Populaire bestemmingen CANADA

ALBERTA   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Alberta vóór de komst van de Europeanen

Wat vandaag de dag de Canadese provincie Alberta is, heeft een geschiedenis die duizenden jaren teruggaat tot in de prehistorie. Geschreven bronnen zijn helaas pas beschikbaar sinds de komst van de Europeanen in de 18e eeuw.
De voorouders van de huidige First Nations (oorspronkelijke indianenbevolking) leefden al minstens 8000 jaar v.Chr. in Alberta. Zuidelijke stammen, over het algemeen prairie-indianen zoals de Blackfeet die bestond uit vier verschillende stammen: de Pikuni of Piegan, de noordelijke Pikuni, de Siksika en de Blood of Kainai indianen, woonden in het grensgebied van Noord-Montana en Zuid-Alberta. Meer noordelijke stammen, zoals de Woodland Cree en de Chipewyan leefden in bosrijke gebieden.
In een veel latere periode mengden deze oorspronkelijke bewoners zich met Franse pelshandelaars en creëerden zo een nieuwe cultuur, die van de mestiezen. Mestiezen woonden eerst vooral ten oosten van Alberta, maar opgejaagd door Europese blanke kolonisten, vestigden veel mestiezen zich in Alberta.
Men denkt dat in de periode 950-1250 de grote prairiegebieden ontvolkt raakten door een periode van droogte. Na deze droge periode raakten de prairies weer bevolkt, nu met stammen uit geheel Noord-Amerika, onder andere Comanches, Shoshones, Sioux, Assiniboine en Crow. Naast veelvuldige stammenoorlogen ontstonden er ook periodes van samenwerking tussen deze stammen in semi-permanente allianties.

Bonthandelaar eind 19e eeuw in Fort Chipewyan, Alberta Foto:Publiek domein

Alberta ná de komst van de Europeanen

De eerste Europeaan die Alberta bereikte was waarschijnlijk een Fransman zoals Pierre la Vérendrye of een van zijn zonen. La Vérendrye bereikte voornamelijk via een stelsel van rivieren de huidige buurprovincie Manitoba in 1730, stichtte daar forten en onderhandelde in hoogst eigen persoon met de indianen over de pelshandel. Rond 1750 werden de beste pelzen door La Vérendrye verhandeld buiten de Hudson's Bay Company (oudste bedrijf van Canada) om, een in 1670 in Londen opgericht bedrijf dat eeuwenlang de pelshandel in Brits Noord-Amerika domineerde op de rivieren die uitkwamen op de Hudsonbaai.

Pierre Gaultier de Varennes, sieur de La Vérendrye (1685-1749) Foto:Jean Gagnon

De eerste geschreven bron waar het huidige Alberta in voorkomt was van de hand van de pelshandelaar Anthony Henday, die zich in 1754-55 in het gebied rond Edmonton en Red Deer bevond. Andere belangrijke vroege ontdekkers van Alberta waren Peter Fidler, David Thompson, Peter Pond, Alexander MacKenzie en George Simpson. De eerste Europese nederzetting, Fort Chipewyan, werd in 1788 gesticht door Alexander MacKenzie. Deze 'eer' wordt trouwens betwist door het eveneens in 1788 opgerichte Fort Vermilion.

Alexander MacKenzie (1764-1820), ontdekkingsreiziger Alberta Foto:Publiek domein

De vroegste geschiedenis van Alberta is dus nauw verbonden met de pelshandel en de eerste confrontatie was tussen Franse en Engelse pelshandelaars, die het karakter had van een onvervalste pelzenoorlog. Centraal- en Zuid-Alberta, het zogenaamde Rupert's Land, werden in 1670 volledig geclaimd door de Hudson's Bay Company. Rupert's Land was een enorm gebied, ongeveer een derde van het huidige Canada. Dit monopolie werd betwist door een Franse handelsorganisatie uit Montreal, 'Coureurs des Bois', maar na de Slag om Quebec in 1759 tijdens de Zevenjarige Oorlog tussen de Engelsen en de Fransen kreeg de Hudson's Bay Company het monopolie op de pelshandel en kon dit ongelimiteerd uitbreiden en in stand houden. Frankrijk was na 'Quebec' definitief verslagen en bij de Vrede van Parijs in 1763 werden de Fransen min of meer gedwongen om al hun bezittingen in Canada af te staan aan de Engelsen, en het door de Engelse gecontroleerde gebid kree denaam Brits Noord-Amerika. In de jaren na 1770 kwam er weer concurrentie voor de Hudson's Bay Company via de North West Company, een privé-onderneming die zich vooral richtte op de rivieren en wateren die niet uitkwamen in de Hudsonbaai, maar bijvoorbeeld in de Pacific. Veel van de huidige steden in Alberta zijn ooit begonnen als een handelsnederzetting van de Hudson's Bay Company of de North West Company.
In 1821 fuseerde de Hudson's Bay Company nog met de North West Company, maar al in 1870 werd de monopoliepositie van het nieuwe bedrijf verboden en kon elk bedrijf zich op de pelzenmarkt begeven. Door de Rupert's Land Act van 1868 werd Rupert's Land en North-Western Territory op 15 juli 1870 overgedragen aan de Dominion of Canada en heette voortaan Northwest Territories. De Dominion of Canada werd sinds 1 juli 1867 gevormd door drie Brits-Noord-Amerikaanse provincies: de Province of Canada, gesplitst in de provincies Ontario en Quebec, en de kolonies New Brunswick en Nova Scotia. In 1870 kwam daar ook nog de provincie Manitoba bij, in 1871 British Columbia en in 1873 Prince Edward Island.

Provincies Dominion of Canada in de periode 1867-1870 Foto:Publiek domein

De economische strijd liep ongeveer parallel met de godsdienstige strijd tussen rivaliserende kerken, waaronder de rooms-katholieke kerk, methodisten, de Anglican Church of Canada en verschillende andere protestantse denominaties, die de indiaanse bevolking voor zich probeerden te winnen. De eerste rooms-katholieke missionaris, Jean-Baptiste Thibault, arriveerde in 1842 in Lac Saint Anne, Alberta, en stichtte daar de eerste permanente rooms-katholieke zendingspost. De methodist Robert Bundle stichtte een zendingspost in 1847.
Het jaar 1867 was het jaar van de geboorte van Canada: in de British North America Act worden de kolonies New Brunswick, Nova Scotia, Ontario en Québec uitgeroepen tot Dominion of Canada. Het gebied van het huidige Alberta werd in 1870 toegevoegd aan de Dominion of Canada met als doel om er een door blanken georganiseerd en geleid landbouwgebied van te maken. Hiervoor onderhandelde de Canadese regering via de zogenaamde 'Numbered Treaties' met verschillende indianenstammen. De indianen werd land aangeboden in ruil voor het overdragen van alle claims op grote stukken ander land. In dezelfde tijd kwamen door de tanende macht van Hudson's Bay Company Amerikaanse whiskyhandelaren en jagers naar Zuid-Alberta, met als gevolg een ontwrichting van de inheemse indiaanse manier van leven. Dit leidde in 1873 onder andere tot de Cypress Hills Massacre in het huidige Saskatchewan, waarbij 23 Nakota-indianen vermoord werden door een groep Amerikaanse bison- en wolvenjagers. In deze tijd werd ook de whisky geïntroduceerd bij de indianen en blanke jagers schoten massa's bizons, de belangrijkste voedselbron voor de prairie-indianen. Ook leden de indianen onder meegebrachte ziektes door de Europeanen en het uitbreken van oorlogen tussen indianenstammen was schering en inslag. Dit culmineerde in 1870 in de Slag bij Belly River tussen de Blackfeet Confederatie en de Cree-indianen. Later zou blijken dat het de laatste grote slag tussen indianen onderling was geweest op Canadees grondgebied.

Om de rust te herstellen richtte de regering in 1873 de North-West Mounted Police op, de 'mounties', in 1904 verder onder naam Royal Northwest Mounted Police en na een fusie met de Dominion Police de huidige Royal Canadian Mounted Police. In juli 1874 trokken 275 mounties richting Alberta, de legendarische 'March West'. Bij het meest westelijke punt aangekomen werd er een nieuw hoofdkwartier opgezet in Fort MacLeod, in 1875 werd Fort Walsh opgericht in de Cypress Hills en verder nog Fort Calgary, een politiepost ter bestrijding van de illegale whiskyhandel, waaruit later de voor Alberta belangrijke stad Calgary ontstond. Op dit moment is de Royal Canadian Mounted Police zo'n 15.000 man sterk.

Royal Canadian Mounted Police, Alberta Foto:Publiek domein

Toen de bizon langzamerhand uit beeld verdween in West-Canada, werd die plaats al snel ingenomen door grote veeranches, die daar uitermate geschikt voor waren in deze prairieomgeving. In Alberta werd in 1876 de eerste kudde koeien door de zwarte Amerikaanse cowboy John Ware binnengebracht, maar de hele vee- en vleesindustrie was in handen van enkele machtige mannen als Patrick Burns, die ook nog een periode senator was in het parlement van Alberta.

John Ware (ca. 1845-1905) met zijn familie, Alberta Foto:Publiek domein

Patrick Burns (1856-1937) Foto:Publiek domein

In 1882 werd het District of Alberta, vernoemd naar prinses Louise Caroline Alberta, vierde dochter van de Britse koningin Victoria en vrouw van de Markies van Lorne, die op dat moment gouverneur-generaal van Canada was, gecreëerd als een onderdeel van de Northwest Territories.
Ondertussen was de Canadian Pacific Railway spoorlijnen aan het realiseren richting de Pacific, en in 1885 werd de Trans-Canadian Railway voltooid. Eveneens in 1885 brak in wat nu Saskatchewan en Alberta is, de North-West Rebellion uit tussen mestiezen en indianen aan de ene kant en Canadese regeringstroepen aan de andere kant. De opstandelingen verloren de strijd uiteindelijk en hun leider Louis Riel werd gevangen genomen. Na deze strijd trokken er steeds meer kolonisten richting Alberta, onder andere 600.000 Amerikanen rond 1890. Om nog meer kolonisten aan te trekken begon men zefs in Europa te adverteren, en onder andere grote groepen Duitsers, Oekraïeners en Scandinaviërs trokken naar Canada en Alberta.

Canadese provincies en territories in de periode 1881-1886 Foto:Golbez

Rond het begin van de 20e eeuw was Alberta nog steed maar een district van de North-West Territories, maar lokale leiders lobbyden fanatiek voor een provinciale status. Maar ook de premier van de Territories, Frederick Haultain, was sterk voor een provinciale verdeling van het Westen, hij opteerde echter voor één grote provincie, genaamd Buffalo. De Canadese premier op dat moment, Wilfrid Laurier, wilde dat niet omdat een Buffalo-achtige provincie een te grote concurrent voor Ontario en Quebec zou worden. Hij stelde een twee-provincies plan voor en dat zou het uiteindelijk ook worden: op 1 september 1905 werden Alberta, met als hoofdstad Edmonton, en Saskatchewan volwaardige Canadese provincies. De eerste premier van Alberta zou de liberale Alexander Rutherford worden, hij leidde de provincie van 1905 tot 1910, de liberalen bleven tot 1921 aan de macht. De nieuwe provincie had aan het begin van de 20e eeuw 78.000 inwoners, maar het gebied ontbeerde infrastructuur, scholen en medische voorzieningen. Bovendien had Ottawa de controle over de natuurlijke hulpbronnen tot 1930, waardoor de economische ontwikkeling van de provincie ernstig beknot werd. Dit zou nog tot ver en in de 20e eeuw problemen opleveren tussen de regering van Alberta en de nationale regering in Ottawa. Ondertussen was Calgary not amused dat Edmonton tot hoofdstad van de nieuwe provnicie was uitgeroepen, en werd helemaal laaiend toen de University of Alberta aan Strathcona gegeven werd, een buitenwijk die in 1912 door Edmonton geannexeerd werd.

Alexander Cameron Rutherford (1857-1941), eerste premier van Alberta, Canada Foto:Victor Albert Long

Aangetrokken door goedkope grond en hoge tarweprijzen migreerden steeds meer mensen naar de nieuwe provincie, in 1914 was het inwoneraantal al gestegen naar 470.000. Belangrijke provinciale politieke partijen werden in die tijd de 'landbouw'partijen United Farmers of Alberta (UFA) en de Progressive Party of Canada, een landelijke partij. John E. Brownlee leidde de UFA na de verkiezingen in 1926 en 1930 naar een meerderheid in het provinciale parlement en kreeg het in 1930 voor elkaar dat de controle over de natuurlijke hulpbronnen van de centrale overheid naar de provinciale overheid overgeheveld werd. Na een privé-schandaal en economische tegenslag, onder andere door kelderende tarweprijzen, verdween de UFA in 1934 van het politieke toneel.
John Lineham (1861-1913), West-Canada's eerste olieman, richtte in februari 1901 samen met George Leeson en ingenieur Allan Patrick de Rocky Mountain Development Company op. Zij waren ervan overtuigd dat er met olie geld te verdienen was en begonnen later dat jaar met het boren naar olie in de buurt van Cameron Lake, nu gelegen in het Waterton Lakes National Park. Het trio slaagde er in om maximaal ca. 300 vaten per dag naar boven te halen, maar in 1904 droogde deze oliebron al op.

Athabasca Tar Sands rond 1900 Foto:Publiek domein

In 1914 werd er weer olie gevonden in Alberta, nu ten zuiden van Calgary in Turner Valley, op een diepte van ca. 900 meter. Turner Valley bleef lange tijd de grootste gas- en olieproducent van het Britse Rijk, bracht nog niet zoveel inkomsten op maar had wel een positieve invloed op de ontwikkeling van Calgary, dat tot dan toe vooral het centrum van de vleesindustrie in Canada was geweest e niet voor niets de bijnaam 'cowtown' had. Het duurde tot de opening van een groot olieveld bij Leduc, zo'n 20 km ten zuiden van Edmonton, vooraleer olie echt van belang werd voor de economie van Alberta en Canada. In 1948 werd er olie geproduceerd bij Redwater, in 1956 het grootste veld tot dan toe, Pembina Field, ten westen van Edmonton. Andere velden werden ontdekt ten oosten van Grande Prairie n in centraal Alberta. In 1991 produceerden de velden van Alberta 81% van alle ruwe olie in Canada, vanaf dat moment daalden echter de gewonnen hoeveeldheden gestaag. De exploratie van olie leidde ook tot de ontdekking van grote gasvelden, onder andere bij Picher Creek in het zuidoosten en bij Medicine Hat in het noordwesten van Alberta.
Het teerzand in de vallei van de Athabasca-rivier ten noorden van Fort McMurray in het noordoosten van Alberta, bevat een enorme hoeveelheid olie, na Saudi-Arabië de grootste hoeveelheid ter wereld. De eerste oliefabriek die de olie uit het teerzand haalde werd geopend in 1967, de tweede in 1978. In 1991 produceerden de fabrieken samen 100 miljoen vaten olie.
Politiek belangrijk voor Alberta was de oprichting in 1932 van de Social Credit Movement onder leiding van William Aberhart, 'Bible Bill', die in 1935 een politieke partij, de Social Credit Party. De fundamentalistische, godvrezende Aberhart verketterde de moderne materialistische wereld en wilde iedereen laten profiteren van de toenemende koopkracht. Om dit te bereiken wilde Aberhart elke man en vrouw 25 dollar per maand schenken in de vorm van een zogenaamd 'social credit'. Bijna iedereen was tegen dit idee, dat uiteindelijk ook nooit uitgevoerd zou worden, maar het was niet verwonderlijk dat Aberthart's Social Credit Party in de parlementsverkiezingen van 1935 veruit de meerderhed behaalde. De Social Credit Party bleef tot 1971 aan de macht en won liefst negen verkiezingen achter elkaar. Aberhart was van 1935 tot 1943 de zevende premier van Alberta.

William Aberhart (1878-1943), zevende premier van Alberta Foto:Publiek domein

Aberthart werd in 1943 opgevolgd door zijn leerling Ernest C. Manning, en de onder hem bleef de Social Credit Party tot 1968 aan de macht.
Halverweg de jaren tachtig van de vorige eeuw werd de Social Credit Party door de zoon van Manning, Preston Manning, omgevormd tot de Reform Party of Canada.

De bijdrage van Alberta aan de Tweede Wereldoorlog was substantieel. In Alberta zelf werden krijgsgevangen- en interneringskampen opgericht in Lethbridge, Medicine Hat, Wainwright en Kananaskis Country. Bovendien lagen er in Alberta naast een aantal militaire trainingsfaciliteiten een groot aantal vliegvelden van het 'British Commonwealth Air Training Plan'. Vele duizenden mannen, en later ook vrouwen, namen vrijwillig dienst in de Royal Canadian Navy, de Royal Canadian Air Force en de Canadian Army en onderdelen van het leger als de Loyal Edmonton Regiment, de Calgary (Tank) Regiment en de Calgary Highlanders streden voor de vrijhed in Europa.
In 1942 werden veel Japanners uit British Columbia, Alberta had zelf populaties Japanners in Raymond en Hardieville, naar interneringskampen in Zuid-Alberta gestuurd. De bedoeling was dat deze Japanners na de oorlog zouden emigreren naar Japan, maar daar kwam niet veel van terecht en op dit moment zijn de Japanners volledig geassimileerd in de bevolking van Alberta.

Belangrijk voor de ontsluiting van alle Canadese provincies was de voltooiing in 1962 van de Trans-Canada Highway. In 1971 maakten de conservatieven van Peter Lougheed's Progressive Conservative Association of Alberta, vaak Progressive Consevative Party of Alberta genoemd, een eind aan het decennia-lange bestuur van de Social Credit Party en leverden sindsdien de premier van Alberta: Peter Lougheed (1971-1985), Don Getty (1985-1992), Ralph Klein (1992-2006), Ed Stelmach (2006-2011), Alison Redford (2011-2014), Dave Hancock (2014) en Jim Prentice (2014-....), sinds 15 september 2014 de 16e premier van Alberta. De Progressive Conservative Association of Alberta is op provinciaal bestuursniveau op dit moment de langstzittende partij in de geschiedenis van Canada.

Jim Prentice, 16e premier van Alberta Foto:Dave Cournoyer

Belangrijk voor het toerisme en de economie van Alberta was de organisatie van de 15e Olympische Winterspelen van Calgary in 1988.

Logo van de Olympische Winterspelen in 1988 op nummerplaat Foto:https://c1.staticflickr.com/3/2053/2077880656_f982efea0e_b.jpg

In juni 2013 werd Alberta na een periode van zware regenval getroffen door verwoestende overstromingen en modderstromen, rivieren zoals de Bow, Elbow, Highwood en Oldman traden buiten hun oevers. Tienduizenden 'Albertans', vooral in en rond Calgary, waren genoodzaakt om hun huizen te verlaten. Wegen en bruggen spoelden weg in het zuiden van Alberta, de Trans-Canada Highway werd afgesloten en de dorpen Banff en Canmore waren van de buitenwereld afgesloten.

Op 9 augustus 2014 werd een gebied 75 km van de plaats Sylvan Lake, in de buurt van Red Deer en precies halverwege Edmonton en Calgary, getroffen door een aardbeving met een kracht van 4.3 op de Schaal van Richter. De vorige goed merkbare aardbeving (3.6 op de Schaal van Richter) dateerde alweer van 12 november 2007 in de buurt van Spuce Grove, net ten westen van Edmonton. De zwaarste aardbeving van de laatste 40 jaar, 4.8 op de Schaal van Richter, was op 14 mei 1978, ten zuidwesten van Jasper. Tussen 1918 en 2009 werden er in Alberta 819 aardbevingen gesignaleerd, die echter nauwelijks schade en geen slachtoffers opleverden.

Alberta werd in juni 2013 geteisterd door overstromingen Foto:Ryan L. C. Quan

Begin januari 2015 maakte premier Jim Prentice bekend dat door de kelderende olieprijzen vanaf november 2014, het verwachte begrotingsoverschot van 1,5 miljard Canadese dollar in 2015 zou dalen naar een begrotingstekort van 500 miljoen dollar. Sinds de zomer van 2014 was de prijs van een vat olie gedaald van 100 Amerikaanse dollars naar 50 dollars begin januari 2015. In 2019 zijn er klimaatprotesten van vooral jongeren tegen wat zij n oemen het doorgeschoten belang van olie voor Alberta.

Zie verder ook de geschiedenis van Canada op Landenweb.

ALBERTA LINKS

Advertenties
• Travelworld Canada
• Alberta Vliegtickets.nl
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Canada Vliegtickets WTC
• Alberta Hotels
• Edminton Vliegtickets Tix.nl

Nuttige links

Alberta Fotoreisverhaal
Startpagina Alberta (N+E)
Schrijf uw artikel over ALBERTA

Bronnen

Canada
Cambium

Canada
Lonely Planet

Hempstead, Andrew / Calgary
Avalon Travel

Hempstead, Andrew / Edmonton & Northern Alberta
Avalon Travel

Pashby, Christie / Frommer's Alberta
Wiley

Struijk, Aad / West-Canada
Elmar

Teuschl, Karl / Canada-West : Rocky Mountains, Vancouver
Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum BV

Veldt, Marc / Canada
Gottmer/Becht

Wagner, Heike / West- Canada
Lannoo

Wikipedia

www.landenweb.nl/canada

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2020
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems