Landenweb.nl

ALBANIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Albanees
  Hoofdstad  Tirana
  Oppervlakte  28.748 km²
  Inwoners  2.938.028
  (mei 2019)
  Munteenheid  lek
  (ALL)
  Tijdsverschil  +0 (zomer +1)
  Web  .al
  Code.  ALB
  Tel.  +355

To read about ALBANIA in English - click here

Steden ALBANIE

Tirana

Geografie en Landschap

Geografie

De republiek Albanië (officieel: Republika e Shqipërisë, kortweg Shqiperi) ligt in het zuidoosten van Europa, op het Balkanschiereiland, het grootste en meeste oostelijke schiereiland van Europa.

advertentie

Albanie Satellietfoto NASAPhoto: Publiek domein

De totale oppervlakte van Albanië is 28.748 km2 en het land is daarmee iets kleiner dan België en 0,8 keer zo groot als Nederland. De maximale noord-zuidafstand bedraagt 370 km en de maximale oost-westafstand 170 km.

Albanië grenst in het noorden aan de Servische provincie Kosovo en Montenegro (287 km), in het oosten aan Macedonie (151 km) en in het zuiden aan Griekenland (282 km). In het westen grenst het land aan de Adriatische en Ionische zee; de lengte van de totale kustlijn bedraagt 362 km. De afstand tot de kust van Italië is bij de Straat van Otranto maar 80 km.

Helemaal in het zuiden ligt voor de kust het Griekse eiland Korfoe.

Landschap

advertentie

Landschap in AlbaniePhoto: Godo godaj CC2.0 Generico no changes made

Albanië bestaat in feite uit twee delen: het lage kustland en het bergachtige binnenland. De gemiddelde hoogte ligt op 708 meter boven de zeespiegel en ongeveer 70% van het Albanese landschap is bergachtig te noemen.

Het kustlandschap bestaat uit een aantal kustvlakten, die door vlakke droge ruggen van elkaar zijn gescheiden en tot maximaal 60 km landinwaarts reiken; waar ze tot aan de zee reiken, vormen ze steile, rotsige kusten. De kustvlakten zijn laag, met her en der meren en moerassen, die overigens voor een groot gedeelte zijn drooggelegd en geïrrigeerd; de winterregens en het voorjaarhoogwater van de rivieren veroorzaken er vaak overstromingen.

Meer naar het oosten ligt een heuvelachtige zone, die geen last meer heeft van overstromingen.

Het oosten van Albanië is woest en moeilijk toegankelijk. In het noorden liggen de Noord-Albanese Alpen. Hier neemt het met diepe kloven doorsneden kalkgebergte zelfs hooggebergtevormen aan (Jezerce, 2693 m). De hoogste bergtop is de Korab, 2784 meter hoog, en deze bevindt zich in het Korabitgebergte op het drielandenpunt met Macedonië en de Servische provincie Kosovo. Voor het overige bestaat het bergland uit langgerekte ruggen, sterk versneden kleine hoogvlakten en kleine bekkens. Karstverschijnselen komen ook voor.

Rond de Dessaretische meren in het zuiden ligt de enige grote, voor landbouw geschikte vlakte.

Rivieren en meren

advertentie

Zwarte Drin bij het meer van OhridPhoto: Brams CC 3.0 Unported no changes made

Onbevaarbare rivieren als Drin, Mat, Shkumbî, Seman en Vijosë stromen vanuit het bergland naar de Adriatische Zee en doorbreken de bergketens in grillige en woeste dalen. De grootste rivier, de Drin, ontspringt aan het Ohridmeer (dit gedeelte heet de Zwarte Drin) en in de bergen van Kosovo (Witte Drin).

De meren liggen allemaal in grensgebieden: in het noorden het Shkodërmeer (460-510 km2; tevens het grootste meer van het Balkanschiereiland); in het zuidoosten de Dessaretische groep op de grens met Macedonië en Griekenland: Meer van Ohrid (270 km2), Prespameer (288 km2) en het kleine Malikmeer, die allen deels buiten Albanië zelf liggen.

Klimaat en Weer

advertentie

Zonsopgang met mist in AlbaniePhoto: Spyenson CC 3.0 Unported no changes made

Door de grote geografische en topografische verschillen heeft het Albanese klimaat een onvoorspelbaar karakter.

De kustvlakte heeft een Middellandse Zeeklimaat met hete zomers, zachte winters en winterregens. In het bergachtige oosten is sprake van een landklimaat met strenge, sneeuwrijke winters en met zomerregens. De beschutte bekkens hebben een milder klimaat.

De maximumtemperatuur in de zomer kan wel oplopen tot 40°C. In de winter is de minimale temperatuur -5°C. De warmste plaats van Albanië is Saranda, met meer dan 3000 uur zon per jaar en maar enkele weken ‘winterweer’ per jaar in de maanden januari en februari.

De neerslag bedraagt tussen 750 en 1200 mm/jaar, maar vooral op de westelijke hellingen van de bergen in de Noord-Albanese Alpen valt tot 2000 mm neerslag per jaar. De meeste neerslag, afnemend van noord naar zuid, valt in het najaar en in de winter.

Klimaattabel (gemiddelde cijfers voor het gehele land)

janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
min. temp °C225812161717141085
max. temp °C121215182328313127231714
regendagen p/m1313141312754691616
luchtvochtigheid %716968697062575764677573

Planten en dieren

Door zijn nog vele afgelegen en onbedorven landschappen kent Albanië een gevarieerde planten- en dierenwereld, met soorten die elders op de Balkan niet meer voorkomen. Maar ook in Albanië staat de natuur onder druk door het opdrogen van de vele moeraslandschappen en de industrialisatie sinds de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de moerassen voor de mens ongezond waren, herbergden ze rijk planten- en dierenleven, met bijvoorbeeld de nu bijna uitgestorven Dalmatische pelikaan.

Planten

advertentie

Salix reticulataPhoto: Opiola Jerzy CC 3.0 Unported no changes made

Door de grote verschillen in hoogte, grondsoorten en klimaat is Albanië gezegend met een zeer rijke en gevarieerde flora. Er zijn 3221 soorten geteld verdeeld in twee duidelijke groepen. De grens loopt van het noorden naar het zuiden via Shkodra naar Leskovik. Ten westen van deze lijn vindt men een typisch Middellandse Zeeflora (ca. 355 van het totaal aantal soorten), en ten oosten in de bergen komen we een typische bergflora tegen. In geheel Albanië komen 489 soorten voor die typisch zijn voor de Balkan, en daarvan weer ca. 40 die alleen in Albanië voorkomen, waaronder de asphodel, de Balkan dioscorea, de wilde driada en de netbladige of sneeuwwilg.

Op de kustvlakte heeft de vegetatie een mediterraan karakter. Meer het binnenland in volgt, tussen ca. 700 en 1000 m hoogte, een zone van eiken- beuken- en kastanjewoud. Tussen 1000 en 1800 overheersen de naaldwouden en boven 1800 m vindt men vooral een alpine weidevegetatie.

Eikenbossen maken 20% uit van de totale Albanese bossenvoorraad. In andere delen van het land, tot 800 meter hoogte, zijn Mediterrane struiken dominant: mirte, aardbeiboom, heide en mastiekboom. In het warme zuidwesten groeien o.a. schijfcactus, laurier, vijgenboom, zwarte haagbeuk en eucalyptus.

Dieren

advertentie

WolfPhoto: Quartel CC 3.0 Unported no changes made

In de bossen met eiken en coniferen komen fretten, wolven (ca. 400 exemplaren), vossen en jakhalzen voor. In de hoger gelegen naaldwouden leven bruine beren, boommarters, lynxen en wezels. In sommige gebieden komen reeën, gemzen en wilde zwijnen voor, en Albanië telt maar liefst 14 soorten vleermuizen en 350 vogelsoorten (inclusief trekvogels). Typisch Albanese soorten zijn kraaien, mussen, slobeenden, twee soorten patrijzen, fazanten en reigersoorten. Trekvogels die in Albanië uitrusten zijn nachtegalen, ooievaars, koekoeken, leeuweriken, lijsters, ganzen, duiven en spechten. Albanië kent veel roofvogelsoorten, zoals arend, valk, buizerd, sperwer, steenuil en oehoe.

In de Albanese rivieren leven 260 vissoorten. In verschillende meren, waaronder het Meer van Ohrid, komt een unieke forel voor, de zogenaamde ‘koran’.

Op het land komen verschillende slangensoorten voor, waaronder de zeer giftige Balkanadder, de waterslang en de Montpellier slang. Verder vele soorten padden, kikkers, salamanders, hagedissen en twee soorten schildpadden. In het zuiden van Albanië komen schorpioenen voor.

eendachtigen
grauwe ganskolgansdwerggans
taigarietganskleine rietgansroodhalsgans
knobbelzwaankleine zwaanwilde zwaan
casarcabergeendzomertaling
slobeendkrakeendsmient
wilde eendpijlstaartwintertaling
marmereendkrooneendtafeleend
witoogeend*kuifeendtopper
eider*grote zee-eendzwarte zee-eend
ijseendbrilduikernonnetje
grote zaagbekmiddelste zaagbekwitkopeend
fazantachtigen
kwartelsteenpatrijs*bosfazant
patrijsauerhoenkorhoen
hazelhoen
flamingo's
flamingo
futen
dodaarskuifduikerroodhalsfuut
fuutgeoorde fuut
duiven
rotsduifholenduifhoutduif
zomertortelTurkse tortel
koekoeken
koekoekkuifkoekoek
nachtzwaluwen
nachtzwaluw
gierzwaluwen
alpengierzwaluwgierzwaluwvale gierzwaluw
zwaluwen
oeverzwaluwrotszwaluwboerenzwaluw
roodstuitzwaluwhuiszwaluw
trappen
grote trapkleine trap* (foto)
rallen, koeten en waterhoentjes
waterralkwartelkoningporseleinhoen
waterhoenmeerkoetkleine waterhoen
kleinst waterhoen
kraanvogels
kraanvogel
grielen
griel
kluten
kluutsteltkluut
scholeksters
scholekster

advertentie

Kleine Trap, bijna uitgestorven in AlbaniëPhoto: Francesco Veronesi CC 2.0 Generic no changes made

kieviten en plevieren
kievit*zilverpleviergoudplevier
Aziatische goudplevierstrandplevierbontbekplevier
kleine pleviermorinelplevier
strandlopers en snippen
regenwulpdunbekwulpwulp*
rosse grutto*grutto*steenloper
kanoet*kemphaanbreedbekstrandloper
krombekstrandloper*Temmincks strandloperdrieteenstrandloper
bonte strandloperkleine strandlopergrijze strandloper*
bokjehoutsnippoelsnip*
watersnipterekruiteroeverloper
witgatzwarte ruitergroenpootruiter
poelruiterbosruitertureluur
renvogels en vorkstaartplevieren
vorkstaartplevier
jagers
kleine jager
meeuwen
drieteenmeeuwdunbekmeeuwkokmeeuw
dwergmeeuwzwartkopmeeuwAudouins meeuw
stormmeeuwzilvermeeuwgeelpootmeeuw
Pontische meeuwkleine mantelmeeuwgrote mantelmeeuw
dwergsternlachsternreuzenstern
zwarte sternwitvleugelsternwitwangstern
visdiefgrote stern
duikers
roodkeelduikerparelduikerijsduiker
noordelijke stormvogeltjes
stormvogeltje
pijlstormvogels
Kuhls pijlstormvogelyelkouanpijlstormvogel
ooievaars
ooievaarzwarte ooievaar
genten
Jan-van-gent
aalscholvers
dwergaalscholvergrote aalscholverkuifaalscholver
pelikanen
roze pelikaankroeskoppelikaan*
reigers
roerdompwoudaapblauwe reiger
purperreigergrote zilverreigerkleine zilverreiger
koereigerralreigerkwak
ibissen en lepelaars
zwarte ibislepelaar
visarenden
visarend

Kroeskoppelikaan, bijna uitgestorven in AlbaniëPhoto: Tim Sträter CC 2.0 Generic no changes made

havikachtigen
lammergier*aasgierwespendief
monniksgier*vale gierslangenarend
schreeuwarendbastaardarenddwergarend
keizerarendsteenarendhavikarend
bruine kiekendiefblauwe kiekendiefsteppekiekendief*
grauwe kiekendiefbalkansperwersperwer
havikrode wouw*zwarte wouw
zeearendruigpootbuizerdbuizerd
arendbuizerd
kerkuilen
kerkuil
uilen
dwergooruiloehoesneeuwuil
steenuilbosuiloeraluil
ransuilvelduilruigpootuil
hoppen
hop
ijsvogels
ijsvogel
bijeneters
bijenetergroene bijeneter
scharrelaars
scharrelaar
spechten
draaihalsdrieteenspechtmiddelste bonte specht
witrugspechtgrote bonte spechtSyrische bonte specht
kleine bonte spechtgrijskopspechtgroene specht
zwarte specht
valkachtigen
kleine torenvalktorenvalkroodpootvalk* (foto)
Eleonora's valksmellekenboomvalk
lannervalksakervalkslechtvalk
wielewalen
wielewaal
klauwieren
grauwe klauwierklapeksterkleine klapekster
maskerklauwierroodkopklauwier
kraaien
gaaieksternotenkraker
alpenkraaialpenkauwkauw
roekbonte kraairaaf
mezen
zwarte meeskuifmeesrouwmees
glanskopmatkoppimpelmees
koolmees
buidelmezen
buidelmees

Roodpootvalk, bijna uitgestorven in AlbaniëPhoto: Jutta Luft CC 3.0 Unported no changes made

leeuweriken
strandleeuwerikkortteenleeuwerikkalanderleeuwerik
boomleeuwerikveldleeuwerikkuifleeuwerik
Panuridae
baardman
Cisticolidae
graszanger
Acrocephalidae
oostelijke vale spotvogelGriekse spotvogelOrpheusspotvogel
spotvogelwaterrietzangerzwartkoprietzanger
rietzangerbosrietzangerkleine karekiet
grote karekiet
Locustellidae
krekelzangersnorsprinkhaanzanger
Phylloscopidae (boszangers)
fluiterbergfluiterbalkanbergfluiter
bruine boszangerfitistjiftjaf
Cettidae
Cetti's zanger
staartmezen
staartmees
zangers van de Oude Wereld
zwartkoptuinfluitersperwergrasmus
braamsluiperwestelijke Orpheusgrasmusoostelijke Orpheusgrasmus
Rüppels grasmusbaardgrasmuskleine zwartkop
grasmusbrilgrasmusProvençaalse grasmus*
Regulidae
goudhaanvuurgoudhaan
Tichodromidae
rotskruiper
boomklevers
boomkleverrotsklever
winterkoningen
winterkoning
waterspreeuwen
waterspreeuw
spreeuwen
spreeuwroze spreeuw
lijsters
grote lijsterzanglijsterkoperwiek*
merelkramsvogelbeflijster
vliegenvangers
grauwe vliegenvangerrosse waaierstaartroodborst
nachtegaalblauwborstkleine vliegenvanger
balkanvliegenvangerbonte vliegenvangerwithalsvliegenvanger
gekraagde roodstaartzwarte roodstaartrode rotslijster
blauwe rotslijsterpaapjeroodborsttapuit
tapuitblonde tapuit

Provençaalse grasmus, bijna uitgestorven in AlbaniëPhoto: Gailhampshire CC Attribution 2.0 Generic no changes made

pestvogels
pestvogel
heggenmussen
alpenheggenmusheggenmus
mussen
huismusSpaanse musringmus
rotsmussneeuwvink
kwikstaarten en piepers
grote gele kwikstaartgele kwikstaartcitroenkwikstaart
witte kwikstaartgrote pieperduinpieper
graspieper* (foto)boompieperroodkeelpieper
waterpieper
vinkachtigen
vinkkeepappelvink
goudvinkgroenlingkneu
barmsijskruisbekputter
Europese kanariesijs
gorzen
zwartkopgorsgrauwe gorsgrijze gors
cirlgorsgeelgorswitkopgors
ortolaanbruinkeelortolaanrietgors

Graspieper, bijna uitgestorven in AlbaniëPhoto: Osotis Scorpioides at en.wikipedia CC 3.0 Unported no changes made

Geschiedenis

Oudheid tot en met 17e eeuw

Romeinse overblijfselen in Durres, AlbaniëPhoto: Dave Proffer CC 2.0 Generic no changes made

Enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling werd Albanië bewoond door de Illyriërs. In de 2e eeuw v.Chr. werd Albanië door de Romeinen veroverd en gedeeltelijk geromaniseerd. Na 1204 ontstond in Zuid-Albanië en Noordwest-Griekenland het despotaat Epirus, dat vanuit Byzantium geregeerd werd.

Dit gebied kwam aan het begin van de 14e eeuw onder het bewind te staan van de Italiaanse prinsen Orsini, terwijl Midden-Albanië als het Koninkrijk Albanië onder de koningen van Napels viel.

In de eerste helft van de 15e eeuw vielen de Turken Albanië binnen. Ondanks het verzet van de Albanezen onder leiding van de volksheld Skanderbeg, werd het vanaf 1478 officieel Turks gebied. Opmerkelijk was dat vele Albanezen overgingen tot de islam, maar de trotse Albanezen bleven gedurende de overheersing tegen de Turken in opstand komen, vooral sinds de 18e eeuw.

19e eeuw tot en met Eerste Wereldoorlog

Ali Pasja AlbaniëPhoto: Nicholson1989 CC 3.0 no changes made

Rond 1800 regeerde Ali Pasja, een Turk van Albanese afkomst, over Albanië, Macedonië en Thessalië. In 1822 werd hij door de Turkse sultan verslagen en gedood.

In 1878 vroegen de Albanezen het Congres van Berlijn te kijken naar de Turkse overheersing van Albanië. De Duitse kanselier Bismarck trok zich hier echter niets van aan, waarna er een Albanese liga werd opgericht, die ook sterk protesteerde tegen de toekenning van Albanees grondgebied aan buurlanden. Ook pleitten ze voor de onafhankelijkheid van Albanië, wat wel het einde van de Turkse steun betekende. De Turken gingen de Liga zelfs bestrijden, waarna er niets anders voor ze opzat dan een geheime revolutionaire organisatie te worden.

Vlak voor de Eerste Balkanoorlog kreeg Albanië van Turkije een autonome status toegekend, die met steun van Italië en Oostenrijk in 1912 omgezet werd in onafhankelijkheid. De Russen en Fransen waren hier fel op tegen, maar diplomatieke stuurmanskunst van de Engelsen voorkwam dat de zaak uit de hand ging lopen.

Na een besluit van de grote mogendheden werd Albanië op 29 juli 1913 een soeverein vorstendom onder prins Wilhelm von Wied, maar iets meer dan een jaar later, op 3 september 1914, verliet hij Albanië alweer. Er brak een chaos uit waar de strijdende partijen in de Eerste Wereldoorlog graag gebruik van maakten. Pas in 1920 wisten de Albanezen de Italiaanse en Franse bezetters zo ver te krijgen dat ze het Albanese grondgebied zouden verlaten, gevolgd door de Joegoslaven in 1921. Hierna was de onafhankelijkheid van Albanië weer een feit.

Albanië een republiek

Envor Hoxha AlbaniëPhoto: Forrásjelölés Hasonló John Oldale CC 3.0 Unported no changes made

Op 22 januari werd Albanië uitgeroepen tot republiek, met als president Achmed Zogoe, de latere koning Zog I. Zog bleef zich verzetten tegen de voortdurende pogingen van de Italianen om soevereiniteit over Albanië te krijgen, maar uiteindelijk vielen de Italianen Albanië op 7 april 1939 binnen. Zog vluchtte en het hele land had vervolgens te lijden onder het oorlogsgeweld van de Duitsers en de Italianen. Nadat de Italianen capituleerden werd Albanië bezet door de Duitsers in september 1943. Er brak nu een partizanenstrijd uit en in het najaar van 1944 werd Albanië bevrijd van het Duitse juk. Grote man werd nu Enver Hoxha die vanaf 1948 partijleider werd van een volksdemocratische regering. Eerder, op 11 januari 1946, werd door de partizanen opnieuw de Volksrepubliek Albanië uitgeroepen. De republiek sloot zich nauw aan bij Joegoslavië, en daarmee in feite ook bij de communistische Sovjet-Unie van Stalin. Het gevolg daarvan was wel dat de claim op het gebied Kosovo en Metohija verviel.

Na de breuk tussen Joegoslavië en de Sovjet-Unie bleef Albanië gefocust op de Sovjet-Unie en trad in 1955 logischerwijs toe tot het Warschaupact. De relatie met de Sovjet-Unie werd een stuk minder toen de Sovjet-president Chroesjtsjov een destalinisatiepolitiek ging voeren. De overtuigde Stalinist Hoxha moest hier niets van hebben en vanaf die tijd richtte Albanië zich steeds meer op het communistische China. Toen het dan ook in 1961 tot een openlijke breuk tussen de Sovjet-Unie en China kwam, verbrak Albanië de diplomatieke betrekkingen met de Sovjets. Moskou trok daarop alle adviseurs terug uit Albanië, die al snel werden opgevolgd door Chinezen.

In 1966 volgde er een van bovenaf opgelegde culturele revolutie waarin alle westerse uitingen werden verketterd en men een nieuwe nationale cultuur op communistische grondslag na ging streven. In 1967 werd Albanië het eerste atheïstische land ter wereld toen Hoxha religie wettelijk afschafte. Vanaf het begin van de jaren zeventig werden er weer aarzelend diplomatieke betrekkingen met westerse landen aangeknoopt, waaronder in 1970 Nederland.

In 1978 kwam het tot een breuk tussen Albanië en China door ideologische tegenstellingen. In 1981 werd premier Shehu onder verdachte omstandigheden vermoord en in 1982 volgde een grote en gewelddadige zuivering van partij en regering; Ramiz Alia werd tot president benoemd en volgde in 1985 de overleden Enver Hoxha als partijleider op. Alia zette in op een goede relatie met zowel landen in het westen als in het oosten. De relatie met de Soviet-Unie en Montenegro bleef echter zeer koel.

Eerste vrije verkiezingen

In december 1989 en januari 1990 waren er demonstraties voor meer democratie die met geweld uiteengeslagen werden. In juli 1990 mochten duizenden Albanezen ongehinderd het land verlaten en enkel maanden later kondigde Alia beperkte hervormingen af, die uiteindelijk leidden tot vrije verkiezingen in maart 1991.

De communisten wonnen de verkiezingen, maar de nieuwe regering werd al na een maand ten val gebracht. Hierna volgde in juni 1991 een Regering van Nationale Redding, die in december al weer werd vervangen door een zakenkabinet. Ook dit zakenkabinet hield het echter niet lang vol en trad in maart 1992 af. Ali werd op 9 april 1992 opgevolgd door de democratisch gekozen president Sali Berisha die meteen begon met uitgebreide economische hervormingen.

Onder zijn bewind verbeterde de relatie met Griekenland en de Griekse minderheid in Albanië, maar de relatie met het voormalige Joegoslavië bleef zeer problematisch vanwege het streven naar autonomie van de Albanezen in de Joegoslavische provincie Kosovo.

In 1996 werden er onder zeer moeilijke omstandigheden parlementsverkiezingen gehouden. De verkiezingen waren frauduleus en werden gekenmerkt door intimidatie en veel geweld, en bovendien geboycot door de socialistische oppositie. De verkiezingen werden gewonnen door de Democratische Partij van president Berisha en Aleksander Meksi werd premier.

Grote problemen

Pandeli Majko, AlbaniëPhoto: Prime Minister of Kosovo Office Press publiek domein

In 1997 braken er ernstige onlusten uit nadat veel Albanezen hun spaargeld verloren hadden na een faillissement van een aantal zeer dubieuze investeringsfondsen. Dit liep bijna uit op een burgeroorlog in het zuiden van het land, maar door vervroegde verkiezingen in juni/juli 1997 werd dit op het nippertje voorkomen. De verkiezingen werden namelijk gewonnen door de Socialistische Partij van Albanië (PSS). Tot president werd de socialist Rexhep Mejdani benoemd, die op zijn beurt Fatos Nano tot premier benoemde. Nano werd in 1998 alweer opgevolgd door Pandeli Majko.

1999 stond in het teken van de Kosovo-crisis en -oorlog in Joegoslavië. Honderdduizenden Kosovo-Albanezen vluchtten naar Albanië en de Navo mocht onbeperkt gebruik maken van Albanese havens en infrastructuur. In juni 1999 capituleerde Joegoslavië en konden de Kosovaren weer terugkeren naar hun provincie.

De problemen waren echter nog niet voorbij, want oktober 1999 stond in het teken van een interne strijd binnen de PSS-partij. Premier Majko en partijleider Nano maakten ruzie waarna Majko als premier werd opgevolgd door Ilir Meta. Op hetzelfde moment werd ex-presient Berisha als voorzitter van de oppositionele PDS herkozen en stonden de oude kemphanen weer recht tegenover elkaar. Hierdoor bleven de partijen zover uit elkaar staan dat de ontwikkeling tot een volwassen democratie steeds moeizamer werd.

21e eeuw

Sali Ram Berisha (Viçidol, 15 oktober 1944), president van Albanië (1992-1997)Photo:World Economic Forum CC 2.0 Generic no changes made

In februari 2000 heropenden Albanië en de Joegoslavische deelrepubliek Montenegro hun gemeenschappelijke grens. In september wist Berisha te ontkomen aan een aanslag op zijn leven. In oktober werden de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen door de regerende Socialistische Partij (PSS), die in 252 van de 398 gemeenten een meerderheid wist te verwerven.

In januari 2001 werden de sinds april verbroken diplomatieke betrekkingen tussen Albanië en Joegoslavië hersteld. De parlementsverkiezingen van juni/juli werden eveneens gewonnen door de PSS van premier Meta, met 41,5% van de stemmen. Er waren vier verkiezingsrondes nodig voor deze rustigste verkiezingen sinds 1991.

Ondertussen was er al maandenlang een machtsstrijd aan de gang binnen de PSS tussen premier Meta en partijvoorzitter Fatos Nano. Belangrijk twistpunt was de vraag wie het regeringsbeleid bepaalde; de partij of het kabinet van Meta. Als gevolg van dit conflict trad Meta eind januari 2002 af. Meta werd in februari opgevolgd door Pandeli Majko.

In juni sloten Nano en Berisha weer vrede en werden het zelfs eens over een gezamenlijke presidentskandidaat, generaal Alfred Moisiu, die in juni door het parlement inderdaad gekozen werd tot opvolger van Rexhep Meidani. Na de beëdiging van Moisiu trad het kabinet-Majko af en kreeg Nano de opdracht een nieuwe regering te vormen. Eind juli trad het nieuwe kabinet aan en telde enkele illustere namen; de vroegere vijanden van Nano, namelijk Majko op Defensie en Meta als vicepremier en minister van Buitenlandse Zaken.

In januari 2003 startten onderhandelingen tussen Albanië en de EU over een associatieovereenkomst en in april stuurde Albanië militairen naar Irak; een teken van steun aan de Amerikaanse buitenlandse politiek. In april werd het Adriatische Handvest ondertekend door Albanië, Kroatie en Macedonie; doel hiervan was onder andere om het NAVO-lidmaatschap te bevorderen.

Ook in 2003 eiste de machtsstrijd binnen de PSS tussen Nano en Meta weer alle aandacht op. In juli trad minister Meta van Buitenlandse Zaken af uit protest tegen het regeringsbeleid van Nano. Lokale verkiezingen van oktober werden in december overgedaan na geconstateerde ernstige onregelmatigheden.

De coalitie van de Albanese oppositieleider Sali Berisha werd op 1 september 2005 aangewezen als winnaar van de op 3 juli gehouden parlementsverkiezingen. Dit betekende dat Berisha na acht jaar socialistisch bewind als regeringsleider terugkeerde. Het duurde weken voor de einduitslag bekend kon worden gemaakt omdat meer dan driehonderd klachten over onregelmatigheden moesten worden onderzocht en de verkiezingen in drie districten moesten worden overgedaan. De Democratische Partij van Berisha won 55 van de honderd direct te kiezen zetels. De regerende Socialistische Partij van premier Fatos Nano mocht 42 parlementariërs leveren, de rest van de zetels ging naar drie kleine partijen.

Edi Rama, premier van AlbaniëPhoto: Publiek domein

In juli 2007 kiest het parlement Bamir Topi tot president. In april 2009 is Albanië toegetreden tot de NAVO. In juli 2009 wint de partij van Berisha de parlementsverkiezingen met een krappe meerderheid In mei 2010 roept Edi Rama de leider van de socialistische partij op tot gedeeltelijk hertelling van de stemmen. In juni 2013 wint de socialistische partij de verkiezingen en in september wordt Edi Rama de premier.

In juni 2014 beveelt de Europese Commissie Albanië aan voor het lidmaatschap van de EU. In maart 2015 kondigt de regering het plan aan het staatsoliebedrijf Albpetrol te willen privatiseren. In juli 2016 besluit de regering juridische hervormingen door te voeren teneinde het EU lidmaatschap dichterbij te brengen.

In juli 2017 wordt Ilir Meta de nieuwe president van Albanië. In het voorjaar en de zomer van 2019 is het onrustig in Albanië en worden brandbommen gegooid bij het kantoor van premier Edi Rama.


Ilir Meta, president van Albanië
Photo: Ivanrkv CC 3.0 Unported no changes made

Bevolking

Samenstelling en spreiding

Albanese schoolkinderenPhoto: Goodfaith17 CC 3.0 Unported no changes made

De bevolking van Albanië bestaat voor ca. 82% uit Albanezen (die zichzelf Shqiptarë noemen) en verder uit Grieken, enige duizenden Slaven (Macedoniërs, Montenegrijnen, Bulgaren, Serviërs) en Turken, Vlachen (ook wel Aromunen of Balkan-Roemenen genoemd) Armeniërs en zigeuners.

De etnische Albanezen kunnen onderverdeeld worden in twee groepen, die omstreeks de 12e eeuw zijn gevormd en ieder hun eigen Albanees dialect spreken. In het noordoosten van het land wonen ten noorden van de Shkumbin-rivier en in Kosovo de Ghegen, bergbewoners. Ten zuiden van de Shkumbin wonen de Tosken.

In Albanië zelf wonen 3,05 miljoen mensen (2017); meer dan drie miljoen Albanezen wonen in het buitenland, van wie 2,5 miljoen in Kosovo, Macedonie en Montenegro, de rest onder andere in Zuid-Italië en Griekenland.

De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 106 personen per km2. Het dichtstbevolkt zijn het heuvelland en de kuststrook, met name de districten Tirana en Vlorë.

Voor de Tweede Wereldoorlog woonden veruit de meeste Albanezen nog op het platteland. Op dit moment woont meer dan 40% in de stad (Europees gezien erg weinig) en de trek naar de steden neemt nog steeds toe.

Grootste steden:

Tirana421.000inwoners
Durrës115.500inwoners
Elbasan87.000inwoners
Shkodër82.000inwoners
Vlorë77.000inwoners
Fier56.000inwoners
Korçë55.000inwoners
Berat44.000inwoners

Demografische gegevens (2017)

Leeftijdsopbouw

Taal

Albanie TaalkaartPhoto:Caltinus CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het Albanees behoort tot de Indo-Europese taalgroep; het is een mengtaal met een groot aantal leenwoorden.

Er is een Ghegisch en een Toskisch dialect, alsmede een overgangsdialect tussen beide. Het Toskisch is sinds 1945 de officiële taal en sterk door het Grieks beïnvloed. Het Ghegisch dialect heeft veel Slavische invloeden. In beide dialecten zijn ook Turkse invloeden terug te vinden.

Aan de etnische minderheidsgroepen in het land is het toegestaan de eigen taal te gebruiken.

In 1908 werd een officieel Albanees alfabet ingevoerd, gebaseerd op het Latijnse alfabet.

Godsdienst

De Loden Moskee (Albanees: Xhamia e Plumbit), ook bekend als de Busatli Mehmet Pasja Moskee in Shkodër, in het noordwesten van AlbaniëPhoto: Meyavuz CC 3.0 Unported no changes made

In 1967 proclameerde de communistische partijleider Enver Hoxha Albanië tot de eerste atheïstische staat ter wereld. Tussen 1967 en 1990 was het verboden om welke godsdienstuitoefening dan ook uit te oefenen. Alle moskeeën en kerken in het land werden gesloopt of ergens anders voor gebruikt; geestelijke leiders werden gedwongen hun ambt op te geven. Toch bleven veel Albanezen hun geloof in die tijd trouw en werden niet automatisch atheïst.

Na ruim 23 jaar zonder godsdienst heeft de religie bij vooral de oudere Albanezen weer een belangrijke plaats ingenomen in het dagelijkse leven. Ook de religieuze feestdagen zijn weer in ere hersteld. De jongeren zijn veelal opgegroeid in een land zonder godsdienst en voor hen is religie veel minder belangrijk.

Naar schatting is op dit moment ca. 70% van de bevolking soennitisch-islamitisch, 10% rooms-katholiek en behoort 20% tot de Grieks-orthodoxe Kerk, voornamelijk de Ghegen.

In de elfde eeuw vormde de Shkumbin-rivier bij het schisma in de katholieke kerk ook de grens tussen het roomse noorden en het orthodoxe zuiden. Als gevolg van de Turkse overheersing werd vanaf de 17e eeuw het land geïslamiseerd, vaak met intimidatie en geweld. In de loop van de 18e eeuw zijn de Albanezen in meerderheid islamitisch geworden.

Na de ineenstorting van het atheïstische bewind werd Albanië ‘overvallen’ door priesters, imams, evangelisten en zendelingen van allerlei religieuze bewegingen en godsdiensten.

Samenleving

Staatsinrichting

Parlementsgebouw AlbaniëPhoto: Gertjan R. CC 3.0 Unported no changes made

Tussen 1948 en 1991 was de communistische partij - officieel Albanese Arbeiderspartij (afgekort: PPSh) - de enige leidinggevende politieke macht in staat en samenleving. In 1991 vonden de eerste vrije verkiezingen plaats na de val van het communistische bewind.

De één kamer tellende Volksvergadering of ‘Kuvendi Popullor’ telt 140 afgevaardigden, die elke vier jaar gekozen worden; de Volksvergadering kiest het staatshoofd. Honderd leden van de Volksvergadering worden rechtstreeks gekozen uit enkelvoudige kiesdistricten en veertig via proportionele representatie. Er bestaat een algemene kiesplicht vanaf 18 jaar. De president is het staatshoofd van Albanië, wordt gekozen voor vijf jaar en is eenmaal herkiesbaar. De president benoemt de premier.

In 1998 kreeg Albanië zijn eerste postcommunistische grondwet, die het parlement meer bevoegdheden gaf, zoals het benoemen van de ministerraad. Deze grondwet maakte van Albanië een parlementaire republiek en een eenheidsstaat met regeringssysteem dat gebaseerd is op scheiding en evenwicht van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. De actuele politieke situatie is beschreven in het hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Districten AlbaniëPhoto: TUBS CC 3.0 Unported no changes made

Administratief is Albanië verdeeld in 36 districten (rreth, meervoud rráthe of rráthët) en twaalf prefecturen.

prefectuurhoofdstadaantal inwonersoppervlakte
BeratBerat193.0001027 km2
DibrëPeshkopië190.0002586 km2
DurrësDurrës245.000766 km2
ElbasanElbasan360.0003199 km2
FierFier385.0001891 km2
GürokastërGürokastër115.0002884 km2
KorcëKorcë265.0003710 km2
KukësKukës112.0002373 km2
LezhëLezhë160.0001620 km2
ShkodërShkodër257.0003561 km2
TiranaTirana600.0001653 km2
VlorëVlorë195.0002706 km2

Onderwijs

Universiteit van Tirana, AlbaniëPhoto: Leeturtle CC 3.0 Unported no changes made

Het basis- en voortgezet onderwijs in Albanië is een collectieve voorziening waartoe iedereen toegang heeft.

Kinderen tussen drie en zes jaar gaan naar de ‘kopshte’, de kleuterschool. Daarna volgt de achtjarige basisschool en dan drie vormen van voortgezet onderwijs, waar ca. 75% van de leerlingen naar doorstroomt. De ‘shkollat 12-vjeçare (de ’12-jaar school’) leidt op voor een studie aan een universiteit. De ‘shkollat e mesme teknik-profesionale’ lijkt veel op onze middelbare technische school. De ‘shkollat e ulte profesionale’ levert leerlingen af die worden opgeleid voor banen in de landbouw en industrie.

In 1957 werd in de hoofdstad Tirana de eerste universiteit van Albanië geopend. In 1991 werden de landbouwhogeschool in Tirana en de hogeschool in Shköder tot universiteit uitgeroepen. Vanaf 1992 werden er uitwisselingsprogramma’s met vele universiteiten in de wereld in gang gezet.

Economie

Algemeen

Biljet van 500 Lek, Albanese munteenheidPhoto: Publiek domein

Na de breuk met de Sovjet-Unie (in 1961) en China (in 1978) voorzag het communistische Albanië in economisch opzicht volledig in eigen behoeften. Door deze isolationistische politiek raakte de economie echter totaal verouderd. Met de val van het orthodoxe communisme stortte ook het economische leven in de jaren 1990-1992 geheel in, onder andere door de grootschalige vernielingen en plunderingen van veel staatsondernemingen. Albanië werd toen voornamelijk afhankelijk van noodhulp, buitenlandse leningen en overboekingen van in het buitenland werkende Albanese gastarbeiders.

Vanaf 1992 werd economische leven snel geprivatiseerd. Zo werd de collectivisatie van de landbouw ongedaan gemaakt en de grond onder de boeren verdeeld en kwam er een kleinschalige industrie en dienstverlening op gang. Als gevolg daarvan steeg in 1994 en 1995 het bnp volgens officiële cijfers met ongeveer 7%. De economie en het vertrouwen in de bancaire sector kregen als gevolg van de sociale onlusten in 1997 echter een enorme klap. Dankzij een macro-economisch stabilisatieproces dat sindsdien samen met IMF is uitgevoerd, is Albanië weer aardig op de goede weg. Er is nu dan ook weer een verbetering in de economie van Albanië zichtbaar.

In 2002 was vrijwel het gehele midden- en kleinbedrijf geprivatiseerd.

Naast de legale economische bedrijvigheid werd er ook veel geld verdiend aan de zwarte handel in mensen, olie, drugs en wapens. Veel geld werd bovendien geïnvesteerd in de zogenaamde piramidefondsen, die huizenhoge rendementen beloofden. Toen deze fondsen begin 1997 instortten, viel Albanië ten prooi aan chaos en anarchie. Hierna kwam het normale economische leven vrijwel volledig stil kwam te liggen.

Nadat het centrale gezag hersteld was, werd er volop gewerkt aan institutionele hervormingen die alomtegenwoordige corruptie moesten tegengaan. De economie kroop langzaam uit het dal: de infrastructuur werd verbeterd, buitenlandse ondernemingen investeerden in Albanië, veel van de geldzendingen uit het buitenland werden geïnvesteerd in nieuwe bedrijfjes, en in de periode 1999-2001 groeide het bnp jaarlijks met ca. 7%.

Veel staatsbedrijven zijn ondertussen geprivatiseerd wat ook geldt voor een aantal banken. De privatisering van een aantal belangrijke bedrijven (Albanian National Savings Bank en het telecommunicatiebedrijf) heeft nog wat voeten in de aarde.

In april 2005 publiceerde een internationale commissie onder leiding van de Italiaanse oud-premier Amato een rapport over de toekomst van de Westelijke Balkan. Een van de aanbevelingen van het rapport was dat de landen van de Westelijke Balkan zo snel mogelijk moeten komen tot regionale economische integratie (gemeenschappelijke economische ruimte). De regering heeft onlangs een fiscaal hervorming pakket gericht op het verminderen van de grote grijze economie en het aantrekken van buitenlandse investeringen aangenomen. Toch is Albanië nog steeds één van de armste landen van Europa. Het bnp per hoofd van de bevolking bedroeg in 2017 $12.500.

Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij

Landbouw AlbaniëPhoto: Hannah Mishin CC 3.0 Unported no changes made

Ca. 70% van Albanië is bergachtig en slechts ongeveer een vijfde van het land is maar geschikt voor landbouw. Toch drijft de economie van Albanië voornamelijk op landbouw. Meer dan de helft van de Albanese bevolking werkt in de landbouw en deze bedrijfstak is goed voor meer dan de helft van het bruto nationaal product (bnp) van het land. De meeste landbouwgrond kwam in 1992 in particuliere handen, waardoor het inkomen van de landarbeiders steeg. Begin 1996 was de landverdeling vrijwel afgesloten, maar leidde wel tot een geweldige versnippering van de grond. Het landbouwareaal beslaat nu ruim 12.000 km2, verdeeld over ca. 400.000 boeren. De opbrengsten stegen sinds de privatisering elk jaar spectaculair.

De veeteelt neemt een steeds grotere plaats in en zorgt nu al voor ca. 50% van de totale agrarische productie. Het aantal dieren, maar ook de melkproductie per dier is de laatste tien jaar behoorlijk toegenomen. Er zijn op dit moment een tiental grote melkfabrieken en enkele honderden kleine bedrijven die zich vooral met kaasmaken bezighouden. Export van deze producten zal veel afhangen van een betere hygiëne en kwaliteit.

De bosbouw is belangrijk; sinds 1950 zijn wat dit betreft goede vervoersmogelijkheden geschapen. Pas in 1973 echter werd een programma voor herbebossing begonnen om de voortdurende erosie van de bodem tegen te gaan.

De kustvisserij is nauwelijks van betekenis. In Albanië overstijgt de binnenlandse vraag naar vis het lokale aanbod waardoor grote hoeveelheden moeten worden geïmporteerd.

Mijnbouw

Olieraffinaderij AlbaniëPhoto: Pasztilla aka Attila Terbócs CC4.0 International no changes made

Albanië beschikt over een behoorlijke hoeveelheid exploiteerbare minerale reserves. De voornaamste delfstoffen zijn aardolie, aardgas en chroomerts (tot 1980 was Albanië een van de belangrijkste chroomexporteurs ter wereld); verder worden onder meer koper-, ijzer- en nikkelerts, bauxiet, bruinkool, kalk en zout gewonnen.

Het belangrijkste olie- en aardgasveld ligt bij Kuçovë, in Centraal-Albanië. Hier wordt ook een deel van de ruwe olie geraffineerd die daarna via pijpleidingen naar de havenstad Vlorë vervoerd wordt. Vanaf begin jaren zeventig werden olie- en gasreserves in de buurt van Patos geëxploiteerd.

Industrie

Schoenenmarkt in Shkodra, AlbaniëPhoto: Sigismund von Dobschütz CC 3.0 Unported no changes made

Ondanks pogingen van de Albanese regeringen om het tij te keren, is Albanië industrieel gezien een van de minst ontwikkelde landen van Europa gebleven. In de jaren negentig van de vorige eeuw trad het verval in, doordat machines, ooit door de Sovjet-Unie en China geleverd, mankementen begonnen te vertonen die niet meer te verhelpen waren. Geld en kennis ontbraken om dit probleem op te lossen.

De belangrijkste industriële producten zijn textiel, voedingsmiddelen en schoeisel. Aardolieraffinage is een groeisector.

Ongeveer 12% van de weinig geschoolde beroepsbevolking is in de industrie werkzaam. Als gevolg hiervan is de kwaliteit van de gemaakte producten vaak van bedenkelijke kwaliteit. Industriecentra zijn te vinden in en rond Tirana, Durrës en Shkodër. Het ouderwetse handwerk en kleinbedrijf zijn in het gehele land van groot belang.

Energie

Waterkrachtcentrale in AlbaniëPhoto: Wikipedia Tobias Klenze CC-BY-SA 4.0 no changes made

Albanië is voor haar elektriciteit voor een groot deel afhankelijk van waterkrachtcentrales. Het grote verval van veel rivieren (o.a. de Drin waarin enkele grote dammen liggen) maakt ze zeer geschikt voor de opwekking van elektriciteit. De capaciteit is echter zodanig dat de stroom regelmatig uitvalt.

Handel

Exportproducten AlbaniëPhoto: R Haussman, Cesar Hidalgo, et. al CC 3.0 Unported no changes made

De buitenlandse handel is kleinschalig vanwege de veelheid aan producten. Met name textiel, schoenen en brandstof worden, voornamelijk via de zeehavens, geëxporteerd.

Na de instorting van het communisme raakte Albanië zijn klassieke markten kwijt (China, Oost-Europa) en moest snel op zoek naar nieuwe handelspartners en op dit moment zijn Griekenland, Italië, Macedonië en Duitsland de belangrijkste.

Verkeer

Verkeersbord AlbaniëPhoto: Gigillo83 in het publieke domein

Door het bergachtige landschap zijn grote delen van Albanië nauwelijks ontsloten. Het vaak onverharde en versleten wegennet is 18.000 km lang. Door de sterke uitbreiding van privé-autobezit is er bovendien grote druk ontstaan op het wegennet.

In 1946 werd begonnen met de aanleg van een spoorwegnet en dat had enkele decennia later, met lijnen vanuit Tirana naar het noorden, zuiden en oosten van het land, een totale lengte van 684 km. Sindsdien zijn er echter een aantal lijnen gesloten.

De grootste steden zijn door een net van verharde wegen en busdiensten met elkaar verbonden, maar in vergelijking met de meeste andere Europese landen is er maar weinig gemotoriseerd verkeer.

De rivieren zijn onbevaarbaar; Durrës en Vlorë zijn de belangrijkste zeehavens.

De enige luchthaven van Albanië, te Rinas bij Tirana, wordt door slechts enkele buitenlandse maatschappijen aangedaan. Binnenlandse luchtlijnen ontbreken helemaal.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Butrint AlbaniëPhoto: Carole Raddato CC 2.0 Generic no changes made

Het toerisme in Albanië wordt gekenmerkt door archeologisch erfgoed van Illyrische, Griekse, Romeinse en Ottomaanse tijden, ongerepte stranden, een bergachtige landschap, heerlijke traditionele Albanese gerechten, Koude Oorlog overblijfselen, unieke tradities en een gastvrije bevolking en een platteland waar de tijd heeft stilgestaan.

Hoewel Albanië als vakantieland nog lang niet genoeg ontwikkeld is naar West-Europese maatstaven, is het toerisme de afgelopen jaren wel degelijk aan een indrukwekkende opmars bezig. Zo riep de bekende reisgidsenuitgever Lonely Planet Albanië in 2011 uit tot de nummer één van te bezoeken bestemmingen, en volgens MSN Travel stond Albanië in 2012 op de vierde plaats van 'hotte' bestemmingen. Een van de mooiste bezienswaardigheden uit de oudheid zijn de ruines van Butrint.

Tirana, hoofdstad van AlbaniëPhoto: Spaz Tacular CC 2.0 Generic no changes made

Tirana is de hoofdstad van Albanië en vormt het economische en staatkundige middelpunt van het land. De stad herbergt bijzondere bezienswaardigheden en kent een roerige geschiedenis. Het Skanderbegplein is het middelpunt van Tirana. Het plein is volledig Sovjetstijl gebouwd en het is vernoemd naar de Albanese nationale held Skanderbeg (geboren als Gjergj Kastrioti) die het Ottomaanse Rijk bestreed. Een beeld van de held te paard is te vinden op het plein onder de Albanese vlag.

Om het imposante plein heen liggen ook het Nationaal Museum, de opera, de nationale bank en de Et’hem Bei-Moskee. De Et’hem Bei-Moskee is een van de oudste gebouwen van Tirana. De bouw van het gebedshuis werd in gang gezet door de zoon van de stichter van Tirana in 1789. Pas in 1821 werd de bouw door zijn kleinzoon voortgezet en voltooid. De moskee telt 15 zuilen en 14 bogen. Er zijn prachtige stillevens in frescostijl te vinden en ook de hoekige minaret is zeer bijzonder. Lees meer op de Tirana pagina van Landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

ALBANIE LINKS

Advertenties
• Albanie Tui Reizen
• Tirana Vliegtickets.nl
• ANWB vakantie boeken Albanie
• Djoser Wandel - wandelreis Albanie
• Hotels Albanie
• Rondreis Albanie
• Autoverhuur Sunny Cars Albanië
• Transport Albanië - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Albanië Startnederland (N+E)
Reisinformatie Albanië (N)

Bronnen

Encarta-encyclopedie

Kagie, R. / Albanië : mensen, politiek, economie, cultuur

Koninklijk Instituut voor de Tropen : Novib

Pettifer, J. / Albania & Kosovo

Black

Vlucht uit het isolement : Albanië op zoek naar nieuwe wegen

Instituut voor Publiek en Politiek

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems