Steden MEXICO

MEXICO   

Eerste bewoners

De eerste inwoners van Mexico zijn waarschijnlijk ca. 20.000 jaar v.Chr. het huidige Mexicaanse grondgebied binnengetrokken. Oorspronkelijk kwamen ze uit Siberië en zijn gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien, ca. 40.000 jaar geleden via de landbrug tussen Siberië en Amerika de huidige Beringstraat naar Noord-Amerika getrokken. Deze nomadenstammen leefden van de jacht, de visvangst en het verzamelen van eetbare gewassen. Pas 6.000 jaar v.Chr. werd begonnen met het verbouwen van de grond. De periode van 2000 v.Chr. tot 1521 n.Chr. wordt vaak als volgt ingedeeld:
De preklassieke periode van 2000 v.Chr. tot 200 n.Chr.
De klassieke periode van 200-900 n.Chr.
De postklassieke periode van 900-1521 n.Chr.
De culturen die in die perioden floreerden, hebben elkaar sterk beïnvloed. In de preklassieke periode werden allerlei nieuwe technieken en vaardigheden ontwikkeld, o.a. weven, pottenbakken, irrigatie van het land en het ontwerpen van een schrift en een kalender. Met name door verbeterde landbouwmethoden nam de bevolking snel in aantal toe en ontstonden uit de nederzettingen al snel steden.

Olmeken en Tlatilco-cultuur

Omstreeks 1200 v.Chr. ontwikkelde zich de La Venta-cultuur van de Olmeken. Zij waren de eersten die steen bewerkten en gebruikten voor het maken van grote bouwwerken als ovaalvormige piramiden en grote pleinen. Typisch voor deze cultuur zijn verder de gigantische stenen hoofden. De belangrijkste steden San Lorenzo, La Venta en Tres Zapotes lagen in de vruchtbare kuststreek langs de Golf van Mexico. Hoewel over de Olmeken niet zo heel veel bekend is, worden zij beschouwd als de moedercultuur van Midden-Amerika. Welke taal zij spraken is niet bekend, maar wel dat ze een kalender gebruikten en de jaguargod een belangrijke plaats innam in hun godsdienst. Ook introduceerden zij in dit werelddeel het smeedijzer. Ongeveer 200 jaar v.Chr. werd de rol van de Olmeken in Midden-Amerika overgenomen door enkele andere hoogstaande culturen. Een andere cultuur uit de preklassieke periode was de Tlatilco-cultuur, die zich ontwikkelde op de plaats waar nu Mexico-Stad ligt op de hoogvlakte van Mexico. Op het einde van het preklassieke tijdperk bleven er twee politieke machten over: die van Teotihuacán en van Cuilcuilco. Nadat Cuilcuilco verwoest werd door een lavastroom bleef Teotihuacán over als nieuw machtscentrum en ontwikkelde zich tot een van de grootste en machtigste steden in die tijd. De bloeitijd van deze stad lag rond het jaar 400 toen er meer dan 200.000 bewoners had. Over het algemeen was het zo dat in de klassieke periode van 200 tot 900 n.Chr. de bevolking in groten getale naar de steden trok waar het economische leven zich grotendeels afspeelde. Kenmerkend was dat de meeste macht in handen was van priesters en dat men in staat was om met grote wiskundige en astronomische kennis imposante bouwwerken op te richten. Ook de beeldende kunst stond op een hoog niveau. Belangrijke goden waren de regengod Tlaloc en de god van de schepping Quetzalcóatl. De invloed van Teotihuacán reikte door de handelscontacten zeer ver, van het zuiden van de Verenigde Staten tot de Maya-gebieden van Belize, Guatemala en Honduras.

Zapoteken, Mixteken en Maya's

De Zapoteekse cultuur ontplooide zich van 300 tot 800 in de vallei van Oaxaca. De geschiedenis van dit volk is ook nog vrij onbekend, maar duidelijk is wel dat allerlei kleine vorstendommen zich op een gegeven moment verenigden en dat ook zij maakten bouwwerken van formaat maakten. Het rijk werd bestuurd vanaf de heuvel Monte Albán. Tussen 800 en 1000 werden de Zapoteken verdrongen door de Mixteken met Mitla als belangrijkste stad. De Mixteken stonden bekend om het kunstige bewerken van zilver.
Een beschaving die tegelijkertijd haar hoogtepunt bereikte, was de Maya-cultuur. Zij woonden in de huidige deelstaten Quintana Roo, Yucatán, Chiapas, Tabasco, Campeche en verder nog in het buurstaten Belize, Guatemala en Honduras. De Maya's hadden geen centraal bestuur waardoor iedere stad fungeerde als een zelfstandige staat. Het was een echte standenmaatschappij en de mensen geloofden in reïncarnatie. De oudste gebouwen van de Maya's dateren uit de periode tussen de 4e en de 9e eeuw n.Chr. en allerlei kunstvormen stonden op een hoog niveau. Ook op het gebied van de wiskunde waren de Maya's fenomenaal en hadden bijvoorbeeld een nauwkeuriger kalender dan wij nu hebben. Belangrijke halfmenselijke, halfdierlijke goden waren o.a. Itzamná (schepper en god van de hemel), Chac (regengod), Ix Chel (god van de maan en geboorte) en Ah Puch (god van de dood).

Tolteken

In de postklassieke periode (900-1521) kregen in plaats van de priester-koningen, de militairen het voor het voor het zeggen. Ommuurde steden zijn typisch voor deze periode en Tolteken en met name Azteken waren belangrijke culturen.
De Tolteken van Tollan waren rond 900 eigenlijk de opvolgers van de stadstaat Teotihuacán. Tollan lag ca. 80 kilometer ten noorden van het huidige Mexico-Stad. Om goden tevreden te stellen was het offeren van mensen een belangrijke gebeurtenis in de godsdienst van de Tolteken. Ze gebruikten daar vaak krijgsgevangenen voor en om die te krijgen werd er vaak oorlog gevoerd. Ze breidden hun macht uit naar het schiereiland Yucatán en zuidelijk Mexico en rond het jaar 1000 werden de Maya's onderworpen en de stad Chichén Itzá bezet. Deze stad werd langzaam een militaristische oorlogszuchtige stadstaat en groeide uit tot de belangrijkste stad op het schiereiland Yucatán. De vroegere hoofdstad van de Tolteken, Tolla, werd in 1156 verwoest door de Chichimeken, waarna het rijk van de Tolteken uit elkaar viel.

Azteken

Het centrale hoogland werd na het uiteenvallen van het Tolteken-rijk een strijdplaats om de hegemonie die uiteindelijk gewonnen werd door de Mexica's, beter bekend als de Azteken. De Azteken stelden als beschaving begin 14e eeuw nog niet zoveel voor. In 1325 werd begonnen met de bouw van drijvende tuinen in het meer van Texcoco. In deze tuinen werd voornamelijk maïs verbouwd en later ontstond er midden in het meer een voor die tijd enorme stad, Tenochtitlán, met kanalen, bruggen, paleizen, riolering en een inwoneraantal van ca. 300.000. Net als de Tolteken had hun ongecontroleerde oorlogsdrift een religieuze achtergrond. Zij hadden duizenden krijgsgevangenen nodig die geofferd werden om natuurrampen te voorkomen en hadden alle volkeren in dat deel van Mexico onderworpen. Hoe de Azteken dit alles in nauwelijks honderd jaar tijd voor elkaar gekregen hebben, is nog steeds een raadsel. Ten tijde van de komst van de Spanjaarden in 1519 was de absolute machthebber van de Azteken Montezuma II. De twee belangrijkste goden van het Azteekse rijk waren Huitzilopochtli, de zonnegod, en Tlaloc, de regengod. De god van de schepping, Quetzalcóatl komt net als Tlaloc onder verschillende namen bij verschillende volkeren voor.

Spaanse conquistadores

Het was de Spaanse veroveraar (conquistador) Hernán Cortés die als eerste Europeaan op 21 april 1519 met enkele honderden soldaten voet aan Mexicaanse wal zette, in de buurt van Veracruz. De Azteken bejegenden hem zo vriendschappelijk omdat ze dachten dat Cortés de god Quetzalcóatl was die terugkeerde van zee. Cortés nam Montezuma II echter onverwacht gevangen met behulp van vele duizenden Tlaxcalan-indianen die zo hoopten onder de terreur van de Azteken uit te komen. De Spanjaarden gebruikten Montezuma als gijzelaar, maar de Azteken kwamen toch in opstand. Montezuma probeerde dit te verhinderen maar werd gedood door zijn eigen volk.
De jongere broer van Montezuma, Cuitláhuac, werd de nieuwe leider en hij bracht de Spanjaarden een gevoelige slag toe. Vele Spanjaarden vonden de dood en ze verloren de alle buitgemaakte rijkdommen in een nacht die de geschiedenis in zou gaan als de "noche triste". In 1521 vielen de Spanjaarden weer aan en dolven de Azteken, nu onder leiding van Cuauhtémoc, het onderspit. Er werden duizenden Azteken gedood en ook de hoofdstad Tenochtitlán werd verwoest. Het gebied werd in naam van Karel V tot kolonie uitgeroepen en Nieuw-Spanje genoemd. Op de fundamenten van Tenochtitlán werd een nieuwe stad gebouwd die in Mexico herdoopt werd.
Door dwangarbeid, onderdrukking en nieuwe ziekten als pokken stierven vele indianen en daalde het aantal in de 16e eeuw van ca. 25 miljoen naar ca. 2 miljoen. Enige tijd later nam de Spaanse Kroon de indianen enigszins in bescherming. De dorpen werden erkend als "pueblos de indios" en er was wat grondbezit mogelijk. De indianen moesten daarvoor wel de katholieke leer naleven en belasting betalen. In "Nieuw-Spanje" konden alleen zuivere Spanjaarden, de zogenaamde "peninsulares", hoge ambten bekleden en moesten alle industriële producten uit Spanje betrokken worden en was de uitvoer, sinds de 18de eeuw met name zilver, alleen maar op het moederland gericht. Het grondbezit was geheel in handen van Spanjaarden en van de kerk, die in het openbaar bestuur was geïntegreerd. In 1535 kreeg de nieuwe kolonie de status van onderkoninkrijk.
Dit systeem kon zich eeuwen lang handhaven.

Mexico onafhankelijk

Eind achttiende eeuw begon de gedachte aan onafhankelijkheid vorm aan te nemen. Pas in 1808, na de afzetting van de Bourbons in Spanje, braken de eerste grote opstanden tegen het systeem uit. Op 16 september 1810 ging de legerkapitein Ignacio Allende en priester Miguel Hidalgo y Castillo samen met Creolen, mestiezen en indianen de strijd aan met de Spanjaarden (Grito de Dolores = de schreeuw van Dolores). Hoewel de strijd in 1811 verloren werd, wordt die dag nog steeds herdacht als de dag dat de onafhankelijkheidsstrijd begon.
In 1815 werd het gezag van de Spaanse onderkoning weer hersteld. In 1820 werd er in Spanje een liberale grondwet afgekondigd en dit was het sein voor de Spaanse kolonisten om de onafhankelijkheid uit te roepen. Spanje stuurde een leger onder leiding van generaal Iturbide, die echter overliep naar de opstandelingen. De onafhankelijkheid werd op 17 september 1821 uitgeroepen en Iturbide liet zich als Agustín I tot keizer kronen. In 1822 werd Iturbide alweer ten val gebracht werd door de liberalen onder leiding van Antonio López de Santa Ana.
De bevolking bestond op dat moment voor meer dan 80% uit indianen en mestiezen van Spaans-indiaanse afkomst. Zij raakten min of meer van de regen in de drup want de nieuwe president Santa Ana interesseerde zich niets voor de arme bevolking. Zo verdween al snel de "pueblos de indios", de wetten die de indianen en de boeren een beetje beschermden.
In 1824 werd er een federalistisch-republikeinse grondwet uitgevaardigd nadat de staten van Midden-Amerika zich van Mexico had losgemaakt. In de periode 1821 tot 1857 vonden er zeer veel staatsgrepen plaats als gevolg van tegenstellingen tussen verschillende politieke stromingen, maar ook door militairen die met elkaar wedijverden om de macht. Santa Ana bekleedde in die periode verschillende keren het presidentschap. In 1829 deed Spanje een vergeefse poging om Mexico terug te veroveren en werd Veracruz bezet door de Fransen vanwege een niet-betaalde schuld.

Oorlog met de Verenigde Staten

Onder het bewind van Santa Ana begon de Verenigde Staten een oorlog tegen Mexico. Het zwakke Mexicaanse leger kon niet verhinderen dat Mexico-stad in 1847 door de Amerikanen bezet werd. Eerder (1836) hadden de Mexicanen de staat Texas al verloren en ze werden gedwongen om meer dan de helft van hun grondgebied af te staan, o.a. het huidige California, Midden-Mexico, Arizona en delen van Colorado, Nevada, Kansas, Utah en Oklahoma. Texas sloot zich in 1845 bij de Verenigde Staten aan.
Ondanks deze vernedering lukte het Santa Ana om president te blijven en hij riep zich in 1853 uit als dictator. Hij werd namelijk ondanks alles nog steeds gesteund door conservatieve stromingen in het land en door het leger, de kerk en de grootgrondbezitters. Om hun positie te beschermen was het in hun voordeel om de politieke situatie te houden zoals die was. De liberalen daarentegen pleitten sterk voor een vrije-markteconomie en een scheiding van kerk en staat.

Periode Benito Juárez

In 1855 werd Santa Ana afgezet door de liberalen onder leiding van de Zapoteek-indiaan Benito Juárez. Hij maakte een nieuwe grondwet waarin het recht op gratis onderwijs en de vrijheid van godsdienst en meningsuiting opgenomen waren. Ook de scheiding tussen kerk en staat en, zeer belangrijk voor de bevolking, de herverdeling van het vele land dat de kerk bezat, waren hierin geregeld. De conservatieven kwamen in opstand, maar de drie jaar durende oorlog werd gewonnen door de liberalen.
De burgeroorlog had veel geld gekost en Mexico kon niet meer voldoen aan de financiële verplichtingen t.o.v. Spanje, Engeland en Frankrijk. Deze landen besloten tot een interventie, Spanje en Groot-Brittannië trokken zich terug, toen ze in de gaten kregen dat Frankrijk van plan was een protectoraat van Mexico te maken. In 1863 werd Mexico bezet door Napoleon III en aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk werd door de Fransen aangesteld als keizer van Mexico. Hij was de broer van de Oostenrijkse keizer Franz-Josef. Deze bezetting duurde maar kort want in 1867 werd Maximiliaan verslagen en gefusillerd en Benito Juárez weer president van Mexico.

Mexicaanse burgerrevolutie o.l.v. Emiliano Zapata en Pancho Villa

Na de dood van Juárez in 1872 greep generaal Porfirio Díaz in 1876 de macht en dat bleef zo tot 1911. De arme mensen leden onder het dictatoriale bewind dat op een gegeven moment niet eens meer voor voldoende voedsel, vooral maïs, kon zorgen. Er werden alleen winstgevende exportproducten verbouwd zoals koffie, tabak en suiker. De industrie floreerde wel door een goed aangelegd spoorwegnet en een zich ontwikkelende mijnbouw en olie-industrie. De winsten hieruit verdwenen echter grotendeels naar het buitenland en op den duur was Diaz niet meer in staat het groeiende volksverzet het hoofd te bieden.
In 1911 brak de revolutie uit en de belangrijkste figuren, Francisco Madero, Álvaro Obregón, Venustiano Carranza, Pancho Villa en Emiliano Zapata me zijn leus "tierra y libertad", grond en vrijheid. Díaz werd verdreven en Francisco Madero werd de nieuwe president die echter geen partij was voor de grootgrondbezitters en een zwakke indruk maakte. Pancho Villa en Emiliano Zapata voelden zich bedrogen. Een volgende coup werd gepleegd door Victoriano Huerta die Madero vermoordde, maar in 1914 weer werd verslagen door Carranza, Obrégon, Villa en Zapata anderzijds.
De landhervormingsplannen van Villa en Zapata gingen Caranza en Obrégon veel te ver; zij waren voorstander van een moderne, geïndustrialiseerde samenleving. Met name Zapata bleef echter eisen dat de grootgrondbezitters onteigend moesten worden ten gunste van de kleine boeren, de "capasinos". Carranza was ondertussen de nieuwe leider van Mexico geworden en trok ten strijde tegen zijn vroegere makkers Villa en Zapata. In december trok het leger van Villa en Zapata Mexico-stad binnen.
Carranza en Obrégon kregen echter de kans zich te reorganiseren en Villa en Zapata trokken zich terug waarna Obrégon het leger van Villa op de vlucht joeg. Zapata trok zich terug in de staat Morales en onteigende daar de grootgrondbezitters. Gesteund door de boeren aldaar voerde Zapata een guerilla-oorlog tegen Carranza en Obrégon. In 1917 stelde Carranza een nieuwe grondwet op waarin revolutionaire ideeën werden vastgelegd, o.a. een achturige werkdag en belangrijke landhervormingsvoorstellen.
Aan de burgerrevolutie kwam hierna een einde maar had wel meer dan één miljoen Mexicanen het leven gekost. Toch bleef het ook na de neiuwe grondwet van 1917 zeer onrustig en vond er een machtsstrijd plaats tussen de revolutionairen. Deze strijd kostte veel slachtoffers. Zapata werd op 10 april 1919 in een hinderlaag gelokt en vermoord door het regeringsleger en Villa werd in 1923 vermoord. In 1920 werd president Carranza vermoord. In eerste instantie kwam er na de revolutie weinig terecht van de landhervormingen. Pas onder de regering Obrégon kwam er wat schot in de landbouwhervormingen en de vernieuwing van de sociale wetgeving.

Mexico onder de presidenten Callas, Cárdenas, Alemán, López Mateos en Díaz Ordaz

In 1924 kwam president Callas op een vreedzame manier aan de macht. Hij kwam in conflict met de machtige Mexicaanse kerk door de anti-klerikale bepalingen in de grondwet. Het conflict groeide uit tot een opstand van de zogenaamde "cristeros" die in 1929 werd neergeslagen.
In 1929 werd de Nationale Revolutionaire partij opgericht om alle revolutionaire groepen bij elkaar te brengen. Al snel bleek dat de partij en de overheid op deze manier de macht bij een klein groepje kon houden en werden vakbonden en boerenbonden marionetten van de regering. Na president Calles werd Lázaro Cárdenas in 1934 tot president gekozen. Hij hield zich wel aan zijn woord en begon de grootgrondbezitters te onteigenen. Tot 1940 werden er onder zijn bewind 19 miljoen hectares onteigend, ondanks gewapend verzet van de grootgrondbezitters.
De grond werd verdeeld onder de boerengemeenschappen verdeeld in "ejidos", staatsgronden die gezamenlijk bewerkt werden. Een ander belangrijke beslissing werd ook door hem genomen na een loonconflict tussen de Noord-Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen en de arbeiders. Om uit de impasse te komen nationaliseerde hij in 1937 alle buitenlandse oliemaatschappijen.
In 1942 sloot Mexico zich aan bij de geallieerden en verklaarde de oorlog aan Duitsland, Italië en Japan.
In 1946 werd de naam van de NRP gewijzigd in Institutionele Revolutionaire Partij (PRI: Partido Revolucionario Institucional). Dit gebeurde onder de eerste civiele president van Mexico, Miguel Alemán. Onder hem en zijn partij stond de economische en technologische ontwikkeling van Mexico centraal maar raakte de sociale rechtvaardigheid uit beeld. Deze partij heeft het tot nu toe nog steeds voor het zeggen in Mexico en heeft bijvoorbeeld het gehele overheidsapparaat in handen. De oppositie heeft maar weinig in te brengen. De laatste decennia is de politieke toestand wel wat geliberaliseerd. Zo is er een traditie gegroeid dat een centrum-rechtse president opgevolgd wordt door een centrum-linkse president. Een van die centrum-linkse presidenten was López Mateos die in 1958 aan de macht kwam. Hij richtte zich in zijn beleid weer op de landhervorming en de verdeling van het grootgrondbezit, typische linkse stokpaardjes. De behoudende Díaz Ordaz regeerde van 1964 tot 1970 en hij richtte zich weer meer op de expansie van de industrie.

Studentenopstanden en economische malaise

Op het eind van de jaren zestig begon in sommige sectoren, zowel in als buiten de regeringspartij, de oppositie tegen het bestaande stelsel toe te nemen.
In juli 1968 eisten studenten, kort voor de aanvang van de Olympische Spelen, ingrijpende hervormingen. De demonstraties werden uit elkaar geslagen en meer dan 500 studenten en arbeiders vonden de dood. Veel studenten vluchtten de bergen in om van daaruit een guerrillastrijd te gaan voeren.
In de jaren zeventig, o.a. onder het bewind van Luís Echeverría Álvarez leende Mexico miljarden dollars in het buitenland om de industrie te stimuleren. Met name de olie-industrie zou Mexico moeten redden van de financiële ondergang, die o.a. ontstond als gevolg van de enorme bevolkingsgroei. De olieprijzen daalden echter scherp en Mexico kon zijn schulden niet meer terugbetalen. De inflatie liep torenhoog op, de levensstandaard daalde, de werkloosheid nam toe en geld voor beter onderwijs en gezondheidszorg was er niet meer.
Onder Álvarez werd ook gestreefd naar modernisering van de PRI en naar liberalisering van het politieke systeem, maar de binnenlandse problemen bleven hem achtervolgen. Wat de buitenlandse politiek betrof streefde hij naar een onafhankelijker positie tegenover de Verenigde Staten. De conservatief López Portillo y Pacheco kwam in 1976 aan de macht en probeerde de economische crisis te bestrijden door de stimulering van de particuliere sector en een strak loonbeleid.
Onder López Portillo werden ook de particuliere banken genationaliseerd. De toenemende export van aardolie zorgde eveneens voor economische groei, maar ook de corruptie nam grote vormen aan. Toen er in 1982 weer een economische crisis uitbrak nationaliseerde López Portillo de particuliere banken. De overheid kon op dat moment de buitenlandse schulden niet meer aflossen en probeerde door deze maatregel de overheidscontrole op de economie te versterken.
López Portillo trad in 1982 af en werd opgevolgd door Miguel de la Madrid Hurtado. Hij zocht de oplossing in strikte bezuinigingen, liberalisering van de economie en het privatiseren van staatsondernemingen. Na verkiezingen voor het Congres in 1985 en gouverneursverkiezingen in 1986 voor enkele deelstaten, werd de regering Hurtado beschuldigd van verkiezingsfraude. Op 19 september 1985 werd Mexico-Stad getroffen door een aardbeving die aan ca. 20.000 mensen het leven kostte. Ook hier volgden beschuldigingen van corruptie en nalatigheid, o.a. bij de controle op bouwvergunningen.
Hurtado werd op 1 december 1988 opgevolgd door Carlos Salinas de Gortari. Hij was door de partijleiding van de PRI aangewezen als kandidaat na ernstige interne problemen in die partij. In november 1989 werd de kandidaat van de PAN-partij (Partido Accíon Institucional) gekozen tot gouverneur van de deelstaat Baja California Norte. Voor het eerst in 60 jaar werd een belangrijk ambt bekleed door iemand van de oppositie. Salinas probeerde wat aan de corruptie te doen en er volgden arrestaties van hoge politie-officieren en vakbondsmensen. Na congresverkiezingen werden enkele gouverneurs gedwongen af te treden na beschuldigingen van corruptie.

Deelstaat Chiapas toneel van opstanden en geweld

In de zuidelijke deelstaat Chiapas brak op 1 januari 1992 een opstand uit door gewapende indiaanse boeren. Zij eisten vergaande economische en sociale veranderingen in hun regio. Vanaf mei 1993 werden er regelmatig legerposten overvallen en in januari 1994 werden er enkele steden door guerrillastrijders van het EZLN (Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger), bestaande uit Tzotzil-, Tzeltal-, Tjolabal-, en Chol-indianen, bezet. In maart werden er enkele eisen van de EZLN ingewilligd, maar na fraude bij verkiezingen en het aantreden van een PRI-kandidaat (Eduardo Robledo Rincón) als gouverneur van Chiapas, kwam het EZLN opnieuw in opstand. Het EZLN eiste zijn aftreden maar de inmiddels aangetreden president Zedillo weigerde hierop in te gaan. Niet veel later trad Robledo toch af.
In november 1993 werd er een vrijhandelsakkoord gesloten met de Verenigde Staten en Canada, de NAFTA (North American Free Trade Agreement).
In maart 1994 werd de presidentskandidaat van de PRI, Luís Donaldo Colosio, vermoord. Eind dat jaar werd ook de secretaris-genaraal van de PRI, José Francísco Ruiz Massiau, vermoord.
De presidentsverkiezingen van augustus 1994 waren ondertussen gewonnen door de PRI-kandidaat Ernesto Zedillo, maar hadden een sterk frauduleus karakter. Zedillo beloofde dat de democratisering en de hervorming van het justitiële apparaat zou worden voortgezet. Bij de gelijktijdig gehouden parlementsverkiezingen leed de PRI een nederlaag en verloor 24 zetels in het Huis van Afgevaardigden. Ook kwam er voor het eerst oppositie in de Senaat. Door de voortdurende problemen in Chiapas kreeg de economie klappen te verwerken en was Zedillo genoodzaakt een economisch noodprogramma af te kondigen.
Bij deelstaat- en gemeenteraadsverkiezingen leed de PRI forse nederlagen, maar zij behield in 28 van de 32 deelstaten en in 85% van de gemeenteraden de macht.
In maart 1995 maakte het Amerikaanse drugsbestrijdingsagentschap DEA bekend te beschikken over bewijzen dat oud-president Carlos Salinas op vele bankrekeningen in negen verschillende landen 500 miljoen dollar had staan. Dit vermogen zou bestaan uit smeergelden van de cocaïnemafia.
Onder druk van de boerenopstand en de peso-crisis bereikte president Zedillo in januari 1995 een akkoord met de drie grootste oppositiepartijen over democratische hervormingen. Als gevolg van de peso-crisis maakte Mexico in 1995 de zwaarste depressie mee in zijn geschiedenis. De Verenigde Staten (Clinton) droegen met een reddingsplan ruim 12 miljard dollar bij. In maart 1996 werd Raúl Salinas, de broer van de vroegere president Salinas, officieel in staat van beschuldiging gesteld voor de moord op Colosio.
Bij gemeenteraadsverkiezingen in november 1996 leed de PRI in verschillende deelstaten grote nederlagen, met nam in de belangrijke deelstaat Mexico. Bij de parlementsverkiezingen van juli 1997 verloor de PRI voor het eerst in haar 70-jarig bestaan de absolute meerderheid ten gunste van de sociaal-democratische PRD. In december 1997 opnieuw veel geweld in de deelstaat Chiapas toen 45 ongewapende Indianen in het dorp Acteal door een paramilitaire organisatie werden gedood. Later bleek dat de wapens en de uniformen waren hun verstrekt door de PRI-gouverneur van de regio. Als gevolg van deze moordpartij en het vastlopen van de onderhandelingen met de indianen van Chiapas werd in januari 1998 de minister van Binnenlandse Zaken Emilio Chuayffet ontslagen.
In 1999 werd het aantal militairen in Chiapas opgevoerd tot meer dan 60.000. De schending van mensenrechten oogstte veel kritiek, o.a. van de speciale rapporteur voor mensenrechten van de Verenigde Naties, Mary Robinson. Deelstaatverkiezingen lieten een herstel zien van de PRI, maar begin juli 2000 werden de presidentsverkiezingen verrassend gewonnen door Vicente Fox Quesada van de PAN die een regeringsteam van vooral technocraten en industriëlen samenstelde. Hiermee kwam een eind aan de 70-jarige regeringsperiode van de PRI, de langst regerende partij ter wereld. Sinds 1 december 2000 is Quesada in functie.

De verkiezingen van juli 2006 zijn onduidelijk verlopen twee kandidaten claimen de winst. Na twee maanden getouwtrek over de uitslag kende het Kiestribunaal de overwinning in de verkiezingen toe aan Calderón, die 230 duizend stemmen meer haalde dan López Obrador. De laatste blijft echter volhouden dat hem door fraude de zege is afgenomen. Nog voordat Calderón op 1 december officieel de macht overneemt van de vertrekkende president Fox, wordt López Obrador als alternatief president ingehuldigd. In de jaren 2007 en 2008 maakt Calderon de oorlog tegen de drugs speerpunt van zijn beleid. In april 2009 worden de scholen gesloten vanwege de uitbraak van de Mexicaanse griep. In juli maakt de oppositie veel terrein goed bij de verkiezingen voor het congres en wint 48% van de stemmen. In december 2009 maakt de regering bekend dat het aantal doden als gevolg van de drugsoorlog 6500 is. In maart 2010 roept Calderon de VS op verantwoording te delen om het drugsverkeer tegen te gaan. In december 2012 wordt Enrique Pena Nieto de nieuwe president van Mexico. Miguel Angel Trevino Morales van het Zetas drugskartel wordt in juli 2013 gearresteerd. In 2014 gaat de strijd tegen de kartels door, met als dieptepunt de verdwijning van 43 studenten in november. In juni 2015 verliest de regeringspartij een aantal zetels maar behoudt de meerderheid bij de verkiezingen. Top drugs baas Joaquin "El Capo" Guzman ontsnapt uit de gevangenis maar wordt in januari 2016 weer opgepakt. In februari 2016 bezoekt paus Franciscus Mexico. Hij spreekt de Mexicanen toe om hun strijd tegen drugs, geweld en corruptie niet op te geven.


MEXICO LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Mexico
• Vakantie Mexico
• Mexico
• Rondreis Mexico
• Mexico rondreizen met kinderen
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Mexico Zonvakanties WTC
• Mexico Sawadee Reizen
• Mexico Hotels
• Mexico Vliegtickets Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Mexico
• Eliza was here

Nuttige links

Duiken, reizen, dieren, landschap, info, foto's Mexico(N)
Mexico 2Link België (N)
Mexico Favorietje (N)
Mexico Foto's
Mexico Foto's (2)
Mexico Reisforum (N)
Mexico Reisfoto's
Mexico Reislocaties (N)
Mexico Reisstart (N+E)
Mexico Startbelgië (N)
Mexico Verzamelgids (N)
Reisinformatie Mexico (N)
Reisverslag Mexico (N)
Reizendoejezo - Mexico (N)
Romans over Mexico (N)
Artikelen en Reisverhalen over MEXICO
  Mexico en Belize  Yucatan
  Xcaret  Op vakantie naar Mexico
  rondreis MH

Bronnen

Daling, T. / Mexico : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu
Koninklijk Instituut voor de Tropen / Novib

Dunlop, F. / Mexico
Van Reemst,

Mexico
Cambium

Rokebrand, R. / Mexico
Gottmer/Becht

Rummel, J. / Mexico
Chelsea House Publishers

Wagenvoort, E. / Reishandboek Mexico
Elmar

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt October 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems