Steden ZUID-AFRIKA

ZUID-AFRIKA   

Oudste bewoners

Al meer dan twee miljoen jaar geleden leefden er mensen in Zuid-Afrika. Het waren jagers uit het stenen tijdperk. Gevonden beenderen bij Taung in de Noordkaap en Sterkfontein bij Johannesburg zijn bewijzen daarvoor. Deze jagers trokken in de loop der tijden weer weg of stierven uit rond het jaar 200 kwamen er weer nieuwe groepen bij de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika, de San (verzamelaars) of Bosjesmannen en Khoikhoi (herders) of Hottentotten, die afkomstig waren uit het grote-merengebied in Midden-Afrika. Samen werden de beide volken de Khoisan genoemd en zij worden vaak beschouwd als de oudste bewoners van Zuid-Afrika.

Eeuwen later zakten de Nguni naar Zuidelijk Afrika af. Zij waren de voorouders van zwarte volken als Xhosa's en Zoeloes, beiden Bantoevolken. Deze volken, voornamelijk veehouders en akkerbouwers, bleven veel langer op één plaats wonen en konden zich daardoor beter ontwikkelen en breidden hun woongebied al snel uit ten koste van de Khoisan.
Door de komst van de Europeanen in de 17e eeuw bleef er van de Khoisan niet veel meer over; o.a. door pokkenepidemieën. De Hottentotten leven voort in de stammen als de Nama en de Griekwa, terwijl de Bosjesmannen in Botswana en Namibië leven, in de buurt van de Kalahari-woestijn.

Portugezen en Hollanders

In 1488 voer de Portugees Bartholomeu Diaz als eerste Europeaan om het Kaapse Schiereiland en in 1498 volgde de beroemde Vasco da Gama. De Portugezen gebruikten de Kaap als een plaats waar ze vers water en voedsel konden inslaan. Eind 16e eeuw rondde de eerste Hollander de Kaap, Jan Huygen van Linschoten. Begin 17e eeuw volgden vele schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Ook zij gebruikten de Kaap als rustpunt op hun weg naar het oosten. De eerste permanente bewoners waren de opvarenden van het schip de "Haarlem", dat in 1648 schipbreuk leed in de Tafelbaai. Na een jaar keerden ze echter weer terug naar Holland.
De VOC besloot in 1651 dat er een vaste verversingspost aan de Kaap moest komen en stuurde de scheepsarts Jan van Riebeeck op pad. Deze stichtte op 6 april 1652 een ziekenboeg en een station aan Kaap de Goede Hoop waar proviand ingeslagen kon worden. Ook werd er graan, groente en fruit verbouwd en hield men wat vee.

Na de periode Van Riebeeck werd het gebied bestuurd door een dertigtal commandeurs, gouverneurs en commissarissen, van wie de bekendste waren: Simon van der Stel (1679-1699) en W.A. van der Stel (1699-1707). Vanaf 1657 mochten ambtenaren maar ook boerengezinnen uit Holland zich als "vrijburgers" vestigen aan de Kaap. Vele Hollandse boerengezinnen maakten daar gebruik van en gestimuleerd door gunstige voorwaarden ontstond er een welvarende landbouwkolonie. Een kolonie in formele zin is Zuid-Afrika echter nooit geweest. Als arbeidskrachten werden al in hetzelfde jaar slaven uit Oost-Azië en West- Afrika aangevoerd. Vanaf 1685 kwamen er ook Hugenoten naar de Kaap die met de Hollanders, de slaven en de Khoisan aanvankelijk vreedzaam naast elkaar leefden. Samen met de Hollanders, de Duitsers en de Fransen ontstond het "Afrikanervolk". Conflicten met de Khoisan door de uitbreidingsdrang van de Europeanen namen snel in aantal toe waardoor de Khoisan genoodzaakt waren zich terug te trekken in de lege gebieden van de Kaapkolonie. Door de gebiedsuitbreiding richting oosten kwamen de Europeanen voor het eerst in een bloedig conflict met het Bantoevolken als de Xhosa. In totaal zouden er negen van deze zogenaamde Kafferoorlogen gevoerd worden.
Binnen vijftig jaar na het ontstaan van de landbouwkolonie kwam het tot een serieuze botsing tussen gouverneur W.A. van der Stel en de Afrikaners, die slechts beperkt vertegenwoordigd waren in de centrale regeringslichamen en een aantal keren zelfbestuur eisten voor de kolonie aan de Kaap.

Zuid-Afrika onder Brits bestuur

Toen dit door de VOC, en in 1784 ook door de Staten-Generaal, geweigerd werd, schudden zij in februari 1795 in de districten Graaff-Reinet en Swellendam het gezag van de VOC af en plaatsten zich onder een "soort van onafhankelijke eigen Constitutie" direct onder het gezag van de Nederlandse Republiek. De bloeiperiode van de VOC was toen al voorbij en in 1791 had de VOC zich al terug getrokken uit Zuid-Afrika. Met de eerste bezetting van de Kaap door Groot-Brittannië in 1795 werd een eind gemaakt aan het bestaan van de "onafhankelijke" staten. In 1803 kwam de Kaap op grond van de Vrede van Amiens nog onder het gezag van de Bataafse Republiek, maar in 1806 veroverde Groot-Brittannië het gebied weer en kreeg het in 1814 blijvend in bezit.
Toen de Britten eind 18e eeuw arriveerden woonden er ca. 6000 Hollanders, 5600 Duitsers en 2400 Fransen in Zuid-Afrika (tezamen Boeren of Afrikaners genoemd). Verder woonden er ongeveer 15.000 Khoisan en 25.000 slaven. Onder het Britse bestuur kreeg de economie flinke impulsen door de wijnbouw en de export van wol. Buiten Kaapstad verzetten de vrijgevochten Boeren zich hevig tegen de strakke regels die de Britten hen probeerden op te leggen. Ook de verstandhouding met het Bantoevolk liet te wensen over toen de kolonisten Bantoeland aangeboden kregen als landbouwgrond.
Aan het eind van de 18e eeuw ontstonden er spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen door de groeiende bevolking en de daaropvolgende druk op de bestaansmiddelen. De Bantoevolken onderling vochten ook regelmatig met economische bronnen als inzet. De Zoeloes onder leiding van Shaka Zulu wisten hun gebied sterk uit te breiden en de andere Bantoevolken werden verdreven.

Door deze oorlogen raakte het noorden en het noordoosten ontvolkt en trokken andere stammen (o.a. Sotho en Swazi) zich terug in de bergen en vormden daar verschillende koninkrijkjes. In 1828 werd Shaka vermoord door zijn broer Dingane.
Ook de Boeren hadden steeds meer behoefte aan een nieuw land en wilden onder de druk van de Britten uitkomen. De Boeren hadden ook grote bezwaren tegen de proclamatie van het Engels tot enige officiële taal en tot enige voertaal bij het onderwijs. Ook de afschaffing van de slavernij en de vestiging van 5000 Britse emigranten in de Kaapkolonie zette kwaad bloed.
Na de zesde Kafferoorlog met de Xhosa in 1834 trokken de Boeren, ook wel Voortrekkers genoemd, met ossenwagens (later het symbool van de onafhankelijkheidsstrijd) naar het noorden (Grote Trek). Conflicten met de Ndebele en de Zoeloes werden in het voordeel van de Boeren beslist en na de Slag bij de Bloedrivier met de Zoeloes werden gedeeltes van Natal in beslag genomen. Hier stichtten de Boeren de republiek Natalia die werd geregeerd door een gekozen Volksraad.
Sedert 1842 begon Groot-Brittannië die republiek op te breken: in 1842 door de verovering van de streek ten oosten van de Drakensberge (Natal) en in 1846 door de annexatie van de streek ten zuiden van de Vaalrivier onder de naam "Orange River Sovereignity". In 1848 probeerden de Boeren zich vergeefs met geweld opnieuw in het gebied te vestigen.
Toch konden ze niet voorkomen dat de Boeren eigen republieken stichtten in Transvaal (1852) en Oranje Vrijstaat (1854). De onafhankelijkheid door Groot- Brittannië werd gewaarborgd en erkend in twee traktaten, resp. de Conventie van Zandrivier en de Conventie van Bloemfontein. Groot-Brittannië antwoordde hierop met het uitroepen van Natal als officiële kolonie in 1856. Groot-Brittannië eerbiedigde de bepalingen van genoemde traktaten al snel niet meer, zoals blijkt uit de annexatie van Basoetoland (1868), van de Transvaalse en vooral Vrystaatse diamantvelden (1871) en uiteindelijk van de Zuid-Afrikaanse Republiek zelf (1877) na de ontdekking van de Lydenburgse goudvelden. De Boeren en de Britten vochten ook regelmatig conflicten uit met de Bantoevolken; de Boeren met de Sotho's en de Britten vochten een oorlog uit met de Zoeloes die in 1879 in het voordeel van de Britten beslecht werd tijdens de Slag bij Ulundi. In 1887 annexeerden de Britten Zoeloeland.

Boerenoorlogen

Tevens wilde men hierdoor de positie van de zwarte bevolking verbeteren. Daar kwamen de Boeren onder leiding van Paul Kruger in 1880 in opstand tegen en de eerste Boerenoorlog was een feit. In de Slag om Majuba Hill werden de Britten verslagen, kregen de Boeren in 1881 Transvaal terug en werd Paul Kruger president van een autonoom Transvaal. Ondertussen hadden de Duitsers zich gevestigd in Zuidwest-Afrika (nu: Namibië) en waren de Britten bang dat die zouden gaan samenspannen met Transvaal.

Daartoe werd in 1885 het protectoraat Bechuanaland (nu: Botswana) uitgeroepen met Cecil Rhodes aan het hoofd. Samen met zijn British South African Company probeerde hij een Britse corridor van de Kaap tot Caïro in Egypte te realiseren. Daarvoor koloniseerde hij ook het gebied Rhodesië, het huidige Zimbabwe en Zambia. Om zijn idealen verder te verwezenlijken was het wel nodig dat Zuid-Afrika centraal bestuurd zou worden en daar paste een autonoom Transvaal natuurlijk niet bij. Bovendien was in 1886 goud ontdekt in Witwatersrand en verschoof het economische zwaartepunt van de Kaap naar het noordelijker gelegen Johannesburg.
De Britten verloren hierdoor steeds meer gezag en Rhodes probeerde samen met landgenoot Jameson het Boerengezag in Transvaal omver te werpen. Deze zogenaamde Jameson's Raid in 1895 mislukte echter volkomen.
In 1899 verklaarden de Britten na een lange diplomatieke twist opnieuw de oorlog aan de Boeren (tweede Boerenoorlog). De Boeren verdedigden zich uit alle macht maar door voedselgebrek en uitblijvende hulp werd het Verdrag van Vereeniging gesloten en kwam Oranje Vrijstaat en Transvaal onder Brits gezag, maar hielden een grote mate van zelfbestuur.
Paul Kruger kon deze situatie niet aan, vertrok naar Nederland en werd opgevolgd door kolonel Jan Smuts. In 1910 verenigden Transvaal, Kaapkolonie, Oranje Vrijstaat en Natal zich in de Unie van Zuid-Afrika en Louis Botha werd de eerste premier. Om zowel de Boeren als de Britten tevreden te stellen werd besloten om het parlement in Kaapstad te vestigen, de regering in Pretoria en het hooggerechtshof in Bloemfontein. De unie bleef onderdeel van het Britse rijk, maar besliste zelf over binnenlandse aangelegenheden. De positie van de niet-blanken werd steeds slechter. Bantoegebieden als Transkei en Swaziland kregen een speciale status en Natal werd ingelijfd door Boeren. Eind 19e eeuw mochten niet-blanke bevolkingsgroepen zich niet overal zomaar vestigen. Protest hiertegen uitte zich onder andere in het geweldloze verzet van de Indiërs onder leiding van Mahatma Gandhi. De Afrikanen waren ontevreden over de verzoeningspolitiek van Botha en zijn Suid-Afrikaanse Party (SAP). Figuren als generaal Jan Hertzog waren ontevreden over de Britse dominantie in de economie en tegen diens streven naar gelijkwaardigheid tussen "die swart gevaar" en de blanke bevolking. De oprichter van het zwarte ANC (African National Congres) gooide nog eens olie op het vuur en Hertzog stichtte daarop de Nasionale Party, en afsplitsing van de SAP.
In de Eerste Wereldoorlog steunde Botha Groot-Brittannië, wat weer anti-Britse gevoelens opriep. De republikeinse gedachte kwam weer naar voren: Zuid-Afrika, los van Groot-Brittannië, zou buiten Britse oorlogen kunnen blijven. Verder viel men het Duitse Zuidwest-Afrika aan en nam het bestuur daar over. Dit leidde tot de "Rebellie", waaraan de generaals Beyers, De la Rey, De Wet en Kemp deelnamen. De opstand mislukte, maar versterkte de gelederen van de Nasionale Party.
Na de Eerste Wereldoorlog werd Zuidwest-Afrika met toestemming van de Volkenbond (nu: Verenigde Naties) een mandaatgebied van de unie. Na de dood van Botha volgde Jan Smuts hem in 1919 op en weer drie jaar later werd Smuts opgevolgd door de nationalist Hertzog, onder wiens bewind het Afrikaanse officieel de tweede taal werd. Ook werd onder diens bewind de kiem voor de apartheid gelegd. Hij streefde naar meer onafhankelijkheid ten opzichte van Groot-Brittannië en beperkte de vrijheden van de niet-blanke bevolking. Hij wist in 1926 op een Rijksconferentie te Londen de beroemde formule erdoor te drukken, dat binnen het Britse Rijk zowel Groot-Brittannië als de Dominions autonome en gelijkwaardige gemeenschappen zouden zijn, vrijwillig geassocieerd onder de Kroon.
In de jaren dertig, toen ook Zuid-Afrika getroffen werd door de werelddepressie, fuseerde de Suid Afrikaanse Party van Smuts met de Nasionale Party van Hertzog en vormde de Verenigde Party. Enkele nationalistische hardliners scheidden zich meteen af en stichtten onder leiding van D.F. Malan de Gesuiwerde Nasionale Party, met als belangrijkste orgaan de Broederbond. Generaal Hertzog werd leider, generaal Smuts onderleider. Midden in deze ontwikkeling kwam de oorlogsverklaring van Groot-Brittannië aan Duitsland in het begin van september 1939. Een voorstel van generaal Hertzog om neutraal te blijven werd verworpen en een voorstel van generaal Smuts om oorlog te verklaren werd aangenomen. De gouverneur-generaal weigerde parlementsontbinding, Hertzog bedankte als premier en Smuts werd premier van een coalitiekabinet dat alle partijen omvatte, behalve de Nasionale Party van Malan, waar zich nu echter Hertzog (tijdelijk) en een groot aantal van zijn volgelingen bij aansloot, en die de naam Herenigde Nasionale Party kreeg. In de Tweede Wereldoorlog speelde Zuid-Afrika militair een belangrijke rol zowel in Afrika (o.a. in Ethiopië) als in Europa (Italië).

Apartheid wordt regeringspolitiek

Na de oorlog vaardigde de Verenigde Party enkele repressieve wetten uit die op veel steun van de blanke bevolking konden rekenen. De andere bevolkingsgroepen waren uiteraard minder te spreken hierover en het verzet hiertegen nam al snel grote vormen aan. Smuts verloor dan ook steeds meer aanzien door de toenemende krachtige positie van de niet-blanke bevolking. De blanken zagen hun bevoorrechte positie steeds meer in gedrang komen en trokken steeds meer naar Malan die in 1948 dan ook de verkiezingen won en kon starten met het verfoeilijke apartheidsbeleid.
Zijn idee was om de diverse bevolkingsgroepen in gescheiden woongebieden te laten leven waardoor ze hun eigen identiteit zou behouden. Het eerste verzet tegen deze plannen en de uitvoering ervan was ongestructureerd en marginaal. Pas in 1952 organiseerde het ANC een "Nationale Ongehoorzaamheidscampagne". In 1955 nam het Congress of the People, protestorganisaties van allerlei rassen en kleur, het Vrijheidsmanifest aan. Hierin werd verklaard dat Zuid-Afrika van alle bevolkingsgroepen (ook blanken) was en dat de politieke macht ook verdeeld zou moeten worden over de bevolkingsgroepen. Dit vrijheidsmanifest zou voortaan als handvest voor het ANC gaan gelden. Toch was ook het ANC verdeeld. In 1959 werd het Pan Afrikanist Congress (PAC) opgericht door een groep ANC-ers die vonden dat er in het ANC geen plaats voor blanken kon zijn.
Onder de opvolgers van Malan (beperkt stemrecht voor kleurlingen), Johannes Strijdom in 1954 en Hendrik Verwoerd in 1958, werd zijn beleid om zwarten zelfstandige thuislanden toe te wijzen en geen vertegenwoordigers meer in de Zuid-Afrikaanse regering te hebben voortgezet, en de positie van de blanken werd steeds sterker. In 1961 werd dan ook alleen de blanke bevolking geraadpleegd over de relatie met Groot-Brittannië. Een grote meerderheid koos voor onafhankelijkheid en Zuid-Afrika werd uitgeroepen tot republiek.
Het jaar 1961 was ook het jaar van "Sharpeville", waar bij een demonstratie van het PAC tegen de pasjeswetten 69 doden vielen.

De regering riep de noodtoestand uit, ANC en PAC werden verboden en de macht van leger en politie werden steeds groter. Zowel het PAC als het ANC zag zich genoodzaakt om ondergronds een militaire afdeling op te richten die zich met geweld verzette tegen het apartheidsbeleid. Belangrijke zwarte leiders als Nelson Mandela en Walter Sisulu werden echter in 1963 gevangen genomen en tot levenslang veroordeeld, waardoor de zwarte oppositie in de jaren zestig erg verzwakte. Premier Verwoerd werd in 1966 vermoord.
Zijn opvolger, J.B. Vorster, was als minister van Justitie verantwoordelijk geweest voor de wetgeving ter bestrijding van de oppositie tegen de apartheid en ging nu de door Verwoerd ontworpen thuislandenpolitiek, die territoriale segregatie vorm moest geven, uitvoeren. Begin jaren zeventig herstelde de zwarte oppositie zich weer door de oprichting van de Black Consciousness Movement van Steve Biko en een versterking van de zwarte vakbonden die vele stakingen organiseerden. In 1976 liep een demonstratie in Soweto tegen het verplichte gebruiken van het Afrikaans op de scholen uit op een bloedbad: meer dan 1000 doden.
Bij de begrafenis van Steve Biko kwam het weer tot ongeregeldheden. Biko overleed op 12 september 1977 aan verwondingen opgelopen in een politiecel.
De internationale gemeenschap vaardigde hierop een wapenboycot uit. In 1978 trad premier Vorster af en nam Pieter Willem Botha de leiding over van de regerende Nasionale Party. Hij voorzag al snel dat het blanke Zuid-Afrika geen lange toekomst meer beschoren zou zijn en gaf de Aziaten en de kleurlingen een eigen kamer in het parlement. Ook probeerde hij door de vorming van een zwarte middenklasse een dam op te werpen tegen het ANC, dat onder de zwarte bevolking steeds meer aanhang verwierf. Ook de regeringen van de zwarte thuislanden, onder meer die van Kwa Zulu (waar G. Buthelezi met zijn Inkatha-beweging lange tijd populariteit genoot), werden tot dat doel ingeschakeld.
Dit veranderde de slechte positie van deze groepen nauwelijks, om over het zwarte deel van de bevolking nog maar te zwijgen. Zij hadden alleen maar iets te zeggen in de door niemand officieel erkende thuislanden. Toch hadden deze voorzichtige hervormingen wel degelijk gevolgen. Zo splitsten de Conservatieve Party onder leiding van Andries Treurnicht zich af van de Nasionale Party. Bovendien verenigde zich meer dan 600 Zuid-Afrikaanse organisaties zich in het United Democratic Front (UDF) dat zich ging inzetten voor de strijd tegen het apartheidsregime.
Het buitenland begon zich te roeren en er volgden verschillende (o.a. economische) sancties tegen het apartheidsregime. Ook de buurlanden in Zuidelijk Afrika, de "frontlijnstaten", keurden het apartheidsbeleid af en probeerden Zuid -Afrika economisch te treffen door te proberen om minder afhankelijk te worden van Zuid-Afrika. In de jaren tachtig nam de buitenlandse druk steeds verder toe en beetje bij beetje werd het apartheidsbeleid ontmanteld. Maar eerst werden halverwege de jaren tachtig de vrijheidsmaatregelen aangescherpt om onlusten te voorkomen. Dit leidde tot een volksopstand georganiseerd door het ANC-in-ballingschap, die gewelddadig werd neergeslagen. Botha riep daarop de noodtoestand uit en op dat moment was Zuid-Afrika in feite een politiestaat geworden, en kregen leger, politie en inlichtingendiensten vrij spel.

Internationaal protest en Nelson Mandela komt vrij

De internationale gemeenschap reageerde door Zuid-Afrika steeds verder te isoleren. Ook de in de COSATU verenigde vakbonden oefenden steeds meer druk uit op de regering-Botha en eisten tevens de vrijlating van Nelson Mandela, hét symbool va de strijd tegen de apartheid.
Het verbod op vreedzame oppositie tegen de apartheid, in 1988 afgekondigd, riep een storm van internationale protesten op. Intussen laaide in Natal de strijd tussen de rivaliserende zwarte groeperingen ANC (voornamelijk Xhosa) en de Inkatha-beweging van Buthelezi (voornamelijk Zoeloe) weer op.
Begin 1989 trad Botha om gezondheidsredenen als premier en later als president terug en met het aantreden van de nieuwe man van de Nasionale Party, Frederik Willem de Klerk, raakte het hervormingsproces in een onomkeerbare stroomversnelling. De Klerk begreep dat het zo niet langer kon en besloot in 1990 tot de vrijlating van Nelson Mandela. Verder schafte hij de meeste apartheidswetten af en werden alle oppositiepartijen (o.a. ANC en PAC) gelegaliseerd. Over de zelfstandigheid van Namibië werd in de loop van de jaren tachtig onderhandeld, hetgeen ten slotte leidde tot de onafhankelijkheidsverklaring van dat land op 21 maart 1990. Zuid-Afrikaanse troepen trokken zich uit Namibië terug. De Walvisbaai-kwestie werd in sept. 1993 opgelost toen Zuid-Afrika erin toestemde het gebied per 1 maart 1994 aan Namibië te zullen overdragen.
De laatste apartheidswet, de Wet op de Persoonsregistratie, werd in 1991 afgeschaft. In september 1991 tekenden De Klerk, Mandela en Buthelezi samen met 23 andere organisaties een nationaal vredesakkoord, waarin de partijen zich onder meer verplichtten het geweld in te perken. Desondanks nam de gewelddadige rivaliteit tussen met name ANC-leden en de Zoeloe van Inkatha-leider Buthelezi niet af. Vooral in Natal en in de stedelijke gebieden in Transvaal (o.a. Soweto) vielen veel slachtoffers.
Op 17 maart 1992 werd Nelson Mandela eindelijk vrijgelaten en konden de onderhandelingen over een nieuwe grondwet en een nieuwe regering beginnen (CODESA = Convention for a Democratic South Africa). In een referendum, gehouden in 1992, bleek dat de meeste blanken achter de hervormingen stonden maar de leiders De Klerk (NP), Nelson Mandela (ANC) en Buthelezi (Inkatha Freedom Party van de Zoeloes) konden geen enkele overeenstemming bereiken. Zo verschilden ANC en IFP al ernstig van mening over het bestuur van de Zoeloegemeenschap in Natal. Dit leidde in Natal en de townships rond Johannesburg tot zeer gewelddadige confrontaties tussen de aanhangers van beide partijen. Duizenden zwarten stierven en alle partijen stonden machteloos. In april 1992 hief de EG de olieboycot (vanaf 1985 van kracht) op, alsmede de sportboycot en het verbod op wetenschappelijke en culturele contacten met Zuid-Afrika. De inspanningen van De Klerk en Mandela om op een voor de blanke bevolking acceptabele wijze tot een zwarte meerderheidsregering te komen, leidde in 1993 tot de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede aan beiden.

Eerste democratische verkiezingen

In 1993 kwam men overeen dat een voorlopig parlement en een regering van nationale eenheid tot 1999 het land zou moeten besturen. Ondanks protesten en geweld van blanke extremisten werden van 26 tot 29 april 1994 de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika gehouden. Nelson Mandela werd de grote winnaar en het ANC de grootste partij met 62% van de stemmen. De NP (20%) en de IFP (10%) haalden alleen een meerderheid in respectievelijk de West-Kaap en Kwazulu Natal. President werd Nelson Mandela, met als vice-presidenten De Klerk (NP) en Thabo Mbeki (ANC). Mandela's programma voorzag o.a. in de bouw van een miljoen huizen in vijf jaar tijd en verbeteringen in het onderwijs en de gezondheidszorg. De internationale wereld erkende het nieuwe landsbestuur meteen en maakte formeel een einde aan de sancties tegen Zuid-Afrika. Het land werd lid van grote internationale organisaties als Verenigde Naties (juni 1994), OAE en OMF.

Nelson Mandela trad zoals afgesproken af en gaf de leiding over aan Thabo Mbeki. De mensenrechtensituatie tijdens apartheidsregime werd onderzocht door de Waarheids- en Verzoeningscommissie onder leiding van aartsbisschop Desmond Tutu.
President Mandela, die in 1995 aankondigde dat hij na afloop van zijn ambtstermijn in 1999 niet herkiesbaar was, kreeg al spoedig te maken met enkele crises. Zo trok dominee Allen Boesak, een belangrijke figuur binnen het ANC, zich terug als kandidaat-ambassadeur van Zuid-Afrika bij de VN na beschuldigingen dat hij hulpfondsen, bestemd voor sociale projecten, in eigen zak had gestoken.
Verder kwam Winnie Mandela, van wie president Mandela gescheiden leefde, in opspraak door een reeks uitspraken waarin zij zich distantieerde van het regeringsbeleid en door financiële schandalen. Ook werd zij beschuldigd van betrokkenheid bij een aantal moorden. In mei 1995 beschuldigde Mandela Inkatha van het aanwakkeren van het geweld in de provincie KwaZulu/Natal, waarbij meer dan 2000 doden vielen. Lokale verkiezingen in november 1995 leverden een overwinning met twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen op voor het ANC.
In mei 1996 stemde de Constitutionele Assemblee met overgrote meerderheid in met de nieuwe Grondwet, die na de verkiezingen van 1999 van kracht zal zijn. In mei 1996 stapte de Nasionale Party uit de Regering van Nationale Eenheid en ging in de oppositie verder onder de naam New National Party. Een maand eerder opende bisschop Tutu de eerste zitting van de Commissie voor Waarheid en Verzoening, die was ingesteld om duidelijkheid te verkrijgen over de misdrijven uit het apartheidsverleden. Daders van de "vuile oorlog" zouden amnestie krijgen als zij voor de Commissie volledig opening van zaken zouden geven.
De regering voerde een behoedzaam economisch beleid, gericht op terugdringing van het begrotingstekort en belastingverlaging voor de lage en midden-inkomens. Het BNP groeide met ruim 4% en de inflatie liep terug tot ruim 7%. In het gebied van Johannesburg werden legereenheden ingezet voor misdaadbestrijding. De onveiligheid was een belangrijke reden voor de aarzelende houding van internationale investeerders.

21e Eeuw

Op 14 april 2004 vonden voor de derde keer sinds het einde van de apartheid nationale verkiezingen plaats. President Mbeki werd herkozen. De opkomst lag rond de 75%, wat op een blijvend hoog niveau van politieke betrokkenheid wijst, zij het dat deze nog steeds "identiteitspolitiek" gericht is. Het ANC behaalde meer dan twee derde (bijna 70%) van de uitgebrachte stemmen, waardoor het nu in een positie is eenzijdig grondwetswijzigingen door te kunnen voeren. De eerste indicaties geven echter aan dat het ANC niet van die mogelijkheid gebruik zal maken, maar eerder de consensus zoekt. President Mbeki heeft dan ook een aantal niet-ANC-ers in zijn regeringsploeg opgenomen, waarbij het opvallend genoeg om leden van de The New National Party (NNP) gaat die uit de oude " apartheidspartij" National Party is voortgekomen. Zowel de NNP als de IFP verloren stemmen en zetels in de verkiezing, waardoor het ANC nu de grootste partij is in alle negen provincies en (met uitzondering van Kwazulu Natal) in alle provincies de absolute meerderheid heeft. In augustus 2004 gaf NNP-leider Van Schalkwyk te kennen, dat het NNP in het ANC zou opgaan. Een opmerkelijke stap, waardoor de grondleggers van de apartheid nu opgaan in de partij die dat stelsel het felst heeft bestreden.

Ook de landhervormingkwestie, bestaande uit landrestitutie, landherverdeling en herziening van de eigendomsverhoudingen, vormt een belangrijk onderdeel van het transformatieproces in Zuid-Afrika. Gebaseerd op een systeem van willing buyer, willing seller wordt grond aangekocht voor teruggave aan of herverdeling onder voormalig achtergestelde bevolkingsgroepen. Het proces verloopt echter naar de menig van velen te traag. Tijdens de Land Summit van november 2005 werden doortastender maatregelen aangekondigd, waarbij bijvoorbeeld het middel van de onteigening waarschijnlijk minder zou worden geschuwd.

De groeiende tegenstellingen binnen de alliantie kwamen nog eens extra scherp voor het voetlicht rond de lokale verkiezingen van 1 maart 2006, waarbij het ANC overigens tegen de meeste verwachtingen de absolute meerderheid in de meeste districten behield. Alleen in Kaapstad moest het ANC de macht afstaan aan de Democratic Alliance.

Een ander gegeven, dat de politieke verhoudingen in Zuid-Afrika (en vooral binnen het ANC) op scherp heeft gezet, wordt gevormd door de gebeurtenissen rond ex-vicepresident Jacob Zuma. Zuma wordt verdacht van fraude en corruptie in een grote wapentransactie, waarbij de vooraanstaande ANC-zakenman Schabir Shaik was betrokken. Shaik is inmiddels veroordeeld en de rechter oordeelde, dat zijn verhouding met Zuma “generally corrupt” was. De zaak tegen Zuma start in juni 2006. Zuma werd vanwege deze kwestie en hangende de rechtszaak door president Mbeki aan de kant gezet en vervangen door Mevr. Phumzile Mlambo-Ngcuka. Daarnaast werd Zuma in november 2005 geconfronteerd met een aanklacht wegens verkrachting van een 31-jarige huisvriendin en seropositieve AIDS-activiste. Hangende deze zaak moest Zuma ook zijn leiderschapsactiviteiten binnen het ANC neerleggen. Zuma, en grote delen van het ANC menen dat beide zaken onderdeel uitmaken van een complot tegen hem, om hem er van te weerhouden zich kandidaat te stellen voor het presidentschap in 2009, als er een eind komt aan Mbeki’s termijn. Inmiddels is Zuma van de aanklacht wegens verkrachting vrijgesproken en heeft hij zijn taken binnen het ANC hervat. Hoewel beide kwesties de positie van Zuma hebben verzwakt, is zijn rol zeker nog niet uitgespeeld. Binnen het ANC en tussen de Alliantiepartners heeft een en ander geleid tot een felle strijd over de opvolging van President Mbeki. In december 2007 wordt Zuma voorzitter van het ANC, dat versterkt zijn positie als presidentskandidaat. In mei 2008 steekt etnisch geweld de kop op tegen immigranten uit Malawi Zimbabwe en Mozambique. In september 2008 treed Mbeki onder druk van het ANC af en wordt Kgalema Motlanthe gekozen tot interim-president tot de presidentsverkiezingen van 2009, waar Zuma de grootste kanshebber is. In mei 2009 wordt Zuma gekozen tot president. In juni 2010 is Zuid-Afrika gastheer van het WK voetballen. In mei 2011 verdubbelt de oppositie van de democratische alliantie haar stemmen aantal bij lokale verkiezingen. In 2012 is het onrustig binnen het ANC. De politie schiet op betogers (er vallen veel doden) bij de Marikana mijn en Julius Malema, voormalig jeugdleider bij het ANC, wordt door Zuma beschuldigd van fraude. Volgens Malema zijn deze beschuldigingen politiek gemotiveerd vanwege zijn kritiek op diens optreden tegen de stakers In december wordt Zuma herkozen als leider van het ANC.

Na een lang ziekbed overlijdt Nelson Mandela op 5 december 2013 op 95-jarige leeftijd. De begrafenis vind plaats onder overweldigende belangstelling van de wereldleiders. In mei 2014 wint de regerende ANC de verkiezingen ondanks beschuldigingen van corruptie van haar leider president Zuma. In februari 2015 lanceert Zuma plannen om de grootte van boerderijen te beperken en buitenlands bezit te ontmoedigen. In juni 2015 komen er beschuldigingen rond omkoping rond het WK voetbal van 2010 en het toelaten van de Soedanese president Omar al-Bashir ondanks een internationaal arrestatiebevel. In maart 2016 constateert het hooggerechtshof dat Zuma de grondwet heeft geschonden omdat hij overheidsgeld dat gebruikt is om zijn privewoning te verbeteren niet heeft terugbetaald. In december 2017 verliest Zuma de strijd om het partijvoorzitterschap van het ANC van zijn criticus Cyril Ramaphosa en verzwakt zijn post verder. In januari 2018 dringt het bestuur van het ANC aan op het aftreden van Zuma. De vrees bestaat dat de partij slecht gaat presteren bij de parlementsverkiezingen van 2019 wanneer de impopulaire Zuma aanblijft.

ZUID-AFRIKA LINKS

Advertenties
• Zuid-Afrika Reisopmaat, lokaal geregeld, voor jou
• Zuid-Afrika Vliegtickets WTC
• KRAS Zuid-Afrika aanbiedingen
• Vakantie Zuid-Afrika
• Zuid-Afrika Vliegtickets Tix.nl
• Zuid-Afrika Travelworld
• Afrika.nl - Zuid-Afrika aanbiedingen - Rondreizen, safari en groepsreizen Zuid-Afrika
• Zuid-Afrika
• Djoser fietsreis - Zuid-Afrika
• Rondreis Zuid-Afrika
• Vakantiejager.nl Zuid Afrika
• Autohuur Zuid-Afrika
• SRC Cultuurvakanties Zuid-Afrika
• Kaapstad Hotels
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autoverhuur Sunny Cars Zuid-Afrika
• Zuid-Afrika rondreizen met kinderen
• Eliza was here

Nuttige links

Africa Explorer (N)
Campersite Zuid-Afrika (N)
Duiken, reizen naar Mozambique en safari in het krugerpark van Zuid-Afrika (N)
Reisinformatie Zuid-Afrika (N)
Reisverhaal duiken in Zuid-Afrika (N)
Reisverslag Zuid-Afrika (N)
Romans over Zuid-Afrika (N)
Rondreis Zuid-Afrika (N)
Startkabel Zuid-Afrika (N)
Zuid-Afrika Foto's
Zuid-Afrika Foto's (2)
Zuid-Afrika informatie - Reizendoejezo (N)
Zuid-Afrika Reisbijbel (N)
Zuid-Afrika Reisforum (N)
Zuid-Afrika Reisfoto's
Zuid-Afrika Reisstart (N+E)
Zuid-Afrika Start Belgiƫ (N+E)
Zuid-Afrika Verzamelgids (N)
Artikelen en Reisverhalen over ZUID-AFRIKA
  Swaziland en Krugerpark  Zuid Afrika rondreis 2
  Rondreis Zuid Afrika  Unieke reizen
  Rondreis door het noord oosten v..  Lesotho Drakensberg en Zululand
  Port Elisabeth en Kaapstand  Western Cape en Addo Elephant Na..
  Dumazulu en Hluhluwe park

Bronnen

Dekker, M. / Zuid-Afrika
Gottmer/Becht

Luirink, B. / Zuid-Afrika : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu
Koninklijk Instituut voor de Tropen,

Moerkamp, J. / Zuid-Afrika
ANWB

Schaap, D. / Zuid-Afrika

Minbuza Kosmos-Z&K

Zuid-Afrika
Cambium

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt september 2018
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems