Steden BULGARIJE

BULGARIJE   

Prehistorie en oudheid

Magura Grottekeningen Bulgarije Foto:Nk

Archeologische vondsten hebben aangetoond dat er 50.000 tot 100.000 jaar geleden al mensen in Bulgarije gewoond moeten hebben. Ze leefden in grotten in de lager gelegen delen van Bulgarije. Ook resten van duizenden jaren oude nederzettingen zijn gevonden. De mensen uit die tijd leefden van de jacht, de visserij en het verzamelen van kruiden en wortelen.
Bulgarije werd in de oudheid bewoond door Thraciërs, die in de 1ste eeuw v.C. door de Romeinen werden onderworpen. Vanaf ca. 300 v.C. hadden zij zich vermengd met de binnengevallen Kelten. In het algemeen kan gesteld worden dat de Romeinen er nooit in geslaagd zijn het hele gebied rondom de Zwarte Zee ( Pontus Euxinus) te veroveren. Onder keizer Claudius rukten de Romeinen op richting de Donau, maar stopten daar met hun veroveringen. Het gebied tussen de Donau en het Balkan-gebergte werd de Romeinse provincie Moesia. In de meest oostelijke Donaustad Silistra (Durostorum) was het hoofdkwartier van het 11e legioen gevestigd.

Middeleeuwen; Eerste en Tweede Tsarenrijk

Boris I Bulgarije Doop Foto:Publiek domein

Na de verovering door Claudius ontwikkelde Thracië zich voorspoedig, met name in de handelssteden als Ulpia Serdina (nu: hoofdstad Sofia), Trimontium (nu: Plovdiv) en Augusta Traiana (Stara Zagora). Op het platteland hadden de Romeinen het moeilijker door voortdurende aanvallen op hun troepen. In 476 viel het West-Romeinse rijk en begonnen de tot rond 1500 durende Middeleeuwen. Vanaf de 3e eeuw, de tijd van de grote volksverhuizingen, werd het gebied ten westen van de Zwarte Zee binnengevallen door de Hunnen en de Visigoten. Na deze volkeren trokken rond de 5e eeuw Slavische stammen de Donau over. Uiteindelijk ging de Thracische cultuur volledig op in de Slavische cultuur.
Tussen de 5e en de 7e eeuw trokken de Bulgaren, Turks-Mongoolse nomadenstammen, Bulgarije binnen. Dit leverde uiteraard veel strijd op, zowel onderling als met de Slavische stammen. In 681 echter schaarden de meeste stamhoofden zich achter koning Kan Asparuh en begon het eerste Bulgaarse tsarenrijk dat tot 1018 zou duren. De belangrijkste tsaar uit die tijd was Boris I, die tot 889 regeerde. Hij voerde het Slavische (Cyrillische) alfabet in en het christendom werd aanvaard als staatsgodsdienst. Hij werd opgevolgd door tsaar Simeon de Grote, die het grondgebied van Bulgarije aanzienlijk uitbreidde en in de 10e eeuw besloeg het rijk grote delen van voormalig Joegoslavië, Albanië en het noorden van Griekenland. De eerste hoofdstad was Pliska, in 893 opgevolgd door Preslav. Onder tsaar Petar kwam het tot een volksopstand o.a. als gevolg van het sterk feodale systeem dat het gewone volk onder de duim moest houden.
Dit betekende het begin van het einde van het eerste tsarenrijk dat uiteen zou vallen in een oostelijk en westelijk deel, Macedonië. Macedonië werd een zelfstandig rijk onder tsaar Samuel en het oostelijk deel werd in 972 een deel van Byzantium. In 1018, onder de Byzantijnse keizer Basilius II, kwam Bulgarije geheel onder Byzantijns bestuur. De ene na de andere opstand volgde, maar pas in 1185 slaagde men erin zich van de Byzantijnen te ontdoen. Een vurig gewenst Groot-Bulgarije zat er echter nooit meer in, daarvoor waren de omringende rijken te sterk.
In 1187 werd het tweede Bulgaarse rijk uitgeroepen met Târnovo als hoofdstad. Onder tsaar Kalojan slaagde men erin om wat gebieden van de Byzantijnen te heroveren. De Byzantijnen eisten hun grondgebieden terug maar verloren in 1205 de slag bij Adrianopolis. Korte tijd later werd de gevierde Kalojan vermoord door ontevreden bojaren (adellijke grootgrondbezitters). Ook tijdens de heerschappij van tsaar Ivan Assen II breidde het Bulgaarse gebied zich uit en floreerden handel en cultuur. Na Ivan was het echter weer snel afgelopen met de voorspoed door onderlinge twisten tussen bojaren en boeren waardoor het tweede Bulgaarse rijk in verval raakte. Van 1323 tot 1396 volgde nog een opleving maar de daarop volgende Turkse overheersing zorgde voor donkere tijden. Halverwege de 14e eeuw hadden de Bulgaren al veel te lijden onder aanvallen van de Mongolen en eind 14e eeuw werd geheel Bulgarije door het Ottomaanse rijk veroverd o.a. na de verloren slag bij Nikopolis.

Turkse overheersing

Levski Bulgarije Foto:Publiek domein

Bulgarije werd aanvankelijk bestuurd door een stadhouder maar sinds de 16de eeuw heersten de provinciale bestuurders, de pasja's, oppermachtig en oefenden een wreed en corrupt regime uit. De bevolking had behalve onder de zware onderdrukking door de Turken te lijden onder het machtsmisbruik van de gehelleniseerde hoge geestelijkheid. De ontwikkelingen elders in Europa onder invloed van de Renaissance, gingen volledig aan Bulgarije voorbij en men bleef als het ware in de middeleeuwen steken. Ook de Verlichting in de 18e eeuw en de industriële revolutie gingen aan Bulgarije voorbij. De meeste adel bekeerde zich tot de islam, alleen het gewone volk bleef trouw aan het Grieks- Byzantijnse geloof ondanks vervolging en onderdrukking.
Het Bulgaarse nationalisme ontwikkelde zich pas goed in de 19e eeuw. In de jaren dertig van die eeuw ontstonden overal revolutionaire comités die uiteindelijk samengingen in de Binnenlandse Revolutionaire Organisatie (BRO) onder leiding van Vasil Kântschew (bijnaam: Levski), die in 1873 door de Turken opgehangen werd. Op 20 april 1876 kwam het tot een nationale opstand tegen de Turken, die aanleiding gaf tot gruwelijke Turkse represailles. Deze opstand kostte vele tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen het leven. De westerse mogendheden protesteerden hevig tegen het bloedbad maar bemoeiden zich vanwege economische motieven niet verder met de strijd. Alleen Rusland schoot de Bulgaren te hulp, voornamelijk om hun militaire en politieke invloed ten zuiden van de Krim te vergroten.
Na een drie jaar durende strijd werden de Turken bij de vrede van San Stefano op 3 maart 1878 min of meer gedwongen in te stemmen met de stichting van Groot- Bulgarije over een gebied van de Donau tot de Egeïsche Zee. Duitsland, Engeland en Oostenrijk-Hongarije zagen hier echter weinig in en dreigden op het Congres van Berlijn (1878) met een nieuwe oorlog. Dit resulteerde in een klein vorstendom Bulgarije, dat wel schatplichtig zou blijven aan de Turken. De eerste vorst van het nieuwe Bulgarije werd de Pruisische prins Alexander von Battenberg. Hij raakte al snel in oorlog met Servië en Turkije na een poging om één unie te vormen met Oost-Roemenië. Battenberg won de strijd en de uitkomst hiervan werd ook internationaal aanvaard (Vrede van Boekarest). In 1887 besteeg Ferdinand von Saksen-Coburg de troon en hij begon met het volledig inlijven van Oost-Roemenië en het verbeteren van de betrekkingen met Rusland. In 1908 proclameerde hij zichzelf uit tot tsaar van Bulgarije.

Eerste en Tweede Wereldoorlog

Bulgaarse soldaten Wereldoorlog I Foto:Publiek domein

Ondanks twee Balkanoorlogen in 1912 en 1913 lukte het om een verbinding met de Egeïsche Zee te realiseren. Nadat Rusland de kant van Serviëkoos, zocht Bulgarije steun bij Oostenrijk waardoor het land meegesleept zou worden in de Eerste Wereldoorlog. Na de Servische moord op de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand in 1914 viel Oostenrijk, geholpen door de Bulgaren, Servië binnen. Bulgarije had zich aangesloten bij Duitsland en Oostenrijk-Hongarije en stond tegenover Rusland, Engeland en Frankrijk. Na de verovering van Servië werd ook Macedonië weer veroverd. In september 1918 gaf Ferdinand de strijd op toen Franse troepen vanuit Griekenland door de Bulgaarse linies braken.
Bulgarije verloor na de oorlog Macedonië weer aan Joegoslavië en een stuk van Griekenland, waardoor de verbinding met de Egeïsche Zee van zeer korte duur is geweest (27 oktober 1919; Vrede van Neuilly). De Eerste Wereldoorlog had zware gevolgen voor Bulgarije. Het één miljoen man tellende leger moest gedemobiliseerd worden, de zwaar getroffen industrie moest weer opgebouwd worden en er werden Bulgarije zware herstelbetalingen aan andere landen opgelegd. Geïnspireerd door de Russische revolutie werd in 1919 de Communistische Partij Bulgarije (CPB) opgericht. Tot 1923 was Alexander Stamboeliski, de leider van de Agrarische Unie, de sterke man in Bulgarije. Hij probeerde de honger en de armoede onder de bevolking te bestrijden door het afschaffen van grootgrondbezit en door bedrijven te onteigenen. Deze agrarische hervormingen leverden hem uiteraard veel tegenstanders op die hem in juni 1923 vermoordden.
Na Stamboeliski kwam Alexander Tsankov aan de macht, een felle anti- communist met fascistische trekjes. De communisten en de Agrarische Unie vormden ondertussen illegaal het Verenigd Front. Zij deden in september 1923 met hulp van Rusland een greep naar de macht die echter met veel bloedvergieten werd onderdrukt. In 1925 volgde een aanslag op Boris III, waarmee er een tijd van “witte terreur” volgde met arrestaties en executies met zeer veel, vaak onschuldige slachtoffers. Vanaf 1935 ging koning Boris III zich met behulp van het leger rechtstreeks met de situatie bemoeien. Zo werden politieke partijen verboden en de grondwet buiten werking gesteld.
Bovendien was hij zeer onder de indruk van de successen van Adolf Hitler in Duitsland en het was dan ook niet vreemd dat Bulgarije zich in 1941 bij het Pact van Wenen aansloot. Dit betekende voor het tot dan toe neutrale Bulgarije dat het direct bij de oorlog betrokken werd. Duitse troepen trokken al snel door Bulgarije naar Griekenland, waarna Engeland en de Verenigde Staten Bulgarije de oorlog verklaarden. Bulgarije nam evenwel geen deel aan de krijgsverrichtingen. Ondertussen hadden sociaal-democraten, republikeinen en communisten zich verenigd in het Vaderlands Front (VF), dat verzetsacties uitvoerde tegen de pro-Duitse regering. Deze regering weigerde wel de Duitsers hulp te verlenen met de aanval op Rusland. Hitler was hierover zeer ontstemd na een bezoek van Hitler aan Bulgarije aan koning Boris III, overleed deze kort daarna onder zeer mysterieuze omstandigheden. Het bewind werd overgenomen door zijn zesjarige zoontje Simeon onder een driekoppig regentschap. Het VF werd intussen het Nationale Bevrijdingsleger in nauwe samenwerking met de Russen. Na de Duitse nederlaag in 1943 bij Stalingrad werden de acties van de partizanen onder leiding van Georgi Dimitrov steeds talrijker. Na onderhandelingen in augustus 1944 met de geallieerden werd er al snel een pro-westerse regering geïnstalleerd in Sofia

Russische overheersing

Hoofdkantoor Bulgaarse Communistische Partij Foto:http://www.flickr.com/photos/jimmcd/

Toch zou de toekomst van Bulgarije er al snel heel anders uit gaan zien. De Russen hadden door de oorlogshandelingen de Donau bereikt na Roemenië op de Duitsers te veroveren. Op 5 september 1944 verklaarden de Russen de Bulgaren geheel onverwachts de oorlog, trokken meteen het land binnen en brachten zowel het koningshuis als het pas aangetreden kabinet ten val. Er werd een overgangsregering geïnstalleerd met aan het hoofd Kimon Georgiev die onmiddellijk de oorlog verklaarde aan Duitsland.
In vergelijking met andere Oost-Europese landen die met Duitsland verbonden waren geweest, was de positie van de communisten in Bulgarije sterk. Zij bezaten in het Vaderlands Front een geschikt orgaan voor de uitbouw van hun macht en konden profiteren van sterke pro-Russische gevoelens onder de bevolking. Georgiev vormde een regering, waarin de communisten het ministerie van Binnenlandse Zaken verkregen. In zes maanden werden in het kader van een grootscheepse 'zuivering' meer dan 2000 mensen terechtgesteld, onder wie de drie regenten (o.a. premier Filov en de minister van Oorlog, Michov). De kleine koning Simeon kon nog vluchten naar Spanje en kwam pas in 2001 weer in beeld!
Bulgarije kwam verder nog vrij ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog want hoefde geen territorium af te staan. Wel moest Bulgarije 75 miljoen dollar herstelbetalingen betalen aan Griekenland en Joegoslavië. Het zou echter nog tot 15 september 1946 duren voordat de republiek uitgeroepen werd na een referendum waarin de meeste Bulgaren tegen de monarchie stemden. Nadat de Volksrepubliek was uitgeroepen werd Georgi Dimitrov partijleider en staatshoofd. Tevens was hij voorzitter van de Raad van Ministers en eerste secretaris van de Communistische Partij. De Raad van Ministers bestond geheel uit leden van het Vaderlands Front. Deze partij behaalde na de oorlog bij de eerste verkiezingen 70% van de stemmen. De nieuwe volksregering, eveneens overwegend communistisch, nam in december 1947 een nieuwe grondwet aan naar het model van die van de Sovjet-Unie.
Oppositie voeren was vanaf die tijd bijna niet meer mogelijk en oppositieleider Nikola Petkov werd al snel gearresteerd. Zowel bij de economische als bij de politieke plannen werd Dimitrov “begeleid” door Zdanov, de rechterhand van de Russische dictator Stalin. Bulgarije volgde de voor alle volksdemocratieën voorgeschreven politiek, maar ontplooide vooral in de collectivisering van de landbouw een opmerkelijke ijver. Ook na de dood van Dimitrov in 1950 domineerden de politieke schijnprocessen tegen de anti-communisten. Hier kwam pas een eind aan toen Stalin in 1953 overleed. Er weerden zelfs mensen gerehabiliteerd! Na de breuk tussen Stalin en Tito van Joegoslavië, die als een “verrader van de communistische solidariteit” afgeschilderd werd, zou Bulgarije een van de felste tegenstanders van Tito worden.
De moeilijkheden met Turkije waren van heel andere aard. Na het uitroepen van de Volksrepubliek Bulgarije verlieten ca. 150.000 etnische Turken Bulgarije. Ze waren bang vanwege hun geloof vervolgd te worden. In 1951 sloot Turkije de grens met Bulgarije. Pas in 1968 werd er een emigratieverdrag gesloten waarna alweer duizenden en duizenden Turken het land verlieten. Eveneens in 1968 nam Bulgarije met een kleine groep soldaten deel aan de invasie van de Russen in het opstandige Tsjecho-Slowakije. In de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw werd de communistische partij steeds sterker en bepaalde zowel de binnenlandse als de buitenlandse politiek. Dit gebeurde echter nooit na ampel overleg met Moskou, en Bulgarije was dan ook naast Oost-Duitsland de fanatiekste bondgenoot van de Sovjet-Unie.

Periode Zhivkov

Zhikov Bulgarije Foto:Schaar, Helmut

Belangrijkste man in deze tijd was Tudor Zhivkov, sinds 1954 secretaris- generaaal van de Communistische Partij en sinds 1962 ook premier. Na een grondwetswijziging in 1971 werd hij voorzitter van de nieuw gevormde Staatsraad. Vanaf die tijd trok Zhivkov alle macht naar zich toe en op bijna alle belangrijke posten in het land zaten vrienden of familieleden van hem, zonder dat het parlement ingreep. De betrekkingen met het Westen raakten na november 1982 ernstig verstoord, nadat Mehmet Ali Agca, de Turk die in 1981 een aanslag op de paus had gepleegd, onthulde dat hij in opdracht van de Bulgaarse geheime dienst had gehandeld. Een Bulgaarse verdachte in Italië kwam in 1986 vrij wegens gebrek aan bewijs.
Eind 1984 begon Bulgarije een campagne om de Turkse minderheid in het land, ca. 10% van de totale bevolking, te “bulgariseren”. Etnische Turken en Pomaken (ca. 250.000 afstammelingen van de tijdens de Osmaanse overheersing tot de islam bekeerde Bulgaren) werden gedwongen Slavische namen aan te nemen. Honderden weigerachtige Turken werden veroordeeld of verbannen. Op de Balkanconferentie in Belgrado (1988) kreeg Bulgarije ook kritiek wegens de behandeling van de Macedoniërs, die evenmin als een officiële minderheid werden erkend. De bulgariseringscampagne ten aanzien van de etnische Turken werd in dec. 1989 gestaakt. Vlak daarop keerden enkele tienduizenden naar Turkije geëmigreerde islamitische Bulgaren terug.
Pas onder het bewind in de Sovjet-Unie van Gorbatsjov met zijn glasnost en perestroika kwamen er veranderingen. In 1986 werd een aantal ministeries opgeheven of samengevoegd, een jaar later startte Bulgarije verregaande economische hervormingen naar het voorbeeld van de “perestrojka” in de Sovjet- Unie. In 1987 kwam er ook wat meer persvrijheid. De pers maakte hiervan onmiddellijk “misbruik” door de corruptie en de vele economische en sociale misstanden aan de kaak te stellen. Het was dan ook niet vreemd dat de persvrijheid na een jaar alweer aan banden werd gelegd. Ook alle hervormers werd de wind uit de zeilen genomen en zelfs de beoogde opvolger van Zhivkov, Aleksandrov, werd weggestuurd. De ontwikkelingen in Oost-Europa volgden elkaar echter in zo’n snel tempo op dat er geen houden aan was voor de communisten in Bulgarije. Oppositie werd ineens weer toegestaan en het kon nooit lang meer duren voordat de 78-jarige Zhivkov zou het veld moeten ruimen. Dat zou gebeuren op 10 november 1989 na 35 jaar aan de macht te zijn geweest. Aanleiding hiervoor was een uiteengeslagen demonstratie van de milieu-organisatie Eco- Glasnost op 3 november 1989. Binnen het centraal comité ontstond hierover zoveel onenigheid dat Zhivkov zijn greep op het comité verloor en “vrijwillig” aftrad, samen met al zijn familieleden en getrouwen.

Nieuwe toekomst

Georgi Parvanov Bulgarije Foto:Katarzyna Czerwinska

Comité en parlement namen hierna allerlei maatregelen om de oppositiebeweging gunstig te stemmen. Het Politburo, de regering en andere machtsorganen werden eind 1989 gezuiverd van aanhangers van Zhivkov. Op 18 juni 1990 werden de eerste vrije verkiezingen in 44 jaar tijd gehouden met als verrassende winnaar de Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) van de voormalige communisten. Met name op het platteland was in groten getale op de BSP gestemd. Belangrijkste oppositiepartij werd de Unie van Democratische Krachten (SDS).
Ondanks een meerderheid in het parlement kwamen de economische en sociale hervormingen niet echt goed van de grond. o.a. door onderlinge meningsverschillen en een stroom van onthullingen over de communistische periode. De BSP benoemde Petar Mladenov tot interim-president, de voormalige voorzitter van de staatsraad. Zijn bewind was echter geen lang leven beschoren omdat de economische en politieke veranderingen volgens de anti-communisten veel te langzaam vorderden. Het socialistische hoofdkantoor werd in brand gestoken en Mladenov wilde daarop het leger inzetten om de onlusten neer te slaan. Hij tekende hiermee echter zijn politiek doodvonnis en in augustus 1990 werd er een nieuwe interim-president gekozen die voor alle partijen aanvaardbaar was: de filosoof Zjeljoe Zjelev.
De parlementsverkiezingen van 1991 werden gewonnen door de SDS met als grootste oppositiepartij de BSP. De minderheidsregering werd geleid door Flip Dimitrov. Hij probeerde revolutionaire economische hervormingen door te voeren en hield een heksenjacht op voormalige communisten. Dit beleid leidde ertoe dat de tegenstellingen tussen de BSP en de SDS weer hoog oplaaiden. In november 1992 werd voormalig leider Zhivkov veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf en volgde er een zuivering van de BSP. De regering werd in oktober 1992 vervangen door een regering van partijloze ministers onder leiding van premier Ljoeben Berov. Hoewel de regering-Berov als tijdelijk was bedoeld, bleef zij tot september 1994 bij elkaar, omdat noch de BSP noch de SDS nieuwe verkiezingen wilde uitschrijven. De partijen vertegenwoordigden twee politieke uitersten, die een concensus in de weg stonden en de economische en morele crisis deden voortduren waarin het land na bijna een halve eeuw communisme verkeerde.
Van september tot december 1994 trad een zakenkabinet aan onder Reneta Indzjova om de periode tot de verkiezingen te overbruggen. Bulgarije zocht in 1994 verdere aansluiting bij het Westen, maar haalde tevens de traditionele banden aan met Moskou, ook op economisch gebied. De BSP won begin 1995 de verkiezingen weer onder leiding van Zjan Videnov. Hij werkte hard aan het herstel van de machtspositie van de oude communistische elite en werd daarom verschillende keren door president Zjelev op het matje geroepen. Corruptie en fraude vierden echter hoogtij terwijl de bevolking verder verpauperde. De presidentsverkiezingen van 1996 werden gewonnen door SDS-kandidaat Petur Stojanov en waren voor de BSP het teken om het ontslag te eisen van de eigen leider Videnov.

De bevolking van Sofia ging de straat op en eiste vervroegde verkiezingen die op 20 april 1997 werden gehouden. Deze verkiezingen werden met een grote meerderheid door de Verenigde Democratische Kracht (VDK) gewonnen, een combinatie van SDS en Volksunie. De nieuwe premier Ivan Kostov stond voor de zware taak om de ingestorte economie weer vlot te trekken en definitief af te rekenen met het communistische verleden. De verkiezingen van juni 2001 werden verrassend gewonnen door de partij van oud-koning Simeon II, de Nationale Beweging voor Simeon II. Hij volgde daarmee Ivan Kostov op. De overwinning werd mogelijk doordat de bevolking zich 12 jaar na de val van het communisme ook van de anti-communisten had afgekeerd. Ook hun was het niet gelukt de voortdurende sociale verpaupering onder brede lagen van de bevolking tegen te gaan. Dat de monarchie ooit nog terugkomt is onwaarschijnlijk; volgens een opiniepeiling wilde 82% van de kiezers dat Bulgarije een republiek blijft.
In augustus kondigde Simeon (burgernaam: Simeon Saxcoburggotski) ingrijpende hervormingen aan om het land uit het slop te halen. Een radicale wijziging van het belastingstelsel, vermindering van de bureaucratie en een verhoging van het minimumloon waren enkele te nemen maatregelen. In november werd na de tweede ronde van de presidentsverkiezingen de socialist Georgi Parvanov de nieuwe president van Bulgarije. Hij kreeg 55,8% van de stemmen en de zittende, pro-westerse president Petar Stojanov moest genoegen nemen met 44,2%. Onder premier Saxe-Coburg werd Bulgarije in april 2004 lid van de NAVO en werden op 15 juni 2004 de onderhandelingen over EU-toetreding technisch afgerond. Op 25 april 2005 ondertekenden in Luxemburg president Parvanov en premier Saxe-Coburg het EU Toetredingsverdrag. Vervolgens ratificeerde op 11 mei 2005 het Bulgaarse parlement met overweldigende meerderheid het Verdrag.

De Bulgaarse president Georgi Parvanov werd in oktober 2006 als eerste staatshoofd in het Balkan-land herkozen na de val van het communisme in 1989. Hij versloeg in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen zijn ultranationalistische tegenstander Volen Siderov met ruime cijfers.
In januari 2007 wordt Bulgarije lid van de Europese Unie. In de jaren hier opvolgend wordt Bulgarije aangesproken op het gebrek aan vooruitgang in de strijd tegen de corruptie. In juli 2009 wint rechts de verkiezingen in Bulgarije onder leiding van Borissov de burgemeester van Sofia. In oktober 2011 wint zijn partijgenoot Rosen Plevneliev de presidentsverkiezingen. In februari 2013 treedt Borissov na onlusten af. In mei 2013 ontstaat een patstelling er is geen overtuigende winnaar en de twee grootste partijen vragen de technocraat Delyan Peevski een regering te vormen. In januari 2014 mogen Bulgaren zich vrij vestigen binnen de EU, ook in de landen van de EU die dat oorspronkelijk blokkeerden. In november 2014 wordt Borisov opnieuw premier in een centrumrechtse coalitie. In januari 2015 plaatst Bulgarije een groot hek langs de grens met Turkije om immigranten tegen te houden.


BULGARIJE LINKS

Advertenties
• Bulgarije
• Bulgarije Zonvakanties WTC
• Cheaptickets Bulgarije
• Bulgarije Sawadee Reizen
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autoverhuur Sunny Cars Bulgarije
• Sofia Vliegtickets Tix.nl
• Transport Bulgarije - TTS Quality Logistics B.V
• Bulgarije Hotels
• Eliza was here

Nuttige links

Bulgarije 2 Link België (N)
Bulgarije Foto's
Bulgarije Jouwpagina (N)
Bulgarije Middeneuropa (N)
Bulgarije Reisbijbel (N)
Bulgarije Reisforum (N)
Bulgarije Reisfoto's
Bulgarije Reislaocaties (N)
Bulgarije Reisstart (N)
Bulgarije Start België (N)
Bulgarije Verzamelgids (N)
Reisinformatie Bulgarije (N)
Reisverhalen en Foto's Bulgarije (N)
Reizendoejezo – Bulgarije (N)
Romans over Bulgarije (N)
Telefoongids Bulgarije
Vakantie Bulgarije Jouwpagina (N+E)
Schrijf uw artikel over BULGARIJE

Bronnen

Berg, H. van den / Reis-handboek voor Bulgarije
Elmar

Detrez, R. / Bulgarije: mensen, politiek, economie, cultuur, milieu
Koninklijk Instituut voor de Tropen

Resnick, A. / Bulgaria
Childrens Press

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems