Steden ALBANIE

ALBANIE   

Oudheid tot en met 17e eeuw

Romeinse overblijfselen Fier Albanie Foto:Peter

Enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling werd Albanië bewoond door de Illyriërs. In de 2e eeuw v.Chr. werd Albanië door de Romeinen veroverd en gedeeltelijk geromaniseerd. Na 1204 ontstond in Zuid-Albanië en Noordwest-Griekenland het despotaat Epirus, dat vanuit Byzantium geregeerd werd.
Dit gebied kwam aan het begin van de 14e eeuw onder het bewind te staan van de Italiaanse prinsen Orsini, terwijl Midden-Albanië als het Koninkrijk Albanië onder de koningen van Napels viel.
In de eerste helft van de 15e eeuw vielen de Turken Albanië binnen. Ondanks het verzet van de Albanezen onder leiding van de volksheld Skanderbeg, werd het vanaf 1478 officieel Turks gebied. Opmerkelijk was dat vele Albanezen overgingen tot de islam, maar de trotse Albanezen bleven gedurende de overheersing tegen de Turken in opstand komen, vooral sinds de 18e eeuw.

19e eeuw tot en met Eerste Wereldoorlog

Ali Pasja Albanie Foto:Nicholson1989

Rond 1800 regeerde Ali Pasja, een Turk van Albanese afkomst, over Albanië, Macedonië en Thessalië. In 1822 werd hij door de Turkse sultan verslagen en gedood.
In 1878 vroegen de Albanezen het Congres van Berlijn te kijken naar de Turkse overheersing van Albanië. De Duitse kanselier Bismarck trok zich hier echter niets van aan, waarna er een Albanese liga werd opgericht, die ook sterk protesteerde tegen de toekenning van Albanees grondgebied aan buurlanden. Ook pleitten ze voor de onafhankelijkheid van Albanië, wat wel het einde van de Turkse steun betekende. De Turken gingen de Liga zelfs bestrijden, waarna er niets anders voor ze opzat dan een geheime revolutionaire organisatie te worden.
Vlak voor de Eerste Balkanoorlog kreeg Albanië van Turkije een autonome status toegekend, die met steun van Italië en Oostenrijk in 1912 omgezet werd in onafhankelijkheid. De Russen en Fransen waren hier fel op tegen, maar diplomatieke stuurmanskunst van de Engelsen voorkwam dat de zaak uit de hand ging lopen.
Na een besluit van de grote mogendheden werd Albanië op 29 juli 1913 een soeverein vorstendom onder prins Wilhelm von Wied, maar iets meer dan een jaar later, op 3 september 1914, verliet hij Albanië alweer. Er brak een chaos uit waar de strijdende partijen in de Eerste Wereldoorlog graag gebruik van maakten. Pas in 1920 wisten de Albanezen de Italiaanse en Franse bezetters zo ver te krijgen dat ze het Albanese grondgebied zouden verlaten, gevolgd door de Joegoslaven in 1921. Hierna was de onafhankelijkheid van Albanië weer een feit.

Albanië een republiek

Envor Hoxha Albanie Foto:Forrásjelölés Hasonló

Op 22 januari werd Albanië uitgeroepen tot republiek, met als president Achmed Zogoe, de latere koning Zog I. Zog bleef zich verzetten tegen de voortdurende pogingen van de Italianen om soevereiniteit over Albanië te krijgen, maar uiteindelijk vielen de Italianen Albanië op 7 april 1939 binnen. Zog vluchtte en het hele land had vervolgens te lijden onder het oorlogsgeweld van de Duitsers en de Italianen. Nadat de Italianen capituleerden werd Albanië bezet door de Duitsers in september 1943. Er brak nu een partizanenstrijd uit en in het najaar van 1944 werd Albanië bevrijd van het Duitse juk. Grote man werd nu Enver Hoxha die vanaf 1948 partijleider werd van een volksdemocratische regering. Eerder, op 11 januari 1946, werd door de partizanen opnieuw de Volksrepubliek Albanië uitgeroepen. De republiek sloot zich nauw aan bij Joegoslavië, en daarmee in feite ook bij de communistische Sovjet-Unie van Stalin. Het gevolg daarvan was wel dat de claim op het gebied Kosovo en Metohija verviel.
Na de breuk tussen Joegoslavië en de Sovjet-Unie bleef Albanië gefocust op de Sovjet-Unie en trad in 1955 logischerwijs toe tot het Warschaupact. De relatie met de Sovjet-Unie werd een stuk minder toen de Sovjet-president Chroesjtsjov een destalinisatiepolitiek ging voeren. De overtuigde Stalinist Hoxha moest hier niets van hebben en vanaf die tijd richtte Albanië zich steeds meer op het communistische China. Toen het dan ook in 1961 tot een openlijke breuk tussen de Sovjet-Unie en China kwam, verbrak Albanië de diplomatieke betrekkingen met de Sovjets. Moskou trok daarop alle adviseurs terug uit Albanië, die al snel werden opgevolgd door Chinezen.
In 1966 volgde er een van bovenaf opgelegde culturele revolutie waarin alle westerse uitingen werden verketterd en men een nieuwe nationale cultuur op communistische grondslag na ging streven. In 1967 werd Albanië het eerste atheïstische land ter wereld toen Hoxha religie wettelijk afschafte. Vanaf het begin van de jaren zeventig werden er weer aarzelend diplomatieke betrekkingen met westerse landen aangeknoopt, waaronder in 1970 Nederland.
In 1978 kwam het tot een breuk tussen Albanië en China door ideologische tegenstellingen. In 1981 werd premier Shehu onder verdachte omstandigheden vermoord en in 1982 volgde een grote en gewelddadige zuivering van partij en regering; Ramiz Alia werd tot president benoemd en volgde in 1985 de overleden Enver Hoxha als partijleider op. Alia zette in op een goede relatie met zowel landen in het westen als in het oosten. De relatie met de Soviet-Unie en Montenegro bleef echter zeer koel.

Eerste vrije verkiezingen

In december 1989 en januari 1990 waren er demonstraties voor meer democratie die met geweld uiteengeslagen werden. In juli 1990 mochten duizenden Albanezen ongehinderd het land verlaten en enkel maanden later kondigde Alia beperkte hervormingen af, die uiteindelijk leidden tot vrije verkiezingen in maart 1991.
De communisten wonnen de verkiezingen, maar de nieuwe regering werd al na een maand ten val gebracht. Hierna volgde in juni 1991 een Regering van Nationale Redding, die in december al weer werd vervangen door een zakenkabinet. Ook dit zakenkabinet hield het echter niet lang vol en trad in maart 1992 af. Ali werd op 9 april 1992 opgevolgd door de democratisch gekozen president Sali Berisha die meteen begon met uitgebreide economische hervormingen.
Onder zijn bewind verbeterde de relatie met Griekenland en de Griekse minderheid in Albanië, maar de relatie met het voormalige Joegoslavië bleef zeer problematisch vanwege het streven naar autonomie van de Albanezen in de Joegoslavische provincie Kosovo.
In 1996 werden er onder zeer moeilijke omstandigheden parlementsverkiezingen gehouden. De verkiezingen waren frauduleus en werden gekenmerkt door intimidatie en veel geweld, en bovendien geboycot door de socialistische oppositie. De verkiezingen werden gewonnen door de Democratische Partij van president Berisha en Aleksander Meksi werd premier.

Grote problemen

Majko (rechts) Albanie Foto:Publiek domein

In 1997 braken er ernstige onlusten uit nadat veel Albanezen hun spaargeld verloren hadden na een faillissement van een aantal zeer dubieuze investeringsfondsen. Dit liep bijna uit op een burgeroorlog in het zuiden van het land, maar door vervroegde verkiezingen in juni/juli 1997 werd dit op het nippertje voorkomen. De verkiezingen werden namelijk gewonnen door de Socialistische Partij van Albanië (PSS). Tot president werd de socialist Rexhep Mejdani benoemd, die op zijn beurt Fatos Nano tot premier benoemde. Nano werd in 1998 alweer opgevolgd door Pandeli Majko.
1999 stond in het teken van de Kosovo-crisis en -oorlog in Joegoslavië. Honderdduizenden Kosovo-Albanezen vluchtten naar Albanië en de Navo mocht onbeperkt gebruik maken van Albanese havens en infrastructuur. In juni 1999 capituleerde Joegoslavië en konden de Kosovaren weer terugkeren naar hun provincie.
De problemen waren echter nog niet voorbij, want oktober 1999 stond in het teken van een interne strijd binnen de PSS-partij. Premier Majko en partijleider Nano maakten ruzie waarna Majko als premier werd opgevolgd door Ilir Meta. Op hetzelfde moment werd ex-presient Berisha als voorzitter van de oppositionele PDS herkozen en stonden de oude kemphanen weer recht tegenover elkaar. Hierdoor bleven de partijen zover uit elkaar staan dat de ontwikkeling tot een volwassen democratie steeds moeizamer werd.

21e eeuw

Berisha Albanie Foto:World Economic Forum

In februari 2000 heropenden Albanië en de Joegoslavische deelrepubliek Montenegro hun gemeenschappelijke grens. In september wist Berisha te ontkomen aan een aanslag op zijn leven. In oktober werden de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen door de regerende Socialistische Partij (PSS), die in 252 van de 398 gemeenten een meerderheid wist te verwerven.

In januari 2001 werden de sinds april verbroken diplomatieke betrekkingen tussen Albanië en Joegoslavië hersteld. De parlementsverkiezingen van juni/juli werden eveneens gewonnen door de PSS van premier Meta, met 41,5% van de stemmen. Er waren vier verkiezingsrondes nodig voor deze rustigste verkiezingen sinds 1991.

Ondertussen was er al maandenlang een machtsstrijd aan de gang binnen de PSS tussen premier Meta en partijvoorzitter Fatos Nano. Belangrijk twistpunt was de vraag wie het regeringsbeleid bepaalde; de partij of het kabinet van Meta. Als gevolg van dit conflict trad Meta eind januari 2002 af. Meta werd in februari opgevolgd door Pandeli Majko.
In juni sloten Nano en Berisha weer vrede en werden het zelfs eens over een gezamenlijke presidentskandidaat, generaal Alfred Moisiu, die in juni door het parlement inderdaad gekozen werd tot opvolger van Rexhep Meidani. Na de beëdiging van Moisiu trad het kabinet-Majko af en kreeg Nano de opdracht een nieuwe regering te vormen. Eind juli trad het nieuwe kabinet aan en telde enkele illustere namen; de vroegere vijanden van Nano, namelijk Majko op Defensie en Meta als vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken.

In januari 2003 startten onderhandelingen tussen Albanië en de EU over een associatieovereenkomst en in april stuurde Albanië militairen naar Irak; een teken van steun aan de Amerikaanse buitenlandse politiek. In april werd het Adriatische Handvest ondertekend door Albanië, Kroatie en Macedonie; doel hiervan was onder andere om het NAVO-lidmaatschap te bevorderen.
Ook in 2003 eiste de machtsstrijd binnen de PSS tussen Nano en Meta weer alle aandacht op. In juli trad minister Meta van Buitenlandse Zaken af uit protest tegen het regeringsbeleid van Nano. Lokale verkiezingen van oktober werden in december overgedaan na geconstateerde ernstige onregelmatigheden.

De coalitie van de Albanese oppositieleider Sali Berisha werd op 1 september 2005 aangewezen als winnaar van de op 3 juli gehouden parlementsverkiezingen. Dit betekende dat Berisha na acht jaar socialistisch bewind als regeringsleider terugkeerde. Het duurde weken voor de einduitslag bekend kon worden gemaakt omdat meer dan driehonderd klachten over onregelmatigheden moesten worden onderzocht en de verkiezingen in drie districten moesten worden overgedaan. De Democratische Partij van Berisha won 55 van de honderd direct te kiezen zetels. De regerende Socialistische Partij van premier Fatos Nano mocht 42 parlementariërs leveren, de rest van de zetels ging naar drie kleine partijen.

Edi Rama Premier van Albanië Foto:Publiek domein

In juli 2007 kiest het parlement Bamir Topi tot president. In april 2009 is Albanië toegetreden tot de NAVO. In juli 2009 wint de partij van Berisha de parlementsverkiezingen met een krappe meerderheid In mei 2010 roept Edi Rama de leider van de socialistische partij op tot gedeeltelijk hertelling van de stemmen. In juni 2013 wint de socialistische partij de verkiezingen en in september wordt Edi Rama de premier. In juni 2014 beveelt de Europese Commissie Albanië aan voor het lidmaatschap van de EU. In maart 2015 kondigt de regering het plan aan het staatsoliebedrijf Albpetrol te willen privatiseren.


ALBANIE LINKS

Advertenties
• Albanie Kras Reizen
• Cheaptickets Albanië
• Albanie Sawadee Reizen
• Albanie WTC
• Transport Albanië - TTS Quality Logistics B.V
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autoverhuur Sunny Cars Albanië
• Tirana Vliegtickets Tix.nl
• Hotels Albanie
• Eliza was here

Nuttige links

Albanië Reisbijbel (N)
Albanië Reisfoto's
Albanië Reisstart (N)
Albanië Startnederland (N+E)
Reisinformatie Albanië (N)
Romans over Albanië (N)
Startpagina Albanië (N)
Artikelen en Reisverhalen over ALBANIE
  Albanië toen en nu

Bronnen

Encarta-encyclopedie

Kagie, R. / Albanië : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen : Novib

Pettifer, J. / Albania & Kosovo
Black

Vlucht uit het isolement : Albanië op zoek naar nieuwe wegen
Instituut voor Publiek en Politiek

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt mei 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems