dochter van de koning van Noorwegen, in 1286 koningin van Schotland. In 1290 stierf zij echter onverwacht en er ontstond een machtsvacuüm.
Niet minder dan dertien troonpretendenten maakten aanspraak op de troon, maar Edward I van Engeland wees in 1292 de achterkleinzoon van David I, John Baillol, als koning van Schotland aan. Tot grote ergernis van Edward sloot deze Baillol in 1295 een bondgenootschap met Frankrijk (The Auld Alliance). Edward reageerde hierop door troepen te sturen, en hij veroverde een deel van Schotland en nam de befaamde ‘Stone of Scone’ mee.
De volgende aanvoerder van de Schotten, William Wallace, zou uitgroeien tot een Schotse held. Hij bracht de Engelsen een nederlaag toe bij Stirling (1297), maar moest uiteindelijk toch het onderspit delven in 1298 bij Falkirk. In 1305 werd hij gevangen genomen door de Engelsen en in Londen veroordeeld, opgehangen en gevierendeeld.

In 1306 liet een nieuwe Schotse held zich tot koning kronen, Robert I ‘The Bruce’. Hij probeerde de Lowlands op de Engelse koning Edward II te heroveren en op 24 juni 1314 versloeg hij een groot Engels leger bij Bannockburn, in de buurt van Stirling.
Met de ‘Declaration of Arbroath’ in 1320 werd de onafhankelijkheid van Schotland uitgeroepen door de edelen van Robert Bruce, maar pas in 1328 erkende de Engelse koning Edward III bij het Verdrag van Northampton de soevereine status van Schotland. Robert The Bruce heeft hier niet lang van kunnen genieten, hij stierf in 1329.

Het Huis Stewart (later Stuart)

In 1326 sloot Robert Bruce een bondgenootschap met Frankrijk en de voornaamste begunstigden waren de leden van de Stewart- (of Stuart-) familie. Ze ontleenden hun naam aan hun functie van ‘High Stewarets’ (kamerdienaren) van de koning en stamden af van de Fitzalans, Normandiërs, die in 1066 met William the Conqueror naar Engeland waren gekomen.
In 1371 kwam de eerste koning van het huis Stewart aan de macht, Robert II. De 15e eeuw stond in het teken van voortdurende conflicten met de Engelsen, maar ook intern was er veel strijd en onenigheid. Opmerkelijk was dat in de 15e en 16e eeuw bijna alle Schotse koningen als kinderen op de troon kwamen. De Stuart-vorsten James I, II en III, die achtereenvolgens heersten tussen 1406 en 1488, kwamen als kind op de troon en kwamen allemaal gewelddadig aan hun einde. Dit gaf de adel de kans zich te verzekeren van bijna koninklijke privileges, waardoor de macht van de centrale regering sterk afnam.
In 1503 trouwde koning James IV met Margaret Tudor, de dochter van Henry VII van Engeland, en hun nazaten mochten weer aanspraken maken op de Engelse troon. James IV knoopte weer banden aan met Frankrijk, en kwam daardoor in oorlog met Henry VIII van Engeland. In 1513 werd het Schotse leger in de slag van Flodden Hill vernietigend verslagen en ook James IV kwam om in de strijd.
James V besloot daarop om de banden met de Fransen nog sterker aan te halen en trouwde in 1537 zelfs met een dochter van François I en nog later met de Franse prinses Marie de Guise.

Het vooral katholieke Schotland kwam in de 16e eeuw in de ban van de Reformatie. De protestanten onder leiding van John Knox zochten steun bij het al hervormde Engeland.

Tijdperk Mary Stuart (1542-1567)

James V stierf in 1542 en werd opgevolgd door zijn dochter en enige erfgename, de latere Mary Stuart, Queen of Scots. Zij was nog maar negen maanden oud toen zij tot koningin van Schotland gekroond werd, en tevens als kleindochter van de Engelse Henry VII als eerste in aanmerking kwam voor de Engelse troon. Haar moeder, Marie de Guise, vervulde vanaf 1554 het regentschap en liet Mary opvoeden aan het Franse hof. Het was dan ook niet vreemd dat ze in 1558 trouwde met de Franse kroonprins François II.
Ook in 1558 werd Elizabeth I koningin van Engeland, maar zij werd niet door Frankrijk als zodanig erkend. Zij was namelijk een dochter uit een kerkelijk onwettig huwelijk, vandaar. Toen de koning van Frankrijk in 1559 stierf, kwam de toen 16-jarige Mary samen met haar echtgenoot op de Franse troon en later riep ze zichzelf ook uit tot koningin van Engeland.

Toen Mary achttien jaar oud was, keerde ze terug naar Schotland als weduwe van de Franse kroonprins. In 1565 trouwde ze met haar neef Henry Stewart, Lord Darnley, die echter in 1567 werd vermoord. Op 19 juni 1566 had Mary het leven geschonken aan een zoon, James VI van Schotland, de latere James I van Engeland. In 1567 trouwde ze met James Hepburn, Earl of Bothwell, die ervan verdacht werd betrokken te zijn geweest bij de moord op Darnley. Dit ontketende een ware opstand en protestantse edelen pleegden in datzelfde jaar nog een staatsgreep en zetten Mary gevangen. Ze werd gedwongen om af te treden en een regentschapsbestuur voor haar zoon te benoemen. In juni 1567 werd James VI tot protestantse koning van Schotland gekroond, maar stond onder het regentschap van Mary’s halfbroer James Stewart, Earl of Moray, en onder Engelsgezinde lords.
In 1568 wist Mary uit haar gevangenis te ontsnappen en ze vluchtte naar Engeland om hulp te zoeken bij haar nicht Elizabeth I. Door haar aanspraken op de Engelse troon werd zij niet bepaald vriendschappelijk ontvangen, integendeel, zij werd 19 jaar lang in ballingschap gehouden op Fotheringhay Castle en op 8 februari 1587 onthoofd.

Zeventiende eeuw

De zoon van Mary, James VI van Schotland (de laatste Stuart-koning), volgde in 1603 zijn nicht Elizabeth I op en werd James I van Engeland. Machtsbelust als hij was probeerde hij zijn zoon Charles te koppelen aan de katholieke Henriëtte Marie van Frankrijk. Deze Charles volgde in 1625 zijn vader James VI op en wilde de calvinistische Kerk in Schotland naar anglicaans model veranderen. Dit leidde tot een Schotse opstand in 1639 en na grote problemen met het Engelse parlement vluchtte hij naar het hem nog goed gezinde Noord-Engeland.
Uiteindelijk volgde er in 1642 toch een burgeroorlog, gewonnen door Oliver Cromwell en zijn New Model Army. In januari 1649 werd Charles veroordeeld en op 30 januari onthoofd. Cromwell liet er geen gras over groeien en schafte de monarchie af en riep de republiek uit en Engeland, Ierland en Schotland werden verenigd tot één ‘commonwealth’ (gemenebest). Dit werkte echter niet en na de dood van Cromwell in 1660 kwam Charles II op de troon, die Schotland vanuit Engeland regeerde.
De kinderloze Charles werd opgevolgd door zijn broer, James VII van Schotland (tevens James II van Engeland). James was een katholiek en werd in 1688 afgezet ten faveure van zijn dochter Mary, die in Holland getrouwd was met de protestantse prins Willem van Oranje (William of Orange). Zowel de Engelsen als de Schotten vonden namelijk een katholieke koning onaanvaardbaar en op verzoek van het Engelse parlement landde Willem op 5 november 1688 op Engelse bodem. In 1689 werden Willem en Mary tot koning William III en koningin Mary II gekroond en James VII vluchtte naar Frankrijk (‘The Glorious Revolution’).

Sommige Schotten, de meesten Hooglanders, bleven trouw aan James. Deze zogenaamde Jakobieten kwamen in opstand en op 27 juli 1689 werd een leger van Willem verslagen bij de pas van Killiecrankie. In 1702 volgde koningin Anne Willem op, maar het Engelse parlement was vastbesloten de tronen van Engeland en Schotland verder uit de handen va de Stuarts te houden. Men wendde zich tot keurvorstin Sophie van Hannover, een kleindochter van James VI. De Schotten werd beloofd dat als ze de opvolging door het Hanoveriaanse huis zouden aanvaarden, hen veel belangrijke handelsconcessies zou worden verleend. Er was echter één zeer belangrijke voorwaarde: Engeland en Schotland moesten zich onder één parlement verenigen!
In 1690 werd er nog een wet uitgevaardigd die de Presbyterian Church of Scotland definitief als staatskerk erkende.

Schotland en Engeland samen

In Edinburgh en elders braken opstanden uit maar de oppositie was ernstig verdeeld en op 1 mei 1707 werd het Verdrag van de Unie (Act of the Union) door Schotland en Engeland ondertekend, waarmee het Schotse parlement zichzelf ophief en Schotland als staat ophield te bestaan en Groot-Brittannië een feit was.

Economisch was het voor Schotland een goede zaak omdat Engeland ondertussen was uitgegroeid tot een economische wereldmacht. Voor Engeland was het interessant omdat een potentiële vijand aan de noordgrens kwijt was.
Toch was niet iedereen gecharmeerd van de overeenkomst met de Engelsen en er waren nog verschillende aanhangers van het huis Stuart te vinden. Een daarvan was Charles Edward Stuart, de kleinzoon van de naar Frankrijk gevluchte James II. Hij werd ook wel ‘young pretender’ of ‘Bonnie prince Charlie’ genoemd en hij probeerde in 1745 de Engelse koning George II ten val te brengen, om zodoende zijn vader James Edward Stuart (James VIII) op de Britse troon te krijgen. In het dal van Glenfinnan hees hij op 19 augustus 1745 de standaard van het Huis Stuart en riep zijn vader uit tot koning James VIII van Schotland (tevens James III van Engeland) en zichzelf tot regent.
Op 16 april 1746 werden de jacobieten echter in de Slag bij Culloden verslagen door Engelse troepen onder leiding van de duke of Cumberland. Bonnie Prince Charlie wist uiteindelijk naar Italië te ontsnappen en Cumberland elimineerde alle Schotse verzetshaarden.
Na de Slag bij Culloden werden er voor de Schotse Hooglanden strenge maatregelen afgekondigd. Het was voortaan wettelijk verboden tartan te dragen, doedelzak te spelen en wapens bij zich te hebben. De banden tussen clan en clanhoofd werden verbroken en zouden eigenlijk nooit meer hersteld worden.

Schotland 1745 – 1850

Na de nederlaag veranderde het leven op de Highlands van Schotland zeer ingrijpend. De betekenis van de clans nam af en men stapte van de traditionele veeteelt over op de schapenteelt. Belangrijkste voedsel voor de arme boeren waren aardappelen en na een misoogst emigreerden duizenden Schotten naar Canada, Australië en de Verenigde Staten. Veel Highlanders vertrokken ook naar de grote steden Edinburgh en Glasgow, waar door de komst van nieuwe industrieën werk te vinden was. Deze tijd van ontvolking wordt de Highland Clearances genoemd, die globaal duurde van 1780 tot 1820. Dit was ook de tijd van de zogenaamde Schotse Verlichting, een intellectuele, wetenschappelijke en commerciële bloeiperiode. In de tweede helft van de achttiende eeuw kreeg Schotland te maken met de industrialisatie en was er een enorme opleving van activiteiten in vele bedrijfstakken. Hierdoor veranderde Schotland in de 18e eeuw van een van de armste landen in Europa tot een staat met een redelijke welvaart.
De poëzie van Robert Burns tenslotte en nog meer de historische romans van Sir Walter Scott droegen ertoe bij dat in Schotland het bewustzijn van de nationale identiteit en tradities bewaard bleef.

Schotland vandaag

In 1888 werd de Scottish Labour Party opgericht en in 1928 de National Party of Scotland, ook een linkse partij die zich echter volledig van Engeland wilde afscheiden. Dit ging veel Schotten op dat moment veel te ver en als reactie daarop werd in 1934 de gematigde Scottish National Party opgericht die zelfbestuur binnen het Gemenebest nastreefde. Sinds 1945 is de Labour Party de grootste partij in Schotland. De leider van deze partij, Donald Dewar, werd na de verkiezingen van 6 mei 1999 de premier van het nieuwe, semi-autonome bestuur van Schotland.

Dit mooie resultaat voor Schotland kwam na een lange tijd van ‘devolution’ (decentralisatie) en het streven naar ‘home rule’. In 1707 werd het Schotse parlement samengevoegd met het Engelse. In de 20e eeuw werden er echter weer veel bevoegdheden overgeheveld naar The Scottish Office, het ministerie van het Verenigd Koninkrijk dat belast was met Schotse zaken. De desbetreffende minister was nog steeds wel verantwoording schuldig aan het parlement in Londen.
In de jaren zestig van de vorige eeuw werd er weer veel gepraat over de vraag of er weer een Schots parlement moest komen. Eind jaren zeventig werd er een poging tot verzelfstandiging ondernomen door de Labour-regering, die echter totaal mislukte. Schotland had toen te lijden onder een stakingsgolf en Labour verloor de verkiezingen en kwam pas in 1997 weer terug aan de macht. Labour won door onder andere te beloven dat decentralisatie van de macht naar Schotland centraal zou staan in het nieuwe beleid. In 1996 werd de Schotse kroningssteen, de Stone of Scone, met veel ceremonieel na meer dan 700 jaar teruggegeven aan Schotland.

Op 24 juli 1997 presenteerde de Britse regering een boek getiteld: Scotland’s Parliament. In dit boek werd de instelling van een Schots parlement voorgesteld dat bevoegdheden zou hebben op wetgevend gebied en het recht op het heffen van belastingen. Op 11 september 1997 werd hierover een referendum in Schotland gehouden en bijna driekwart van de Schotten stemde voor de instelling van een parlement. Op 17 december 1997 werden alle wetsvoorstellen (Scotland Bill) die in november 1998 na koninklijke goedkeuring een Act werd. Op 6 mei 1999 werden de eerste verkiezingen voor een Schots parlement gehouden; de Labour Party kreeg 56 van 129 zetels in het parlement, de Scottish National Party (SNP) 35. Labour vormde een coalitie met de gematigde Liberal Democrats, die met 17 zetels als vierde partij eindigden. De Conservatieven wonnen 18 zetels. Op 1 juli van dat jaar kwam het parlement voor het eerst bijeen in Edinburgh.
Of men volledige onafhankelijkheid nastreeft is nog niet helemaal duidelijk, maar het devolutie-streven (zelfbestuur en decentralisatie – ja, afscheiding van Groot-Brittannië – nee) uit de 18e eeuw is nu een feit geworden.

Het Schotse Parlement (The Scottish Parliament) telt 129 zetels, met de volgende partijen:

Scottish National Party (separatistische sociaaldemocraten)
Scottish Labour Party (federalistische sociaaldemocraten)
Scottish Conservative and Unionist Party (unionistische conservatieven)
Scottish Liberal Democrats (federalistische liberalen)
Scottish Green Party (separatistische groenen)
Onafhankelijken

Sinds de verkiezingen van 2011 leidt Alex Salmond van de Scottish National Party een meerderheidskabinet. In september 2014 spreekt de Schotse bevolking zich in een referendum uit dat Schotland binnen het Verenigd Koninkrijk blijft. In 2016 klinkt de roep om onafhankelijkheid weer sterker. De Schotten willen binnen de EU blijven en het Verenigd Koninkrijk heeft per referendum besloten om buiten de EU verder te gaan.

Zie verder ook de geschiedenis van Engeland op Landenweb.

SCHOTLAND LINKS

Advertenties
• Schotland Tui Reizen
• Schotland Vliegtickets.nl
• Vakantiehuizen in Schotland
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Ferry overtochten van en naar Schotland
• Accommodaties Schotland
• Schotland Kras Reizen
• Edinburgh Hotels
• Schotland Vliegtickets WTC
• Autoverhuur Sunny Cars Schotland
• Schotland Campings
• Schotland Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Campersite Schotland (N)
Dwars door Schotland (N)
Lies en Teijes Reiswebsite (N)
Reisfotografie Schotland
Reisinformatie Schotland (N)
Reizendoejezo – Schotland (N)
Romans over Schotland (N)
Rondreis door Schotland (N)
Schotland (N)
Schotland Reisstart (N)
Uitgebreid fotoverslag rondreis Schotland
Worldphotos Schotland
Artikelen en Reisverhalen over SCHOTLAND
  Schotland Fietsvakantie

Bronnen

Berkien, G. / Schotland
Kosmos-Z&K

Berkien, G. / Schotland
ANWB

Larrimore, D. / Schotland
Kosmos-Z&K

Levy, P. / Scotland
Marshall Cavendish

Patitz, A. / Schotland
Van Reemst

Schaff, B. / Schotland
Kok Lyra

Schotland
Cambium

Schotland
Lannoo

Schotland
Michelin Reisuitgaven

Schotland
Van Reemst

Smallman, T. / Scotland
Lonely Planet

Stoks, F.T. / Schotland
Gottmer

Summers, G. / Schotland
Van Reemst

Tschirner, S. / Schotland
ANWB

Wamel, D. van / Schotland en Noord-Engeland
Babylon-De Geus

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt september 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems